BP Heelweg Oost, locatie Molenweg_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Activiteitenbesluit milieubeheer In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Vuurwerkbesluit Dit besluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk.
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal.
Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Structuurvisie buisleidingen van belang. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen. Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
31
gevaarlijke stoffen. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico’s voor omwonenden mogen zijn. Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden. Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld.
In de wetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen. De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde.
Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht.
Toetsing van de ontwikkeling Een woning is een kwetsbare object. In de omgeving zijn volgens de Risicokaart Nederland echter geen risicobronnen aanwezig, waarvan de risicocontour over de nieuwe woningen ligt.
32
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
Uitsnede Risicokaart Nederland (zwarte lijnen zijn de afstanden tot de bronnen)
Defensie pijplijn organisatie (DPO-leiding) Op circa 200 meter is een DPO-leiding van defensie gelegen. Door dergelijke leidingen worden brandbare vloeistoffen getransporteerd en kunnen een maximaal invloedsgebied van 30 meter hebben. De afstand tot het plangebied is groter dan deze 30 meter en is daarmee niet relevant voor het beoogde plan. Basisnetroute A18: wegvak G22 Op circa 900 meter is de A18 gelegen. De A18 is aangewezen als basisnetroute en valt daarmee onder het Bevt en de Regeling Basisnet. Conform de Regeling Basisnet en de Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten worden er brandbare gassen (stofcategorie GF3) en brandbare vloeistoffen (stofcategorie LF1 en LF2) over deze weg getransporteerd. GF3 heeft het grootste invloedsgebied, namelijk 355 meter. Dit invloedsgebied reikt niet over het plangebied en is daarmee niet relevant. Inrichting Heusinkveld Op circa 900 meter is de inrichting Heusinkveld gelegen. Op deze inrichting zijn een tweetal bovengrondse propaantanks gelegen. Deze propaantanks hebben een vaste veiligheidsafstand van 20 meter. Deze veiligheidsafstand reikt niet tot het plangebied en is daarmee niet relevant voor het beoogde plan. Overige risicobronnen Alle overige risicobronnen liggen op grotere afstand dan de eerder genoemde risicobronnen. Deze vormen dan ook geen belemmeringen voor het beoogde plan.
Externe veiligheid vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
33
4.8
Waterhuishouding
Bij nieuwe projecten moet worden onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Het project ligt in het werkgebied van waterschap Rijn en IJssel. Op hoger schaalniveau zijn met name het Nationaal Waterplan en de Europese Kaderrichtlijn Water van belang, het waterschap heeft haar beleid vastgelegd in het Waterbeheerplan 2022-2027. Belangrijkste uitgangspunt bij deze documenten is deze volgorde te hanteren: vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). De gemeente Oude IJsselstreek en het Waterschap Rijn en IJssel hebben een gemeentelijk waterplan opgesteld. In dit waterplan wordt een integrale visie gegeven op water in Oude IJsselstreek. Deze visie geeft een doorkijk naar de middellange termijn (circa 10 jaar) en de lange termijn (2030). Aan de visie is een uitvoeringsprogramma gekoppeld voor de korte termijn (5 jaar). Het waterplan biedt handvatten voor het opstellen van ruimtelijke plannen, voor de afstemming met rioolbeheer en geeft zo inzicht in de mogelijkheden om te komen tot een duurzaam watersysteem binnen de gemeente. Er wordt gestreefd naar een gezond, veerkrachtig, kwalitatief goed, aantrekkelijk en op de toekomst berekend watersysteem en waterketen.
Naast het gemeentelijk waterplan geldt ook het gemeentelijke rioleringsplan. In het rioleringsplan wordt de ambitie uitgesproken dat bij nieuwbouw de gemeente Oude IJsselstreek wil verplichten om vuilwater en hemelwater gescheiden aan te bieden.
Toetsing van de ontwikkeling Voor de beoogde ontwikkeling is het effect op de waterhuishouding beoordeeld aan de hand van de digitale watertoets van het waterschap Rijn en IJssel. Zie voor de uitkomst van de digitale watertoets Bijlage 7. Uitkomst is dat de normale procedure doorlopen moet worden vanwege klimaatadaptatie en grondwaterbeheer (er liggen geen te beschermen watersystemen in of rondom het plangebied).
Bij het invullen van de digitale watertoets zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Er is nog niet bekend of het verschil tussen de hoogte van de weg en de bovenzijde van de begane-grondvloer minder dan 30 centimeter gaat bedragen. Zekerheidshalve is ingevuld dat dit minder dan 30 cm zal zijn. De Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) in de huidige situatie is 0,2 - 0,4 m onder maaiveld. Uitgaande van minder dan 30 cm (zie vorige punt) zal het verschil tussen GHG en bovenzijde van de begane-grondvloer kleiner zijn dan 100 cm. Bij het bepalen van de toename van het verharde oppervlak van bebouwing en bestrating is uitgegaan van:
34
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
Afvalwater Het afvalwater wordt ingezameld via het bestaande rioolstelsel. De toekomstige bewoners moeten zorg dragen voor de aanleg en aansluiting hierop.
Hemelwater De afvoer van het hemelwater gaat niet via het riool, dit water moet geïnfiltreerd worden per woning. Daarbij is het uitgangspunt dat 10% van het bruto oppervlakte van de locatie beschikbaar moet zijn voor waterinfiltratie (conform: Gemeentelijk Rioleringsplan Oude IJsselstreek 2017-2020). De onbebouwde en onverharde delen zijn dermate groot dat infiltratie in de tuinen voldoende is voor de berging van het hemelwater, waarbij ruimschoots wordt voldaan aan de gemeentelijke norm van 10%. De planontwikkeling is ook ingevoerd in de compensatieberekening van het Waterschap Rijn en IJssel, zie hieronder de uitkomsten. Hierbij zijn de standaard invoergegevens gehanteerd.
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
35
Tabel berekening hemelwatercompensatie
De waterbergingsopgave is als volgt uitgewerkt (de ligging van de wadi's is zichtbaar op de inrichtingstekening in bijlage 1):
36
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
Op grond van bovenstaande voorwaarden vormt de waterhuishouding geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.9
Ecologie
Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in standhouden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.
Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.
Toetsing van de ontwikkeling
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
37
Vanwege de beoogde ontwikkeling is door Eelerwoude een ecologische quickscan uitgevoerd (rapportnummer 202153, versie 1, 12 november 2021, zie Bijlage 8). Op basis van de resultaten uit de quickscan natuurtoets wordt het volgende geconcludeerd: De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Broedvogels binnen het plangebied worden niet verwacht doordat opgaande beplanting ontbreekt. Rondom beide percelen zouden wel nesten aanwezig kunnen zijn in de omliggende Spaanse aken, sneeuwbessen en zomereiken.
Het uitvoeren van werkzaamheden binnen het broedseizoen is mogelijk omdat deze omliggende beplanting gehandhaafd blijft. Bescherming gebieden De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een verdere toetsing op grond van de Wet natuurbescherming voor andere zaken dan stikstof- of ammoniakdepositie wordt daarom niet noodzakelijk geacht voor Natura 2000-gebieden. In de wet stikstofreductie en natuurherstel, die op 1 juli 2021 in werking is getreden, zijn tijdelijke stikstofdeposities vrijgesteld van vergunningplicht. Het is hierom niet noodzakelijk om een stikstofberekening uit te voeren voor het bouwrijp maken van de percelen en de bouw van de woningen.
Deze vrijstelling geldt niet voor permanente projecten zoals het gebruik van een woning/bedrijf en de bijbehorende verkeersbewegingen. Een significante stikstofdepositie wordt echter niet verwacht. De woningen worden conform wetgeving gasloos gebouwd, hiernaast gaan de rijbewegingen van de woningen vrijwel direct op in het heersende verkeersbeeld. Ook is de geplande ontwikkeling klein in relatie tot een zeer grote afstand tot omliggende Natura 2000-gebieden. De afstand ten opzichte van het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied (Korenburgerveen) bedraagt circa 11 kilometer.
Zekerheidshalve is een Aerius-berekening uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase (zie Bijlage 9 en Bijlage 10).
Aanlegfase: voor het bepalen van de emissie tijdens de aanlegfase is gebruikt gemaakt van de 'Handreiking woningbouw en AERIUS' (januari 2020). Hierin is per woning (mobiele werktuigen en transportbewegingen) een emissie van 3kg NOx aangegeven. Gebruiksfase: de woningen worden conform wetgeving gasloos gebouwd. Voor de Aerius-berekening is daarom alleen de toename van wegverkeer opgevoerd. Daarbij zijn de uitgangspunten gehanteerd voor het berekenen van de luchtkwaliteit (zie paragraaf 4.5). Het jaartotaal lichte motorvoertuigen bedraagt 58 x 365 x 99% = 20.958. Het jaartotaal zware motorvoertuigen bedraagt 58 x 365 x 1% = 212. De maximale verkeersbewegingen zijn gelijk over beide rijrichtingen verdeeld (ingetekend vanaf de aansluiting op de Molenweg). Hierbij is gebruikt gemaakt van onderstaande uitgangspunten uit de 'Checklist aanvraagvereisten vergunningaanvragen stikstof' van de provincie Gelderland.
38
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
Uitkomst van de berekeningen is dat er geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden zijn. Een verdere toetsing op grond van de Wet natuurbescherming wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Bescherming houtopstanden Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
Gelders Natuurnetwerk Het plangebied en de directe omgeving maken geen onderdeel uit van het GNN of de GO (provincie Gelderland, 2020). Met de voorgenomen werkzaamheden worden derhalve geen negatieve effecten verwacht op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN. Een toetsing aan het GNN-beleid wordt daarom niet noodzakelijk geacht.
Op grond van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat ecologie geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
39
4.10 Archeologie & cultuurhistorie Op grond van het Verdrag van Malta en de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het plangebied. De gemeente Oude IJsselstreek heeft een archeologische beleidskaart vastgesteld (2014) . Wanneer het plan is gesitueerd in een gebied dat op de waardenkaart met archeologische verwachting, hoge verwachting of hoge waarde staat aangeduid, dient de initiatiefnemer een archeologisch onderzoeksrapport te overleggen waaruit blijkt of er al dan niet sprake is van archeologische waarden die worden bedreigd.
Toetsing van de ontwikkeling Binnen het plangebied zijn geen gemeentelijke of rijksmonumenten aanwezig. De locatie ligt in een gebied met een lage archeologische verwachting (categorie 7, lichtgroen in onderstaande afbeelding). Over het plangebied ligt in het geldende bestemmingsplan geen dubbelbestemming voor archeologie. Op grond hiervan is geen verder onderzoek noodzakelijk.
Uitsnede archeologische verwachtingenkaart
Cultuurhistorie en archeologie vormen hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Indien tijdens werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet een meldingsplicht.
4.11 Verkeer en parkeren Om zo goed mogelijk in het aantal benodigde parkeerplaatsen te voorzien heeft de gemeente Oude IJsselstreek een eenduidig parkeerbeleid opgesteld: Beleidskader Parkeren. Voor de parkeernormen wordt verwezen naar het gemeentelijke verkeer- en vervoerplan (GVVP). 40
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
Toetsing van de ontwikkeling De woningen worden ontsloten via de Molenweg. Binnen het plangebied komen voldoende parkeerplaatsen voor alle woningen. In het geval van zes betaalbare woningen (beoogd voor starters) in de goedkope prijsklasse en de overige twee woningen in de dure prijsklasse gaat het om 15 benodigde parkeerplaatsen. Dit totaal is berekend op basis van de geldende parkeernormen zoals opgenomen in het Gemeentelijk Verkeer- en vervoerplan 2012-2020. De parkeernormen op deze locatie zijn als volgt:
Parkeernorm
Woningen dure prijsklasse
Woningen goedkope prijsklasse
2,2
1,7
Het totaal aantal benodigde parkeerplaatsen (2 x 2,2 + 6 x 1,7 = 15 afgerond naar boven) wordt deels via parkeren op eigen percelen (14 parkeerplaatsen) en deels via parkeervoorzieningen binnen het aansluitende openbare gebied opgelost (2 parkeerplaatsen in de nieuwe verkeerslus). De parkeerplaatsen zijn minimaal 2,5 meter breed en 5 meter diep. De ligging van de parkeerplaatsen is in onderstaande afbeelding aangegeven.
Situering nieuwe parkeerplaatsen (parkeren op eigen terrein met driehoeken aangegeven)
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
41
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1
Algemeen
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding vormen het juridisch bindende deel, terwijl de toelichting geen juridische binding heeft, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. In deze paragraaf worden de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de landelijke standaard (SVBP2012). Hieronder wordt de opbouw en dergelijke van de regels kort toegelicht.
5.2
Inleidende regels
Begrippen (artikel 1) In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn.
Wijze van meten (artikel 2) Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
42
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
5.3 5.3.1
Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen
Bestemmingsomschrijving Bevat de omschrijving van de doeleinden die met de bestemming aan de grond worden toegekend. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies zoals bedrijven, wonen, centrum etc. De aard van de toegelaten inrichtingen van gronden (bouwwerken en werken, geen bouwwerken zijnde) vloeit dan voort uit de toegelaten functies.
Bouwregels In de bouwregels worden voor alle hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de van toepassing zijnde bouwregels gesteld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding.
Afwijken van de bouwregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde bouwregels.
Specifieke gebruiksregels In dit onderdeel kan worden aangegeven welke vormen van gebruik men in ieder geval strijdig acht met de bestemming. Het is niet de bedoeling alle mogelijke strijdig gebruiksvormen te noemen, maar alleen die, waarvan het niet op voorhand duidelijk is dat deze in strijd zijn met de bestemming. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling op de doeleindenomschrijving.
Afwijken van de gebruiksregels In deze bepaling zijn afwijkingsbevoegdheden toegekend aan het bevoegd gezag ten aanzien van bepaalde gebruiksregels.
5.3.2
Bestemmingen
Hieronder volgt in het kort een beschrijving van de gebruikte bestemmingen.
Tuin (artikel 3) Voortuinen (en in principe ook de naar de weg gekeerde zijtuinen) worden bestemd als tuin; in tuinen mogen namelijk geen bijbehorende bouwwerken worden gebouwd.
Verkeer - Verblijfsgebied (artikel 4) De openbare gebieden met een verblijfsfunctie zijn bestemd tot 'Verkeer - Verblijfsgebied', zodat het openbaar gebied flexibel kan worden ingericht met groen, parkeerplaatsen, speeltuintjes en andere binnen deze bestemming passende functies. Binnen de eerder genoemde bestemmingen zijn ook waterpartijen (zoals sloten, vijvers en watergangen toegestaan.
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
43
Wonen (artikel 5) De nieuwe woningen hebben een bestemming 'Wonen' gekregen. Voor de bebouwingsmogelijkheden wordt een onderscheid gemaakt in het hoofdgebouw van de woning, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Woningen zijn alleen mogelijk binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Bijbehorende bouwwerken mogen ook buiten het bouwvlak worden gebouwd. Binnen de bestemming is door middel van aanduidingen aangegeven hoeveel woningen per bouwvlak zijn toegestaan en in welke vorm (vrijstaand, rijwoningen etc.). De toegestane goot- en bouwhoogte van de woningen zijn op de verbeelding opgenomen. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen, is een maximale maatvoering opgenomen. Hierbij is bepaald dat erfafscheidingen in het achtererfgebied tot een hoogte van 2 meter mogen worden opgericht. Voor de voorgevel mogen erfafscheidingen tot maximaal 1 meter hoogte worden opgericht. Omdat de vrijstaande woning aan de zijde van de Molenweg pas gerealiseerd kan worden als er voldoende afstand is tot de nabij gelegen boerderij, is voor de realisatie van deze woning een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een bouwvlak met bijbehorende goot- en bouwhoogte toe te kunnen voegen. De overige relevante voorwaarden zijn opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid.
Voor één van de woningen is via een specifieke aanduiding 'kangoeroewoning' de mogelijkheid geboden om twee wooneenheden binnen één hoofdgebouw te realiseren. Doel is een meergeneratiewoning, waarbij één hoofdwoning en één afhankelijke woonruimte is toegestaan met een gezamenlijke voordeur/entree. De hoofdwoning en de afhankelijke woning zijn onderling met elkaar verbonden ten behoeve van het verlenen van (mantel)zorg, waarbij er sprake is van een duurzame familiaire en/of sociale relatie tussen de hoofdbewoner(s) en de bewoner(s) van de afhankelijke woonruimte. De afhankelijke woonruimte: wordt slechts gebruikt voor de huisvesting van één huishouden, van maximaal twee personen; is niet bedoeld voor gebruik als zelfstandige wooneenheid; is onderdeel van het hoofdgebouw en vormt met het hoofdgebouw één erf omtrent vergunningvrije bebouwing zoals benoemd in bijlage II Besluit omgevingsrecht (Bor).
5.4
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling (artikel 6) Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
Algemene bouwregels (artikel 7) Deze bepaling bevat algemene regels omtrent de bestaande situatie.
Algemene gebruiksregels (artikel 8) Deze bepaling bevat de vormen van gebruik, die in ieder geval strijdig zijn met de regels van het bestemmingsplan. In dit artikel is tevens een regeling voor parkeren opgenomen. Indien op grond van dit bestemmingsplan wordt gebouwd dan wel het gebruik wordt gewijzigd, dient voorzien te worden in voldoende 44
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
parkeergelegenheid op eigen terrein.
Algemene afwijkingsregels (9) In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan door middel van een omgevingsvergunning afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven.
5.5
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht (artikel 10) Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bouwregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan, mag eveneens worden voortgezet.
Slotregel (artikel 11) Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
45
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd.
De beoogde ontwikkeling is een bouwplan als bepaald in de wet. Bij de verdere planontwikkeling zal er daarom een anterieure overeenkomst gesloten worden tussen de ontwikkelende partij en de gemeente, waarmee anderszins in het kostenverhaal wordt voorzien. In de overeenkomst worden ook afspraken gemaakt over eventuele planschade.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij ruimtelijke procedures is wettelijk vastgelegd welke stappen doorlopen moeten worden. (zie Hoofdstuk 7). Naast de wettelijke procedure zijn de plannen besproken met de direct omwonenden. Een verslag hiervan is aan de gemeente gestuurd.
46
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
Hoofdstuk 7 Procedure 7.1
Overleg
Conform ex artikel 3.1.1. van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Uit paragraaf 4.8 Waterhuishouding volgt dat er nadere belangen van het waterschap in het geding zijn. De provincie Gelderland heeft aangegeven (via e-mailcorrespondentie) dat deze ontwikkeling een aantal provinciale belangen raakt, namelijk: woningbouwbeleid (kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek), klimaatadaptatie (voorkomen/beperken risico’s klimaatverandering) en landschappelijke inpassing. Deze belangen zijn meegenomen in het plan en zijn beschreven in paragraaf 3.2 Provinciaal beleid, 4.8 Waterhuishouding, 3.4.6 Oude IJsselstreek Klimaatbestendig - Klimaatagenda 2022 -2026 en 2.2 Toekomstige situatie.
7.2
Ontwerpfase
Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken voor zienswijzen ter inzage gelegd. De terinzagelegging wordt bekend gemaakt in het Gemeenteblad. Eventuele zienswijzen worden door de gemeente van een reactie voorzien en bij de (al dan niet gewijzigde) vaststelling van het bestemmingsplan betrokken.
7.3
Vaststellingsfase
Na de termijn van terinzagelegging beslist de gemeenteraad beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn van zes weken treedt, indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking.
bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)
47
Colofon Dit is een uitgave van: Pardal – specialist in ruimtelijk-juridische processen www.pardal.nl © Oktober 2023, Pardal