CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

365501.BP.TOE.Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen.pdf

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen11.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.

Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de ingevulde digitale watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat de

24

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

ontwikkeling waterschapsbelangen raakt. Hiervoor wordt de normale procedure in gang gezet. De watertoets is toegevoegd als Bijlage 6. Er is sprake van een leggerwatergang van het waterschap aan de westzijde van de weg. Hier dient rekening mee te worden gehouden. Daarnaast is het mogelijk dat de bestaande duiker niet langer noodzakelijk is. Tot slot dient de afwatering van het plangebied geregeld te worden.

Overleg waterschap Na uitvoerig overleg met het waterschap is gebleken dat het bestaande watersysteem, dat door allerlei watergangen en duikers met elkaar verbonden is ten behoeve van een juiste afwatering, dient te worden gehandhaafd in de nieuwe situatie. Omwille van de afvoer van het gehele achterliggende systeem worden er enkele nieuwe duikers bijgelegd. Hemelwater kan infiltreren in de bermen en in de nieuwe groene zone waar bloemrijk grasmengsel wordt ingezaaid. Het waterschap zal door de initiatiefnemer verder worden geïnformeerd en er zullen afspraken worden gemaakt voor wat betreft de waterschapsbelangen die worden geraakt door de ontwikkeling. Hiermee is het aspect 'water' voldoende uitgewerkt voor het bestemmingsplan. Het plangebied betreft geen Aanvullende Strategische Voorraden (ASV) gebied.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet in een toelichting van een bestemmingsplan bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. Ergoedwet artikel 5.10, Archeologische toevalsvondst, houdt in dat als men toevallig een vondst doet waarvan vermoed kan worden dat het een archeologische vondst betreft, deze zo spoedig mogelijk gemeld moet worden. Degene die de vondst heeft gedaan is verplicht om de vondst gedurende 6 maanden ter beschikking te stellen voor wetenschappelijk onderzoek.

Toetsing Archeologie Ter plaatse van het plangebied geldt geen dubbelbestemming archeologie. Wel geldt er, op basis van de archeologische waardenkaart van de gemeente Oude IJsselstreek, een lage archeologische verwachting. Voor deze archeologische verwachting gelden echter geen maatregelen voor het overleggen van een archeologisch onderzoek. Hiermee kan een nadere toetsing aan het aspect archeologie achterwege blijven.

Cultuurhistorie De gemeente Oude IJsselstreek heeft een 'Cultuurhistorische waardenkaart' vastgesteld. Op deze kaart wordt geen melding gemaakt van cultuurhistorische objecten, elementen, structuren of andere cultuurhistorisch relevante zaken in het plangebied.

Conclusie

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

25

Het aspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.10

Ecologie

Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten.

Toetsing Gebiedsbescherming Ruimtelijke ingrepen in of nabij Natura 2000-gebieden en beschermde natuurmonumenten zijn niet toegestaan wanneer deze significante negatieve effecten op de kernkwaliteiten veroorzaken. Door Buro Ontwerp & Omgeving is in maart 2022 een quickscan natuurtoets uitgevoerd, die is bijgevoegd als Bijlage 7. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied betreft het in Duitsland gelegen 'Klevsche Landweh, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach' op 5,2 kilometer afstand. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden en de aard van de werkzaamheden kunnen direct negatieve effecten op voorhand worden uitgesloten.

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt op circa 435 meter afstand van gebieden die behoren tot het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Er zullen geen ontwikkelingen plaatsvinden binnen het GNN. Wel is het plangebied gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het betreft deelgebied 35: 'IJzerlo – Silvolde'. Hierdoor moet er per saldo en naar rato versterking van de kernkwaliteiten van dit deelgebied plaatsvinden. In onderstaande tabel worden de eventuele aantastingen van de kernkwaliteiten kort benoemd.

Kernkwaliteiten deelgebied 35

Effecten

Kleinschalig kampenlandschap op dekzandruggen met de overgang naar het Oost-Nederlands Plateau bij Aalten

Nee, ingreep te klein

De evz Boven-Slinge verbindt de Slangenburg met het land van Winterswijk en Duitsland; modellen: das en ijsvogelvlinder

Niet van toepassing

De evz Keizersbeek - Noorderbroek verbindt de bossen bij Anholt met Noorderbroek en Slangenburg; model: das

Nee, ingreep te klein

Parel Bosjes van Wissink: eeuwenoud bos op rijke zandgronden; groeiplaats zwarte rapunzel

Niet van toepassing

Leefgebied steenuil

Nee, ingreep te klein

Leefgebied kamsalamander

Niet van toepassing

Bijzondere, langgerekte dekzandrug met essen: Rug van IJzerlo

Niet van toepassing

Bij Aalten de rand van het Oost-Nederlands Plateau met duidelijk herkenbaar hoogteverschil

Niet van toepassing

Cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavelpatronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen

Nee, ingreep te klein

Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir

Nee, ingreep te klein

26

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

Omdat er ontwikkelingen plaatsvinden binnen de Groene Ontwikkelingszone, moet per saldo en naar rato versterking van de kernkwaliteiten plaatsvinden. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de 'Rekentabellen Groene Ontwikkelzone', welke als Bijlage 8 zijn bijgevoegd.

Verliesfactor Om de omlegging te kunnen realiseren worden vijf eiken en twee elzen gekapt. Gezamenlijk hebben deze een oppervlakte van ca. 0,02 hectare, waarbij de kroonprojectie is meegerekend. In de rekentabel voor de Groene Ontwikkelingszone is gekozen voor de categorie 'Houtwal, houtsingel, elzensingel, bomenlaan, rij knotwilgen, solitaire bomen (niet Wnb beschermd houtopstand)' met een leeftijdscategorie tussen de 25 en 100 jaar. Dit resulteert in 80 verliespunten. Het overige deel van het plangebied bestaat uit intensief beheerd grasland, welke niet gecategoriseerd is in de rekentabel.

Impactfactor Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt de Heidedijk omgelegd via het noordelijk gelegen grasland. Vanuit het midden van de omlegging wordt tevens een nieuwe ontsluiting gecreëerd van Kapelweg 9 naar de Heidedijk. Om de impactfactor op de Groene Ontwikkelingszone te kunnen bepalen wordt in de reken-tabel gekozen voor de categorie 'wegen <80 km/uur' over nieuw te realiseren verharding met een opper-vlakte van ca. 0,155 hectare. Dit resulteert in 388 impactpunten.

Versterkingsmaatregelen Omdat er sprake is van 80 verliespunten en 388 impactpunten dient conform de rekentabel te worden gecompenseerd met tenminste 467,5 versterkingspunten. Het versterken van de Groene Ontwikkelingszone wordt gedaan door het realiseren van een hoogstamboomgaard (>0,05 ha.), het realiseren van een knip- of scheerheg (>0,04 ha.), de plaatsing van takkenrillen en houtstapels (>0,04 ha.) en het plaatsen van een bijenhotel in combinatie met het inzaaien van een bloemenmengsel (>0,01 ha.). Door het uitvoeren van de versterkingsmaatregelen in de hiervoor genoemde oppervlakten is sprake van 537,5 versterkingspunten, wat in de rekentabel voor de Groene Ontwikkelingszone een positieve balans van 70 punten oplevert. Door de combinatie van maatregelen wordt het leefgebied van de steenuil substantieel verbeterd ten opzichte van de huidige situatie doordat het prooiaanbod (kleine vogels en muizen) kan toenemen. Daarnaast dragen de aanplant van een hoogstamfruitboomgaard en meidoornhagen bij aan de kernkwaliteit 'cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de beken, oude ontginningen en kavel-patronen, hakhout, houtwallen, singels en boerderijen'.

Algemene kernkwaliteiten Los van de gebiedsspecifieke kernkwaliteiten zijn er ook algemene kernkwaliteiten die voor alle deelgebieden van het GNN en de GO gelden. Dit zijn ecologische samenhang, stilte, donkerte, openheid en rust. In onderstaande tabel worden de eventuele aantastingen van de algemene kernkwaliteiten kort benoemd.

Algemene kernkwaliteiten

Effecten

Ecologische samenhang

Nee, ingreep te klein

Stilte

In de aanlegfase een matig negatief effect

Donkerte

In de aanlegfase een matig negatief effect

Openheid

Nee, ingreep te klein

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

27

Rust

In de aanlegfase een matig negatief effect

Houtopstanden De bomen in het plangebied vallen onder de definitie houtopstanden, zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. Het plangebied ligt namelijk buiten de bebouwde kom. Naar verwachting worden er vijf eiken en twee elzen gekapt. Hierdoor is er sprake van een meld- en herbeplantingsplicht zoals bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming.

Soortenbescherming Door Buro Ontwerp & Omgeving is in maart 2022 een quickscan natuurtoets uitgevoerd, die is bijgevoegd als Bijlage 7. Bij een quickscan wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of voortplantingsplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Naar aanleiding van de quickscan kan worden geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zullen zijn op strikt beschermde plant- en diersoorten. Er is daarom geen nader ecologisch onderzoek nodig en de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder een ontheffing van de Wet natuurbescherming.

Stikstof Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied betreft het in Duitsland gelegen 'Klevsche Landweh, Anholtsche Issel, Feldschlaggraben und Regnieter Bach' op 5,2 kilometer afstand. Gezien het type werkzaamheden en de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden zijn er geen negatieve effecten als oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, optische verstoring en verstoring door trilling, geluid en mechanische effecten. Door het gebruik van werktuigen in de realisatiefase kunnen er wel indirecte gevolgen zijn door stikstofdepositie vanuit de lucht. Aangezien er voor Duitse Natura 2000-gebieden een hoge drempelwaarde van 7,14 mol/ha/jr geldt, worden geen negatieve effecten op de Duitse Natura 2000-gebieden verwacht. De Nederlandse Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 10 km afstand. Op deze afstanden is het niet aannemelijk dat er sprake is van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van Natura 2000-gebieden. Desalniettemin is er voor de realisatiefase een AERIUS-berekening uitgevoerd door Buro Ontwerp & Omgeving. Deze is als Bijlage 9 bijvoegd.

Uit de rekenresultaten blijkt dat op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in nabijgelegen Natura 2000-gebieden geen toename in stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr plaatsvindt. Daarnaast is er in de toekomstige situatie slechts sprake is van een omlegging van een bestaande weg. Hier is geen toename van het aantal verkeersbewegingen te verwachten. Er zullen niet meer verkeersbewegingen op de weg plaatsvinden gezien er geen andere ontwikkelingen gekoppeld zijn aan het omleggen van de weg. Ter hoogte van het bedrijf zal de oude weg blijven bestaan om zo de bestaande inritten van het bedrijf te handhaven. Omdat deze gronden overgenomen worden door de eigenaar van het bedrijf, zullen deze gronden de bestemming 'Bedrijf' krijgen. Er is echter geen mogelijkheid tot uitbreiding van de bedrijfsvoering op deze gronden. Het betreft hier alleen het handhaven van de bestaande inritten, waarbij de bedrijfsbestemming beter past dan de bestemming 'Verkeer'. De bestemming 'Verkeer' is bedoeld voor doorgaande wegen, hetgeen wat na de realisatie van de ontwikkeling niet meer passend is. De ontwikkeling zorgt niet voor een toename van het aantal verkeersbewegingen omdat er geen bedrijfsgebouwen gerealiseerd kunnen worden. Tevens is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken niet mogelijk op deze locatie.

Volgens Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) dienen vergunningsvrije bouwwerken gerealiseerd te worden op het achtererf. In onderhavige situatie is er ter plaatse van de nieuwe bedrijfsbestemming geen sprake van een achtererfgebied. Hiermee is het

28

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

realiseren van vergunningsvrije bouwwerken of het vergunningsvrij uitbreiden van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan. De ontwikkeling zorgt niet voor een toename van het aantal verkeersbewegingen. Een AERIUS-berekening voor de gebruiksfase kan daarom achterwege worden gelaten. Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.11

Verkeer en parkeren

Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

Verkeer Voorliggende ontwikkeling voorziet in het omleggen van de Heidedijk. Hiermee wordt de bestaande weg verlegd zodat het kruispunt tussen de Heidedijk en de Kapelweg overzichtelijker en veiliger wordt. Daarnaast krijgt het perceel aan de Kapelweg 9 een nieuwe oprit op de Heidedijk. De ontwikkeling zorgt niet voor een toename van het aantal verkeersbewegingen. Het herbestemmen van een deel van de oude 'Verkeer' bestemming naar de bestemming 'Bedrijf' zorgt eventueel voor een toevoeging van een verkeersaantrekkende functie. Het realiseren van gebouwen en bijbehorende bouwwerken is echter niet toegestaan op de locatie. Tevens is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken niet mogelijk op deze locatie. Volgens Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) dienen vergunningsvrije bouwwerken gerealiseerd te worden op het achtererf. In onderhavige situatie is er ter plaatse van de nieuwe bedrijfsbestemming geen sprake van een achtererfgebied. Hiermee is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken of het vergunningsvrij uitbreiden van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan. Het is dus niet mogelijk om nieuwe verkeersaantrekkende bouwwerken te realiseren. Hiermee kan een nadere toetsing aan het aspect verkeer achterwege blijven.

Parkeren Met het omleggen van de Heidedijk worden geen functies toegevoegd die een toename van de parkeerbehoefte met zich meebrengen. Het herbestemmen van een deel van de oude 'Verkeer' bestemming naar de bestemming 'Bedrijf' zorgt eventueel voor een toevoeging van een functie met parkeerbehoefte. Het realiseren van gebouwen en bijbehorende bouwwerken is echter niet toegestaan op de locatie. Tevens is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken niet mogelijk op deze locatie. Volgens Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) dienen vergunningsvrije bouwwerken gerealiseerd te worden op het achtererf. In onderhavige situatie is er ter plaatse van de nieuwe bedrijfsbestemming geen sprake van een achtererfgebied. Hiermee is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken of het vergunningsvrij uitbreiden van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan. Het is dus niet mogelijk om nieuwe bouwwerken te realiseren die eventueel een parkeerbehoefte bevatten. Hiermee kan een nadere toetsing aan het aspect parkeren achterwege blijven.

Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

29

4.12

Economische uitvoerbaarheid

De ontwikkeling van voorliggend plan betreft een initiatief van de gemeente. De kosten verband houdend met deze herziening, alsmede met de uitvoering ervan, komen voor rekening van de gemeente. Hiervoor is door de gemeenteraad krediet beschikbaar gesteld. De economische uitvoerbaarheid wordt daarom geacht te zijn aangetoond.

4.13

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De omgeving en omwonenden zijn door de initiatiefnemers, Voerwaarts BV Kapelweg 9 en de gemeente Oude IJsselstreek, over deze plannen geïnformeerd. Men heeft aangegeven hier geen bezwaren tegen te hebben.

30

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planaspecten

Plansystematiek

De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Daarom stelt onder andere de Wro eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi.

5.2

Opbouw regels

De regels zijn onderverdeeld in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangsen slotregels. De inleidende regels vormen Hoofdstuk 1 en bevatten de begrippen en de wijze van meten. Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hierin zijn de regels bij de in het plan voorkomende bestemmingen opgenomen. Onder algemene regels, Hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen die niet beperkt zijn tot een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele plangebied, zoals de anti-dubbeltelregel en algemene afwijkingsregels. Tot slot zijn in Hoofdstuk 4 de overgangsregels en de slotregel opgenomen.

5.3

Verbeelding

In deze paragraaf worden de op de verbeelding voorkomende bestemmingen benoemd en wordt kort toegelicht wat hiervoor in de regels vastgelegd is.

'Agrarisch met waarden' (Artikel 3) In dit bestemmingsplan is de bestemming 'Agrarisch met waarden' consoliderend opgenomen. De bestemming is bestemd voor het agrarische gebruik, zoals akkerbouw of het laten begrazen van de weide en de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De bestemming “Agrarisch met waarden” vereist extra aandacht, in deze gebieden moet rekening worden gehouden met landschappelijke waarden zoals bijvoorbeeld zandwegen en houtwallen. De bestaande landschapswaarden die binnen beide bestemmingen zijn gelegen worden beschermd in artikel 9.2 Waarde - Landschap. De volgende landschapswaarden zijn onderscheiden: beslotenheid/houtwallenlandschap; reliëf van de bodem; zandwegen. Deze landschapswaarden worden beschermd doordat voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden een vergunning moet worden aangevraagd. Bij die aanvraag wordt dan beoordeeld of de landschapswaarden door de gevolgen van de voorgestelde ingreep niet blijvend afbreuk wordt gedaan. Soms kan door het stellen van voorwaarden aan de voorgestelde werkzaamheden alsnog toestemming worden gegeven.

'Bedrijf' (Artikel 4) Naast de agrarische bedrijven zijn er ook niet-agrarische bedrijven in het buitengebied. Deze bedrijven hebben de bestemming 'Bedrijf' gekregen. Bij elke bestemming zijn bedrijven uit de milieucategorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten toegestaan. Deze Staat van bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen in bijlage 2 bij de regels. Bedrijven die niet vallen in de milieucategorieën 1 en 2 hebben ook een functieaanduiding gekregen. Deze functieaanduiding geeft de huidige activiteit aan van het bedrijf dat ter

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

31

plaatse is gevestigd. Ter plaatse heeft de locatie de aanduiding 'mengvoederbedrijf'. Dit houdt in dat er ter plaatse van deze aanduiding alleen een mengvoederbedrijf toegestaan is. Er is geen bouwvlak opgenomen omdat het plan alleen de inrit van het bedrijf mogelijk maakt.

'Natuur' (Artikel 5) De bestemming 'Natuur'' is bedoeld voor waardevolle bos- en natuurgebieden. Deze gebieden moeten behouden blijven, hersteld worden of nog worden ontwikkeld. Om de natuur te beschermen is een vergunningsstelsel opgenomen voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden die de natuurlijke en/of landschappelijke waarden kunnen beschadigen. Voor het uitvoeren van deze werkzaamheden is eerst toestemming nodig van het college. In artikel 5.3 is het vergunningstelsel opgenomen.

'Verkeer' (Artikel 6) De bestemming 'Verkeer' is gegeven aan de wegen in dit plan. Dit is in overeenstemming met het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017'.

32

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Vooroverleg

Met deze herverkaveling zijn geen belangen van het Rijk gemoeid, waardoor vooroverleg met de Rijksdiensten niet vereist is. Gezien de impact van deze planherziening is er wel vooroverleg met het waterschap gevoerd. Na uitvoerig overleg met het waterschap is gebleken dat het bestaande watersysteem, dat door allerlei watergangen en duikers met elkaar verbonden is ten behoeve van een juiste afwatering, dient te worden gehandhaafd in de nieuwe situatie. Omwille van de afvoer van het gehele achterliggende systeem worden er enkele nieuwe duikers bijgelegd. Hemelwater kan infiltreren in de bermen en in de nieuwe groene zone waar bloemrijk grasmengsel wordt ingezaaid. Het waterschap zal door de initiatiefnemer verder worden geïnformeerd en er zullen afspraken worden gemaakt voor wat betreft de waterschapsbelangen die worden geraakt door de ontwikkeling. Hiermee is het aspect 'water' voldoende uitgewerkt voor het bestemmingsplan.

6.2

Zienswijzen

Het bestemmingsplan heeft vanaf 4 april 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan het College van burgemeester en wethouders. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht. Daarnaast is er een ondergeschikte wijziging doorgevoerd in de toelichting. Dit heeft betrekking op het uitvoeren van een stikstofberekening ten behoeve van de aanleg van de weg. Zie hiervoor paragraaf 4.10.

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4559/documents/26782