CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Heelweg Oost, locatie Molenweg_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 23 november 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan ‘Heelweg Oost, locatie Molenweg’13.145 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Toelichting bestemmingsplan

Heelweg Oost, locatie Molenweg IMRO-idn: NL.IMRO.1509.000203Status: vastgesteld Publicatieversie: VA01

Inhoudsopgave Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

5 5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

8 8 10

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

15 15 17 18 20

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geurhinder veehouderij 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie & cultuurhistorie 4.11 Verkeer en parkeren

25 25 26 27 28 29 30 31 34 37 40 40

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Algemeen 5.2 Inleidende regels 5.3 Bestemmingsregels 5.4 Algemene regels 5.5 Overgangs- en slotregels

42 42 42 43 44 45

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

46 46 46

Hoofdstuk 7 Procedure 7.1 Overleg 7.2 Ontwerpfase

47 47 47

2

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

7.3

Vaststellingsfase

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

47

3

Toelichting

4

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Voor een perceel aan de Molenweg in Heelweg Oost is een plan ontwikkeld voor een achttal woningen (zes betaalbare woningen beoogd voor starters en twee vrijstaande woningen). Dit woningbouwinitiatief is voortgekomen uit het traject ‘kleine kernen’ dat de gemeente Oude IJsselstreek in 2019 is gestart in samenwerking met Heelwegs Belang. Het doel van dit traject is om de leefbaarheid in Heelweg te behouden, inzicht te krijgen in de woonbehoefte en te komen tot concrete woningbouwinitiatieven.

Binnen de regels van het geldende bestemmingsplan is het niet toegestaan om de beoogde woningbouw te realiseren. Daarom dient het bestemmingsplan voor deze locatie te worden herzien. Voorliggend document is de plantoelichting van deze herziening van het bestemmingsplan.

1.2

Ligging plangebied

De locatie ligt aan de noordzijde van de kern Heelweg Oost in de gemeente Oude IJsselstreek (plangebied is in onderstaande afbeeldingen in rood aangegeven). Heelweg Oost ligt ten noordoosten van Varsseveld, hier tussenin loopt de Twenteroute.

Globale situering plangebied (in rood in het midden)

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

5

Situering plangebied (in rood)

Het plangebied betreft het oostelijk deel van kadastraal perceel Varsseveld-H-3109 en is circa 4.450 m2 groot.

1.3

Geldende plannen

Voor de locaties geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' (vastgesteld op 28 juni 2018). In dit bestemmingsplan is aan de locatie de bestemming Agrarisch toegekend. Op basis hiervan is gebruik ten behoeve van agrarische doeleinden toegestaan. Er zijn in het bestemmingsplan geen andere dubbelbestemmingen, gebieds-, functie- of bouwaanduidingen van toepassing.

6

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

Afbeelding met geldende bestemmingen (plangebied is rood omlijnd)

1.4

Leeswijzer

Een bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting (voorliggend document) waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hoofdstuk 2 van deze toelichting bevat de beschrijving van de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de geldende beleidskaders van de verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. Hoe het plan is vertaald naar een verbeelding en regels is opgenomen in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarna wordt afgesloten met een beschrijving van de procedure die wordt doorlopen in hoofdstuk 7.

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1

Huidige situatie

De bebouwing in Heelweg Oost heeft zich met name ontwikkeld langs de Molenweg en de Bosboombroekerweg. Aan de Bosboombroekerweg wisselen kleinschalige historische en meer recente bebouwing elkaar af. Aan de Molenweg staat meer recente woonbebouwing en het buurtschapshuis Heelweg met te noorden daarvan de bijbehorende parkeerplaats. Schuin tegenover deze parkeerplaats ligt een autogarage die de laatste bebouwing vormt richting het buitengebied.

Foto plangebied met op de achtergrond de autogarage aan de Molenweg (bron: Eelerwoude)

De omgeving van Heelweg Oost bestaat grotendeels uit een vrij kleinschalig landschap waarbij veel kleine landschapselementen aanwezig zijn. Deze landschapselementen bestaan grotendeels uit bomenrijen van zomereik en knotwilgen met hier en daar een kleine bosschage. Het plangebied zelf bestaat geheel uit intensief beheerd grasland.

8

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

Luchtfoto 2023 met in rood het plangebied

Ter hoogte van het plangebied (op onderstaande afbeelding het grasland aan de rechterzijde) staan langs de Molenweg enkele bomen (es, zwarte els en zomereik).

Foto bestaande situatie gezien vanaf de noordzijde (bron: Google Streetview juni 2022)

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

9

2.2

Toekomstige situatie

Voor de locatie is een plan ontwikkeld voor acht woningen. Aan de noordzijde komen twee vrijstaande woningen, aan de zuidzijde twee blokken met elk drie betaalbare woningen beoogd voor starters. Op onderstaande afbeelding is de nieuwe indeling van het plangebied zichtbaar. Een grotere versie van de inrichtingstekening is opgenomen in Bijlage 1.

Afbeelding nieuwe planinrichting

Het bord van de bebouwde kom dat nu ter hoogte van de parkeerplaats voor het buurtschapshuis staat langs de Molenweg, wordt circa 100 meter noordelijker verplaatst (ongeveer ter hoogte van de noordkant van het plangebied). De ontsluiting van de woning ligt daarna verkeerstechnisch in de bebouwde kom.

Om tot een goede overgang van de bebouwing in de kern Heelweg Oost richting het buitengebied te komen, is er voor een boerenerfopzet gekozen. De vrijstaande woning aan de kant van de Molenweg krijgt de uitstraling van het hoofdgebouw, de overige woningen vormen de schuren. Door een sprong tussen de twee blokken met woningen aan de zuidkant wordt voorkomen dat het gezien wordt als één lang blok. De bebouwing wordt rond een centrale ruimte op het achtererf gesitueerd. Een knik in de rijbebouwing aan de zuidkant zorgt ook voor een knik in de toegangsweg die hierdoor wat beter bij de schaal past.

10

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

Schets zijkant betaalbare woningen beoogd voor starters (bron: Peter Kaster)

Schets voorzijde betaalbare woningen beoogd voor starters (bron: Peter Kaster) De betaalbare woningen beoogd voor starters zijn als kapschuur vormgegeven zodat ze goed aansluiten bij de gewenste boerenerfuitstraling. De maximale goothoogte van deze woningen wordt 6 meter, de maximale bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

11

bouwhoogte 9,5 meter. De bergingen van de middelste woningen zitten tussen de twee bouwblokken, zodat de bebouwing zoveel mogelijk wordt geclusterd.

Schets voorzijde vrijstaande woning 1 (bron: Peter Kaster) De vrijstaande woning (nummer 1 op de inrichtingstekening) richt zich op het buitengebied maar heeft een schuurachtige uitstraling die aansluit bij de rijwoningen. Het schuurkarakter wordt versterkt door een lage maximale goothoogte (4 meter) in verhouding tot de maximale bouwhoogte (10,5 meter).

12

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

Schets woning 2 (hoofdgebouw aan de kant van de Molenweg) Woning 2 aan de straatzijde vormt het hoofdvolume op het erf. De woning krijgt een open, representatieve gevel gericht op de straat. De haakse schuurachterbouw sluit qua materiaalgebruik aan op de overige bebouwing. De maximale goothoogte van deze woning is 4 meter, de maximale bouwhoogte bedraagt 10,5 meter.

Het parkeren vindt volledig binnen het plangebied plaats. De woningen krijgen allemaal minimaal één parkeerplaats op eigen terrein (bij de tussenliggende woningen bij de bergingen). Voor onder andere bezoekers komen er parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Voor zover de hemelwaterberging niet op eigen perceel plaats kan vinden, komen er aan de zuid- en westzijde wadi's binnen het plangebied.

Vanwege de ligging ten opzichte van het buitengebied is het wenselijk om de nieuwe woningen landschappelijk in te passen. Hiervoor is een erfinpassingsplan opgesteld (zie Bijlage 2). Bij het opstellen van het plan zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Behoud bestaande beplanting: In het plangebied zelf staat geen opgaande houtige beplanting. Met de ontsluiting van het perceel is rekening gehouden met de laanbomen langs de Molenweg. Streekeigen beplanting (inheems): Er wordt streekeigen beplanting gebruikt, zowel met betrekking tot de soorten en beplantingsvormen. Inheemse, streekeigen bomen zijn populier, zwarte els, es, zomereik, ‘iep’ en boswilg. Inheemse struweelbeplanting bestaat uit boswilg, vlier, meidoorn, sleedoorn, veldesdoorn, hondsroos, Gelderse roos, vuilboom, wilde lijsterbes. Streekeigen beplantingsvormen zijn hakhoutbosjes, struweelhagen, solitaire bomen, hakhoutsingels, knotbomen, hoogstam fruitboomgaarden en erfbosjes. Autochtoon plantmateriaal: Er wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van autochtoon plantmateriaal. De

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

13

leverancier kan dit aantonen d.m.v. een certificaat. Gebruik inheems plantmateriaal is van belang om bestaande beplanting zo zuiver mogelijk te houden (voorkomen hybridisatie). Opvang hemelwater: Hemelwater, afkomstig van bebouwing en verharding wordt naar een wadi geleidt, waar het kan inzijgen. Het erfinrichtingsplan voorziet in het aanbrengen van scheerhagen langs de noord- en oostzijde van het perceel. Ook langs de verharding in het plangebied worden twee scheerhagen aangelegd. Verspreid langs de rand van het perceel worden enkele knotbomen en solitaire loofbomen geplant. In de zuidwesthoek van het perceel, naast de wadi wordt een gemengde struweelhaag aangelegd, welke aansluit op een bestaande struweelhaag. Om de laanbeplanting langs de Molenweg te versterken, wordt een laanboom langs de wegzijde geplant. Concreet worden volgende maatregelen genomen: Aanplant solitaire loofbomen (5 stuks); Aanplant knotbomen (5 stuks); Aanplant scheerhaag (3 hagen); Aanplant gemende struweelhaag; Aanplant erfbosje (150m2). Op onderstaande afbeelding is het voorstel voor landschappelijke inpassing zichtbaar. Voor een grote versie en meer informatie over de inrichting en het beheer zie Bijlage 2.

14

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 3.1.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als structuurvisie. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft de landelijke overheid richting aan de grote opgaven, zoals het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050: Een klimaatbestendige delta, waarbij Nederland beschermd is tegen de negatieve gevolgen van klimaatverandering, waterveiligheid (ook voor de laaggelegen gebieden in het westen) gegarandeerd is en voldoende zoetwater beschikbaar is van goede kwaliteit; Duurzaam, concurrerend en circulair: een toekomstbestendige en volledig circulaire economie zonder vervuilende manieren van produceren en consumeren, met een uitstekend vestigingsklimaat en een hoge quality of life, met een zo goed mogelijke inpassing van duurzame energie in onze leefomgeving en slimme combinaties van functies zonder de risico's en milieunadelen te vergroten.

Een economie die veel maatschappelijke winst oplevert in termen van banen, innovatie en nieuwe bedrijvigheid en exportmogelijkheden; Kwaliteit van leven in stad en dorp: met een aantrekkelijke woon- en leefomgeving en een goede verbondenheid van stad en land. De ontwikkelingen zijn gericht op kwaliteit, met gecontroleerde en doordachte groei waar dat nodig is, waardoor diversiteit in wonen, een stedelijk netwerk, prettige woonmilieus, met rust en ruimte maar ook vitale en leefbare regio's ontstaan. Nabijheid en betrouwbare verbindingen: een uitstekende bereikbaarheid wordt met een goede en betrouwbare infrastructuur gegarandeerd, waarbij wordt ingespeeld op locatiekeuzes voor wonen en werken (nabijheid). De infrastructuur is onderdeel van een mobiliteitssysteem dat een meer divers patroon van mobiliteit veilig, robuust en duurzaam afhandelt. Luchthavens blijven belangrijk voor een sterk internationaal netwerk voor de lange afstanden. De uitdaging is om het vliegverkeer net als het goederenvervoer op een zo veilige, efficiënte en duurzame manier vorm te geven. Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk: een veilig en gezond leven voor iedereen staat voorop. De leefomgeving nodigt uit om te bewegen, elkaar te ontmoeten en te ontspannen.

Daarbij horen een goede milieukwaliteit, robuuste natuur, klimaatbestendigheid en voor iedereen goede toegang tot wonen, werken en voorzieningen. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.

Naar een ruimte voor klimaat adaptatie en energietransitie; Naar een duurzaam economisch groeipotentieel; Naar sterke en gezonde steden en regio's; Naar een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied;

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

15

Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit.

Toetsing van de ontwikkeling De NOVI gaat niet concreet in op kleinschalige lokale ontwikkelingen zoals de beoogde woningbouw. In het NOVI zijn geen belemmeringen benoemd ten aanzien van de planontwikkeling. In algemene zin draagt het project bij aan de kwaliteit van het leven in stad en land, doordat er betaalbare woningen beoogd voor starters worden gebouwd zodat jongeren in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

De basis van juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat onderwerpen die van rijksbelang zijn. Het gaat om onder andere de volgende nationale belangen: rijksvaarwegen, grote rivieren, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Het Barro is concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming. Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling heeft geen betrekking op de nationale belangen en is daarmee niet in strijd met het Barro.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' (hierna ook: Ladder) is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Volgens de nota van toelichting bij artikel 3.1.6, lid 2, aanhef en onder b, van het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande verstedelijkingsruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte.

Toetsing van de ontwikkeling Op basis van eerdere uitspraken van de Raad van State blijkt dat woningbouwplannen met minder dan 11 woningen, niet als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro worden aangemerkt. Een toets aan 16

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

de Ladder is daarom niet van toepassing.

3.2 3.2.1

Provinciaal beleid Algemeen

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn beide op 1 maart 2019 in werking getreden, waarbij de Omgevingsverordening sindsdien een aantal keren is geactualiseerd. De Omgevingsvisie en –verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer per jaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.2

Omgevingsvisie

De komende decennia komt er veel op Gelderland af: het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. De provincie zet in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Gezond en veilig; dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is ook voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En dat is ook aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend; dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen, alsmede het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden. Voor de provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden.

Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders.

Toetsing van de ontwikkeling

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

17

Het initiatief om nieuwbouwwoningen te ontwikkelen past binnen het provinciale beleid. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen om voldoende passend en duurzaam woningaanbod in de provincie te garanderen dat aansluit bij de wensen van de inwoners. Omdat er binnen de bebouwde kom van Heelweg-Oost geen ruimte meer beschikbaar is voor woningbouw, is gekozen voor een locatie aansluitend op de kern. Bij de inrichting van het gebied wordt vanwege de ligging extra aandacht besteed aan wateropvang, en landschappelijke inpassing. 3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening.

Toetsing van de ontwikkeling In de verordening (artikel 2.2.) wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Voor meer informatie over deze regionale woonagenda en de gemeentelijke uitwerking zie paragrafen 3.3.2 en 3.4.4. Hierin wordt onderbouwd dat de ontwikkeling binnen de betreffende kaders past. De ontwikkeling is geen nieuwe stedelijke ontwikkeling, waarvoor een Laddertoets doorlopen moet worden (zie paragraaf 3.1.3). In voorliggende toelichting is beschreven welke maatregelen worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken (artikel 2.65b van de omgevingsverordening). Aanvullend op de watertoets (zie paragraaf 4.8) is gekeken naar andere gevolgen door klimaatveranderingen. Hierbij is gebruik gemaakt van de Klimaatatlas Oude IJsselstreek. De uitkomst hiervan is opgenomen in paragraaf 3.4.6. Verder zijn er geen specifieke kaartlagen vanuit de verordening van toepassing voor de beoogde woningbouw.

3.3 3.3.1

Regionaal beleid Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030

De vorige regionale woonagenda (2015) ging uit van een krimpscenario. De bevolking in de Achterhoek neemt inmiddels toe en ook de woonbehoeftes veranderen. Er komen meer ouderen, kleine huishoudens en starters vinden moeilijk een plek op de woningmarkt. Alle reden om het bestaande beleid op wonen te actualiseren en doelstellingen aan te passen. De nieuwe agenda kent vier programmalijnen: 1. Vergroten woningvoorraad en versnelling productie 2. Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad 3. De Achterhoek, een plek voor iedereen 4. Wonen als integrale gebiedsopgave In deze programmalijnen wordt aandacht besteed aan versnelling van de woningbouw, betaalbaar en levensloopbestendig wonen, duurzaam bouwen, woonvoorzieningen voor alle doelgroepen en het nog meer 18

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad. De nieuwe woonagenda legt verbanden naar ruimtelijke opgaven en woonbehoeftes zowel op het lokale als op het regionale niveau. De woonbehoeftes zijn in beeld gebracht en gekoppeld aan demografische ontwikkelingen maar ook aan de sociaaleconomische ontwikkeling van de regio en de woonbehoeftes die daaruit voortkomen. Meer dan voorheen is wonen een onderdeel van de integrale gebiedsontwikkeling waarin factoren als toekomstbestendig en duurzaam bouwen, klimaat en energietransitie, water en bodem belangrijke factoren zijn. Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling ziet o.a. op de realisatie van een kangoeroewoning en zes betaalbare woningen. Daarmee sluit het aan op de doelstellingen van de regionale woonagenda.

3.3.2

Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek

Het Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek 2017 (AWLO) geeft een helder advies over de bouwopgave: blijf bouwen voor starters en creëer geschikt aanbod waar (actieve) senioren naar kunnen doorstromen. Dit is vertaald naar het geven van extra ruimte door scherpe voorwaarden te stellen aan nieuwe initiatieven voor woningbouw. Met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw in de Achterhoek' zijn regionaal kwalitatieve criteria afgesproken waaraan de gemeenten nieuwe plannen moeten toetsen. Dit betreft de volgende drie kwaliteitscriteria: De behoefte is aangetoond; Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop); Inbreiding gaat voor uitbreiding. Toetsing van de ontwikkeling Dit woningbouwinitiatief is voortgekomen uit het traject ‘kleine kernen’ dat de gemeente Oude IJsselstreek in 2019 is gestart in samenwerking met Heelwegs Belang. Het doel van dit traject is om de leefbaarheid in Heelweg te behouden, inzicht te krijgen in de woonbehoefte en te komen tot concrete woningbouwinitiatieven. Buro Atrivé heeft in opdracht van de gemeente en Heelwegs Belang middels een bewonersenquête, bewonersavonden en analyse van overige bronnen de woonbehoefte in beeld is gebracht. Geconcludeerd is dat het woningaanbod in Heelweg niet goed overeen komt met de huidige en toekomstige vraag.

Starters willen graag in Heelweg blijven, maar daarvoor ontbreekt het aan een passend en betaalbaar aanbod. Er vind ook weinig doorstroming plaats waardoor starters moeilijk aan een woning kunnen komen. En met het oog op het behoud van een evenwichtige bevolkingsopbouw en sociale samenhang is het van belang om de woningvoorraad van Heelweg toekomstbestendig te maken (realisatie van levensloopbestendige woningen). Naar aanleiding van het rapport van Buro Atrivé zijn pand- en grondeigenaren in de gelegenheid gesteld hun bouwplan in te dienen. Deze zijn in samenhang met de aantoonbare woonbehoefte beoordeeld. Het woningbouwplan aan de Molenweg is hiervan het resultaat en geeft invulling aan een deel van de aantoonbare woonbehoefte. Bij de gemeente is een lijst met beoogde kopers/huurders ingediend, waarbij de gemeente gecontroleerd heeft of deze personen niet ook voor andere ontwikkelingen worden genoemd. Het betreft een uitbreidingslocatie, omdat voor Heelweg Oost er geen geschikte transformatie- of inbreidingsmogelijkheden meer zijn voor het beoogde aantal woningen.

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

19

Bebouwing Heelweg-Oost (stippellijn is de grens van het bestemmingsplan voor de kom)

Op bovenstaande afbeelding geeft de stippellijn de grens aan van het bestemmingsplan voor de kom van Heelweg Oost. Binnen deze grens is er onvoldoende ruimte voor de beoogde woningbouw. Op het open gedeelte ten oosten van het buurtschapshuis zijn al woningen voorzien. Andere locaties zijn niet beschikbaar omdat deze als tuin bij een woning in gebruik zijn of te dicht bij bedrijvigheid liggen.

3.4 3.4.1

Gemeentelijk beleid Toekomstvisie 'Maak toekomst in Oude IJsselstreek'

De gemeente Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. Deze opgaven staan beschreven in de ontwerp-toekomstvisie met de titel 'Maak toekomst in Oude IJsselstreek'. De toekomstvisie heeft van 25 november 2020 tot 6 januari 2021 als ontwerp ter inzage gelegen. Met de zeven opgaven geeft Oude IJsselstreek antwoord op maatschappelijke opgaven en kan als gemeente en gemeenschap verder groeien: 1.

2.

3. 4. 20

Benut de stroom van de Oude IJssel: de gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. Florerende Smart Industry: een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem (werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld). Vitaal platteland: het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler. De landbouwsector is een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. De allernieuwste energie: bij alle ontwikkelingen wil de gemeente we optimaal gebruik maken van de meest bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

5.

6.

7.

duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030. Groene parels: van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen prachtige landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap. Gezond oud worden én gezond jong zijn: Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benut de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten bieden we voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen. Het witte vel: Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die dwingen de Toekomstvisie bij te stellen.

Toetsing van de ontwikkeling De woningen worden gasloos gebouwd en voldoen aan de duurzaamheidseisen uit het Bouwbesluit. Daarmee draagt het project bij aan de gemeentelijke doelstelling om energieneutraal te zijn in 2030. Door de bouw van betaalbare woningen beoogd voor starters en een kangoeroewoning wordt bijgedragen aan doelstelling 6 (gezond oud worden en gezond jong zijn), Starters krijgen de kans om in de eigen omgeving te blijven wonen en de kangoeroewoning is geschikt voor meergeneratiewonen. Vanwege de ligging bij Heelweg Oost en de beoogde ontwikkeling (woningbouw) zijn de overige opgaven niet van toepassing.

3.4.2

Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025

De gemeenteraad heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. Deze structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Dit blijft een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Naast het motto "de juiste woning op de juiste plaats", spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol.

Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling versterkt het lokale woningaanbod. Zes van de acht woningen zijn voor starters op de woningmarkt bedoeld.

3.4.3

Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek

De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheids-Onderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: De sociale huurvoorraad Woonzorg Verduurzaming Woningvoorraad en waarde behoud Toetsing van de ontwikkeling In de woonvisie wordt een tekort geconstateerd aan woningen voor kleine huishoudens, met name voor starters en senioren. Om aan de toekomstige vraag in de gemeente te voldoen wil de gemeente ruimte bieden aan nieuwe initiatieven die aansluiten bij deze doelgroepen. Zes van de acht woningen zijn voor starters op de

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

21

woningmarkt bedoeld.

3.4.4

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek

Op 26 september 2019 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw' vastgesteld. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. Binnen de kwalitatieve toetsingscriteria is het voor de individuele gemeenten mogelijk om als verdere uitwerking daarvan lokale kwaliteitscriteria vast te stellen en zo te sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek deze vastgesteld in de notitie 'lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek'. Deze notitie is in april 2021 geactualiseerd, waarbij o.a. meer ruimte is gekomen voor uitbreiding bij bestaande kernen en de criteria voor bouwen op groene inbreidingslocaties zijn aangescherpt. Samen vormen de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw en de Lokale kwaliteitscriteria het nieuwe kader voor het toetsen van woningbouwplannen. Toetsing van de ontwikkeling Dit woningbouwinitiatief is voortgekomen uit het traject ‘kleine kernen’ dat de gemeente Oude IJsselstreek in 2019 is gestart in samenwerking met Heelwegs Belang. Voor meer informatie hierover zie paragraaf 3.3.2.

De beoogde woningbouw vormt samen met de al bestaande bebouwing van de autogarage aan de overzijde van de Molenweg, de nieuwe bebouwingsrand van Heelweg Oost. Hierop aansluitend wordt het bord van de bebouwde kom ook ten noorden van de ontsluiting van de woningen geplaatst. Op basis hiervan sluit het plangebied beleidsmatig aan bij de kaders voor inbreidingslocaties (het beleid t.a.v. uitbreidingslocaties is voor de grote kernen bedoeld): a.

de locatie is onbebouwd en ligt binnen een Kom-bestemmingsplan De locatie ligt in het bestemmingsplan voor het buitengebied, maar ruimtelijk gezien vormt de locatie zoals hierboven is omschreven wel de nieuwe dorpsrand. Daarnaast is voor de regels van het bestemmingsplan en de systematiek van bestemmen aangesloten op het bestemmingsplan voor de kom.

b.

het voldoet aan de maatvoering in het bestemmingsplan (rooilijn, bebouwingshoogte, bouwvlak, afstand tot zijdelingse perceelgrens en aan de achterzijde) De tuinbestemming en het bouwvlak volgen de voorgevels, net als voor de bestaande panden in het dorp. De zijdelingse afstand tot de perceelsgrenzen bedraagt voor de hoofdgebouwen minimaal 3 meter.

c.

inpassing in bestaande stedenbouwkundige structuur De bebouwing sluit aan op de bebouwing van de autogarage aan de overzijde. Om tot een goede overgang van de bebouwing in de kern Heelweg Oost richting het buitengebied te komen, is er voor een boerenerfopzet gekozen.

d.

ontsluiting via bestaande weg en bereikbaar voor hulpdiensten De kavels ontsluiten op een nieuw aan te leggen weg die breed genoeg is voor de hulpdiensten.

e.

er is geen onevenredige aantasting privacy en bezonning omliggende woningen Wordt aan voldaan (er liggen in de directe omgeving geen andere woningen).

f.

het woningbouwplan moet voldoen aan de parkeernormen conform het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) Wordt aan voldaan (zie paragraaf Verkeer en parkeren)

22

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

g.

zorgvuldig omgaan met verdichting aan de randen van een kern (overgang naar buitengebied) De locatie sluit door middel van de boerenerfopzet aan op het buitengebied, daarnaast is er een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld dat als voorwaardelijke verplichting wordt opgenomen in de planregels.

h.

zorgvuldig omgaan met verdichting op locaties met openbaar groen / open ruimte (plein-, speel- en parkeerterrein) In het plangebied ligt geen openbaar groen.

i.

niet bouwen op locaties met milieutechnische belemmeringen (geur, geluid, bodem), tenzij deze worden weggenomen Wordt aan voldaan (zie paragraaf Bedrijven en milieuzonering).

3.4.5

Visie op landschap, natuur en groene kernen

April 2021 heeft de gemeenteraad de nieuwe 'Visie op landschap, natuur en groene kernen' vastgesteld. Nederland en daarmee ook Oude IJsselstreek staat voor vijf grote transities/opgaven: landbouw, energietransitie, verstedelijking, natuur en klimaatadaptatie. Dat vraagt om een Visie op landschap, natuur en groene kernen voor de lange termijn. De visie heeft niet alle antwoorden voor deze vijf grote opgaven. En gemeente Oude IJsselstreek heeft niet alle mogelijkheden om deze visie zelfstandig te realiseren, daar hebben ze anderen bij nodig. De visie geeft wel het gewenste toekomstbeeld voor landschap, natuur en groene kernen en praktische handvatten om de komende jaren met inwoners, partners en andere overheden samen te werken aan de realisatie van dit toekomstbeeld. Niet alleen het landschap in het buitengebied, maar juist ook het groen in de kernen is van wezenlijk belang. In de kernen is het groen van belang voor de fysieke leefomgeving en daarmee de leefbaarheid van de kern. De kwaliteit, de ontwikkeling van de groenstructuur en het vergroten van (bio)diversiteit is daarbij van belang, Verder is klimaatadapatatie en groen bij ontwikkelingen binnen de kernen een wezenlijk onderdeel van de visie.

Toetsing van de ontwikkeling Binnen het plangebied is nu alleen grasland aanwezig, voor de ontwikkeling worden geen landschapselementen verwijderd. De bestaande bomen langs de Molenweg blijven behouden. Het hemelwater wordt geïnfiltreerd op eigen perceel. Voor de ontwikkeling is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarbij gebruik van streekeigen beplanting als uitgangspunt is gebruikt. Meer informatie over het inpassingsplan is te vinden in paragraaf 2.2.

3.4.6

Oude IJsselstreek Klimaatbestendig - Klimaatagenda 2022 -2026

Het klimaat verandert en weersomstandigheden worden extremer. Als de gemeente Oude IJsselstreek veilig, leefbaar en aantrekkelijk willen blijven voor toekomstige generaties, dan moet de leefomgeving zodanig ingericht worden dat mensen zich voldoende kunnen weren tegen de weersextremen. De gemeente Oude IJsselstreek heeft daarom de Klimaatagenda 2022 - 2026 opgesteld, waarin de visie en ambities voor een klimaatbestendige inrichting en de maatregelen voor 2022 tot en met 2026 zijn opgenomen. In het geldende bestemmingsplan heeft de gemeente waar mogelijk al rekening gehouden met de energieneutraliteitsambitie. Zo is het in alle bestemmingen toegestaan om op daken van gebouwen zonnepanelen en -collectoren te plaatsen. Dit kan vergunningsvrij als rekening wordt gehouden met de bijbehorende randvoorwaarden. De woningen worden gebouwd zonder gasaansluiting, op de daken komen

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

23

zonnepanelen. Aanvullend op de watertoets (zie paragraaf 4.8) is gekeken naar andere gevolgen door klimaatveranderingen. Hierbij is gebruik gemaakt van de Klimaatatlas Oude IJsselstreek. Het projectgebied en de beoogde bebouwing zijn over de kaart gelegd waarop zichtbaar is waar bij een bui van 160 mm in 2 uur tijd plassen water ontstaan (kans hierop is 1x per 1.000 jaar). In de huidige situatie is de locatie vanwege de lage ligging een risicogebied. Daarom is ervoor gekozen om de locatie op te hogen. De Molenweg blijft bij de betreffende bui begaanbaar. Het projectgebied en de beoogde bebouwing zijn ook over de hittekaart gelegd. De hittekaart geeft aan in welke gebieden het op warme dagen extra heet aanvoelt, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van veel bebouwing en verharding. Op de hittekaart ligt het projectgebied op de rand van normaal tot warm. Met de stedenbouwkundige opzet zoals opgenomen in paragraaf 2.2 neemt het bebouwd/verhard gedeelte op het perceel toe met circa 2.400 m2. De onbebouwde en onverharde delen zijn dermate groot dat infiltratie in de groenstroken en tuinen grotendeels mogelijk is voor de berging van het hemelwater. Voor de overige hemelwaterberging worden wadi's gerealiseerd. De planontwikkeling is ook ingevoerd in de compensatieberekening van het Waterschap Rijn en IJssel, zie paragraaf 4.8 voor de uitkomsten.

24

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1

Milieueffectrapportage

Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst, beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Op 1 januari 2021 is de Verzamelwet IenW 2019 in werking getreden. Met deze wet is onder meer de Wet milieubeheer (Wm) gewijzigd. De wijziging heeft ertoe geleid dat een m.e.r.-beoordelingsbesluit niet al moet worden voorgelegd bij de aanvraag. Bij de aanvraag kan met een aanmeldnotitie worden volstaan. De m.e.r.-beoordeling vindt in dat geval tegelijk plaats met de beoordeling van de aanvraag van de activiteit. Voor een bestemmingsplan kan door het college van B&W een m.e.r.-beoordelingsbesluit na de wijziging, gelijktijdig met het besluit tot ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan worden genomen. Toetsing van de ontwikkeling De activiteit 'woningbouw' valt in het Besluit m.e.r. onder de activiteit stedelijk ontwikkelingsproject van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (categorie 11.2) en wordt niet als activiteit genoemd in de C-lijst. De drempelwaarde qua aantallen woningen voor categorie 11.2 wordt niet overschreden (drempelwaarde is een aaneengesloten gebied van 2000 woningen of meer). Ook zijn significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden op voorhand uit te sluiten (op grond waarvan een Passende Beoordeling opgesteld moet worden). Zie voor meer informatie hierover paragraaf 4.9.

Een directe m.e.r.-plicht is daarom niet van toepassing. bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

25

In het besluit m.e.r. is geen grens voor een stedelijk ontwikkelingsproject qua aantal woningen opgenomen waarboven een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is onder meer afhankelijk van de volgende factoren: aard, omvang en schaalgrootte van de ontwikkeling; of er sprake is van functiewijziging of behoud van bestaande functie(s), uitbreiding van een bestaand bouwwerk of een nieuw bouwwerk; ligging in stedelijk gebied of niet; stedenbouwkundige vormgeving en opzet t.o.v. het bestaande gebied. Het project is qua aantal woningen beperkt (maximaal 8), waarbij de ontwikkeling plaats vindt aan de rand van de bebouwde kom. De gemeente heeft de locatie meegenomen in het bestemmingsplan voor het buitengebied. Er is geen sprake van hergebruik van bestaande bebouwing, de toename van bebouwing is meer dan 500 m2. De locatie ligt vanwege de verplaatsing van het bord verkeerskundig in de bebouwde kom. Op basis hiervan is volledigheidshalve een vorm-vrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd om zeker te zijn dat belangrijke negatieve milieugevolgen zijn uit te sluiten. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is uitgewerkt in de vorm van een aanmeldnotitie (zie Bijlage 3). In deze aanmeldnotitie wordt allereerst ingegaan op de locatie en de huidige situatie van het gebied. Vervolgens wordt ingegaan op de beoogde ontwikkeling.

Het laatste deel bevat de uitleg over effecten van de ontwikkeling. Afgesloten wordt met de conclusie over mogelijke negatieve milieugevolgen. Op grond van de inhoud van deze aanmeldnotitie is de conclusie dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk, het bevoegd gezag kan volstaan met een vormvrije-mer-beoordelingsbesluit.

4.2

Bodem

De Wet Bodembescherming (Wbb) schrijft voor dat moet worden nagegaan of er mogelijk sprake is van bodemverontreiniging. Bij functiewijzigingen en nieuwe ontwikkelingen dient daarom te worden bekeken of de bodemkwaliteit past binnen het toekomstige gebruik van de bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Bij een aanvraag omgevingsvergunning dient middels een rapportage NEN 5740 aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor de gevraagde functie.

Toetsing van de ontwikkeling Door Montferland Milieu B.V. zijn de volgende bodemonderzoeken voor het projectgebied uitgevoerd: Verkennend (water)bodemonderzoek, projectnummer MM20223, 6 januari 2021, zie Bijlage 4). Aanvullend verkennend bodemonderzoek, projectnummer MM21199, 19 november 2021, zie Bijlage 5). Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken kan het volgende worden geconcludeerd: Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden. De aangetroffen licht verhoogde gehalten aan barium in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. Het aangetroffen barium gehalte wordt toegeschreven aan een natuurlijke oorsprong. In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. 26

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijd enkel de streefwaarde, wat duidt op enkel lichte natuurlijke verontreiniging. De tevoren gestelde hypothese ‘De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd’ dient formeel gezien te worden verworpen. De verhogingen in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Het aspect bodem vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Geluid

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen voor geluidgevoelige bestemmingen (zoals woningen) is de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent drie geluidbronnen waar geluidzones voor gelden: railverkeerslawaai, wegverkeerslawaai en industrielawaai. Wanneer een ontwikkeling in een zone valt zoals aangegeven in de Wet geluidhinder, moet akoestisch worden aangetoond dat aan de grenswaarden in deze wet wordt voldaan. Wordt niet voldaan aan deze grenswaarden, dan hebben Burgemeester en Wethouders onder voorwaarden de mogelijkheid hogere grenswaarden vast te stellen. Hierbij wordt een procedure doorlopen die aan de eisen van de Wet geluidhinder moet voldoen.

Toetsing van de ontwikkeling De ontwikkeling betreft het vestigen van een nieuwe woning of ander geluidgevoelig gebouw. De Wet geluidhinder is daarmee van toepassing voor dit plandeel. Railverkeerslawaai In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen spoorweg. Het onderdeel railverkeerslawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Industrielawaai In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Het onderdeel industrielawaai van de Wet geluidhinder is niet van toepassing. Verkeerslawaai De locatie ligt binnen de onderzoekszone van de Molenweg (daar waar 60 km/u gereden mag worden).

Door Munsterhuis Geluidsadvies is onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van de nieuwe woningen op de voormalige bedrijfslocatie aan de Molenweg 20 aan de overzijde van de weg (Akoestisch onderzoek wegverkeer Plan Molenweg 20, Heelweg Oost, 15 oktober 2021, kenmerk B01.21.156-RM, zie Bijlage 6). Daarbij is ook gekeken naar de geluidseffecten van de Bosboombroekerweg en een gedeelte van de Molenweg waar 30 km/u gereden mag worden. Deze wegen worden niet beoordeeld in het kader van een eventuele hogere waarde, maar wel in het kader van een goede ruimtelijke ordening en om te bepalen of er eventueel geluidwerende voorzieningen noodzakelijk zijn.

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

27

Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Het blijkt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ten gevolge van het wegverkeer op de Molenweg niet wordt overschreden ter plaatse van de gevels van de woningen. De maximale geluidbelasting bedraagt 43 dB op de westgevel van woning 1; Het blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting exclusief aftrek ten gevolge van wegverkeer ter plaatse van de woningen de 53 dB niet overschrijden. Daarmee voldoen de woningen aan het maximale binnenniveau van 33 dB. Extra geluidwerende voorzieningen zijn niet noodzakelijk. Bij het invoeren van de gegevens voor de wegen is zekerheidshalve nog niet uitgegaan van verplaatsing van het bord voor de bebouwde kom (zie bijlage 2 van het rapport, voor de Molenweg is vanaf de Bosboombroekerweg richting het noorden 60 km per uur gehanteerd als rijsnelheid). De westgevel waar de gevelbelasting 43 dB is binnen het project aan de Molenweg 20, ligt op circa 13 meter van de wegas. De dichtstbij gelegen gevel in het nieuwe bouwplan ligt op 11 meter van de wegas. Het verschil van 2 meter zal niet leiden tot een verdubbeling van de gevelbelasting tot 46 dB. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden zal worden.

De nieuwe woningen liggen verder weg van de Bosboombroekerweg en de 30km-zone van de Molenweg dan de onderzochte woningen aan de Molenweg 20. Omdat voor die laatste woningen voldaan kan worden aan het maximale binnenniveau van 33 dB, zal dit ook het geval zijn voor de nieuwe woningen.

Wegverkeerslawaai is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

Het aspect geluid vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan: het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in eerste instantie doorgaans de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd, waarin richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn opgenomen.

Toetsing van de ontwikkeling Woningen leveren geen hinder of gevaar op voor omliggende gevoelige functies. In de omgeving van het 28

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

plangebied liggen wel bedrijven die beoordeeld moeten worden. Rondom het plangebied zijn bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en woningen aanwezig. De omgeving van het plangebied is daardoor te typeren als een gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. In gemengde gebieden mogen de richtafstanden (met uitzondering van gevaar) met één stap worden terug gebracht. De richtafstand wordt gemeten tussen de grens van een bedrijfsbestemming en de gevel van woningen.

Activiteit

Richtafstand

Werkelijke afstand

Autogarage - Molenweg 20a

10m

16m

buurtschapshuis - Molenweg 17

10m

74m

Interieur & Timmerwerken (bedrijf 30m aan huis) - Bosboombroekerweg 20

108m

Dierencrematorium Bosboombroekerweg 35

50m

128m

Agrarisch rundveebedrijf Molenweg 22

100m*

85m

Sportvelden aan de Molenweg

30m

78m

* De afstand voor deze veehouderij is niet gehalveerd omdat de afstand voortkomt uit de Wet geurhinder en veehouderij

Op basis van bovenstaande tabel is de conclusie dat op één woning na de woningen buiten de richtafstanden van omliggende bedrijven liggen. Alleen de vrijstaande woning aan de kant van de Molenweg ligt binnen de contour van het agrarisch bedrijf aan de Molenweg 22. In het bestemmingsplan is er daarom voor gekozen om deze woning niet bij recht te toe staan, maar via een wijzigingsbevoegdheid. Burgemeester en wethouders worden daarmee bevoegd het bestemmingsplan ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - wijzigingsgebied 1' te wijzigen en een woning toe te staan, voor zover er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en uit onderzoek blijkt dat er geen milieutechnische belemmeringen zijn. Het aspect milieuzonering vormt hiermee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit

Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

29

Toetsing van de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling leidt vanwege de zeer geringe omvang niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens voor 'niet in betekende mate' (NIBM) ligt bij woningbouwprojecten op 1.500 woningen. Zekerheidshalve is gebruik gemaakt van de landelijke NIBM-tool (versie 2022) om het projecteffect inzichtelijk te maken. Daarbij is per woning 8 verkeersbewegingen per etmaal aangehouden. Omdat de NIBM-tool uitgaat van een weekdaggemiddelde is een omrekenfactor van 0,90 toegepast. Het totaal komt daarmee op (8 x 8) x 0,9 = 58 verkeersbewegingen (afgerond naar boven). Zekerheidshalve is met 1% vrachtverkeer gerekend. De uitkomst is in onderstaand overzicht opgenomen.

Luchtkwaliteit is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.6

Geurhinder veehouderij

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de normen uit de Wet geurhinder en Veehouderij. Als gevolg van deze wet worden normen gesteld voor de bouw van nieuwe geurgevoelige objecten (zoals woningen). Er dient voor deze objecten sprake te zijn van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast mag geen inbreuk ontstaan op de milieuruimte van omliggende veehouderijen. Voor veehouderijen gelden er geurnormen voor dieren met een geuremissiefactor en vaste afstanden voor dieren waar geen geuremissiefactor voor is vastgesteld.

Toetsing van de ontwikkeling De locatie komt uiteindelijk in de bebouwde kom te liggen. In de omgeving is alleen een melkveehouderij gelegen. Voor een dergelijke veehouderij geldt een minimale wettelijke afstand van 100 meter voor woningen in de bebouwde kom. ; In de paragraaf over milieuzonering (4.4) is aangegeven dat op één woning na de woningen buiten de richtafstand van het agrarisch bedrijf liggen en dat dit is opgelost door deze woning niet bij recht te toe staan, maar via een wijzigingsbevoegdheid. Geur is daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

30

bestemmingsplan Heelweg Oost, locatie Molenweg (vastgesteld)

4.7

Externe veiligheid

Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen.

Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4589/documents/27861