CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen-Bestemmingsplan Buitengebied, zorgpark Warmse Water.pdf

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, zorgpark Warmse Water'30.636 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In het noordelijke en zuidwestelijke deel van het plangebied kunnen watergerelateerde resten tot op grotere diepte voorkomen binnen de meandergeul-/restgeulopvullingen (Vroeg- als Laat-Holocene overstromingsklei), binnen het zuidwestelijke deel van het plangebied tot wel 2 m -mv.

Rapport 18719.001 versie 1

Conclusie en advies Op grond van de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting en voornamelijk gebaseerd op de landschappelijke ligging, heeft het centrale, centraal-zuidelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied nog een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische waarden uit de perioden Laat-Paleolithicum t/m Vroege-Middeleeuwen. Een verhoogde verwachting op het voorkomen van deze zogenaamde watergerelateerde resten voor het zuidwestelijke en noordelijke deel van het plangebied gaat pas gelden wanneer binnen de aangrenzende, hoger gelegen terreindelen resten en/of sporen van bewoningsactiviteiten aanwezig zijn/sprake is van een in situ gelegen archeologische vindplaats. De kans is wel groot dat binnen het plangebied diepgaande agrarische bewerking heeft plaatsgevonden, waardoor mogelijk gebroken gronden zijn ontstaan en verstoringen reiken tot in de top van de top van de rivierduin- dan wel de vlechtende rivierterrasafzettingen. Econsultancy adviseert om in eerste instantie binnen het centrale, centraal-zuidelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied (circa 10 hectare, zie figuur 18) een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen te laten uitvoeren (6 boringen per hectare).

Hiermee wordt inzicht verkregen van de toestand van het bodemprofiel, of er mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen aanwezigheid zijn (zichtbaar als bodemverkleuringen) en kan worden vastgesteld of er nog archeologische resten in situ te verwachten zijn en of daarmee vervolgonderzoek wel of niet noodzakelijk is. Op basis van de resultaten van dit verkennend booronderzoek dient tevens bepaald te worden of er nog aanleiding is om in het zuidwestelijke en noordelijke deel van het plangebied aanvullend onderzoek/vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Oude IJsselstreek). Na beoordeling wordt door het bevoegd gezag een besluit genomen.

Rapport 18719.001 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8

3

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 8 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 18 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 23

CONCLUSIE BUREAUONDERZOEK EN ADVIES .................................................................. 27

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 28 BRONNEN .......................................................................................................................................... 30

Rapport 18719.001 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht AMK-terreinen Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16. Figuur 17. Figuur 18.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek Holocene stroomgordels en afgedekt Pleistoceen Situering van het plangebied binnen de Zandbanenkaart (zanddiepte + deklaag) + 2010 van de provincie Gelderland Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met als achtergrond het AHN Situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 1773-1794 vanuit kaartblad 83 Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1828 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1880 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1931 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1957 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1966 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1977 Advieskaart voor aanvullend onderzoek

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Inrichtingsplan

Rapport 18719.001 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Harm Post Advies een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Oude IJsselweg (ong.) te Terborg in de gemeente Oude IJsselstreek (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens een zorgcomplex te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2). Uitgaande van de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 3). Het bureauonderzoek is uitgevoerd in april 2022 door ir. E.M. ten Broeke (Senior KNA Prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (Senior KNA Archeoloog).

2

BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Hiervoor wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand van deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24‑05‑2018) die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. 2 Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:     

2

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

SIKB

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 1 van 31

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:            2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de Atlas Gelderland; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsseltreek; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1.000 meter rondom het plangebied.3 Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 19,6 hectare en ligt aan de Oude IJsselweg (ong.), circa 3,8 kilometer ten noordwesten van Terborg, in de gemeente Oude IJsselstreek (zie figuren 1 en 2). Volgens het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte variërend tussen circa 11,6 en 12,9 m +NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Gendringen, sectie N nummers 242, 244 & 246 en gemeente Wisch, sectie H, nummers 14, 81, 177 & 178. Volgens de topografische kaart van Nederland, kaartblad 40 F (1:25.000), zijn de coördinaten van het midden van het plangebied X: 218.325 / Y: 438.815. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens.

Het plangebied is grotendeels in agrarisch gebruik (percelen grasland). Alleen het centraal-westelijke deel van het plangebied betreft een agrarisch bedrijf/boerenerf (melkveebedrijf Winters, Oude IJsselweg 3) en is bebouwd met een woonboerderij en diverse schuren/veestallen. In het noordelijke deel van erf zijn tevens diverse kuilvoederplaten aanwezig. De terreindelen direct rondom de bebouwing zijn deels verhard (klinkers/stelconplaten) en verder in gebruik als groenstrook/siertuin. De Oude IJsselweg loopt langs de zuidzijde van het plangebied. Langs de noordzijde stroomt de rivier de Oude IJssel. Verder ligt het plangebied in het agrarisch buitengebied (zie figuur 3).

3

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 2 van 31

Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied Oude IJsseltreek 2017 (vastgesteld op 28-06-2018). Volgens dit bestemmingsplan heeft het centraal-zuidelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied een Waarde – Archeologische verwachting 2. Het overige deel van het plangebied heeft een Waarde – Archeologische verwachting 3. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening, bij een onderzoekslocatie gelijk of groter dan 1.000/2.500 m² en bodemingrepen dieper dan 30 cm -mv, vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

Volgens de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek ligt het centraal-zuidelijke en zuidoostelijke deel van de onderzoekslocatie binnen een gebied met gematigde archeologische verwachting (categorie 5, zie figuur 4). Het overige deel van de onderzoekslocatie ligt in een gebied met in het algemeen een lage archeologische verwachting, echter nog wel een verhoogde verwachting specifiek voor water-gerelateerde resten, vanwege de ligging binnen het geulenstelsel van het dal van de Oude IJssel (categorie 6). Het gaat daarbij om een verhoogde kans op watergerelateerde archeologische resten en informatierijke afzettingen zoals veenpakketten en humeuze kleiafzettingen. Atlas Gelderland4 Met de Atlas Gelderland wilt de provincie Gelderland inzicht geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit binnen de provincie in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat de Atlas Gelderland zien waar vroeger (bedrijfs-)activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Het raadplegen van de Atlas Gelderland heeft voor het plangebied geen aanvullende gegevens opgeleverd. 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. De initiatiefnemer is voornemens een zorgcomplex te realiseren (zie bijlage 4). In totaal worden er 112 zorgwoningen gerealiseerd en 2 grondgebonden woningen. Het zorgcomplex vervangt de boerderij. Ter plaatse van de toekomstige bebouwing (oppervlakte bebouwing van circa 9.000 m²) zal naar verwachting, bij de aanleg van een standaard staalfundering, de bodem tot een diepte van circa 1 m mv worden afgegraven (bouwput). De nieuwbouw wordt niet onderkelderd (grondgebonden bebouwing met één bouwlaag, eventueel met kap). De geplande werkzaamheden kunnen tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden worden verstoord.

4

https://geoweb.gelderland.nl/WebViewer/Index.html?configBase=http://geoweb.gelderland.nl/Geocortex/Essentials/ REST/sites/Bodemverontreinigingen/viewers/test/virtualdirectory/Resources/Config/Default

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 3 van 31

2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie5

Als basis fluviatiele zanden/vlechtende rivierterrasafzettingen van de Formatie van Kreftenheye, behorende tot Terras X met hierboven een laag Vroeg-Holocene dan wel Laat-Holocene overstromingsklei (Formatie van Echteld). Wellicht in het centrale/centraal-zuidelijke en zuidoostelijke deel plangebied tussen de vlechtende rivierterrasafzettingen en de Vroeg-Holocene dan wel LaatHolocene overstromingsklei nog een (dunne) laag Laatglaciaal/Jonge Dryas rivierduinzand, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

Geologische-geomorfologische kaart van de Rijn-Maas delta6

Binnen het Jonge Dryas-terras (Terras X).

Zandbanenkaart provincie Gelderland7

Merendeel plangebied Pleistoceen zand tussen 0 en 1,0 m -mv (code 20). In het westelijke deel van het plangebied ligt een restgeul, waar Pleistoceen zand tussen 1,0 en 2,0 m -mv (code 21) wordt verwacht (wat dieper gelegen restgeul die verder verland is/opgevuld is met overstromingsklei).

Geomorfologie8

Noordoostelijke helft plangebied gebied van meanderruggen en -geulen (3L42). In de zuidwestelijke helft plangebied terrasvlaktes (2M42), terrasrest-ruggen (3B43) en door het westelijke deel plangebied een restgeul (22R43).

Bodemkunde en grondwatertrap9

Noordelijke deel plangebied kalkloze poldervaaggronden, bestaande uit lichte zavel (Rn15C), grondwatertrap VI. Westelijke en zuidwestelijke deel plangebied kalkloze poldervaaggronden, bestaande uit (zware) zavel en lichte klei (Rn95C en Rn67C), grondwatertrap VI. Centraal-zuidelijke tot zuidoostelijke deel plangebied ooivaaggronden, bestaande uit lichte zavel (KRd1, oude rivierkleigrond), grondwatertrap VII.

Landschappelijke ontwikkeling 10 De ondergrond van de omgeving van Terborg/Etten maakt deel uit van een groot preglaciaal bekken. Dit bekken is in eerste instantie gevormd door een voorloper van de Rijn, waarna het subglaciaal verder is geërodeerd door het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden). Tevens is toen het stuwwallengebied van Montferland ontstaan, dat zich verder ten zuidwesten van het plangebied bevindt. Het preglaciaal bekken is tijdens het terugtrekken en daarmee het afsmelten van het landijs gedeeltelijk opgevuld met een dunne laag keileem met daarop glaciofluviale afzettingen van de Formatie van Drente. Nadat het landijs zich had teruggetrokken hervatte de Rijn zijn oorspronkelijke loop ten oosten van de stuwwallen van Montferland, richting het glaciale bekken van het huidige IJsseldal.

5

De Mulder et al., 2003 Cohen et al., 2012 7 https://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=471707400d6f44d5a743100c65e3ce9b / Cohen et al., 2012 8 Alterra, 2003 9 Stichting voor Bodemkartering, 1966 10 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2005 / Berendsen, 2008 / Cohen et al., 2009 / Miedema, 2009 6

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 4 van 31

Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 120.000 - 10.000 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. In die tijd heerste er in Nederland wel een continentaal periglaciaal klimaat. Dit houdt in dat de omstandigheden erg koud en droog waren. Het landschap in Nederland bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. Ook in de eerste helft van het Weichselien bleef de Rijn stromen via het IJsseldal, tot na het eerste koude maximum (Vroeg-Pleniglaciaal, 74.000 tot 60.000 jaar geleden). In de tweede helft van het Weichselien (vanaf 60.000 jaar geleden) boog het Rijndal langzaam westwaarts af, om tussen Montferland en de Veluwezoom richting de Betuwe en West-Nederland te gaan stromen. Tussen 40.000 en 25.000 jaar geleden heeft het merendeel van de Rijn door dit gebied gestroomd. Daarna verloor ook dit deel van de Rijn stapsgewijs haar afvoer, omdat de nog zuidelijker geleden verbindingen via het Niersdal en uiteindelijk de Gelderse Poort actief werden. In het Oude IJsseldal is echter tot in ieder geval het einde van het Weichselien een Rijntak actief gebleven. Doordat de rivier zich insneed, zijn verschillende terrasniveaus ontstaan. Het plangebied ligt op het Pleniglaciale terras. In het Laat-Glaciaal stroomde de Rijn ten zuidwesten van het plangebied.

Tijdens overstromingen kon het plangebied nog wel blank komen te staan waarbij een dunne laag klei werd afgezet, welke wordt gerekend tot de 1e Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye). Daar waar dit kleipakket voorkomt, worden deze gronden ook wel aangeduid als oude rivierkleigronden. Tijdens de laatste koude periode (het Jonge Dryas, 12.750 tot 11.755 jaar geleden) werd door de nog actieve Rijntak een nieuw, ondiep dal gevormd, welke ook bekend staat als Terras X. Volgens de digitale geologische-geomorfologische kaart van de Rijn-Maas delta (2012) wordt het plangebied gerekend tot Terras X (zie figuur 5). Binnen Terras X zijn nog veel vlechtende riviergeulen bewaard gebleven, welke op basis van de aanwezige topografie nog in het landschap te herkennen zijn. Vanuit de vaak geheel of gedeeltelijk droogliggende bedding kon in het tweede deel van het Jonge Dryas (een zeer droge fase met sterke eolische activiteit) verstuivingen optreden, waardoor een rivierduincomplex is gevormd langs de noordoostzijde van het dal van de Oude IJssel, bovenop het in het Pleniglaciaal reeds gevormde Laagterras. Echter, ook op terrasresten binnen Terras X kunnen rivierduinen bewaard zijn gebleven, waar deze tijdens het Vroeg-Holoceen niet zijn opgeruimd door een nog actieve neventak van de Rijn. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

Aan het begin van het Holoceen (Preboreaal) heeft de Rijn het gebied van de Oude IJssel definitief verlaten (geen actief watervoerende nevengeul meer aanwezig). Tijdens perioden van hoge Rijnwaterstanden is wel een vrij dikke laag rivierklei afgezet, welke behoort tot de 2e Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye). Deze kleilaag werd ook uitwiggend op de lagere flanken van het rivierduincomplex gesedimenteerd. Tijdens het Holoceen bleef tot circa 8000 jaar geleden nog een tak van de Rijn actief in het Oude IJsseldal, waarbij het dal van Terras X deels opgevuld werd met een laag oude rivierklei, welke behoort tot de 2e Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye). Deze kleilaag werd ook uitwiggend op de lagere flanken van een deel van het rivierduincomplex gesedimenteerd. Daarna stroomde er voor een zeer lange periode bijna geen Rijnwater meer door het dal van de Oude IJssel, welke dus alleen maar zorgde voor lokale afwatering. Pas vanaf de Romeinse tijd werden er weer sedimenten afgezet in het gebied van de Oude IJssel, als gevolg van een toenemende sedimentlast (intensieve houtkap) en overstromingsfrequentie van de Rijn. De bovenste dunne laag humeuze jonge rivierklei is afgezet in de afgelopen drie eeuwen, waarschijnlijk als overstromingsafzettingen van de Rijn veroorzaakt door dijkdoorbraken tussen Bislich en Lobith. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Echteld.

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 5 van 31

De huidige brede en gekanaliseerde loop van de Oude IJssel is pas in de jaren ’50 van de 20 e eeuw door de mens gerealiseerd. Daarvoor had deze rivier een smalle en sterk meanderende vorm. De klei die door de Oude IJssel tijdens overstromingen was gesedimenteerd, werd gebruikt voor de baksteenindustrie. Daarnaast bevat de grond rond Drempt en Laag Keppel oer: ijzerhoudend zand, dat de basisgrondstof is voor ijzer. De oer (moerasijzererts) vormde, samen met de bossen (brandstof), de rivier (transport) en een omvangrijke agrarische bevolking (goedkope arbeidskrachten) de basis voor de Nederlandse ijzerindustrie. De winning van het oer in het stroomgebied van de rivier, samen met de noodzakelijke stuwen voor de ijzermolens, versterkte het verzandingproces van de rivier en bemoeilijkte zo de scheepvaart. De Oude IJssel was in 1880 volkomen verwaarloosd, waarbij de toestand in die tijd te vergelijken is met die van de Middeleeuwen. Als er voldoende water was, kon er met een vloot van platbodems gevaren worden. Daarom is in de vorige eeuw de brede en sterk gekanaliseerde rivier in zijn huidige vorm aangelegd. DINO11 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland.

Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd die gezet zijn binnen de begrenzing van het plangebied.12 Hieruit blijkt dat de natuurlijke ondergrond tot minimaal 0,65 en maximaal 1,3 m -mv bestaat uit matig/sterk zandige klei tot sterk zandige leem. Dit zullen Vroeg-Holocene dan wel Laat-Holocene overstromingsafzettingen betreffen. Enkele boringen laten hieronder een laag matig fijn tot matig grof zand zien van enkele decimeters tot hooguit 80 cm dik, welke mogelijk rivierduinafzettingen betreffen. Onder het pakket overstromingsklei dan wel de dunne laag rivierduinzand komen grindhoudende, grofzandige vlechtende rivierterrasafzetting voor, welke zullen behoren tot het Jonge Dryas-terras (Terras X). Er dient rekening te worden gehouden dat een laag Holocene overstromingsklei niet altijd meer als zodanig te herkennen is, omdat deze vaak is vermengd met de zandige ondergrond (door bijvoorbeeld diepploegen tot in de top van de rivierduin- dan wel de vlechtende rivierterrasafzettingen) om daarmee de hydrologische condities te verbetering van de agrarische productie. Hierdoor zijn zogenaamde gebroken gronden ontstaan.

Geomorfologie, Zanddiepte en Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. De geomorfologische kaart geeft aan dat de noordoostelijke helft van het plangebied binnen een gebied van meanderruggen en -geulen ligt (3L42) en de zuidwestelijke helft van het plangebied binnen terrasvlaktes (2M42) dan wel terrasrest-ruggen (3B43, zie figuur 6). Tevens loopt er door het westelijke deel van het plangebied een restgeul (22R43). Dit geeft aan dat de noordoostelijke helft van het plangebied een landschappelijke positie heeft waar een rivierloop van de Rijn, als voorloper van de Oude IJssel nog gedurende het Vroeg-Holoceen actief heeft gestroomd/heeft gemeanderd. In de zuidwestelijke helft van het plangebied zijn de Jonge Dryas terrasresten, als een Jonge Dryas restgeul, nog wel aanwezig/bewaard gebleven (niet aangetast tijdens het Holoceen) en al dan niet bedekt met Holocene overstromingsklei. De restgeul is hierbij verland.

11 12

Dinoloket DINO boornummers B40F0152, B40F0642, B40F0151, B40F0641 en B40F0148

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 6 van 31

De Zandbanenkaart (zanddiepte) van de provincie Gelderland geeft aan dat het Pleistocene zand van vlechtende rivierterrasafzettingen dan wel van rivierduinzand wordt verwacht tussen 0 en 1,0 m -mv (code 20, zie figuur 7), wat ook overeenkomt met gegevens uit het Dinoloket (zie hierboven). Waar de restgeul ligt wordt Pleistoceen zand (rivierzand) tussen 1,0 en 2,0 m -mv (code 21) verwacht (wat dieper gelegen restgeul die verland is/opgevuld is met overstromingsklei). Het Actueel Hoogtebestand Nederland13 vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Op het AHN is in meer detail de verschillende landschappelijke eenheden te onderscheiden. Het centrale/centraal-zuidelijke en zuidoostelijke deel van het plangebied heeft een hogere ligging ten opzichte van het noordelijke en westelijke deel van het plangebied (zie figuur 8), met hoogteverschillen van zeker 50 tot 80 cm.

Goed mogelijk betreft deze begrenzing de overgang van waar Jonge Dryas terrasresten bewaard zijn gebleven/niet zijn aangetast naar waar een rivierloop van de Rijn, als voorloper van de Oude IJssel nog gedurende het Vroeg-Holoceen actief heeft gestroomd/heeft gemeanderd en daarmee vrij goed overeenkomt met de verschillende landschappelijke eenheden binnen het plangebied weergegeven op de geomorfologische kaart. De in het westen gelegen Jonge Dryas restgeul is tevens duidelijk te herkennen. Binnen het bestaande agrarisch bedrijf/boerenerf (melkveebedrijf Winters) zullen antropogene ophogingen hebben plaatsgevonden, waarschijnlijk ten tijde van diverse uitbreidingen/nieuwbouwwerkzaamheden die voornamelijk gedurende de tweede helft van de 20e eeuw hebben plaatsgevonden. Bodemkunde en grondwatertrap Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) komen binnen het plangebied verschillende bodemtypen voor. In het noordelijke deel van het plangebied worden kalkloze poldervaaggronden verwacht, bestaande uit lichte zavel (Rn15C, grondwatertrap VI, zie figuur 9). In het westelijke en zuidwestelijke deel van het plangebied worden kalkloze poldervaaggronden verwacht, bestaande uit (zware) zavel en lichte klei (Rn95C en Rn67C, grondwatertrap VI).

In het centraal-zuidelijke tot zuidoostelijke deel van het plangebied worden ooivaaggronden verwacht, bestaande uit lichte zavel (KRd1, oude rivierkleigrond, grondwatertrap VII). Dit zijn zogenaamde oude rivierkleigronden, wat aangeeft dat er geen of slechts in zeer beperkte mate sprake is van een afdekkend pakket (jonge rivier)klei, afgezet tijdens overstromingen van de Rijn (Laat-Holoceen, vooral Romeinse tijd). Bij een vaaggrond heeft (nog) weinig of geen bodemvorming plaatsgevonden. Deze gronden zijn wel geheel gerijpt. Bij poldervaaggrond bestaat het bodemprofiel meestal uit een dunne A-horizont (humeuze toplaag) met direct daaronder de C-horizont (oorspronkelijk moedermateriaal) waar gleyverschijnselen (roestvlekken) ondieper dan 50 cm -mv in voorkomen.

Ooivaaggronden zijn vaak beter ontwaterd, waardoor gleyverschijnselen dieper dan 50 cm -mv voorkomen en al enige uit- en inspoeling van kleimineralen heeft plaatsgevonden, in de vorm van een Bw-horizont onder een dunne Ahorizont (humeuze toplaag).14 Voor het plangebied is tevens de verwachting dat de voornamelijk zavelige grond ontstaan is door vermenging van een laag Vroeg- tot Laat-Holocene overstromingsklei met de zandige ondergrond (door bijvoorbeeld diepploegen tot in de top van de rivierduin- dan wel de vlechtende rivierterrasafzettingen) om daarmee de hydrologische condities te verbetering van de agrarische productie. Hierdoor zijn zogenaamde gebroken gronden ontstaan. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. 13 14

AHN De Bakker & Schelling, 1989

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 7 van 31

Grondwatertrappenindeling15

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI en VII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Tevens is een diep grondwaterpeil een indicatie voor relatief slechte conserverende condities van metalen en organische resten. Het plangebied heeft een grondwatertrap VI tot VII. Op grond van eerder behandelde aardwetenschappelijke gegevens heeft het noordelijke en zuidwestelijke deel van het plangebied, binnen het terrein van meanderruggen en -geulen en de verlande restgeul, een lagere ligging in het landschap. Voor deze delen van het plangebied is de verwachting dat er in het verleden (voor de grootschalige ontginningen) sprake zal zijn geweest van zeer natte/moerasachtige condities en zullen voor bewoning minder aantrekkelijk zijn geweest. Voor bewoning zal het noordelijke en zuidwestelijke deel van het plangebied daarom ook niet geschikt zijn geweest als (tijdelijke) bewoningslocatie vanaf het Laat-Paleolithicum. De hoger gelegen terrasresten en de rivierduingronden waren hiervoor veel beter geschikt. In en langs oude rivierbeddingen en meandergeulen konden wel specialistische activiteiten worden ontplooid en kunnen zogenaamde water gerelateerde archeologische resten en fenomenen bewaard zijn gebleven en konden ook gebruikt worden als dumpzone voor afval.

Voor de grootschalige ontginning van het voormalige overstromingsgebied van de Oude IJssel zal hier ook sprake zijn geweest van (zeer) natte condities, waardoor de condities voor conservering optimaal zullen zijn geweest met name op de lager gelegen terrasresten en in de oude rivierbeddingen. Vandaar dat deze delen van het plangebied op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek een verhoogde verwachting hebben specifiek voor watergerelateerde resten (zie figuur 4). Deze verhoogde verwachting geldt pas echter wanneer binnen aangrenzende, hoger gelegen terreindelen bewoningsactiviteiten hebben plaatsgevonden. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).16 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 10. Hierop staan de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 1.000 meter rondom het centrale punt van beide deelgebieden weergegeven.

15 16

Locher & De Bakker, 1990 Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 8 van 31

AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied17 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het plangebied liggen geen AMK-terreinen. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein (zie tabel III en figuur 10). De locatie van het laatmiddeleeuwse kasteelterrein Wisch, circa 750 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied, laat zien dat geïsoleerd gelegen rivierduinen nabij de natuurlijke loop van de Oude IJssel geschikte en waarschijnlijk ook goed verdedigbare bewoningslocaties vormden. Tabel III.

Overzicht AMK-terreinen

AMK nr.

Situering t.o.v. plangebied

Datering

Waarde en omschrijving

1215

750 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied Heuven; Wisch; IJsselweg te Terborg Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 218974/438413

Middeleeuwen laat

Complex: Kasteel Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Betreft een terrein waarin overblijfselen van het laatmiddeleeuwse kasteel Wisch, gelegen in (kleiig) zand op een rivierduin. Het huis wordt voor het eerst genoemd in 1207. Een einddatering is in het verleden op de 15 e eeuw gezet; het is niet duidelijk waar die datering op is gebaseerd. Aan het einde van de 13e eeuw lieten de heren van Wisch een nieuw kasteel bouwen in Terborg. Het is niet duidelijk of Wisch direct in onbruik is geraakt. Proefopgravingen in de jaren '60 hebben nauwelijks iets aan het licht gebracht. Het noordwestelijke deel is waarschijnlijk afgegraven; ook de westelijke rand is aangetast. In 1987 is een egalisatie uitgevoerd zonder toestemming. In het kader van het AMR-project is op 19 april 2005 een booronderzoek uitgevoerd op het ten noordoosten aan het monument grenzende terrein. Dit terrein is een verhoging waar zich de resten van de boerderij 'Oud Wisch'/'Eerste Wissche Bouwhoeve' bevinden. Dit gebied werd onderzocht omdat hier werd een voorburcht (curtis) van het kasteel werd vermoed: hiervoor zijn bij het onderzoek geen aanwijzingen aangetroffen. Het kasteelterrein zelf werd ook onderzocht middels boringen. De gracht blijkt niet erg diep te zijn geweest; de bodemlaag op ca. 80 cm onder het huidige maaiveld.

Een modderlaag of ander venig materiaal op de bodem lijkt niet aanwezig te zijn en de defensieve functie van deze aanleg lijkt beperkt te zijn geweest. Binnen de omgrachte hoogte was ruimschoots plaats voor een hoofdgebouw en eventueel daarbij behorende bijgebouwen, en er is geen aanleiding om te veronderstellen dat er een annex buiten de omgrachting gezocht zou moeten worden.

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 18 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal elf archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om acht bureauen/of booronderzoeken (prospectief onderzoek), een geofysisch onderzoek, een proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding (zie tabel IV en figuur 10). Prospectieve onderzoeken uitgevoerd ten zuidwesten en noordoosten van het plangebied, onder andere voor het persleidingtracé vanaf de papierfabriek Doetinchem tot aan de RWZI Etten hebben voornamelijk geresulteerd in het aantreffen van een diepgaande en recent verstoorde bodemopbouw.

17 18

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Idem

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 9 van 31

Het bureau- en booronderzoek en navolgend het proefsleuvenonderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van de realisatie van EVZ De Pol (rondom RWZI Etten), circa 750 tot 1.000 meter ten oosten van het centrale punt van het plangebied, heeft geresulteerd in het aantreffen van een geul/gracht en een aangeplempte kleilaag die is aangetroffen op relatief grote afstand van de motte van kasteel Wisch. Ten noordoosten van de geul/gracht zijn geen archeologische waarden aangetroffen. Ten zuidwesten hiervan dient rekening gehouden te worden met archeologische waarden die verband houden met het kasteel. Verder is tijdens het onderzoek bewerkt vuursteen en handgevormd aardewerk aangetroffen in het zuidoostelijke deelgebied. Omdat geen sprake is van duidelijke vondstconcentraties of bijbehorende sporen, kan hier niet (meer) van een vindplaats worden gesproken, vermoedelijk als gevolg van de ingrijpende landbewerking die hier plaats heeft gevonden. Het aangetroffen materiaal duidt echter wel op antropogene activiteit in de periode Mesolithicum - Bronstijd/IJzertijd. Het geofysisch onderzoek laat een goede reconstructie zien van het laatmiddeleeuwse kasteelterrein Wisch, circa 750 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied (zie bijlage 5). Een archeologische begeleiding van graafwerkzaamheden uitgevoerd t.b.v.

natuurontwikkeling binnen het Waalse Water, circa 1.000 meter ten westen van het centrale punt van het plangebied, heeft alleen brokken ijzerslak/vloeislak van subrecente ouderdom opgeleverd. Deze werden zeer waarschijnlijk gebruikt als wegverharding voor een pad langs de westzijde van de hier aanwezig restgeul, welke periodiek nog onder water zal hebben gestaan tijdens hoogwater. Verder zijn op diverse locaties dumpzones aangetroffen van modern afval, bestaande uit resten puin, baksteen, plastic, glasfragmenten en gehele flessen en glazen potten, stukken ijzer (hekwerk, onderdelen van voertuigen) en een enkele autoband. Deze hebben vanuit archeologisch oogpunt geen waarde. Tabel IV.

Overzicht onderzoeksmeldingen

Zaakindentificatie (OMnummer) 4894364100

Rapport 18719.001 versie 1

Situering t.o.v. plangebied

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

500 meter ten noorden van het centrale punt van het plangebied Persleidingtracé papierfabriek Doetinchem – RWZI Etten Gemeente Doetinchem Coördinaat: 218364/440162

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 5-10-2020 & 27-4-2021 Resultaat: Op basis van het archeologisch bureauonderzoek geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor de delen van het plangebied/tracé die op hooggelegen terrasrest dan wel op een rivierduin liggen, waar de omstandigheden in verleden mogelijk voldoende geschikt waren voor (tijdelijke) bewoning. Deze betreffen enkele delen van het noordwestelijke deel van het tracé langs de Oostelijke randweg, het centrale deel van het tracé langs de Terborgseweg en deel Ettenseweg tot aan de kruising met de Gaanderenseweg en het zuidoostelijke deel van het tracé. Voor de delen van het tracé gelegen op middelhoog tot laaggelegen terrasresten en met name de delen binnen oude rivierbeddingen, geldt alleen nog een verhoogde trefkans op het voorkomen van geïsoleerde organische resten/rivierdalgerelateerde resten. Deze delen betreffen het noordwestelijke deel en het centraal-zuidoostelijke deel van het tracé. Ter plaatse van de delen van het tracé langs de Stationsstraat, de Hamburgerbroeklaan en de Fabriekstraat zijn reeds diepgaande bodemverstorende ingrepen uitgevoerd. Binnen de geplande ontgravingsdiepte t.b.v. de aanleg van de persleiding worden hier geen archeologische waarden meer verwacht.

Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat er ter plaatse van de onderzochte delen van het plangebied/tracé over het algemeen sprake is van een diep verstoorde bodemopbouw. Deze verstoringen zullen het gevolg zijn van moderne bodemingrepen (ten gevolgde van inrichting van de openbare ruimte, wegaanleg, aanleg van nutsvoorzieningen (kabels en leidingen)). Verstoringsdieptes variëren hierbij tussen minimaal 70 tot maximaal 220 cm -mv. Onder het verstoringsniveau vindt direct de overgang plaats naar de C-horizont en zijn restanten van het oorspronkelijke/van nature gevormde bodemprofiel niet meer te herkennen. Bij slechts twee boringen, welke ook op grotere afstand van elkaar gelegen zijn, is een restant van een holtpodzolbodem aangetroffen. Gezien de ligging vormt het echter geen aanleiding om te spreken van een deel van het plangebied/tracé met enige lengte waar nog sprake is van een (deels) intacte bodemopbouw. Het zullen eerder terreindelen van beperkte omvang omvatten, waar tijdens de inrichting van

Pagina 10 van 31

de openbare ruimte slechts beperkte vergravingen/verstoringen hebben plaatsgevonden. Vergeleken met de (geactualiseerde) archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem blijkt dat grotere delen van het plangebied/tracé tot het rivierduinenlandschap kan worden gerekend, waar onder het verstoringsniveau nog rivierduin- op vlechtende rivierterrasafzettingen zijn aangetroffen. Slechts beperkte delen in het noordelijke deel van het onderzochte plangebied/tracé hebben een landschappelijke ligging binnen een laaggelegen terrasrest dat afgedekt is geweest met overstromingsklei (voordat moderne bodemingrepen plaatsvonden). De ligging van een oude rivierbedding komt goed overeen met een kaartbeeld, waar onder het verstoringsniveau nog venige restgeulafzettingen zijn aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat binnen het overgrote deel van het onderzochte plangebied/tracé reeds grootschalige en diepgaande recente bodemingrepen hebben plaatsgevonden en dat hierdoor het archeologisch niveau (potentiële vondstniveau én sporenvlak) voor het gehele plangebied volledig is aangetast. Er zijn geen delen van het plangebied/tracé met enige lengte aan te wijzen waar nog sprake is van een (deels) intacte bodemopbouw. Voor de plangebied/tracé is dan ook geen sprake meer van een archeologische verwachting.

Geadviseerd is om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren 2461422100 (63872) & 2461430100 (63873)

Rapport 18719.001 versie 1

550 meter ten zuidwesten van het plangebied Warmseweg 6 te Etten Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 217931/438431

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 21-11-2014 Resultaat: Het plangebied ligt binnen het rivierengebied van de Oude IJssel en specifiek binnen een hoger gelegen terrasrest van het Laagterras, gevormd tijdens het Pleniglaciaal toen de Rijn nog door dit gebied stroomde. Het terrasrest is waarschijnlijk bedekt met een laag rivierklei afgezet tijdens de warmere fasen van het Laat-Glaciaal (Bølling-Allerod, oude rivierklei, 1e Laag van Wijchen) en/of Laat-Holocene klei (Formatie van Echteld). Rivierduinzand lijkt op basis van het AHN niet in het plangebied voor te komen. Dergelijke nog hoger gelegen terreindelen bevinden zich ten zuiden van het plangebied. Ten opzichte van de omliggende en lager gelegen riviervlaktes direct naast de loop van de Oude IJssel en overloopgeulen, vormde het plangebied een beter geschikte (tijdelijke) bewoningslocatie. In de tijd van de Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum) en Landbouwers (vanaf het Laat-Neolithicum) zal als (tijdelijke) nederzettingslocatie echter de meeste voorkeur zijn uitgegaan naar de hoger gelegen terreinen waar rivierduinzand ligt. Voor het plangebied is de kans op de aanwezigheid van archeologische resten daarom middelhoog.

Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat het plangebied vanaf de tweede helft van de 18e eeuw tot vrij recentelijk in agrarisch gebruik was (voornamelijk als akkerland). De huidige inrichting van het terrein is van recente datum. Het noordelijke deel van het plangebied is voorzien van een erfverharding (klinkers) en door het centrale deel van het plangebied is een aarden wal aangelegd. Indien en zo ja, in welke mate de aanleg van deze verharding/constructie het oorspronkelijke bodemprofiel heeft verstoord, is onbekend. Daarnaast dient er rekening worden gehouden dat er grondverbeteringswerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Bij een ondiep voorkomen van het onderliggende rivierzand (vlechtende rivierterrasafzettingen, voornamelijk grof zand met fijn grind) werd deze opgemengd met de afdekkende Holocene kleilaag, om zo de draagkracht en waterhuishouding van de grond te verbeteren. Dergelijke gronden worden ook wel aangeduid als gebroken gronden. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek blijkt dat de bodemopbouw in het noordelijke deel van het plangebied tot gemiddeld 85 cm mv recent geroerd/verstoord is, ten gevolgde van de aanleg van een klinkerverharding.

Ter plaatse komt onder de klinkerverharding, een laag cunet/stabilisatiezand, een halfverhardingslaag met resten bouwpuin en baksteen en vervolgens een zeer vaste laag donkergrijs gekleurd kleiig zand voor tot een diepte van circa 85 cm -mv. In het centrale en zuidelijke deel van het plangebied is sprake van een zogenaamde gebroken grond. Het plangebied heeft deel uitgemaakt van een agrarisch intensief bewerkt terrein, waarbij de oorspronkelijke afdekkende kleilaag (vermoedelijk zware klei) is opgemengd met de oorspronkelijke top van de vlechtende rivierterrasafzettingen, waardoor er een bovengrond is ontstond die bestaat uit matig tot sterk zandige klei. De gebroken grond loopt door tot een diepte van gemiddeld 100 cm -mv. De onverstoorde bodem betreft binnen het gehele plangebied direct vlechtende rivierterrasafzetttingen met een zwak gleyhoudende top (Cg-horizont). Er is in het geroerde deel van de bodemopbouw antropogeen materiaal aangetroffen dat eveneens tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden al zichtbaar was. Het antropogeen materiaal bestaat uit (sub)recent daterende resten/fragmenten, voornamelijk in de vorm van baksteen en puin. Het betreft materiaal dat gebruikt is als halfverhardings-/stabilisatielaag in het noordelijke deel van het plangebied en dat ook vermengd is geraakt in de bouwvoor in het centrale deel van het plangebied.

In de onverstoorde bodem zijn tot 30 cm in de top van de rivierterrasafzettingen (Cg-/Cr-horizont) geen archeolo-

Pagina 11 van 31

gische indicatoren aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om nog archeologische resten en/of sporen te verwachting. Geadviseerd is om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. 2389771100 (54680)

600 meter ten zuidwesten van het plangebied DoetinchemWesel te Doetinchem Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 218457/437891

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Sweco Datum: 19-11-2012 Resultaat: Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied in het dal van de Oude IJssel ligt. De mastlocaties liggen binnen verscheidene bodemkundige en geomorfologische eenheden behorende tot het riviersysteem van de Oude IJssel, variërend van terrassen tot geulen. Onder deze afzettingen liggen bodems behorende tot de Kreftenheye formatie, welke is afgezet door de Pleistocene loop van de Rond Montferland Rijn. In de omgeving van het plangebied zijn archeologische bewoningsresten aangetroffen uit alle periodes vanaf het LaatPaleolithicum. Er kunnen in het plangebied archeologische resten verwacht worden die dateren vanaf het Laat-Paleolithicum. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bodem in het plangebied bestaat uit rivierafzettingen, voornamelijk bestaande uit lichte klei en zavel op zand. Dit komt in grote lijnen overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek. De bodems die in de boringen zijn aangetroffen, doen vermoeden dat een groot deel van de mastlocaties in het verleden minder geschikt waren voor (permanente) bewoning, vanwege activiteiten van de Oude IJssel. De top van de Pleistocene Kreftenheye-formatie bevind zich op circa 1 m beneden het maaiveld. Nabij Ulft is in een aantal boringen dekzand aangetroffen, dit is een indicatie voor hogere, drogere gronden.

Een groot deel van het dekzand bleek echter verstoord en/of verspoeld te zijn. Alhoewel niet kan worden uitgesloten dat er in het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied bewoningsresten aanwezig zijn, zijn er tijdens het veldonderzoek geen archeologische indicatoren waargenomen. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek is voor geen van de onderzochte mastlocaties een vervolgonderzoek aanbevolen.

2201266100 (29109)

700 meter ten zuidoosten van het centrale punt van het plangebied Heuven; Wisch; IJsselweg te Terborg Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 218938/438429

Type onderzoek: bureau- en geofysisch onderzoek Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 3-6-2008 Resultaat: Onderzoek ter plaatse van het Kasteel van Wisch (zie ook hierboven AMK-terrein 1.215). Het betreft een bureauonderzoek en een geofysisch (grondradar) onderzoek, met als doel het verwerven van inzicht in de opbouw van het kasteelterrein en in de eventuele aanwezigheid van resten van het kasteel. Uit het onderzoek is gebleken dat het kasteelterrein bestaan heeft uit een voorburcht en een afzonderlijk omgrachte hoofdburcht (zie bijlage 5). Het betrof een Mottekasteel. De hoofdburcht werd aangelegd op een kunstmatige verhoging (circa 2 tot 3 m) op een natuurlijke hoogte (rivierduin). Ter plaatse van de voorburcht was eveneens sprake van antropogene ophoging, zij het in mindere mate. Het geheel was omgeven door een brede gracht. Aan de zuidwestzijde was sprake van een dubbele gracht, die mogelijk werd gescheiden door een wal. Het is niet duidelijk of de buitenste gracht ook aan de zuidoostzijde van het kasteelterrein, ter plaatse van het huidige plangebied, aanwezig is. Tijdens het onderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor funderingen in de bodem. Uit de vondst van blokken tufsteen, zandsteen en leisteen (in het verleden), is opgemaakt dat het kasteel opgetrokken is geweest uit zandsteen en tufsteen, met een leistenen dak.

Het kasteel dateert vermoedelijk uit de tweede helft van de 12e eeuw, en is tot in of kort na het einde van de 14e eeuw in gebruik geweest (op basis van de aangetroffen aardewerkfragmenten). Op kaartmateriaal uit 1573 is het weergegeven als ‘Den Netelbergh’. Vermoedelijk was in die periode sprake van een op een verhoging gelegen ruïne, begroeid met brandnetels. In de jaren ’80 van de 20 e eeuw is de heuvel deels afgegraven, waarbij de vrijgekomen grond in de gracht is geschoven. Voor deze egalisatie had plaatsgevonden, was het kasteelterrein nog prominenter in het landschap aanwezig dan tegenwoordig. Ter plaatse van de hoofdburcht was nog een kleinere, min of meer ronde heuvel aanwezig op de grotere heuvel, die tegenwoordig nog (deels) te herkennen is. Ook hebben verstoringen van het kasteelterrein plaatsgevonden door de aanleg van betonnen putten en het graven van een bietenkuil. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat het kasteelterrein groter is dan vooraf werd aangenomen. Op grond van het onderzoek is daarom aanbevolen de monumentgrens aan te passen.

2440484100 (61181)

750 meter ten oosten van het centrale punt van het plangebied Evz Linkeroever De Pol te Terborg

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakindentificatie (OMnummer) 2411964100 (57565) & 2411972100 (57566)) Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 5-5-2014

Rapport 18719.001 versie 1

Pagina 12 van 31

4950561100 & 4955795100

Rapport 18719.001 versie 1

Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 219058/438621

Resultaat: De vindplaats in het noordelijke deelgebied bestaat uit drie grondsporen, die mogelijk van antropogene aard zijn (2 kuilen en een mogelijke paalkuil). Vanwege de lage sporendichtheid en de geïsoleerde ligging van de grondsporen is het waarschijnlijk dat de aangetroffen resten horen bij de periferie/off-site van een nederzetting. Tijdens het onderzoek zijn geen sporenclusters waargenomen, waaruit kan worden opgemaakt dat binnen het plangebied (grotere) structuren aanwezig zijn. In het zuidwestelijke deelgebied zijn wel twee behoudenswaardige vindplaatsen aangetroffen. Het betreft de geul/gracht met brug in werkput 8 en de vondstlaag in werkput 10. Beide vindplaatsen hebben een relatie met, of zijn mogelijk onderdeel van, het nabijgelegen kasteelterrein en/of het historische erf. De ontwikkelingsplannen zijn op basis van de ligging van de twee behoudenswaardige vindplaatsen aangepast, waardoor de vindplaatsen in situ behouden blijven. In het kader van de huidige plannen is daarom geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Indien (in de toekomst) toch bodemingrepen plaats gaan vinden ter plaatse van de deze vindplaatsen, dan dienen de vindplaatsen opgegraven te worden.

850 meter ten oosten van het centrale punt van het plangebied Oude IJsselweg 7a te Terborg Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 219137/438589

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2-3-2021 & 26-2-2021 Resultaat: Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden voor de perioden (Laat-)Paleolithicum t/m Middeleeuwen. Deze verwachting is vooral gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op (de flank van) een rivierduin. In de tijd van de Jagers-Verzamelaars (einde LaatPaleolithicum en Mesolithicum) zullen de rivierduinen een gunstige ligging hebben gehad als tijdelijke nederzettingslocatie. Uitgevoerd archeologisch onderzoek in de omgeving van het plangebied laat zien dat op de rivierduinen antropogene activiteiten plaatsvonden vanaf mogelijk al het Meso-/Neolithicum. Verder zijn vanaf een afstand van circa 150 ten zuidwesten van het plangebied structuren aangetroffen die verband houden met het kasteel Wisch, zoals toegangswegen en waterpartijen, en het historische erf Oud Wisch. Gezien deze afstand wordt het niet waarschijnlijk geacht dat binnen de begrenzing van het plangebied structuren hebben gelegen gerelateerd aan dit erf (plangebied ligt ruim buiten de begrenzing van het historische erf). Voor de periode Nieuwe tijd is de verwachting laag.

Vanuit geraadpleegd historisch kaartmateriaal is er geen aanleiding om te verwachten dat het plangebied deel heeft uitgemaakt van een historisch erf. Het plangebied heeft voor langere tijd alleen een agrarisch gebruik gekend, voornamelijk als akkerland. Vanaf de jaren ’80 van de 20e eeuw maakt het deel uit van het terrein van de RWZI Etten, dat voor een groot deel aangewezen is als een antropogeen opgehoogd terrein. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek blijkt dat er sprake is van een verstoorde bodemopbouw tot een diepte van gemiddeld 80 cm -mv, waarbij door voorheen agrarisch gebruik en diepploegwerkzaamheden een zogenaamde gebroken grond is ontstaan. De noordoostelijke helft van het plangebied behoort nog tot het terrein waar opgebrachte grond ligt ten behoeve van de realisatie van de RWZI Etten (antropogene recente ophoging). Onder het verstoringsniveau bevindt zich veelal direct de 1C-horizont en dit betreft rivierduinafzettingen. Bij twee boringen is onder het verstoringsniveau een mogelijk restant van een overgangs-BC-horizont aangetroffen van de oorspronkelijke gevormde bruine bosgrond of vorstvaaggrond. Géén van de boringen laten echter een dermate intacte bodemopbouw zien om met zekerheid te kunnen achterhalen wat het van nature gevormde bodemprofiel is geweest.

Het rivierduinzand loopt door tot een gemiddelde diepte van 150 cm -mv, waarna de overgang plaatsvind naar vlechtende rivierterrasafzettingen. Het pakket rivierduinzand neemt wel in dikte af in zuidwestelijke richting, wat de ligging van het plangebied op de flank van een rivierduin bevestigd en aangrenzend ten zuidwesten de overgang plaatsvindt naar een oude riviergeul van de Oude IJssel. Ook ter plaatse van boring 2 ontbreekt rivierduinzand en hier bevindt zich onder het verstoringsniveau een pakket matig tot sterk zandige klei. Dit betreft waarschijnlijk oude rivierklei/overstromingsklei van de Oude IJssel. Hieronder zijn weer vlechtende rivierterrasafzettingen aanwezig. Gesteld kan worden dat de oorspronkelijke bodemopbouw al in sterke mate is aangetast/verstoord voornamelijk door het agrarisch gebruik (vorming van gebroken door overstromingsklei te vermengend met onderliggend rivierduinzand). Er zijn verder ook geen archeologische indicatoren aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Geadviseerd is geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.

Pagina 13 van 31

2206904100 (29883)

900 meter ten oosten van het centrale punt van het plangebied Riezengraaf te Etten Gemeente Oude IJsseltreek Coördinaat: 219152/438479

Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Uitvoerder: Sweco Datum: 16-7-2008 Resultaat: Inventariserend Veldonderzoek in plangebied Groenverwerking Ettenseweg in verband met realisatie van een verwerkingslocatie voor groenafval. Uit het Bureauonderzoek is gebleken dat de archeologische verwachting voor het plangebied middelhoog is in het noordelijke gedeelte. Er kunnen archeologische resten worden verwacht die dateren uit de Steentijd tot en met de Middeleeuwen. De eventuele archeologische waarden kunnen direct onder het maaiveld worden verwacht. In het zuidwestelijke gedeelte van het plangebied is de archeologische verwachting hoog. Hier worden met name archeologische waarden verwacht die gerelateerd kunnen worden aan het middeleeuwse kasteel Wisch. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bodem in het plangebied voor een groot gedeelte is verstoord. Bij slechts twee boringen zijn onder de verstoorde lagen rivierduinafzettingen aangetroffen. In het profiel van een boring zijn oeverwalafzettingen gevonden. In het zuidelijke gedeelte van het plangebied is een oppervlaktevondst aangetroffen. Het betreft een fragment aardewerk uit de 14e eeuw. Mogelijk kan het gerelateerd worden aan het kasteel van Wisch. Echter, aangezien het een oppervlaktevondst betreft, kon hierover geen duidelijkheid worden gegeven.

Op basis van de resultaten van het Inventariserend Veldonderzoek wordt voor het gedeelte van het plangebied waar boringen zijn uitgevoerd, geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen graafwerkzaamheden kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. Ter plaatse van monumentnummer 1.215 (kasteel van Wisch) wordt een vervolgonderzoek aanbevolen indien daar graafwerkzaamheden worden uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4596/documents/28128