Bijlage 7 - NL.IMRO.1509.OP000007-VA01 Bijlagen bij motivering.pdf
Tekst van het document
Grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 5.000 m2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen zijn op deze gronden slechts
15
toelaatbaar, indien daarvoor omgevingsvergunning door burgemeester en wethouders is verleend, tenzij op basis van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden meer aanwezig zijn. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom nader onderzocht. 3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Overig gevoelige gebieden ten opzichte van de ontwikkellocatie
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voor-
Provinciale verorde-
Het besluitgebied maakt geen deel
heen: Ecologische Hoofdstructuur)
ning
uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) maar ligt wel nabij NNN (zie onder 3).
Gebied geschikt voor beschermde
−
Omgevingswet
Het besluitgebied is mogelijk ge-
soorten
−
Besluit activitei-
schikt voor beschermde soorten (zie
ten leefomge-
verder onder 4).
ving Weidevogelgebied en ganzenfoera-
Provinciale verorde-
Het besluitgebied ligt niet in een be-
geergebied
ning
schermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.
Stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale verorde-
Het besluitgebied is niet gelegen in
ning
een stiltegebied.
Provinciale verorde-
Het besluitgebied is niet gelegen in
ning
een bodembeschermingsgebied.
Provinciale verorde-
Het besluitgebied is niet gelegen in
ning
een grondwaterbeschermingsgebied.
3. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het dichtstbijzijnde gedeelte van het natuurnetwerk bevindt zich op ongeveer 900 meter ten oosten van het besluitgebied en betreft een deel van het Gelders Natuurnetwerk van het deelgebied “Oude IJssel”. Het dichtstbijzijnde deel van de Groene Ontwikkelingszone bevindt zich op ongeveer 800 meter ten oosten van het besluitgebied. Er zijn geen weidevogelleefgebieden en ganzenfoerageergebieden in de buurt van het besluitgebied. Navolgende afbeelding geeft de situatie weer.
16
Globale ligging van het besluitgebied ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en de Groene Ontwikkelingszone (lichtgroen). Bron: Provincie Gelderland.
Omdat het NNN in Gelderland (GNN) geen externe werking kent, zijn negatieve effecten op het NNN uit te sluiten en wordt het niet nader beschouwd. 4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het besluitgebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
17
4 Kenmerken van het potentiële effect 4.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het plan en de plaats van het plan zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningen. Hoofdstuk 2 laat zien dat de beoogde ontwikkeling in de realisatie van 226 woningen voorziet. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het besluitgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In het besluitgebied bevinden zich mogelijk archeologische waarden. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het besluitgebied aanwezig zijn. Ook ligt Natura 2000-gebied op korte afstand. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: − Archeologie: volgens het (tijdelijk) omgevingsplan zijn archeologische verwachtingswaarden in het besluitgebied aanwezig.
Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve effecten op de archeologische waarden. − Natuur: de ontwikkeling kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna. Ook wat betreft gebiedsbescherming (Natura 2000) zijn negatieve milieueffecten niet uit te sluiten. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve effecten op de natuurwaarden. − Verkeer: de nieuwe ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-)effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. − Geluid: de ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluid (door verkeer) op de omgeving. − Luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. − Water: door de ontwikkeling zal de hoeveelheid verhard oppervlak binnen het besluitgebied sterk toenemen. Hiertoe is het nodig de effecten hiervan op de waterhuishouding te beoordelen en eventuele maatregelen te beschrijven om zo een negatief milieueffect op dit aspect uit te kunnen sluiten.
18
Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete plan en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen: − bodem: de ontwikkeling bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. De te realiseren woningen zullen naar verwachting niet leiden tot grondverontreiniging. − cultuurhistorie: er zijn geen cultuurhistorische waarden binnen besluitgebied aanwezig. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot verlies van cultuurhistorische waarden. Derhalve wordt geen negatieve milieueffecten op dit aspect verwacht. − omgevingsveiligheid: de beoogde functies in de ontwikkeling leiden niet tot omgevingsveiligheidseffecten. − geurhinder: de beoogde functies in de ontwikkeling leiden niet tot geurhinder. De voorgaande aspecten worden daarom in deze mer-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de mer-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het programma.
4.2
Archeologie
4.2.1
Huidige situatie Op grond van het tijdelijke omgevingsplan kent de locatie grotendeels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 3’ (en gedeeltelijk ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische Verwachting II’). De aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden. Grondwerkzaamheden dieper dan 30 cm onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 5.000 m2.
4.2.1
Effecten ontwikkeling Er is op deze locatie een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek8 uitgevoerd en vervolgens ook een archeologisch proefsleuvenonderzoek 9. De resultaten van de onderzoeken worden hieronder nader beschreven. Uit het bureau- en inventariserend veldonderzoek uit 2008 volgt dat er op basis van het bureauonderzoek geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van intacte
8
9
RAAP Archeologisch adviesbureau (2008) Plangebied Lenteleven-Waalstraat te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek. Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. Raap-notitie 2866, augustus 2008. RAAP Archeologisch adviesbureau (2023) Plangebied Lenteleven te Gendringen, gemeente Oude IJsselstreek. Archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek. Raap-rapport: 6747, 9 oktober 2023.
19
archeologische resten zijn aangetroffen. Ten noordoosten van het ontwikkelgebied is een archeologisch monument (kasteel met nummer 13162) van hoge archeologische waarde gelegen. Direct ten westen van dit kasteel is de grond verhoudingsgewijs diep verstoord. Waarschijnlijk houden deze verstoringen verband met de aanwezigheid van het kasteel. Naast deze verstoringen zijn er in het gebied geen aanwijzingen aangetroffen die duiden op menselijke activiteit. Vervolgens zijn de gronden die verstoord bleken in het onderzoek uit 2008 middels een proefsleuvenonderzoek nader onderzocht. Onderstaande afbeelding geeft weer om welk onderzoeksgebied het gaat, waarbij het rode gebied het besluitgebied is en het blauwe gebied het onderzoeksgebied.
Ligging van het besluitgebied Lenteleven (rood) en het onderzoeksgebied (blauw) (bron: RAAP, 2023 Proefsleuvenonderzoek).
Het onderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten binnen het onderzoeksgebied. Er zijn enkel agrarische sporen aangetroffen, die in direct verband staan met de afwatering en het agrarisch gebruik van het gebied. Het deel met de volkstuinen lijkt archeologisch een groter potentieel te hebben. Dit deel ligt aanzienlijk hoger en lijkt op historische kaarten een geheel te vormen met het kasteelterrein, wellicht als voorburcht of voorhof, maar sowieso als landbouwgrond. Hier kunnen dan ook eerder resten van bebouwing verwacht worden. Deze zone valt echter buiten het ontwikkelgebied. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het onderhavige onderzoeksgebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) aanbevolen.
20
4.2.2
Conclusie Gezien voorgaande is geen sprake van een negatief milieueffect voor het aspect archeologie.
4.3
Natuur
4.3.1
Huidige situatie Het besluitgebied bestaat grotendeels uit agrarisch terrein. Verder zijn er twee woningen met bijbehorende siertuinen aanwezig. Deze woningen zullen in de voorgenomen plannen ingepast worden. Centraal in het besluitgebied ligt een kleine speeltuin. In het noordoosten van het besluitgebied ligt een moestuincomplex. Langs veel van de randen zijn watergangen/afwateringsloten aanwezig.
4.3.2
Effecten ontwikkeling Onderhavig project betreft de ontwikkeling van agrarische gronden tot een woningbouwlocatie. Vanuit het aspect ecologie dient onderzocht te worden of er met de ruimtelijke ontwikkelingen sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. Daartoe is allereerst een quick scan natuur10 uitgevoerd, waarin is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het besluitgebied. Vervolgens is ook een nader onderzoek beschermde soorten Omgevingswet 11 uitgevoerd. Tevens is onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie12. De bevindingen uit deze onderzoeken worden navolgend uiteengezet. Soortenbescherming Uit de quick scan natuur volgt dat er in en rondom het besluitgebied Rode lijstsoorten of soorten van bijlage IX van het Bal kunnen voorkomen, namelijk haas en konijn. Om te voldoen aan de specifieke zorgplicht voor deze soorten worden verschillende maatregelen geadviseerd (zie paragraaf 5.1.2 van de quick scan). In en nabij het besluitgebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Omgevingswet, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg.
Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het besluitgebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten en, vooraf aan de start van de werkzaamheden, ook een broedvogelcheck te doen. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. 10
11
12
SAB (2024) Quick scan natuur Gendringen, Locatie Lenteleven. Projectnummer: 220120.01, 6 juni 2024. SAB (2024) Nader soortenonderzoek beschermde soorten Omgevingswet Gendringen, Locatie Lenteleven. Projectnummer: 220120.01, 17 juni 2024. SAB (2024) Onderzoek stikstofdepositie Gendringen, Lenteleven. Projectnummer: 230223.02. 30 juli 2024.
21
Mogelijk zijn ook nestplaatsen aanwezig van ransuil, buizerd, sperwer of boomvalk. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Om hierover duidelijkheid te krijgen dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien nestplaatsen of essentieel leefgebied van deze soorten aanwezig blijkt, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een vergunning beschermde soorten van de Omgevingswet noodzakelijk. Verder is mogelijk essentieel leefgebied voor kleine marters aanwezig. Ook is mogelijk een essentiële vliegroute van vleermuizen aanwezig. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen en/of essentiële vliegroute aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een vergunning Omgevingswet noodzakelijk. Ten slotte wordt geadviseerd om tijdens de werkzaamheden te zorgen dat er geen grote zandhopen en ondiepe poelen ontstaan om vestiging van de rugstreeppad te voorkomen. Nader onderzoek Naar aanleiding van de hierboven beschreven bevindingen uit de quick scan natuur is een aanvullend onderzoek beschermde soorten Omgevingswet uitgevoerd.
In het besluitgebied is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van essentiële elementen van ransuil, boomvalk, sperwer, buizerd, kleine marters (bunzing, hermelijn en wezel) en vleermuizen. Daarnaast zijn er waarnemingen gedaan van de steenmarter en eekhoorn. De boomvalk, sperwer en kleine marters (bunzing, hermelijn en wezel) zijn tijdens het onderzoek niet vastgesteld in het besluitgebied en daarvan zijn dan ook geen essentiële elementen in het besluitgebied aanwezig. Daarom is met de geplande ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect op deze soorten te verwachten. Een schadelijke handeling onder de Omgevingswet vindt derhalve niet plaats. Voor deze soorten is derhalve een vergunning beschermde soorten niet nodig. De ransuil, buizerd, steenmarter en eekhoorn zijn in (de directe omgeving van) het besluitgebied aanwezig, maar met de geplande ruimtelijke ontwikkeling is geen negatief effect te verwachten. Omdat geen negatief effect te verwachten is, kan gesteld worden dat geen sprake van een schadelijke handeling onder de Omgevingswet zal zijn met de geplande ruimtelijke ontwikkeling. Voor deze soorten is derhalve een vergunning beschermde soorten niet nodig. Voor de gewone dwergvleermuis is een essentiële vliegroute in het besluitgebied aanwezig.
Echter, met maatregelen in de aanleg- en gebruiksfase (zie verderop in deze paragraaf), is met de geplande ruimtelijke ontwikkeling geen negatief effect te verwachten. Er zal in dat geval geen sprake zijn van een schadelijke handeling.
22
Een vergunning Omgevingswet is dan niet nodig. Indien deze maatregelen niet (voldoende) getroffen worden, is wel een reële kans op negatieve effecten op de betreffende soorten. In dat geval is sprake van een schadelijke handeling onder de Omgevingswet. Om de geplande werkzaamheden dan toch door te kunnen laten gaan, zijn preventieve of mitigerende maatregelen noodzakelijk, en is mogelijk een vergunning flora- en fauna-activiteit noodzakelijk. Preventieve maatregelen Zoals hiervoor beschreven zijn met preventieve maatregelen negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Hierdoor kunnen ook (mogelijke) schadelijke handelingen onder de Omgevingswet voorkomen worden. Navolgende maatregelen en/of inrichting van het besluitgebied wordt aanbevolen om op voorhand het overtreden van de Omgevingswet te voorkomen vanwege het gebruik van de aanwezigheid van een essentiële vliegroute voor de gewone dwergvleermuis (voor meer informatie, zie paragraaf 6.3 uit het nader onderzoek): -
Aanpassen verlichting N817 (Oude IJsselweg) naar vleermuisvriendelijke verlichting.
-
Ligging en oriëntatie woningen ten opzichte van essentiële vliegroute N817.
-
Vleermuisvriendelijke verlichting in besluitgebied.
-
Versterken te realiseren groenstructuren in de toekomstige situatie (conform stedenbouwkundig plan).
Mitigerende maatregelen Indien met de geplande ruimtelijke ontwikkeling het overtreden van de Omgevingswet niet kan worden voorkomen, moeten in combinatie met een vergunning floraen fauna-activiteit, mitigerende maatregelen getroffen worden om de negatieve effecten op de essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te verminderen. Dit moet dan in het vervolgproces volledig worden opgesteld. Broedende vogels Broedende vogels zijn strikt beschermd. De broedende vogels en hun jongen mogen niet verstoord, verwond en gedood worden. Daarnaast mogen in gebruik zijnde nesten ook niet beschadigd en vernield worden. Zonder maatregelen kan dit bij ruimtelijke ingrepen wel gebeuren. Er is echter voor ruimtelijke ontwikkelingen geen vergunning hiervoor te verkrijgen vanuit de Omgevingswet. Daarom wordt geadviseerd om voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te voeren.
23
De vervolgstappen wordt hieronder beknopt gepresenteerd: -
Pas de preventieve maatregelen toe om een schadelijke handeling onder de Omgevingswet te voorkomen;
-
Indien niet (volledig) aan deze maatregelen voldaan kan worden, moet door een deskundig ecoloog beoordeeld worden of alsnog een vergunning beschermde soorten nodig is;
-
Uitvoeren van een broedvogelcheck, alvorens de werkzaamheden van start gaan;
-
Rekening houden met de specifieke zorgplicht.
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Uit de quick scan blijkt dat Natura 2000-gebied “NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung” in de buurt van het besluitgebied ligt. Door de afstand tot het Natura 2000-gebied zijn verstoringen door bijvoorbeeld geluid en licht op voorhand uitgesloten. Het is echter wel mogelijk dat in de aanleg- of gebruiksfase een toename van stikstofdepositie veroorzaakt wordt door de voorgenomen plannen. Om dit te bepalen dient een AERIUS-stikstofberekening uitgevoerd worden. De stikstofuitstoot als gevolg van de beoogde ontwikkeling is vervolgens inzichtelijk gemaakt middels een AERIUS-berekening13. Geconcludeerd wordt dat aan de hand van de gehanteerde parameters significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit benodigd. Natuurnetwerk Nederland Verder blijkt uit de quick scan dat in het besluitgebied geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Omgevingswet van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.
4.3.3
Conclusie Op basis van voorgaande worden significant negatieve milieueffecten op het gebied van natuur uitgesloten. PM stikstof
13
SAB (2024) Onderzoek stikstofdepositie Gendringen, Lenteleven. Projectnummer: 230223.02. 30 juli 2024.
24
4.4
Verkeer
4.4.1
Huidige situatie In de huidige situatie heeft het besluitgebied een onbebouwd karakter en daardoor een beperkte bijdrage qua verkeersbewegingen op het omliggende wegennet.
4.4.2
Effecten ontwikkeling Ten behoeve van de ontwikkeling zijn een verkeersonderzoek 14 uitgevoerd om de gevolgen van de nieuwbouw op de plaats van de ontwikkellocatie inzichtelijk te maken. Het project heeft een parkeerbehoefte van 457 parkeerplaatsen. Er is ruimte gereserveerd voor 450 parkeerplaatsen in het stedenbouwkundig plan. Er ontbreken zeven parkeerplaatsen om te voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm. Daarbij is het advies om de parkeerplaatsen beter over de gebieden te verdelen. De ontwikkeling van het project zorgt voor een verkeersgeneratie van 1.811 bewegingen per werkdag. Dit is in de drukste spits (avondspits)een toename van 174 verplaatsingen per uur, minder dan 3 per minuut. De zwaarst belaste kruising met het extra verkeer van Lenteleven is de rotonde Rijnweg – Oude IJsselweg. De verzadigingsgraad neemt toe met 3% van 24% naar 27%. De gemiddelde wachttijd neemt toe met 0,2 seconde van 3,3 naar 3,5 seconde. Dit ligt ver onder de grenswaarde van de verzadigingsgraad van 80% en de gemiddelde wachttijd van 50 seconde. Er zal door de ontwikkeling van Lenteleven geen probleem ontstaan op de kruispunten rond Lenteleven. Op hoofdlijnen zijn de adviezen voor optimalisaties in het stedenbouwkundig plan om: -
In het noorden twee voetgangersoversteken (uit de voorrang) aan te leggen en ten zuiden de voetgangers oversteek bij de nieuwe kruising met de Rijnweg op te nemen.
-
Voor de fietser twee verbindingen toe te voegen, een aansluiting van de woningen in het zuidwesten op het fietspad en een fietsverbinding naar de nieuwe kruising met de Staringstraat in het oosten.
-
Een herinrichting van de Kruising Rijnweg-Rozemarijn met specifiek aandacht voor de fiets.
-
De weg ‘Lenteleven’ in te richten als fietsstraat vanaf de Rozemarijn tot het adres Lenteleven 3.
-
Gelijkwaardige kruisingen binnen de wijk Lenteleven als plateau in te richten.
-
Voor publieke laadpalen de ‘Laadvisie 2023-2025 Gemeente Oude IJsselstreek’ aan te houden. De publieke laadpalen zijn voor bezoekers en grondgebonden woningen zonder eigen oprit.
14
Bureau de Groot Volker (2023). Verkeersonderzoek Nieuwbouw aan de Kerkstraat in Randwijk. P232691-01, 28 september 2023
25
-
Een parkeerverbod zone in te stellen voor de wijk Lenteleven en de parkeervakken duidelijk te markeren, dit biedt de mogelijkheid om te handhaven op foutparkeren.
4.4.3
Conclusie Als de bovenstaande adviezen worden opgevolgd, bestaan er geen negatieve milieueffecten voor het aspect verkeer.
4.5
Geluid
4.5.1
Huidige situatie De locatie is gelegen aan de rand van de bebouwde kom en van een provinciale weg gesitueerd, waar verwacht kan worden dat in de bestaande situatie reeds sprake is van een relatief hoger geluidsniveau van omringende wegen.
4.5.2
Effecten ontwikkeling Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Op grond van het eerder genoemd verkeersonderzoek bedraagt de hoogste toename van 612 verkeersbewegingen per werkdag over de Staringstraat tussen de noordelijke ontsluiting van het besluitgebied en de rotonde met de Wesenthorstlaan. De huidige verkeersintensiteit bedraagt circa 3.800 verkeersbewegingen per etmaal. D etoemane bedraagt aldaar derhalve circa 16,10%. Daarnaast is een toename verwacht van 404 autovoertuigbewegingen per werkdag over de Rijnweg. De verkeersgegevens vanuit het verkeersonderzoek laten zien dat er circa 4.100 bewegingen in 2034 zijn zonder projectbijdrage. De toename bedraagt derhalve circa 10%. De naastgelegen provinciale weg zal een toename van 400 tot 800 bewegingen kennen. De verkeersintensiteit langs het projectgebied bedraagt circa 5.100 per etmaal. De toename bedraagt tevens minder dan 40% toename. Voor de overige wegen is deze toename lager of de verkeersintensiteit is zodanig laag dat overschrijding van de standaardwaarde op voorhand wordt uitgesloten.
4.5.3
Conclusie Er bestaan geen negatieve milieueffecten voor het aspect geluid.
4.6
Luchtkwaliteit
4.6.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen zoals benoemd in de Omgevingswaarden richtlijn
26
luchtkwaliteit (§ 2.2.1.1 Bkl). Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie ruim beneden de gestelde grenswaarden. Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving).
Kenmerk
4.6.2
Achtergrondconcentratie (2022)
Grenswaarde
Stikstofdioxide (NO2)
16 - 18 µg/m3
40 µg/m3
fijnstof (PM10)
18 - 20 µg/m3
40 µg/m3
zeer fijnstof (PM10)
10 - 12 µg/m3
25 µg/m3
Effecten ontwikkeling De categorie woningbouw is opgenomen in bijlage 3A van de Regeling NIBM. De NIBM-grens voor woningbouwlocaties (voorschrift 3A.2) is ≤ 1.500 (netto) woningen met één ontsluitingsweg. De voorgenomen ontwikkeling zal de NIBMgrens uit de regeling niet overschrijden en derhalve niet in betekenende mate bijdragen aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt deze toets niettemin hiernavolgend weergegeven met de maximale verkeersgeneratie (weekdag) uit het verkeersonderzoek.
NIBM-tool woningbouwlocatie Lenteleven
4.6.3
Conclusie Op basis hiervan kan worden aangenomen dat wat betreft luchtkwaliteit geen sprake is van een negatief milieueffect.
4.7
Water
4.7.1
Huidige situatie Het besluitgebied bestaat grotendeels uit agrarisch terrein. Verder zijn er twee woningen met bijbehorende siertuinen aanwezig. Deze woningen zullen in de voorgenomen plannen ingepast worden. Centraal in het besluitgebied ligt een kleine 27
speeltuin. In het noordoosten van het besluitgebied ligt een moestuincomplex. Langs veel van de randen zijn watergangen/afwateringsloten aanwezig. 4.7.2
Effecten ontwikkeling Een belangrijk gevolg van de ontwikkeling is het aanbrengen van meer verharding dan wat er momenteel is. Een wateronderzoek is op het moment van schrijven nog in uitvoering. Het uitgangspunt voor het project is om zoveel mogelijk waterberging in het plangebied te realiseren en om, indien nodig, de maatregelen uit het wateronderzoek te treffen. PM
4.7.3
Conclusie Op basis hiervan kan worden aangenomen dat wat betreft water geen sprake is van een negatief milieueffect.
28
5 Conclusie In voorliggende notitie is beoordeeld of als gevolg van de beoogde woningbouwontwikkeling Lenteleven tussen Gendringen en Ulft nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect
Beoordeling milieueffecten
Archeologie
Ter plaatse van het besluitgebied blijken gronden met een archeologische verwachtingswaarde aanwezig te zijn. Uit het onderzoek blijkt dat verwacht wordt dat geen archeologische waarden worden verwacht. Van een negatief milieueffect op dit aspect is hierdoor geen sprake.
Natuur (gebiedsbescherming)
Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden door stikstof worden uitgesloten. Van een negatief milieueffect op dit aspect is hierdoor geen sprake.
Natuur (soortenbescherming)
Op grond van verricht natuuronderzoek volgt dat er beschermde soorten in het besluitgebied aanwezig zijn. Het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen waarbij schadelijke handelingen plaatsvinden bij beschermde soorten is wettelijk gezien mogelijk als men in het bezit is van een vergunning floraen fauna-activiteit. Er zijn preventieve en mitigerende maatregelen voorgesteld om toe te passen op de plaats van de ontwikkellocatie. Bij uitvoering van de preventieve en/of mitigerende maatregelen kunnen significante negatieve milieueffecten worden uitgesloten.
Verkeer
De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Ten gevolge van een verkeersonderzoek zijn maatregelen voorgesteld om enkele aanpassingen van de wegenstructuur door te voeren. Indien de adviezen wordt opgevolgd, zijn significant negatieve milieueffecten uitgesloten.
Geluid
Als gevolg van de ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. De toename van het verkeer blijft ruim onder de 40% waardoor geen sprake zal zijn van een merkbare geluidstoename bij de woningen. Er wordt geen belangrijk negatief milieueffect verwacht.
Luchtkwaliteit
Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
Water
Een belangrijk gevolg van de ontwikkeling is het aanbrengen van meer verharding dan wat er momenteel is. Een wateronderzoek is op het moment van schrijven nog uitgevoerd. Het uitgangspunt is echter het treffen van eventuele benodigde maatregelen en zoveel mogelijk waterberging realiseren in het besluitgebied. PM
29
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het opstellen van een MER is daarom niet nodig.
30
31
Bijlage 3 Historisch vooronderzoek bodemkwaliteit
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Lenteleven, Gendringen" (vastgesteld) 63
Historisch vooronderzoek Gendringen, Plangebied Lenteleven
Opdrachtgever: Gemeente Oude IJsselstreek Postbus 42 7080 AA Gendringen Projectnummer:
Authorisatie:
402561
Redactie:
Paraaf:
Kelly Sloots Kenmerk:
Eindredactie/Kwaliteitscontrole:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
Michel Steman
Datum:
Status:
02-02-2023
Definitief
Paraaf:
Buro Antares, Kryptonstraat 12, NL-7031 GG DOETINCHEM Postadres: Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT Telefoon +31(0)314 62 77 01, Internet: www.buroantares.nl Bankrelatie Rabobank, IBAN: NL85 RABO 0326 8876 52, BIC: RABONL2U, BTW nr. NL007137291B01, HR 24158873 Buro Antares b.v. heeft vestigingen in Dordrecht en Doetinchem
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
Colofon Opdrachtgever:
Gemeente Oude IJsselstreek
Projectnummer:
402561
Titel:
Historisch vooronderzoek
Datum:
02-02-2023
Redactie:
Kelly Sloots
Met bijdragen van: Eindredactie:
Michel Steman
Vestiging:
Buro Antares Doetinchem
Buro Antares bv Postadres: Postbus 3073, NL-3301 DORDRECHT, Internet: www.buroantares.nl Telefoon: +31(0)314 62 77 01.
© Buro Antares bv, 2017 De rechten van intellectueel eigendom verblijven te allen tijde bij Buro Antares bv.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 2 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
INHOUD 1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 4
2.
VOORONDERZOEK .......................................................................................................... 5
3.
2.1.
Algemeen ................................................................................................................................. 5
2.2.
Basisgegevens......................................................................................................................... 5
2.3.
Bekende gegevens .................................................................................................................. 6
2.4.
Topografische kaarten ............................................................................................................. 6
2.5.
Luchtfoto’s................................................................................................................................ 8
2.6.
Bodeminformatie ...................................................................................................................... 9
2.7.
Bouw- en milieuvergunningen ................................................................................................ 11
2.8.
Locatie inspectie .................................................................................................................... 11
2.9.
Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................. 12
2.10.
Geohydrologie........................................................................................................................ 13
Conclusie en advies .......................................................................................................... 14 3.1.
Conclusie ............................................................................................................................... 14
3.2.
Advies .................................................................................................................................... 14
Bijlagen 1.
Topografische ligging
2.
Kadastrale gegevens
3.
Tekening onderzoekslocatie
4.
Foto’s locatie inspectie
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 3 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
1.
INLEIDING Door Buro Antares is in opdracht van de Gemeente Oude IJselstreek in december 2022 een historisch vooronderzoek uitgevoerd voor de projectlocatie Lenteleven te Gendringen. De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen realisatie van een nieuwe woonwijk waarvoor de functie van landbouw naar wonen met tuin gaat. Binnen het projectgebied zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Echter zijn de onderzoeken ouder dan 5 jaar. Het historisch vooronderzoek (hoofdstuk 2) Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is het verzamelen van (historische) informatie voor een adequate invulling van de uit te voeren werkzaamheden en draagt bij aan de verklaring van de resultaten. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 (versie oktober 2017). Conclusie en advies (hoofdstuk 3) Op basis van de resultaten van het vooronderzoek kan een advies opgesteld worden voor de nog benodigde uit te voeren bodemonderzoeken. Algemeen: Volledigheidshalve merken wij op dat Buro Antares een onafhankelijk opererend adviesbureau is welke op generlei wijze verbonden is met de opdrachtgever dan wel eigenaar van de onderzoekslocatie.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 4 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
2.
VOORONDERZOEK
2.1.
Algemeen Het milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd voorafgaand aan de uitvoering van onderzoek conform de Nederlandse Norm (NEN) 5725. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek wordt de hypothese opgesteld omtrent het al dan niet aanwezig zijn van een bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie. Bij het vooronderzoek is informatie verzameld over het voormalige en huidige gebruik van de locatie en de directe omgeving. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform paragraaf 6.2.1 uit de NEN-5725 (aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek, versie oktober 2017). Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: •
Verkregen bodeminformatie van de gemeente Oude IJsselstreek (contactpersoon mevr. I. Teunissen);
•
Grondwaterkaart van Nederland, Aalten 41 west, Dienst Grondwaterverkenning, TNO Delft, 1972;
•
Uitgevoerd locatie bezoek op 06-12-2022 door mevr. K. Sloots van Buro Antares;
•
www.kadaster.nl;
•
www.dinoloket.nl;
•
www.topotijdreis.nl;
•
www.ahn.nl;
•
www.bodemloket.nl. Opmerking: Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Buro Antares afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Buro Antares streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld.
2.2.
Basisgegevens De basisgegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2.1. De globale ligging is aangegeven op de topografische kaart welke in bijlage 1 is opgenomen. De kadastrale eigendomsinformatie van het perceel is opgenomen in bijlage 2. Een situatietekening van de projectlocatie is opgenomen in bijlage 3. Tabel 2.1:
Basisgegevens onderzoek locaties
Straat, huisnummer
Oude IJsselweg, Wesenthorstlaan, Staringstraat en Rijnweg
Plaats
Gendringen
Gemeente
Oude IJsselstreek
Kadastrale gegevens
Gemeente Gendringen
Sectie L
Nummers 2572, 2573, 3205, 3686 (gedeeltelijk)
Gemeente Gendringen
Sectie K
Nummers 1418, 1432, 2574, 2656, 3291 (gedeeltelijk)
Oppervlakte locatie
12,9 ha
Voormalige functie
Agrarisch en natuur
Huidige functie
Agrarisch en wonen
Toekomstige functie
Wonen
Functie omgeving
Agrarisch en wonen
Aanleiding
Voorgenomen ontwikkeling en functiewijziging van de locatie
Verharding
Gedeeltelijk asfalt
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 5 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
2.3.
Bekende gegevens De projectlocatie betreft een akker, enkele woonpercelen en een volkstuinencomplex. De locatie is gelegen tussen de Oude IJsselweg, de Wesenthorstlaan, de Staringstraat en de Rijnweg te Gendringen. De percelen hier binnen staan kadastraal bekend als gemeente Gendringen, sectie L, nummers 2572, 2573, 3205, 3686 (gedeeltelijk) en sectie K, nummers 1418, 1432, 2574, 2656, 3291 (gedeeltelijk). Het gezamenlijke oppervlak van de projectlocatie bedraagt 12,9 ha. Binnen de projectgrenzen zijn de woningen Lenteleven huisnummers 1, 3 en 4 gelegen. De toegangsweg is hierbij verhard met asfalt. Verder is binnen de locatie een speeltuin gesitueerd en is aan de noordoostzijde een volkstuinencomplex gelegen. De gemeente heeft aangegeven dat de kans aanwezig is dat de volkstuinen verplaatst gaan worden. De woningen en de speeltuin zullen wel vooralsnog binnen het project gehandhaafd blijven. In figuur 2.1 is de projectlocatie gemarkeerd met rode omlijning.
Figuur 2.1:
2.4.
Luchtfoto met projectlocatie afkomstig van BAG-viewer
Topografische kaarten In figuur 2.2 zijn enkele topografische kaarten van de projectlocatie en directe omgeving opgenomen. Op het kaartmateriaal is te zien dat in de periode van 1900 het gebied in gebruik is voor agrarische doeleinden. Op het kaartmateriaal is het niet duidelijk zichtbaar of er in deze periode al bebouwing aanwezig was. Vermoedelijk bestond het gebied binnen de projectlocatie alleen uit akkers en enkele houtwallen. Verder werd het gebied doorkruist door de weg Lenteleven. Vanaf 1921 is zichtbaar dat door de jaren heen kleine veranderingen plaats vinden in de infrastructuur en de bebouwing binnen de projectlocatie. Op de kaart van 1975 is te zien dat de infrastructuur volledig is veranderd. Op deze kaart is namelijk de N817 voor het eerst ingetekend en is de Lenteleven ingekort.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 6 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
Vervolgens is op de kaart van 1987 te zien dat de situering van de Rijnweg aangepast is. Ook is op deze kaart te zien dat de indeling op de twee woonpercelen gelegen aan de Lenteleven binnen de projectlocatie veranderd is. Op het perceel van Lenteleven 1/3 is een schuur verdwenen en op het perceel van Lenteleven 4 lijkt de aanwezige bebouwing te zijn omgebouwd tot één groot gebouw, en is een extra bijgebouw (kantoor) gerealiseerd. Tot slot is op het kaartmateriaal van 2005 tot 2010 zichtbaar dat op het woonperceel van Lenteleven 4 in deze periode het grote gebouw weer deels gesloopt is tot een klein pand en dat ook de schuur verwijderd is. Vanaf 1933 is de woonwijk en de Wesenthorstlaan aan de noordzijde van de projectlocatie en de woonwijk aan de zuidzijde van de Rijnweg voor het eerst ingetekend. Op de kaart vanaf 2005 is de woonwijk gelegen aan de oostzijde voor het eerst zichtbaar.
1909
1936
1955
1975
1987
1993
2005
2001
Figuur 2.2:
2021
Topografische kaarten van www.topotijdreis.nl
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 7 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
2.5.
Luchtfoto’s In figuur 2.3 zijn enkele luchtfoto’s van 2008 t/m 2021 opgenomen. Op de luchtfoto’s is te zien dat het projectgebied in gebruik is voor agrarische doeleinden. Ook zijn binnen het gebied enkele sloten aanwezig. Verder is zichtbaar dat vanaf 2008 het gebruik binnen de projectlocatie nauwelijks is veranderd.
2008
2016
Figuur 2.3:
2021
Luchtfoto’s van www.topotijdreis.nl
In figuur 2.4 is een luchtfoto uit 1995 weergegeven. Op deze luchtfoto is te zien dat de volkstuinen destijds al aanwezig waren. Verder is te zien dat in 1995 op het perceel van Lenteleven 4 een gebouw aanwezig was, welke op de luchtfoto’s vanaf 2008 niet meer zichtbaar is. Dit geldt ook voor een extra schuurtje op het perceel van Lenteleven 1. Tot slot is aan de noordzijde van het gebied, waar tegenwoordig een bosje aanwezig is, een stukje zandvlakte te zien. Op basis van de luchtfoto’s is voor ons niet te herleiden wat dit is geweest. Vanuit de gemeente is te kennen gekomen dat het terrein in het verleden mogelijk in gebruik is geweest als depotterrein.
Figuur 2.4:
Luchtfoto van projectlocatie uit 21-04-1995 afkomstig van het Gelders Archief
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 8 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
2.6.
Bodeminformatie Van de projectlocatie zijn twee eerder uitgevoerde onderzoeken bekend bij de gemeente Oude IJselstreek. Daarnaast is één onderzoek bekend buiten de projectlocatie. Deze drie onderzoeken zijn in kader 2.1 t/m 2.3 samengevat. Kader 2.1:
Bodemonderzoek 1998 (binnen de projectlocatie)
Verkennend milieukundig bodemonderzoek aan de Rijnweg/Oude IJsselweg te Gendringen Centraal Bodemkundig Bureau, d.d. 30-01-1998, rapportnummer 501750825 In opdracht van de Gemeente Gendringen is door Centraal Bodemkundig Bureau een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op twee percelen gelegen aan de Rijnweg en de Oude IJsselweg te Gendringen. De aanleiding van het onderzoek komt voort uit de voorgenomen woningbouw. Op basis van de bekende gegevens wordt gesteld dat de locatie in het verleden niet is opgespoten of is opgehoogd. Ook zijn er geen open water aanwezig en zijn er geen sloten/vijvers gedempt. Tijdens de werkzaamheden zijn geen antropogene bijmengingen aangetroffen. Slecht bij één boring is 1% puin aangetroffen en bij drie boringen is roest waargenomen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond op het zuidelijk deel van de locatie een licht verhoogd gehalte zink en PAK is gemeten. In de ondergrond op het zuidelijk deel is een licht verhoogd gehalte nikkel gemeten en overschrijdt EOX de detectiegrens. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie cadmium, nikkel, trichlooretheen en tetrachlooretheen aangetroffen. De aangetroffen verhoogde gehaltes zware metalen en PAK houden
vermoedelijk
verband
met
verhoogde
achtergrondgehaltes. De herkomst van de plaatselijk gemeten verhoogde concentraties chloorhoudende oplosmiddelen is niet bekend. Op basis van de resultaten werd geen aanleiding gezien voor een nader bodemonderzoek.
Actiepunten: De toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit ontbreekt.
Kader 2.2:
Verkennend bodemonderzoek 2008 (binnen de projectlocatie)
Verkennend bodemonderzoek Lenteleven-Waalstraat te Gendringen Econsultancy BV, d.d. 23-12-2008, rapportnummer 08065673 In opdracht van de Gemeente Oude IJsselstreek is door Econsultancy BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied Lenteleven-Waalstraat te Gendringen. De aanleiding van het onderzoek komt voort uit de voorgenomen woningbouw en bestemmingsplanwijziging. De onderzoekslocatie is hierbij verdeel in drie deellocaties; -
Deellocatie A: het gehele projectgebied
-
Deellocatie B: een gedempte watergang
-
Deellocatie C: brandplaats
Tijdens de werkzaamheden is zintuigelijk waargenomen dat de bovengrond plaatselijk zak puin-, kolengruis- en metaalhoudend is. Ter plaatse van één boring bestaat de grond binnen een traject van 0,3 en 0,8 m-mv volledig uit baksteen. Op basis van de monstersamenstelling in tabel IV lijken deze bijmengingen enkel aangetroffen ter hoogte van deellocatie B en C. Deze deellocaties liggen aan de oostzijde van de Staringstraat, en vallen dus buiten het onderhavige projectgebied. Uit de resultaten van de analyses is gebleken dat nagenoeg het gehele terreindeel licht verontreinigd is met barium, kobalt, kwik, nikkel en zink. Plaatselijk is de bovengrond ook licht verontreinigd met PAK en de ondergrond met nikkel. In één mengmonster van de ondergrond is een matig verhoogd gehalte arseen gemeten, wat mogelijk verband houdt met de natuurlijke aanwezigheid van arseen in de bodem.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 9 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
In het grondwater is een licht verhoogde concentratie arseen, barium, nikkel, xylenen, som cis-trans 1.2-dichlooretheen, 1.1.2trichloorethaan, vinylchloride en naftaleen gemeten. Zeer lokaal is een matig en sterk verhoogde concentratie nikkel gemeten. De aangetoonde metaalverontreinigingen zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan het regionaal voorkomen van de verhoogde concentraties metalen in het grondwater. Om deze reden wordt nader onderzoek niet nodig geacht. In de onderstaande tekening is aangeduid in welke boringen en peilbuizen verhoogde gehalten/concentraties zijn gemeten.
Actiepunten: de watergangen binnen het projectgebied zijn niet meegenomen in het onderzoek. Ook ontbreekt de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit.
Kader 2.3:
Onderzoek stortplaatsen 1999 (buiten de projectlocatie)
Verkennend Onderzoek Stortplaatsen (VOS) Gelderland, Oude IJsselweg-Rijnweg te Gendringen De Straat Milieu-adviseurs B.V., d.d. 05-10-1999, projectnummer VOSGE/175/026 Door middel van een verkennend onderzoek (VOS) zijn voormalige stortplaatsen binnen Gelderland in kaart gebracht, waarbij de risico’s beoordeeld zijn. Ter hoogte van de Oude IJsselweg en de Rijnweg heeft vermoedelijk een dergelijke voormalige stortplaats gelegen in de periode van 1978 tot 1991. In 1978 is de gemeente Gendringen begonnen met de aanleg van geluidswallen aan de Oude IJsselweg hoek Rijnweg. In deze geluidswal is puin, straatvuil, plantsoenafval en voor een klein deel groente-afval met emballage van de markt verwerkt. Tevens is bekend dat slib uit de vijver aan de Staringsstraat en afval afkomstig van nabij het Kluunpand (locatie VOSGE/175/021) is gestort in de geluidswal.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 10 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
Op basis van het onderzoek wordt gesteld dat het gaat om een stortplaats, waarbij niet uit te sluiten is dat hier verontreinigde puin en/of grond in gemengd zit. Echter doordat de stortplaats een economische waarde heeft, namelijk als geluidswal, voldoet deze stortplaats niet aan de definitie van een ‘stortplaats’ en is nazorg n.a.v. de VOS niet vereist. Aanbevolen wordt om de chemische kwaliteit van de geluidswal en de directe omgeving te onderzoeken, omdat tijdens de aanleg hiervan geen voorzieningen zijn getroffen ter voorkoming van eventuele verspreiding van verontreinigingen.
Bron: Openstreetmap.org Actiepunten: De geluidswal ligt op >25 m van de projectlocatie, waardoor aangenomen wordt dat de risico’s hiervan niet van toepassing zijn geweest op de onderhavige locatie. Tevens wordt aangenomen dat de stort niet in het grondwater aanwezig is.
2.7.
Bouw- en milieuvergunningen Binnen de projectlocatie zijn geen bebouwingen en dus geen vergunningen aanwezig. Grenzend aan de projectlocatie is wel bebouwing maar hier zijn geen dossiers van ingezien. Op verzoek van de opdrachtgever is dit vooralsnog buiten beschouwing gelaten.
2.8.
Locatie inspectie Op 6 december 2022 is een locatie inspectie uitgevoerd. De foto’s van de locatie inspectie zijn opgenomen in bijlage 4. In bijlage 3 is een tekening opgenomen met daarop de locaties van de foto’s. Tijdens de inspectie is waargenomen dat binnen het projectgebied enkele sloten aanwezig zijn, zoals weergegeven op de foto’s 6, 11, 18 en 20. In alle watergangen, m.u.v. de sloot langs de N817, is sterke begroeiing aanwezig. Verder is in de watergangen bij locatie 18 een kleine hoeveelheid oppervlaktewater waargenomen. De sloot bij locatie 20 (langs de N817) staat droog en is overgroeid met gras. In deze sloot zijn (betonnen) duikers aanwezig. Verder is waargenomen dat ter hoogte van de volkstuinen op het eerste oog geen asbestverdachte toepassingen zijn aangetroffen (bij schuurtjes of plantkassen). Delen van de tuinen zijn afgezet met draad. Enkele tuinen hebben een kantopsluiting van vermoedelijk kunststofplaten. In diverse tuinen is wel een schuurtje aanwezig. Doordat de tuinen niet volledig toegankelijk waren is niet het gehele complex geïnspecteerd. Ter plaatse van de toegankelijke delen zijn geen verhardingen waargenomen. Op het aangrenzende perceel aan de noordzijde (perceel K3713) is een bosschage aanwezig met een kleine waterplas (zie foto’s van locatie 19).
Tot slot is waargenomen dat het asfalt van de Lenteleven geen reparatievakken bevat, zoals te zien is op de foto’s van locaties 1, 2 en 5.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 11 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
2.9.
Bodemkwaliteitskaart Voor de Regio Achterhoek zijn in 2011 de achtergrondwaarden voor diverse metalen, PCB’s, PAK en minerale olie in de grond vastgesteld (CSO, kenmerk 11K054 d.d. oktober 2011). De samenwerkende gemeenten hebben in 2020 de bodemkwaliteitskaart laten actualiseren waarbij tevens de parameter PFAS is toegevoegd (Lievense Milieu B.V. WSP, projectnummer: SOB011396, d.d. 15-12-2020). De gemeente Oude IJsselstreek hanteert een percentielwaarde van 80%. De toepassing van zowel de boven- als de ondergrond van de onderzoekslocatie valt onder de kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Verder blijkt uit de overzichtskaart afkomstig van de provincie Gelderland dat het projectgebied buiten een grondwater-beschermingsgebied valt. Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen De Nota Bodembeheer is uitgebreid met de PFAS-verbindingen voor het toepassen van de grond binnen de regio. Op basis van de Bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen: -
gelden voor onverdachte locaties de in tabel 2.2 opgenomen gehalten als kwaliteit PFAS van de vrijkomende grond uit de betreffende zone;
-
gelden de in tabel 2.2 opgenomen toepassingseisen voor PFAS-houdende grond en baggerspecie in genoemde zone, op basis van de bodemkwaliteitskaart of een andere geldige milieuhygiënische verklaring en geldend bovenop de toepassingseisen van de bestaande bodemkwaliteitskaart.
Tabel 2.2: Toepassingseis PFAS regio Achterhoek bij een 80% Percentielwaarde Bodemfunctieklasse
bodemlaag
Vastgestelde achtergrondwaarde
Landelijke achtergrondwaarde
(µg/kg ds.)
handelingskader (µg/kg ds.)
PFOS
Regio achterhoek PFAS-
PFOA
PFAS-
(som)
(som)
overig
PFOS
PFOA
PFAS-
0,0 – 0,5 m-mv
0,42
0,41
0,07
1,4
1,9
1,4
0,5 – 1,0 m-mv
0,30
0,30
0,07
1,4
1,9
1,4
overig
zone Regio achterhoek PFAS-
zone De tabel is niet geldig voor grondwaterbeschermingsgebieden, waterbodems, onder grondwaterniveau en alle voor de PFAS bodemkwaliteitskaart uitgesloten gebieden.
Arseen Door het natuurlijk voorkomen van arseen houdende ijzeroerbanken is het niet ongewoon om verhoogde gehalten aan arseen terug te vinden in de regio Doetinchem. De achtergrondwaarden van 15,7 en 12,8 mg/kg d.s. voor, respectievelijk, boven- en ondergrond zijn daarom niet representatief voor deze regio. De humane risicowaarde voor alle bodemfuncties (met uitzondering van moes- en volkstuin) liggen boven de 430 mg/kg d.s.. Het toepassen van grond met verhoogde arseengehalten is daarom toegestaan, mits deze grond aanvullend wordt onderzocht. Bij het aantreffen van een ijzeroerlaag dienen er 2 mengmonsters (elk 50 grepen) uit deze partij getoetst te worden op arseen. Bij een gemiddeld arseengehalte onder 430 mg/kg d.s. mag de toepassing plaatsvinden, als deze de humane risicowaarde niet overschrijdt. Bij een hoger arseengehalte is een toepassing van de partij niet toegestaan en moet deze worden afgevoerd naar een erkend verwerker (Nota Bodembeheer, dossier AC0831, november 2011). De onderzoekslocatie valt voor zowel het ontgraven als het toepassen van de boven- en ondergrond onder de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 12 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
De humane risicowaarde voor de functies landbouw en natuur zijn, respectievelijk, 430 en 2.600 mg/kg d.s.. Aan de hand van de resultaten van het aanvullende onderzoek kan een arseengehalte van 430 mg/kg d.s. worden aangehouden als drempelwaarde.
2.10. Geohydrologie De maaiveldhoogte van de onderzoekslocatie ligt op circa 14 à 15 m+NAP. De stromingsrichting van het grondwater van het 1ste watervoerend pakket is in noordwestelijke richting. Het grondwater ligt op circa 13,0 m +NAP. De (hydro)geologische gegevens zijn samengevat in tabel 2.3. Tabel 2.3:
Schematische voorstelling van de (hydro)geologische situatie (dinoloket)
Pakket
Diepte (m-mv)
Samenstelling
Holocene afzetting
0.00 – 0,71
Zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot grindig, lokaal schelphoudend; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
Formatie van Boxtel
0,71 – 0,88
Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig en humeus
Formatie van Kreftenheye
0,88 – 28,00
Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig, lokaal humeus
Formatie van Peize en formatie
28,00 – 34,58
Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal kleiig tot grindig, siltig tot zandig
van Waalre
en humeus
Formatie van Oosterhout
34,58 – 85,34
Zand, matig fijn tot uiterst grof, glauconiethoudend, schelphoudend
Formatie van Breda
85,34 – >100
Zand, zeer fijn tot matig grof, glauconiethoudend, lokaal schelphoudend
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 13 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
3.
Conclusie en advies
3.1.
Conclusie De aanleiding voor het uitvoeren van een historisch vooronderzoek komt voort uit de voorgenomen functiewijziging van landbouw naar wonen met tuin. Uit het geheel aan gegevens wordt het volgende geconcludeerd: •
Op basis van de beschikbare informatie blijkt dat ter plaatse van de projectlocatie op de percelen geen bebouwingen gestaan hebben.
•
Binnen het projectgebied zijn in het verleden twee bodemonderzoeken uitgevoerd. In de bodem zijn geen tot nauwelijks antropogene bijmengingen aangetroffen. Over het algemeen zijn maximaal licht verhoogde gehalten zware metalen, PAK, en EOX in de boven- en ondergrond aangetroffen. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties zware metalen, vluchtige
chloorverbindingen
gemeten.
Zeer
lokaal
zijn
matig
tot
sterk
verhoogde
gehalten/concentraties arseen of nikkel gemeten. De aangetoonde metaalverontreinigingen zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan het regionaal voorkomen van de verhoogde concentraties metalen in de grond en in het grondwater. Daarnaast valt het gemeten gehalte arseen (32 mg/kg ds.) ruim onder de regionale hergebruiksnorm van 430 mg/kg ds. •
Nabij de projectlocatie, aan de overzijde van de Rijnweg, is een ‘stortplaats’ gelegen, welke dient als geluidswal. Doordat deze stort op meer dan 25 meter afstand ligt van de onderzoekslocatie wordt vooralsnog aangenomen dat dit geen invloed heeft op de onderhavige onderzoekslocatie.
•
De gemeten verhoogde gehalten in verleden zijn niet indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Dit is wel wenselijk zodat er een uitspraak gedaan kan worden over de beoogde functie in relatie met de gemeten gehalten.
•
Uit de geraadpleegde topografische kaarten is gebleken dat vanaf 1900 het gebied in gebruik is voor agrarische doeleinden. Tot 1975 liep de weg Lenteleven in noordelijke richting door, dwars door de projectlocatie heen. Hierna is deze weg verkort op het noordelijke deel en is de N817 (de Oude IJsselweg) gerealiseerd. Verder is tot 2005 een sloot ingetekend boven het woonperceel van Lenteleven 4. De oude situering van de weg is niet eerder als separate deellocatie onderzocht. Gezien het agrarische gebruik waarbij het aannemelijk is dat het perceel meerdere keren is geploegd, waardoor de oude weg hoogstwaarschijnlijk niet terug te vinden is.
•
Binnen de projectlocatie zijn enkele watergangen en de weg Lenteleven aanwezig. Deze zijn niet eerder in de uitgevoerde onderzoeken onderzocht.
•
In het vooronderzoek zijn geen bedrijven, processen of calamiteiten voortgekomen welke met PFAS houdende producten of grondstoffen te maken hebben, de locatie wordt dan ook als PFAS onverdacht beschouwd.
3.2.
Advies In tabel 3.1 zijn de onderzoeken opgenomen die op basis van het vooronderzoek nog geadviseerd worden ten behoeve van de functiewijziging en planvorming. Hierin zijn ook de onderzoekshypotheses vermeld. De gemeente heeft aangegeven dat de volkstuinen mogelijk verplaatst gaan worden. Wanneer zeker is dat de volkstuinen verplaatst gaan worden adviseren we om ter plaatse een verkennend bodem- en asbestonderzoek uit te voeren. Verder is het wenselijk om de bestaande resultaten te toetsen aan het Besluit bodemkwaliteit zodat beter een uitspraak gedaan kan worden over de kwaliteit in relatie met de beoogde functie. Tevens geeft dit een indicatie voor het grondverzet.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 14 van 15
Project:
Historisch vooronderzoek, Gendringen, Plangebied Lenteleven
Kenmerk:
KS\402561\02-02-2023\Versie 02
Het laatst uitgevoerde bodemonderzoek dateert uit 2008. Veelal wordt voor de geldigheid van een bodemonderzoek 5 jaar gehanteerd. Uit het vooronderzoek blijkt dat er in de periode 2008-heden binnen de locatie geen calamiteiten of groot grondverzet heeft plaatsgevonden. Hierdoor wordt dan ook verwacht dat de bodemkwaliteit niet is verslechterd ten opzichte van 2008. Wel dient opgemerkt te worden dat niet met alle zekerheid gesteld kan worden dat er geen calamiteiten hebben plaatsgevonden. Voor de bestemmingswijziging of realisatie worden naast het uitvoeren van een toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit de volgende onderzoeken geadviseerd: Tabel 3.1:
Geadviseerde aanvullende onderzoeken voor projectgebied Lenteleven
Deellocatie
Hypothese
Motivatie
Strategie
Watergangen
Onverdacht
Het is aannemelijk dat bij de ontwikkeling van het
NEN 5717+5720
gebied de watergangen zullen worden verlegd,
OLN
gedempt of zullen worden her-geprofileerd. In het kader van de voorbereiding is het wenselijk om vast te stellen of er slib in de watergangen aanwezig is en wat de kwaliteit hiervan is. Op basis van de resultaten kan de hoeveelheid vrijkomend materiaal worden bepaald en kan een eventuele bestemming hiervoor gezocht worden. Weg