4177.01.MOT.TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat.vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Conclusie
Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief. De maatregelen worden uitgevoerd, zoals opgenomen in de ontheffing.
4.4
Geluid
Veel activiteiten in de fysieke leefomgeving hebben te maken met geluid; ze veroorzaken geluid(hinder) of worden eraan blootgesteld. Daarom worden er regels gesteld aan geluid. Deze regels gaan over het beheersen van geluid door bedrijven, wegen, spoorwegen en industrieterreinen enerzijds en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en locaties anderzijds. In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid.
"TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 25
4.4.1
(Wettelijk) kader
De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor milieubelastende activiteiten die geluid voortbrengen. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen, zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen, worden via de Aanvullingswet geluid, het Aanvullingsbesluit geluid en de Aanvullingsregeling geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron.
De geluidinhoudelijke doelstellingen zijn: het voorkomen van een onbeheerste groei van de geluidsbelasting op en in geluidsgevoelige gebouwen en locaties; het reduceren van geluidbelastingen op en in gelidsgevoelige gebouwen en locaties die blootstaan aan zeer hoge geluidsbelastingen; het bevorderen van bronmaatregelen; het scheppen van een beter toegankelijk en minder complex geheel van regels; het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels. Onder de Omgevingswet wordt gewerkt met geluidaandachtsgebieden. De geluidaandachtsgebieden worden rekenkundig afgeleid van geluidproductieplafonds en basisgeluidemissies. De geluidaandachtsgebieden moeten op termijn digitaal op kaart worden ontsloten in de Centrale Voorziening Geluidgegevens. De geluidnormen zijn opgenomen in het Bkl. Er moet ook rekening worden gehouden met cumulatie van alle relevante geluidbronnen. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw of locatie binnen een geluidaandachtsgebied moet het aspect geluid beoordeeld worden. Overigens moet ook waar geen sprake is van een geluidaandachtsgebied, in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, het aspect geluid afgewogen worden. 4.4.2
Toetsing
Met het plan is sprake van herontwikkeling binnen een bestaande woonwijk. De huidige sociale huurwoningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd, waardoor er een verduurzamingsslag zal plaatsvinden. Hierdoor worden in totaal 32 woningen gerenoveerd en worden 7 woningen gesloopt. In plaats van deze gesloopte woningen worden 14 beneden-bovenwoningen nieuw gebouwd. Woningen zijn geluidsgevoelige bestemmingen. De voorgenomen ontwikkeling staat nabij diverse geluidsbronnen. Aan de hand van de geluidaandachtsgebieden rondom de diverse wegen, spoorwegen en gezoneerde bedrijventerreinen kan worden bepaald voor welke geluidsbronnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Gezoneerde bedrijventerrein zijn in de nabijheid van het projectgebied niet aanwezig. Het plan ligt dan ook niet in de geluidaandachtsgebieden van gezoneerde bedrijventerrein. Akoestisch onderzoek naar gezoneerde bedrijventerreinen is daarom niet noodzakelijk. Het projectgebied ligt in de buurt van de rustige woonstraten, zoals de Graaf van Lohnstraat, de Arentzenstraat, de Juliana van Stolbergstraat en de Oranjestraat. Deze wegen hebben een verkeersintensiteit van minder dan 1.000 voertuigbewegingen per etmaal. Op basis van het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) hebben deze wegen geen geluidsaandachtsgebied.
Gezien de lage verkeersintensiteit is te verwachten dat deze wegen geen invloed hebben op het akoestische klimaat ter plaatse van de nieuwe woningen in het projectgebied. Akoestisch onderzoek naar de woonstraten is dan ook niet noodzakelijk. 4.4.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
26 "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld)
4.5
Luchtkwaliteit
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect luchtkwaliteit. 4.5.1
(Wettelijk) kader
De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: 1.
Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze 'standaardgevallen NIBM' vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Soms kan een kwalitatieve berekening voldoende zijn. Met de NIBM-tool kan op een eenvoudige en snelle manier berekend worden of een project in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Soms zijn detailberekeningen nodig als aanvulling op de NIBM-tool.
Buiten de zogenaamde aandachtsgebieden (die liggen in de grotere stedelijke agglomeraties) blijft toetsing aan het onderwerp luchtkwaliteit in het omgevingsplan beperkt tot de aanleg van auto(snel)wegen en langere tunnelbuistrajecten. De rijksomgevingswaarden voor luchtkwaliteit gelden niet voor arbeidsplaatsen. Daartoe behoren bijvoorbeeld bedrijventerreinen, maar ook bedrijfswoningen. Ten slotte moet in het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet afgewogen worden of de luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief aanvaardbaar is om een nieuwe woning te realiseren. 4.5.2
Toetsing
Het voorgenomen plan zorgt per saldo voor een toename van 7 sociale huurwoningen. Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. Het CIMLK geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in het projectgebied tussen 2022 en 2030. Het CIMLK maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2022, 2025 en 2030 in het projectgebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Het rekenpunt (51468751_15573447) dat het dichtst bij het projectgebied ligt (gelegen aan de "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 27
Terborgseweg), kent de volgende gemeten waarden voor NO2, PM10 en PM2,5 in 2023: NO2: 9,9839 µg/m3 PM10: 15,1522 µg/m3 PM2,5: 8,5175 µg/m3 Voor NO2 en PM10 verbindingen geldt een grenswaarde van 40 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 20 µg/m3. De hoeveelheid NO2, PM10 en PM2,5 in het projectgebied blijft ruimschoots onder de gestelde grenswaarden. De monitoringstool maakt dus duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2022, 2025 en 2030 in het projectgebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. 4.5.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.6
Geur
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geur. 4.6.1
(Wettelijk) kader
Bij bedrijven kunnen activiteiten plaatsvinden die geurhinder veroorzaken. Die activiteiten zijn dan zelf een relevante geurbron. Het bevoegd gezag bepaalt echter zelf welke mate van geurhinder ze aanvaardbaar vindt. Er moet dus worden beoordeeld of de geur van een activiteit op een geurgevoelig gebouw aanvaardbaar is. De instructieregels van het Bkl voor geur afkomstig van rioolwaterzuiveringen en landbouwhuisdieren zijn gericht op aangewezen geurgevoelige gebouwen. In de aanwijzing van geurgevoelige gebouwen is de functie bepalend. Hierbij kan gedacht worden aan wonen, onderwijs of zorg. Voor overige gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van geurbescherming. Dat doet de gemeente vanuit haar taak van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties. 4.6.2
Toetsing
Met het initiatief is sprake van de herstructuring van een bestaande woonwijk. De woningen worden beschouwd als geurgevoelige objecten. In de omgeving van het projectgebied zijn alleen geurveroorzakende bedrijven gelegen (in dit geval veehouderijen) waarvoor een vaste afstandsnorm geldt van 100 m tot aan de geurgevoelige objecten binnen het projectgebied. Het dichtstbijzijnde geurveroorzakende bedrijf ligt aan de Idinkweg 2 op ruim 900 meter. Er is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat binnen het projectgebied. Daarnaast geldt dat het initiatief niet zorgt voor een beperking van de bedrijfsvoering van de geurveroorzakende bedrijven in de omgeving. 4.6.3
Conclusie
Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.7
Milieubelastende activiteiten
4.7.1
(Wettelijk) kader
Een goede omgevingskwaliteit en de integratie van milieu en ruimte betekent het integreren van (vaak technische) milieunormen in het omgevingsplan/vergunning. In deze paragraaf is duidelijk gemaakt op welke manier aan het reguleren van de omgevingskwaliteit vanuit het thema milieubelastende (bedrijfs)activiteiten in een omgevingsplan vorm zou kunnen worden gegeven dan wel via een omgevingsvergunning kan worden geregeld.
28 "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld)
4.7.2
Toetsing
Met het plan is sprake van herontwikkeling binnen een bestaande woonwijk. De huidige sociale huurwoningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd, waardoor er een verduurzamingsslag zal plaatsvinden. Hierdoor worden in totaal 32 woningen gerenoveerd en worden 7 woningen gesloopt. In plaats van deze gesloopte woningen worden 14 beneden-bovenwoningen nieuw gebouwd. Een woning is geen functie die zorgt voor milieubelastende activiteiten. Voor de woningen zijn voorwaarden opgenomen voor wat betreft de functies beroepen en bedrijven en huis. Deze voorwaarden waarborgen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In de omgeving is alleen sprake van bedrijvigheid die verenigbaar zijn met de woonfunctie (zoals detailhandel en kantoren). Om die reden geldt dat er door het initiatief geen bedrijven worden gehinderd in hun bedrijfsvoering. 4.7.3
Conclusie
Het aspect milieubelastende activiteiten vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.8
Omgevingsveiligheid
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de omgevingsveiligheid gewaarborgd wordt. Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. 4.8.1
(Wettelijk) kader
De hoofdlijnen van het (Wettelijk) kader voor de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. Het werken met aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Met een initiatief moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties.
Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. Binnen een initiatief dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het initiatief kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 'Besluit bouwwerken leefomgeving' (Bbl). Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).
"TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 29
4.8.2
Toetsing
Met het plan is sprake van herontwikkeling binnen een bestaande woonwijk. De huidige sociale huurwoningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd, waardoor er een verduurzamingsslag zal plaatsvinden. Hierdoor worden in totaal 32 woningen gerenoveerd en worden 7 woningen gesloopt. In plaats van deze gesloopte woningen worden 14 beneden-bovenwoningen nieuw gebouwd. Er is daarmee sprake van de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten. De navolgende afbeelding bevat een uitsnede van de externe veiligheidskaart van de Atlas Leefomgeving. De globale ligging van het projectgebied is hierop aangeduid met een groene omlijning.
Uitsnede externe veiligheidskaart van de Atlas Leefomgeving
In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich geen stationaire of mobiele risicobronnen. Een nadere toetsing aan het aspect omgevingsveiligheid is daarom niet noodzakelijk. Ook de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) is op het gebied van omgevingsveiligheid akkoord met de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied. 4.8.3
Conclusie
Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.9
Water
4.9.1
(Wettelijk) kader
In artikel 5.37 van het Bkl is een instructieregel voor het meewegen van het waterbelang opgenomen. In de navolgende paragrafen wordt het beleid van het waterschap en de gemeente beschreven. Daarop volgt de toetsing aan het aspect water, het resultaat van de Digitale Watertoets en het overleg met het waterschap.
WaterschapsverordeningwaterschapRijn en IJssel De waterschapsverordening bevat de regels van het Waterschap Rijn en IJssel over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de watersystemen, de zuiveringtechnische werken en de wegen die in beheer zijn bij Waterschap Rijn en IJssel.
30 "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld)
De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur en de algemene regels. Bovendien bevat de waterschapsverordening regels over lozingen. Lozingen waren eerst op het niveau van de centrale overheid geregeld.
Waterbeheerprogramma2022-2027 In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema's.
Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.
Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen.
Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd.
Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.
Water- en Rioleringsprogramma Oude IJsselstreek 2024-2028 Het water- en rioleringsprogramma beschrijft hoe de gemeente omgaat met haar wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater en anticipeert daarbij op raakvlakken met vakgebieden zoals klimaatadaptatie, landschap en groen. Daarnaast bevat het programma onder meer een overzicht van de in de gemeente aanwezige voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater en het tijdstip waarop die voorzieningen naar verwachting aan vervanging toe zijn.
"TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 31
4.9.2
Het Wateradvies
Het projectgebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van Het Wateradvies gebruikt dit waterschap de website www.hetwateradvies.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van Het Wateradvies (zie Bijlage 8) wordt door het waterschap geconcludeerd dat er waterstaatkundige belangen zijn. Deze belangen zijn zodanig van aard en omvang dat overleg met het waterschap gewenst is. Daarom is de 'normale procedure' in gang gezet. 4.9.3
Overleg Waterschap Rijn en IJssel
Naar aanleiding van Het Wateradvies heeft er met het Waterschap Rijn en IJssel overleg plaatsgevonden met betrekking tot de bouwplannen, waterberging/infiltratievoorzieningen en de toename in verharding gecombineerd met een klimaatrobuuste inrichting. De uitkomsten van dit overleg zijn verwerkt in de quickscan water (zie paragraaf 4.9.4). 4.9.4
Toetsing
Door Buro Ontwerp & Omgeving is in mei 2025 een quickscan water uitgevoerd. Het rapport is bijgevoegd als Bijlage 9. In de huidige situatie is het projectgebied bebouwd met woningen en schuurtjes en deels in gebruik als tuin of groenstrook. Totaal is er circa 7.230 m2 verhard oppervlak en circa 1.970 m2 onverhard. Uitgangspunt hierbij is dat de voor- en achtertuinen voor 75% voorzien zijn van verhardingen (oprit, berging en overige verhardingen). In de toekomstige situatie zal de verharding op basis van het ontwerp circa 7.380 m2 betreffen. Uitgangspunt hierbij is dat de nieuw te realiseren parkeerplaatsen voorzien zullen worden van een waterdoorlatende verharding, welke voor 70% als verharding gerekend kan worden. Bij de reconstructie zal het verhard oppervlak met circa 150 m2 toenemen. Voor deze toename is door zowel het Waterschap als de gemeente een bergingseis van 20 mm opgesteld. Dit resulteert in een bergingsopgave van circa 3 m3. Hemelwater dient op eigen terrein behandeld te worden volgens de reeks infiltratie-vasthouden-bergen en vertraagd afvoeren. De beoogde nieuwe parkeerplaatsen in de groenstroken ten noorden en ten zuiden van de locatie zullen voorzien worden van waterdoorlatende verharding (b.v. grasbeton). Hierdoor kan hemelwater onder de parkeerplaatsen tijdelijk geborgen worden en infiltreren in de bodem.
Hiervoor zal onder de parkeerplaatsen drainerend (grof) zand aangebracht worden. Bij de renovatie van de woningen zullen de daken afgekoppeld worden van het gemengde stelsel. In de toekomstige situatie zal het hemelwater gescheiden van het vuilwater aangeboden worden op de perceelgrens. De gemeente Oude IJsselstreek is voornemens om onder zowel de Juliana van Stolbergstraat als de Graaf van Lohnstraat een nieuw infiltratieriool aan te brengen. Hierop zal dan de hemelwaterafvoer aangesloten worden. Onderdeel van de renovatie zijn de bergingen achter de woningen. De nieuwe bergingen zullen worden voorzien van een groen dak (dak met begroeiing). Deze daken zullen een deel van het hemelwater bergen, wat resulteert in een mindere belasting van de kolken in de achterpaden. 4.9.5
Conclusie
Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.10
Mobiliteit en parkeren
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de aspecten verkeer en parkeren.
32 "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld)
4.10.1 (Wettelijk) kader In de Omgevingswet is geen regelgeving opgenomen met betrekking tot mobiliteit en parkeren. De verkeersveiligheid is primair geborgd in de weg- en verkeerswetgeving, waaronder de Wegenverkeerswet. Daarnaast zijn richtlijnen opgenomen in het ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom). Wel kan een verandering van functies zorgen voor een verkeersaantrekkende werking. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto's, fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. De gemeente Oude IJsselstreek heeft parkeerbeleid opgesteld met daarin parkeernormen waaraan nieuwe initiatieven/ontwikkelingen moeten voldoen. De activiteit dient dus aan het gemeentelijk beleid getoetst te worden. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties moeten deze aspecten onderbouwd en indien noodzakelijk onderzocht worden. 4.10.2 Toetsing Verkeer Het initiatief zorgt per saldo voor een toename van 7 sociale huurwoningen (beneden-bovenwoningen). In totaal zal de woningvoorraad in het projectgebied bestaan uit 32 sociale huurwoningen en 14 beneden-bovenwoningen.
Deze beneden-bovenwoningen kunnen als sociale huurappartementen beschouwd worden. Voor wat betreft de te verwachten toename van het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2024 'Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering'. Hierbij wordt uitgegaan van 'huur, huis, sociale huur' voor de 32 sociale huurwoningen die gerenoveerd worden in het projectgebied. Voor de nieuwe beneden-bovenwoningen (> 75 m2 bvo) wordt uitgegaan van 'huur, appartement, sociale huur, 75-100 m2 bvo). De verstedelijkingsgraad betreft 'weinig stedelijk' en het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. Navolgende tabel vat de te verwachten verkeersgeneratie samen:
Aantal woningen
Type woning
Verkeersgeneratie per Verkeersgeneratie per woning per dag (gemiddeld) woning per dag
32
huur, huis, sociale huur
4,8
153,6
14
huur, appartement, sociale 3,4 huur, 75-100 m2 bvo
47,6
De toekomstige situatie in het projectgebied heeft een verkeersgeneratie van in totaal gemiddeld (153,6 + 47,6 =) 201,2 verkeersbewegingen per dag. De bestaande situatie in het projectgebied heeft een verkeersgeneratie van in totaal gemiddeld (39 x 4,8 =) 187,2 verkeersbewegingen per dag. De voorgenomen ontwikkeling zorgt dus voor een toename in de verkeersgeneratie van afgerond (201 - 187 =) 14 verkeersbewegingen per dag. De wegen aangrenzend aan het projectgebied hebben voldoende capaciteit om het extra toekomstige verkeer van en naar het projectgebied op te vangen.
Parkeren Het initiatief zorgt per saldo voor een toename van 7 sociale huurwoningen (beneden-bovenwoningen). Door het toevoegen van meer woningen in het projectgebied, is parkeren een aandachtspunt. Op eigen terrein is geen ruimte om de toename aan parkeerbehoefte op te lossen. Om die reden is de parkeeroplossing voor de 7 extra wooneenheden gezocht in de (nabije) openbare ruimte. Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. In dit geval het aantal wooneenheden en het type woning. De parkeerbehoefte die met het "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 33
project samenhangt, is gebaseerd op de gemeentelijke parkeernormen. De gemeentelijke parkeernormen zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen van de gemeente Oude IJsselstreek. Op basis van de parkeernota geldt voor een 'huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)' een parkeernorm van 1,4. In de nieuwe situatie bedraagt de parkeerbehoefte (14 x 1,4 =) 19,6 parkeerplekken. Door de sloop van 7 sociale huur hoekwoningen verdwijnt er echter ook parkeerbehoefte. De parkeernorm voor sociale huur hoekwoningen bedraagt 1,6. De parkeerbehoefte die verdwijnt bedraagt (7 x 1,6 =) 11,2 parkeerplekken. Daarnaast komen er door de realisatie van de beneden-bovenwoningen een aantal opritten te vervallen, doordat deze woningen breder zijn dan de huidige hoekwoningen. Deze opritten dienen tevens gecompenseerd te worden.
Daarmee komt de parkeeropgave ten behoeve van de ontwikkeling op: In de huidige situatie bedraagt de parkeerbehoefte (7 x 1,6 =) 11,2 parkeerplekken In de nieuwe situatie bedraagt de parkeerbehoefte (14 x 1,4 =) 19,6 parkeerplekken De toename aan parkeerbehoefte komt daarmee op (19,6 – 11,2 =) 8,4 parkeerplekken Plus de 7 opritten die komen te vervallen door de realisatie van de beneden-bovenwoningen = totaal (8,4 + 7 =) 15,4 parkeerplekken Aangezien er geen ruimte is om de parkeerbehoefte als gevolg van de ontwikkeling op eigen terrein op te lossen, is gezocht naar parkeeroplossingen in de (nabije) openbare ruimte van het projectgebied. Wonion en de gemeente Oude IJsselstreek zijn voornemens om parkeerplekken te realiseren op de kopse kanten van de woonblokken, aan de Arentzenstraat en de Oranjestraat. Er is hier ruimte voor 16 parkeerplekken, waarvan 10 haakse parkeerplekken aan de Arentzenstraat en 6 langsparkeerplekken aan de Oranjestraat. Navolgende afbeeldingen geven het ontwerp weer van de nieuwe parkeerplekken aan de nabijgelegen Arentzenstraat en Oranjestraat.
Parkeerontwerp Arentzenstraat (d.d. 11-03-2025)
34 "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld)
Parkeerontwerp Oranjestraat (d.d. 11-03-2025)
In de woonwijk waar de ontwikkeling is beoogd, is het toegestaan om op straat te parkeren. De gemeente Oude IJsselstreek telt deze plekken op straat daarom mee als parkeerplek. Hierdoor is het mogelijk dat zowel aan de Arentzenstraat als aan de Oranjestraat 6 auto's, in totaal 12 parkeerplekken, op straat parkeren ter hoogte van de voorgenomen nieuwe parkeerplekken op de kopse kanten van de woonblokken. Indien de voorgenomen parkeerplekken haaks gerealiseerd worden is het niet meer mogelijk om gebruik te maken van de parkeerplekken op straat. Deze parkeerplekken dienen in dat geval gecompenseerd te worden. Om te onderzoeken in hoeverre deze mogelijke plekken op straat ook daadwerkelijk worden gebruikt en als gevolg daarvan gecompenseerd dienen te worden, heeft Buro Ontwerp & Omgeving in maart 2025 een parkeeronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 10. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat er enkel in de Oranjestraat gebruik wordt gemaakt van parkeren op straat. Op het meest drukke moment qua parkeren staan er 5 auto's op straat geparkeerd. Gezien er aan de Oranjestraat gekozen is voor langsparkeerplekken, is het niet nodig om deze parkeerplekken te compensenseren. De totale parkeerbehoefte ten behoeve van de ontwikkeling bedraagt 15,4 parkeerplekken. De beoogde 16 parkeerplekken voldoen daarmee aan de parkeerbehoefte van de ontwikkeling.
4.10.3 Conclusie De aspecten mobiliteit en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.11
Kabels en leidingen
4.11.1 (Wettelijk) kader Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van planologisch relevante kabels en leidingen. 4.11.2 Toetsing In en om het projectgebied zijn geen kabels en leidingen gelegen, die een juridisch- planologische bescherming genieten. Het projectgebied valt niet samen met een zakelijk rechtstrook of een toetsingszone van een leiding, lijn of straalverbinding - gemeten uit het hart van een kabel, leiding of verbinding.
"TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 35
4.11.3 Conclusie De aspecten kabels en leidingen vormen geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.12
Milieueffectrapportage
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een toets om na te gaan of sprake is van een initiatief met grote milieugevolgen. Bij wijzigingen van het omgevingsplan en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu moet worden beoordeeld of ten behoeve van het voorgenomen initiatief, in het kader van de fysieke leefomgeving, een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. 4.12.1 (Wettelijk) kader De wetgeving over de milieueffectrapportage is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (hierna: Ob). Onder de Omgevingswet geldt de plan-m.e.r.-plicht voor een initiatief: dat een kader vormt voor een te nemen project-m.e.r.-plichtig of project-m.e.r.-beoordelingsplichtig besluit of; waarvoor een passende beoordeling vanwege Natura 2000-gebieden nodig is. In bijlage V van het Ob zijn de projecten genoemd met mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Deze lijst is niet limitatief, zodat ook voor andere dan de hierin genoemde projecten moet worden bezien of sprake is van mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Daarnaast is er de figuur van de plan-m.e.r-beoordeling voor kleine gebieden op lokaal niveau of voor kleine wijzigingen.
Deze beoordeling is alleen verplicht als het initiatief leidt tot mogelijk aanzienlijke milieueffecten en significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden optreden. Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op initiatieven of programma's die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Ob zijn genoemd. 4.12.2 Toetsing Met het plan is sprake van herontwikkeling binnen een bestaande woonwijk. De huidige sociale huurwoningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd, waardoor er een verduurzamingsslag zal plaatsvinden. Hierdoor worden in totaal 32 woningen gerenoveerd en worden 7 woningen gesloopt. In plaats van deze gesloopte woningen worden 14 beneden-bovenwoningen nieuw gebouwd. Gezien de aard en omvang van de nieuwe ontwikkeling en de voorheen aanwezig functies en bebouwing op deze locatie, wordt voorliggend initiatief niet als een nieuw ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (zoals opgenomen onder nr. J11 in Bijlage V bij het Ob) beschouwd. Om die reden hoeft geen m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Overigens wordt in dit hoofdstuk wel nader ingegaan op de eventuele nadelige gevolgen van de ontwikkeling voor het milieu. Uit deze paragrafen komt naar voren dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor het milieu heeft. 4.12.3 Conclusie Het uitvoeren van een m.e.r-beoordeling is niet noodzakelijk.
36 "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld)
4.13
Gezondheid
4.13.1 (Wettelijk) kader Volgens artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. Dit belangrijke maatschappelijke doel is o.a. doorvertaald naar een aantal instructieregels in het Bkl die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking op de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in voorgaande paragrafen gemotiveerd. In deze paragraaf wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met enerzijds het beschermen van gezondheid en anderzijds het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). 4.13.2 Toetsing Met het plan is sprake van herontwikkeling binnen een bestaande woonwijk. De huidige sociale huurwoningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd, waardoor er een verduurzamingsslag zal plaatsvinden. Hierdoor worden in totaal 32 woningen gerenoveerd en worden 7 woningen gesloopt. In plaats van deze gesloopte woningen worden 14 beneden-bovenwoningen nieuw gebouwd. Onderdeel van het initiatief is het klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte in het projectgebied (met meer ruimte voor het benodigde parkeren).
Verder worden de te renoveren en nieuw te bouwen woningen op een duurzame en circulaire wijze gerealiseerd. Hierdoor neemt de woonkwaliteit toe in het projectgebied voor de huidige en toekomstige bewoners. Daarnaast worden de nabijgelegen waardevolle groene zones en speelgebieden met het voorgenomen plan niet aangetast en blijven deze behouden. Hierdoor kunnen deze ruimtes gebruikt blijven worden door bewoners van de woningen in het projectgebied. Na renovatie zijn de woningen gasloos en de nieuwe woningen worden voor een groot deel gebouwd met biobased materialen. Daarmee is er sprake van een kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad en een kwaliteitsimpuls voor de omgeving. Mede gelet op de overige omgevingsaspecten is er in de toekomstige situatie sprake van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. 4.13.3 Conclusie Het aspect gezondheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief.
4.14
Duurzaamheid
4.14.1 (Wettelijk) kader Duurzaamheid krijgt een steeds prominentere rol in onze samenleving. De Omgevingswet biedt mogelijkheden om een transitie naar een duurzamere samenleving te bevorderen waarbij duurzame ontwikkeling wordt gedefinieerd als: "een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden voor toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen" (bijlage 1 van de Ow). 4.14.2 Toetsing Met het plan is sprake van herontwikkeling binnen een bestaande woonwijk. De huidige sociale huurwoningen voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd, waardoor er een verduurzamingsslag zal plaatsvinden. Hierdoor worden in totaal 32 woningen gerenoveerd en worden 7 woningen gesloopt. In plaats van deze gesloopte woningen worden 14 beneden-bovenwoningen nieuw gebouwd. In het projectgebied worden de bestaande woningen duurzaam gerenoveerd, worden een aantal woningen circulair gesloopt en worden de nieuwe woningen duurzaam gebouwd. De mate van duurzaamheid komt terug in bijvoorbeeld het gebruik van circulaire en biobased materialen, een lucht-water warmtepomp en een mechanisch ventilatiesysteem met Warmte Terug Winning (WTW). Alle woningen hebben hierdoor toekomstwaarde. "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 37
Onderdeel van het initiatief is het klimaatadaptief herinrichten van de openbare ruimte in het projectgebied (met meer ruimte voor het benodigde parkeren). 4.14.3 Conclusie Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initatief.
38 "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Algemeen
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO Omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Met het TAM-omgevingsplan Graaf van Lohnstraat en Juliana van Stolbergstraat wordt de herontwikkeling van het projectgebied mogelijk gemaakt. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het 'Omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek' is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) op basis van de voormalige Wet ruimtelijke ordening (Wro), maar inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet.
Omgevingsplan Op 1 januari 2024 is het 'Omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek' van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.
ToepassingTAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij de uitvoering van de Omgevingswet. Het bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wro gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2025. Als het ontwerp van een TAM-omgevingsplan uiterlijk 31 december 2025 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2026 worden afgemaakt met TAM-IMRO.
Werkingsgebied De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op het werkingsgebied, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1509.OP000025-VA01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl. In paragraaf 1.2 van deze motivering is een globale begrenzing van het werkingsgebied c.q. projectgebied opgenomen.
5.2
Toedelen van functies aan locaties
Voor de inhoudelijke regels van dit TAM-omgevingsplan is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de regels van het bestemmingsplan 'Kom Varsseveld 2010', vastgesteld op 23 juni 2011 door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek. 5.2.1
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele projectgebiedgebied en bestaat uit: Artikel 1 Toepassingsbereik: In dit artikel is opgenomen dat het TAM-omgevingsplan gelezen moet TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 39
worden als hoofdstuk in het 'Omgevingsplan gemeente Oude IJsselstreek' en de artikelen als paragrafen van dat hoofdstuk. Dit om onduidelijkheden met het omgevingsplan van rechtswege te voorkomen. Het artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn, indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM- omgevingsplan. Artikel 2 Begrippen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. Artikel 3 Wijze van meten: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 5.2.2
Specifieke regels over functies
In Hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het projectgebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. In dit TAM-omgevingsplan zijn de functies 'Tuin', 'Verkeer - verblijfsgebied' en 'Wonen' opgenomen. Navolgend worden de regels die zijn opgenomen voor deze functies nader toegelicht.
Tuin (Artikel 4) De voortuinen en een deel van de zijtuinen van de woningen zijn aangewezen als 'Tuin'. Voor deze gronden gelden de functies tuinen, parkeren, paden, erkers en erfafscheidingen. Binnen deze locaties zijn, onder voorwaarden, alleen erkers en bouwwerken, geen gebouwen zijnde in de vorm van erfafscheidingen toegestaan.
Verkeer - Verblijfsgebied (Artikel 5) De locaties waar de openbare ruimte wordt heringericht ten aanzien van parkeervoorzieningen zijn aangewezen als Verkeer - Verblijfsgebied'. Aan deze gronden zijn de functies verblijfsgebieden, wegen en pleinen, voet- en fietspaden, gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, parkeer-, speel-, groenvoorzieningen en kunstwerken, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, ontmoetingsplekken en straatmeubilair, ondergrondse containers, openbaar vervoersvoorzieningen en nutsvoorzieningen toegekend. Binnen deze locaties zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de regels onder lid 5.4.
Wonen (Artikel 6) De locaties van de nieuwe woningen (met bijbehorende tuinen en achterpaden) zijn aangewezen als 'Wonen'. Voor deze gronden gelden de functies wonen aan huis verbonden beroepen, gebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, straatmeubilair en nutsvoorzieningen. De functies aan huis verbonden bedrijf, bed en breakfast zijn daarnaast, onder voorwaarden, na verlening van een omgevingsvergunning toegestaan. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen. Woningen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Per bouwvlak is aangegeven welke bouwvorm is toegestaan. Ook is de maximale goot- en bouwhoogte aangegeven. Naast de woningen mogen tevens, onder voorwaarden, bijbehorende bouwwerken (bijvoorbeeld bijgebouwen) en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de regels onder het artikel 'bouwactiviteiten'.
40 "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld)
5.2.3
Algemene regels over functies
Hoofdstuk 3 bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele projectgebied en zijn van algemene aard. Deze worden daarom niet nader toegelicht in deze paragraaf. 5.2.4
Overgangsregels
In Hoofdstuk 4 staan de overgangsregels. In Artikel 13 wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met het omgevingsplan.
"TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 41
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid van het plan
Economische uitvoerbaarheid
De herontwikkeling gebeurt op initiatief en voor rekening van wooncorporatie Wonion, de eigenaar van de huidige woningen in het projectgebied. Voor de kosten van de voorgenomen herontwikkeling heeft Wonion een reservering getroffen. Op termijn worden de kosten van herontwikkeling grotendeels gecompenseerd door inkomsten uit huurpenningen. De gemeente Oude IJsselstreek en Wonion hebben een startnotitie uitgewerkt, waarin diverse uitgangspunten voor de voorgenomen ontwikkeling in het projectgebied zijn uitgewerkt. Daarnaast hebben de gemeente en Wonion een anterieure overeenkomst gesloten waarin de rechten en plichten van zowel de initiatiefnemer als de gemeente zijn opgenomen, alsmede de definitieve regeling ten aanzien van het kostenverhaal. Met deze overeenkomst is het initiatief verzekerd van kostendekking. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Vooroverleg
In het kader van het vooroverleg is het concept van het TAM-omgevingsplan opgestuurd naar de verschillende overlegpartners. 6.2.2
Participatie
De participatie voor het project is breed ingezet. Dit uit zich in communicatie gericht op verschillende doelgroepen en met behulp van verschillende communicatie vormen. Binnen de participatiegroepen onderscheiden we bewoners die binnen het projectgebied vallen (39 huurwoningen) en omwonenden. De bewoners binnen het projectgebied De bewoners van de huurwoningen zijn en worden via individuele gesprekken, nieuwsbrieven en plenaire informatiebijeenkomsten bij het project betrokken. Tot nu toe zijn er 3 informatiebijeenkomsten geweest voor de gehele bewonersgroep. De nieuwsbrieven met projectinformatie verschijnen om de drie tot vier maanden. Op moment van schrijven zijn er 5 nieuwsbrieven verschenen. Op individuele basis worden de persoonlijke zaken die betrekking hebben op de renovatie besproken en vastgelegd. Daarnaast worden de bewoners vertegenwoordigd door middel van een bewonerscommissie. Dit is een actieve groep van 10 bewoners die zich inzet voor een goed plan en daarin de belangen van de brede groep bewoners zoveel mogelijk probeert te behartigen. De bewonerscommissie vergadert ongeveer 3-maandelijks en afhankelijk van het specifiek onderwerp vaker. Tot nu toe zijn er 7 reguliere bijeenkomsten geweest. Voorafgaand wordt een agenda verzonden en van de bijeenkomsten worden verslagen gemaakt. Ook heeft de bewonerscommissie een stem in de keuze van het plan (en de aannemer).
Voorafgaand aan het aanbestedingstraject heeft de commissie bewonerswensen opgehaald en deze verwerkt in een Programma van eisen. Deze is in de aanbestedingsprocedure als verplicht onderdeel meegenomen voor de inschrijvende partijen. De bewonerscommissie heeft vervolgens haar stem uitgebracht op het voorkeursplan. Deze stem telt voor 20% mee. Huurdersvereniging WijWonen wordt standaard meegenomen in de communicatie naar bewoners en wordt uitgenodigd bij de informatiebijeenkomsten en de bijeenkomsten van de bewonerscommissie. Met de particuliere eigenaar is een goed en regelmatig contact. Hieronder zijn de verschillende communicatiemomenten samengevat.
42 "TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld)
Tabel participatie communicatiemomenten
Omwonenden De omwonenden zijn en worden grotendeels via brieven op de hoogte gehouden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om aankondigingen van onderzoeken in de wijk of een update over de planning. De inhoudelijke plannen zijn toegelicht op een inloopavond op 19 maart 2025. Tijdens deze bijeenkomst hebben de omwonenden inzicht kregen in de (concept)plannen, zoals de renovatie, de sloopnieuwbouw en de vernieuwing van de openbare ruimte (waaronder het parkeren). Deze bijeenkomst werd georganiseerd door de gemeente Oude IJsselstreek en Wonion. Er waren circa 50 huishoudens aanwezig. De bijeenkomst heeft in het algemeen tot positieve reacties geleid. De omwonenden hadden de mogelijkheid via een formulier een schriftelijke reactie in te vullen. Er zijn geen schriftelijke reacties ten behoeve van het project ontvangen. 6.2.3
Zienswijzen
Het ontwerp van het TAM-omgevingsplan heeft gedurende zes weken voor iedereen digitaal ter inzage gelegen. Voorafgaand hiervan is mededeling gedaan in het Gemeenteblad. Gedurende deze periode heeft eenieder een zienswijze over het ontwerpbesluit bij de gemeenteraad naar voren kunnen brengen. Er zijn gedurende deze periode geen zienswijzen ingediend. 6.2.4
Ambtshalve wijzigingen
Ambtshalve is in het plan één wijziging doorgevoerd. In paragraaf 4.3 en in de bijlagen is de geactualiseerde quickscan natuurwaarden opgenomen. Dit heeft niet geleid tot overige wijzigingen aan het TAM-omgevingsplan.
"TAM-omgevingsplan Kom Varsseveld, locatie Graaf van Lohnstraat" (vastgesteld) 43