Bijlage 7 - NL.IMRO.1509.OP000007-VA01 Bijlagen bij motivering.pdf
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Lenteleven, Gendringen
Inhoudsopgave
Bijlagen bij motivering
3
Bijlage 1
Toets Ladder voor duurzame verstedelijking
4
Bijlage 2
M.e.r.-beoordeling
30
Bijlage 3
Historisch vooronderzoek bodemkwaliteit
63
Bijlage 4
Infrastructureel onderzoek
103
Bijlage 5
Asbestonderzoek
312
Bijlage 6
Advies milieuzonering
390
Bijlage 7
Akoestisch onderzoek geluid wegverkeer
396
Bijlage 8
Advies luchtkwaliteit
499
Bijlage 9
Advies geur
503
Bijlage 10
Advies externe veiligheid
510
Bijlage 11
Watertoets
514
Bijlage 12
Quick scan natuur
560
Bijlage 13
Nader soortenonderzoek
607
Bijlage 14
Onderzoek stikstofdepositie
645
Bijlage 15
Archeologisch vooronderzoek
707
Bijlage 16
Archeologisch proefsleuvenonderzoek
762
Bijlage 17
Advies commissie erfgoed
780
Bijlage 18
Verkeersonderzoek
783
Bijlage 19
Ontplofbare oorlogsresten
816
Bijlage 20
Deelgebieden
818
Bijlage 21
Verwervingskaart
820
Bijlage 22
Grondgebruikskaart
822
Bijlage 23
Eigendommenkaart
824
Bijlage 24
Verkavelingskaart met woningcategorieën
826
Bijlage 25
Grondprijsadvies
828
Bijlage 26
Taxatierapport inbrengwaarden
847
Bijlage 27
SSK-raming
931
Bijlage 28
Invulling plankostenscan
952
Bijlage 29
Bruto-kostenverhaalsbijdrage per kavel
958
Bijlage 30
Nota van zienswijze en ambtshalve wijzigingen
962
2 Gendringen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Lenteleven,
Bijlagen bij motivering
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Lenteleven, Gendringen" (vastgesteld) 3
Bijlage 1 T oets Ladder voor duurzame verstedelijking
4 Gendringen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Lenteleven,
Gendringen, Lenteleven Toets Ladder voor duurzame verstedelijking Gemeente Oude IJsselstreek
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
21 juli 2025, projectnummer 230223.02
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Het project
4
1.3
Leeswijzer
7
Toets Ladder voor duurzame verstedelijking
8
2.1
Stedelijke ontwikkeling
8
2.2
Marktgebied
9
2.3
Behoefte
11
2.4
Bestaand stedelijk gebied
19
Conclusie
22
Bijlagen Bijlage 1:
Afwegingskader
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Sinds 2012 maakt de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ (hierna: Ladder) onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Rijksoverheid. Het doel van de Ladder is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen stedelijk gebied wordt voorzien. De Ladder is in de Omgevingswet terug te vinden in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het artikel luidt als volgt: 1 Dit artikel is van toepassing op een stedelijke ontwikkeling die bestaat uit de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelvoorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.
2 Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. 3 Voor de toepassing van het tweede lid, onder b, wordt tot het stedelijk gebied niet gerekend een stedelijke ontwikkeling waarvoor: a. op grond van het omgevingsplan een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist; en b. nog geen toepassing is gegeven aan het tweede lid. 4 Als een omgevingsplan voorziet in de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en de beoordeling van de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, heeft die beoordeling alleen tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
3
De Ladder is opgenomen als een instructieregel voor het omgevingsplan, specifiek gericht op het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed.
1.2
Het project Binnen de gemeente Oude IJsselstreek is behoefte aan een flink aantal nieuwe woningen. Daarom heeft de gemeente in het raadsbesluit van 22 april 2021 vijf uitleglocaties aangewezen als toekomstige woningbouwlocatie voor de periode tot 2030. Deze locaties zijn verspreid over de grootste kernen, met een totale capaciteit van 1.400 tot 1.600 woningen. Eén van die vijf uitleglocaties betreft Lenteleven in Gendringen. Dit is een gebied met een oppervlakte van circa 13 hectare, wat momenteel voornamelijk uit agrarische gronden bestaat. De wens is om hier tussen de 226 en 241 woningen te realiseren in een groene omgeving. Het beoogde woonprogramma is divers, met passende woonmilieus en woningtypes voor verschillende doelgroepen. Op navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het projectgebied weergegeven.
Globale ligging van het besluitgebied (bron: SAB, locatiepaspoort).
4
Globale begrenzing van het besluitgebied (bron: SAB).
Woonprogramma Voor de ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld. In dit stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van de realisatie van tussen de 226 en 241 woningen. Onderstaande tabel toont twee verschillende varianten voor het woonprogramma. Dit betreft een bandbreedte. Mogelijk dat er uiteindelijke voor andere aantallen wordt gekozen, zolang er maar binnen deze aantallen wordt gebleven. Woontype
Mogelijke aantallen (en aandeel van het totale programma)
Huur, sociaal
20 (10%)
20 (8,3%)
Huur, midden
13 (5%)
13 (5,4%)
Koop, goedkoop
45 (22%)
69 (28,6%)
Koop, betaalbaar
55 (23%)
49 (20,3%)
Koop, duur
93 (40%)
90 (27,3%)
TOTAAL
226
241
Navolgende afbeelding geeft een mogelijke toekomstige inrichting van het gebied weer, met daarbij de verdeling van het woonprogramma.
5
Mogelijke toekomstige inrichting van de locatie, met daarbij het beoogde woonprogramma (bron: SAB).
Op basis van het geldende omgevingsplan is het niet mogelijk om de gewenste woningbouw hier te realiseren. De gronden hebben in het vigerende juridisch-planologische regime overwegend een agrarische bestemming. Om de ontwikkeling alsnog mogelijk te maken dient het omgevingsplan te worden gewijzigd. Daarbij moet worden aangetoond dat er met de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Eén van de aspecten die onderdeel uitmaakt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Deze toets vindt in dit document plaats.
6
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt de toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Binnen de toets zal allereerst ingegaan worden of en waarom sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Vervolgens wordt het marktgebied bepaald. Daarna volgt de toetsing van de behoefte (voorziet de ontwikkeling in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte?) en wordt gekeken of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied plaatsvindt. Hoofdstuk 3 bevat een eindconclusie als gevolg van de toets aan de Ladder.
7
2 Toets Ladder voor duurzame verstedelijking 2.1
Stedelijke ontwikkeling
2.1.1
Algemeen Allereerst moet de vraag worden beantwoord of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat onder een stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’
2.1.2
Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van tussen de 226 en 241 woningen. Relevant is of deze ontwikkeling is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bkl. Bij de beantwoording van deze vraag moet volgens de Afdeling in onderlinge samenhang worden beoordeeld in hoeverre de ontwikkeling, in vergelijking met het voorgaande plan, voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte de voorliggende ontwikkeling mogelijk maakt in vergelijking met het voorgaande plan. Uit jurisprudentie1 blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de realisatie van maximaal 11 woningen binnen een dorpskern niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 12 woningen wordt daarentegen wel aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling2. Gelet op het woningbouwprogramma van het plan wordt gesteld dat er hier sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bovendien is er geen sprake van een woningbouwplan in bestaand stedelijk gebied, maar is sprake van een uitbreidingslocatie, welke direct grenst aan de bestaande kern Gendringen.
2.1.3
Conclusie Gelet op het voorgaande, is voorliggende ontwikkeling binnen het besluitgebied aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.129g Bkl. Daarom is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen.
1 2
Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921). Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953).
8
2.2
Marktgebied
2.2.1
Algemeen Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dient de behoefte aan de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt te worden beschreven. De behoefte dient te worden bepaald binnen het ruimtelijk markt- of verzorgingsgebied van de ontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Het markt- of verzorgingsgebied moet van geval tot geval worden bekeken en kan sterk verschillen per functie.
2.2.2
Toetsing Inleiding De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland regelt in artikel 5.64 dat nieuwe woningen uitsluitend zijn toegestaan wanneer deze passen binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De gemeente Oude IJsselstreek vormt samen met zes andere gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre en Winterswijk de regio Achterhoek (zie onderstaande afbeelding). Binnen deze regio vindt onderlinge afstemming plaats over woningbouwontwikkelingen. De regio stelde in februari 2023 de “Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 – Goed wonen in een vitale regio” vast.
Regio Achterhoek (bron: Regionale Woonagenda).
Verhuisbewegingen gemeente Oude IJsselstreek De kwantitatieve en kwalitatieve vraag wordt mede bepaald door de omvang van het marktgebied. Het marktgebied verschilt per ontwikkeling en valt niet per se 9
samen met de bestuurlijke regio. Een belangrijke indicator voor de omvang van de marktregio is het aantal verhuisbewegingen binnen en naar de betreffende regio of gemeente. Wanneer de verhuisbewegingen van 2023 (meest actuele beschikbare cijfers) voor de gemeente Oude IJsselstreek worden geanalyseerd, blijkt uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat bijna de helft van alle gevestigde personen in de gemeente Oude IJsselstreek uit de gemeente zelf afkomstig is. Daarnaast komt een vergelijkbaar percentage van de verhuisbewegingen naar Oude IJsselstreek vanuit een andere Nederlandse gemeente. Bijna 9% van het totale aantal vestigers in de gemeente komt uit het buitenland. Tabel 2 laat zien dat het aandeel vestigers vanuit andere Nederlandse gemeenten de laatste jaren is toegenomen. Tabel 1: Totaal aantal verhuisbewegingen gemeente Oude IJsselstreek in 2023
Verhuisbewegingen Oude IJsselstreek
Aantal
Aandeel (%)
Binnen gemeente Oude IJsselstreek
1.374
45,57%
Vanuit andere gemeenten
1.372
45,51%
Vanuit het buitenland
269
8,92%
Totaal aantal verhuizingen
3.015
100%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek Tabel 2: Percentage verhuisbewegingen gemeente Oude IJsselstreek van de afgelopen jaren
Verhuisbewegingen Oude IJsselstreek
Aandeel 2006
Aandeel 2011
Aandeel 2016
Aandeel 2021
Aandeel 2023
Binnen gemeente
64,3%
60,0%
53,1%
50,4%
45,6%
Vanuit andere gemeenten
33,4%
36,9%
41,6%
45,7%
45,5%
Vanuit het buitenland
2,3%
3,1%
5,3%
3,9%
8,9%
Totaal aantal verhuizingen
100%
100%
100%
100%
100%
(Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek)
Indien gekeken wordt naar de verhuisbewegingen vanuit andere Nederlandse gemeenten, dan valt in eerste instantie op dat er vooral een verhuisrelatie met de naastgelegen gemeente Doetinchem is, en in iets mindere mate met de nabijgelegen gemeenten Montferland, Aalten, Arnhem en Bronckhorst. Navolgende tabel laat de meest relevante verhuisbewegingen naar de gemeente Oude IJsselstreek vanuit andere gemeenten zien. Hoewel het aandeel verhuisbewegingen vanuit ‘elders’ aanzienlijk is, is hier geen duidelijke piek te zien van waaruit de bewegingen komen. Vanuit de vier grote steden uit de Randstad zijn bijvoorbeeld in totaal 53 verhuisbewegingen geteld (Utrecht 21, Amsterdam 12, Rotterdam 11 en Den Haag 9).
10
Tabel 3: Verhuisbewegingen naar Oude IJsselstreek vanuit andere gemeenten in 2023
Gemeente
Aantal
Aandeel (%)
Doetinchem
356
25,9%
Montferland
118
8,6%
Aalten
104
7,6%
Arnhem
82
6,0%
Bronckhorst
74
5,4%
Oost Gelre
42
3,1%
elders
596
43,4%
Totaal
1.372
100%
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek.
2.2.3
Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden gesteld dat het verzorgingsgebied zich primair richt op de gemeente Oude IJsselstreek en in mindere mate op de omliggende gemeenten. Daarbij dient opgemerkt te worden dat het aandeel verhuisbewegingen vanuit andere gemeenten de laatste jaren is toegenomen ten opzichte van de verhuisbewegingen binnen de eigen gemeente. Deze groei heeft onder andere te maken met de stijgende werkgelegenheid binnen de gemeente. Gelet op de aard en omvang van het plan wordt de gemeente Oude IJsselstreek (en in mindere mate ook de gemeente Doetinchem) gezien als marktgebied voor deze toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
2.3
Behoefte
2.3.1
Algemeen Aangetoond moet worden dat de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte binnen het marktgebied. Bij het bepalen van de behoefte is zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve behoefte van belang.
2.3.2
Kwantitatieve behoefte Kwantitatieve huishoudensontwikkeling De vraag naar woningen wordt in belangrijke mate bepaald door demografische ontwikkelingen. Voor de kwantitatieve behoefte geldt dat het sterk afhankelijk is van de ontwikkeling van het aantal huishoudens. In 2023 is de meest recente Primos-prognose uitgebracht. Op basis van deze prognose geldt dat voor de gemeente Oude IJsselstreek voor de periode 2025-2040 een toename van bijna 1.800 huishoudens wordt verwacht, van 17.620 in 2025 tot 19.410 in 2040. De grootste toename wordt verwacht in de periode tot 2030. De huishoudensprognose voor Oude IJsselstreek is weergegeven in navolgende grafiek. Overigens is gedurende dezelfde periode ook een stijging te verwachten van het aantal huishoudens in de gemeente Doetinchem: van 27.200 in 2025 tot 30.060 in 2040 (een stijging van bijna 2.900 huishoudens).
11
Verwachte huishoudensgroei in de gemeente Oude IJsselstreek van 2025 tot 2040 (bron: Primos prognose 2023, ABF Research)
Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 De woningmarkt in de regio Achterhoek is de afgelopen jaren fors aangetrokken. Momenteel staat de woningmarkt in de regio onder een groeiende druk en zijn de woningtekorten hoog. Met name voor jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen geldt dat er een grote behoefte is aan meer betaalbare woningen op de Achterhoekse woningmarkt. In de Regionale Woonagenda is aangegeven dat de regio de ambitie heeft om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek (zie navolgende afbeelding). Hiermee wordt de woningvoorraad flink (en versneld) uitgebreid. De regionale woningbouwproductie lag de afgelopen jaren gemiddeld op circa 600 woningen netto per jaar. De regio streeft ernaar dit aantal te verdubbelen naar ruim 1.200 woningen per jaar.
Onderverdeling regionale ambitie Achterhoek 2023 - 2030
12
Regionale Woondeal 2022-2030 Achterhoek In de Regionale Woondeal zijn afspraken ten aanzien van het aantal te realiseren woningen in de regio vastgelegd. Deze aantallen vloeien voort uit landelijke en provinciale afspraken. Het doel is om landelijk in totaal 900.000 woningen te realiseren voor 2030. Voor de provincie Gelderland geldt dat de afspraak is dat er in dezelfde periode in totaal 100.000 woningen worden gebouwd. In de Regionale Woondeal Achterhoek wordt gesproken over de bouw van 8.390 woningen tot en met 2030. Ook wordt dit aantal uitgesplitst per gemeente. Tabel 4 toont deze verdeling per gemeente. In de gemeente Oude IJsselstreek dienen 1.500 woningen gerealiseerd te worden voor 2030. Tabel 4 Aantal te realiseren woningen conform de afspraken uit de Woondeal
Bron: Regionale woondeal 2022-2030 Achterhoek.
Gemeentelijke woningbehoefte De gemeente Oude IJsselstreek heeft onderzoeken (woningbehoefte onderzoek – Companen en onderzoek uitbreidingslocaties - SAB) uitgevoerd naar de toekomstige woningbehoefte, gegevens over groei van de bevolking, toekomstige ontwikkelingen en mogelijkheden voor locaties in de gemeente. De gemeenteraad heeft in april 2021 de ambitie uitgesproken om tot 2030 maximaal 1.500 woningen te realiseren op verschillende in- en uitbreidingslocaties. Er is een afwegingskader nieuwbouwlocaties opgesteld, waarbij verschillende mogelijke nieuwbouwlocaties binnen de gemeente zijn getoetst. Uit het afwegingskader zijn uiteindelijk vijf uitbreidingslocaties gekomen: Gendringen Lenteleven, Terborg Voorboek, Varsseveld De Tuit (voorheen heette deze locatie ‘Varsseveld West’), Varsseveld Noord en Ulft Biezenakker. In april 2021 heeft de gemeenteraad deze locaties goedgekeurd en is er een inschatting gemaakt van het aantal mogelijke woningen per locatie. Deze aantallen zijn te vinden in tabel 5. Voor Gendringen Lenteleven geldt dat er wordt uitgegaan van een uitbreiding van 100 woningen voor de periode tot 2025 en 100 woningen voor de periode 2025-2030.
13
Tabel 5: Aantal te realiseren woningen conform afwegingskader nieuwbouwlocaties Nu – 2025
2025 – 2030
Bron: Afwegingskader nieuwbouwlocaties gemeente Oude IJsselstreek.
Plancapaciteit Zoals eerder aangegeven dient de gemeente Oude IJsselstreek op basis van afspraken uit de Regionale Woondeal 1.500 woningen te realiseren voor 2030. Hiervan zijn er momenteel reeds 310 gerealiseerd. Er dienen dus nog 1.190 woningen gerealiseerd te worden. Indien gekeken wordt naar de status van de planvoorraad, dan blijkt dat er plannen zijn voor netto 15.273 woningen extra woningen. Daarmee lijkt de planvoorraad groter dan de planbehoefte (zie tabel 6). Tabel 6: Woningbouwontwikkeling en planvoorraad voor de gemeente Oude IJsselstreek
Bron: awlo.nl3.
3
Geraadpleegd op 21 juli 2025.
14
Echter betreft deze plancapaciteit de ‘zachte’ en ‘harde’ plancapaciteit samen. Een zachte plancapaciteit kent nog geen juridisch-planologische status en het is daarmee nog deels onzeker of de volledig weergegeven zachte plancapaciteit uiteindelijk ook gerealiseerd zal worden. Daarom geeft de harde plancapaciteit, de hoeveelheid ruimtelijke ontwikkelingen die onherroepelijk vastliggen in een bestemmingsplan of omgevingsplan, een nauwkeuriger beeld van de planvoorraad. Als gekeken wordt naar de harde plancapaciteit, dan blijkt dat er slechts 522 woningen een juridisch-planologische onherroepelijke status hebben. Het verschil tussen de woonbehoefte en de harde plancapaciteit is dermate groot, dat er nog voldoende ruimte voor nieuwe woningbouwplannen in de gemeente Oude IJsselstreek is. Conclusie Gelet op de positieve huishoudensontwikkeling in de gemeente Oude IJsselstreek en de regio Achterhoek, de indicatieve woningbehoefte binnen de gemeente (zoals opgenomen in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 en de Regionale Woondeal Achterhoek), de uitkomsten van recente onderzoeken en de geringe (harde) plancapaciteit wordt geconcludeerd dat het plan Gendringen Lentelven past binnen de kwantitatieve woningbehoefte van het marktgebied. 2.3.3
Kwalitatieve behoefte Kwalitatieve huishoudensontwikkeling Naast de kwantitatieve behoefte bepaalt ook de kwalitatieve behoefte de woningvraag. De kwalitatieve behoefte richt zich op doelgroepen, woningtypen, prijsklassen en dergelijke. Deze behoefte is sterk afhankelijk van de huishoudenssopbouw qua leeftijd en samenstelling en resulteert in een bepaalde woonwens. Voor de regio Achterhoek is een Primos huishoudensprognose opgesteld voor verschillende leeftijdsgroepen voor de periode van 2024 tot 2040 (zie navolgende grafiek).
Verwachte huishoudensgroei per leeftijdscategorie in de regio Achterhoek tot 2040 (bron: Primos prognose 2023, ABF Research)
15
De grootste stijging is te zien in de groep ’75 jaar en ouder’. Daarnaast neemt het aantal huishoudens in de categorieën ’30-44 jaar’ en ’65-74 jaar’ ook toe. Het aantal huishoudens ’29 jaar en jonger’ en ’45-64 jaar’ hebben daarentegen te maken met een daling. Naast een huishoudensprognose op basis van leeftijd, is er ook een huishoudensprognose op basis van huishoudenssamenstelling opgesteld. In het Statisch Zakboek van de provincie Gelderland is voor de gemeente Oude IJsselstreek een kwalitatieve huishoudensprognose op basis van huishoudenssamenstelling opgesteld voor de periode tot 2040. Deze prognose is opgenomen in tabel 7. Tabel 7 Prognose huishoudensontwikkeling Oude IJsselstreek
Samenwonend met kinderen
Samenwonend zonder kinderen
Alleenstaanden
Eénoudergezinnen
2025
4.655
5.870
5.793
1.060
62
2030
4.475
5.889
6.348
1.107
56
2035
4.363
5.636
6.626
1.148
47
2040
4.254
5.336
6.869
1.195
48
Overige
Bron: Statistisch Zakboek, provincie Gelderland
Uit deze prognose blijkt dat het aantal huishoudens ‘samenwonend met kinderen’ en ‘samenwonend zonder kinderen’ gedurende de periode 2025-2040 afnemen. Het aantal alleenstaanden (en in mindere mate ook de éénoudergezinnen) neemt gedurende deze periode toe. Voor dezelfde periode is ook voor de regio Achterhoek een kwalitatieve huishoudensprognose op basis van huishoudenssamenstelling opgesteld. Deze prognose is opgenomen in tabel 8. Tabel 8 Prognose huishoudensontwikkeling Achterhoek
Samenwonend met kinderen
Samenwonend EenouderAlleenstaanden zonder kinderen gezinnen
Overige
2025
47.026
62.156
61.208
11.372
591
2030
45.438
62.842
65.367
11.867
577
2035
44.364
61.368
67.952
12.214
557
2040
43.664
58.757
69.424
12.673
548
Bron: Statistisch Zakboek, provincie Gelderland
Uit deze gegevens blijkt dat in de regio Achterhoek eenzelfde prognose waar te nemen in als in de gemeente Oude IJsselstreek. Het aantal alleenstaanden en éénoudergezinnen neemt toe en het aantal samenwonenden met en zonder kinderen neemt af.
16
Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 In de Regionale Woonagenda Achterhoek is aangegeven dat de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen in de Achterhoek onder druk staan voor veel mensen. Daarom wenst de regio forst te investeren in een toename van betaalbare woningen. Er wordt ingezet op een evenwichtig woonaanbod, waarbij ook de extra vraag van onder andere jonge huishoudens, starters, ouderen en aandachtgroepen wordt beantwoord.
Onderverdeling betaalbaarheid nieuwbouwprogramma Achterhoek t/m 2030 (bron: Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030
Regionale Woondeal 2022-2030 Achterhoek In paragraaf 2.3.2 is reeds aangegeven dat, op basis van de Regionale Woonagenda Achterhoek, de gemeente Oude IJsselstreek 1.500 woningen dient te realiseren vóór 2030. Daarbij zijn er ook afspraken gemaakt over de betaalbaarheid. Tabel 9 geeft deze cijfers weer. Het doel is om 70% van het woonprogramma betaalbaar te maken, waarvan 30% sociale huur. Tabel 9 Aantal te realiseren woningen conform de afspraken uit de woondeal
Bron: Regionale woondeal 2022-2030 Achterhoek.
Woon- en vastgoedmonitor 2023 Companen heeft de Woon- en vastgoedmonitor 2023 opgesteld met als doel te monitoren in hoeverre de afspraken uit de regionale woonagenda en regionale 17
woondeal worden gerealiseerd. Navolgende afbeelding geeft de betaalbaarheid van de harde planvoorraad weer. Wat opvalt is dat de volledige harde planvoorraad voor de gemeente Oude IJsselstreek bestaat uit koopwoningen. Hiervan valt het grootste deel (2/3e) in de prijsklasse > €250.000,-, 21% in de prijsklasse €250.000,tot €355.000,- en 13% in de prijsklasse €355.000,- tot €450.000,-.
Harde planvoorraad tot en met 2030 naar betaalbaarheid (bron: Companen, 2023)
Inwonersavond Op 13 september 2022 is voor de locaties Lenteleven Gendringen en Biezenakker Ulft een inwonersavond georganiseerd. Bij deze inwonersavond waren circa 150 mensen aanwezig in de zaal en nog eens 100 online. Deze mensen is gevraagd hun mening te geven over de gewenste woon- en landschapssferen. Zo konden de aanwezigen onder andere stemmen op de gewenste woontypes. Navolgende afbeelding geeft de resultaten van deze stemming weer.
Mentimeter resultaten woningtypen woningbouw (bron: info avond Lenteleven Gendringen en Biezenakker Ulft, 13-09-2022).
18
Afwijkend van de Primos-prognose bleek tijdens de inwonersavond dat appartementen het minst aanspreken onder de 157 stemmers. Daarentegen zijn twee-onder-één-kapwoningen, vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen erg gewild. Deze afwijkende gedachte heeft zeer waarschijnlijk te maken met het feit dat men in de gemeente Oude IJsselstreek gewend is om in dergelijke woningtypen te wonen. Dit geldt in principe voor de gehele regio de Achterhoek, wat een landelijke omgeving is, waarbinnen voornamelijk grondgebonden koopwoningen gelegen zijn. Conclusie Gelet op de kwalitatieve huishoudensontwikkeling blijkt uit de huishoudensprognose van Primos blijkt dat het aantal kleine huishoudens de komende jaren flink zal toenemen. Indien gekeken wordt naar de leeftijd van huishoudens, dan valt op dat met name het aantal ouderen (75+) zal toenemen in de gemeente. Op basis van de Regionale Woonagenda en de Regionale Woondeal dient de gemeente met name betaalbare woningen te realiseren. Uit de Woon- en vastgoedmonitor volgt dat hierin momenteel nog onvoldoende is voorzien. Uit de informatieavond blijkt echter dat de woonwensen zich vooral richten op tweekappers, vrijstaande woningen en levensloopbestendige woningen. Gelet op het voorgaande, kan gesteld worden dat er een diverse vraag is naar woningtypen in de gemeente Oude IJsselstreek.
Geconcludeerd wordt dat voorliggend plan, met haar grote diversiteit aan woningen, aansluit bij de demografische ontwikkelingen in het marktgebied en de bijbehorende woonwensen. Daarmee voorziet de ontwikkeling in een kwalitatieve behoefte van het marktgebied. 2.3.4
Conclusie De beoogde woningbouwontwikkeling voorziet in een behoefte van het marktgebied. Gelet op de positieve huishoudensontwikkeling en het tekort aan woningen om aan de vraag te voldoen, maakt dat sprake is van een kwantitatieve behoefte. Daarnaast wordt geanticipeerd op de demografische ontwikkeling binnen de gemeente Oude IJsselstreek, alsook de regio Achterhoek, door in te zetten op een divers woonprogramma. Met het woningbouwprogramma wordt zowel tegemoet gekomen aan de behoeftes, zoals deze voortkomen uit de verschillende prognoses, als aan de resultaten uit de digitale inwonersavond, waarbij de kanttekening geplaatst moet worden dat de wensen van inwoners soms niet geheel overeenkomen met wat zij zich daadwerkelijk kunnen veroorloven. Gelet op het voorgaande sluit de ontwikkeling aan op gemaakte beleidsambities op verschillende niveaus en wordt een kwantitatieve en kwalitatieve bijdrage geleverd aan de woningbehoefte. De ontwikkeling voorziet daarmee in een behoefte van het marktgebied.
2.4
Bestaand stedelijk gebied
2.4.1
Algemeen Nu is gebleken dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, moet worden aangetoond in hoeverre die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de 19
betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Het Bkl definieert het bestaand stedelijk gebied als: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Naast de criteria uit de definitie moeten de geldende planologische mogelijkheden ook betrokken worden bij het beoordelen of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied.
2.4.2
Toetsing De behoefte aan in de gemeente Oude IJsselstreek is groot. Lange tijd heeft de woningbouw in Oude IJsselstreek op slot gezeten vanwege de geanticipeerde krimp. In 2019 is een eerste stap voor verruiming van het woningbouwbeleid gemaakt. Hierin is gefocust op transformatie- en inbreidingslocaties binnen de kernen. Het potentieel hiervoor werd toen geschat op 750 tot 1.250 woningen. De woningbouwbehoefte en -ambitie van de gemeente ligt echter een stuk hoger. Eind 2020 is de motie ‘versnelling’ woningbouw aangenomen. Naar aanleiding van deze motie zijn potentiële uitbreidingslocaties aan de rand van de grote kernen verkend. Dit heeft in april 2021 geresulteerd in het aanwijzen van vijf uitbreidingslocaties, waar in totaal ruimte is voor 1.450 tot 1.800 woningen.. Deze vijf locaties liggen verspreid over de grootste kernen. Om te komen tot de shortlist van vijf uitleglocaties, is een multicriteria-analyse van vijftien potentiële locaties uitgevoerd. Hierbij is gekeken naar capaciteit, de eigendomssituatie, inpasbaarheid binnen de structuur van de kern, inpasbaarheid in de landelijke structuur, bereikbaarheid, nabijheid van voorzieningen, de complexiteit van milieucontouren, de faseerbaarheid, hoeveelheid in te passen kavels, buren met uitzicht op de locatie, beleving / onderscheidend woonmilieu, draagvlak en versterking beleving dorpsrand.
De verschillende mogelijke locaties binnen de gemeente Oude IJsselstreek zijn getoetst op de hierboven genoemde aspecten. Deze beoordeling is weergegeven in bijlage 1.
Uit deze beoordeling volgt dat Lenteleven Gendringen erg hoog scoort en is daarmee op de shortlist gekomen. Dit komt omdat de druk op de woningmarkt in Gendringen groot is en de werkgelegenheid de afgelopen jaren gestegen is. Bovendien zijn er relatief weinig woningen gebouwd. Het plangebied bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom van Gendringen en kan daarmee getypeerd worden als overgangsgebied van een landelijk-dorps woonmilieu naar het buitengebied. De gronden van het plangebied kennen momenteel grotendeels een agrarische bestemming en zijn ook nog zodanig in gebruik. Dit tezamen maakt dat, gelet op de huidige ruimtelijke structuren en bebouwing rondom het plangebied en de ter plaatse toegestane functies, wordt geconcludeerd dat het plangebied buiten het bestaand stedelijk gebied ligt. Dit betekent dat beoordeeld moet worden of de voorliggende ontwikkeling niet volledig binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.
20
Lenteleven Gendringen heeft een groen en ruim opgezet karakter vanwege de lage dichtheid woningen per hectare en het inpassen van de aanwezige groenstructuren, zodat het leefgebied van diverse aanwezige diersoorten behouden en versterkt wordt. Het plan Lenteleven bestaat in totaal uit tussen de 226 en 241 woningen, met een grote diversiteit aan woningen in het woningbouwprogramma. Momenteel zijn er onvoldoende potentiële inbreidingslocaties met voldoende capaciteit en dezelfde kwalitatieve kenmerken om te voorzien in een dergelijke woningbouwprogramma. Locaties als de Boterfabriek, de voormalige Rabobank en de Helminklocatie zijn recent al getransformeerd naar wonen of er zijn concrete plannen om dit in de toekomst te realiseren. In 2020/2021 is er na protest een streep gegaan door een gemeentelijk plan op de hoek Koningin Emmastraat / Koningin Julianalaan. Naar aanleiding daarvan zijn de lokale kwaliteitscriteria aangescherpt. Dit betekent dat er nog meer potentiële inbreidingslocaties afvallen. 2.4.3
Conclusie Geconcludeerd wordt dat voorliggende ontwikkeling niet wordt voorzien in bestaand stedelijk gebied. Aangezien de geconstateerde kwantitatieve en kwalitatieve behoefte niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd, is het gerechtvaardigd dat de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied is voorzien.
21
3 Conclusie Op basis van het voorafgaande kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking positief is doorlopen. De ontwikkeling voorziet in een behoefte die niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. De buiten bestaand stedelijk gebied gelegen ontwikkeling is daarmee gerechtvaardigd. Dit maakt dat de ontwikkeling als haalbaar geacht wordt voor wat betreft de Ladder voor duurzame verstedelijking.
22
23
Bijlage 2 M .e.r.-beoordeling
30 Gendringen" (vastgesteld)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Lenteleven,
Gendringen, Lenteleven Mer-beoordeling Gemeente Oude IJsselstreek
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling
9 oktober 2024, projectnummer 230223.02
sab adviseurs in ruimtelijke ontwikkeling info@sab.nl - www.sab.nl Disclaimer tekst Bij het samenstellen is de grootst mogelijke zorgvuldigheid nagestreefd. Toch kan de informatie in deze uitgave niet juist of onvolledig zijn. De Opdrachtgever is hiervoor niet aansprakelijk. Als u van mening bent dat er beeldmateriaal is gebruikt waarover u het beeldrecht heeft, neem dan contact op met de opdrachtgever via onze website of bovengenoemde adres. Copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt worden in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch door fotokopieën of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
De mer-beoordeling
4
1.3
Leeswijzer
6
Kenmerken van het project
7
2.1
Inleiding
7
2.2
Beschrijving van het project
7
2.3
Omvang van het project
7
2.4
Overige kenmerken van het project
8
Plaats van het project
13
3.1
Inleiding
13
3.2
Het bestaande grondgebruik
13
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
13
Kenmerken van het potentiële effect
18
4.1
Inleiding
18
4.2
Archeologie
19
4.3
Natuur
21
4.4
Verkeer
25
4.5
Geluid
26
4.6
Luchtkwaliteit
26
4.7
Water
27
Conclusie
29
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Tussen de kernen Gendringen en Ulft bestaat het voornemen om woningbouw te realiseren. Tussen de Wesenthorstlaan en de Rijnweg zijn de aldaar gesitueerde gronden voornamelijk gebruikt voor agrarische doeleinden. De gemeente Oude IJsselstreek is voornemens een deel van de woningvraag binnen de gemeente op te lossen door 226 woningen te realiseren binnen een oppervlakte van circa 13 hectare. Onderstaande figuur toont de globale ligging van het besluitgebied.
Globale ligging van het besluitgebied. Bron: SAB, locatiepaspoort 20 juli 2023. De ontwikkeling past niet binnen de juridisch-planologische kaders die ter plaatse gelden op grond van het tijdelijk omgevingsplan. Daarom wordt het omgevingsplan gewijzigd met een wijzigingsbesluit.
3
Voorliggende ontwikkeling vormt een project dat in bijlage V van het Omgevingsbesluit is opgenomen. Het is volgens artikel 16.36 noodzakelijk te beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en of een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Uit paragraaf 1.2 volgt dat het project uitsluitend voorziet in kaders voor activiteiten waarvoor geen drempelwaarden gelden. Vanwege het feit dat drempelwaarden ontbreken is een mer-beoordeling nodig en is voorliggend document opgesteld. Ook dient op basis van het Omgevingsbesluit een mer-beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag. Het bevoegd gezag besluit of, vanwege de aanzienlijke effecten die het voorgenomen project mogelijk voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden opgesteld. In het kader van voorgaande is voorliggende mer-beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegd gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een milieueffectrapport noodzakelijk is in het kader van dit project.
1.2
De mer-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: mer) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wetgeving rond de mer is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In het Omgevingsbesluit (Bijlage V) staat wanneer een mer of mer-beoordeling aan de orde is. Het project dat mogelijk wordt gemaakt en de omvang ervan zijn daarbij bepalend. Bij een mer-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat zo is, moet een milieueffectrapport (hierna: MER) worden opgesteld. In artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit zijn de onderdelen opgenomen die in de mer-beoordeling moeten worden beschreven: −
het project, met in ieder geval een beschrijving van: − de fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten; − de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn;
−
de mogelijke aanzienlijk milieueffecten van het project;
−
voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project als gevolg van: − de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en − het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit.
4
Hierbij moet rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de mer-richtlijn en, voor zover relevant, met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten. Tot slot kan een beschrijving worden bijgevoegd van de kenmerken van het voorgenomen project en van de voorgenomen maatregelen om mogelijk aanzienlijke milieueffecten te vermijden. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken beoordelen of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en of een MER nodig is. Het bevoegd gezag kan de mer-beoordelingsbeslissing tegelijk met het ontwerpbesluit voor het project nemen. Toetsing aan het Omgevingsbesluit Onderhavig project betreft de herontwikkeling van de percelen gelegen tussen de N817, de Wesenthorstlaan, de Staringstraat en de Rijnweg. Het gaat om een project zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit, namelijk ‘een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen’ (nummer J11). Voor dit project geldt een mer-beoordelingsplicht, aangezien sprake is van aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een directe mer-plicht is voor projecten onder nummer J11 niet van toepassing.
Doel mer-beoordeling Het doel van een mer-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van het voorgenomen project aan het bevoegd gezag. Er wordt in een mer-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van het project aanzienlijke milieueffecten zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde mer-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee door het college een merbeoordelingsbeslissing wordt gemaakt over de bijbehorende procedure voor het wijzigen van het (tijdelijk) omgevingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 11.10 van het Omgevingsbesluit, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: −
kenmerken van het project;
−
de locatie van het project;
−
de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en
−
het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit.
Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn.
5
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen: er wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
6
2 Kenmerken van het project 2.1
Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving van het project De ontwikkellocatie Lenteleven is gelegen ten noorden van de kern Gendringen, tegen het grondgebied van de kern Ulft aan. Het ontwikkelgebied wordt aan de westzijde begrensd door de Oude IJsselweg (N817), aan de noordzijde door de Westenthorstlaan en de groenstrook parallel hieraan, aan de oostzijde door de Volkstuinen Wesenthorst, de Staringstraat en een bestaande woonbuurt en aan de zuidzijde door de Rijnweg en een aangrenzend bosje. Het voornemen bestaat om woningbouw mogelijk te maken. De woningen worden gerealiseerd binnen een groen raamwerk. Het groene raamwerk wordt benut voor waterberging, recreatie, spelen en het versterken van de biodiversiteit.
2.3
Omvang van het project Voor de ontwikkeling is een stedenbouwkundig plan opgesteld. In dit stedenbouwkundig plan wordt uitgegaan van de realisatie van 226 woningen. Het woonprogramma is weergegeven in onderstaande tabel. Onderverdeling woonsegmenten
Woontype
Aandeel
Aantal
Huur, sociaal
10 %
20
Huur, midden
5%
13
Koop, goedkoop
22 %
45
Koop, betaalbaar
23 %
55
Koop, duur
40 %
93
Navolgende afbeelding geeft de toekomstige inrichting van het gebied weer, met daarbij de verdeling van het woonprogramma.
7
Toekomstige inrichting van de locatie, met daarbij het beoogde woonprogramma. Bron: SAB 15 april 2024
2.4
Overige kenmerken van het project
2.4.1
Cumulatie met andere projecten Op circa 1,5 kilometer afstand van voorliggend project bestaat het voornemen om circa 400 woningen te ontwikkelen aan de westrand van de kern Ulft (projectnaam Biezenakker). Archeologie: Cumulatie vanuit archeologie is uitgesloten, omdat de waarden in situ zijn en eventueel ter plaatse worden behouden.
8
Natuur – soortenbescherming: Voor voorliggend project is een quick scan natuur1 uitgevoerd, waarin is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het besluitgebied. Vervolgens is ook een nader onderzoek beschermde soorten Omgevingswet 2 uitgevoerd. In het besluitgebied is nader onderzoek verricht naar de aanwezigheid van essentiële elementen van ransuil, boomvalk, sperwer, buizerd, kleine marters (bunzing, hermelijn en wezel) en vleermuizen. Daarnaast zijn er waarnemingen gedaan van de steenmarter en eekhoorn. Uit het nader onderzoek blijkt dat er preventieve maatregelen zijn benodigd ten aanzien van de vleermuizen. Indien met de geplande ruimtelijke ontwikkeling het overtreden van de Omgevingswet niet kan worden voorkomen, moeten in combinatie met een vergunning flora- en fauna-activiteit, mitigerende maatregelen getroffen worden om de negatieve effecten op de essentiële vliegroute van de gewone dwergvleermuis zoveel mogelijk te verminderen. Deze preventieve maatregelen zijn niet te treffen op de plaats van de projectlocatie Biezenakker. Voor Biezenakker is een vergelijkbaar traject afgelegd. Er is een quick scan natuur3 uitgevoerd, waarin is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het besluitgebied.
Vervolgens is ook een nader onderzoek beschermde soorten Omgevingswet 4 uitgevoerd. Uit de quick scan blijkt dat op voorhand de aanwezigheid van nestplaatsen van steenuil, kerkuil, ransuil, buizerd, sperwer of boomvalk niet kan worden uitgesloten. Ook verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen, kleine marters, steenmarter en eekhoorn kunnen niet worden uitgesloten. Tenslotte is er mogelijk essentieel foerageergebied en een vliegroute van vleermuizen aanwezig in het besluitgebied. Er zijn preventieve maatregelen voorgelegd ten aan aanzien van ransuil, buizerd en eekhoorn en vleermuizen die in het besluitgebied dienen te worden toegepast. Naast deze maatregelen zijn tevens mitigerende maatregelen ten aanzien van de gewone dwergvleermuis en de steenuil benodigd. Echter zijn deze niet op de plaats van de ontwikkellocatie Lenteleven. Dit moet dan in het vervolgproces volledig worden opgesteld. Het uitvoeren van ruimtelijke ingrepen waarbij schadelijke handelingen plaatsvinden bij beschermde soorten is wettelijk gezien mogelijk als men in het bezit is van een vergunning flora- en fauna-activiteit. Een dergelijke vergunning moet via het Omgevingsloket aangevraagd worden. De provincie Gelderland stelt eisen aan de vergunningsaanvraag. Zo moet een projectplan opgesteld worden.
In dit plan wordt onder andere de verspreiding van de betreffende beschermde soort in het besluitgebied verwoord alsmede het (wettelijk) belang van de ingreep onderbouwd. Daarnaast dient een uitgebreide alternatievenafweging plaats te vinden over waarom de
1
2
3
4
SAB (2024) Quick scan natuur Gendringen, Locatie Lenteleven. Projectnummer: 220120.01, 6 juni 2024. SAB (2024) Nader soortenonderzoek beschermde soorten Omgevingswet Gendringen, Locatie Lenteleven. Projectnummer: 220120.01, 17 juni 2024. SAB (2024) Quick scan natuur Ulft, Locatie Biezenakker. Projectnummer: 220119.01, 21 maart 2021. SAB (2024) Nader soortenonderzoek beschermde soorten Omgevingswet Ulft, Locatie Biezenakker. Projectnummer: 220119.01, 17 juni 2024.
9
schadelijke handeling, zoals het vernielen van rust- en verblijfplaatsen, niet is te voorkomen. Er is ervoor gezorgd dat de soortenbescherming niet elkanders gebied belemmeren. De eventuele compenserende maatregelen (indien mitigerend niet genoeg afgebakend is) vinden tevens plaats buiten de twee ontwikkellocaties. Er scheelt ook dat de onderzoeken uitgevoerd zijn door een enkele partij. Het helpt om een globale benadering van het gebied te hebben. Wederzijdse belemmeringen van mitigerende of compenserende maatregelen is uitgesloten. Het aspect soortenbescherming voor Lenteleven wordt nader beschouwd in hoofdstuk 4.3. Natuur- gebiedsbescherming: Cumulatie vanuit het aspect gebiedsbescherming is tevens uitgesloten. Voor beide locaties is een stikstofonderzoek uitgevoerd 5. Daaruit blijkt dat de projecten afzonderlijk van elkaar geen resultaten hebben voor de projectberekening en situatieberekening onder de OwN2000- registratieset. Voor de vraag of in de cumulatietoets voor het omgevingsplan Lenteleven rekening moet worden gehouden met het andere omgevingsplan dat voorziet in woningbouw in de omgeving is dus bepalend of voor dat andere plan al een vergunning of toestemming is verleend.
Als dat niet het geval is, dan moet dit volgens de Afdelingsjurisprudentie nog als een onzekere gebeurtenis worden aangemerkt en hoeft hiermee in de cumulatietoets geen rekening te worden gehouden. Volgens de informatie is de gemeente voor dit andere plan net gestart met het opstellen van een omgevingsplan. Er is dan dus nog sprake van een onzekere situatie waarmee in de cumulatietoets van het omgevingsplan Lenteleven nu nog geen rekening hoeft te worden gehouden. Gezien de ligging van het dichtstbijzijnde Nederlandse Natura-2000 gebied op circa 15 kilometer afstand worden geen resultaten onder de OwN2000-registratieset verwacht. De hoogste depositie op de Duitse rekenpunten voor een project betreft 0,03 mol, dit ligt onder de daar geldende drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jaar. Overschrijding van deze drempelwaarde wordt op voorhand uitgesloten. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt nog een aanvullende eis gesteld met betrekking tot stikstof. Artikel 7.19 van het Bbl verplicht initiatiefnemers om adequate maatregelen te treffen om de stikstofemissie naar de lucht te beperken. De verplichting vereist niet om geheel emissieloos werken, maar heeft tot doel de emissies te beperken ten opzichte van de situatie waarin geen maatregelen zouden worden getroffen.
Initiatiefnemers dienen te overwegen welke stappen zij verder kunnen nemen om de uitstoot van hun reguliere werkwijze te reduceren. Gelet op deze inspanningsplicht wordt redelijkerwijs geen overschrijding van de grenswaarde verwacht.
5
SAB (2024) Onderzoek stikstofdepositie Gendringen, Lenteleven. Projectnummer: 230223.02. 30 juli 2024. SAB (2024) Onderzoek stikstofdepositie Ulft, Biezenakker. Projectnummer: 230224.02. 30 juli 2024.
10
Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Luchtkwaliteit: Een toename van verkeer zou kunnen leiden tot hogere achtergrondwaardes van de luchtkwaliteit in het gebied. Echter wordt, gezien de schaal van de projecten, niet verwacht dat er aldaar sprake is van een significant effect op de luchtkwaliteit, en zal van cumulatie geen sprake zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Verkeer: De gecumuleerde verkeersontsluiting van de projecten vindt voornamelijk via de provinciale weg N817 (Oude IJsselweg). Deze weg kent volgens het Atlas Gelders Verkeer een intensiteit van 7.400 motorvoertuigen per werkdag en bevindt zich in de ‘groene’ categorie. De weg is heden niet overbelast. Uit de uitgevoerde verkeersonderzoeken6 blijkt dat de twee ontwikkellocaties zullen ten hoogste zorgen voor circa 4.000 extra verkeersbewegingen dan de bestaande situatie. Aandacht bij de verkeersintensiteit begint bij de gele categorie, vanaf 12.500 bewegingen/werkdag. Met de ontwikkelingen blijft de intensiteit onder deze drempelwaarde. De uitgevoerde verkeersonderzoeken bevatten tevens adviezen over verkeersafwikkeling en mogelijke aanpassingen van de wegenstructuur rondom de ontwikkellocaties. Cumulatie van nadelige effecten voor de omgeving wordt daarom uitgesloten.
Geluid: Zoals in de voorafgaande alinea geschreven, zal het verkeer van de projecten voornamelijk ontsloten worden via de provinciale weg N817 (Oude IJsselweg). Uit het Besluit kwaliteit leefomgeving is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). Er wordt verwacht dat de adviezen uit de verkeeronderzoeken en akoestische onderzoeken opgevolgd zullen zijn, waardoor de toename hoe dan ook minder dan 1,5 dB zal bedragen. Cumulatie leidt dus niet tot knelpunt voor de omgeving van de projectlocaties. Water: Een belangrijk gevolg van de twee ontwikkelingen (Biezenakker en Lenteleven) is het aanbrengen van meer verharding dan wat er momenteel is. Een wateronderzoek wordt op het moment van schrijven nog uitgevoerd. Het uitgangspunt is dat eventuele maatregelen getroffen worden. Bij het wateronderzoek wordt rekening gehouden met de twee woningbouwlocaties (Biezenakker en Lenteleven). Bij het uitvoeren van de (eventueel) benodigde maatregelen worden nadelige cumulatieve effecten uitgesloten.
6
Royal Haskoning DHV (2024), verkeersonderzoek Lenteleven Referentienummer: BJ6993-RHD-RP-X2 Definitief/4 4 juli 2024 Royal Haskoning DHV (2024), verkeersonderzoek Biezenakker Referentienummer: BJ6993-RHD-RP0001 Definitief/2 5 juli 2024
11
Cumulatie is derhalve niet aan de orde. De voorafgaande paragrafen hebben nadelige effecten als gevolg van cumulatie uitgesloten. 2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het besluitgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het project maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het besluitgebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid). Deze aspecten zullen in het navolgende onderzocht worden.
2.4.4
Risico van ongevallen De beoogde ontwikkeling maakt geen risicovolle activiteiten mogelijk. De omgeving zal ten gevolge van de ontwikkeling dan ook geen risico ondervinden.
12
3 Plaats van het project 3.1
Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het besluitgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het besluitgebied bestaat grotendeels uit agrarisch terrein. Verder zijn er twee woningen met bijbehorende siertuinen aanwezig. Deze woningen zullen in de voorgenomen plannen ingepast worden. Centraal in het besluitgebied ligt een kleine speeltuin. In het noordoosten van het besluitgebied ligt een moestuincomplex. Langs veel van de randen zijn watergangen/afwateringsloten aanwezig.
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze mer-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze mer-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze mer-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.
13
3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Gevoelige gebieden ten opzichte van de ontwikkellocatie
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van
In of in de directe nabijheid van het
Ramsar
besluitgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.
Kustgebieden
Het besluitgebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Omgevingswet
Het besluitgebied is niet gelegen in een berg- of bosgebied.
Reservaten en natuurparken:
Nationale Land-
Het besluitgebied ligt niet in een Na-
−
Nationale Landschappen
schappen zijn be-
tionaal Landschap en/of Nationaal
−
Nationale Parken
noemd in de Nota
Park.
Ruimte; Nationale Parken zijn onderdeel van de NNN (voorheen EHS). Speciale beschermingszones, door
−
Omgevingswet
In de omgeving van het besluitge-
de lidstaten aangewezen krachtens
−
Besluit activitei-
bied liggen Natura 2000-gebieden
Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn)
ten leefomge-
(zie verder onder 1).
en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatricht-
ving
lijn) Gebieden waarin de bij communau-
Europese milieu-
taire wetgeving vastgestelde nor-
richtlijnen (o.a. ka-
men inzake milieukwaliteit reeds
derrichtlijn Lucht-
worden overschreden
kwaliteit,
Het besluitgebied ligt niet in gebieden waar op basis van communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden.
kaderrichtlijn Water) Gebieden met hoge bevolkingsdicht-
Het besluitgebied is niet gelegen in
heid
een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van:
−
Besluit kwaliteit
−
historisch belang
−
cultureel belang
−
Omgevingsplan
−
archeologisch belang
−
Gemeentelijk
leefomgeving
Het besluitgebied ligt in een zone met archeologische (verwachtings)waarden (zie verder onder 2). Er zijn geen andere monumentale panden, historische bouwwerken of
landschapsont-
structuren met een cultuurhistori-
wikkelingsplan
sche waarde aanwezig.
1. Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd
14
moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het besluitgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Wel ligt het besluitgebied op circa 5 kilometer meter afstand van Duitse Natura 2000-gebieden. Op circa 15 kilometer afstand ligt het eerste Nederlandse Natura-2000 gebied: ‘Rijntakken’.
Globale ligging van het besluitgebied ten opzichte van Natura 2000-gebied (Bron: Aerius).
Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op het Natura 2000-gebied. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op het aspect natuur. 2. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het nietzichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Op grond van het tijdelijke omgevingsplan kent de locatie grotendeels de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische verwachting 3’ (en gedeeltelijk ook de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologische Verwachting II’). De aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de verwachte archeologische waarden.