Bijlage 11 Quickscan ecologie.pdf
Tekst van het document
Kleine ijsvogelvlinder komt voor in gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos en plant zich voort op kamperfoelie. Sleedoornpage komt voor rond struwelen, houtwallen en bosranden en gebruikt sleedoorn als waardplant (De Vlinderstichting, 2021). Het ontbreekt in het plangebied aan dergelijke habitats en/of deze specifieke waardplanten. Er zijn daarom geen geschikte voortplantings- en overwinteringsplaatsen voor bovengenoemde soorten aanwezig in het plangebied. Het voorkomen van deze soorten in het plangebied en negatieve effecten door het voornemen zijn uitgesloten. Nader onderzoek naar en een ontheffing van de Wet natuurbescherming voor grote vos, grote weerschijnvlinder, kleine ijsvogelvlinder en sleedoornpage zijn niet nodig. 3.6.9 Libellen Beekrombout komt voor in stromende beken met zandafzettingen in binnenbochten. Gevlekte witsnuitlibel komt als larve voor in laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen (De Vlinderstichting, 2021). Het ontbreekt in het plangebied aan dergelijke habitats. Er is daarom geen leefgebied voor rivierrombout en gevlekte witsnuitlibel aanwezig in het plangebied. Het voorkomen van beide soorten in het plangebied en negatieve effecten door het voornemen zijn uitgesloten.
Nader onderzoek naar en het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming voor rivierrombout en gevlekte witsnuitlibel zijn niet nodig. 3.6.10 Overige ongewervelden Beschermde overige ongewervelden maken gebruik van dood hout of schoon, helder water met uitbundige onderwatervegetatie. Het ontbreekt in het plangebied aan dergelijke habitats. Daarnaast komen beschermde soorten uit deze soortgroep niet voor in de omgeving van het plangebied. Het voorkomen van in het plangebied en negatieve effecten door het voornemen zijn uitgesloten. Nader onderzoek naar en het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming voor overige ongewervelden zijn niet nodig.
37/43
Kenmerk
R001-1281765VSX-V02-mdg-NL
4 Biodiversiteit 4.1
Algemeen
TAUW gelooft dat wij samen de achteruitgang van biodiversiteit in Nederland kunnen stoppen. TAUW is aangesloten bij het Deltaplan Biodiversiteitsherstel waarin overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties samenwerken aan biodiversiteit als kerndoel voor de openbare ruimte. Vanuit deze ambitie kijken wij met onze opdrachtgevers naar concrete en realistische mogelijkheden voor biodiversiteitsherstel in onze projecten.
4.2
Aanbevelingen en kansen voor biodiversiteit
De ecologen van TAUW kijken verder dan de aanwezigheid van strikt beschermde soorten. Vanuit het motto ‘meer biodiversiteit achterlaten dan je aantreft’ signaleren wij kansen voor dit project om bij te dragen aan het herstel van biodiversiteit. Hieronder geven wij op beknopte wijze enkele kansen aan. Wij bespreken deze voorstellen graag met u en werken desgewenst de praktische aspecten verder uit. Voor dit project liggen er mogelijkheden voor biodiversiteitsherstel door: • Het opstellen van een concreet ecologisch beheer- en/of inrichtingsplan, bijvoorbeeld gericht op verhoging van de bloemrijkdom voor bijen. Hierbij sluiten wij zo veel mogelijk aan op de (toekomstige) situatie in uw projectgebied, gemeentelijk natuurbeleid en regionale doelsoorten en potenties. Biodiversiteit vraagt om maatwerk en ieder project is anders. In een plan nemen wij de best passende maatregelen op. Voorbeelden van potentiële maatregelen zijn: Het vergroten van de diversiteit aan leefgebied voor planten en dieren door via aanplant of beheer te zorgen voor verschillende biotooptypen (water, oevers, kruidenvegetatie, -
Het vergroten en versterken van leefgebieden voor planten en dieren door ecologisch beheer van (openbaar) groen, bijvoorbeeld door het beheer van grasvegetaties af te stemmen op bloemrijkdom en insecten
-
Het verbinden van leefgebieden door het aanbrengen of herstellen van lijnvormige landschapselementen (houtwallen, singels, hagen, sloten) of het realiseren van andere maatregelen voor ontsnippering (bijvoorbeeld faunapassage)
-
Het versterken van leefgebied en migratiezones door het aanbrengen van natuurlijke elementen als takkenrillen, dood hout, of stenige elementen Het beperken van verstoring door bijvoorbeeld verlichting of geluid
•
struweel) en geleidelijke overgangen hiertussen Het versterken van populaties door te voorzien in nestkasten en/of verblijfplaatsen in de nieuwbouw (bijvoorbeeld vogels en vleermuizen)
Het opstellen van een integraal duurzaamheidsadvies. Herstel van biodiversiteit heeft raakvlakken met andere opgaven zoals energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie en verstedelijkingsvraagstukken. TAUW is gewend projecten integraal te benaderen. Ecologen werken daarvoor vaak samen met andere experts. Ook voor uw project kunnen kansen voor biodiversiteit worden gekoppeld aan andere duurzaamheidsopgaven
38/43
Kenmerk
R001-1281765VSX-V02-mdg-NL
5 Conclusies en aanbevelingen 5.1
Aanleiding en doel
In opdracht van plantencentrum Louis Venhorst & Zonen B.V. heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de geldende natuurwet- en regelgeving voor realiseren van woningen ten noorden van Megchelen. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend.
5.2
Relevante natuurwet- en regelgeving
Voor de toetsing van het voornemen is de volgende natuurwet- en regelgeving van toepassing: •
•
Wet natuurbescherming - onderdelen: Gebiedsbescherming - Natura 2000 Soortenbescherming Houtopstanden Provinciaal beschermde gebieden : Natuurnetwerk Nederland -
Groene Ontwikkelzone Weidevogelgebieden Natte landnatuurnatuur
-
Ganzenrustgebieden
5.3
Conclusies toetsing
5.3.1 Natura 2000-gebieden Negatieve effecten door stikstofdepositie als gevolg van de aanleg- en gebruiksfase op voor stikstof gevoelige habitattypen zijn door de afstand niet te verwachten. Zekerheid kan echter alleen worden verkregen met een AERIUS-berekening. Het bevoegd gezag een dergelijke berekening vereisen op wettelijke basis. Effecten als gevolg van stikstofdepositie op de Duitse Natura 2000-gebieden zijn niet op voorhand uit te sluiten. Door het opstellen van een AERIUSberekening (met eigen rekenpunten op de Duitse Natura 2000-gebieden) kan ook zekerheid verkregen worden of er negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie optreden op Duitse Natura 2000-gebieden. Deze dienen te worden beoordeeld conform vigerende Duitse wet- en regelgeving. Verstoringsfactoren zoals geluid, licht en optische verstoring van de aanlegfase en gebruiksfase zorgen vanwege de afstand tot de Natura 2000-gebieden en lokale aard van de werkzaamheden met zekerheid niet tot negatieve effecten in Natura 2000-gebieden. 5.3.2
Provinciaal beschermde gebieden
5.3.2.1 Natuurnetwerk Nederland Er is geen sprake van (significante) effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlak en samenhang van het Natuurnetwerk Nederland. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.
39/43
Kenmerk
R001-1281765VSX-V02-mdg-NL
5.3.2.2 Gelderland Het plangebied maakt geen deel uit van een Groene ontwikkelzone, weidevogelgebied, ganzenrustgebied of natte landnatuur. Daardoor is een toetsing van effecten op deze gebieden niet aan de orde. 5.3.3
Houtopstanden
Toetsing van eventuele effecten op beschermde houtopstanden is niet nodig, omdat bescherming van houtopstanden niet geldt voor kweekgoed (Wet natuurbescherming, artikel 4.1e). De bomen in het plangebied zijn onderdeel van een kwekerij, waardoor deze onder de categorie kweekgoed vallen. 5.3.4
Soortenbescherming
De beoogde ontwikkeling heeft mogelijk negatieve effecten op door de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Het gaat om de volgende soorten en functies: • Groeiplaatsen van blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk (flora) • • •
Verblijfplaatsen van steenmarter en boommarter (grondgebonden zoogdieren) Leefgebied van bunzing en wezel (grondgebonden zoogdieren) Leefgebied van grote bosmuis (grondgebonden zoogdieren)
• • •
Verblijfplaatsen en vliegroute van vleermuizen Nesten van sperwer en ransuil (vogels) Nest- en/of rustlocaties en essentieel foerageergebied van steenuil (vogels)
• •
Rustlocatie van kerkuil Voortplantingslocatie teunisbloempijlstaart (nachtvlinders)
Provincie Gelderland hanteert sinds kort beleid dat aangeeft dat regulier onderzoek met cameravallen niet volstaat om aanwezigheid van bunzing en wezel uit te sluiten. Gelet op de geschiktheid van het van het plangebied, adviseren wij voor bunzing en wezel een ontheffing aan te vragen en de nodige maatregelen te nemen ten gunste van bunzing en wezel. Voor de overige soorten en functies is het noodzakelijk nader onderzoek uit te voeren conform de vastgestelde protocollen. Afhankelijk van het nader onderzoek kan het nemen van maatregelen en/of het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. In tabel 4.1 is een samenvatting opgenomen van de toetsing van de mogelijke effecten op beschermde soorten. Door het nemen van mitigerende maatregelen kunnen negatieve effecten op algemene broedvogels en eekhoorn worden voorkomen. Nader onderzoek naar deze soorten is daarom niet nodig. De volgende maatregelen zijn van toepassing: • Nesten van eekhoorn in bomen behouden (zie figuur 3.1). Mocht dat niet mogelijk zijn is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig •
Start met de werkzaamheden buiten het broedseizoen (het broedseizoen loopt grofweg van maart tot en met augustus)
40/43
Kenmerk
•
R001-1281765VSX-V02-mdg-NL
Voor de start van de werkzaamheden een ter zake kundige ecoloog raadplegen of een broedvogelcontrole nodig is
Daarnaast zijn maatregelen nodig in het kader van de zorgplicht. De maatregelen bestaan uit het volgende: •
Takkenrillen, stobben en ander materiaal worden voorzichtig verwijderd en buiten de invloedsferen van de werkzaamheden neergelegd. Eventuele dieren die eronder schuilen en niet zelfstandig weg vluchten worden ook buiten het werkterrein geplaatst. Deze maatregel is pas uitvoerbaar nadat het soortgericht onderzoek is afgerond Bosschages en struweel binnen de werkterreinen worden verwijderd in de periode medio september tot en met januari. Hierbij wordt langzaam één richting gewerkt om fauna de kans
•
te geven te vluchten. Deze maatregel is pas (mogelijk) uitvoerbaar wanneer het soortgericht onderzoek is afgerond De exacte werkzaamheden aan het woonhuis langs de Julianaweg zijn nog niet bekend. Deze dienen nader bekeken te worden, om te bepalen of er een mogelijk effect is op vleermuizen, huismus en gierzwaluw. Vooralsnog zijn negatieve effecten uitgesloten.
5.4
Consequenties planvorming en uitvoering
Pas na afronding van de soortgerichte onderzoeken kunnen de benodigde maatregelen en/of de noodzaak van het aanvragen van een ontheffing concreet worden bepaald. De afhandeling van een ontvankelijke aanvraag van een ontheffing door het bevoegd gezag duurt circa 6 maanden. De maatregelen kunnen aanpassingen van de uitvoeringsplanning en -wijze omvatten, evenals het inpassen van natuurfuncties in het voornemen. Bij werkzaamheden in het broedseizoen bestaat de kans op vertraging vanwege de kans op verstoring van broedende vogels. Wanneer bovenstaand proces succesvol wordt doorlopen is een bestemmingsplanwijziging redelijkerwijs uitvoerbaar. Tabel 5.1 Samenvatting van de resultaten van de toetsing van effecten op beschermde soorten Soortgroep
Overtreding Wet
Vervolgstappen
natuurbescherming Flora
Mogelijk
Nader onderzoek naar het groeiplaatsen van blauw guichelheil, grote leeuwenklauw en kleine wolfsmelk (één veldbezoek in de periode juni – augustus)
Grondgebonden
Mogelijk
Nader onderzoek naar steenmarter, boommarter en grote bosmuis (onderzoek met cameravallen in de periode mei – juni en muizenvallen in de periode
zoogdieren
(na)zomer – herfst). Aanvragen ontheffing voor bunzing en wezel Vleermuizen
Mogelijk
Vogels –
Mogelijk
Nader onderzoek naar verblijfplaatsen en vliegroute van vleermuizen (vijf veldbezoeken in de periode mei – september)
jaarrond
Nader onderzoek naar nestlocaties, rustplaatsen en/of essentieel foerageergebied van steenuil, kerkuil, ransuil en sperwer (drie avondbezoeken
41/43
Kenmerk
R001-1281765VSX-V02-mdg-NL
Soortgroep
Overtreding Wet
Vervolgstappen
natuurbescherming in de periode half februari – april en drie ochtendbezoeken in de periode april –
beschermde nesten Vogels –
half juni) Nee, mits maatregel
•
functioneel
Starten van de werkzaamheden het broedseizoen (het broedseizoen loopt grofweg van maart tot en met augustus)
leefgebied nest
•
Een broedvogelcontrole voor start van de werkzaamheden
beschermd
•
Vastleggen in een ecologisch werkprotocol op welke momenten een broedvogelcontrole nodig is
Vogels –
Nee, mits maatregel
•
broedvogels
Starten van de werkzaamheden het broedseizoen (het broedseizoen loopt grofweg van maart tot en met augustus)
•
Een broedvogelcontrole voor start van de werkzaamheden
•
Vastleggen in een ecologisch werkprotocol op welke momenten een broedvogelcontrole nodig is
Vlinders
Mogelijk
Nader onderzoek naar voortplanting van teunisbloempijlstaart (drie veldbezoeken in de periode juni – augustus)
Amfibieën,
Nee
Niet van toepassing
Nee, mits maatregel
•
reptielen, vissen, libellen en overige ongewervelden Zorgplicht
Takkenrillen, stobben en ander materiaal worden voorzichtig verwijderd en buiten de invloedsferen van de werkzaamheden neergelegd. Eventuele dieren die eronder schuilen en niet zelfstandig weg vluchten worden ook buiten het werkterrein geplaatst. Deze maatregel is pas uitvoerbaar nadat het soortgericht onderzoek is afgerond
•
Bosschages en struweel binnen de werkterreinen worden verwijderd in de periode medio september tot en met januari. Hierbij wordt langzaam één richting gewerkt om fauna de kans te geven te vluchten. Deze maatregel is pas (mogelijk) uitvoerbaar wanneer het soortgericht onderzoek is afgerond
42/43
Kenmerk
R001-1281765VSX-V02-mdg-NL
6 Literatuur Creemers, R.C.M. & van Delft, J.J.C.W. 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Kennisdocument Kerkuil Tyto alba, BIJ12, versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegde internetwebsites: www.atlasleefomgeving.nl www.gelderland.nl/Natuurregels-in-Gelderland www.zoogdiervereniging.nl www.sovon.nl www.ravon.nl www.vlinderstichting.nl www.deutschlands-natur.de/tierarten/amphibien-reptilien/blindschleiche/ www.topotijdreis.nl www.ndff.nl
43/43