Boekwerk jaarstukken 2021.pdf
Tekst van het document
Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling
Schoon, heel, veilig Niveau Basis (kwaliteitscijfer 5,5-6,5)
Planmatig onderhoud en groot onderhoud van wegen Rapportage kwaliteitsniveau van de wegen op basis van de weginspectie
Subdoelstelling
Efficiënt en effectief onderhoud aan wegen
Uitvoering van het beleidsplan Wegen 2019-2023 Opstellen en bijhouden meerjarenplanning voor groot onderhoud van wegen Up to date houden meerjarenplanning voor vervangingen (reconstructies van wegen)
Kwaliteit In het huidige beleidsplan staat aangegeven dat de wegen in de gemeente Oude IJsselstreek kwaliteitsniveau Basis moeten hebben. Kwaliteitsniveau Basis is een voldoende (kwaliteitscijfer tussen 5,5 en 6,5). Om te kunnen bepalen welk kwaliteitsniveau de wegen in onze gemeente hebben, vertaalt een onafhankelijk bureau structureel (per 2 jaar) de inspectiegegevens van de wegen naar een bijbehorend kwaliteitsniveau. De eind 2019 en begin 2020 uitgevoerde weginspectie toont aan dat de kwaliteit van de wegen een lichte daling laat zien richting kwaliteitsniveau Laag. Dit heeft vooral te maken met het dalen van het kwaliteitscijfer van de asfaltverhardingen. Voor een groot deel is de daling van de kwaliteit te verklaren. Als we de planning van de diverse onderhoudsmaatregelen (inclusief de vervangingen) bekijken dan verwachten we dat het kwaliteitscijfer weer zal stijgen. Binnen het huidige onderhoudsbudget besteden we de komende jaren extra aandacht aan de asfaltverhardingen en minder aan de elementenverhardingen. Financiën In het beleidsplan Wegen, dat de raad in maart 2019 heeft vastgesteld, staat een aantal uitgangspunten voor de financiële berekening beschreven, zoals: •
Omvang van het huidige areaal;
•
Berekening alleen voor verharde wegen;
•
In stand houden van de bestaande situatie (dezelfde materialen, dezelfde constructieopbouw, dezelfde wegbreedte, enz.);
•
Alleen kosten voor groot onderhoud, geen kosten voor vervanging, geen kosten voor klein onderhoud, geen kosten voor verzorgend onderhoud zoals straatvegen of onkruidbeheersing;
•
In stand houden van het huidige areaal op het gewenste kwaliteitsniveau.
Met de hierboven genoemde uitgangspunten, het beheerareaal en de kwaliteitsambitie Basis is in het beleidsplan een berekening gemaakt voor de jaarlijkse onderhoudskosten. Deze kosten worden in het jaar van uitvoering ten laste gebracht van de exploitatie. De BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) staat niet toe dat de kosten voor vervangingen (reconstructies) worden meegeraamd in het onderhoudsbudget Wegen. Voor reconstructies van wegen en fietspaden is investeringsbudget vereist. We gaan hierbij voor de komende jaren uit van een bedrag van gemiddeld € 600.000 per jaar. Dit bedrag wordt vanaf 2021 als investering meegenomen in de meerjarenbegroting. Ontwikkelingen Alle facetten die afgelopen jaren zijn besproken, zijn in het beleidsplan opgenomen. Ieder jaar bekijken we de 52
onderhoudsplanning van de wegen opnieuw en stellen we eventueel bij. Medio 2022 worden de wegen opnieuw geïnspecteerd. Aan de hand van de inspectiegegevens maken we weer een nieuwe onderhoudsplanning. Ook kunnen we met de nieuwe inspectiegegevens het kwaliteitsniveau van onze wegen bepalen. Gerealiseerd In de tweede helft van 2022 kunnen we zien of het kwaliteitsniveau van de wegen weer dichter bij het afgesproken niveau "basis" zit. Dan pas kunnen we zien of we de doelstelling (kwaliteitsniveau "basis") gaan halen. Risico’s De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.
Civieltechnische kunstwerken en kunst in openbare ruimte Beleid De visie van de gemeente op het beheer en onderhoud van de civieltechnische kunstwerken en kunst in de openbare ruimte is kernachtig te verwoorden als "veilig, heel, doelmatig en schoon". Deze visie is uitgewerkt in het beheerplan dat het college in 2018 heeft vastgesteld. Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling
Schoon, heel en veilig
Opstellen uitvoeringsplan naar aanleiding van jaarlijks te houden (globale) inspecties. Volledige inspectie van de civieltechnische kunstwerken (vijfjarige inspectie).
Kwaliteit Medio 2020 zijn alle grote kunstwerken volgens planning geïnspecteerd en is de kwaliteit en onderhoudstoestand ervan in kaart gebracht. De resultaten uit deze inspectie gaven geen aanleiding tot het uitvoeren van grote onderhoudswerkzaamheden. De kwaliteit is in overeenstemming met hetgeen is vastgelegd in het Beheerplan Civieltechnische Kunstwerken 2018 - 2022. Financieel Uit de uitgevoerde inspectie in 2020 kwamen geen grote onderhoudsmaatregel naar voren. Dit heeft ook zijn weerslag gehad op het beschikbare budget. Ontwikkelingen Het huidige beheerplan heeft een looptijd tot 2023 en dient dus in 2022 herzien te worden. Gerealiseerd Afgelopen periode is de Hogebrug in Ulft op circulaire wijze compleet gerenoveerd. Risico’s De risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.
Openbare verlichting Beleid Openbare verlichting draagt bij aan een veilige en leefbare openbare ruimte. Het is daarom een beleidsterrein 53
waarbij het van belang is dat de gemeente zelf een sturende rol vervult bij het definiëren van het beleid en het uitvoeren van het beheer en onderhoud. Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling
Het openbare leven bij duisternis zo goed mogelijk te laten functioneren en bij te dragen aan een sociaal veilige, verkeersveilige en leefbare omgeving.
Subdoelstelling
Uitvoeren beleidsplan Openbare verlichting 2022-2026 Vervanging openbare verlichting (binnen de projecten) Uitvoeren vervangingsplan 2022 - 2026 (masten 50 jaar en ouder en armaturen van 25 jaar en ouder) Uitvoeren regulier onderhoud Afhandelen storingen en klachten
Aandacht voor circulaire economie en Smart City Het toepassen van innovatieve ontwikkelingen op het gebied van de energieaanpak
Kwaliteit In de periode 2022-2026 gaan we verouderde armaturen en lichtmasten vervangen. Het vervangen zorgt voor daling van veiligheidsrisico’s en uniformiteit van masten en armaturen waardoor een rustig straatbeeld ontstaat. De bestaande beleidslijn zetten we door en door technische ontwikkelingen, andere inzichten of veranderde richtlijnen vullen we deze aan met een aantal nieuwe onderdelen. We blijven gebiedsgericht en zo energiezuinig mogelijk verlichten. Bij het toepassen van allerlei soorten lichtbronnen in de openbare ruimte blijven we kritisch om lichthinder te voorkomen. We houden aandacht op sociale veiligheid, leefbaarheid en sfeer. We gaan het buitengebied niet meer verlichten dan nu het geval is. Financieel De kosten voor regulier onderhoud, groepsgewijs vervangen van lampen, kleine klussen worden gedekt uit het in de taakveldraming opgenomen onderhoudsbudget. Voor het op leeftijd vervangen van masten en armaturen wordt de komende vier jaar een extra investering van gemiddeld € 339.150,00 per jaar in de begroting opgenomen. De kapitaallasten van deze investering worden ten laste van het reguliere onderhoudsbudget gebracht. Hiermee verloopt dit budget neutraal. Ontwikkelingen De ontwikkelingen op het gebied van LED (Light Emmitting Diodes) verlichting gaan nog steeds door.
De LED lamp is nu een stabiele factor in de openbare verlichting waardoor we een definitieve switch naar de LED verlichting hebben gemaakt. In het vervangingsplan is dit ook meegenomen waardoor we alle conventionele armaturen gaan vervangen door LED armaturen. Het is de verwachting dat we eind 2022 circa 35% van alle armaturen vervangen hebben door een LED armatuur. Hierbij is het de bedoeling dat alle SOX en SON armaturen, die duur in onderhoud zijn dan vervangen zijn. Ons doel is om de afspraken over openbare verlichting uit het SER-energieakkoord uit 2013 te halen. Dit houdt in dat we in 2030 50% energie hebben bespaard ten opzichte van 2013. Eind 2020 was dit 28%. We investeren hiervoor in de vervanging van armaturen die ouder zijn dan 25 jaar door armaturen met ledverlichting. We gaan de komende jaren ook masten ouder dan 50 jaar vervangen. Van Gelder Infra BV is tot en met 2023 de aannemer voor het onderhoud aan de openbare verlichting. Net als de voorgaande onderhoudscontracten zit de gemeente Oude IJsselstreek in één perceel met de Gemeente Doetinchem, Doesburg en Montferland. 54
Gerealiseerd Met een besparing van 28% op de kosten van energie ten opzichte van 2013 zitten we op de goede weg om de besparing van 50% in 2030 te halen. De vervanging van de SOX en SON armaturen is voor 95% gerealiseerd. Het restant van de SOX en SON armaturen gaan we in 2022 vervangen. De vervanging van 1100 armaturen en 500 masten is niet helemaal gerealiseerd. In 2022 worden via een inhaalslag alle armaturen van 25 jaar en ouder en masten van 50 jaar en ouder vervangen. Risico’s Ieder jaar testen we masten die 40 jaar of ouder zijn op stabiliteit. Uit deze meting, die vanaf 2013 jaarlijks wordt uitgevoerd, komen masten met een, vanuit inspectiejargon, “code rood” naar boven. Masten met deze code vertonen ernstige gebreken die de stabiliteit van de mast niet waarborgen. Deze masten dienen binnen 6 maanden na de meting vervangen te worden. Binnen het huidige budget kunnen we de masten in tijdig vervangen. Daarmee blijft het risico beperkt. Dit moet jaarlijks opnieuw bekeken worden.
Riolering Beleid De Wet milieubeheer (Wm) verplicht gemeenten tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). In dit plan geeft de gemeente aan hoe zij om denkt te gaan met de wettelijke zorgplichten die zij heeft voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de verplichting voor het opstellen van een GRP. Aangezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet is uitgesteld, stellen we het opstellen van een nieuw GRP uit tot de Omgevingswet in werking is getreden. De wettelijke zorgplichten krijgen binnen de Omgevingswet een plek. In 2021 gaan we bekijken hoe we dit gaan vormgeven. Dit zal binnen het Afvalwaterteam Etten opgepakt worden. Uitgangspunt hierbij is dat we een gezamenlijk plan uitwerken, met op bepaalde punten gemeente specifiek beleid. Verder zal het nieuwe plan nog breder van opzet zijn, gezien de onderwerpen rondom klimaatadaptatie. Voor de dekking van de kosten van aanleg en beheer van riolering zijn verschillende bronnen. De aanleg van riolering in nieuwe bestemmingsplannen bekostigen we uit de exploitatieopzet van die plannen en verdisconteren we in de verkoopprijs. De kosten van het beheer en de aanleg van riolering, hemel- en grondwatervoorzieningen bij bestaande panden, dekken we uit de rioolheffing.
De hoogte van deze heffing herzien we jaarlijks en stellen we vast met behulp van een kostendekkingsplan.
Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling Schoon, heel, veilig (Bescherming volksgezondheid, kwaliteit leefomgeving Uitvoeren van het verlengde GRP uit 2017 waarborgen en bescherming grond- en oppervlaktewater) Subdoelstelling Efficiënt en effectief onderhoud aan riolering
Uitvoeren van het verlengde GRP uit 2017 Oplossen knelpunten
Voorkomen van “water op straat” Uitvoeren van het verlengde GRP uit 2017
Kwaliteit Door middel van camera-inspecties bepalen we jaarlijks de kwaliteit van een deel van de vrijvervalriolering. Aan de hand van deze inspecties, en inspecties uit het verleden, stellen we met behulp van het 55
rioolbeheersysteem een vervangingsplanning op. Samen met de vrijvervalriolering maakt de electro-mechanische riolering (drukriolering) het grootste onderdeel uit van het gehele rioolsysteem. Om ook hier inzicht te krijgen in de kwaliteit is nog niet zo lang geleden besloten om dit onderdeel ook periodiek te inspecteren. De eerste inspecties bevestigen de verwachte levensduur van bepaalde onderdelen. Aan de hand van de uitgevoerde inspecties stellen we hier ook een vervangingsplan voor op. Binnen het GRP is al rekening gehouden met de hierboven genoemde vervangingsplannen. Financieel Uitgangspunt is het door de raad vastgestelde Rioleringsplan 2017-2020. Met de vaststelling van dit plan, zijn ook de uitgangspunten voor de bepaling van de hoogte van de rioolheffing vastgesteld. Deze uitgangspunten zijn: •
Jaarlijkse stijging van de heffing met 3%;
•
Jaarlijks beoordelen of dit percentage voldoende of juist onvoldoende is voor de dekking van de riooluitgaven;
•
Een acceptabele stand van de voorziening riolering (ca. € 300.000) om eventuele tegenslagen op te kunnen vangen.
Gerealiseerd In totaal is er voor € 2.390.000 uitgegeven aan rioleringswerkzaamheden. Hoofdzakelijk betreft het hier het vervangen van oude rioolleidingen in combinatie met het aanleggen van hemelwater riolen, het renoveren van drukrioolunits, het relinen van oude rioolputten en leidingen en het voorbereiden van werken die in 2023 in uitvoering komen. Zo is onder andere in Ulft de riolering in de Roggestraat, de Ankerstraat en de Parkstraat vervangen. In Terborg is dit gebeurd in de Koningin Emmastraat en de Prins Willem Alexanderstraat. In Gendringen is de riolering in de Brederostraat vervangen. Risico’s Met de jaarlijkse financiële actualisatie om de hoogte van de rioolheffing te bepalen beperken we eventuele risico’s tot een aanvaardbaar niveau.
Groen, natuur en landschap Beleid Voor de groenvoorziening hanteren we in de wijken beeldkwaliteit Basis en in centra beeldkwaliteit Hoog. Dit is conform het vastgesteld beeldkwaliteitsplan van 2016. Uit een laatst gehouden schouw (2021) blijkt dat de meeste groenonderdelen nog net scoren op kwaliteitsniveau ‘basis’, maar wel er is wel sprake van een dalende lijn. Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling Behoud van groenvoorzieningen op het vastgestelde kwaliteitsniveau voor een aantrekkelijke groene woon- en werkomgeving in Oude IJsselstreek
Uitvoeren planmatig onderhoud
Subdoelstelling Streven naar beeldkwaliteit groen die overeenkomt met het wensbeeld vanuit groenbeleidsplan
Uitvoeren planmatig onderhoud
Kwaliteit Door middel van verschillende jaarlijkse inspecties op groenvoorziening en bomen toetsen we of de vastgestelde beeldkwaliteit en veiligheid behaald wordt.
56
Financieel De werkzaamheden zijn binnen de huidige budgetten en formatie uitgevoerd. Ontwikkeling De Visie op natuur, landschap en groene kernen is af. Vanuit deze visie werken we verder aan vergroening. Dit doen we onder meer door meer bomen te planten en biodiversiteit in de openbare ruimte en bermen te vergroten. Gerealiseerd In 2021 hebben we aan de onderstaande acties gewerkt, dit is structureel andere manier van werken. • de succesvolle actie 'Tegel eruit, Boom erin' was in 2021 in Terborg, Silvolde, Sinderen, Heelweg en Westendorp en zijn er weer meer dan 1200 bomen uitgedeeld aan inwoners. • als gemeente hebben we het openbaar groen meer biodivers gemaakt door meer vaste planten (750m2), hagen(450m), bomen(150st) en bosplantsoen(1000m2) te planten en we hebben meer kruidenrijke bermen(4500m2) gemaakt. Dit alles in plaats van gazon en mono beplanting. • binnen civiele projecten is er ook extra aandacht voor een biodiverse inrichting een goed voorbeeld hiervan is herinrichting van het Kerkplein in Gendringen. • de machine om de bermen te kunnen maaien en het maaisel af te voeren is aangeschaft en in gebruik op verschillende proeflocaties. De eerste resultaten zijn veelbelovend. • we gebruiken steeds minder van het middel Xentari om de eikenprocessierups preventief te bestrijden.
Daar is nu een andere optie voor Catefix, dit biologische middel werkt reactief en pleksgewijs op de nesten om de overlast te bestrijden. Risico’s Mogelijke risico’s liggen vooral op het terrein van de wettelijke aansprakelijkheid. Hiervoor heeft de gemeente een verzekeringspolis afgesloten.
Water Beleid Het Waterplan bestaat uit een inventarisatie en een analyse. Dit beleidskader zorgt dat al het water een duidelijke functie heeft voor inwoners, toeristen, bedrijven, natuur en milieu. Het gaat om waterbeleid, waardoor water en watergerelateerde raakvlakken gelijkwaardig zijn aan andere beleidsvelden. Het eindresultaat is een gezonde, "waterrijke" en milieuvriendelijke gemeente. Het plan is in 2009 vastgesteld, en loopt in 2020 af. We bekijken hoe, en in welke vorm, de inhoud van het huidige plan terug kan komen in bijvoorbeeld de omgevingsplannen. Wat wilden we bereiken?
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Hoofddoelstelling In 2020, een ecologische, recreatieve, cultuurhistorische en Uitvoering in overeenstemming met het ruimtelijke samenhang in het water in en om de gemeente uitvoeringsprogramma Oude IJsselstreek Financieel De financiële aspecten van het onderdeel water zijn opgenomen in het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Ontwikkelingen Zoals bekend, is het klimaat aan het veranderen. Deze verandering is niet alleen van invloed op de riolering, maar ook op het watersysteem. Overtollig water uit de kernen dient ook op een verantwoorde wijze verwerkt te worden. In het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie, zal er in de toekomst meer aandacht komen voor het onderdeel water. Gerealiseerd In het afgelopen jaar zijn geen concrete zaken gerealiseerd met betrekking tot het hier genoemde paragraaf.
57
Wel is de wettelijk verplichte stresstest in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie uitgevoerd. Bij deze stresstest is ook specifiek gekeken naar het onderdeel wateroverlast. Risico’s Behoudens beperkte overstromingsrisico’s zijn er geen risico’s bekend.
Speelplaatsen Speelplekken en -toestellen Gemeente Oude IJsselstreek kent ca 100 speelplekken, verspreid over de kernen. Beleid Veilig houden van de speelvoorzieningen volgens de WAS (Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (= landelijke norm)). Kwaliteit Uit de inspectieronden is gebleken dat de toestellen voldoen aan het WAS, maar verouderd zijn. Financieel Voor het jaar 2021 was er budget voor minimale vervanging van afgekeurde toestellen. Ontwikkeling Om de huidige speelsituatie, kwaliteit van de speelvoorzieningen en de financiële situatie in kaart te brengen wordt nieuw speelbeleid ontwikkeld, voor jong en oud. Dit speelbeleid vormt vanaf 2023 een actueel en leidend kader. Gerealiseerd In 2021 is de speelplek aan de Nassaustraat in Varsseveld in samenspraak met de aanwonenden vernieuwd. Bij het ontwerp is aandacht besteed aan alle leeftijden en inclusie. Op andere locaties in onze gemeente zijn pleksgewijs toestellen vervangen die niet voldeden aan de veiligheidseisen. In Westendorp was geen openbare speelplek. Daarom is geïnvesteerd in de ondergrond van een nieuw toestel en de vergroening van het schoolplein. Het schoolplein is voor iedereen toegankelijk. Risico’s Door het consequent (laten) uitvoeren van een inspectie van de speeltoestellen voldoet de gemeente aan haar verplichtingen in het kader van de Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen.
De risico’s ten aanzien van de veiligheid (ongelukken) en aansprakelijkheid (claims) zijn daarmee beheersbaar.
58
Paragraaf Grondbeleid Inleiding Onder grondbeleid wordt verstaan het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om ruimtelijke doelstellingen te realiseren. Het grondbeleid omvat alle strategieën van de gemeente rondom het verwerven, beheren, bewerken en uitgeven van gronden. Grondbeleid is een verzamelnaam van een aantal specifieke beleidsuitingen en kan worden ingezet om doelstellingen van de andere beleidsaspecten binnen de gemeente mede mogelijk te maken. Het grondbeleid heeft grote invloed op en samenhang met de realisatie van de beleidstaken zoals: ruimtelijke ontwikkeling, volkshuisvesting, verkeer en vervoer, zorg en welzijn, cultuur, sport en recreatie en economische structuur. Daarnaast kan het grondbeleid grote financiële gevolgen hebben. Met name de (financiële) risico’s zijn van belang voor de financiële positie van de gemeente. In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) staat in artikel 9.2 dat de paragraaf grondbeleid een verplicht onderdeel vormt van de begroting. De paragraaf grondbeleid moet ten minste ingaan op (artikel 16 van het BBV): •
Een visie op het grondbeleid in relatie tot de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen in de begroting;
•
Een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert;
•
Een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie;
•
Een onderbouwing van de geraamde winstneming;
•
De beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico’s van de grondzaken.
Nota grondbeleid Het gemeentelijk grondbeleid is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te bereiken op het terrein van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, economische ontwikkeling, openbare ruimte, infrastructuur, recreatie en natuur. Het grondbeleid is geen doel op zich, maar dienstbaar aan de hiervoor benoemde beleidsvelden. De wijze waarop we deze doelstellingen willen bereiken, is vastgelegd in de Nota grondbeleid. Het grondbeleid van de gemeente Oude IJsselstreek is verantwoord in de Nota grondbeleid gemeente Oude IJsselstreek 2016. De raad geeft hierin de kaders aan waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie het grondbeleid moeten uitvoeren. De gemeente Oude IJsselstreek zet primair in op faciliterend grondbeleid, maar sluit actief grondbeleid niet uit. Zo kan actief grondbeleid een bijdrage leveren aan andere overkoepelende doelstellingen zoals het voorkomen van verpaupering, structurele leegstand of bij de realisatie van sociaal maatschappelijke doelstellingen in de zorg of op het gebied van welzijn. De huidige nota grondbeleid dateert van 2016. Met de invoering en implementatie van de Omgevingswet is het verstandig om het grondbeleid door te lichten, zodat het aansluit op nieuwe wetgeving.
In combinatie met een nieuw te vormen college en gemeenteraad en de vele woningbouwinitiatieven is het logisch en verstandig om in 2022 te starten met het actualiseren van de nota grondbeleid. Meerjaren Prognose Grondexploitaties In de paragraaf grondbeleid moet een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitatie afgegeven worden. Uiteraard treft u verder in deze paragraaf het resultaat van de geactualiseerde grondexploitaties op peildatum 1 januari 2022 aan. Naast de paragraaf grondbeleid werken we met een Meerjaren Prognose Grondexploitaties (MPG). Het MPG geeft meer gedetailleerd inzicht de lopende grondexploitaties. Ook wordt daarin een verantwoording afgegeven van de wijzigingen die aan de orde zijn ten opzichte van de voorgaande grondexploitaties. Beleidsuitgangspunten reserves, voorzieningen en risico’s voor grondzaken De gemeente Oude IJsselstreek kent geen reserve(s) voor de grondexploitatie. Voor de gronden in exploitatie met verwachte nadelige resultaten wordt voor deze nadelige resultaten een verliesvoorziening getroffen. Risico’s worden geïnventariseerd en zijn van invloed op het weerstandsvermogen van de gemeente. Deze zal groot genoeg moeten zijn om de risico’s af te dekken wanneer deze zich ook daadwerkelijk voordoen. 59
Daarmee kan worden gesteld dat met verwachte nadelige resultaten en financiële risico’s binnen de grondexploitatie in voldoende mate rekening wordt gehouden.
Wijziging in wet en regelgeving Vennootschapsbelastingplicht voor overheidsondernemingen Per 1 januari 2016 is de vennootschapsbelasting voor publieke organisaties ingevoerd. Het geeft tot gevolg dat de gemeentebelasting moet afdragen over de winst die we met "commerciële activiteiten" maken. Onder commerciële activiteiten verstaan we in dit verband activiteiten die zowel de gemeente als private partijen kunnen verrichten. Binnen de gemeente is een aantal jaren geleden een Quick Scan (berekening) uitgevoerd om te bezien of de gemeente (voor het onderdeel grondexploitaties) in aanmerking komt voor vennootschapsbelasting. Op basis basis van deze inventarisatie is gebleken dat de gemeente op basis van die informatie niet in aanmerking komt voor de vennootschapsbelasting. De uitkomst van de hiervoor benoemde exercitie is gedeeld met de belastingdienst en zij deelden die conclusie. Voor een groot deel was dit toe te rekenen aan het tekort op de grondexploitatie voor Hutten Noord. Deze grondexploitatie is echter met het opstellen van de jaarrekening 2021 afgesloten. Daarnaast zijn in 2021 een tweetal nieuwe grondexploitaties geopend (Varsseveld Industriepark en 't Kuipje) en is het resultaat als gevolg van de marktomstandigheden aan het verbeteren.
Vandaar dat we in 2022 opnieuw in overleg met een fiscalist moeten bezien of we als gemeente niet in aanmerking komen met de vennootschapsbelasting. Winstneming In de notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019)” van de commissie BBV is de aanbeveling opgenomen dat, volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winst nemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Dit passen wij ook actief toe bij de Hofskamp-Oost II in Varsseveld, de Rieze in Ulft, het Centrumplan in Ulft (afgesloten met winst) en Slawijkseweg in Netterden. De beide eerstgenoemde projecten betreffen bedrijventerreinen en de laatste twee projecten woningbouw. Omgevingswet Naar verwachting zal de Omgevingswet per 1 januari 2023 in werking treden. De Omgevingswet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. De wet voorziet in de integratie van de regels over onteigening, het voorkeursrecht, landinrichting, stedelijke herverkaveling en het kostenverhaal. De huidige instrumenten van het voorkeursrecht worden vervangen door instrumenten die zo dicht mogelijk blijven bij de oude grondslagen voor vestiging van een voorkeursrecht zoals de omgevingsvisie (de oude structuurvisie) en het omgevingsplan (het bestemmingsplan).
In de nieuwe wetgeving voor onteigening wordt een scheiding aangebracht tussen de onteigeningsprocedure en de schadeloosstellingsprocedure. Beide procedures worden afzonderlijk van elkaar doorlopen. Het bestuur dat het aangaat neemt een onteigeningsbeschikking dat door de bestuursrechter moet worden bekrachtigd. De rechtbank spreekt niet langer de onteigening uit. Nadat aan een aantal wettelijke voorwaarden is voldaan wordt een onteigeningsakte ingeschreven. Overheden zijn verplicht om de kosten te verhalen. Het afsluiten van een overeenkomst tussen de initiatiefnemer van de bouwactiviteit en het bevoegd gezag heeft daarbij de voorkeur. Als het niet mogelijk is een overeenkomst af te sluiten, is de publiekrechtelijke weg verplicht. Dan verhaalt het bevoegd gezag de kosten op basis van de regels in een omgevingsplan, een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of een projectbesluit. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwwerkzaamheden uit te voeren. De wet biedt twee mogelijkheden van publiekrechtelijk kostenverhaal: kostenverhaal voor integrale gebiedsontwikkeling (concreet eindbeeld en tijdsplanning van de ontwikkeling) en kostenverhaal voor organische ontwikkeling (dan ontbreken een tijdsplanning en een eindbeeld).
Kostenverhaal met tijdvak is mogelijk bij een omgevingsplan, omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit of projectbesluit. Kostenverhaal zonder tijdvak kan alleen via het omgevingsplan plaatsvinden. Het exploitatieplan zoals we die vanuit de Wro kennen, verdwijnt en daarvoor in de plaats komt de kostenverhaalsbeschikking.
60
Binnen de gemeente wordt gewerkt aan een omgevingsplan voor Etten (pilot). Tegelijkertijd wordt voor een uitleglocatie woningbouw gewerkt aan het opstellen van een omgevingsplan inclusief de uitwerking van het kostenverhaal onder het regime van de omgevingswet. Dit alles gebeurt in overleg met adviesbureaus. Didam arrest De Hoge Raad heeft op 26 november 2021 geoordeeld dat een overheidslichaam dat een onroerende zaak wil verkopen, gelegenheid moet bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak, indien er meerdere gegadigden zijn voor de aankoop van de desbetreffende onroerende zaak of redelijkerwijs te verwachten is dat er meerdere gegadigden zullen zijn. Dit houdt in dat het overheidslichaam de koper moet selecteren aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke criteria. Deze verplichting vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel, dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. Een overheidslichaam dient dit beginsel in acht te nemen bij een beslissing met wie en onder welke voorwaarden het een overeenkomst sluit tot verkoop van een aan hem toebehorende onroerende zaak. Op dit punt verschilt de positie van een overheidslichaam met die van een private partij.
Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat het overheidslichaam, teneinde gelijke kansen te creëren, een passende mate van openbaarheid moet verzekeren met betrekking tot (i) de beschikbaarheid van de onroerende zaak, (ii) de selectieprocedure, (iii) het tijdschema en (iv) de toe te passen selectiecriteria. Het overheidslichaam moet hierover tijdig voorafgaand aan de selectieprocedure duidelijkheid scheppen door informatie over deze aspecten bekend te maken en wel op een zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis kunnen nemen. Dit is een verstrekkende uitspraak en het betekent in ieder geval dat de gemeente haar beleid hierop moet aanpassen (tegen het licht houden van het grondbeleid en uitgiftebeleid). Voor een aantal concrete projecten wordt in overleg met de huisadvocaat bezien hoe met deze initiatieven om te gaan.
Atualisaties en herzieningen grondexploitaties Actualisatie grondexploitaties Alle lopende grondexploitaties worden jaarlijks geactualiseerd. Daarmee wordt, conform één van de vereisten die gesteld wordt aan de paragraaf grondbeleid, een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de grondexploitaties afgegeven. Het actualiseren van de grondexploitatie houdt het volgende in: •
Bijstelling van de boekwaarden op basis van inkomsten en uitgaven van het afgelopen jaar (2021);
•
Actualiseren van de ramingen voor de nog geplande uitgaven en inkomsten na 1 januari 2022;
•
Actualiseren van planning en fasering naar aanleiding van de laatste ontwikkelingen;
•
Het verwerken van eventuele gevolgen uit wijziging van wet- en regelgeving;
•
Aanpassing parameters.
Bij het aanpassen van de parameters gaat het om het te hanteren rentepercentage, de kostenstijging en de opbrengstenstijging. Hieronder volgt een toelichting op de gehanteerde parameters:
61
•
De rente waarmee in de grondexploitatie werd gerekend bedroeg 1,75% voor 2021 en bedraagt 1,50% voor 2022 en volgende jaren. Elk jaar wordt voor het herzien van de grondexploitaties bij het opstellen van de jaarrekening berekend wat de rente moet zijn die over de boekwaarde aan de algemene middelen wordt vergoed, de zogenaamde ‘omslagrente’. De gemeenten zijn verplicht om de werkelijke rente over het vreemde vermogen toe te rekenen aan de grondexploitaties Op basis hiervan kon de huidige rekenrente in de grondexploitatieberekeningen worden verlaagd naar 1,50%. Eventuele renteaanpassingen zijn meegenomen in de (risico)berekeningen van de grondexploitaties;
•
Ten aanzien van de kostenstijging geldt dat een onderscheid gemaakt is in de kosten voor het bouw en woonrijp maken en in de planontwikkelingskosten. Voor het overgrote deel van de huidige grondexploitaties geldt het bouw - en woonrijp maken grotendeels is afgerond en daarmee is de hoogte van het percentage slechts van geringe invloed. Dit geldt echter niet voor de in 2021 door de raad vastgestelde en daarmee geopende grondexploitatie voor het Varsseveldse Industrie Park (het VIP) en 't Kuipje in Breedenbroek. De resterende budgetten voor het bouw - en woonrijp maken van peildatum 1 januari 2021 naar peildatum 1 januari 2022 (= peildatum geactualiseerde grondexploitatie) zijn geïndexeerd met 5,48% (Bron: kostenstijging Grond, weg - en waterbouw van BDB Bouw(kosten)data). Voor de periode na 1 januari 2022 en verder is aansluiting gezocht bij de "Outlook Grondexploitaties 2022" uitgegeven door Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling. Het restant aan planontwikkelingskosten zijn van peildatum 1 januari 2021 naar peildatum 1 januari 2022 geïndexeerd met 2,70% (Bron: consumentenprijsindex 2021 CBS). Ook hier geldt dat voor de periode na 1 januari 2022 aansluiting is gezocht bij de "Outlook Grondexploitaties 2022" uitgegeven door Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling;
•
Het percentage voor opbrengstenstijging wordt, opnieuw, gehandhaafd op 0,00%. Voor het overgrote deel van de lopende grondexploitaties geldt dat de resterende exploitatieperiode van korte duur is. Ook zijn in veel gevallen al (koop)afspraken gemaakt. Dit alles geldt echter niet voor de grondexploitatie van het Varsseveldse Industrie Park. Deze grondexploitatie is in 2021 door de raad vastgesteld en geopend. Voor de nog uit te geven kavels op het bedrijventerrein zijn geen afspraken gemaakt. De parameter voor de opbrengstenstijging is in dit geval gebaseerd op de "Outlook grondexploitaties 2022" van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling.
Resultaten van gronden in exploitatie Alle grondexploitaties zijn geactualiseerd naar peildatum 1 januari 2022. In de grondexploitaties wordt een onderscheid gemaakt in de al gerealiseerde uitgaven en inkomsten per 31 december 2021 en in de nog te verwachten investeringen en opbrengsten voor de periode na 1 januari 2022. Het overzicht is inclusief de in 2021 vastgestelde grondexploitaties door de gemeenteraad voor het Varsseveldse Industrie Park (bedrijventerrein) en 't Kuipje in Breedenbroek (woningbouw). In onderstaande tabel wordt het verloop van de boekwaarde weergegeven, de getroffen voorziening per 1 januari 2022, het saldo onderhanden werk en het resultaat van de geactualiseerde grondexploitaties per 1 januari 2022.
Boekwaarde Project
per 1.1.2021
Onderhanden Resultaat Resultaat netto netto Inkomsten werk Voorziening contant contant per per per per 31.12.2021 31.12.2021 1.1.2022 1.1.2021 Boekwaarde
Uitgaven
De Rieze V + VI
4.699.634
99.695 1.529.703
3.269.626
0
3.269.626 -613.982 -537.012
Hofskamp Oost II
2.680.018
34.168 1.419.978
1.294.208
0
1.294.208 -157.563 -356.407
0
0
Hutten Noord
130.712
43.073
173.784
0
0
191.097
62
Centrumplan Ulft
159.978
Slawijkseweg
- 28.391
Kromkamp
182.637
23.352
183.330
0
0
0
0
9.666
-75 -193.934
165.467
0
165.467
-46.764
208
9.207
91.532
100.312
0
100.312
-2.840
131.370
Het VIP
0 4.199.170
0
4.199.170
0
4.199.170
-17.208
-36.467
't Kuipje
0
0
40.418
132.205
- 91.788 132.205
-10.524
7.824.588 4.449.008 3.204.394
9.069.202
132.205
Totaal
40.418
8.936.996 -706.152 -608.068 (saldo voordelig)
(saldo voordelig)
Ten opzichte van de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2021 (jaarrekening 2020) is het resultaat van de grondexploitaties per saldo verbeterd. De verbetering van het resultaat heeft enerzijds te maken met de positieve ontwikkelingen op de bedrijventerreinen De Rieze in Ulft en Hofskamp Oost II in Varsseveld. De grondopbrengsten vallen hoger uit dan voorzien was in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2021 (hogere uitgifteprijs per m2 gerealiseerd). Daarnaast wordt in de grondexploitaties voor Slawijkseweg in Netterden en voor Kromkamp in Sinderen weer rekening gehouden met te verkopen bouwrijpe grond voor woningbouw nadat deze kavels voor woningbouw in een eerdere fase "on hold" zijn gezet als gevolg van de marktomstandigheden. Tot slot is het resultaat van de grondexploitatie voor 't Kuipje in Breedenbroek (ontwikkeling starterswoningen en seniorenwoningen) afgenomen. In 2022 is gebleken dat de gemeente aanvullende maatregelen moet treffen in verband met het waterpeil in en rondom het plangebied om woningbouw mogelijk te maken. Hieronder volgt voor de lopende grondexploitaties op peildatum 1 januari 2022 een overzicht van de nog te verwachten uitgaven en inkomsten voor de periode na 1 januari 2022. Zowel de nog te realiseren uitgaven als inkomsten zijn inclusief kosten - dan wel opbrengstenstijging en rentelasten dan wel rentebaten (op eindwaarde): Projecten
Boekwaarde per 31.12.2021
Nog te realiseren (eindwaarde) Uitgaven
Inkomsten
Totaal resultaat Resultaat netto op eindwaarde contant
Saldo
De Rieze V + VI
3.269.626
187.280 4.121.500
-3.934.220
-664.594
-613.982
Hofskamp Oost II
1.294.208
270.618 1.728.755
-1.458.137
-163.929
-157.563
Slawijkseweg
165.467
33.925
248.045
-214.120
-48.653
-46.764
Kromkamp
100.312
35.593
138.860
-103.267
-2.955
-2.840
4.199.170 17.732.720 21.952.867
-4.220.147
-20.976
-17.208
322.800
97.129
137.547
132.205
9.069.202 18.680.065 28.512.827
-9.832.762
-763.560
-706.152
Het VIP 't Kuipje Totaal
40.418
419.929
(saldo Voordelig) 63
Afsluiting complexen en winstneming Afsluiting complexen Bij de jaarrekening 2021 zijn twee grondexploitaties afgesloten, te weten: de grondexploitatie voor Hutten Noord en voor het Centrumplan Ulft. Hieronder volgt een korte toelichting op beide complexen: Hutten Noord De grondexploitatie voor Hutten Noord kende een tekort van € 191.097 op peildatum 1 januari 2021 en voor het tekort was dan ook een voorziening getroffen. De boekwaarde bedroeg € 130.712 per 31 december 2020. In 2021 kwam het saldo van uitgaven minus inkomsten uit op € 43.073 en daarmee komt de boekwaarde uit op € 173.085 per 31 december 2021 (is het eindsaldo van de grondexploitatie). Om het tekort te kunnen dekken, is de voorziening aangesproken en ingebracht in de grondexploitatie. Daarmee is de grondexploitatie sluitend en afgesloten. In onderstaande tabel is het verloop weergegeven: Omschrijving
Hutten Noord
Boekwaarde per 31.12.2020 (A)
130.712
Reguliere mutaties in 2021 (B)
43.073
Aanwenden voorziening (C)
173.085
Totaal mutatie in 2021 (D = B - C)
-130.712
Boekwaarde per 31.12.2021 (E = A + D)
0
Zoals aangegeven, bedroeg de voorziening ter dekking van het tekort op de grondexploitatie voor Hutten Noord € 191.097 op peildatum 1 januari 2021. Het uiteindelijk tekort bedraagt € 173.085 per 31 december 2021 en het verschil van € 17.312 (vrijval voorziening) komt ten goede aan het rekeningresultaat. De uiteindelijke uitgaven in 2021 vielen lager uit dan waarmee rekening werd gehouden in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2021. Centrumplan Ulft De grondexploitatie voor het Centrumplan Ulft kende een tekort van € 9.666 op peildatum 1 januari 2021 en ook hier was voor het tekort een voorziening getroffen. De boekwaarde bedroeg € 159.978 per 31 december 2020. In 2021 kwam het saldo van uitgaven minus inkomsten uit op - € 426.648 en daarmee de boekwaarde op - € 266.670 per 31 december 2021 (is het eindsaldo van de grondexploitatie). In dit geval is het tekort omgeslagen naar een overschot en met het afsluiten van de grondexploitatie is de winst dan ook genomen. Daarmee is de grondexploitatie sluitend an afgesloten. In onderstaande tabel is het verloop weergegeven: Omschrijving
Centrumplan Ulft
Boekwaarde per 31.12.2020 (A)
159.978
Reguliere mutaties in 2021 (B)
-426.648
Winstneming (C)
-266.670
Totaal mutatie in 2021 (D = B - C)
-159.978
Boekwaarde per 31.12.2021 (E = A + D)
0
64
Aanvankelijk was sprake van een voorziening ter grootte van het tekort van € 9.666 op peildatum 1 januari 2021. Omdat het resultaat van de grondexploitatie omgeslagen is van een tekort naar een overschot hoeft de voorziening niet aangesproken te worden. De aanvankelijke getroffen voorziening van € 9.666 komt ten goede aan het rekeningresultaat. De verbetering van het resultaat is voor een groot deel te danken aan de gerealiseerde opbrengsten in 2021. De verkoop van bouwrijpe grond viel gunstiger uit omdat uiteindelijk een ander en omvangrijker programma ontwikkeld is dan voorzien in de grondexploitatie op peildatum 1 januari 2022. Winstneming In de notitie "Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019)" van de commissie BBV is de aanbeveling opgenomen dat, volgens het realisatiebeginsel, wanneer voldoende zekerheid voor winst nemen bestaat, de winst dan ook dient te worden genomen. Bij de volgende grondexploitaties is (tussentijds) winst genomen: Hofskamp Oost - II in Varsseveld, de Rieze in Ulft, het Centrumplan in Ulft (afgesloten met winst - zie alinea "afsluiting complexen") en de Slawijkseweg in Netterden. Voor de overige grondexploitaties geldt dat het nemen van (tussentijdse) winst niet aan de orde is, omdat of sprake is van een grondexploitatie met een tekort of er zijn nog geen gronden verkocht. In onderstaand overzicht wordt de winstneming per project toegelicht:
Project
Resultaat incl. onzekerheid & excl. genomen winst
% % gerealiseerde % gerealiseerde inkomsten winstneming uitgaven
Te nemen winst
Al Winstneming genomen 2021 winst
De Rieze VI + V
1.001.184
97%
38%
37%
370.696
-47.923
322.773
HofskampOost
1.586.223
99%
90%
89%
1.412.908
-973.016
439.892
Centrumplan Ulft
266.670
100%
100%
100%
266.670
0
266.670
Slawijkseweg Netterden
232.170
98%
85%
84%
193.934
0
193.934
2.244.207 -1.020.939
1.223.269
Resultaat
De hoogte van de te nemen winst is bepaald op basis van de daarvoor geldende methodiek volgens de BBV. In 2021 is in totaliteit voor een bedrag van € 1.223.269 aan winst genomen. Het overgrote deel van de winstneming is te danken aan de positieve ontwikkelingen op de bedrijventerreinen De Rieze in Ulft en Hofskamp - Oost in Varsseveld. De verkoop van bouwrijpe gronden verloopt voorspoedig en daarnaast vallen de m2 prijzen ook nog eens hoger uit dan voorzien is in de grondexploitaties op peildatum 1 januari 2021. Ook het positief eindresultaat met betrekking tot de ontwikkeling van het Centrumplan in Ulft (zie toelichting "afsluiting complexen") draagt bij aan het positief resultaat. Grondexploitaties bedrijventerreinen Binnen de gemeente kennen we drie vastgestelde en lopende grondexploitaties voor bedrijventerreinen. Het gaat om het bedrijventerrein De Rieze in Ulft, Hofskamp Oost II in Varsseveld en het Varsseveld Industriepark in Varsseveld. Beide eerstgenoemde projecten lopen al enige jaren en naar verwachting zal de grondexploitatie voor De Rieze in Ulft per 31.12.2025 afgesloten kunnen worden en die voor Hofskamp Oost II in Varsseveld per 31.12.2023. De uitgifte van kavels verloopt tot op heden voorspoedig. Dit blijkt uit de gerealiseerde verkopen in 2021 (in totaliteit circa 3,9 hectare in 2021 verkocht) en uit de toegenomen
65
belangstelling en de daaruit volgende reserveringen en opties. Beide grondexploitaties kennen een overschot en van een getroffen voorziening is dan ook geen sprake meer. Al in het Gelders Streekplan van 1997 is een fasegewijze ontwikkeling van bedrijventerrein Hofskamp-Oost in Varsseveld opgenomen. Sindsdien heeft de innovatieve maakindustrie rond Varsseveld een forse ontwikkeling doorgemaakt. Dat blijkt ook uit de verkoop van bouwkavels binnen het bestemmingsplan Hofskamp-Oost 2e fase. Na vaststelling van het regionaal programma werklocaties (RPW) door de Provincie Gelderland, is de voorbereiding voor het benodigde bestemmingsplan van een derde fase gestart (Varsseveld Industriepark). Inmiddels is in januari 2021 het bestemmingsplan en de grondexploitatie door de raad vastgesteld. Inmiddels zijn ook de eerste aankopen gerealiseerd en is voor de aankoop van alle zich in het plan bevindende woningen overeenstemming bereikt. Alle bewoners hebben zich daarvoor elders kunnen vestigen. Naast de al in eigendom zijnde percelen resteren thans nog losse percelen landbouwgrond voor aankoop. Regionaal bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD De gemeenten Doetinchem, Montferland, Bronckhorst en Oude IJsselstreek werken samen bij de ontwikkeling en herontwikkeling van bedrijventerreinen binnen de gemeenten.
Specifiek bij de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark (RBT) in de gemeente Doetinchem en het Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD (EBT) in de gemeente Montferland, waarbij de deelnemende gemeenten risicodragend zijn. In 2019 hebben de vier Achterhoekse gemeenteraden ingestemd met de uitwerking van de gedachtenlijnen voor de toekomst van de bedrijventerreinen in de West Achterhoek. De uitwerking van deze gedachtenlijnen betekent voor het A18 BP dat het noordelijk deel weer in exploitatie wordt genomen door de toenemende vraag naar (grote) bedrijfskavels, de concrete belangstelling en een daadwerkelijke verkoop op het noordelijk deel. De recentelijke actualisatie van de grondexploitatie van het Bedrijvenpark A18 in Doetinchem laat, uiteraard ook door een toenemende vraag en verkoop van beschikbaar bedrijventerrein, een licht positief resultaat zien. De voorziening van € 83.000 op peildatum 01.01.2021 komt daarmee dan ook te vervallen en ten goede aan het rekeningresultaat. Onderstaande overzichten geven cijfermatig het verloop van de voorzieningen weer. Verloop verliesvoorziening Samenwerking West Achterhoek Bedrijvenpark A18
Voorziening per 01.01.2021
Toename Afname
83.000
Voorziening per 01.01.2022
0 83.000
Vrijval 0 83.000
Totaal De risico's in relatie tot de ontwikkeling worden ingeschat op € 200.000 op peildatum 1 januari 2022 en rekening houdend met het gemeentelijk aandeel van 20% nemen we een bedrag van € 40.000 mee als risico (input voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit). De omvang van de risico's zijn toegenomen: Verloop Risico’s Samenwerking WA
Risico’s 1-12021
Toename
Afname
Risico’s 31-122021
Bedrijvenpark A18
28.000
12.000
40.000
Totaal
28.000
12.000
40.000
66
Grondexploitaties woningbouw In 2016 is de plancapaciteit voor woningbouw teruggebracht, maar in de afgelopen jaren is regionaal het standpunt ingenomen om in ieder geval voor starters en senioren te blijven bouwen. Dit alles wel onder de voorwaarden van regionale en lokale kwaliteitscriteria waaraan plannen getoetst kunnen worden. Dit heeft vervolgens als resultaat dat eerder geschrapte bouwmogelijkheden binnen en buiten de gemeentelijke grondexploitaties alsnog (al dan niet in gewijzigde vorm) kunnen worden benut. Het benutten van eerder geschrapte bouwmogelijkheden is bijvoorbeeld aan de orde bij Kromkamp in Sinderen en bij de Slawijkseweg in Nettterden. Op 22 april 2021 heeft de gemeenteraad een vijftal uitleglocaties met een capaciteit voor 1.400 tot 1.850 woningen voor de periode tot 2030 aangewezen. Binnen de gemeente is de planvorming voor een vier van de vijf aangewezen uitleglocaties inmiddels begonnen. Daarnaast zijn er veel initiatieven om tot woningbouw te komen binnen de bebouwde kom van de gemeente. Op peildatum 1 januari 2021 was sprake van een "verliesvoorziening woningbouw" met een omvang van € 332.341. Hieronder volgt een overzicht van het verloop van de voorziening in 2021 en de omvang van de voorziening op peildatum 1 januari 2022: Verloop verliesvoorziening woningbouw
Voorziening per 01.01.2021
Vrijval voorziening
Aanwenden voorziening
Restant voorziening
Opvoeren voorziening
Voorziening per 01.01.2022
191.097
-17.312
-173.785
0
0
0
9.666
-9.666
0
0
0
0
208
-208
0
0
0
0
131.370
-131.370
0
0
0
0
't Kuipje
0
0
0
0
132.205
132.205
Totaal
332.341
-158.556
-173.785
0
132.205
132.205
Hutten Noord Centrumplan Ulft Slawijkseweg Kromkamp
Van het totaal aan getroffen voorzieningen van € 332.341 valt € 158.556 vrij (komt ten goede aan rekeningresultaat) en wordt € 173.785 aangesproken (afdekken tekort afgesloten grondexploitatie Hutten Noord). Daarnaast wordt nu een voorziening getroffen van € 132.205 op peildatum 1 januari 2022 voor de grondexploitatie van 't Kuipje in Breedenbroek. Overzicht verloop verliesvoorzieningen grondexploitaties In het boekjaar 2021 hebben diverse mutaties binnen bestaande voorzieningen plaatsgevonden en zijn alle verliesvoorzieningen geactualiseerd. Het verloop van deze voorzieningen staat weergegeven in onderstaand overzicht. Verloop verliesvoorzieningen
Voorzieningen Vrijval per voorzieningen 01.01.2021
Aanwenden voorziening
Restant Opvoeren voorziening voorziening
Voorzieningen per 01.01.2022
Verliesvoorziening woningbouw
332.341
-158.556
-173.785
0
132.205
132.205
Verliesvoorziening bedrijventerreinen
0
0
0
0
0
0
67
Verliesvoorziening Samenwerking WA A18 BP
83.000
-83.000
0
0
0
0
Totaal
415.341
-241.556
-173.785
0
132.205
132.205
1 Alle in deze paragraaf genoemde bedragen zijn in euro’s en exclusief BTW
Risico’s Inleiding Grondexploitaties kenmerken zich (onder meer) door het feit dat in een vroeg stadium kosten worden gemaakt, terwijl de opbrengsten (en dus de dekking van de exploitaties) veelal op een later moment worden geboekt. In dergelijke trajecten doen zich financiële risico’s voor (marktontwikkeling, tegenvallende opbrengsten, et cetera). Omdat de risico’s binnen de grondexploitaties zich waarschijnlijk nooit gelijktijdig en/of met een maximale omvang aandienen, kan voor de bepaling van de weerstandscapaciteit niet worden volstaan met een optelling van de afzonderlijke projectrisico’s. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere zich in hun maximale omvang aandienen. Met het actualiseren van de grondexploitaties worden ook de kansen en bedreigingen in beeld gebracht en met behulp van een rekenmodel worden middels simulatie willekeurige scenario's bepaald en gerangschikt van "bestcase" tot "worstcase". Het model levert een bandbreedte waartussen het financiële resultaat zich waarschijnlijk zal gaan begeven. Deze exercitie wordt per project (de lopende grondexploitaties) uitgevoerd en met de uitkomsten kan de omvang van de benodigde (vereiste) weerstandscapaciteit specifiek voor de grondexploitaties hierop afgestemd worden. Naast risico's op grondexploitaties kent de gemeente meerdere risico's.
Het totaal aan geïnventariseerde risico's vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Daarnaast wordt de aanwezige weerstandscapaciteit in beeld gebracht. De verhouding tussen de beschikbare capaciteit en de vereiste capaciteit vormt het weerstandsvermogen en dat zegt iets over de mate waarin de gemeente in staat is eventuele tegenvallers op te vangen. Vertrekpunt voor de risicoberekeningen zijn de geactualiseerde grondexploitaties zoals opgenomen in deze paragraaf. Hieronder volgt een overzicht waarin het percentage gerealiseerde uitgaven, inkomsten en einddatum per project (lopende grondexploitaties) worden weergegeven: Project
Percentage gerealiseerde uitgaven
Percentage gerealiseerde inkomsten
Verwachte einddatum
De Rieze V + VI
97%
35% 31 december 2025
Hofskamp Oost II
98%
90% 31 december 2023
Slawijkseweg
98%
83% 31 december 2023
Kromkamp
99%
96% 31 december 2023
Varsseveld Industriepark
19%
0% 31 december 2031
Kuipje
9%
0% 31 december 2023
Het overzicht geeft een beeld van de voortgang van de grondexploitaties. Hieruit volgt dat naar verwachting het overgrote deel van de huidige grondexploitaties binnen vier jaar afgesloten kunnen worden. Ook is 68
zichtbaar dat voor een viertal grondexploitaties het percentage aan gerealiseerde uitgaven hoog uitvalt (varieert tussen 97% en 99%). Drie van de vier hiervoor benoemde grondexploitaties laten ook nog eens een relatief hoog percentage aan gerealiseerde inkomsten zien. Voor projecten in een dergelijke fase geldt over het algemeen dat de omvang van de risico's te overzien zijn. Risico-analyse grondexploitaties Binnen de risico-analyse is een onderscheid te maken in algemene en projectspecifieke risico's. De algemene risico's gelden in principe voor alle projecten binnen de gemeente en daarbij moet gedacht worden aan risico's ten aanzien van de kosten - en opbrengstenstijging, de renteontwikkeling, de fasering, maar ook aan risico's op de begrote uitgaven en inkomsten (spreiding). Projectspecifieke risico's zijn, zoals de naam al zegt, alleen geldend voor het specifieke project. Resultaat risico-analyse Zoals aangegeven in de inleiding voert het model simulaties uit waarbij een fysiek proces niet één keer maar vele malen wordt gesimuleerd, elke keer met andere startcondities. Het resultaat van deze verzameling simulaties is een verdeling die het hele gebied van mogelijke uitkomsten weergeeft (simulatieresultaten als afwijking ten opzichte van het begrote resultaat).
Dit betekent dat in percentages kan worden aangegeven hoe groot de kans is dat het resultaat zich binnen bepaalde waarden bevindt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit is dit een belangrijk gegeven. De uitkomst van de risico-analyse per project resulteert in een grafiek waarbij het totaal oppervlak onder de grafiek 100% bedraagt. Voor het bepalen van de vereiste weerstandscapaciteit gaan we uit van een bandbreedte van 80% waarbinnen het resultaat van de grondexploitatie zich beweegt (de uiterste resultaten < 10% en > 90% worden buiten beschouwing gelaten). In de praktijk wordt het resultaat bij het 90e percentiel (de waarde waarbij slechts 10% van de trekkingen in de simulatie een slechter resultaat geeft) als voldoende zeker beschouwd. Onderstaande tabel laat een samenvatting van de analyse per complex zien. Behalve het risico (risico ten opzichte van resultaat) is ook de vereiste weerstandscapaciteit per complex aangeduid indien geen rekening wordt gehouden met verevening met resultaten en risico’s van andere complexen. Wel wordt rekening gehouden met het resultaat van het betreffend complex zelf en met de ruimte die in de ramingen binnen de grondexploitaties zit (onvoorzien).
De optelling van de aldus per complex bepaalde vereiste weerstandscapaciteit, is dus de totaal benodigde risicobuffer wanneer geen rekening wordt gehouden met verevening van positieve en negatieve risico’s en resultaten tussen de grondexploitatiecomplexen. Omschrijving
Formule De Rieze
Hofskamp Kromkamp Slawijkseweg 't Kuipje Oost
VIP
Totaal
Toelichting
Resultaat grondexploitatie
A
613.982
- 157.563
- 2.840
- 46.764 132.205 - 17.208 - 706.152
Positief
Resultaat plus voorziening
B
613.982
- 157.563
- 2.840
- 46.764
Positief
Minimumresultaat (90% zekerheid)
C
314.982
- 53.563
18.760
- 15.064 198.605 642.792
Risico t.o.v. resultaat
D = C -A 299.000
104.000
21.600
31.700
Bruto risico (indien > 0)
E = D+B
0
0
18.760
0
F
0
0
0
0
G =E +F
0
0
18.760
0
Onvoorzien in Grondexploitatie Netto risico (indien > 0)
0 - 17.208 - 838.357
476.548
Negatief
66.400 660.000 1.182.700
Negatief
66.400 642.792
727.952
Negatief
0
0
Neutraal
66.400 642.792
727.952
Negatief
0
Ter verduidelijking voor de leesbaarheid van het overzicht volgt hier een toelichting op de uitkomst van de risico-analyse voor De Rieze: in de basis kent de grondexploitatie een overschot van € 613.982 op peildatum 1 januari 2022. En dus is voor het project geen voorziening getroffen (alleen aan de orde op het moment dat de 69
grondexploitatie een negatief resultaat laat zien). Uit de risico-analyse volgt dat met 90% zekerheid gesteld kan worden dat het resultaat van de grondexploitatie niet lager dan - € 314.982 ( = positief) zal uitvallen. Daarmee bedraagt het risico ten opzichte van het basisresultaat € 299.000 op peildatum 1 januari 2022. Het risico met de omvang van € 299.000 kan echter binnen de huidige grondexploitatie opgevangen worden zonder directe financiële consequenties. Dit geldt niet voor de grondexploitaties van Kromkamp, 't Kuipje en het Varsseveld Industriepark (VIP). Voor deze projecten wordt het gekwantificeerde restant risico dan ook meegenomen als input voor de vereiste weerstandscapaciteit. Het totaal aan vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot de lopende grondexploitaties komt daarmee uit op € 727.952 op peildatum 1 januari 2022. Naast de eigen grondexploitaties is de gemeente ook een samenwerking aangegaan in de ontwikkeling van het Regionaal Bedrijventerrein A18 Bedrijvenpark en Euregionaal Bedrijventerrein DocksNLD. In de paragraaf is aangegeven dat het risico voor de gemeente in deze samenwerking begroot is op € 40.000 op peildatum 1 januari 2022. Daarmee komt het totaal aan de vereiste weerstandscapaciteit in relatie tot grondexploitaties uit op een bedrag van € 767.952 op peildatum 1 januari 2022: Omschrijving
Vereiste weerstandscapaciteit
Samenwerking Regionaal bedrijfsterreinen (RBT/EBT)
40.000
Grondexploitaties
727.952
Totaal
767.952
Het bedrag van € 767.952 aan vereiste weerstandscapaciteit wordt meegenomen in het bepalen van de weerstandsvermogen van de gemeente. Voor een nadere toelichting op het weerstandsvermogen wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen van de jaarrekening.
70
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeentemiddelen kan vrijmaken om grote tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen de omvang van de financiële risico’s en de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om deze risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit). Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. Hiervan maken wij een inschatting per risicocategorie.
Beleid Het bestaande beleid is vastgelegd in de nota Weerstandsvermogen. Daarnaast geldt de begrotingsdoctrine. Beleidsuitgangspunten: •
Gemeente Oude IJsselstreek gebruikt in eerste instantie incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken;
•
De begroting moet elk jaar structureel sluitend zijn. Structurele tegenvallers moeten opgevangen worden door structurele middelen.
•
Het weerstandsvermogen wordt zoveel mogelijk intact gelaten en er wordt terughoudend opgetreden bij de beschikking over de algemene reserve. Dit omdat niet alle risico’s voldoende gekwantificeerd kunnen worden. Om een goed beeld te houden op de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit worden deze minimaal tweemaal per jaar (bij de programmabegroting en de jaarrekening) geïnventariseerd;
•
De post onvoorzien wordt alleen gebruikt voor eenmalige tegenvallers; deze tegenvallers dienen te voldoen aan de criteria: onvoorzien, onvermijdbaar en onuitstelbaar. Structurele knelpunten dienen op structurele wijze te worden opgelost;
•
De algemene reserve wordt volledig meegerekend bij de bepaling van de weerstandscapaciteit.
Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.
Weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken uit structurele middelen, zonder direct het bestaande beleid te moeten aanpassen/te bezuinigen. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. De bestemmingsreserves en niet-benutte belastingcapaciteit nemen we uit oogpunt van behoedzaamheid niet in de weerstandscapaciteit mee.
71
Onderstaande tabel bevat het overzicht van de weerstandscapaciteit per begin van het boekjaar 2021.
Weerstandscapaciteit
Bedrag
a. Begrotingsruimte (post onvoorzien)
49
b. Algemene reserves (na resultaatbestemming)
24.918
c. Stille reserves
1.000
Totaal weerstandscapaciteit per 1-1-2022
25.967
Toelichting A. Begrotingsruimte Voor de dekking van niet voorziene uitgaven is in de begroting een structureel bedrag van € 1,25 per inwoner, ofwel een totaalbedrag van afgerond € 49.000 opgenomen. B. Algemene reserve Algemene reserve (x 1.000)
Werkelijke stand 1-1-2021
Begrote stand 1-1-2021
Werkelijke stand 1-1-2022
Algemene reserve
24.240
20.067
24.918
C. Stille reserves Een stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarde bij verkoop en de boekwaarde van de diverse activa zoals ze op de balans staan. De mogelijke meeropbrengsten bij verkoop kunnen voor andere doelen worden aangewend. Dit geldt alleen voor bezittingen die direct verhandelbaar of verkoopbaar zijn. Bijvoorbeeld panden en objecten, maar ook bos-en landbouwgronden die niet of met een lagere boekwaarde op de balans staan. Bij de berekening van de weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met 50% van het verschil tussen de boekwaarde en de actuele WOZ-waarde. We nemen voor de weerstandscapaciteit het bedrag van € 1.000.000.