Bijlage 3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Ruimtelijke Onderbouwing
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Pierikstraat 11 te Gaanderen Grotestraat 2a, Gendringen Gemeente Doetinchem
Gemeente Oude IJsselstreek
Projectnummer: 3707.01 Datum: 3 augustus 2023
Inhoudsopgave Algemeen ............................................................................................................... 3 Toetsing ................................................................................................................. 4 2.1
Algemeen ................................................................................................................................................... 4
2.2
De kenmerken van het project ................................................................................................................... 4
2.3
De plaats waar de activiteit wordt verricht ............................................................................................... 5
2.4
De kenmerken van het potentiële effect .................................................................................................... 6
Conclusie ................................................................................................................ 8 Bijlage 1 Ecologisch onderzoek Bijlage 2 Stikstofberekening
2
Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld. Uit diverse jurisprudentie blijkt dat de bouw van een gering aantal woningen in een bebouwd gebied niet gezien wordt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in kolom I van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage1.
1
https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RVS:2020:729&showbutton=true&keyword=vormvrije %2Bmer%2Bonderdeel%2BD,%2B11.2&idx=10 https://uitspraken.rechtspraak.nl/#!/details?id=ECLI:NL:RVS:2020:100&showbutton=true&keyword=15%2Bjanuari %2B2020,%2BECLI%253aNL%253aRVS%253a2020%253a100&idx=1
3
Toetsing 2.1
Algemeen De beoogde ontwikkeling voorziet in de sloop van een schuur en de realisatie van drie grondgebonden woningen. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan in procedure gebracht. Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlagen van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). De realisatie van de woningen met bijbehorende buitenruimte en parkeerplaatsen kan worden gekwalificeerd als "de aanleg of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen" als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd. Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen; • een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De activiteit valt ruim beneden de gestelde drempelwaarde, waardoor geen sprake is van een directe m.e.r.-(beoordelings)plicht.
Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit, wanneer deze onder de drempelwaarden zit, daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben, waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt, conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn, ingegaan op de volgende onderdelen: • de kenmerken van het project; • de plaats waar de activiteit wordt verricht; • de kenmerken van het potentiële effect.
2.2
De kenmerken van het project Het plangebied bevindt zich aan de oostelijke zijde van het centrum van Gendringen. De noordzijde van het plangebied grenst aan achtererven van woningen en centrumvoorzieningen. De oostzijde grenst aan een kleine groenstrook. De zuidzijde grenst aan een uitloper van de Ulftseweg, welke ter plaatse van het plangebied geleidelijk overgaat in een fietspad. Tot slot grenst de westzijde aan de winkel 'Oldheid Antiek'. Dat pand is tevens een monumentaal pand.
4
Het perceel ligt aan de achterzijde van de Grotestraat 2a en wordt via de parallelweg van de Ulftseweg ontsloten. Ruwweg in het midden van het perceel gaat de parallelweg over in een fietspad. Het perceel wordt vanaf de straat aan het zicht onttrokken door een hoge heg. Wel is zichtbaar op luchtfoto's dat het perceel en de schuur nu voornamelijk voor opslag dienen. Hierbij oogt het geheel enigszins rommelig. Aan de noordoostzijde van het perceel staat ook nog een klein losstaand gebouwtje. Verder staan er wat bomen op het perceel. Aan de oostzijde van het perceel ligt een insteekweggetje dat in particulier eigendom is. Met het plan is sprake van herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied.
2.3
De plaats waar de activiteit wordt verricht Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Gendringen. De locatie kan omschreven worden als een stedelijk gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Klevsche Landwehr, Anholt. Issel, Feldschlaggr. u. Regnieter Bach (Duitsland), bevindt zich op circa 3 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied. Navolgend is het plangebied ten opzichte van dit Natura 2000-gebied weergegeven.
Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000 Het plangebied is gesitueerd op enige afstand van het GNN en GO, het dichtstbij ligt de GO ten oosten van Gendringen op 340 meter afstand, de afstand tot het GNN is groter, ca. 650 meter. Op navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Oude IJssel weergegeven.
5
Ligging plangebied ten opzichte van het GNN en GO
2.4
De kenmerken van het potentiële effect De omvang van het project ligt ver beneden de voor de m.e.r.-beoordeling gedefinieerde drempelwaarden. In de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk is aangetoond dat voor deze ontwikkeling geen sprake is van negatieve effecten op het milieu. Op grond van de kenmerken van het plan en de ligging, kan de realisatie van de woningen, met bijbehorende ontsluiting, groen en parkeerplaatsen in potentie de volgende milieueffecten hebben: • verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving; • invloed op omliggende beschermde natuurgebieden.
2.4.1
Luchtkwaliteit Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. In dit plan worden in totaal drie nieuwe woningen gerealiseerd. Het initiatief zorgt niet voor een verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving.
6
2.4.2
Beschermde natuurgebieden Voor het initiatief is door Econsultancy ecologisch onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is ingegaan op de effecten van het voorgenomen initiatief op omliggende beschermde natuurgebied. Het onderzoek is als bijlage 1 bijgevoegd. Natura 2000-gebieden Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Externe effecten als gevolg van licht, trilling en geluid door de voorgenomen plannen zijn, gezien de afstand tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden niet te verwachten. Externe effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie zijn op basis van de voorgenomen ingreep op voorhand niet uit te sluiten. Vervolgonderzoek in het kader van de gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof wordt noodzakelijk geacht. Dit kan in eerste instantie worden onderzocht middels een modelberekening (Aerius-calculator). In het onderzoek werd niet ingegaan op de effecten van mogelijke stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied als gevolg van de ontwikkeling. Om die reden is door Buro Ontwerp & Omgeving in juli 2022 een onderzoek stikstofdepositie uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 2 bijgevoegd.
Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie blijkt dat de voorgenomen realisatie van drie woningen aan de Grotestraat in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan worden opgemerkt dat er geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt buiten de gebieden die behoren tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en buiten de gebieden die behoren tot de Groene Ontwikkelingszone (GO). Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast. Aanvullende maatregelen of aanvullend advies ten aanzien van het natuurnetwerk zijn in onderhavige situatie niet benodigd.
7
Conclusie Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan voor de ontwikkeling in het onderzoeksgebied kunnen zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.
8
Bijlage 1 Ecologisch onderzoek
Quickscan natuurwetgeving locatie Grotestraat 2a te Gendringen
Lobith, augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
definitief
2
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Quickscan Natuurwetgeving locatie Grotestraat 2a te Gendringen
Lobith, 12 augustus 2022 Status:
Definitief
Opdrachtgever:
Italiaander Bouwkundig Ontwerpbureau
Contactpersoon:
Dhr. J. Italiaander
Uitgevoerd door:
Van der Molen Groenconsult J. van der Molen Walhof 2 6915 AV Lobith Tel: (+31) 0316 – 54 23 32 Email: info@molengroen.nl Internet: www.molengroen.nl
Veldwerk en rapportage :
definitief
J. van der Molen
3
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
definitief
4
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Inhoud 1. Inleiding ................................................................................................................................. 6 2. Wettelijk kader ....................................................................................................................... 7 2.1 Gebiedsbescherming .................................................................................................... 7 2.2 Soortbescherming ........................................................................................................ 9 2.3 Omgevingsverordening Gelderland ........................................................................... 11 3. Gebiedsbeschrijving, voorgenomen ingreep en onderzoeksmethode .................................. 13 3.1 Gebiedsbeschrijving .................................................................................................. 13 3.2 Voorgenomen ingreep ............................................................................................... 14 3.3 Onderzoeksmethode .................................................................................................. 14 4. Aanwezige natuurwaarden ................................................................................................... 15 4.1 Resultaten bureauonderzoek ......................................................................................
15 4.1.1 Zoogdieren ......................................................................................................... 15 4.1.2 Vogels ................................................................................................................. 15 4.1.3 Vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en plantensoorten ....................... 15 4.2 Resultaten veldonderzoek .......................................................................................... 15 4.2.1 Zoogdieren ......................................................................................................... 15 4.2.2 Vogels ................................................................................................................. 16 4.2.3 Vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en plantensoorten ....................... 16 5. Consequentie natuurwetgeving ............................................................................................ 17 5.1 Gebiedsbescherming .................................................................................................. 17 5.2 Soortbescherming ...................................................................................................... 17 5.3 Gelders Natuur Netwerk en Groene Ontwikkelingszone .......................................... 18 6.
Conclusies ............................................................................................................................ 19 Literatuur en bronnen ............................................................................................................... 20 Bijlage 1: Vrijstelling soorten .................................................................................................. 21 Bijlage 2: Foto-impressie plangebied ....................................................................................... 22 Bijlage 3: Nieuwe situatie plangebied ...................................................................................... 24
definitief
5
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
1. Inleiding Op de locatie Grotestraat 2a in Gendringen is een ruimtelijke ontwikkeling voorzien: Twee schuren zullen worden gesloopt waarna door De Ruiter Putman Meijer Bouw B.V. (RPM) uit Beek op deze plek drie nieuwe woningen zullen worden gerealiseerd. Deze ontwikkeling heeft mogelijk gevolgen voor eventueel aanwezige beschermde plantenen diersoorten en beschermde gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming. De heer Italiaander heeft als adviseur van RPM Van der Molen Groenconsult opdracht gegeven voor het opstellen van een quickscan om helder te krijgen of er gevolgen zijn voor beschermde flora en fauna en beschermde gebieden. In dit rapport worden de resultaten beschreven van het onderzoek naar beschermde soorten en gebieden en de consequenties die de voorziene ontwikkeling kan hebben op deze soorten en gebieden. Daarnaast wordt aangegeven welke stappen eventueel genomen moeten worden in het kader van natuurwetgeving.
definitief
6
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
2. Wettelijk kader De Wet natuurbescherming beschermt vanaf 1 januari 2017 Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de Vogel- en Habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Het instrumentarium van de Wet natuurbescherming sluit aan op het omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. De voorziene werkzaamheden in het plangebied worden in het kader van de Wet natuurbescherming aangemerkt als ‘handeling”. Met de Wet natuurbescherming komt de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen bij ruimtelijke ingrepen in principe bij de provincies te liggen. Daarmee is de provincie bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en activiteiten (‘handelingen’) bij Natura 2000 gebieden (de gebiedsbeschermingsbepalingen) en dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk bevoegd gezag. Het onderzoeksgebied ligt op ruime afstand van het dichtstbij (in Duitsland) gelegen Natura 2000-gebied Hetter-Millinger Bruch. In de Omgevingsverordening Gelderland zijn regels opgenomen om het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) te beschermen tegen aantasting. Het plangebied ligt op ruime afstand van het GNN en GO.
2.1 Gebiedsbescherming Ook gebiedsbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming. Hoofdstuk twee van deze wet stelt regels voor het beschermingsregime van de speciale beschermingszones van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Samen vormen deze beschermingszones in de verschillende lidstaten een Europees ecologisch netwerk, ‘Natura 2000’ genaamd. In de wet worden de speciale beschermingszones aangeduid als ‘Natura 2000-gebied’ (artikel 2.1, eerste lid, van de Wet natuurbescherming). In de wet zijn, op de Vogelrichtlijn gebaseerde, algemene beschermingsmaatregelen opgenomen om populaties van vogelsoorten en hun leefgebieden in een adequate staat van instandhouding te houden of te herstellen. Daarnaast zijn in de wet speciale beschermingsmaatregelen voor de speciale beschermingszones opgenomen. Het dichtstbij gelegen Natura 2000-gebied is het op Duits grondgebied liggende beschermde gebied Hetter-Millinger Bruch, op een afstand van 3,1km, zie figuur 1.
Het beschermingsregime voor de speciale beschermingszones voor natuurlijke habitats en habitats van soorten bestaat op grond van de Habitatrichtlijn uit: behoud- en herstelmaatregelen (‘instandhoudingsmaatregelen’), om een gunstige staat van instandhouding te bereiken voor de habitats en soorten waarvoor de gebieden zijn aangewezen; ‘passende maatregelen’, om verslechtering van de kwaliteit van de habitats en significante verstoring van soorten in de gebieden te voorkomen definitief
7
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
een voorafgaande ‘passende beoordeling’ van nieuwe plannen of projecten die significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor het gebied. Deze beoordeling heeft betrekking op de gevolgen van het plan of project, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van het gebied. Alleen als uit de passende beoordeling zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast, kan toestemming voor het plan of project worden gegeven. Op grond van dwingende redenen van groot openbaar belang kan een uitzondering worden toegelaten, maar alleen als er geen alternatieven zijn en adequate compensatie voor de aangetaste natuurwaarden wordt geboden.
In figuur 1 is de begrenzing van het Natura 2000 gebied Hetter-Millinger Bruch nabij het plangebied aangegeven.
Figuur 1: Begrenzing Natura 2000 Hetter-Millinger Bruch (binnen groene kader). Het plangebied ligt ter plekke van de rode stip. (bron: https://natura2000.eea.europa.eu/
Zowel projecten en andere handelingen in als buiten een Natura 2000-gebied kunnen vergunningsplichtig zijn: de wet kent namelijk de zogenaamde externe werking. Als een activiteit die buiten een beschermd gebied plaats zal vinden, negatieve gevolgen kan hebben voor dat gebied, moet deze beoordeeld worden. Hierbij moeten ook cumulatieve effecten worden betrokken. Dit kan betekenen dat een plan of handeling op zich geen significant negatief effect veroorzaakt, maar in combinatie met andere handelingen of plannen wel. Ook dan is een vergunning noodzakelijk.
definitief
8
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
2.2 Soortbescherming Het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Dit betekent in de praktijk dat het gaat om het effect van de activiteiten op beschermde soorten. Vaak gaan activiteiten en werkzaamheden en de bescherming van soorten prima samen. Soms is het echter onvermijdelijk dat schade wordt gedaan aan beschermde dieren en planten. In die situaties is het nodig dat vooraf bekeken wordt of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd. Het verschil tussen een vrijstelling en ontheffing is als volgt: • Een vrijstelling is een uitzondering op een verbod. Deze geldt voor iedereen die aan de voorwaarden van de vrijstelling voldoet. • Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.
Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’). Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese Unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. De Europees beschermde soorten, niet vogels zijnde, bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. De andere, ‘nationale’ soorten staan vermeld in een bijlage van de wet.
Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. De drie beschermingsregimes hebben elk hun eigen verbodsbepalingen. In onderstaande tabel is aangegeven hoe de verbodsbepalingen per regime luiden.
definitief
9
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime andere soorten Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Provincie Gelderland handhaaft voor zeer algemeen voorkomende soorten (zie bijlage 1) de vrijstellingen die onder de Flora- en faunawet golden. De populaties van deze soorten verkeren in een gunstige staat van instandhouding. De provincie acht het niet gewenst dat voor elke ruimtelijke ontwikkeling of ingreep in het kader van bestendig beheer of onderhoud een ontheffing aangevraagd moet worden. Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving, de zogenoemde ‘Zorgplicht’. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. Zorgplicht volgens de Wet natuurbescherming: Artikel 1.11 1 Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2 De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke
definitief
10
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
2.3 Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsvisie heeft provincie Gelderland aangegeven hoe de Gelderse omgeving er in de toekomst uit moet zien. Thema’s zijn verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. In de Omgevingsverordening staan de afspraken en regels om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De provincie beschouwt natuur en landschap als het kapitaal van Gelderland en ziet onderstaande zaken als belangrijke opgaven:
het behouden en mogelijk vergroten van de biodiversiteit (soortenrijkdom) in de natuur; het verbinden van de Gelderse natuur met natuurgebieden in aangrenzende provincies en Duitsland; het betrekken van de mensen in een gebied bij het beheer van hun natuur en landschap.
Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk, (GNN). Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofd Structuur (EHS) en bevat tevens een zoekgebied nieuwe natuur voor nog te realiseren nieuwe natuur. De 'niet-natuur' in de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (woningen, bedrijven, infrastructuur) wordt aangeduid met Groene Ontwikkelingszone (GO). Hier is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. Het plangebied is gesitueerd op enige afstand van het GNN en GO, het dichtstbij ligt de GO ten oosten van Gendringen op 340m afstand, de afstand tot het GNN is groter, ca. 650, zie figuur 2. Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000gebieden. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het GNN en de GO vervullen daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit.
De Ecologische verbindingszones maken voor een klein deel uit van het Gelders Natuurnetwerk. De provincie wil de natuur van het Gelders Natuurnetwerk beschermen tegen aantasting en heeft daarom regels opgenomen in de Omgevingsverordening. Centraal staat de bescherming van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten bestaan uit bestaande natuurwaarden, uit nog te ontwikkelen potentiële waarden en de omgevingscondities zoals stilte. Nieuwvestiging en grootschalige ingrepen zijn alleen mogelijk wanneer er geen reële
definitief
11
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
alternatieven zijn en een groot maatschappelijk belang in het geding is. Per saldo moet elke ontwikkeling een verbetering van de kernkwaliteiten in het Gelders Natuurnetwerk opleveren. In dat saldo zijn vergroting van de oppervlakte natuur en versterking van de ecologische samenhang belangrijke randvoorwaarden. Voor bestaande functies zijn er beperkte ontwikkelingsmogelijkheden, namelijk voor gevallen waarbij er geen reële alternatieven zijn voor verplaatsing van de functie naar een plek buiten het Gelders Natuurnetwerk. De provincie stelt bij een aantasting van de kernkwaliteiten steeds de voorwaarde dat er een compensatieplan gemaakt wordt waarbij de bestaande natuurwaarden worden versterkt.
Figuur 2: Begrenzing GNN en GO. Locatie Grotestraat 2a in rood kader. Donkergroen: Gelders Natuur Netwerk, lichtgroen Groene Ontwikkelingszone (bron: https://gldanders.planoview.nl/planoview/omgevingsplannen)
definitief
12
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
3. Gebiedsbeschrijving, voorgenomen ingreep en onderzoeksmethode 3.1 Gebiedsbeschrijving Het plangebied is gesitueerd aan de Grotestraat 2a, in de bebouwde kom van Gendringen, in de gemeente Oude IJsselstreek. Het bestaat uit twee stenen schuren met omliggend erf en tuin. Beide schuren zijn voorzien van spouwmuren en worden gebruikt als opslag en reparatie van antieke spullen, die in de naastgelegen winkel worden verkocht. De goothoogte van de voorste schuur (gebouwd in 1974) is ca. 2,30m +maaiveld. Het dakvlak aan de wegzijde is gedekt met dakpannen, de achterzijde met golfplaten. Het dakbeschot bestaat uit eternit board. De goothoogte van de achterste schuur (bouwjaar 1977) is ca. 1,70m + maaiveld. De dakbedekking van deze schuur bestaat uit golfplaten. Deze schuur heeft geen dakbeschot. Beide schuren zijn aan de binnenzijde voorzien van isolatieplaten. Op het erf groeit tussen de winkel en de voorste schuur een oude paardenkastanje, verder komen op het erf diverse struiken oa. hulst, taxus en vlier, voor, tevens veel opslag van Robinia. Figuur 3 en 4 is een luchtfoto met daarop aangegeven het plangebied.
Ulft
‘s-Heerenberg
Figuur 3: Ligging planlocatie in de regio (binnen rode lijn)
bron: https://geocontent.rvo.nl/
Een foto-impressie van het plangebied is in bijlage 2 opgenomen.
definitief
13
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Figuur 4: Ligging planlocatie in detail, (binnen rode lijn)
bron: https://geocontent.rvo.nl/
3.2 Voorgenomen ingreep De voorgenomen werkzaamheden bestaan uit het slopen van beide schuren en het bouwen van drie geschakelde woningen. Aan de voorzijde bij de nieuwe woningen komen parkeervoorzieningen met een uitrit naar de openbare weg. De nieuwe situatie is in bijlage 3 weergegeven. De paardenkastanje zal waarschijnlijk worden verwijderd. Ook de aanwezige struiken en opslag zullen worden verwijderd. 3.3 Onderzoeksmethode Het onderzoek voor de natuurtoets is uitgevoerd in de vorm van een bureau-onderzoek en één terreinbezoek door ing. J. van der Molen, ecologisch deskundige met jarenlange ervaring op het gebied van ecologisch onderzoek en - advies en begeleiding van werkzaamheden op het gebied van habitats en soorten. Het terreinbezoek is uitgevoerd op woensdagochtend 10 augustus 2022. Tijdens dit veldonderzoek was het vrijwel onbewolkt, droog en volop zon en windstil weer bij een temperatuur van 22oC. Beide schuren zijn van binnenuit geïnspecteerd op sporen die duiden op aanwezigheid van soorten als huismus, gierzwaluw, vleermuis en steenmarter. Ook is er vanaf de grond gezocht naar invlieg- en inkruipopeningen voor deze soorten in beide schuren. Met een ladder is naar het pannendak geklommen en zijn op twee locaties enkele pannen gelicht om de onderliggende situatie te bekijken.
Het erf rond beide schuren is te voet verkend, waarbij bomen en struiken zijn geïnspecteerd op nesten en holtes/scheuren/gaten en loshangende bastdelen die geschikte verblijfplaatsen voor bijvoorbeeld vleermuizen kunnen bieden. definitief
14
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
4. Aanwezige natuurwaarden In dit hoofdstuk worden de aanwezige natuurwaarden in het plangebied beschreven. Het bureauonderzoek is uitgevoerd door beschikbare gegevens van het voorkomen van beschermde soorten in deze omgeving op te vragen via de website www.telmee.nl. De website Telmee is in opdracht van de Stichting Gegevensautoriteit Natuur ontwikkeld door de Stichting VeldOnderzoek Flora en Fauna (VOFF). De VOFF heeft tien leden waaronder FLORON, RAVON, Sovon Vogelonderzoek Nederland, De Vlinderstichting en Zoogdiervereniging. Gegevens van deze leden zijn opgenomen in de database van Telmee. Beheer en doorontwikkeling gebeurt sinds 1 januari 2014 in opdracht van BIJ12, exploitant van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) waar Telmee onderdeel van uit maakt. In de volgende paragraaf wordt aangegeven of aanwezigheid van de soort in het kilometerhok van het plangebied bekend is in de database van Telmee. 4.1
Resultaten bureauonderzoek
4.1.1 Zoogdieren De langjarige aanwezigheid van steenmarter en bunzing is bekend in de directe omgeving van het plangebied. Hermelijn komt voor op enige afstand van het plangebied en wezel op forse afstand (> 1,5 km). Gewone dwergvleermuis is bekend in de directe omgeving van het plangebied. Ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis zijn niet aanwezig in directe omgeving van het plangebied, maar wel op enige afstand. Meervleermuis is niet bekend in de directe omgeving en ook niet op enige afstand van het plangebied. 4.1.2 Vogels Het plangebied vormt geschikt leefgebied voor huismus en niet of nauwelijks voor gier- en huiszwaluw. In de periode 2015-2022 zijn waarnemingen bekend van huismus en huiszwaluw in de directe omgeving van het plangebied. Gierzwaluw is waargenomen op enige afstand ervan. Voor steen- en kerkuil vormt het plangebied ongeschikt leefgebied. 4.1.3 Vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en plantensoorten Beschermde vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en plantensoorten worden niet verwacht in het plangebied. Voor deze soortgroepen vormt het plangebied geen geschikt leefgebied. De inrichting, het gebruik en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten. 4.2
Resultaten veldonderzoek
4.2.1 Zoogdieren Steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel
definitief
15
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Tijdens het veldonderzoek zijn op het erf geen sporen (uitwerpselen, prooiresten) waargenomen die duiden op aanwezigheid van steenmarter. In de schuren daarentegen zijn wel openingen gezien met losgeraakt isolatiemateriaal. Dat duidt op activiteit van steenmarter. Met name de achterste schuur zonder dakbeschot en met golfplaten dakbedekking biedt toegangsmogelijkheden voor steenmarter om onder het dak te komen. Tussen het dak en de isolatieplaten kan het dier vaste verblijfplaatsen hebben. De voorste schuur is vanwege het dakbeschot van eternit board minder goed toegankelijk voor deze soort. Ook hier kan de aanwezigheid van steenmarter niet op voorhand worden uitgesloten aangezien de lage, niet toegankelijke en geheel afgetimmerde zolder een prima verblijfplaats voor steenmarter vormt. Het terrein is onderzocht op geschiktheid als verblijfplaats voor bunzing, hermelijn en wezel. Er zijn geen geschikte plekken op het erf aangetroffen, zoals houtstapels en hopen materiaal, waar deze soorten een verblijfplaats in zouden kunnen hebben. Vleermuis Invliegopeningen voor vleermuizen bevinden zich over het algemeen hoger dan 3m boven maaiveld. De muren van de schuren zijn 1,70m en 2,30m hoog en die zijn daardoor te laag voor gebouwbewonende vleermuizen om ze een geschikte opening te bieden om in de spouw te kruipen.
Om dezelfde reden zullen vleermuizen geen gebruik maken van de ruimte tussen isolatie/dakbeschot en dakpannen. Ook de zijgevels zijn niet geschikt voor vleermuizen, de overgang tussen muur en dakpannen/-platen is afgedicht met een cementlaag. De ruimte tussen nokvorsten en pannen is opgevuld met cement. De paardenkastanje die waarschijnlijk geveld gaat worden, heeft geen holtes of loszittende bastdelen waar vleermuizen in kunnen wegkruipen. Overige beschermde zoogdieren Andere beschermde zoogdieren zijn niet aanwezig en worden niet verwacht in het plangebied. 4.2.2 Vogels Er zijn tijdens het veldonderzoek geen huismussen waargenomen in het plangebied. De schuren hebben geen geschikte toegangsplekken voor huismus om onder de pannen te kruipen. De goothoogte is daarvoor te laag. Ook gier- en huiszwaluwen zijn niet gezien tijdens het veldbezoek. Beide schuren bieden door het ontbreken van overstekende dakdelen op voldoende hoogte geen geschikte nestlocaties voor huiszwaluw. Ook voor gierzwaluw bieden de lage daken van de schuren geen geschikte nestplekken. In de paardenkastanje op het erf zijn geen jaarrond beschermde nesten van roofvogels (‘horsten’), aangetroffen. 4.2.3 Vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en plantensoorten Op het erf is een ingegraven bak met water, een mini-vijvertje, aanwezig.
Er zijn geen vissen of amfibieën gesignaleerd in het water of in de directe omgeving van het vijvertje. Beschermde vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en plantensoorten zijn niet aangetroffen in het plangebied. Het erf vormt geen geschikt habitat voor deze soorten.
definitief
16
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
5. Consequentie natuurwetgeving 5.1
Gebiedsbescherming
De bescherming van natuurgebieden is sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Ook Natura 2000 gebieden vallen onder de werking van deze wet. Het plangebied ligt op forse afstand van het dichtsbij gelegen Natura 2000 gebied (HetterMillinger Bruch). Op voorhand kan worden uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden (significant) negatieve effecten hebben op de aangewezen habitattypen, (vogelrichtlijn-) soorten en instandhoudingsdoelen waarvoor het gebied is aangewezen als Natura 2000gebied. Een passende beoordeling of nader onderzoek naar effecten van de voorziene werkzaamheden op in het kader van Natura 2000 beschermde natuurwaarden is niet aan de orde. 5.2
Soortbescherming
Zoogdieren Steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel In de schuren zijn openingen met losgeraakt isolatiemateriaal aangetroffen. Dat zou door een steenmarter kunnen zijn veroorzaakt. Beide schuren bieden mogelijkheden voor verblijfplaatsen van steenmarter. Of dat op dit moment ook werkelijk het geval is, valt niet met zekerheid te zeggen. Daarvoor is nader onderzoek met enkele cameravallen/wildcamera’s noodzakelijk. Tijdens het veldonderzoek zijn geen sporen waargenomen die duiden op aanwezigheid van bunzing, hermelijn of wezel. Vleermuis Beide schuren bieden geen geschikte invliegopeningen voor vleermuizen. De paardenkastanje die mogelijk wordt geveld heeft geen holtes of spleten waar vleermuizen in kunnen wegkruipen. Er zijn daarom geen significant negatieve effecten te verwachten voor vleermuizen. Overige beschermde zoogdieren Overige beschermde zoogdieren zijn niet aanwezig in of in de directe nabijheid van het plangebied. De voorziene werkzaamheden hebben geen negatieve gevolgen voor andere beschermde zoogdieren in de omgeving van het plangebied. Vogels Er zijn geen huismussen, gier- en huiszwaluwen waargenomen in het plangebied tijdens het veldonderzoek. Er zijn geen geschikte plekken voor nesten van huismus en gier- en huiszwaluw in de schuren of elders in het plangebied aangetroffen. Er worden struiken verwijderd. In die struiken kunnen vogelnesten aanwezig zijn.
Broedende vogels mogen niet worden verstoord. Het verwijderen van deze struiken, dient buiten het broedseizoen plaats te vinden. Indien broedende vogels niet worden verstoord, kunnen definitief
17
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
significant negatieve effecten voor vogelsoorten als gevolg van de uit te voeren werkzaamheden worden uitgesloten. Vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en plantensoorten Beschermde vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en plantensoorten zijn niet aangetroffen in het plangebied. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten. 5.3
Gelders Natuur Netwerk en Groene Ontwikkelingszone
Het plangebied ligt op 340m afstand van de GO ten oosten van Gendringen en op ca. 650m van het ook ten oosten van Gendringen gelegen GNN. Deze afstanden zijn dermate groot dat geen sprake kan zijn van negatieve effecten van de voorziene ontwikkelingen in het plangebied op het GNN en de GO. Een ontheffing van de omgevingsverordening Gelderland is niet aan de orde.
definitief
18
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
6. Conclusies Gebiedsbescherming De uit te voeren werkzaamheden in het plangebied zijn van dien aard dat ze geen invloed hebben op het beschermde Natura 2000-gebied Hetter-Millinger Bruch. De afstand van het plangebied tot dit Natura 2000-gebied is daarvoor te groot. Er treden geen (significant) negatieve effecten op. Nader onderzoek of een vergunning Wet natuurbescherming onderdeel gebiedsbescherming is niet aan de orde. Soortbescherming Beide schuren bieden mogelijkheden voor verblijfplaatsen van steenmarter. Door nader onderzoek met enkele cameravallen/wildcamera’s uit te voeren, kan worden vastgesteld of steenmarter werkelijk actief is in de schuren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat dat het geval is, dient een ontheffing Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Indien blijkt dat steenmarter het plangebied niet gebruikt, is geen ontheffing benodigd. Er zijn geen sporen waargenomen die duiden op aanwezigheid van bunzing, hermelijn of wezel. Vleermuizen kunnen geen toegang verkrijgen tot beide schuren. Aanwezigheid van vleermuizen in de schuren lijkt daarom zeer onwaarschijnlijk. De voorziene werkzaamheden hebben geen negatieve gevolgen voor andere beschermde zoogdieren. Er zijn geen geschikte plekken voor nestlocaties van huismus, huis- en gierzwaluw in beide schuren of elders in het plangebied aanwezig.
In de te verwijderen struiken kunnen vogelnesten aanwezig zijn. Broedende vogels mogen niet worden verstoord. Het verwijderen van de struiken dient buiten het broedseizoen plaats te vinden. Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 juli. Deze periode wordt in het algemeen als broedseizoen aangehouden. Ook indien buiten deze periode een broedgeval wordt aangetroffen, is sprake van broedseizoen en mag deze broedende vogel niet worden verstoord. Het verkrijgen van een ontheffing voor broedende vogels is niet mogelijk. Verwijderen van de struiken dient daarom buiten het broedseizoen plaats te vinden. Op deze manier kunnen negatieve effecten als gevolg van de uit te voeren werkzaamheden voor vogelsoorten worden uitgesloten. Beschermde vissen, amfibieën, reptielen, ongewervelden en plantensoorten zijn niet waargenomen. Er is geen sprake van negatieve effecten. Op basis van de uitkomsten van deze quickscan wordt nader onderzoek naar steenmarter geadviseerd. Afhankelijk van de resultaten van dat onderzoek is een ontheffing Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming wel of niet aan de orde. Gelders Natuur Netwerk en Groene Ontwikkelingszone De voorziene werkzaamheden hebben geen negatieve effecten op het GNN of de GO.
Een ontheffing van de omgevingsverordening Gelderland is niet aan de orde. definitief
19
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Literatuur en bronnen Provincie Gelderland, 2018. Gaaf Gelderland, Omgevingsvisie Gelderland. Provincie Gelderland, 2022. Omgevingsverordening Gelderland, Regels https://natura2000.eea.europa.eu www.gelderland.nl www.gelderland.maps.arcgis.com www.geocontent.rvo.nl www.gldanders.planoview.nl www.telmee.nl www.pdok.nl/viewer
definitief
20
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Bijlage 1: Vrijstelling soorten In de Omgevingsverordening Gelderland (december 2018) is in artikel 3.68, in afwijking van de verboden in de Wet natuurbescherming, een vrijstelling opgenomen voor het vangen en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hieronder vermelde soorten. Deze vrijstelling geldt bij ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en bestendig beheer en onderhoud voor de gehele provincie Gelderland en gedurende het gehele jaar. De voor het vangen toegestane middelen staan hieronder per soort vermeld.
Soort Aardmuis Bosmuis Bruine kikker Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Gewone pad Haas Huisspitsmuis Kleine watersalamander Konijn Meerkikker Middelste groene kikker Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Woelrat
definitief
Toegestane vang-middelen Vangkooi Vangkooi Schepnet Vangkooi Vangkooi Vangkooi Vangkooi Schepnet Vangkooi Vangkooi Schepnet Vangkooi Schepnet Schepnet Vangkooi Vangkooi Vangkooi Vangkooi Vangkooi Vangkooi Vangkooi
21
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Bijlage 2: Foto-impressie plangebied
Foto 1: Schuur met pannendak vanaf straatzijde
Foto 2: Schuur met golfplaten
Foto 3: Dichtgemaakt gat in isolatieplaat
Foto 4: Erf en voorste schuur
Foto 5: Voorste schuur (met pannendak)
Foto 6: Achterzijde voorste schuur
Foto 7: Deel erf
Foto 8: Deel erf met oa. opslag Robinia
definitief
22
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Foto 9: Deel erf
Foto 10: Pannendak en achterste schuur
Foto 11: Mogelijk te verwijderen paardenkastanje
definitief
23
augustus 2022
QUICKSCAN NATUURWETGEVING LOCATIE GROTESTRAAT 2A TE GENDRINGEN
Bijlage 3: Nieuwe situatie plangebied
definitief
24
augustus 2022
Bijlage 2 Stikstofberekening
MEMO Aan:
RPM Bouw B.V.
Datum:
14-06-2023
Project nr:
3707.01
Betreft:
Memo effectbeoordeling stikstofdepositie Ontwikkeling Grotestraat 2a te Gendringen
Bijlage(n)
BIJL 1 - AERIUS – realisatiefase BIJL 2 - AERIUS – gebruiksfase
1.
Inleiding
In opdracht van RPM Bouw B.V. heeft Buro Ontwerp & Omgeving onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van de bouw en gebruik van drie woningen aan de Grotestraat 2a te Gendringen. Het projectgebied is gelegen in een woonmilieu binnen de bebouwde kom. Op onderstaande afbeelding is de globale ligging van het projectgebied weergegeven.
Figuur 1. Ligging van het projectgebied (rood kader).
Ligging Natura 2000 In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft het in Duitsland gelegen ‘Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach’ dat op een afstand van circa 1,2 kilometer ten zuidoosten van het projectgebied ligt. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 kilometer afstand zijn de in Duitsland gelegen ‘VSG Unterer Niederrhein’ (3,1 km), ‘NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung’ (4,8 km), ‘NSG Bienener Altrhein, Millinger Meer und Hurler Meer’ (6,3 km), ‘NSG Grietherorter Altrhein’ (7,8 km), ‘Dornicksche Ward’ (8,6 km) en ‘Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad Honnef’(9,1 km). Op de navolgende kaart is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 2. Ligging projectgebied (label 1) ten opzichte van de Natura 2000-gebieden (paars).
Volgens de Wet natuurbescherming moet worden uitgesloten dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. Een verdere toename van de stikstofdepositie is alleen toegestaan met een vergunning Wet natuurbescherming (Wnb). Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake is van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden.
Doelstelling van het onderzoek De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx- (stikstofoxiden) en NH3- (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken en de toename van stikstofdepositie als gevolg hiervan op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effect- beoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het ka- der van de Wet natuurbescherming significante effecten kunnen worden uitgesloten.
2.
Werkwijze
Algemeen Op basis van de berekende NOx- en NH3-emissies die een project of andere handeling van een plan uitstoot wordt met een verspreidingsmodel de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden berekend. Er wordt gebruik gemaakt van AERIUS voor wat betreft informatie over de actuele stikstofdepositie en kritische depositiewaarde (KDW) van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in de Natura 2000-gebieden. Depositieberekeningen zijn uitgevoerd met de meest recente versie van AERIUS Calculator. Significante effecten kunnen worden uitgesloten als door het project, andere handeling of planologische mogelijkheden geen toename in stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Hiervan is sprake als de berekende toename in stikstofdepositie niet groter is dan 0,00 mol/ha/jr. Indien dit het geval is, is er geen vergunnings- plicht voor wat betreft stikstof. Onderzoeksopzet In dit onderzoek zijn de NOx- en NH3-emissies gedurende de realisatiefase (hoofdstuk 3) en de gebruiksfase (hoofdstuk 4) onderzocht. In hoofdstuk 5 wordt met deze gegevens berekend of er een toename van stikstofdepositie plaatsvindt op nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
3.
Emissie realisatiefase
Mobiele werktuigen Tijdens de aanleg- en bouwperiode ontstaan NOx-emissies door de inzet van materieel (veelal mobiele werktuigen), auto’s en vrachtwagens. De inzet van materieel (mobiele werktuigen en vracht- wagenbewegingen) is ingeschat aan de hand van de werkelijk verwachte inzet voor de bouw van acht woningen. Er is gerekend met de volgende bouwfasen: Slopen bestaande bebouwing; Uitgraven fundering; Leveren elementen; Beton storten; Aanbrengen elementen en afbouw. Het aantal voertuigbewegingen door auto’s is ingeschat op vier per werkdag. Voor aanvoer met middelzwaar en zwaar vrachtverkeer zijn de totale verkeersbewegingen in beeld gebracht. De realisatiefase is verspreidt over circa 52 weken. In onderstaande tabel is het overzicht van mobiele werktuigen en voertuigbewegingen weergegeven voor sloop van de schuur en de realisatie drie nieuw woningen. Overzicht mobiele werktuigen Werktuig en bouwjaar Stage Sloopkraan Graafmachine Betonmixer Betonpomp Graafmachine Telescoopkraan Mobiele hijskraan Shovel Boorstelling
Stage IV, 2014-2018, 75 - 560 kW diesel, SCR: ja Stage IV, 2014-2018, 75 - 560 kW diesel, SCR: ja Stage IV, 2014-2018, 75 - 560 kW diesel, SCR: ja Stage IV, 2014-2018, 75 - 560 kW diesel, SCR: ja Stage IV, 2014-2018, 75 - 560 kW diesel, SCR: ja Stage IV, 2014-2018, 75 - 560 kW diesel, SCR: ja Stage IV, 2014-2018, 75 - 560 kW diesel, SCR: ja Stage IV, 2014-2018, 75 - 560 kW diesel, SCR: ja Stage IV, 2014-2018, 75 - 560 kW diesel, SCR: ja
Aantal voertuigbewegingen licht verkeer Aantal voertuigbewegingen middelzwaar vrachtverkeer Aantal voertuigbewegingen zwaar vrachtverkeer Bouwtijd in weken
Vermogen Draaiuren (kW) (uur/jr) 200 100 80 160 105 180 220 70 150
BrandstofBrandstofAdBlueverbruik (l/uur) verbruik (l/jr) verbruik (l/jr) 20 20 20 10 24 20 50 30 16
26,35 13,44 10,86 15,35 13,42 23,77 28,93 9,57 22,75
527 269 217 154 322 475 1447 287 364
totaal/jr totaal/jr totaal/jr
32 16 13 9 19 29 87 17 22 1040 104 130
52
Voor de bepaling van de jaargemiddelde emissie is uitgegaan van een volledige uitvoering van de realisatiefase in het jaar 2024. Naast emissie door mobiele werktuigen gaat het om 1040 ritten met licht verkeer, 104 ritten met middelzwaar verkeer en 130 ritten met zwaar vrachtverkeer.
Uitgangspunten verkeersafwikkeling De gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer worden niet meer aan het onderhavige project toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aanen afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Het verkeer rijdt vanuit het projectgebied via de Ulftseweg en Staringstraat naar de Rijnweg. Via de Rijnweg rijdt het verkeer naar de Oude IJselweg (N817). De N817 is een provinciale weg. Hier is het verkeer zeker opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
4.
Emissie gebruiksfase
Programma Het beoogde programma bedraagt de bouw van drie levensloopbestendige woningen, welke gasloos zullen worden opgeleverd. Verkeersaantrekkende werking De verkeersgeneratie is bepaald met behulp van CROW-publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren: Van parkeerkencijfers naar parkeernormen” (december, 2018) en “Demografische kerncijfers per gemeente” van het CBS. De verkeersaantrekkelijke werking is afhankelijk van de stedelijkheid van de gemeente, de ligging t.o.v. het centrum en het woningtype. Gendringen valt onder gemeente Oude IJsselstreek. Het CBS typeert de gemeente Oude IJsselstreek als een ‘weinig stedelijke gemeente’.
Volgens het CROW kan de ligging van het projectgebied getypeerd worden als ‘schil centrum’ aangezien de locatie niet in het centrum van Gendringen ligt, maar wel vlak rond het centrum ligt. De verkeersaantrekkende werking voor een woning op een dergelijke locatie is als volgt:
De totale verkeersaantrekkende werking motorvoertuigbewegingen per etmaal.
van
het
plan
bedraagt
gemiddeld
21,9
In de CROW-publicatie is het volgende over vrachtverkeer opgenomen: “het vrachtverkeer naar en van woongebieden is doorgaans verwaarloosbaar, maar is wel in de cijfers verwerkt. Als gemiddelde kan worden gehanteerd: 0,02 vrachtautobewegingen per woning per werkdagetmaal”. Een werkdag kan naar weekdag worden omgerekend door te delen met 1,11. Per weekdagetmaal zijn er dus [0,02 ÷ 1,11 =] 0,018 vrachtverkeerbewegingen per woning. Op jaarbasis is er met één vrijstaande woning sprake van een toename van [(0,018 × 365) × 3] = 19,7 vrachtverkeersbewegingen.
Uitgangspunten verkeersafwikkeling De gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer worden niet meer aan het onderhavige project toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aanen afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Het verkeer rijdt vanuit het projectgebied via de Ulftseweg en Staringstraat naar de Rijnweg. Via de Rijnweg rijdt het verkeer naar de Oude IJselweg (N817). De N817 is een provinciale weg. Hier is het verkeer zeker opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Huishoudens Conform de gegevensset ‘kentallen Ruimtelijke plannen’ van RIVM/EZ, behorende bij de AERIUSfactsheet ‘Ruimtelijke plannen – Emissiefactoren’ is de NH3-emissie van huishoudens voor nieuwbouwwoningen 0 kg/jr. Ook de NOx-emissie is verwaarloosbaar, aangezien de geplande woning gasloos wordt opgeleverd (emissiefactor = 0 kg/jr).
5.
AERIUS-berekening
Uitgangspunten berekeningen In lijn met de gewijzigde Regeling natuurbescherming van 24 april 2019 zijn aparte stikstofdepositie berekeningen uitgevoerd voor de realisatie- en gebruiksfase. Met de meest recente versie van AERIUS Calculator zijn de eerder genoemde emissiebronnen gemodelleerd, waarbij wordt opgemerkt dat: Het wegverkeer is gemodelleerd als lijnbron; AERIUS hanteert een minimum van 1,0 voertuig; Als het voertuigaantal per etmaal lager is dan 1,0 is het aantal per jaar weergegeven; De emissie door mobiele werktuigen is gemodelleerd als oppervlaktebron. Rekenresultaten realisatiefase De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator voor het jaar 2024 aangezien dit het eerste jaar is waarin de werkzaamheden theoretisch gezien kunnen worden uitgevoerd. Uit de rekenresultaten blijkt dat op verschillende stikstofgevoelige leefgebieden en habitattypen van Natura 2000-gebieden geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt. De rekenresultaten voor de aanlegfase zijn als bijlage 1 bij deze memo gevoegd. Rekenresultaten gebruiksfase De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator voor het rekenjaar 2025, aangezien dit het eerste jaar is wanneer de woningen theoretisch gezien in gebruik kunnen zijn.
Uit de rekenresultaten blijkt dat op verschillende stikstofgevoelige leefgebieden en habitattypen van Natura 2000-gebieden geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt. De rekenresultaten voor de gebruiksfase zijn als bijlage 2 bij deze memo gevoegd. Conclusie Uit de uitgevoerde effectbeoordeling stikstofdepositie blijkt dat de bouw en het gebruik van maximaal drie woningen aan de Grotestraat te Gendringen niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden.
Bijlagen Bijlage 1: AERIUS-berekening realisatiefase Bijlage 2: AERIUS-berekening gebruiksfase
Bijlage 1
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Buro Ontwerp & Omgeving Grotestraat 2a, 7081 CE Gendringen 3707.01 E ectbeoordeling stikstofdepositie realisatiefase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RWkfAonngTxz 14 juni 2023, 09:40 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Realisatiefase - Beoogd Realisatiefase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname