CConstaterende datOude Ijsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Toelichting.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente Oude IjsselstreekBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Hoofdstraat 55 Varsselder14.375 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hoofdstraat 55, Varsselder

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Plangebied Geldend juridisch-planologische regeling Leeswijzer

3 3 3 4 5

Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3

Gebieds- en planbeschrijving Algemeen Bestaande situatie Toekomstige situatie

6 6 6 7

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3

Haalbaarheid Inleiding Beleid Milieu- en omgevingsaspecten

9 9 9 19

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3

Juridische planaspecten Plansystematiek Opbouw regels Verbeelding

40 40 40 40

Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3

Procedure Informatiebijeenkomst Zienswijzen Beroep en aanvraag voorlopige voorziening

42 42 42 42

2

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op een locatie op de hoek van de Hoofdstraat en de Varsselderseweg is in de huidige situatie een ruim agrarisch perceel aanwezig. Vanwege de toegenomen vraag naar woningen in de gemeente Oude IJsselstreek is de initiatiefnemer voornemens om op het perceel zes grondgebonden woningen te realiseren. De bij het plangebied betrokken gronden hebben op basis van de geldende juridisch-planologische regeling 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' de bestemming 'Agrarisch'. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk binnen de kaders van de geldende regeling. Om die reden moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld.

1.2

Plangebied

De locatie van het plangebied bevindt zich aan de noordzijde van de kern Varsselder, dichtgelegen bij de N817. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Hoofdstraat en aan de oostzijde door de Varsselderseweg. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan agrarische gronden. De begrenzing aan de westzijde wordt gevormd door de oprit inclusief bomenrij van het ten noorden gelegen woonperceel. Het plangebied maakt deel uit van een perceel dat kadastraal bekend staat als GDG00-L-905 onder de kadastrale gemeentenaam Gendringen. Op de navolgende afbeeldingen zijn globaal de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

Globale ligging plangebied

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

3

Globale begrenzing plangebied

1.3

Geldend juridisch-planologische regeling

Zoals reeds is gesteld, valt het plangebied onder de werking van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017', vastgesteld op 28 juni 2018. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven. Het plangebied is daarop met een rood kader weergegeven.

4

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' Op grond van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' is aan het plangebied de enkelbestemming 'Agrarisch' toegekend. Volgens de regels, behorende bij deze bestemming, zijn ter plaatse van het plangebied gronden bestemd voor agrarische doeleinden. Daarnaast zijn ter plaatse van het plangebied verschillende archeologische dubbelbestemmingen geldig: 'Waarde - Archeologische verwachting 1', 'Waarde - Archeologische verwachting 2' en 'Waarde Archeologische verwachting 3'. Deze aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, bescherming en veiligstelling van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Op basis van de geldende planologische regeling is de toekomstige functie wonen niet toegestaan. Om de beoogde woningbouw op de locatie mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit vijf hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan moet voldoen en bevat de milieu- en omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 4) en de uitkomsten van de gevolgde procedure (Hoofdstuk 5).

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

5

Hoofdstuk 2 2.1

Gebieds- en planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt als eerste ingegaan op de bestaande situatie in het plangebied, waarna de beoogde ontwikkeling nader toegelicht wordt.

2.2

Bestaande situatie

Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit agrarische grond in de vorm van een weiland. In het plangebied is geen bestaande bebouwing en beplanting aanwezig. Het plangebied wordt grotendeels omheind door een laag hek en diverse bomenrijen. Nabij het plangebied aan de Hoofdstraat zijn meerdere openbare parkeerplaatsen aanwezig. Op de navolgende afbeeldingen wordt een impressie van de huidige situatie in het plangebied weergegeven.

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Hoofdstraat in noordoostelijke richting

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de kruising Hoofdstraat/Varsselderseweg in noordwestelijke richting

6

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Varsselderseweg in zuidwestelijke richting

2.3

Toekomstige situatie

De ontwikkeling voorziet in de bouw van zes grondgebonden woningen. De zes grondgebonden woningen bestaan uit drie aaneengebouwde rijwoningen, twee twee-aaneengebouwde woningen en één vrijstaande woning. Voor de ontwikkeling is een stedenbouwkundige opzet gemaakt, deze is weergegeven op navolgende afbeelding. Opgemerkt wordt dat het stedenbouwkundige ontwerp nog geen definitieve status heeft, mogelijk wordt de opzet nog (beperkt) aangepast.

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

7

Stedenbouwkundige opzet Het plan is voorzien van meerdere parkeergelegenheden op eigen terrein. Deze parkeerplaatsen bevinden zich aan de zuidzijde op eigen terrein aan de Hoofdstraat en aan de oostzijde op eigen terrein aan de Varsselderseweg. Hierbij hebben vijf woningen de beschikking over twee parkeerplaatsen en beschikt de middelste aaneengebouwde woning over één parkeerplaats. De in- en uitritconstructies bevinden zich in de aangrenzende openbare ruimte. De woningen worden landschappelijk ingepast. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Deze is als Bijlage 1 bij de regels toegevoegd. Deze woningen bevinden zich in de koopsector en zijn alle levensloopbestendig. De tussenwoning kan daarnaast worden aangemerkt als starterswoning en eventueel ook verhuurd worden. De woningen bestaan uit twee bouwlagen, waarbij de bovenste bouwlaag zich onder een kap bevindt. De maximale goot- en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 4 m en 9 m. In de regels van het bestemmingsplan en de verbeelding zijn de juridisch-planologische kaders van de ontwikkeling in het plangebied opgenomen. Zie hiervoor tevens paragraaf 4.2 van deze toelichting. Met de realisatie van zes woningen aan de rand van de kern Varsselder wordt voorzien in een actuele behoefte aan woningen.

Onderhavig plan versterkt daarnaast de vitaliteit van de kern Varsselder door te zorgen voor een vergroting van het draagvlak van de bestaande voorzieningen.

8

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

Haalbaarheid

Inleiding

Ten behoeve van de bestemmingsplanherziening moet de uitvoerbaarheid van het plan worden aangetoond. Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of een nieuwe ontwikkeling ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer het ruimtelijke beleid van de hogere overheden en de gemeente zelf, milieuaspecten als geluid, bodem en hinder van bedrijven, water, externe veiligheid, archeologie en economische haalbaarheid. De beoogde ontwikkeling is op deze aspecten getoetst. In dit hoofdstuk is aangegeven wat hiervan de resultaten zijn.

3.2

Beleid

3.2.1

Algemeen

In deze paragraaf wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken in voorliggend bestemmingsplan, worden in deze paragraaf behandeld. Gezien de aard en de schaal van de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied is het relevante beleid op Europees niveau buiten beschouwing gelaten en op Rijksniveau beperkt gehouden. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende plan. 3.2.2

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie(NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

9

toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toetsing rijksbeleid Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. De ontwikkelingen in het plangebied zouden kunnen worden aangemerkt als een woningbouwlocatie. Deze term is echter niet gedefinieerd in het Bro. Uit jurisprudentie (zie bijvoorbeeld uitspraak ABRvS201501297/1/R4) blijkt dat woningbouwplannen met elf woningen niet hoeven te worden aangemerkt als woningbouwlocatie, maar grotere woningbouwplannen wel. Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van zes woningen. Om die reden is de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Met de ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen overige nationale belangen gemoeid. 3.2.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie'Gaaf Gelderland' Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit bestemmingsplan zijn de ambities voor klimaatadaptatie en het woon- en leefklimaat van toepassing.

Woon- en leefklimaat Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd wordt

10

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

geïnvesteerd in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen.

Klimaatadaptatie Het klimaat is merkbaar aan het veranderen, waarbij hoosbuien, extreme hitte en langdurige droogte hierbij goede voorbeelden van zijn. Provincie Gelderland wil zich voorbereiden op het veranderende klimaat door in te zetten op het tegengaan van de bijbehorende risico's en gevaren. Dit heeft prioriteit: In 2050 wil Gelderland optimaal beschermd zijn en kunnen meebewegen met het veranderend klimaat. De provincie Gelderland werkt hierbij vooral vanuit haar betrokkenheid bij waterveiligheid, waterkwaliteit, bodem en natuur. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de variatie van de Gelderse streken. De provincie Gelderland wil met haar partners verder kijken. Bij de aanleg, inrichting, veiligheid en leefbaarheid van de gebouwde omgeving nemen we de gevolgen van het veranderende klimaat mee en maken afspraken over hoe met de risico's om te gaan. Klimaatbestendig werken is daarbij voor de provincie Gelderland een logische voorwaarde als er samengewerkt wordt met anderen. Verschillende ontwikkelingen binnen toerisme en recreatie horen hier ook bij. Deze ontwikkelen wil de provincie Gelderland benutten. Hierbij is het van belang dat de ontwikkelingen passen bij de Gelderse kwaliteiten. De provincie streeft naar een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid zodat Gelderland versterkt wordt voor nu en in de toekomst.

Omgevingsverordening De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'wonen', 'klimaatadaptatie' en 'molenbiotoop' relevant.

Wonen De verordening bevat de regel dat nieuwe woningbouwontwikkelingen alleen zijn toegestaan wanneer deze passen in het door Gedeputeerde Staten (GS) vastgestelde regionale woonagenda. Ten behoeve van de flexibiliteit is het wel mogelijk om van een regionale woonagenda af te wijken, vooruitlopend op de actualisatie van die regionale woonagenda. Als er nog geen regionale woonagenda is vastgesteld of als de bestaande regionale woonagenda niet meer actueel is en niet geschikt meer is als beoordelingskader, zal de provincie totdat een nieuwe regionale woonagenda wordt vastgesteld bestemmingsplannen die de bouw van nieuwe woningen mogelijk maken, toetsen aan de volgende criteria: er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking, als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening, het plan past binnen de meest recente provinciale visie op het woonbeleid, er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden en de provincie stemt in met de ontwikkeling.

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

11

Klimaatadaptatie Ter plaatse van het plangebied zijn de regels omtrent 'klimaatadaptatie' van belang. De verordening schrijft voor dat in een bestemmingsplan dat nieuwe activiteiten of ontwikkelingen mogelijk maakt, een toelichting wordt opgenomen met een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Daarbij moeten de aspecten waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte worden betrokken.

Molenbiotoop Het plangebied is gelegen binnen een straal van 400 meter van de nabijgelegen 'Molen van Lukassen'. In de verordening zijn regels opgenomen ten behoeve van het behoud en bescherming van molenbiotopen van windmolens met een monumentenstatus. De bescherming van molenbiotopen betreft vooral behoud van het functioneren door middel van een vrije windvang. Voor windtoevoer geldt dat binnen een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen, beperkingen moeten worden gesteld aan het oprichten van bebouwing en beplanting. In bestemmingsplannen die betrekking hebben op gronden gelegen binnen deze straal wordt geen nieuwe bebouwing dan wel beplanting toegestaan, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat het functioneren van de molen door middel van windvang niet wordt beperkt.

Toetsing provinciaal beleid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van zes grondgebonden woningen. Voorheen hebben er op de locatie geen woningen gestaan. Met het plan is sprake van woningbouw buiten de bestaande bebouwde kom. De locatie grenst echter aan de kern Varsselder. Daarnaast geldt dat met de realisatie van de woningen het bebouwingslint ten noorden en westen van de Hoofdstraat wordt doorgezet in de richting van de Varsselderseweg. Binnen de kern Varsselder is onvoldoende beschikbare ruimte om te voorzien in de grote vraag naar woningen. Met de bouw van verschillende type woningen (aaneengebouwde, twee-aaneengebouwde woningen en een vrijstaande woning) wordt er voldaan aan de vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen (zoals starters, doorstromers en senioren) binnen de gemeente Oude IJsselstreek in algemene zin en de kern Varsselder in het bijzonder (zie paragraaf 3.2.5). Hiermee draagt de ontwikkeling bij aan een duurzaam en divers woon- en leefklimaat in de gemeente Oude IJsselstreek. Tot slot draagt de realisatie van de woningen bij aan de behoefte en ondersteuning van het voorzieningenniveau in Varsselder en omgeving. Ten aanzien van klimaatadaptatie is het aspect waterveiligheid minder van belang voor het plangebied.

Met het aspect wateroverlast wordt binnen voorgenomen ontwikkeling omgegaan door hemelwater op eigen terrein op te vangen en te laten infiltreren in de bodem. Tegelijkertijd is dit positief voor het verminderen van droogte en hittestress. Verder wordt in en aangrenzend aan het plangebied diverse (inheemse) beplanting toegepast die voor een verkoelend effect zullen zorgen. Dit komt het tegengaan van hittestress ten goede. Daarnaast wordt in paragraaf 3.3.12 nader ingegaan op de molenbiotoop van de 'Molen van Lukassen'.Uit de toetsing blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatief effect heeft op de molenbiotoop van deze molen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'wonen', 'klimaatadaptatie' en 'molenbiotoop'. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3.2.4

Regionaal beleid

Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 Op 16 februari 2023 heeft de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de Regionale woonagenda Achterhoek 2023-2030 ('Goed wonen in een vitale regio') vastgesteld als opvolger van de Regionale woonagenda 2015-2025. De directe aanleiding hiervoor zijn de veranderingen op de woningmarkt, in

12

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

woonbehoeftes en de wens om wonen meer dan voorheen te bezien als een integrale gebiedsopgave. De vorige regionale woonagenda (2015) ging uit van een krimpscenario. De bevolking in de Achterhoek neemt inmiddels toe en ook de woonbehoeftes veranderen. Er komen meer ouderen, kleine huishoudens en starters vinden moeilijk een plek op de woningmarkt. Alle reden om het bestaande beleid op wonen te actualiseren en doelstellingen aan te passen. Deze nieuwe agenda kent vier programmalijnen: Vergroten woningvoorraad en versnelling productie De ambitie is om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wil de regio haar woningvoorraad flink en versneld uitbreiden. Het streven is om 1.200 woningen per jaar te realiseren. De gemeenten, de provincie en het Rijk maken in de Regionale Woondeal onder voorwaarden afspraken om tot en met 2030 in ieder geval 8.390 woningen te bouwen in de Achterhoek (waarvan 1.500 woningen in de gemeente Oude IJsselstreek).

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

13

Investeren in kwaliteit bestaande woningvoorraad De ambitie is om zoveel mogelijk woningen kwalitatief en energetisch te verbeteren. Met verbeteren wordt verduurzamen, levensloopbestendig maken en/of herstructurering bedoeld. De Achterhoek, een plek voor iedereen Er wordt fors geïnvesteerd in een toename van betaalbare woningen. Hiermee wordt ingezet op een evenwichtig woningaanbod in de regio. De Achterhoekse gemeenten geven elkaar de ruimte om te bouwen passend bij de lokale behoefte, tegelijkertijd wordt gezamenlijke verantwoordelijkheid genomen om de extra vraag van jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen te kunnen beantwoorden. Er wordt daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij de ambities van het Rijk om tot en met 2030 tweederde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. Daarbij wordt het volgende nieuwbouwprogramma gehanteerd bij projecten van twintig of meer woningen: 28% sociale huur, 32% betaalbare koop tot € 355.000 (prijspeil 2022) en middenhuur (tot € 1.000,- per maand of minder). Voor starters ligt de betaalbaarheidsgrens vast op maximaal € 250.000 (prijspeil 2022). Bij minder dan twintig woningen vindt maatwerk plaats, met inachtneming van de gewenste kwaliteit zoals opgenomen in de regionale woonagenda. Elke gemeente is verantwoordelijk dat over het gemeentelijk totaal de verdeling in betaalbaarheid gehaald wordt.

Wonen als integrale gebiedsopgave Vanuit de regionale woonagenda worden regionale woonstrategieën benoemd. Woonstrategieën zijn regionale aanpakken om op integrale wijze invulling te geven aan de woningbouw en transformatieopgaven in alle Achterhoekse gemeenten, passend bij de gebiedseigen opgaven en context. Het gaat daarbij om de volgende woonstrategiën: 1. Vergroten differentiatie woningaanbod in vitale kernen en buurten; 2. Vergroten aanbod van stedelijke woonmilieus; 3. Goed en bereikbaar wonen rondom mobiliteitsknooppunten; 4. Ruimte voor nieuwe woonconcepten in een toekomstbestendig landelijk gebied. Toetsing regionaal beleid Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van zes woningen in verschillende type woningen (aaneengebouwde woningen, twee-aaneengebouwde woningen en een vrijstaande woning). Alle zes woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd. Eén woning zal als starterswoning dienen. Dit betreft een betaalbare koop-, dan wel huurwoning. De overige woningen bevinden zich in de categorie koop. Gezien de aard en omvang van het initiatief is sprake van maatwerk voor wat betreft de regionale afspraken over betaalbaarheid. Er wordt voldaan aan de vraag naar woningen voor zowel starters, senioren als doorstromers binnen de gemeente Oude IJsselstreek in algemene zin en de kern Varsselder in het bijzonder (zie paragraaf 3.2.5).

Het initiatief draagt bij aan het vergroten van de woningvoorraad binnen de regio Achterhoek en is daarmee in overeenstemming met de Regionale woonagenda Achterhoek. 3.2.5

Gemeentelijk beleid

StructuurvisieOude IJsselstreek2025 De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Hierbij zijn het Kwalitatief Woon Programma (KWP3), en de opvolger van de regionale woonvisie en de lokale vertaling daarvan kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto 'de juiste woning op de juiste plaats', spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. De bijstelling van de bouwopgave voor de gemeente vraagt om aanpassing van beleid en bestaande bouwplannen. De juiste woning op de juiste plek is hierbij leidend. De gemeente Oude IJsselstreek kiest waar mogelijk voor inbreiding. Met wijkverbeteringsplannen en

14

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

geplande nieuwbouwplannen, ziet de gemeente kansen voor het realiseren van meer variatie en onderscheid in het woonaanbod. Hiermee probeert de gemeente Oude IJsselstreek iedereen die woont of wil wonen in de gemeente te voorzien van een passende woning.

Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek De beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek is op 24 november 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Belangrijkste opgave voor de toekomst is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van deze bestaande voorraad. Dit kan door middel van het stimuleren van verduurzaming en levensloopbestendigheid. Daarnaast moeten plannen ontwikkeld worden voor vervangende nieuwbouw. De nieuwbouw is slechts een onderdeel van de totale opgave binnen de volkshuisvesting. Deze notitie gaat in op de beperkte woningbouwopgave in de gemeente en waar deze nieuwbouw de meeste toegevoegde waarde heeft. Ook voor de 'Beleidsnotitie Woningbouwplanning Oude IJsselstreek' geldt dat deze uitgaat van een krimpscenario, terwijl dit niet langer het geval is. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' is hierbij een relevanter beleidsstuk.

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek In de Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw wordt aanbevolen om lokaal een kader vast te stellen over de ruimtelijke inpassing van nieuwbouw binnen de bebouwde kom en in het buitengebied. Op 20 februari 2020 heeft de gemeenteraad vervolgens de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vastgesteld. De 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' vormt samen met de 'Kwalitatieve toetsingscriteria voor Woningbouw' de kaders voor nieuwe woningbouwplannen. Met het vaststellen van de Lokale kwaliteitscriteria en de (regionale) Kwalitatieve toetsingscriteria beschikt de gemeente over een compleet kader waarmee nieuwe woningbouwplannen kunnen worden getoetst en kan de gemeente sturen op gewenste ontwikkelingen op de woningmarkt. Uit de 'Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek' blijkt dat de aantoonbare (woning)behoefte voor de komende jaren vooral bij het toevoegen van starters- en levensloopgeschikte woningen ligt, de gemeente wil hier dan ook extra op inzetten. Voor het starterssegment ligt de nadruk logischerwijs met name bij de betaalbaarheid. Daarbij gaat het om huurwoningen tussen €500,- en €850,- per maand en/of koopwoningen van maximaal €225.000,- v.o.n. (prijspeil januari 2021).

De levensloopgeschikte woningen zijn voor de doelgroep senioren bedoeld, daarbij gaat het om woningen waarbij (minimaal) alle basisvoorzieningen op de begane grond of gelijkvloers aanwezig zijn. Het bouwen van woningen op locaties met leegstaand vastgoed heeft de voorkeur. Vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik gaat woningbouw op inbreidingslocaties voor op uitbreiding aan de randen van onze kernen.

Woonprogramma Varsselder-Veldhunten2021 – 2025 Uit woningbehoefte onderzoek is gebleken dat er een behoefte aan 31 woningen bestaat in Varsselder dan wel Veldhunten. Op korte termijn gaat het om 25 woningen in de volgende categorieën: 5 koopwoningen in prijsklasse tot € 225.000; 9 koopwoningen in prijsklasse tussen € 225.000 en € 325.000; 3 koopwoningen in prijsklasse hoger dan € 325.000; 7 huurwoningen onder de huurtoeslaggrens van € 752 per maand; 1 huurwoning boven de huurtoeslaggrens van € 752 per maand. Aan grondeigenaren is gevraagd om potentiële locaties voor woningbouw in te dienen. Uitgangspunten voor de verkenning mogelijke locaties ter invulling van de opgehaalde woonbehoefte zijn: zo veel mogelijk binnen de wooncontour Varsselder en Veldhunten; betaalbare woningen voor starters en senioren; type woning (appartement, rijtje (hoek- of tussenwoning, tweekapper of vrijstaande woning);

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

15

landschappelijke inpassing / openbaar groen; bestaande woningen / gebouwen slopen en nieuwbouw. Het resultaat van de verkenning mogelijke bouwlocaties leidt tot vier locaties in Varsselder en één locatie in Veldhunten.

Memo beoordeling woningbouwplannen in Varsselder-Veldhunten Uit het woonwensenonderzoek van Dorpshuizen en Kleine Kernen Gelderland (DKK) blijkt een concrete behoefte aan circa 31 woningen voor de komende jaren in een uiteenlopende mix qua typen en prijsklasse. Na de digitale bijeenkomst op 16 december 2020 hebben 71 mensen aangegeven interesse in een woning in Varsselder-Veldhunten te hebben. Uit het woonwensenonderzoek blijkt dat er doorstroming op gang kan komen wanneer het lukt om voor 28 huishoudens te bouwen. Bewoners en grondeigenaren zijn in de gelegenheid gesteld gronden voor woningbouw beschikbaar te stellen en daarop hun woningbouwplan te presenteren.

Over voorliggend initiatief wordt aangegeven dat het plan in aangepaste vorm een bijdrage kan leveren aan het invullen van de bekendgemaakte woonwensen voor starters en senioren. Aandachtspunten daarbij zijn: Ligging buiten wooncontour vraagt om bereidheid provincie en/of welke toevoeging van kwaliteit wordt gevraagd; Achterzijde van de toekomstige erven/ verdere vergroening met struweelhagen en aanbrengen laanbeplanting; Inpassing aan de voorzijde; Kopersvereniging voor bewoning door mensen uit de kern; Inzetten op CPO voor o.a. betaalbaarheid van de woningen.

Visie op landschap, natuur en groene kernen In de raadsvergadering van 22 april 2021 is de Visie op landschap, natuur en groene kernen vastgesteld. De gemeente Oude IJsselstreek heeft door de jaren heen meerdere plannen ontwikkeld voor de groene ruimte, echter ontbrak het aan een samenhangend toekomstbeeld voor het landschap en de groene kernen. De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt dit gewenste toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen. Op de navolgende afbeelding wordt een uitsnede van de visiekaart ter plaatse van het plangebied weergegeven.

16

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

Uitsnede visiekaart Visie op landschap, natuur en groene kernen

Op de visiekaart is aangegeven om de entree van de kern te vergroenen en kleurrijker te maken. Daarnaast bestaat de wens om de biodiversiteit te vergroten.

Verstedelijking Bij nieuwe verstedelijking in het buitengebied moeten spelregels gelden, waarbij uitgangspunt is dat het onderliggende landschap het vertrekpunt vormt voor de nieuwe functies. Ook moet ruimte worden gegeven aan nieuw groen binnen deze nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Indien niet aan de spelregels kan worden voldaan, is het mogelijk een financiële bijdrage te doen in een landschapsfonds. Verder wil de gemeente ter aanvulling van de huidige concepten van woningbouw in het buitengebied (functieverandering) onderzoeken hoe het landschap verder versterkt kan worden in combinatie met het bouwen voor de doelgroepen jongeren en ouderen, dit onder de titel Es-wonen.

Stedelijke uitbreiding Voor stedelijke ontwikkeling binnen bestaand bebouwd gebied zijn spelregels voorgesteld om groen een volwaardige plek te geven bij deze ontwikkelingen. Met andere woorden groen is een essentieel onderdeel bij verstedelijking. Maar ook bij nieuwe verstedelijking in het buitengebied moeten spelregels gelden, uitgangspunt daarbij is dat het onderliggende landschap het vertrekpunt vormt voor de nieuwe

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

17

functies, vanuit de 'voor wat, hoort wat' benadering.

Toetsing gemeentelijk beleid De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal zes grondgebonden woningen. De woningen worden uitgesplitst in drie aaneengebouwde woningen, twee twee-aaneengebouwde woningen en één vrijstaande woning. Alle zes woningen worden levensloopbestendig uitgevoerd. Eén woning zal als starterswoning dienen. Dit betreft een betaalbare koop-, dan wel huurwoning. De overige woningen bevinden zich in de categorie koop. Om de woningen ruimtelijk goed in te passen, is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld. Deze is als Bijlage 1 bij de regels opgenomen. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die de aanleg en instandhouding van de landschappelijke inrichtingsmaatregelen borgt. Onderdeel van de lanschappelijke inpassing is ondermeer een struweelhaag aan de achterzijde en hagen aan de voorzijde van de woningen. In eerste instantie waren de parkeerplaatsen van de woningen aan de achterzijde voorzien. Na overleg tussen de gemeente en initiatiefnemer zijn de partijen echter tot de conclusie gekomen dat parkeren aan de voorzijde de meeste optimale oplossing is vanuit stedenbouwkundig en landschappelijk oogpunt. Alle woningen voldoen aan de Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek. De zes woningen worden gerealiseerd ten behoeve van senioren, starters en doorstromers als doelgroepen.

Met de ontwikkeling wordt voorzien in de realisatie van woningen voor verschillende doelgroepen. Het plangebied is opgenomen als één van de mogelijke bouwlocaties in het document woonprogramma Varsselder-Veldhunten 2021-2025. Met het plan is sprake van woningbouw buiten de bestaande bebouwde kom. De locatie grenst echter aan de kern Varsselder. Daarnaast geldt dat met de realisatie van de woningen het bebouwingslint ten noorden en westen van de Hoofdstraat wordt doorgezet in de richting van de Varsselderseweg. Binnen de kern Varsselder is onvoldoende beschikbare ruimte om te voorzien in de grote vraag naar woningen. Met de bouw van verschillende type woningen (aaneengebouwde, twee-aaneengebouwde woningen en een vrijstaande woning) wordt er voldaan aan de vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen (zoals starters, doorstromers en senioren) binnen de gemeente Oude IJsselstreek in algemene zin en de kern Varsselder in het bijzonder. Vereniging Dorpsbelangen Varsselder-Veldhunten heeft de wens dat de woningen verkocht worden aan mensen uit Varsselder. De vereniging heeft dat ook kenbaar gemaakt aan initiatiefnemer en gemeente. De inititiatiefnemer zal daarom in overleg treden met de vereniging over de wijze van verkoop van de woningen.

Bij het opstellen van het landschappelijk inrichtingsplan zijn de uitgangspunten uit de 'Visie op landschap, natuur en groene kernen' leidend geweest. Het plangebied is gelegen op (de rand van) de rivierduin van Varsselder. Het plangebied loopt af in noordoostelijke richting en heeft een hoogteverschil van ca. 1m tussen het hoogte en laagste deel. Dit perceel van de vrijstaande woning wordt opgehoogd tot het niveau van de andere woningen, waardoor het hoogteverschil tussen Varsselder op de rivierduin en het rivierweidelandschap ten oosten van de Varsselderseweg wordt versterkt. De onlangs aangebrachte plantvakken en laanbomen aan de Hoofdstraat vormen de basiskwaliteit. Deze wordt versterkt door extra bomen aan te planten. Ook aan de Varsselderseweg worden plantvakken en laanbeplanting aangebracht. De nieuwe vrijstaande woning krijgt een dubbele oriëntatie op zowel de Varsselderseweg als de Hoofdstraat. Aan de achterzijde van de woningen wordt een struweelhaag met gebiedseigen vruchtdragende soorten aangebracht. Aan de voorzijde van de woningen worden geschoren hagen geplant. Met het aanbrengen van de nieuwe bomen, plantvakken en hagen zal de biodiversiteit ter plaatse van het plangebied verbeteren. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.

18

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

3.3

Milieu- en omgevingsaspecten

3.3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de verschillende aspecten milieu- en omgevingsaspecten waar rekening mee moet worden gehouden. Om de haalbaarheid van de ontwikkeling aan te tonen, is voor een deel van deze aspecten onderzoek verricht. In de betreffende paragrafen worden de bevindingen uit de onderzoeken nader toegelicht. 3.3.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld.

Toetsing Met de ontwikkeling is sprake van de realisatie van zes woningen op een locatie waar in het verleden geen woningen aanwezig waren. In verband met de marktontwikkelingen zijn de woningen zeer gewenst en is de vraag hiernaar. De ontwikkeling wordt gerealiseerd aan de rand van de kern Varsselder. Gezien de aard en omvang van de nieuwe ontwikkeling en de voorheen aanwezig functie- en bebouwing op deze locatie wordt voorliggend initiatief niet als een nieuw ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ beschouwd. Om die reden is geen sprake van een (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht. Overigens wordt in de toelichting in de paragrafen 3.3.3 tot en met 3.3.12 wel nader ingegaan op de eventuele nadelige gevolgen van de ontwikkeling voor het milieu. Uit deze paragrafen komt naar voren dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor het milieu heeft.

Conclusie Het bestemmingsplan kan zonder (vormvrije) m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld. 3.3.3

Bodem

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik.

Toetsing Door Buro Ontwerp & Omgeving is in oktober 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 1 bijgevoegd. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld.

De bovengrond van de onderzoekslocatie betreft zwak humeuze klei, waaronder plaatselijk een laag sterk zandige klei aanwezig is tot maximaal 1,3 m-mv. De ondergrond betreft matig grof, zwak tot matig bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

19

siltig en grindig zand. In de bovengrond is een bijmenging met sporen baksteen en kalk (sporen/brokken of matig kalkhoudend) aangetroffen. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond zijn op indicatieve wijze geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de bovengrond met bijmenging van sporen baksteen en kalk zijn gehaltes cadmium, zink, PAK en minerale olie boven de achtergrondwaarde aangetoond. In de bovengrond met bijmenging van enkel (sporen) baksteen zijn gehaltes zink en PAK boven de achtergrondwaarde aangetoond. In de (zintuiglijk schone) ondergrond liggen de aangetoonde gehaltes onder de achtergrondwaarde. Het grondwater in de zuidoostelijke hoek van het plangebied bevat licht verhoogde concentraties barium, naftaleen en 1,2-dichloorethenen (som). In het grondwater centraal op de onderzoekslocatie liggen de concentraties onder de streefwaarde. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.3.4

Geluid

Algemeen De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

Toetsing Voor de voorgenomen ontwikkeling is door Buro Ontwerp & Omgeving in november 2022 een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 2 bijgevoegd. Hieronder worden kort de conclusies toegelicht. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen spoorlijnen en gezoneerde industrieterreinen aanwezig. Om die reden is geen onderzoek verricht naar geluid als gevolg hiervan. De nieuwe woningen in het plangebied zijn wel gelegen binnen de onderzoekszones van de wegen Hoofdstraat, Varsselderseweg en de Oude IJsselweg (N817). Voor de Hoofdstraat geldt daarbij dat deze een 30 km/u regime heeft ter plaatse van het plangebied. Formeel geldt voor deze weg volgens de Wgh geen onderzoeksplicht, omdat de maximaal toegestane snelheid 30 km/uur bedraagt. De verkeersintensiteit op de Hoofdstraat zijn dusdanig dat een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet kan worden uitgesloten. Daarom is in het kader van een goede ruimtelijke ordening toch akoestisch onderzoek uitgevoerd naar dit deel van de Hoofdstraat.

Hoofdstraat De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Hoofdstraat bedraagt 48 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Varsselderseweg De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Varsselderseweg bedraagt 46 dB, inclusief aftrek op

20

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Oude IJsselweg (N817) De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Oude IJsselweg (N817) bedraagt 43 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.3.5

Luchtkwaliteit

Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.

Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.

Toetsing Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

21

betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is de monitoringstool uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. De monitoringstool geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in het plangebied tussen 2020 en 2030. De monitoringstool kent scenario's zonder en met lokale maatregelen die er voor moeten zorgen dat op termijn overal aan de grenswaarden wordt voldaan. Beide typen scenario's laten in de toekomst een afname van de concentraties zien. Dit komt doordat bedrijven en het verkeer steeds schoner worden door technologische verbeteringen. De monitoringstool maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2020 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. In het plangebied worden geen gevoelige functies beoogd zoals bedoeld in het 'Besluit gevoelige bestemmingen'.

Toetsing aan de grenswaarden is daarom niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. 3.3.6

Geur

Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (c.q. het Activiteitenbesluit) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Voor de beoordeling van geurhinder van industriële bedrijven gelden de volgende kaders: Activiteitenbesluit milieubeheer; Handleiding geur van Infomil; Geurbeleid provincie Gelderland. Bij ruimtelijke besluitvorming gaat het erom dat er voor geurhinder voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. het kunnen garanderen van een aanvaardbaar hinderniveau van geurhinder; 2. het niet onevenredig schaden van iemands belangen. Gezien bovenstaande is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen bedrijven en geurgevoelige objecten.

De richtafstanden uit de VNG brochure 'bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn hierbij leidend.

Toetsing Onderhavige ontwikkeling betreft de bouw van zes woningen. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen veehouderijen gelegen. Op grotere afstand liggen wel veehouderijen. Gezien de ruime afstand tot deze veehouderijen zijn er geen overschrijdingen van de geurnormen binnen het plangebied te verwachten. Gezien het feit dat er op kortere afstand van de betreffende veehouderijen reeds

22

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

geurgevoelige objecten (bestaande woningen) zijn gelegen, worden de veehouderijen door de realisatie van onderhavig plan ook niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd.

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 3.3.7

Externe veiligheid

Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. Het bevoegd gezag wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

23

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik Op grond van het beleid dat in de circulaire is vastgelegd, dient rond iedere opslagplaats voor ontplofbare stoffen een veiligheidsafstand te worden aangehouden tot kwetsbare objecten zoals woningen, kantoren en winkels. Deze veiligheidsafstand moet in het bestemmingsplan worden vastgelegd. In de circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten.

Activiteitenbesluit milieubeheer In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico (PR) als risiconorm.

Vuurwerkbesluit Het Vuurwerkbesluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk.

Toetsing De ontwikkeling voorziet in de realisatie van zes nieuwe woningen. Er is hiermee sprake van de realisatie van kwetsbare objecten. De navolgende afbeelding bevat een uitsnede van de risicokaart Nederland. De globale ligging van het plangebied is aangeduid met een blauwe markering.

24

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

Uitsnede risicokaart Nederland

Stationaire bronnen In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen stationaire bronnen die een risico vormen voor de ontwikkeling binnen het plangebied.

Mobiele risico bronnen Op circa 1.300 meter van het plangebied ligt een buisleiding van Gasunie. De leiding heeft de volgende kenmerken: Naam leiding

Uitwendige diameter

Werkdruk

Invloedsgebied Groepsrisico

Afstand tot plangebied

N-566-01

12,67 inch

40,00 bar

140 meter

1.305 meter

Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van het groepsrisico voor de genoemde buisleiding. Een nadere beoordeling van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

bestemmingsplan "Hoofdstraat 55, Varsselder" (vastgesteld)

25

3.3.8

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen afstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies, zoals wonen, is de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geraadpleegd. Hierin worden richtafstanden voor het omgevingstype 'gemengd gebied' als 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied' aanbevolen. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en het buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf en gaan uit van het gebiedstype 'rustig woongebied'. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden met 1 afstandsstap worden verkleind. Een richtafstand van 50 meter is op die manier bijvoorbeeld te verlagen naar 30 meter. In gevallen waarbij het onderdeel gevaar de richtafstand bepaalt, mag dit niet zomaar.

De richtafstanden gelden tussen de grens van de bedrijfsbestemming en de gevel van de voorgenomen woning.

Toetsing De ontwikkeling voorziet in de realisatie van zes grondgebonden woningen. Gezien de omliggende functies (voornamelijk wonen) is er sprake van een 'rustige woonwijk'. Bedrijvigheid in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen zijn wel gevoelig voor eventuele milieuhinder van bedrijvigheid in de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4738/documents/29145