CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJLAGE 1. Toelichting bruidsschat.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 19 mei 2021, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 1: Bruidsschat Omgevingswet10.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De bruidsschat Inhoudsopgave 1 Inleiding ...................................................................................................................................................... 2 2 Bouwen ....................................................................................................................................................... 4 3 Algemene bepalingen ................................................................................................................................ 6 4 Energiebesparing ....................................................................................................................................... 8 5 Zwerfafval .................................................................................................................................................. 9 6 Geluid........................................................................................................................................................ 10 7 Trillingen ................................................................................................................................................... 11 8 Geur ..........................................................................................................................................................

13 9 Bodem in Afdeling 22.3 Milieubelastende activiteiten .......................................................................... 14 10 Bodembeheer en bouwen op verontreinigde bodem .......................................................................... 16 11 Lozen ...................................................................................................................................................... 17 12 Windturbines .......................................................................................................................................... 19 13 Omgevingsvergunningen ...................................................................................................................... 20 14 Aanvraagvereisten ................................................................................................................................. 21 15 Voorschriften over archeologische monumentenzorg ....................................................................... 22

1 Inleiding

1

De Omgevingswet komt eraan. Binnen het overgangsrecht wordt een belangrijke plaats ingenomen door de zogenaamde ‘bruidsschat’, een pakket regels dat per 1 januari 2022 automatisch onderdeel wordt van het (tijdelijke) omgevingsplan.

1.1 Wat is de bruidsschat? Waarom is deze nodig? Onder de Omgevingswet zullen veel regels die nu vanuit het Rijk zijn gesteld, de bevoegdheid worden van gemeenten en waterschappen. Als het Rijk niets zou regelen voor de situatie ná 1 januari 2022 en onze gemeente nog geen regels zou hebben gesteld, zou er een gat vallen in de lokale regelgeving. Om dit gat op te vullen, heeft het Rijk de zogeheten bruidsschat opgesteld: een pakket aan regels dat vanaf 1 januari 2022 automatisch deel uitmaakt van het omgevingsplan. Het Rijk geeft deze regels dus mee aan de gemeenten, vandaar de naam bruidsschat. Het idee achter de bruidsschat is dat een gemeente deze regels kan aanpassen aan de locatie.

1.2 Wat staat er in de bruidsschat? Bij de Omgevingswet horen 4 Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s). In deze besluiten wordt de wet uitgewerkt in praktische regels. De 4 AMvB’s zijn: het Omgevingsbesluit, het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl), het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) en het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl). De bruidsschat regelt (een deel van) het ruimtelijke aspect van bouwen en de milieubelastende activiteiten die niet in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) of in een andere AMvB worden geregeld. Daarnaast gelden de regels van de bruidsschat voor bepaalde milieuaspecten zoals geluid, trilling en geur óók voor de milieubelastende activiteiten van het Bal, omdat het Bal voor deze milieuaspecten geen regels stelt. In de bruidsschat staan regels voor grofweg drie soorten activiteiten: 1. Activiteiten met betrekking tot bouwen, open erven en terreinen (Afdeling 22.2). 2. Milieubelastende activiteiten (Afdeling 22.3). 3. Overige activiteiten (Afdeling 22.5).

Wat gebeurt er vanaf 1 januari 2022? Vanaf 1 januari 2022 hebben alle gemeenten van rechtswege een omgevingsplan. Dit omgevingsplan wordt het tijdelijke deel van het omgevingsplan genoemd. De huidige bestemmingsplannen én de bruidsschat worden op 1 januari 2022 van rechtswege onderdeel van dit tijdelijke deel van het omgevingsplan. Wanneer een gemeente per 1 januari 2022 nog geen nieuw omgevingsplan heeft vastgesteld of ter inzage heeft gelegd bestaat het omgevingsplan alleen uit dit tijdelijke deel. Voor deze constructie is gekozen om de gemeenten de tijd te geven een nieuw gebiedsdekkend omgevingsplan vast te stellen dat aan alle eisen uit de Omgevingswet (en daarop gebaseerde Amvb’s) voldoet.

1

De informatie in de document is afkomstig uit de ‘Handreiking bruidsschat 2.0’ van DCMR, Omgevingsdiest Zuid-Holland Zuid, Omgevingsdienst Midden-Holland, Omgevingsdienst WestHolland en Omgevingsdienst Haaglanden.

Schematisch gezien ziet het omgevingsplan er in de transitiefase tot 2029 als volgt uit:

Omgevingsplan (NIEUWE DEEL) Buiten tijdelijk deel omgevingsplan op 01-01-2021

tijdelijk deel omgevingsplan op 01-01-2021

TRANSITIE

TRANSITIE

Bruidsschat

Bestemmingsplannen etc.

TRANSITIE

Plaatselijke verordeningen

In de jaren na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen gemeenten geleidelijk het nieuwe deel van het omgevingsplan gaan vullen. Dit moeten zij doen door te bepalen of en zo ja, welke regels uit de bruidsschat (al dan niet in gewijzigde vorm) worden overgenomen in het nieuwe deel. Ook de plaatselijke verordeningen die zien op de fysieke leefomgeving worden in dit proces betrokken. Op deze manier wordt dus het tijdelijke deel gefaseerd opgeheven. Uiteindelijk (uiterlijk in 2029) is er geen sprake meer van een tijdelijk deel van het omgevingsplan, en heeft iedere gemeente een omgevingsplan nieuwe stijl. Voorwaarde voor vaststelling van regels in het nieuwe deel van het omgevingsplan is dat voldaan wordt aan de Omgevingswet, de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de provinciale omgevingsverordening. Ook de delen van de bruidsschat die overgenomen worden in het nieuwe deel van het omgevingsplan, moeten voldoen aan de Omgevingswet, het Bkl en de provinciale omgevingsverordening. Gelet op het voorgaande is het straks een taak van gemeenten om de regels van de bruidsschat uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, al dan niet in aangepaste vorm, te verplaatsen naar het nieuwe deel van het omgevingsplan. De verplaatsing naar het nieuwe deel vindt plaats door een besluit tot vaststelling of wijziging van het omgevingsplan (art.

22.2 lid 2 Omgevingswet). Met dit besluit wordt (een deel van) de bruidsschat (in al of niet aangepaste vorm) onderdeel van het omgevingsplan nieuwe stijl.

1.5 Een nieuw omgevingsplan en de bruidsschat Zoals gezegd kunnen in het nieuwe deel van het omgevingsplan geleidelijk delen van de bruidsschat worden opgenomen (door vaststelling door de raad). De bruidsschat (voor zover niet in strijd met het Bkl) kan dus gebruikt worden als basismodel voor het nieuwe omgevingsplan. Ook kan een regel uit de bruidsschat worden geschrapt. De door de raad vastgestelde regels in het nieuwe omgevingsplan zijn vatbaar voor beroep. Vaststelling van een nieuw deel van het omgevingsplan kan wat betreft de bruidsschat plaatsvinden per thema, per locatie en zelfs per regel. De regels uit bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen kunnen alleen per locatie worden toegevoegd aan het nieuwe omgevingsplan. Wanneer er vanuit een bestemmingsplan regels voor een locatie worden toegevoegd aan een nieuw omgevingsplan, hoeven de regels van de bruidsschat en andere regels over de fysieke leefomgeving uit andere verordeningen voor deze locatie nog niet overgeheveld te worden naar het nieuwe deel. Dit kan ook later gebeuren. Op deze manier wordt het nieuwe deel van het omgevingsplan steeds groter en zal het tijdelijk deel steeds kleiner worden. Een gemeente kan zelf bepalen hoeveel besluiten het nodig heeft voor de transitie naar een nieuw omgevingsplan.

Het is belangrijk dat er tijdens de transitie van het tijdelijk deel van het omgevingsplan naar het nieuwe deel niet teveel onduidelijkheid en rechtsonzekerheid ontstaat.

1.6 Welke regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan hebben voorrang? Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat straks uit de bestemmingsplannen en de bruidsschat. Wat te doen wanneer de regels uit de bestemmingsplannen en de bruidsschat elkaar tegenspreken? Dan gaan de regels van de bestemmingsplannen vóór. Ook voorschriften uit bestaande (milieu)omgevingsverordeningen gaan voor boven de bruidsschat. In de bruidsschat is aangegeven welke regels voorrang hebben als er sprake is van strijdigheid tussen de bruidsschatregels en bepalingen in het omgevingsplan van rechtswege (de huidige bestemmingsplannen) of tussen bruidsschatregels en bepalingen in gemeentelijke verordeningen. Over het algemeen geldt dat de bruidsschatregels dan niet van toepassing zijn. De bruidsschatregels zijn ook niet van toepassing als voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit een onherroepelijke omgevingsvergunning is verleend, of een omgevingsvergunning was aangevraagd voor 1 januari 2022.

Conclusie Vanaf 1 januari 2022 maakt de bruidsschat direct onderdeel uit van alle (tijdelijke) omgevingsplannen. Vanaf die datum kunnen gemeenten beslissen de bruidsschat geheel of voor een gedeelte om te zetten in het omgevingsplan, of in stand te laten. Nieuwe omgevingsplannen zullen straks dus voor een groot deel uit milieurechtelijke regels bestaan; regels die eerst op rijksniveau (bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit milieubeheer) geregeld waren. De volgende hoofdstukken gaan dieper in op de verschillende activiteiten waarvoor de bruidsschat regels bevat. De uitleg is op sommige plekken behoorlijk technisch. Getracht is om een compact, maar toch compleet beeld te geven van de wijzigingen die plaatsvinden bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

2 Bouwen 2.1 Hoe is het nu geregeld? Bouwen is nu geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Besluit omgevingsrecht (Bor), Ministeriele regeling omgevingsrecht (Mor), Wet ruimtelijke ordening, Bouwbesluit, Bouwverordening en het gemeentelijke Welstandsbeleid (Welstandsnota).

2.2 Wat verandert met de komst van de Omgevingswet? Onder de Omgevingswet wordt de activiteit bouwen opgesplitst in een bouwactiviteit en een omgevingsplanactiviteit, waarvoor twee aparte vergunningen nodig zijn: een bouwtechnische vergunning en een ruimtelijke vergunning – de omgevingsplanvergunning. Het opsplitsen of opknippen heet ‘de knip’.

Bouwtechnische toets Art. 5.1 van de Omgevingswet geeft de grondslag voor de vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit. Deze vergunningplicht is verder uitgewerkt in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl bepaalt of er een bouwtechnische vergunning (of melding) nodig is. Het Bbl ziet met name op de bouwtechnische eisen waaraan een bouwwerk moet voldoen.

Ruimtelijke toets Het omgevingsplan (inclusief de bruidsschat) bepaalt of er een ruimtelijke vergunning (of melding) nodig is. Het omgevingsplan is enigszins vergelijkbaar met het huidige bestemmingsplan. Een verschil met het bestemmingsplan is dat er behalve ruimtelijke en stedenbouwkundige aspecten ook andere aspecten in geregeld worden, zoals bijvoorbeeld milieuaspecten, duurzaamheid en ook

welstand. Het welstandsbeleid is een onderdeel van het omgevingsplan, zodat met de ruimtelijke toets aan het omgevingsplan ook aan de redelijke eisen van welstand wordt getoetst. De bruidsschat geeft regels voor de ruimtelijke kant van bouwen. De regels in de bruidsschat zijn afkomstig uit onder andere het Bor, het Bouwbesluit en de Bouwverordening.

Welstandstoets Op grond van art. 4.19 Omgevingswet heeft een gemeente onder de Omgevingswet een Welstandsnota, die onderdeel is van het omgevingsplan. De Welstandsnota blijft dus van toepassing. Het uiterlijk van een bestaand bouwwerk mag in beginsel niet in ernstige mate in strijd zijn met de redelijke eisen van welstand (bruidsschat art. 22.7 Repressief welstand).

Vergunningvrij bouwen Vergunningvrij bouwen onder de Omgevingswet is ook opgeknipt in de bouwtechnische activiteit en de ruimtelijke omgevingsplanactiviteit. Een bepaalde activiteit moet dus zowel op grond van het Bbl, als op grond van het omgevingsplan (de bruidsschat) vergunningvrij zijn, wil je kunnen spreken van vergunningvrij bouwen. Als het bouwwerk slechts voldoet aan één van beide moet voor de ander een vergunning worden aangevraagd.

Bouwtechnisch vergunningvrij bouwen De meeste van de huidige vergunningvrije bouwactiviteiten blijven vergunningvrij voor wat betreft de bouwtechnische toets. Of deze bouwactiviteiten op de gewenste plek ook ruimtelijk en esthetisch vergunningvrij zijn, is geregeld in de bruidsschat. Dat deze bouwwerken bouwtechnisch vergunningvrij zijn, betekent dat er geen (voorafgaande) toets door het bevoegd gezag plaatsvindt. Uiteraard moet wel aan de bouwtechnische eisen uit het Bbl worden voldaan.

2.3 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving Afdeling 8.1 van het Bkl, met als titel “Omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit”, geeft instructieregels voor de regels in het omgevingsplan over een omgevingsvergunning voor een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Een omgevingsvergunning voor een binnenplanse omgevingsplanactiviteit kan worden verleend als de activiteit in overeenstemming is met de regels in het omgevingsplan. Een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Vervolgens geeft het Bkl beoordelingsregels voor het beoordelen van een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsactiviteit.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels niet of heel beperkt worden overgenomen, dan zal het gevolg zijn dat er onduidelijkheid zal ontstaan en daarmee rechtsonzekerheid. Ook zal de gezondheid en veiligheid van de mensen in het geding kunnen komen. Eventueel handhavend optreden wordt lastig, omdat er niet of nauwelijks regels zijn en dus ook geen sprake kan zijn van het overtreden van de regels. Anderzijds heeft het niet of heel beperkt overnemen van de regels tot gevolg dat er meer ruimte is voor ontwikkelingen en initiatieven.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Wanneer een gemeente de bruidsschat integraal overneemt, dan gelden er ruimtelijk dezelfde regels voor vergunningsplichten of afwijkingen als de regels die nu gelden. De regels voor vergunningvrij bouwen zijn dan ongeveer hetzelfde als de regels uit het Bor. De kruimelgevallenregeling op basis van de Wabo bestaat niet meer onder de Omgevingswet. Deze kruimelgevallenregeling zorgde er voor dat de daartoe aangewezen gevallen met de reguliere procedure konden worden afgedaan en verlegde de bevoegdheid daarvoor van de raad naar het college van burgemeester en wethouders. Deze regeling wordt overbodig omdat onder de Omgevingswet in principe alle omgevingsvergunningsactiviteiten vallen onder de reguliere procedure (tenzij dit bij wet anders is aangegeven). Ook is het college bevoegd gezag voor buitenplanse afwijkingen van het omgevingsplan

(eventueel na advies van de raad in daartoe door de raad aangewezen gevallen). Daarnaast kan het bevoegd gezag altijd maatwerkvoorschriften opstellen, waarmee van de bepalingen van de bruidsschat wordt afgeweken.

2.4 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afweging/ maatwerk? Doordat in de bruidsschat een bepaling over maatwerk is opgenomen, is er bij een integrale overneming van de bruidsschat ruimte voor maatwerk. Verder is er voor alle bovenstaande onderwerpen de mogelijkheid om een deel van de bruidsschat anders in te vullen. Bijvoorbeeld de regels voor vergunningvrij bouwen kunnen (gedeeltelijk) worden veranderd. Voor dit laatste moet worden bedacht dat het om een complex stelsel van regels gaat, zodat bij wijzigingen de duidelijkheid en consistentie van de regels goed in het oog moet worden gehouden.

3 Algemene bepalingen 3.1 Algemeen toepassingsbereik Hoe is het nu geregeld? In de Wet milieubeheer (Wm) (art. 1.1 eerste lid) en bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor) is bepaald wanneer sprake is van een inrichting. Alleen Wm-inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit of hebben een omgevingsvergunning milieu of omgevingsvergunning beperkte milieutoets nodig. Een bepaalde activiteit is een Wm-inrichting als voldaan is aan twee voorwaarden:  De activiteit is een ‘door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht’.  Er moet een categorie uit bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor) van toepassing zijn.

Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Met inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt het begrip inrichting. Hiervoor wordt het begrip milieubelastende activiteit geïntroduceerd. Bijna iedere milieubelastende activiteit valt onder de bruidsschat. Uitzonderingen zijn wonen, bouw- en sloopwerkzaamheden, activiteiten in de openbare buitenruimte, doorgaand verkeer (weg, water of spoor), bepaalde evenementen en mobiele installaties. In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn milieubelastende activiteiten aangewezen waarvoor rijksregels gelden. Voor milieubelastende activiteiten die niet in het Bal zijn aangewezen, gelden geen algemene rijksregels. Voor die activiteiten kan de gemeente regels opnemen in het omgevingsplan.

Wat is de impact voor de gemeente? Het begrip milieubelastende activiteit is ruimer dan het begrip inrichting. Door het vervallen van het begrip inrichting kunnen interpretatieverschillen ontstaan. Dit was echter bij het begrip inrichting ook mogelijk. Bij de interpretatie van het algemene toepassingsbereik is het raadzaam om aan te sluiten bij de praktijk van de voormalige regelgeving. Als een activiteit als Wet milieubeheer-inrichting werd beschouwd, kan deze ook onder de regels voor milieubelastende activiteiten van het Bal vallen. Voor milieubelastende activiteiten die niet zijn aangewezen in het Bal kan de gemeente zelf regels opnemen in het omgevingsplan. Hierbij gelden wel de instructieregels van het Bkl. Voor de milieubelastende activiteiten die de gemeente in het omgevingsplan regelt kan de gemeente inhoudelijke voorschriften, vergunningplichten, meldingsplichten en informatieplichten opnemen. Ook is het opnemen van maatwerkregels en -voorschriften mogelijk.

3.2 Specifieke zorgplicht Hoe is het nu geregeld? In de Wet milieubeheer (artikel 1.1 a) en het Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 2.1 1e lid) zijn algemene zorgplichten opgenomen. De algemene zorgplicht houdt in dat degene die een activiteit verricht alles moet doen en laten om negatieve gevolgen voor de veiligheid, het milieu en gezondheid te voorkomen. Als voorkomen niet lukt dan moet hij ervoor zorgen dat er zo min mogelijk negatieve gevolgen voor het milieu en de gezondheid zijn.

Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt er een algemene zorgplicht, een algemeen verbod en een specifieke zorgplicht. Deze zorgen er voor dat overheid, bedrijven en burgers samen verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De algemene zorgplicht (art. 1.6, 1.7 en 1.7a Ow) is vooral een vangnet als er geen specifieke decentrale regels of rijksregels van toepassing zijn. Als deze specifieke decentrale of rijksregels er wel zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer (art. 1.8 Ow). Een specifieke zorgplicht is concreter en richt zich op specifieke activiteiten. Zowel in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) als het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan specifieke zorgplichten. De specifieke zorgplichten zijn algemene regels. Deze regels gelden direct voor burgers en bedrijven. Ook in het omgevingsplan kunnen specifieke zorgplichten worden opgenomen. In het Bal zijn veel regels voor milieubelastende activiteiten en lozingsactiviteiten geschrapt in vergelijking met het Activiteitenbesluit. In plaats daarvan is er de ‘specifieke zorgplicht’. Deze specifieke zorgplicht vervangt onder meer art. 2.7a van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer dat ging over geurhinder.

Dit houdt in dat als bij een activiteit emissies naar de lucht plaatsvinden, daarbij de geurhinder bij het geurgevoelige gebouw tot een aanvaardbaar niveau moet worden beperkt. Wat aanvaardbaar is hangt af van de situatie. Voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal geldt de specifieke zorgplicht uit art. 2.11 van het Bal.

Wat is de impact voor de gemeente? Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Als de specifieke zorgplicht niet wordt overgenomen in het omgevingsplan dan wordt niet voldaan aan de doelen van de wet: waarborgen van gezondheid en veiligheid.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Als de specifieke zorgplicht wordt overgenomen dan draagt de regeling bij aan het waarborgen van de gezondheid en veiligheid. De overtreding van een specifieke zorgplicht zal in principe grond voor handhaving zijn.

3.3 Maatwerkvoorschriften Hoe is het nu geregeld? In het Activiteitenbesluit (art. 4.1, 4e lid) en de Activiteitenregeling is de mogelijkheid van het opleggen van maatwerkvoorschriften opgenomen. Per voorschrift staat er of en in hoeverre maatwerk mogelijk is. Hiermee kan in individuele gevallen worden afgeweken van de bepalingen uit het Activiteitenbesluit.

Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervallen een aantal rijksregels. Onder andere voor geur, geluid, trillingen en een aantal activiteiten. Om te voorkomen dat er tijdens de overgang van het tijdelijk deel van het omgevingsplan naar het nieuwe deel van het omgevingsplan geen regels gelden zijn deze regels opgenomen in de bruidsschat.

In art. 22.45 is de bevoegdheid opgenomen om maatwerkvoorschriften te stellen. De beperkingen die het Activiteitenbesluit milieubeheer stelde aan de mogelijkheden voor maatwerkvoorschriften, zijn daarbij niet overgenomen. Dit sluit aan bij de systematiek van het Besluit activiteiten leefomgeving. Het is niet logisch om beperkingen op te leggen aan het stellen van maatwerkvoorschriften, omdat die beperkingen altijd omzeild kunnen worden via een buitenplanse omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Voor milieubelastende activiteiten die onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) vallen bestaat ook een algemene mogelijkheid voor het bevoegd gezag om af te wijken van de bepalingen van het Bal. Dit kan in individuele gevallen met maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften. In de meeste gevallen zullen de regels in het Bal volstaan. Met maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften kan het bevoegd gezag de landelijke regels meer toespitsen op de concrete situatie of de locatie.

Wat is de impact voor de gemeente? Instructie Bkl Een maatwerkvoorschrift op grond van het omgevingsplan moet voldoen aan de instructieregels van het Bkl.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Indien dit artikel niet wordt overgenomen is het stellen van maatwerk op de genoemde onderdelen niet mogelijk.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Het overnemen van het artikel over maatwerkvoorschriften in het nieuwe omgevingsplan biedt de gemeente de ruimte om in individuele gevallen af te wijken van de eigen regels (binnen de wettelijke grenzen). Dit biedt meer flexibiliteit en mogelijkheden om de beoogde doelen te behalen.

Welke ruimte is er voor bestuurlijke afwegingen/maatwerk? Het is een bestuurlijke afweging of en hoeveel flexibiliteit men wil inbouwen in de regels van het nieuwe omgevingsplan. Door het overnemen van de mogelijkheden voor het opleggen van maatwerkvoorschriften kan flexibiliteit worden ingebouwd. Wanneer de mogelijkheid van het opleggen van maatwerkvoorschriften is ingebouwd in de regels, zullen er ook verzoeken om het opleggen van maatwerkvoorschriften worden ingediend bij het college. De behandeling van deze verzoeken vergt ook weer een bestuurlijke afweging en een belangenafweging.

4 Energiebesparing 4.1 Hoe is het nu geregeld? In de art. 2.14c en 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer staan de verplichtingen over energieverbruik. De drijver van een inrichting neemt alle maatregelen die zich in 5 jaar of minder terugverdienen. Hiertoe is de Handreiking erkende maatregelen energiebesparing opgesteld. De Handreiking zelf heeft geen juridische status, maar legt de geldende regels voor energiebesparing uit. De erkende maatregelensystematiek maakt het eenvoudiger om aan de verplichting uit het Activiteitenbesluit te voldoen. In art. 2.16 van de Activiteitenregeling milieubeheer staat hoe een inrichting aan de eisen rond energiebesparing kan voldoen. In bijlage 10 van de Activiteitenregeling milieubeheer staan lijsten met maatregelen per bedrijfstak. De maatregelen uit deze lijst zijn overigens niet verplicht. Een drijver van

de inrichting kan ook andere maatregelen treffen, zolang is aangetoond dat daarmee voldaan wordt aan de eisen voor energiebesparing.

4.2 Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer verdwijnt. De energiebesparingsplicht is dan niet meer gekoppeld aan een inrichting, maar aan milieubelastende activiteiten zoals beschreven in het Besluit activiteiten leefomgeving en aan gebouwen zoals beschreven in het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit kan voor sommige bedrijfstakken betekenen dat energiebesparing alleen nog in het Bbl geregeld is. Dit geldt onder meer voor de horeca en voor supermarkten. Voor deze activiteiten moeten regels rond energiebesparing in het omgevingsplan komen. In het Bal staat per milieubelastende activiteit of de energiebesparingsplicht geldt. De erkende maatregelen uit Bijlage 10 van de Activiteitenregeling komen in de Omgevingsregeling te staan, waarnaar het Bal en Bbl verwijzen. Als (een deel van) een milieubelastende activiteit vergunningplichtig is, geldt de energiemodule van het Bal niet. Energiebesparing wordt dan in de omgevingsvergunning geregeld. De zorgplicht voor een doelmatig gebruik van energie (doelmatig beheer en onderhoud) blijft wel landelijk

4.3 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving De regels voor milieubelastende activiteiten die niet meer landelijk geregeld zijn in het Bal en waarvoor de bevoegdheid overgaat naar de gemeente, zoals de horeca, moeten in het omgevingsplan komen. Hieraan worden in het Bkl geen nadere eisen gesteld. Wel staan in Afdeling 8.5 van het Bkl op diverse plaatsen beoordelingsregels voor energieverbruik bij de diverse milieubelastende activiteiten.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Als de bruidsschat niet overgenomen wordt in het nieuwe deel, dan gelden er geen energiebesparingseisen voor onder meer de horeca en supermarkten.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat volledig worden overgenomen in het nieuwe deel, dan blijft het beschermingsniveau gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit.

4.4 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afweging/ maatwerk? Voor energiebesparing blijven maatwerkmogelijkheden bestaan. Ze zijn wel beperkt, en richten zich alleen op de fasering van maatregelen en op de onderzoekverplichting. De maatwerkmogelijkheden komen te staan in het Bal (art. 5.16) en in het Bbl (art. 3.86).

5 Zwerfafval 5.1 Hoe is het nu geregeld? In art. 2.13 van het Activiteitenbesluit milieubeheer staat dat de drijver van de inrichting zo vaak als nodig etenswaren, verpakkingen, sport- of spelmateriaal en andere materialen verwijdert die uit de inrichting afkomstig zijn of voor de inrichting bestemd zijn, binnen een straal van 25 meter van de inrichting. Voor vergunningplichtige inrichtingen staat deze verplichting in de vergunning.

5.2 Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? De Omgevingswet bevat geen direct werkende regels meer voor het opruimen van zwerfafval. De regels voor het opruimen van zwerfafval moeten in het omgevingsplan opgenomen worden.

5.3 Welke onderwerpen zijn er voor dit thema opgenomen in de bruidsschat? Art. 22.53 van de bruidsschat stelt de regels voor het opruimen van zwerfafval. De inhoud van dit artikel komt overeen met art. 2.13 in het Activiteitenbesluit.

5.4 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving In het Besluit kwaliteit leefomgeving staan geen instructieregels over het opruimen van zwerfafval. Door een wijziging van art. 10.14 van de Wet milieubeheer (via de Invoeringswet Omgevingswet), moeten gemeenten bij het aanpassen van het omgevingsplan wel rekening houden met het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3). Gemeenten moeten op grond hiervan in hun omgevingsplan een regel opnemen over het opruimen van zwerfafval. De gemeente kan de regels toespitsen op de lokale situatie.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Als de bruidsschatregel op dit punt niet overgenomen wordt in het nieuwe deel, geldt er geen verplichting meer om zwerfafval op te ruimen. Maar dan is het omgevingsplan strijdig met het LAP3. Gemeenten moeten dus wel iets opnemen over zwerfvuil.

Gevolgen overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat volledig worden overgenomen in het nieuwe deel, dan blijft het beschermingsniveau gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit.

5.5 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afweging/ maatwerk? De gemeente kan de regels toespitsen op de lokale situatie. Zo kan de straal rond het bedrijf (nu 25 meter) worden aangepast. Hierdoor kunnen de regels voor zwerfafval dus per gemeente en per gebied verschillen.

6 Geluid 6.1 Hoe is het nu geregeld? Geluid is geregeld in de Wet geluidhinder, het Activiteitenbesluit en de gemeentelijke APV. In de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit zijn landelijk geldende geluidnormen voor bedrijfsmatige activiteiten en voor verkeer opgenomen. In de APV zijn geluidnormen opgenomen voor overige activiteiten en activiteiten in het openbaar gebied, zoals bijvoorbeeld evenementen.

6.2 Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Geluid wordt niet meer direct geregeld in landelijke wetgeving: de landelijke regelgeving op dit punt komt te vervallen. Ook de regels uit de APV op dit punt zullen (uiteindelijk) moeten worden geïntegreerd in het omgevingsplan. Het omgevingsplan moet erin voorzien dat het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Een gemeente moet geluidnormen vastleggen in het omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn standaardwaarden en grenswaarden voor geluid opgenomen. De gemeente kan van deze standaardwaarden gemotiveerd afwijken, zowel naar boven als naar beneden. Van de in het Bkl vastgelegde geluidsgrenswaarden kan niet worden afgeweken.

6.3 Welke onderwerpen zijn er voor dit thema opgenomen in de bruidsschat? De bruidsschat richt zich op activiteiten waarvoor nu het Activiteitenbesluit van toepassing is. Verder zijn regels opgenomen ten aanzien van weg- en spoorweggeluid.

6.4 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Bkl Het Bkl bevat geen verplichte geluidnormen voor geluidbelasting op de gevel van en in geluidgevoelige gebouwen of locaties. Het omgevingsplan moet erin voorzien dat het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Indien wordt voldaan aan de standaardwaarden, wordt voldaan aan de aanvaarbaarheidseis. Afwijken van de standaardwaarden kan, mits gemotiveerd. Uitzondering is het geluidniveau in geluidgevoelige gebouwen; dat is een grenswaarde waar niet van afgeweken kan worden. In een omgevingsplan kunnen gebiedsgericht geluidnormen opgenomen worden, bijvoorbeeld afhankelijk van de functie van een gebied.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Als de bruidsschat niet overgenomen wordt in het nieuwe deel, dan gelden er geen geluidnormen voor activiteiten meer totdat deze in een omgevingsplan (lees: het nieuwe deel) opgenomen zijn. Dit zou dan gelden voor alle soorten geluid afkomstig van bedrijven, horeca, evenementen etc. Het moge duidelijk zijn dat het niet overnemen van de bruidsschatregels over geluid in de praktijk een theoretische optie is; het is onwenselijk geen geluidsregels op te nemen in een omgevingsplan. Waarschijnlijk voldoet het omgevingsplan door dit na te laten simpelweg niet aan de (minimum-) vereisten uit de Omgevingswet.

Gevolgen overnemen bruidsschatregels Het overnemen van de regels van de bruidsschat geeft duidelijkheid in de geluidnormen die gelden voor activiteiten in de vorm van een continuering van de huidige regels. Dit geeft gemeenten meer tijd om goed na te denken over op te nemen geluidnormen, al dan niet gebiedsgericht. Bij overnemen van de bruidsschatregels wordt nog geen aandacht geschonken aan gebiedsgerichte kwaliteit. Het overnemen van de bruidsschat kan er toe leiden dat impliciet veel geluidruimte wordt ‘weggegeven’, waardoor mogelijk de vrije functie-indeling belemmerd wordt. Ook wordt niet al het geluid meegenomen onder de bruidsschat, bijvoorbeeld het geluid van mobiele installaties is bij agrarische bedrijven in de bruidsschat uitgezonderd, terwijl dit in het Bkl wel meegenomen wordt bij toetsing aan de geluidnormen. Dit kan ertoe leiden dat bij het overgaan van de bruidsschatregels naar het definitieve omgevingsplan, meer activiteiten moeten gaan voldoen aan de geluidregels van het Bkl.

6.5 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afwegingen/ maatwerk? De bestuurlijke afwegingsruimte/maatwerk wordt voor gemeenten groter, doordat geluidnormen in het omgevingsplan vastgelegd moeten worden. Er kunnen meer gebiedsgerichte geluidregels (maatwerk) vastgelegd worden.

7 Trillingen 7.1 Hoe is het nu geregeld? In Afdeling 2.9, art. 2.23 van het Activiteitenbesluit milieubeheer staan de maximale trillingssterkten die veroorzaakt mogen worden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten. De maximale

trillingssterkten gelden niet voor geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten gelegen op een gezoneerd industrieterrein. De regels in het Activiteitenbesluit gelden voor continue trillingen. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift zowel hogere als lagere trillingssterkten toelaten. De trillingssterkten mogen niet lager zijn dan de streefwaarden voor de gebouwfunctie ‘wonen’ in de beoordelingsrichtlijn.

7.2 Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? De Omgevingswet bevat geen direct werkende regels voor de bescherming van trillinggevoelige gebouwen tegen trillingen van bedrijven. De regels hiervoor moeten worden opgenomen in het omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna, Bkl) staan instructieregels hiervoor.

7.3 Welke onderwerpen zijn er voor dit thema opgenomen in de bruidsschat? Net als in de huidige situatie geldt ook in de bruidsschat dat trillinggevoelige gebouwen op gezoneerde industrieterreinen zijn uitgezonderd. Ook tijdelijke bouwwerken zijn uitgezonderd van de maximale trillingssterkten. Er is sprake van een eerbiedigende werking van eerder verleende omgevingsvergunningen op dit onderdeel.

7.4 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving De regels voor trillingen die veroorzaakt worden door milieubelastende activiteiten, moeten in het omgevingsplan opgenomen worden. In § 5.1.4.4 van het Bkl staan instructieregels voor het toelaten van activiteiten die trillingen veroorzaken in het omgevingsplan. In artikel 5.80 en 5.81 van het Bkl is aangegeven wat verstaan wordt onder trillinggevoelige gebouwen (onder meer woonfuncties en onderwijsfuncties) en trillinggevoelige ruimten (verblijfsruimten in een trillinggevoelig gebouw). Zolang het omgevingsplan niet is aangepast aan bovenstaande instructieregels, gelden de artikelen uit de bruidsschat.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Het Bkl bevat instructieregels voor trillingen in het omgevingsplan. Als op een locatie een activiteit wordt toegestaan die trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz veroorzaakt in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, dan moet het omgevingsplan regels bevatten voor trillingen.

Gevolgen overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat ongewijzigd worden overgenomen in het nieuwe deel, blijft het beschermingsniveau gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit. Maar dan zijn er geen regels voor herhaald voorkomende trillingen. Bovendien wordt er dan geen gebruik gemaakt van de mogelijkheden om lokaal af te wijken van de standaard waarden.

7.5 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afweging/ maatwerk? In het Bkl is aangegeven dat in het omgevingsplan afgeweken mag worden van de standaardwaarden als sprake is van activiteiten op een bedrijventerrein. Deze hogere waarden mogen de grenswaarde niet overschrijden. Ook in geval van zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen kan een omgevingsplan hogere waarden bevatten (art. 5.89 van het Bkl). Dan geldt de grenswaarde niet. De instructieregels gelden niet voor trillingen die veroorzaakt worden door de activiteiten ‘wonen’ of ‘doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen’. Het bevoegd gezag mag dus in die gevallen zelf bepalen of hier maximale trillingssterkten aan worden verbonden.

8 Geur 8.1 Hoe is het nu geregeld? Het aspect geurhinder is geregeld in het Activiteitenbesluit, de Wet geurhinder en veehouderij en soms in een gemeentelijke verordening.

Industrie De beoordeling van geurhinder door de industrie wordt uitgevoerd volgens de hindersystematiek uit de voormalige Nederlandse emissierichtlijnen lucht (NeR). Deze richtlijn is nu ondergebracht in het Activiteitenbesluit. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van geurhinder. Is dit niet mogelijk, dan moet het bedrijf de geurhinder tot een aanvaardbaar niveau beperken. De afweging over het aanvaardbaar geurhinderniveau vindt plaats op basis van lokaal geurhinderbeleid (waaronder het Provinciale geurhinderbeleid) en landelijk geldende richtlijnen.

Rioolwaterzuiveringsinstallaties Voor geurhinder van rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn normen vastgelegd in het Activiteitenbesluit.

Agrarische bedrijven Het agrarisch geurhinderbeleid is vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij en in het Activiteitenbesluit. Hierin is een landelijk geldend toetsingskader vastgelegd. Gemeenten hebben de mogelijkheid om in een geurverordening lokaal agrarisch geurbeleid vast te stellen.

8.2 Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Onder de Omgevingswet worden de hinderaspecten, waaronder geur, lokaal geregeld. De gemeente regelt dit in het omgevingsplan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor het aspect geur. Het omgevingsplan moet erin voorzien dat de geur door een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar is. In het Bkl is alleen voor rioolwaterzuiveringsinstallaties, het houden van landbouwhuisdieren en verschillende agrarische activiteiten een toetsingskader opgenomen. Voor alle andere activiteiten die geurhinder kunnen veroorzaken kan de gemeente regels in het omgevingsplan opnemen (zoals industriële activiteiten, horecabedrijven, maneges, etc.). De definitie van het te beschermen object verandert. Volgens de instructieregels in het Bkl zijn minder gebouwen geurgevoelig dan onder het Activiteitenbesluit. De gemeente kan in het omgevingsplan ook andere gebouwen of locaties aanwijzen. De instructieregels zijn niet van toepassing op geurgevoelige gebouwen die een functionele binding hebben met een bedrijfsmatige activiteit (bijvoorbeeld bedrijfswoningen). Verder vervalt het begrip ‘bebouwde kom’ in de geurregelgeving. In het omgevingsplan moet een bebouwingscontour geur, waarbinnen een hoger beschermingsniveau geldt, worden opgenomen.

Daarnaast stelt het Bkl voor veehouderijen en rioolwaterzuiveringsinstallaties specifieke regels. In het Besluit activiteiten leefomgeving zijn voor een gering aantal milieubelastende activiteiten regels opgenomen om geurhinder te voorkomen of te beperken (zoals grafische processen en metaalbewerking). In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot geur ten gevolge van agrarische activiteiten, zuiveringsinstallaties, voedselbereiding, slachten en bewerken van dieren en vis. De geurregels uit artikel 2.7a van het Activiteitenbesluit komen niet terug in het Bkl. De verplichting om geurhinder te beperken valt onder de verplichting om conform de specifieke zorgplicht nadelige gevolgen van milieubelastende activiteiten zo veel mogelijk te beperken.

8.3 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving In de algemene bepaling worden definities gegeven en waar en wanneer de voorschriften voor beperking van geurhinder gelden. Voor rioolwaterzuiveringen en agrarische bedrijven worden in het Bkl grenswaarden en afstandseisen met betrekking tot geurhinder gegeven. Voor deze activiteiten moet de gemeente geurregels opnemen in het omgevingsplan.

Voor alle andere (geuremitterende) activiteiten, waaronder horeca en de industrie stelt het Rijk geen regels. De gemeente bepaalt zelf of en welke regels ze hiervoor opneemt in het omgevingsplan. Wel geldt hierbij de voorwaarde dat de gemeente moet zorgen voor een aanvaardbaar geurhinderniveau cf. de specifieke zorgplicht.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Of het niet overnemen van regels voor de beperking van geurhinder gevolgen heeft, hangt af van de mogelijkheden die het omgevingsplan biedt voor het toestaan van geurrelevante activiteiten. In gebieden waar geen veehouderijen zijn toegelaten, hoeven de regels ten aanzien van geur voor het houden van landbouwhuisdieren niet te worden opgenomen. Ditzelfde geldt met betrekking tot een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Als er op grond van het omgevingsplan wel agrarische of andere geurrelevante activiteiten zijn toegelaten, dan is de gemeente verplicht om hiervoor geurregels in het omgevingsplan op te nemen. Voor alle andere geur veroorzakende activiteiten kan de gemeente zelf kiezen welke geurregels ze in het omgevingsplan stelt. Met de regels in het omgevingsplan moet het basisbeschermingsniveau ‘een aanvaardbaar hinderniveau’ worden gegarandeerd bij geurgevoelige gebouwen. Voor de activiteiten waarvoor het Bkl geen instructieregels geeft, zoals industriële activiteiten, horecabedrijven en maneges, is het niet verplicht, maar wel wenselijk om regels in het omgevingsplan op te nemen.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Als de gemeente besluit de regels van de bruidsschat volledig over te nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan, dan is de kans groot dat er meer regels dan noodzakelijk worden vastgelegd. Aan de andere kant: voor industriële activiteiten ontbreekt in de bruidsschat een normering. Voor deze activiteiten moet in het omgevingsplan een aanvaardbaar hinderniveau worden vastgelegd.

8.4 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afwegingen/ maatwerk? Onder de Omgevingswet is er bestuurlijke afwegingsruimte voor geurhinder. Wel is de gemeente verplicht om te zorgen voor een aanvaardbaar geurhinderniveau. Bij het bepalen van het aanvaardbaar hinderniveau wordt een bestuurlijke afweging gemaakt. Voor rioolwaterzuiveringen en agrarische activiteiten geeft het Bkl grenswaarden. Voor deze activiteiten kunnen in het omgevingsplan lagere waarden dan de grenswaarden worden opgenomen. Bij zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen kan een hogere waarde worden opgenomen in het omgevingsplan. Gemeenten kunnen aanvullend op de aangewezen geurgevoelige objecten zelf ook geurgevoelige gebouwen en locaties aanwijzen in hun omgevingsplan mits er hoofdzakelijk sprake is van verblijf van mensen.

9 Bodem in Afdeling 22.3 Milieubelastende activiteiten 9.1 Hoe is het nu geregeld? In Afdeling 2.4 van het Activiteitenbesluit staan voor inrichtingen de verplichtingen die als doel hebben om de bodem te beschermen. Wanneer een bodembedreigende activiteit wordt verricht dienen bodembeschermende voorzieningen en maatregelen te worden getroffen. Het doel van de bodembeschermende maatregelen en voorzieningen is om te zorgen voor een verwaarloosbaar bodemrisico.

Ook in het artikel over de zorgplicht wordt het voorkomen of beperken van bodemverontreiniging genoemd (art. 2.1 lid 2). Er is een verbod op lozing van afvalwater in de bodem (art. 2.2). Verder staan in het Activiteitenbesluit bij de diverse activiteiten concrete regels die als doel hebben om de bodem te beschermen, dan wel de verplichting opleggen om te zorgen voor een verwaarloosbaar bodemrisico. Het Activiteitenbesluit verwijst in veel bepalingen die zien op bescherming van de bodem, naar de Activiteitenregeling milieubeheer. Verder staan er in het ‘Besluit lozen buiten inrichtingen’ verplichtingen die gelden voor de bodem in relatie tot het lozen van grondwater bij sanering, ontwatering of het in werking hebben van gesloten bodemenergiesystemen.

9.2 Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer verdwijnt. De bodem beschermende voorzieningen en maatregelen zijn dan niet meer gekoppeld aan een inrichting, maar aan milieubelastende activiteiten. Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) beoogt de kwaliteit van de bodem te beschermen en te verbeteren. In het Bal staat een specifieke zorgplicht voor de bodem (art. 2.11). Het Bal stelt regels voor bodembeschermende voorzieningen en voor het eindonderzoek bodem. Per milieubelastende activiteit staat voorgeschreven of er bodembeschermende voorzieningen en/of een eindonderzoek bodem dient plaats te vinden.

9.3 Welke onderwerpen zijn er voor dit thema opgenomen in de bruidsschat? Ten aanzien van de voor de bodem meest risicovolle activiteiten zijn de bodemverplichtingen opgenomen in het Bal. Bijvoorbeeld voor autogarages en tankstations. Voor deze activiteiten zijn soms ook regels opgenomen in de bruidsschat. In de bruidsschat zijn in ieder geval de regels opgenomen die nu in de Activiteitenregeling milieubeheer staan. In de bruidsschat staan per milieubelastende activiteit verplichtingen met betrekking tot de bodem. De verplichtingen hebben met name betrekking op het hebben van een vloeistofdichte bodemvoorziening, het treffen van een bodembeschermende voorziening en het uitvoeren van een eindonderzoek bodem bij het beëindigen van een activiteit. Voor het installeren van een gesloten bodemenergiesysteem is op grond van art. 22.260 van de bruidsschat een omgevingsvergunning nodig. Aangezien de bruidsschat straks onderdeel is van het omgevingsplan, zal dit dus een omgevingsplanvergunning zijn. Ook staat er in de bruidsschat een paragraaf over afvalwaterbeheer. Hierin staan regels voor het lozen van grondwater, afkomstig van onder andere een bodemsanering of grondwatersanering. Deze regels staan nu in het Besluit lozen buiten inrichtingen.

9.4 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving De gemeente kan per activiteit waarvoor regels in de bruidsschat zijn opgenomen bekijken of zij deze regels wil overnemen. Om dit te bepalen is het nodig om te bezien of de regels van de bruidsschat iets toevoegen aan de regels van het Bal.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Als de bruidsschat (op onderdelen) niet wordt overgenomen, maar komt te vervallen, dan gelden alleen de regels van het Bal. De regels van het Bal zien ook op bescherming van de bodem. Op onderdelen is het mogelijk dat de bepalingen van de bruidsschat niets toevoegen aan de bepalingen van het Bal, zodat het niet overnemen van (onderdelen van) de bruidsschatregels in die gevallen geen gevolgen heeft voor de bescherming van de bodem.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Wanneer de regels van de bruidsschat volledig worden overgenomen in het nieuwe deel, dan blijft het beschermingsniveau in ieder geval gelijk aan het huidige beschermingsniveau zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer. Maar er zijn op onderdelen overlappingen tussen het Bal en de bruidsschat.

9.5 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afweging/ maatwerk? Zoals gezegd zou je per activiteit moeten bekijken of dat de regels van het Bal voor voldoende bescherming van de bodem zorgen, of dat deze bescherming aangevuld moet worden in het omgevingsplan.

10 Bodembeheer en bouwen op verontreinigde bodem 10.1 Hoe is het nu geregeld? Het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem is grotendeels centraal (landelijk) geregeld. De regels zijn opgenomen in de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), de Woningwet en de gemeentelijke bouwverordening. De gemeente is in deze gevallen bevoegd gezag. De Wet bodembescherming (Wbb) stelt landelijk regels om de bodem te beschermen. De wet heeft alleen betrekking op landbodem, waarbij het grondwater onderdeel van de bodem is. Daarnaast wordt de sanering van verontreinigde bodem en grondwater geregeld, de Wbb bevat voorwaarden die (kunnen) worden verbonden aan het verrichten van handelingen in of op de bodem. In principe is de provincie het bevoegd gezag voor de uitvoering van de Wbb. Daarnaast is een aantal gemeenten aangewezen als bevoegdgezaggemeenten Wbb en daarmee gelijkgesteld met een provincie.

10.2 Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Met de komst van de Omgevingswet worden de Wabo en de Wbb ingetrokken. Deze wetten gaan geheel op in de Omgevingswet. De Woningwet gaat deels op in de Omgevingswet, dit geldt in ieder geval voor het deel waarin het tegengaan van bouwen op verontreinigde bodem is geregeld. De geldende bouwverordeningen vervallen en gaan op in het omgevingsplan. Regels met betrekking tot bodembeheer en bouwen op verontreinigde bodem worden grotendeels centraal geregeld en opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Een aantal activiteiten is geregeld in de bruidsschat. Primair is de gemeente verantwoordelijk voor de zorg van de fysieke leefomgeving en daarmee ook voor het beheer van historische bodemverontreinigingen. De verantwoordelijkheid voor een goede grondwaterkwaliteit berust (zoals dat nu geldt onder de Wbb) bij de provincie en daar waar vanuit historische verontreinigingen de grondwaterkwaliteit negatief wordt beïnvloed, zal met de gemeente moeten worden afgestemd over de te treffen maatregelen. Voor de zogenoemde bevoegdgezaggemeenten Wbb is voor het grondwater dus sprake van een verschuiving van taken naar de provincie. De provincie moet in de omgevingsverordening regels opnemen voor het beschermen van de kwaliteit van het grondwater.

10.3 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving Voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond zijn in Afdeling 5.1 van het Bkl instructieregels opgenomen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In § 5.1.4 staan de specifieke regels ter bescherming van de gezondheid en van het milieu. Hierin is de definitie van een bodemgevoelig gebouw opgenomen, evenals de verplichting tot het vaststellen van waarden voor een toelaatbare kwaliteit bodem en de maatregelen die moeten worden genomen bij een overschrijding van deze waarden. In de bruidsschatregel is een invulling aan de instructieregels gegeven, die voortborduurt op de regels uit de bestaande regelgeving. De gemeente kan de regels op een aantal punten aanpassen, zo kan onder andere voor de toelaatbare kwaliteit bodem voor een andere waarde worden gekozen dan de huidige interventiewaarde of kunnen locaties worden aangewezen waarvoor de verplichting om een

bodemonderzoek bij de bouwaanvraag in te dienen niet geldt, omdat overschrijding van de toelaatbare kwaliteit bodem redelijkerwijs is uit te sluiten. Voor het beheer van historische bodemverontreinigingen zijn in Afdeling 3.2 van het Bal milieubelastende activiteiten aangewezen, die een voortzetting en deels een vereenvoudiging zijn van de praktijk onder de Wbb, waarbij de niet-spoed locaties doorgaans worden gesaneerd ‘op een natuurlijk moment’, dat wil zeggen bij een ontwikkeling (zoals bouwen).

Nazorg In § 5.1.4 van het Bkl is een instructieregel opgenomen die de gemeente verplicht regels te stellen voor het in stand houden van afdeklagen en andere beschermende voorzieningen. De bruidsschatregels voor nazorg geven invulling aan deze verplichting met bepalingen die zijn afgeleid van de overeenkomstige bepalingen uit het huidige Besluit Uniforme Saneringen (BUS). Deze bruidsschatregel kan worden aangepast, maar niet helemaal worden geschrapt. Er moet worden voldaan aan de instructieregel.

Kleinschalig grondverzet De regels in de bruidsschat zorgen voor een voortzetting van de regels die nu onder de Wbb gelden. Als deze paragraaf ongewijzigd wordt gelaten, betekent dit dat de regels gelden voor locaties die onder de Wbb zijn beschikt als ernstig, niet spoed en voor locaties of gebieden waar de bodem diffuus is verontreinigd tot boven de interventiewaarde zoals dat blijkt uit een bodemkwaliteitskaart. Gemeenten kunnen deze bruidsschatregels op meerdere punten aanpassen of schrappen. Zo kan de gemeente de regels onder andere voor meer of minder locaties of gebieden laten gelden of kunnen andere regels worden gesteld ten aanzien van benodigde milieukundige begeleiding, invulling van de informatieplicht of tijdelijke opslag.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Voor het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond of nazorg kunnen de bruidsschatregels niet volledig geschrapt worden uit het nieuwe deel van het omgevingsplan, omdat wel moet worden voldaan aan de instructieregels uit het Bkl. Wanneer de bruidsschatregels aangepast worden, kunnen de regels compacter worden en meer op maat voor de gemeente.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Inhoudelijk zijn de regels in de bruidsschat in grote lijnen een voortzetting van de regels die nu onder de Wbb of Wabo/Woningwet gelden en zal overname in het nieuwe deel van het omgevingsplan nauwelijks gevolgen hebben. Afhankelijk van de specifieke bodemverontreinigingssituatie van een gemeente kan het wel wenselijk zijn de regels op onderdelen aan te passen. De regels voor kleinschalig grondverzet of voor historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico zouden volledig geschrapt kunnen worden, bijvoorbeeld omdat deze regels gezien de specifieke bodemverontreinigingssituatie van een gemeente geen meerwaarde hebben.

10.4 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afweging/ maatwerk? Voor alle onderwerpen is er ruimte voor bestuurlijke afweging, zolang wordt voldaan aan de instructieregels. De regels kunnen worden afgestemd op de lokale bodemverontreinigingssituatie en op de ambitie van de gemeente.

11 Lozen 11.1 Hoe is het nu geregeld? Lozingen van afvalwater zijn in principe centraal (landelijk) geregeld.

De regels voor de meeste directe en indirecte lozingen staan in drie algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s). Namelijk het Activiteitenbesluit, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. Een belangrijk onderscheid is het verschil tussen directe lozingen (op het oppervlaktewater) en indirecte lozingen (op het gemeentelijk riool). Voor de directe lozingen is het waterschap of Rijkswaterstaat het bevoegd gezag, voor de lozingen op het gemeentelijk riool is de gemeente bevoegd gezag. Wanneer een lozing van afvalwater niet algemeen is geregeld, is er een lozingsvergunning nodig. Ook als het gaat om een lozing op het riool. Voor een lozing op oppervlaktewater is dat een vergunning in het kader van de Waterwet. Voor andere lozingsroutes heeft een lozer een omgevingsvergunning nodig.

11.2 Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Met de komst van de Omgevingswet komen de besluiten Lozen buiten inrichtingen en lozing afvalwater huishoudens te vervallen. Een groot gedeelte van de lozingen is centraal geregeld in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Een aantal activiteiten is geregeld in de bruidsschat. De directe lozingen (lozingen op oppervlaktewater) worden geregeld in de waterschapsverordening.

11.3 Wat is de impact voor de gemeente? Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving In Afdeling 3.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan regels voor het ontwerp, de bouw en het onderhoud van openbare riolering en waterzuivering. Een openbaar riool moet ontworpen zijn op het aanbod van stedelijk afvalwater. Verder moet de gemeente het lekken van rioolwater zoveel mogelijk voorkomen. En overstorten moeten beperkt worden. De regels in de bruidsschat zijn de bestaande standaard regels. Afhankelijk van de capaciteit en kwaliteit van het riool kan de gemeente de regels aanpassen.

Gevolgen niet overnemen bruidsschatregels Indien de bruidsschat regels niet overgenomen worden in het nieuwe deel van het omgevingsplan geldt slechts de algemene zorgplicht. Bij handhaving op overtreding van de zorgplicht zal beter gemotiveerd moeten worden. Ook vervallen dan enkele vergunningplichten. Wanneer de bruidsschatregels gedeeltelijk overgenomen worden, kunnen de regels compacter worden en meer op maat voor de gemeente.

Gevolgen wel overnemen bruidsschatregels Als de gemeente besluit de regels van de bruidsschat volledig over te nemen in het nieuwe deel van het omgevingsplan, dan is de kans groot dat er meer regels dan noodzakelijk worden vastgelegd. De bruidsschat voorziet bijvoorbeeld in regels voor recreatieve visvijvers of in die gevallen dat er geen riolering in de nabijheid aanwezig is. Niet voor elke gemeente zullen deze regels nodig zijn. Tevens zullen dan onafhankelijk van de capaciteit en kwaliteit van het riool in de hele gemeente dezelfde regels gelden. Inhoudelijk zijn de regels in de bruidsschat in grote lijnen hetzelfde als nu in het Activiteitenbesluit, en zal overname in het nieuwe deel van het omgevingsplan nauwelijks gevolgen hebben.

11.4 Welke ruimte is er voor bestuurlijke afweging/ maatwerk? Voor de lozingen op het riool is er veel ruimte voor bestuurlijk afweging. De randvoorwaarde blijft het ontwerp voor het riool uit het Bkl. Verder kunnen regels plaatselijk afgestemd worden op de capaciteit en kwaliteit van het riool. Tevens kan een keuze gemaakt worden voor enkele vergunningplichten.

12 Windturbines 12.1 Hoe is het nu geregeld? De milieuregels voor windturbines staan in het Activiteitenbesluit milieubeheer (§ 3.2.3) en de Activiteitenregeling milieubeheer. Er bestaat in principe geen vergunningplicht voor de milieukant van windturbines, wel voor de bouw/planologische kant. Wanneer een windturbine deel uitmaakt van een vergunningplichtige inrichting, gelden voor de betreffende windturbine de milieuregels van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor een windpark (drie of meer windturbines) kan een ‘omgevingsvergunning beperkte milieutoets’ nodig zijn.

12.2 Wat verandert er met de komst van de Omgevingswet? Onder de Omgevingswet staan de regels voor de milieubelastende activiteit ‘het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m’ in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In het Bal staan de algemene regels voor windturbines met een rotordiameter groter dan 2 meter. Ook staan er in het Bal regels voor windparken. Voor een windpark met drie of meer windturbines is een omgevingsvergunning milieu vereist. Voor één of twee windturbines is dus geen omgevingsvergunning milieu nodig. Er bestaat dan wel een meldingsplicht. Er zijn windturbines die niet onder het Bal vallen. Dit zijn windturbines met een rotordiameter van 2 meter of kleiner en windturbines die geen elektriciteit opwekken, maar direct een werktuig aandrijven, zoals een gemaal. In het omgevingsplan kunnen – binnen de begrenzing van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) – (extra) regels voor windturbines worden opgenomen. Dat kunnen windturbines zijn die onder het Bal vallen en windturbines die niet onder het Bal vallen. In het Bal zijn regels opgenomen met betrekking tot externe veiligheid. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot geluid, slagschaduw en lichtschittering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4189/documents/20739