CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan OIJ Kernen.pdf

Raadscommissie gecombineerd 10 september 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 6B: Nota van uitgangspunten omgevingsplan Oude IJsselstreek deelgebied kernen17.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van Uitgangspunten Omgevingsplan OudeIJsselstreek deelgebied Kernen

Versie 5

25-3-2025

1

Inhoudsopgave 1. Inleiding..............................................................................................................................................3 1.1. Aanleiding Nota van Uitgangspunten..........................................................................................3 1.2. Categorie 1: wijzigingen zonder rechtsgevolg..............................................................................5 1.3. Categorie 2: wijzigingen vanwege gemeentelijk beleid of instructieregels..................................5 1.4. Categorie 3: wijzigingen vanwege de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk.......6 1.5. Categorie 4: wijzigingen vanwege gemeentelijke afwegingsruimte op het gebied van milieu.....7 2. Gemeentelijk beleid en instructieregels.............................................................................................8 2.1 Gemeentelijk beleid......................................................................................................................8 2.2 Instructieregels provincie............................................................................................................19 2.3 Instructieregels rijk.....................................................................................................................21 3.

Omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk......................................................................23 3.1. Bouwregels uit bestemmingsplannen........................................................................................23 3.2. Welstandsnota...........................................................................................................................23 3.3. Omgevingsplan..........................................................................................................................23 4. Afwegingsruimte milieuregels..........................................................................................................26 4.1. Geluid........................................................................................................................................28 4.2. Trillingen....................................................................................................................................33 4.3. Geur...........................................................................................................................................34 4.4. Bodem.......................................................................................................................................40 4.5.

Externe veiligheid......................................................................................................................41 4.6. Luchtkwaliteit............................................................................................................................45 4.7. Lozingen.....................................................................................................................................45 5. Bijlagen.............................................................................................................................................45 5.1. Samenvatting consultatie ketenpartners...................................................................................46

2

1.

Inleiding

1.1. Aanleiding Nota van Uitgangspunten De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Vanaf dat moment heeft de gemeente Oude IJsselstreek van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Dit tijdelijke omgevingsplan bestaat uit twee bestanddelen, namelijk: 1. Alle geldende ruimtelijke plannen (vooral bestemmingsplannen); 2. De bruidsschat (voormalige rijksregels). Transitieperiode: verhuizing De Omgevingswet geeft gemeenten de gelegenheid om gedurende de transitieperiode (tot 1 januari 2032) de bestanddelen van het tijdelijke omgevingsplan te verhuizen naar het permanente omgevingsplan. Naast de genoemde bestanddelen die samen het tijdelijke omgevingsplan vormen, moeten ook de gemeentelijke verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving gedurende de transitieperiode verhuizen naar het permanente omgevingsplan. In 2023 heeft de gemeenteraad kennis genomen van het plan van aanpak voor de transitieperiode. Dit plan van aanpak beschrijft hoe de gemeente Oude IJsselstreek voor het einde van de transitieperiode een permanent omgevingsplan voor het hele grondgebied van de gemeente heeft.

Aanpak verhuizing Prioriteit: gebiedsgerichte verhuizing van bestemmingsplannen en planologisch relevante onderdelen bruidsschat In het plan van aanpak is bepaald dat we prioriteit toekennen aan het verhuizen van de bestemmingsplannen en de planologisch relevante onderdelen van de bruidsschat (regels die zien op bouwen, milieunormering op het gebied van geluid, geur, trillingen, externe veiligheid, bodem, luchtkwaliteit, lozingen). Ook is bepaald dat de bestemmingsplannen gebiedsgericht verhuizen in drie tranches. Tranche 1 betreft deelgebied kernen. In juli 2024 heeft u kennis genomen van de startnotitie omtrent trance 1, oftewel deelgebied kernen.

Beleidsneutraal In het plan van aanpak voor de transitieperiode is verder vastgelegd dat we de verhuizing beleidsneutraal oppakken. Beleidsneutraal wil zeggen dat het opstellen van het permanente omgevingsplan niet wordt aangegrepen om zaken op een andere manier te reguleren, maar dat er aansluiting wordt gezocht bij het geldende beleid en de geldende regelgeving. Hierbij is van belang om op te merken dat een omgevingsplan een dynamisch plan is dat geen planperiode kent van 10 jaar, zoals dat voorheen bij bestemmingsplannen wel het geval was. Mocht het beleid na vaststelling van het eerste (permanente) omgevingsplan wijzigen, dan kan dit daarna in het omgevingsplan worden verwerkt via een partiële herziening.

3

Thematische verhuizing van verordeningen en niet-planologisch relevante onderdelen van de bruidsschat Bij gemeentelijke verordeningen is geen sprake van urgentie anders dan dat deze op 1 januari 2032 in het permanente omgevingsplan moeten staan. Gemeentelijke verordeningen worden daarom thematisch (per verordening) omgezet naar het permanente omgevingsplan. In het plan van aanpak is bepaald om de regels in de gemeentelijke verordeningen op een natuurlijk moment 1 om te zetten naar het permanente omgevingsplan. De niet-planologisch relevante regels van de Bruidsschat laten we voorlopig even in de bruidsschat staan en verhuizen we op een nader te bepalen moment (bij voorkeur aan de hand van een uniform regionaal voorstel) projectmatig naar het permanente omgevingsplan. Geen nieuwe ontwikkelingen Aangezien de hierboven beschreven verhuizing al complex genoeg is en tijd vergt, nemen we bij de verhuizing geen nieuwe ontwikkelingen mee. Deze nieuwe ontwikkelingen volgen hun eigen ruimtelijke procedure en worden pas, indien ze juridisch onherroepelijk zijn, verwerkt in het omgevingsplan. Consultaties De concept nota van uitgangspunten is voorgelegd aan betrokken partijen en ketenpartners. De consultatiereacties zijn weergegeven en voorzien van een reactie in het consultatieverslag dat als bijlage bij deze Nota van Uitgangspunten is opgenomen.

Inventarisatiefase Om tot een omgevingsplan voor alle kernen in de gemeente Oude IJsselstreek te komen, is een inventarisatie de eerste stap geweest. Het doel van deze inventarisatie is geweest om scherp te krijgen wat de kaders voor het omgevingsplan zijn (zowel wettelijk als beleidsmatig op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau (beleidsinventarisatie) en in hoeverre de feitelijke situatie overeenkomt met de juridische situatie in bestemmingsplannen (veldinventarisatie). Een heel belangrijk (en intensief) onderdeel van de inventarisatie betreft het ´op orde brengen´ van de uitgangssituatie. Dit houdt in dat de plankaarten van bestemmingsplannen gedigitaliseerd moeten worden en de regels geüniformeerd.

Nota van Uitgangspunten De inventarisatie is de opstap naar het opstellen van een Nota van Uitgangspunten. In deze Nota van Uitgangspunten wordt bepaald op welke wijze hetgeen geïnventariseerd is doorwerkt naar de regels van het omgevingsplan. Zoals eerder opgemerkt, is de insteek van deze verhuizing een ´beleidsneutrale verhuizing´.

1

Een natuurlijk moment is een moment waarop het beleid en de bijbehorende regels worden geactualiseerd vanwege bijvoorbeeld nieuwe beleidsinzichten.

4

Door de wijziging in de wet- en regelgeving is het niet mogelijk en wellicht soms niet wenselijk om de bestaande regels één op één te verhuizen. Ten opzichte van de nu geldende regels zal het omgevingsplan daarom wijzigingen bevatten. In deze Nota van Uitgangspunten wordt inzichtelijk gemaakt welke wijzigingen dit zijn. Er zijn vier categorieën wijzigingen te onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Wijzigingen zonder rechtsgevolg; Wijzigingen vanwege gemeentelijk beleid of instructieregels; Wijzigingen vanwege de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk; Wijzigingen vanwege afwegingsruimte op het gebied van milieu.

1.2. Categorie 1: wijzigingen zonder rechtsgevolg Dit is veruit de grootste categorie. Aangezien het instrument omgevingsplan een ander instrument is dan het bestemmingsplan (zowel juridisch als technisch) worden de regels in het omgevingsplan op een andere wijze gegroepeerd en geformuleerd. Dit betekent dat het niet mogelijk is om de regels uit de bestemmingsplannen één op één over te nemen. Deze wijzigingen hebben echter geen rechtsgevolg voor de inwoners en bedrijven, zodat ze bestuurlijk ook weinig relevant zijn. Daarnaast is het vanwege het aantal wijzigingen in deze categorie ook niet mogelijk om hiervan een overzicht te geven. Deze categorie wijzigingen komt in deze Nota van Uitgangspunten dan ook niet terug. Enkele voorbeelden: -

-

De Omgevingswet kent geen bestemmingen. Dit worden in het omgevingsplan functies. De Omgevingswet kent geen binnenplanse afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden meer. Dit worden omgevingsplanactiviteiten. In het omgevingsplan moeten regels over diverse milieuaspecten worden opgenomen. Deze regels werden voorheen door het rijk geregeld dus kwamen ze niet voor in bestemmingsplannen. De vergunningplicht voor het bouwen stond voorheen in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze plicht moet nu worden geregeld in het omgevingsplan. De Omgevingswet kent maar één omgevingsplan voor het hele grondgebied van de gemeente. Dit betekent dat de verschillende bestemmingsplannen die nu gelden geüniformeerd worden tot één plan.

1.3. Categorie 2: wijzigingen vanwege gemeentelijk beleid of instructieregels In de inventarisatiefase die aan deze Nota van Uitgangspunten vooraf is gegaan, is een inventarisatie van het gemeentelijk beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving gedaan. Daarnaast zijn de instructieregels die de provincie (in de provinciale omgevingsverordening) en het Rijk (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) voor het opstellen van een omgevingsplan hebben gesteld, in beeld gebracht. De instructieregels van het Rijk op het gebied van milieu worden separaat in hoofdstuk 4 besproken. In deze Nota van Uitgangspunten zal per relevant gemeentelijk beleidsstuk en relevante instructieregel worden aangegeven of er aanleiding is om de regels uit de geldende bestemmingsplannen te wijzigen.

5

1.4. Categorie 3: wijzigingen vanwege de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk Waar er nu één omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is voor het bouwen van een bouwwerk kunnen er na inwerkingtreding van de Omgevingswet twee omgevingsvergunningen nodig zijn. Dit komt omdat de rijkswetgever niet meer verantwoordelijk wil zijn voor de omgevingsvergunning voor het bouwen in zijn geheel, maar alleen voor de technische (constructieve veiligheid en brandveiligheid) kant van het bouwen. De ruimtelijke kant van deze vergunning (welstand en toets aan het bestemmingsplan) vindt de rijkswetgever een verantwoordelijkheid van de gemeente. De Omgevingswet brengt daarom een knip aan in de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk. Waar de omgevingsvergunning nu ziet op één activiteit, namelijk het bouwen van een bouwwerk, wordt deze onder de Omgevingswet opgeknipt in een omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit (geregeld door het rijk) en de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk (te regelen door de gemeente). Beide omgevingsvergunningen worden verleend door het college van B&W als bevoegd gezag.

Een voorbeeld: Voor 1-1-2024 Omgevingsvergunning bouwen dakkapel aan voorkant. De rijkswetgever had voor 1-1-2024 in de wet geregeld dat een dakkapel aan de voorkant van een woning ‘vergunningplichtig’ is. Na 1-1-2024 Technische omgevingsvergunning bouwen dakkapel aan voorkant Onder de Omgevingswet heeft de rijkswetgever aangegeven dat er technisch geen redenen zijn om een dakkapel (waar deze ook geplaatst wordt) vergunningplichtig te laten zijn. Een dakkapel aan de voorkant van een woning is voor de (technische) bouwactiviteit dan ook vergunningvrij. Na 1-1-2024 Ruimtelijke vergunning bouwen dakkapel aan voorkant De gemeente moet in haar omgevingsplan bepalen of de dakkapel aan de voorkant van een woning ook in ruimtelijk opzicht vergunningvrij is. Deze nota van uitgangspunten gaat verder alleen over de omgevingsplanactiviteit.

De argumenten voor de gemeenteraad om te bepalen of bouwwerken voor de activiteit ‘omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk’ vergunningplichtig moeten zijn of vergunningvrij kunnen zijn, zijn: 1. Kunnen er in het omgevingsplan concrete regels worden opgenomen voor het toelaten van een bouwwerk? Bijvoorbeeld: een woning is alleen toegestaan in een bouwvlak of de bouwhoogte van een woning mag niet meer bedragen dan 12 meter. en 2. Is een toets aan het welstandsbeleid noodzakelijk? 6

Als vraag 1 met ja wordt beantwoord en vraag 2 met nee, dan is het mogelijk om het bouwen van een bouwwerk voor de activiteit ‘omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk’ vergunningvrij te maken. In deze Nota van Uitgangspunten zal per categorie bouwwerken: 1) gebouwen, 2) bijbehorende bouwwerken en 3) bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden aangegeven hoe er met de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk wordt omgegaan in het omgevingsplan.

1.5. Categorie 4: wijzigingen vanwege gemeentelijke afwegingsruimte op het gebied van milieu Een belangrijk bestanddeel van het permanente omgevingsplan is de bruidsschat. Dit zijn regels waarvan de wetgever heeft gezegd dat deze niet meer op rijksniveau worden geregeld, maar dat iedere gemeente die moet opnemen in haar omgevingsplan. Het grootste deel van deze regels zijn milieuregels op het gebied van geluid, geur, trillingen, externe veiligheid, bodem, luchtkwaliteit en lozingen. De wetgever heeft in het Besluit kwaliteit leefomgeving instructieregels aan gemeenten gegeven met daarin een open norm, namelijk zorg voor een aanvaardbare situatie in het omgevingsplan en een standaardregeling wanneer er in ieder geval sprake is van een aanvaardbare situatie. Verder bevatten de instructieregels voor gemeenten afwegingsruimte om af te wijken van de standaardregeling om op een andere manier invulling te geven aan de open norm. In deze Nota van Uitgangspunten zal er per milieuaspect: geluid, geur, trillingen, externe veiligheid, bodem, luchtkwaliteit en lozingen worden aangegeven hoe de regels van de bruidsschat en de instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving worden vertaald in het omgevingsplan.

7

2. Gemeentelijk beleid en instructieregels In dit hoofdstuk worden aan de hand van twee vragen achtereenvolgens het relevante gemeentelijk beleid, de relevante instructieregels van de provincie en de instructieregels van het Rijk behandeld. Deze twee vragen zijn: 1. Waar gaat het over? 2. Leidt het nieuwe beleid tot een aanpassing van de regels en zo ja, hoe?

2.1 Gemeentelijk beleid In deze paragraaf wordt een overzicht gepresenteerd van het geldende beleid binnen de gemeente op het gebied van de fysieke leefomgeving voor zover dat relevant is voor het deelgebied Kernen. Beleid dat enkel ziet op uitvoering of te verstrekken subsidies zijn niet meegenomen in het overzicht. Verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving worden, zoals hiervoor onder 1.1 reeds is opgemerkt, niet meegenomen bij het omgevingsplan voor het deelgebied Kernen. In het omgevingsplan zijn geen (grootschalige) nieuwe ontwikkelingen voorzien. Het omgevingsplan bevat met name een beheersregeling voor (in dit geval) de kernen. Dit betekent dat visies of beleid die met name worden betrokken bij (grootschalige) nieuwe ontwikkelingen niet kunnen en zullen doorwerken naar het omgevingsplan. Daarnaast is bij de analyse van het bestaande beleid gebleken dat de vraag ‘hoe moet het beleid doorwerken in gemeentelijke regels?’ niet gesteld en dus ook niet beantwoord wordt. We hebben in het kader van deze nota van uitgangspunten niet beoogd om deze vraag te beantwoorden. Indien op een later moment blijkt dat de doorwerking van een beleidsstuk naar het omgevingsplan gewenst is, zal dit separaat worden uitgewerkt (door middel van in de eerste plaats een uitwerking van het beleid).

Algemeen Toekomstvisie 1. In de toekomstvisie staan zeven opgaven beschreven waarmee de gemeente een antwoord wil bieden op maatschappelijke uitdagingen. Het gaat om de volgende zeven opgaven: 

Benut de stroom van de Oude IJssel: de gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. Florerende Smart Industry: een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem (werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld). Vitaal platteland: het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler. De landbouwsector is een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied.

8

De allernieuwste energie: bij alle ontwikkelingen wil de gemeente optimaal gebruik maken van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030.  Groene parels: van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen prachtige landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap.  Gezond oud worden én gezond jong zijn: Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benut de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten bieden we voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen. 2. Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan. In het beleid staan geen concrete elementen die hiervoor in aanmerking komen. 

Beleidsregel kruimelgevallen 1. Doel van dit beleid is duidelijkheid geven over de toepassing van het kruimelbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen en om de uniformiteit bij toepassing hiervan te waarborgen. De beleidsregels in dit document gaan in op de zogenaamde kruimelgevallen. Deze beleidsregels geven een verdere uitwerking van de in art. 4 van Bijlage II Besluit omgevingsrecht (zoals dat voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet gold) gegeven mogelijkheden. Op basis van de beleidsregel kan een buitenplanse omgevingsvergunning worden verleend. 2. Deze beleidsregel zal in het omgevingsplan worden vertaald naar een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit. Op basis hiervan kan een omgevingsvergunning worden verleend.

Mobiliteitsplan gemeente Oude IJsselstreek 2025-20402 1. Het mobiliteitsplan beschrijft integraal en samenhangend de visie van de gemeente Oude IJsselstreek op verkeer en vervoer. Het plan schetst onder andere de gewenste infrastructuur met aandacht voor verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid voor alle typen verkeer: fietsers, personenauto’s, vrachtverkeer, landbouwverkeer, voetgangers en openbaar vervoer. 2. Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan. In het beleid staan geen concrete elementen die hiervoor in aanmerking komen.

Nota parkeernormen Oude IJsselstreek 2024 1. Bij de aanvang van (nieuwe) bouwprojecten is het van belang om rekening te houden met de beschikbaarheid van voldoende parkeermogelijkheden. Voldoende parkeerplaatsen spelen een belangrijke rol in de bereikbaarheid en voorkomen dat een te hoge parkeerdruk voor overlast zorgt in het omliggende gebied. Om het aantal benodigde parkeerplaatsen te bepalen, dienen de gemeentelijke parkeernormen als uitgangspunt te worden gebruikt. Deze 2

Dit beleidsstuk is in voorbereiding voor besluitvorming. Ondanks dat dit beleidsstuk nog niet is vastgesteld door de gemeenteraad wordt deze volledigheidshalve al benoemd.

9

normen geven per functie aan hoeveel parkeerplaatsen vereist zijn, rekening houdend met de omvang van de betreffende functie. 2. Deze nota zal in het omgevingsplan worden vertaald naar een beoordelingsregel bij een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit. Op basis hiervan kan een omgevingsvergunning worden getoetst aan deze beoordelingsregel.

Wonen Beleidsregel Levensloop/Zorgwoning 1. Beleidsregel die als toevoeging dient op de bestaande regeling met betrekking tot mantelzorgwoningen. Deze maakt het mogelijk om zonder mantelzorgindicatie toch tijdelijke woningen toe te staan bij een bestaande woning, zodat zorg kan worden geboden. Hieraan zijn enkele eisen verbonden, waaronder een minimale leeftijd van 70 jaar. 2. Deze beleidsregel zal in het omgevingsplan worden vertaald naar een (binnenplanse) omgevingsplanactiviteit (vergunningplicht voor deze woningen). Op basis hiervan kan een omgevingsvergunning worden verleend. Woonvisie 1. In de Woonvisie wordt beschreven hoe Oude-IJsselstreek omgaat met wonen. Met de woonvisie wordt de basis geschept voor het maken van prestatieafspraken met de corporaties en we formuleren hiermee een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda. De belangrijkste ambitie in deze woonvisie is het klaarmaken van de woningvoorraad voor een duurzame toekomst. Andere ambities zijn: vitale kernen, gevarieerde nieuwbouw en nieuwe vestigers vinden. 2. Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan. In het beleid staan geen concrete elementen die hiervoor in aanmerking komen.

Lokale kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek april 2021 1. De lokale kwaliteitscriteria zijn een aanvulling op de kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw die door alle achterhoekse gemeenten zijn vastgesteld. De lokale kwaliteitscriteria en de kwalitatieve toetsingscriteria vormen een kader voor het toetsen van woningbouwplannen. . Er zijn vijf typen woningbouwplannen te onderscheiden waarvoor de lokale kwaliteitscriteria een kader biedt: a. Bouwen op onbenutte inbreidingslocaties ‘van binnen naar buiten’ b. Bouwen op uitleglocaties aan de rand van de grote kernen c. Buitengebied: woningsplitsing d. Buitengebied: functieverandering en hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) e. Buitengebied: landgoederen 2. De kwaliteitscriteria die betrekking hebben op de kernen zien met name op de beoordeling van nieuwe locaties voor woningbouw. Het omgevingsplan voor het deelgebied kernen voorziet niet in nieuwe locaties voor woningbouw. Het beleid behoeft dan ook geen vertaling naar het omgevingsplan. 10

Economie Ontwikkelingskader detailhandel Oude IJsselstreek 16 november 2020 1. Het ontwikkelingskader geeft invulling aan het Regionaal Afsprakenkader Detailhandel. De belangrijkste onderdelen van het Regionaal Afsprakenkader Detailhandel zijn: a. Toewerken naar compacte, inclusieve en groene kernwinkelgebieden om de kernen in de toekomst leefbaar en vitaal te houden. De focus van detailhandel moet op het centrum liggen. In aanloopstraten en op solitaire locaties is transformatie aan de orde. b. Varsseveld en Ulft hebben een bovenlokale functie. De andere kernen hebben te maken met marktwerking en een gebrek aan opvolging die de detailhandel negatief beïnvloeden. Voor al deze kernen is maatwerk nodig. c. Nieuwvestiging van detailhandel vindt plaats binnen (de centra van) de hoofdkernen van Varsseveld, Ulft en Terborg. Nieuwvestiging buiten de hoofdkernen is in beginsel niet mogelijk tenzij het bestemmingsplan dat toelaat. d. Gendringen en Varsseveld hebben regionale beleidsruimte gekregen om lokale ontwikkelingen mogelijk te maken. e. Bij de actualisatie van de bestemmingsplannen wordt (samen met belanghebbende partijen) gekeken naar welke gebieden als kernwinkelgebied gelden en welke niet. f. Transformatie van leegstaande winkelpanden naar bijvoorbeeld woningen om leegstand tegen te gaan, mits het past binnen de regionale woonafspraken. g.

Regionaal zijn Doetinchem en Winterswijk de hoofdkernen met een bepaalde positie. Die twee kernen bevatten de Perifere Detailhandel Voorzieningen (PDV). Nieuwe initiatieven op dit vlak horen in die kernen, inclusief een economische en ruimtelijke onderbouwing op basis van de Ladder van Duurzame Verstedelijking. Een lokaal gebonden en solitaire bouwmarkt of tuincentrum is mogelijk mits voldaan kan worden aan economische en ruimtelijke effecten. Met het ontwikkelingskader wordt richting gegeven aan het op peil houden van het detailhandelsniveau in Oude IJsselstreek. Er wordt per kern een ontwikkelingsperspectief geschetst. Het concentreren van de detailhandel (het kernwinkelgebied) en het ruimte bieden voor transformatie zijn gemeenschappelijke delers binnen de kernen. 2. In het omgevingsplan komt de bestemming Centrum niet terug. Dit komt omdat het omgevingsplan niet met bestemmingen werkt maar met locaties waar één of meerdere functies worden toegestaan. Het centrumgebied is dan in het omgevingsplan te herkennen aan de locaties waar (ongeacht de bestaande functie) meerdere functies mogelijk zijn. Voor de begrenzing van de centrumgebieden is aansluiting gezocht bij de (nu nog) geldende bestemmingsplannen en de verschillende gebiedsvisies centrum. Voor specifiek de functie detailhandel zijn de bestaande mogelijkheden uit de bestemmingsplannen overgenomen.

11

Economische Beleidsvisie 1. De economische beleidsvisie bevat de economische uitdagingen en ambities voor de periode 2017-2023 en de voorgestelde werkwijze hoe aan deze ambities uitvoering wordt gegeven. 2. Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan. In het beleid staan geen concrete elementen die hiervoor in aanmerking komen. Gebiedsvisie centrum Varsseveld 3 april 2019 1. In de gebiedsvisie is een ruimtelijk-functionele analyse gemaakt van het centrumgebied van Varsseveld. Doel van deze analyse was om te komen tot een toekomstbestendige gebiedsvisie voor het centrum van Varsseveld. Functioneel wordt gesteld dat bij het benutten van functionele kansen zoveel als mogelijk wordt aangesloten op het gebied rondom de kerk en de eerste aansluitende straatdelen van de uitvalswegen. Ruimtelijk is de begeleiding van bebouwing en groenstructuren naar het Kerkplein en de zichtrelatie met de kerk van groot belang. Verder worden er in de gebiedsvisie enkele concrete in ontwikkeling zijnde plannen besproken. 2. De gebiedsvisie zal met name waar het de begrenzing van het centrumgebied betreft als uitgangspunt voor het omgevingsplan dienen. De functionele mogelijkheden binnen het centrumgebied zijn gelijk aan de centrumgebieden in andere kernen (Ulft, Terborg en Gendringen).

Gebiedsvisie Gendringen 25 februari 2021 1. In de gebiedsvisie is een ruimtelijk-functionele analyse gemaakt van het centrumgebied van Gendringen. Doel van deze analyse was om te komen tot een toekomstbestendige gebiedsvisie voor het centrum van Gendringen. Het resultaat van de analyse is twee scenario’s waarbij het concentreren van winkel- en voorzieningenaanbod de gemeenschappelijke deler is. Daarnaast wordt voorgesteld om enkele belangrijke groenelementen met elkaar te verbinden. 2. De gebiedsvisie zal met name waar het de begrenzing van het centrumgebied betreft als uitgangspunt voor het omgevingsplan dienen. De functionele mogelijkheden binnen het centrumgebied zijn gelijk aan de centrumgebieden in andere kernen (Ulft, Terborg en Varsseveld).

12

Centrumplan Ulft februari 2007 1. Het Centrumplan Ulft vormt het kader voor de gemeente om met een heldere visie het centrum van Ulft verder te ontwikkelen. Een belangrijke opgave hierbij is om de subregionale winkelfunctie van het centrum van Ulft te behouden. Deze opgave vertaalt zich in een compact en compleet centrum van Ulft. Het Centrumplan is een nadere uitwerking van de door gemeenteraad in februari 2004 vastgestelde kaderstellende notitie Masterplan Centrum Ulft. 2. Het Centrumplan zal met name waar het de begrenzing van het centrumgebied betreft als uitgangspunt voor het omgevingsplan dienen. De functionele mogelijkheden binnen het centrumgebied zijn gelijk aan de centrumgebieden in andere kernen (Gendringen, Terborg en Varsseveld).

Visie DRU Industriepark 2017 1. In de visie wordt het belang van DRU Industriepark uitgesproken en aangegeven dat er behoefte is aan een nieuwe visie voor het DRU IP en dan met name voor de activiteiten van de drie partners: de stichtingen ICER, DRU CF en SSP-HAL en de rol die de gemeente hierbij speelt. Met een visie wordt hier bedoeld een beleidsmatig en financieel kader waarbinnen de partners op het DRU IP zich de komende tien jaar verder kunnen ontwikkelen. 2. In het omgevingsplan worden de mogelijkheden van het bestemmingsplan overgenomen. De visie heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan en behoeft dan ook geen doorwerking naar het omgevingsplan.

Beleidsnotitie van recreatie en toerisme 2020-2024 1. De ‘Beleidsnotitie Toerisme en Recreatie 2020-2024’ is door de gemeenteraad vastgesteld op 23 april 2020 en beschrijft de visie en ambitie om recreatie en toerisme een extra impuls te geven. De gemeente wil ruimte bieden aan nieuwe initiatieven uit de samenleving die bijdragen aan een aantrekkelijk recreatief aanbod. Bij voorkeur in de zes benoemde toeristische kerngebieden. Aan de beleidsnotitie is een uitvoeringsagenda gekoppeld waarin projecten en acties staan beschreven. Vanuit de thematische aanpak is onder ander de volgende actie benoemd: Perspectiefrijke initiatieven tot nieuwvestiging of uitbreiding met een positieve grondhouding beoordelen en zo mogelijk faciliteren. Het is van belang dat we dit verankeren in de Omgevingsvisie. 2. De beleidsnotitie nodigt uit tot het nemen van feitelijke maatregelen (routenetwerk, toeristisch informatiepunt en beschrijft initiatieven en mogelijkheden daarvoor, waarvoor (op het moment dat ze zich aandienen) een buitenplanse procedure gevolgd moet worden (bijv. nieuw vakantiepark of hotel). De beleidsnotitie behoeft dan ook geen doorvertaling naar het omgevingsplan.

13

Duurzaamheid / klimaat Oude IJsselstreek Klimaatbestendig, Klimaatagenda 2022 - 2026 1. De Klimaatagenda 2022 – 2026 is door de gemeenteraad vastgesteld op 2 juni 2022 en beschrijft onze visie en ambitie voor een klimaatbestendige toekomst. Voor de gemeente Oude IJsselstreek ligt de grote uitdaging erin de aanpak van hitte, droogte en wateroverlast te combineren met andere ontwikkelingen in het landelijk gebied, zoals de opgaven rond landbouw en andere bedrijvigheid, biodiversiteit, water- en bodemkwaliteit, natuur, landschap, energietransitie, recreatie en toerisme. Voor de kernen wordt (per kern) een klimaatadaptatieplan opgesteld. Hierin wordt onderzocht welke maatregelen getroffen kunnen worden om wateroverlast, droogte en hittestress te voorkomen. Voor nieuwe ontwikkelingen is de 3-30-300 regel van belang. 2. Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan. In het beleid staan geen concrete elementen die hiervoor in aanmerking komen. Onderdeel van de op te stellen klimaatadaptatieplannen is of en zo ja hoe het omgevingsplan aangepast moet worden. Dit kan per klimaatadaptatieplan tot een partiele herziening van het omgevingsplan leiden.

Water- en rioleringsprogramma 2024-2028 1. Het Water- en rioleringsprogramma (Wrp) beschrijft hoe de gemeente omgaat met de wettelijke zorgplichten op het gebied van de gemeentelijke watertaken en anticipeert daarbij op raakvlakken met vakgebieden zoals Klimaatadaptatie en Landschap en groen. In de planperiode 2024-2028 wordt er sterk ingezet op klimaatadaptatie. Klimaatadaptief denken wordt de leidraad. De Klimaatagenda 2022-2026 is daarbij richtinggevend. De gemeente zet onder andere via communicatie in op het verminderen van watergebruik. In het bijzonder is er aandacht voor een klimaatbestendig inrichting; een inrichting met onder andere voldoende groen en ruimte voor waterberging. Kleinschalige inbreidingen worden aangesloten op de bestaande riolering waarbij hemelwater indien redelijkerwijs mogelijk op eigen terrein wordt verwerkt. Alle nieuwbouwprojecten dienen rekening te houden met een duurzame oplossing voor hemelwater volgens het beleid van het waterschap Rijn en IJssel. Daarbij is het een gemeentelijk uitgangspunt dat ten minste 10% van het bruto gebiedsoppervlak beschikbaar moet zijn voor water. Het belangrijkste uitgangspunt voor het waterbeheer bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen is ‘waterneutraal ontwikkelen’, dus dat een ontwikkeling zijn omgeving niet belast met meer of minder water.

Zo wordt voorkomen dat verdroging of wateroverlast optreedt in het plangebied van de ontwikkeling en in zijn omgeving3. 2. De regels over afvalwater staan in de Bruidsschat en worden één op één overgenomen in het omgevingsplan. Voor klimaatadaptatie wordt verwezen naar Oude IJsselstreek Klimaatbestendig, Klimaatagenda 2022 – 2026.

3

Bron: “uitgangspunten notitie water in ruimtelijke plannen.” Waterschap Rijn en IJssel (Juni 2021).

14

Beleidsplan van afval naar grondstof 2022-2030 1. In het beleidsplan VANG (VANG = Van Afval naar Grondstof) beschrijven we op welke manier we onze verantwoordelijkheid als lokale overheid invullen en welke maatregelen we inzetten om bij te dragen aan een afvalloze toekomst. Voor volledige circulariteit zijn ook inspanningen nodig van andere overheidslagen en van ketenpartners zoals ontwerpers, producenten, detailhandel, consumenten, inzamelaars en recyclers. 2. Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan. In het beleid staan geen concrete elementen die hiervoor in aanmerking komen.

RES 1.0 Achterhoek 1. De Achterhoek is één van de 30 regio’s in Nederland die met de RES haar verantwoordelijkheid neemt om bij te dragen aan de uitvoering van het landelijk Klimaatakkoord om de CO2-uitstoot flink te om klimaatveranderingen tegen te gaan. Hiervoor moet landelijk 35 TWh worden opgewekt in 2030. Tegelijkertijd draagt de RES bij aan de eigen regionale energie-ambitie. De RES Achterhoek is vastgesteld door de 8 Achterhoekse gemeenten, de provincie Gelderland en waterschap Rijn en IJssel. Afgesproken is om in 2030 in de Achterhoek 1,35 TWh aan duurzame energie opwekken met zon en wind. In de RES 1.0 staan ook de strategie voor besparen en de regionale strategie warmte (RSW, hoe gaan we van het aardgas af). 2. Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan. In het beleid staan geen concrete elementen die hiervoor in aanmerking komen. Transitievisie warmte 17 oktober 2021 1. Met dit beleid geeft de gemeente in grote lijnen aan hoe we aardgasvrij in 2050 gaan worden. Voor de periode tot 2030 is nadrukkelijk gekozen om nog geen wijken van het aardgas af te halen, maar in te zetten op het aardgasvrij-klaar maken van woningen. De Transitievisie Warmte geeft voor de korte en middellange termijn ook een uitvoeringskader aan. We kunnen vanaf 2022 aan de slag met de uitvoering.

Over 5 jaar wordt met de nieuwe inzichten van dat moment een nieuwe Transitievisie Warmte gemaakt. 2. Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan. In het beleid staan geen concrete elementen die hiervoor in aanmerking komen. Als er voor de verschillende dorpen op basis van de transitievisie warmte een uitvoeringsplan is opgesteld zal ook worden bekeken in hoeverre het omgevingsplan (thematisch) moet worden herzien.

Uitnodigingskader Lokale energieopwekking 2020. 1. Het beleid geeft aan waar en onder welke voorwaarden zonnevelden, windturbines en biomassa-installaties geplaatst mogen worden. Voor zonnevelden is een update in de maak. 2. Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan maar zal gebruikt worden als toetsingskader voor buitenplanse procedures (net als nu).

15

Biodiversiteitsplan 1. In het Biodiversiteitsplan staat wat wij als gemeente gaan doen om biodiversiteit te versterken. We kijken bijvoorbeeld naar zogeheten ‘ambassadeurssoorten’. Dit zijn diersoorten die een indicatie zijn van een ecologisch goed functionerende omgeving. Door de gehele leefomgeving geschikt te maken voor deze soorten (op het gebied van voedselvoorziening, veiligheid, verblijf- en voortplantingsplaatsen en variatie hierin), wordt de omgeving ook geschikt voor vele andere soorten. In het biodiversiteitsplan staat omschreven welke ambassadeurssoorten zijn aangemerkt voor bebouwd gebied, en welke inrichtings- en beheermaatregelen wij kunnen treffen om het leefgebied van deze soorten te verbeteren. Door deze soorten in beeld te brengen kunnen we hun groei stimuleren. In het biodiversiteitsplan staat omschreven hoe we deze ambassadeurssoorten vinden en hoe we kunnen zorgen dat zij sterker worden. Daarvoor ondernemen we als gemeente verschillende acties. Bijvoorbeeld door bloemen te planten die voedsel zijn voor de boomhommel. Of door de bermen anders te maaien zodat de vuurvlinder er voedsel kan vinden. En als we bezig gaan met woningbouw, letten we er altijd op dat er voldoende groen in de nieuwe wijk komt. Ook zorgen we ervoor dat dit nieuwe groen past bij het leefgebied van bijvoorbeeld de egel of de steenuil. 2.

Het beleid zal niet worden door vertaald naar het omgevingsplan. In het beleid staan wel concrete maatregelen die bij nieuwe ontwikkelingen zouden kunnen worden toegepast. Dit zijn zogenaamde buitenplanse procedures. Visie op landschap, natuur en groene kernen februari 2021 1. Met de Visie op landschap, natuur en groene kernen wordt richting gegeven aan het gewenste toekomstbeeld voor landschap, natuur en groene kernen voor de komende jaren. Dit vanuit de focus: behoud, stimuleren bij inwoners en partners en als gemeente zelf aan de slag. Dit wordt in samenhang gedaan met andere landelijke ontwikkelingen die invloed hebben op of ruimte vragen in landschap, natuur en groene kernen. In de uitvoeringsagenda van de visie staan een aantal concrete acties die de ruimtelijke ordening raken en in het omgevingsplan een duidelijke plek moeten krijgen. Dat zijn: - Richtlijnen opstellen bestemmen landschapselementen in omgevingsplan - Richtlijnen gebiedsaanduiding in omgevingsplan - Opstellen beoordelingskader vergunningverlening - Planologisch borgen van groenstructuur in omgevingsplan - Inbreidingslocaties afzetten tegen hoofdgroenstructuur 2. De groenstructuur voor de kernen wordt opgenomen in het omgevingsplan en krijgt de functie groen met de bijbehorende beperktere bouw- en gebruiksmogelijkheden.

16

Milieu en overig Nota bodembeheer Regio Achterhoek 1. De acht Achterhoekse gemeenten hebben gezamenlijk met Lochem en Zutphen de bodemkwaliteitskaart en Nota bodembeheer geactualiseerd. Met het actualiseren van de regionale bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer wordt aan de voorwaarden van het Besluit bodemkwaliteit en de regeling bodemkwaliteit voldaan. De Achterhoekse gemeenteraden is gevraagd de Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaart regio Achterhoek vast te stellen. 2. Het college heeft in december 2023 deze nota opnieuw vastgesteld waardoor ook onder de Omgevingswet hiermee kan worden gewerkt. Samen met de Omgevingsdienst Achterhoek wordt de nota vertaald in het omgevingsplan.

Beleidsnotitie externe veiligheid 1. De beleidsvisie geeft het ambitieniveau van de gemeente aan: hoe veilig moet het zijn in Oude IJsselstreek? Naast externe veiligheid in het algemeen, gaat het daarbij in het bijzonder over het omgaan met de normen voor het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Deze begrippen staan centraal in de wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. 2. De Omgevingswet vraagt om een actualisatie van dit beleid. Voor het omgevingsplan voor het deelgebied Kernen doen wij in hoofdstuk 4 van deze nota een voorstel voor het verankeren van externe veiligheid in het omgevingsplan voor de kernen.

Archeologische- en Cultuurhistorische waardenkaart 2015 1. Op 5 maart 2015 heeft de gemeenteraad de archeologische- en cultuurhistorische waardenkaart vastgesteld. Met beide documenten heeft de gemeente in 2015 een volgende stap gezet in het ontwikkelen van een samenhangend gemeentelijk erfgoedbeleid, waarbij archeologische- en cultuurhistorische waarden structureel onderdeel zijn gaan uitmaken bij ruimtelijke ontwikkelen en zorgvuldig worden afgewogen in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. 2. Het beleid zal worden doorvertaald naar het omgevingsplan. Archeologische en cultuurhistorische waarden krijgen een beschermende regeling in de vorm van een vergunningplicht voor activiteiten die de waarden kunnen aantasten.

17

Evenementenbeleid 2018 1. In deze beleidsnota is beschreven op welke manier de gemeente Oude IJsselstreek de organisatie van evenementen in goede banen wil leiden. In de nota worden spelregels geformuleerd voor de regulering. Deze regels dienen als kaders voor de organisator, de omwonenden en de gemeente en dragen bij aan een goed en veilig verloop van evenementen. Deze beleidsnota bevat daarmee een belangrijke richtlijn voor de toepassing van de wettelijke regels in de praktijk en is daarmee de basis voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Evenementen leveren een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid en vitaliteit en kunnen worden gezien als een belangrijke cultuurdrager. Jurisprudentie wijst uit dat evenementen niet alleen in de APV geregeld moeten worden, maar dat de ruimtelijke consequenties ook in bestemmingsplannen (en daarmee dus ook in het Omgevingsplan) tot uitdrukking moeten komen. Het gaat dan om het begrenzen van het aantal bezoekers, de tijdvensters waarbinnen het evenement plaatsvindt, het geluidsniveau, de parkeerregeling e.d. 2. De elementen uit het beleid die ‘ruimtelijk relevant zijn’ (zie onder 1) worden doorvertaald naar het omgevingsplan. Evenementgebieden aanwijzen in het omgevingsplan Kernen.

Welstandsnota 1. In de nota worden algemene criteria aangegeven waar bouwwerken aan behoren te voldoen en wordt beschreven op welke wijze de procedure voor welstandsadvisering verloopt. Voor uiteenlopende gebieden zijn specifieke criteria vastgesteld. Per gebied is een welstandsbeleid op maat uitgewerkt. 2. In het omgevingsplan wordt in het kader van de beoordeling van de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk aan ´redelijke eisen van welstand´, verwezen naar de welstandsnota. De welstandsnota moet op termijn worden aangepast naar een beleidsregel in de zin van artikel 4.19 Omgevingswet.

18

2.2 Instructieregels provincie In deze paragraaf worden de instructieregels van de provincie behandeld welke in de beleidsinventarisatie zijn beoordeeld als relevant dan wel mogelijk relevant voor het omgevingsplan Kernen.

Molenbiotoop 1. In de kernen van Oude IJsselstreek liggen diverse molenbiotopen (Etten, Varsselder, Silvolde, Varsseveld). De instructieregel van de provinciale verordening is dat een omgevingsplan binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting toelaat als daardoor de windvang van de molen wordt beperkt. Deze molenbiotopen werden echter ook al in de bestemmingsplannen beschermd. 2. In het omgevingsplan wordt de beschermende regeling van de molenbiotoop overgenomen.

Grondwater 1. De instructieregel van de provinciale verordening is dat een omgevingsplan bepaalt dat het lozen op of in de bodem verboden is als daarbij verontreinigde stoffen zonder doorsijpeling door de bodem of de ondergrond in het grondwater komen. 2. De instructieregel is door de provincie opgenomen in een voorbereidingsbesluit dat binnen alle Gelderse gemeenten geldt. De regels van het voorbereidingsbesluit worden in het omgevingsplan verwerkt.

Provinciale weg 1. De instructieregel van de provinciale verordening is dat een omgevingsplan geen regels bevat die het gebruik, de instandhouding, de verbetering of de vernieuwing van een provinciale weg belemmeren. Het werkingsgebied van deze regel omvat de huidige provinciale wegen binnen het plangebied. De huidige bestemmingsplannen voldoen reeds aan deze instructieregel. 2. In het omgevingsplan wordt aangesloten bij de bestemmingsplannen zodat ook het omgevingsplan voldoet aan deze instructieregel.

Regionale woonagenda 1. De instructieregel van de provincie is dat een omgevingsplan alleen nieuwe woningen toelaat indien dat past in de regionale woonagenda. De huidige bestemmingsplannen en straks ook het omgevingsplan bevat geen directe bouwtitels voor nieuwe woningen. 2. Deze instructieregel wordt niet verwerkt in het omgevingsplan. Voor de bouw van nieuwe woningen is altijd een nader besluit nodig waarbij aan de regionale woonagenda wordt getoetst.

19

Permanente bewoning recreatiewoningen 1. De provinciale instructieregel is dat een omgevingsplan permanente bewoning van recreatiewoningen niet toelaat. De bestemmingsplannen lieten dit ook al niet toe. 2. In het omgevingsplan wordt aangesloten bij de bestemmingsplannen zodat ook het omgevingsplan voldoet aan deze instructieregel.

Werklocaties 1. De provinciale instructieregel is dat een omgevingsplan de uitbreiding of wijziging van een bestaande werklocatie of de vestiging van een nieuwe werklocatie alleen toelaat indien dit past binnen het vastgestelde regionaal programma werklocaties. Een werklocatie is bedrijventerrein of locatie voor een kantoor of voor perifere detailhandel. De bestemmingsplannen lieten dit ook al niet toe. 2. In het omgevingsplan wordt aangesloten bij de bestemmingsplannen zodat ook het omgevingsplan voldoet aan deze instructieregel.

Detailhandel 1. De provinciale instructieregel is dat een omgevingsplan een nieuwe supermarkt alleen toestaat in of aansluitend aan een winkelcentrum of, als daaraan behoefte is, solitair in een woonwijk, tenzij door bijzondere omstandigheden vestiging op zo’n locatie niet mogelijk is. Een andere instructieregel op het gebied van detailhandel luidt dat een omgevingsplan een nieuwe detailhandelsvestiging op een perifere locatie alleen toelaat indien deze detailhandelsvoorziening vanwege specifieke ruimtelijke eisen of veiligheidseisen binnenstedelijk moeilijk inpasbaar is. 2. In het omgevingsplan wordt de nieuwvestiging van supermarkten en detailhandelsvoorzieningen op, perifere locaties niet toegestaan, zodat het omgevingsplan voldoet aan deze instructieregel.

Klimaatadaptatie 1. De provinciale instructieregel luidt: voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. Het omgevingsplan zal geen directe bouwtitels voor nieuwe ontwikkelingen bevatten. Voor een ontwikkeling is altijd een nader besluit nodig waarbij aan de instructieregel zal worden getoetst.

20

2.3 Instructieregels rijk In deze paragraaf worden de instructieregels van het Rijk behandeld welke in de beleidsinventarisatie zijn beoordeeld als relevant dan wel mogelijk relevant voor het omgevingsplan Kernen. De instructieregels die zien op de milieuthema’s worden in hoofdstuk 4 besproken.

Slagschaduw van windturbines 1. De instructieregels van het Bkl bepalen dat een omgevingsplan erin voorziet dat de slagschaduw door een windturbine in verblijfsruimten van slagschaduwgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. Uit artikel 5.89c en 5.89f Bkl volgt wanneer daar sprake van is. Hieraan wordt in ieder geval voldaan als een omgevingsplan dat een windturbine toelaat bepaalt dat in verblijfsruimten van een slagschaduwgevoelig gebouw dat op een afstand van minder dan twaalf maal de rotordiameter van de windturbine is gelegen ten hoogste gemiddeld zeventien dagen per jaar gedurende niet meer dan twintig minuten per dag slagschaduw door de windturbine kan optreden (artikel 5.89c en 5.89f Bkl). In artikel 5.80 Bkl staat omschreven wat wordt verstaan onder een slagschaduwgevoelig gebouw. 2. In het omgevingsplan voor de kernen worden geen windturbines mogelijk gemaakt. Ook valt slagschaduw niet over het plangebied voor de kernen. Dit onderwerp zal bij het omgevingsplan buitengebied worden geregeld. Cultureel erfgoed 1. De gemeente moet voor cultureel erfgoed dat voor bescherming in aanmerking komt een toereikend beschermingsregime opnemen in het omgevingsplan. Hieronder wordt ook verstaan bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Er moet rekening worden gehouden met de volgende beginselen: a.

het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten en archeologische monumenten; b. het voorkomen van verplaatsing van op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten of een deel daarvan, tenzij dit dringend is vereist voor het behoud van die monumenten; c. het bevorderen van het gebruik van monumenten, zo nodig door wijziging van die monumenten, rekening houdend met de monumentale waarden; d. het voorkomen van aantasting van de omgeving van rijksmonumenten, voorbeschermde rijksmonumenten en monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd en van het karakter van in het omgevingsplan beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen door de sloop van bestaande gebouwen, de bouw van nieuwe gebouwen of andere belangrijke veranderingen; en e. het conserveren en in stand houden van archeologische monumenten, bij voorkeur in situ (artikel 5.130 Bkl).

21

2. Deze instructieregel ziet op de beschermende regeling voor monumenten die op dit moment nog is opgenomen in de Erfgoedverordening gemeente Oude IJsselstreek 2023. De Erfgoedverordening wordt op een later moment overgezet in het omgevingsplan Oude IJsselstreek. Ladder voor duurzame verstedelijking 1. De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. 2. De ladder voor duurzame verstedelijking is van toepassing op nieuwe ontwikkelingen. Het omgevingsplan zal geen directe bouwtitels voor nieuwe ontwikkelingen bevatten. Voor een ontwikkeling is altijd een nader besluit nodig waarbij aan de instructieregel zal worden getoetst.

22

3. Omgevingsplanactiviteit bouwen van een bouwwerk Dit hoofdstuk gaat met name over de vraag of er voor het bouwen van een bouwwerk een ruimtelijke vergunningplicht (omgevingsplanactiviteit bouwwerken) moet worden opgenomen in het omgevingsplan. Er is behoefte aan een vergunningplicht op het moment dat de bouwregels in het omgevingsplan een nadere beoordeling vergen. Dit is bijvoorbeeld het geval als er welstandseisen gelden of open normen4 in de bouwregels zijn opgenomen.

3.1. Bouwregels uit bestemmingsplannen De bouwregels in de geldende bestemmingsplannen zijn voor het overgrote deel geformuleerd als concrete normen (o.a. hoogte, oppervlakte, binnen bouwvlak, etc.). Uit de regeling blijkt duidelijk welk bouwwerk op welke plek in welke maatvoering is toegestaan. Het is dus niet noodzakelijk om vanwege de bouwregels in de bestemmingsplannen een nader beoordelingsmoment in het omgevingsplan op te nemen in de vorm van een vergunningplicht. Bouwregels in de vorm van afwijkingsbevoegdheden vragen wel om een nader afwegingsmoment dus voor deze bouwregels blijft een nader afwegingsmoment en dus een vergunningplicht noodzakelijk.

3.2. Welstandsnota In de welstandsnota zijn geen welstandsvrije gebieden of bouwwerken aangewezen. Bij alle bouwwerken is dus een nader beoordelingsmoment noodzakelijk.

3.3. Omgevingsplan In deze paragraaf wordt een voorstel gedaan voor het regelen van bouwen in het omgevingsplan Kernen Oude-IJsselstreek.

3.3.1.

Gebouwen

Het bouwen van gebouwen blijft vergunningplichtig in het omgevingsplan. Er is namelijk altijd een nadere beoordeling aan ‘redelijke eisen van welstand’ noodzakelijk. De bouwregels (mogelijkheden van bouwen, situering van gebouwen en maatvoering van gebouwen) uit de bestemmingsplannen worden overgenomen in het omgevingsplan.

4

Een voorbeeld van een open norm is ´het te bouwen bouwwerk mag geen onevenredige afbreuk aan de verkeersveiligheid doen´.

23

3.3.2.

Bijbehorende bouwwerken

De regels rond het bouwen van bijbehorende bouwwerken (overkapping, aanbouw, uitbouw of vrijstaand bijgebouw) worden versimpeld. Onder het oude recht regelde het Rijk wanneer het bouwen van een bijbehorend bouwwerk vergunningvrij was. Onder de Omgevingswet moeten gemeenten dit regelen in het omgevingsplan. Bij wijze van overgangsfase is het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken opgenomen in de Bruidsschat. Deze regeling is hetzelfde als de regeling zoals die onder het oude recht gold. Naast de ‘landelijke regeling’ van het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken had en heeft de gemeente in haar bestemmingsplan geregeld wat zij aanvaardbaar vindt op het gebied van het bouwen van bijbehorende bouwwerken. In het omgevingsplan Kernen Oude IJsselstreek gaan we de ‘landelijke regeling’ voor het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken samenvoegen met de regeling zoals die in de bestemmingsplannen is opgenomen. Om dit te kunnen doen gaan we twee zones aangeven in het omgevingsplan: 3. Een zone waar bijbehorende bouwwerken vergunningvrij kunnen worden gebouwd (achtererfgebied in onderstaande afbeelding); en 4. Een zone waarin bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan nadat er een vergunning voor verleend is (voorerfgebied in onderstaande afbeelding).

Voor zone 2 wordt geregeld dat bijbehorende bouwwerken voor de voorgevelrooilijn van de woning niet zijn toegestaan. Een uitzondering geldt voor die situaties waarin het geldende bestemmingsplan de bouw van bijbehorende bouwwerken voor de voorgevelrooilijn al toestaat. Voor die situaties worden de bestaande mogelijkheden van het bestemmingsplan overgenomen. Voor de oppervlakte nemen we de bouwregels van het bestemmingsplan over in het omgevingsplan. Voor de bouwhoogte mixen we de voormalige landelijke regeling met de regeling in het bestemmingsplan. We houden de maximale hoogte van het bestemmingsplan aan maar nemen wel een regeling op waardoor de maximale bouwhoogte alleen bereikt kan worden als een bijbehorend bouwwerk twee schuine dakhellingen heeft. Op onderstaande afbeelding worden beide zones weergegeven.

24

Afbeelding zone bijbehorende bouwwerken vergunnningvrij (het achtererfgebied (gearceerd in de afbeelding) en zone bijbehorende bouwwerken vergunningplichtig (het voorerfgebied).

3.3.3.

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Onder het begrip ‘bouwwerken, geen gebouwen zijnde’ wordt verstaan een bouwwerk dat geen gebouw of een onderdeel van een gebouw betreft. Een gebouw is een bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Veel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn vergunningvrij op grond van landelijke regels (artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving). Deze bouwwerken hoeven niet in het omgevingsplan te worden opgenomen. Voor erfafscheidingen van maximaal 2 m hoog stellen wij voor aan te sluiten bij de regeling zoals deze in artikel 2 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht en per 1 januari 2024 in het tijdelijke omgevingsplan (onderdeel Bruidsschat) is opgenomen. Voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde sluiten we aan bij de regeling zoals die in de bestemmingsplannen is opgenomen.

25

4.

Afwegingsruimte milieuregels

Bruidsschat Het opnemen van regels over milieuaspecten in een plan is nieuw voor gemeenten. De wetgever heeft de keuze gemaakt om bepaalde milieuaspecten niet meer te regelen, maar dit over te laten aan gemeenten. Gemeenten moeten dit doen in hun omgevingsplan. De milieuaspecten die het betreft, werden onder het oude recht grotendeels geregeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor de overgang van het oude recht naar het omgevingsplan is van belang dat de wetgever de bedoelde milieuaspecten niet per 1 januari 2024 heeft laat vervallen, maar bij wijze van overgangsrecht onderdeel heeft laten worden van het tijdelijke omgevingsplan van gemeenten. Deze overgangsrechtelijke constructie wordt ook wel de bruidsschat genoemd. De bruidsschat is beleidsneutraal ten opzichte van het oude recht (voornamelijk het Activiteitenbesluit milieubeheer). In het plan van aanpak voor de transitieperiode is gekozen voor de insteek om de planologisch relevante aspecten uit de bruidsschat mee te nemen bij de gebiedsgerichte verhuizing van de regels naar het permanente omgevingsplan. De overige delen van de bruidsschat worden op een later moment verhuisd. In deze Nota van Uitgangspunten wordt dit geconcretiseerd door aan te geven welke onderdelen van de bruidsschat in het nieuwe omgevingsplan Kernen worden opgenomen.

Besluit kwaliteit leefomgeving Onder het kopje Bruidsschat hierboven is al vermeld dat de wetgever bepaalde milieuaspecten niet meer regelt, maar dit overlaat aan gemeenten om te regelen in het omgevingsplan. Dit betekent echter niet dat de wetgever helemaal geen regels over de bedoelde milieuaspecten stelt. De wetgever heeft wel instructieregels gemaakt aan de hand waarvan gemeenten hun omgevingsplan moeten maken. Deze instructieregels staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De bruidsschat voldoet (op onderdelen) niet aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit betekent dat wij bij het opstellen van een nieuw omgevingsplan Kernen niet kunnen volstaan met het één op één overnemen van de regels uit de bruidsschat. In dit hoofdstuk worden de keuzes besproken die het Besluit kwaliteit leefomgeving over de betreffende milieuaspecten bevat en worden voorstellen gedaan over de wijze van regeling in het omgevingsplan. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat ook instructieregels over onderwerpen die niet in de Bruidsschat voorkomen. Een voorbeeld is externe veiligheid. Deze instructieregels worden ook besproken in dit hoofdstuk.

26

Uitgangspunt beleidsneutraal In de voorstellen die in dit hoofdstuk worden gedaan, is over het algemeen aangesloten bij de preOmgevingswet regeling in met name het Activiteitenbesluit milieubeheer en dus de bruidsschat per 1 januari 2024. Dit is ook logisch omdat een andere keuze vaak zal vragen om een beleidsmatige grondslag dan wel een nader onderzoek naar de gevolgen van een keuze. Daar waar het beleidsneutraal overnemen van de regels niet mogelijk is (vanwege de nieuwe instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving) is dit uitdrukkelijk aangegeven. In die gevallen is zoveel als mogelijk aansluiting gezocht bij de huidige praktijk.

Specifieke zorgplicht voor milieu Op verschillende plaatsen in dit hoofdstuk wordt verwezen naar een specifieke zorgplicht voor het milieu die in het nieuwe omgevingsplan Kernen wordt opgenomen. Deze zorgplicht in combinatie met een bevoegdheid voor het college van B&W om in een specifieke situatie op basis van die zorgplicht nadere eisen te stellen (zogenaamde maatwerkvoorschriften), zorgen ervoor dat er in het nieuwe omgevingsplan Kernen een flexibiliteitsmogelijkheid zit om in individuele overlastsituaties of in situaties waarin de regels van het omgevingsplan onnodig knellend zijn, maatwerk te kunnen bieden. De specifieke zorgplichtbepaling voor het milieu zal er als volgt uitzien:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4995/documents/31978