CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

379101.BP.TOE.Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19.2024-02-27.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan Ph. P. Cappettilaan 19 Ulft17.131 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Cultuurhistorie De gemeente Oude IJsselstreek heeft op 5 maart 2015 een 'Cultuurhistorische waardenkaart' vastgesteld. Op deze kaart wordt geen melding gemaakt van cultuurhistorische objecten, elementen of structuren of andere cultuurhistorisch relevante zaken in het plangebied. Naast het het plangebied (westzijde) is de Bongersstraat gelegen die gekenmerkt wordt als 'historische weg' en 'voormalige tramlijn'. Aan de oostzijde is naast het plangebied de Oude IJssel gelegen die gekenmerkt wordt als 'historische waterloop'. Navolgende afbeelding laat een uitsnede van de gemeentelijke 'Cultuurhistorische waardenkaart' zien, waarbij het plangebied rood is omlijnd.

Figuur 9: Uitsnede 'Cultuurhistorische waardenkaart' gemeente Oude IJsselstreek

Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.4

Flora en fauna

Algemeen De bescherming van plant- en diersoorten alsmede de bescherming van bepaalde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden) is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Daarnaast is de gebiedsbescherming vastgelegd in provinciale verordeningen, waaronder de bescherming van Natuurnetwerk Nederland. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet worden nagegaan of als gevolg van de

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

23

ontwikkeling sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. Hierbij moet worden aangetoond dat van een negatief effect op beschermde natuurgebieden en -soorten geen sprake is of dat daarvoor een vergunning of ontheffing kan worden verkregen.

Toetsing Quickscan natuurtoets Door Buro Ontwerp & Omgeving is in januari 2023 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 7. De conclusies die gelden voor de ontwikkeling worden hierna behandeld.

Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied betreft de in Duitsland gelegen 'Klevsche Landwehr, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnie-ter Bach' dat zich op circa 1,7 kilometer ten zuidoosten van het plangebied bevindt. Andere Natura 2000-gebieden op minder dan 10 km afstand zijn de eveneens in Duitsland gelegen 'NSG Hetter-Millinger Bruch, mit Erweiterung' (ca. 4,4 km), 'VSG Unterer Niederrhein' (ca. 4,4 km), 'NSG Bienener Altrhein, Millinger und Hurler Meer und NSG Empeler Meer' (ca. 7,6 km), 'NSG Grietherorter Altrhein' (ca. 9,2 km), 'Dornicksche Ward' (ca. 9,7 km) en 'Rhein-Fischschutzzonen zwischen Emmerich und Bad Honnef' (ca. 9,8 km). Navolgende afbeelding laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van de Natura 2000-gebieden.

Figuur 10: Ligging plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden (zwart gearceerde gebieden en zwarte lijnen)

Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Omdat zeven Natura 2000-gebieden (gelegen in Duitsland) op minder dan 10 km afstand van het plangebied liggen, kunnen negatieve effecten op stikstofgevoelige leefgebieden en habitattypen waarschijnlijk op voorhand worden uitgesloten.

24

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

Om de eventuele effecten van stikstofdepositie voor voorliggend plan toch inzichtelijk te maken, is een vergelijking gemaakt met een AERIUS-berekening van een vergelijkbaar woningbouwproject van vier woningen in Gendringen (Tulpstraat 6 te Gendringen). Het plangebied van dit woningbouwproject ligt dichter bij Duitse en Nederlandse Natura 2000-gebieden dan voorliggend plangebied in Ulft. Uit deze vergelijkende AERIUS-berekening blijkt dat er geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt. Hierdoor kunnen ook voor onderhavig plangebied aan de Ph. P. Cappettilaan 19 negatieve effecten op stikstofgevoelige habitattypen worden uitgesloten, aangezien er automatisch ook geen stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr zal plaatsvinden. Zie voor meer informatie de AERIUS-berekening 'Memo effectbeoordeling stikstofdepositie Tulpstraat 6 te Gendringen': https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.1509.BP000182-VA01/b_NL.IMRO.1509.BP 000182-VA01_tb6.pdf Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt op circa 40 meter ten westen van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en op circa 160 meter ten westen van de Groene Ontwikkelingszone (GO), zie figuur 11. Het betreft de gebiedsnaam 'Oude IJssel'. Gezien de ligging buiten deze gebieden worden de kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van het GNN en de GO bij de werkzaamheden niet aangetast.

Navolgende afbeelding laat de ligging van het plangebied zien ten opzichte van het GNN en de GO.

Figuur 11: Ligging plangebied (rood; pijl) ten opzichte van het GNN (donkergroen) en de GO (lichtgroen)

Houtopstanden De bomen in het plangebied vallen niet onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. De te kappen bomen bevinden zich binnen de begrenzing van de bebouwde kom (kernen Wet natuurbescherming). Voor het kappen van bomen dient echter rekening te worden gehouden met de aanvraag van een omgevingsvergunning bij gemeente Oude IJsselstreek.

Soortbescherming Van een aantal soorten is de aanwezigheid in het plangebied niet uit te sluiten. Hieronder wordt per soort ingegaan op de bescherming en de mogelijke effecten die zij kunnen ondervinden door de werkzaamheden.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

25

Steenmarter Van de steenmarter is de aanwezigheid in het plangebied niet op voorhand uit te sluiten. Het verwijderen van de twee takkenhopen kan daarom een negatief effect hebben op de soort. De steenmarter is een nationaal beschermde soort (artikel 3.10 Wnb). Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.10 lid 1a Wnb) en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.10 lid 1b Wnb). Nader onderzoek naar de steenmarter is daarom noodzakelijk om vast te kunnen stellen of de soort voorkomt in het plangebied. Bunzing en wezel Van de bunzing en wezel is de aanwezigheid in het plangebied niet op voorhand uit te sluiten. Het verwijderen van de twee takkenhopen kan daarom een negatief effect hebben op de kleine marterachtigen. De bunzing en wezel zijn nationaal beschermd (artikel 3.10 Wnb) en zijn in de provincie Gelderland niet vrijgesteld. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.10 lid 1a Wnb) en hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen (artikel 3.10 lid 1b Wnb). Nader onderzoek naar de kleine marterachtigen is daarom noodzakelijk om vast te kunnen stellen of de soorten voorkomen in het plangebied.

Algemene diersoorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten in het plangebied voorkomen. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet de algemene zorgplicht in acht worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Handelingen die nadelige effecten hebben moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Indien dit niet mogelijk is moeten maatregelen worden genomen om negatieve effecten te beperken of ongedaan te maken. Overigens moeten de werkzaamheden plaatsvinden buiten het vogelbroedseizoen omwille de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten.

Nader ecologisch onderzoek Gelet op de geschiktheid van het plangebied voor de steenmarter, bunzing en wezel is nader onderzoek noodzakelijk om de daadwerkelijke functie van het plangebied voor deze soorten te kunnen bepalen. Deze informatie is benodigd om vast te kunnen stellen of overtredingen van de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. Door Buro Ontwerp & Omgeving is in het voorjaar van 2023 een nader ecologisch onderzoek voor de steenmarter, bunzing en wezel uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 8. De conclusies die gelden voor de ontwikkeling worden hierna behandeld. Uit het nader onderzoek is gebleken dat één soort is aangetroffen in het plangebied. Op basis van het nader onderzoek is een activiteitenplan in combinatie met een ontheffingsaanvraag noodzakelijk voor de steenmarter. In navolgende tabel staat een samenvatting van de resultaten.

Tabel 1: Overzicht conclusie nader onderzoek ecologie

Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming is voor de steenmarter een activiteitenplan opgesteld. Met het nemen van maatregelen uit het activiteitenplan (zie Bijlage 9) wordt de ontheffing van de Wet natuurbescherming voor deze soort naar verwachting verleend. Hiervoor is in de regels behorende bij dit bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat het bouwrijp maken van de gronden in het plangebied pas kan plaatsvinden zodra de ontheffing is verleend. Hiermee vormt de steenmarter geen belemmering voor de ontwikkeling.

Bomen Effect Analyse In de huidige situatie zijn in het plangebied meerdere bomen aanwezig. In de huidige situatie is één 26

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

boom gesitueerd op het terrein die in de toekomstige situatie aan de voorzijde van het hoofdgebouw staat. Ook is er een boom aanwezig op het terrein nabij de zuidelijke plangrens ter plaatse van de inrit. Om te onderzoeken of en hoe de bo(o)m(en) bij de uitvoering van de ontwikkeling beschermd moet(en) worden, is door Foreest Groen Consult in december 2023 een Bomen Effect Analyse (zie Bijlage 10) uitgevoerd naar de twee zomereiken op het terrein in het plangebied. Het doel van de uitgevoerde Bomen Effect Analyse is inzicht te verkrijgen in de effecten van de herinrichting op de groeiplaatsomstandigheden van de zomereiken. In dit onderzoek zijn de bomen visueel gecontroleerd. Daarnaast is een bodem- en bewortelingsonderzoek uitgevoerd ter hoogte van de gevellijn en is de kroonprojectie ingemeten. Op basis van de bevindingen worden navolgende adviezen opgesteld.

Zomereik westzijde plangebied De onderzochte zomereik aan de voorzijde van de huidige tuin staat op 3 meter van de erfgrens. Tussen de tuin en de straat bevindt zich een brede groenstrook. Onder de kroon bevindt zich beplanting. De takaanhechtingen zijn goed. De bladbezetting is goed. De stam is begroeid met klimop. De stam en stamvoet zijn regelmatig gevormd en vertonen geen signalen van verzwakking. De stam van de onderzochte zomereik staat op circa 2 meter van de toekomstige gevel van het nieuwe hoofdgebouw. Navolgende afbeelding geeft de kroonprojectie ten opzichte van de gevel weer.

Figuur 12: Kroonprojectie zomereik ten opzichte van de gevel (voorzijde hoofdgebouw)

Aan de noordoostzijde is forse snoei nodig om het hoofdgebouw te plaatsen en uitzicht mogelijk te maken vanaf de eerste verdieping. Aan de zuidwestzijde, de straatzijde, is enige snoei noodzakelijk van afhangende twijgen, met als doel de kroonhoogte van 2,5 naar 5 meter te brengen. Door forse snoei aan de woningzijde verliest de kroon 25 tot 30% van zijn volume. Op de stam ontstaan twee grote snoeiwonden met diameters van 25 en 15 centimeter.

Conclusie

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

27

De zomereik verliest een derde van de kroon als de gevel op 2 meter afstand van de stam gebouwd wordt. Daarbij ontstaan wonden groter dan 10 centimeter op de stam, die moeilijk overgroeibaar zijn. Deze wonden vormen invaslpoorten voor houtrottende schimmels. De resterende levensverwachting van de zomereik wordt hierdoor verlaagd naar 10 tot 15 jaar. In de praktijk lijkt dat een boom die zo dicht bij een gevel staat, voor overlast te zorgen. Dit leidt tot klachten bij de eigenaar en/gemeente en druk om rigoureuze snoei uit te (blijven) voeren. Hoewel in eerste instantie de insteek is dat een boom behouden dient te blijven met de bijbehorende bescherming, wordt geconcludeerd dat deze zomereik vanwege te weinig bovengrondse ruimte niet inpasbaar is in het voorliggende plan.

Advies Op grond van de conclusie is het waarschijnlijk dat de zomereik plaats maakt voor het hoofdgebouw met vier levensloopbestendige woningen voor senioren vanwege de maatschappelijke relevantie. Met als doel het groene aanzicht van de uitvalsweg te behouden en versterken in de toekomst is het aanplanten/herplanten van een nieuwe inheemse toekomstboom aan te bevelen. In navolgende afbeelding is de gewijzigde inrichting van het plangebied weergegeven met twee bomen aan de voorzijde van het perceel, waarvan de zuidelijk gelegen boom bij de inrit (boom 1) nieuw geplant wordt. Boom 2 is een bestaande boom die behouden blijft in de toekomstige situatie. Voor deze boom is dan ook geen Bomen Effect Analyse uitgevoerd.

Figuur 13: Gewijzigde situatie ligging bomen plangebied

Zomereik zuidzijde plangebied Daarnaast staat er een zomereik langs de zuidelijke erfgrens met de buren. Deze boom maakt ook onderdeel uit van het toekomstige bouwperceel. In figuur 13 is deze boom aangeduid met nummer 3.

28

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

Voor deze boom is een kort advies inclusief aanbevelingen opgenomen (zie Bijlage 11) voor een effectieve en duurzame inpassing in het ontwerp, naar aanleiding van het boomonderzoek dat uitgevoerd is bij de zomereik langs de Bongersstraat. Geconcludeerd wordt dat deze boom behouden en beschermd kan blijven in (en tijdens realisatiefase van) de toekomstige situatie. Conclusie Het aspect flora en fauna vormt, indien een ontheffing Wet natuurbescherming verkregen wordt, geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Dit is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van voorliggend plan onder artikel 8.2.

4.5

Geluid

Algemeen De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

Toetsing Volgens de beschikbare kaarten van Atlas voor de Leefomgeving is de locatie van het plangebied gelegen in een geluidszone waarbinnen geluidhinder plaatsvindt afkomstig van wegverkeer op (nabij gelegen) wegen met een snelheidsregime tot 50 km/uur. Hierdoor is voor de voorgenomen ontwikkeling door Buro Ontwerp & Omgeving in juni 2023 een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is als Bijlage 12 bijgevoegd. Hieronder worden kort de conclusies toegelicht.

Selectie van geluidsbronnen De nieuwe woningen staan nabij diverse geluidsbronnen. Aan de hand van de zones rondom de diverse wegen, spoorwegen en gezoneerde bedrijventerreinen kan worden bepaald voor welke geluidsbronnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. In de omgeving van de nieuwe woningen bevinden zich wegen. Het plangebied ligt dan ook niet in de zones van gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen. Akoestisch onderzoek naar gezoneerde industrieterreinen en spoorlijnen is dan ook niet nodig. De nieuwe woningen liggen aan de Bongersstraat en nabij de Anton Tijdinklaan. Deze wegen liggen in de bebouwde kom en hebben twee rijstroken. De zone van deze wegen bedraagt 200 meter op basis van de Wgh. De nieuwe woningen liggen in de zones van de Bongersstraat en de Anton Tijdinklaan.

Resultaten (Toetsing aan de Wgh) Bongersstraat De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Bongersstraat bedraagt 57 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter aan de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 63 dB wordt voldaan. Het doel van de Wgh is geluidhinder te voorkomen. Maatregelen om de voorkeursgrenswaarde te bereiken zijn bijvoorbeeld het toepassen van stil wegdek op de Bongersstraat, het vergroten van de afstand tussen de woningen en de weg of het toepassen van dove gevels. Gezien de beperkte schaal van dit plan (realisatie van vier woningen) is het niet mogelijk of gewenst om effectieve maatregelen te

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

29

treffen die de geluidsbelastingen terugbrengen tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op basis van de Wgh kan de gemeente Oude IJsselstreek een hogere grenswaarde dan de voorkeurswaarde verlenen afkomstig van de Bongersstraat. De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. Gelijktijdig met het vaststellen van het bestemmingsplan, zal een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Anton Tijdinklaan De hoogste geluidsbelasting afkomstig van de Anton Tijdinklaan bedraagt 43 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh.

Toetsing aan het Bouwbesluit 2012 Op grond van het Bouwbesluit 2012 dient een akoestische binnenwaarde van 33 dB bij woningen ten gevolge van wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai gegarandeerd te worden. Volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. In een aanvullend bouwakoestisch onderzoek moet worden onderzocht of aanvullende gevelmaatregelen nodig zijn om de binnenwaarde van 33 dB uit het Bouwbesluit 2012 te halen.

Conclusie Het aspect geluid vormt, na verlening van een hogere grenswaarde en nadat wordt voldaan aan een binnenwaarde van maximaal 33 dB uit het Bouwbesluit 2012, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.6

Luchtkwaliteit

Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project

30

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.

Toetsing Volgens de ministeriële regeling NIBM draagt een bouwplan met minder dan 1.500 woningen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Toetsing aan de grenswaarden is derhalve niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de lokale luchtkwaliteit onderzocht, zodat onacceptabele gezondheidsrisico's kunnen worden uitgesloten. Hiertoe is het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) uit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) van de rijksoverheid geraadpleegd. Het CIMLK geeft inzicht in de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) in het planggebied tussen 2021 en 2030. Het CIMLK maakt duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2021 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Navolgende afbeeldingen geven de mate van luchtkwaliteit weer in het plangebied ten aanzien van NO2, PM10 en PM2,5. Het plangebied is rood omcirkeld.

Figuur 14: Mate van luchtkwaliteit in het plangebied ten aanzien van NO2

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

31

Figuur 15: Mate van luchtkwaliteit in het plangebied ten aanzien van PM10

Figuur 16: Mate van luchtkwaliteit in het plangebied ten aanzien van PM2,5

Het rekenpunt dat het dichtst bij het plangebied ligt kent de volgende gemeten waarden voor NO2, PM10 en PM2,5 in 2021: NO2 : 13,5793 µg/m3 PM10 : 15,126 µg/m3 PM2,5 : 8,6126 µg/m3 Voor NO2 en PM10 verbindingen geldt een grenswaarde van 40 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 20 µg/m3. De hoeveelheid NO2, PM10 en PM2,5 in het plangebied blijft ruimschoots onder de gestelde grenswaarden. De monitoringstool maakt dus duidelijk dat de concentraties luchtvervuilende stoffen in de peiljaren 2021 en 2030 in het plangebied onder de grenswaarden liggen die op Europees niveau zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu tegen schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot

32

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

onaanvaardbare gezondheidsrisico's.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.7

Geur

Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (c.q. het Activiteitenbesluit) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Voor de beoordeling van geurhinder van industriële bedrijven gelden de volgende kaders: Activiteitenbesluit milieubeheer; Handleiding geur van Infomil; Geurbeleid provincie Gelderland. Bij ruimtelijke besluitvorming gaat het erom dat er voor geurhinder voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: 1. het kunnen garanderen van een aanvaardbaar hinderniveau van geurhinder; 2. het niet onevenredig schaden van iemands belangen. Gezien bovenstaande is het nodig om voldoende afstand aan te houden tussen bedrijven en geurgevoelige objecten.

De richtafstanden uit de VNG brochure 'bedrijven en milieuzonering' (2009) zijn hierbij leidend.

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de bouw van vier levensloopbestendige woningen in één hoofdgebouw. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen veehouderijen gelegen. Op grotere afstand liggen wel veehouderijen. Dit betreft een veehouderij aan de Voorstsestraat 52 te Voorst (op circa 350 meter), aan de Bosweg 4 te Voorst (op circa 550 meter) en aan de Vicarisweg 39 te Varsselder (op circa 1.2550 meter). Gezien de ruime afstand tot veehouderijen zijn er geen overschrijdingen van de geurnormen binnen het plangebied te verwachten. Gezien het feit dat er op kortere afstand van de betreffende veehouderijen reeds geurgevoelige objecten (bestaande woningen) zijn gelegen, worden de veehouderijen door de realisatie van onderhavig plan ook niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden belemmerd.

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.8

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, milieuhindergevoelige functies mogelijk worden gemaakt, dient

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

33

te worden aangetoond dat deze niet worden gerealiseerd binnen de hinderzone van omliggende bedrijven. Anderzijds mogen milieuhindergevoelige functies in de directe omgeving van het plangebied niet negatief worden beïnvloed door de ontwikkelingen die met een plan mogelijk worden gemaakt. Wat betreft de aanbevolen afstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies, zoals wonen, is de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geraadpleegd. Hierin worden richtafstanden voor het omgevingstype 'gemengd gebied' als 'rustige woonwijk' en 'rustig buitengebied' aanbevolen. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en het buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. De richtafstanden gelden voor een gemiddeld nieuw bedrijf en gaan uit van het gebiedstype 'rustig woongebied'. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. De afstand wordt gemeten vanaf het op de verbeelding aangeduide deel voor de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van de woningen gelegen buiten het betreffende perceel.

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van vier levensloopbestendige woningen in één hoofdgebouw. Gezien de omliggende functies (wonen en bedrijvigheid) is er sprake van een 'gemengd gebied'. Bedrijvigheid in het plangebied Binnen het plangebied worden geen functies gerealiseerd die milieuhinder veroorzaken. De woningen zijn wel gevoelig voor eventuele milieuhinder van bedrijvigheid in de omgeving.

Bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied Naast voorgenoemde toetsing moet onderzocht worden of de functies in het plangebied hinder ondervinden van hinderveroorzakende functies in de omgeving van het plangebied. Er zijn vier functies in de omgeving van het plangebied die eventuele hinder kunnen veroorzaken: 1. 2. 3. 4.

Bedrijfsperceel (bedrijf in milieucategorie 3.1), Anton Tijdinklaan 1 Metsel & Klusbedrijf Frazer, Bongersstraat 249 Scouting Ulft, Bongersstraat 263 Slingeland Dierenartsen, Nijverheidsweg 1

Volgens het vigerende bestemmingsplan mag er ter plaatse van het bedrijf aan de Anton Tijdinklaan 1 maximaal een bedrijf in de milieucategorie 3.1 gevestigd zijn. Deze hebben een standaard richtafstand van 50 meter tot een rustige woonwijk en 30 meter tot een gemengd gebied. De navolgende tabel laat zien hoe de functies kunnen worden gecategoriseerd op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Daarnaast geeft de tabel de minimaal aanbevolen richtafstanden (in meters) aan voor deze functies tot een gemengd gebied:

Functie

Geur Stof Geluid Gevaar Grootste afstand

Werkelijke afstand

1. Bedrijf in milieucategorie 3.1

-

-

2. Aannemerbedrijven met werkplaats: b.o. < 1.000 m2

0m

3. Buurt- en clubhuizen

0m

34

-

-

30 m

circa 15 m

0 m 10 m

10 m

10 m

circa 95 m

0 m 10 m

0m

10 m

circa 90 m

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

4. Artsenpraktijken, klinieken en 0 m dagverblijven

0m 0m

0m

0m

circa 120 m

Tabel 2: Functies omgeving plangebied

Het plangebied valt buiten de richtafstanden van het aannemersbedrijf, het clubhuis (scouting) en de dierenartsenpraktijk die in de buurt gevestigd zijn. Het besluitgebied valt echter wel binnen de richtafstanden voor het bedrijfsperceel waar een bedrijf in milieucategorie 3.1 gevestigd mag zijn. De afstand tussen het bedrijfsperceel en de gevel van het nieuwe woongebouw in het plangebied is circa 15 m (worst case). In de nabije omgeving zijn ten zuidoosten van het bedrijfsperceel bestaande woningen gevestigd, gelegen aan de Bongersstraat. Dit wordt bevestigd in het geldende bestemmingsplan ('IJsselweide 2010') ter plaatse. De dichtstbijzijnde woning is gelegen op circa 15 m van het bedrijfsperceel. Hierdoor dient het desbetreffende bedrijf, dat gevestigd is op het bedrijfsperceel, in de bedrijfsvoering rekening te houden met de nabijgelegen woningen. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling zich ook op een afstand van 15 meter bevindt vanaf het desbetreffende bedrijf, is er voor de nieuwe woningen ook een goed woon en leefklimaat gegarandeerd. Andersom wordt het bedrijf door de voorgenomen ontwikkeling ook niet belemmerd in zijn bedrijfsvoering. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat de woningen goed ingepast kunnen worden in een gebied met overwegend woningen. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmeringen aanwezig zijn voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.9

Externe veiligheid

Algemeen In de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en circulaires zijn risiconormen en/of veiligheidsafstanden opgenomen die relevant zijn voor externe veiligheid bij het vaststellen van een ruimtelijk besluit: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd. Activiteitenbesluit milieubeheer. In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations.

De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPGtankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Vuurwerkbesluit. Dit besluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

35

Toetsing Ten behoeve van de toetsing is de Risicokaart Nederland geraadpleegd, waarvan een uitsnede in onderstaande afbeelding is weergegeven. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van vier nieuwe woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Met de ontwikkeling is sprake van nieuwe kwetsbare objecten. Het plangebied is blauw omcirkeld.

Figuur 17: Uitsnede Risicokaart Nederland

Stationaire risicobronnen LPG-tankstation: Guus Heuthorst en tankstation Frazer Op circa 700 meter is het LPG-tankstation Guus Heuthorst gelegen. Een LPG-tankstation is een categoriale inrichting conform het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). De regeling (Revi) behorende bij het Bevi geeft standaard veiligheidsafstanden voor LPG-tankstations. Het invloedsgebied is 150 meter groot. Daarnaast geeft de Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen effecten ongeval een effectgebied van 160 meter. Gelet op de afstand tot het plangebied is deze risicobron niet relevant. Op circa 900 meter van het plangebied is een LPG-tankstation gelegen. Een LPG-tankstation is een categoriale inrichting volgens het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dit houdt in dat er standaard veiligheidsafstanden gelden. Het invloedsgebied van een LPG-tankstation is 150 meter. De Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations geeft een effectafstand van 160 meter. Beide afstanden reiken niet tot het plangebied waardoor deze risicobron voor externe veiligheid niet relevant is. Overige inrichtingen Overige inrichtingen liggen op een grotere afstand dan bovengenoemde inrichtingen. Er reiken geen plaatsgebonden risicocontouren of invloedsgebieden van deze inrichtingen over het plangebied.

Er zijn geen inrichtingen die een belemmering vormen voor het beoogde plan. Mobiele risicobronnen

36

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

N317: A18/N317 (A18 afrit 4 Doetinchem Oost) - Dinxperlo (grens Duitsland) wegvak G76 Op circa 1.100 meter vanaf het plangebied is de N317 gelegen. Deze basisnetroute wordt gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en valt onder de werkingssfeer van het Bevt en de Regeling Basisnet. Conform Regeling basisnet en Beleidsregels EV-beoordeling tracebesluiten worden LF1 en LF2 (brandbare vloeistoffen) over deze route vervoerd. Het invloedsgebied wordt bepaald door deze brandbare vloeistoffen en is conform de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) 45 meter. Het invloedsgebied reikt hiermee niet tot het plangebied waardoor deze risicobron niet relevant is in het kader van externe veiligheid. Hogedrukaardgasleiding: N-569-80 De hogedrukaardgasleiding N-569-80 van de Nederlandse Gasunie ligt op circa 2.000 meter van het plangebied. De leiding heeft een diameter van 9 inch en een druk van 40 bar. Een dergelijke buisleiding heeft een 1% letaliteitszone (invloedsgebied) van 95 meter. Dit reikt niet tot het plangebied en is hiermee niet relevant in het kader van externe veiligheid. Overige buisleidingen liggen op grotere afstand en zijn ook niet relevant.

Beoordeling VNOG Zoals benoemd in paragraaf 3.3.3, is het plangebied gevoelig voor een overstroming vanuit de Oude IJssel (worst case). Aangenomen mag worden dat een overstroming ter plaatse de gehele straat zal treffen. Met een overstroming van die omvang en geringe capaciteit van hulpdiensten is het merendeel van de mensen op zichzelf aangewezen om zich in veiligheid te brengen. Dat geldt niet alleen voor evacuatie, maar ook wanneer daadwerkelijke redding aan de orde is. Aangezien het voorgenomen plan beoogt vier levensloopbestendige woningen te realiseren ten behoeve van de doelgroep senioren, impliceert dat dat er minder of verminderd zelfredzame mensen de toekomstige bewoners zijn. Het stimuleren van aandacht voor risico-communicatie, zelfredzaamheid (bijvoorbeeld vluchten naar de eerste verdieping in het hoofdgebouw) en burgerparticipatie voor de toekomstige bewoners van de nieuwe woningen is dan ook zeer belangrijk.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.10

Water

Algemeen In het kader van het Nationaal Bestuursakkoord Water moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de waterhuishouding niet negatief wordt beïnvloed door de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Dit is vastgelegd in het procesinstrument 'de Watertoets'. In de waterparagraaf in de toelichting moeten de resultaten van deze toets worden opgenomen, waaronder het wateradvies van de waterbeheerder.

Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

37

Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema's.

Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.

Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen.

Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd.

Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.

Toetsing Waterhuishoudkundige analyse Door Buro Ontwerp & Omgeving is in maart 2023 een waterhuishoudkundige analyse uitgevoerd voor het plangebied. Deze analyse is in december 2023 aangepast naar aanleiding van het verkegen advies van het waterschap. Het onderzoek is als Bijlage 13 bijgevoegd. De conclusies uit het onderzoek worden hierna kort behandeld.

Toekomstige situatie plangebied In de toekomstige situatie zal de verharding op basis van het ontwerp (zie paragraaf 2.3) circa 830 m2 betreffen, zie hiervoor navolgende tabel. Gezien het terrein in de huidige situatie onverhard is zal de verharding met circa 830 m2 toenemen.

38

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

Tabel 3: Mate van (on)verharding plangebied toekomstige situatie

Bergingsopgave Op basis van de voorgenomen ontwikkeling zal er circa 830 m2 verhard oppervlak gerealiseerd worden. Aangezien het plangebied in de huidige situatie geheel onverhard is, geld voor het planvoornemen een (statische) waterbergingsopgave van minimaal circa 66 m3 (830 m2 x 80 mm). Hierbij wordt opgemerkt dat een deel van de verharding gerealiseerd wordt in de berm van de Bongersstraat, in eigendom van de gemeente Oude IJsselstreek. Deze verharding is daarom niet meegenomen in de bergingsopgave. De wijze van realisatie van de berging is opgenomen in de rapportage van Bijlage 13.

Samenvatting De initiatiefnemer is voornemens om het plangebied te herontwikkelen. Voor de benodigde wijziging van het bestemmingsplan is een analyse van de waterhuishouding uitgevoerd. Samengevat blijkt uit de analyse dat: De bodemopbouw van het plangebied voornamelijk uit matig grof zand met in de ondergrond grind bestaat; Het maaiveld van het plangebied globaal gelegen is op een hoogte van gemiddeld circa 14,9 m +NAP; Het maaiveld van de Bongersstraat globaal gelegen is op circa 15,3 m +NAP; Er geen betrouwbare gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) binnen het plangebied is vast te stellen; Op basis van de tijdens het bodemonderzoek vastgestelde grondwaterstanden wel verwacht wordt dat op basis van de huidige maaiveldhoogte voldaan wordt aan de ontwateringseis; De infiltratie van hemelwater op basis van de beschikbare informatie binnen het plangebied als ‘kansrijk’ wordt bestempeld. Dit met uitzondering van de humeuze bovengrond ter plaatse van de berm.

Hier zal waarschijnlijk bodemverbetering noodzakelijk zijn; Op basis van het beleid van de waterschap circa 66 m3 water geborgen dient te worden; Deze berging gerealiseerd zal worden door het verlagen van de groenstroken aan de achterzijde van het pand, het toepassen van waterpasserende verharding, het aanbrengen van grof (cunet)zand onder de parkeerplaatsen en het aanbrengen van infiltratiekratjes; Dat na de bouw van de 4 woningen rekening gehouden dient te worden met een DWA (droogweerafvoer) piekbelasting van naar inschatting circa 0,11 m3 per uur. Conclusies en aanbevelingen Gezien de resultaten van onderhavige analyse worden er met de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied geen negatieve gevolgen verwacht voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. De uiteindelijke wijze van berging dient afgestemd te worden met de gemeente Oude IJsselstreek en het

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

39

waterschap. In overleg met de gemeente dient bepaald te worden waar het vuilwater exact geloosd kan worden en dienen huisaansluitingen te worden aangevraagd. Ook de realisatie van een noodoverloop vanuit het plangebied richting de Bongersstraat zal nog besproken moeten worden. Het hemelwatersysteem dient in een latere fase verder gedimensioneerd en civieltechnisch uitgewerkt te worden. Op basis van onderhavige analyse kan geen specifieke uitspraak gedaan worden over de infiltratiecapaciteit en de GHG binnen het plangebied. Buro Ontwerp & Omgeving adviseert om ter plaatse een infiltratieonderzoek uit te voeren. Indien ondergrondse infiltratie wordt aangebracht kan het, afhankelijk van de beoogde maaiveldhoogte en diepte van de voorzieningen, wenselijk zijn de GHG in beeld te brengen.

Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van de Watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. De Watertoets is te vinden als bijlage in de waterhuishoudkundige analyse (zie Bijlage 13). Op basis van de ingevulde Watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat de ontwikkeling waterschapsbelangen raakt. Hiervoor wordt de normale procedure in gang gezet en is er vervolgens in oktober 2023 advies verkregen van het waterschap. Over het algemeen heeft het waterschap kunnen instemmen met de uitgevoerde waterhuishoudkundige analyse in het plangebied. Wel heeft het waterschap geadviseerd om de wijze van hemelwaterberging nader toe te lichten en op te nemen in deze paragraaf 4.10. Dit advies is vervolgens uitgewerkt in voorliggend plan.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.11

Verkeer en parkeren

Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

Toetsing Verkeer De realisatie van de vier woningen in het plangebied zorgt voor een verkeersaantrekkende werking. Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen per woning is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Uitgaande van (worst case) 4 keer 'Koop, appartement, duur', met de verstedelijkingsgraad 'Weinig stedelijk' en het gebiedstype 'Rest bebouwde kom' is het aantal verkeersbewegingen respectievelijk gemiddeld 7,4 per woning per dag. Dit betekent dat met de realisatie van de ontwikkeling in totaal 29,6 verkeersbewegingen per dag tot stand komen. De woningen worden ontsloten op de Bongersstraat. De Bongersstraat is voor het zuidoostelijke gedeelte van de kern Ulft een belangrijke doorgaande weg. Deze straat heeft dan ook voldoende capaciteit om de beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen op te vangen.

40

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de kengetallen van het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan 2012 - 2020 (GVVP) van de gemeente Oude IJsselstreek. Bij de berekening van de parkeerbehoefte is uitgegaan van vier woningen in de categorie 'Woning duur' in 'Rest bebouwde kom'. Hiervoor wordt een parkeernorm van maximaal 2,2 parkeerplaatsen per woning gehanteerd. In totaal zijn er 8,8 parkeerplaatsen nodig in het plangebied. Binnen het plangebied worden in totaal 9 parkeerplaatsen gerealiseerd. Twee parkeerplaatsen gelegen aan de voorzijde, vier parkeerplaatsen gelegen aan de achterzijde en drie parkeerplaatsen gelegen aan de zuidzijde van het plangebied. Hiermee voldoet de ontwikkeling aan de parkeernorm uit het GVVP. Op navolgende afbeelding zijn de parkeerplaatsen in het plangebied in de toekomstige situatie weergegeven.

Figuur 18: Parkeren plangebied in toekomstige situatie

Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.12

Kabels en leidingen

Algemeen In het kader van de ruimtelijke onderbouwing dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante kabels en leidingen.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

41

Toetsing In en om het plangebied zijn geen kabels en leidingen gelegen, die een juridisch- planologische bescherming genieten. Het plangebied valt niet samen met een zakelijk rechtstrook of een toetsingszone van een leiding, lijn of straalverbinding - gemeten uit het hart van een kabel, leiding of verbinding. Voorafgaand aan de werkzaamheden binnen het plangebied zal een KLIC-melding worden gedaan om inzicht te krijgen in de mogelijk overige aanwezige kabels en leidingen.

Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Algemeen Om te bepalen of voor het project een milieueffectrapport (M.E.R.) moet worden opgesteld, is het van belang om te kijken of de ontwikkeling een activiteit is als opgenomen in de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.). In de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. Het onderscheid tussen deze twee bijlagen is dat in bijlage C er direct sprake is van een m.e.r.-plicht voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden en besluiten onder de drempelwaarden zijn niet m.e.r.-plichtig. Onderdeel D geeft aan of er voor besluiten beoordeeld moet worden of er m.e.r. noodzakelijk is. Voor besluiten met een omvang boven de drempelwaarden moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd en voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Pas na het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is duidelijk of er een M.E.R. moet worden opgesteld.

Toetsing Voor de ontwikkeling is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 14 bijgevoegd. Op grond van de aanmeldnotitie kan geconcludeerd worden dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van het initiatief kunnen worden uitgesloten. Het bestemmingsplan 'Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19' kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.

Conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

42

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planopzet

Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Daarom stelt onder andere de Wro eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP 2012 kent hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Het bestemmingsplan bestaat uit de onderdelen toelichting, regels en verbeelding, waarbij de planregels en de verbeelding juridisch bindend zijn. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. Het geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten plus de interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Ook de bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Daarnaast bevat het bestemmingsplan nog de verbeelding. Dit is een digitale kaart waarop alle relevante bestemmingen en aanduidingen binnen het plangebied zijn weergegeven.

De regels zijn onderverdeeld in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangsen slotregels: Hoofdstuk I: inleidende regels, wat de begrippen en wijze van meten bevat; Hoofdstuk II: bestemmingsregels. De bestemmingen moeten op alfabetische volgorde worden opgenomen. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en gebruik; Hoofdstuk III: algemene regels. Dit zijn de regels die gelden voor alle bestemmingen, bijvoorbeeld algemene bouwregels, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. Hoofdstuk IV: overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Bestemming 'Groen' Binnen de bestemming 'Groen' is het structurele groen van het plangebied geregeld. In de regels is een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor gebouwen (twee bergingen en nutsvoorzieningen) en bouwwerken geen gebouwen zijnde (straatverlichting, straatmeubilair, en dergelijke) ten behoeve van de bestemming en eromheen gelegen openbaar gebied.

Bestemming 'Tuin' Binnen de bestemming 'Tuin' zijn de aangewezen gronden bestemd voor tuinen, wegen en paden, erkers en erfafscheidingen en parkeervoorzieningen. Gebouwen mogen niet worden gebouwd en voor erf- en terreinafscheidingen zijn maximale bouwhoogtes opgenomen. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan.

Bestemming 'Wonen' De gronden waar de nieuwe woning gesitueerd zullen worden, worden bestemd als 'Wonen'. Dit geldt tevens voor de gronden achter de voorgevelrooilijn van de woningen. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, aan huis verbonden beroepsactiviteiten, tuinen en erven, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, straatmeubilair en nutsvoorzieningen. Van de gebouwen binnen deze bestemming

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

43

mag 30% van de vloeroppervlakte tot een maximum van 50 m2 gebruikt worden voor een aan huis gebonden beroep. Hoofdgebouwen moeten binnen het bouwvlak worden gebouwd. Binnen de bestemming is één bouwvlak opgenomen. Binnen de bestemming moeten ter plaatste van de aanduiding 'gestapeld' woningen gestapeld worden gebouwd. Daarnaast mogen er bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- of perceelafscheidingen worden gebouwd. Op de verbeelding is de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte opgenomen. Bijbehorende bouwwerken (bijvoorbeeld bijgebouwen) en overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouw zijnde) zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de bouwregels. In de regels van de bestemming is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van het toestaan van een bedrijf aan huis. Voor de afwijking gelden aanvullende voorwaarden voordat deze kan worden verleend.

Overige regels Naast de bestemmingen en de genoemde algemene aanduidingsregel bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

44

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid van het plan

Economische uitvoerbaarheid

Voorliggend plan is een particulier initiatief. Door middel van een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer is vastgelegd dat de gemeentelijke kosten, die verband houden met de ruimtelijke procedure en mogelijke planschade, op de initiatiefnemer worden verhaald. In de anterieure overeenkomst zijn tevens afspraken over het beoogde woningbouwprogramma gemaakt. Gelet op het voorgaande is het vaststellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. De economische uitvoerbaarheid is hiermee niet in het geding.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Conform artikel 3.1.1. Bro heeft er voor voorliggend bestemmingsplan vooroverleg plaatsgevonden met de Provincie Gelderland, het Waterschap Rijn en IJssel, de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland en de Omgevingsdienst Achterhoek. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is het plan door de initiatiefnemer voorgelegd aan de directe omwonenden (eigenaren van aangrenzende percelen Bongersstraat 35 en 37 en eigenaar perceel overzijde Bongersstraat 90) om het proces van de inspraak/omgevingsdialoog zo goed mogelijk uit te werken (conform artikel 3.1.6. Bro). Hierbij is de voorgenomen ontwikkeling met schetsontwerpen gepresenteerd en toegelicht. Alle omwonenden hebben positief gereageerd op het plan, waardoor er geen planinhoudelijke wijzingen hebben plaatsgevonden binnen de planontwikkeling. Vervolgens is afgesproken met de directe omwonenden dat het concept van het ontwerpbestemmingsplan omtrent de voorgenomen planontwikkeling wordt ingediend bij de gemeente Oude IJsselstreek en dat men verder op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen gedurende het traject van de planvorming. Het ontwerpbestemmingsplan (conform afdeling 3.4 Awb) heeft in de periode van 28 december 2023 tot en met 7 februari 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Er zijn gedurende de termijn van ter inzagelegging geen zienswijzen ingediend.

Wel is er aanleiding voor het maken van ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Deze zijn in Bijlage 15 opgenomen. Na vaststelling wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt en ligt het bestemmingsplan zes weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden om beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

bestemmingsplan "Kom Ulft, locatie Ph. P. Cappettilaan 19" (vastgesteld)

45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4738/documents/29124