Bedrijventerrein De Rieze 2021_Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
1-3
A A N L E I D I N G
E N
D O E L S T E L L I N G
O N D E R Z O E K
vervoersbewegingen te beperken en de maakindustrie van de Achterhoek te versterken. Daarnaast wil men ook de eigen logistiek gaan uitvoeren. Ook is het de ambitie om een Experience Centre te ontwikkelen op de locatie. Al deze ambities wil men op een aantrekkelijke, duurzame en klimaatadaptieve wijze realiseren op het eigen perceel binnen het bedrijventerrein De Rieze III. Hiervoor zal het bebouwd oppervlak op de locatie fors vergroot moeten worden. De voorgenomen ontwikkelingen passen niet binnen het ter plaatse vigerende bestemmingsplan. Derhalve is Ancoor gevraagd om hiervoor een akoestische beschouwing c.q. akoestisch onderzoek uit te werken, waarbij wordt nagegaan op welke wijze het genoemde voornemen, met name akoestisch gezien, het beste zou zijn in te passen in haar directe omgeving. Voor het toestaan van (relatief lichte) productieactiviteiten en distributie, zoals men dit voornemens is binnen de betreffende inrichting te realiseren, Is een bestemming binnen een categorie 3.1 inrichting overeenkomstig de VNG-systematiek ‘Bedrijven en milieuzonering’. Tabel 1-3: Inrichtingsschets overeenkomstig studiegebied stedenbouwkundige kader.
Vorenstaand is een inrichtingsschets weergegeven van het studiegebied vanuit het stedenbouwkundige kader. Dit kader vormt voor de akoestische inpassing hiervan eveneens het uitgangspunt voor de nadere uitwerking van dit onderzoek c.q. deze beschouwing. De akoestische aandachtspunten hierbij betreffen de in het vigerende bestemmingsplan Rieze III A opgenomen woonbestemmingen links en rechts grenzend aan het geprojecteerde plangebied (Stedenbouwkundige studiegebied zoals bovenstaand is aangegeven).
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
1-4
T O E T S I N G S K A D E R
R U I M T E L I J K E
S P O O R
Hoofdstuk
2. Toetsingskader ruimtelijke inpassing 2.1 Gehanteerde rekenmethode In het “Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012” zijn de meet- en rekenmethoden van de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai” HMRI van 1999, methode II aangewezen als standaard voor de uitvoering van dit onderzoek. De Handleiding geeft richtlijnen en aanwijzingen voor het meten en berekenen van het geluid afkomstig van inrichtingen, waarop milieuwetgeving van toepassing is. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform deze Handleiding en de “Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening” – 1998. 2.2 Situering en karakterisering Omgeving Het geprojecteerde plangebied is gelegen in de gemeente Ulft. De regionale en lokale situering van de geprojecteerde bedrijfsbestemming, alsmede de hierbij in de directe omgeving gelegen voor geluidgevoelige bestemmingen, zijn weergegeven in bijlage 01 van dit rapport. Het gebied rondom het geprojecteerde plangebied is in de zin van de VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering´ aan te merken als een gebied met functiemenging. Er is sprake van meerdere functies welke naast elkaar voorkomen (inrichtingen en woningen), ter plaatse van een zogenaamd ‘Gemengd gebied’ Met dit gebiedstype wordt rekening gehouden bij de nadere uitwerking van dit onderzoek.
Het uit te voeren akoestische onderzoek heeft betrekking op de optredende geluidsniveaus ter plaatse van de aanwezige voor geluidgevoelige bestemmingen als gevolg van de geluidsrelevante activiteiten afkomstig van het maximaal in werking zijn van de binnen het plangebied aanwezige inrichting(en). Onderzocht dient te worden of ter plaatse van de te creëren geluidsgevoelige bestemmingen in de directe omgeving van hiervan een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. 2.3 Toetsingskader Ruimtelijke inpassing 2.3.1 Milieucategorie Om te toetsen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat, wordt aangesloten bij de VNG-Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’, editie 2009. In deze handreiking is in bijlage B5.3 een stappenplan opgenomen om de ruimtelijke inpasbaarheid van nieuwe ontwikkelingen te toetsen. De handreiking deelt bedrijven in naar milieucategorie. Per categorie wordt een algemene minimale afstand van de inrichting tot voor geluidgevoelige bebouwing aangegeven. De grootste afstand voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar voor een type bedrijf bepaalt de milieucategorie waarin deze wordt ingedeeld. De in deze handreiking opgenomen richtafstanden per milieucategorie zijn in de onderstaande tabel weergegeven.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
2-1
T O E T S I N G S K A D E R
R U I M T E L I J K E
S P O O R
Tabel 2-1: Richtafstanden per milieucategorie volgens ‘Bedrijven en milieuzonering’. R i ch ta f sta n d in meters R u sti g e wo o n wi jk Gemen gd geb i ed 10 0 30 10 50 30 100 50 200 100
Mili eu ca teg o rie 1 2 3.1 3.2 4.1
Een beschrijving van de gebiedsindeling wordt weergegeven in hoofdstuk 2.3 van deze VNG-Handreiking. In het onderhavige geval is er sprake van een omgeving welke kan worden omschreven als ‘Gemengd gebied’.
CAT
DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER Distributiecentra, pak- en koelhuizen Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)
GRO O TSTE AFSTAND
52 52102, 52109 A 52109 B
VERKEER
-
GEVAAR
15 151
VERVAARDIGING VAN TEXTIEL Vervaardiging van textielwaren VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING) Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)
GELUID
-
STO F
13 139
GEUR
n ummer
SBI-20 08
Tabel 2-2 Categorie-indeling conform VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering.
10
0
50
10
1
50
3.1
50
10
30
10
2
50
3.1
30 0
10 0
50 30
50 10
2 2
50 30
3.1 2
In de Handreiking worden de milieuhinderlijke activiteiten bij bedrijven ingedeeld in milieucategorieën. In het op de vorige bladzijde opgenomen overzicht is een opsomming gegeven van inrichtingen die qua uitvoering van activiteiten in de buurt komen van de activiteiten zoals men deze voornemens is uit te voeren ter plaatse van het geprojecteerde bedrijventerrein. Een Opslaggebouw [52109B] worden conform de genoemde publicatie aangemerkt als categorie 2-inrichting. Hiervoor geldt gelegen in een omgevingstype “Gemengd gebied” een minimale afstand tot en voor geluidgevoelige bestemming van 10 meter. Een Lederwarenfabriek [151] en een inrichting voor het vervaardigen van textielwaren [139] worden evenals een Distributiecentrum [52102] conform de genoemde publicatie aangemerkt als een categorie 3.1-inrichting. Hiervoor geldt gelegen in een omgevingstype “Gemengd gebied” een minimale afstand tot en voor geluidgevoelige bestemming van 30 meter. 2.3.2 Onderzoeks- en motiveringsplicht Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het, volgens de ‘Handreiking bedrijven en milieuzonering’, de voorkeur om functiescheidingen niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is.
Het toetsingskader voor geluid bestaat volgens de VNG-Handreiking uit vier stappen waarbij per stap de geluidsbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. De primaire intentie is maatregelen te treffen om de geluidsgrenswaarden (zoals gesteld in stap 2) niet te overschrijden. Stap 1: Voor het plangebied geldt het omgevingstype “Gemengd gebied” aangezien er in de directe omgeving sprake is van in meerdere verschillende bestemmingen in een binnenstedelijk gebied. De perceelsgrens van de dichtst bij de binnen het plangebied gelegen woonbestemming, ligt op een geringere afstand dan 30 meter van een als categorie 3.1
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
2-2
T O E T S I N G S K A D E R
R U I M T E L I J K E
S P O O R
aangemerkt geprojecteerd bedrijventerrein. Dit houdt in dat in een akoestisch onderzoek dient te worden aangetoond dat de optredende geluidhinder ter plaatse van de geprojecteerde geluidsgevoelige objecten in de directe omgeving van de betreffende inrichtingen, tot een aanvaardbaar geluidniveau kan worden beperkt. Stap 2: Omdat stap 1 niet toereikend is, wordt middels dit onderzoek getoetst of bij de gevels van de geprojecteerde voor bewoning bestemde bebouwing de volgende grenswaarden niet overschreden zullen worden, zijnde: 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde); 70 dB(A) maximale geluidsniveaus LAmax (etmaalwaarde); 50 dB(A) verkeer aantrekkende werking (etmaalwaarde). Stap 3: Indien stap 2 niet toereikend is bij een geluidbelasting op de geprojecteerde voor bewoning bestemde bebouwing en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘Gemengd gebied’ van maximaal: 55 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; 65 dB(A) ten gevolge van verkeer aantrekkende werking. Onderzocht wordt of de bedrijfsactiviteiten na het treffen van geluid beperkende maatregelen in de representatieve bedrijfssituatie aan de geluidsgrenswaarden zoals gesteld in Stap 3 kan worden voldaan.
Stap 4: Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. 2.4 Samenhang Activiteitenbesluit Omdat de bepaling van de optredende geluidbelastingen in het kader van de ruimtelijke inpassing qua rekenmethode parallel loopt met de uit te werken berekeningen conform het Activiteitenbesluit, kunnen de uitkomsten hiervan worden gezien als maatgevende optredende geluidbelastingen bij het bepalen van de optredende geluidbelasting als gevolg van de nader uit te werken representatieve bedrijfssituatie met toetsing aan het gestelde in het Activiteitenbesluit. Mocht aan het toetsingscriteria voor de ruimtelijke inpassing worden voldaan, dan kan tevens worden gesteld dat men ervan mag uitgaan dat er tevens voldaan kan worden aan de criteria zoals deze worden gesteld aan een categorie 3.1 inrichting in het kader van het Activiteitenbesluit. 2.5 Verkeer aantrekkende werking In de huidige bestemmingsplanpraktijk en systematiek van milieuzonering wordt de verkeer aantrekkende werking in de regel niet separaat in de planregels gereguleerd.
Er wordt in het bestemmingsplan volstaan met een onderbouwing over de verkeersgeneratie (op basis van bijvoorbeeld CROW-kengetallen en verkeersmodellen) en de onderbouwing van een aanvaardbare verkeersafwikkeling, evenals een onderbouwing van de gevolgen voor luchtkwaliteit en wegverkeerslawaai. Omdat de verkeer aantrekkende werking voor Categorie 2 en 3.1 bedrijven in de regel slechts een zeer geringe invloed hebben op de aanwezige woonbestemmingen in de directe
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
2-3
T O E T S I N G S K A D E R
R U I M T E L I J K E
S P O O R
omgeving van de geprojecteerde bedrijfsbestemming, zijn deze bij de nadere uitwerking van dit onderzoek achterwege gelaten.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
2-4
B E O O R D E L I N G
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
Hoofdstuk
3. Beoordeling ruimtelijke inpassing 3.1 Huidige regelgeving De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ wordt nog toegepast in veel bestemmingsplannen. Zo ook in het onderhavige geval. Zolang die bestemmingsplannen van kracht zijn − ook na de overgang in het omgevingsplan van rechtswege- wordt deze huidige systematiek formeel nog toegepast. Gedurende die tijd houdt de huidige VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ haar waarde als achtergronddocument bij de in de bestemmingsplannen opgenomen systematiek. Wij zijn derhalve nog uitgegaan van de beoordelingswijze zoals deze is opgenomen in deze publicatie. Met het bekende principe van functiescheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies kan voor bedrijven worden voorzien in een ruimtelijk kader, dat past binnen het bovenstaande principe. De betreffende publicatie geeft deze functiescheiding vorm door de systematiek van inwaartse milieuzonering voor bedrijventerreinen. Deze milieuzonering is uitgewerkt met een onderscheid in milieucategorieën: hoe groter de afstand tot voor geluidgevoelige bebouwing, hoe hoger de toegestane milieucategorie (en hoe zwaarder de bedrijvigheid). Daarbij wordt in de planregels bij de toegestane milieucategorie verwezen naar een Staat van Bedrijfsactiviteiten met daarin een overzicht van bedrijfsactiviteiten, gekoppeld aan de SBI-codes, en de bijbehorende milieucategorie.
3.2 Beoordeling STAP1 VNG-publicatie Voor het plangebied geldt het omgevingstype “Gemengd gebied”. Hoewel een als burgerwoning aan temerkte woonbestemming buiten de rondom het geprojecteerde plangebied aanwezige 30 meter-contour is gelegen, en dus past binnen het gestelde in STAP1 van de genoemde publicatie, zijn er ook een 2-tal woonbestemmingen gelegen op het bedrijventerrein die vallen binnen deze 30 meter-contour. Een en ander houdt in dat er voor deze woonbestemmingen een gericht akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd, met als doel om de planologisch maximale geluidbelasting op de betreffende woonbestemmingen ter plaatse te kunnen bepalen. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek dient te worden nagegaan in hoeverre deze waarden passen binnen het ter plaatse optredende omgevingsgeluid en om na te gaan in hoeverre er ter plaatse sprake si van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 3.3 Beoordeling STAP 2 VNG-publicatie Omdat niet overal voldaan kan worden aan het gestelde in STAP 1, dient nader akoestisch onderzoek uit te wijzen in hoeverre er ook ter plaatse van de binnen de geluidcontour van het geprojecteerde bedrijventerrein gelegen woonbestemmingen, gebaseerd op het ter plaatse aanwezige omgevingsgeluid, sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
Omdat er bij de ruimtelijke inpassing van een geprojecteerd plangebied moet worden uitgegaan van de maximale optredende geluidbelasting in plaats van deze te baseren op de representatieve bedrijfssituatie, zijn wij voor het bepalen van de optredende bronvermogens uitgegaan van de systematiek zoals deze is beschreven in de ‘Handreiking Zonebeheerplan’.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
3-1
B E O O R D E L I N G
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
Hierbij wordt namelijk in plaats van een concrete beschrijving van de representatieve bedrijfssituatie per inrichting, uitgegaan van een aan de milieucategorieën gelieerde oppervlaktebron per bedrijfslocatie. Op deze wijze kan worden nagegaan wat de akoestische invloed per milieucategorie is, wanneer men uitgaat van het hierbij maximaal vastgestelde geluidvermogen per milieucategorie. 3.3.1 Handreiking Zonebeheerplan Men kan overeenkomstig het gestelde in de handreiking Zonebeheersplan van december 2006, voor het reguleren van de beschikbare geluidruimte per bedrijf uitgaan van de categorie-indeling overeenkomstig de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’. Op basis van deze systematiek kan men een bronvermogen vaststellen welke bij benadering representatief is voor het vaststellen van de optredende maximale geluidbelastingen afkomstig van verschillende bedrijfscategorieën. De hierna opgenomen tabel uit deze handreiking geeft een bronvermogen aan per milieucategorie op basis van het afstandscriterium. Uitgaande van een harde bodem en een luchtdemping volgens de HMRI II leveren de bronvermogens bij een voor de betreffende categorie gemiddelde oppervlakte een geluidniveau van 45 dB(A) op ter plaatse van de genoemde afstand. Bij een grotere dan wel kleinere oppervlakte, nemen de genoemde geluidniveaus enigszins af dan wel toe.
Tabel 3-1: Overzicht bronvermogens Handreiking Zonebeheerplan.
Het voor de uitwerking van de optredende geluidbelasting ten behoeve van de ingevoerde oppervlaktebronnen gebruikte geluidspectrum, is gebaseerd op het gemiddelde industrielawaaispectrum zoals dit in het onderstaande overzicht is weergegeven. Tabel 3-2: Standaard industrielawaaispectrum. Spectrum industrielawaai
31
63
125
250
500
1000
2000
4000
8000
Correcties Industrielawaai
-28,6
-20,9
-14,8
-10,2
-7
-6,1
-7,1
-9,3
-9,8
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
3-2
B E O O R D E L I N G
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
Daarnaast zijn er in het rekenmodel binnen de begrenzing van het bedrijventerrein, conform de regelgeving, geen afschermingen opgenomen. Dit geldt overigens wel voor het gebied buiten de genoemde bedrijfsbestemmingen. Voor de uitwerking van de ruimtelijke inpassing hebben wij bijgaand een VOORSTEL uitgewerkt. De uitwerking hiervan is weergegeven in de onderstaande inrichtingsschets. Hierbij is het maximale gebruiksgebied c.q. het planologische aandachtsgebied binnen de 50 dB(A)-zonegrens weergegeven. Deze contour is gebaseerd op de planologisch maximale geluidbelasting afkomstig van het geprojecteerde bedrijventerrein. Hierbij is een invulling met de milieucategorie 3.1 als uitgangspunt aangehouden. Dit overeenkomstig de uitgewerkte stedenbouwkundige visie zoals deze aan dit onderzoek ten grondslag ligt. Tabel 3-3: Zonering milieucategorie 3.1-inrichting, gebaseerd op het hierbij uitgewerkte VOORSTEL
Omdat de in de Handreiking genoemde Lw-waarden zijn gebaseerd op gemiddelde bedrijfsoppervlakten en er in de huidige situatie sprake is van een relatief grote oppervlakte, hebben wij de optredende Lw-waarden omgerekend naar een geluidbelasting per vierkante meter die overeenkomt met de in de Handreiking genoemde optredende geluidbelasting op de genoemde afstand en het aanwezige omgevingstype. In de navolgende omrekentabel zijn deze waarden vertaald naar oppervlakte afhankelijke vierkante meter belastingen. Bronvermogen op basis van afstandscriterium, conform Handreiking Zonebeheerplan Categorie Afstand geluid Lw dagperiode Lw avondperiode Lw nachtperiode Kolom1 [m] [dB(A)] [dB(A)] [dB(A)] 3.1 50 93 88 83
Maximaal toegestane m2 belasting Bedrijfsoppervlakte M2 belasting M2 belasting [m2] dagperiode avondperiode 16.321 56 51
M2 belasting nachtperiode 46
PS. Uitgangspunt van de bovenstaande tabel is de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. Op basis van deze publicatie kan men een bronvermogen vaststellen dat bij benadering representatief is voor de verschillende bedrijfscategorieën. De bovenstaande tabel geeft hiervan een uitwerking. Uitgaande van een harde bodem en een luchtdemping volgends de HMRI II leveren de genoemde bronvermogens een geluidniveau op van ca. 45 dB(A) op de genoemde afstand. Dit komt overeen met de grenswaarde voor het gebiedstype voor een 'Rustige woonwijk'. Voor een 'Gemengd gebied' komt dit overeen met een afstand van 30 meter.
Uit de omzetting naar een vierkante meter belasting, zijn wij uitgegaan van een omgevingstype ‘Gemengd gebied’ en een oppervlakte van 16.321 m2.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
3-3
B E O O R D E L I N G
R U I M T E L I J K E
I N P A S S I N G
Dit resulteert in de navolgende invoer van een oppervlaktebron in het rekenprogramma: Tabel 3-4: Totaaloverzicht ingevoerde oppervlaktebronnen in de nieuwe situatie. Naam
O m sc h r i jv i n g
H o o g t e* U r en ( D)
CA T 3.1 Oppervlaktebro n 3.1
5,00
U r en ( A )
U r en ( N )
L w p er m 2
4,00
8,00
56
12,00
* Hoogte in meters.
3.3.2 Optredende geluidbelastingen Wanneer we de bovengenoemde oppervlaktebron invoeren in het rekenprogramma GEOMILIEU, dan blijkt dat de optredende geluidbelasting op de referentiepunten op 30 meter afstand van de als bedrijfsbestemming aangeduide oppervlakte inderdaad circa 50 dB(A) te bedragen. Dit geeft aan dat de uitgewerkte oppervlaktebron van 56 dB(A) in de dagperiode, 51 dB(A) in de avondperiode en 46 dB(A) in de nachtperiode representatief zijn als bronvermogen voor het vaststellen van de optredende geluidbelastingen op de binnen het aandachtsgebied van het geprojecteerde bedrijventerrein gelegen voor bewoning bestemde bebouwing. In de onderstaande tabel zijn de hierop gebaseerde rekenuitkomsten weergegeven. Tabel 3-5: langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT als gevolg van de categorie 3.1-inrichting, gebaseerd op VOORSTEL B eo o r d eling sp unt
H
LA r , LT [ d B ( A ) ]
[ m] TP 01_A TP 01_B TP 02_A TP 02_B TP 03_A TP 03_B TP 04_A TP 04_B TP 05_A TP 05_B TP 06_A TP 06_B
TP 01 Woonbestemming binnen bedrijvent errein TP 01 Woonbestemming binnen bedrijvent errein TP 02 Woonbestemming binnen bedrijvent errein TP 02 Woonbestemming binnen bedrijvent errein TP 03 Woonbestemming binnen bedrijvent errein TP 03 Woonbestemming binnen bedrijvent errein TP 04 Woonbestemming binnen bedrijvent errein TP 04 Woonbestemming binnen bedrijvent errein TP 05 Burger woonbest emming TP 05 Burger woonbest emming TP 06 Bedrijf swoning derden TP 06 Bedrijf swoning derden
1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0 1,5 5,0
d ag 53,8 53,4 54,3 53,4 52,1 53,1 53,3 53,1 48,2 48,8 48,7 49,5
avo nd 48,8 48,4 49,3 48,4 47,1 48,1 48,3 48,1 43,2 43,8 43,7 44,5
nacht 43,8 43,4 44,3 43,4 42,1 43,1 43,3 43,1 38,2 38,8 38,7 39,5
T o et sing sw aar d e
O ver schri j d ing
d ag
avo nd
nacht
d ag
avo nd
nacht
50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
45 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45
40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40
4 3 4 3 2 3 3 3 -
4 3 4 3 2 3 3 3 -
4 3 4 3 2 3 3 3 -
In de voorgaande tabellen zijn de optredende geluidbelastingen weergegeven voor het maximaal in gebruik zijn van de geprojecteerde Categorie 3.1-inrichting, gebaseerd op een gebiedstype ‘Gemengd gebied’. Wanneer de langtijdgemiddelde geluidsniveaus worden getoetst aan het richtwaarden van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avonden nachtperiode ter plaatse van de binnen het bedrijventerrein aanwezige woonbestemmingen, dan kan worden gesteld dat hieraan niet op alle beoordelingspunten kan worden voldaan. Er is sprake van een maximaal optredende geluidbelasting van 54 dB(A). Een en ander houdt in dat er voor een tweetal niet als bedrijfswoning aan te merken woonbestemmingen, gelegen binnen het bedrijventerrein, niet wordt voldaan aan het gestelde in STAP 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. 3.4 Motiveringsplicht overeenkomstig STAP 3 Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het, volgens de ‘Handreiking bedrijven en milieuzonering’, de voorkeur om functiescheidingen niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat primair noodzakelijk is. Nu voor een tweetal woonbestemmingen niet kan worden voldaan aan het gestelde overeenkomstig STAP 2 van de genoemde publicatie, dient een nadere uitwerking plaats te vinden overeenkomstig het gestelde in STAP 3 van de betreffende publicatie.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
3-4
M O T I V E R I N G
O V E R S C H R I J D I N G E N
Hoofdstuk
4. Motivering overschrijdingen 4.1 Algemeen Nu er sprake is van een overschrijding van de gestelde grenswaarden in STAP 2 van de publicatie, dient te worden nagegaan in hoeverre inpassing overeenkomstig het gestelde in STAP 3 mogelijk blijkt. In de onderstaande situatietekening zijn de planologisch maximale optredend geluidbelastingen afkomstig van het geprojecteerde bedrijventerrein weergegeven. Na het nummer van het toetspunt [bijvoorbeeld TP01] volgt de optredende maximale optredende geluidbelasting op de begane grond [bijvoorbeeld 54] en vervolgens die ter plaatse van de verdieping. Tabel 4-1: Optredende maximale geluidbelastingen, gebaseerd op het hierbij uitgewerkte VOORSTEL
4.2 Vastgestelde beoordelingsniveaus De in de onderstaande situatieschets aangegeven woonbestemmingen A en B, dienen overeenkomstig het Activiteitenbesluit zowel in het kader van het vigerende bestemmingsplan als in het kader van het nieuwe bestemmingsplan, te worden aangemerkt als ‘woonbestemmingen gelegen op een bedrijventerrein’. Hiervoor geldt zowel voor het langtijdgemiddelde geluidniveau als voor het maximale geluidniveau een 5 dB(A) hogere grens- c.q. beoordelingswaarde. Op grond van het gestelde in tabel 2.17b van dit besluit is namelijk aangegeven dat het beoordelingsniveau voor woonbestemmingen gelegen op een bedrijventerrein voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau 55 dB(A) mag bedragen en voor het maximale geluidniveau 75 dB(A).
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
4-1
M O T I V E R I N G
O V E R S C H R I J D I N G E N
De met C aangemerkte woonbestemming betreft een bedrijfswoning, waarvoor formeel geen sprake van een te hoge optredende geluidbelasting als gevolg van de voorgenomen categorie aanpassing in de nieuwe situatie. 4.3 Motivering STAP 3 VNG-publicatie Blijven over de woonbestemmingen A en B waarbij niet aan het gestelde in STAP 2 voldaan kan worden. Hiervoor dient een nadere beschouwing te worden uitgewerkt op basis van het gestelde in STAP 3 van de VNG-publicatie. Overeenkomstig het ruimtelijke spoor [ruimtelijke inpassing] betreft het beoordelingsniveau ter plaatse van de woonbestemmingen voor zowel het vigerende als het nieuwe bestemmingsplan 50 dB(A). Voor het milieuspoor [Activiteitenbesluit] betreft dit beoordelingsniveau, gezien de ligging van de woonbestemmingen op een bedrijventerrein, zowel voor het vigerende als voor het nieuwe bestemmingsplan 55 dB(A). Een en ander houdt in dat de ter plaatse van de woonbestemmingen geldende beoordelingsniveaus c.q. maximaal toegestane optredende geluidbelastingen door de aanpassing van de voorgestelde milieucategorie, niet zal worden gewijzigd. Het verhogen van de milieucategorie ter plaatse van het geprojecteerde bedrijventerrein, zal dan ook geen nadelige gevolgen hebben op het ter plaatse van kracht zijnde beoordelingsniveau.
In die zin betreft deze aanpassing derhalve geen aanvullende beperking of belemmering voor de betreffende woonbestemmingen. En blijft het ter plaatse heersende maximale omgevingsgeluid ongewijzigd. Temeer omdat de maximaal planologische activiteiten passen binnen het gestelde beoordelingsniveau van 55 dB(A) overeenkomstig het milieuspoor. Het van toepassing zijnde beoordelingsniveau ter plaatse van de beide woonbestemmingen in het kader van het Activiteitenbesluit bedraagt 55 dB(A). Dit is 5 dB(A) hoger dan de gestelde grenswaarde in het kader van de ruimtelijke inpassing. Dit gegeven kan worden gehanteerd bij de nadere onderbouwing van de verhoogd optredende geluidbelastingen ter plaatse van de betreffende woonbestemmingen overeenkomstig het gestelde in STAP 3 van de VNG-publicatie. 4.3.1 Overdrachtsmaatregelen Omdat er ter plaatse van de woonbestemmingen A en B sprake is van een overschrijding van de grenswaarde met betrekking tot de ruimtelijke inpassing van 50 dB(A) etmaalwaarde, dien ter motivering te worden nagegaan in hoeverre afschermende maatregelen mogelijk zijn.
Omdat er bij de nadere uitwerking van de berekeningen overeenkomstig het gestelde in de handreiking Zonebeheersplan, rekening dient te worden gehouden met een oppervlaktebron met een bronhoogte van 5 meter en er op de geprojecteerde bedrijfslocatie zelf geen rekening mag worden gehouden met afschermingen van bebouwingen en dergelijke, heeft het aanbrengen van een dergelijk geluidscherm in dit kader niet echt zin. Verwacht mag echter worden dat door het oprichten van bebouwing binnen het geprojecteerde plangebied er wel sprake zal zijn van enige afschermende werking. Daarnaast is het eveneens mogelijk om in het kader van het milieuspoor [gebaseerd op de representatieve bedrijfssituatie en getoetst aan het gestelde in het Activiteitenbesluit] aanvullende afschermingen op te nemen op de erfscheidingen tussen de geprojecteerde bedrijfslocatie en de betreffende woonbestemmingen. Het is raadzaam om hiermee al vast rekening te houden met de nadere uitwerking van de cumulatieve optredende geluidbelasting.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
4-2
M O T I V E R I N G
O V E R S C H R I J D I N G E N
4.3.2 Gecumuleerde geluidbelastingen Bij de beoordeling van de classificering van de milieukwaliteit ter plaatse, dient men uit te gaan van de gecumuleerde geluidbelasting op de betreffende woonbestemmingen van alle van belang zijnde geluidbronnen gezamelijk. Wanneer men uitgaat van de planologisch maximale optredende geluidbelastingen voor een milieucategorie 3.1 inrichting [56 dB(A) per m2], dan is er uitgaande van het aanbrengen van een geluidscherm met een hoogte van 2,00 meter tegen de linkerzijgrens en achtererfgrens van de woonbestemmingen, sprake van een optredende geluidbelasting van 55 dB(A). Hierbij zijn wij ervan uitgegaan dat hierbij sprake zal zijn van een bronhoogte van circa 1,20 meter. Deze komt namelijk overeen met die van een vrachtwagen. Voor een categorie 3.1 inrichting zal transport namelijk in de regel de maatgevende bron betreffen. Daarnaast hebben wij hierbij geen rekening gehouden met enige afscherming van opstallen ter plaatse van de woningen Tabel 4-2: Optredende geluidsbelastingen cumulatie industrielawaai.
Na am Omsch rijvin g Ho og te [m] Ld en [d B] Toets [d B] Ov ersch rijd in g TP 01_A TP 01 Woonbestemming binnen bedrijventerrein 1,5 50,5 53 -TP 01_B TP 01 Woonbestemming binnen bedrijventerrein 5,0 53,3 53 0 TP 02_A TP 02 Woonbestemming binnen bedrijventerrein 1,5 50,6 53 -TP 02_B TP 02 Woonbestemming binnen bedrijventerrein 5,0 53,7 53 1 TP 03_A TP 03 Woonbestemming binnen bedrijventerrein 1,5 50,3 53 -TP 04_A TP 04 Woonbestemming binnen bedrijventerrein 1,5 53,3 53 -TP 05_A TP 05 Burger woonbestemming 1,5 49,3 53 -TP 05_B TP 05 Burger woonbestemming 5,0 50,1 53 --
Wanneer er wel rekening wordt gehouden met de afschermende werking van deze opstallen, dan blijkt dat er sprake is van een optredende gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van het industrielawaai van maximaal 54 dB(A). Voor het uitwerken van de gecumuleerde geluidbelastingen wordt hiermee in de regel rekening gehouden. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat, in tegenstelling tot bij de uitwerking van de optredende geluidbelastingen als gevolg van de planologisch maximale situatie per inrichting, er geen rekening is gehouden met een 2e bouwlaag ter plaatse van de woning Ettenseweg 9a. Dit pand heeft namelijk in de huidige situatie geen 2e bouwlaag. Naast de cumulatie van de planologisch maximale optredende geluidbelastingen afkomstig van de bedrijven op het bedrijventerrein zoals deze hiervoor is uitgewerkt, is er ook nog sprake van wegverkeerslawaai welke gezien de verkeersintensiteiten in de directe omgeving van het plangebied eveneens voor de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat relevant zou kunnen zijn. Om de cumulatie van zowel de industrie als het wegverkeer gezamenlijk te kunnen beoordelen, is er door ons bureau dd. 14-12-2022 onder kenmerk 25211, versie 1.0 een akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai uitgevoerd. De hieruit berekende optredende geluidbelastingen zijn zonder aftrek artikel 110g van de Wet geluidhinder overgenomen in de onderstaande cumulatietabel.
Tabel 4-3: Optredende geluidsbelastingen cumulatie industrielawaai CAT 3.1 en Wegverkeerslawaai. H [m]
Code
Om schrijving
TP 01_A TP 01_B TP 02_A TP 02_B TP 03_A TP 04_A TP 05_A TP 05_B
TP 01 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 01 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 02 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 02 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 03 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 04 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 05 Burger woonbestemming TP 05 Burger woonbestemming
Industrie CAT 3.1 L IL L* IL
1,5 4,5 1,5 4,5 1,5 1,5 1,5 4,5
50,5 53,3 50,6 53,7 50,3 53,3 49,3 50,1
Wegverkeer L VL L* VL
51,5 54,3 51,6 54,7 51,3 54,3 50,3 51,1
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
59,7 60,4 47,8 52,1 48,5 47,9 57,3 58,8
59,7 60,4 47,8 52,1 48,5 47,9 57,3 58,8
Cumul atie L CUM
Toetsing Lcum
60 61 53 57 53 55 58 59
58 58 58 58 58 58 55 55
4-3
M O T I V E R I N G
O V E R S C H R I J D I N G E N
Om na te kunnen gaan ter plaatse van welke gevels er daadwerkelijk sprake is van een toename van de optredende maximale geluidbelastingen als gevolg van de categorieverhoging op de betreffende bedrijfslocatie, hebben wij naast de uitwerking van de cumulatieberekening voor de nieuwe situatie, eveneens een cumulatieberekening uitgevoerd overeenkomstig de situatie in het vigerende bestemmingsplan. Zie voor een totaaloverzicht van deze berekeningen alsmede voor de beoordeling hiervan, de hiervoor in Bijlage 07 opgenomen uitdraai. Als men de resultaten van de cumulatieberekening overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan vergelijkt met die in de nieuwe situatie, dan blijkt dat er enkel ter plaatse van de ontvangerpunten gesitueerd op de gevel van de woning aan de Ettenseweg 9 [TP 02], alsmede ter plaatse van de woning aan de Ettenseweg 9A [TP 03 en TP 04] sprake is van een toename van de optredende geluidbelastingen. Ter plaatse van de woning Ettenseweg 9 is in de nieuwe situatie op de verdieping sprake van een gecumuleerde maximale optredende geluidbelasting van 57 dB. Dit betreft een toename van maximaal 4 dB. Ter plaatse van de begane grond van de woning Ettenseweg 9 is sprake van een gecumuleerde maximale optredende geluidbelasting van 55 dB.
Dit betreft een toename van maximaal 6 dB Hierbij kan nog worden opgemerkt dat karakteristieke geluidswering van een gevel ter plaatse van de geluidsgevoelige ruimten bij nieuwbouw overeenkomstig het gestelde in het Bouwbesluit [binnenniveau verblijfsgebied 35 dB(A)], minimale 20 dB(A) dient te bedragen. Hieraan wordt ook na de genoemde categorie-wijziging in het geval van de woonlocatie Ettenseweg 9, nog aan voldaan. Ter plaatse van de linker zijgevel van de woonlocatie Ettenseweg 9, is er in de nieuwe situatie ten opzichte van de situatie in het vigerende bestemmingsplan, geen sprake van een toename van de optredende gecumuleerde geluidbelasting. Dit geldt eveneens voor de optredende geluidbelasting ter plaatse van de woning aan de Ettenseweg 9a. Dit vanwege het feit dat hierbij het wegverkeerslawaai veruit maatgevend is. 4.3.3 Classificering milieukwaliteit als gevolg van wijziging Een van de overwegingen met betrekking tot het accepteren van een hogere optredende gecumuleerde geluidbelasting, betreft het bepalen van de classificering van de milieukwaliteit ter plaatse. Bij de kwalitatieve beoordeling van de optredende geluidbelastingen ter plaatse van de aanwezige woonbestemmingen, dienen de relevante optredende geluidbelastingen van de in de directe omgeving aanwezige geluidbronnen te worden gecumuleerd.
Hierbij dient in feite te worden uitgegaan van de representatieve bedrijfssituatie per inrichting [milieu spoor] en niet van de planologisch maximale geluidbelastingen. Omdat er op dit moment echter noggeen inzicht bestaat in de representatieve bedrijfssituaties per inrichting op het gehele bedrijventerrein, zijn wij bij het bepalen van de gecumuleerde geluidbelasting, worst-case uitgegaan van de planologisch maximaal optredende geluidbelastingen. Dit zal een enigszins te hoge ingeschatting van de optredende geluidbelastingen tot gevolg hebben.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
4-4
M O T I V E R I N G
O V E R S C H R I J D I N G E N
Op basis van de berekende gecumuleerde geluidbelasting ter plaatse van de gevels waar als gevolg van de verruiming van de milieucategorie sprake is van een toename van de optredende geluidbelastingen, is een kwalificatie van het omgevingsgeluid gebaseerd op de systematiek ‘Methode Miedema’ uitgewerkt. De hierbij toegepaste classificering is weergegeven in de naast staande tabel. Hierbij zijn wij er worst-case van uitgegaan dat er voor een categorie 3.1 inrichting sprake is van het planologisch maximale bronniveau en een bronhoogte van 1,20 meter. Daarnaast zijn wij er bij de nadere uitwerking van uitgegaan dat er een geluidscherm op de erfgrens wordt opgenomen met een hoogte van 2,00 meter. Op de maatgevende ontvangerpunten ter plaatse van de woonlocatie Ettenseweg 9A, is er sprake van een optredende gecumuleerde maximale geluidbelasting afkomstig van industrielawaai en wegverkeerslawaai gezamenlijk van maximaal 55 dB. De hierbij behorende omgevingskwaliteit ter plaatse van de maatgevende gevel wordt geclassificeerd als ‘Redelijk’. Op de maatgevende ontvangerpunten ter plaatse van de linker zijgevel van de woonlocatie Ettenseweg 9, is er sprake van een optredende gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van industrielawaai en wegverkeerslawaai gezamenlijk van maximaal 61 dB en op de achtergevel van maximaal 57 dB.
Het optredende gecumuleerde geluidniveau op de zijgevel is niet toegenomen naar aanleiding van de wijziging van de milieucategorie. Deze waarde is het gevolg van de optredende geluidbelasting afkomstig van het wegverkeer en behoeft derhalve niet te worden betrokken in de overwegingen in het kader van dit onderzoek. Ter plaatse van de achtergevel is er wel sprake van een toename als gevolg van de voorgenomen bestemmingsplanherziening. Deze bedraagt maximaal 4 dB. De hierbij behorende omgevingskwaliteit ter plaatse van de maatgevende gevels worden hierbij geclassificeerd als ‘Matig’. Ter plaatse van de begane grond wordt na het aanbrengen van het genoemde geluidscherm en uitgaande van het optredende gecumuleerde geluidniveau afkomstig van de industriele vestigingen en het verkeer, overal aan de gestelde grenswaarde van 55 dB voor een woning op een bedrijventerrein voldaan. 4.4 Samenvatting motivering Bij de afweging over het al dan niet verlenen van medewerking bij het toestaan van een hogere optredende geluidbelasting dan 50 dB(A) op een tweetal binnen het bedrijventerrein gelegen woonbestemmingen in het kader van de ruimtelijke inpassing, zijn samengevat de onderstaande overwegingen van belang: 1.
Er is sprake van een planologisch maximaal optredende geluidbelasting afkomstig van het geprojecteerde bedrijventerrein ter plaatse van de woonbestemming Ettenseweg 9, van maximaal 54 dB(A); gesteld kan worden dat hiermee aan de grenswaarde van 55 dB(A) zoals gesteld in het Activiteitenbesluit wordt voldaan; 2. Er is sprake van een planologisch maximaal optredende geluidbelasting afkomstig van het geprojecteerde bedrijventerrein ter plaatse van de woonbestemming Ettenseweg 9A, van maximaal 53 dB(A); ook hier wordt aan de genoemde grenswaarde voldaan; 3. Voorgesteld wordt om ter plaatse van de erfgrens tussen de geprojecteerde bedrijfsbestemming en de aanwezige woonbestemmingen, een geluidscherm aan te
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
4-5
M O T I V E R I N G
O V E R S C H R I J D I N G E N
brengen met een hoogte van 2,00 meter en een massa van ten minste 10 kilogram per vierkante meter. 4. Uit de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van alle in de directe omgeving van de beide woonbestemmingen gelegen inrichtingen en het wegverkeer, blijkt dat wanneer er een geluidscherm met een hoogte van 2,00 meter wordt aangebracht en er enkel wordt beoordeeld op de plaatsen waar als gevolg van de bestemmmingsplanwijziging, sprake is van een toename van de optredende geluidbelasting; op de begane grond is sprake van een optredende gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 55 dB; dit houdt in dat er ter plaatse, uitgaande van een woonbestemming op een bedrijventerrein, sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 5. Op de verdieping van de woonlocatie Ettenseweg 9 is als gevolg van cumulatie van zowel industrielawaai als wegverkeerslawaai, sprake van een optredende geluidbelasting van maximaal 57 dB(A); overwogen zou kunnen worden om aanvullende geluidwerende voorzieningen aan te brengen aan de betreffende gevels ter plaatse van de slaapvertrekken, om hierdoor alsnog aan een maximaal binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde te kunnen voldoen; deze woning is overignens in eigendom van de initiatiefnemer.
Resumerend kan worden gesteld dat er ook na de voorgenomen categorieverhoging ter plaatse van de geprojecteerde bedrijfsbestemming, ervan uitgaande dat er geluidwerende voorzieningen worden aangebracht aan de gevels ter plaatse van de verdieping van de woonlocatie Ettenseweg 9, sprake zal blijven van een goed woon- en leefklimaat. 4.4.1 Eigendom woonbestemming A Hierbij kan ook nog worden opgemerkt dat de woonbestemming Ettenseweg 9, waarop tevens de hoogste geluidbelastingen optreden, in eigendom is van de initiatiefnemer van de voorgenomen bestemmingsplanherziening. Hij kan zich vinden in het feit dat naar aanleiding van de voorgestelde aanpassing van de milieucategorie mogelijk een iets hogere geluidbelasting op zou kunnen treden op de maatgevende gevels van deze woning. Daarnaast zal hij medewerking verlenen aan het zo nodig aanbrengen van aanvullende geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de 1e verdieping hiervan.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
4-6
S A M E N V A T T I N G
E N
B E O O R D E L I N G
Hoofdstuk
5. Samenvatting en beoordeling 5.1 Samenvatting In opdracht van Kernplein te Gaanderen, is door ANCOOR te Doetinchem een akoestisch onderzoek ingesteld naar de planologische inpassing van een verruiming van de bedrijfsbestemming ter plaatse van de bestaande bedrijfslocatie aan de Ettenseweg 7A te Ulft [Basil BV]. Hierbij dient te worden nagegaan in hoeverre het mogelijk is de geprojecteerde bestemmingsverruiming ruimtelijk is in te passen in haar directe omgeving. Bij het opstellen of aanpassen van een bestemmingsplan, moet sprake zijn van een zorgvuldige belangenafweging. Voor de vestiging of uitbreiden van een bedrijf is milieuzonering hierbij één van de te beschouwen aspecten. Overeenkomstig het ter plaatse vigerende bestemmingsplan De Riese III, kan hierbij gebruik te worden gemaakt van de zoneringssystematiek uit de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering. 5.1 Doelstelling onderzoek Het doel van het ingestelde onderzoek is om enerzijds het borgen van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan te tonen ter plaatse van de in de directe omgeving van het plangebied gelegen voor geluidgevoelige bestemmingen en anderzijds het borgen van ruimte voor bedrijven om deze op een representatieve wijze uit te kunnen oefenen. Een en ander gebaseerd op de criteria uit de publicatie ‘Milieuzonering nieuwe stijl’ van het VNG.
5.1 Beoordeling STAP1 VNG-publicatie Voor het plangebied geldt het omgevingstype “Gemengd gebied”. Hoewel een als burgerwoning aan temerkte woonbestemming buiten de rondom het geprojecteerde plangebied aanwezige 30 meter-contour is gelegen, en dus past binnen het gestelde in STAP1 van de genoemde publicatie, zijn er ook een 2-tal woonbestemmingen gelegen op het bedrijventerrein die vallen binnen deze 30 meter-contour. Een en ander houdt in dat er voor deze woonbestemmingen een gericht akoestisch onderzoek dient te worden uitgevoerd, met als doel om de planologisch maximale geluidbelasting op de betreffende woonbestemmingen ter plaatse te kunnen bepalen. 5.2 Beoordeling STAP 2 VNG-publicatie Omdat er bij de ruimtelijke inpassing van een geprojecteerd plangebied moet worden uitgegaan van de maximale optredende geluidbelasting in plaats van deze te baseren op de representatieve bedrijfssituatie, zijn wij voor het bepalen van de optredende bronvermogens uitgegaan van de systematiek zoals deze is beschreven in de ‘Handreiking Zonebeheerplan’. Voor de uitwerking van de ruimtelijke inpassing hebben wij de door de initiatiefnemer op laten stellen stedenbouwkundige visie als uitgangspunt aangehouden. Naar aanleiding van deze schets hebben het planologische aandachtsgebied binnen de 50 dB(A)-zonegrens uitgewerkt zoals deze op de volgende bladzijde is weergegeven.
De hierbij weergegeven contour is gebaseerd op de planologisch maximale geluidbelasting afkomstig van het geprojecteerde bedrijventerrein gebaseerd op milieucategorie 3.1 activiteiten.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
5-1
S A M E N V A T T I N G
E N
B E O O R D E L I N G
Tabel 5-1: Zonering milieucategorie 3.1-inrichting, gebaseerd op het hierbij uitgewerkte VOORSTEL
5.2.1 Optredende geluidbelastingen Wanneer de langtijdgemiddelde geluidsniveaus gebaseerd op een gebiedstype ‘Gemengd gebied’ en een milieucategorie 3.1, worden getoetst aan het richtwaarden van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode ter plaatse van de binnen het bedrijventerrein aanwezige woonbestemmingen, dan kan worden gesteld dat hieraan niet op alle beoordelingspunten kan worden voldaan. Er is ter plaatse sprake van een maximaal optredende geluidbelasting van 54 dB(A). Een en ander houdt in dat er voor een tweetal binnen het bedrijventerrein gelegen woonbestemmingen, niet wordt voldaan aan het gestelde in STAP 2 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. 5.3 Motivering STAP 3 5.3.1 Industrielawaai Bij de afweging over het al dan niet verlenen van medewerking bij het toestaan van een hogere optredende geluidbelasting dan 50 dB(A) op een tweetal binnen het bedrijventerrein gelegen woonbestemmingen in het kader van de ruimtelijke inpassing, zijn samengevat met betrekking tot de optredende geluidbelastingen afkomstig vna de industriele vestiging, de onderstaande overwegingen van belang: 1.
Er is sprake van een planologisch maximaal optredende geluidbelasting afkomstig van het geprojecteerde bedrijventerrein ter plaatse van de woonbestemming Ettenseweg 9, van maximaal 54 dB(A); gesteld kan worden dat hiermee aan de grenswaarde van 55 dB(A) zoals gesteld in het Activiteitenbesluit wordt voldaan; 2. Er is sprake van een planologisch maximaal optredende geluidbelasting afkomstig van het geprojecteerde bedrijventerrein ter plaatse van de woonbestemming Ettenseweg 9A, van maximaal 53 dB(A); ook hier wordt aan de genoemde grenswaarde voldaan; 3. Voorgesteld wordt om ter plaatse van de erfgrens tussen de geprojecteerde bedrijfsbestemming en de aanwezige woonbestemmingen, een geluidscherm aan te
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
5-2
S A M E N V A T T I N G
E N
B E O O R D E L I N G
brengen met een hoogte van 2,00 meter en een massa van ten minste 10 kilogram per vierkante meter. 5.3.2 Gecumuleerde geluidbelasting Op de maatgevende ontvangerpunten ter plaatse van de woonlocatie Ettenseweg 9A, is er sprake van een optredende gecumuleerde maximale geluidbelasting afkomstig van industrielawaai en wegverkeerslawaai gezamenlijk van maximaal 55 dB. De hierbij behorende omgevingskwaliteit ter plaatse van de maatgevende gevel wordt geclassificeerd als ‘Redelijk’. Op de maatgevende ontvangerpunten ter plaatse van de linker zijgevel van de woonlocatie Ettenseweg 9, is er sprake van een optredende gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van industrielawaai en wegverkeerslawaai gezamenlijk van maximaal 61 dB en op de achtergevel van maximaal 57 dB. Het optredende gecumuleerde geluidniveau op de zijgevel is niet toegenomen naar aanleiding van de wijziging van de milieucategorie. Deze waarde is het gevolg van de optredende geluidbelasting afkomstig van het wegverkeer en behoeft derhalve niet te worden betrokken in de overwegingen in het kader van dit onderzoek. Ter plaatse van de achtergevel is er wel sprake van een toename als gevolg van de voorgenomen bestemmingsplanherziening. Deze bedraagt maximaal 4 dB. De hierbij behorende omgevingskwaliteit ter plaatse van de maatgevende gevels worden hierbij geclassificeerd als ‘Matig’.
Wanneer er voorzieningen aan de gevels worden aangebracht, waardoor het binnenniveau eveneens wordt teruggebracht tot maximaal 35 dB, dan is ook hier sprake van een classificatie ‘Redelijk’. Ter plaatse van de begane grond wordt na het aanbrengen van het genoemde geluidscherm en uitgaande van het optredende gecumuleerde geluidniveau afkomstig van de industriele vestigingen en het verkeer, overal aan de gestelde grenswaarde van 55 dB voor een woning op een bedrijventerrein voldaan [classificatie ‘Redelijk’]. Samengevat zijn aanvullend met betrekking tot de optredende geluidbelastingen afkomstig van de optredende gecumuleerde geluidbelastingen, de onderstaande aanvullende overwegingen nog van belang: 4. Uit de berekening van de gecumuleerde geluidbelasting afkomstig van alle in de directe omgeving van de beide woonbestemmingen gelegen inrichtingen en het wegverkeer, blijkt dat wanneer er een geluidscherm met een hoogte van 2,00 meter wordt aangebracht en er enkel wordt beoordeeld op de plaatsen waar als gevolg van de bestemmmingsplanwijziging, sprake is van een toename van de optredende geluidbelasting; op de begane grond is sprake van een optredende gecumuleerde geluidbelasting van maximaal 55 dB; dit houdt in dat er ter plaatse, uitgaande van een woonbestemming op een bedrijventerrein, sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 5.
Op de verdieping van de woonlocatie Ettenseweg 9 is als gevolg van cumulatie van zowel industrielawaai als wegverkeerslawaai, sprake van een optredende geluidbelasting van maximaal 57 dB(A); overwogen zou kunnen worden om aanvullende geluidwerende voorzieningen aan te brengen aan de betreffende gevels ter plaatse van de slaapvertrekken, om hierdoor alsnog aan een maximaal binnenniveau van 35 dB(A) etmaalwaarde te kunnen voldoen; deze woning is overignens in eigendom van de initiatiefnemer. Resumerend kan worden gesteld dat er ook na de voorgenomen categorieverhoging ter plaatse van de geprojecteerde bedrijfsbestemming, ervan uitgaande dat er geluidwerende voorzieningen worden aangebracht aan de gevels ter plaatse van de verdieping van de woonlocatie Ettenseweg 9, sprake zal blijven van een goed woon- en leefklimaat.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
5-3
S A M E N V A T T I N G
E N
B E O O R D E L I N G
5.4 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er na het verhogen van de ter plaatse toegestane milieucategorie tot 3.1, gebaseerd op de uitgangspunten overeenkomstig de STAPPEN 1 tot en met 3 van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, gericht op de ter plaatse van kracht zijnde omgevingskwaliteit, sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat. Dit betekent dat deze bestemmingswijziging ter plaatse ruimtelijk op een goede manier is in te passen. 5.5 Aanbeveling Voorgesteld wordt om ter plaatse van de erfgrens (zowel tegen de zijgevel als de achtergevel) tussen de geprojecteerde bedrijfsbestemming en de aanwezige woonbestemmingen A + B, een geluidscherm aan te brengen met een hoogte van 2,00 meter en een massa van ten minste 10 kilogram per vierkante meter. Voorgesteld wordt om deze maatregel planologisch te borgen. Daarnaast wordt voorgesteld om ter plaatse van de 1e verdieping van de woonlocatie Ettenseweg 9, welke in eigendom is van de initiuatiefnemer, aanvullende geluidwerende voorzieningen aan te brengen, om hierdoor alsnog aan de gestelde maximale binnenwaarden ter plaatse van de betreffende slaapverdieping te kunnen voldoen.
Projectnummer: 25202, versie 2.1 Datum: 15-12-2022
5-4
BIJLAGE 01
BIJLAGE 02
UITDRAAI RUIMTELIJKE PLANNEN
BIJLAGE 03
25 m
50 m
75 m
100 m
BIJLAGE 04
Invoergegevens VOORSTEL ruimtelijke inpassing Ruimtelijke inpassing Bedrijventerrein De Rieze Ettenseweg 7a te Ulft. Model: Groep:
ANCOOR Projectnummer 25202
model VOORSTEL CAT 3.1 versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam
Omschr.
Oppervl3-1
Oppervlaktebron 3.1
Hoogte
Maaiveld
5,00
14,35
Hdef. Relatief
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Ancoor
TypeLw
Weging
Cb(D)
Cb(A)
Cb(N)
DeltaL
DeltaH
Negeer obj.
LwM2 31
LwM2 63
LwM2 125
LwM2 250
LwM2 500
LwM2 1k
LwM2 2k
LwM2 4k
LwM2 8k
False
A
0,00
--
--
5,0
5,0
Ja
56,00
56,00
56,00
56,00
56,00
56,00
56,00
56,00
56,00
24-11-2022 15:34:29
Invoergegevens VOORSTEL ruimtelijke inpassing Ruimtelijke inpassing Bedrijventerrein De Rieze Ettenseweg 7a te Ulft. Model: Groep:
ANCOOR Projectnummer 25202
model VOORSTEL CAT 3.1 versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Oppervlaktebronnen, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam
Lw 31
Lw 63
Lw 125
Lw 250
Lw 500
Lw 1k
Lw 2k
Lw 4k
Lw 8k
Red 31
Red 63
Red 125
Red 250
Red 500
Red 1k
Red 2k
Red 4k
Red 8k
Oppervl3-1
98,13
98,13
98,13
98,13
98,13
98,13
98,13
98,13
98,13
28,60
20,90
14,80
10,20
7,00
6,10
7,10
9,30
9,80
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Ancoor
24-11-2022 15:34:29
Invoergegevens VOORSTEL ruimtelijke inpassing Ruimtelijke inpassing Bedrijventerrein De Rieze Ettenseweg 7a te Ulft. Model: Groep:
ANCOOR Projectnummer 25202
model VOORSTEL CAT 3.1 versie van Gebied - Gebied (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Industrielawaai - HMRI, industrie
Naam
Omschr.
Hoogte A
Hoogte B
Hoogte C
Hoogte D
Hoogte E
Hoogte F
Gevel
TP 01 TP 02 TP 05 RP 30 m 2 RP 30 m 4
TP 01 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 02 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 05 Burger woonbestemming RP 30 m 2 Referentiepunt CAT 3.1 RP 30 m 4 Referentiepunt CAT 3.1
Maaiveld 14,76 14,87 14,71 14,14 15,80
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
------
------
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
RP 30 m 3 RP 30 m 5 TP 03 TP 04 TP 06
RP 30 m 3 Referentiepunt CAT 3.1 RP 30 m 5 Referentiepunt CAT 3.1 TP 03 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 04 Woonbestemming binnen bedrijventerrein TP 06 Bedrijfswoning derden
15,23 16,56 14,63 14,41 14,97
Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
5,00 5,00 5,00 5,00 5,00
------
------
------
------
Ja Ja Ja Ja Ja
Geomilieu V2022.4 rev 1 Licentiehouder: Ancoor
Hdef.
24-11-2022 15:34:29
BIJLAGE 05