CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

365501.BP.TOE.Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen.pdf

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen11.903 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldende juridisch-planologische regeling Leeswijzer

3 3 3 4 5

Hoofdstuk2 2.1 2.2 2.3

Gebieds- en planbeschrijving Algemeen Bestaande situatie Toekomstige situatie

6 6 6 7

Hoofdstuk3 3.1 3.2 3.3

Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 10 13

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Omgevingsaspecten Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bodem Geluid Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Kabels en leidingen Water Archeologie en cultuurhistorie Ecologie Verkeer en parkeren Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

18 18 18 19 20 21 22 23 24 25 26 29 30 30

Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.3

Juridische planaspecten Plansystematiek Opbouw regels Verbeelding

31 31 31 31

Hoofdstuk6 6.1 6.2

Procedure Vooroverleg Zienswijzen

33 33 33

2

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De gemeente is voornemens om de Y-splitsing tussen de Heidedijk en de Kapelweg te Sinderen ten behoeve van de verkeersveiligheid aan te passen. De nieuwe aansluiting zal haaks uitgevoerd worden. Daarnaast wordt een deel van de Heidedijk omgelegd, zodat ook hier een veilige situatie ontstaat en de Heidedijk goed aansluit op het nieuwe kruispunt. Tevens krijgt het perceel aan de Kapelweg 9 een nieuwe ontsluiting op de Heidedijk. De weg zal ter hoogte van de Kapelweg 9 worden opgebroken en worden verwijderd. In overleg met de gemeente is afgesproken dat de eigenaar van het perceel aan de Kapelweg 9 de gronden zal overnemen. Voor het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017'. Op basis van dit bestemmingsplan is de omlegging van de Heidedijk niet toegestaan, omdat ter plaatse van die gronden de bestemming 'Agrarisch met waarden' geldt. Om deze reden dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied van de gemeente Oude IJsselstreek, ten oosten van de kern Silvolde. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door de verspreide bebouwing en de agrarische gronden. Ten zuidwesten van het plangebied ligt de Kapelweg 9. Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven met een rood kader. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan.

Globale ligging plangebied

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

3

Globale begrenzing plangebied

1.3

Geldende juridisch-planologische regeling

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017', vastgesteld door de raad van de gemeente Oude IJsselstreek op 28 juni 2018. Op grond van het vigerend bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen 'Verkeer', 'Water' en 'Agrarisch met waarden'. De gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden' zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarische doeleinden, zoals grondgebonden agrarische bedrijven, boom- en plantkwekerijen en paardenhouderijen. Daarnaast gelden er een aantal gebiedsaanduidingen, namelijk: Overige zone - groene ontwikkelingszone Overige zone - Houtwal Overige zone - Reliëf Overige zone - Zandwegen De gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groene ontwikkelingszone' zijn, naast de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en ontwikkeling van landschappelijke en ecologische waarden. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene Ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt, en de samenhang niet verloren gaat. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken.

De toelichting bij het bestemmingsplan moet een beschrijving bevatten van de resultaten van het onderzoek naar de te verwachten effecten van die activiteit of ontwikkeling op de oppervlakte, samenhang en kwaliteit van de Groene Ontwikkelingszone. In de beschrijving van de onderzoeksresultaten worden in ieder geval betrokken de in het gebied aanwezige actuele en potentiële natuurwaarden, in de bij of krachtens de Wet natuurbescherming aangewezen beschermde soorten en soorten van nationale Rode Lijsten, en ecologische samenhang. Om deze reden is een uitgebreide quickscan natuurtoets met onderbouwing Groene Ontwikkelingszone uitgevoerd (zie paragraaf 4.10). De overige aanduidingen zijn voor de voorliggende ontwikkeling minder relevant, maar zijn vooral bedoeld voor het herstellen en/of ontwikkelen van de desbetreffende aanduiding.

4

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

De ontwikkeling voorziet in het aanleggen van een weg en het uitbreiden van een bedrijfsperceel en is daarmee in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Om de ontwikkeling alsnog mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied worden vastgesteld.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie en de toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader. Hoofdstuk 4 geeft een overzicht van de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. In Hoofdstuk 5 volgen de juridische planaspecten. Tot slot wordt in Hoofdstuk 6 de gevolgde procedure beschreven.

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

5

Hoofdstuk 2 2.1

Gebieds- en planbeschrijving

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling omschreven. Hierbij wordt als eerste ingegaan op de bestaande situatie in het plangebied, waarna de beoogde ontwikkeling nader toegelicht wordt.

2.2

Bestaande situatie

Langs de Heidedijk ter hoogte van Kapelweg 9 bevinden zich laanbomen waarvan het merendeel zomereiken betreft. Daarnaast staan er ook enkele zwarte elzen. De gronden ten noorden van de Heidedijk bestaan hoofdzakelijk uit intensief beheerd grasland. Onderstaande afbeeldingen tonen de huidige situatie in het veld en de oude en toekomstige situatie, waarbij de oude situatie met een gele lijn is weergegeven en de toekomstige situatie met een rode lijn.

Huidige situatie plangebied

6

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

Oude en toekomstige situatie

2.3

Toekomstige situatie

Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt de Heidedijk omgelegd via het noordelijk gelegen grasland. Vanuit het midden van de omlegging wordt tevens een nieuwe ontsluiting gecreëerd van Kapelweg 9 naar de Heidedijk. De tussenliggende verharding wordt opgebroken. Om de omlegging te kunnen realiseren worden naar verwachting zes bomen gekapt. Ter hoogte van het bedrijf zal de oude weg blijven bestaan om zo de bestaande inritten van het bedrijf te handhaven. Omdat deze gronden overgenomen worden door de eigenaar van het bedrijf, zullen deze gronden de bestemming 'Bedrijf' krijgen. Er is echter geen mogelijkheid tot uitbreiding van de bedrijfsvoering op deze gronden. Het betreft hier alleen het handhaven van de bestaande inritten, waarbij de bedrijfsbestemming beter past dan de bestemming 'Verkeer'. De bestemming 'Verkeer' is bedoeld voor doorgaande wegen, hetgeen na de realisatie van de ontwikkeling niet meer passend is. Tevens is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken niet mogelijk op deze locatie. Volgens Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) dienen vergunningsvrije bouwwerken gerealiseerd te worden op het achtererf. In onderhavige situatie is er ter plaatse van de nieuwe bedrijfsbestemming geen sprake van een achtererfgebied.

Hiermee is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken of het vergunningsvrij uitbreiden van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan. Gezien de ontwikkeling zich in GO gebied bevindt, dient het GO gebied te worden versterkt (zie ook paragraaf 4.10). Het versterken van de Groene Ontwikkelingszone wordt gedaan door het realiseren van een hoogstamboomgaard (>0,05 ha.), het realiseren van een knip- of scheerheg (>0,04 ha.), de plaatsing van takkenrillen en houtstapels (>0,04 ha.) en het plaatsen van een bijenhotel in combinatie met het inzaaien van een bloemenmengsel (>0,01 ha.). De toekomstige situatie in het plangebied is opgenomen in de navolgende afbeelding. Tevens is het

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

7

inrichtingsplan opgenomen in Bijlage 1.

Inrichting toekomstige situatie

8

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau, maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).

Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen, defensie, ecologische hoofdstructuur, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Beoordeling initiatief Met de ontwikkeling zijn in de basis geen nationale belangen gemoeid. Er wordt echter met de ontwikkeling, al zij het op micro-niveau, een bijdrage geleverd aan de verkeersveiligheid van Nederland. De ontwikkeling zorgt ervoor dat een bestaand kruispunt veiliger wordt. Daarnaast wordt er op micro-niveau een bijdrage geleverd aan het realiseren van meer natuur, doordat de Groene Ontwikkelingszone wordt versterkt ter compensatie van de ontwikkeling.

Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

9

in die behoefte kan worden voorzien.

Beoordeling initiatief Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In voorliggend plan wordt een omlegging van een weg mogelijk gemaakt, maar wordt er geen nieuwe bebouwing mogelijk gemaakt. Er is daarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Om die reden is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing.

Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

OmgevingsvisieGaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. In deze visie beschrijft de provincie welke richting de provincie op wil op het gebied van energie, klimaat, water, voedsel en ook hoe de provincie de omgeving wil inrichten. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: energietransitie; klimaatadaptatie; circulaire economie; biodiversiteit; bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat; woon- en leefklimaat. Voor dit initiatief is de ambitie 'bereikbaarheid' van toepassing. Bereikbaarheid is een kritische succesfactor voor een verbonden samenleving en een krachtige, duurzame Gelderse economie. Mensen willen snel en veilig op hun werk kunnen komen, elkaar kunnen ontmoeten, ervaringen kunnen delen, de vele Gelderse evenementen kunnen bezoeken, grenzen kunnen verleggen. Een sterk netwerk zorgt daarvoor. Het is de taak van de provincie om te zorgen voor de veiligheid en vlotte doorstroming op dit netwerk. Het verkeer en (openbaar) vervoer moet schoner, gezonder en duurzamer. Fossiele brandstoffen raken op en maken plaats voor duurzame energiebronnen, zoals elektrische auto's en waterstofvoertuigen.

Hetzelfde geldt voor het beheer en onderhoud van de wegen. Dit gebeurt zo schoon en duurzaam mogelijk; iets wat de provincie als voorwaarde ook aan hun partners meegeeft. Er liggen tal van kansen op het terrein van duurzame mobiliteit: vervoers- en goederensystemen slimmer verbinden, meer oplaadpunten voor elektrische auto's en duurzame tankpunten, stimuleren van fietsgebruik, experimenten met nieuwe duurzame vormen van vervoer, snel internet als alternatief voor fysieke mobiliteit.

Beoordeling initiatief Zoals eerder beschreven draagt de omlegging van de Heidedijk bij aan een veiligere verkeerssituatie ter 10

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

plaatse van de kruising met de Kapelweg. Tevens wordt de bereikbaarheid van het bedrijf aan de Kapelweg 9 veiliger gemaakt doordat deze een eigen aftakking zal krijgen. Een andere locatie voor het omleggen van de Heidedijk dan de voorliggende is niet wenselijk. Dit is mede omdat de omlegging dan te ver van de bestaande weg komt te liggen. Daarnaast zal er dan meer weg komen te liggen binnen de Groene Ontwikkelingszone. Dit is niet gewenst.

Omgevingsverordening De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De meest recente versie is de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023), welke op 14 januari 2023 in werking is getreden. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van de onderwerpen 'Groene Ontwikkelingszone', 'solitaire bedrijvigheid' en 'klimaatadaptatie' relevant.

Instructieregels bestemmingsplan Groene Ontwikkelingszone (art. 2.52) De provinciale omgevingsverordening bevat de instructieregel Groene Ontwikkelingszone. Onderhavig plangebied ligt binnen de Groene Ontwikkelingszone. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene Ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt. Daarnaast mag de samenhang niet verloren gaan. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken.

Solitaire bedrijvigheid (art 2.12) Een bestemmingsplan maakt geen vestiging mogelijk in het buitengebied van vormen van bedrijvigheid die naar huidige planologische inzichten wat betreft de ruimtelijke aanvaardbaarheid thuishoren op een bedrijventerrein. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingplan nieuwvestiging toch mogelijk maken als er sprake is van functieverandering of het vigerende Regionaal programma werklocaties hierover afspraken bevat. Daarnaast maakt en bestemmingsplan in het buitengebied uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing niet mogelijk, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is, de uitbreiding regionaal is afgestemd, de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast en de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming.

Instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

11

bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Voor de beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas.

Beoordeling initiatief In de Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen betreffende Groene Ontwikkelingszones. Het plangebied is gelegen in een Groene Ontwikkelingszone. Het is daarom verplicht om de kernkwaliteiten van het gebied te verbeteren. In paragraaf 4.10 wordt uitgebreid ingegaan op het versterken van de Groene Ontwikkelingszone. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de 'Rekentabellen Groene Ontwikkelzone' (zie Bijlage 8). Het versterken van de Groene Ontwikkelingszone wordt gedaan door het realiseren van een hoogstamboomgaard (>0,05 ha.), het realiseren van een knip- of scheerheg (>0,04 ha.), de plaatsing van takkenrillen en houtstapels (>0,04 ha.) en het plaatsen van een bijenhotel in combinatie met het inzaaien van een bloemenmengsel (>0,01 ha.). Door het uitvoeren van de versterkingsmaatregelen in de hiervoor genoemde oppervlakten is sprake van 430 versterkingspunten, wat in de rekentabel voor de Groene Ontwikkelingszone een positieve balans van 40 punten oplevert. Het mengvoederbedrijf betreft een solitair bedrijf in het buitengebied. De bedrijfsbebouwing is reeds groter dan 1.000 m2. De uitbreiding van het bedrijfsperceel maakt echter geen nieuwe bedrijfsbebouwing mogelijk. Het betreft het herbestemmen van de bestaande weg zodat het bedrijf zijn bestaande inritten kan behouden en makkelijker op eigen terrein kan manoeuvreren.

Om deze reden hoeft er verder niet getoetst te worden aan deze instructieregel. Op basis van de klimaatatlas gemeente Oude IJsselstreek is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied enige plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui. Dit is echter gebaseerd op het huidige gebruik van de locatie, namelijk landbouw. In de toekomstige situatie zal de weg zo worden aangelegd dat het regenwater afstroomt naar de naastgelegen bermen. Daarnaast wordt er in paragraaf 4.8 uitgebreid ingegaan op het aspect water en hoe om te gaan met eventuele wateroverlast. Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal (niet extra koeler of extra warmer) of zelfs koeler zal zijn op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige onbebouwde situatie. De geplande wegomlegging zal zorgen voor enige toename in temperatuur, maar dankzij de afscherming van de bestaande bomen zal deze toename zeer gering zijn. Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie.

Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige (onbebouwde) situatie ook zo is. Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. In het plangebied zijn waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen te staan of droog kunnen vallen. Gezien er echter geen woningen worden gebouwd, is er geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. Overstroming. De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat er geen watergangen in nabijheid van het plangebied liggen. Mocht ergens de dijk van de IJssel of de Rijn bezwijken dan vormt overstroming geen risico voor het plangebied. Er hoeven geen specifieke maatregelen te worden getroffen. De voorgenomen ontwikkeling sluit aan bij de provinciale Omgevingsvisie en de regels op het gebied van 'Groene Ontwikkelingszone' en 'klimaatadaptatie'.

12

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

StructuurvisieOude IJsselstreek2025 De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft op 12 mei 2011 de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025 vastgesteld. De Structuurvisie geeft richting aan het ruimtelijke, economische en maatschappelijke beleid van de gemeente en laat in grote lijnen zien hoe Oude IJsselstreek zich tot het jaar 2025 zal gaan ontwikkelen. De gemeente Oude IJsselstreek wil zich graag verder ontwikkelen als een dynamische gemeente. De kwaliteit van de leefomgeving en de leefbaarheid speelt hierin een belangrijke rol. Achteruitgang en verloedering van de woon- en leefomgeving moet worden tegengegaan. Zowel binnen als buiten de bebouwde kom is het volgens de visie altijd zaak om een goede afweging te maken tussen verkeersveiligheid en sociale veiligheid enerzijds en minimale lichtvervuiling en bescherming van natuurwaarden anderzijds.

Beoordeling initiatief Op de structuurvisiekaart wordt het plangebied aangegeven als Ecologische hoofdstructuur verbindingszone. Dit is in Gelderland vertaald naar Groene Ontwikkelingszones en het Gelders natuurnetwerk. Gezien de ontwikkeling zich in een Groene Ontwikkelingszone (GO) gebied bevindt, dient het GO gebied te worden versterkt (zie ook paragraaf 4.10). Het versterken van de Groene Ontwikkelingszone wordt gedaan door het realiseren van een hoogstamboomgaard (>0,05 ha.), het realiseren van een knip- of scheerheg (>0,04 ha.), de plaatsing van takkenrillen en houtstapels (>0,04 ha.) en het plaatsen van een bijenhotel in combinatie met het inzaaien van een bloemenmengsel (>0,01 ha.). Daarnaast moet, zoals eerder beschreven, er een goede afweging worden gemaakt tussen verkeersveiligheid en sociale veiligheid enerzijds en minimale lichtvervuiling en bescherming van natuurwaarden anderzijds. Doordat de natuurwaarden van het GO gebied nu worden versterkt, is het mogelijk de weg om te leggen zodat de verkeersveiligheid ter plaatse wordt verbeterd. Hiermee voldoet het plan aan de Structuurvisie Oude IJsselstreek 2025.

ToekomstvisieOude IJsselstreek'Maak toekomst in Oude IJsselstreek' De toekomstvisie is tot stand gekomen door vele ontmoetingen en bijeenkomsten met inwoners, ondernemers, organisaties en verenigingen. De termen 'leven' en 'het maken' lopen als een rode draad door de toekomstvisie. Oude IJsselstreek heeft zichzelf zeven opgaven gesteld waarmee ze een antwoord kan bieden op maatschappelijke uitdagingen en waarmee de gemeente en de gemeenschap verder kunnen groeien. 1. Benut de stroom van de Oude IJssel De gemeente zet de komende jaren in op het benutten van alle kansen die de Oude IJssel als zone biedt. Het gebied op en rondom de rivier kan een vliegwiel zijn voor toerisme en recreatie, bedrijvigheid, klimaatvraagstukken en wonen. 2. Florerende Smart Industrie Een bloeiende en concurrerende lokale economie heeft een aanzuigende werking op mensen en kapitaal waarmee demografische ontwikkelingen kunnen worden gekeerd en wonen een boost krijgt. Drie duidelijke clusters dragen bij aan een robuust economisch systeem. Werken op De Rieze, innoveren op het DRU Industriepark en innovatieve en hightech maakindustrie rond Varsseveld. Gemeente Oude IJsselstreek zet zich daarmee de komende jaren nog beter op de kaart en zet in op het ontwikkelen van het nieuwe Varsseveld Industriepark (het VIP). 3. Vitaal platteland

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

13

4.

5.

6.

7.

Het agrarisch buitengebied is een belangrijke en karakteristieke pijler in de gemeente. De landbouwsector is voor de gemeente als plattelandsgemeente een cruciale sector, zowel qua economische omvang als qua ruimtebeslag in het buitengebied. Het platteland zal zich het komende decennium ontwikkelen tot een multifunctioneel buitengebied. De allernieuwste energie In de gemeente vinden ontwikkelingen plaats op vele fronten, van woningbouw tot het ontwikkelen van industrie en bereikbaarheid. Bij al die ontwikkelingen wordt er optimaal gebruik gemaakt van de meest duurzame en nieuwste vormen van energie. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2030. Groene parels Van de Slangenburg tot de Vennebulten en van het Zwarte Veen tot de Anholtse bossen vormen landgoederen, oude bossen en natuurgebieden een groene parelketting door Oude IJsselstreek. De opgave ‘Groene Parels’ zet in op het verder versterken van dit karakteristieke landschap. Gezond oud worden én gezond jong zijn Oude IJsselstreek is de plek waar mensen zich kunnen ontplooien, gezond kunnen leven en regie op hun eigen leven hebben. In de basis benut de gemeente vooral de kracht van de maatschappij om een plek te maken waar mensen hun leven lang fijn en gezond kunnen wonen. Om de kracht uit de samenleving optimaal te benutten worden er voldoende aanleidingen voor ontmoeting, duurzaam gedrag, leren, spel en bewegen geboden.

Het witte vel Vanaf de eerste gesprekken is duidelijk geweest dat de Toekomstvisie een levend document moet zijn. Er zullen zich tal van zaken voordoen die de gemeente dwingen deze Toekomstvisie bij te stellen. Hobbels en beren op de weg, maar juist ook kansen, versnellingen en innovaties. Om in de Toekomstvisie ook letterlijk de ruimte te geven om in te springen op nieuwe ontwikkelingen heeft de gemeente ‘Het Witte Vel’ vanaf het begin eraan toegevoegd. Een nog blanco hoofdstuk dat symbool staat voor de prachtige onzekerheid van de toekomst en al het moois dat daaruit voort gaat komen.

Beoordeling initiatief De ontwikkeling past bij het punt 'vitaal platteland'. Zoals eerder beschreven draagt de omlegging van de Heidedijk bij aan een veiligere verkeerssituatie ter plaatse van de kruising met de Kapelweg. Tevens wordt de bereikbaarheid van het bedrijf aan de Kapelweg 9 veiliger gemaakt doordat deze een eigen aftakking zal krijgen. Tevens zorgt de ontwikkeling ervoor dat het mengvoederbedrijf voldoende ruimte behoud om haar activiteiten uit te kunnen voeren. Doordat een stuk van de oude weg blijft liggen en dit een bedrijfsbestemming krijgt, is het niet noodzakelijk het erf aan te passen op de nieuwe situatie. Het realiseren van nieuwe bebouwing is uitgesloten.

Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan 2012-2020 In 2011 heeft gemeente Oude IJsselstreek het Gemeentelijke Verkeer- en Vervoersplan 2012 - 2020 (GVVP) vastgesteld. In het GVVP wordt, op basis van een analyse van de huidige en toekomstige verkeerssituatie, een visie ontwikkeld op het functioneren van het verkeers- en vervoerssysteem in de gemeente. De eigen gemeentelijke mobiliteitsaanpak maakt duidelijk wat de gemeentelijke ambities zijn en op welke wijze deze worden gerealiseerd. De visie en mobiliteitsaanpak zijn vertaald in beleid, dat in hoofdlijnen is gericht op: het goed functioneren van de verkeersnetwerken voor (vracht)auto, fiets en openbaar vervoer; de bereikbaarheid van de kernen; parkeren en; het beïnvloeden van keuzegedrag door reizigers. De rode draad binnen de verkeersnetwerken is de wegencategorisering. Deze bestaat uit een functietypering van de wegen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom, en de bijbehorende voorkeurs-netwerken. De wegencategorisering is aangevuld voor vrachtverkeer (hoofdroutes), hulpdiensten (uitrukroutes) en landbouwverkeer (voorkeursroutes).

14

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

Voor het buitengebied ziet de wegencategorisering er als volgt uit: gebiedsontsluitingswegen (buiten bebouwde kom); erftoegangswegen (buiten bebouwde kom). Met deze wegencategorisering worden de randvoorwaarden gecreëerd voor: een duurzaam veilig wegennet met een lager aantal verkeersslachtoffers; een hiërarchisch opgebouwd, maar samenhangend wegennet, met een goede bereikbaarheid voor woon-, werk- en winkelgebieden; bundeling van doorgaand verkeer daar waar het hoort (op de hoofdwegen), waardoor de overlast van het doorgaande verkeer tot een minimum wordt beperkt. Verder zijn er in het GVVP geen specifieke infrastructurele maatregelen opgenomen in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling.

Beoordeling initiatief Voorliggende ontwikkeling voorziet in het omleggen van de Heidedijk. Hiermee wordt de bestaande weg verlegd zodat het kruispunt tussen de Heidedijk en de Kapelweg overzichtelijker en veiliger wordt. Hiermee sluit de ontwikkeling aan bij het puntje 'een duurzaam veilig wegennet met een lager aantal verkeersslachtoffers'. Daarnaast krijgt het perceel aan de Kapelweg 9 een nieuwe oprit op de Heidedijk die los ligt van de doorgaande weg. Hierdoor hoeven bezoekers van het mengvoederbedrijf niet langer direct vanaf de doorgaande weg het bedrijfsterrein op te draaien. De ontwikkeling draagt hiermee bij aan de verkeersveiligheid.

Visie op landschap, natuur en groene kernen In de raadsvergadering van 22 april is de Visie op landschap, natuur en groene kernen vastgesteld. De gemeente Oude IJsselstreek heeft door de jaren heen meerdere plannen ontwikkeld voor de groene ruimte, echter ontbrak het aan een samen hangend toekomstbeeld voor het landschap en de groene kernen. De Visie op Landschap, Natuur en Groene Kernen (VLNGK) biedt dit gewenste toekomstbeeld. De visie is in een interactief proces met bewoners, maar ook organisaties en verenigingen tot stand gekomen. De visie geeft richting aan de gewenste ontwikkeling van het landschap voor zowel het buitengebied als de kernen. De visie gaat in op de wijze waarop de kenmerkende landschappen voor de toekomst verder versterkt worden, in samenhang met de ontwikkelingen. Op navolgende afbeelding is het plangebied binnen de visiekaart aangegeven met een gele stippellijn.

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

15

Visie op landschap VLNGK

Beoordeling initiatief Het plangebied is op de visiekaart niet benoemd als locatie voor specifieke doelstellingen. Het plangebied ligt wel, zoals eerder benoemd, binnen de Groene Ontwikkelingszone. Rondom het plangebied lopen wel verschillende benoemde elementen. Deze elementen vormen echter geen belemmering voor de ontwikkeling gezien deze niet worden aangetast. Door de versterking van het GO binnen het plangebied wordt voldoende rekening gehouden met de landschappelijke waarden van het gebied.

Uitbreiding niet-agrarischebedrijven in het buitengebied Naast agrarische bedrijven zijn in het buitengebied van Oude IJsselstreek ook niet-agrarische bedrijven gevestigd. Verspreid in de gemeente gaat het daarbij om zo’n 111 bedrijven. In het bestemmingsplan 'Buitengebied Oude IJsselstreek 2017' hebben deze bedrijven een bestemming gekregen, waarbinnen bedrijfsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend, die tot de lichtere milieucategorieën (cat. 1 en 2) behoren. Het overgrote deel van de bedrijven (90) hebben echter een zwaardere milieucategorie en zijn daarom in het bestemmingsplan met een specifieke bestemming aangegeven. Om de niet-agrarische bedrijven een toekomstperspectief te blijven bieden is als algemene lijn in het bestemmingsplan opgenomen, dat een beperkte uitbreiding is toegestaan. Het gaat daarbij veelal om een uitbreiding van 10% van de bestaande bebouwing. Onder voorwaarden kan daarnaast nog een geringe extra uitbreiding worden toegestaan. Vele bedrijven kunnen binnen deze kaders nog steeds voldoende uitbreiden maar lopen zo langzamerhand tegen de maximale grenzen aan. De verwachting bestaat dan ook, dat de gemeente geconfronteerd wordt met uitbreidingsverzoeken, waarbij de maximale bestemmingsplangrenzen worden overschreden. Op dit moment hebben drie bedrijven een dergelijk verzoek voorgelegd.

In principe horen niet-agrarische bedrijven thuis op het bedrijventerrein, maar zijn van oudsher al in het buitengebied gevestigd. De gemeente wil ook deze bedrijven alle mogelijkheden bieden in hun uitbreidingsbehoefte. Anderzijds is de gemeente ook verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Om bij voorbaat niet-agrarische bedrijven niet in hun uitbreidingsmogelijkheden te beperken en toch tot een zorgvuldige afweging te komen tussen landschappelijke en economische belangen, is de notitie “Uitbreiding niet-agrarische bedrijven in het buitengebied” opgesteld. Aan de hand van een stappenplan worden verzoeken op een uniforme wijze op hun (planologische)

16

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

haalbaarheid beoordeeld. Met hulp van een stroomdiagram wordt uitsluitsel verkregen over de uiteindelijk te volgen (planologische) procedure.

Beoordeling initiatief Het bedrijf dat een stuk grond van de gemeente overneemt betreft een niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied. Er vindt een planologische uitbreiding van het bedrijfsperceel uit. Er zal echter geen uitbreiding plaatsvinden van het bouwvlak en daarmee ook geen uitbreiding van de bestaande bedrijfsbebouwing. Tevens is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken niet mogelijk op deze locatie. Volgens Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) dienen vergunningsvrije bouwwerken gerealiseerd te worden op het achtererf. In onderhavige situatie is er ter plaatse van de nieuwe bedrijfsbestemming geen sprake van een achtererfgebied. Hiermee is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken of het vergunningsvrij uitbreiden van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan. Daarnaast kan beargumenteerd worden dat het bedrijf wel binding heeft met de agrarische sector. Het bedrijf betreft namelijk een mengvoederbedrijf. Afnemers van de producten van dit bedrijf zijn agrarische bedrijven in het buitengebied. Om deze reden is een toetsing aan de hand van het stappenplan niet noodzakelijk. Er is geen uitbreiding van bedrijfsbebouwing en het bedrijf heeft binding met de agrarische sector in het buitengebied.

Conclusie De ontwikkeling is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

17

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

In dit hoofdstuk wordt getoetst in hoeverre deze ontwikkeling haalbaar is in het kader van milieu- en omgevingsaspecten.

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Algemeen Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is verplicht voor besluiten van de overheid over initiatieven van particulieren of marktpartijen, zoals bij de bouw van woonwijken, de aanleg van auto(snel)wegen, spoorwegen, vliegvelden, pijpleidingen voor gas of olie en (stuw)dammen. Een m.e.r. kan ook verplicht zijn voor plannen van de overheid, zoals een bestemmingsplan. Ingevolge het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m.e.r.) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit m.e.r. lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (lijst C) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (lijst D). De voornoemde drempelwaarden hebben een indicatief karakter, hetgeen inhoudt dat ook wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden een (vormvrije) beoordeling dient plaats te vinden of het planvoornemen kan leiden tot belangrijke nadelige gevolgen. Deze beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.

Hierin worden drie hoofdthema's genoemd 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten': kenmerk van het project; plaats van het project; kenmerken van het potentiële effect. Toetsing Voor de activiteiten en functies die onderhavig bestemmingsplan mogelijk maakt geldt geen directe MER-plicht. Wel geldt er een m.e.r.-beoordelingsplicht, maar omdat de activiteit onder de relevante drempelwaarde blijft, is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit betekent dat er een vormvrije m.e.r.-beoordelingsprocedure doorlopen moet worden. Om die reden is een Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan toegevoegd. Op basis van deze aanmeldingsnotitie wordt geconcludeerd dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen, risico's of negatieve effecten voor gevoelige gebieden te verwachten zijn. Er kan daarom worden afgezien van het opstellen van een milieueffectrapportage. Conclusie Het bestemmingsplan kan zonder m.e.r.(-beoordeling) worden vastgesteld.

4.2

Bodem

Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet aangetoond worden dat de bodem- en grondwaterkwaliteit ter plaatse van het plangebied geschikt zijn voor het beoogde gebruik.

Toetsing Door Ingenieursbureau Land is in december 2021 een verkennend bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 4 bijgevoegd. De conclusie van het onderzoek wordt hierna kort

18

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

behandeld.

Asfaltonderzoek De deklaag ter plaatse van asfaltvakken 1 en 2 (Heidedijk) dient als 'teerhoudend' te worden beschouwd en te worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Hierbij dienen veiligheidsmaatregelen uit de CROW publicatie 210 te worden aangehouden. Het overig vrijkomend asfalt dient als 'teervrij' te worden beschouwd.

Fundatieonderzoek In het fundatiemateriaal is visueel en analytisch geen asbest aangetroffen. Het fundatiemateriaal is indicatief niet geschikt voor hergebruik als niet vormgegeven bouwstof. Er is geen reden om het fundatiemateriaal te verwijderen als hier geen civieltechnische noodzaak voor is. Binnen het werk kan het fundatiemateriaal wel worden hergebruikt volgens de op- en nabijregeling van het Besluit bodemkwaliteit.

Bodemonderzoek De gedempte sloot is visueel niet aangetroffen. Ter plaatse van de weg en in de bermen is in de bovengrond sprake van een lichte verontreiniging met minerale olie en PAK. Ter plaatse van het weiland is in de bovengrond sprake van een lichte verontreiniging met arseen, PCB, minerale olie en PAK. In de ondergrond zijn er analytisch geen waardes aangetoond die de achtergrondwaarde overschrijden. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse ter plaatse van de met bakstenen belaste bovengrond is 'Klasse industrie'. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse ter plaatse van de overige bovengrond is 'Klasse wonen'. De te verwachten bodemkwaliteitsklasse van de ondergrond is 'Altijd toepasbaar'. In de bodem in het projectgebied is visueel en analytisch geen asbest aangetroffen. De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek. Op basis van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Geluid

Algemeen De mate waarin het geluid, veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie, onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

Toetsing In het akoestisch onderzoek wordt de akoestische haalbaarheid aangetoond van de nieuwe kruising ten opzichte van de omliggende geluidsgevoelige bestemmingen (woningen). Dit onderzoek heeft tot doel inzicht te geven in het akoestisch klimaat van de omliggende geluidsgevoelige bestemmingen ten gevolge van wegverkeerslawaai. Het onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 5. De conclusies van dit bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

19

onderzoek worden hieronder kort behandeld. Voor eventuele hinder veroorzaakt door de uitbreiding van het bedrijfsperceel wordt verwezen naar paragraaf 4.5.

Heidedijk Bij woningen in de zone is de toename van de geluidsbelasting minder dan 2 dB afkomstig van de Heidedijk. Hierdoor is geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wgh. Er zijn dan ook geen maatregelen nodig voor de aanpassing van de Heidedijk in het kader van de Wgh.

Kapelweg Bij woningen in de zone is de toename van de geluidsbelasting minder dan 2 dB afkomstig van de Kapelweg. Hierdoor is geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wgh. Er zijn dan ook geen maatregelen nodig voor de aanpassing van de Heidedijk in het kader van de Wgh.

Samenvatting Uit de geluidsberekeningen blijkt dat de nieuwe kruising niet zorgt voor een reconstructie in de zin van de Wgh afkomstig van de Heidedijk en de Kapelweg. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de aanpassing van de kruising Heidedijk-Kapelweg.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.4

Luchtkwaliteit

Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht, waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als

20

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

het project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden.

Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in het omleggen van de Heidedijk. Hiermee wordt de bestaande weg verlegd zodat het kruispunt tussen de Heidedijk en de Kapelweg overzichtelijker en veiliger wordt. Daarnaast krijgt het perceel aan de Kapelweg 9 een nieuwe oprit op de Heidedijk. Ter hoogte van het bedrijf zal de oude weg blijven bestaan om zo de bestaande inritten van het bedrijf te handhaven. Omdat deze gronden overgenomen worden door de eigenaar van het bedrijf, zullen deze gronden de bestemming 'Bedrijf' krijgen. Er is echter geen mogelijkheid tot uitbreiding van de bedrijfsvoering op deze gronden. Het betreft hier alleen het handhaven van de bestaande inritten, waarbij de bedrijfsbestemming beter past dan de bestemming 'Verkeer'. De bestemming 'Verkeer' is bedoeld voor doorgaande wegen, hetgeen wat na de realisatie van de ontwikkeling niet meer passend is. Tevens is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken niet mogelijk op deze locatie. Volgens Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) dienen vergunningsvrije bouwwerken gerealiseerd te worden op het achtererf. In onderhavige situatie is er ter plaatse van de nieuwe bedrijfsbestemming geen sprake van een achtererfgebied. Hiermee is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken of het vergunningsvrij uitbreiden van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan.

Het is dus niet mogelijk om nieuwe verkeersaantrekkende bouwwerken te realiseren. De ontwikkeling zorgt niet voor een toename van het aantal verkeersbewegingen. Hiermee kan een nadere toetsing aan het aspect luchtkwaliteit achterwege blijven.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.5

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe, gevoelige functies of milieuhinderveroorzakende functies mogelijk worden gemaakt, moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu binnen en buiten het plangebied mogelijk is. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies is de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: 'rustige woonwijk', 'rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Voor gemengde gebieden kunnen de aanbevolen richtafstanden met één stap worden verminderd.

De afstand wordt gemeten vanaf de grens van de locatie van de bedrijfsmatige activiteit tot aan de gevel van nieuwe of bestaande gevoelige functies.

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

21

Toetsing Met het omleggen van de Heidedijk wordt geen nieuwe milieuhindergevoelige of hinderveroorzakende functie mogelijk gemaakt. Voor eventuele geluidhinder afkomstig van het omleggen van de Heidedijk wordt verwezen naar paragraaf 4.3. Het herbestemmen van een deel van de oude 'Verkeer' bestemming naar de bestemming 'Bedrijf' zorgt wel voor een toevoeging van een hinderveroorzakende functie. De uitbreiding bevindt zich ten noord-oosten van het bestaande bedrijf. De uitbreiding van de bestemming 'Bedrijf' komt niet dichter bij milieuhindergevoelige functies (woningen) te liggen. Hiermee zal er door de uitbreiding van het bedrijfsperceel geen nieuwe hinder worden veroorzaakt op omliggende woningen. Nadere toetsing kan om deze reden achterwege blijven. Tevens is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken niet mogelijk op deze locatie. Volgens Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) dienen vergunningsvrije bouwwerken gerealiseerd te worden op het achtererf. In onderhavige situatie is er ter plaatse van de nieuwe bedrijfsbestemming geen sprake van een achtererfgebied. Hiermee is het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken of het vergunningsvrij uitbreiden van bijbehorende bouwwerken niet toegestaan.

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.6

Externe veiligheid

Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe

22

bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. Het bevoegd gezag wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 160 meter tot zeer kwetsbare objecten. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.

Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

Toetsing Onderhavig initiatief heeft betrekking op het omleggen van een bestaande weg en het uitbreiden van een bedrijfsperceel. Het is echter niet mogelijk om bebouwing te realiseren op het bedrijfsperceel. Er wordt daarmee niet voorzien in de realisatie van een kwetsbaar object of een risicovolle inrichting. In de huidige situatie worden over de weg geen gevaarlijke stoffen vervoerd. Verdere toetsing aan het aspect externe veiligheid kan daarom achterwege worden gelaten.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.7

Kabels en leidingen

Algemeen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van planologisch relevante kabels en leidingen.

Toetsing In en om het plangebied zijn geen kabels en leidingen gelegen, die een juridisch- planologische bescherming genieten. Het plangebied valt niet samen met een zakelijk rechtstrook of een toetsingszone van een leiding, lijn of straalverbinding - gemeten uit het hart van een kabel, leiding of verbinding.

Conclusie Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling. bestemmingsplan "Buitengebied, verlegging Heidedijk te Sinderen" (vastgesteld)

23

4.8

Water

Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het Waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema's.

Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.

Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen.

Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4559/documents/26782