CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 1. Toelichting bruidsschat.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 19 mei 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1: Bruidsschat Omgevingswet10.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

12.3 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) De regels voor windturbines en windparken in het omgevingsplan dienen te voldoen aan de regels van het Bkl.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Indien er mogelijkheden voor windturbines in het omgevingsplan zijn opgenomen, dan hebben burgers en bedrijven zonder de regels van de bruidsschat geen beschermingsmogelijkheden. Bovendien voldoet de gemeente dan niet aan het Bkl. Op grond van het Bkl dient de gemeente in het omgevingsplan dan ook regels op te nemen voor windturbines. Biedt het omgevingsplan geen mogelijkheden voor windturbines, dan kunnen de bruidsschatregels toch opgenomen worden voor het geval dat bij wijziging van het omgevingsplan windturbines mogelijk worden gemaakt. Wanneer de gemeente de regels van de bruidsschat aanpast, dan hangt de impact van deze aanpassing uiteraard af van de aard van de aanpassing. De gemeente kan bijvoorbeeld voor geluid door windturbines strengere regels stellen waardoor de burgers beter zijn beschermd, maar waardoor de mogelijkheden voor het plaatsen van een windturbine kleiner worden.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat worden overgenomen blijft het beschermingsniveau gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit.

12.4 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afweging/ maatwerk? Voorbeelden van bestuurlijke afwegingsruimte Voor slagschaduw geeft het Bkl in artikel 5.89f aan wat aanvaardbaar is. De gemeente kan strengere regels stellenen, maar geen minder strenge regels. Voor geluid door windparken met drie of meer turbines, kan de gemeente alleen strengere regels stellen wanneer er sprake is van cumulatie met het geluid van een andere windturbine of windpark of gelet op de bijzondere aard van het gebied.

13 Omgevingsvergunningen In § 22.3.26 (Vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten) van de bruidsschat staat voor een groot aantal milieubelastende activiteiten vermeld wat de aanvraagvereisten en beoordelingscriteria zijn voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. Dit zijn:  Omgevingsvergunning verwerken polyesterhars;  Omgevingsvergunning installeren gesloten bodemenergiesysteem;  Omgevingsvergunning kweken maden van vliegende insecten;  Omgevingsvergunning opslaan propaan en propeen;  Omgevingsvergunning tanken met LPG;  Omgevingsvergunning Antihagelkannonen;  Omgevingsvergunning biologische agens en genetisch gemodificeerde organismen;  Omgevingsvergunning opslaan dierlijke meststoffen.

13.1 Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten Hoe is het nu geregeld? De beoordeling van vergunningaanvragen is nu geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Regels over milieubelastende activiteiten die op rijksniveau vervallen, komen in het omgevingsplan. Art. 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet regelt dit. De regels die naar het omgevingsplan gaan, hebben vooral betrekking op activiteiten met lokale effecten. Denk bijvoorbeeld aan activiteiten als horeca en het kleinschalig houden van dieren. Of lozing op de riolering of de bodem. Maar het kan ook gaan om regels die betrekking hebben op een thema zoals geluid, trillingen en geur. De regels over milieubelastende activiteiten die via de bruidsschat naar het omgevingsplan gaan, komen vooral uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Een aantal regels in het Activiteitenbesluit en Activiteitenregeling komen overigens terecht in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en niet in de bruidsschat. Het rijk heeft een aantal milieubelastende activiteiten in het Bal aangewezen die vergunningplichtig zijn. Voor deze activiteiten gelden bij het toetsen van de vergunningaanvraag de beoordelingsregels die door het rijk zijn vastgesteld (hoofdstuk 8 Bkl). Voor vergunningplichten op grond van het omgevingsplan gelden de beoordelingsregels die in het omgevingsplan staan.

Dit betekent dat wanneer de gemeente een vergunningplicht in een omgevingsplan opneemt, ze daarbij ook beoordelingsregels op moet nemen in het omgevingsplan om de vergunningaanvraag te kunnen toetsen. De vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels staan in § 22.3.26 van de bruidsschat. Voor de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit op grond van het omgevingsplan, zijn de beoordelingsregels van het Besluit kwaliteit

leefomgeving van overeenkomstige toepassing. Dat sluit aan op de situatie die geldt voor inwerkingtreding van de Omgevingswet. In het kader van het overgangsrecht is voor de activiteiten waar de vergunningplicht van rijkswege vervalt geregeld dat deze onderdeel zijn van de bruidsschat en voorlopig nog vergunningplichtig blijven. Ook deze aanvragen om vergunning worden getoetst aan de beoordelingsregels die zijn opgenomen in het Bkl. Vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet kan een vergunning zijn afgegeven of aangevraagd voor een activiteit die het Bal aanwijst als een vergunningplichtige milieubelastende activiteit. Zo’n vergunning kan voorschriften bevatten voor een onderwerp dat naar het omgevingsplan is verschoven. De bruidsschatregels gelden dan niet voor dat onderwerp (art. 22.1 bruidsschat). Wat is de impact voor de gemeente?

Instructie Bkl De beoordelingsregels voor omgevingsvergunningen met een vergunningplicht die door het Rijk is geregeld staan bij elkaar in hoofdstuk 8 van het Bkl. Bijvoorbeeld voor wateractiviteiten en milieubelastende activiteiten. Hiermee zijn de beoordelingsregels inzichtelijker, beter voorspelbaar en gemakkelijk te gebruiken. Bovendien is het zo makkelijker om een aanvraag samenhangend te beoordelen.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Als de gemeente geen beoordelingsregels opneemt voor vergunningplichten op grond van het omgevingsplan is het onduidelijk waar de aanvraag aan wordt getoetst. Indien de gemeenten de omgevingsvergunningplichten uit art. 22.256 tot en met 22.264 van de bruidsschat niet overneemt is ook het opnemen van de beoordelingsregels niet nodig.

Gevolgen aanpassen bruidsschatregels De gemeente kan de beoordelingsregels in het omgevingsplan aanpassen op de lokale situatie/wensen.

Gevolgen overnemen bruidsschatregels Bij het overnemen van de beoordelingsregels is duidelijk waar een vergunningaanvraag aan getoetst wordt.

Welke ruimte is er voor bestuurlijke afwegingen/maatwerk? In het nieuwe deel van het omgevingsplan kan de gemeente voor activiteiten die vergunningplichtig zijn op grond van het omgevingsplan zelf bepalen welke beoordelingsregels worden opgenomen. Zolang de vergunningplichten uit de bruidsschat gelden liggen ook de beoordelingsregels voor die activiteiten vast. Voor milieubelastende activiteiten die door het Rijk zijn aangewezen als vergunningplichtig gelden de door het Rijk vastgelegde beoordelingsregels.

14 Aanvraagvereisten In Afdeling 22.5 (Overige activiteiten) van de bruidsschat staat in voor een groot aantal omgevingsplanactiviteiten in § 22.5.2 vermeld wat de aanvraagvereisten zijn voor het aanvragen van een omgevingsvergunning. Dit is voor de volgende activiteiten:  Uitvoeren van een werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid;  Slopen van een bouwwerk;  Afwijken van de regels van het tijdelijk deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet (gebruik van locatie of bouwwerk);  Aanwijzen/voorbeschermen gemeentelijk monument en aanvraagvereisten omgevingsvergunning gemeentelijk monument;

    

Uitweg; Alarminstallatie; Vellen van houtopstand; Handelsreclame; Opslaan roerende zaken.

15 Voorschriften over archeologische monumentenzorg 15.1 Hoe is het nu geregeld? Zolang de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, is archeologische monumentenzorg geregeld in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet. Hierin zijn de regels uit de voormalige Monumentenwet 1988 onverkort overgenomen (art. 9.1 Erfgoedwet). Dit houdt in dat een gemeente in een verordening regels kan vastleggen ter bescherming van archeologische resten. Daarnaast is een gemeente verplicht om in ruimtelijke plannen (bestemmingsplan of een beheersverordening) rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Hiertoe kan een gemeente een omgevingsvergunning verplicht stellen en kan men verplichten dat men archeologisch onderzoek laat uitvoeren voorafgaand aan of tijdens de realisatie van een plan (art. 40 en 41 Monumentenwet). De wet stelt hier voor om deze verplichting tot archeologisch onderzoek alleen op te leggen bij ingrepen die groter zijn dan 100 m2, maar geeft gemeenten de vrijheid om hiervoor een afwijkend oppervlak vast te stellen (art. 41a Monumentenwet). Veel gemeenten hebben de afgelopen jaren een archeologische waarden- en verwachtingenkaart laten opstellen die een gedetailleerd beeld geeft van waar men in een gemeente een grote, middelgrote of lage kans heeft op het aantreffen van archeologische resten.

Deze waarden- en verwachtingenkaart vormt vervolgens de basis voor een afwijkend (andere oppervlaktes en dieptevrijstellingen) beschermingsregime in ruimtelijke plannen. Daarnaast is in de indieningsvereisten voor het aanvragen van een monumentenvergunning vastgelegd dat de grond onder gebouwde monumenten automatisch beschermd is. Bij het verstoren of wijzigen van een monument dient men daarom altijd rekening te houden met de daaronder aanwezige archeologische waarden.

15.2 Wat verandert met de komst van de Omgevingswet? Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de bescherming van archeologische waarden, die nu is vastgelegd in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, overgeheveld naar de Omgevingswet. Gemeenten moeten regels in het omgevingsplan stellen met het oog op het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten (art. 2.28 Omgevingswet). De omgevingsvergunning blijft het instrument waarin een gemeente vervolgens voorwaarden kan opleggen die gericht zijn op het behoud of onderzoek van archeologische waarden (art. 5.5 Omgevingswet). Is er sprake van een archeologisch rijksmonument in een gemeente, dan wordt het college van B&W bevoegd gezag voor het afgeven van de monumentenvergunning. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geeft in de vergunningenprocedure een bindend advies, waar niet vanaf kan worden geweken. In de Omgevingsregeling (art. 7.201, 7.202 en 7.203) is vastgelegd dat bij een wijziging van een gebouwd monument eveneens gevraagd kan worden om een archeologisch onderzoeksrapport. Hiermee is de grond onder een gebouwd monument automatisch beschermd en niet onderhevig aan de voorgestelde vrijstellingsgrens van 100 m2.

15.3 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving De manier waarop men archeologische resten moet beschermen is verder uitgewerkt in het Besluit kwaliteit leefomgeving. Art. 5.130 (Bkl) stelt dat de reeds gangbare vrijstelling van 100 m 2

gehandhaafd blijft, maar dat men daar van af mag wijken. Dit is feitelijk een voortzetting van de huidige situatie. Ook – en dat is nieuw – wordt vastgesteld dat behoud in situ (in de bodem) de voorkeur heeft boven behoud d.m.v. opgraven. Het begrip “Bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische waarden” is hierbij uitgangspunt en een verandering ten opzichte van de vroeger gehanteerde “Bekende of te verwachten archeologische waarden”. Dit impliceert dat men een actuele en goed onderbouwde archeologische waardenkaart moet hebben.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Gemeenten zijn onder de Omgevingswet (en Bkl) verplicht om onderbouwd voorwaarden op te nemen die gericht zijn op het behoud (bij voorkeur in situ) van archeologische resten. Als de gemeente ervoor kiest om geen regels te stellen voor dit thema, dan kan dit alleen met een onderbouwing waarom geen archeologische resten verwacht worden. Het opstellen van aangepaste regels (bijvoorbeeld vrijgave van een kleiner of groter oppervlak) moet eveneens gebaseerd zijn op de archeologische verwachting. Het verdient aanbeveling om de archeologische waarden- en verwachtingenkaart die men voor dit doel gebruikt te actualiseren en gebruik te maken van alle beschikbare informatiebronnen over archeologisch onderzoek en verstoringen in de gemeente.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Gemeenten zijn al jaren verplicht om voor archeologie beschermende regels op te nemen in bestemmingplannen. Deze regels veranderen met het overnemen van de bruidsschat niet en het zou hierdoor dan ook geen grote belasting zijn om deze regels over te nemen in het omgevingsplan. Het blijft van belang om de regels voor archeologie (functie) losgekoppeld te houden van bouw- en sloopregels. Dit voorkomt dat men bij vergunningvrije bouwwerken geen archeologisch onderzoek kan voorschrijven. Wanneer een gemeente een archeologische waardenkaart heeft die ouder is dan 5 jaar, zou men deze beter kunnen laten actualiseren. Gemeenten die tot op heden gebruik maakten van grootschaliger kaarten (zoals bijv. een provinciale verwachtingenkaart) zullen een grotere inspanning moeten doen om te voldoen aan de eis van “aantoonbaar te verwachten archeologische waarden”. De verplichting tot het doen van onderzoek onder te wijzigen of te slopen gebouwde monumenten is een verandering op de huidige werkwijze. Dit vraagt om extra voorlichting en aandacht in de ontvankelijkheidstoets, een uitbreiding van het huidige vergunningenproces.

15.4 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afweging/ maatwerk? De ruimte voor bestuurlijke afweging en maatwerk blijft gelijk aan de huidige situatie waarin gemeenten onderbouwd eigen archeologiebeleid kunnen vaststellen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4189/documents/20739