CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Transformatorstation Ulft Toelichting.pdf

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan ‘Transformatorstation Ulft’12.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

afbeelding 9: zonegrens met roze lijn aangeduid (bron: Peutz)

4.8.2 Conclusie Er is een geluidzone bepaald op basis van het akoestisch onderzoek. Deze geluidzone is vastgelegd op de verbeelding van het bestemmingsplan. Daarmee is geregeld dat de geluidbelasting vanwege het transformatorstation niet meer dan 50 dB(A) mag bedragen op de grens van de zone. Binnen de nieuwe geluidzone zijn geen geluidgevoelige bestemmingen gelegen. Er

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

23/32

Omgevingsaspecten

wordt voldaan aan de regels uit de Wet geluidhinder. Vanuit het aspect geluidhinder is er geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.9

Magneetvelden

4.9.1 Achtergrond Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere transformatorstations heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd voor 50 Hz magnetische velden3. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. De 100 microtesla magneetveldcontour van een transformatorstation blijft zeer nauw beperkt rondom de componenten op dat station, en strekt nooit buiten de erfgrens van het station. Daarnaast hanteert de rijksoverheid sinds 2005 een voorzorgsbeleid rondom magneetvelden van bovengrondse hoogspanningsverbindingen4. Bij de aanleg van de Randstad 380 kV verbinding is door de betreffende ministeries besloten om aan te sluiten bij het vigerende voorzorgsbeleid rondom bovengrondse hoogspanningsverbindingen.

Hierover zijn samen met TenneT en enkele adviesbureaus afspraken gemaakt over de te volgen rekenmethodiek voor de specifieke situatie van de Randstad 380 kV verbinding, die verwoord zijn in de notitie 'Afspraken over de berekening van de “magneetveldzone” bij ondergrondse kabels en hoogspanningsstations behorende tot de Randstad 380 kV verbinding', RIVM, 3 november 2011 5. De belangrijkste boodschap van het voorzorgsbeleid is ‘om zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in magnetische velden sterker dan 0,4 microtesla’. Hierin is de 0,4 microtesla jaargemiddelde magneetveldsterkte dus geen harde grens of norm, hier mag dan ook van worden afgeweken. Tevens is dit niet van toepassing op bestaande situaties. Op 16 november 2022 heeft het ministerie van EZK een herijking van het voorzorgbeleid bekend gemaakt. Dit nieuwe voorzorgbeleid betreft een voortzetting van het voorzorgbeleid uit 2005 aangevuld met een aantal technische bronmaatregelen. In het herijkte voorzorgbeleid zijn de technische bronmaatregelen vastgelegd die dienen te worden genomen bij nieuwe netcomponenten of bij wijziging van bestaande netcomponenten. De verzwaring van het transformatorstation Ulft valt onder een wijziging van bestaande netcomponenten.

Bij deelvervanging of uitbreiding van bestaande hoogspanningsstations geldt er een inspanningsverplichting voor de netbeheerder om dezelfde optimalisatie toe te passen als bij een nieuw station. Dit houdt in dat de meest significante bronnen van magneetvelden op afstand van (toekomstige) woningen, scholen, crèches en kinderdagverblijven worden geplaatst, waar dat technisch mogelijk is gegeven de technische ontwerpeisen, redelijke kosten en ruimtelijke ligging. In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat is door Lysias een onderzoek gedaan naar hoe om te gaan met het nieuwe voorzorgbeleid voor elektriciteit en gezondheid (Lisias rapport A19RVO-100, 19 oktober 20206). In dit rapport zijn voor onder andere hoogspanningsstations specifieke afstanden genoemd voor de 0,4 microteslacontour. Er is een ‘binnen’ en ‘buiten’ afstand genoemd. Voor een hoogspanningsstation zoals Ulft, met een spanningsniveau van 110kV en hoger, is binnen 20 meter afstand vrijwel zeker sprake van een jaargemiddelde magneetveldsterkte van 0,4 microtesla of hoger. Op meer dan 50 meter afstand is vrijwel zeker dat de jaargemiddelde magneetveldsterkte lager is dan 0,4 microtesla. Vanaf die

EU publicatie 1999/519/EG, ‘AANBEVELING VAN DE RAAD van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz — 300 GHz’, 12 juli 1999. 4 G. Kelfkens en M. Pruppers, „Handreiking voor het berekenen van de specifieke magneetveldzone bij bovengrondse hoogspanningslijnen,” RIVM, versie 4.1, 26 oktober 2015. [Online]. Available: http://www.rivm.nl/hoogspanningslijnen 5 RIVM, „Notitie 'Afspraken over de rekenmethodiek voor de “magneetveldzone” bij ondergrondse kabels en hoogspanningsstations behorende tot de Randstad 380 kV verbinding,” Op te vragen bij het RIVM via hoogspanningslijnen@rivm.nl, 3 november 2011 6 Rapport is te vinden op de site van de Tweede Kamer (link) 3

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

24/32

Omgevingsaspecten

afstand is geen ruimtelijke afweging nodig. De afstand dient te worden gemeten vanaf de buitenmuur van het station. 4.9.2 Betekenis voor het plan Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. De 100 microteslacontour ligt in de regel direct rond de transformatoren en er is geen kans dat deze buiten de stationsgrens komt. En gelet op eerder uitgevoerde berekeningen van vergelijkbare transformatorstations kan worden gesteld dat er geen kans bestaat dat de 100 microteslacontour buiten de stationsgrens komt. De nabijgelegen woning staat op 57 meter, gemeten vanaf de buitenmuur tot aan de gevel van de woning. Dit betekent dat er met zekerheid te stellen is dat de woning niet binnen de jaargemiddelde magneetveldsterkte contour van 0,4 microtesla ligt. Het optimaliseren van de indeling van transformatorstation Ulft zodat de meest significante bronnen van magneetvelden (de transformatoren) op een grotere afstand van woningen, scholen, crèches en kinderdagverblijven worden geplaatst dan nu het geval is, is niet tegen redelijke kosten mogelijk. Hiervoor dient de gehele bovengrondse-en ondergrondse indeling van het station te worden aangepast.

Dit staat niet in verhouding tot de eventueel te behalen reductie van de magneetvelden voor één bestaande woning en is derhalve niet proportioneel. Daar komt bij dat, zoals hiervoor is aangegeven, er wordt voldaan aan de grenswaarden voor 100 microtesla en er ook geen woning is gelegen binnen de 0,4 microtesla jaargemiddelde contour.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Zo is bijvoorbeeld een kantoorlocatie met een bruto vloeroppervlakte van niet meer dan 100.000 m2 en één ontsluitingsweg danwel niet meer dan 200.000 m2 en twee ontsluitingswegen een van deze categorieën. 4.10.2 Conclusie Het bestemmingsplan leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het project draagt zodoende “niet in betekenende mate” bij en er is geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig.

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.11

Externe veiligheid

4.11.1 Kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

25/32

Omgevingsaspecten

Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied.

Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.11.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is de risicokaart geraadpleegd (www.risicokaart.nl), zie afbeelding 10. Aan de zuidzijde van het plangebied loopt een ondergrondse buisleiding van Gasunie (op 12 m afstand van de plangrens). Verder zijn geen risicobronnen in de directe nabijheid aanwezig.

afbeelding 10: uitsnede risicokaart met de buisleiding (rode stippellijn) langs het plangebied (blauwe lijn) (bron: risicokaart.nl)

Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van het transformatorstation mogelijk (extra transformatorvermogen). Een transformatorstation is geen kwetsbaar object. Er verblijven geen mensen voor langere duur. Er is geen sprake van een wijziging in het groepsrisico door het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

26/32

Omgevingsaspecten

Om te bepalen wat het effect is van de nieuw te leggen elektriciteitsinfra op de buisleiding van Gasunie is een beïnvloedingsberekening uitgevoerd (Qirion, 9 september 2022). De rapportage is opgenomen als bijlage 6 bij dit bestemmingsplan. Uit de berekening is gebleken dat wordt voldaan aan NEN 3654 en dat er geen aanvullende acties noodzakelijk zijn. De rapportage is afgestemd met Gasunie en akkoord bevonden. 4.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.12

Besluit milieueffectrapportage

Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: • het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. • de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). De aanpassing van een transformatorstation is geen activiteit die is genoemd in de C of D-lijsten van het Besluit m.e.r.. Er is geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling voor het plan nodig.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

27/32

Toelichting op de regels

5

Toelichting op de regels

5.1

Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.

5.2

Nadere toelichting op de regels

De bij dit plan behorende planregels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012), onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 1 worden in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 is de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Daarbij worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In hoofdstuk 3 is een aantal algemene regels opgenomen. In hoofdstuk 4 is omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht en bevat tot slot de citeertitel van het plan. 5.2.1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

28/32

Toelichting op de regels

Wijze van meten (artikel 2) Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden en gemeten moeten worden. 5.2.2 Bestemmingsregels Bedrijf - Nutsbedrijf (artikel 3) Voor het plangebied is één enkelbestemming opgenomen, te weten de bestemming ‘Bedrijf Nutsbedrijf’. In de bestemming is het maximum transformatorvermogen dat is toegestaan vergroot van 200 MVA naar 300 MVA. De bouwmogelijkheden zijn gelijk gebleven ten opzichte van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. De maximum goothoogte voor gebouwen blijft 6 meter en de maximum bouwhoogte voor gebouwen blijft 8 meter. Het maximum te bebouwen oppervlakte blijft 1.500 m2. Vanuit veiligheidsoogpunt is een hoogte van 3 meter opgenomen voor de erfafscheidingen rond het transformatorstation (dit was 2,5m). Vanwege diefstal en vandalisme worden de hekwerken verhoogd. Bovenop het stalen hekwerk zullen drie puntdraden worden geplaatst. De bouwhoogte van masten blijft maximaal 12 meter. Voor overige bouwwerken blijft de maximum bouwhoogte van 10 meter. In de gebruiksregels is een verplichting opgenomen tot realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Binnen vier jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan dient Liander de nieuwe beplanting te planten en hierna dient het in stand te worden gehouden.

Wel dient rekening te worden gehouden met de zone met ondergrondse kabels. Hier kan geen diepwortelende beplanting komen. Leiding – Hoogspanningsverbinding (artikel 4) De aanwezige dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’ is overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Hiermee is de bescherming van de hoogspanningsverbinding geregeld. Binnen het gebied mogen alleen nieuwe gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd ten dienste van de hoogspanningsverbinding. Ook mogen diverse grondroerende werkzaamheden niet worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning. Voorwaarde voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning is dat de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen en de veiligheid van de hoogspanningsverbinding. Ook dient advies te zijn ingewonnen bij de leidingbeheerder. Waarde – Archeologische Verwachting 3 (artikel 5) Vanwege de bescherming van mogelijke archeologische waarden, is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische Verwachting 3’ overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’.

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 5.000 m² of voor grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 5.000 m², dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. 5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen de algemene bepalingen aan de orde. Het gaat om: Anti-dubbeltelregel (artikel 6) In dit artikel is opgenomen dat grond, welke eenmaal in aanmerking is of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van een andere aanvraag buiten beschouwing dient te blijven. Algemene bouwregels (artikel 7) In dit artikel zijn regels opgenomen ten aanzien van bestaande maten en bebouwingspercentages en ondergronds bouwen.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

29/32

Toelichting op de regels

Algemene gebruiksregels (artikel 7) In dit artikel is bepaald welke vormen van gebruik in elk geval strijdig zijn, mocht dit niet al duidelijk zijn uit de toegestane functies in de enkelbestemming in hoofdstuk 2. Ook is een regeling opgenomen waarin is verplicht tot het voorzien van voldoende parkeergelegenheid. De regeling is overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. Algemene aanduidingsregels (artikel 9) Gebiedsaanduiding ‘geluidzone’ Het transformatorstation is in de toekomstige situatie een ‘grote lawaaimaker’ volgens de Wet geluidhinder. Dit betekent dat de 50 dB(A) geluidzone rond het station dient te zijn vastgelegd in het bestemmingsplan. Binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’ zijn geen nieuwe geluidgevoelige functies toegestaan. Deze zijn ook niet aanwezig. Algemene afwijkingsregels (artikel 10) De algemene afwijkingsregels zijn hierin opgenomen. Het gaat om beperkte afwijkingen van maatvoering, bouwhoogtes, bouwvlakken en dergelijke. De regeling is overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. Algemene wijzigingsregels (artikel 11) In dit artikel zijn mogelijkheden geboden om bestemmingsgrenzen in beperkte mate te wijzigen. De regeling is overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’.

Overige regels (artikel 12) In dit artikel is bepaald dat de regels ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ gelden in aanvulling op de regels van het bestaande bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ (als een partiële herziening). De hier geldende enkelbestemmingen en dubbelbestemmingen zijn daarom binnen het gebied van de geluidzone niet in dit bestemmingsplan opgenomen. De regels uit de onderliggende bestemmingsplannen blijven ongewijzigd voor zover niet in strijd met de regeling voor de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’. 5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 13) Met betrekking tot bouwwerken en het gebruik van grond en bouwwerken wordt in dit artikel ingegaan op het daarop toepasselijke overgangsrecht. Slotregel (artikel 14) Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

30/32

Economische uitvoerbaarheid

6

Economische uitvoerbaarheid

6.1

Algemeen

Bij een bestemmingsplan dient op grond van artikel 6.12 Wro in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wro de verplichting ontstaan dat bepaalde plankosten op de initiatiefnemer kunnen worden verhaald. Het gaat hierbij om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. De Wro stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Dit bestemmingsplan maakt geen bij algemene maatregel van bestuur (artikel 6.2.1 Bro) aangewezen bouwplannen mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk. De uitvoering van het plan komt voor rekening en risico van Liander.

Het garanderen van leveringszekerheid is een wettelijke taak van Liander op grond van de Elektriciteitswet. Nut en noodzaak van het plan is aangetoond met dit bestemmingsplan. Hierdoor kan Liander de investeringskosten doorberekenen in de tarieven voor transport van elektriciteit.

6.2

Planschade

Planschade wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan degenen die waardevermindering van onroerend goed ondervinden ten gevolge van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan. De grondslag voor deze planschaderegeling wordt gegeven in artikel 6.1 Wro. In artikel 6.4 onder a Wro is bepaald dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met de initiatiefnemer een overeenkomst te sluiten ten aanzien van planschade. In de tussen de gemeente en Liander gesloten overeenkomst is opgenomen dat het planschaderisico voor rekening van de initiatiefnemer komt. Daarmee is het risico op planschade afgedekt voor de gemeente.

6.3

Conclusie

Gezien de tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten overeenkomst ten aanzien van planschade en het ontbreken van verhaalbare kosten voor de gemeente, wordt het project financieel uitvoerbaar geacht.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

31/32

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 7.1.1 Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 7.1.2 Provincie Gelderland Het plan is voorgelegd aan de provincie Gelderland en de reactie erop is verwerkt in het plan. Zo is nader gekeken naar de specifieke bestemming van het transformatorstation naar 'bedrijf nutsbedrijf'. 7.1.3 Waterschap Rijn en IJssel Het waterschap Rijn en IJssel is geïnformeerd middels de digitale watertoets. Uit de digitale watertoets is gebleken dat er geen belangen spelen voor het waterschap.

7.2

Inspraak

Op basis van de gemeentelijke inspraakverordening kan de gemeente bepalen of al dan niet een voorontwerpplan ter inzage wordt gelegd. Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

7.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 25 mei tot en met 5 juli 2023 voor iedereen ter inzage gelegen. Er zijn in deze periode geen zienswijzen ingediend bij de gemeente. Wel is er aanleiding voor het maken van ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Ambtshalve wijziging De initiatiefnemer heeft besloten het document ‘Akoestisch onderzoek 150/10/20 kV station Ulft’, d.d. 21 november 2022’ (bijlage 5 van het ontwerpbestemmingsplan) te actualiseren en aan te vullen. In de Nota van wijzigingen is toegelicht waarom dit is gewijzigd en wat dit voor gevolg heeft voor het bestemmingsplan. De Nota van wijzigingen is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting. Naar aanleiding van het aangepast onderzoek is de geluidcontour op de verbeelding gewijzigd. De regels zijn ongewijzigd gebleven. De teksten onder paragraaf 4.7.3 en paragraaf 4.8 van de toelichting zijn geactualiseerd op basis van de resultaten van het aangepaste akoestisch onderzoek.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

32/32

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4596/documents/28123