CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Toelichting.pdf

Raadsvergadering 28 maart 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)"14.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. In het Bevi (stb. 250, 2004) wordt verder een verantwoordingsplicht (door de overheid) voor het groepsrisico rond inrichtingen wettelijk geregeld (art. 13). De verantwoording houdt in dat wordt aangegeven of risico's acceptabel zijn en welke maatregelen worden genomen om de risico's te verkleinen.

Beleidsvisie (Oude IJsselstreek) Door de gemeente Oude IJsselstreek is lokaal externe veiligheidsbeleid vastgesteld. Het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Oude IJsselstreek is vastgesteld op 18 februari 2010. In de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Oude IJsselstreek wordt een afweging gemaakt tussen twee uitgangspunten: veiligheid in woonwijken en het niet onnodig frustreren van bedrijfsactiviteiten op bedrijventerreinen. Gekozen wordt voor een benadering met drie gebiedstypen. Er is geprobeerd een optimale mix te vinden in normen, maatregelen en hulpmiddelen, die passen bij het betreffende gebiedstype. De beleidskeuzes laten zich als volgt samenvatten: Overschrijding Overschrijding Overschrijding Toename grenswaarde richtwaarde oriënterende waarde groepsrisico plaatsgebonden plaatsgebonden groepsrisico risico voor risico voor beperkt kwetsbare objecten kwetsbare objecten

bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 27

Wonen en Landelijk gebied

Niet acceptabel

Niet acceptabel (m.u.v. bestaande situaties)

Niet acceptabel (m.u.v. bestaande situaties)

Acceptabel onder voorwaarden

Ruimte voor industrie

Niet acceptabel

Acceptabel onder voorwaarden

Acceptabel onder voorwaarden

Acceptabel onder voorwaarden

Ruimte wonen en Niet acceptabel werken

Acceptabel onder voorwaarden

Niet acceptabel (m.u.v. bestaande situaties)

Acceptabel onder voorwaarden

Toetsing Voorliggende ontwikkeling voorziet in realisatie van (nieuwe) kwetsbare objecten, namelijk woningen. Om te bepalen waar er zich stationaire en mobiele bronnen bevinden, is de risicokaart Nederland geraadpleegd. De navolgende afbeelding bevat een uitsnede van de risicokaart.

Uitsnede risicokaart Nederland

In de omgeving van het plangebied zijn geen stationaire en/of mobiele risicobronnen aanwezig. Een nadere onderbouwing kan daarom achterwege blijven.

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

28bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

3.4

Water

3.4.1

Beleid

Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema’s.

Klimaatrobuustgebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer.

Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen.

Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd.

Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico’s oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. 3.4.2

Situatie plangebied

Door Buro Ontwerp & Omgeving is in mei 2023 een waterhuishoudkundige analyse uitgevoerd6. Deze analyse is als Bijlage 6 bijgevoegd. Voor de analyse zijn niet alleen de gronden in het plangebied beschouwd, maar ook de gronden van het parkeerterrein die tevens worden heringericht in het kader van voorliggende ontwikkeling.

Huidige situatie bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 29

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een (voormalige) winkelpand en een parkeerplaats. De parkeerplaats is geheel voorzien van betonklinkers, rondom de winkel zijn eveneens verhardingen (tegels en klinkers) aanwezig. In de zuidoostelijke hoek is een kleine tuin aanwezig. In navolgende tabel is een overzicht van de verharde en onverharde oppervlaktes van het gehele plangebied in de huidige situatie opgenomen. Hieruit blijkt dat bijna het gehele plangebied in de huidige situatie is verhard.

Toekomstige situatie De toekomstige inrichting bestaat uit een appartementencomplex met 23 appartementen, verdeeld over drie tot vier bouwlagen. Aan de oostzijde zal een binnentuin aangelegd worden, waarbij tevens een berging gerealiseerd wordt. Hiervoor zal de huidig aanwezig bebouwing gesloopt worden. De reeds aanwezige parkeerplaats ten westen van appartementencomplex zal worden heringericht, waarbij enkele bomen en groen toegevoegd worden. In de toekomstige situatie zal de verharding in het plangebied op basis van het ontwerp circa 2.480 m2 betreffen, zie navolgende tabel. Hieruit blijkt dat verharding met circa 410 m2 afneemt, ten opzichte van de huidige situatie.

Waterhuishoudkundige consequentiesen uitgangspunten

Uitgangspunten In navolgende tabel worden de uitgangspunten die van toepassing zijn op de waterhuishouding in het plangebied. Deze komen voort uit de beleidsuitgangspunten en de gebiedskenmerken.

30bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

Benodigde waterberging Op basis van de voorgenomen ontwikkeling zal er circa 2.480 m2 verhard oppervlak gerealiseerd worden. Ten opzichte van de huidige situatie is er geen sprake van een toename in verhard oppervlak van 500 m2 of meer. Echter, omdat de oppervlakte van het plangebied meer dan 1.500 m2 bedraagt, wordt vanuit waterschap Rijn en IJssel wel een klimaatrobuuste compensatie verlangd. Hierbij is met het waterschap besproken dat voor het parkeerterrein een bui die eens in de 100 jaar, inclusief een opslag van 10% voor de toekomstige klimaateffecten, gecompenseerd dient te worden. Er geldt een waterbergingsopgave van minimaal circa 78 m3 (980 m2 x 80 mm) als compensatie. Voor het appartementencomplex is een compensatie van 20 mm per m2 vereist. De bergingsopgave bedraagt hier minimaal circa 30 m3. Binnen het plangebied dient minimaal 108 m3 hemelwater geborgen te worden. Mogelijke oplossingen om deze benodigde berging binnen het plangebied te realiseren of te verminderen zijn: 1. Het toepassen van groene daken op het complex en/of de berging; 2. Verlaging van het maaiveld ter plaatse van de groenstroken; 3. Het toepassen van waterpasserende verharding (bv grasbetonstenen) ter plaatse van de parkeerplaatsen; 4. Berging van hemelwater onder de parkeerplaatsen; 5. Het toepassen van ondergrondse berging in infiltratiekratten. Ad 1.

Groene daken hebben verschillende voordelen, zoals het verminderen van hittestress en fijnstof. Groene daken verminderen de behoefte aan koeling van gebouwen in de zomer. Naast waterberging is het dak geluidsisolerend, verkoelend en brandwerend. Tevens zorgen groene daken voor opname van CO2 en toename van de biodiversiteit. Bij toepassing van zonnepanelen op groene daken wordt onder de zonnepanelen enkel het substraat aangebracht, zodat ook onder zonnepanelen berging van hemelwater plaats kan vinden. Conform het beleid van het waterschap Rijn en IJssel hoeven daken die voorzien worden van een groen dak niet gecompenseerd te worden. Hierbij is het uitgangspunt dat groene daken minimaal 20 mm per m2 (hemel)water kunnen bergen. Vooralsnog heeft de initiatiefnemer niet het voornemen om groene daken toe te passen.

Ad 2. Afstromend hemelwater rondom het appartementencomplex kan tijdelijk geborgen worden door het maaiveld van de binnentuin te verlagen. Hier kan het hemelwater dan infiltreren in de bodem. Op basis bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 31

van de bodemopbouw en resultaten van het doorlatendheidsonderzoek is infiltratie in de bodem goed mogelijk. Middels verlaging van de binnentuin van 10 cm is een tijdelijke berging van maximaal circa 25 m3 te realiseren.

Ad 3. De parkeerplaatsen kunnen worden voorzien van waterdoorlatende verharding (zoals grasbetonstenen) zodat het hemelwater kan infiltreren in de bodem. Uitgaande van een infiltratie van 30% van het hemelwater verminderd de bergingsopgave voor het parkeerterrein hiermee met circa 23 m3. Ter plaatse van de parkeerplaatsen zullen twee borders aangelegd worden. Gezien de geringe omvang van deze borders zal hier nauwelijks waterberging plaats kunnen vinden.

Ad. 4 Middels het aanbrengen van een drainerend zand onder de waterpasserende verharding van de parkeerplaatsen kan hemelwater geborgen worden. Uitgaande van een laag van 30 cm zand onder het gehele parkeerterrein (oppervlakte circa 980 m2) bedraagt de (maximale) bergingscapaciteit circa 88 m3. Dit op basis van een verzadigingsgraad van ongeveer 30 % van drainzand. Eventueel kunnen de parkeerplaatsen ook nog verlaagd worden aangelegd, waardoor tevens berging op het maaiveld mogelijk is.

Ad. 5. Eventueel kan rondom het appartementencomplex ondergrondse berging in infiltratiekratten plaatsvinden. Daarnaast kan gedacht worden aan de opvang, opslag en het hergebruik van hemelwater in een 'grijs water' circuit.

Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er voldoende mogelijkheden zijn om de bergingsopgave op te lossen op eigen terrein. De initiatiefnemer heeft de wijze van berging van het water uitgewerkt in concrete bergingsmaatregelen. Deze uitwerking is als Bijlage 7 toegevoegd. De berging gebeurt in twee delen, namelijk de invulling voor het parkeerterrein en het deel woongebouw en bijgebouwen.

Parkeerterrein Op het parkeerterrein zal de benodigde berging van 78 m3 op twee manieren worden ingevuld. Het eerste deel wordt ingevuld met infiltratiekratten. Namelijk een berging van 30 mm x 980 m2 = 24 m3 berging hiermee kunnen de reguliere buien op een goede manier opgevangen worden. Het tweede deel, met namen voor de extreme buien wordt ingevuld door het water vast te houden op het parkeerterrein. Hiervoor zal het parkeerterrein ter plaatse van beide inritten voorzien worden van een verhoging (drempel) en rondom van een opsluitband om zo een 'bak' te creëren. De resterende bergingscapaciteit is 78-24= 54 m3. Voor deze 54 m3 zal op het terrein een buffer van minimaal 55 mm hoogte gecreëerd worden. De parkeerplaatsen rechtstreeks gelegen aan de Oranjestraat worden hiervan uitgezonderd (zie inrichtingstekening in paragraaf 2.4).

Woongebouw met bijgebouwen (bergingen) Voor het deel woningen en bergingen dient 30 m3 berging gerealiseerd te worden. Deze wordt ingevuld middels infiltratiekratten. Deze zullen gesitueerd worden ter plaatse van de bijgebouwen (bergingen). Daarnaast kan de binnentuin verlaagd worden om als noodoverlaat te dienen bij grote stortbuien.

32bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

Riolering In overleg met de gemeente zal bekeken moeten worden of en hoe de te realiseren woningen op het bestaande rioolsysteem aangesloten kunnen worden. De toename van de DWA (droogweerafvoer) wordt bepaald door de piekafvoer en het (gemiddeld) aantal bewoners. 1. Piekafvoer afvalwater: 10 liter per uur en 120 liter per dag per inwoner (alleen overdag wordt berekend); 2. Gemiddelde bezetting per appartement: 2,2 inwoners. De verwachtte toename in het DWA bij een piekbelasting betreft circa: Aantal woningen x 2,2 inwoner/woning x 0,012 m³/uur/inw.

In de nieuwe situatie zullen binnen het plangebied 23 appartementen gerealiseerd worden. De dagelijkse DWA productie bedraagt dan naar inschatting circa 6 m3. De toename van de DWA (piekbelasting) bedraagt dan circa 0,61 m3 per uur. 3.4.3

Watertoets

Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de ingevulde digitale watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat er waterstaatkundige belangen zijn. Deze belangen zijn zodanig van aard en omvang dat overleg met het waterschap gewenst is. De ingevulde watertoets is als bijlage bij de waterhuishoudkundige analyse gevoegd. 3.4.4

Overleg Waterschap Rijn en IJssel

Het concept van het bestemmingsplan is toegestuurd aan Waterschap Rijn en IJssel in het kader van het vooroverleg. In een reactie geeft het waterschap de wijze van berging graag verder uitgewerkt wil zien. In de waterhuishoudkundige analyse waren alleen de mogelijkheden voor waterberging genoemd, maar er worden geen concrete keuzes gemaakt. Naar aanleiding van de reactie heeft de initiatiefnemer de wijze van berging van het water uitgewerkt in concrete bergingsmaatregelen. Deze maatregelen zijn opgenomen in de vorige paragraaf. 3.4.5

Conclusie

Met de voorgenomen ontwikkelingen binnen het plangebied zijn geen negatieve gevolgen te verwachten voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect water vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling.

3.5

Cultuurhistorie en archeologie

3.5.1

Algemeen

Op basis van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a, van het Bro moet in een toelichting van een bestemmingsplan bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst, hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten. 3.5.2

Toetsing

Archeologie Volgens de archeologische waarden- en verwachtingenkaart is, zoals op navolgende afbeelding is weergegeven, het plangebied gelegen binnen een gebied met een 'lage archeologische verwachting'.

bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 33

Uitsnede gemeentelijke archeologische waardenkaart

Voor gebieden met een 'lage archeologische verwachting' geldt dat geen archeologisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden.

Cultuurhistorie Op de 'Cultuurhistoriche waardenkaart gemeente Oude IJsselstreek' wordt het plangebied aangeduid als 'Historische kern (1850-1939). Voor het overige wordt geen melding gemaakt van cultuurhistorische objecten, elementen of structuren of andere cultuurhistorisch relevante zaken in het plangebied. Wel wordt opgemerkt dat de Doetinchemseweg als 'Historische weg' en 'Voormalige tramlijn' is aangemerkt. Met de voorgenomen ontwikkeling vindt geen aantasting aan cultuurhistorisch waardevolle lijnen of elementen plaats. Het initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor het aspect cultuurhistorie. 3.5.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect cultuurhistorie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de gewenste ontwikkelingen in het plangebied.

3.6

Flora en fauna

3.6.1

Algemeen

Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet, in het kader van de Wet natuurbescherming, in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten.

34bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

3.6.2

Toetsing

Quickscan natuurwaardenonderzoek In het kader van onderhavig plan is door Natuurbank Overijssel in maart 2023 een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd7. Het onderzoek is als Bijlage 8 bijgevoegd. De resultaten van het onderzoek worden hierna samengevat.

Gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk of een Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk, hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan beleidsregels voor de bescherming van het NNN, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de emissie van stikstofoxiden, kan niet op voorhand uitgesloten worden. Om te onderzoeken of uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden voor de ontwikkel- en gebruiksfase. Andere negatieve effecten op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden (vanwege de grote afstand van ruim 13 km) wél uitgesloten. Verderop in deze paragraaf wordt nader ingegaan op het aspect stikstofdepositie in relatie tot omliggende Natura 2000-gebieden.

Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten en tot een weinig geschikt functioneel leefgebied voor beschermde dieren. Mogelijk benutten vogels en vleermuizen het plangebied als foerageergebied. Beschermde dieren bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vogels en vleermuizen niet af. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft, op basis van wet- en regelgeving voor beschermde soorten, geen ontheffing aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren.

Voortoets stikstof Om inzicht te krijgen in de mogelijke stikstofdepositie als gevolg van het initiatief is door Buro Ontwerp & Omgeving in april 2023 een voortoets stikstof uitgevoerd8. Dit onderzoek is Bijlage 9 bijgevoegd. Uit de uitgevoerde voortoets blijkt dat de realisatie en het gebruik van 23 appartementen niet leidt tot een stikstofdepositie groter dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Met betrekking tot stikstofdepositie kan daarom worden opgemerkt dat er geen significante effecten zijn op Natura 2000-gebieden en er geen passende beoordeling nodig is om de ontwikkeling mogelijk te maken. 3.6.3

Conclusie

Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

3.7

Verkeer en parkeren

3.7.1

Algemeen

Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. 3.7.2

Toetsing

Verkeer bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 35

Voor wat betreft het te verwachten aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de CROW-publicatie uit 2018 'Toekomstbestendig parkeren'. Hierbij wordt uitgegaan van woningen in de categorie 'koop, appartement, midden', de verstedelijkingsgraad 'weinig stedelijk' en het gebiedstype 'schil centrum'. Per woning is er sprake van gemiddeld 5,9 verkeersbewegingen per dag. Dit betekent dat met de realisatie van de woningen (23 x 5,9 =) 136 verkeersbewegingen per dag tot stand komen. De voormalige bedrijfsactiviteiten zorgden eveneens voor verkeersbewegingen welke zijn komen te vervallen. Het initiatief zorgt naar verwachting voor een afname van het aantal verkeersbewegingen.

Parkeren Het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt bepaald door de aard en omvang van de activiteit waarin het plan voorziet. Om de parkeerbehoefte te bepalen, is gebruik gemaakt van de normen uit het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan (GVVP). Bij de berekening van de parkeerbehoefte is voor het nieuwe woongebouw uitgegaan van 23 woningen in de categorie 'Woning middensegment' in 'Centrum en schil'. Hiervoor wordt een parkeernorm van minimaal 1,6 parkeerplaatsen per woning gehanteerd. De totale parkeerbehoefte komt daarmee op 36,8 parkeerplaatsen. Ten westen van het woongebouw is aan de Oranjestraat de bestaande parkeervoorziening van de voormalige diepvries- en versmarkt Helmink aanwezig. Deze wordt heringericht ten behoeve van 37 parkeerplaatsen. Met deze parkeerplaatsen kan worden voorzien in de parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de ontwikkeling. 3.7.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de gewenste ontwikkelingen in het plangebied.

3.8

Molenbiotoop

Algemeen In de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie Gelderland wordt gestreefd naar het in stand houden van de molens in Gelderland. De molens zijn namelijk een identiteitsbepalend onderdeel van Gelderland. De provincie heeft dan ook als ambitie dat de omgeving van de molens zodanig wordt ingericht dat de molens kunnen blijven draaien. Daartoe beschermt de provincie de ruimte rond de molens tegen ongewenste ingrepen. In de Omgevingsverordening is daarom geregeld dat op gronden die zijn aangewezen als Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing en/of beplanting is toegestaan, tenzij is aangetoond dat het functioneren van de molen door middel van windvang niet wordt beperkt.

Toetsing Ten noordoosten van het plangebied is de Kwaksmölle aanwezig. Deze molen is gelegen aan de Doetinchemseweg 48. Het plangebied is gelegen binnen de molenbiotoop van de Kwaksmölle. De Kwaksmölle heeft een molenbiotoop van 400 meter, teneinde de windvang van de molen te waarborgen.

Eigenschappen molen Omstreeks 1820 werd een houten standerdmolen gebouwd genaamd 'De Haan'. In 1859 brandt deze molen af. In datzelfde jaar werd de molen herbouwd als beltmolen (ditmaal met steen), de nieuwe molen staat bekent als de Kwaksmölle. Tijdens de bevrijding raakte de molen beschadigd, en tijdens de zware storm van 28 december 1945 brak de as en viel de rest van het gevlucht naar beneden. Vanaf 1945 wordt uitsluitend met behulp van een petroleummotor gemalen. In 1951 is het binnenwerk verwijderd. Sinds die tijd maalt de molen niet meer. De molenromp heeft nu een maatschappelijke functie als dorpshuis. Volgens gegevens (bron: www.gelderland.molenbiotoop.nl; Biotooprapport 196) heeft de Kwaksmölle een askophoogte van 15,75 m. De hoogte van het maaiveld bij de molen is circa 18,9 m +NAP. De 36bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

locatie waar de sloop en nieuwbouw in het plangebied wordt gerealiseerd, ligt op een maaiveldhoogte van circa 19,5 m +NAP. Tussen de Kwaksmölle en het plangebied is er dus sprake van beperkt hoogteverschil. Verder geeft het rapport weer dat binnen de straal van 400 meter in de huidige situatie reeds 2.353 windhinderobjecten, zoals bebouwing en bomen, aanwezig zijn, die de hoogte van de biotoopnorm overschrijden. Navolgende kaartbeelden geven dit weer. Het linker kaartbeeld is een overzichtskaart van de hoogtemetingen, geclassificeerd in categorieën afhankelijk van de mate van overschrijding van de biotoopnorm. Het rechter kaartbeeld bevat gestandaardiseerde sectorscores, geclassificeerd aan de hand van de mate van overschrijding van de biotoopnorm in een sector.

Overschrijdingen maximale hoogte (bron: www.gelderland.molenbiotoop.nl)

De sectorscores zijn vervolgens toegekend aan de acht hoofdwindrichtingen. De resultaten zijn in navolgende tabel weergegeven.

Uit deze tabel valt op te maken dat in de huidige situatie de mate van overschrijding van de biotoopnorm bij de oostelijke hoofdwindrichting het grootst is, namelijk 66.

Per molen is de omgeving geïnventariseerd en beoordeeld als slecht, bedenkelijk, matig, aanvaardbaar of goed. De totaalscore van 386 houdt in dat de molenbiotoop van de Kwaksmölle in de huidige situatie als matig wordt beoordeeld.

bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 37

Formule molenbiotoop Op basis van de molenverordening van de provincie Gelderland, die is vervangen door de Ruimtelijke verordening, gold een formule, op basis waarvan beoordeeld kon worden of de windvang van de molen al dan niet verslechterde. Hoewel deze formule formeel niet meer geldt in Gelderland, wordt het beschouwd als een goed hulpmiddel om te beoordelen of de windvang van een molen verslechtert door de komst van een ruimtelijke ontwikkeling. De formule is om die reden toegepast in het onderhavige geval. De formule luidt als volgt: Hx=X/n + (c*z) waarin: Hx = de toelaatbare hoogte van een gebouw in meters op een afstand x meter uit de molen. De toelaatbare hoogte wordt gemeten vanaf het waterpasniveau van de begane grond of het maaiveld van de molen; X = de afstand in meters vanaf het gebouw tot de wieken van de molen; n = de ruwheidcoefficient volgens de ruwheidsklassentabel van Wieringa: 140 voor open gebied, 75 voor ruw gebied en 50 voor gesloten gebied; c = constante 0,2 (in verband met een windreductie van 5%); z = askophoogte van de molen.

Het woongebouw in het plangebied staat op circa 130 m van de Kwaksmölle. Wanneer de formule wordt toegepast ten behoeve van voorliggend plan, ontstaat het volgende beeld: H(x) = 130/50 + 0,2 * 15,75 = 5,75 m.

De maximale bouwhoogte van de dichtstbijzijnde bebouwing in het plangebied, gelegen op circa 130 meter afstand van de molen, mag volgens de formule 5,75 meter bedragen. Daar moet het verschil in maaiveldniveau bij worden opgeteld. In onderhavig plan is er geen sprake van een verschil in maaiveldhogogte tussen de locatie van de molen en het plangebied. In de bovenstaande berekening is uitgegaan van de ruwheidsklasse 50, omdat het gebied tussen het plangebied en de molen voor de bebouwde kom van Varsseveld betreft. Het woongebouw krijgt een maximale bouwhoogte variërend van 10,5 m tot 13,5 m. Hiermee wordt de toelaatbare bouwhoogte uit de formule overschreden.

Motivering inpasbaarheid initiatief Om de volgende redenen wordt de bouwhoogte van 10,5 m tot 13.5 m voor het woongebouw inpasbaar geacht: 1. De Kwaksmölle in Varsseveld betreft een molenromp. In 1951 is het binnenwerk verwijderd. Sinds die tijd maalt de molen niet meer. De molenromp heeft nu een maatschappelijke functie als dorpshuis. De molen is sinds 1945 niet meer gerestaureerd en er zijn ook geen plannen om dat binnen afzienbare tijd te gaan uitvoeren. Een mogelijk verminderde windvang als gevolg van de realisatie van het woongebouw is daarom niet van belang. 2. Voor molenrompen is de belevings- en cultuurhistorische waarde wel van belang. De bebouwing wordt 38bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

hoger dan de bestaande bebouwing (10,5 m tot 13.5 m in plaats van 9 m). Op navolgende afbeeldingen is de situatie in de omgeving van het plangebied ten opzichte van de molen weergegeven. Hieruit blijkt dat er zowel in de huidige als in de toekomstige situatie geen sprake is van de verstoring van zichtlijnen op de molenromp. De reden hiervoor is dat reeds bestaande aanwezige overige bebouwing het zicht op de molen reeds belet, dan wel dat zichtlijnen niet via het plangebied lopen.

Overzicht situatie zichtlijnen plangebied en de molen (plangebied is weergegeven in geel en de molen met een rode cirkel)

bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 39

afbeelding 1

afbeelding 2

40bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

afbeelding 3

afbeelding 4

Alleen op de locatie van afbeelding 3, vanaf de Oranjestraat is de molenromp zichtbaar. Op de locatie van afbeelding 2 zou de molen in de winter ook zichtbaar kunnen zijn aan de linkerkant. Aan deze zijde wordt echter geen bebouwing beoogd. Hier worden de gronden ingericht als parkeerterrein. Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de realisatie van het nieuwe woongebouw geen negatieve invloed heeft op de belevingswaarde van de Kwaksmölle als landschapselement. De ontwikkeling heeft eveneens geen negatief effect op het behoud van de molenromp als cultuurhistorisch waardevol element. bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 41

Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit het aspect molenbiotoop geen belemmeringen bestaan ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

3.9

Economische haalbaarheid

Het plan wordt op particulier initiatief gerealiseerd. De kosten in verband met de realisatie zijn dan ook voor rekening van de initiatiefnemer. De kosten voor het volgen van de procedure zullen via de gemeentelijke legesverordening aan de initiatiefnemer worden doorberekend. Met de initiatiefnemer wordt een planschadeovereenkomst gesloten waarin deze verklaart de volledig mogelijke planschade voor zijn/haar rekening te nemen. Voor de gemeente zijn er geen andere kosten verbonden aan dit plan, waardoor het vaststellen van een exploitatieplan niet noodzakelijk is. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht te zijn aangetoond.

42bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

Juridische planaspecten

4.1

Algemeen

4.1.1

Wat is een bestemmingsplan

Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft uit te oefenen. Dit houdt in dat: 1. de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en 2. de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (het overgangsrecht is hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van 'werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden' (omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden). Een bestemmingsplan regelt derhalve het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen) en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor: het bebouwen van de gronden; het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden (aanleggen). Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en de bouwverordening zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van het ruimtelijke beleid. 4.1.2

Bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden

Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijhorende regel worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: Via een dubbelbestemming Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één 'enkel' bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regel van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen. Via een aanduiding Een aanduiding is een teken op de verbeelding dat betrekking heeft op een vlak op die kaart. Via een aanduiding wordt in de regels 'iets' geregeld. Dat 'iets' kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 4.1.3

Hoofdstukindeling van de regels

De regels zijn verdeeld over vier hoofdstukken:

bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 43

1. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (Artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (Artikel 2). 2. Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsbepalingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsbevoegdheden met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsbepalingen ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo is een volledig beeld te verkrijgen van hetgeen is geregeld. 3. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn bepalingen opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een anti-dubbeltelregel, algemene gebruiksregels en algemene afwijkingsregels. 4. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk zijn respectievelijk het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

4.2

Dit bestemmingsplan

Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 4.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan

In dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen 'Tuin', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Wonen' opgenomen.

Tuin De gronden rondom het woongebouw zijn bestemd als 'Tuin'. Deze gronden zijn onder meer bestemd voor tuinen, wegen en paden,parkeervoorzieningen, bijbehorende gebouwen en overkappingen. De bijbehorende gebouwen en overkappingen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de 44bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

aanduiding 'bijgebouwen'. Op de verbeelding is de maximaal toegestane bouwhoogte opgenomen voor deze bouwwerken.

Verkeer - Verblijfsgebied De als 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden bevinden zich aan de zuidzijde van het huidige parkeerterrein ten westen van het woongebouw. De als 'Verkeer - Verblijfsgebied' gronden zijn met name bestemd voor verblijfsgebieden, wegen en pleinen, voet- en fietspaden. Verder zijn de gronden bestemd voor parkeer-, speel-, groenvoorzieningen en kunstwerken, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, ontmoetingsplekken en straatmeubilair, openbaar vervoersvoorzieningen en nutsvoorzieningen.

Wonen Het nieuwe woongebouw is bestemd als 'Wonen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor maximaal 23 woningen, aan huis verbonden beroepsactiviteiten, tuinen en erven, parkeer-, speelen groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, straatmeubilair en nutsvoorzieningen. Van de woningen binnen deze bestemming mag 30% van de vloeroppervlakte tot een maximum van 50 m2 gebruikt worden voor een aan huis gebonden beroep. Het woongebouw moet worden gerealiseerd binnen het bouwvlak. Op de verbeelding is de maximaal toegestane bouwhoogte opgenomen. Overige bouwwerken (bouwwerken, geen gebouw zijnde) zijn, onder voorwaarden, ook toegestaan. De maatvoeringseisen van deze bouwwerken zijn opgenomen in de bouwregels. In deze bestemming is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die borgt dat de beoogde groenstructuren binnen het plangebied worden gerealiseerd en in stand worden gehouden. 4.2.2

Algemene regels

Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 45

Hoofdstuk 5 5.1

Procedure

Participatie

De initiatiefnemers hebben de omwonenden geïnformeerd over het initiatief. De reacties waren positief. Bij de verdere uitwerking van het plan zullen de omwonenden nader geïnformeerd worden.

5.2

Vooroverleg

Het concept van het bestemmingsplan is toegestuurd aan Provincie Gelderland en Waterschap Rijn en IJssel in het kader van het vooroverleg.

Provincie Gelderland De provincie geeft in een reactie op het concept het volgende aan: Te onderbouwen hoe het nieuwbouwplan een bijdrage levert aan de regionale afspraak om meer betaalbare woningen te realiseren. In paragraaf 3.8 bij de motivering over de inpasbaarheid van het initiatief vanwege de molenbiotoop meer aandacht te besteden aan het feit dat de monumentale bescherming gericht is op het behouden van de molenromp en niet op het herstel van (de functie van) de molen. En nader te onderbouwen waarom de veel hogere nieuwbouw geen effect heeft op de belevingswaarde van de molenromp. Tot slot geeft de provincie aan de conclusies uit de ecologische onderzoeken te kunnen volgen. De provincie wil de gemeente er echter op wijzen dat zij zelf verantwoordelijk is voor de uitvoerbaarheid van het plan in het kader van de Wet natuurbescherming. Naar aanleiding van de opmerkingen van de provincie zijn de paragrafen 3.2.3, 3.2.4 en 3.8 aangepast.

Waterschap Rijn en IJssel In een reactie geeft het waterschap de wijze van berging graag verder uitgewerkt wil zien. In de waterhuishoudkundige analyse waren alleen de mogelijkheden voor waterberging genoemd, maar er worden geen concrete keuzes gemaakt. Naar aanleiding van de reactie heeft de initiatiefnemer de wijze van berging van het water uitgewerkt in concrete bergingsmaatregelen. Deze maatregelen zijn opgenomen in paragraaf 3.4.2.

5.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 7 december 2023 tot en met 17 januari 2024 ter visie gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad. Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht.

46bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld)

Eindnoten

1. Ecopart, 25 februari 2021, Verkennend bodemonderzoek Oranjestraat 1, Varsseveld, projectnr 16313, versie 1,0 2. Ecopart, 13 februari 2018, Naderbodemonderzoek Oranjestraat 1, Varsseveld, projectnr 16321, versie 1,0 3. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m³ bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m³ poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. 4. Buro Ontwerp & Omgeving, 23 februari 2023, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, Doetinchemseweg - Oranjestraat, Varsseveld, projectnr. 3242.01 5. https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/ 6. Buro Ontwerp & Omgeving, 23 mei 2023, Waterhuishoudkundige analyse, Oranjestraat Varsseveld, projectnr. 3242.02 7. Natuurbank Overijssel, 31 maart 2023, Quickscan natuurwaardenonderzoek Oranjestraat 1-5 Varsseveld, projectnr. 6054 versie 1.0 8. Buro Ontwerp & Omgeving, 24 april 2023, Voortoets stikstof, Oranjestraat 1 te Varsseveld, projectnr. 3242.02

bestemmingsplan "Woningbouw Doetinchemseweg - Oranjestraat Varsseveld (locatie Helmink)" (vastgesteld) 47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4716/documents/28731