Bijlage 1 bij rv_Regels bestemmingsplan De Tuit incl bijlagen_050324.pdf
Tekst van het document
Op de kaart Groenelementen (pagina hiernaast) zijn nu zones aangegeven waarin uiteindelijk bepaalde groenelementen worden aangelegd. Het gaat dan om de elementen ‘poel’, ‘haag’, ‘struiken’, ‘ruigtekruiden’, ‘kruidenrijk gras’ en ‘kort gemaaid gras’. Ook is op deze kaart aangegeven waar nieuwe bomen worden gerealiseerd en waar de gehandhaafde bomen staan. Hoe de bomen gepositioneerd zijn, ook in combinatie met struiken, zorgt ook voor de groenelementen ‘bomenrij’, ‘houtsingel’ en ‘bosje’. De tabel op pagina 19 geeft de habitateisen van de betreffende soorten weer en wat de belangrijkste elementen zijn om hier voor te zorgen. Met de aanleg van alle groenelementen op de kaart aangegeven plekken wordt voldoende en geschikt leefgebied geborgd voor de in het plangebied aanwezige beschermde soorten. De Kansenkaart ecologie vat samen wat het resultaat zal zijn voor de natuur als het groene raamwerk wordt aangelegd zoals is weergegeven op de kaart Groenelementen en andere natuurmaatregelen worden uitgevoerd. Zo wordt bijvoorbeeld verbeeld dat geen kunstmatige verlichting in het groene raamwerk wordt gerealiseerd, behalve waar noodzakelijk speciale vleermuisvriendelijke verlichting. Ook
16
Groenelementen
Kort gemaaid gras Kruidenrijk gras
Haag
Ruigtekruiden
Bomen handhaven
Nieuwe boom
Struiken Poel 17
Groenelementen
Struiken Poel
Kort gemaaid gras
Kruidenrijk gras Bomenrij
Ruigtekruiden
Haag laag
Houtsingel
Haag hoog
Solitaire boom
18
Bosje
Overzichtstabel habitateisen per diersoort
Voedsel
Leefgebied / Jachtgebied Nesten & verblijfplaatsen
Belangrijkste groenelementen
• • • • •
veldmuizen kleine zoogdieren kleine vogels grote insecten regenwormen
kleinschalig agrarisch cultuurlandschap
•
kleinschalig agrarisch cultuurlandschapbroedt in gebouwen en nestkasten
• • • •
houtsingels ruigtekruiden kort gemaaid gras struiken
KERKUIL
• • •
veldmuizen spitsmuizen woelmuizen
halfopen tot open cultuurlandschap: • open veld • afwisseling kort gras met kruidenrijke randen, houtwallen, heggen & bosjes, braakliggende akkers, ruigte gras & wegbermen
geen maatregelen treffen vanwege mogelijk conflict met steenuil
• • •
ruigtekruiden houtsingel kort gemaaid gras
zangvogels van open land libellen vliegende mieren
open en halfopen land
BOOMVALK
• • •
• • •
halfopen bos bosranden solitaire bomen of singels
• • •
poel ruigtekruiden houtsingel
BUIZERD
• • •
muizen andere kleine knaagdieren eventueel: konijnen, mollen, eekhoorns
gevarieerd gebied: • bossen • open plekken • weilanden • houtwallen & singels • akkers
vanwege drukte niet te verwachten in plangebied
• • •
bosje houtsingel ruigtekruiden
•
kleine insecten
•
holtes & kieren in gebouwen en bomen
• • • •
bomenrij bosje kruidenrijk gras poel
• • •
bomenrijen houtsingels en -wallen kruidenrijk grasland
• • • •
bosje houtsingel haag kort gemaaid gras
STEENUIL
GEWONE DWERGVLEERMUIS
•
•
grote insecten (zoals kevers)
LAATVLIEGER
DAS
• •
• • • • • •
regenwormen vruchten noten (eikels) knollen knaagdieren kevers
• • •
•
afwisseling van bomen, struiken en kruidenrijk groen oevers & open water
kruidenrijk land omringd met bomen windluwe stukken
kleinschalige akkers & weides bosjes, heggen & houtwallen (geleiding) structuurrijke vegetatie
19
• • • •
bosranden hoogliggend houtwallen heggen
Kansenkaart ecologie
Maatregelen steenuil Leefgebied/jachtgebied & broedgebied Maatregelen kerkuil Leefgebied/jachtgebied Maatregelen boomvalk Leefgebied/jachtgebied Maatregelen buizerd Leefgebied/jachtgebied Maatregelen vleermuis Bestaande vleermuisroute Versterken / aanhelen vleermuisroute Vleermuisvriendelijke verlichting verplichte verblijven gewone dwergvleermuis in gebouwen Maatregelen das Versterken route Maatregelen amfibieën Poelen (tijdelijk of permanent watervoerend) Natuurinclusieve inrichting woonvelden (locaties indicatief) Nestvoorzieningen
20
Bomen
Bestaande bomen (te behouden) Nieuwe bomen (soort nader te bepalen) Nieuwe bomen (groot aanplanten, soort nader te bepalen)
21
Ontsluiting Autoverkeer
Autoverkeer Doodlopend of inrit parkeervoorziening Varsseveld
Komgrens
22
Ontsluiting langzaam verkeer (fietsers en voetgangers)
Trottoir Parkpaden Fiets-wandelverbinding (incl. Oude Doetinchemseweg) Fietspaden Fietsstroken (Doetinchemseweg, fietsen over rijbaan) 23
Parkeren
Parkeren langs straat (halfverhard, mogelijkerwijs waterdoorlatend of soortgelijk) Parkeren langs straat (verhard, mogelijkerwijs waterdoorlatend of soortgelijk) Parkeren in parkeerhof (halfverhard, mogelijkerwijs waterdoorlatend of soortgelijk) Parkeren op eigen terrein (achter elkaar) Parkeren op eigen terrein (naast elkaar)
24
In Bijlage 1 is de parkeerbalans weergegeven
25
Programma
Huur sociaal, rijwoning 4,2m
Betaalbare koop, rijwoning 5,4m
Betaalbare koop, appartementen
Huur sociaal, levensloopbestendig
Betaalbare koop, rijwoning 5,4m
Duur, rijwoning 6,0m, hoek of rij
Huur sociaal, appartementen
Betaalbare koop, rijwoning 5,4m (ca. 2m zijtuin)
Duur, 2^1-kap
Huur midden
Betaalbare koop, rijwoning hof
Duur, 2^1-kap of patio
Koop goedkoop, rijwoning
Betaalbare koop, appartementen hof
Duur, vrijstaand
Koop goedkoop, rug aan rug
Betaalbare koop, levensloopbestendig
Duur, appartementen hof
26
Een mix aan woningen Het woningbouwprogramma voor De Tuit bestaat in totaal uit 566 woningen, waarvan 269 in het noordelijk deel en 297 in het zuidelijk deel. De woningtypologieën zijn zeer uiteenlopend qua grootte en segment. Zo zijn er vrijstaande woningen, tweeonder-één-kapwoningen, rijwoningen, starterswoningen, levensloopbestendige woningen en rug aan rug woningen. Daarnaast bevinden zich op een aantal markante locaties in het plangebied accenten of bijzondere woningtypologieën. De entree van de wijk wordt zowel aan de noord- als de zuidzijde gemarkeerd door een appartementengebouw. Daarnaast bevindt zich in de landschappelijke zone aan de noordzijde een tweetal objecten die bestaan uit hofwoningen (appartementen en reguliere woningen). Deze objecten zijn onderdeel van het landschap en vormen hierdoor een aanvulling op het woningaanbod. Om de identiteit van de verschillende woonmilieus te versterken en van elkaar te onderscheiden, wordt er ingezet op een rijke variatie in de uitwerking van de woningen. In het landelijke dorpse woonmilieu aan de voorzijde zijn bijvoorbeeld sobere verandawoningen te vinden en in het dorpse woonmilieu juist vele afwisselingen tussen kapvormen en gevelafwerkingen. Ook qua hoogtes wordt er ingezet op variatie om bepaalde markante plekken in De Tuit extra te accentueren.
De twee appartementengebouwen nabij de nieuwe rotonde zijn 3 tot 5 bouwlagen hoog (zie pagina 28) om zo te entree van De Tuit te verbijzonderen. Daarnaast hebben de woningen die direct aan het plein staan in het dorpse woonmilieu een hogere goot, net als de woningen die in het landelijk dorpse woonmilieu de entree accentueren. Bij de boerenerven aan de zuidzijde van het plangebied is het kansrijk om gebakken materialen uit de omgeving te hergebruiken. Hierdoor krijgen de erven een authentieke sfeer en wordt de identiteit van de boerenerven versterkt. Om de gewenste kwaliteit te realiseren, dient er bij de uitwerking van de woningen afstemming te zijn tussen zonnepanelen en het dakvlak. Eenduidigheid en rust is hiervoor het uitgangspunt.
Wonen aan het groen
Hofwoningen als architectonisch object
Schuurwoningen op het erf
27
Bouwhoogten
Maximaal 1 laag plus kap
Maximaal 2 lagen
Maximaal 2 lagen plus kap
Maximaal 3 lagen
Maximaal 2 lagen plus kap (hoge goot)
Maximaal 4 lagen
Maximaal 2 lagen plus kap, minimaal aan één zijde een lage goot
Maximaal 5 lagen
28
Verbijzonderde hoeken en objecten
Ensemble boerenerven
Accent hofwoningen
Ensemble boswonen
Accent entrees
Ensemble lint
Plein
Ensemble entree Vloglanden
Hoekaccenten
Wand (geluid) 29
Kapvormen
Zadeldak
Mansarde kap
Zadeldak i.c.m. dwarskap
Schijnkap / Plat afgedekt
Samengestelde kap
Plat afgedekt
Asymmetrische kap Verandawoningen - afwijkende kap Hofwoningen - afwijkende kap 30
Erfafscheidingen overzicht
Lage haag
Kolommen
Hoge haag
Takkenril
Hekwerk met hoge begroeiing / haag
Lage boomstammen
Tuinmuur (laag en hoog) In het dorpse woonmilieu zijn hoge stenen kolommen met een haag/hek ertussen toegestaan
Voorstoepje (geen erfafscheiding)
31
openbare haag rond parkeerkoffer
Erfafscheidingen - Uitsnede Landelijk dorps wonen
Lage haag
Kolommen
Hoge haag
Takkenril
Hekwerk met hoge begroeiing / haag
Lage boomstammen
Tuinmuur
Voorstoepje (geen erfafscheiding)
32
openbare haag rond parkeerkoffer
Erfafscheidingen - Uitsnede Boswonen en Dorpswonen
Lage haag
Kolommen
Hoge haag
Takkenril
Hekwerk met hoge begroeiing / haag
Lage boomstammen
Tuinmuur (laag en hoog) In het dorpse woonmilieu zijn hoge stenen kolommen met een haag/hek ertussen toegestaan
Voorstoepje (geen erfafscheiding)
33
openbare haag rond parkeerkoffer
34
35
Hoofdsystematiek verharding en profielen
Asfalt en voormalige (ontsluitings)straten
Parkeerplaats parkeerhof
Voormalig laantje
Rijbaan Parkeerhof
Rijbaan Landelijk Dorps
Trottoir Landelijk Dorps
Rijbaan Dorps Wonen
Trottoir Dorps Wonen
Verblijfsruimte boerenerven 36
Verkeersfuncties in de openbare ruimte De openbare ruimte in De Tuit is afwisselend per sfeergebied, maar kent ook een eenduidige duidelijke systematiek en herkenbaarheid. De hoofdontsluitingswegen van zowel het noordelijk als zuidelijk deel heeft vanaf de rotonde een breder straatprofiel in een groene omgeving. De hoofdontsluitingswegen veranderen in het plan geleidelijk in woonstraten waarbij er afwisselingen zijn tussen een begeleiding van groen aan één zijde (langs de randen) en door bebouwing aan beide zijden (centraal in het plan). In het dorpse sfeergebied hebben de woonstraten (dorpsstraten) een afwijkende kleur om zo de identiteit van dit deelgebied te versterken. De boerenerven vormen qua openbare ruimte afwijkende ensembles en hierdoor een verrijking voor de wijk. Op de volgende pagina’s zijn verschillende profielen weergegeven die de systematiek en kenmerken van de verschillende straten duiden.
Hoofdontsluiting in een groene omgeving, uitgevoerd in elementenverharding van gebakken materiaal
Woonpaden
Nuanceverschillen in kleurgebruik in het straatprofiel (rijbaan vs trottoir)
Parkpaden
37
Principeprofiel 1 - Hoofdontsluiting zuidzijde nader uit te werken in het inrichtingsplan
Principeprofiel 2 - Hoofdontsluiting noordzijde nader uit te werken in het inrichtingsplan
2
1
38
e
39
Principeprofiel 3 - Dorpse straat (dorps wonen) nader uit te werken in het inrichtingsplan
Principeprofiel 4 - Pleintje (dorps wonen) nader uit te werken in het inrichtingsplan
3
5 4
40
Principeprofiel 5 - Dorpse straat entree Vloglanden (dorps wonen) nader uit te werken in het inrichtingsplan
41
Principeprofiel 6 - Woonstraat (landelijk dorps wonen) nader uit te werken in het inrichtingsplan
Principeprofiel 7 - Woonstraat (landelijk dorps wonen) nader uit te werken in het inrichtingsplan
7
6
8
9
42
Principeprofiel 8 - Woonstraat (landelijk dorps wonen) nader uit te werken in het inrichtingsplan
Principeprofiel 9 - Woonstraat (landelijk dorps wonen) nader uit te werken in het inrichtingsplan
43
Spelen
Buurtspeelplek Dorpsspeelplek Kleine speelplek
44
Verlichting (locaties indicatief)
Reguliere verlichting Reguliere verlichting (Diervriendelijk) Verlichting Doetinchemseweg Verlichting parkeerhoven
45
Trafo’s (indicatieve locaties)
Trafo’s dienen niet dominant aanwezig te zijn in het openbaar gebied en worden daarom geplaatst in de parkeerhoven of op de hoeken van kavels in de achtertuin en/of zijtuin.
46
Afwatering (indicatief)
deelgebieden of “drainage bekkens” wadi / greppel watergang
47
48
Beeldkwaliteit Dorpswonen
In het dorpse woonmilieu toont de bebouwing zich in kromme en geknikte woonstraten met afwisselende typologieën. De woningen hebben verschillende gevelindelingen en zijn verrijkt met details die passen bij de dorpse Achterhoekse identiteit. Een intiem en kleinschalig straatbeeld wordt gecreëerd door verspringingen in de rooilijn en afwisselingen tussen voortuinen met hagen, muurtjes en voorstoepjes. De aanwezigheid van gebouwde erfafscheidingen, een centrale pleinruimte en afwisselingen tussen groen en verharding zorgt voor de gewenste dorpse sfeer. Beeldkwaliteit openbare ruimte De inrichting van de openbare ruimte vraagt specifieke eisen om de gewenste dorpse sfeer te kunnen realiseren.
Dorpse identiteit
Het dorpspleintje Het belangrijkste element in de openbare ruimte van het dorpse deel is het centraal gelegen dorpspleintje. De inrichting is afwijkend ten opzichte van de directe omgeving waardoor het pleintje extra bijzonder wordt in het plan qua verschijningsvorm. Er is ruimte voor groen met diverse bomen, maar ook ruimte voor sociale activiteiten op het verharde plein. Het dorpspleintje zal hierdoor fungeren als dé centrale ontmoetingsplek. De aanwezige bomen zullen voor schaduw zorgen en hittestress voorkomen. Om de dorpse sfeer te versterken, zijn inrichtingselementen zoals een waterpomp een wenselijke aanvulling. Het pleintje wordt ook gebruikt voor waterberging. Daarom ligt het pleintje iets lager dan de omgeving. Het pleintje kan bij extreme regenval dus tijdelijk onder water komen te staan. Dat heeft overigens ook een educatieve functie. Aan het pleintje staat een voornaam huis (driekapper) die de blikvanger is van het woonmilieu (zie pagina 50). Voor deze woningen staan leilinden om het aanzicht en de beleving te verbijzonderen. • Materialisatie: de omranding van banden is breed en kan worden gebruikt als zitelement. Het plein zelf bestaat uit kasseien, grote pleintegels of Achterhoeks padvast.
Op het plein zijn verhoogde plantvakken opgenomen (met rondom weer een band, welke gebruikt kan worden als zitelement), waar ook de beoogde bomen in zijn opgenomen; • Kleur: grijs-antraciet bij verhard materiaal, grijs of geel bij halfverharding;
Ontmoetingsplein
Rijbaan • Materialisatie: gebakken klinker; • Kleur: rood, rood/bruin; • Band: grijs-antraciet;
Voortuinen in een dorpse setting (parkeren in genuanceerde kleuren als onderdeel van de bestrating)
Trottoir • Materialisatie: gebakken klinker; • Kleur: rood, rood/bruin, mag iets genuanceerd afwijken van rijbaan; 49
5
4 3
2
1
9
6 10
4 8
7 8
1
Rijbaan: gebakken klinker rood, rood/bruin
6
Dorpspleintje: kasseien, grote pleintegels grijs-antraciet of halfverharding grijs of geel
2
Trottoir: gebakken klinker rood, rood/bruin
7
Achterpaden: dubbelklinker, grijs
3
Langsparkeren: gebakken klinker donkerrood, bruin
8
Parkeerplekken: halfverharding / grastegels + Rijbaan: betonklinker, groen/grijs
4
Dorpspad en Dorpssteeg: gebakken klinker bruin + kasseien
9
Kruidenrijk gras
5
Inritten: gebakken klinker rood, rood/bruin
10
Leilinden langs voornaam huis (driekapper)
50
Rijbaan - dorpssteeg en dorpspad • Materialisatie: gebakken klinker en kasseien. Mogelijkerwijs worden waterdoorlatende klinkers toegepast of klinkers met soortgelijke klimaatadaptieve eigenschappen (nader uit te werken in het inrichtingsplan).; • Kleur: bruin (klinker); Inritten • Materialisatie: gebakken klinker; • Kleur: rood, rood/bruin; Langsparkeren straten • Materialisatie: gebakken klinker. Mogelijkerwijs worden waterdoorlatende klinkers toegepast of klinkers met soortgelijke klimaatadaptieve eigenschappen (nader uit te werken in het inrichtingsplan). De parkeervakken zijn opgenomen in het vlak van het trottoir, zie referentie op vorige pagina; • Kleur: donkerrood of bruin in de reguliere straten, grastegels bij de dorpssteeg, type nader te bepalen;
Verspringingen en variatie in architectuur
Parkeerhoven - rijbaan • Materialisatie: betonklinker of gebakken klinker. Mogelijkerwijs worden waterdoorlatende klinkers toegepast of klinkers met soortgelijke klimaatadaptieve eigenschappen (nader uit te werken in het inrichtingsplan).; • Kleur: nader te bepalen; Parkeerhoven - parkeerplekken • Materialisatie: halfverharding / grasbetontegels / danwel combinatie, type nader te bepalen; • Indien elektrisch laden serieuze vormen aanneemt, dient het plaatsen van voorzieningen in lijn te zijn met de Laadvisie van de gemeente;
Expressieve hoekwoningen met verbijzonderde raampartijen
Parkeerhoven - trottoir/achterpaden • Materialisatie: dubbelklinker, materiaal nader te bepalen; • Kleur: grijs; Nutsvoorzieningen • Nutsvoorzieningen van enig formaat passen naadloos in het straatbeeld, bij voorkeur achter de rooilijnen van de woningen, bijvoorbeeld in een zijtuin of de hoek van een achtertuin of in een parkeerhof. Voorkomen moet worden dat groenvoorzieningen worden geblokkeerd door dergelijke voorzieningen. De nutsvoorzieningen krijgen in deze buurt ook een baksteen architectuur; Dorpse architectuur met rijke detaillering Installaties (bijvoorbeeld warmtepomp, airconditioning) • Het uitgangspunt voor het plaatsen van installaties, zoals warmtepompen en airconditioning, is dat deze niet zichtbaar zijn vanaf openbaar gebied; • Installaties staan op de grond en domineren niet het straatbeeld; 51
Principes bebouwing en openbare ruimte
1
2 3
5
6 4
7
9
8
1
maximaal 2 lagen plus kap
2
langere rijtjes, maar met gevelverspringing
3
langskap en dwarskap
4
afwisselend straatbeeld
5
dorpse straatinrichting
6
combinatie van lage hagen, muurtjes en voorstoepjes
7
kolommen
8
doorlopende haag
9
groen parkeerhof
52
Beeldkwaliteit bebouwing De nieuwe bebouwing in dit woonmilieu dient zich op passende wijze te verhouden tot de karakteristieken van een historische dorpskern. Dat leidt tot de onderstaande voorschriften:
•
1. Woningtype • Grondgebonden woningen; • Appartementen;
•
2. Indeling op de kavel • De diepte van de voortuinzone is verschillend van kleine geveltuinen/voorstoepjes tot grote voortuinen, passend bij een dorpse identiteit (zie stedenbouwkundig plan en erfafscheidingen); • Verspringingen in de rooilijn zorgen voor de gewenste kleinschaligheid en een gevarieerd straatbeeld;
voorzijde van de woning. Dit is ook weer om de beoogde kleinschaligheid te bevorderen. Zie stedenbouwkundige plankaart; Bij de entree van de buurt wordt de hoek extra geaccentueerd, door minimaal 2 dwarskappen, maar aanvullende accenten zoals een erker/zij-entree/ raampartijen zijn wenselijk; Zonnepanelen dienen zich op passende wijze te verhouden tot de architectuur van de woningen. Ligging, positie en kleur dienen hierbij afgestemd te worden. Belangrijk is dat de verhouding tussen het dakvlak en de zonnepanelen zodanig wordt afgestemd, waardoor er eenduidigheid en rust ontstaat. Ook in relatie tot de dakramen;
5. Entree tot de woning • Entrees bevinden zich in het hoofdvolume en mogen daarbij willekeurig gepositioneerd om de gewenste variatie in het straatbeeld te realiseren. Herhalende ritmiek in de positionering van de entrees moet worden voorkomen; • Entrees zijn expressief vormgegeven en worden verrijkt door het toepassen van bijvoorbeeld raampartijen, verbijzonderd metselwerk of een omlijsting/kader;
3. Materialisering en kleur • De woningen worden uitgevoerd in metselwerk (hoogwaardige baksteen) in genuanceerde lichte aardetinten, rood tot rood-bruin. Uitzonderlijk mogen een aantal woningen wit gekeimd worden uitgevoerd, maar dit voert expliciet niet de boventoon; • De daken zijn voorzien van een traditionele dakpan in een antraciete kleur. Enkele afwisselingen in kleur binnen dit woonmilieu is een vereiste, waarbij verschil ook binnen een aaneengesloten bouwblok wenselijk is;
6. Erfafscheidingen • Een afwisseling in erfafscheidingen in de voortuinzone is het uitgangspunt. Er is een variatie tussen lage hagen, lage tuinmuren en voorstoepjes (geen fysieke erfafscheiding). Woningen waarbij de voortuin omzoomd wordt door een lage haag hebben ook een lage haag op de onderlinge erfgrens; • De hoeken van de erfafscheidingen worden verbijzonderd met gemetselde kolommen die de dorpse identiteit versterken; • Sortiment van lage hagen: afwisseling van Meidoorn, Veldesdoorn, Liguster; • Sortiment van hoge hagen: afwisseling van Meidoorn, Veldesdoorn, Liguster; • Sortiment van de hoge hagen aan de parkeerhof/ achterpaden: hekwerk met een variatie aan groenblijvende klimplanten, zoals hedera;
4. Gevelindeling en kapvorm • De grondgebonden woningen bestaan uit maximaal 8 aaneengesloten woningen. Na maximaal 5 woningen wordt de gevellengte onderbroken door een verspringing en/of door een andere architectonische uitstraling en kap, waardoor de gevellengte visueel wordt onderbroken; • De woningen hebben een representatieve voorgevel en een representatieve zijgevel als deze aan de openbare ruimte grenst. De hoekwoningen worden expressief vormgegeven, waarbij in feite sprake is van twee voorgevels (voor- en zijkant); • Variatie en verbijzonderingen in metselverbanden vormen een verplicht element, bijvoorbeeld door toepassing van bloemkozijnen, verbijzonderingen rond raampartijen of rondom een entree; • Alle woningen hebben een eenduidige kap (zadeldak) waarbij hoekwoningen verbijzonderd zijn door het toepassen van een dwarskap (zie stedenbouwkundig plan voor de locaties). Willekeurig mag bij een bouwblok op enkele plekken ook een dwarskap worden gerealiseerd, mits dit bijdraagt aan het kleinschalige dorpse beeld; • Het toepassen van een asymmetrische (zadel)kap is op een aantal locaties wenselijk. De lage goot ligt dan aan de
53
7. Bergingen en garages • Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdbebouwing; • De bergingen van de rijtypes en de appartementen worden uitgevoerd in hout en zijn voorzien van een plat groen dak; • De bergingen worden 1 meter van de achtererfgrens geplaatst, zodat de haag kan groeien en er ruimte is voor het stallen van de kliko’s; • De garages van de vrijstaande woningen en de twee-onderéén-kapwoningen doen mee met de architectuur van de woningen, maar zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume. De garages en zijn voorzien van een plat dak en mogen niet in hout worden uitgevoerd;
8. Specials en architectonische verbijzonderingen • Appartementen: de appartementen hebben een belangrijke functie als herkenningspunt bij de entree van de zuidelijke helft van de wijk. De appartementen hebben een dorpse uitstraling en tonen zich als een kwalitatief geheel (het sociale deel doet niet onder aan het gedeelte met de vrije sector). Het betreft een baksteen architectuur. Wel kunnen de gebouwdelen onderling in kleur afwijken, om de kleinschaligheid te bevorderen. De kleurstelling is in afstemming met de rijwoningen. Minimaal het hoogste gebouwdeel is voorzien van een kap (lagere delen mag ook, zolang dit het gebouwensemble bevordert), welke mag worden onderbroken door gevelelementen die doorlopen tot de dakrand. De eventuele installaties op het dakvlak zijn niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, dus ook niet op enige afstand vanaf de rotonde; • Woningen aan het pleintje (driekapper): deze woningen zijn de blikvanger van het dorpse buurtje en worden aan de zijde van het pleintje begeleid door leilinden. De woningen refereren aan een voornaam huis aan een plein. De woningen zijn daarom hoger. De benedenverdieping is hoger dan gebruikelijk en/of er is een souterrain aanwezig, waarbij de voordeuren worden bereikt via trappartijen. De entree van de middenwoning is expressief vormgegeven en bevindt zich aan de voorzijde van het bouwvolume, gericht op het pleintje.
De entrees van de twee hoekwoningen bevinden zich juist aan de zijgevel om zo het bouwvolume als voornaam huis te versterken. In tegenstelling tot de overige grondgebonden woningen is deze driekapper als sterke eenheid vormgegeven. Dus geen gevelverspringingen (tenzij symmetrisch om de eenheid juist te bevorderen) of verschillende gevelindelingen en -kleuren. Daarnaast zijn dwarskappen op de hoeken niet toegestaan om het bouwvolume als eenheid te versterken, maar tevens sober te houden. In het midden van het bouwvolume is wel een ondergeschikte dwarskap denkbaar aan de voorzijde; • Hoekwoningen bij entree van de buurt: de hoekwoningen bij de entree van de buurt krijgen -zoals eerder beschreven bij de kappen- een meer expressieve uitstraling. De hoek wordt extra geaccentueerd toepassing van minimaal 2 naast elkaar gelegen dwarskappen, maar aanvullende accenten zoals een erker/zij-entree/raampartijen zijn wenselijk; • Seniorenwoningen dorpssteeg: in tegenstelling tot het overige deel van het buurtje dienen de woningen aan de dorpssteeg een meer collectieve uitstraling te hebben, zoals de eerste complexmatige arbeiderswoningen van weleer.
Informele straat met dorpse identiteit
Dorpse architectuur met rijke detaillering
Dorpse architectuur met rijke detaillering 8. Aanvullende natuurinclusieve maatregelen • Inbouwvoorzieningen vleermuizen, zwaluwen en huismussen • Optioneel: groene gevel • Optioneel: geveltuin bij de voorstoepjes 54
55
56
Beeldkwaliteit Landelijk dorps wonen
In het landelijk dorpse woonmilieu toont de bebouwing zich in een groene omgeving met een afwisselende opzet van buurtjes, bouwblokken en objecten. De verschillende landschappelijke structuren en elementen, vormen de basis voor de positionering van de bebouwingsenveloppen. Hierdoor ontstaat er een natuurinclusief afwisselend beeld met ‘‘verrassingen’’ en bijzonderheden, passend bij het beoogde Achterhoekse woonmilieu. Beeldkwaliteit openbare ruimte De inrichting van de openbare ruimte vraagt specifieke eisen om de gewenste dorpse sfeer te kunnen realiseren: Rijbaan • Materialisatie: gebakken klinker. Mogelijkerwijs worden waterdoorlatende klinkers toegepast of klinkers met soortgelijke klimaatadaptieve eigenschappen (nader uit te werken in het inrichtingsplan); • Kleur: bruin;
Landelijke buurtstraten
Trottoir • Materialisatie: gebakken klinker. Mogelijkerwijs worden waterdoorlatende klinkers toegepast of klinkers met soortgelijke klimaatadaptieve eigenschappen (nader uit te werken in het inrichtingsplan); • Kleur: geel-bruin gemêleerd; Rijbaan woonpaden • Materialisatie: kasseien, met bies van klinkers (bruin, bruin/ geel); Parkpaden in halfverharding Pleintje • Materialisatie: gebakken klinker en/of kasseien. Mogelijkerwijs worden waterdoorlatende klinkers toegepast of klinkers met soortgelijke klimaatadaptieve eigenschappen (nader uit te werken in het inrichtingsplan); • Kleur: klinkers geel-bruin gemêleerd; Inritten • Materialisatie: kasseien of grastegels; Langsparkeren en haaksparkeren straten • Materialisatie: halfverharding / grastegels, type nader te bepalen; Rijbaan Oude Doetinchemseweg • Materialisatie: (bestaand) asfalt), met een kasseien middengeleider; • Kleur: grijs-antraciet; Fietsverbinding / laantje • Materialisatie: Achterhoeks padvast of vergelijkbaar; • Kleur: geel/bruin/grijs;
Woonpaden, uitgevoerd in kasseien
57
10
9
3
3
8
7
1
5
11
4
2
12
6
1
Rijbaan: gebakken klinker bruin
7
Fietsverbinding: Achterhoeks padvast
2
Trottoir: gebakken klinker bruin
8
Landelijke parkpaden: Achterhoeks padvast of schelpenpad
3
Rijbaan woonpad: kasseien
9
Rijbaan: betonklinker, groen/grijs + Parkeerplekken: halfverharding / grastegels
4
Pleintje: gebakken klinker geel-bruin gemêleerd
10
Achterpaden: betontegel, grijs
5
Inritten: halfverharding/grastegels of kasseien
11
Kruidenrijk gras
6
Parkeerplekken: halfverharding/grastegels
12
Kort gemaaid gras
58
Landelijke parkpaden • Materialisatie: Achterhoeks padvast of vergelijkbaar; • Kleur: geel/bruin/grijs; Parkeerhoven - rijbaan • Materialisatie: betonklinker of gebakken klinker; Mogelijkerwijs worden waterdoorlatende klinkers toegepast of klinkers met soortgelijke klimaatadaptieve eigenschappen (nader uit te werken in het inrichtingsplan); • Kleur: nader te bepalen; Parkeerhoven - parkeerplekken • Materialisatie: halfverharding / grasbetontegels / danwel combinatie, type nader te bepalen; • Indien elektrisch laden serieuze vormen aanneemt, dient het plaatsen van voorzieningen in lijn te zijn met de Laadvisie van de gemeente;
Informele straten met woningen aan het groen
Parkeerhoven - trottoir/achterpaden • Materialisatie: dubbelklinker, materiaal nader te bepalen; • Kleur: grijs; Nutsvoorzieningen • Nutsvoorzieningen van enig formaat passen naadloos in het straatbeeld, bij voorkeur achter de rooilijnen van de woningen, bijvoorbeeld in een zijtuin of de hoek van een achtertuin of in een parkeerhof. Voorkomen moet worden dat groenvoorzieningen worden geblokkeerd door dergelijke voorzieningen. De nutsvoorzieningen krijgen in het landelijk dorps sfeergebied een houten bekleding (gepotdekseld zwart);
Rijloper in grastegels
Informele gebogen woonpaden
59
60
61
Principes bebouwing en openbare ruimte
Zuid (ten zuiden van Doetinchemseweg)
Noord (ten noorden van Doetinchemseweg)
1
1
Noord (ten noorden van Doetinchemseweg)
7
3
5 2 6 10
4
9
8
Zuid (ten zuiden van Doetinchemseweg)
1
maximaal 2 lagen plus kap
2
beperkte lengte rijtjes
3
langskappen
4
afwisselend straatbeeld
5
groene straatinrichting
6
lage hagen
7
verandawoningen met afwijkende kap
8
doorlopende haag
9
groen parkeerhof
10
garages en aanbouwen met kap
62
Beeldkwaliteit bebouwing 1. Woningtype • Grondgebonden woningen; • Appartementen; 2. Indeling op de kavel • Alle woningen hebben royale voortuin, waarbij de diepte verschillend kan zijn (zie stedenbouwkundig plan); • Verspringingen in de rooilijn zorgen voor de gewenste kleinschaligheid en een gevarieerd straatbeeld; 3. Materialisering en kleur • De woningen worden uitgevoerd in metselwerk (hoogwaardige baksteen) in genuanceerde lichte aardetinten tot grijs; • Een geheel houten gevelbekleding (schuurwoningen) is op enkele plekken voorstelbaar, passend bij de landelijke sfeer. Gedeeltelijke houten gevelbekleding is ook goed voorstelbaar; • De daken zijn voorzien van een traditionele dakpan in een antraciete kleur of zijn voorzien van een rieten kap (namaak riet of vergelijkbaar materiaal is niet toegestaan); 4. Gevelindeling en kapvorm • De grondgebonden woningen bestaan uit maximaal 7 aaneengesloten woningen. Na maximaal 5 woningen wordt de gevellengte onderbroken door een verspringing en/of door een andere architectonische uitstraling en kap, waardoor de gevellengte visueel wordt onderbroken; • De woningen hebben een representatieve voorgevel en een representatieve zijgevel als deze aan de openbare ruimte grenst; • Bepaalde woningen in het noordelijk deel (ten noorden van de Doetinchemseweg) zijn voorzien van een veranda, passend bij de beoogde landelijke sfeer.
Deze verandawoningen hebben een afwijkende kap (knik aan voorzijde), waardoor deze woningen de identiteitsdragers vormen van het noordelijk deel (zie stedenbouwkundig plan, opgenomen is een minimum aantal, er mogen meer woningen met veranda worden gerealiseerd); • De woningen zijn sober gedetailleerd, passend bij de landelijke sfeer; • Alle woningen hebben een kap (zadeldak) waarbij de hoekwoningen van de rijen niet verbijzonderd worden, maar ingetogen blijven. Dwarskappen zijn in de basis daarom niet toegestaan; • Zonnepanelen dienen zich op passende wijze te verhouden tot de architectuur van de woningen. Ligging, positie en kleur dienen hierbij afgestemd te worden. Belangrijk is dat de verhouding tussen het dakvlak en de zonnepanelen zodanig wordt afgestemd, waardoor er eenduidigheid en rust ontstaat. Ook in relatie tot de dakramen;
Verandawoningen
Sobere details, passend bij de landelijke sfeer
Afwisselende architectuur
63
5. Entree tot de woning • In tegenstelling tot het dorpse deel waar de entrees uitbundig mogen worden vormgegeven is dat in het landelijk dorpse deel soberder. De entree moet wel uitnodigend blijven. Bij hoekwoningen, tweekappers en vrijstaande woningen kan de entree facultatief in een houten aanbouw (klompenschuur) worden ondergebracht;
•
6. Erfafscheidingen • Alle woningen hebben een voortuin die omzoomd is door een lage haag. Ook de onderlinge erfgrens tussen de woningen is voorzien van een lage haag; • De zijerfgrenzen van achtertuinen grenzend aan de openbare ruimte worden voorzien van een hoge haag; • Sortiment van lage hagen: afwisseling van Meidoorn, Veldesdoorn, Liguster; • Sortiment van hoge hagen: afwisseling van Meidoorn, Veldesdoorn, Liguster; • Sortiment van de hoge hagen aan de parkeerhof/ achterpaden: hekwerk met een variantie aan groenblijvende klimplanten, zoals hedera;
•
7. Bergingen, garages en uitbouwen • Bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdbebouwing of worden integraal meegenomen in de architectuur van de woningen; • De bergingen van de rijtypes en de appartementen worden uitgevoerd in hout (zwart gepotdekseld) en zijn voorzien van een plat groendak; • De garages van de vrijstaande woningen, de twee-onderéén-kapwoningen en de levensloopbestendige woningen zijn afwijkend van de woning vormgegeven en hebben een houten gevelbekleding (zwart gepotdekseld). De garages zijn voorzien van een kap. Er mogen ook carports worden gerealiseerd, in de vorm van een kapschuur, vanzelfsprekend hebben deze altijd een kap (ook in zuid); • Uitbouwen zijn afwijkend vormgegeven en worden bij voorkeur uitgevoerd in hout (zwart gepotdekseld); • Garages en/of uitbouwen mogen tot op de zijdelinge erfgrens worden gebouwd, maar krijgen een architectonische verbijzondering wanneer zij direct aan de openbare ruimte grenzen;
•
• 8. Specials en architectonische verbijzonderingen • Appartementen: de appartementen hebben een belangrijke functie als herkenningspunt bij de entree van de noordelijke helft van de wijk. De appartementen hebben een landelijkdorpse uitstraling en tonen zich als een kwalitatief geheel. Het betreft een baksteen architectuur, met houten toevoegingen. Het gebouw wijkt qua uitstraling duidelijk af van het appartementengebouw aan de zuidzijde van rotonde
64
(in het dorpse deel). De kleurstelling is in afstemming met de rijwoningen. Het gebouw wordt plat afgedekt. De eventuele installaties op het dakvlak zijn niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte, dus ook niet op enige afstand vanaf de rotonde; Entreewoningen buurtjes: Op de stedenbouwkundige plankaart / bestemmingsplankaart zijn twee plekken aangegeven van woningen die de entree naar een buurtje markeren (één in noord en één in zuid). Deze woningen zijn qua opbouw iets anders dan de reguliere woningen. Deze woningen krijgen een a-symmetrische kap, met een hoge goot aan de voorzijde. De woningen krijgen ook een rieten kap. Verder geldt de reguliere beeldkwaliteit; Dove gevels en geluidwerende tuinmuren: De Tuit is aan de noordzijde geluidsbelast. De rijwoningen aldaar zijn op de geluidsbron gericht, zodat de achterzijde geluidsluw is. De woningen krijgen aan de voorzijde dove gevels (waarbij de voordeur het enige te openen element is in de voorgevel). Op enkele plekken geldt dat de zijtuin gericht is op de geluidsbron en er dus geen woning is die het geluid weert. Daarom zijn op de aangegeven plekken in het stedenbouwkundig plan (en in de aangegeven zone in het bestemmingsplan) tuinmuren noodzakelijk van 5 meter hoog, hoger dan de gebruikelijke 1,8 meter. Deze wanden / tuinmuren zijn onderdeel van de architectonische opgave en worden op een ‘zo vriendelijke wijze’ uitgevoerd.
Een combinatie van materialen is denkbaar (baksteen met glas, hout en/of begroeiing), passend bij de landelijk-dorpse sfeer. Deze muren betreffen een nadrukkelijke ontwerpopgave en mogen niet een sluitpost worden in de begroting voor de woningen; Woningen aan het lint (Oude Doetinchemsweg): De Oude Doetinchemseweg is een historische route tussen Varsseveld en Doetinchem. Er is in de huidige situatie enkele bebouwing te vinden langs deze weg. We willen de Oude Doetinchemseweg meer vormgeven als bebouwingslint. Nieuwe bebouwing langs de Oude Doetinchemseweg is daarom iets afwijkend van de reguliere woningbouw. Woningen zijn bijvoorbeeld laag aangekapt en verschillen van elkaar. Er mogen ook meer historiserende architectonische elementen worden toegepast, zoals goten met klosjes, roedes in de ramen, erkers en bloemkozijnen. Hofwoningen: De hofwoningen aan de noordzijde van het plangebied liggen als objecten in de landschappelijke groene zone. De hofwoningen zijn naar binnengekeerd, omdat deze ook in de geluidsbelaste zone liggen. Er is een binnentuin -bereikbaar via twee poortjes-, waar de bewoners gezamenlijk de tuin onderhouden en elkaar kunnen ontmoeten. Beide objecten met hofwoningen verschillen van elkaar.
De oostelijke is geïnspireerd op een kloosterhof. Op de koppen zijn hofappartementen twee lagen met kap voorzien, tussenliggend zijn de grondgebonden hofwoningen van één laag met kap gesitueerd. De grondgebonden hofwoningen hebben allen een kleine privétuin, begeleid door hagen. Zo ontstaat een omsloten, maar gevarieerde opbouw van de hof. Rondom de hof ligt smalle collectieve strook met een haagje (liguster). De westelijke hof heeft de hoeve als inspiratie. Deze hoeve heeft ook een besloten binnentuin, maar dan zonder privétuinen bij de hofwoningen. De binnentuin en de hof zijn bereikbaar via een grote poort. De hoeve ligt nog meer als een object in het landschap dan de oostelijke hof, daarom is er geen erfafscheiding opgenomen (de gevel is de erfafscheiding). De hoeve is overal even hoog, dus twee lagen met kap, waarbij de grondgebonden hofwoningen aan de zijde van de binnenhof laag zijn aangekapt. De hofwoningen zijn in baksteen uitgevoerd, mogelijkerwijs enigszins terughoudend verrijkt met andere materialen en architectonische details. De kleurstelling is vrij. Voor beide objecten geldt dat er naast de hof een parkeerkoffer is opgenomen, welke passend in het landschap wordt ingepast.
Landelijke architectuur
8. Aanvullende natuurinclusieve maatregelen • Inbouwvoorzieningen vleermuizen, zwaluwen en huismussen • Optioneel: groene gevel
Landelijke / sobere details
Landelijke architectuur
65
Principes bebouwing en openbare ruimte - Hofwoningen
9
1
6 7
5 2 12 13
11
3
8
4
10
1
hofappartementen, 2 lagen met kap
10
kort gemaaid gras
2
hofwoningen, 1 laag met kap
11
kruidenrijk gras
3
gebouwd element in het landschap langs N18
12
ruigte kruiden
4
gesloten hof met poort naar binnentuin
13
struiken
5
gezamenlijke tuin
6
klein privétuin bij hofwoningen
7
inpandige bergingen
8
haag als erfafscheiding of gebouw staat ‘los’ in het landschap
9
parkeren bij het hof
66
67
68
Beeldkwaliteit Boerenerven
De nieuwe boerenerven aan de Tuitstraat -op de overgang van dorp naar agrarisch ommeland- vormen samen een unieke reeks bebouwingsensembles met een variatie in omvang, programma en vormgeving. Wat de nieuwe erven gemeen hebben, is dat ze allen karakteristieken hebben die aansluiten op de principes van een boerenerf. Een hoofdwoning aan het lint, schuurachtige volumes op het achtergelegen erf en een verharde centrale erfruimte zijn hier voorbeelden van. Belangrijk is dat het geheel een collectieve sfeer ademt. De uitstraling van de boerenerven is afwijkend van de rest van De Tuit en vormt hierdoor een aanvulling voor de wijk. Op de boerenerven zijn ook collectieve elementen terug te vinden, zoals collectieve bergingen en moestuinen/pluktuinen die door de bewoners zelf worden onderhouden.
Houten gevels
De meeste boerenerven worden ontsloten via De Tuit zelf, één boerenerf via de Tuitstraat. Beeldkwaliteit openbare ruimte De inrichting van de openbare ruimte vraagt specifieke eisen om de gewenste sfeer van een boerenerf te kunnen realiseren. Het erf • Materialisatie: in de basis gebakken klinker, afgewisseld door kasseien, halfverharding, graspaden en -bermen, en plekken met afwijkend materiaal. Mogelijkerwijs worden waterdoorlatende klinkers toegepast of klinkers met soortgelijke klimaatadaptieve eigenschappen (nader uit te werken in het inrichtingsplan).; • Kleur: de kleurtinten van de gebakken klinkers dienen per erf verschillend te zijn in aardetinten bruin, rood/bruin, bruin/ grijs; • Het erf kan worden omsloten door een collectieve haag;
Kasseien en groen als sfeerbepalende elementen
Pleintjes (onderdeel van de erven) • Materialisatie: gebakken klinker + kasseien; • Kleur: afwijkend ten opzichte van het erf; Inritten • Materialisatie: kasseien en/of grasbetontegel; Achterpaden • Materialisatie: dubbelklinker, materiaal nader te bepalen; • Kleur: grijs; Nutsvoorzieningen • Nutsvoorzieningen van enig formaat passen naadloos in het straatbeeld, bij voorkeur achter de rooilijnen van de woningen, bijvoorbeeld in een zijtuin of de hoek van een achtertuin of in een parkeerhof. Voorkomen moet worden dat groenvoorzieningen worden geblokkeerd door dergelijke voorzieningen. De nutsvoorzieningen krijgen in deze buurt ook een architectuur die aansluit op de boerenerven;
Pluktuin als collectief element op de erven
69
4
1
5
6 2
3
1
Erf: gebakken klinker aardetinten, per erf verschillend
5
Ruigte kruiden
2
Pleintjes: gebakken klinker + kasseien
6
Kruidenrijk gras
3
Inritten: kasseien en/of grasbetontegels
4
Achterpaden: dubbelklinker grijs
70