CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 bij rv_Toelichting bestemmingsplan De Tuit incl bijlagen_050324.pdf

Raadsvergadering 25 april 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan, exploitatieplan, beeldkwaliteitsplan en grondexploitatie De Tuit27.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan | Toelichting

De Tuit

Gemeente Oude IJsselstreek

Datum: 21 februari 2024 Projectnummer: 210451 ID: NL.IMRO.1509.BP000242-VA01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Vigerende bestemmingsplannen Leeswijzer

3 3 4 7

2

Planbeschrijving

8

2.1 2.2

Huidige situatie Toekomstige situatie

8 9

3

Beleid en regelgeving

17

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

17 19 20 22

4

Milieu- en omgevingsaspecten

26

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14

Milieueffectrapportage Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Water Natuur Stikstof Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Explosieven Klimaatadaptatie

26 28 31 37 39 41 44 48 53 54 57 58 65 67

5

Juridische planopzet

76

5.1 5.2

Algemeen Wijze van bestemmen

76 77

6

Uitvoerbaarheid

80

6.1 6.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

80 81

Bijlagen − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − − −

Bijlage 1: Toets Ladder voor duurzame verstedelijking Bijlage 2: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 3: Bodemonderzoek Bijlage 4: Grondwatermonitoring Oude Doetinchemseweg 21 Bijlage 5: Historisch vooronderzoek Oude Doetinchemseweg 21 Bijlage 6: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7: Vooradvies milieuzonering Bijlage 8: Risicoberekening transport wegvervoer Bijlage 9: Advies externe veiligheid veiligheidsregio 30-7-2021 Bijlage 10: Advies externe veiligheid veiligheidsregio 5-10-2023 Bijlage 11: Watertoets Bijlage 12: Quick scan natuur Bijlage 13: Nader onderzoek natuur Bijlage 14: Stikstofonderzoek Bijlage 15: Archeologisch onderzoek Bijlage 16: Beoordeling Archeologisch onderzoek Bijlage 17: Programma van Eisen Proefsleuvenonderzoek Bijlage 18: Proefsleuvenonderzoek Bijlage 19: Programma van Eisen Nader onderzoek Bijlage 20: Verkeersonderzoek Bijlage 21: Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Bijlage 22: Proces-verbaal onderzoek ontplofbare oorlogsresten

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Vanwege de hoge druk op de woningmarkt zijn in het raadsbesluit van 22 april 2021 vijf uitleglocaties met een capaciteit van 1.400 tot 1.850 woningen voor de komende 10 jaar (tot 2030) aangewezen. Deze vijf locaties liggen verspreid over de grootste kernen. Om te komen tot de shortlist van vijf uitleglocaties, is een multicriteria-analyse van vijftien potentiële locaties uitgevoerd. De belangrijkste criteria waarop de locaties zijn beoordeeld waren capaciteit, eigendomssituatie, faseerbaarheid/risico, beleving/onderscheidend woonmilieu en draagvlak. Uitbreidingslocatie De Tuit scoorde hoog en kwam daarmee op de shortlist. De raad wees De Tuit aan als eerste locatie om de planvorming voor op te pakken. Het voornemen is om de agrarische gronden in het plangebied en de bedrijfspanden aan de Oude Doetinchemseweg 21 te transformeren naar woningbouw. Het gebied gaat plaats maken voor maximaal 566 woningen. De uitbreidingslocatie De Tuit gaat bestaan uit vrijstaande woningen, tweekappers, rijwoningen en appartementen. De opzet van de nieuwbouw houdt rekening met de landschappelijke structuur van het gebied. Het nieuwe initiatief past niet binnen de regels van de vigerende bestemmingsplannen. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is ervoor gekozen om middels een bestemmingsplanwijziging de vigerende bestemmingen te wijzigen.

1.2

Ligging plangebied De uitbreidingslocatie De Tuit is ten noorden en noordwesten omsloten door de Twenteroute en de A18. Ten oosten wordt aangesloten bij de bestaande wijken De Brie en Den Es. Ten zuiden vormt de Tuitstraat de grens en ten zuidwesten de Buulsdijk. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

3

Uitbreidingslocatie De Tuit ( bron: Pdok-viewer)

Lucht foto uitbreidingslocatie De Tuit weergegeven ten opzichte van de kern Varsseveld (bron: Pdok-viewer)

1.3

Vigerende bestemmingsplannen In het voorliggende plangebied gelden momenteel de volgende bestemmingsplannen: − Kom Varsseveld 2010. − Buitengebied Oude IJsselstreek 2017.

4

1.3.1

Kom Varsseveld 2010 Het bestemmingsplan ‘Kom Varsseveld 2010’ is op 23 juni 2011 vastgesteld door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek. Binnen onderhavig plangebied heeft het grootste gedeelte de enkelbestemming ‘Agrarisch’, daarnaast is er een gedeelte voorzien van de enkelbestemming ‘Bedrijf’ wat gedeeltelijk is voorzien van een bouwvlak en een aanduiding dat aangeeft dat een bedrijf tot en met categorie b is toegestaan. Verder zijn er twee woonbestemmingen met tuin in het plangebied aanwezig, twee stroken ‘Verkeer – Verblijfsgebied’ en een strook met de enkelbestemming ‘Groen’. In navolgende afbeelding is met de rode lijn het onderhavig plangebied weergegeven en de enkelbestemmingen vanuit het bestemmingsplan ‘Kom Varsseveld 2010’.

Uitsnede bestemmingsplan ‘Kom Varsseveld 2010’ met het plangebied weergegeven in de rode lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

5

1.3.2

Buitengebied Oude IJsselstreek 2017 Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ is op 28 juni 2018 vastgesteld door de raad van gemeente Oude IJsselstreek. Binnen onderhavig plangebied heeft het grootste gedeelte de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’, daarnaast is er een klein gedeelte bestemd als ‘Bos’, ‘Verkeer’ en ‘Water’. Binnen de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ zijn drie gebiedsaanduidingen opgenomen, namelijk de gebiedsaanduidingen ‘overige zone - Houtwal’, ‘overige zone - Reliëf’ en ‘overige zone - Zandwegen’. Naast de enkelbestemmingen heeft het plangebied voor een klein gedeelte de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologische verwachting 1’. In navolgende afbeelding is met de rode lijn het onderhavig plangebied weergegeven en de bestemmingen vanuit bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’.

Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Oude IJsselstreek 2017’ met het plangebied weergegeven in de rode lijn (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

6

1.3.3

Strijdigheid met de geldende bestemmingsplannen De voorgenomen ontwikkeling is op diverse punten strijdig met het geldende juridischplanologisch kader, zowel in functionele als ruimtelijke zin. Het voert te ver om alle strijdigheden in deze paragraaf tot in detail te benoemen. Om de beoogde woningbouwontwikkeling in het gebied juridisch-planologisch mogelijk te maken, is het wenselijk en nodig het gehele gebied te voorzien van een eenduidig, actueel en flexibel juridisch-planologisch kader.

1.4

Leeswijzer Dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zes hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande situatie en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het beleidskader geschetst. Hoofdstuk 4 omvat de toetsing aan de planologische haalbaarheidsaspecten en milieuaspecten. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw van de planregels (Hoofdstuk 5) en de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 6).

7

2 2.1

Planbeschrijving Huidige situatie Varsseveld ligt tussen de Twenteroute aan de noordzijde en de Oostelijke Rondweg en de spoorlijn Arnhem-Winterswijk aan de zuidzijde. Varsseveld is als agrarische nederzetting ontstaan te midden van het karakteristieke besloten kampenlandschap. Varsseveld is een typisch esdorp. De kern is ontstaan rondom een open plek – een kerk midden op een brink – met daaromheen de es waar akkerbouw bedreven werd. De brink vormde het beginpunt van een uitwaaierend patroon van wegen die de kern met het ommeland verbonden. Rondom het Kerkplein en langs de uitvalswegen ontstond de eerste bebouwing die bestaat uit boerderijen, herenhuizen en arbeiderswoningen. Dit kleinschalig besloten karakter van het historische dorpsgebied is tot op heden herkenbaar.

2.1.1

Ruimtelijk De ontwikkellocatie De Tuit is in twee delen gesplitst: het noordelijke deel en het zuidelijke deel. Het noordelijk deel van de woningbouwlocatie ligt in de oksel van de A18 en de Twenteroute. Het zuidelijke deel wordt aan de noordzijde begrensd door de Doetinchemseweg, aan de zuidzijde vormt de Tuitstraat de grens en aan de westzijde vormt de Buulsdijk de grens. De ontwikkellocatie bevindt zich aan de rand van de bebouwde kom en krijgt een landelijk-dorps woonmilieu waarmee het een uitbreiding wordt van de kern. De Doetinchemseweg is een belangrijke ader in de verkeersstructuur van het dorp Varsseveld. Deze weg doorkruist de kern Varsseveld van oost naar west en is ook de verbindingsweg naar Westendorp. De Buulsdijk is een verbindingsweg naar de zuidzijde van Varsseveld en Terborg.

Noordelijk deel van de uitbreidingslocatie (bron: google streetview)

8

Zuidelijk deel van de uitbreidingslocatie (bron: google streetview)

2.1.2

Gemengd gebied Binnen het ontwikkelgebied zijn naast bestaande woningen ook bedrijfspanden aanwezig, die zijn gevestigd aan de Oude Doetinchemseweg. In de huidige situatie worden de panden door verschillende bedrijven gebruikt. In de directe omgeving zijn woningen gelegen, maar ook agrarische bedrijven en een motor- en caravanhandel (buiten het plangebied).

2.2

Toekomstige situatie Op 16 februari 2023 is door de gemeenteraad de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 vastgesteld. Hierin is afgesproken dat de gemeente Oude IJsselstreek in de periode 2022 tot en met 2030 1.500 woningen realiseert. De totale ambitie van Oude IJsselstreek omvat de realisatie van 2.250 woningen. Die ambitie reikt in tijd verder dan 2030. Om deze ambitie waar te maken zal er naast de verschillende inbreidingslocaties ook gebruik gemaakt moeten worden van uitbreidingslocaties. De Tuit (voorheen Varsseveld West) is één van deze nieuwe uitbreidingslocaties aan de westzijde van de kern Varsseveld.

2.2.1

Locatiekeuze In Varsseveld is sprake van (de grootste) urgentie voor nieuwbouwwoningen. Qua looptijd, maar ook op kwantitatief gebied. Er zijn de laatste jaren immers weinig woningen toegevoegd in Varsseveld. In Varsseveld zijn -naast de mogelijke inbreidingslocaties binnen de kern- de volgende potentiële uitbreidingslocaties voor woningbouw in beeld geweest: − West (De Tuit) − De Tuit Zuid − Noord − Zuid In navolgende afbeelding weergegeven ten opzichte van de kern Varsseveld.

9

De vier uitbreidingslocaties van Varsseveld (bron: Beargumentering nieuwe woningbouwlocaties, Oude IJsselstreek. Versie oktober 2023)

Voor de vier locaties zijn voor de criteria capaciteit, eigendom, inpasbaarheid binnen structuur kern, inpasbaarheid in landschappelijke structuur, bereikbaarheid, nabijheid bestaande voorzieningen, complexiteit milieuhindercontouren, faseerbaarheid / risico, veel kavels in te passen, buren met uitzicht op locatie, beleving / onderscheidend woonmilieu, draagvlak en versterking beleving dorpsrand een afwegingskader opgesteld. Dit afwegingskader is navolgend weergegeven.

Afwegingskader uitbreidingslocaties (bron: Beargumentering nieuwe woningbouwlocaties, Oude IJsselstreek. Versie oktober 2023)

10

Zoals in voorgaand afwegingskader is te zien, komt West er goed uit. De voordelen voor West (De Tuit) zijn: − Kansen voor kwalitatieve entree en landschappelijke dorpsrand Varsseveld (als overgang naar landschap|); − Hoogteverschil Varsseveldse Kopjes inzetten om onderscheidend woonmilieu te creëren; − Landschappelijke structuren verbinden en versterken (landschappelijke kans, maar ook kans op het realiseren van kleinschalige woonmilieus); − Weinig invloed van milieuhindercontouren; − Goede ontsluiting richting N18. Daarnaast zijn er ook een aantal aandachtspunten: − Aandacht voor overgang naar omliggend (open) − landschap; − Ecologische waarden; − Behoud groenstructuur; − Waterberging dusdanig situeren op de nattere delen van de locatie. Waterafvoer zo mogelijk respecteren; − Aansluiting op bestaande dorp; − Geluidsoverlast A18, N18 en Doetinchemseweg; − Bestaande bedrijfshallen en bijbehorende milieuhindercontour; − Inpassen bestaande kavels. In het stedenbouwkundig plan zijn de voordelen benut en zijn de aandachtspunten meegenomen. 2.2.2

Programma Voor het gehele plan De Tuit worden maximaal 566 woningen gerealiseerd en is het volgende woningbouwprogramma beoogd:

11

2.2.3

Stedenbouwkundig plan In navolgende afbeelding is het stedenbouwkundig plan weergegeven voor de locatie.

12

Stedenbouwkundig plan (bron: SAB – juli 2023)

Binnen het stedenbouwkundig plan is duidelijk te zien dat er veel groen is opgenomen. Vanwege de aanwezige (beschermde)soorten flora en fauna binnen het plangebied is hier veel aandacht naar uitgegaan. Dit is verder toegelicht in paragraaf 4.8. Door de aanwezigheid van de diverse plant- en diersoorten is het stedenbouwkundig plan ontworpen aan de hand van een groen raamwerk. Dit raamwerk is eveneens vertaald in de verbeelding waar de enkelbestemming ‘Groen’ is opgenomen om het juridisch en planologisch te kunnen verankeren. In navolgende afbeelding is het groene raamwerk weergegeven.

13

Groen raamwerk (bron: Locatiepaspoort De Tuit, juni 2022, SAB)

2.2.4

Beeldkwaliteitsplan In het beeldkwaliteitsplan, wat onderdeel is van de regels, zijn de ambities voor de inrichting van de openbare ruimte en voor het ontwerp van de woningen beschreven en vastgelegd. Het beeldkwaliteitsplan vormt daarmee het toetsingskader voor de uitwerking van het ontwerp van zowel de openbare ruimte als van de woningen. Het document behandelt eerst het stedenbouwkundig plan waarna achtereenvolgens de sferen van de verschillende woonmilieus worden omschreven met bijhorende beeldkwaliteitsregels voor de openbare ruimte en de architectuur voor de bebouwing.

14

Dit document vormt tevens het toetsingskader voor de verdere uitwerking van de buurten door een initiatiefnemer. Hoe de plannen worden getoetst wordt nog bepaald. Dat kan door enkel de welstand, waarbij een supervisor de plannen vooraf bij kan sturen of door de introductie van een Kwaliteitsteam, waar een supervisor en welstand, aangevuld met een afgevaardigde van de gemeente, zitting in hebben, de plannen beoordeelt. De ambitie voor De Tuit is om een bijzonder en typisch Achterhoeks woonmilieu te realiseren die vooruitstrevend is op het gebied van gezondheid, diversiteit en natuurinclusiviteit. De Tuit staat daarom voor de volgende vier kernwaarden: Het landschap als basis De Tuit wordt een woonwijk die past bij de identiteit van de Achterhoek. De aanwezige landschappelijke structuren en elementen in het gebied vormen hiervoor de belangrijke dragers. In De Tuit worden deze structuren en elementen zo veel mogelijk behouden en juist versterkt om het karakter van het landschap in de woonwijk beleefbaar te maken. Hiermee wordt De Tuit geen traditionele woonwijk, maar wordt het een gevarieerd woonlandschap met een bijzondere woonkwaliteit en unieke landschapsbeleving. Wonen voor iedereen De Tuit wordt een woonwijk waar iedereen zich thuis kan voelen. Er wordt een grote variatie in woningtypologieën gebouwd, zodat iedere doelgroep bediend kan worden.

Er komen vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, rijwoningen, maar ook levensloopbestendige woningen, rug-aan-rug woningen en appartementen. Hierdoor ontstaat er een gezonde mix aan woningen in zowel het koop als het huur segment. Naast de variatie in woningtypologieën, wordt er in De Tuit ook ingezet op verschillende woonmilieus met eigen ruimtelijke kenmerken en kwaliteiten, zoals een dorps woonmilieu, een landelijk woonmilieu en boerenerven. Door deze verschillende woonmilieus ontstaat er variatie in woonkwaliteiten, zoals rustig in het groen tot levendig rond een dorpspleintje. Kortom, wonen voor iedereen! Een gezonde leefomgeving De Tuit wordt een woonwijk waar jong en oud zich gelukkig en gezond kan voelen. In de wijk is veel aandacht voor bijzondere plekken in de openbare ruimte waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Deze plekken verschillen van een dorpspleintje en een grote speelweide tot kleine buurtparkjes en natuurrijke zones. Deze plekken stimuleren sociale binding tussen bewoners en dragen daardoor bij aan het welzijn van de mens. Daarnaast wordt beweging in De Tuit optimaal gestimuleerd door de aanwezigheid van de vele wandelpaden en de goede fietsverbindingen met de kern en de omgeving. Natuurinclusief en duurzaam De Tuit wordt een natuurinclusieve woonwijk die duurzaam is en bijdraagt aan het versterken van de biodiversiteit.

Daarom wordt er veel ruimte gegeven aan kwalitatief groen en het behouden en versterken van landschappelijke structuren en elementen, zoals de aanwezige bomenlanen en bosschages. Daarnaast worden er verschillende kansen benut en maatregelen getroffen om de ecologische waarden van het gebied te

15

versterken. Voorbeelden hiervan zijn het maken van ecologische verbindingen die verschillende groengebieden met elkaar verbinden en het toepassen van diervriendelijke verlichting. Daarnaast wordt er ingezet op het aanplanten van een grote verscheidenheid aan bomen, planten en kruidenmengsels.

16

3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd: − ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; − duurzaam economisch groeipotentieel; − sterke en gezonde steden en regio's; − toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.

Toetsing Voorliggend plan voorziet in de realisatie van een uitbreidingslocatie voor woningbouw. De uitbreiding draagt bij aan een sterke en gezonde regio en voorziet in de mogelijkheden en behoeften van de huidige en toekomstige generatie. Binnen het stedenbouwkundig plan wordt ingespeeld op klimaatadaptatie.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Natuur Netwerk Nederland (thans NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij het NNN en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Voor de begrenzing van de NNN is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen.

17

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het gestelde in het Barro. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het Rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

SAB heeft een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking1 opgesteld. In deze toets wordt geconcludeerd dat sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Bro. Tevens is aangetoond dat deze ontwikkeling voorziet in een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte voor het verzorgingsgebied. Daarmee wordt geconcludeerd dat het plan de toetsing aan de Ladder positief heeft doorlopen.

3.1.4

Conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met het rijksbeleid.

1

SAB. Toets Ladder voor duurzame verstedelijking, De Tuit. 210451, 16 augustus 2023. Bijlage 1 bij deze plantoelichting. 18

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden.

− Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening, die is geactualiseerd op 21 december 2022, wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels gaat bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

19

Toetsing In de Omgevingsverordening Gelderland is opgenomen dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan worden wanneer dit past in het geldende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionale Woonagenda 2023-2030 voor de betreffende regio. In paragraaf 3.3.1 is aangegeven dat het plan in overeenstemming is met de regionale woonagenda. Daarnaast is in de Omgevingsverordening Gelderland artikel 2.65b (klimaatadaptatie) opgenomen, dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen bevat of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: − waterveiligheid; − wateroverlast; − droogte; en − hitte. Op dit onderdeel wordt in paragraaf 4.14 verder op ingegaan. Voor het overige staan in de Omgevingsverordening Gelderland geen specifieke regels waar in het voorliggende bestemmingsplan rekening mee gehouden moet worden. 3.2.2

Conclusie Voorliggend plan is niet in strijd met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woonagenda 2023-2030 De woningmarkt in de Achterhoek is de afgelopen jaren fors aangetrokken. Momenteel staat de woningmarkt in de regio onder een groeiende druk en zijn de woningtekorten hoog. Met name voor jonge huishoudens, starters, ouderen, arbeidskrachten en aandachtsgroepen geldt dat er een grote behoefte is aan meer woningen op de Achterhoekse woningmarkt. De regio heeft de ambitie om 11.500 woningen tot en met 2030 te bouwen. Hiermee wordt de woningvoorraad flink en versneld uitgebreid. De regionale productie lag de afgelopen jaren gemiddeld op circa 600 woningen netto per jaar. De regio streeft ernaar dit aantal te verdubbelen naar ruim 1.200 woningen per jaar. De regio spant zich de komende jaren in voor een toename van woningen. Daarbij wordt bij de ambities van het Rijk aangesloten om tot en met 2030 twee derde van de nieuwbouw in het betaalbare segment toe te voegen. Hierbij is de navolgende onderverdeling opgesteld.

20

Onderverdeling betaalbaarheid nieuwbouwprogramma (bron: Regionale woonagenda 2023 – 2030)

Binnen het koopsegment wordt nog een extra categorie gehanteerd in het aanbod van betaalbare koopwoningen. Voor starters wordt de betaalbaarheidsgrens op maximaal €250.000 vastgelegd. De gemeente Oude IJsselstreek wil als onderdeel van de regionale ambitie tot en met het jaar 2030 1500 woningen realiseren. Van deze woningen zullen 450 vallen binnen de sociale huursector en daarnaast is het doel om 75 huurwoningen met een huurgrens tot € 1.000 per maand te realiseren. Verder moeten 484 koopwoningen vallen binnen de betaalbaarheidsgrens van € 355.000. Dit leidt tot een woningaanbod met 1009 betaalbare woningen. De overige woningen vallen in de duurdere categorie >€ 355.000. Toetsing De behoefte is aangetoond in de laddertoets die doorlopen is in paragraaf 3.1.3. Doordat de behoefte groot is binnen de gemeente voldoen inpassingslocaties en transformatie van leegstand, als deze al aanwezig zijn, niet aan de vraag. Zodoende wordt in onderhavig bestemmingsplan het plangebied als woningbouwlocatie ontwikkeld. Met het woningbouwplan De Tuit is er sprake van het woningbouwprogramma zoals benoemd in paragraaf 2.2. Hierbij wordt voldaan aan de percentages die aangegeven worden voor sociaal en betaalbaar. Voor het vrij in te vullen gedeelte kiest de gemeente om deze voor 4% extra onder te brengen in de categorie betaalbaar en het overig gedeelte worden dure woningen.

Hiermee voldoet onderhavig plan aan de Regionale Woonagenda. 3.3.2

Conclusie Dit plan is niet in strijd met het regionaal beleid.

21

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Toekomstvisie Om zich voor te bereiden op de Omgevingswet is de gemeente Oude IJsselstreek begonnen met een Toekomstvisie: een basis voor toekomstige plannen en een stap op weg naar de omgevingsvisie, die alle gemeenten moeten ontwikkelen. Het doel: door samenwerking tussen ruimtelijke, sociale en economische beleidsvelden een toekomstbestendige gemeente voor jong en oud ontwikkelen. Het thema Brede Welvaart is hierbij gebruikt als kompas. En de gemeente gaat ervoor om dat structureel te verankeren, waarbij de uitgangspunten ‘leven’ en ‘het maken’ belangrijke checkpoints zijn. Op 25 maart 2021 heeft de gemeenteraad de visie vastgesteld. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. De zeven opgave zijn: 1 Benut de stroom van de Oude IJssel 2 Florerende Smart Industry 3 Vitaal platteland 4 De allernieuwste energie 5 Groene parels 6 Gezond oud worden én gezond jong zijn 7 Het witte vel Toetsing Met onderhavig plan worden maximaal 566 woningen gerealiseerd. De florerende Smart Industry zorgt voor aantrekkende werkgelegenheid, de realisatie van nieuwe woningen zorgt voor een deel voor de huisvesting van nieuwe werknemers. De woningen zullen geen aardgas aansluiting krijgen, zodoende wordt er gebruik gemaakt van nieuwe schone energie.

Er wordt zowel voor jong als oud gebouwd in een gezonde omgeving. De andere vier opgave hebben geen betrekking op de ontwikkeling.

3.4.2

Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. Deze boodschap blijft voor de komende jaren een belangrijk uitgangspunt voor het gemeentelijke woonbeleid. Hierbij zijn de Regionale Woonagenda, en de opvolger van de regionale woonvisie en de lokale vertaling daarvan kaders voor wonen in de gemeente. Naast het motto “de juiste woning op de juiste plaats”, spelen onder andere kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid hierbij een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. De bijstelling van de bouwopgave voor de gemeente vraagt om aanpassing van beleid en bestaande bouwplannen. De juiste woning op de juiste plek is hierbij leidend.

22

Toetsing In de 2011 vastgestelde Structuurvisie ging men nog uit van 'krimp-scenario's' voor 2020. Die inzichten zijn echter achterhaald. En zoals we nu weten en blijkt uit o.a. de regionale woonagenda, geldt er voor de komende jaren een stevige woningbouwopgave. Die opgave krijgt voor de gemeente Oude IJsselstreek onder andere vorm in de vijf verschillende uitleglocaties, waarvan plangebied 'De Tuit' er ook één is. 3.4.3

Woonvisie 2018 De Woonvisie 2018 is vastgesteld in de gemeenteraad van 14 december 2017. Met de Woonvisie wordt een lokale uitwerking van de Regionale Woonagenda geformuleerd, De belangrijkste onderwerpen van deze Woonvisie zijn: − − − −

De sociale huurvoorraad Woonzorg Verduurzaming Woningvoorraad en waarde behoud

Toetsing Met het opstellen van het woningbouwprogramma van onderhavig plan is rekening gehouden met de belangrijkste onderwerpen van de Woonvisie. Er is ruimte voor sociale huur, in de laddertoets komt naar voren dat voor de juiste woningvoorraad gezorgd wordt waaronder levensloopgeschikte woningen en er is sprake van duurzame woningbouw. De woningen worden gasloos gerealiseerd en de woningen zullen aan de bijna energie-neutrale gebouwen (BENG) en aan de milieuprestatie gebouwen (MPG) normen voldoen. 3.4.4

Lokale Kwaliteitscriteria woningbouw Oude IJsselstreek De lokale kwaliteitscriteria zijn vastgesteld door de gemeenteraad in februari 2020. De Kwalitatieve toetsingscriteria voor woningbouw zijn mede gebaseerd op de aanbevelingen uit het meest recente Achterhoekse Woonwensen en Leefbaarheidsonderzoek (AWLO) van 2017. Binnen de Kwalitatieve toetsingscriteria zijn drie (hoofd)criteria benoemd waaraan woningbouwplannen in ieder geval moeten voldoen: − De behoefte is aangetoond − Voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed − Inbreiding gaat voor uitbreiding Wanneer inbreiding geen optie is, bestaat de mogelijkheid voor bouwen op uitleglocaties aan de rand van de grote kernen. De lokale kwaliteitscriteria voor woningbouw op uitleglocaties zijn: − De focus voor woningbouw op uitleglocaties ligt bij de volgende vijf locaties: o Varsseveld-West o Varsseveld-Noord o Gendringen-Lenteleven o Ulft-Biezenakker o Terborg-Voorbroek − De gemeenteraad stelt voorwaarden voor woningbouw op uitbreidingslocaties vast via een startnotitie. Deze bevat o.a. een locatiepaspoort waarin de ruimtelijke uitwerking is aangegeven.

23

Toetsing De behoefte van onderhavig plan is reeds aangetoond in de laddertoets. De transformatie van leegstaand vastgoed en inbreidingslocaties voorzien niet in de behoefte van onderhavige plan. Zodoende is voor onderhavig plan gebruik gemaakt van de uitleglocatie Varsseveld-West, in onderhavig plan hernoemd naar ‘De Tuit’. Ten behoeve van de startnotitie is een locatiepaspoort opgesteld. Zodoende wordt voldaan aan de lokale kwaliteitscriteria. 3.4.5

Visie wonen en zorg 55+ De aanleiding voor het opstellen van deze visie zijn diverse ontwikkelingen. Het aantal ouderen in Oude IJsselstreek neemt snel toe. Hun behoeften, wensen en beelden over ouder worden en wonen zijn divers. De visie bevat de analyse van relevante data en opbrengsten van de gesprekken, de opgaven die daaruit voortvloeien en een uitwerking van de ambitie rondom ouder worden en wonen in Oude IJsselstreek. De ambitie is uitgewerkt in drie lijnen: − Zorgzame buurten en wijken − Vergroten aanbod van woon(zorg)vormen voor ouderen − Versterken zelfredzaamheid en eigen regie Toetsing Binnen onderhavig plan zijn vooral de eerste twee lijnen van belang. In het stedenbouwkundig plan is rekening gehouden met een ‘groene, toegankelijke en veilige woonomgeving’ en ‘bereikbare diensten en voorzieningen’ beide uit de lijn zorgzame buurten en wijken. Uit de lijn vergroten aanbod van woon(zorg)vormen voor ouderen is aangesloten bij ‘ruimte voor woonvariaties die aansluiten bij de wensen en behoefte van inwoners van Oude IJsselstreek’, ‘geclusterd wonen en levensloopbestendig wonen’.

3.4.6

Visie op landschap, natuur en groene kernen In de raadsvergadering van 22 april 2023 is de Visie op landschap, natuur en groene kernen vastgesteld. De visie beschrijft de uitdagingen waar we met ons allen voor staan en de gemeente heeft deze vertaald in drie uitgangspunten: behouden van de basiskwaliteit van het landschap, stimuleren en samenwerken met inwoners voor aanleg van landschap en groen. En als gemeente gaan we zelf aan de slag met het versterken van landschap en groen, bijvoorbeeld ter voorkoming van de hittestress in de kernen. In de visie komen 5 onderdelen specifiek aan bod, namelijk: − Het landschap − Transitie van het landschap − Overkoepelende visie − Visie op het landschap − Visie op kernen

24

Toetsing Voor het opstellen van het stedenbouwkundigplan is vooral de visie op kernen van belang. Binnen de visie op de kernen staan de aspecten biodiversiteit, groenstructuur kernen, klimaatadaptatie en bouwen en groen centraal. Binnen dit bestemmingsplan is de groenstructuur vastgelegd in het bestemmingsplan door middel van een groen raamwerk welke vertaalt is in enkelbestemmingen groen. Binnen het bestemmingsplan zijn diverse aanduidingen opgenomen ten behoeve van de bescherming en ter bevordering van verschillende beschermde soorten zoals bijvoorbeeld vleermuizen en de steenuil. Hoewel er sprake is van een toename in verhard oppervlak is er een goede balans opgenomen met voldoende groen en waterinfiltratiemogelijkheden in het kader van klimaatadaptatie. 3.4.7

Conclusie Dit plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.

25

4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten Milieueffectrapportage Algemeen Voor plannen en activiteiten, die mogelijk belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, kan het noodzakelijk zijn dat een milieueffectrapport wordt opgesteld. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is dit geregeld. Er is een m.e.r.-plicht voor plannen (planMER) en een m.e.r.-plicht voor besluiten. Een plan is plan-m.e.r.-plichtig als het plan kaders stelt voor m.e.r.-plichtige activiteiten. Toetsing Het plan voorziet in de ontwikkeling van maximaal 566 woningen aansluitend aan de bebouwde kom van Varsseveld. Het plan kan worden gekwalificeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject als genoemd in onderdeel D.11.2 van de bijlage van het Besluit m.e.r.. Bij de uitleg van de Europese m.e.r.-richtlijn wordt immers aangegeven dat 'stedelijke ontwikkelingsprojecten' breed moet worden geïnterpreteerd en een herontwikkeling wordt als wijziging in de zin van het Besluit m.e.r. beschouwd. Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen, namelijk: − een oppervlakte van 100 hectare of meer; − een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen; − een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Het plan blijft ver onder de indicatieve drempelwaarden en er kan in eerste instantie met een vormvrije m.e.r.-beoordeling2 worden volstaan.

In vormvrije m.e.r.-beoordeling is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van maximaal 566 woningen verspreid over weerszijden van de Doetinchemseweg nadelige effecten op het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals in de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)

Natuur (soortenbescherming)

Verkeer

2

Beoordeling milieueffecten Op grond van het stikstofonderzoek kunnen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof worden uitgesloten. De aanwezigheid van beschermde soorten is aangetroffen. Met dit bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan is eventuele aantasting van leefgebied van deze soorten uitgesloten. De beoogde ontwikkeling zorgt voor een verkeersaantrekkende werking met aansluitingen op de aangrenzende wegen zonder te verwachten afwikkelingsproblemen. Een verkeersonderzoek is

SAB. Vormvrije m.e.r.-beoordeling De Tuit. 210451, 15-8-2023. Bijlage 2 bij de plantoelichting. 26

Geluid

Lucht

Archeologie

Water

uitgevoerd om de verkeersveiligheid en -afwikkeling in goede banen te leiden. Met het toepassen van de benodigde maatregelen vormt het aspect ‘verkeer’ geen nadelig effect ten aanzien van de omgeving. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal er sprake zijn van een verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. Op enkele wegvakken is sprake van een toename van meer dan 40%. De negatieve milieueffecten zijn uitgesloten middels een verkeersonderzoek en akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Daarin wordt aangetoond dat het akoestisch klimaat goed blijft voor de reeds bestaande geluidsgevoelige objecten. Gezien voorgaande is voor wat betreft geluid geen sprake van een significant negatieve (milieu)effect. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Gezien de bestaande achtergrondconcentraties en dat het plan onder de wettelijke NIBM-grens blijft, is er daarmee geen sprake van een wezenlijke verslechtering. Middels verschillende (vervolg)onderzoeken is aangetoond dat voorliggend initiatief geen inbreuk maakt op de archeologische waarden. Voor vindplaats nummer 1 is er nog een nader onderzoek ingepland.

Ervan uitgaande dat de eventuele maatregelen die zouden moeten worden getroffen, daadwerkelijk uitgevoerd zullen zijn, is het milieueffect van het plan op zijn hoogst beperkt ten aanzien van de omgeving. Het plan zorgt voor meer verharding dan de bestaande situatie. Een watertoets is ten behoeve van het plan uitgevoerd. Met inachtneming van de adviezen die uit de watertoets voortvloeien (bijvoorbeeld het opstellen van waterhuishoudings- en rioleringsplan), heeft het aspect ‘water’ geen nadelig milieueffect op de omgeving.

De uitkomst van de uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

27

Conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.2

Bodem Algemeen In het kader van de bestemmingsplanprocedure moet zijn aangetoond dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodem- en grondwateronderzoek noodzakelijk. Toetsing Voor De Tuit zijn de nodige onderzoeken met betrekking tot de bodem uitgevoerd. Zo is er een verkennend bodemonderzoek, een asfaltonderzoek, een funderingszonderzoek, een verkennend asbestonderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek uitgevoerd en de resultaten zijn verwerkt in één rapportage3. Daarnaast is een grondwatermonitoring4 en een historisch vooronderzoek 5 uitgevoerd voor de locatie Oude Doetinchemseweg 21. Onderzoeken De Tuit Uit het vooronderzoek blijkt dat op het perceel gelegen aan de Oude Doetinchemseweg een grondwaterverontreiniging met VOCl aanwezig is. De verontreiniging is aanwezig tot binnen het plangebied. Om dit nader vast te stellen is een grondwatermonitoring uitgevoerd, dit komt later terug in deze paragraaf. Verkennend bodem- grondwateronderzoek Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat er in het merendeel van de grond geen verhoogde gehalten zijn aangetoond. Plaatselijk zijn in de grond maximaal licht verhoogd gehalten aan nikkel, zink, minerale olie en/of PAK aangetoond.

Deze licht verhoogde gehalten zijn dusdanig gering verhoogd dat risico’s voor de volksgezondheid of het milieu als verwaarloosbaar mogen worden beschouwd. Aanvullend grondonderzoek wordt dan ook niet nodig geacht. In het grondwater worden wel diverse concentraties voornamelijk licht verhoogd gemeten. Aan de noordzijde van het plangebied komen daarnaast plaatselijk matig verhoogde concentraties barium en/of nikkel voor en in het grondwater uit peilbuis 68 zijn sterk verhoogde concentraties cadmium en zink aangetoond. Deze resultaten hebben mogelijk een verband met de bedrijfsactiviteiten op nummer 21. Echter zal dit alleen middels de uitvoering van een bodemonderzoek bevestigd kunnen worden. In het

3

Buro Antares. Plangebied Varsseveld-West, verkennend bodemonderzoek, een asfaltonderzoek, een funderingszonderzoek, een verkennend asbestonderzoek en een verkennend waterbodemonderzoek. MST\401685\04-07-2022\Versie 1, 4 juli 2022. Bijlage 3 bij deze plantoelichting.

4

Buro Antares. Grondwatermonitoring Oude Doetinchemseweg 21 te Varsseveld. KS/401685-01/30-jun-2022\Versie 1, 30 juni 2022. Bijlage 4 bij deze plantoelichting.

5

Buro Antares. Historisch vooronderzoek, Oude Doetinchemseweg 21 te Varsseveld. MST\402412\22-12-2022\Versie 1, 22 december 2022. Bijlage 5 bij deze plantoelichting. 28

grondwater aan de zuidzijde van de projectlocatie komen plaatselijk matig verhoogde concentratie koper voor, welke mogelijk zijn veroorzaakt door het jarenlange agrarische gebruik (uitrijden van mest). Voorgesteld wordt om tijdens de uitvoering van een bodemonderzoek op de bedrijfslocatie van de Oude Doetinchemseweg 21 een aanvullend grondwateronderzoek uit te voeren. Asfaltonderzoek Uit het asfaltonderzoek blijkt dat de asfaltverharding ter plaatse van de zijweg van de Oude Doetinchemseweg, ten westen gelegen van het bedrijfspand op nr. 21, geheel als teerhoudend asfalt beschouwd moet te worden. Ter plaatse van de Oude Doetinchemseweg zelf blijkt dat alleen de onderlaag (oppervlakbehandeling) uit kern 301 teerhoudend is. Het overige asfalt is niet teerhoudend. Verder blijkt uit het onderzoek dat ter plaatse van kern 401 in toegangsweg naar nr. 14 de laag oppervlakbehandeling als teerhoudend beschouwd moet worden. De overige lagen kunnen als teervrij gezien worden. Het teerhoudend asfalt moet separaat gefreesd en afgevoerd worden naar een erkend verwerker. Geadviseerd wordt om, nadat het ontwerp voor de toekomstige situatie definitief is, een freesplan van de reconstructiewerkzaamheden op te stellen. Funderingsonderzoek Uit het funderingsonderzoek blijkt dat onder het asfalt van de Oude Doetinchemseweg en de toegangsweg naar nr.

14 een fundering bestaande uit menggranulaat aanwezig is. Onder het asfalt van de zijweg van de Oude Doetinchemseweg is een fundering bestaande uit slakken aanwezig. Uit de analyseresultaten blijkt dat het funderingsmateriaal in aanmerking komt voor hergebruik. De gemeten gehalten overschrijden de maximale emissie- en samenstellingswaarde uit de regeling bodemkwaliteit niet. Tevens is alleen ter plaatse van de toegangsweg naar nr. 14 een licht verhoogde concentratie aan asbest gemeten (5,1 mg/kg ds.). Het gemeten gehalte is ruim beneden de grenswaarde voor nader asbestonderzoek gelegen (50 mg/kg ds). Aanvullend asbestonderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Wel moet men tijdens werkzaamheden in het funderingsmateriaal alert blijven op eventuele aanwezigheid van eventuele ‘dumps’ met asbesthoudend materiaal. Uit het waterbodemonderzoek blijkt dat het aanwezige slib in de watergang ten westen van de zijweg van de Oude Doetinchemseweg (watergang 2) afgevoerd moet worden naar een erkend verwerker. Om afvoer mogelijk te maken moet het slib nog aanvullend onderzocht worden op PFAS. Verder moet voorafgaand aan het werk een werkplan opgesteld worden. Het overige aanwezige slib in watergang 1 en 3 kan worden hergebruikt of worden verspreid op het aangrenzende perceel.

Grondwatermonitoring Oude Doetinchemseweg 21 Omdat het merendeel van de peilbuizen niet meer aanwezig is, kan op dit moment nog geen uitspraak gedaan worden omtrent de omvang en de verdere verspreiding van de VOCl-verontreiniging in het grondwater, waardoor er ook geen beoordeling kan plaatsvinden omtrent eventuele risico’s. Geadviseerd wordt om nieuwe peilbuizen machinaal te laten herplaatsen om zo de verontreinigingscontouren nader te onderzoeken. In bijlage 7 van de monitoring is een tekening weergegeven met een onderzoeksvoorstel voor nieuw te plaatsen peilbuizen.

29

In de resultaten van vorig onderzoek is opgevallen dat in het grondwater ook sterke verhoogde concentraties 1,1-dichlooretheen zijn gemeten. Echter komt deze parameter niet meer standaard voor in het VOCl-analysepakket, waardoor deze niet meegenomen is in onderhavig onderzoek. Voorgesteld wordt om bij het nader onderzoek van het grondwater deze component alsnog mee te nemen, om vast te kunnen stellen of de sterke verontreiniging mogelijk afgenomen of verplaatst is. Ten slotte is in peilbuis 515 een sterke verontreiniging van minerale olie aangetroffen op een diepte van 7,00 tot 8,00 m-mv. Het freatisch grondwater (2,00-3,00 m-mv) is niet onderzocht, mogelijk dat hierin nog hogere concentraties aan minerale olie voorkomen, omdat minerale olie lichter is dan water en niet wegzakt in de diepte. Aangezien de concentratie de interventiewaarde overschrijdt, wordt geadviseerd om nader bodem- en grondwateronderzoek uit te voeren. Historisch vooronderzoek Oude Doetinchemseweg 21 te Varsseveld Uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie vanaf de jaren ’50 bedrijvigheid plaatsvindt. In de jaren ’80 is het bedrijfspand flink uitgebreid. Op de locatie heeft eerst een motorenfabriek gezeten. Later is dit gewijzigd in de productie van metaalproducten en -onderdelen die werden toepast in de assortimentsartikelen voor werk en winkel, ofwel de kantoor- en winkelinrichting.

In 2004 en 2006 zijn de bedrijfsactiviteiten gestaakt, waarna het pand door verschillende ondernemingen is gebruikt. Er zijn geen hinderwet- en/of milieuvergunningen aangetroffen van de activiteiten in de periode 20062022. Wel zijn enkele meldingen in het kader van het activiteitenbesluit ingezien. In deze laatste periode hebben meerdere bedrijven het pand gebruikt waaronder een dakdekker en een metaalbewerker. Uit de bekende bodemonderzoeken en de beschikbare vergunningen blijkt dat de volgende verdachte deellocaties binnen de locatie aanwezig zijn: a De voormalige ondergrondse brandstoftanks (3 stuks, reeds verwijderd); b Onderzoek nabij lozingspunt (onderzoek 1991, boring 08) verdachte stoffen: zink, benzo(a)pyreen, lood, naftaleen, chroom, koper en PAK; c Grondwateronderzoek zuidwestzijde van het bedrijfspand. In 1991 zijn verhoogde concentraties niet gechloreerde zwaardere koolwaterstoffen en minerale olie in de peilbuizen 14 en 19 gemeten. Zover als bekend is dit niet verder onderzocht; d Actualiserend onderzoek contour minerale olieverontreiniging nabij inpandige HBO tanks; e Actualiseren onderzoeksgegevens VOCL-verontreiniging (grond en grondwater); f Nader onderzoek: in peilbuis 515 (7,0-8,0 m-mv) is een sterk verhoogde concentratie aan minerale olie gemeten.

De omvang in de grond en het grondwater dient nader onderzocht te worden; g Bebouwing daterend jaren ‘50, kolenopslag, montage afdeling, brandstof kachel; h Oude spuitlijn, opslag lakken en drooglijn; i Montage, magazijn en emballage lijn; j Overig terrein (buiten incl. woonhuis). Voor de locatie is geen directe aanleiding gevonden voor het gebruik van PFAS houdende producten. Geadviseerd wordt om de verdachte deellocaties te onderzoeken op PFAS. Op deze manier is voor de afvoer van eventuele verontreinigde grond het gehalte aan PFAS bekend.

30

Conclusie De locatie Oude Doetinchemseweg 21 vraagt om nader onderzoek, dit nader onderzoek wordt uitgevoerd door de eigenaar. Momenteel is de locatie Oude Doetinchemseweg 21 nog niet geschikt voor de toekomstige functie wonen. Het nader onderzoek en sanering wordt in een later deel van het proces uitgevoerd. Voor de overige gronden binnen De Tuit vormt het aspect bodem geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.3

Geluid Algemeen De mate waarin het geluid onder andere gevoelige functies mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het bestemmingsplan moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals woningen, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Wegen met een maximale snelheid van 30 km/uur zijn formeel uitgesloten van akoestisch onderzoek. Toetsing In het kader van de te doorlopen juridisch-planologische procedure is onderzoek noodzakelijk naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai, zodoende is er een akoestisch onderzoek6 uitgevoerd. Onderstaande afbeeldingen laten de nummering van de woongebieden en de vertaling naar het akoestisch rekenmodel zien.

6

SAB. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, De Tuit. 210451, 10 november 2023. Bijlage 6 bij de plantoelichting. 31

Nummering woongebieden, in blauw voorgenomen nieuwe komgrenzen (bron: SAB, blz. 3 uit het akoestisch onderzoek)

32

3D-weergave akoestisch model (bron: SAB, blz. 4 uit het akoestisch onderzoek)

Op basis van dit onderzoek, waarbij is getoetst op de randen van de woongebieden en (waar relevant) het stedenbouwkundig plan, kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Rijksweg A18 De maximale geluidbelastingen voor woongebieden 4, 5 en 9-13 zijn als gevolg van de Rijksweg A18 hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Voor woongebieden 9 en 11 zijn ook waarden hoger dan de maximale ontheffingswaarde berekend. De hoogste overschrijdingen vinden plaats voor de (beoogde) woningen aan de noordwestelijke grens van het plangebied. Bij toetsing op het stedenbouwkundig plan zijn voor alle gebouwen echter ook gevelgeluidbelastingen waarneembaar die de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Hiermee wordt een acceptabel woon- en leefklimaat gewaarborgd. In woongebied 9 en 11 moeten aan de gevels langs de A18 dove gevels worden toegepast, voor de woongebieden 1-13 moeten hogere waarden worden aangevraagd. Twente Route N18 De maximale geluidbelastingen voor woongebieden 1-13 zijn als gevolg van de Twente Route N18 hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Voor woongebieden 1-5 en 9 zijn ook waarden hoger dan de maximale ontheffingswaarde berekend. De hoogste overschrijdingen vinden plaats voor de (beoogde) woningen aan de noordgrens van het plangebied.

Bij toetsing op het stedenbouwkundig plan zijn voor alle gebouwen echter ook gevelgeluidbelastingen waarneembaar die de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Hiermee wordt een acceptabel woon- en leefklimaat gewaarborgd. In woongebied 1, 2, 3, 4 en 5 moeten aan de gevels langs de N18 dove gevels worden toegepast, voor de woongebieden 1-13 moeten hogere waarden worden aangevraagd.

33

Doetinchemseweg De maximale geluidbelastingen voor woongebieden 11 en 12 zijn als gevolg van de Doetinchemseweg (buiten bebouwde kom) hoger dan de voorkeursgrenswaarde, de maximale geluidbelastingen voor woongebieden 13-15 zijn als gevolg van de Doetinchemseweg (binnen bebouwde kom) hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Er zijn echter geen geluidbelastingen hoger dan de maximale ontheffingswaarde berekend. De hoogste overschrijdingen vinden plaats voor de (beoogde) woningen grenzend aan de weg. Bij toetsing op het stedenbouwkundig plan zijn voor alle gebouwen echter ook gevelgeluidbelastingen waarneembaar die de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Hiermee wordt een acceptabel woon- en leefklimaat gewaarborgd. Voor de woongebieden 11 en 12 moeten hogere waarden worden aangevraagd. Voor woongebieden 13-15 is een hogere grenswaarde aanvraag procedure niet van toepassing aangezien dit geen volgens de Wgh gezoneerde weg betreft. Buulsdijk Als gevolg van de 60 km/uur en 30 km/uur delen van de weg Buulsdijk wordt de (gehanteerde) voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. Er wordt daardoor voldaan aan de Wgh en er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Tuitstraat Als gevolg van de 60 km/uur en 30 km/uur delen van de weg Tuitstraat wordt de (gehanteerde) voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden.

Er wordt daardoor voldaan aan de Wgh en er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Smoddedijk Als gevolg van de 60 km/uur weg Smoddedijk wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. Er wordt daardoor voldaan aan de Wgh. Nieuwe wegen in het plangebied Als gevolg van de nieuwe 30 km/uur wegen in het plangebied vinden er overschrijdingen plaats van de gehanteerde voorkeursgrenswaarde van 48 dB bij de woongebieden 2, 3, 5, 10, 13, 16 en 17. Voor alle overige woongebieden vinden er geen overschrijdingen plaats. Een hogere grenswaarde aanvraag procedure is niet van toepassing aangezien de nieuwe wegen geen volgens de Wgh gezoneerde weg betreffen. Oude Doetinchemseweg Als gevolg van de 30 km/uur weg Oude Doetinchemseweg wordt de gehanteerde voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. Er is daardoor sprake van een goede ruimtelijke ordening. Leeuwerikstraat Als gevolg van de 30 km/uur weg Leeuwerikstraat wordt de gehanteerde voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. Er is daardoor sprake van een goede ruimtelijke ordening.

34

De Vloglanden Als gevolg van de 30 km/uur weg De Vloglanden wordt de gehanteerde voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. Er is daardoor sprake van een goede ruimtelijke ordening. Hogere waarden Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn onderzocht, maar stuiten op bezwaren van financiële, landschappelijke, civieltechnische en stedenbouwkundige aard. Hogere grenswaarden zijn daarom benodigd ten gevolge van de gezoneerde wegen A18, N18 en Doetinchemseweg. De dove gevels zijn niet voor de volledige gevels benodigd maar uitsluitend voor de verdiepingen waar de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. Op rood gemarkeerde gevels moet de hele gevel doof zijn. Hier is geen hogere grenswaarde mogelijk. Ongemarkeerde zijgevels hebben wel een hogere grenswaarde nodig.

Dove gevel markering, rood: hele gevel doof

Er is reeds aangetoond dat voor de woningen waar dove gevels noodzakelijk zijn er ook een geluidluwe gevel kan worden gerealiseerd. Zo wordt een goed woon- en leefklimaatgewaarborgd. De hoogste aan te vragen grenswaarden per woongebied op basis van een maximaal planologische toetsing zijn weergegeven in onderstaande tabel. Er is ook een indicatie gegeven van het aantal panden dat binnen het woongebied in een gebied met een hogere waarde ligt. Hoogste aan te vragen hogere grenswaarden per woongebied Woongebied 1 2 3

Aan te vragen hogere

Indicatie aantal panden

Overschrijding voor-

grenswaarde in dB 53 53 53

hogere grenswaarde 12 15 4

keurswaarde door weg N18 N18 N18

35

Woongebied 4 5 6 7 8 9

10

11

12

13

Aan te vragen hogere

Indicatie aantal panden

Overschrijding voor-

grenswaarde in dB 53 53 53 53 52 53 52 53 53 52 53 53 52 52 51 51 53 50 53 50 49 50 49 51 50 49

hogere grenswaarde 10 8 20 10 10 5 2 1 2 3 35 6 1 6 6 4 15 15 20 5 4 10 12 7 12 20

keurswaarde door weg A18 N18 A18 N18 N18 N18 N18 N18 N18 N18 A18 N18 N18 A18 A18 N18 A18 N18 Doetinchemseweg A18 N18 Doetinchemseweg A18 N18 N18 N18

De Doetinchemseweg (binnen bebouwde kom) en de noordelijke nieuwe toegangsweg betreffen volgens de Wgh niet-gezoneerde 30 km/uur wegen waarvoor een hogere grenswaarde niet van toepassing is. Cumulatie en nadere maatregelen bij de ontvanger Voor onderhavig plan is bij maximaal planologisch toetsen een hoogste gecumuleerde geluidbelasting waarneembaar van 65 dB, exclusief aftrek artikel 110g Wgh. De cumulatieve geluidsbelasting kan op basis van een goede ruimtelijke ordening van belang zijn voor de berekening van de vereiste gevelisolatie. Volgens het Bouwbesluit 2012 moet ter indicatie een akoestische binnenwaarde van 33 dB bij wegverkeerslawaai worden gegarandeerd. Het Bouwbesluit schrijft voor dat de karakteristieke geluidwering van de gevel minimaal 20 dB bedraagt. Dit houdt in dat mogelijke nadere gevelmaatregelen zijn benodigd bij gevelgeluidbelastingen vanaf 53 dB, exclusief aftrek artikel 110g Wgh. Bij elk woongebied waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, is op alle toetspunten de gecumuleerde geluidbelasting minstens 56 dB bij maximaal planologisch toetsen. Hierdoor zijn er op basis van het meest recente stedenbouwkundige plan 269 woningen (alle panden ten noorden van de Doetinchemseweg) waarvoor mogelijke nadere gevelmaatregelen benodigd zijn.

Omdat hierbij maximaal planologisch is getoetst, zijn de afschermende en dempende werking van gebouwen en schermen in het plangebied niet meegenomen. In werkelijkheid zal de gecumuleerde geluidbelasting op de woningen dus lager uitkomen. Vooral de woningen in gebieden 6, 7, 8, 10, 12 en 13 zullen door de woningen in de overige gebieden afgeschermd worden. Bij de aanvraag van een ‘Omgevingsvergunning bouwen’ dient in ieder geval door middel van een aanvullend bouwakoestisch 36

onderzoek te worden aangetoond dat de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012 wordt gehaald voor de nieuwe woningen. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.4

Luchtkwaliteit Algemeen Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2. Ze vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 moet het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO 2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4726/documents/28956