CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Motivering TAM omgevingsplan.pdf

Raadscommissie gecombineerd 19 november 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 7: Omgevingsplan Buitengebied, Varsseveldseweg 38 Terborg15.523 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM omgevingsplan 'Buitengebied, locatie Varsseveldsweg 38, Terborg

2

Inhoudsopgave

Vaststellingsbesluit Motivering Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging planlocatie Geldende plannen Leeswijzer

9 9 9 11 13

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Beschrijving van het plan Huidige situatie Toekomstige situatie

15 15 18

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Ruimtelijk beleidskader Rijksbeleid en Rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

23 23 25 26 27

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Omgevingsaspecten Bodem Archeologie en cultuurhistorie Flora en fauna Geluid Luchtkwaliteit Milieubelastende activiteiten Omgevingsveiligheid Water Duurzaamheid Verkeer en parkeren Kabels en leidingen M.E.R.-beoordeling Ladder voor duurzame verstedelijking Gezondheid

31 31 31 35 37 39 40 41 43 47 48 49 49 50 51

Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3

Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Eindconclusie

53 53 53 54

Bijlagen motivering Bijlage 1

Versterkingsplan/Landschappelijke inpassing

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek Varsseveldseweg 38 te Terborg

Bijlage 3

Quickscan Natuurwaardenonderzoek Varsseveldseweg 38 Terborg

Bijlage 4

Oplegnotitie toets aan actuele wet- en regelgeving flora en fauna

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek wegverkeer Varsseveldseweg 38 te Terborg

Bijlage 6

Akoestisch onderzoek geluidwering Varsseveldseweg38

Bijlage 7

Digitale watertoets

3

Regels Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1 Toepassingsbereik Artikel 2 Begrippen Artikel 3 Meten en rekenen

65 65 66 71

Hoofdstuk 2 Specifieke regels over functies Artikel 4 Agrarisch met waarden Artikel 5 Wonen

73 73 74

Hoofdstuk 3 Algemene regels over waarden Artikel 6 Toepassingsbereik Artikel 7 Aanvraagvereisten Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Artikel 9 Bestaande maatvoering Artikel 10 Algemene gebruiksregels Artikel 11 Algemene aanduidingsregels

77 77 78 79 80 81 82

Hoofdstuk 4 Regels ter bescherming van waarden en objecten Artikel 12 Waarde - Archeologie 1

83 83

Hoofdstuk 5 Overgangsregels Artikel 13 Overgangsrecht

87 87

Bijlagen regels Bijlage 1

4

Versterkingsplan/Landschappelijke inpassing

Vaststellingsbesluit

Motivering

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Camping Halfweg is gevestigd aan de Varsseveldseweg 38 te Terborg. De gemeente Oude IJsselstreek heeft haar principemedewerking uitgesproken om de kleinschalige camping om te vormen naar een bestemming/functie 'Wonen' met als nevenactiviteit de bestaande kleinschalige camping. De schuur waarin eigenaren/initiatiefnemers al sinds 2013 wonen, zal als woning worden bestemd. Naast de kleinschalige camping worden op het zuidelijke terreindeel enkele paarden gehouden, waarvoor een paardenstal/-schuur en een paardenbak aanwezig is. Om dit mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan voor de planlocatie Varsseveldseweg 38 te Terborg noodzakelijk.

1.2

Ligging planlocatie

De kleinschalige camping aan de Varsseveldseweg 38 te Terborg is gelegen in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek. De planlocatie is gelegen achter het voormalige Café Halfweg langs de provinciale weg N818. De planlocatie bevindt zich globaal circa 3 kilometer ten oosten van Terborg en circa 4 kilometer ten westen van Varsseveld. De planlocatie bestaat uit het kadastrale perceel bekend als gemeente Wisch, sectie B, nummer 3515 met een totale oppervlakte van 9.661 m2 en is op onderstaande luchtfoto in figuur 1 rood omlijnd weergegeven.

9

Figuur 1: De planlocatie is globaal rood omlijnd weergegeven op een luchtfoto uit 2023, de schuur met de woonfunctie bevindt zich ter plaatse van de gestippelde rechthoek (bron: PDOK Viewer) De planlocatie is gelegen in het buitengebied met verschillende functies, zoals agrarische bedrijvigheid, woonfuncties, enkele niet-agrarische bedrijven en bosschages. In figuur 2 is een uitsnede van de topografische kaart met het plangebied in z'n omgeving te zien.

10

Figuur 2: Het plangebied ter plaatse van de rode druppel in zijn omgeving (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Geldende plannen

Voor de planlocatie geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek op 28 juni 2018. Nu de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking is getreden vormt het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' een onderdeel van het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek.

11

Figuur 3: Uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' met ter plaatse van de rode druppel het huidige bouwvlak (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De planlocatie komt overeen met het huidige bestemmingsvlak 'Recreatie – Verblijfsrecreatie' in het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017', het gehele felgroene vlak in figuur 3. Het meest noordelijke deel van het plangebied, ter plaatse van de rode druppel tot aan de dikke zwarte lijn, vormt het bouwvlak. Hierbinnen is een maximum bebouwd oppervlak van 245 m2 met een maximum goot- en nokhoogte van 3 en 6 m ten dienste van het kleinschalig kampeerterrein toegestaan. Er is geen aanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen, zodat een (bedrijfs-)woning niet is toegestaan. De aanduiding als kleinschalig kampeerterrein loopt tot de stippellijn. Het zuidelijke stuk van de planlocatie heeft alleen de bestemming 'Recreatie – Verblijfsrecreatie'. De dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1' geldt vrijwel voor de gehele planlocatie, behoudens een kleine strook aan de noordzijde. De gebiedsaanduiding 'groene ontwikkelingszone' geldt voor de gehele omgeving. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat zich ter plaatse van het paars weergegeven vierkantje zich een antennemast bevindt.

Deze antennemast en de ondergrond is geen eigendom van initiatiefnemers en behoort daarom niet tot de planlocatie. Het gebruik van de planlocatie als (burger)woning met de bijbehorende bijgebouwen, zoals de paardenstal, is niet passend binnen deze vigerende verblijfsrecreatieve bestemming.

12

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van omgevingsplanwijziging die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 bevat een Beschrijving van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader wordt getoetst aan de relevante beleidskaders op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten wordt het initiatief getoetst aan diverse milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid wordt aandacht besteed aan de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit planinitiatief en een algehele conclusie getrokken, waarbij gemotiveerd wordt of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

13

14

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plan

Huidige situatie

In 2013 hebben de initiatiefnemers Camping Halfweg aan de Varsseveldseweg 38 te Terborg aangekocht. Het kampeerterrein bestaat uit 20 standplaatsen. De kleinschalige camping biedt basisvoorzieningen met ruime standplaatsen voor caravans, campers en tenten. De gasten mogen hun auto meenemen naar hun standplaats. Tot voor kort bevonden zich onder de standplaatsen ook enkele blokhutten, twee stacaravans en een chalet. Omdat uitsluitend mobiele kampeermiddelen door de gemeente worden toegestaan, zijn deze min of meer permanente bouwwerken het afgelopen jaar vrijwel allemaal verwijderd. Het chalet is buiten gebruik gesteld. Ook de tijdelijke bewoning op het campingterrein van mensen, die hier mede door de gemeente Oude IJsselstreek werden geplaatst, is inmiddels beëindigd. Acht standplaatsen verspreid over de camping beschikken over privé-sanitair, terwijl de overige campinggasten gebruik maken van het sanitairgebouw binnen het bouwvlak aan het begin van het campingterrein. Tevens bevindt zich aldaar ook een recreatieruimte met een wasmachine en de mogelijkheid voor het stallen van fietsen. Op het voorterrein is tevens parkeerruimte voor bezoek en zijn hier 3 plaatsen beschikbaar voor campers die op een verharde ondergrond willen staan. Als hobby en extra meerwaarde voor de campinggasten worden enkele paarden gehouden.

Deze paarden worden gehuisvest in een paardenstal aan de achterzijde van de camping. Het gedeelte met de verblijfsrecreatieve bestemming zonder nadere aanduiding is in gebruik als uitloopweide en paardrijbak. Campinggasten kunnen de paarden aaien en eventueel helpen bij de verzorging van de dieren.

Figuur 4: Impressie van het kampeerterrein (bron: Campinghalfweg.nl) De voorgaande eigenaar woonde reeds in een voormalige schuur, waar een overdekt terras/serre aan vast is gebouwd en waar zich tevens de receptie bevindt. Initiatiefnemers hebben na aankoop van de planlocatie eveneens hun intrek genomen in deze tot woning verbouwde schuur, zie de foto in figuur 5. Dit gebouw heeft een oppervlakte van circa 92 m2 en de aangebouwde serre meet circa 39 m2.

15

Figuur 5: Bestaande situatie van de tot woning verbouwde schuur met aangebouwde serre (bron: ROlin Advies Achterhoek) Binnen het plangebied zijn de afgelopen periode al diverse bouwwerken verwijderd, zoals enkele stacaravans en blokhutten. In figuur 6 is de bestaande situatie van eind 2023/begin 2024 weergegeven, waarbij zoveel mogelijk de nummers zijn aangehouden van de oorspronkelijk geïnventariseerde bouwwerken. De sanitaire units 5, 11, 12 en 18 alsmede de recreatieruimte 6 bestaande uit een fietsenhok en een wasserette voor de campinggasten hebben een gezamenlijke oppervlakte van naar boven afgerond 53 m2. Voor die bouwwerken is op basis van het geldende bestemmingsplan inmiddels een omgevingsvergunning bouwen verleend. Ter plaatse van het huisnummer 38 bevindt zich de te legaliseren woning met een aangebouwde serre. Deze serre van 39 m2 is aan te merken als bijbehorend bouwwerk. De paardenschuur met daarachter een overkapping voor de opslag van hooi en zaagsel heeft volgens de gemeente een oppervlakte van circa 90 m2, al is eerder een oppervlakte van 103 m2 geïnventariseerd. De opslagruimtes 3 en 4, chalets 7 (reeds verwijderd) en 14 met aangebouwde serre 15 hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 180 m2, maar deze bouwwerken zullen nog verwijderd worden.

In het weiland ten zuidoosten van het kleinschalige kampeerterrein is een paardrijbak met een houten afrastering van gemiddeld 1,2 m hoog en 4 lichtmasten van circa 5,6 m hoog aanwezig.

16

Figuur 6: Bestaande situatie van bouwwerken binnen het huidige bestemmingsvlak 'Recreatie – Verblijfsrecreatie' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - kleinschalig kampeerterrein' (bron: Bouwkundig Bureau J. Mentink) De planlocatie is voorzien van een degelijke landschappelijke inpassing met houtsingels rondom. De hoogstamfruitbomen op het terrein en de aanwezige houtsingels blijven behouden. De kleinschalige camping wordt omgeven door agrarische gronden, burgerwoningen en enkele bedrijven. De voormalige horeca 'Café Halfweg' aan de Varsseveldseweg 36, welke vóór Camping Halfweg is gelegen, is al meer dan een decennium geleden gesloten. De huidige eigenaren van het voormalige café met inpandige bedrijfswoning hebben een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om hier te mogen wonen. Aan de Varsseveldseweg 34 is een metaalbewerkingsbedrijf gevestigd. Andere burgerwoningen zijn tussen dit bedrijf en de planlocatie gesitueerd. In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen agrarische bedrijven gelegen. Wel is er agrarisch grondgebruik in de vorm van met name weilanden en zijn er enkele bosschages te vinden nabij het plangebied.

17

2.2

Toekomstige situatie

De gemeente Oude IJsselstreek heeft haar principemedewerking uitgesproken om de kleinschalige camping om te vormen naar een hoofdfunctie 'Wonen' met als nevenactiviteit de bestaande kleinschalige camping. Met voorliggend plan wordt de bewoning binnen de planlocatie door de initiatiefnemers gelegaliseerd inclusief de paardenstal als bijbehorend bouwwerk bij de woning. Het kleinschalige kampeerterrein wordt voortgezet als nevenactiviteit bij deze woonfunctie. Het kleinschalige kampeerterrein heeft maximaal 25 standplaatsen ten behoeve van mobiele kampeermiddelen en dient in de wintermaanden gesloten te zijn. De toegestane oppervlakte aan bijbehorende bijgebouwen bij een woning bedraagt maximaal 150 m2. De bebouwde oppervlakte voor het kleinschalige kampeerterrein mocht en mag 245 m2 bedragen. De totale oppervlakte aan bebouwing mag derhalve maximaal 395 m2 zijn. Naast de bebouwing van de paardenstal, de serre/receptie voor zowel privé als camping, het sanitair en de recreatieruimte (wasserette en fietsenstalling) wordt in de nabije toekomst een (kap-)schuur voorzien. Deze schuur krijgt een kleine werkplaats/opslag en stalling van de werktuigen en machines voor het onderhoud van het campingterrein, maar ook voor de stalling van (eigen) kampeermiddelen en de paardentrailer.

Ook de eigen auto's kunnen indien hiervoor ruimte resteert in deze schuur geparkeerd worden, maar vermoedelijk worden deze op het erf geparkeerd. Op de gewenste situatietekening in figuur 7 is deze schuur ingetekend met een oppervlakte van 90 m2, maar deze schuur wordt mogelijk in de toekomst nog vergroot. De totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken al dan niet ten behoeve van het kleinschalig kampeerterrein bedraagt in elk geval 272 m2 (of 285 m2 indien de grotere maat van de paardenschuur met overkapping wordt aangehouden). Dat betreft de bouwwerken welke aanwezig zijn dan wel waarvoor concrete plannen bestaan. Dit is dus exclusief een eventuele vergroting van de te bouwen (kap-)schuur. Voor deze eventuele vergroting van de beoogde (kap-)schuur dan wel om te voorzien in andere behoeften van Camping Halfweg resteert nog de planologische ruimte van 395 – 272 = 123 m2 (110 m2 indien de paardenschuur wel de grotere oppervlakte blijft te hebben) aan bijbehorende bouwwerken. Het voorbeeld van de verschillende metingen van de paardenschuur laat zien dat het opnemen van een te kleine oppervlakte bijbehorende bouwwerken onwenselijk is. Achter het kleinschalige kampeerterrein blijft het zuidelijke terreindeel beschikbaar als paardenweide met de bestaande paardrijbak.

18

Figuur 7: Gewenste situatie van de gebouwen en bouwwerken binnen het bouwvlak van voorliggend omgevingsplan ten behoeve van het plangebied (bron: Bouwkundig Bureau J. Mentink) De voormalige schuur heeft een beperkte hoogte met veel te lage schuine wanden, waardoor de verdieping niet efficiënt is in te richten indien deze moet voldoen aan de geldende bouweisen. Bovendien willen initiatiefnemers de woning zo aanpassen dat deze meer levensloopbestendig is. Hiertoe wordt een aanbouw gerealiseerd met daarin een slaapkamer op de begane grond. Enkele impressies van de gevelaanzichten en de nieuwe plattegrondindeling zijn in figuur 8 opgenomen, zodat een eerste indruk verkregen kan worden. De inhoud van de woning inclusief de nieuw te realiseren aanbouw bedraagt circa 400 m3 gemeten vanaf de bovenkant begane grond vloer/peil. Omdat de inhoud van een woning 750 m3 mag bedragen, levert dit ook bij kleine afwijkingen in de berekening geen knelpunten op.

19

Figuur 8: Impressies van de aanpassingen van de als woning te bestemmen schuur. (bron: Bouwkundig Bureau J. Mentink) Hoewel reeds sprake is van een goede landschappelijke inpassing van de planlocatie, zijn er altijd verbeteringen mogelijk. Hiertoe is door ROlin Advies Achterhoek een versterkingsplan opgesteld, overeenkomstig de eisen van de provincie voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen de groene ontwikkelingszone, welke tevens als landschappelijk inpassingsplan geldt. Het samenvattende kaartbeeld is onderstaand weergegeven in figuur 9. Het volledige 'Versterkingsplan/Landschappelijke inpassing Varsseveldseweg 38 Terborg' inclusief onderbouwing d.d. maart 2024 is bijgevoegd als Bijlage 1.

20

Figuur 9: Kaartbeeld Versterkingsplan/Landschappelijke inpassing Varsseveldseweg 38 Terborg (bron: ROlin Advies Achterhoek) Een samenvatting van deze onderbouwing wordt hier weergegeven: Door het planinitiatief mogen de kernkwaliteiten natuur en landschap niet worden aangetast. Het plangebied is gelegen in deelgebied 35 'IJzerlo – Silvolde' en maakt meer specifiek onderdeel uit van de ecologische verbindingszone 'Oude IJssel oost/Keizersbeek', waarvoor model das geldt. Dit model bestaat uit een brede landschapszone. De zone is opgebouwd uit kleinschalig landschap waarin houtwallen, singels en bosjes dekking bieden en geleiding geven en waarin voldoende geschikte voedselgebieden aanwezig zijn. Dit model is, behalve voor das en boommarter, functioneel voor allerlei dieren van bossen, bosranden en kleinschalig landschap. Qua landschappelijke waarden zijn er binnen het plangebied van een kleine hectare al veel landschapselementen aanwezig. Zo staan er binnen het kleinschalige campingterrein diverse hoogstamfruitbomen, terwijl er om het graslandperceel een mooie houtsingel aanwezig is. Ook rondom de kleinschalige camping staat aan de ene zijde een houtsingel en aan de andere zijde een smallere houtsingel/bomenrij met een iets jongere aanplant.

21

Naast het behoud van de bestaande landschapselementen, worden 6 hoogstamfruitbomen en circa 85 m beukenhaag aangeplant en minimaal 200 m2 aan takkenrillen gerealiseerd. Deze maatregelen leveren 233 versterkingspunten op, terwijl het aantal impactpunten van de ruimtelijke ontwikkeling 130 bedraagt. De balans van versterkingsmaatregelen minus de versterkingsopgave resulteert derhalve in een positief saldo van 233 - 130 = + 103 punten. Met deze positieve balans wordt voldaan aan de versterkingsopgave voor deze ontwikkeling in de Groene ontwikkelingszone. Gezien de vele schuilmogelijkheden en de variatie aan landschapselementen kent het plangebied een grote mate van biodiversiteit. Door de kleinschaligheid van het terrein, wat verder wordt versterkt met de aanplant van de fruitbomen en de beukenhagen, is het plangebied passend binnen het kleinschalige kampenlandschap. Dit versterkingsplan en vooral de instandhouding van de bestaande landschapselementen draagt bij aan de ecologische verbindingszone en de voorgestane landschapszone van model das.

22

Hoofdstuk 3 3.1

Ruimtelijk beleidskader

Rijksbeleid en Rijksregels

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie.  Duurzaam economisch groeipotentieel.  Sterke en gezonde steden en regio's.  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Instructieregels Rijk (AMvB's) De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet.

Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels:  Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl);  Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl);  Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl);  Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl);

23

 

Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6 Bkl); Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7 Bkl); Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (§ 5.1.8 Bkl).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Ten aanzien van dit project gelden rijksinstructieregels met betrekking tot het beschermen van gezondheid en milieu. De uitgevoerde onderzoeken en onderbouwingen ten aanzien van de in § 5.1.4 Bkl relevante aspecten, zoals de kwaliteit van de buitenlucht, geluid, geur en bodemkwaliteit worden in hoofdstuk 4 van deze onderbouwing toegelicht. Van de rijksinstructieregels met betrekking tot het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, zoals bedoeld in § 5.1.5 Bkl behoeft alleen de ladder voor duurzame verstedelijking een specifieke toelichting, welke in paragraaf 4.13 Ladder voor duurzame verstedelijking wordt gegeven. Nationale woon- en bouwagenda Nederland heeft behoefte aan een toegankelijk, betaalbaar woonlandschap van goede kwaliteit. De opgave is complex: ze vraagt om een gerichte inspanning van alle betrokkenen.

Samen met belangrijke partners in het woonveld, zoals medeoverheden, woningcorporaties en marktpartijen, bundelt het Rijk de krachten om de geconstateerde problemen en oorzaken aan te pakken en de doelstellingen van de Nationale Woon- en Bouwagenda te realiseren. Meer dan voorheen neemt het Rijk hierbij de rol op zich van normsteller en bewaker van nationale doelen die gerealiseerd moeten worden. De Nationale Woon- en Bouwagenda stelt het Rijk in staat om de diverse bouw- en woonopgaven samen en in samenhang met andere belangen aan te pakken, te financieren en te monitoren. Zo wordt gebouwd aan een samenleving waarin het rechtvaardig en prettig wonen is. De agenda kent drie kerndoelen: 1. Beschikbaarheid: voldoende woningen voor iedereen. De bouw van 900.000 woningen tot en met 2030, met als streven twee derde betaalbaar. 2. Betaalbaarheid: woonlasten sluiten beter aan bij het inkomen. Het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen neemt af. 3. Kwaliteit: voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare wijken en duurzame huisvesting bereikbaar voor iedereen. Dit initiatief is niet in strijd met de Nationale woon- en bouwagenda.

24

Toetsing rijksbeleid Het voorliggende plan betreft de legalisatie van een woonfunctie in een schuur in het buitengebied, waarbij het kleinschalige kampeerterrein wordt voortgezet als nevenactiviteit bij deze woonfunctie. Uit de toetsing aan de relevante aspecten met betrekking tot gezondheid en milieu, evenals de ladder voor duurzame verstedelijking in hoofdstuk 4 blijkt dat voldaan wordt aan de rijksinstructieregels. Daarnaast zijn bij dit kleinschalige initiatief waarbij diverse functies gecombineerd worden, geen nationale belangen gemoeid.

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruitgelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; 2. Klimaatadaptatie; omgaan met veranderend weer; 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen; 4. Biodiversiteit: werken met de natuur; 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; 6. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; 7. Woon- en leefklimaat: dynamisch, divers, duurzaam. Voor dit initiatief is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van belang. Over deze ambitie wordt het volgende gesteld: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning.

Dit plan benut de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaat adaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is op 21 december 2022 door de Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en is in werking getreden na invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. In de verordening staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening is onderdeel van de beleidscyclus van de provincie en één van de instrumenten waarmee wordt gewerkt aan de ambities uit de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Die beleidscyclus en daarmee ook de verordening is gericht op zowel het beschermen als het (duurzaam) benutten van de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Telkens wordt er gelet op een goede balans tussen het beschermen en borgen van belangen en het mogelijk maken van ontwikkelingen in een bepaald gebied binnen de provincie. Daarbij worden ook belangrijke waarden als het Gelders Natuurnetwerk en grondwaterbeschermingsgebieden voor de openbare drinkwatervoorziening beschermd. Voor de volgende onderwerpen gelden er provinciale instructieregels:  Algemeen (afd. 5.1 Omgevingsverordening);  Natuur (afd.

5.2 Omgevingsverordening);  Landschap (afd. 5.3 Omgevingsverordening);  Erfgoed (afd. 5.4 Omgevingsverordening);  Milieu (afd. 5.5 Omgevingsverordening);  Provinciale wegen (afd. 5.6 Omgevingsverordening);

25

Ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking (afd. 5.7 Omgevingsverordening).

Voor dit initiatief zijn de instructieregels m.b.t. tot de Groene ontwikkelingszone (par. 5.2.2) van belang. Het opgestelde versterkingsplan, wat tevens het landschappelijk inpassingsplan vormt, is reeds toegelicht in paragraaf 2.3 van deze ruimtelijke onderbouwing. Het complete versterkingsplan is in bijlage 1 opgenomen. Bij de instructieregels met betrekking tot de ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking zijn de woonlocaties en specifiek de doorwerking van de Regionale woonagenda (artikel 5.64) van belang, zodat een evenwichtige en toekomstbestendige woningvoorraad in Gelderland wordt gewaarborgd. Het legaliseren van de woning binnen de planlocatie is passend binnen de Regionale woonagenda, zoals in de volgende paragraaf (3.3 Regionaal beleid) van deze ruimtelijke onderbouwing wordt gemotiveerd. Tot slot moet op basis van de instructieregel klimaatadaptie (paragraaf 5.7.6) een omgevingsplan wat een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte.

De beschrijving van deze aspecten voor de planlocatie aan de Varsseveldseweg 38 te Terborg is te vinden in paragraaf 4.9 Duurzaamheid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de klimaatatlas. Toetsing provinciaal beleid Voorliggend initiatief voorziet in de legalisatie van een woning op een bestaand kleinschalig kampeerterrein. Met het opgestelde versterkingsplan, toetsing aan de Regionale woonagenda en de beschrijving van de klimaataspecten wordt voldaan aan de provinciale instructieregels. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De gemeenteraden van Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk hebben in hun vergaderingen van april/mei 2012 de 'Regionale structuurvisie Achterhoek 2012' vastgesteld. De gemeenteraad van Montferland heeft de visie niet formeel vastgesteld, maar daaraan wel instemming betuigd, omdat Montferland voor ruimtelijk ordening tevens deel uitmaakt van de Stadsregio. De Regionale structuurvisie is een actualisatie van de visie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat in de Achterhoek zich een aantal belangrijke en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen voordoen, zoals:  energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen;  bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening;  de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied;  positionering van de Achterhoek in (inter)nationaal perspectief. Deze ontwikkelingen zullen gevolgen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de Achterhoek. Ze hebben ook invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie geeft richting aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven goed te kunnen faciliteren.

Dit door belangrijke ruimtelijke thema's te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel is, dat de Achterhoek ook in de toekomst een vitale, regionale economie heeft en een zeer prettige omgeving blijft om in te wonen en te recreëren.

26

Regionale Woonagenda 2023-2030 De woningmarkt in de Achterhoek is de afgelopen jaren fors aangetrokken. Momenteel staat de woningmarkt in de regio onder een groeiende druk en zijn de woningtekorten hoog. Met name voor jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen geldt dat er een grote behoefte is aan meer betaalbare woningen op de Achterhoekse woningmarkt. De regio heeft de ambitie om 11.500 extra woningen te realiseren in de Achterhoek. Hiermee wordt de woningvoorraad flink en versneld uitgebreid. De regionale productie lag de afgelopen jaren gemiddeld op circa 600 woningen netto per jaar. De regio streeft ernaar dit aantal te verdubbelen naar ruim 1.200 woningen per jaar. De regio investeert de komende jaren fors in een toename van betaalbare woningen. Daarbij wordt zoveel mogelijk bij de ambities van het Rijk aangesloten om tot en met 2030 twee derde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. De gemeente Oude IJsselstreek wil tot en met het jaar 2030 1500 woningen realiseren. Van deze woningen zullen 450 vallen binnen de sociale huursector en daarnaast is het doel om 75 huurwoningen met een sociale huurgrens tot € 1.000 per maand te realiseren. Verder moeten 484 van de koopwoningen vallen binnen de betaalbaarheidsgrens van € 355.000.

Dit leidt tot een woningaanbod met 1009 betaalbare woningen en derhalve 491 koopwoningen in de vrije sector. Toetsing regionaal beleid De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 is deels achterhaald door de tijd en de ontwikkelingen. Dit initiatief is niet strijdig met de Regionale Structuurvisie Achterhoek. Van bevolkingskrimp is echter geen sprake meer, maar er dient gebouwd te worden naar behoefte. Die aanpassing in het beleid is verwerkt in de Regionale Woonagenda 2023-2030. Omdat met voorliggend plan één extra woning wordt gerealiseerd, draagt dit initiatief in beperkte mate bij aan de doelstellingen van deze Woonagenda. Aan de woning in de schuur zullen de nodige maatregelen qua duurzaamheid en bouwveiligheid genomen moeten worden. Na deze investeringen zal door de ligging in het buitengebied de waarde van de woning waarschijnlijk wel boven de grens van € 355.000 komen, zodat deze als koopwoning in de vrije sector beoordeeld moet worden. Dit initiatief is in overeenstemming met het regionaal beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Hierbij zijn het Kwalitatief Woon Programma (KWP3), en de opvolger van de regionale woonvisie en de lokale vertaling daarvan kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto “de juiste woning op de juiste plaats”, spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. De bijstelling van de bouwopgave voor de gemeente vraagt om aanpassing van beleid en bestaande bouwplannen. De juiste woning op de juiste plek is hierbij leidend.

27

Toekomstvisie Oude IJsselstreek De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. 1. Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. 2. Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP). 3. Vitaal platteland Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente.

De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied. 4. De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkeling plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030. 5. Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave 'Groene Parels' zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap. 6. Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benutten de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden. 7.

Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente 'Het Witte Vel' vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen. Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, waar mogelijk gebruik makend van de nieuwste inzichten uit het in 2017 uitgevoerde AWLO (Achterhoeks Woonwensen en Leefbaarheids-Onderzoek). De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn:  De sociale huurvoorraad  Woonzorg  Verduurzaming  Woningvoorraad en waarde behoud

28

Lokale Kwaliteitscriteria Woningbouw Oude IJsselstreek De (regionale) 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' zijn in september 2019 vastgesteld door de gemeenteraad. De lokale kwaliteitscriteria zijn een aanvulling en zijn vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2020. Deze Kwalitatieve toetsingscriteria zijn ook door de overige Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld en zijn aanvullend op de eerder in de Regionale Woonagenda 2015-2025 gemaakte afspraken. De Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn mede gebaseerd op de aanbevelingen uit het meest recente Achterhoekse Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van 2017. Binnen de Kwalitatieve toetsingscriteria zijn drie (hoofd)criteria benoemd waaraan woningbouwplannen in ieder geval moeten voldoen:  De behoefte is aangetoond  Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed  Inbreiding gaat voor uitbreiding Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt een gewenst toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen.

De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen die de komende jaren spelen. Ook gaat de visie in op de gewenste groenstructuur in de kernen. De gemeente realiseert de visie niet alleen, een groot aantal zaken pakt zij zelf op, maar de visie moet vooral ook anderen stimuleren om mee te werken aan een groene en gezonde leefomgeving. Oude IJsselstreek Klimaatbestendig – Klimaatagenda 2022-2026 Op 18 januari 2022 is de klimaatagenda 2022-2026 vastgesteld. Met deze Klimaatagenda wordt de visie en ambitie voor een klimaatbestendige toekomst vastgelegd. Daarnaast is een uitvoeringsagenda voor 2022 tot en met 2026 beschreven. Steeds duidelijker wordt welke maatregelen nodig zijn om de gevolgen van klimaatverandering, waaronder droogte, wateroverlast, overstromingen en hittestress aan te pakken De effecten van klimaatverandering worden opgedeeld in vier hoofdthema's:  Meer regen: wateroverlast. Neerslagpatronen veranderen door klimaatverandering. We krijgen te maken met grotere piekbuien en langere natte winterperiodes. Dit kan leiden tot meer hemelwateroverlast en grondwateroverlast.  Hoger water: overstromingen. Door het veranderende weer krijgen we in Oude IJsselstreek vaker te maken met stormen en een sterker fluctuerende rivierafvoer.

Deze factoren betekenen een extra belasting op de dijken.  Meer hitte: hitte. Klimaatverandering wordt ook wel 'global warming' genoemd. We moeten er rekening mee houden dat we in de zomer vaker met extreme hitte te maken krijgen.  Drogere zomers: droogte. Het wordt warmer en neerslagpatronen worden grilliger. Vooral in de zomers zullen we steeds meer te maken krijgen met langdurige periodes van droogte en de effecten van (zoet) watertekorten. Welstandsnota Het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgelegd in de Welstandsnota, waarin is opgenomen waar bij de toetsing voor een betreffend gebied of bouwwerk rekening mee moet worden gehouden. Toekomstige bouwplannen moeten wat betreft het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk getoetst worden aan het welstandsbeleid. In de nota worden algemene criteria gegeven waar bouwwerken aan moeten voldoen. Per gebied is specifiek welstandsbeleid opgesteld.

29

Toetsing gemeentelijk beleid Voorliggend initiatief voorziet in de legalisatie van een woning in een bestaande schuur op een bestaand kleinschalig kampeerterrein. Dit kan worden gezien als een transformatie van leegstaand vastgoed. Door de kwaliteitsverbetering van de woning en het versterken en de landschappelijke inpassing van het kampeerterrein wordt de kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid verbeterd. De woning wordt aangepast, zodat deze voldoet aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025, de Toekomstvisie Oude IJsselstreek en de Woonvisie Gemeente Oude IJsselstreek. Met het versterkingsplan wordt de landschappelijke inpassing van de planlocatie verder versterkt, wat aansluit bij het gewenste toekomstbeeld van de Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen. Daarnaast is de klimaatatlas geraadpleegd om de aspecten wateroverlast, hitte, droogte en overstroming voor de planlocatie tegen het licht te houden. Uit deze toetsing in paragraaf 4.9 blijkt dat er geen maatregelen benodigd zijn, zodat dit initiatief klimaatbestendig is en voldoet aan de gemeentelijke Klimaatagenda. Voor de aanpassingen aan de woning is een omgevingsvergunning bouwen benodigd, waarbij tevens toetsing aan de Welstandsnota plaatsvindt.

Het gemeentelijk beleid staat de voorgenomen ontwikkeling daarmee niet in de weg.

30

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Bodem

Bij iedere ontwikkeling met betrekking tot de fysieke leefomgeving is het van belang om te weten of de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen gezondheidsrisico oplevert voor de gebruikers van de bodem. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect bodem. In verband met de voorgenomen bestemmingsplanwijziging/wijziging van het omgevingsplan heeft Montferland Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd aan de Vasseveldseweg 38 te Terborg. Het rapport d.d. 14 september 2023 is als bijlage 2 bijgevoegd. In dit rapport wordt op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek het volgende geconcludeerd:  Tijdens het veldwerk is de opgeboorde grond zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. Hierbij zijn geen indicaties waargenomen die hierop duiden.  In de bovengrond (Noord) is een licht verhoogd gehalten aan lood en PAK aangetoond.  In de bovengrond (zuid) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.  In de ondergrond (gehele locatie) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond.  Het grondwater is licht verontreinigd met barium.  In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden.

 Uit de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat er op de locatie geen ernstige bodem- of grondwaterverontreinigingen aanwezig zijn. De vastgestelde waarden overschrijden enkel de streef- en achtergrondwaarde, wat duidt op enkel lichte (natuurlijke) verontreinigingen.  De tevoren gestelde hypothese 'De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd' dient formeel gezien te worden verworpen. De verhogingen in de grond en in het grondwater zijn echter gering en kunnen als niet significant beschouwd worden.  Uit milieukundig oogpunt is er naar onze mening geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik. Geconcludeerd kan worden dat binnen de onderzoekslocatie, geen belemmeringen met betrekking tot het aspect bodem zijn voor de beoogde legalisering van de woonfunctie en het blijvende gebruik als camping. Het aspect bodem vormt daarmee geen belemmering voor dit initiatief.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Gemeenten moeten in hun omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezige archeologische of cultuurhistorische waarden. Gezien de aspecten archeologie en cultuurhistorie vaak met elkaar verweven zijn, worden deze hier gezamenlijk besproken.

31

Archeologie Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Op grond van het onderliggende bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017'/het (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Oude IJsselstreek is aan vrijwel de gehele planlocatie een dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1' toegekend. Een kleine strook aan de noordzijde van de planlocatie kent geen archeologische verwachtingswaarde en heeft daarom geen dubbelbestemming gekregen. Het grootste deel van de planlocatie heeft een hoge archeologische verwachtingswaarde. Dit betekent dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk of bij het uitvoeren van bodemwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 100 m2 de aanvrager een archeologisch onderzoek dient te overleggen. Uitgezonderd van deze onderzoeksplicht zijn de vervanging van bestaande bouwwerken of het maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering vergroten van bouwwerken of uitvoeren van werken en werkzaamheden binnen deze afstand. Ook werken en werkzaamheden, die niet dieper reiken dan 30 cm onder het bestaande maaiveld of tot het normale beheer en onderhoud behoren, zijn uitgezonderd van de vergunningsplicht. Hieronder vallen tevens de vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen.

Met het legaliseren van de woning en de aanplant overeenkomstig het versterkingsplan worden geen bodemingrepen dieper dan 30 cm onder het bestaande maaiveld of meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering uitgevoerd. Voor het realiseren van een slaapkamer op de begane grond wordt slechts 1 m buiten de strook van 2,5 m uit de bestaande fundering gerealiseerd. De nieuwbouw van een bijgebouw met een oppervlakte van circa 90 m2 wordt voorzien ter plaatse van een inmiddels verwijderd chalet, waarbij tevens graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden om de water- en rioleringsleidingen te demonteren. De ondergrond is al veelvuldig geroerd, zowel ter plaatse van de uitbreiding van de woning als het beoogde nieuwe bijgebouw. Er is dan ook geen archeologisch onderzoek benodigd. Wel geldt de verplichting tot het melden van archeologische toevalsvondsten, zoals in artikel 5.10 van de Erfgoedwet is opgenomen. Dit artikel luidt als volgt: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.” Het gaat dan bijvoorbeeld om archeologische vondsten, oud muurwerk, een beerput of een waterput.

Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Oude IJsselstreek in voorkomend geval hierover direct te informeren. Cultuurhistorie De voormalige schuur waarin de initiatiefnemers woonachtig zijn, heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarden. Voor de basis van dit gebouw is al vergunning verleend op 5 februari 1925 als schuurtje met een maatvoering van 6,60 x 10 m. Dit was een bijgebouw behorende bij Café Halfweg, een bekende horecagelegenheid langs de doorgaande weg tussen Terborg en Varsseveld. Op bouwvergunningen voor andere bouwwerken in 1982 en 1994 staan de contouren van dit gebouw op de situatie vermeld met de maatvoering van de huidige woning. Op tekening bij de bouwvergunning van 1994 staat het gebouw vermeld als bar, hal, douche, wc's en cv evenals een gedeelte overdekt terras. Op de figuren 10 t/m 14 zijn diverse uitsneden van topografische kaarten van topotijdreis.nl weergegeven. Rond 1900 was er bij de planlocatie nog geen bebouwing te zien. Opvallend genoeg was iets verderop aan de overzijde van de doorgaande weg wel bebouwing te zien, die als “Halfwegen” werd aangeduid. Deze doorgaande weg, rond 1900 aangeduid als Grindweg, is bekend als een oude handelsweg/hessenweg. Op de topografische kaart van 1927 is voor het eerst bebouwing te zien ter plaatse van het plangebied.

De omliggende gronden zijn ontgonnen en in agrarisch gebruik genomen.

32

Figuur 10: Uitsnede van de topografische kaart uit 1900 met het plangebied in het midden van de kaart weergegeven met een open rondje (bron: topotijdreis.nl)

Figuur 11: Uitsnede van de topografische kaart uit 1927 met het plangebied in het midden van de kaart weergegeven met een open rondje (bron: topotijdreis.nl)

33

Figuur 12: Uitsnede van de topografische kaart uit 1954 met het plangebied in het midden van de kaart weergegeven met een open rondje (bron: topotijdreis.nl)

Figuur 13: Uitsnede van de topografische kaart uit 1993 met het plangebied in het midden van de kaart weergegeven met een open rondje (bron: topotijdreis.nl)

34

Figuur 14: Uitsnede van de topografische kaart uit 2023 met het plangebied in het midden van de kaart weergegeven met een open rondje (bron: topotijdreis.nl) Op figuur 12 is te zien dat in 1954 de bebouwing bij en achter Café Halfweg aanzienlijk is uitgebreid. In 1993 is rond een groot deel van de planlocatie beplanting aangebracht, waardoor zowel de kleinschalige camping als de daarachterliggende weide is ingepast. Op de actuele topografische kaart is de camping nadrukkelijk vermeld. Deze bebouwing heeft geen bijzondere cultuurhistorische waarden. De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoering van dit initiatief.

4.3

Flora en fauna

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten en diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden (buiten bebouwingscontour en erven). Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Om te beoordelen of de activiteit voldoet aan de regels ter bescherming van de natuur, is een 'Quickscan Natuurwaardenonderzoek Varsseveldseweg 38 Terborg' door Natuurbank Overijssel uitgevoerd. Het onderzoeksgebied is op 7 september 2023 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Gelders Natuurnetwerk. Het rapport d.d. 26 september 2023 is als bijlage 3 bijgevoegd.

Na beoordeling door de Omgevingsdienst Achterhoek is geadviseerd om de quickscan te laten aanvullen met de wijzigingen in het wettelijk kader, de specifieke zorgplicht en opmerkingen met betrekking tot het foerageergebied van vleermuizen in verband met de lichtmasten van de paardenbak. Dit is een aparte 'Oplegnotitie toets aan actuele weten regelgeving flora en fauna' d.d. 14 juni 2024 geformuleerd, welke is bijgevoegd in bijlage 4. De samenvattende conclusies worden onderstaand weergegeven.

35

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt binnen de Groene Ontwikkelingszone, maar ligt buiten Natura 2000-gebied. Omdat sprake is van een ontwikkeling in de Groene Ontwikkelingszone, dient een versterkingsplan opgesteld te worden. Dit plan geeft aan, op welke wijze de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone versterkt worden. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Korenburgerveen van ca. 17,21 km, kan een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, op voorhand uitgesloten worden. Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door vogels, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen en amfibieën uitsluitend benut als foerageergebied. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde soorten niet af. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt geen beschermd dier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats van een beschermd dier beschadigd of vernield. In de oplegnotitie is het geactualiseerde wettelijk kader na inwerkingtreding van de Omgevingswet geformuleerd.

De relevante artikelen van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) met betrekking tot de soortenbescherming alsmede de specifieke zorgplicht zijn benoemd en getoetst. De Omgevingswet leidt niet tot andere conclusies t.a.v. wet- en regelgeving voor de bescherming van soort- en gebieden. Door het ontbreken van beschermde soorten en Rode-lijstsoorten in het plangebied is het niet nodig om nadere invulling te geven aan de (specifieke) zorgplicht door het opstellen van een ecologisch werkprotocol. Daarnaast is in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder ander de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is verankerd. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Gelderland zijn opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Gelderland. In het separaat opgestelde 'Versterkingsplan Varsseveldseweg 38 Terborg' (zie paragraaf 2.3 en Bijlage 1) is nader ingegaan op de instructieregels omgevingsplan voor de Groene ontwikkelingszone, als onderdeel van het NNN. Ook is in de oplegnotitie de invloed van de plaatsing van lichtmasten bij de paardenbak verduidelijkt. Hieruit blijkt dat lichtmijdende vleermuissoorten niet in het plangebied worden verwacht.

De algemenere vleermuissoorten, zijnde gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis, zijn snelvliegende vleermuizen en worden wel in het plangebied verwacht. Deze algemenere soorten staan erom bekend bij straatverlichting te foerageren, omdat straatverlichting een aantrekkende werking heeft op sommige insecten en er hierdoor insectenconcentraties ontstaan. Het plaatsen van lichtmasten heeft dus geen negatief effect op de vleermuizen die in het plangebied foerageren. Het resultaat van de toetsing aan wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden samengevat is dat er een versterkingsplan dient te worden opgesteld, vanwege de ligging in de Groene Ontwikkelingszone. Dit versterkingsplan is toegelicht in paragraaf 2.3 Toekomstige situatie en te vinden in Bijlage 1. Dit versterkingsplan is tevens op te vatten als landschappelijk inpassingsplan, waardoor ook de biodiversiteit wordt vergroot. Dit versterkingsplan is inmiddels door de provincie getoetst en akkoord bevonden.

36

Stikstofdepositie Op grond van de Wet natuurbescherming worden soorten en habitattypen in Natura 2000-gebieden beschermd waarvoor instandhoudingsdoelen zijn geformuleerd. Hieruit volgt dat een project of plan niet mag leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. In veel Natura 2000-gebieden is door een overbelasting van stikstof (stikstofoxiden en ammoniak) een knelpunt aanwezig bij de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Nieuwe ontwikkelingen, die een toename van de stikstofdepositie tot gevolg hebben, kunnen hierdoor “significante negatieve effecten” hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen. Effecten van een plan of een project op de stikstofdepositie kunnen ontstaan tijdens de realisatie- en/of de gebruiksfase. Met het rekenmodel AERIUS-Calculator kan de stikstofdepositie (mol N/ha/jaar) op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de ontwikkeling worden berekend. De planlocatie aan de Varsseveldseweg 38 te Terborg is globaal op een vergelijkbare afstand van ca. 17 km tot de dichtstbijzijnde Nederlandse Natura 2000-gebieden (Korenburgerveen en Rijntakken nabij Lobith) gelegen als de planontwikkeling van het bestemmingsplan 'Woongebied Rivierduinen, vml. Buizenfabriek Silvolde' (NL.IMRO.1509.BP000166-VA01) gelegen.

Deze herontwikkeling van een buizenfabriek naar 68 woningen en bijbehorende inrichting is een aanzienlijk grotere ontwikkeling dan voorliggend planinitiatief met de legalisatie van één woning, waarbij dit gebouw wordt verbouwd om aan de eisen van het Bbl te voldoen. Beide planlocaties zijn slechts op een halve kilometer afstand van elkaar gelegen. Bij de voor die grootschalige planvorming uitgevoerde Aerius-berekeningen in zowel de aanlegfase als in de gebruiksfase zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar berekend. Daarmee wordt geconcludeerd dat in dat geval geen negatieve effecten te verwachten zijn op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van de zowel de aanleg- als gebruiksfase van het plan. Gezien de veel kleinere omvang van de planontwikkeling aan de Varsseveldseweg 38 kunnen significant negatieve effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden worden uitgesloten. Tevens wordt opgemerkt dat effecten op Natura 2000-gebieden in Duitsland zijn uit te sluiten. In Duitsland geldt een ander toetsingskader waardoor een hogere stikstofdepositie is toegestaan (7,14 mol/ha/jaar). Grenzend aan de Nederlands - Duitse grens nabij Netterden ligt op circa 11 kilometer vanaf het plangebied het Natura 2000 gebied Hetter-Millingerbrug.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/5011/documents/32300