CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Transformatorstation Ulft Toelichting.pdf

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 2: Bestemmingsplan ‘Transformatorstation Ulft’12.067 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Transformatorstation Ulft Bestemmingsplan

Opdrachtgever

Liander N.V.

Gemeente Identificatienummer Versie Datum Projectnummer

Oude IJsselstreek NL.IMRO.1509.BP000216-VA01 Vastgesteld 6 november 2023 1251

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding ......................................................................................................................... 1 Aanleiding ..................................................................................................................... 1 Leeswijzer ..................................................................................................................... 2 Begrippenlijst................................................................................................................. 2

2 2.1 2.2

Het plan ......................................................................................................................... 4 Bestaande situatie ........................................................................................................ 4 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 5

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader ................................................................................................................. 8 Inleiding ......................................................................................................................... 8 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 8 Provinciaal en regionaal beleid ..................................................................................... 9 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 10

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Omgevingsaspecten ................................................................................................... 14 Inleiding ....................................................................................................................... 14 Archeologie ................................................................................................................. 14 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 14 Water........................................................................................................................... 15 Natuur ......................................................................................................................... 17 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 18 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 19 Geluid .......................................................................................................................... 22 Magneetvelden ...........................................................................................................

24 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 25 Externe veiligheid ........................................................................................................ 25 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 27

5 5.1 5.2

Toelichting op de regels .............................................................................................. 28 Algemeen .................................................................................................................... 28 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 28

6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 31 Algemeen .................................................................................................................... 31 Planschade ................................................................................................................. 31 Conclusie .................................................................................................................... 31

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 32 Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro ..................................................................................... 32 Inspraak ...................................................................................................................... 32 Zienswijzen ................................................................................................................. 32

Bijlagen bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 bijlage 4 bijlage 5 bijlage 6 bijlage 7

Watertoets Bodemonderzoek Doetichem-Wesel 380kV Quickscan Flora en fauna Stikstofdepositie berekening Akoestisch onderzoek Beïnvloedingsberekening NEN3685 Nota ambtshalve wijzigingen

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Liander is verantwoordelijk voor het aanleggen, onderhouden en beheren van gas- en elektriciteitsnetten in (delen van) de provincies Gelderland, Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Friesland. Om te zorgen voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening, is het belangrijk om de veiligheid, kwaliteit en capaciteit van de netten op orde te houden. De netinfrastructuur moet nu en in de toekomst aan de capaciteitsbehoefte van de klanten voldoen. De capaciteit van het bestaande transformatorstation aan de Over de IJssel 7 in Ulft is onvoldoende om de groeiende behoefte aan nieuwe aansluitingen in de regio aan te kunnen. Enerzijds komt dit voort uit een toenemende vraag naar elektriciteit vanwege de ontwikkeling van woningen en bedrijventerreinen en de toename van het gebruik van elektrische apparaten en elektrisch rijden. Anderzijds komt dit voort uit een toenemende teruglevering van elektriciteit op het net door de toename aan duurzame energieopwekking. Daarom is het voornemen om twee bestaande transformatoren met een vermogen van 40 MVA te vervangen voor transformatoren met een vermogen van 80 MVA. De twee bestaande transformatoren met een vermogen van elk 66 MVA blijven bestaan. Hiermee wordt het opgesteld vermogen 292 MVA en het maximaal gelijktijdig ingeschakeld vermogen 226 MVA. Er zijn geen nieuwe gebouwen of bouwwerken nodig.

Ter plaatse van het transformatorstation geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’. De gronden hebben de bestemming ‘Bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – transformatorstation’. Ter plaatse is een elektriciteitsdistributiebedrijf toegestaan van maximaal 200 MVA1. De gewenste uitbreiding van transformatorvermogen is hierbinnen niet mogelijk. Daar komt bij dat voor het transformatorstation het noodzakelijk is om een geluidzone op te nemen in het bestemmingsplan. Om de uitbreiding van het transformatorvermogen mogelijk te maken en om de geluidzone rond het station vast te leggen is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

1

Er is overigens in de regels van het bestemmingsplan niet duidelijk gemaakt of het gaat om opgesteld of ingeschakeld vermogen.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

1/32

Inleiding

afbeelding 1: plangebied op uitsnede vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.2

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.

1.3

Begrippenlijst

In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een transformatorstation, ook wel onderstation of elektriciteitsdistributiebedrijf genoemd, wordt de spanning van elektriciteit omgezet van de ene spanning naar een andere spanning (omhoog of omlaag). De elektriciteit wordt vanaf het station vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, bestaande uit drie dichte wanden. De bovenzijde is open. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

2/32

Inleiding

MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. kV De hoogte van de spanning wordt uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000 Volt. Hoogspanning Hoogspanning is de verzamelnaam voor de hoogste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 25kV vallen hieronder. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). Middenspanningsinstallatie De middenspanningsinstallatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een (onder)station.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

3/32

Het plan

2

Het plan

2.1

Bestaande situatie

Het transformatorstation Ulft is gelegen aan Over de IJssel 7 in het buitengebied tussen Ulft en Silvolde. Het terrein grenst aan de zuid- en oostzijde aan de weg Over de IJssel en aan de west- en noordzijde aan weiland. Het station is een 150/10/20kV-station, wat betekent dat de 150kV spanning wordt getransformeerd naar 10 kV en 20 kV. Op het terrein bevinden zich twee bedrijfsgebouwen, waar inpandig een 150kV-, 20kV- en 10kV-installatie staan. Er staan twee 150/10kV 66MVA-transformatoren in twee transformatorruimten en twee 10/20kV 40MVA-transformatoren in twee andere transformatorruimten. De laatste aanpassing aan het station dateert uit 2017, toen is aan de oostzijde van het terrein tegen de transformatorruimten aan een nieuw gebouw gebouwd met een 20kV installatie. Een transformatorruimte bestaat uit een ruimte met drie wanden en een open zijde. Ook de bovenzijde is open. Hierbinnen staat de transformator. Op de wanden zijn voorzieningen voor bliksemafleiding geplaatst, de zogenoemde bliksemspitsen. In afbeelding 3 is dit te zien.

afbeelding 2: luchtfoto bestaande situatie (plangebied is met rode stippellijn aangeduid, de ingang met een gele pijl)

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

4/32

Het plan

afbeelding 3: aanzicht plangebied vanaf zuidzijde met de twee transformatorruimten waarin nu de 40 MVA transformatoren staan (bron: google streetview)

2.2

Toekomstige situatie

De capaciteit van het bestaande transformatorstation aan de Over de IJssel 7 in Ulft is onvoldoende om de groeiende behoefte aan nieuwe aansluitingen in de regio aan te kunnen. Enerzijds komt dit voort uit een toenemende vraag naar elektriciteit vanwege de ontwikkeling van woningen en bedrijventerreinen en de toename van het gebruik van elektrische apparaten en elektrisch rijden. Anderzijds komt dit voort uit een toenemende teruglevering van elektriciteit op het net door de toename aan duurzame energieopwekking. De gemeente heeft de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn en wil optimaal gebruik maken van de meest duurzame en nieuwste vormen van energieopwekking. Voor de duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente en de regio is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. Daarom dient de capaciteit van het transformatorstation Ulft uitgebreid te worden. Om de capaciteit uit te breiden van het transformatorstation zullen de twee bestaande transformatoren met een vermogen van 40 MVA worden vervangen voor transformatoren met een vermogen van 80 MVA. De twee bestaande transformatoren met een vermogen van elk 66 MVA blijven bestaan. Na de aanpassingen wordt het opgesteld vermogen 292 MVA en het maximaal gelijktijdig ingeschakeld vermogen 226 MVA. Er zijn geen nieuwe gebouwen of bouwwerken nodig, de bestaande transformatorruimten worden benut.

Ook de bestaande gebouwen blijven staan en worden niet vergroot of verhoogd. Het maximaal gelijktijdig in te schakelen vermogen in de buitenlucht op het transformatorstation zal in de toekomstige situatie meer bedragen dan 200 MVA. Hiermee wordt het transformatorstation vergunningplichtig in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en geldt tevens een zoneringsplicht in het kader van de Wet geluidhinder. Rondom het terrein van het transformatorstation dient een contour te worden gelegd waar de geluidbelasting vanwege het transformatorstation niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). Het terrein tussen de contour

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

5/32

Het plan

(de zonegrens) en het industrieterrein geldt als zone. Hierbinnen zijn geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen toegestaan. In paragraaf 4.8 is nader ingegaan op de nieuwe geluidzone en het akoestisch onderzoek dat voor het plan is uitgevoerd.

afbeelding 4: toekomstige situatie (bron: Liander)

2.2.1 Landschappelijke inpassing Er is aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing van het station (zie afbeelding 5). Aan de noord- en westzijde is een dichte struweelhaag aanwezig (donkergeel in afbeelding 5). Ook is aan de zuidoostzijde recent een struweelhaag aangeplant geweest (oranje in afbeelding 5). Aan de zuidwestzijde is een smalle haag aanwezig. Hier kan namelijk geen diepwortelende beplanting komen vanwege de aanwezigheid van ondergrondse kabels. De bestaande struweelhaag aan de noord- en westzijde wordt versterkt en aangevuld met extra beplanting (lichtgele stukken in afbeelding 5). Ook wordt de haag aan de zuidzijde op enkele plekken dichtgemaakt (lichtgroene stukken in afbeelding 5). In de tekening is aangegeven welke beplanting er dient te komen en hoeveel stuks. Met het landschapsplan is er voor gezorgd dat het transformatorstation zich voegt in het landschap. In de regels is een verplichting opgenomen tot realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing. Binnen vier jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan dient Liander de nieuwe beplanting te planten. De termijn van vier jaar is nodig zodat eerst de verschillende werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden en pas daarna de nieuwe beplanting wordt geplant. Anders zou de nieuwe aanplant kunnen worden vernietigd door de werkzaamheden.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

6/32

Het plan

afbeelding 5: landschappelijke inpassing

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

7/32

Beleidskader

3

Beleidskader

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.

In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het project De capaciteitsuitbreiding van het nieuwe transformatorstation sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De capaciteitsuitbreiding van het netwerk is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro).

Het artikel luidt nu als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

8/32

Beleidskader

Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw transformatorstation of de uitbreiding hiervan niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het plan Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste capaciteitsuitbreiding nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. De ontwikkeling is op het bestaande transformatorstation voorzien om zo met een relatief eenvoudige aanpassing het elektriciteitsnetwerk toekomstbestendig te maken.

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland integreert vijf wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Betekenis voor het plan Een van de ambities die de provincie heeft is een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. Het doel is dat Gelderland in 2050 klimaatneutraal is, door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Het tussendoel is om in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland te verwezenlijken. Voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio en de verduurzaming van de energieopwekking, is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De capaciteitsuitbreiding van het transformatorstation op de bestaande locatie is daar noodzakelijk voor. 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland Het plangebied is gelegen in de provincie Gelderland.

De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd, januari 2023) regels staan waar rekening mee moet worden gehouden bij een nieuw bestemmingsplan. Betekenis voor het plan De plannenviewer is geraadpleegd. Het plangebied ligt niet binnen beschermd gebied zoals het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Nationaal landschap (zie afbeelding 6) en ook niet in een grondwaterbeschermingsgebied of intrekgebied. Er zijn geen regels uit de verordening die direct relevant zijn voor het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

9/32

Beleidskader

afbeelding 6: uitsnede Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie febr. 2022)

3.3.3 Regionale Energie Strategie (RES) Achterhoek In het Klimaatakkoord heeft Nederland zich tot doel gesteld 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare stroom op te wekken in 2030. Om deze landelijke opgave te realiseren, hebben de dertig regio’s de taak om elk een Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen. De regio Achterhoek wil naar draagkracht bijdragen aan de landelijke doelstelling van 35 TWH en heeft in haar Regionale Energiestrategie de opgave opgenomen om in de Achterhoek 1,35 TWh te realiseren middels zonnepanelen en windmolens. Betekenis voor het plan De ambities op het gebied van opwekking van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. De capaciteitsuitbreiding van het transformatorstation is daar noodzakelijk voor. Het bestemmingsplan sluit goed aan bij de regionale ambities op het gebied van duurzame energie en is daar faciliterend aan.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Toekomstvisie Oude IJsselstreek De gemeente heeft zichzelf zeven opgaven gesteld, waarmee ze een antwoord kan bieden op de maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en gemeenschap verder kan groeien. Er wordt ingezet op het versterken van toerisme en recreatie, het beter op de kaart zetten van de lokale economie en industrieclusters, een vitaal platteland en een gezonde leefomgeving. Ook wil de gemeente energieneutraal zijn in 2030 en optimaal gebruik maken van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. Betekenis voor het plan Voor de duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente en de regio is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De ambities op het gebied van opwekking van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. De capaciteitsuitbreiding van het transformatorstation is daar noodzakelijk voor. Het bestemmingsplan past daarmee in het beleid van de gemeente dat is genoemd in de toekomstvisie en faciliteert de ambities op het gebied van duurzaamheid en ruimtelijk-economische ontwikkeling.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

10/32

Beleidskader

3.4.2 Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 Op 12 mei 2011 heeft de gemeente de Structuurvisie Oude IJsselstreek vastgesteld. In de structuurvisie is vooruitgekeken naar het jaar 2025. De visie is om de Oude IJsselstreek verder te ontwikkelen als een dynamische gemeente. Het landschap is de drager van de gemeente Oude IJsselstreek. Drie landschapstypen dragen de ruimtelijke structuur van de gemeente: het besloten kleinschalige landschap, het stroomlandschap en het open rationeel landschap. De gemeente zet in op het doorgaan met een actief klimaatbeleid op het gebied van energie besparen, het ontwikkelen van een duurzamere mobiliteit, het opwekken van duurzame energie binnen de gemeentegrenzen en de gevolgen van de klimaatproblematiek voor haar burgers actief aanpakken. Betekenis voor het plan In de paragrafen 3.4.3 en 3.4.4 is verder ingegaan op de landschappelijke randvoorwaarden voor het project en hoe dit is meegenomen in dit bestemmingsplan. Voor de duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente en de regio is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De ambities op het gebied van opwekking van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. De capaciteitsuitbreiding van het transformatorstation is daar noodzakelijk voor.

Het bestemmingsplan past daarmee in het beleid van de gemeente dat is genoemd in de structuurvisie en faciliteert de ambities op het gebied van duurzaamheid en ruimtelijk-economische ontwikkeling. 3.4.3 Visie op landschap, natuur en groene kernen De gemeente Oude IJsselstreek heeft door de jaren heen meerdere plannen ontwikkeld voor de groene ruimte, echter ontbrak het aan een samenhangend toekomstbeeld voor het landschap en de groene kernen. De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt dit gewenste toekomstbeeld en is vastgesteld door de raad op 22 april 2021. Vanuit de overkoepelende visie staat het behoud en de bescherming van de bestaande basiskwaliteit van het landschap voorop. Echter behoud en bescherming is niet statisch, immers de komen de jaren spelen de nodige ontwikkelingen en uit dagingen die hun ruimte in dit landschap vragen. Ontwikkelingen die kunnen worden aangegrepen om het landschap opnieuw vorm te geven en daar mee te versterken. Een van de ontwikkelingen die in de visie is genoemd is de energietransitie (zie ook paragraaf 3.4.5). Het ruimtebeslag dat nodig is voor duurzame energieopwekking vraagt om zorgvuldige inpassing in de kernen en in het landschap. Betekenis voor het plan De uitbreiding van het transformatorstation is nodig om te beschikken over voldoende capaciteit voor de energietransitie.

In dit bestemmingsplan is de uitbreiding binnen de grenzen van het huidige station voorzien, door twee van de bestaande transformatoren te vervangen door nieuwe transformatoren met een hoger vermogen. De ontwikkeling leidt niet tot verlies van open gronden en de bestaande groenstructuur rond het station blijft behouden. Er is een landschapsplan gemaakt voor het bestemmingsplan. De groenstructuren rond het station worden versterkt door de aanplant van nieuwe planten, zie paragraaf 2.2.1. Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing en het plan past in het beleid voor het landschapspark Oude IJssel. De aanleg en instandhouding van de groenstructuren is geborgd in de regels door middel van een voorwaardelijke verplichting en het landschapsplan is opgenomen als bijlage 1 bij de regels. 3.4.4 Landschapspark Oude IJssel Met de hulp van inwoners, de gemeenteraad, grondeigenaren en andere belanghebbenden, heeft de gemeente de mogelijkheden en behoeftes over het gebied rondom de Oude IJssel verkend. Al die wensen en kansen zijn vertaald in een toekomstbeeld voor de komende 20 tot 30 jaar, verwoord in het plan ‘Het Landschapspark Oude IJssel’. De rivier de Oude IJssel is de basis van dit plan. De Oude IJssel is het onderscheidend vermogen van de gemeente, de troef in het creëren van kansen op het gebied van wonen, werken en recreëren: het ‘blauwe goud’.

Het Landschapspark is een park rondom de Oude IJssel. Het park verbindt de kernen in de gemeente. Geen kleine, losse stapstenen of ‘spikkels’, maar een logisch geheel. Met aandacht en

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

11/32

Beleidskader

respect voor het landschap en het water dat bijdraagt aan een toekomstbestendig klimaat. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen dient landschappelijke stedenbouw toegepast te worden. Ofwel het landschap dient als basis en inspiratiebron te worden gebruikt. Het kleinschaliger maken van het landschap door het toevoegen van landschapseigen beplanting maakt het netwerk sterker en zorgt voor meer gradiënten en overgangen. Door variatie aan te brengen in de soorten beplanting wordt de biodiversiteit hersteld. Betekenis voor het plan Het plangebied ligt in deelgebied 2 ‘Tussen Terborg, Silvolde en De Slingerparallel’, op de overgang van het landgoedpark naar het meer stedelijker landschap waar de kernen Silvolde en Ulft dichter bij elkaar liggen. Het transformatorstation is aangeduid op de visiekaart. De groenstructuur aan de westzijde en de zuidzijde van het station dient te worden behouden en het is gewenst om de groenstructuur verder te versterken. Er is aangegeven dat het station in de toekomst mogelijk zal worden uitgebreid, met het oog op de energietransitie en hier is aan de noordzijde ruimte voor aangeduid.

afbeelding 7: uitsnede visiekaart Landschapspark

In dit bestemmingsplan is de uitbreiding binnen de grenzen van het huidige station voorzien, door twee van de bestaande transformatoren te vervangen door nieuwe transformatoren met een hoger vermogen. De ontwikkeling leidt niet tot verlies van open gronden en de bestaande groenstructuur rond het station blijft behouden. Er is een landschapsplan gemaakt voor het bestemmingsplan. De groenstructuren rond het station worden versterkt door de aanplant van nieuwe planten, zie paragraaf 2.2.1. Er is sprake van een goede landschappelijke inpassing en het plan past in het beleid voor het landschapspark Oude IJssel. De aanleg en instandhouding van de groenstructuren is geborgd in de regels door middel van een voorwaardelijke verplichting en het landschapsplan is opgenomen als bijlage 1 bij de regels. 3.4.5 Uitnodigingskader lokale duurzame energie opwekking 2020 De gemeente Oude IJsselstreek heeft de ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn, zoals ook benoemd in de toekomstvisie. Dit betekent dat binnen de grenzen van gemeente Oude IJssel-

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

12/32

Beleidskader

streek net zoveel energie wordt opgewekt als verbruikt. Naast besparingen zal er meer duurzame energie op het gemeentelijk grondgebied opgewekt moeten worden. Dit laatste is onderwerp van het “Uitnodigingskader lokale duurzame opwekking” (hierna: Uitnodigingskader). Het Uitnodigingskader is ontwikkeld om te voldoen aan een groeiende behoefte in de samenleving aan duidelijkheid over de (ruimtelijke) mogelijkheden en voorwaarden voor het opwekken van duurzame energie in de gemeente. De eerste tranche van 30 ha in het najaar van 2019 werd ruim overschreven, de gemeente ontving 12 principeverzoeken die samen goed waren voor 90 ha zonnevelden. Uit de ingediende plannen zijn toen 4 initiatieven geselecteerd. Uit de belangstelling voor en resultaten van de eerste tranche blijkt dat het Uitnodigingskader voorziet in een behoefte en een geschikt instrument is om initiatiefnemers te stimuleren een plan te ontwikkelen. Ook blijkt dat binnen de gemeente voldoende geschikte potentiële locaties zijn voor zonnevelden om de opgave (60 ha zonne-energie) in te vullen. Betekenis voor het plan De gemeentelijke ambitie om in 2030 energieneutraal te zijn, zal leiden tot meer duurzame energie opwekking. Er is een grote potentie aan locaties in de gemeente aanwezig om dit te verwezenlijken. Het elektriciteitsnetwerk moet hier op voorbereid worden.

De capaciteitsuitbreiding van het transformatorstation is noodzakelijk om toekomstige ontwikkelingen aan te kunnen sluiten. Het bestemmingsplan past daarmee in het beleid van de gemeente en faciliteert de ambities op het gebied van duurzaamheid en ruimtelijk-economische ontwikkeling.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

13/32

Omgevingsaspecten

4

Omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.

4.2

Archeologie

4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Vigerend bestemmingsplan In het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ is voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 3’ opgenomen. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 5.000 m2 met een verstoring dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, dient eerst een rapport te worden overlegd, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Dit geldt ook voor grondroerende werkzaamheden die deze oppervlakte en diepte overschrijdt. Er komt geen nieuwbouw van deze omvang en ook de voorgenomen werkzaamheden blijven ruim onder de oppervlakte van 5.000 m2. Zodoende is geen onderzoek uitgevoerd voor het bestemmingsplan.

De dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 3’ is opnieuw opgenomen, zodat naar de toekomst toe het beschermingsregime blijft gelden. 4.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.3

Bodemkwaliteit

In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. De functie van het perceel verandert niet door de beoogde capaciteitsuitbreiding van het transformatorvermogen. De eisen aan de bodemkwaliteit veranderen daarom ook niet. De bodem is in het verleden onderzocht geweest in het kader van de ontwikkeling van de hoogspanningsverbinding Doetichem-Wesel 380kV (rapport is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting). Aangezien de bodemkwaliteit in de huidige situatie voldoende is voor de huidige functie, is dat in de toekomstige situatie ook het geval. Derhalve wordt de beoogde uitbreiding niet belemmerd door de kwaliteit van de bodem.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

14/32

Omgevingsaspecten

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.4

Water

4.4.1 Beleid en regelgeving Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het waterschap Rivierenland relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Derhalve wordt hier alleen kort ingegaan op de hoofdpunten uit het beleid van het waterschap Rijn en IJssel. 4.4.1.1 Beleid Waterschap Rijn en IJssel Het waterschap wil vroegtijdig meedenken over plannen en ontwikkelingen om samen met de gemeente en andere partners te zoeken naar de bijdrage die water kan leveren aan de verbetering van de leefomgeving. Waterschap Rijn en IJssel werkt hierbij vanuit het Waterbeheerplan 2016-2021 waarin het taakgebied, de doelen en de maatregelen die het waterschap t/m 2021 voor ogen heeft, staan beschreven. Een kompas voor de langere termijn biedt de Watervisie 2030. Beide documenten bieden een samenwerkingsagenda voor ieder die op het gebied van water een belang of betrokkenheid heeft.

Het waterschap laat in het waterbeheerplan zien welke ontwikkelingen voor het waterbeheer van belang zijn en welke accenten in de samenwerking met de partners belangrijk zijn. Vanuit die verkenning is er beleid gemaakt voor de periode 2016-2021, voor de volgende taakgebieden: • • • • •

Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water. Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water. Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water. Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater. Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer.

Daarnaast beschikt het waterschap over een verordening: de Keur. In de Keur staan regels voor de bescherming van onder andere waterkeringen, watergangen en bijhorende kunstwerken. De werkzaamheden in of nabij de watergangen, waterkeringen en wegen in beheer bij het waterschap worden getoetst aan de regels in de Keur. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een watervergunning nodig zijn. Hierna is ingegaan op de situatie van het plangebied. 4.4.2 Situatie plangebied Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een waterkering, een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied of intrekgebied. Ook ligt er geen oppervlaktewater binnen het plangebied of hier directe omheen. Het bestemmingsplan maakt een capaciteitsuitbreiding mogelijk binnen de grenzen van het bestaande station en de bestaande transformatorruimten worden benut. Transformatorruimten zijn aan de bovenzijde open. Hemelwater dat in contact komt met de transformatoren kan verontreinigd raken met olie. Dit hemelwater mag niet op het oppervlaktewater worden afgevoerd of in de bodem komen. Het hemelwater dat valt ter plaatse van de transformatoren zal daarom worden opgevangen en er wordt een hemelwatersysteem met oliedetectie toegepast, de zogenoemde bundguardpomp2. In de huidige situatie zijn de bundguards aangesloten op de hemelwaterafvoer, wat wel vergund is maar niet meer toegestaan wordt.

Zodoende wordt er een aparte aansluiting gerealiseerd op de riolering die langs de

2

De bundguard is een automatische pompunit met olie in water detectie, geschikt voor het pompen van afvalwater en vervuild water in het algemeen. De bundguard wordt vaak toegepast bij transformatorstations.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

15/32

Omgevingsaspecten

weg bij de inrit loopt. Na realisatie van de nieuwe aansluiting op de riolering, kan er geen vervuild hemelwater meer op het hemelwater worden afgevoerd. Er zijn zodoende geen gevolgen voor het watersysteem. 4.4.3 Resultaat watertoets Voor het bestemmingsplan is de digitale watertoets uitgevoerd via www.dewatertoets.nl. De digitale watertoets is op 30 augustus 2022 doorlopen. Het resultaat is opgenomen in bijlage 1 bij de toelichting. Uit de watertoets blijkt dat er geen waterbelangen zijn bij de ruimtelijke activiteit omdat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met Waterschap Rijn en IJssel is niet nodig. Het waterschap geeft een positief wateradvies. In het kader van het vooroverleg hoeft het bestemmingsplan niet te worden toegestuurd aan het waterschap. Waterschap Rijn en IJssel heeft een watertoetstabel ontwikkeld waarmee met een aantal vragen in beeld te brengen is welke wateraspecten relevant zijn en met welke intensiteit het watertoetsproces doorlopen dient te worden. De vragen zijn gericht op de locatie van de ruimtelijke ontwikkeling en welke veranderingen er mogelijk worden gemaakt. De intensiteit van het watertoetsproces is afhankelijk van de antwoorden op de vragen. Als erop een categorie 2 vraag een 'ja' is geantwoord, is een uitgebreide watertoets noodzakelijk.

Is er op geen van de categorie 2 vragen een 'ja' geantwoord, dan kan een verkorte watertoets doorlopen worden. Als er alleen met 'nee' is geantwoord, dan is het RO-plan waterhuishoudkundig niet van belang en hoeft er geen wateradvies bij het waterschap gevraagd te worden. Navolgend is de watertoetstabel opgenomen. De relevante waterthema's voor de ontwikkeling worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens beschreven (wanneer de toetsvraag met 'ja' is beantwoord). Thema

Toetsvraag

Relevant

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het plangebied een waterkering? Nee (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van Nee een rivier?

Intensiteit 2 2

Riolering en Afvalwa- 1. Is de toename van het afvalwater (DWA) groter dan 1 m3/uur? ter2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? keten 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?

Nee Nee Nee

Wateroverlast (opper- 1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer vlaktedan 2.500 m2? water) 2. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Nee

2

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Oppervlaktewaterkwaliteit

1. Wordt vanuit het plangebied (hemel)water op oppervlaktewater geloosd?

Nee

1

Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Is in het plangebied sprake van kwel? 3. Beoogt het plan dempen van perceelsloten of andere wateren? 4. Beoogt het plan aanleg van drainage?

Nee

1

Nee Nee Nee

1 1 1

1. Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwater- Nee onttrekking?

1

Grondwaterkwaliteit

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

2 1 1

16/32

Omgevingsaspecten

Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom Nee of beheer zijn bij het waterschap? Nee 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

1 2

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Nee

1

Nee

1

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? Nee 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? Nee 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte na- Nee tuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied? Nee

2 2 1

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Nee

1

Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in Nee beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

2

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwe- Nee zig?

1

Natte natuur

1

4.4.4 Conclusie De watertoets is doorlopen. Hieruit volgt dat het plan geen invloed heeft op het watersysteem en de afvalwaterketen. Het waterschap geeft een positief wateradvies. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect water geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.5

Natuur

4.5.1 Wettelijk kader In een ruimtelijk plan moet worden aangetoond hoe de voorgenomen ontwikkeling die met dit plan mogelijk wordt gemaakt, zich verhoudt met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.5.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd (‘Quickscan Wet natuurbescherming Over de IJssel te Ulft, Econsultancy, 20 juli 2022). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. In het onderzoek is ingegaan op effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten. In de onderstaande paragrafen zijn de bevindingen toegelicht. 4.5.2.1 Gebiedsbescherming Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd natuurgebied (Natura-2000 of Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingsruimte. Het meest nabijgelegen Natura-2000 gebied is het gebied de Rijntakken op circa 16 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Externe effecten zoals toenamen van geluid, trilling of licht als gevolg van de voorgenomen plannen zijn niet te verwachten.

Een toename in stikstofdepositie kan op grotere afstand een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Een transformatorstation stoot echter geen stikstof uit (is onbemand) en het aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase neemt niet toe vanwege het vergroten van het transformatorvermogen. Hierdoor wordt op voorhand uitgesloten dat er in de gebruiksfase sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator voor de gebruiksfase kan derhalve achterwege blijven.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

17/32

Omgevingsaspecten

Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. Zodoende zijn hier berekeningen voor uitgevoerd (Qirion, 28 februari 2023, zie bijlage 4). De geschatte doorlooptijd van het project is 7 maanden. Uit de berekening volgt dat er geen natuurgebieden zijn met een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Voor het aspect stikstofdepositie is geen vergunning of VVGB voor de Wnb gebiedenbescherming benodigd. Er kan worden geconcludeerd dat de gebiedsbescherming geen belemmering oplevert voor de uitvoering van het plan. 4.5.2.2 Soortenbescherming Uit de quickscan is naar voren gekomen dat er geen vervolgonderzoek nodig is naar de aanwezigheid van beschermde planten- of dieren. Wel gelden er vanuit de zorgplicht aandachtspunten voor de uitvoering van de werkzaamheden. Algemene broedvogels Ten aanzien van de algemene broedvogels is overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen wanneer opgaande vegetatie wordt verwijderd buiten het broedseizoen. Wanneer dit niet mogelijk blijkt zal voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelinspectie moeten plaatsvinden.

Kleine marterachtigen Het verwijderen van groen uit de bosschage langs de noordwest- en noordoostzijde van de onderzoekslocatie leidt mogelijk tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de kleine marterachtigen wezel, bunzing en hermelijn. Ook bij graafwerkzaamheden in deze bosschage kan overtreding van de Wet natuurbescherming niet uitgesloten worden. Als deze werkzaamheden op dit deel van het terrein noodzakelijk blijken zal aanvullend onderzoek naar de functie van deze groenstrook voor kleine marterachtigen uitgevoerd moeten worden. Op basis van dit onderzoek kan worden vastgesteld of een ontheffingsaanvraag aan de orde is. Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën Voor de op de onderzoekslocatie aanwezige algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën is de zorgplicht van toepassing. In het kader van de zorgplicht zijn redelijkerwijs geen speciale maatregelen te treffen. Houtopstanden De bosschage op de onderzoekslocatie valt onder de definitie houtopstanden zoals bedoeld in artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming. Wanneer bomen of struiken die deel uitmaken van deze bosschage verwijderd worden zal een kapmelding ingediend moeten worden bij de provincie Gelderland. Bij herbeplanting van dezelfde grond binnen drie jaar na de kapwerkzaamheden is geen ontheffing nodig. 4.5.3 Conclusie Er zijn geen effecten op beschermde natuurgebieden.

Uit de bureaustudie en biotooptoets komt naar voren dat er geen vervolgonderzoek nodig is, mits rekening wordt gehouden met de genoemde aandachtspunten. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.6

Verkeer en parkeren

Het plangebied ligt aan de Over de IJssel. De bestaande aansluiting op de weg zal worden benut voor de ontsluiting van het terrein. Het transformatorstation is onbemand. Er komen alleen af en toe medewerkers in verband met controle en onderhoud (enkele keren per maand). Vanwege de capaciteitsuitbreiding van het transformatorvermogen is er geen extra verkeer. Er zijn geen gevolgen voor de verkeerssituatie.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

18/32

Omgevingsaspecten

Op het terrein is voldoende ruimte voor het parkeren bij onderhoudswerkzaamheden. Het plan leidt niet tot een wijziging in de verkeersaantrekkende werking of in de parkeerbehoefte. Er is geen onderzoek nodig. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

4.7

Bedrijven en Milieuzonering

4.7.1 Inleiding De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van de leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk en gemengd gebied. Een rustige woonwijk is een woonwijk, die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.

Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid en gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren tot een omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Milieucategorie 1 2

Richtafstand (rustige woonwijk 10 m 30 m

Richtafstand (gemengd gebied 0m 10 m

3.1 3.2

50 m 100 m

30 m 50 m

4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering is een stappenplan omschreven voor de toetsing van het aspect geluid. Hieronder zijn de stappen beschreven. Stap 1 Indien de richtafstand voor de gewenste bedrijfscategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven en is het plan inpasbaar geacht. Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is, is het nodig om de geluidbelasting te berekenen. Hiervoor gelden de volgende grenswaarden:

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

19/32

Omgevingsaspecten

• Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' van maximaal: o 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'gemengd gebied' van maximaal: o 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Stap 3 Indien ‘stap 2’ niet toereikend is: • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype rustige woonwijk van maximaal: o 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau; o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking en: Het bevoegd gezag dient te motiveren waarom het deze geluidbelasting in deze concrete situatie acceptbel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbronnen moet worden betrokken. Stap 4 Indien 'stap 3' niet toereikend is, is in de VNG-uitgave nog een stap 4 beschreven. In voorliggend rapport wordt hier vooralsnog niet verder op ingegaan.

4.7.2 Betekenis voor het plan Het plangebied ligt in het buitengebied met enkele woonfuncties in de omgeving. De dichtstbijzijnde woning is de woning aan de Over de IJssel 1 op ca. 28 meter van de grens van het plangebied (zie afbeelding 8) en op 60 m vanaf de bebouwing op het terrein van het station. Het omgevingstype is te kwalificeren als rustig buitengebied (rustige woonwijk). Met een opgesteld vermogen van 292 MVA is sprake van een transformatorstation van milieucategorie 4.2 (elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen van 200 t/m 1.000 MVA) (zie Tabel 2). Voor milieucategorie 4.2 geldt een indicatieve afstand van 300 meter in het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. De woning Over de IJssel 1 is de dichtstbij gelegen woning binnen deze richtafstand. Overige (bedrijfs)woningen zijn op grotere afstand gelegen. Er is voor het plan een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn beschreven in onderstaande par. 4.7.3. hieronder.

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

20/32

Omgevingsaspecten

afbeelding 8: afstand tot dichtstbijzijnde woning rond het transformatorstation Ulft

Tabel 2: milieucategorie van een elektriciteitsdistributiebedrijf (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

4.7.3 Akoestisch onderzoek Voor de beoordeling van de geluidbelastingen op de omgeving is door Peutz een akoestisch onderzoek uitgevoerd (‘Akoestisch onderzoek 150/10/20 kV station Ulft’, d.d. 25 augustus 2023). Het rapport is opgenomen als bijlage 5. Dit onderzoek is geactualiseerd ten opzichte van het onderzoek dat bij het ontwerp bestemmingsplan was opgenomen. In de Nota ambtshalve wijzigingen (zie bijlage 7) is toegelicht waarom het onderzoek is geactualiseerd. Hieronder is ingegaan op de resultaten en conclusie van het actuele akoestisch onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de woning Over de IJssel 1 niet wordt voldaan aan de richtwaarde voor een 'rustige woonwijk' (45, 40, 35 dB(A) in resp. de dag, avond en nacht). Er wordt niet voldaan aan stap 2. Daarom is getoetst aan de grenswaarden uit stap 3 voor het gebiedstype rustige woonwijk (50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag, de avond en de nacht). Hier wordt wel aan voldaan. Bij de overige woningen in de omgeving wordt overigens wel (ruimschoots) aan de richtwaarden uit stap 2 voldaan. De motivatie waarom deze geluidbelasting in deze situatie acceptabel wordt geacht, is gelegen in het feit dat er sprake is van een groot maatschappelijk belang, namelijk het voorzien in de groeiende behoefte aan nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnetwerk en de groei van duur-

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

21/32

Omgevingsaspecten

zame energie opwekking (zon, wind). Daar komt bij dat voor de huidige inrichting onder het Activiteitenbesluit al een geluidbelasting van 50 dB(A) is toegestaan en dit beoordelingsniveau ook in de aangevraagde situatie niet wordt overschreden. Na realisatie van de geplande wijzigingen zal de geluidbelasting met 1 à 2 dB toenemen (afhankelijk van de bedrijfssituatie, zie akoestisch onderzoek). Een dergelijke toename kan als zeer gering / nagenoeg verwaarloosbaar worden aangemerkt. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat slechts bij één woning sprake is van een geluidbelasting hoger dan 40 dB(A). Bij de overige woningen wordt ruimschoots voldaan aan de richtwaarde volgens 'stap 2' (45 dB(A)) en zelfs aan de richtwaarde voor een 'landelijk gebied' (40 dB(A)). Aanvullend is op te merken dat in dit onderzoek is uitgegaan van de maximaal mogelijke bedrijfssituatie voor wat betreft de elektrische belasting van de transformatoren. In de praktijk zal doorgaans de belasting in de nacht enigszins lager zijn dan overdag en 's avonds waarmee ook de geluidbelasting in de nacht vaak enigszins lager zal zijn dan in dit onderzoek is berekend. Cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbronnen is niet aan de orde omdat wegverkeerslawaai op de maatgevende woning geen rol speelt.

Zodoende wordt het acceptabel bevonden dat wordt getoetst aan stap 3 en is gemotiveerd sprake van een uit akoestisch oogpunt planologisch inpasbare situatie. 4.7.4 Conclusie Vanuit milieuzonering is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

4.8

Geluid

De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Het maximaal gelijktijdig in te schakelen vermogen in de buitenlucht op het transformatorstation is in de toekomstige situatie meer dan 200 MVA. Hiermee geldt voor het transformatorstation een zoneringsplicht in het kader van de Wet geluidhinder. Rondom het terrein van het transformatorstation zal daarom in dit bestemmingsplan een geluidzone moeten worden vastgesteld. 4.8.1 Akoestisch onderzoek Er is door Peutz een akoestisch onderzoek uitgevoerd (‘Akoestisch onderzoek 150/10/20 kV station Ulft’, d.d. 25 augustus 2023). Het rapport is opgenomen als bijlage 5. In paragraaf 4.7.2 is al ingegaan op de geluidbelastingen op de meest nabijgelegen woning en de inpasbaarheid van het plan. Het akoestisch onderzoek is geactualiseerd ten opzichte van het onderzoek dat bij het ontwerp bestemmingsplan was opgenomen. In de Nota ambtshalve wijzigingen (zie bijlage 7) is toegelicht waarom het onderzoek is geactualiseerd. In onderstaande paragraaf is ingegaan op de op te nemen geluidzone. Deze is gewijzigd ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan.

4.8.1.1 Op te nemen geluidzone Rondom het terrein van het transformatorstation wordt een contour gelegd waarbuiten de geluidbelasting vanwege het transformatorstation niet meer mag bedragen dan 50 dB(A). Het terrein tussen de contour (de zonegrens) en het industrieterrein geldt als zone. Omdat de Wet geluidhinder geen rekening houdt met het karakter van het geluid en bij transformatorstations sprake is van tonaal geluid, is in het bepalen van de geluidzone een extra toeslag van 5dB(A) toegepast. De nieuwe geluidzone is zodoende inclusief toeslag voor tonaal karakter. In afbeelding 9 is de voorgestelde zonegrens getoond. De voorgestelde zonegrens is gebaseerd op de in het akoestisch onderzoek berekende 45 dB(A) etmaalwaarde contour waarbij abrupte overgangen uit de contour zijn. Binnen de geluidzone zijn geen woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen gelegen (De woning Over de IJssel 1 ligt net buiten de contour).

Bestemmingsplan Transformatorstation Ulft, Vastgesteld

22/32

Omgevingsaspecten

Het vaststellen van de voorgestelde geluidzone zorgt op grond hiervan geen overwegende bezwaren van geluidstechnische aard. De geluidzone is op de verbeelding opgenomen middels de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’. Zone beheer Het zonebeheer van de geluid is eenvoudig, aangezien het gaat om één inrichting waar de geluidzone voor is opgenomen, namelijk het transformatorstation. De gemeente toetst bij vergunningsaanvragen van Liander of wordt voldaan aan de geluidsruimte binnen de zone. Het is aan Liander om bij een vergunningsaanvraag aan te tonen dat hier aan wordt voldaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4596/documents/28123