Bijlagen-Bestemmingsplan Buitengebied, zorgpark Warmse Water.pdf
Tekst van het document
2470105100 (64977)
900 meter ten noorden van het centrale punt van het plangebied Kemnaderallee te Doetinchem Gemeente Doetinchem Coördinaat: 218372/439704
Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Transect Datum: 29-1-2015 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS dan wel in DANS EASY.
2411964100 (57565) & 2411972100 (57566)
1.000 meter ten oosten van het centrale punt van het plangebied en doorlopend rondom het terrein van RWZI Etten EVZ Oude IJssel, linkeroever De Pol te Terborg Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 219403/438616
Type onderzoek: bureau- en geo-archeologisch booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 11-7-2013 Resultaat: Uit de landschappelijke ligging blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Bewoning zal hebben plaatsgevonden op de hoger gelegen terrasresten (met of zonder dek van rivierduinzand), terwijl de lager gelegen delen gunstig waren voor jacht en visvangst, watervoorziening en rituele activiteiten. Door deze gunstige ligging wordt de kans op de aanwezigheid van resten van bewoning op de hoger gelegen delen hoog geacht. Door deze hoge verwachting voor bewoningsresten geldt ook een hoge verwachting op het voorkomen van resten van beekdalgebonden activiteiten, die zullen hebben plaatsgevonden vanuit de nederzettingsterreinen/jachtkampen op de hoger gelegen terrasresten. Verder geldt voor het zuidelijke deel van het plangebied een hoge verwachting voor structuren die verband houden met het kasteel Wisch, zoals toegangswegen en waterpartijen. De archeologische resten worden op de hoger gelegen terrasresten aan en direct onder het maaiveld verwacht. Ter plaatse van de lager gelegen delen wordt verwacht dat resten ouder dan de Romeinse tijd zijn afgedekt door fluviatiele sedimenten. Jongere resten worden in deze Holocene afzettingen verwacht.
Het plangebied is gelegen ter plaatse van een Laat-Glaciaal terras van een vlechtend riviersysteem. Vanuit de riviervlakte zijn in de Jonge Dryas plaatselijk rivierduinen opgestoven. Deze rivierduinen vormen de hoger gelegen delen van het plangebied. De in de vlakte aanwezige riviergeulen zijn in het Holoceen opgevuld geraakt en vanaf de Romeinse tijd zijn de lager gelegen delen van het plangebied bedekt geraakt met overstromingssedimenten, bestaande uit zandige leem en lemig zand. De dikte van de Holocene deklaag wisselt sterk, als gevolg van het aanwezige paleoreliëf. De dikte bedraagt over het algemeen, buiten de Laat-Glaciale riviergeulen, maximaal circa 70 cm. De aangetroffen bodemopbouw komt grotendeels overeen met de verwachtingen. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bevestigd. Geadviseerd is om een proefsleuvenonderzoek uit te voeren om inzicht te verschaffen in de eventueel aanwezige archeologische resten.
Rapport 18719.001 versie 1
Pagina 14 van 31
2200189100 (28940)
1.000 meter ten westen van het centrale punt van het plangebied Waalse Water te Etten Gemeente Montferland Coördinaat: 217215/438386
Type onderzoek: archeologische verwachtingskaart Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 26-05-2008 Resultaat: Uit recent onderzoek (Verschuuren, 2007) in het projectgebied is gebleken dat het dal van het Waalse Water een complete opvullingssequentie van organische en klastische, laat-glaciale en vroeg-holocene rivierafzettingen bevat. Geomorfologisch en aardkundig gezien is het Waalse Water een van de meest markante (en mogelijk in zijn aard en omvang voor Nederland unieke) reliëfrelicten uit deze periode. De afzettingen komen op zeer geringe diepte onder het huidige kleidek voor. Indien rondom de westelijke hoge rand van de restgeul van het Waalse Water nederzettingen aanwezig zijn geweest, kunnen in de geulafzettingen of langs de randen ervan tevens zeldzame organische archeologische resten voorkomen. Voortgaande planvorming zou zeker tot een ernstige aantasting van dit waardevolle landschap leiden en tot onherroepelijke beschadiging van het aardkundig en archeologisch bodemarchief. Gezien het aardwetenschappelijk en (mogelijk) archeologisch belang van het gebied wordt geadviseerd om een alternatief voor de geplande bodemingrepen te zoeken. Bij voortgaande planvorming wordt voorafgaand aan planuitvoering een vervolg onderzoek in de vorm van een verkennend (geo-)archeologisch veldonderzoek aanbevolen.
De resultaten van dit veldonderzoek vormen het uitgangspunt voor het selectiebesluit over de verdere planuitvoering. Landschappelijk-geo(morfo)logisch biedt het gebied prospectieve mogelijkheden om eventueel aanwezige laat paleolithische en mesolithische vondstcomplexen op te sporen. Om inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van archeologische resten en de geologische en bodemkundige situatie (bodemopbouw en bodemgaafheid) almede archeologische potentie van het gebied dient in eerste instantie een (geo-archeologisch booronderzoek) uit gevoerd te worden bovenlangs en onderlangs de gehele westelijke hoge terrasrand van de restgeul. Gezien het landgebruik en de verwachte diepteligging en prospectieve kenmerken van mogelijk aanwezige archeologische resten, wordt aanbevolen om dit in de vorm van een verdicht boorgrid (13 x 15 m driehoeksgrid) uit te voeren. Uitgangspunt voor het booronderzoek zijn de SIKB richtlijnen. Daarnaast dient gelijktijdig een veldkartering (indien mogelijk) uitgevoerd te worden
2441334100 (61287)
1.000 meter ten westen van het centrale punt van het plangebied Waalse Water te Etten Gemeente Montferland Coördinaat: 217210/438380
Type onderzoek: archeologische begeleiding, naar aanleiding van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek (opstellen verwachtingskaart, zie onderzoeksmeldingsnr. 28.940) Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 22-04-2014 Resultaat: De bodemopbouw bestaat uit restgeulopvullingen die tijdens het Holoceen zijn afgezet/zijn gevormd (overstromingsklei vermengd met lokaal geërodeerd rivierduinzand/dekzand gelegen op venige opvullingen). Aan weerzijde van de geul komen vlechtende rivierafzettingen voor. De meandergeul van het Waalse Water ligt ingesneden in de het Laagterras. Plaatselijk komen tussen de vlechtende rivierterrasafzettingen en de geulopvullingen die ook direct buiten de daadwerkelijke geul zijn afgezet, nog een dunne laag (stugge) zwak zandige klei voor. Dit betreft een Wijchen Laag, afgezet tijdens de warmere perioden van het LaatGlaciaal (Bølling-Allerød interstadialen) toen er een tak van de Rijn nog actief was ter plaatse van het Waalse Water. Dit komt overeen met de archeologische waarden- en verwachtingskaart die voor het plangebied Waalse Water is opgesteld. De graafwerkzaamheden hebben zich beperkt tot de restgeul en de naastgelegen terrasresten. Er is niet gegraven in rivierduinzand/dekzand. Deze zullen zeer waarschijnlijk zowel ten westen als ten oosten van het plangebied aanwezig zijn.
Aangetroffen vondstmateriaal betreft een selectie van brokken ijzerslak/vloeislak die zowel in situ (uit de steile oeverwand onder het niveau van het oorspronkelijke maaiveld) als ex situ liggen (uit de stort/bultengrond en de opgebrachte laag grond) zijn verzameld. Het gaat het om brokken ijzerslak/vloeislak van subrecente ouderdom, afkomstig van één meerdere hoogovens die langs de loop van de Oude IJssel hebben gestaan. Langs de westzijde van het plangebied is het gebruikt als wegverharding. De conserveringstoestand is goed. De verwachting is dat langs meerdere trajecten langs de westzijde van de geulloop van het Waalse Water slakkenmateriaal gebruikt is als wegverharding. Er zullen vooralsnog geen verdere graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden, waardoor verder behoud in situ gewaarborgd wordt. De aanwezige verhardingslaag van slakkenmateriaal kan beter gezien worden als een cultuurhistorisch element. Afvalproducten afkomstig van hoogovens/ijzergieterijen werden gebruikt om zandwegen te verharden, zo ook de weg die langs de westzijde van de geulloop van het Waalse Water heeft gelopen. De archeologische waarde hiervan is laag. Verder zijn er tijdens het onderzoek geen relevante archeologische resten of sporen waargenomen, bijvoorbeeld in de vorm van waterkundige structuren dan wel rivierdal-/beekdalgerelateerde resten. Wel zijn er op diverse locaties dumpzo-
Rapport 18719.001 versie 1
Pagina 15 van 31
nes aangetroffen van modern afval, bestaande uit resten puin, baksteen, plastic, glasfragmenten en gehele flessen en glazen potten, stukken ijzer (hekwerk, onderdelen van voertuigen) en een enkele autoband. Deze hebben vanuit archeologisch oogpunt geen waarde.
Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied 19 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan dertien vondstmeldingen geregistreerd (zie tabel V en figuur 10). Een groot deel van deze vondstmeldingen zijn gekoppeld aan archeologisch onderzoek, welke hierboven reeds samenvattend zijn beschreven. Verder zijn er enkele vondsten bekend die zijn aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden, waaronder een neolithische stenen bijl binnen het terrein van de huidige RWZI Etten, circa 850 meter ten oosten van het plangebied, als vondsten gedaan tijdens de aanleg van de Gaanderenweg, circa 1.000 meter ten noordoosten van het plangebied. Deze laatste zijn aangetroffen binnen het aaneengesloten rivierduinenlandschap dat zich langs de oostzijde van het dal van de Oude IJssel bevindt. Tabel V. Zaaknummer (waarnemingsnummer) 2201266100 (431119)
2754610100 (11564)
2440484100
Overzicht ARCHIS-vondsten
Situering t.o.v. plangebied
Aard van de melding
750 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied IJsselweg te Heuven Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 218920/438380
Late-Middeleeuwen: - grachten
750 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied Wisch te Gendringen Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 218960/438430
Late-Middeleeuwen: - grondsporen
800 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied EVZ linkeroever De Pol te Terborg Gemeente Oude IJsselstreek Coördinaat: 219345/438415
Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen: - fragment van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk
Aangetroffen tijdens de uitvoering van een geofysisch onderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2201266100 (29109))
Aangetroffen tijdens de uitvoering van een geofysisch onderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2201266100 (29109))
Late-Middeleeuwen: - 52 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - 40 fragmenten van steengoed - 5 fragmenten van ijzeren objecten, - 8 fragmenten van bot, dierlijk objecten - 15 fragmenten van stenen objecten - plantaardig, hout palen - proto-steengoed - fragment van een ijzeren slak - 12 fragmenten van keramische bouwmateriaal Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd: - 8 fragmenten van roodbakkend geglazuurd aardewerk - gracht Nieuwe tijd: - 7 fragmenten van steengoed - fragment van faience aardewerk Aangetroffen tijdens de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2440484100 (61181))
19
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 18719.001 versie 1
Pagina 16 van 31
3064621100 (60264)
800 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied Heuven te Terborg Gemeente Oude IJsselstreek Coördinaat: 219000/438400
Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen: - 2 fragmenten van tufsteen bouwmateriaal Late-Middeleeuwen: - 2 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - fragment van een keramische kogelpot - proto-steengoed Aangetroffen tijdens de uitvoering van een archeologisch booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 3064621100)
2725597100 (6989)
2206904100 (415450)
2440484100
2704269100 (3412)
2704082100 (3391)
2704090100 (3392)
850 meter ten oosten van het centrale punt van het plangebied Heuven te Etten Gemeente Oude IJsselstreek Coördinaat: 219170/438750
Neolithicum: - fragment van een stenen bijl
900 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied Riezengraaf te Etten Gemeente Oude IJsselstreek Coördinaat: 219128/438380
Late-Middeleeuwen: - fragment van gedraaid aardewerk
900 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied EVZ linkeroever De Pol te Terborg Gemeente Oude IJsselstreek Coördinaat: 219110/438375
Late-Middeleeuwen: - fragment van een toetssteen
900 meter ten noordwesten van het centrale punt van het plangebied Kemnade te Wijnbergen Gemeente Montferland Coördinaat: 217600/439360
Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd: - grondsporen
950 meter ten noordoosten van het centrale punt van het plangebied Gaanderenseweg te Doetinchem Gemeente Doetinchem Coördinaat: 219000/439500
IJzertijd: - handgevormd aardewerk
950 meter ten noordoosten van het centrale punt van het plangebied Gaanderenseweg te Doetinchem Gemeente Doetinchem Coördinaat: 219000/439500
Paleolithicum - Bronstijd: - vuursteen afval - fragmenten van vuursteen spitsen - vuursteen afslagen
Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden
Aangetroffen tijdens de uitvoering van een archeologisch booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2206904100 (29883))
Aangetroffen tijdens de uitvoering van een proefsleuvenonderzoek (zie Zaakindentificatie (OM-nummer) 2440484100 (61181))
Waargenomen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden
Waargenomen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden t.b.v. de herinrichting van de Gaanderenseweg
Late-Middeleeuwen: - fragmenten van keramische kogelpotten Waargenomen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden t.b.v. de herinrichting van de Gaanderenseweg
2704130100 (3397)
Rapport 18719.001 versie 1
950 meter ten noordoosten van het centrale punt van het plangebied Gaanderenseweg te Doetinchem Gemeente Doetinchem Coördinaat: 218810/439660
IJzertijd: - handgevormd aardewerk Waargenomen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden t.b.v. de herinrichting van de Gaanderenseweg
Pagina 17 van 31
2704139100 (3398)
2824416100 (23091)
950 meter ten noordoosten van het centrale punt van het plangebied Gaanderenseweg te Doetinchem Gemeente Doetinchem Coördinaat: 218810/439660
Neolithicum - Nieuwe tijd: - aardewerk
1000 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied Oosseld te Doetinchem Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 219240/438380
Late-Middeleeuwen: - fragment van een koperen stempel/zegelstempel
Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen: - fragmenten van keramische kogelpotten Waargenomen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden t.b.v. de herinrichting van de Gaanderenseweg
Aangetroffen tijdens niet-archeologische graafwerkzaamheden
Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn geen wetenschappelijke publicaties geraadpleegd, heeft geen archiefonderzoek plaatsgevonden en heeft geen navraag voor eventuele aanvullende informatie bij het provinciaal archeologisch depot plaatsgevonden, aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. Archeologische Werkgemeenschap Nederland, afdeling 17 Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de Archeologische plaatselijke Werkgemeenschap Nederland, afdeling 17, Zuid-Veluwe en Oost Gelderland (contactpersoon de heer B. Clabbers). Er zijn geen aanvullende vondsten of bijzonderheden bekend die niet in ARCHIS worden weergegeven. 2.7
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. Korte bewoningsgeschiedenis van het oostelijk dekzand- en rivierenlandschap20 In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland is weergegeven in bijlage 2. Voor een meer gedetaileerde bewoningsgeschiedenis van het rivierterrassen- en rivierduinengebied langs de Oude IJssel wordt verwezen naar de rapportage behorende bij de archeologische waardenen verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsseltreek.21 Al vanaf de Oude Steentijd (Laat-Paleolithicum, zie bijlage 1) werd het oostelijk dekzand- en rivierenlandschap bewoond door rondtrekkende jagers en verzamelaars.
Vooral de hoger gelegen terreindelen zoals dekzandruggen en -koppen en de hoogste delen van de dekzandwelvingen, werden vanaf het Laat-Paleolithicum gekozen als woonplaats en begraafplaats. Deze vormden de meest reliëfrijke, hoogstgelegen en goed ontwaterde delen van het landschap, vaak met markante gradiënten naar lagere terreindelen.
20 21
Barends et al., 2006 Brugman et al., 2014
Rapport 18719.001 versie 1
Pagina 18 van 31
Tevens hadden beekdalen en (kleine) rivieren een grote aantrekkingskracht. De beek/rivier bood mogelijkheden tot visvangst en het bejagen van dieren die naar de beek/rivier trokken. Daarnaast was er in het beek-/rivierdal een rijke vegetatie voorhanden als voedselbron. De hogere rivierduinen en dekzandruggen en -koppen nabij een beek-/rivierdal waren dus de meest favoriete bewoningslocaties. Vanaf de Nieuwe Steentijd (Neolithicum) deden landbouwactiviteiten hun intrede. Nederzettingen ontstonden juist vaker op de overgang van de hoge zandgronden naar de lage beek-/rivierdalen (gebieden van dekzandwelvingen), gunstig gelegen tussen de weiden in de beek-/rivierdalen en vooral daar waar een aanzienlijk areaal aan hoge (zand)gronden aanwezig waren om in gebruik genomen te worden als landbouwgrond. In de Middeleeuwen vond een geleidelijke omslag plaats in het agrarisch bedrijfssysteem, die ook landschappelijk gevolgen had. Door een intensiever bodemgebruik en het gelijktijdig in stand houden van de vruchtbaarheid van het steeds uitbreidende akkerareaal namen de heidevelden in omvang sterk toe. Door eeuwenlange bemesting werden vooral de hogere dekzandruggen geleidelijk opgehoogd. Deze staan voor de oostelijke zandgronden bekend als engen, enken, eenmans-essen of kampen. In het algemeen wordt de term "es" gebruikt.
Doordat de hydrologische omstandigheden op korte afstand sterk wisselen, zijn nooit grote akkercomplexen tot ontwikkeling gekomen. Hier overheerste de individuele occupatie, waardoor kleine percelen ontstonden, met een afwisseling van grasland en akkerland. Vaak zijn de percelen omgeven door heggen of hakhout. De bewoning binnen het oostelijk dekzandlandschap was daardoor altijd sterk verspreid. Vanaf de Middeleeuwen verplaatste de bewoning zich ook naar de lager gelegen gebieden aan de randen van de essen, om zo maximaal gebruik te maken van het beschikbare landbouwareaal. Tot voor kort nam men aan dat het potstalsysteem (een mengsel van stalmest, huisafval, bosstrooisel, heideplaggen en zand dat werd vervaardigd in een veestal) al volop in de Middeleeuwen in gebruik was. Opgravingen van middeleeuwse boerderijen laten tot dusver echter geen overtuigende sporen zien van het gebruik van het potstalsysteem destijds. Het is daarmee kenmerkend voor het agrarisch gebied van de Nederlandse zandgronden in de Nieuwe tijd. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel VI.
22
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal22
Bron
Periode
Kaartblad
Hottingerkaart
1773-1794
83
Kadastrale kaart (Minuutplan)
1828
Gemeente Wisch, sectie G, Blad 01
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
-
Binnen een gebied van woeste gronden, nog niet ontgonnen, waarschijnlijk natuurlijke natte graslandgebieden die konden overstromen tijdens perioden van hoogwater.
Vooral omgeving van natte graslandgebieden, met ten noorden de oude loop van de rivier de Oude IJssel.
1:2.500
Ontgonnen ten behoeve van agrarisch gebruik, voornamelijk percelen grasland. Door het zuidwestelijke deel van het plangebied was een sloot/wetering gegraven, ter plaatse van een restgeul.
Agrarisch buitengebied, met percelen akkerland op de hoger gelegen rivierduinen/hooggelegen terrasresten en graslanden op de lager gelegen terrasresten en oude riviergeulen.
www.topotijdreis.nl / beeldbank.cultureelerfgoed.nl / Versfelt, 2003
Rapport 18719.001 versie 1
Pagina 19 van 31
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1880
493
1:50.000
Boerenerf aanwezig ter plaatse van het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf (melkveebedrijf Winters), betrof waarschijnlijk niet meer dan een woonboerderij (woon en stalgedeelte ineen).
Ten westen een zandweg aanwezig (Veerstraat), welke richting het voetveer liep bij het Waalse Water. Enkele boerenerven aanwezig in de omgeving van het plangebied, veelal langs de randen van rivierduinen.
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1931
493
1:50.000
Centrale deel plangebied doorsneden door een onverharde weg, sluitingsweg van erf ter plaatse van het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf (melkveebedrijf Winters), als ook van een verder ten noorden van het plangebied gelegen erf. Ook een zandweg aanwezig langs/door het uiterst westelijke deel van het plangebied, welke naar een schut- en keersluis met voetbrug liep.
Enkele nieuwe boerenerven. Rivierloop van de Oude IJssel enigszins aangepast/gekanaliseerd.
Topografische kaart
1957
40 F
1:25.000
Bebouwing uitgebreid binnen het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf (melkveebedrijf Winters), ligging van onverharde wegen aangepast door aanleg/kanalisatie van de Oude IJssel. Zuidwestelijke en zuidoostelijke deel plangebied voornamelijk in gebruik als akkerland, rest als grasland.
Nieuwe loop van de Oude IJssel wordt aangelegd (uitgraven van een geul), met (ten dele) demping van de voormalige loop.
Topografische kaart
1966
40 F
1:25.000
Ontsluiting van het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf (melkveebedrijf Winters) alleen nog maar via de westzijde, bebouwing binnen het erf verder uitgebreid.
Herverkaveling van agrarische percelen, uitbreiding van bebouwing binnen de in de omgeving gelegen boerenerven.
Topografische kaart
1977
40 F
1:25.000
Ontsluiting van het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf (melkveebedrijf Winters) via de zuidzijde, vanuit de nieuw aangelegde Oude IJsselweg, bebouwing binnen het erf verder uitgebreid aangeduid als ’t Kempke. Merendeels huidige situatie.
Oude IJsselweg aangelegd langs de zuidzijde van het plangebied. Merendeels huidige situatie.
Op basis van het beschikbare historische kaartmateriaal uit de tweede helft van de 18 e eeuw (Hottinger Atlas) maakte het plangebied deel uit van een nog niet ontgonnen gebied (zie figuur 11). Waarschijnlijk betroffen het natuurlijke natte graslandgebieden die konden overstromen tijdens perioden van hoogwater (overstromingsgebied van de destijds nog niet gekanaliseerde/rechtgetrokken loop van de rivier de Oude IJssel ten noorden van het plangebied). Aan het begin van de 19e eeuw was het gebied ontgonnen en in agrarisch gebruik genomen, met vooral percelen akkerland op de hoger gelegen rivierduinen/hooggelegen terrasresten en graslanden op de lager gelegen terrasresten en oude riviergeulen. Het plangebied zelf was merendeels in gebruik als grasland. Door het zuidwestelijke deel van het plangebied was een sloot/wetering gegraven, ter plaatse van een restgeul (zie figuur 12).
Rapport 18719.001 versie 1
Pagina 20 van 31
In de tweede helft van de 19e eeuw is een boerenerf ontstaan ter plaatse van het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf (melkveebedrijf Winters). De bebouwing betrof waarschijnlijk niet meer dan een woonboerderij (woon en stalgedeelte ineen, voormalige bebouwing dat binnen de begrenzing van het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf heeft gestaan). Direct ten westen van het plangebied liep een zandweg (Veerstraat) in de richting van het voetveer liep bij het Waalse Water. Enkele boerenerven waren aanwezig in de omgeving van het plangebied, veelal langs de randen van rivierduinen (zie figuur 13). In de eerste helft van de 20e eeuw werd de rivierloop van de Oude IJssel in eerste instantie alleen enigszins aangepast/gekanaliseerd. Enkele nieuwe boerenerven waren ontstaan langs het oude wegenpatroon. Het centrale deel van het plangebied werd doorsneden door een onverharde weg, als sluitingsweg naar het boerenerf ter plaatse van het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf (melkveebedrijf Winters), als ook van een verder ten noorden van het plangebied gelegen boerenerf. Ook was er een onverharde weg/zandweg aanwezig langs/door het uiterst westelijke deel van het plangebied, welke naar een schut- en keersluis met voetbrug liep (zie figuur 14).
Aan het begin van de tweede helft van de 20e eeuw werd een nieuwe loop van de Oude IJssel aangelegd (uitgraven van een geul), met (ten dele) de demping van de voormalige loop. De bebouwing binnen het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf was verder uitgebreid vooral schuren/veestallen). Ook de ligging van onverharde wegen was aangepast door aanleg/kanalisatie van de Oude IJssel. In de jaren ’50 van de 20e eeuw waren de zuidwestelijke en zuidoostelijke delen van het plangebied voornamelijk in gebruik als akkerland, het resterende deel van het plangebied als grasland (zie figuur 15). De bebouwing binnen het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf breid zich verder uit gedurende het verdere verloop van de tweede helft van de 20 e eeuw, evenals voor andere in de omgeving gelegen boerenerven. In de jaren ’70 van de 20e eeuw is de Oude IJsselweg aangelegd, welke langs de zuidzijde van de het plangebied loopt, Vanuit deze weg vindt tot op heden de ontsluiting van het bestaande melkveebedrijf, welke destijds aangeduid werd als ’t Kempke (zie figuren 16 en 17). Vanaf deze tijd hebben binnen dan wel in de omgeving van het plangebied weinig veranderingen plaatsgevonden. Bouwhistorische gegevens Getracht is bij de gemeente Oude IJsselstreek is het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd (via het Erfgoedcentrum Achterhoek Liemers).
Voor het adres Oude IJsselweg 3 heeft dit echter geen resultaten opgeleverd. Volgens de Atlas Leefomgeving 23 zijn de aanwezige stallen en een woonboerderij voornamelijk gebouwd in de jaren ’60 van de 20e eeuw. De meest zuidelijk gelegen vrijstaande woning zou in 1995 gebouwd zijn. De verwachting is dat deze bebouwing minimaal voorzien is van stampbetonfunderingen dan wel strook-/sleuffunderingen tot op het (vaste rivierzand), welke hier binnen de eerste meter van de bodemopbouw wordt verwacht. De bodem ter plaatse van het bestaande bouwoppervlak zal daarmee tot minimaal aan de oorspronkelijke top van de rivierduindan wel de vlechtende rivierterrasafzettingen zijn ontgraven. Tweede Wereldoorlog24 In zijn algemeenheid blijkt dat vanaf de eerste oorlogsmaanden het nabijgelegen Doetinchem te lijden heeft gehad onder geallieerde bombardementen. Het zwaarst getroffen werd Doetinchem bij drie achtereenvolgende bombardementen op 19, 21 maart en 23 maart 1945. Bij het tweede en derde bombardement vielen er op veel grotere schaal bommen op Doetinchem. Hierbij werd een groot deel van het centrum vernield en vielen in totaal meer dan 130 doden.
23 24
https://www.atlasleefomgeving.nl/bouwjaar-panden Willemse et al., 2019
Rapport 18719.001 versie 1
Pagina 21 van 31
Na operatie Market Garden en de Slag om Arnhem in september 1944 kreeg Doetinchem een Centrumfunctie. Bij het begin van de luchtlandingen op 17 september vluchtte ook veldmaarschalk Walter Model, bevelhebber Heeresgruppe B, vanuit zijn hoofdkwartier in Oosterbeek naar Doetinchem, waar hij zijn intrek nam in een bijgebouw van kasteel Slangenburg. Eenheden voor de bescherming van het hoofdkwartier waren ondergebracht in gebouwen in de omgeving. Ook veel Duitse instanties en legereenheden werden teruggetrokken ten oosten van de IJssel. De centrumfunctie van Doetinchem kan ook worden afgeleid uit de begraving van Duitse gesneuvelden. Op de Algemene Begraafplaats aan de Loolaan lagen 81 Duitse graven. Deze begraafplaats had kennelijk voor de Duitse troepen een regionale functie, want ook gesneuvelden uit onder andere Arnhem en de Betuwse plaatsen Haalderen en Gendt werden hier oorspronkelijk begraven. Na de Slag om Arnhem in september 1944 kwam de frontlijn in het rivierengebied te liggen, niet ver ten zuiden van Doetinchem. De Westwall, de verdedigingslinie langs de Duitse westgrens, liep tot de Rijn bij Kleve. Het gebied ten noorden hiervan was onbeschermd. Vanaf september 1944 werd daarom een aantal verdedigingslinies aangelegd om deze onbeschermde noordflank te beveiligen. Een van die linies liep vanaf Emmerich via Elten naar Beek en Doetinchem, de zogeheten Beekriegel.
Van Doetinchem liep een andere linie naar de IJssel bij Doesburg, de zogeheten Oude-Rijnstellung. Mannen tussen de 16 en 60 jaar werden opgeroepen voor het graven van tankgrachten, loopgraven en stellingen. Het opwerpen van versterkingen ging door in de winter van 1944/1945. Eind maart trokken de Geallieerden de Rijn over (Operatie Plunder) en boog een deel van de Canadese en Britse legereenheden af voor de bevrijding van Nederland. Op 28 maart werd de Nederlandse grens bij Megchelen bereikt. De Achterhoek was het eerste Nederlandse grondgebied ten noorden van de Rijn dat in voorjaar 1945 werd bevrijd. Om de geallieerde opmars te vertragen voerden de Duitsers op diverse plaatsen vernielingen uit, zo werden op 30 maart de spoorlijn en viaducten in Dichteren opgeblazen, een dag later gevolgd door andere bruggen en wegen (zoals de Terborgseweg). Ondanks deze vernielingen verliep de geallieerde opmars over de grond over het algemeen razendsnel. De 2nd Canadian Infantery Division was op 30 maart bij Gendringen de grens over gestoken en stond drie dagen later bij Almen aan het Twentekanaal. Slechts plaatselijk was sprake van tegenstand, zoals in Doetinchem, waar tijdens de Paasdagen, 1 en 2 april 1945, in de zwaar beschadigde binnenstad felle strijd werd geleverd.
De laatste Duitse weerstand werd met vlammenwerpers gebroken en de stad was rond 6 uur ’s avonds op 2 april geheel in Canadese handen. Ten behoeve van het reeds gerealiseerde persleidingtracé, dat vanaf de Papierfabriek Doetinchem tot aan het terrein van de RWZI Etten loopt, waarbij een gedeelte van het tracé nabij de noordoosthoek van het plangebied is aangelegd (net aan de overzijde van de rivierloop van Oude IJssel, is door de firma BeoBom een Vooronderzoek Conventionele Explosieven uitgevoerd.25 Op basis van dit onderzoek blijkt dat er binnen dan wel in de directe nabijheid van het plangebied geen sporen dan wel resten kunnen worden verwacht uit de Tweede Wereldoorlog (zie onderstaand overzicht met stellingen in de directe omgeving van het plangebied/tracé). Meest nabij het plangebied betreffen een drietal wapenopstellingen, maar deze stonden aan de overzijde (noordoostzijde) van de Oude IJssel.
25
Van der Velden & Koopmans, 2020
Rapport 18719.001 versie 1
Pagina 22 van 31
Een overzicht met stellingen in de directe omgeving van het persleidingtracé tussen de papierfabriek Doetinchem (meest noordwestelijk) tot aan het terrein van de RWZI Etten (meest zuidoostelijk), op basis van luchtfoto’s van 21 februari 1945. Loopgraven zijn in oranje weergegeven. Rode cirkel globale ligging van het plangebied (bron: BeoBom, 2020)
2.8
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel VII.
Gespecificeerde archeologische verwachting
Archeologische periode
(Laat-)Paleolithicum Midden-Neolithicum (Jagers-Verzamelaars)
Rapport 18719.001 versie 1
Gespecificeerde verwachting
Te verwachten resten en/of sporen
Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld
-Centrale/centraalzuidelijke en zuidoostelijke deel plangebied: middelhoog
-Kampementen, vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen
-In de top van de rivierduin- dan wel de vlechtende rivierterrasafzettingen rivierduinafzettingen dan wel in de afdekkende laag overstromingsklei
-Noordelijke en zuidwestelijke deel plangebied: verhoogd indien sprake van nabijgelegen bewoningsactiviteiten
-Watergerelateerde resten, zoals attributen voor jacht en visvangst, dumpzones, rituele deposities
-In/onderin de meandergeul-/restgeulopvullingen (Vroeg-Holocene overstromingsklei)
Pagina 23 van 31
Laat-Neolithicum (Landbouwers)
Bronstijd t/m Romeinse tijd
Vroege-Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen
Nieuwe tijd
Rapport 18719.001 versie 1
-Centrale/centraalzuidelijke en zuidoostelijke deel plangebied: middelhoog
-Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen
-In de top van de rivierduin- dan wel de vlechtende rivierterrasafzettingen rivierduinafzettingen dan wel in de afdekkende laag overstromingsklei
-Noordelijke en zuidwestelijke deel plangebied: verhoogd indien sprake van nabijgelegen bewoningsactiviteiten
-Watergerelateerde resten, zoals attributen voor jacht en visvangst, dumpzones, rituele deposities, waterkundige structuren (o.a. voorden en bruggen)
-In/onderin de meandergeul-/restgeulopvullingen (Vroeg-Holocene overstromingsklei)
-Centrale/centraalzuidelijke en zuidoostelijke deel plangebied: middelhoog
-Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden/-heuvels, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen
-In de top van de rivierduin- dan wel de vlechtende rivierterrasafzettingen rivierduinafzettingen dan wel in de afdekkende laag overstromingsklei
-Noordelijke en zuidwestelijke deel plangebied: verhoogd indien sprake van nabijgelegen bewoningsactiviteiten
-Watergerelateerde resten, zoals attributen voor jacht en visvangst, dumpzones, rituele deposities, waterkundige structuren (o.a. voorden en bruggen)
-In de meandergeul-/restgeulopvullingen (Laat-Holocene overstromingsklei)
--Centrale/centraalzuidelijke en zuidoostelijke deel plangebied: middelhoog
-Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
-In de afdekkende overstromingsklei
-Noordelijke en zuidwestelijke deel plangebied: verhoogd indien sprake van nabijgelegen bewoningsactiviteiten
-Watergerelateerde resten, zoals attributen voor jacht en visvangst, stort/afvaldumps, resten/sporen van transport over water (vaartuigen/boten), en waterkundige structuren (o.a. bruggen, beschoeiingen)
-In de top van de meandergeul-/ restgeulopvullingen (Laat-Holocene overstromingsklei)
-Centrale/centraalzuidelijke en zuidoostelijke deel plangebied: laag
-Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
- In de afdekkende overstromingsklei
-Noordelijke en zuidwestelijke deel plangebied: laag
-Watergerelateerde resten, zoals attributen voor jacht en visvangst, stort/afvaldumps, resten/sporen van transport over water (vaartuigen/boten), en waterkundige structuren (o.a. bruggen, beschoeiingen)
-In de top van de meandergeul-/ restgeulopvullingen (Laat-Holocene overstromingsklei)
-Centrale/centraalzuidelijke en zuidoostelijke deel plangebied: laag
-Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen
- In de afdekkende overstromingsklei
-Noordelijke en zuidwestelijke deel plangebied: laag
-Watergerelateerde resten, zoals attributen voor jacht en visvangst, stort/afvaldumps, resten/sporen van transport over water (vaartuigen/boten), en waterkundige structuren (o.a. bruggen, beschoeiingen)
-In de top van de meandergeul-/ restgeulopvullingen (Laat-Holocene overstromingsklei)
Pagina 24 van 31
Op basis van de verzamelde aardwetenschappelijke gegevens ligt het plangebied binnen het rivierenlandschap van de Oude IJssel. Hierbij ligt, op basis van zowel de geomorfologische kaart van Nederland als het bestudeerde hoogtebeeld, specifiek het centrale, centraal-zuidelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied binnen bewaard gebleven terrasvlaktes dan wel terrasrest-ruggen van het Jonge Dryas-terras (Terras X) met mogelijk nog een dunne laag rivierduinzand. Het zuidwestelijke deel ligt binnen een Jonge Dryas restgeul en het noordelijke deel binnen een terrein waar tijdens het VroegHoloceen een riviertak van de Rijn actief heeft gestroomd (en daar de oorspronkelijke top van het Jonge Dryas-terras heeft geërodeerd). Wellicht dat de terrasvlaktes dan wel terrasrest-ruggen van het Jonge Dryas-terras (Terras X) gezien werden als een voldoende geschikte locatie voor (tijdelijke) bewoning, maar de verwachting is dat de meest voorkeur uitging naar de beduidend hoger gelegen rivierduingronden (waar een dik pakket rivierduinzand ligt). Vandaar dat het centrale, centraal-zuidelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied (teven conform de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek) een middelhoge verwachting heeft op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen (zie tabel VII).
Uitgevoerd archeologisch onderzoek laat zien dat op de hoger gelegen rivierduinen antropogene activiteiten plaatsvonden vanaf mogelijk al het Meso-/Neolithicum. Het zuidwestelijke als het noordelijke deel van het plangebied vormde geen gunstige locatie voor (tijdelijke) bewoning. De lager gelegen Jonge Dryas restgeul als de Vroeg-Holocene rivierbeddingen vormde geen gunstige locatie voor (tijdelijke) bewoning. Deze landschappelijke zones zullen zeer regelmatig te kampen hebben gehad met zeer natte/drassige condities, zeker vanaf de Romeinse tijd toen het gebied van de Oude IJssel ook vaak overstroomde (en er een pakket Laat-Holocene overstromingsklei sedimenteerde, zeker binnen de restgeulen/oude rivierbeddingen). Binnen/langs de randen van restgeulen, als overgangszone van hoog naar laag en van droog naar nat met bijbehorende biodiversiteit, zorgt er wel voor dat er sprake is van een verhoogde trefkans voor resten die in verband staan met water-/rivierdalgebonden activiteiten. Waar dergelijke resten worden aangetroffen gaat het meestal om puntlocaties (wordt aangetroffen binnen een beperkt aantal vierkante meters met een omgeving die verder leeg is ten aanzien van archeologische waarden).
De natte delen van het landschap hebben in het verleden ook een onmiskenbare aantrekkingskracht gehad op het rituele vlak: de meeste rituele depots en offers kunnen in verband gebracht worden met een watervoerende omgeving. In het geval van de aanwezigheid van nederzettingsresten op aangrenzende hoge gronden kunnen in de nabijgelegen natte zone goed geconserveerde archeologische resten voorkomen en kan tevens paleo-ecologische informatie verzameld worden, waardoor er sprake is van een zeldzame combinatie van archeologische waarden. Ook geldt de bijzonderheid dat hier informatierijke afzettingen kunnen voorkomen zoals veenpakketten en humeuze kleiafzettingen. Deze afzettingen beslaan vaak een aanzienlijke tijdsspanne en vormen een belangrijk natuur- en cultuurhistorisch archief voor diachrone veranderingen in het (nederzettings)landschap. Voor de natte zones geldt dan ook dat er archeologische vondsten en structuren kunnen voorkomen die afwijken van de ‘normale’ archeologische resten26, zoals: • •
• •
26
sporen van (zeer) tijdelijke verblijfplaatsen of kampementen (met name voor specifieke activiteiten, zoals jacht en visvangst); sporen die in verband gebracht kunnen worden met het verzamelen van voedsel (vis, wild, gevogelte en planten) met als archeologische neerslag: eendenkooien, visvijvers en jachtattributen (zoals fuiken, strikken, netten, pijlpunten en harpoenen); stort/afvaldumps; deposities (al dan niet van rituele aard), welke kunnen bestaan uit stenen en metalen voorwerpen, potten en menselijke of dierlijk resten, bepaalde gereedschappen en sierraden;
Rensink, 2008
Rapport 18719.001 versie 1
Pagina 25 van 31