Boekwerk Programmabegroting 2022 - 2025 28-9-21 DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
Dat komt vooral door de eerste lockdown in 2020 (maart-juni). Kijken we voorbij de periode 2019-2020, dan is te zien dat Oude IJsselstreek gegroeid is qua werkgelegenheid. Dat geldt zowel voor de periode 2010-2020 als in vergelijking met de regionale en provinciale werkgelegenheidsontwikkeling.
Bron: Provincie Gelderland
38
De onderwijsinstellingen en kinderopvangorganisaties hebben de afgelopen periode telkens moeten aanpassen als het gaat om de wijze waarop lesgegeven kon worden. Voor leerlingen betekende dat digitaal onderwijs volgen en elkaar minder zien. De scholen hebben op verzoek van de minister de gevolgen voor de kinderen, zowel eventuele cognitieve (leer)achterstanden als ook mogelijke 'leef-achterstanden’, in beeld gebracht. Samen met de schoolorganisaties en kinderopvangorganisaties werkten we als gemeente al langere tijd samen aan het bieden van een goede start. Zeker nu het NPO (Nationaal Programma Onderwijs) is gepresenteerd, wordt de samenwerking nog intensiever en zoeken we synergie in het aanbod voor kinderen. Wat doen we hiervoor? Naast onze ambities en doelen in het programmaplan, hebben we uiteraard ook veel reguliere taken; de going concern. Hieronder is grafisch weergegeven wat we aan reguliere taken binnen programma 3 uitvoeren.
39
Wat geven we eraan uit? In totaal geven we binnen programma 3 een kleine € 6 miljoen uit. In onderstaand overzicht is zichtbaar waar het geld naar toe gaat.
Waarmee Naast onze reguliere werkzaamheden kiezen we voor de begroting 2022 dezelfde zes thema's als in 2021, verdeeld over economie, onderwijs en samenwerking. De (wereld)economie en technologie veranderen razendsnel. Veel bedrijven in onze gemeente hebben daarmee te maken. Om daarin mee te kunnen gaan, bevorderen we een open en lerende cultuur bij het bedrijfsleven. Om-, heren bijscholing met goede onderwijsvormen zijn van groot belang. Dat vergroot de werkzekerheid, is positief voor de sociaal maatschappelijke effecten en subjectieve welvaart. - het impulsprogramma economie en wonen (3.1) - uitvoeringsprogramma toerisme en recreatie (3.2) - vitale en toekomstgerichte bedrijventerreinen (3.3) Naast het versterken van de economie werken we daarom aan nieuwe samenwerkingsvormen met het onderwijs en de kinderopvang om ‘een leven lang leren’ te bevorderen. Dat doen we samen met de partners in de LEA (Lokaal Educatieve Agenda) aan de hand van een ontwikkelagenda voor de toekomst, waarin we de samenwerking intensiveren en op thema's ook verder verdiepen: - gelijke kansen voor iedereen (3.4) - vitale en toekomstgerichte schoolgebouwen (3.5) Samenwerking zoeken we niet alleen lokaal. Juist ook door onze verantwoordelijkheid en rol te nemen in de samenwerking binnen de Regio Achterhoek.
In het bestuur, maar ook aan de thematafels benoemen we kansen en proberen we die samen waar te maken. Niet alleen voor een brede welvaart van onze gemeente, maar juist ook voor een brede welvaart in de hele Achterhoek. Over grenzen heen kijken, betekent dan ook een blijvende onderneming om samen met omliggende gemeente, zowel in Nederland als in Duitsland, gezamenlijke kansen voor onze inwoners te verzilveren. - regionale en internationale samenwerking (3.6)
40
Hoe De rol van de gemeente in de samenwerking met het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen is niet gering. Onze bijdrage aan het economisch ecosysteem uit zich in verschillende rollen. We zijn voorwaardenscheppend als facilitator van toekomstgerichte bedrijventerreinen en het beschikbaar houden van voldoende en toekomstgerichte schoolgebouwen. Soms zijn we aanjager als het gaat om innovaties van bedrijfsleven of circulair bouwen. Vaak ook zijn we verbindend tussen onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en initiatiefnemers aan de thematafels bijvoorbeeld als het gaat om de match van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. We willen daarom samen Oude IJsselstreek gereed maken voor de toekomst, vooruitkijken en inspelen op de economische en onderwijsbehoefte van straks. Samenwerking gaat daarin verder dan beloften doen. Samenwerking gaat ook over commitment en elkaar daarop aanspreken en scherp houden. Door elkaar te helpen in elkaars doelstellingen en belangen ontstaat échte meerwaarde. Maatschappelijke effecten Zoals bekend scoort de Achterhoek, en dus Oude IJsselstreek hoog op de brede welvaartdimensie ‘werk’ en minder hoog op ‘inkomen’ en ‘onderwijs’. Het ligt voor de hand om daarop direct actie te ondernemen. Tegelijkertijd willen we met de inzet op deze drie dimensies ook andere dimensies bereiken.
We gaan daarom met onze inzet ook dimensies als ‘gezondheid’, ‘balans werk/privé’, ‘milieu’ en ‘maatschappelijke betrokkenheid’ versterken. Dat betekent dat we programma 3 niet los zien van andere dimensies of andere programma’s. Binnen programma 3 hebben we uit de 11 dimensies van brede welvaart de volgende 4 dimensies gedefinieerd als de meest beïnvloedbare: 1. Werk 2. Inkomen 3. Subjectief welzijn 4. Onderwijs Op deze dimensies zetten we binnen programma 3 in. Het spreekt vanzelf dat de andere 7 dimensies ook gefaciliteerd, ondersteund en versterkt worden door dit programma. Waar mogelijk is dat aangegeven.
41
Doelen en acties 3.1- Impulsprogramma economie en wonen Nu de rook van de coronacrisis langzaam optrekt, wordt duidelijk wat de invloed ervan geweest is op de economie. Als gemeente hebben we niet alleen de steunmaatregelen van het Rijk zo goed mogelijk uitgevoerd, maar we hebben zelf met Plan B als onderlegger extra investeringen gedaan om de economie draaiende te houden en in sectoren geïnvesteerd die duurzaam zijn, bijdragen aan de brede welvaart en het toekomstige verdienvermogen bevatten. Zo wordt er extra ingezet op woningbouw (zie programma 1). Daarmee jagen we niet alleen de bouwsector aan en behouden we werkgelegenheid, maar bieden we inwoners en nieuwe werknemers ook woonruimte. Het kabinet bouwt de steunmaatregelen van het Rijk af, al blijft voor een aantal hard getroffen sectoren wel steun beschikbaar. Het gaat dan om onder andere discotheken en nachtclubs en de evenementensector. Hoe dat voor 2022 precies uitpakt, is nog niet bekend. Voor Oude IJsselstreek geldt dat de economische schade vooral bij de evenementensector en haar toeleveranciers ligt. Ook lijkt de coronacrisis de economische ontwikkelingen op het gebied van de detailhandel en horeca te versnellen (bijvoorbeeld meer internetverkopen en ook toename van leegstand).
Als gemeente vervullen we hier vooral een rol door te faciliteren en samen met ondernemers en andere belanghebbenden toe te werken naar compacte, groene en levendige winkelkernen. We zijn hiermee in 2021 al gestart, maar gaan dat in 2022 verder oppakken. Denk aan het vergroenen van de kernen, transformatie van leegstand en het project ‘Ondernemers aan zet” in Ulft. Bij al deze opgaven ligt een link met programma 1.
We zien echter ook dat een aantal sectoren het ontzettend goed heeft gedaan. Dat vertaalt zich naar een groeiende vraag naar kwalitatief goede bedrijfsruimte en we merken dat de vraag naar arbeidskrachten onverminderd groot is. Voor de bedrijfsruimte zetten we in op het ontwikkelen van Het VIP (Het Varsseveld Industriepark) en het toekomstbestendig maken van de Hofskamp Zuid en de IJsselweide. Hier ligt een link met 3.3.
42
Op het vlak van werkgelegenheid zien we dat de arbeidsmarkt weer net zo krap is als vlak voor de coronacrisis. Daarom blijven we inzetten op allerlei projecten om het onderwijs beter op de arbeidsmarkt aan te laten sluiten. Die projecten zijn zowel lokaal als regionaal. We gaan voor een optimale werkgeversbenadering via STOER, werken nauw samen met studenten van onder andere het Saxion, steunen projecten als het talentenfonds OpIJver die om-, her- en bijscholing makkelijker maken en zetten in op kansrijke sectoren als techniek en zorg. Hier zit ook een link met 3.4 en programma 2. We zetten in op de regionale ambitie om de stage en afstudeerregio van Nederland te worden. Dat doen we onder meer door initiatieven van de thematafels te ondersteunen op het gebied van (tijdelijke) woonvormen.
De economische effecten van de coronacrisis slaan niet alleen heel verschillend neer, maar laten ook een dwarsdoorsnede van de economie zien. Het zegt iets over globalisering, re-shoring, duurzaamheid en digitalisering. Voor Oude IJsselstreek zien we de sectoren industrie, bouw, zorg, toerisme en plattelandsontwikkeling als de sterke sectoren van de toekomst. Daar hoort bij dat innovatie en duurzaamheid belangrijke elementen zijn voor de economie. Als gemeente willen we ondernemers helpen om hiermee aan de slag te gaan. Al eerder hebben we daartoe de startuplocatie SHII opgericht en in 2022 willen we samen met de ondernemers een innovatiefonds oprichten om financiële ondersteuning te bieden aan innovatieve startups. Het aantal oprichtingen van nieuwe bedrijven (startups) in onze gemeente blijft achter bij het gemiddelde in Nederland en daarom is dit van toegevoegde waarde. Een ander aspect is duurzaamheid. Aan de ene kant blijven we bedrijven steunen om te verduurzamen zoals met zon op dak of energiebesparing. We werken daarvoor samen met onder andere de Agem. Vanuit het Akkoord van Groenlo ligt er een ambitie om 20 hectare zon op dak te realiseren. We hebben hiervoor al veel vorderingen gemaakt en de verwachting is dat dit doel in 2022 gerealiseerd wordt (zie programma 1). Aan de andere kant zetten we in op waterstof.
De verkenning van het opzetten van een lokale waterstofproductieketen wordt de aankomende periode verder uitgewerkt. We onderzoeken hoe waterstof als alternatieve duurzame energiedrager en als aanjager voor de gebiedsontwikkeling bij Netterden een regionaal vliegwiel kan zijn voor economische groei. Ook kijken we waar we als gemeente Oude IJsselstreek een andere en aanvullende rol binnen de regio kunnen vervullen. De gemeente heeft hierbij een faciliterende en aanjagende functie; marktpartijen zullen uiteindelijk de exploitatie op zich moeten nemen. Het bij elkaar brengen van verschillende beleidsvelden, economische sectoren en elementen uit de brede welvaart ligt bij uitstek bij grote integrale opgaven als de Visie Oude IJsselzone en vitaal buitengebied. Voor beide integrale opgaven gaan we in 2022, na behandeling in de gemeenteraad eind 2021, extra projecten uitvoeren. Voor met name de Visie Oude IJsselzone is de samenwerking met Nederlandse en Duitse partners van meerwaarde. Beide opgaven horen bij programma 1, maar hebben een duidelijke link met programma 3.
43
3.2- Uitvoeringsprogramma toerisme en recreatie De coronacrisis heeft een boost gegeven aan het binnenlandse toerisme en onderstreept nog maar eens de kansen die er voor deze sector in de gemeente liggen. Dat laat zien dat we met de beleidsvisie en het uitvoeringsprogramma voor toerisme en recreatie de goede weg zijn ingeslagen. In 2021 hebben we al een aantal acties afgerond, denk aan: marketing voor de Nederlandse en Duitse markt, extra personele inzet, de samenwerking met de toeristische ondernemers via STROIJ versterkt en vervoersconcepten als Gaon op het DRU-IP geïntroduceerd. Voor 2022 willen we verder inzetten op fiets-, wandel- en MTB-routes, bijzondere overnachtingsmogelijkheden, speciale activiteiten en uiteraard ondernemers faciliteren. Daarnaast gaan we naar verwachting in de eerste helft van 2022 een samenwerking met Saxion aan om meer kennis en kunde op het gebied van toerisme voor zowel de gemeentelijke organisatie als toeristische ondernemers te ontsluiten. Varsseveldse ondernemers, verenigd in de werkgroep “Varsseveldse Industriebeleving”, zijn in de tweede helft van 2021 begonnen met een haalbaarheidsonderzoek voor een kleinschalig industriemuseum gecombineerd met een toeristisch digitaal informatiepunt in Varsseveld. In 2022 worden de uitkomsten van dit onderzoek verwacht. Het is aan de ondernemers om het initiatief te ontwikkelen.
Voor de ontwikkeling van een hotel en een museum en het onderzoek naar de mogelijkheden voor een evenementenlocatie, geldt dat we daar eind 2021 een procesregisseur voor aantrekken. Hier zit een directe link met de Visie Oude IJsselzone zoals genoemd in programma 1. Ook de mogelijkheid voor waterrecreatie is een belangrijk thema in deze Visie. In de beleidsvisie zijn een aantal toeristische kerngebieden benoemd. Per toeristisch kerngebied kijken we, samen met ondernemers en andere belanghebbenden, naar mogelijkheden. Een voorbeeld hiervan is dat we samen met Saxion voor het Hoge Venne 2 scenario’s verder uitwerken die beide uitgaan van toevoeging van iets extra’s aan het bestaande aanbod als het gaat om duurzame energie-oplossingen en duurzame bouw met behoud van het recreatief gebruik van het gebied. We verwachten dit in het tweede kwartaal van 2022 op te leveren.
3.3- Vitale en toekomstgerichte bedrijventerreinen De afgelopen jaren is met het vaststellen van het RPW (Regionaal Programma Werklocaties) beleidsruimte ontstaan voor de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein in Varsseveld, Het VIP (Varsseveld Industriepark). De aankomende periode geven we voor Het VIP invulling aan de duurzaamheidsambities die samen met betrokken partijen zijn opgesteld en door de raad zijn vastgesteld. Bij de meest belangrijke thema's horen energie, ruimtelijke kwaliteit en vestigingsklimaat. Bij het thema energie werken we toe naar een zo laag mogelijke uitstoot. Maatregelen kunnen hierbij variëren van smart grid tot ecodynamische verlichting en van zon op dak tot collectieve energieopwekking. Onder het thema ruimtelijke kwaliteit verstaan we onderwerpen als multifunctioneel ruimtegebruik, hoge belevingswaarde door aandacht voor groen en biodiversiteit en duurzaam materiaalgebruik. Tot slot focussen we ons bij het thema vestigingsklimaat op niet-ruimtelijke randvoorwaarden voor vestiging zoals parkmanagement, het creëren van aantrekkingskracht van de smart industry en innovatieve energieconcepten. In de komende periode werken we verder aan het verankeren van deze thema's in de uitvoering. We hopen in het vierde kwartaal van 2022 de eerste schop voor Het VIP in de grond te kunnen steken.
De aanpak voor Het VIP komt, conform het provinciaal beleid, voort uit de drie pijlers: duurzaamheid, fysiek-ruimtelijk en sociaaleconomisch. Deze drie pijlers vormen ook de basis voor de aanpak van het toekomstbestendig maken van de twee bestaande bedrijventerreinen Hofskamp Zuid en IJsselweide. Voortbouwend op de inventarisatie van de huidige stand van zaken van de terreinen, starten we eind 2021 een participatief proces met de ondernemers. In dit proces brengen we focus aan binnen de pijlers. Daarbij dagen we de ondernemers uit om niet alleen te denken aan fysieke maatregelen, maar ook voorbeelden zoals het uitvoeren van duurzaamheidsscans, samenwerkingsverbanden en parkmanagement mee te nemen.
44
3.4- Gelijke kansen voor iedereen Door de sluiting van onderwijs- en kinderopvanglocaties tijdens de coronacrisis is de samenwerking tussen de partijen betrokken bij de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) geïntensiveerd. In november 2021 versterken we deze integrale samenwerking door het vaststellen van een gemeenschappelijke onderwijs-ontwikkelagenda, waarin vanuit partnerschap vanuit meer inhoud en verdieping uitvoering wordt gegeven aan gelijke kansen voor iedereen. Vanaf 2022 gaan de deelnemers van de LEA uitvoering geven aan de activiteiten die worden opgenomen in deze agenda. Denk hierbij aan activiteiten op het gebied van het bevorderen van kansengelijkheid en inclusief onderwijs, de afstemming tussen onderwijs/kinderopvang & jeugdhulp, het ontwikkelen van doorgaande leerlijnen en soepele overgangen, de afstemming tussen onderwijs & arbeidsmarkt, voortijdig schoolverlaters, de lokale gezondheidsagenda en onderwijshuisvesting. Vanwege de coronacrisis en de gevolgen daarvan voor de ontwikkeling van jeugdigen komen er tot en met augustus 2023 extra middelen naar het onderwijs (€ 3.872.257) en de gemeente (€ 619.510) voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Het bestedingsdoel is om alle jeugdigen voldoende ondersteuning te bieden voor een volwaardige leerontwikkeling en toekomstperspectief.
Na analyse van de bevindingen van de betrokken organisaties en relevante data worden de gemeentelijke middelen voornamelijk ingezet op het bevorderen van gelijke kansen voor (locaties met) jeugdigen in kwetsbare posities door o.a.: •
het verhogen van de toegang, het bereik en de kwaliteit van de voorschoolse educatie;
•
het creëren van ontmoetingsactiviteiten voor jeugdigen;
•
het versterken van de verbinding tussen school/kinderopvang, thuis en omgeving, met name met die ouders die onvoldoende basisvaardigheden hebben om hun kind te kunnen ondersteunen (laaggeletterdheid);
•
maatregelen gericht op (dreigende) thuiszitters.
De activiteiten vanuit het NPO worden afgestemd met de activiteiten van het jeugd-, gezondheids-, sport- en cultuurbeleid en sluiten aan bij het project ‘kansrijke start’ waarover in programma 2 meer wordt gezegd. In 2022 wordt een nieuw beleidsplan onderwijskansenbeleid (voorheen onderwijsachterstandenbeleid) vastgesteld, waarbij de aanpak rondom het NPO wordt voortgezet. In het kader van ‘een leven lang leren’ blijven we inzetten op allerlei projecten om het onderwijs beter op de arbeidsmarkt aan te laten sluiten. Dat doen we zowel lokaal als ook regionaal in de samenwerking aan de thematafels. Zo wordt om-, her- en bijscholing makkelijker gemaakt en ingezet op kansrijke sectoren als techniek en zorg. Dit heeft een link met 3.1 en programma 2.
45
3.5- Vitale en toekomstgerichte schoolgebouwen We geven uitvoering aan het Integraal Huisvestingsplan uit 2019. De planvorming van het Integraal Kindcentrum (IKC) Gendringen en IKC Silvolde hebben het komend jaar prioriteit, waarbij we uitgaan van start bouw IKC Gendringen in 2022 (schooljaar 2022/2023) en IKC Silvolde begin 2023. De voorbereiding en concretisering van de gezamenlijke invulling van beide projecten hebben veel tijd gevraagd en leiden tot verschuivingen in de begroting. In de begroting zijn de geactualiseerde projectbudgetten opgenomen op basis van de gewijzigde leerlingenprognoses, markttarieven en bijstellingen van de financiële planning. Samen met de betreffende scholen en kinderopvangorganisaties worden deze projecten verder uitgewerkt. De in 2021 door het Rijk in het leven geroepen SUVIS-regeling is gericht op het verbeteren van de ventilatie in schoolgebouwen. Bij de uitwerking zal de gemeenschappelijke financiering door overheid en schoolbesturen nader worden uitgewerkt. In de begroting is hiervoor een bedrag van € 300.000 opgenomen. In 2022 wordt samen met de schoolbesturen gewerkt aan de realisatie van het IHP 2023.
Hierbij zal de beleidsontwikkeling van de onderwijshuisvesting binnen onze gemeente geplaatst worden naast een verbreed landelijk perspectief, waarbij: - een schoolgebouw een veilige, gezonde plek dient te zijn voor leerlingen en (onderwijs)personeel. Een plek die het geven en krijgen van goed onderwijs mogelijk maakt (bouwfysische kwaliteit); - een schoolgebouw ruimte biedt voor de invulling van inclusief onderwijs (fysieke toegankelijkheid en voldoende flexibele ruimte voor het leveren van de benodigde zorg en ondersteuning); - een schoolgebouw duurzaam dient te zijn (zoals een actieve bijdrage leveren bij de CO2-reductie); - een schoolgebouw een bredere rol dient te spelen in de buurt of wijk waar deze staat, waarbij een bijdrage geleverd wordt aan kansengelijkheid en het tegengaan van segregatie. De financiering van de onderwijshuisvesting loopt sinds 2015 gedeeltelijk via de schoolbesturen als onderdeel van de lumpsum (met name onderhoud) en deels via de gemeenten (nieuwbouw/renovatie). Beide partijen hebben een eigen verantwoordelijkheid als het gaat om de bekostiging, het beheer en de exploitatie van huisvesting. Een aantal investeringsopgaven, zoals verduurzaming, vergroting toegankelijkheid en levensduurverlengende maatregelen, raakt beide geldstromen.
Bij de invulling van het meerjarig investeringsprogramma zullen de schoolbesturen uitgenodigd worden samen te onderzoeken op welke wijze deze investeringen via een gemeenschappelijke inzet van middelen kunnen worden gerealiseerd en hiermee de doelmatigheid van de investeringen in de onderwijshuisvesting kan worden vergroot. De huidige verordening onderwijshuisvesting uit 2015 zal het komend jaar geactualiseerd worden, waarbij beleidsruimte gezocht wordt om waar nodig en gewenst maatwerk te kunnen leveren en te kunnen werken vanuit de bedoeling.
3.6- Regionale en internationale samenwerking om doelen te realiseren Met de visie Achterhoek 2030 zet de regio onze regionale krachten van open innovatie en een sterke samenwerkingscultuur in om de Achterhoek voor (toekomstige) inwoners en ondernemers economisch krachtig, innovatief en bovenal leefbaar te houden. Oude IJsselstreek neemt daarom deel aan het Achterhoekse samenwerkingsverband 8RHK Ambassadeurs. Een samenwerking met medeoverheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
46
Ook in 2022 dragen wij bij aan de opgestelde jaarplannen van de regio. Wij zetten ons ervoor in dat onze gemeentelijke projecten met een regionale insteek, passend bij de visie Achterhoek 2030, aanspraak kunnen maken op verschillende cofinancieringsregelingen, zoals de Regio Deal, provinciale gebiedsagenda en het investeringsfonds. De corona pandemie heeft duidelijk laten zien hoe sterk onze regio verweven is met de Duitse grensstreek, en hoe ingrijpend de gevolgen zijn voor het alledaagse leven als de grens opeens weer ‘op slot’ gaat. Daarom blijven we werken aan het opheffen van de barrièrewerking van de grens en het vergroten van kansen in het buurland voor ondernemers, werkzoekenden en studenten. Maar ook om de inwoners van onze grensstreek de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van de voorzieningen in het buurland op zoveel mogelijk terreinen. Dat maakt onze regio nog aantrekkelijker en komt de leefbaarheid in onze regio ten goede. Om dit mogelijk te maken werken we als gemeente samen met onze Nederlandse en Duitse buurgemeenten. We zijn lid van twee Nederlands-Duitse samenwerkingsverbanden: Euregio Gronau en Euregio Rijn Waal. In het gebied van de EUREGIO Gronau krijgt de samenwerking vorm in Regio Achterhoek verband. In Euregio Rijn Waal trekken we samen op met Doetinchem en Montferland.
Begin 2022 gaat naar verwachting het nieuwe Europese subsidieprogramma INTERREG VI van start. Dit biedt mogelijkheden voor cofinanciering van onze samenwerkingsprojecten met Duitsland. Waar mogelijk samen met andere Achterhoekse gemeenten, maar ook als individuele gemeente met een of meer Duitse partners. Als gemeente hebben we al ervaring met INTERREG-projecten opgedaan.
Raadsplanning
47
Wat kost het?
Beleidsmatige ontwikkelingen. Voor programma 3 zijn er geen beleidsmatige ontwikkelingen.
48
Autonome ontwikkelingen.
Wat zijn onze reguliere taken in dit programma.
49
Programma 4/5: De dienstverlenende gemeente en Bedrijfsvoering Waarom Als gemeente hebben we feitelijk twee verschillende rollen. We zijn de lokale overheid waarbij we moeten zorgen voor een goede uitvoering van vele publieke taken. Taken die inwoners, bedrijven, organisaties of de samenleving als geheel betreffen. De manier waarop we dit doen, is terug te vinden in programma 4; dienstverlening. Daarnaast zijn we ook een bedrijf dat panden en gronden in eigendom heeft, waarmee we (vanuit publiek belang) een ondernemende rol vervullen. En we zijn een bedrijf waar ongeveer 320 mensen (aangevuld met ca 70 externen) werken. Daarmee zijn we in Oude IJsselstreek één van de grotere werkgevers en dragen we zo ook bij aan de brede welvaart dimensies werk, inkomen en sociale cohesie. Onze rol als bedrijf is met name in programma 5; bedrijfsvoering weergegeven. In 2022 zijn we ontwikkelgemeente (in plaats van een beheergemeente). Dat kleurt de invulling van de rollen die we als gemeente vervullen en de wijze van uitvoering van taken, zowel op het primaire proces als in de bedrijfsvoering. Waarmee We zijn een betrouwbare en open overheid. Als gemeentelijke overheid zien wij ons als onderdeel en partner van de samenleving, van de gemeenschap. We staan er middenin en dragen ons steentje bij, vanuit de rol die ons gegeven is.
In deze rol is het dan ook ontzettend belangrijk om te worden gezien en ervaren als betrouwbaar. Betrouwbaar in onze informatie en in de omgang met mensen. Juist omdat we ten dienste staan van de samenleving, moet een inwoner erop kunnen vertrouwen dat de informatie klopt en goed vindbaar en vastgelegd is. Dat de beslissingen die we nemen weloverwogen en uitlegbaar zijn. Vele van onze beslissingen zijn maatwerk, waarbij we samenwerken vanuit de bedoeling en afwegingen maken met de vraag/gewenste effect, de (geest van de) regels en de financiële mogelijkheden voor ogen. Daarnaast moeten mensen erop kunnen vertrouwen dat we doen wat we zeggen. Dat geldt voor de gemeentelijke overheid als inhoudelijke organisatie, maar ook voor de mensen die er, als vertegenwoordiger van de overheid, werken. Hoe Dit doen we op twee manieren: •
50
Met duidelijke afspraken en regels. Zorgen dat we dingen op een goede manier inrichten zodat iedereen erop kan vertrouwen. Onze processen, informatie en interne beheersing moeten dan ook op orde zijn en ondersteunend zijn aan een ontwikkelgemeente. Net als de manier waarop wij omgaan met veiligheid, privacy, data en met de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van onze informatie en communicatie. We maken vanuit vertrouwen gebruik van de regels en kaders; we zien die als leidraad om tot open samenwerking te komen. Waarna we vervolgens goed kunnen vertellen en verantwoorden wat we hebben gedaan, waar we de publieke middelen voor hebben ingezet, en wat daarvan het maatschappelijk effect is op de brede welvaart. Een proces waarin we gezamenlijk met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties kleine stappen aan het zetten zijn. In de manier waarop we werken: vanuit de behoefte en wensen, vanuit de bedoeling van onze samenleving. Door te denken vanuit kansen en afwegingen te maken vanuit de brede welvaart met al haar dimensies. Zodat we afwegingen maken in balans: zorgen dat mensen niet door de ‘vloer’ zakken, maar ook zorgen dat we niet door het ‘plafond’ schieten.
•
Met de afwegingsdriehoek (geld, regels en maatschappelijk effect) als leidraad. Niet alleen de manier waarop we werken, maar ook hóe we mensen tegemoet treden en benaderen zegt iets over onze betrouwbaarheid. Het mag daarbij niet uitmaken of je bij STOER aanklopt, een vergunning aanvraagt, een klacht indient of een paspoort haalt. Overal doen we dit op dezelfde manier, met dezelfde 'look and feel'. Vanuit warm contact, eerlijk, begrijpelijk en vanuit vertrouwen. Zoals we ook in onze visie 'Naar het hart van de beweging' en onze sturingsfilosofie uitdragen. Dit geldt niet alleen voor ons, maar ook voor onze samenwerkingspartners; het maakt niet uit met wie je te maken hebt, we staan allemaal voor hetzelfde.
Met het zijn van een betrouwbare overheid dragen we vooral bij aan de dimensies maatschappelijke betrokkenheid, subjectief welzijn en gezondheid. Als ‘medestander’ en onderdeel van onze gemeenschap in brede zin. Daarnaast zijn we ondersteunend aan de inhoudelijke programma’s. Met een goede basis als dienstverlener en werkgever dragen we daarmee ook indirect bij aan alle andere dimensies van de brede welvaart. Hieronder werken we onze twee rollen als overheid (programma 4; dienstverlening) en als bedrijf (programma 5; bedrijfsvoering) verder uit.
51
Programma 4: De dienstverlenende gemeente Wat doen we hiervoor? Naast onze ambities en doelen in het programmaplan, hebben we uiteraard ook veel reguliere taken; het zogeheten going concern. Hieronder is visueel weergegeven wat we aan reguliere taken binnen programma 4 uitvoeren.
Wat geven we eraan uit? In totaal geven we binnen programma 4 ongeveer € 5,5 miljoen uit. In onderstaand overzicht is te zien waar het geld naar toe gaat.
52
Maatschappelijke effecten - We zijn een betrouwbare overheid door goede dienstverlening te leveren. - We zijn een betrouwbare overheid door een veilige omgeving te bieden. We willen onze dienstverlening zo inrichten dat we zo goed mogelijk aansluiten bij wat er nodig is. Door te werken vanuit de bedoeling: vanuit de situatie, de vraag, de inwoner. Dichtbij en op maat. Dienstverlening is daarmee voor ons een breed begrip: het gaat over alle manieren waarop de inwoner contact met de gemeente heeft. Dus niet alleen het verstrekken van producten als een paspoort of behandelen van een klacht openbare ruimte. Maar ook de samenwerking met bedrijven, de ondersteuning van inwoners en het onderhandelen bij contracten. We willen en moeten in onze manier van werken dan ook ‘op orde’ zijn. Onze dienstverlening moet snel en zorgvuldig zijn. We informeren op tijd en helder. Waarbij onze informatie toegankelijk, transparant, begrijpelijk en veilig is. We werken bij voorkeur vanuit persoonlijk contact, vanuit de vraag van de inwoner of een ondernemer en vanuit wat er kan. Met de ander, naast de ander. Van buiten naar binnen. Dit zien we bijvoorbeeld terug in de manier waarop Buurtzorg Jong is ingericht en hoe we de Wmo gaan organiseren (zie programma 2). Maar ook hoe we met vergunningsaanvragen omgaan of vragen die op het gebied van de OZB leven.
We doen ons best er een wederkerige samenwerking van te maken: dat er een balans is tussen rol en verantwoordelijkheid van gemeente en van de inwoner of ondernemer zelf. We richten onze producten en diensten steeds beter in op de wensen van de gebruikers. We bieden steeds meer producten digitaal als het kan en blijven in direct contact als dat wenselijk is. Een inclusieve gemeente betekent voor onze dienstverlening dat we voor iedereen een passende oplossing zoeken in onze manier van communiceren. Dit geldt voor het dagelijkse werk van iedereen die bij onze gemeente werkt. In dat wat we ‘going concern’ noemen We zien het ook terug in hoe we omgaan met veiligheid. De samenleving om ons heen verandert voortdurend en steeds sneller. Ook op het gebied van veiligheid. De risico’s en gevaren die de samenleving, inwoners en bedrijven kunnen bedreigen, zijn van een andere verschijningsvorm en intensiteit dan enkele jaren geleden. Het is dan ook een bewuste keuze de komende jaren vanuit het veiligheidsbeleid in te zetten op de prioriteiten Ondermijning en Kwetsbare personen. Deze prioriteiten pakken wij niet alleen op, maar samen met de ketenpartners waaronder politie, buurgemeenten en hulpverlening. Hierbij versterken we de verbinding tussen zorg en veiligheid, en wordt burgerparticipatie steeds belangrijker. Voor 2022 gaan we extra inzetten op onderstaande doelen.
Doelen en acties 4.1- Anders en beter monitoren We gebruiken Smart 2.0 als de werktitel voor het meer en beter monitoren van (de uitvoering van) ons beleid. Zodat we met het maken en uitvoeren ons beleid beter vast kunnen stellen waarop we willen monitoren en waarom, en wat daarvan de consequenties zijn in tijd en geld. Het meten van effect hangt nauw samen met de Brede Welvaart. Het gebruik van de dimensies van de Brede Welvaart is voor onze gemeente allereerst een manier van kijken naar de opgaven en de integraliteit daarvan (h)erkennen. Dan kunnen we daar gerichter op acteren. Zo is het bouwen van een school niet alleen het neerzetten van een gebouw ten behoeve van onderwijs, maar het kan tevens een bijdrage zijn aan de dimensies sociale contacten, gezondheid en/of milieu.
53
Het sturen en verantwoorden op het beleid -vanuit de brede welvaart- is een nieuwe ontwikkeling. We hebben hier afgelopen jaar de eerste voorzichtige stappen in gezet en willen dit de komende jaren verder ontwikkelen. We zien hier al effect van. Zo neemt bijvoorbeeld de Rekenkamercommissie ook de effecten op brede welvaart mee in haar onderzoek rondom subsidies. Zelf gebruiken we kleine opgaven als leertuin. We leren data te duiden, te analyseren en daarmee iets over onze betrouwbaarheid als overheid te kunnen zeggen. We hebben hier uiteraard nog veel stappen in te zetten. Kiezen we voor monitoren op de input, op de uitkomst, op het proces en/of juist op het effect? Door in bijvoorbeeld startnotities over grotere opgaven voorstellen voor het monitoren mee te nemen, doen we hier ervaring mee op. Op deze manier kan de raad aangeven waarop ze wil sturen en of dit voldoende mogelijkheden geeft om haar controlerende rol goed uit te voeren. Om te kunnen monitoren, is het belangrijk om data te gebruiken en te analyseren op een effectieve en efficiënte manier. Hiertoe kan het regionaal ingerichte Datalab GO ons ondersteunen. Bij zowel het formuleren van beleid als het monitoren kunnen we gebruik maken van de expertise en de data die daar in toenemende mate beschikbaar is.
In lijn met onze doelstellingen is zijn daarom Ondermijning, Landschap en impact van corona op psychische gezondheid, participatiewet en economie als eerste onderzoeksgebieden aangemerkt.
4.2- Doorontwikkelen dienstverlening In de visie op dienstverlening stellen we dat inwoners overal en altijd hun zaken bij ons kunnen regelen op de voor hen meest logische manier. Vooral op het gebied van online dienstverlening is nog veel te winnen. In 2022 zorgen we ervoor dat 95% van de geboden dienstverlening online aan te vragen is, bij voorkeur via een webformulier. In de praktijk merken we dat het maken van webformulieren ook het juiste moment is om meteen het proces kritisch tegen het licht te houden en te verbeteren. Dat kost de nodige tijd, maar draagt ook bij aan betere behandeling en dienstverlening verder in het proces. Afgelopen jaar hebben we hierin al een slag gemaakt bij onder andere Burgerzaken en STOER. Online dienstverlening draagt ook bij aan betere borging van privacy voor inwoners, en hiermee aan vertrouwen in de overheid en maatschappelijke betrokkenheid. Wat de doorontwikkeling van de website en het aanbod van webformulieren oplevert, meten we onder andere door bij inwoners, bedrijven (of onze eigen gebiedsmakelaars) naar de tevredenheid over onze dienstverlening te vragen. We voldoen reeds aan alle normen en eisen die gesteld zijn vanuit de wetgeving als het gaat over digitale toegankelijkheid van de website voor mensen met een beperking. Enkele cijfers ter illustratie van het gebruik van (online) dienstverlening:
54
Raadsplanning
55
Wat kost het?
Beleidsmatige ontwikkelingen.
56
Autonome ontwikkelingen.
Wat zijn onze reguliere taken in dit programma.
57
Programma 5: Bedrijfsvoering / overhead Wat doen we hiervoor? Naast onze ambities en doelen in het programmaplan, hebben we uiteraard ook veel reguliere taken; de going concern. Hieronder is grafisch weergegeven wat we aan reguliere taken binnen programma 5 uitvoeren.
Wat geven we eraan uit? In totaal geven we binnen programma 5/bedrijfsvoering ongeveer € 15 miljoen uit. In onderstaand overzicht is zichtbaar waar het geld naar toe gaat. Zoals te zien, gaat het grootste deel naar de overhead. Dit wordt onder ‘toelichting overhead’. verder uitgewerkt.
58
Maatschappelijk effect We zijn een betrouwbare open overheid door ons bedrijf op orde te hebben. Hierbij moeten we een continue afweging maken tussen informatie bewaken en beschermen, en informatie openbaar maken. In de rol die we hebben als bedrijf zijn twee deelrollen te onderscheiden, namelijk die van werkgever en die van maatschappelijk verantwoord ondernemer. Aan beide elementen van bedrijfsvoering blijven we aandacht geven door te borgen wat goed gaat en te verbeteren waar dat nodig is. Daarmee leggen we een stevig fundament om ten eerste die betrouwbare overheid en samenwerkingspartner te zijn. Tevens is dat fundament nodig om invulling te geven aan de opgaven en ambities die we als gemeente en als onderdeel van de gemeenschap hebben. Deze opgaven en ambities hebben ook consequenties voor de bedrijfsvoering. Wanneer er bijvoorbeeld nieuwe woningen gebouwd worden, levert dat niet alleen werk op voor de teams Vergunningen en Ruimtelijke ordening, maar heeft dit effect op meerderen plekken in de organisatie. Zo lopen alle post en stukken via team Documentaire Informatievoorziening, die ook de vastlegging en archivering bewaken. Hiervoor zetten we een zaaksysteem in dat door functioneel beheer ingericht en beheerd wordt. De uitbreiding in het areaal woningen heeft gevolgen voor team Belastingen dat de waarderingen doet, evenals eventuele bezwaarschriften behandelt.
Bezwaarschriften die in bepaalde situaties ook bij Juridische zaken terecht komen. Al deze mensen hebben ook een teammanager die er voor ze is; de salarissen moeten door de administratie worden verwerkt. Ten slotte heeft iedereen een digitaal ondersteunde werkplek en servicedesk nodig, etc.
1. De gemeente als werkgever Binnen Oude IJsselstreek zijn we één van de grotere werkgevers, met ongeveer 320 medewerkers in vaste en tijdelijke dienst en een flexibele schil. Er gaat jaarlijks circa € 19 miljoen om in de P-begroting aan loonkosten en opleidingen. Binnen de overige exploitatiebudgetten worden daarnaast ook externen ingehuurd op specifieke projecten. Daarmee dragen we bij aan de dimensies inkomen, werk, balans tussen werk en privé en sociale contacten. De mensen die voor de gemeente werken, moeten hun vak verstaan, midden in de samenleving (durven) staan en goed opgeleid en zo vitaal mogelijk zijn. Dit vraagt vanuit onze rol als werkgever om goed werkgeverschap. Als werkgever willen we onze medewerkers goede faciliteiten blijven bieden, zoals huisvesting, opleidingsmogelijkheden en mogelijkheden om flexibel en plaats- en tijdsonafhankelijk te kunnen werken. Die laatste ontwikkeling is overigens door de corona-periode versneld. Deze faciliteiten dienen daarmee als middel om onze inwoners ten dienste te kunnen zijn. Komend jaar houden we als werkgever extra focus op het verbeteren van onze informatievoorziening, digitalisering, de interne beheersing en verantwoording. Tevens investeren we in het ‘hybride’ samen werken, in het borgen van een goede balans tussen fysiek en digitaal vanuit huis werken of een andere werkplek. Daarin betrekken we ook de huisvesting.
We groeien verder als ontwikkelgemeente, met alle dynamiek en groeistuipen die daarbij horen. En dat in een tijd van coronamaatregelen en/of de naweeën daarvan. Met een toenemende krapte op de arbeidsmarkt die maakt dat er niet (meteen) nieuwe medewerkers of tijdelijke inhuur beschikbaar zijn. Dit vraagt om extra aandacht voor werkdruk en werkplezier. Met voortdurende aandacht voor de vitaliteit van mensen. En om een formatieve omvang die past bij het uitvoeren van de prioriteiten, de (veranderende) wettelijke taken en het going concern en de bedrijfsvoering.
59
Doelen en acties 5.1.1- Interne beheersing Wij staan voor een verantwoorde en rechtmatige manier van het inzetten van onze middelen: geld en mensen. De commissie BBV heeft onlangs besloten de invoering van de rechtmatigheidsverklaring met een jaar uit te stellen. Vanaf 2022, dus voor het eerst bij het jaarverslag 2022, dat vlak voor de zomer 2023 door de raad zal worden vastgesteld, moet het college zelf een rechtmatigheidsverklaring afgeven. Met deze verklaring geeft het college aan of zij, binnen door de gemeenteraad aangegeven grenzen, rechtmatig heeft gehandeld. Wij zijn volop bezig met de voorbereidingen voor dit proces. In 2021 is een aanvang gemaakt met de aanpak van de belangrijkste prioriteiten. We werken op dit moment reeds op een rechtmatige wijze, hetgeen ook blijkt uit de door de accountant goedgekeurde jaarrekening. In overleg met de accountant en de auditcommissie zullen wij de nodige maatregelen nemen om te waarborgen dat de noodzakelijke controleactiviteiten steeds worden vastgelegd. Dit zal in 2022 ook gebeuren met de zaken die een lagere prioriteit genieten, maar ook moeten worden opgepakt. We blijven hier vanzelfsprekend steeds in overeenstemming met onze sturingsfilosofie: de verantwoordelijkheid zo laag mogelijk in de organisatie leggen, geen controletorens, maar wel rechtmatig en in control zijn.
We willen in de komende jaren de ontwikkeling voortzetten van alleen financiële informatie naar verantwoording op effect, inhoud en doelmatigheid. Waar doen we het voor en wat draagt het bij aan de brede welvaart voor onze bewoners? Een goede interne beheersing kan om die reden dan ook niet los worden gezien van een goede informatievoorziening.
5.1.2- Goede informatievoorziening We zien informatie als belangrijke grondstof voor dienstverlening, transparantie, tijd- en plaatsonafhankelijk werken, bewaren van cultureel erfgoed en interne control. Er komt steeds meer informatie, die steeds meer digitaal toegankelijk is. Goede, juiste, volledige informatie die goed toegankelijk is, is één van de belangrijkste aspecten om een betrouwbare overheid en een fijne samenwerkingspartner te kunnen zijn. Uiteraard rekening houdend met de privacywetgeving. Het vraagt voortdurend aandacht en investeren om dit goed te (blijven) doen. Zo gaat in het komende jaar extra aandacht naar de Wet Open Overheid (WOO). In dit kader is het doel om over 8 jaar de informatiehuishouding conform de WOO op orde te hebben. Afgelopen jaar hebben we een I-visie (Visie op informatie) ontwikkeld met daarin de kaders voor een goede informatievoorziening. Komend jaar gaan we aan de slag met een I-strategie waarmee we voor de lange termijn bepalen hoe we de informatiehuishouding op orde gaan krijgen. Tegelijkertijd gaan we aan de slag met het opschonen van informatie. Dit doen we door informatie die we niet meer nodig hebben te vernietigen, of over te brengen naar het streekarchief als de informatie blijvend bewaard moet worden.
60
Een goede informatievoorziening en ICT zijn de basis om te zorgen dat werkprocessen van de organisatie, het college en de raad goed lopen. De maatschappelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld de maatregelen rond corona) vragen er om steeds meer digitaal te werken en te communiceren. Dit pakken we onder andere op met een verdere rationalisatie van het applicatielandschap gericht op een effectievere en efficiëntere informatievoorziening.
5.1.3- Plaats- en Tijdonafhankelijk Werken Met onze voorzieningen zoals onze gebouwen en ICT creëren we nieuwe mogelijkheden voor passende en innovatieve dienstverlening. Deze voorzieningen moeten op meerdere manieren en flexibel ingezet kunnen worden. Onze gebouwen moeten inspireren en gastvrij zijn. En ICT werkt niet alleen ondersteunend, maar is ook een aanjager voor innovatie en verandering. Daarnaast moet de kwaliteit hiervan voldoen aan duurzaamheids-, veiligheids- en Arbo-eisen. En dat alles in redelijkheid. We zitten, zoals aangegeven, in een ontwikkeling naar meer plaats- en tijdsonafhankelijk werken. Dat betekent dat we werken op de plaatsen en momenten waar we de meeste toegevoegde waarde voor onze inwoners en ondernemers hebben. Onze gebouwen zijn en blijven een fysieke plek waar bestuur en ambtelijke organisatie elkaar of inwoners en partners ontmoeten en werkzaamheden verrichten. Dat doen we in combinatie met het werken elders (thuis of vanaf een andere werkplek). Dat betekent dat we er de facto zo'n 300 ‘gebouwen’ en werkplekken bij gekregen hebben. Deze hybride vorm van werken biedt een betere balans werk-privé, minder druk op verkeer en de basis om goed van buiten naar binnen te werken. Het gemeentehuis vraagt in de komende jaren forse investeringen in onderhoud aan zowel het gebouw als de installaties, conform het meerjarenonderhoudsplan.
Indertijd is bij het opstellen van dit onderhoudsplan geen rekening gehouden met de duurzaamheid die de gemeente ondertussen in haar beleid voorstaat. Tezamen met de consequenties van het hybride werken (denk aan behoefte aan minder vierkante meters werkplek en een ander gebruik van de vierkante meters) vraagt dit om een herbezinning op en onderzoek naar de opties voor de huisvesting. Want wat is de manier waarop we kunnen en willen werken? En is dit nog wel de plek waar we dat doen? Met de juiste omvang? Evenzo worden er andere zaken gevraagd van de inrichting van het gebouw, de faciliteiten en de hard- en softwarematige ondersteuning. In het eerste kwartaal van 2022 stellen we hiervoor een startnotitie op.
5.1.4- Communicatie en Participatie Communicatie en informatie zijn onze olie, de energie in onze motor. We communiceren als gemeente op veel verschillende manieren en veel verschillende momenten met onze inwoners, ondernemers en andere partners. Al het contact, in alle vormen, tussen ons en onze inwoners, ondernemers en andere partners is communicatie. We willen dat al onze communicatie begrijpelijk en toegankelijk is en dat dit aansluit op de leefwereld van de inwoners, ondernemer en/of partner. Met communicatie zorgen we voor verbinding. Het optimaliseren van onze communicatie en communicatiemiddelen, zowel offline als online, heeft blijvende aandacht. Beeld is inmiddels niet meer weg te denken uit onze communicatie. De digitale ontwikkelingen blijven we hierin volgen. We werken daarbij vanuit de 8 hoofdlijnen uit onze communicatievisie.
61
De rol van overheid én inwoner is sterk aan het veranderen. Grote opgaven als de energietransitie, woningbouw, de Omgevingswet maar ook sociale vraagstukken vragen om een andere manier van samenwerken tussen (lokale) overheid en inwoners. Hoewel er op projectniveau al invulling wordt gegeven aan inwoner- en overheidsparticipatie, is er behoefte aan gemeentebreed beleid dat antwoord geeft op de vraag ‘wat’ participatie is en ‘hoe’ we daar invulling aan geven. De invoering van de Omgevingswet per 2022 geeft hier een concrete deadline aan. Ook de gemeenteraad onderschrijft het belang van participatie. Vanaf 2022 geven we uitvoering aan het nog vast te stellen participatiebeleid zodat we de maatschappelijke betrokkenheid verder versterken, het werken vanuit de bedoeling bevorderen en bijdragen aan het subjectief welzijn van onze inwoners binnen de Brede Welvaart. Daarmee geven we ook door middel van ons participatiebeleid uitvoering aan onze sturingsfilosofie: aansluiten bij dat wat logisch voelt en is voor de inwoner. Hierbij hebben we ook aandacht voor openbaarheid en transparantie.
5.1.5 Formatie In 2021 hebben we zowel incidenteel als structureel extra menskracht ingezet om uitvoering te geven aan impulsen, extra taken en het niet verder laten oplopen van de werkdruk (o.a. door ziektevervanging). Daarbij hebben we uitgesproken dat ook voor 2022 en verder een investering in menskracht noodzakelijk is. Voor de diverse doelen die in de programma’s zijn benoemd alsmede voor versterking binnen de going concern, is dan ook extra vakinhoudelijke expertise nodig. Aangezien deze behoefte voornamelijk aan impulsen en projecten is gerelateerd, en/of de consequenties van te maken beleidskeuzes pas over enkele jaren duidelijk worden, gaat het dus vooral om incidentele kosten. In de Voorjaarsnota is hiertoe een eerste inschatting van € 250.000 structureel gemaakt. Op basis van de (aangekondigde) verdere uitwerking, komen we uit op een benodigd extra personeelsbudget van € 419.000 structureel (€ 169.000 hoger dan in de VJN). Incidenteel hebben we € 516.000 (in 2022) en €415.000 (in 2023) nodig. Deze stijging is met name nodig voor:
62
•
Hogere kosten meer benodigde inhuur Niet alleen onze gemeente maar de hele overheid kampt met een schaarste op de arbeidsmarkt, zeker op bepaalde specialistische expertise. Dat betekent langere en lastigere wervingsprocedures en duurdere inhuurtarieven. Zo vragen onder andere de ontwikkelingen op het ruimtelijk gebied en de uitvoering van het klimaatakkoord veel inzet van veel steeds schaarsere kennis. We onderzoeken in regionaal verband of we zelf gaan opleiden of samenwerking aangaan met onderwijsinstituten. Als er een haalbaar en gedragen idee ontstaat, werken we dat verder uit in een projectplan c.q. businessmodel.
•
Groei naar ontwikkelgemeente Zoals aangegeven, groeien we verder naar het zijn van een ontwikkelgemeente en netwerkorganisatie. De opgaven veranderen (denk aan versnelling woningbouw, werken aan klimaatadaptatie, verder transformeren op het sociaal domein, vormgeven van 'n grote gebiedsopgave ed). Ze vragen om een andere innovatieve benadering, om intensievere samenwerking met partners en inwoners en om bewust inzetten op de dimensies Brede welvaart. We zetten de lijn door om vanuit de brede welvaart, juist nu, kansen te pakken en impulsen te geven. We doen dit met ambitie en lef en laten ons niet tegenhouden door een crisis en zien kansen in plaats van bedreigingen bij externe veranderingen. Met oog voor de mens, gericht op kwaliteit en werkend vanuit visie. Door te normaliseren, voorkomen en samenwerken/innoveren. Vanuit de raad is dit de afgelopen jaren ook meerdere keren onderschreven en bekrachtigd. Dit alles vraagt om verder investeren in mensen, zowel in denk- en uitvoeringskracht voor de nieuwe (beleids)ontwikkelingen als voor going concern en bedrijfsvoering.
•
Ondersteuning in processen Voor bijna iedereen in de organisatie, dus ook voor de flexibele schil (in 2021 rond de 70 personen) geldt, dat er steeds meer wordt gevraagd -in tijd en kennis- voor het managen en toegankelijk maken van informatie, voor het vormgeven van participatieve trajecten, subsidieaanvragen en aanbestedingen, en voor de administratie voor de interne beheersing. Dit neemt bij bepaalde personen en teams zo veel tijd in beslag, zeker als er veel nieuwe mensen bij komen, dat het ten koste gaat van snelheid in processen, resultaten en werkplezier. Voor de komende twee jaar zetten we derhalve extra in op het ondersteunen van alle professionals. Dit doen we door inzet van professionals op de gebieden informatiemanagement, financiën, servicedesk, juridische zaken en contractmanagement. We maken ook gebruik van een vorm van ‘jobcarven’ binnen functies met als doel om achterstanden niet op te laten lopen en waar mogelijk weg te werken. We brengen de werkdruk naar beneden en verhogen het werkplezier door aan de voorkant de processen gelijk goed in te richten.
Waar we in het begin van de coronacrisis juist een daling in ziekteverzuim zagen, is daarna met name het langdurig ziekteverzuim sterk toegenomen, mede door de toenemende werkdruk. We verwachten zeker een na-ijl effect de komende jaren, maar hoe dit in het totaal van het personeelsbudget uitpakt, kunnen we op voorhand niet concreet inschatten. We hebben dit risico dan ook meegenomen in de risicoparagraaf. Vitaliteit is altijd een belangrijk onderwerp in elke organisatie. Zeker in de coronaperiode en de naweeën daarvan, is aandacht voor vitaliteit cruciaal. Corona hakt er harder in qua creativiteit, productiviteit en het algemeen welbevinden dan aan de buitenkant te zien is. Gedurende het jaar hebben we hier op allerlei manieren aandacht voor gehad en maken we gebruik van diverse regelingen en maatwerk om mensen daarin te faciliteren. Zo bieden we ook extra activiteiten, workshops e.d. waar mensen gebruik van kunnen maken. Tevens meten we -op vrijwillige basis- elke drie jaar hoe vitaal mensen zich fysiek en mentaal voelen (gepland in Q4 2021). Ons uitgangspunt is: de eigen verantwoordelijkheid ligt bij de medewerker, de werkgever ondersteunt en coacht daarin.
5.1.6- Covid De coronacrisis heeft effect op veel plekken in onze samenleving. De afgelopen periode zijn er verschillende ondersteunende maatregelen uitgevoerd door de gemeente, zoals de steunmaatregelen voor verenigingen, zwembadkaarten voor jeugd op de basisscholen, uitstel belastingen en uitvoering van de Tozo en Tonk. Uit ervaring blijkt dat we als gemeente vooral te maken hebben met impact op de beleidsterreinen economie, het sociaal domein/ de sociale structuur en het maatschappelijk middenveld. We richten ons dan ook op deze drie beleidsterreinen in de stappen naar een nieuw evenwicht. In verbinding en integraal. De eerste aanzet daartoe hebben we inmiddels gemaakt en beschreven in de memo “Covid-19; naar een nieuw evenwicht”. De verdere uitwerking hiervan is in 2021 gereed en wordt (ook) in 2022 concreet uitgevoerd. Bij deze uitwerking hebben we met name aandacht voor het leggen van verbinding tussen en coördinatie op de verschillende thema’s en maatregelen, vanuit de verschillende disciplines. Om zo te zorgen dat de impulsen om naar het nieuwe evenwicht te komen, goed aansluiten bij ons regulier beleid en de activiteiten van andere partners in het veld kunnen versterken. Zoals bijvoorbeeld het overkoepelend plan van aanpak (programma 3) bij de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs.
Of inzet op publieke gezondheid verbinden met aandacht voor beweging, eenzaamheid en een dementievriendelijke gemeente. Dit doen we dan ook voor en samen met onze partners, zoals het onderwijs, sociaal werk, (sport)verenigingen, buurtsportcoaches of hulpverlening. De beschikbare incidentele middelen voor Covid zetten we in voor uitvoering van de extra -tijdelijke- impulsen (zoals hierboven als voorbeeld genoemd) en voor de benodigde coördinatie; daar waar het niet uit reguliere budgetten gedekt kan worden.
63
2. De gemeente als maatschappelijk verantwoord ondernemer Het maatschappelijk verantwoord ondernemen van de gemeente komt bijvoorbeeld tot uiting op het gebied van duurzaamheid, duurzame contacten en contracten, en inclusief werkgeverschap. Op deze manier kunnen we ook als bedrijf bijdragen aan het versterken van de brede welvaart op met name de dimensies werk, sociale contacten, subjectief welzijn, milieu en maatschappelijke betrokkenheid. Daarnaast zijn we soms ook een onderneming (met een sociaal oogmerk) binnen het privaatrecht en met een eigen winst- en verliesrekening. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen en de verkoop van openbaar grondgebied.
Doelen en acties 5.2.1- Inclusief werkgeverschap Wij willen een diverse organisatie zijn omdat iedereen die bij ons werkt een eigen unieke achtergrond met andere gebruiken, gewoonten, behoeften en andere visie meebrengt waardoor onze organisatie beter kan inspelen op behoeften van inwoners en samenwerkingspartners. Wanneer we mensen in dienst nemen, zijn we oprecht geïnteresseerd in wie iemand is en welke talenten en kwaliteiten iemand heeft. Ons inclusief denken en werken maakt dat iedereen welkom is en zich prettig voelt bij ons. We laten niet alleen een goed voorbeeld zien maar dragen onze manier van denken en werken daar waar mogelijk ook actief uit. Iedereen die bij ons -of met ons werkt moet zichzelf kunnen zijn. Waar mogelijk bieden we inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt een vaste baan aan bij de gemeente. Daarnaast bieden we een aantal mensen een tijdelijke opstap, om zo door te groeien naar een vaste baan bij ons of elders. We blijven het inclusief werkgeverschap vormgeven binnen de bestaande personeelsbudgetten. Als werkgever sluiten we ons eveneens aan bij de pilot ‘maatschappelijke banen’.
Raadsplanning
64
Wat kost het?
65
Beleidsmatige ontwikkelingen.
Autonome ontwikkelingen.
66
Wat zijn onze reguliere taken in dit programma.
67
Toelichting overhead Overhead, zoals bedoeld in het BBV, wordt samengevat als bedrijfsvoeringskosten of als kosten die voortvloeien uit de PIOFACH-taken (personeel, informatie, organisatie, financiën, automatisering, communicatie en huisvesting). Overhead mag wel worden toegerekend aan grondexploitaties, investeringen en kostendekkende activiteiten als (subsidie)projecten. In de Oude IJsselstreek wordt dit gedaan naar rato van de werkelijk geschreven uren van het laatste afgesloten boekjaar.
Indicatoren
68
Algemene dekkingsmiddelen Inleiding Baten en lasten van de gemeente, die niet direct aan een programma zijn toe te rekenen, zijn in de algemene dekkingsmiddelen opgenomen. Het gaat hierbij om - lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is; - de algemene uitkering uit het Gemeentefonds; - dividend; - het saldo van de financieringsfunctie; - de overige algemene dekkingsmiddelen; - het bedrag voor onvoorzien.
Beleid De beleidsruimte “Algemene dekkingsmiddelen” is beperkt. De belangrijkste regels zijn opgenomen in de Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording, de Wet Financiering Decentrale Overheden en de Wet Waardering Onroerende Zaken. Voor zover de gemeente aanvullende lokale regels wil stellen voor het financiële beleid vindt dat plaats in een aantal verordeningen en nota’s. In Oude IJsselstreek zijn de volgende kaderstellende notities en verordeningen vastgesteld: •
verordening financieel beleid, beheer en financiële organisatie (2016)
•
verordening controle financieel beheer en financiële organisatie (2005)
•
verordening periodiek onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid (2005)
•
treasurystatuut (financiering) (2017)
Overzicht algemene dekkingsmiddelen
69
70
Autonome ontwikkelingen
Toelichting Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is. De lokale heffingen zijn uitgebreid beschreven in de betreffende paragraaf. Algemene uitkeringen uit het Gemeentefonds De berekening van de Algemene Uitkering is gebaseerd op de Meicirculaire 2021. Daarnaast zijn de compensatiegelden Jeugdzorg verwerkt volgens de voorgeschreven richtlijnen. Evenals alle andere posten is de raming van het gemeentefonds gebaseerd op constante lonen en prijzen. In de meerjarenraming is rekening gehouden met de gevolgen die voortvloeien uit de bij de begrotingsuitgangspunten genoemde aantallen. De financiële uitgangspunten zijn benoemd in het betreffende hoofdstuk. De algemene uitkering valt uiteen in een algemeen deel en een deel wat betrekking heeft op de daarbij behorende onderwerpen (decentralisatie- en integratie-uitkeringen). •
71
Algemene deel Het algemene deel omvat het deel van het budget, waar de gemeente vrij over kan beschikken. De verschillen in de hoogte van de uitkering komen ten opzichte van eerdere ramingen op grond van de meicirculaire 2020 onder andere door: o
Compensatie voor loon- en prijsstijgingen en nieuw beleid.
o
Actualisering van aantallen (bv aantal inwoners, bijstandsgerechtigden, woningen, etc).
o
Actualisering van de WOZ-waarden van ons onroerend goed.
o
Het zogenaamd ‘trap-op-trap-af’ principe. Als het Rijk minder uitgeeft, ontvangen de gemeenten ook minder algemene uitkering.
o
Het integreerbare deel van de integratie-uitkering sociaal domein opgenomen in de algemene uitkering. Via clusterberekeningen wordt een splitsing gemaakt.
•
Integratieuitkeringen / Decentralisatieuitkering Deze uitkeringen zijn bedoeld voor een specifiek doel, hieronder vallen uitkeringen als Impuls brede scholen/combinatiefuncties, voorschoolse voorziening peuters, gezond in de stad (GIDS) gelden, armoedebestrijding kinderen, inburgering en vergunningverlening/toezicht/handhaving. Daarnaast blijven de niet integreerbare onderdelen van het sociaal domein, Voogdij 18+ en Re-integratie klassiek als een aparte integratie-uitkering. In principe verlopen deze uitkeringen budgettair neutraal. Dit houdt in het bedrag dat wordt uitgekeerd voor deze onderdelen, voor hetzelfde bedrag wordt geraamd als uitgave/last in de begroting. Neemt deze uitkering toe, dan nemen ook de lasten met hetzelfde bedrag toe. Neemt deze af, dan worden ook de lasten lager. Dit betekent wel dat bij een lagere uitkering, de uitvoering van deze regelingen met minder geld gerealiseerd moet worden.
Dividend Het bedrag aan te ontvangen dividend ramen we ten opzichte van de begroting 2021 structureel € 318.000 lager. We hanteren dit jaar geen gemiddelde van de afgelopen drie jaren, maar maken een inschatting op basis van de recente berichtgeving van de 3 partijen. Voor de BNG aandelen houdt dit nog verband met de Coronacrisis. Vitens en Alliander gaan investeren uit o.a. eigen middelen, waardoor er geen of minder kapitaal overblijft voor dividend om aan de aandeelhouders te verstrekken. Saldo financieringsfunctie Het saldo van de financieringsfunctie wordt bepaald door de verschillen in de geraamde rente en de gerealiseerde rente. Zie ook de paragraaf Financiering. Het percentage bespaarde rente dat wordt berekend over de stand van de eigen financieringsmiddelen per 1 januari is bepaald op 0%. De rentelasten van de vaste activa (investeringen) worden aan de programma's toegerekend tegen het omslagpercentage van 1,00 % (voor enkele geactiveerde kapitaaluitgaven gelden (historisch bepaalde) uitzonderingspercentages). Op rekeningbasis vindt nogmaals een (her)berekening plaats en worden op nacalculatorische wijze de kapitaallasten doorbelast.