CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Quickscan flora en fauna.pdf

Raadsvergadering 23 april 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 15: TAM-omgevingsplan ‘Buitengebied, locatie Molenweg 19 en Den Dam 2 Breedenbroek’11.650 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

29

Grote vos Grote vossen zijn de laatste jaren sterk toegenomen en zwervende individuen kunnen overal opduiken in de Achterhoek. Gelet op het zeer schaarse voorkomen is het niet aannemelijk dat de soort een verblijfplaats bezet in het onderzoeksgebied. Door het sporten in het bos worden de waardplanten van grote vos ( populier, sleedoorn, wilg en iep) niet beschadigd of vernield. Overige soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten. 6.4 Wettelijke consequenties van de beoogde ingreep Vogels In het bos waar de sporttoestellen geplaatst zijn is een buizerdnest aangetroffen. Door de ingebruikneming van het erf en bos als plek om te sporten tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet buizerdnest verstoord, beschadigd of vernield. Om te achterhalen of dit nest bezet is moet er nader onderzoek uitgevoerd worden naar de functie van het bos aan de zuidkant van het plangebied voor de soort buizerd. Er bestaat daarnaast een kleine kans dat vogels vlak naast de sporttoestellen een nestplaats gaan bezetten. Door de ingebruikname van de sporttoestellen tijdens de voortplantingsperiode van vogels worden mogelijk vogelnesten in de omgeving van de sporttoestellen verstoord.

Wanneer de verstoring van deze vogels zonder jaarrond beschermd nest tijdelijk van aard is, leidt dit niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om ervoor te zorgen dat vogelnesten die in de directe omgeving van de sporttoestellen nestelen niet dusdanig verstoord worden dat er vogels gedood worden en nestplaatsen verloren gaan. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Nader onderzoek uitvoeren naar de functie van het plangebied voor de soort buizerd; Grondgebondenzoogdieren Door de ingebruikneming van het erf en bos als plek om te sporten worden geen grondgebonden zoogdieren gedood en worden geen voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen beschadigd of vernield. Mogelijk neemt de kwaliteit van het foerageergebied van sommige grondgebonden zoogdiersoorten soorten iets af. De meeste grondgebonden zoogdiersoorten zijn nachtactief, hierdoor wordt het foerageergebied van beschermde grondgebonden zoogdieren niet veel aangetast. Daarnaast is het foerageergebied van de in het plangebied voorkomende soorten niet beschermd en leidt afname van de kwaliteit van deze soorten niet tot overtreding van een verbodsbepaling.

Voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Vleermuizen • Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt er geen verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit

30

aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; • Essentieel foerageergebied Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen niet af. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; • Essentiële Vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op (essentiële) vliegroutes1 van vleermuizen. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteiten aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet.

Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Amfibieën Door de ingebruikneming van het erf en bos als plek om te sporten worden geen amfibieën gedood en worden geen voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen beschadigd of vernield. Mogelijk neemt de kwaliteit van het foerageergebied van sommige amfibieënsoorten iets af. De meeste grondgebonden zoogdiersoorten zijn nachtactief, hierdoor wordt het foerageergebied van beschermde grondgebonden zoogdieren niet veel aangetast. Daarnaast is het foerageergebied van de in het plangebied voorkomende soorten niet beschermd en leidt afname van de kwaliteit van deze soorten niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: -

Geen;

Dag- en nachtvlinders Door de ingebruikneming van het erf en bos als plek om te sporten worden geen waardplanten van beschermde vlinders beschadigd of vernield.

1

Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute. 31

Voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: -

Geen;

Rode-lijstsoorten Het plangebied is gecontroleerd op de aanwezigheid van Rode-lijstsoorten. Verschillende Rodelijstsoorten zoals grauwe vliegenvanger, grote lijster en spotvogel kunnen incidenteel in het plangebied foerageren en er mogelijk een nestplaats bezetten. Door de voorgenomen activiteiten worden er geen grauwe vliegenvangers, grote lijsters en spotvogels gedood en neemt de geschiktheid van het plangebied als foerageergebied voor deze soorten niet af. Er worden geen overige Rode-lijstsoorten in het plangebied verwacht zoals planten, paddenstoelen en korstmossen. Deze zijn namelijk (grotendeels) gebonden aan plekken met specifieke standplaatsfactoren zoals Natura 2000-gebied. Alle Rode-lijstplanten, -paddenstoelen en -korstmossen stellen kritische eisen aan de standplaats/substraat (vochtgehalte, zuurgraad en voedselrijkdom) en eventueel bijbehorend beheer. Dergelijke standplaatsen zijn niet aanwezig op voedselrijke plekken waar beheer ontbreekt of niet gericht is op verschraling. Wettelijke consequenties in het kader van de Omgevingswet: - Geen; Overige soorten Het plangebied behoort niet tot functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten.

Nader onderzoek of het aanvragen van een Omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit niet noodzakelijk.

32

In onderstaande tabel worden de wettelijke consequenties samengevat weergegeven. Soortgroep

Functie

Beschermde soorten planlocatie

Verbodsbepalingen

Aandachtspunt

Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Grondgebonden zoogdieren Vogels

Foerageergebied

Diverse soorten

Geen

Rust- en voortplantingsplaats Doden van dieren

Niet aanwezig

Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing

Niet van toepassing Diverse soorten

Niet van toepassing

Geen

Art 11.37 lid 1b Bal

Vogels

Diverse soorten

Art 11.37 lid 1b Bal

Buizerd

Art 11.37 lid 1b Bal

Vogels Vleermuizen Vleermuizen

Bezette nesten (niet jaarrond beschermd) Jaarrond beschermde nest- en rustplaats Doden van dieren Verblijfplaats Foerageergebied

Diverse soorten Niet aanwezig Diverse soorten

Vleermuizen Vleermuizen

Vliegroute Doden van dieren

Amfibieën

Foerageergebied

Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten

Art 11.37 lid 1a Bal Niet van toepassing Niet van toepassing; er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing

Nader onderzoek uitvoeren Geen bezette nesten negatief beïnvloeden Nader onderzoek uitvoeren Geen vogels doden Geen Geen

Amfibieën Amfibieën Amfibieën

Rustplaats Voortplantingsplaats Doden van dieren

Vlinders

Foerageergebied

Vlinders Vlinders

Verblijfplaats Doden van dieren

Overige soorten

Dieren en overige functies

Vogels

Soortgroep

Foerageergebied

Rustplaats Voortplantingsplaats

Niet aanwezig Niet aanwezig Niet van toepassing Diverse soorten Niet aanwezig Niet van toepassing Niet aanwezig

Vliegroute (vleermuizen)

Grondgebonden zoogdieren Vogels Vleermuizen

Nee

Nee

n.v.t.

Essentieel foerageergebied Nee

Ja Nee

Ja Nee

n.v.t. Nee

Amfibieën

Nee

Nee

Vlinders

Nee

Nee

Geen

Geen Geen

Niet van toepassing; vrijstelling i.v.m. ruimtelijke ontwikkeling Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing

Geen

Niet van toepassing; functie wordt niet aangetast Niet van toepassing Niet van toepassing

Geen

Niet van toepassing

Geen

Geen Geen Geen

Geen Geen

Wettelijke Nader onderzoek vereist Omgevingsvergunning consequenties vereist Nee

Nee

Nee

Nee Nee

Ja Nee

Ja Nee

Mogelijk Nee

n.v.t.

Nee

Nee

Nee

Nee

n.v.t.

Nee

Nee

Nee

Nee

6.5 Historische gegevens en overige bronnen Er zijn geen historische gegevens van het plangebied bekend. 6.6 Volledigheid van het onderzoek Het onderzoek is volledig uitgevoerd met geschikte weersomstandigheden.

33

HOOFDSTUK 7

CONCLUSIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Gelderland een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode.2 In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebied.

Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan de provinciale beleidsregels ten aanzien van de bescherming van het GNN (geen externe werking). Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en Natura 2000-gebied, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Overige negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring, kunnen ook worden uitgesloten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied maar mogelijk nestelen er vogels en bezetten grondgebonden zoogdieren en amfibieën er een voortplantingsplaats en/of rustplaats. Het plangebied wordt door vleermuizen en vlinders uitsluitend benut als foerageergebied. In het bos waar de sporttoestellen geplaatst zijn is een buizerdnest aangetroffen. Door de ingebruikneming van het erf en bos als plek om te sporten tijdens de voortplantingsperiode van vogels wordt mogelijk een bezet buizerdnest verstoord, beschadigd of vernield.

Om te achterhalen of dit nest bezet is moet er nader onderzoek uitgevoerd worden naar de functie van het bos aan de zuidkant van het plangebied voor de soort buizerd. Er bestaat daarnaast een kleine kans dat vogels vlak naast de sporttoestellen een nestplaats gaan bezetten. Door de ingebruikname van de sporttoestellen tijdens de voortplantingsperiode van vogels worden mogelijk vogelnesten in de omgeving van de sporttoestellen verstoord. Wanneer de verstoring van deze vogels zonder jaarrond beschermd nest tijdelijk van aard is, leidt dit niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer om ervoor te zorgen dat vogelnesten die in de directe omgeving van de sporttoestellen nestelen niet dusdanig verstoord worden dat er vogels gedood worden en nestplaatsen verloren gaan. Door de ingebruikneming van het erf en bos als plek om te sporten worden geen grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en worden geen voortplantingsplaatsen en/of rustplaatsen beschadigd of vernield. Mogelijk neemt de kwaliteit van het foerageergebied van sommige grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten iets af. De meeste grondgebonden zoogdieren en amfibieën zijn nachtactief, hierdoor wordt het foerageergebied van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën niet veel aangetast.

Daarnaast is het foerageergebied van de in het plangebied voorkomende soorten niet beschermd en leidt afname van de kwaliteit van deze soorten niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet. 2 Voor dit type activiteit is geen toepasbare gedragscode beschikbaar.

34

Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Omgevingswet Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen:

35

Bijlage 2 Toelichting Omgevingswet flora- en fauna-activiteit Drie beschermingsregimes De Omgevingswet kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of Omgevingsvergunning. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een Omgevingsvergunning moet aan drie criteria zijn voldaan: -

-

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Omgevingswet sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. In het Besluit activiteit leefomgeving is het als volgt verwoord: Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat: a.

voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1°.van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2°.van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3°.dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vierde lid, onder a, onder 4°, van de wet; en 4°.voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; 36

d. alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen. Vrijstelling regelgeving Onder de Omgevingswet is niet altijd een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. Ook zijn voor beschermde soorten andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.

Welke soorten zijn beschermd? De Omgevingswet kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ (Nationaal beschermde soorten) waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Art. 11.37 Bal Art. 11.37 lid 1a. Het is verboden opzettelijk in het wild levende vogels te doden en vangen.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Art. 11.46. Bal art. 11.46 lid 1a. Het verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Beschermingsregime andere soorten. Art. 11.54 Bal Art. 11.54 lid 1a. Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk nesten en eieren te vernielen en te beschadigen

Art. 11.46 lid 1d. Het is verboden de Art. 11.54 lid 1b. Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

art. 11.37 lid 1b. Het is verboden opzettelijk eieren te rapen of bij zich te hebben

art. 11.46 lid 1 Bal. Het is verboden eieren niet van toepassing van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art. 11.37 lid d. Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art. 11.46 lid 1b. Het is verboden dieren niet van toepassing opzettelijk te verstoren.

niet van toepassing

Art. 11.46 lid e. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art. 11.54 lid c. Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Verbodsbepalingen omgevingswet

37

Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden is het toegestaan om van de onderstaande soorten de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is in sommige provincies eveneens toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

38

39

Legenda ‘Overzicht algemene vrijstelling soorten per provincie’.

40

Bijlage 3. Fotobijlage

41

42

43

44

45

Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/

46

Bijlage 5. Jaarrond beschermde nesten Gelderland

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5049/documents/33372