bijlage 2 Verkenning museale doorontwikkeling (openbaar deel).pdf
Tekst van het document
lLMse 2:
Museumadvies I Els Thijssen
Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark Museumconcept, succesfactoren & randvoorwaarden in opdracht van de Gemeente Oude IJsselstreek
Museumadvies I Els Thijssen
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 2 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 4 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 6 van 48
Museumadvies I Els Thijssen 1
Inleiding
Het DRU Industriepark is een decennium geleden voltooid door de herontwikkeling van het DRU fabriekscomplex. Het is een cultuurplek met een belangrijke functie voor de bewoners en bezoekers van de regio. De oorsprong van het complex - de ijzerwinning en de industrie die eruit voorkwam - zijn de inhoudelijke dragers van het verhaal over het gebied. Dit is zichtbaar gemaakt in de Afbramerij met inzet van de collectie van het Nederlands IJzermuseum (NIJM). Sinds de opening van de presentatie van het NIJM is de ambitie van het IJzermuseum niet goed tot ontwikkeling gekomen. Gezien het belang van deze geschiedenis leeft bij de gemeente Oude IJsselstreek de wens om de ijzergeschiedenis toegankelijk te houden voor een breed publiek, maar ook te verbinden aan een nieuw museum voor beeldende kunst op het DRU Industriepark. De realisatie van een nieuw museum in deze tijd kan hinder ondervinden van de huidige maatschappelijke vraagstukken. De coronapandemie heeft de museumsector in een zorgelijke positie gebracht. Overheden en cultuurfondsen spannen zich in om de bestaande instellingen in stand te houden. Het voorstel voor een nieuw museum op het DRU IP zal daarom mogelijk moeite hebben om de financiering voor de benodigde investeringen te vinden.
Het concept voor het nieuwe museum dat in deze rapportage wordt voorgesteld, biedt desondanks kansen: het is uniek en onderscheidend in het bestaande museumaanbod.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 7 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 8 van 48
Museumadvies I Els Thijssen 2
Samenvatting & onderzoeksvraag
Dit rapport begint met een weergave van de ambities die er leven bij de gemeente Oude IJsselstreek, het DRU Industriepark en het Nederlands Uzermuseum rond een museale doorontwikkeling van het DRU IP, in en rond de SSP hal. De beoogde inhoudelijke scenario's van deze partijen zijn tegen het licht gehouden. Daarbij is gekeken naar de kansen, mogelijkheden en valkuilen. Een succesvol inhoudelijk, toekomstbestendig concept is niet gevonden in de bestaande ideeën. In plaats daarvan wordt hier een alternatief voorkeurscenario beschreven: een DRU Museum voor Vorm en Beweging (werktitel). Inhoudelijk is dit concept nieuw en concurreert niet met bestaande musea. Daarnaast sluit het aan bij de geschiedenis en het karakter van het gebied en de hedendaagse maakindustrie die daaruit is voortgekomen. Voor de positionering van dit nieuwe museumscenario is een schets gegeven van het museumveld. Dit geeft de kaders waarbinnen dit nieuwe museum zal functioneren. Ook is onderzocht voor wie dit nieuwe museumconcept aantrekkelijk is. Het concept is een uitbreiding van het cultuur toeristisch aanbod in de regio, trekt nieuwe doelgroepen aan en biedt ook een aantrekkelijk inhoudelijk aanbod voor de bestaande toeristische doelgroepen die de regio bezoeken. Er is een doorrekening gemaakt van de minimaal vereiste exploitatie om de professionaliteit te waarborgen, die aansluit bij
de ambities dat het concept met zich meebrengt. Hiervoor zijn twee ramingen gemaakt: een op basis van kengetallen die een indicatie geeft van de kostensoorten en de verdeling daarvan op basis van sectorgemiddelden, bij een te verwachten (terughoudend) bezoekersaantal van 25.000 per jaar. Daarnaast is er een raming gemaakt op basis van een aanname in het beoogde scenario. Een blijvende exploitatieondersteuning is zeker in de beginjaren nodig om het museum een kans te geven door te groeien naar een volwaardig museum, dat voldoet aan de eisen van het Museumregister Nederland. Dit biedt de beste garantie dat het museum succesvol blijft en de beoogde spin off in toename van bezoekers aan het gebied wordt gerealiseerd. Voor een indicatie van de benodigde investeringen is een eerste raming opgesteld. Vanwege het verkennende karakter van deze rapportage is deze eveneens gebaseerd op kengetallen en ervaringsgegevens. Voor het ruimtelijk ontwerp van de museumfunctie is een opsomming gegeven van de functionele en bouwkundige uitgangspunten. Deze zijn meegenomen in het ontwerpproces in deze projectfase.
Vraagstelling en beoogd resultaat In maart 2022 zijn de onderzoeksvragen meegegeven die moeten leiden tot een voorkeurscenario voor een museaal concept, dat recht doet aan de potentie van het DRU Industriepark om door te groeien tot een cultuurcentrum van formaat.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 9 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Een goede scenarioanalyse van de mogelijkheden voor versterking van de museale functie in algemene zin.
haalbaarheid/businessplannen en projectleiding van nieuwe musea, en de transitie van bestaande musea. Voor referentieprojecten zie www.museumadvies.nl. Voor het onderzoek zijn diverse beleidsstukken van de gemeente Oude IJsselstreek, de Stichting DRU Industriepark en de actuele cijfers uit de museumsector gebruikt. Voor een betrouwbaar beeld zijn - in verband de museumsluitingen de afgelopen twee jaar - de feiten en cijfers uit de museumsector uit 2019 gehanteerd.
De positie van het Nederlands IJzer Museum (NIJM) in het kader van de versterking van de museale functie.
Daarnaast zijn interviews gehouden met:
De onderzoeksvragen zijn: Kader de vraag van de gemeente met een goede algemene beschrijving van de museale wereld en de positie van kleinere musea in den lande en een vertaalslag naar de DRU propositie. De kansen voor een depotmuseum op het DRU als één van de scenario's (mogelijk met referenties in den lande).1
•
Mw. Juliette Hofman, directeur van de Stichting DRU
Het definiëren van een voorkeursscenario m.b.t. de versterking van de museale functie resulterend in een concept/ voorlopig programma. Een vertaalslag van dit voorkeursscenario naar een beknopt PvE en een globale toets op de haalbaarheid zowel qua realisatiekosten als globale exploitatiekosten-/ opbrengsten.
Industriepark; Dhr. P. van Toor, voorzitter Stichtingen Exploitatie Nederlands IJzermuseum en Stichting Collecties Nederlands IJzermuseum; •
Dhr. G. Smeman, manager van het CIVON.
De bevindingen zijn afgestemd met de procesregisseur voor de doorontwikkeling van de DRU Industriepark, de heer Paul Tankink van TVC Real Estate.
Aanpak van het onderzoek De resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op bureauonderzoek, kennis en ervaring op het gebied van museummanagement, conceptontwikkeling,
1
Daarnaast: in het raadsvoorstel wordt gesproken over de wens van een
oo
museum qua omygang vergelijkbaar met Museum More in_Gorssel_ ze
de Beleidsnotitie Toerisme en Recreatie 2020-2024. Daarin wordt gesproken van kansen voor kunst en cultuur en de mogelijkheid van een (depot)museum_met landelijke uitstraling
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 1o van 48
Museumadvies I Els Thijssen
3
Conclusies & aanbevelingen Het onderzoek leidt tot het voorstel voor een nieuw museum, het DRU Museum voor Vorm en Beweging (werktitel) in de SSP hal. Refererend aan de notitie Samen voor een IJzersterk DRU IP wordt met het voorstel de wens gerealiseerd, om een museale presentatiefunctie op het DRU IP toe te voegen. Het initiatief DRU Museum voor Vorm en Beweging vult alle wensen in, die binnen de thema's Historisch en museaal in de notitie zijn genoemd.
•
De rol van het CIVON als publiekstoegankelijk kenniscentrum en leerplek voor de hedendaagse ontwikkelingen in de functionele maakindustrie, sluit aan op het inhoudelijke aanbod van het nieuwe DRU Museum. Het CIVON en het nieuwe DRU Museum voor Vorm en Beweging werken nauw samen in publieksprogramma's t.b.v. allerlei soorten onderwijs. •
Het uitgangspunt van het DRU Industriepark uit eigen onderzoek wordt weerlegt. Historische musea hebben wel degelijk bestaansrecht, het merendeel van musea zijn historische musea (61%). Kunstmusea worden in het algemeen goed gewaardeerd, hun aandeel in het bezoekersaantal en de omzet neemt toe. •
•
De ijzergeschiedenis blijft/wordt overal op het DRU terrein zichtbaar, er worden meer kunstwerken in de buitenruimte geplaatst, al dan niet tijdelijk in samenhang met tijdelijke tentoonstellingen. De Koepeloven in de SSP hal wordt de presentatieruimte voor de ijzergeschiedenis, met gebruikmaking van de collectie van het Nederlands IJzermuseum. Van hieruit vindt een overgang plaats naar de SSP hal met ruimte voor hedendaagse kunst.
Het DRU Museum voor Vorm en Beweging richt zich op kunst van ijzer en op hedendaagse beeldende kunst die beweegt of iets in beweging zet: kinetische kunst.
Er ontstaat door het voorstel dynamiek en synergie tussen alle activiteiten op het DRU Industriepark: wisseltentoonstellingen, evenementen, beurzen, kunst in de openbare ruimte en in de SSP hal. De museale activiteiten dragen bij aan de attractiewaarde van de SSP hal en versterken de exploitatie.
•
Het Nederlands IJzermuseum gaat op in het DRU Museum voor Vorm en Beweging.
•
Collectie verwerven is een museale taak en wordt opgenomen in het beleid van het nieuwe museum. Het betreft collectiestukken die het concept vorm en beweging zichtbaar maken. De te verwerven collecties omvatten historische, hedendaagse en kunst objecten.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 11 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 12 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
4
Uitgangsposities & ambities 2022
•
iedereen kan kennis maken met de geschiedenis van Oude IJsselstreek, het ijzer en het landschap.
•
De historische zichtbaarheid en beleefbaarheid wordt ondersteund door vernieuwende verschijningsvormen.
Museale ambities gemeente
•
DRU Industriepark werkt samen met andere musea in de regio.
Oude IJsselstreek
•
DRU Industriepark werkt samen met andere musea met het thema 'ijzer'.
Contouren voor de toekomst
•
DRU Industriepark zorgt voor verbinding tussen het publiek en het verhaal van het verleden
In de notitie van de gemeente Samen, voor een ijzersterk DRUIP: Dromen-Denken-Doen zijn de toekomstige kaders gesteld voor de samenwerking tussen het DRU IP en de gemeente. Als basis voor prestatieafspraken is de beoogde maatschappelijke opdracht benoemd, die d.m.v. 7 programmalijnen is gespecificeerd. Voor wat betreft de museale doorontwikkeling is Programmalijn 4 relevant: "Historie en museaal. De geschiedenis van het ijzer en onze maakindustrie is beleefbaar en biedt inspiratie voor de toekomst. De kernwaarden die de benadering daarvan omschrijven zijn 'inclusief, innovatiefen verbindend'." De beoogde resultaten voor de thema's Historisch en museaal zijn 2: Het erfgoed is zichtbaar. •
De museale collectie wordt beheerd en behouden en is zichtbaar.
DRU Industriepark is en blijft ERIH-ankerpunt. Kansen, genoemd in de Vrijetijdsagenda Achterhoek 2020-2030 zijn o.m.: •
Vergrijzing. Biedt kansen op verlenging van het seizoen en het inspringen op toeristen met een zorgvraag.
•
Lokalisering. Consumenten zijn meer op zoek naar lokale initiatieven en producten, omdat het meer vertrouwen geeft; het authentieke karakter, de streekeigen heid en de sterke identiteit van de Achterhoek kan goed op deze trend inspelen.
In de Beleidsnotitie Recreatie en Toerisme 2020-2024 wordt eveneens de sterke behoefte genoemd aan een lokale inkleuring en positionering, om de eigen identiteit van de Oude IJsselstreek te benadrukken. Hierbinnen zijn de ijzerhistorie, het DRU IP als rijksmonument en de ligging aan de Oude IJssel een belangrijk USP met een sterke potentie. De aanwezigheid van de innovatieve
Bijlage 3 Notitie Samen, voor een ijzersterk DRUIP: Dromen-DenkenDoen: Resultatenschema.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 13 van 48
Museumadvies I Els Thijssen maakindustrie en de bijzondere geologische landschapselementen zijn ook sterk aanwezige kwaliteiten. De potentie die de 'ijzerbeleving' DRU biedt, wordt echter nog onvoldoende benut. Dit aspect krijgt een hoofdrol in de doorontwikkeling van het DRUIP. Door DRU als plek en merk te vermarkten - waarbij de geschiedenis en de toekomst van de maakindustrie de kern vormen - is de lijn die voor de toekomst bij uitstek verankerd is in het verleden, een logische voorzetting van de geschiedenis naar nu en later. Daarbij zijn beleving,
mogelijk op de schaal van Museum More in Gorssel worden uitgewerkt: een BVO van 5000 m2. Daarnaast is in het ontwerp van RAU een Tooropmuseum opgenomen, als tweede mogelijke museale toevoeging in de SSP hal. Ook wordt ingezet op de mogelijke status van Unesco Werelderfgoed van het gehele DRU lndustriepark.4 Als nieuwe potentiële doelgroepen worden in de gemeentelijke beleidsdocumenten de inzichtzoekers en stijlzoekers genoemd.
authenticiteit en aandacht voor cultuurhistorisch erfgoed een trend.
Deze scenario's die tot nu toe zijn voorgesteld, worden in hoofdstuk 7 tegen het licht gehouden. In de huidige vervolgfase is de conceptuele uitwerking van de museumfunctie verder onderzocht en wordt er een nieuw, alternatief scenario voorgesteld in hoofdstuk 8.
Doorontwikkeling museumambities van de gemeente De beleving van de ijzergeschiedenis op het DRU IP kan dus meer dan nu worden benut. Daarvoor is in het Ontwikkelkader doorontwikkeling DRU IP ? als mogelijke toevoeging een (depot)museum met een landelijke uitstraling voorgesteld. Hierin kunnen bruiklenen uit collecties van belangrijke kunstmusea worden getoond, of uit de depot van het Instituut Collectie Nederland, waar de rijkscollectie van Nederland is opgenomen. Voor de bouwkundige verkenning van RAU Architecten van december 2020 (in opdracht van de gemeente), is de inhoudelijke functie hiervan al meegegeven: het exposeren van kunstwerken uit grotere collecties (van andere, bruikleen gevende musea). Dit (depot) museum kan volgens voorstel van Rau Architecten, Besluitvorming in de Raad op 24 juni 2021.
Museale ambities DRU Industriepark Het DRUIP heeft met medeneming van de gemeentelijke beleidsuitgangspunten, de eerste contouren van de museale/cultuurhistorische toekomst verwoord in het Vervolg plan van aanpak revitalisatie SSP hal (april 2021). Hieraan is een interne haalbaarheidsstudie/marktonderzoek voorafgegaan. Dit leidt bij het DRUIP tot dusver tot de volgende inzichten:
'Genoemd in de Beleidsnotitie "Recreatie en Toerisme 2020-2024" van de gemeente Oude IJsselstreek.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 14 van 48
Museumadvies I Els Thijssen •
bezoekers aan het park missen een (museale) presentatiefunctie op het park;
•
de ijzerhistorie van het park is een rijke bron voor aanknopingspunten voor tijdelijke exposities, maar puur historische musea hebben anno 2021 geen bestaansrecht;
•
Dit gebeurt op 3 niveaus:
de vriendschap tussen kunstenaar/kunstschilder Jan Toorop en directeur Frans Deurvorst biedt een bijna onuitputtelijke kapstok voor tijdelijke thematentoonstellingen rondom de historie van de DRU, industriële vormgeving, de kunstperiode 1890-1930 (sociaal realisme) en grote kunstenaars uit die tijd zoals Mondriaan en van Gogh; collectie verwerven geniet in het beginstadium van de museale ontwikkeling niet de voorkeur;
•
het in bruikleen verkrijgen van depotstukken stelt minimale klimaat- en beveiligingseisen aan de presentatieruimte; verbouwing van de koepeloven tot presentatieruimte leidt op voorhand niet tot een efficiënte ruimte. In een later stadium kan deze optie alsnog nader onderzocht worden.
Doel van deze uitwerking van 2021 is, dat het museaal profiel van het DRUIP versterkt wordt voor regionaal, nationaal en Euregionaal publiek. Er wordt daarvoor een DRU IP beoogd waar monumenten, historie, tijdelijke en permanente exposities, (kunst)objecten en kunstbeurzen met elkaar worden verbonden tot één geheel. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de bestaande ruimte/gebouwen en wordt nieuwe ruimte gecreëerd.
De 7 rijksmonumenten worden ingezet als decorum voor digitale vitrines (storytelling); •
In de SSP hal wordt nieuwe expositieruimte/museale ruimte gecreëerd;
•
De diverse producten, locaties en activiteiten worden digitaal met elkaar verbonden.
Plannen van het DRUIP voor de SSP hal Ten aanzien van de nieuwe expositieruimte in de SSP hal stelt het DRU IP voor om gefaseerd te werk te gaan. Het heeft de voorkeur om te starten met experimenteren met een presentatiefunctie met wisselende tentoonstellingen. Van hieruit wordt verder onderzocht of er voldoende draagvlak is voor een permanente expositie c.q. doorgroei tot museum. Begin 2022 vertaalt dit zich in een inmiddels gehonoreerde - aanvraag voor een bijdrage uit de subsidieregeling Gelderse Thematische Verhaallijnen van de provincie Gelderland, voor het eerste onderdeel van het projectplan. Het totale plan omvat: Acht digitale vitrines in de buitenruimte op het DRUIP, waarvan 1 bij Min 40C; Huis van het /Jzer, een histarische experience; Tooropkomer; •
Digitale routeplanner; Expositieruimte voor wisselexposities: kunst en historisch, beiden in relatie tot ijzer;
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 15 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 16 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Publieksgerichte ontsluiting van het documentatiecentrum N/JM {ijzergeschiedenis). 5 Met het deelproject oral history is inmiddels in samenwerking met het NIJM en Erfgoed Gelderland een begin gemaakt. Voormalige betrokkenen bij de DRU fabriek worden geïnterviewd om hun herinneringen vast te leggen, te bewaren en in te zetten bij informatieoverdracht over het leven en werken rond de DRU.
kabinetten/museumpresentaties zijn er veertien gerealiseerd en bij de opening van het NIJM in de Afbramerij in gebruik genomen. De presentaties bestonden uit een mix van objecten, multimedia, maquettes van installaties en gebouwen, teksten enzovoorts. Het besteedde budget bedroeg € 1,5 miljoen, in belangrijke mate uit rijksgelden en door de provincie Gelderland gefinancierd. Het beoogde bezoekersaantal bedroeg 30.000 per jaar. Gezien de schaal van de presentatie en het onderwerp achtte men dit destijds haalbaar. In de praktijk kwamen er jaarlijks gemiddeld 5000 bezoekers.
Uitgangspositie en ambitie Door de tegenstrijdige belangen van de gebruikers/deelnemende partijen binnen het ICER en het huidige CIVON was het
Nederlands IJzermuseum Verloop tot nu toe Na jarenlange voorbereiding is in 2014 in de Afbramerij de museale inrichting van het Nederlands IJzermuseum geopend. Het NIJM wordt beheerd door twee stichtingen die bestuurd worden door een personele unie: de stichting Exploitatie Nederlands IJzermuseum en de stichting Collectie Nederlands IJzermuseum. De inrichting in de Afbramerij is ontwikkeld in samenwerking met, en gebouwd door tentoonstellingsvormgever Tinker lmagineers. Van het oorspronkelijke ontwerp, met een uitwerking van achttien
5
Opsomming uit DRUIP Projectplan t.b.v. subsidieregeling Gelderse
functioneren van het NIJM binnen de Afbramerij geen succes. Een belangrijke tegenstelling in de Afbramerij met een negatief effect voor het NIJM, was de laagdrempelige openstelling van de Afbramerij en daardoor het ontbreken van een adequate entreeheffing voor museumbezoekers. Hierdoor liepen de inkomstenstroom en de museumexploitatie steeds verder terug. Na de beëindiging van het ICER kreeg het Graafschap College alle zeggenschap over de activiteiten in de Afbramerij. De museale presentaties van het NIJM die in de Afbramerij stonden opgesteld, zijn in de afgelopen jaren steeds verder verwijderd om plaats te maken voor de activiteiten van het CIVON als innovatiecentrum. Er staan op dit moment nog 4 kabinetten van het NIJM, museale opstellingen waarvoor niet meer actief promotie wordt gemaakt.
thematische verhaallijnen, januari 2022.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 17 van 48
Museumadvies I Els Thijssen Dit is voor het NIJM een bijzonder teleurstellend verloop van gebeurtenissen geweest. Het museum is nagenoeg onzichtbaar. De geschiedenis van het ijzer, de ijzerhutten en mensen die er werkten wordt niet meer in een complete museale presentatie verteld. Het vrijwilligersbestand is sterk teruggelopen, door de problemen was het werven en binden van vrijwilligers moeilijk. Het museum beschikt over een extern depot. De huurkosten doen een zwaar beslag op het budget, de verwarmingskosten zijn niet op te brengen, waardoor het klimaat onvoldoende is en het collectiebeheer niet adequaat kan worden uitgevoerd. Deze situatie is ondermaats. Bij doorontwikkeling van het DRU Museum is een volwaardig depot voor de collectie van het NIJM en de op te bouwen collectie van het DRU Museum nodig. Het bruikleenverkeer dat het presentatiebeleid met zich meebrengt stelt eisen aan het in beheer hebben van collectie, ook van tijdelijke aard. Nieuw perspectief voor het NIJM Het staat buiten kijf dat de inhoudelijke kennis over de geschiedenis van de ijzerindustrie ruimschoots aanwezig is in het NIJM. Dit blijkt uit de ontwikkeling van de presentaties in de aanloopfase naar de opening van het NIJM in 2014. Er is in samenwerking met Tinker lmagineers een adequate en aantrekkelijke publiekspresentatie ontwikkeld en gebouwd.
Inhoudelijk is het aanbod van het NIJM van regionaal en nationaal belang. Dit rechtvaardigt een museale presentatie ruimschoots.
De neergang van de afgelopen jaren is veroorzaakt door de gewijzigde omstandigheden en organisatorische problemen en kan in de toekomst ondervangen worden. Na de gebeurtenissen van de afgelopen jaren, ziet het NIJM graag een loskoppeling van de Afbramerij, een eigen plek op het DRU IP en met een zelfstandige exploitatie. De ijzergeschiedenis is van betekenis en het NIJM wil de geschiedenis van het ijzer doorgeven aan volgende generaties. De basiselementen in de ijzerindustrie en de processen die hierbij een rol spelen, kan het NIJM laten zien. Het zijn de voorlopers van de hedendaagse processen in de maakindustrie. Het kan niet anders dan dat in Ulft deze geschiedenis zichtbaar blijft en wordt ingezet in publieksinformatie en presentaties. Met een uitbreiding naar een DRU Museum voor Vorm en Beweging, waar de ijzergeschiedenis én kunstvormen in relatie tot de maakindustrie samenkomen, is een passend totaalconcept mogelijk. In dit concept blijft de geschiedenis van het ijzer op het DRU Industriepark zichtbaar in de gebouwen en andere artefacten op het terrein. Het beleven van de ijzergeschiedenis krijgt een nieuwe plek in de Koepeloven van de SSP hal. De hedendaagse maakindustrie in het CIVON wordt verbonden met de ijzergeschiedenis en met beeldende kunst in de SSP hal en in de buitenruimte van het DRU Industriepark.
In het alternatieve scenario in hoofdstuk 8 wordt dit concept verder in een eerste verkenning uitgewerkt.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 18 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Ambities Min40C Er is recent een gelegenheidssamenwerking ontstaan tussen het DRUIP en het museum Min40C. Dit naar aanleiding van de noodzaak van een partner in de voornoemde aanvraag bij de provincie, voor een bijdrage uit de Subsidieregeling Gelderse Verhaallijnen. Min40C wordt hierdoor deel van het verhaal van de ijzergeschiedenis, waarbij de geologische ontwikkeling een bodem met een hoog ijzergehalte heeft gevormd. Dit wordt uitgewerkt in een vitrine bij Min40C, uit een reeks van acht, waarvan de overige zeven op het DRU IP worden geplaatst. Inhoudelijk vergt dit nog nadere invulling. Het ligt voor de hand dat er bij Min40C informatie komt over de geologische structuur in de Oude IJsselstreek, met uitleg over het ontstaan van het ijzeroer.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 19 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
5
maatschappelijke meerwaarde is lastig in cijfers vast te stellen, maar wordt wel alom gedeeld. Niet voor niets worden regio's en steden met een hoog cultureel aanbod op verschillende manieren gewaardeerd, materieel en immaterieel.
Analyse museumveld
Uitgangspositie De relevantie van musea is evident. Zij geven vorm aan een aantal maatschappelijke waarden, die tegelijkertijd hun bestaansrecht bepalen. Een museum heeft veel te bieden. Aan de bezoekers die komen voor de collectie en de geschiedenissen die er mee verteld worden. Aan de jeugd waaraan een uitdagende leeromgeving wordt geboden. Aan de omringende ondernemers, die meeprofiteren van een toeristische trekpleister en een aantrekkelijker leefomgeving. Maar een museum geeft ook inhoud aan een collectief geheugen en heeft een verbindende rol; het biedt een ontmoetingsplek tussen verleden, heden en toekomst. En tenslotte kan een museum de sociale cohesie bevorderen en ondersteunen. Bijvoorbeeld met het inzetten van mensen die met een goed passende taak weer een betekenisvolle rol kunnen spelen. Kortom, een museum doet er toe en bevordert de kwaliteit van de omgeving op meerdere gebieden.' Hier staat tegenover, dat veel musea niet in staat zijn zonder directe overheidssteun de exploitatie rond te krijgen. Mede op grond van de relevantie van musea voor hun directe omgeving, stelt de overheid budget beschikbaar. De spin-off in de vorm van
Rapport Musea meer dan waard. Adviesbureau DSP-groep/Nederlandse Museumvereniging. 2011
Ook de grote landelijke musea die met hun collectie en programma van nationaal belang zijn, hebben overheidssteun nodig. Die steun is ook legitiem. Collecties en hun verhalen zijn voortgekomen uit de geschiedenis van een gebied en zijn dragers van de identiteit ervan. Alom wordt de gedachte omarmd dat het verleden koestering verdient, ook om de toekomst te begrijpen. Dat maakt culturele erfenissen waardevol, en het behoud ervan wezenlijk voor het koesteren en begrijpen van herinneringen. Het merendeel van de musea die met deze taken zijn belast, zijn kleine musea (63% in 2019), met minder dan 25.000 bezoekers per jaar, en een omzet van minder dan € 400.000. Ze worden gedragen door vrijwilligers en functioneren vaak zonder - of met zeer beperkte - betaalde menskracht. Daarin schuilt voor musea ook een gevaar. Gebrek aan kennis over professioneel handelen kan fnuikend zijn voor adequaat beheer en behoud van de collectie en kan het ontwikkelen van aantrekkelijke, hedendaagse publieksprogramma's in de weg staan. Een overheid die zijn geschiedenis koestert, moet bereid zijn om minimaal een basisniveau van professioneel functioneren financieel te ondersteunen. Daar mogen prestaties voor worden verwacht, die de kwaliteit van het museum garanderen, hoe bescheiden in omvang ook.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 2o van 48
Museumadvies I Els Thijssen Musea in 2022
Museumcijfers in 2019
Door de coronapandemie is het lastig om adequate museumcijfers te geven die richtinggevend zijn voor de naaste toekomst. In de afgelopen twee jaar is het museumbezoek in Nederland in het algemeen met 60% afgenomen. In 2019 waren er nog 33 miljoen museumbezoeken in Nederland, met een aandeel van 10 miljoen buitenlandse toeristen. In 2020 waren dat 13,2 miljoen bezoeken, waarvan 1,8 miljoen buitenlandse bezoeken.
Omvang en bezoekersaantallen Er zijn 438 Nederlandse musea aangesloten bij de Museumvereniging, en 616 bij het CBS geregistreerd. Musea die zijn aangesloten bij de Museumvereniging voldoen aan de kwaliteitseisen van de branche en hanteren de Museumkaart, die 29% van de bezoeken levert. •
In 2022 komt de museumsector waarschijnlijk nog niet terug op het niveau van 2019. Musea krijgen in het voorjaar weer de helft van hun voormalige bezoekersaantallen. Nog maar 65% van de museum kaarthouders gebruikt zijn kaart weer volop, zoals vóór de pandemie. Het bezoek aan musea in de Randstad die van toerisme afhankelijk zijn, zit dan nog maar op 30-35%: het buitenlandse bezoek is weggevallen. Naar verwachting zal in de loop van 2022 het bezoek aan o.m. musea terughoudend blijven, blijkt ook uit onderzoek van Berenschot. Het uitstellen van sociale activiteiten speelt voorlopig nog een rol, die worden het eerst weer opgepakt.'
63% van de Nederlandse musea behoort tot de kleine musea, met< 25.000 bezoekers en een omzet van < € 400.000. Middelkleine musea hebben tussen de 25.000 en 100.000 bezoekers per jaar met een omzet van € 400.000 tot € 800.000 per jaar. (Middelgroot: omzet tussen € 800.000 en 3,2 miljoen. Groot> 3,2 miljoen). De geschiedenismusea vormen 61% van het totale museumbestand. Het is de grootste groep, maar in termen van omzet en bezoek zijn het de kleinere musea. 23% van de musea zijn kunstmusea.
•
Kunstmusea nemen een steeds groter deel van het bezoek en de omzet voor hun rekening. In 2019 nam het aantal buitenlandse bezoekers iets af, het binnenlands bezoek steeg naar 69%. Sinds 2015 is het aantal buitenlandse bezoekers wel gestegen, vooral aan kunstmusea.
8
7 NRC o.b.v. informatie van de Museumvereniging en Berenschot, 8 april 2022
Als ijkjaar wordt 2019 gehanteerd, als betrouwbaar voor de meest relevante situatie in de afgelopen drie jaar. Naar verwachting zalvanwege het beperkte aantal internationale toeristen in Gelderse musea (15%)- de situatie in 2022 e.v. weer nagenoeg vergelijkbaar worden met het pre-corona tijdperk.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 21 van 48
Museumadvies I Els Thijssen •
In Gelderland lag het aantal binnenlandse bezoekers op 88%.
•
19 % van de museumbezoekers is jong, tot 18 jaar. Het aantal bezoeken in schoolverband is licht gegroeid, uit het BO en VO is de omvang van het bezoek 32 en 39% (de rest is museumbezoek van deze jongeren in de vrije tijd).
De kaart levert 26% van de inkomsten uit entreegelden op. De gemiddelde entreeprijs bedraagt voor volwassenen € 13,50. In een exploitatieraming geeft 50% hiervan x het bezoekersaantal een realistisch beeld van de entree-inkomsten, i.v.m. diverse kortingskaarten.
Omzet, kosten en Museumkaart Van de omzet komt de helft uit eigen inkomsten en de helft uit overheidssubsidies. (De subsidie is tussen 2014 en 2019 wel met 16% gedaald). •
De eigen inkomsten van musea zijn in 2019 gestegen met 7,4%, 0.m. door hogere inkomsten uit entreegelden, horeca en winkel.
Museummedewerkers Bijna 1 op de 5 musea heeft geen personeel in dienst en draait geheel op vrijwilligers en stagiairs. Van het betaalde personeel is een groter deel dan voorheen belast met commerciële en publieksactiviteiten, ten koste van inzet voor onderzoek en collectie, eveneens kerntaken van
In tegenstelling tot voorgaande jaren zijn gemeentelijke subsidies aan musea met € 26 miljoen toegenomen, maar dit bedraagt 19% van de totale omzet van alle musea. •
Bij de kleine musea heeft 43% van de musea een negatief resultaat, bij de middelkleine musea 51%, bij alle museum 47%. •
een museum.
De Fair Practice Code die in 2017 is ingevoerd, streeft een eerlijke beloning na in de cultuursector, ook voor het betaalde museumwerk.
De gemeenten financieren met name geschiedenis- en kunstmusea. In 2019 zijn de kosten meer gestegen dan de totale omzet, waardoor het resultaat uit de bedrijfsvoering negatief is.
Het aantal Museum kaarthouders is tussen 2014 en 2019 meer dan 25% gegroeid. Ruim 8% van de Nederlanders (van 5 jaar en ouder) heeft een Museumkaart.
Musea in Gelderland 9 Musea in Gelderland staan op de derde plaats in de aantallen musea en bezoekers, na Noord- en Zuidholland. Een aantal grote musea in Gelderland heeft veel bezoekers: het Kröller Muller Museum, Museum More, het Nederlands
De kosten betreffen m.n. personeels- en huisvestingskosten (inclusief afschrijvingen): 43 en 23 %. Tentoonstellingskosten zijn gemiddeld 10%. 9
Informatie op basis van Museumcijfers 2019 van de Museumvereniging en ZKA, Gelderse Erfgoedmonitor2020.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 22 van 48
Museumadvies I Els Thijssen Openluchtmuseum. Ze bezitten collecties van nationale en internationale betekenis. •
Ongeveer 15% van alle museumbezoeken werd afgelegd door bezoekers uit het buitenland. De verschillen tussen de musea zijn echter groot. De meeste musea rapporteren een percentage buitenlandse bezoeken tussen 0 en 10%, maar een aantal (met name grootschalige) musea rapporteert tussen 40 en 50% buitenlands bezoek, en hebben daarmee een groot effect op het gemiddelde.
•
In Gelderland zijn weinig musea op het gebied van bedrijf, wetenschap en techniek. In Gelderland is het aantal kleine musea iets kleiner, 61% i.p.v. 63% landelijk gemiddeld.
•
Kunstmusea doen het naar verhouding goed. Deze weten gemiddeld meer bezoeken te genereren dan musea die op andere onderwerpen georiënteerd zijn.
•
Bij de musea die aangeven de Museumkaart te accepteren wordt ongeveer 28% van alle bezoeken gegenereerd door bezoekers met een Museumkaart. In een enkel geval kan dit zelfs oplopen tot 80% van het totale bezoek. Circa 15% van de respondenten geeft aan geen Museumkaart te accepteren; Ongeveer de helft van de musea geeft aan ook andere kortingskaarten te accepteren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Bankgiroloterij VIP-kaart. Voor deze musea geldt dat ongeveer 7% van het totale bezoek wordt gegenereerd door andere kortingskaarten.
Cultureel ondernemerschap wordt steeds belangrijker. Dit kan bijvoorbeeld worden uitgedrukt in het aantal zakelijke bezoeken (vergaderingen, recepties, presentaties). De deelnemende musea geven aan dat ca. 5% van het bezoek 'zakelijk' is. Het aandeel hangt samen met de omvang van het museum. Kleine en middelgrote musea hebben ca. 2-3% zakelijk bezoek, grote musea ca. 6-7%. Lettend op het totale aantal museumbezoeken waren er circa 170.000 zakelijke bezoeken aan de Gelderse musea in 2019.
Meerjarige trends in de museumsector "° Toename senioren De babyboom generatie is met pensioen. Deze groep is ontwikkeld en kritisch. Het is niet vanzelfsprekend dat zij voor hun vrijetijdsbesteding naar een museum gaan. Bereikbaarheid, parkeergelegenheid, museumcafé, restaurant en winkel zijn voor de positionering en aantrekkingskracht van musea net zo belangrijk als de tentoonstellingen en collectiepresentaties. Deze groep biedt een interessant potentieel aan 'supporters' van musea in de vorm van vrijwilligers, vriend of donateur. Het ontwikkelen van aanbod voor deze groep kan leiden tot te eenzijdige marketing en productontwikkeling, met als effect een te eenzijdige
10 Nederlandse Museumvereniging. Agenda 2026. Toekomstverkenning voor de Nederlandse Museumsector. 2010. De gesignaleerde bevindingen zijn nog steeds actueel.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 23 van 48
Museumadvies I Els Thijssen publieksamenstelling. Dit kan het imago van een museum beïnvloeden. Minder subsidie/ meer markt Musea kunnen zich tegen bezuinigingen verweren door de waarde van musea voor de economie (toerisme) en het onderwijs te benadrukken. Mogelijk neemt het belang van musea ook toe als schakel in de zorgketen. Musea kunnen in de toekomst dienen als plek voor dagrecreatie. De kansen die de vergrijzende markt musea biedt om meer inkomsten te genereren, kan als argument worden gebruikt om het van overheidswege juist wat zuiniger aan te doen. Indien deze trend doorzet betekent dit een duurzame versobering van de museumsector met mogelijk krimp als gevolg. Instellingen die hun bestaansrecht goed kunnen verantwoorden en draagvlak hebben bij het publiek maken de beste kans om te overleven. Dat zullen enerzijds de grote gevestigde musea met een sterk merk en dito marktpositie zijn, anderzijds zullen dit kleine musea met een stevige achterban zijn die kunnen terugvallen op particuliere donaties en vrijwilligers. In het collectiebeleid komt meer aandacht voor verzamelingen met een nationale context. Afstemming van aankopen en mogelijke herplaatsing van collectie (onderdelen) tegen de achtergrond van de Collectie Nederland gedachte, liggen daarbij voor de hand. Gedigitaliseerde samenleving In 2026 leven we in een gedigitaliseerde samenleving.
Kennisontwikkeling, informatieopslag, educatie en entertainment zijn in 2026 volledig gedigitaliseerd en geïntegreerd. De gebruikers
en beheerders van kennis en informatie maken daar uiterst flexibel gebruik van. Formele en informele systemen en platforms versterken elkaar en er zijn cross mediale toepassingen. Het vervagen van het klassieke onderscheid tussen beheerders en gebruikers van kennis leidt tot nieuwe vormen van co-makership. Waar voorheen nieuwe media flankerend werden ingezet (representaties voor en verwijzend naar 'the real thing') verdringen nieuwe media de rol van oude media verder. Toekomstige generaties zijn 'digital born' en bewegen zich als vanzelfsprekend door het vrijwel geheel gedigitaliseerde kennis- en informatiedomein. Digitale vindbaarheid en herkenbaarheid zijn een voorwaarde. De nieuwe digitale media creëren een permanente vraag naar content. Musea en andere erfgoed instellingen beheren content die wellicht juist door deze generatie als bijzonder kan worden ervaren: analoge, authentieke en unieke collecties.
Invloed museumcijfers en trends op de museale doorontwikkeling DRUIP De helft van alle musea in Nederland wordt ondersteund door overheidsbijdragen vanwege het algemeen erkende belang in cultureel, sociaal en economisch opzicht. Dit aspect is ook van belang in de gemeentelijke besluitvorming rond de plannen voor het nieuwe DRU Museum.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 24 van 48
Museumadvies I Els Thijssen Op het DRU Industriepark is de museumfunctie de laatste jaren in de knel gekomen. Gezien de culturele ambities van het park is het herstel van deze functie onontbeerlijk om een volwaardig cultuurpark te kunnen zijn dat - naast de verschillende bestaande publieksfuncties - recht doet aan de geschiedenis van het ijzer en de hedendaagse en toekomstige maakindustrie. De algemene waardering voor musea op het gebied van historie en kunst biedt kansen voor het DRU IP. Ook zijn er in de regio minder musea voor bedrijf, wetenschap en techniek. Het nieuwe museum op het DRU Industriepark kan zich onderscheiden met een goed passend en samenhangend concept dat bezoekers de samenhang en wisselwerking tussen bedrijfsgeschiedenis, techniek en kunst laat ervaren. De inhoudelijke basis hiervoor wordt verder uiteengezet in het voorgestelde, alternatieve voorkeurscenario in hoofdstuk 8. Gezien het belang van de collectie van het NIJM voor de geschiedenis en de gebiedsidentiteit van de Oude IJsselstreek, verdient de collectie een adequaat museum dat de museale taken naar behoren uitvoert. Het is het NIJM echter tot nu toe niet gelukt om te voldoen aan de kwaliteitseisen van het Museumregister Nederland. Er is een nieuwe museumorganisatie nodig die dit realiseert, om een langdurig professioneel en succesvol bestaan van een toekomstig museum op het DRUIP te garanderen.
landelijk bedraagt het bezoek van Museumkaarthouders gemiddeld 29%. De vergoeding die aan deze musea wordt uitbetaald fluctueert met de jaarresultaten van de Stichting Museumkaart, maar ligt tussen de 60 en 70% van het entreebedrag van het museum. Al met al levert de inschrijving dus een belangrijke bijdrage (gemiddeld 26%) in de exploitatie. Tenslotte zijner de voordelen van de collectieve belangenbehartiging en van gezamenlijke promotie, kennisuitwisseling en beschikbare benchmarkinfo. De inkomsten uit de zakelijke markt die in musea gebruikelijk zijn (zaalverhuur, horeca-inkomsten en museumwinkel) worden in een berekening voor het DRU Museum alleen voor de museumwinkel doorgevoerd. De situatie is anders dan gebruikelijk: de inkomsten uit zaalverhuur en aanvullende diensten voor evenementen komen ten goede aan de exploitatie van het DRU IP als geheel, de inkomsten uit horeca zijn voor de DRU Horeca BV. De functie van de museumwinkel kan fysiek in het museumdeel of in het Toeristisch lnspiratiepunt worden opgenomen.
De voordelen van de formele museumstatus zijn de professionele input en aanpak die daar bij horen. Daarnaast loont het streven naar de formele museumstatus om de Museumkaart te kunnen voeren. Dat levert een toename van de bezoekersaantallen op:
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 25 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
6
Doelgroepen & educatie
Nieuwe bezoekers In de beleidsnotitie Toerisme en Recreatie 2020-2024 van de gemeente Oude IJsselstreek is de leefstijlsegmentatie van SAMR Marktvinders toegepast. Uit onderzoek in 2019 dat hiermee is uitgevoerd op het niveau van de Achterhoek, blijkt dat het aanbod van verblijfsrecreatie beperkt is. Harmonie-, verbindings- en rustzoekers vinden wel aantrekkelijk aanbod in de regio. Het aanbod voor stijlzoekers, avontuurzoekers en plezierzoekers is beperkter aanwezig. Wie zijn dat? De stijlzoekers: ze zijn intelligent, doelgericht en zelfverzekerd. Creativiteit en ambitie zijn aan hen besteed, ze gaan het liefst met gelijkgestemden op stap. De avontuurzoekers: eigenwijze mensen die er graag op uit trekken met creatieve en vernieuwende denkers. Ze hechten waarde aan vrijheid en nieuwe ervaringen. De plezierzoekers zien graag uitdagingen, unieke ervaringen en succes en trekken er graag op uit met familie, vrienden en kennissen om leuke dingen te ondernemen. In de beleidsnotitie is aangegeven dat deze doelgroepen goed passen bij de identiteit van de Oude IJsselstreek en de ambitie van de gemeente. De hierna voorgestelde inhoudelijke productontwikkeling van het DRU Museum voor Vorm en
Beweging en het beoogde concept voor het DRU hotel in, om en nabij de SSP hal, sluiten aan op deze specifieke doelgroepen en bieden daarom kansen voor een succesvolle ontwikkeling van de SSP hal met de drie beoogde functies: museum, hotel en evenementenlocatie. Een andere manier van het in kaart brengen van potentiële doelgroepen kan op basis van de Vrijetijdsprofielen van Motivaction. Het Mentality-model van Motivaction waarop dit is gebaseerd, geeft een effectieve kijk op doelgroepenindeling- en benadering, door een sterke focus op de drijfveren en waarden van mensen. De Vrijetijdsprofielen overlappen de sociale milieus uit het Mentality-model. Ze zijn hierop gebaseerd en omvatten vijf doelgroepen die op basis van motivatie, behoefte keuzes maken: de Gezelligheidsplanners (35%), Plezierbelevers (25%), Verdiepers (22%), Pioniers (10%) en Fijnproevers (8%) Volgens deze methodiek is met name voor de Verdiepers, Pioniers en Fijnproevers (samen 40%) het DRU IP met het DRU Museum voor Vorm en Beweging een uitdagende plek voor een bezoek en verblijf. De plannen voor de huidige ontwikkelfase van het DRU IP sluiten goed aan op hun drijfveren: kunst, verrast willen worden, het mag wat kosten, buitenshuis, spontaan, exclusief, nieuw en alternatieve dingen ontdekken."
'' Motivaction Insights and strategy. Vrijetijdsprofielen. Inzicht in wat de vrijetijdsconsument beweegt. Whitepaper Vrijetijdsprofielen, webversie mei 2022.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 26 van 48
Museumadvies I Els Thijssen Nationaal en internationaal publiek Het hierna beschreven alternatieve scenario voor een DRU Museum voor Vorm en Beweging biedt kansen om landelijk en internationaal publiek aan te trekken. De ijzergeschiedenis is een grensoverschrijdend thema met zijn eigen publiek en liefhebbers. Het DRU IP is opgenomen in de Europese Route voor Industrieel Erfgoed en is daarmee zichtbaar, stevig verankerd en betekenisvol. De nieuwe toevoeging van een DRU museum voor Vorm en Beweging richt zich op een (inter)nationaal publiek dat de kunstvormen van de kinetische kunst en de beeldhouwkunst een warm hart toedraagt. De thema's zijn grensoverschrijdend, met kunstenaars en liefhebbers wereldwijd. Naar verwachting draagt het nieuwe museum bij aan een toename van internationaal bezoek aan de regio, met ook spin-off voor internationaal bezoek aan omliggende musea.
Het aanbod op het DRU IP wordt enorm veelzijdig. Voor heel jonge kinderen tot en met studenten is een aanbod te ontwikkelen dat aansluit op regulier en creatief onderwijs. De ambitie om toonaangevende educatie te ontwikkelen kan worden uitgebouwd in samenwerking met het CIVON. De verbintenissen met het beroepsonderwijs zijn er al. De uitbreiding naar het basisonderwijs, maar ook creativiteitslessen en bijdragen aan het kunstonderwijs bieden veel mogelijkheden om van het DRUIP een belangrijke plek voor kunst en techniek te maken.
Educatief aanbod Met de toevoeging van een nieuw DRU Museum op het DRU IP komt er een forse uitbreiding van de mogelijkheden om een breed programma voor het onderwijs uit te werken. Het maakproces in brede zin kent vele facetten en is nagenoeg oneindig. Op basis van fantasie en creativiteit zijn zowel technische als kunsttoepassingen denkbaar, waarbij de enige begrenzing het denkproces en materiaal is.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 27 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
7
Scenario's & impact
In het gemeentelijk beleid rond cultuur en recreatie zijn de ambities kernachtig benoemd, om een indicatie te geven van de beoogde impact. De voorstellen van de gemeente betreffen een: •
DRU Kunstmuseum á la Museum More
•
DRU Depotmuseum DRU Museum voor Jan Toorop DRU Museum en DRU IP als werelderfgoed
DRU Kunstmuseum á la Museum More Het Museum More voor Moderne Realisme is opgericht en gerealiseerd door kunstverzamelaars Hans en Monique Melchers. De collectie hedendaags realisme is de kern van Museum MORE. Museum MORE heeft een groot aantal werken en blijft deze collectie verder uitbreiden. Binnen de collectie van Museum MORE zijn verschillende hedendaagse kunstenaars vertegenwoordigd die belangstelling hebben voor ambachtelijk meesterschap en accuratesse. Onder meer Mariene Dumas, Erwin Olaf, Philip Akkerman, Ruud van Empel, Silvia B, Arnout Killian, Annemarie Busschers, Lotta de Beus, Katinka Lampe en Lara de Moor. De collectie is onderscheidend en van nationaal belang. In Gorssel is in de eigen collectie-opstelling altijd een deel van deze hedendaagse kunst te zien.
Dit particulier initiatief heeft een enorm positieve bijdrage geleverd aan het kunstklimaat in Gelderland. Na een goede start in 2018 met 270.000 bezoekers in Gorssel en Ruurlo, liep het aantal bezoekers in 2019 iets terug. Met 235.000 bezoekers is het nog steeds een belangrijk kunstmuseum. Het benodigde kapitaal en de schaal van het museum zijn dankzij particulier initiatief tot stand gekomen. Het museum past inhoudelijk en qua uitstraling ook op de beide locaties in Gorssel en Ruurlo. Het is echter uitzonderlijk dat een dergelijk groot initiatief gerealiseerd wordt. De investeringen van vele miljoenen aan kunstcollectie en aan een museum om deze te huisvesten en publiekstoegankelijk te maken, komen zeer zelden voor. De gemeente Oude IJsselstreek kan een museum van vergelijkbare schaal en potentie als stip op de horizon en toekomstdroom vasthouden. De realisatie vergt echter een zeer succesvolle ontwikkeling van het voorkeurscenario voor het DRU IP, die een doorontwikkeling en de benodigde financiering in gang zetten. Echter met het ontbreken van een eigen kunstcollectie en een kunstmecenas die bereid is tot een investering van tientallen miljoenen euro's, past in eerste instantie een kleinschaliger opzet. Dit hoeft de ontwikkeling van een 'sterk museaal concept' niet in de weg te staan.
Op basis hiervan kan alsnog worden ingezet op het aantrekken van externe financieringsbronnen.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 28 van 48
Museumadvies I Els Thijssen DRU Depotmuseum Het begrip 'depotmuseum' geeft geen vast omlijnd kader voor een presentatie voor publiek met museale objecten. In veel gevallen staat slechts zo'n 10 % van de museumcollectie 'op zaal'. De andere 90% is opgenomen in het depot. Het is de schatkamer waar uit geput wordt bij tentoonstellingen uit de eigen collectie, bruiklenen voor derden en als onderwerp van onderzoek en educatie. Beperkt komt het fenomeen van een open museumdepot - dus met de collectie (deels) toegankelijk voor het publiek - wel voor. Het doel is het publiek te betrekken in de museumtaken rond het beheer, behoud en de restauratie van de collectie. Het zichtbaar maken van deze museumtaken is van belang voor het draagvlak ervoor (en voor de kosten die hiermee zijn gemoeid).
ronduit gevaar van overstroming. De ontwikkeling van het nieuwe publiekstoegankelijke depot, met een investeringsniveau van ca.€ 50 mln. is grotendeels tot stand gekomen door een bijdrage van Hal lnvestments, de gemeente Rotterdam en met donaties van diverse grote fondsen en bedrijven. Uit het overleg voor deze opdracht blijkt dat het begrip 'depotmuseum' met name wordt ingevuld met het idee van een presentatieruimte of kunsthal met wisseltentoonstellingen, met bruiklenen uit de depots van andere musea, of bijvoorbeeld uit de rijkscollectie bij het Instituut Collectie Nederland. Dergelijke bruiklenen zijn zeker interessant voor het hierna voorgestelde concept van een DRU Museum, onder voorwaarde dat de werken aansluiten op een algemeen gedragen, onderbouwd en verankerd inhoudelijk concept en een uitgezet beleid voor dit nieuwe museum.
Sprekend voorbeeld is het recent geopende depot van Museum Boymans van Beuningen in Rotterdam, gehuisvest in het door architectenbureau MVRDV ontworpen gebouw met een hoogte en diameter van 40m. Rond een centraal atrium liggen 6 etages met depots en restauratieateliers. Het publiek ziet de collecties gedeeltelijk, door ramen in de wanden. Onder begeleiding van een gids kunnen depotruimtes worden bezocht. Dankzij het spectaculaire gebouw, de kwaliteit van de collectie en aanvullende voorzieningen zoals een restaurant met dakterras is het een bijzondere publiekstrekker. Het depot was echter in de eerste plaats een absolute noodzaak. In de oude situatie liep de collectie
DRU Museum Jan Toorop In de plannen van de gemeente en het DRU IP is de wenselijkheid van een Toorop Museum genoemd. Jan Toorop had goede contacten met de familie Deurvoorst en bezocht Ulft regelmatig. De familie bezit een collectie kunst van Toorop van ongeveer 80 stukken. Met deze insteek zou een DRU Museum echter concurreren met musea voor beeldende kunst die de werken uit de collectie van Jan Toorop met regelmaat laten zien. Dit zijn o.m. het Singer Museum
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 29 van 48
Museumadvies I Els Thijssen in Laren, het Kunstmuseum Den Haag, Museum Flehite in Amersfoort, Museum Marie Tak van Poortvliet in Domburg. De collectie Toorop past binnen hun tentoonstellingsbeleid en met regelmaat worden bruiklenen ingezet. Het benutten van deze collectie op het DRUIP zou eenmalig kunnen voor een tijdelijke expositie, maar heeft onvoldoende aansluiting bij het imago en de uitstraling van het DRU IP om inhoudelijk te overtuigen.
DRU Museum en DRU IP als werelderfgoed Mogelijk kan het DRU Industriepark zich onderscheiden als UNESCO Werelderfgoed. De ensemblewaarde van de monumentale gebouwen in het gebied, na de sluiting van de fabrieken en de beëindiging van de industriële activiteit, is gestoeld op de zichtbare aanwezigheid van de historische functie."
In welke mate verandering is opgetreden ten aanzien van de zichtbaarheid van de oorspronkelijke functie van het terrein, na toekenning van de monumentale status, is binnen de context van dit onderzoek niet vast te stellen. Erfgoed dat voor een nominatie wordt voorgedragen moet van Outstanding Universa/ Value zijn. Een van de criteria die hierbij worden gehanteerd is dat het genomineerde erfgoed typerend moet zijn voor bepaalde architectuur. Daarnaast moet het erfgoed authentiek, compleet en intact zijn. In welke mate de criteria onderling in meer of mindere mate gewogen worden, is op basis van deze verkenning eveneens nog niet vast te stellen. Het is zeker interessant dit vraagstuk verder uit te werken in de vervolgfase, en de consequenties van een procedure voor wat betreft het beheer, de bescherming van het erfgoed en het publieksbereik van het DRU IP, af te wegen.
12
De waardering in het Monumentenregister van de RCE luidt: Complexwaardering Het fabriekscomplex van Diepenbrock en Reigers te Ulft is een historisch gegroeid fabrieksterrein en is Van architectuurhistorische waarde vanwege het karakteristieke beeld van een fabrieksterrein uit de late 19de eeuw en de eerste helft van de 20ste eeuw. Het complex is een van eerste nog gaaf bewaarde gieterijen aan de Oude IJssel. Het complex geeft een kwalitatief goed en redelijk gaaf overzicht van de industriële bouwkunst; met zijn fabriekshallen, enkele kleinere gebouwen en de watertoren. Er zijn in de fabrieksgebouwen, waarvan sommige met neo-renaissance stijlmotieven, diverse constructiemethoden en materialen toegepast die kenmerkend zijn voor de hiervoor genoemde periode, zoals gietijzer en betonbouw. De diverse gebouwenonderdelen: hoogbouw, sheddaken, spant- en boogconstructies in beton of ijzer uitgevoerd, geven een staalkaart van de industriële archeologie. Het gebouw met de watertoren en vermoedelijk de gebouwen oostelijk gelegen van de
ingang van de Hutteweg zijn ontworpen door het architectenbureau Beltman uit Enschede. Van stedenbouwkundige waarde vanwege de situering, die nauw verbonden is met de ruimtelijke ontwikkeling van het dorp Ulft. Binnen het complex zelf is met name de fabrieksstraat Olde Hutstraat van belang als een goed voorbeeld van planologie in relatie tot het productieproces en de infrastructurele eisen. Van cultuurhistorische waarde als representatief compleet voorbeeld van een ijzergieter waarvan de diverse functionele onderdelen nog grotendeels aanwezig zijn en vanwege het feit dat de DRU in zijn bijna 250-jarig bestaan is uitgegroeid van een regionaal belangrijke ijzerhut tot een bedrijf met (inter)nationale uitstraling en daarmee een groot stempel heeft gedrukt op de historische en sociale ontwikkeling van het dorp Ulft.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 3o van 48
Museumadvies I Els Thijssen
8
Alternatief voorkeurscenario: DRU Museum voor Vorm en Beweging (werktitel)
De geschiedenis van het ijzer en de sociaal/economische verankering daarvan vormen een krachtige identiteit, die nog sterk aanwezig is op het DRUIP, vooral in de gebouwen en de structuur van het terrein.
Naar een nieuw DRU Museum
Oer identiteit De ziel van de Oude IJsselstreek is doordesemd van de geschiedenis die is ontstaan uit het landschap. De geologische structuur heeft een bodem gevormd waar het ijzeroer volop aanwezig was. De winning van het ijzer werd in de afgelopen eeuwen een belangrijke economische drager. De recente en hedendaagse maakindustrie in de regio komt hier rechtstreeks uit voort: het vormen van onderdelen voor machines en de hedendaagse hightech ontwikkeling in de maakindustrie zijn bepalend voor het succes van veel hedendaagse bedrijven in de regio. Naast de agrarische betekenis van de regio is deze bedrijfstak zeer bepalend voor de Oude IJsselstreek. De geologische structuur, het oer, de ijzerindustrie en de maakindustrie vormen een doorlopende lijn in de geschiedenis. Het DRU Industriepark is een monumentale plek van deze geschiedenis: een lieu de memoire voor de materiële en immateriële geschiedenis rond de verwerking van het ijzer. "
13 Een lieu de mémoire is elke belangrijke plaats, van nature materieel dan wel immaterieel, die door menselijke wil in de loop van de tijd een
De geschiedenis rond de ijzerwinning is het alleszins waard om niet alleen als resterende façade van de gebouwen, maar ook als ziel van het gebied in te zetten voor een krachtige publieksbeleving. De gemeente heeft deze ziel ook erkent als kernkwaliteit die in belangrijke mate bijdraagt aan de gebiedsontwikkeling. De Oude IJsselstreek heeft hiermee een duidelijke positie en geeft mede invulling aan de identiteit van de grotere regio van de Achterhoek. Het ligt dan ook sterk voor de hand om de verbinding tussen de geologie, het landschap, de aanwezigheid en winning van ijzer en de hedendaagse ontwikkelingen in de maakindustrie, als doorlopende verhaallijn te presenteren. De hedendaagse ontwikkelingen in de maakindustrie hebben op het DRU IP een adequate plek in het CIVON, waar dankzij onderwijs en bedrijven de state of the art en de nieuwste ontwikkelingen de activiteiten bepalen. De geschiedenis van de maakindustrie- de ijzerindustrie - is echter in het CIVON tot minimale proporties
symbolisch element is geworden van het herinneringserfgoed van een gemeenschap.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 31 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 32 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
teruggebracht en nauwelijks nog zichtbaar. Dit is fnuikend voor de museale potentie van het DRUIP. De voorkeur van het CIVON en het NIJM is een splitsing van beide functies en het vertrek van het NIJM uit de Afbramerij. Het CIVON kan de ruimte dan totaal inzetten voor de eigen activiteiten. Het NIJM krijgt een nieuwe plek op het DRU IP, waar de collectie wordt ingezet om in een nieuwe, museale presentatie de ijzergeschiedenis te ervaren.
Positie van de collectie van het NIJM De dynamiek en creativiteit van de ijzerindustrie uit het verleden verdienen het om gekoesterd en behouden te blijven. Omdat deze ijzergeschiedenis steeds verder uit het collectieve geheugen verdwijnt, is de verankering daarvan nodig om de geschiedenis en wat eruit voortkwam nog te begrijpen. Objecten verliezen hun betekenis als niemand het verhaal erover meer kent. De toekomstige waarde van de verhalen en objecten wordt echter niet alleen hier en nu bepaald. Juist dat vraagt om een zorgvuldig omgaan met de geschiedenis en de artefacten die erbij horen. Dat wil niet zeggen dat de geschiedenis bevroren moet worden. Collectiebeleid in lijn met een toekomstvisie en missie van het nieuwe DRU Museum impliceert ook keuzes in het verzamelen en afstoten van objecten en collectie. Juist een doorlopende lijn van de historische objecten naar de nieuwe maakindustrie, dynamische technieken en nieuwe vormen
biedt mogelijkheden voor beleid vanuit een nieuw museumconcept. De toevoeging van beeldende kunst in de presentaties op het DRU IP sluit aan op de dynamiek van de historische en hedendaagse maakindustrie.
DRU Museum voor Vorm en Beweging Om als nieuw DRU Museum onderscheidend te zijn in het volle Nederlandse museumlandscha is een nieuw inhoudelijk concept en passende presentatievorm nodig, met een logische verbintenis tussen het industriële verleden, de gebiedsidentiteit en bijzondere vormen van beeldende kunst. Beeldende vormen en dynamische maakprocessen zijn geschiedenis én toekomst, en kennen specifieke uitingsvormen in de beeldende kunst, die ook weer toepassing vinden in de maakindustrie. Dit uitgangspunt legt de inhoudelijke basis voor het DRU Museum voor Vorm en Beweging. Er worden presentaties van beeldende kunst toegevoegd, naast het behoud en de inzet van de ijzergeschiedenis met collectie van het NIJM. Nieuwe beeldende elementen voor het museum in de SSP hal zijn kunst van metaal en dynamische kunst. Deze kunstvormen waarin vorm en beweging leidend zijn, sluiten aan op de identiteit het DRUIP en de Oude IJsselstreek. Niet alleen op de geschiedenis van de ijzerwinning en industrie, maar ook op hedendaagse activiteiten van de maakindustrie.
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 33 van 48
Museumadvies I Els Thijssen
Rapportage Verkenning museale doorontwikkeling DRU Industriepark
Pagina 34 van 48
Museumadvies I Els Thijssen Inhoudelijk concept DRU Museum voor Vorm en Beweging
In 2016 presenteerde het Stedelijk Museum in Amsterdam een solotentoonstelling van Jean Tinguely. In 2018 vond in de Kunsthal in Rotterdam de tentoonstelling Actie/Reactie plaats, een overzicht van 100 jaar kinetische kunst.