CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

Bedrijventerrein De Rieze 2021_Toelichting.pdf

Raadsvergadering 17 april 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan ''Bedrijventerrein de Rieze 2021''20.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rieze 2021" (

4.3.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat vanuit de aspecten archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen bestaan.

4.4

Ecologie

4.4.1

Algemeen

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in standhouden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Relevantie voor het plangebied Dit bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen maar in een passende regeling voor het bestaand grondgebruik binnen het plangebied, afgestemd op de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan reeds biedt. Er kan redelijkerwijs worden aangenomen dat bij een voortzetting van de huidige functies mogelijk aanwezige beschermde soorten niet worden verstoord. Wel vindt aan de Hinkenheuvel 1 een wijziging van de bestemming 'Wonen' naar 'Bedrijventerrein' plaats en vindt er een doorontwikkeling van het bedrijf aan de Ettenseweg 7a op eigen perceel plaats.

Verder heeft het plan kleine ontwikkelingen van ondergeschikte aard op enkele locaties meegenomen, zoals de vergroting van het bouwvlak, verhoging van het bebouwingspercentage en aanpassing van de bouwhoogte. Voor deze ontwikkelingen is een aerius-berekening uitgevoerd, zie bijlage 5 van de toelichting voor het rapport. Uit de Aerius-berekening blijkt zowel in de aanlegfase als in gebruiksfase dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende binnenlandse Natura 2000-gebieden. Op Duitse Natura 2000-gebieden is sprake van een depositie van ten hoogste 0,01 mol stikstof/ha/j, maar Duitsland kent een eigen wetgeving met een hogere drempelwaarde (7,00 mol stikstof/ha/j). Hierdoor is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarde in Duitsland. Aan de hand van de gehanteerde parameters worden significant negatieve effecten derhalve uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd. bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rieze 2021" (vastgesteld) 45

4.4.2

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan.

4.5

Verkeer en parkeren

4.5.1

Algemeen

In het gemeentelijk verkeer- en vervoerplan (GVVP) 2012-2020 is opgenomen dat het opstellen van parkeerbeleid een autonome taak is van gemeenten. Parkeerbeleid is van belang voor de bereikbaarheid en leefbaarheid van woonwijken, bedrijventerreinen en (winkel)centra. Het gemeentelijk beleidskader parkeren is in november 2008 vastgesteld door de raad. Uitgangspunt van het parkeerbeleid is dat er voldoende parkeergelegenheid is, zodat de hinder als gevolg van zoekgedrag en/of foutief geparkeerde auto's wordt voorkomen. Het parkeren bij verbouw, aanbouw en nieuwbouw dient in beginsel dan ook op eigen terrein opgelost te worden. Zoals in paragraaf 3.4.3 beschreven, verandert de wegenstructuur op het bedrijventerrein niet door onderhavig plan. Het bedrijventerrein is goed te bereiken zonder de verkeersdruk in de kern nadelig te beïnvloeden. 4.5.2

Parkeernormen

De CROW-stedelijkheidscategorie van Oude IJsselstreek is 'weinig stedelijk' (kernen Ulft, Gendringen, Terborg, Silvolde en Varsseveld) en 'niet stedelijk' voor de overige kernen in de gemeente. De landelijke parkeerkencijfers van het CROW (ASVV 2012) worden gebruikt als uitgangspunt bij de raming van de parkeerbehoefte en kennen een bandbreedte (een minimum- en een maximumnorm). In principe geldt de maximale parkeernorm. Alleen wanneer aannemelijk kan worden gemaakt dat er minder parkeerplaatsen noodzakelijk zijn, kan de gemeente toestaan dat van dit maximum wordt afgeweken.

46 vastgesteld)

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rieze 2021" (

Hoofdstuk 5

Juridische planaspecten

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planvoorschriften. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.

5.1

Planmethode

Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening, welke van kracht zijn per 1 juli 2008. Voor de bestemmingen en regels is gebruik gemaakt van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). De SVBP2012 regelt de standaardisering en uniformering van bestemmingen en regels. In het kader van de Wro is dit bestemmingsplan ook digitaal opgesteld. In paragraaf 5.2 wordt inhoudelijk ingegaan op de verbeelding en in paragraaf 5.3 op de afzonderlijke bestemmingen binnen voorliggend bestemmingsplan.

5.2

Opzet van de verbeelding

Verbeelding Als ondergrond voor de verbeelding wordt gebruikt gemaakt van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). De adresgegevens en de gebouwen komen uit de gemeentelijke Basisregistratie Adressen en Gebouwen aangevuld met kadastrale gegevens en indien nodig met informatie van luchtfoto's en oude bestemmingsplankaarten. De verbeelding dient helder en duidelijk leesbaar te zijn en bevat daarom alleen informatie die juridisch relevant is. Er is in dit bestemmingsplan voor gekozen om alle relevante informatie, voor zover mogelijk, op de plankaart aan te geven, om in een oogopslag te kunnen zien wat wel en niet toegestaan is. Wat op de verbeelding staat, moet terugkomen in de planregels. Digitale verbeelding In het kader van nieuwe normen die voortvloeien uit de Wro en de SVBP 2012 ontstaat er een verschil in de verbeelding van een digitale en analoge verbeelding. De -wettelijk geldende- digitale kaart lijkt minder informatie te bevatten. Planinformatie wordt namelijk verkregen door het klikken op objecten in de verbeelding. De verbeelding van een digitaal bestemmingsplan is altijd noord gericht, waardoor de noordpijl in het digitale plan overbodig is; dit in tegenstelling tot de analoge verbeelding waarop de noordpijl nog wel moet worden aangegeven. Iedere bestemming moet op de verbeelding worden weergegeven in een andere kleur.

Het gebruik van deze kleuren moet conform de SVBP 2012. Samenhang verbeelding en regels De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld.

5.3

Opzet van de regels

5.3.1

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Artikel 1 bevat de definities van de in de regels gebruikte begrippen, waarmee een eenduidige interpretatie van deze begrippen is vastgelegd. Artikel 2 regelt de "wijze van meten" en geeft regels waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 5.3.2

Bestemmingsregels

In dit hoofdstuk 2 zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rieze 2021" (vastgesteld) 47

Dit bestemmingsplan kent de bestemmingen 'Bedrijventerrein', 'Bedrijventerrein - 1', 'Groen', 'Tuin Gaarde', 'Verkeer', 'Water' en 'Wonen'. In deze paragraaf wordt ingegaan op de opzet van de regels bij het bestemmingsplan. De afzonderlijke bestemmingen worden - geclusterd - nader toegelicht. Hierbij wordt ook verwezen naar de uitgangspunten van de verschillende bestemmingen, zoals in hoofdstuk 4 aan bod gekomen. 5.3.2.1 Bestemming wonen Woningen die in de bestaande bestemmingsplannen bestemd waren als "wonen" hebben nu ook de bestemming "wonen" gekregen. Woningen zijn alleen mogelijk binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken. Bijbehorende bouwwerken mogen buiten het bouwvlak worden gebouwd. Voor de bestemming 'wonen' gelden de volgende uitgangspunten: de bestaande situatie met bestemmingsvlak en bouwvlak blijft gehandhaafd; er worden geen nieuwe woningen toegevoegd; de bestaande goot- en nokhoogte van de woningen blijft gehandhaafd; het bouwvlak van de woningen komt (grotendeels) overeen met de bouwvlakken in de vigerende bestemmingsplannen en is afgestemd op de eigendomssituatie; de erfbebouwingsregeling is afgestemd op de huidige maatstaven. Binnen de bestemming wonen is - onder voorwaarden- een aan huis verbonden beroep bij rechte toegestaan. Er is een afwijkingmogelijkheid opgenomen voor een aan huis verbonden bedrijf en een bed & breakfast.

De maatvoering voor de bestaande woningen is vastgelegd op de verbeelding door middel van een bouwvlak, waarbij de maximale goot- en bouwhoogte zijn aangegeven. In sommige gevallen is het noodzakelijk en/of mogelijk van de bestaande maatvoering af te wijken. Hiertoe zijn bepalingen in de regels opgenomen waarvan burgemeester en wethouders (onder voorwaarden) afwijking kunnen verlenen. Buiten het bouwvlak mogen alleen aan- uit- en bijgebouwen (samengevoegd onder de term 'bijbehorende bebouwing'), erfafscheidingen en andere bouwwerken geplaatst worden. De gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bebouwing, voor zover gesitueerd buiten het bouwvlak, mag niet meer bedragen dan 80 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot en met 600 m2 en 120 m2 voor grotere bouwpercelen. Het is toegestaan bij de woningen erfafscheidingen op te richten. Daarbij geldt, dat deze ten hoogste 2 m mogen zijn. Erfafscheidingen die geplaatst worden vóór het verlengde van de naar de weg gekeerde gevel mogen niet hoger zijn dan 1 m. Er is een wijzigingbevoegdheid opgenomen waarin is bepaald, dat de bestemming "wonen" omgezet kan worden naar de bestemming "bedrijventerrein". 5.3.2.2 Bestemming bedrijventerrein en bedrijventerrein 1 De gronden van het bedrijventerrein 'De Rieze' zijn grotendeels bestemd als 'bedrijventerrein' en een klein deel is bestemd als 'bedrijventerrein-1'.

Voor deze bestemmingen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De bestaande (legale) situatie met bestemmingsvlak en bouwvlak blijft gehandhaafd; Het bouwvlak is afgestemd op de bestaande bestemmingsplannen en de bestaande bebouwing en daar waar mogelijk (bijv. naast groenstructuren) vergroot; De bestaande maximale bouwhoogtemaat van de bedrijven is voor een groot deel gelijk getrokken (met uitzondering van een deelgebied aan de Ettenseweg) en verhoogd naar 12 meter. Met een afwijkingsmogelijkheid is onder voorwaarden een verhoging tot 15 meter toegestaan; Het bebouwingspercentage is gelijkgetrokken en overal 85 %, tenzij anders aangegeven op de verbeelding; Op gronden met de bestemming 'bedrijventerrein' worden geen nieuwe bedrijfswoningen toegevoegd; Op gronden met de bestemming 'bedrijventerrein - 1' zijn wel nieuwe bedrijfswoningen mogelijk, maximaal 1 bedrijfswoning per bedrijf voor zover deze niet op het perceel bij het betreffende bedrijf aanwezig zijn; 48 vastgesteld)

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rieze 2021" (

De bedrijfsactiviteiten dienen te passen binnen de op de verbeelding aangegeven milieucategorieën; Op gronden met de bestemming 'bedrijventerrein ' is met een afwijkingsmogelijkheid geregeld dat een ander bedrijf is toegestaan, mits het bedrijf voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf in de betreffende categorie. Op gronden met de bestemming 'bedrijventerrein-1' is met een afwijkingsmogelijkheid geregeld dat een ander bedrijf of functie is toegestaan (met uitzondering van wonen), mits het bedrijf of functie voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf in de betreffende categorie. De bestaande bedrijven zijn binnen de bestemmingen opgenomen. Binnen de bestemmingsvlakken zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen (hoofd)gebouwen mogen worden opgericht. Buiten het bouwvlak zijn alleen bouwwerken van ondergeschikte aard toegestaan. Bedrijfswoningen De bedrijfswoningen hebben de aanduiding 'bedrijfswoning', met uitzondering van bedrijfswoningen binnen de bestemming "bedrijventerrein - 1". Daar is één bedrijfswoning per bedrijf toegestaan onder voorwaarden voor zover deze niet op het perceel bij het betreffende bedrijf aanwezig zijn. De bestaande bedrijfswoningen blijven in beginsel gehandhaafd.

Transformatie van bedrijfswoning naar de bestemming wonen is niet mogelijk door de beperking die het met zich meebrengt voor de milieuzonering. Tevens is het niet toegestaan andere bedrijfsgebouwen voor bewoning te gebruiken. Specifiek e aanduiding woning In het plangebied bevinden zich woningen die in het voorgaande bestemmingsplan werd bestemd als bedrijfswoning, maar feitelijk nooit als zodanig zijn gebruikt omdat het bestaande gebruik als reguliere woning werd voortgezet. Deze woningen kennen vanuit de milieuwetgeving dezelfde rechten als een bedrijfswoning. Maar om het recht van reguliere bewoning te behouden wordt hiervoor een specifieke aanduiding op de verbeelding opgenomen en wordt dit in de regels vastgelegd. Interne milieuzonering De milieuhinder van de op het bedrijventerrein gevestigde en te vestigen bedrijven dient zodanig beperkt te blijven dat daarvan in de omgeving geen overlast wordt ondervonden. Als uitgangspunt geldt, dat de bedrijven geen ontoelaatbare hinder mogen veroorzaken voor de woonbebouwing binnen het plangebied en aan de randen van het plangebied. Om dit doel te bereiken is in het bestemmingsplan een regeling voor milieuzonering opgenomen, waarbij de vestigingsmogelijkheden van bedrijven afhankelijk zijn van de afstanden van de betreffende bedrijfslocaties tot de meest nabijgelegen woningen.

Hoe groter die afstand is, hoe kleiner de kans dat het bedrijf in kwestie hinder kan veroorzaken of, redenerend vanuit het bedrijf: hoe kleiner dat kans dat het bedrijf in zijn ontplooiing belemmerd wordt door de woningen in de omgeving. De normen voor interne milieuzonering zijn vastgelegd in de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, 2009). In deze handreiking zijn de verschillende soorten van bedrijvigheid, voor wat betreft de aard en de zwaarte van de mogelijke milieubelasting van deze bedrijven, onderverdeeld in milieucategorieën. Aan elke milieucategorie zijn minimaal wenselijke afstanden verbonden die aangehouden dienen te worden tussen de bedrijven uit die milieucategorie en woningen in de omgeving. Bij de interne milieuzonering spelen alleen woningen een rol die een woonbestemming hebben. Bedrijfswoningen die deel uitmaken van de bedrijfsbebouwing en opgenomen zijn in de bedrijfsbestemming worden buiten beschouwing gelaten. De milieuzonering van het bedrijventerrein wordt voornamelijk bepaald door de woningen die gelegen zijn aan de randen en in de directe omgeving van het bedrijventerrein. Uitgangspunt van beleid is dat op het bedrijventerrein De Rieze bedrijven in de milieucategorieën 1 tot en met 4.1 worden toegelaten. Dit uitgangspunt is gebaseerd op de aard van de aanwezige bedrijven en het karakter van de omgeving.

In de bijlage bij de regels is in de Staat van Bedrijfsactiviteiten een overzicht gegeven van de activiteiten die binnen de gegeven milieucategorieën toegestaan zijn. Uitgezonderd van vestiging op het bedrijventerrein De Rieze zijn de geluidszoneringsplichtige inrichtingen, risicovolle bedrijven en opslagbestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rieze 2021" (vastgesteld) 49

transport en distributiebedrijven met een grotere bebouwde oppervlakte dan 1.500 m. Deze uitzonderingen zijn reeds eerder vastgelegd in het "Bestemmingsplan Inperking grootschalige bedrijfsmatige activiteiten" en blijven in dit bestemmingsplan gehandhaafd. Het is mogelijk dat zich een activiteit voordoet die niet op de gegeven 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' voorkomt. In dat geval kan het bevoegd gezag afwijken van de regels en andere activiteiten toelaten, mits deze naar aard en invloed op de omgeving gelijk zijn te stellen met de bedrijfsactiviteiten die in de betreffende milieuzone kunnen worden toegelaten Detailhandel Het vestigingsbeleid voor het bedrijventerrein is in de eerste plaats gericht op het toelaten van productiebedrijven. Detailhandel is alleen toegestaan indien het een ondergeschikte nevenactiviteit betreft van nijverheid en industrie, in ter plaatse vervaardigde goederen, niet zijnde detailhandel in textiel, schoeisel, meubels, lederwaren, voedings- en genotmiddelen en huishoudelijke artikelen. Daarnaast is detailhandel in volimineuze goederen en goederen, welke vanwege het daaraan verbonden gevaar voor brand, explosie en/of milieuverstoring niet op een verantwoorde wijze elders in de stedelijke bebouwing is in te passen toegestaan. Tankstation Binnen het plangebied is op kruising van de Hogenkamp en de Ettenseweg een tankstation gesitueerd zonder LPG.

Het tankstation heeft op grond van externe veiligheidsoverwegingen veiligheidscontouren. Het tankstation heeft mede op grond daarvan binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' de specifieke aanduiding 'Verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg' gekregen. Het enige verschil tussen de bestemming bedrijventerrein en bedrijventerrein -1 is dat binnen bedrijventerrein-1 nieuwe bedrijfswoningen mogelijk zijn, waarbij geldt dat maximaal 1 bedrijfswoning per bedrijf is toegestaan.

5.3.2.3 Bestemmingen groen, tuin-gaarde, water, verkeer Structureel groen heeft de bestemming 'Groen' gekregen. Binnen de eerder genoemde bestemmingen zijn ook waterpartijen (zoals sloten, vijvers en watergangen) toegestaan. De watergangen in eigendom van het Waterschap worden specifiek tot 'Water' bestemd. Op twee percelen ten in het plangebied is de bestemming 'Tuin-Gaarde' opgenomen. Deze bestemming maakt het mogelijk dat vanwege de omvang van de gronden er meer bouwmogelijkheden zijn zoals een plantenkas of een verblijf voor (landbouw)huisdieren. De bestemming 'Verkeer' is alleen opgenomen voor de wegen. 5.3.2.4 Dubbelbestemming leiding-gas Er zijn regels opgenomen ter bescherming van de in het noordelijk deel van het gebied aanwezige aardgasleiding en de bescherming van het woon- en leefklimaat. Daarvoor zijn ter weerszijden van deze leiding veiligheidsafstanden opgenomen. Deze zijn op de verbeelding aangegeven. Binnen deze gebieden mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd, behalve voor de leiding zelf. 5.3.3

Algemene regels

In hoofdstuk 3 van de regels zijn een anti-dubbeltelregel opgenomen, alsook algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. 5.3.4

Overgangs- en slotregels

Artikel 23 Overgangsrecht In hoofdstuk 4 van de regels zijn de overgangs- en slotregels opgenomen. Het in het Bro voorgeschreven overgangsrecht is hier opgenomen. Overgangsrecht is van toepassing op situaties (gebruik) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan van het nieuwe plan afwijken, dan wel op basis van een geldige bouwvergunning nog gebouwd mogen worden (bouwwerken). Met deze overgangsregels wordt duidelijk 50 vastgesteld)

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rieze 2021" (

dat die afwijking toegestaan is, maar wel begrensd is tot de bestaande afwijking. Dus de bestaande afwijking qua gebruik mag niet vergroot worden en het bouwwerk mag alleen maar goed onderhouden worden en niet volledig worden herbouwd. Het overgangsrecht is nadrukkelijk niet bedoeld voor bouwwerken die een gebruik kennen dat onrechtmatig is op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. Om die strijdigheden uit te sluiten van het legaliserende effect van het overgangsrecht, wordt deze categorie nadrukkelijk uitgesloten van overgangsrecht. Ten behoeve van de bestuurlijke zorgvuldigheid en om in te kunnen spelen op praktische situaties, kent het overgangsrecht ook een ontheffingmogelijkheid. Artikel 24 Slotregel Dit artikel geeft aan op welke wijze de regels van dit bestemmingsplan moeten worden aangehaald.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rieze 2021" (vastgesteld) 51

Hoofdstuk 6 6.1

Haalbaarheid

Economische haalbaarheid

In artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven dat een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan opgesteld te worden. Op basis van artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen vast te stellen indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Het nu voorliggende bestemmingsplan heeft het karakter van een conserverend plan. In het westelijk deel van het plangebied (zie afbeelding 2 van het voorliggende bestemmingsplan) zijn nog bouwrijpe gronden ten behoeve van bedrijven beschikbaar. De nog uit te geven bouwrijpe gronden voor bedrijven zijn nu nog in eigendom van gemeente Oude IJsselstreek en de door de gemeente gemaakte en te maken kosten worden gedekt met de uitgifte van de bouwrijpe gronden. Daarmee is het verplicht kostenverhaal voor de gemeente verzekerd en hoeft de gemeenteraad geen exploitatieplan vast te stellen.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Overleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om overleg te voeren met de betrokken instanties. Het voorontwerpbestemmingsplan is toegezonden aan diverse instanties, waaronder de Provincie Gelderland en de VNOG. Daarnaast is er een informatieavond gehouden voor ondernemers en bewoners in het plangebied. Vervolgens is het concept bestemmingsplan kenbaar gemaakt aan de bedrijven/bewoners en is gelegenheid gegeven om individueel vragen/wensen kenbaar te maken. 6.2.2

Vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 29 december 2022 tot en met 9 februari 2023 ter inzage gelegen. Op het ontwerpbestemmingsplan zijn vijf zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen zijn beantwoord in bijgevoegde Nota van zienswijzen (bijlage 8).

52 vastgesteld)

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Rieze 2021" (

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4976/documents/31015