CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Archeologisch onderzoek.pdf

Raadsvergadering 26 maart 2026, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Omgevingsplan Kom Silvolde, IKC Pastoor Bluemersplein 5, Silvolde14.261 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein Silvolde, Gemeente Oude IJsselstreek

5

te

Opdrachtgever Bureau Ontwerp & Omgeving Dhr. M. Kruip Velperweg 157 6824 MB Arnhem tel. 06 - 82972008 m.kruip@ontwerpenomgeving.nl Projectnummer 245066 Kenmerk RB/PBS/HAMA/245066

Eindredactie/kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

Paraaf

Datum

07-03-2024

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Colofon Opdrachtgever

Buro Ontwerp & Omgeving

Project

Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde

Projectnummer

245066

Titel

Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde, Gemeente Oude IJsselstreek

Datum en versie

07-03-2025, versie 2.1 (bureauonderzoek: definitief, veldonderzoek: concept)

Auteurs

R. Barth MA en drs. E.E.A. van der Kuijl

Kwaliteitscontrole

Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA prospector / senior KNA archeoloog)

Afbeelding voorzijde:

Recente Luchtfoto van het plangebied (pdok.nl)

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem t. 06-51873933

2 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Inhoud Samenvatting................................................................................................................................... 5 1.

2.

3

4

Inleiding.................................................................................................................................... 8 1.1

Inleiding en onderzoekskader ............................................................................................ 8

1.2

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek................................................................ 9

1.3

Werkwijze........................................................................................................................... 9

1.4

Beleidskaders .................................................................................................................. 10

1.5

Administratieve gegevens ................................................................................................ 13

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel .............................................................................. 14 2.1

Landschapsgenese .......................................................................................................... 14

2.2

Historische ontwikkeling van het plangebied ................................................................... 21

2.3

Archeologische waarden.................................................................................................. 27

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel................................................................................... 32

Booronderzoek....................................................................................................................... 34 3.1

Methode ........................................................................................................................... 34

3.2

Resultaten ........................................................................................................................ 34

Conclusie en aanbeveling ...................................................................................................... 37 4.1

Conclusie ......................................................................................................................... 37

4.2

Selectieadvies op basis van het bureauonderzoek.......................................................... 37

4.3

Beoordeling bureauonderzoek ......................................................................................... 38

4.4

Selectieadvies op basis van het booronderzoek.............................................................. 38

4.5

Voorbehoud ..................................................................................................................... 39

Bronnen ......................................................................................................................................... 40 Gebruikte literatuur .................................................................................................................... 40 Geraadpleegde websites ........................................................................................................... 42

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

3 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Selectiebesluit Het conceptrapport van het bureauonderzoek en het selectieadvies zijn namens gemeente Oude IJsselstreek op 11 december 2024 getoetst door dhr. M. Hattinga-Verschure van de ODA.1 Er zijn geen opmerkingen, maar het selectieadvies van Hamaland Advies wordt slechts gedeeltelijk overgenomen. “Voorafgaand aan bodemingrepen buiten het bestaande bouwvlak dient een gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek (IVO-O) te worden uitgevoerd, conform KNA-protocol 4003. De ondergrondse sloop van de huidige bebouwing en verdere graafwerkzaamheden binnen het bestaande bouwvlak dienen archeologisch begeleid te worden, conform KNA-protocol 4004, tenzij uit het booronderzoek al eerder is aangetoond dat de archeologische trefkans gering blijkt te zijn. Voorafgaand aan de archeologische begeleiding dient er een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Deze dient te worden voorgelegd en goedgekeurd door het bevoegd gezag, voordat met sloop- of grondwerkzaamheden begonnen kan worden.”

1 Zaaknummer: 2024EA1688

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

4 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de herontwikkeling van Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde. Het plangebied heeft een omvang van ca. 12.550 m 2. De beoogde ingreep in het plangebied bestaat uit de sloop van de huidige basisschool De Plakkenberg en de realisatie van een nieuw schoolgebouw. Omdat de herontwikkeling nog in de ontwerpfase is, zijn de exacte omvang en verstoringsdiepte van de beoogde bodemingrepen nog niet bekend. Op de archeologische maatregelenkaart2 van gemeente Oude IJsselstreek ligt het plangebied grotendeels binnen de zone “Hoge archeologische verwachting” (categorie 4). Het noordoosten van het plangebied ligt binnen de zone “Dorpskern 1850 (Categorie 3)”. Bij een ligging van het plangebied in verschillende beleidszones is de meest strenge zonering leidend voor het bepalen van onderzoeksplicht. Het beleid binnen de zone Categorie 3 is dat archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een omvang groter dan 100 m 2 waarbij bodemingrepen tot dieper dan 30 cm-mv plaats zullen vinden. Omdat de beoogde ingrepen waarschijnlijk de gemeentelijke vrijstellingsgrenzen zullen overschrijden, is door Hamaland Advies een bureauonderzoek en bouwdossieronderzoek conform de BRL SIKB 4002 uitgevoerd.

Het conceptrapport en selectieadvies zullen getoetst worden door het bevoegd gezag, de gemeente Oude IJsselstreek en haar archeologisch adviseur van de Omgevingsdienst Achterhoek (dhr. M. Hattinga-Verschure).

Conclusie bureauonderzoek Geomorfologisch gezien is het plangebied gelegen op een relatief hoge terrasrest-rug die wordt afgedekt door een rivierduin, waarop ook de historische kern van Silvolde is ontstaan. Van oudsher vormen de relatief hoge, droge delen van het landschap in de nabijheid van (stromend) water, zoals rivierduinen langs de Oude IJssel, gunstige vestigingslocaties voor zowel jagers-verzamelaars vanaf het Laat-Paleolithicum als voor landbouwsamenlevingen vanaf het Neolithicum. Archeologische gegevens uit Archis3, zoals de vuursteen- en aardewerkvondsten en het urnenveld die ca. 500 m ten zuiden van het plangebied zijn gevonden (vondstmeldingen 2725661100, 2798238100, 2798246100, 2819135100, 2819176100, 3078376100, 3078392100, 3183221100 en 3181691100), tonen aan dat rivierduinen ter hoogte van Silvolde al sinds minstens het Mesolithicum bewoond werden. Op basis van de bodemkaart is ter hoogte van het plangebied naar verwachting bovenop de rivierduinafzettingen een hoge bruine enkeerdgrond gevormd als gevolg van plaggenbemesting vanaf de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Door de aanwezigheid van een meer dan 50 cm dikke afdekkende eerdlaag kunnen eventuele oudere resten uit het LaatPaleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen in de top van het rivierduinzand goed geconserveerd zijn gebleven.

Uit het historisch cartografisch onderzoek is gebleken dat begin 19 e eeuw in het noorden van het plangebied een boerderijerf ligt. In het plangebied kunnen ook resten aanwezig zijn van eventuele (laatmiddeleeuwse) voorgangers van dit erf en van eventuele andere oude boerderijerven op de (flanken van de) rivierduin. Verder stond in het zuidoosten van het plangebied De Sillevoldsche graanmolen, een grondzeiler die in 1812 is gebouwd en in gebruik is geweest tot de sloop in 1927. Van de graanmolen zijn volgens de molendatabase geen voorgangers bekend.3 De molen wordt op kaarten vanaf 1936 niet meer weergegeven en het boerderijerf in het noorden van het plangebied wordt vanaf 1955 niet meer afgebeeld. Het plangebied blijft vervolgens op de topografische kaarten tot en met 1975 grotendeels onbebouwd, met uitzondering van enkele gebouwen in het zuidoosten en tegen de westelijke grens van het plangebied. De huidige bebouwing van basisschool De Plakkenberg heeft volgens de BAG 4 een bouwjaar van 1980 en wordt weergegeven op kaarten vanaf 1987.

2 Brugman et al. 2014, kaartbijlage 15. 3 https://www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-03121-a. 4 https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/?zoomlevel=1

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

5 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Selectieadvies Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft voor alle perioden. Specifiek kunnen in het plangebied resten aanwezig zijn van een 19 eeeuwse erflocatie in het noorden van het plangebied en eventuele (laatmiddeleeuwse) voorgangers en resten gerelateerd aan de Sillevoldsche graanmolen uit 1812 – 1927 in het zuidoosten van het plangebied. Eventuele oudere resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen kunnen aangetroffen worden in de top van de rivierduinafzettingen en worden naar verwachting afgedekt door een meer dan 50 cm dik conserverende eerdlaag. Op basis van het uitgevoerde bouwdossieronderzoek reiken de bodemverstoringen van de huidige bebouwing van basisschool De Plakkenberg vlakdekkend tot minimaal 80 cm-mv en maximaal 100 cm-mv. Buiten de bebouwing van de school is in het plangebied mogelijk nog sprake van een meer dan 50 cm dikke eerdlaag die gevormd is als gevolg van plaggenbemesting vanaf de Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd. Door de aanwezigheid van de dikke eerdlaag kunnen eventuele archeologische resten in de daaronder liggende rivierduinafzettingen uit de periode LaatPaleolithicum – Vroege Middeleeuwen mogelijk goed geconserveerd zijn gebleven.

Omdat de beoogde herontwikkeling nog in de ontwerpfase is, zijn de exacte locatie, omvang en verstoringsdiepte van de beoogde nieuwbouw nog niet bekend. Indien de nieuwbouw volledig binnen het bouwvlak van de huidige bebouwing komt te liggen én de bodem niet dieper wordt verstoord dan de bodemverstoringen van de huidige bebouwing, dan is de kans dat bij de beoogde nieuwbouw archeologische resten verstoord worden laag en wordt vervolgonderzoek niet noodzakelijk geacht. Indien de beoogde nieuwbouw deels buiten het bestaande bouwvlak komt te liggen en/of de bodemingrepen dieper reiken dan de bestaande bodemverstoringen van de huidige bebouwing, of als in de toekomst bodemingrepen buiten het bestaande bouwvlak voorzien zijn, dan is archeologisch vervolgonderzoek wel noodzakelijk. In dat geval adviseert Hamaland Advies om een verkennend booronderzoek uit te voeren om de aard en mate van intactheid van het bodemprofiel te toetsen. Voorafgaand aan het verkennend booronderzoek dient conform BRL SIKB protocol 4003 een Plan van Aanpak (PvA) te worden opgesteld. Beoordeling bureauonderzoek Het conceptrapport van het bureauonderzoek en het selectieadvies zijn namens gemeente Oude IJsselstreek op 11 december 2024 getoetst door dhr. M. Hattinga-Verschure van de ODA.5 Er zijn geen opmerkingen, maar het selectieadvies van Hamaland Advies wordt slechts gedeeltelijk overgenomen.

“Voorafgaand aan bodemingrepen buiten het bestaande bouwvlak dient een gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek (IVO-O) te worden uitgevoerd, conform KNA-protocol 4003. De ondergrondse sloop van de huidige bebouwing en verdere graafwerkzaamheden binnen het bestaande bouwvlak dienen archeologisch begeleid te worden, conform KNA-protocol 4004, tenzij uit het booronderzoek al eerder is aangetoond dat de archeologische trefkans gering blijkt te zijn. Voorafgaand aan de archeologische begeleiding dient er een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld. Deze dient te worden voorgelegd en goedgekeurd door het bevoegd gezag, voordat met sloop- of grondwerkzaamheden begonnen kan worden.” Conclusie booronderzoek Onder de oppervlakteverharding (klinkers, straatstenen, grind) is sprake van meerdere subrecente sterk gevlekte ophogingslagen van grijs, bruin en geel gevlekt zand waarin o.a. modern baksteenpuin, betonpuin, plastic en stukken tapijt met lijmresten (boring 18) aangetroffen zijn. Uitsluitend in boring 12, 13 en boring 17 is onder de subrecente ophogingslagen nog een restant aangetroffen van het oorspronkelijke lichtbruine homogene plaggendek van matig fijn iets siltig zand op dieptes van respectievelijk 50-95 cm-mv, 45-70 cm-mv en 70-80 cm-mv.

De basis van het bodemprofiel bestaat in alle boringen uit geel of grijs matig fijn iets siltig zand (230-250 µm) en is 5 Zaaknummer: 2024EA1688

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

6 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

geïnterpreteerd als rivierduinafzettingen van het Laagpakket van Delwijnen uit de Formatie van Boxtel. Als gevolg van eerdere graafwerkzaamheden is de top van de C-horizont op sterk wisselende dieptes aangetroffen, variërend van 40 cm-mv in boring 6 tot 230 cm-mv in boring 15. Selectieadvies op basis van het booronderzoek Vanwege het vrijwel ontbreken van intacte bodems in het plangebied als gevolg van subrecente bodemingrepen (de bouw van de school en de inrichting van het schoolterrein) adviseren wij om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. De kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige vindplaatsen verloren gaan is nihil.

Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder geldt er voor toevalsvondsten conform artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet een meldplicht. Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar namens de gemeente Oude IJsselstreek en haar adviseur (Regioarcheologen van de ODA) hierover direct te informeren.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

7 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

1.

Inleiding

1.1

Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor de herontwikkeling van Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde (zie Afbeelding 1 en Bijlage 1). Het plangebied heeft een omvang van ca. 12.550 m2. De beoogde ingreep in het plangebied bestaat uit de sloop van de huidige basisschool De Plakkenberg en de realisatie van een nieuw schoolgebouw. Omdat de herontwikkeling nog in de ontwerpfase is, zijn de exacte omvang en verstoringsdiepte van de beoogde bodemingrepen nog niet bekend.

Afbeelding 1: Topografische kaart met het plangebied in het rode (Pdok).

Op de archeologische maatregelenkaart6 van gemeente Oude IJsselstreek ligt het plangebied grotendeels binnen de zone “Hoge archeologische verwachting” (categorie 4). Het noordoosten van het plangebied ligt binnen de zone “Dorpskern 1850 (Categorie 3)”. Bij een ligging van het plangebied in verschillende beleidszones is de meest strenge zonering leidend voor het bepalen van onderzoeksplicht. Het beleid binnen de zone Categorie 3 is dat archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een omvang groter dan 100 m2 waarbij bodemingrepen tot dieper dan 30 cm-mv plaats zullen vinden. Omdat de beoogde ingrepen waarschijnlijk de gemeentelijke vrijstellingsgrenzen zullen overschrijden, is door Hamaland Advies een bureauonderzoek en bouwdossieronderzoek conform de BRL SIKB 4002 uitgevoerd. Het conceptrapport en selectieadvies zullen getoetst worden door het bevoegd gezag, de gemeente Oude IJsselstreek en haar archeologisch adviseur van de Omgevingsdienst Achterhoek (dhr. M. Hattinga-Verschure).

6 Brugman et al. 2014, kaartbijlage 15.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

8 van 62

Project Kenmerk

1.2

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. Om deze doelstelling te realiseren, zijn onderzoeksrichtlijnen opgesteld7 Het bureauonderzoek moet voldoen aan de vigerende KNA-versie. Daarbij moeten onderstaande punten uitgebreid beschreven worden: 1.

Beschrijving van de administratieve gegevens conform de KNA, inclusief minimaal één kaart van het onderzoeksgebied met RD-coördinaten. 2. Beschrijving van de geologie en de geomorfologie van het onderzoeksgebied. 3. Beschrijving van de te verwachten natuurlijke en de antropogene bodemhorizonten en de mogelijke verstoring van de bodem. 4. Beschrijving van het historisch grondgebruik en eventuele bebouwing van de onderzoekslocatie op basis van historische kaarten en archief en/of literatuuronderzoek. 5. Beschrijving van de bekende archeologische gegevens van de onderzoekslocatie en de omgeving (archeologische monumenten, vindplaatsen, archeologische onderzoeken met onderzoeksresultaten). 6. Beschrijving van de aard, de datering, de omvang en de verwachte fysieke kwaliteit van de mogelijk aanwezige archeologische resten. 7. Beschrijving van de verwachte vondstverspreiding en de vondst- en spoorniveaus. 8. Uitgebreide onderbouwing van de gespecificeerde archeologische verwachting. 9. Gemotiveerde beschrijving van de meest geschikte KNA-onderzoeksmethode voor het opsporen van de verwachtte sporen en vondsten (indien verder onderzoek nodig is). 10. Opstellen van locatie-specifieke onderzoeksvragen voor het vervolgonderzoek (indien van toepassing).

1.3

Werkwijze Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 4.2) en bestaat uit de volgende onderdelen: • • • • • •

Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA LS01) beschrijving van het huidig gebruik (KNA LS02); beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LS03); beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LS04); het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LS05); het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06).

Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • • • •

Archis3, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland; geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; provinciale kaarten Gelderland;8 archeologische beleidskaart gemeente Oude IJsselstreek en bijbehorend rapport; 9

7 Format archeologisch bureau- en booronderzoek Omgevingsdienst Regio Achterhoek (2019). 8 https://www.gelderland.nl/kaarten-en-cijfers 9 Brugman et al. 2014.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

9 van 62

Project Kenmerk

• • •

1.4

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

cultuurhistorische waardenkaart gemeente Oude IJsselstreek en bijbehorend rapport; 10 Bouwdossiers van de huidige bebouwing; archeologische rapporten en publicaties.

Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaalt'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.

Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegt waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Een gedeelte van de Monumentenwet 1988 is in 2016 opgegaan in de Erfgoedwet.

De Erfgoedwet harmoniseert bestaande wet- en regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Een ander deel is opgaan in de Omgevingswet, welke op 1 januari 2024 in werking is getreden. De vuistregel voor de verdeling tussen de Erfgoedwet en de Omgevingswet is dat roerend cultureel erfgoed en de aanwijzing van rijksmonumenten in de Erfgoedwet staan, terwijl de aanwijzing van ruimtelijk cultureel erfgoed (stads- en dorpsgezichten en cultuurlandschappen) en de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet staan. De Erfgoedwet en Omgevingswet maken zo samen een integrale bescherming van het cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Oude IJsselstreek beschikt nog niet over een definitief omgevingsplan zoals voorzien in de Omgevingswet. Tot die tijd worden alle bestemmingsplannen samengebracht in een tijdelijk omgevingsplan, een zogenaamd ‘omgevingsplan-van-rechtswege’.11 Het omgevingsplan is gebaseerd op de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart. Omdat het vigerende omgevingsplan ‘Bestemmingsplan Kom Silvolde” (vastgesteld 2008)12 dateert uit de periode vóór de archeologiebeleid van gemeente Oude IJsselstreek uit 2014 zijn voor het plangebied geen 10

Brugman en Van Heeringen 2014. Informatiepunt Leefomgeving 2024. 12 NL.IMRO.15090000BPVIG244-, via https://omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart/. 11

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

10 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

regels met betrekking tot archeologie opgenomen. Voor het bepalen van archeologisch onderzoeksplicht wordt daarom uitgegaan van de meer recente maatregelenkaart van het gemeentelijke archeologiebeleid uit 2014 (zie paragraaf Gemeentelijk beleid hieronder). Om de koppeling met de ruimtelijke ordening te maken, worden de verwachtingen van archeologische beleidskaarten (al dan niet aangevuld of gewijzigd door recenter archeologisch onderzoek) juridisch planologisch ingebed, zowel op provinciaal niveau in projectbesluiten, alsook op gemeentelijk niveau in omgevingsplannen. Met het inwerking treden van de Omgevingswet verkreeg iedere gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege, dat bestaat uit een tijdelijk en een nieuw deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit (ruimtelijke) regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen en rijksregels over activiteiten (aangeduid als de bruidsschat). Het nieuwe deel van het omgevingsplan is eerst nog leeg, met uitzondering van eventuele voorbereidingsbesluiten op basis van het overgangsrecht. De regels in het nieuwe deel komen deels tot stand door bestaande regels uit het tijdelijk deel om te zetten naar het nieuwe deel. Daarnaast neemt de gemeente in het nieuwe deel nieuwe regels op voor ruimtelijke ontwikkelingen en beleid.

Het wijzigingen/vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan kan ook thematisch gebeuren. Deze overgangsfase duurt tot eind 2031. 13

Provinciaal Beleid Sinds 2019 neemt de provincie Gelderland deel aan het Programma Erfgoed Deal dat tot doel heeft de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken teneinde een waardevolle leefomgeving te creëren en behouden. Dit zal worden gerealiseerd door het behoud en gebruik van (o.a. archeologisch) erfgoed te integreren in de grote ruimtelijke transitieopgaven klimaatadaptatie, energietransitie en duurzaamheid, alsmede stedelijke groei en krimp. Als ondersteunende lijn bevat dit programma tevens het onderwerp ‘Erfgoed als basis voor omgevingsvisies’.14 Het uitvoeringsprogramma wordt halfjaarlijks vastgesteld na selectie van relevante ingediende projecten.15 Het Programma is recentelijk verlengd tot en met 2025, waarbij het Rijk uit de middelen van het onderzoeksplatform archeologie jaarlijks € 500.000 extra beschikbaar stelt specifiek bestemd voor projecten op het terrein van archeologie en ruimtelijke transities.16 De archeoregio laat zich op het regionale niveau van Oost-Gelderland onderverdelen in vijf subgebieden op basis van de geomorfologische gesteldheid:17 • het plateau van Winterswijk (subregio 1) • het stuwwallandschap van Montferland (subregio 2) • het vlakke midden, het centrale dekzandlandschap (subregio 3) • het stuwwal- en dekzandlandschap van het stroomgebied van de Berkel (subregio 4) • het rivierenlandschap van de Oer-Rijn,

de Oude IJssel en IJssel (subregio 5) Het archeologisch beleidskader deelt Gelderland op in drie soorten archeologische gebieden: • A-gebieden: de Gelderse parels; • B-gebieden: de archeologische ruwe diamanten en • C-gebieden: de rest van Gelderland. In de A-gebieden stuurt de provincie via onderhandeling en indien mogelijk via samenwerking, actief op bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek. In de B-gebieden laat de provincie de verantwoordelijkheid voor bescherming, behoud door ontwikkeling en verantwoord onderzoek in principe over aan de gemeente. De provincie neemt daarbij een stimulerende, faciliterende en adviserende rol in. In de C-gebieden ligt de verantwoordelijkheid voor de archeologie volledig bij de gemeente. Het huidige plangebied ligt in een C-gebied.

13

Iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsplan/omgevingsplan-rechtswege. 14 Ministerie van OCW (ed.) s.a. (ca. 2019) a-c. 15 Zie voor het lopende uitvoeringsprogramma Stuurgroep Erfgoed Deal (ed.) 2022; 2023. 16 Nieuwsbericht, geraadpleegd via erfgoeddeal.nl/actueel/nieuws/2022/11/10/erfgoed-deal-verlengd-tot-einde2025. Evaluatie lopend programma: Briene et al. 2023. 17 Bruning 2012, hoofdstuk 5 Oost-Gelderland.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

11 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Gemeentelijk beleid Gemeente Oude IJsselstreek beschikt over een eigen archeologiebeleid. Er is een vastgestelde archeologische beleidsadvieskaart uit 201418 die gebruikt is als toetsingskader voor de archeologische verwachting. De gegevens van de kaarten van dit rapport zijn mede gebruikt in deze rapportage. Op de archeologische maatregelenkaart19 van gemeente Oude IJsselstreek (zie Afbeelding 2) ligt het plangebied grotendeels binnen de zone “Hoge archeologische verwachting” (Categorie 4). Het noordoosten van het plangebied ligt binnen de zone “Dorpskern 1850 (Categorie 3)”. Bij een ligging van het plangebied in verschillende beleidszones is de meest strenge zonering leidend voor het bepalen van onderzoeksplicht. Het beleid binnen de zone Categorie 3 is dat archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een omvang groter dan 100 m 2 waarbij bodemingrepen tot dieper dan 30 cm-mv plaats zullen vinden.

Afbeelding 2: Archeologische Maatregelenkaart Gemeente Oude IJsselstreek met het plangebied in het rode kader (Brugman et al. 2014, kaartbijlage 14).

18 Brugman et al. 2014. 19 Brugman et al. 2014, bijlage 15.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

12 van 62

Project Kenmerk

1.5

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever Uitvoerder Beheer en plaats documentatie Bevoegd gezag Toetser namens bevoegd gezag Provincie, Gemeente, Plaats Toponiem, Adres RD-coördinaten plangebied

Buro Ontwerp & Omgeving Hamaland Advies Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem Gemeente Oude IJsselstreek Regioarcheologen van de ODA Gelderland, Oude IJsselstreek, Silvolde Pastoor Bluemersplein 5 X,Y 223.520 / 436.106 NW 223.632 / 436.164 NO 223.666 / 436.049 ZO 223.574 / 435.990 ZW Centrum 223.590 / 436.070

Hoogte plangebied20 CMA/AMK Status en nr. Archis3-monumentnummer Archis3-waarnemingsnummer Archis3 Onderzoekmeldingsnummer Oppervlakte plangebied Huidig grondgebruik Toekomstig grondgebruik Bodemtype (extrapolatie) 21

ca. 17,09 tot ca. 20,15 m+NAP N.v.t N.v.t N.v.t 5656177100

Grondwatertrap (extrapolatie) 22

Geomorfologie

Geologie25 Periode

Ca.12.550 m2 Basisschool De Plakkenberg Nieuwbouw schoolgebouw bEZ23 Hoge bruine enkeerdgronden; lemig fijn zand VIo GHG 40-80 cm-mv, GLG 120-180 cm-mv VId GHG 40-80 cm-mv, GLG >180 cm-mv VIId GHG 80-140 cm-mv, GLG >180 cm-mv VIIId GHG >140 cm-mv, GLG >180 cm-mv BRO Geomorfologie23 (extrapolatie): 3B53yc/4B53yc Dekzandrug, al dan niet bedekt met oudbouwlanddek Landschappenkaart Oude IJsselstreek:24 • Rivierduinen BX3 Rivierduinafzettingen (Fm. van Delwijnen) Laat Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd

Boxtel,

Lp.

van

20 AHN4 DTM, via https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ 21 BRO Bodemkaart 2023-01, via https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart 22 BRO Grondwaterspiegeldiepte 2023-02, via https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart 23 BRO Geomorfologie 2023-01, via https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart 24 Brugman et al. 2014, kaartbijlage 13. 25 Geologische kaart 2021, via https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

13 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

2.

Bureauonderzoek en verwachtingsmodel

2.1

Landschapsgenese Geologie Het plangebied bevindt zich in het Overijssels-Gelders zandgebied.26 De historisch kern van Silvolde is gelegen op een rivierduin langs de Oude IJssel. Op de geologische kaart van Nederland27 (niet afgebeeld) bestaat de ondergrond ter hoogte van het plangebied uit rivierduinzand uit het Laagpakket van Delwijnen van de Formatie van Boxtel (BX3). Op de Zandbanen- en zanddieptekaart van de provincie Gelderland28 (zie Afbeelding 3) wordt de top van het pleistocene zand binnen het plangebied verwacht op een diepte tussen 0 en 1,0 m-mv (zanddiepte code 20). Ook wordt in het plangebied een deklaag van eolisch zand verwacht met een dikte van meer dan 2,0 m (deklaagcode 302). Op de stroomgordelkaart29 (niet afgebeeld) is het plangebied niet gelegen binnen een stroomgordel.

Afbeelding 3: Zandbanen- en zanddieptekaart provincie Gelderland met het plangebied in het rode kader (https://www.gelderland.nl/kaarten-en-cijfers).

Geomorfologie en bodem Op de geomorfologische kaart van Nederland is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde kom van Silvolde (zie Afbeelding 4). Extrapolatie van gegevens uit de omgeving toont aan dat de kern van Silvolde gelegen is op een dekzandrug al dan niet bedekt met een oudbouwlanddek (3B53yc/4B53yc), die in het zuidwesten en noordoosten begrensd wordt door restgeulen van de Oude IJssel (22R43). De dekzandruggen op de geomorfologische kaart in de 26 Archeoregio, https://noaa.cultureelerfgoed.nl/search 27 Geologische kaart van Nederland. 28https://geoportaal.gelderland.nl/portaal/apps/webappviewer/index.html?id=ba564b5e9a864515a115a725e4ba053 a 29 van Cohen et al. (2012).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

14 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

omgeving van Silvolde betreffen waarschijnlijk het rivierduin waarop Silvolde is ontstaan. Op de Landschappenkaart van gemeente Silvolde (zie Afbeelding 5) zijn ter hoogte van het plangebied rivierduinen gekarteerd. Het plangebied is op de bodemkaart30 eveneens niet gekarteerd vanwege de ligging in de bebouwde kom (zie Afbeelding 6). In de omgeving zijn ter hoogte van de rivierduin/dekzandruggen hoofdzakelijk hoge bruine enkeerdgronden in lemig fijn zand (bEZ23) gekarteerd. Het is daarom aannemelijk dat dit bodemtype ook binnen het plangebied voor komt. Ten zuidwesten van het plangebied zijn ter hoogte van de restgeul poldervaaggronden in zware zavel (KRn2) gekarteerd, deze worden in het plangebied niet verwacht aangezien het plangebied niet op - of direct langs de restgeul gelegen is.

Afbeelding 4: Geomorfologische kaart met het plangebied in het rode kader (DINOloket).

30 BRO Bodemkaart 2023-01,via https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

15 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Afbeelding 5: Landschappenkaart gemeente Oude IJsselstreek met het plangebied in het rode kader (Brugman et al. 2014, kaartbijlage 13).

Afbeelding 6: Bodemkaart met het plangebied in het rode kader (DINOloket).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

16 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Grondwaterstand De grondwatertrap31 is niet gekarteerd voor het plangebied omdat het binnen de bebouwde kom ligt. In de omgeving zijn de volgende grondwatertrappen gekarteerd, die mogelijk ook in het plangebied voor komen: Grondwatertrap VIo VId VIId VIIId

Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG, winter) 40-80 cm-mv 40-80 cm-mv 80-140 cm-mv >140 cm-mv

Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG, zomer) 120-180 cm-mv >180 cm-mv >180 cm-mv >180 cm-mv

Vanwege de relatief hoge ligging van het plangebied op een rivierduin is een grondwatertrap met diepere grondwaterstanden zoals VIId of VIIId waarschijnlijker.

Hoogte Op het Actueel Hoogtebestand Nederland32 (zie Afbeelding 7) is duidelijk te zien dat het plangebied gelegen is op het rivierduin waarop ook de historische kern van Silvolde is ontstaan. Het maaiveld in het plangebied loopt op van ca.17,09 m+NAP in het noordoosten van het plangebied naar ca. 18,30 m+NAP in het midden en westen en naar ca. 20,15 m+NAP in het zuiden.

Afbeelding 7: Actueel Hoogtebestand Nederland met het plangebied in het blauwe kader (AHN4 DTM shaded relief).

31 BRO Grondwaterspiegeldiepte 2023-02,via https://www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen/kaart 32 https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

17 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Milieu- en geotechnische gegevens In de omgevingsrapportage33 (zie Afbeelding 8) is ter hoogte van het plangebied melding AA150902492 opgenomen. Op deze locatie zijn in 2001 en 2007 twee verkennende milieutechnische bodemonderzoeken uitgevoerd. Van deze onderzoeken zijn geen rapporten opgenomen in de omgevingsrapportage. De locatie heeft de status “niet ernstig, licht tot matig verontreinigd”. Verder overlapt het noorden van het plangebied deelsmet melding AA150901631. Dit betreft een melding uit het historisch bodembestand (hbb) van de verontreinigende activiteiten van een ondergrondse hbo-tank34.

AA150901631

AA150902492

Afbeelding 8: Overzicht van meldingen uit de omgevingsrapportage met het plangebied in het blauwe kader (https://gelderland.nazca4u.nl/rapportage/).

In het DINOloket35 is in de omgeving van het plangebied (straal 500 m) meerdere geologische boringen bekend (zie Afbeelding 9). Hieronder worden de boorprofielen beschreven van de boringen waarvan zowel de grondsoort als de lithostratigrafie bekend zijn, aangezien deze de meeste bruikbare informatie geven over de bodemopbouw in de omgeving. B41C0039 Diepte in m-mv 0,0 – 6,0 6,0 – 12,0 12,0 – 14,0 14,0 – 15,0 15,0 – 26,0

Grondsoort Zand Zand, grindig Grind Zand, grindig Zand, grindig

Lithostratigrafie Fm. van Kreftenheye

33 https://gelderland.nazca4u.nl/rapportage/ 34 huisbrandolie 35 https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

18 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

B41C0038 Diepte in m-mv 0,0 – 1,3 1,3 – 7,2 7,2 – 10,0 10,0 – 11,8 11,8 – 13,0 13,0 – 30,5

Grondsoort Zand Zand Zand Leem Zand, matig grof Zand, grove categorie, grindig

Lithostratigrafie Antropogeen, esdek Fm. van Kreftenheye

Grondsoort Zand, zandig Zand, matig grof, grindig Zand, matig grof, matig grindig, zwak siltig Zand, zeer grof, grindig Zand, zeer grof, sterk grindig Veen Zand, grove categorie, sterk grindig, humeus Zand, matig grof, matig grindig

Lithostratigrafie Antropogeen, omgewerkt Antropogeen, opgebracht Fm. van Kreftenheye

Fm. van Kreftenheye, Lp. van Zutphen Fm. van Kreftenheye

B41C0003 Diepte in m-mv 0,0 – 1,4 1,4 – 3,7 3,7 – 7,0 7,0 – 14,0 14,0 – 25,0 25,0 – 25,05 25,05 – 26,5 26,5 – 27,05

Fm. van Peize

Afbeelding 9: Overzicht van geologische boringen uit het DINOloket met het plangebied in het rode kader (DINOloket).

De boringen uit het DINOloket tonen aan dat in de omgeving sprake is van (grof)zandige en grindige rivierterrasafzettingen uit de Formatie van Kreftenheye. De boringen uit het DINOloket geven geen informatie over de aanwezigheid van rivierduinafzettingen ter hoogte van het plangebied. Het BRO DGM v2.2 appelboorprofiel (zie Afbeelding 10) toont aan dat ter hoogte van het plangebied bovenop de rivierterrasafzettingen uit de Formatie van Kreftenheye een ca. 3,8 m dik pakket afzettingen uit de Formatie van Boxtel verwacht kan worden. Dit betreffen vermoedelijk de rivierduinafzettingen uit het Laagpakket van Delwijnen van de Formatie van Boxtel.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

19 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

3,8 m-mv

Afbeelding 10: BRO DGM v2.2 appelboorprofiel ter hoogte van het plangebied (DINOloket). geel = Formatie van Boxtel (vermoedelijk rivierduinzand uit het Laagpakket van Delwijnen), paars = Formatie van Kreftenheye (rivierterrasafzettingen).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

20 van 62

Project Kenmerk

2.2

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Historische ontwikkeling van het plangebied Silvolde De oudste bekende vermelding van Silvolde stamt uit 838 na Chr. (11 e-eeuws kopie) onder de naam ‘Sulvelda’.36 Silvolde is ontstaan op een reeks hoger gelegen rivierduinen langs de Oude IJssel. De kern heeft de langgerekte vorm van de reeks duinen aangenomen. Van oudsher vormt de Markt met de oude Sint Mauritiuskerk het middelpunt van de kern. Vanuit hier liep een stelsel van wegen die Silvolde met het ommeland verbond. De eerste bebouwing ontstaat in de omgeving van de Markt. Vanaf de Markt ontwikkelt zich bebouwing langs de radialen, de huidige Terborgseweg, Prins Bernhardstraat, Ulftseweg en de Marktstraat. De bebouwing bestaat uit arbeiderswoningen, boerderijen en burgerwoonhuizen. Ook op de Molenberg, waar de molen 'Gerritsen' het middelpunt vormt, ontstaat een cluster van bebouwing. De eerste planmatige uitbreiding vindt plaats in oostelijke richting. Het woongebied 'Lichtenberg' wordt ingevuld met woningen die gesitueerd zijn rondom een hofvormige opzet. Recente uitbreidingen op grote schaal hebben zich in Silvolde niet voorgedaan.37

Historische ontwikkeling plangebied Het plangebied wordt op historische kaarten als volgt weergegeven: •

• •

•

•

Op de kadastrale minuut van 1811-1832 (zie Afbeelding 11) is het plangebied grotendeels nog in gebruik als bouwland en heide. Het plangebied wordt in het noordoosten zuidoosten begrensd door (voorgangers van) respectievelijk de Lichtenbergseweg en de Boterweg. In het noorden van het plangebied ligt in het midden van de bouwlanden een boerderijerf. Vlak ten noorden hiervan ligt buiten het plangebied een tweede erflocatie. Het zuiden van het plangebied wordt doorsneden door een zuidwest-noordoost georiënteerde weg, waarlangs in het zuidoosten van het plangebied een graanmolen staat. Op basis van de molendatabase betreft dit de ‘Sillevoldsche graanmolen / De Vlijt’ (zie Afbeelding 12). Het betreft een achtkantige molen / grondzeiler op een natuurlijk verhoging. De molen is gebouwd door molenbouwer Vriesen te Lichtenvoorde in 1812. De eerste eigenaar was W. Pierik. In 1927 is de molen gesloopt. Van de graanmolen zijn geen voorgangers bekend.38 Op de Bonneblad van 1888 (zie Afbeelding 13) staat in het noorden van het plangebied een nieuw gebouw. Langs de noordzijde van de Boterweg staat direct ten zuiden van het plangebied eveneens bebouwing. Op de Bonneblad van 1936 (zie Afbeelding 14) is wordt de Sillevoldsche graanmolen niet meer afgebeeld. De bebouwing langs de boterweg ten zuiden van het plangebied is uitgebreid.

In het noordoosten van het plangebied is een weg aangelegd parallel aan de Lichtenbergseweg. Op de topografische kaart van 1955 (zie Afbeelding 15) wordt de bebouwing in het noorden van het plangebied niet meer weergegeven en is in het zuidoosten van het plangebied een nieuw gebouw aangelegd . Op de kaart van 1975 (zie Afbeelding 16) staat in het westen van het plangebied en is langs de noordgrens een weg aangelegd die tegenwoordig deel uitmaakt van het Pastoor Bluemersplein. Op de topografische kaart van 1987 (zie Afbeelding 17) wordt het schoolgebouw in het noordwesten van het plangebied voor het eerst afgebeeld. Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) heeft de bebouwing van de school een bouwjaar van 1980.39 Op kaarten vanaf 2011 (zie Afbeelding 18) is het schoolgebouw uitgebreid en wordt de huidige situatie in het plangebied weergegeven.

36 https://etymologiebank.nl/trefwoord/silvolde 37 Brugman en Van Heeringen 2014. 38 https://www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-03121-a. 39 https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/?zoomlevel=1

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

21 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Afbeelding 11: Gedigitaliseerde kadastrale minuut 1811-1832 met het plangebied in het rode kader (hisgis).

Afbeelding 12: Foto van bruggencate-nr-03121-a).

de Sillevoldsche graanmolen (https://www.molendatabase.nl/molens/ten-

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

22 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Afbeelding 13: Bonneblad van 1888 met het plangebied in het rode kader (topotijdreis).

Afbeelding 14: Bonneblad van 1936 met het plangebied in het rode kader (topotijdreis).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

23 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Afbeelding 15: Topografische kaart van 1955 met het plangebied in het rode kader (Topotijdreis).

Afbeelding 16: Topografische kaart van 1975 met het plangebied in het rode kader (topotijdreis).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

24 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Afbeelding 17: Topografische kaart van 1987 met het plangebied in het rode kader (topotijdreis).

Afbeelding 18: Topografische kaart van 2011 met het plangebied in het rode kader (topotijdreis).

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

25 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Bouwhistorische waarden Uit het historisch cartografisch onderzoek is gebleken dat begin 19e eeuw in het noorden van het plangebied een boerderijerf ligt. In het plangebied kunnen ook resten aanwezig zijn van eventuele (laatmiddeleeuwse) voorgangers van dit erf en van eventuele andere oude boerderijerven op de (flanken van de) rivierduin. Verder staat in het zuidoosten van het plangebied De Sillevoldsche graanmolen, een grondzeiler dat in 1812 is gebouwd en in gebruik is geweest tot de sloop in 1927. Van de graanmolen zijn volgens de molendatabase geen voorgangers bekend. 40 De molen wordt op kaarten vanaf 1936 niet meer weergegeven en het boerderijerf in het noorden van het plangebied wordt vanaf 1955 niet meer afgebeeld. Het plangebied blijft vervolgens op kaarten tot en met 1975 grotendeels onbebouwd, met uitzondering van enkele gebouwen in het zuidoosten en tegen de westelijke grens van het plangebied. De huidige bebouwing van basisschool De Plakkenberg heeft volgens de BAG41 een bouwjaar van 1980 en wordt weergegeven op kaarten vanaf 1987. Op 11 november 2024 is een bezoek gebracht aan het gemeentehuis van gemeente Oude IJsselstreek om de beschikbare bouwdossiers te bestuderen42. In het dossier was slechts 1 set bouwtekeningen beschikbaar van de uitbreiding van de RK Basisschool De Plakkenberg van 12 maart 2001.

De vergunning is op 8 mei 2001 verleend door de toenmalige gemeente Wisch. Het betreft een uitbreiding met meerdere leslokalen aan de noordoostzijde van de school over een oppervlakte van 17,60 x 14,90 meter (266,71 m2). De fundering is geconstrueerd op stroken en een systeemvloer met daaronder een kruipruimte tot 1,0 m-mv. Bij verdere navraag bleken ook de ontbrekende dossiers in het gemeentehuis aanwezig te zijn bij een collega. Het gaat om de volgende bouwdossiers. 16-10-1979 Het bouwen van een 13 klassige basisschool 20380 Bouw van de 13 klassige kleuterschool en lagere school De Plakkenberg met bouwtekeing avn Arch. Buro Ovink d.d. 22-09-1978. Vergunning is op 28-08-1979 verleend. De fundering is geconstrueerd op gewapende betonstroken op dieptes variërend van 80 cm-mv tot 100 cm-mv. Daarboven een systeemvloer met een kruipruimte. 04-12-1979 Het bouwen van een gymnastieklokaal 20380; zie hierboven 02-06-1992 Het uitbreiden van het schoolgebouw 20380 Aanvraag voor de uitbreiding van de school d.d. 29 april 1992. De uitbreiding heeft een omvang van 663 m2. Het betreft de bouw van een lerarenkamer/groepsruimte aan de zuidoostzijde van het bestaande schoolgebouw. De fundering is een strokenfundering tot 1,0 m-mv. Daarboven een systeemvloer met daaronder een kruipruimte.

27-02-1996 Het bouwen van een lerarenkamer 20380 (dossier niet aanwezig) 08-05-2001 Het uitbreiden van het schoolgebouw 26623 (dossier niet aanwezig) 08-04-2003 Het uitbreiden van de toestellenberging 27464 Aanvraag voor de uitbreiding van een toestellenberging op de noordoosthoek van het schoolterrein. Het gebouwtje heeft een 5 x 5,2 meter = 26 m2 en een strokenfundering tot 90 cm-mv. De vloer bestaat uit betontegels op de vaste grond.

40 https://www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-03121-a. 41 https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/?zoomlevel=1 42 Met dank aan mw. I. Italiaander voor het ter beschikking stellen van het dossier.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

26 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

Door de opdrachtgever zijn tevens twee bouwtekeningen beschikbaar gesteld van de uitbreiding van de school in 2008. Hierop is de eindsituatie afgebeeld. Hieruit kan afgeleid worden dat de school op een strokenfundering gebouwd is met daaronder een kruipruimte tot 100 cm-mv. Op twee plaatsen zijn kelders aanwezig. De centraal in de school gelegen kelder heeft een omvang van 64 m2 en een diepte van 2,5 m-mv. De uitbreiding van de bestaande kelder bedraagt 55 m2 en de aanlegdiepte bedraagt eveneens 2,5 m-mv

Afbeelding 19: Overzichtstekening van het schoolgebouw met de in 2008 gerealiseerde uitbreiding. Bron: Opdrachtgever.

Conclusie Vrijwel het gehele schoolgebouw vanaf de eerste bebouwing in 1979 tot en met de laatste uitbreiding in 2008 is geconstrueerd op een strokenfundering met een systeemvloer op een kruipruimte op dieptes variërend van 80 cm-mv tot 100 cm-mv. Daardoor is de ondergrond ter plaatse van de bestaande bebouwing vrijwel vlakdekkend verstoord tot in het dekzand (C-horizont).

Tweede Wereldoorlog Op de Indicatieve Kaart Militaire Erfgoed (IKME)43 heeft het plangebied een algemene verwachting voor resten van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. de trefkans op dit soort resten is over het algemeen laag. Bij het verliesregister van SGLO44 zijn in de omgeving van Silvolde geen crashlocaties bekend. Inslagen van V1- en V2 wapens zijn eveneens niet bekend.45 Van de omgeving van het plangebied zijn geen luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog van de RAF beschikbaar.46

2.3

Archeologische waarden Het plangebied ligt binnen een groot onderzoeksgebied van een bureauonderzoek door Arcadis in 2009 voor de aanleg van een hoogspanningsverbinding tussen Doetinchem en Wesel (Archis3 43 https://www.ikme.nl/ikmekaart.html 44https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/results?aircraft=&sglo=&date=&location=silvol de&pn=&unit=&name=&cemetery=&airforceP=&target=&province=&airfield= 45 https://www.vergeltungswaffen.nl/ 46 https://library.wur.nl/WebQuery/geoportal/raf

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

27 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

zaaknr. 2363883100). Van dit bureauonderzoek is geen rapport beschikbaar in Archis3 en DANS. In de omgeving van het plangebied (straal van 500 m) is geen veldonderzoek voor de aanleg van de hoogspanningsverbinding geregistreerd. Verder zijn binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn in Archis3 de volgende onderzoeks- en vondstmeldingen geregistreerd (zie Afbeelding 19): Onderzoeksmeldingen •

•

•

•

Op 205 m ten noordwesten van het plangebied is in 2015 door Econsultancy de aanleg van twee infiltratieunits archeologisch begeleid (Archis3 zaaknr. 3977939100). De locatie is gelegen ter hoogte van het voormalige kerkhof van de Oude Mauritiuskerk. De natuurlijke ondergrond bestaat uit een dikke, sterk bewerkte/geroerde A-horizont gerelateerd aan het gebruik als kerkhof, dat op ca. 1,8 m-mv (ca. 15,5–14,9 m +NAP) overgaat in de C-horizont van zwak siltig, matig grof rivierduinzand. Tijdens het onderzoek zijn 24 graven met menselijk skeletmateriaal, twee (graf)kuilen zonder skeletmateriaal en één recente kuil aangetroffen. De graven hebben alle op één na een noordoost-zuidwest oriëntatie, conform christelijk gebruik. Opvallend is dat juist de onderste laag begravingen een licht afwijkende oriëntatie heeft in vergelijking tot alle bovenliggende graven. Mogelijk hangt de aangepaste oriëntatie in de graven samen met de verbouw van Kasteel Silvolde naar een kerk in de vroege 13e eeuw. De twee oudste graven uit de onderste sporenlaag zijn op basis van AMS 14C-analyse respectievelijk gedateerd tussen 775 en 970 na Chr. en tussen 1.025 en 1.185 na Chr., hoewel mogelijk sprake is van reservoir effect (opname van relatief oudere koolstof) waardoor de monsters mogelijk jonger zijn dan de kalibratie van de 14C-datering aantoont.

De overige graven uit de onderste begravingslaag zijn op basis van aardewerk en een muntvondst gedateerd tussen 1.076 en 1.250 na Chr. Van de graven in de hogere sporenniveaus zijn twee graven op basis van aardewerk gedateerd in respectievelijk de periodes 1.250–1.400 na Chr. en 1.650– .850 na Chr. Naar verwachting is het kerkhof tot in de 19e eeuw (ca. 1829) in gebruik geweest, toen begraven in de bebouwde kom verboden werd. 47 Op 295 m ten westen van het plangebied is in 2020 door Hamaland Advies een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor de aanleg van een fietspad (Archis3 zaaknr. 4867375100). Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodemopbouw langs het tracé bestaat uit een 50 tot 85 cm dikke bouwvoor op natuurlijke afzettingen van de Oude IJssel. De afzettingen van de Oude IJssel bestaan overwegend uit (rest)geulafzettingen en plaatselijk oeverafzettingen. In een deel van de boringen is tussen de bouwvoor en de Chorizont sprake van een afdekkende (verploegde) akkerlaag. Vanwege het natte en dynamische karakter waarin de (rest)geulafzettingen gevormd zijn, het ontbreken van archeologische indicatoren en het feit dat de relatief hoger gelegen rivierduin van de historische kern van Silvolde een gunstigere vestigingslocatie vormt, wordt de kans dat met de beoogde ingreep behoudenswaardige archeologische resten verstoord worden laag ingeschat.

Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd.48 Op 170 m ten zuidoosten van het plangebied is in 2018 door Hamaland Advies een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd (Archis3 zaaknr. 4586401100). Uit het booronderzoek is gebleken dat het terrein gelegen is op een (lage) rivierduin. In een deel van de boringen is sprake van een gemiddeld 70 cm dikke (maximaal 95 cm dik) subrecente bouwvoor, waaronder een 15 tot 45 cm dikke eerdlaag van een hoge bruine enkeerdgrond ligt. De eerdlaag van de bruine enkeerd gaat tussen ca. 75 en 105 cm-mv over in natuurlijke rivierduinafzettingen (C1-horizont). In één boring is onder de rivierduin een begraven A-horizont aangetroffen, dat direct overgaat in natuurlijk dekzand (C2horizont). Omdat geen archeologische indicatoren of cultuurlagen zijn aangetroffen, wordt de kans op de aanwezigheid van archeologische resten laag ingeschat en is geen vervolgonderzoek geadviseerd.49 Op 360 m ten zuid-zuidoosten van het plangebied is in 2022 door Econsultancy een booronderzoek uitgevoerd (Archis3 zaaknr. 5142222100). Op basis van het bureauonderzoek heeft het terrein een hoge verwachting voor resten vanaf het LaatPaleolithicum tot en met de Middeleeuwen vanwege de ligging op een hoge rivierduin,

47 Louwe, Veselka en Wemerman 2018. 48 Van der Kuijl, De Graaf en Rohling 2020. 49 Woolschot en Van der Kuijl 2018.

© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem

28 van 62

Project Kenmerk

: BO, BDO en IVO Archeologie Plangebied Pastoor Bluemersplein 5 te Silvolde : RB/PBS/HAMA/245066

•

waarop in de omgeving vondsten zijn gedaan uit de Steentijd, Late-Prehistorie en de Middeleeuwen. Voor de Nieuwe Tijd geldt op basis van historisch kaartmateriaal een lage verwachting. in het zuidwesten van het terrein heeft een hoge rivierduin genaamd de Galgenberg gelegen, dat in de 20e eeuw is afgegraven ten behoeve van zandwinning en de latere aanleg van fabrieksgebouwen. Het booronderzoek heeft bevestigt dat het terrein recent is afgegraven. In het zuidwestelijke en centrale deel ter hoogte van de bebouwing is de bodemopbouw verstoord tot in de natuurlijke ondergrond (C-horizont) op gemiddeld 100 cm-mv. de natuurlijke ondergrond bestaat uit rivierduinzand op rivierterrasafzettingen (grof grindig zand), die van elkaar worden gescheiden door de Laag van Wijchen (klei/leem). In het noorden van het terrein is de bodemopbouw dieper verstoord tot minimaal 210 cm-mv, waaronder de natuurlijke ondergrond bestaat uit (plaatselijk) een restant rivierduinafzettingen op rivierterrasafzettingen. Alleen in het noordoosten is onder een 15 tot 110 cm dik opgebrachte humeuze laag sprake van een merendeels intact vorstvaaggrond/holtpodzolbodem, bestaande uit een oud bouwvoor op een restant van een B- en een BC-horizont.

Voor het noordoostelijke deel van het terrein geldt op basis van de intacte bodemopbouw een hoge archeologische verwachting en is vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Voor de overige delen van het terrein is op basis van de diep verstoorde bodem de archeologische verwachting laag en is vrijgave geadviseerd.50 Op 335 m ten zuidoosten van het plangebied zijn in 2008 door Archaeological Research en Consultancy (ARC) een verkennend booronderzoek en in 2009 door ADC een proefsleuvenonderzoek en een archeologische begeleiding uitgevoerd (Archis3 zaaknrs. 2193734100, 2246376100 en 2238665100). Tijdens het verkennend booronderzoek is vastgesteld dat tot een diepte van 50 à 110 cm-mv sprake is van een donkerbruine eerdlaag van een bruine enkeerdgrond. In de oostelijke helft is onder de eerdlaag sprake van een verbruiningshorizont (Bw-horizont), dat kenmerkend is voor mineraalrijke zandgronden waar door de mineraalrijkdom geen podzolering heeft plaatsgevonden. In twee boringen is onder de eerdlaag sprake van een overgangslaag (BC-horizont). Onder de verbruiningshorizont, de overgangslaag dan wel de eerdlaag ligt de C-horizont, die bestaat uit zwak siltig zand (dekzand dan wel rivierduinzand). De aanwezigheid van een dik verbruiningshorizont toont aan dat de bodem onder de eerdlaag nauwelijks is verstoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5042/documents/33123