CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

24-160b Rekenkamer gemeente OIJ - Definitief rapport Samenwerkingsverbanden.pdf

Raadsvergadering 30 juni 2025, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 22: Motie(s) vreemd aan de orde van de dag21.485 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

50 / 64

volledig hebben bijgedragen aan deze daling. Er kunnen ook andere factoren hebben bijgedragen aan de daling. In gesprek met elkaar en aan de hand van cijfers wordt daarom gekeken naar wat er is gedaan, wat werkt en dus tot resultaat leidt. Dit vormt weer input voor de speerpunten op de onderwerpen normaliseren, preventie en samenwerken/innoveren in de subsidieafspraken het jaar erna. Zo resulteren de resultaten over 2022 in de volgende ontwikkelpunten: • Op basis van het landelijke toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, met de gemeente een werkwijze ontwikkelen waardoor gezinnen met veiligheidsproblemen zo snel, effectief en integraal mogelijk worden geholpen. • Samen met STOER, de Wmo en de woningcorporatie een aanbod ontwikkelen voor gezinnen waar problemen met betrekking tot welzijn, werk, wonen en financiën een grote stressfactor zijn. • Naast de individuele jeugdhulp aan gezinnen, preventieve en collectieve activiteiten aanbieden. • Samen met Sensire het kind en scheidingsloket starten, als antwoord op de toenemende vraag naar hulp bij scheidingsproblemen. • Samen met het onderwijs, leerplicht en het Jongerenwerk onderzoeken wat de oorzaken van verzuim zijn en hoe dat kan worden aangepakt.

Wat wel opvalt in de verantwoording is dat er niet wordt teruggegrepen op afspraken die gemaakt zijn over dat specifieke jaar en of de activiteiten die overeen zijn gekomen in de subsidiebeschikking zijn uitgevoerd. We constateerden eerder al dat er beperkt SMART doelen gesteld worden en dat dit een bewuste keuze is. Er zou echter wel voldoende aandacht moeten blijven voor het in beeld brengen hoe dat wat gerealiseerd wordt zich verhoudt tot dat wat beschikt is. (bij)sturing door het college In de interviews is aangegeven dat vertrouwen de basis is van de relatie. Dit past bij de visie op het sociaal domein en is een weloverwogen keuze voor het type samenwerkingsvorm. Dit, in combinatie met de beperkte sturing op SMART afspraken, levert wel de vraag op of het college de uitvoering voldoende kritisch kan volgen. In de interviews is vanuit zowel de gemeente als Buurtzorg Jong het beeld geschetst dat de samenwerking vanuit vertrouwen constructief is maar daarbij wel opbouwend kritisch als het nodig is. Vanuit het college is daarbij aangegeven dat de bestuurlijke gesprekken helpen om vanuit de visie te kijken of bijsturing nodig is. Dit heeft er eerder in geresulteerd dat er gestuurd is op het meer koppelen van Buurtzorg Jong aan Jongerenwerk in het kader van preventie.

In de jaarrapportage van 2022 is door Buurtzorg Jong hierover aangegeven dat de samenwerking met Jongerenwerk is verstevigd. Er is daarbij niet echt sprake van een heel actieve bijsturing omdat Buurtzorg Jong als professional geacht wordt te handelen volgens de lijn die gekozen is binnen Jeugd. Het type bijsturing past echter wel bij de wijze waarop de samenwerkingsrelatie is opgebouwd; op basis van vertrouwen. Beoordeling van de normen Aspect Doelrealisatie

Norm 1. 2.

De afgesproken resultaten worden bereikt waarmee de doelen en ambities worden gerealiseerd Het college stuurt bij op de samenwerking indien de verantwoording daartoe aanleiding geeft

51 / 64

Norm 1 Omdat de ambities en doelen – bewust – beperkt concreet zijn vertaald in te behalen resultaten is het niet eenvoudig om te constateren of afgesproken resultaten worden gerealiseerd. De verantwoording laat wel zien dat de beoogde transformatie op gang aan het komen is, bijvoorbeeld ten aanzien van normalisatie (minder doorverwijzingen naar maatwerkvoorzieningen/specialistische hulp). Er wordt in onze ogen ‘deels voldaan’ aan de norm. Norm 2 Het college houdt voor wat betreft de samenwerking een vinger aan de pols via de periodieke overleggen met Buurtzorg Jong en de reguliere overleggen met de accounthouder. Tijdens de overleggen wordt gekeken of de activiteiten en resultaten aansluiten bij de visie. Er kan niet gesteld worden dat er een erg actieve bijsturing plaatsvindt omdat er ook, vanuit vertrouwen, ruimte wordt gegeven aan de koers van Buurtzorg Jong. Deze manier van sturing past echter wel binnen de visie van de gemeente op de samenwerking. Er wordt daarmee ‘voldaan’ aan de norm.

4.3.4. Betrokkenheid van de raad In deze paragraaf worden de volgende deelvragen beantwoord: • Welke afspraken zijn er tussen raad en college gemaakt over de betrokkenheid van en informatievoorziening aan de raad? • Op welke wijze wordt de raad geïnformeerd over de opzet en de werking van de samenwerking met Buurtzorg Jong? In de eerder gememoreerde subsidieregeling Lokaal Team Jeugd Oude IJsselstreek is niets vastgelegd over de betrokkenheid van de raad dan wel over de informatievoorziening aan de raad. Er lijken verder ook formeel geen afspraken te zijn vastgelegd over betrokkenheid en informatievoorziening. In paragraaf 3.1.2. (Subsidies) is Buurtzorg Jong eerder al als strategische samenwerkingsvorm gekenmerkt. Over de betrokkenheid van de raad is daarbij door de organisatie aangegeven dat Buurtzorg Jong jaarlijks de jaarrapportage ter beschikking stelt aan de raad en deelneemt aan een commissie- of raadsvergadering om dit toe te lichten. Vanuit het Raadsinformatiesysteem zien we dat de raad inderdaad in elk geval ter informatie de halfjaarrapportage 2020 36 en de jaarrapportage 2021 heeft ontvangen. Daarnaast is de raad ook meegenomen in een evaluatie van de implementatie van de samenwerking en het eerste kwartaal van de samenwerking met Buurtzorg Jong.

Vanuit de griffie is aangegeven dat de jaarrapportage over 2021 is besproken tijdens de commissie van 6 oktober 2022 en de jaarrapportage over 2022 tijdens het werkbezoek aan Buurtzorg Jong op 2 juni 2023 is besproken. Buurtzorg Jong komt ook terug in de P&C-cyclus, zowel in de begroting met beoogd (meerjarig) budget als in de jaarstukken. Zo is in de jaarstukken van 2022 aangegeven dat met de start van vijf jongerenwerkers via Buurtzorg Jong het jongerenwerk een geheel nieuwe impuls heeft gekregen. De jongerenwerkers richten zich vooral op positieve gezondheid en preventie.37 In de interviews is benadrukt dat er op dit moment geen standaard werkwijze is voor de informatievoorziening over grote en belangrijke subsidiepartners is als Buurtzorg Jong. Er wordt geprobeerd om een informele setting te creëren voor wat betreft informatievoorziening. Zo zijn raadsleden een keer een dag bij Buurtzorg Jong op bezoek geweest om

36

Vanuit de interviews komt naar voren dat Buurtzorg Jong eerst begonnen is met het leveren van halfjaarrapportages in 2020 maar dat er is overgestapt

naar jaarrapportages omdat er niet veel nieuwe informatie bleek te zijn per half jaar. 37

Gemeente Oude IJsselstreek (25 mei 2023). Jaarstukken 2022.

52 / 64

te zien en ervaren hoe er gewerkt wordt. Buurtzorg Jong heeft daarnaast regelmatig in de commissievergadering een bijdrage geleverd, zowel vanuit de jeugdhulpverlening als vanuit jongerenwerk. Vanuit Buurtzorg Jong is aangegeven dat het contact met de raad als cruciaal wordt bestempeld omdat de organisatie wil dat er voldoende draagvlak blijft binnen de raad voor de aanpak. Vanuit Buurtzorg Jong is benadrukt dat er in vergelijking met andere gemeenten veel contactmomenten zijn met de raad en dat raadsleden bekend zijn bij de organisatie. Tenslotte is vanuit de gemeente aangegeven dat het nog wel eens een zoektocht kan zijn naar het juiste detailniveau van informatievoorziening over grote en belangrijke subsidiepartners. Ambtenaren ervaren dat de raad intensief is meegenomen in de transformaties binnen het sociaal domein maar dat de uitvoeringsfase nu loopt en er daarom minder intensief wordt verantwoord door het college en de organisatie zelf. Het college wil daarbij ook de raad niet overvoeren met informatie over de uitvoering maar meenemen op dat wat van belang is voor de raad. Beoordeling van de normen Aspect Betrokkenheid van de raad

Norm 1. 2.

Er zijn duidelijke afspraken gemaakt tussen raad en college over de betrokkenheid van en de informatievoorziening aan de raad De informatievoorziening aan de raad vindt plaats conform hetgeen is afgesproken

Norm 1 Er zijn uitgangspunten bij het college en de organisatie bekend over de informatievoorziening aan de raad. Uitgangspunt is dat Buurtzorg Jong jaarlijks de jaarrapportage ter beschikking stelt aan de raad en deelneemt aan een commissie- of raadsvergadering om dit toe te lichten. Er wordt daarmee ‘voldaan’ aan de norm. Norm 2 In de praktijk wordt ingezet op zowel informele informatievoorziening via presentaties en werkbezoeken als informatievoorziening via de P&C-cyclus. De raad/commissie heeft, conform deze uitgangspunten, de halfjaarrapportage over 2020 en de jaarrapportage over 2021 ontvangen. De jaarrapportage over 2022 is besproken tijdens een werkbezoek in 2023. Er wordt daarmee ‘voldaan’ aan de norm.

53 / 64

5. Conclusies en aanbevelingen 5.1. Conclusies Hoofdconclusie In dit onderzoek stond de volgende onderzoeksvraag centraal: In hoeverre kan de gemeenteraad van Oude IJsselstreek de gemeentelijke samenwerkingsvormen sturen en controleren? De hoofdconclusie van dit onderzoek is dat de raad van de gemeente Oude IJsselstreek beperkt kan sturen en controleren op de verschillende samenwerkingsvormen. Deelconclusies Deze conclusie volgt op de volgende vier deelconclusies. 1. Om als raad te sturen en te controleren is in eerste instantie overzicht van en inzicht in de verschillende samenwerkingsvormen nodig. Met dank aan de ambtelijke medewerking bij de uitvoering van dit onderzoek is een dergelijk overzicht en inzicht opgebouwd. Voorheen was dat overzicht beperkter aanwezig en werd nog niet systematisch expliciet onderscheid gemaakt naar de strategisch relevante samenwerkingsvormen. Net als andere gemeenten kent ook de gemeente Oude IJsselstreek een grote variëteit aan samenwerkingsvormen. 2. De gemeente kent geen kader ten aanzien van samenwerking, bijvoorbeeld in de vorm van een nota strategische samenwerking of verbonden partijen. Afhankelijk van de samenwerkingsvorm wordt in de praktijk invulling gegeven aan de sturing en controle.

Dit maakt dat de raad nog niet voldoende in staat is gesteld en zichzelf in positie heeft gebracht om op een voor de raad passend niveau te sturen op samenwerkingsvormen. 3. Doordat een kader ten aanzien van samenwerking ontbreekt wordt de raad wisselend geïnformeerd qua frequentie, omvang en inhoud over de stand van zaken met betrekking tot samenwerkingsvormen. Daarbij is een logisch onderscheid te zien naar samenwerkingsvormen waaraan wettelijke randvoorwaarden zijn gesteld en vormen waarbij dat niet het geval is. Zo is bij gemeenschappelijke regelingen te zien dat het regime van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt gevolgd. Hiervoor wordt de raad periodiek betrokken. Bij de bestuurlijke samenwerkingsvormen is de betrokkenheid van de raad niet formeel georganiseerd maar is de betrokkenheid afhankelijk van de inzet die hierop wordt gepleegd vanuit de samenwerking zelf. 4. De onderzochte cases – STOER en Buurtzorg Jong – laten de diversiteit aan samenwerkingsvormen en de complexiteit van die trajecten zien. • STOER zou opgezet worden als zelfstandige BV die ook belangrijke taken op het vlak van de Participatiewet zou moeten uitvoeren. Zonder dat de raad daarin duidelijk en expliciet is meegenomen, is STOER uiteindelijk een afdeling van de gemeente zelf geworden.

Omdat de raad hierin niet duidelijk en expliciet is meegenomen, heeft lang verwarring bestaan bij raadsleden over de opzet en werking van STOER. • Met Buurtzorg Jong is een subsidierelatie aangegaan ter realisatie van (een deel van) de transformatie van het sociaal domein. Bewust is gekozen voor subsidiëring, omdat hiermee meer kan worden samengewerkt aan de transformatie in partnerschap, gekoppeld aan inzet en ontwikkeling. Dit in tegenstelling tot prestatieafspraken zoals bij contractering het geval is. In de eerste resultaten is te zien dat de beoogde transformatie op gang komt,

54 / 64

bijvoorbeeld ten aanzien van normalisatie (minder doorverwijzingen naar maatwerkvoorzieningen/specialistische hulp). Over afzonderlijke subsidierelaties heeft de raad geen formele zeggenschap. Door de belangrijke rol van Buurtzorg Jong wordt de raad wel periodiek betrokken bij het werk dat Buurtzorg Jong samen met de gemeente doet. De raad wordt geïnformeerd en betrokken bij ontwikkelingen

5.2. Aanbevelingen Op basis van het onderzoek komen we tot de volgende aanbevelingen: 1. Stel als raad en college een beknopt kader ‘strategisch samenwerken’ vast. Door zowel de gemeenteraad, het college als de ambtelijke organisatie is de behoefte uitgesproken om geen uitgebreide nota verbonden partijen op te stellen. Wel denken we dat, om samenwerking minder casusafhankelijk te maken, Oude IJsselstreek er baat bij heeft om een beknopt kader ‘strategisch samenwerken’ vast te stellen waarbij wordt ingegaan op de vraag welke gemeente je wilt zijn en wat je wilt bereiken (doelen van de samenwerking).

In een dergelijk kader moeten de volgende onderwerpen worden vastgelegd of worden geborgd dat ze expliciet worden uitgewerkt en afgewogen bij het aangaan of herijken van een samenwerking: • Bij welke taken/beleidsgebieden wil de gemeente samenwerken? • Welke taken blijven bij de gemeente? • Op basis van welke criteria (afwegingskader)? • Hoe houden we regie op de taken waarop we samenwerken? • Met wie wil de gemeente samenwerken om de doelen te bereiken? Welke zijn de prioritaire samenwerkingspartners en welke partijen spelen nog meer een rol? • Wat is de toegevoegde waarde van samenwerking? Worden gemeentelijke doelen zo beter gerealiseerd? • De samenwerkingsstrategie? Welke rol speelt de gemeente in de samenwerking respectievelijk welke positie neemt de gemeente in? Dit kan per samenwerkingsverband verschillen. • Is er bij het aangaan/aanpassen van een samenwerkingsverband aandacht voor kaderstelling door de gemeenteraad? • Hoe wordt de informatievoorziening aan de raad geregeld? • Hoe wordt invulling gegeven aan de democratische legitimatie? • Afspraken over periodieke evaluatie van de samenwerkingsverbanden? • Welke werkafspraken worden er gemaakt voor het college en de raad? De kern wordt gevormd door een visie op samenwerking, een wegingskader om te komen tot keuzes, een set afspraken over de informatievoorziening en een periodieke evaluatie. 2.

Stel als raad en college een afwegingskader vast voor samenwerkingsverbanden. Een belangrijk uitgangspunt bij de keuze voor samenwerken of uitbesteden van een activiteit, is dat de gemeente wel kan blijven sturen op die activiteiten en de regie houdt terwijl er tegelijkertijd gestreefd wordt naar winst in kosten en/of kwaliteit. Overwegingen om samenwerking aan te gaan zijn onder meer: o Een wettelijke verplichting tot samenwerking; o Kostenbesparing door de uitvoering aan marktpartijen of andere organisaties over te laten of door samenwerking met andere overheden aan te gaan;

55 / 64

o o o o o o o o

Een verbeterde of vergrote doelrealisatie; Minder personeel in dienst van de gemeente; Meer zakelijke verhoudingen tussen vraag en aanbod; Minder afhankelijk van externe inhuur n het geval de gemeente niet de kennis in huis heeft om de taak te doen; Concentratie op de kerntaken; Meer flexibiliteit, door keuzevrijheid. Als de gemeente ontevreden is over de uitvoering kan naar een andere uitvoeringsorganisatie worden overgestapt; (Regionale) samenwerking inspelend op initiatieven/vragen van Rijk of provincie; of Makkelijker toegang tot specialistische knowhow.

De rekenkamer beveelt een afwegingskader aan, aan de hand waarvan bekeken kan worden of een publieke taak in eigen beheer moet worden uitgevoerd of dat samenwerking met anderen wenselijk is (a). In dat geval kan bekeken worden of er een nieuw samenwerkingsverband nodig is of dat de uit te voeren taak in een bestaande samenwerking kan worden ondergebracht (b). 3. Stel als raad en college voorafgaand aan het aangaan van samenwerkingsverbanden doelen (financieel, niet-financieel) (Regionale) samenwerking is een gegeven voor gemeenten. Niet langer is er sprake van een keuze voor enkel één samenwerkingspartij. Verschillende vormen van samenwerking kunnen worden aangegaan voor verschillende beleidsterreinen. Dat vraagt wel om een goede sturing en voor een goede sturing is het van belang om doelen te stellen op basis waarvan het rendement bepaald kan worden. Voor zowel materieel als immaterieel (financieel en niet-financieel) rendement is het nodig dat vooraf wordt bepaald wat de beoogde inhoudelijke resultaten van samenwerking moeten zijn. Bijvoorbeeld meer arbeidsparticipatie, meer woningen, minder krimp, meer economische groei etc. Indien deze inhoudelijke doelen achterwege blijven, resteert eigenlijk niets anders dan kostenbesparing en efficiencyvoordelen. 4.

Weeg als raad de gewenste betrokkenheid van de raad bij de verschillende samenwerkingsvormen bewust af en maak afspraken met het college over de informatievoorziening aan de raad. De verbonden partijen en andere strategische samenwerkingsvormen lopen sterk uiteen in (financiële) omvang en vorm. Hierdoor variëren ook de gemeentelijke belangen en risico’s sterk. Het toezicht dient binnen de organisatie op basis van een risicoanalyse vorm en inhoud te krijgen voor de aansturing, het beheer en de control van de specifieke, financiële en bestuurlijke relatie. Deze analyse is gebaseerd op de financiële en bestuurlijke componenten. De analyse vormt de basis voor de informatievoorziening aan de raad en is daarmee een instrument voor de toezichthoudende rol van de raad. Raadsleden voelen zich vaak ongemakkelijk omdat zij inzicht missen en losgekoppeld zijn van de uitvoeringspraktijk. Zowel de financiële als bestuurlijke (inhoudelijke) belangen en risico’s kunnen afzonderlijk bepaald worden op laag, gemiddeld of hoog. Het financieel risico is als hoog te kwalificeren als de financiële bijdrage aan de samenwerking bijvoorbeeld meer dan €200.00,- bedraagt, als de gemeente volledig financieel aansprakelijk is, de gemeente niet in staat is financieel bij te sturen of de bedrijfsvoering van de samenwerkende partij niet op orde is.

Het bestuurlijk risico is hoog als er geen invloed is op de samenstelling van het bestuur of sturing van de samenwerking, er geen duidelijk afspraken zijn over het doel of de te leveren prestaties of de te leveren prestaties van grote invloed zijn op de realisatie van gemeentelijke beleidsdoelstellingen.

56 / 64

Bepaling van vorm, aard en frequentie van Informatievoorziening In samenspraak tussen de raad en het college wordt op basis van de financiële en de bestuurlijke belang en risico bepaling de samenwerking geplaatst in één van de vakken van de matrix. Dit op basis van het hiernaast weergegeven model. Verbonden partijen of samenwerkingsvormen die op beide vlakken laag scoren én partijen die slechts op één vlak gemiddeld scoren worden ingedeeld in het Basispakket. Verbonden partijen of samenwerkingsvormen die op beide vlakken gemiddeld scoren én partijen die slechts op één vlak hoog scoren worden ingedeeld in het Pluspakket. Tot slot worden de verbonden partijen of samenwerkingsvormen die op beide vlakken hoog scoren ingedeeld in het Plusplus pakket. Variatie op basis van Basis, Plus en Plusplus pakketten Basispakket De raad wordt in het Basispakket over verbonden partijen geïnformeerd bij de gemeentelijke begroting en jaarrekening en bij gemeenschappelijke regelingen betrokken conform de Wet gemeenschappelijke regelingen. Vanzelfsprekend wordt de gemeenteraad conform de actieve informatieplicht van het college, via Raadsinformatiememo’s geïnformeerd als zich tussentijds belangrijke ontwikkelingen voordoen. Eenzelfde regiem kan toegepast worden bij andere samenwerkingsvormen met een beperkt risico.

Plus pakket Aanvullend op de bij het Basispakket genoemde informatiemomenten, wordt de raad over verbonden partijen of andere relevante samenwerkingsvormen in het Plus pakket ook bij andere periodieke bestuursrapportages geïnformeerd. Plusplus pakket Aanvullend op de bij het Plus pakket genoemde informatiemomenten, wordt in overleg tussen college en gemeenteraad bepaald op welke wijze de gemeenteraad door het college nog meer geïnformeerd wordt over de ontwikkelingen bij dergelijke risicovolle verbonden partijen of andere samenwerkingsvormen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van informatiebijeenkomsten, aanvullende periodieke rapportages en werkbezoeken. 5. Stel als college een evaluatieprogramma op. Zowel vanuit de eigenaarsrol van een samenwerkingsverband als de opdrachtgever is het nodig periodiek, bijvoorbeeld vierjaarlijks, de samenwerking te evalueren. Voor de eigenaarsrol is het doel om gezamenlijk met de andere deelnemende partijen verder te komen in de samenwerking. Vanuit de afnemersrelatie vindt de evaluatie plaats om de samenwerking te beoordelen en eventueel bij te stellen. Gekeken wordt naar een antwoord op de vragen als: hoe waarderen we de resultaten van de samenwerking, hoe waarderen we het verloop van de samenwerking, sluit de samenwerking nog aan bij de prioriteiten en ontwikkelingen en zijn er nog ontwikkelingen die bepalend zijn voor het vervolg.

57 / 64

Het college legt periodiek een evaluatieprogramma voor aan de raad om te kiezen welke samenwerkingsverbanden geëvalueerd gaan worden. Bepalend hierbij is de mate van invloed die op het samenwerkingsverband kan worden uitgeoefend, het belang van het samenwerkingsverband en de capaciteit van het ambtelijk apparaat. 6. Onderhoud als college het opgeleverde overzicht van samenwerkingsvormen periodiek; in elk geval voorafgaand aan een nieuwe raadsperiode. De tijdens dit onderzoek, met veel inspanningen van de ambtelijke organisatie, samengestelde lijst van samenwerking in en met de gemeente Oude IJsselstreek biedt overzicht en inzicht voor de raad, het college en de ambtelijke organisatie. Een dergelijk overzicht behoudt enkel waarde als het actueel gehouden wordt. Het is belangrijk dat het overzicht in elk geval wordt geactualiseerd voorafgaand aan de start van een nieuwe raadsperiode. Aan de hand van dit overzicht kunnen de raad en het college de betrokkenheid van de raad bij de verschillende samenwerkingsvormen bepalen.

58 / 64

6. Bestuurlijke reactie

59 / 64

60 / 64

61 / 64

7. Nawoord rekenkamer De rekenkamer heeft met interesse kennisgenomen van de langverwachte bestuurlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders op het onderzoek samenwerkingsverbanden van de gemeente Oude IJsselstreek. De rekenkamer dankt het college voor deze uitvoerige en op een enkel punt kritische reactie, die rekenkamer de gelegenheid geeft een enkel methodologisch punt en een aantal aanbevelingen nader toe te lichten. Allereerst de methodologie. Het college geeft aan gelezen te hebben, dat het normenkader gedurende het onderzoek is gewijzigd en dat dit ongebruikelijk is. Dit klopt en is door de rekenkamer in haar rapport zelf aangegeven. Het is inderdaad niet gebruikelijk, dat lopende een onderzoek het normenkader wordt aangepast. Voor de beoordeling van de casus “Stoer” is dit evenwel gebeurd toen tijdens het onderzoek duidelijk werd, dat “Stoer” uiteindelijk geen samenwerkingsverband maar feitelijk een afdeling van de gemeente bleek te zijn. De rekenkamer is tevreden te lezen, dat het college zich grotendeels herkent in de lijn van de uitkomsten en de conclusies. Het college neemt op één na alle aanbevelingen over en komt met wisselende concreetheid met aanzetten voor de uitwerking.

In een enkel geval legt het college het initiatief voor de realisatie rechtstreeks bij de raad zoals bij de aanbevelingen rond de informatieuitwisseling en het oppakken van de controlerende taak. De aanbeveling van de rekenkamer betreffende het opstellen van een beknopt kader “strategisch samenwerking” wordt door het college niet overgenomen. Het college acht een algemeen kader beperkend en niet helpend, omdat samenwerking in veel vormen voorkomt en contextafhankelijk is. De rekenkamer is van mening, dat juist gelet op de grote variëteit aan samenwerkingsverbanden, de grote verschillen in financiële en maatschappelijke belangen en risico’s, een (beknopt) strategisch kader van groot belang is om de raad in de gelegenheid te stellen zijn kaderstellende en controlerende rol in te vullen. De kern van zo’n strategisch kader wordt gevormd door een visie op samenwerking, een wegingskader om te komen tot keuzes, een set van afspraken over de informatievoorziening en een periodieke evaluatie. Samenwerkingsvormen moeten steunen op het fundament van een gedragen kader met weloverwogen keuzes en minder afhankelijk zijn van ad hoc keuzes, toevalligheden en pragmatisme. Met een beknopt kader kan de raad voorafgaand van het aangaan van een samenwerking aangeven wat geregeld moet worden en dus kaderstellend werken.

Op basis van goede en duidelijke afspraken over de informatievoorziening en evaluatie kan de raad dan vervolgens zijn controlerende rol vervullen. Tot slot willen wij alle betrokken medewerkers van de ambtelijke organisatie en andere stakeholders bedanken voor de medewerking aan dit rekenkameronderzoek. Namens de rekenkamer van de gemeente Oude IJsselstreek, Arend Kloosterman Voorzitter

62 / 64

Bijlage – overzicht respondenten interviews • • • • • • • •

Manager concernstaf en concerncontroller, gemeente Oude IJsselstreek Manager sociaal domein, gemeente Oude IJsselstreek Teamleider team beleid sociaal domein, gemeente Oude IJsselstreek Beleidsadviseur werk en inkomen, gemeente Oude IJsselstreek Ad interim teamleider team werk en participatie, gemeente Oude IJsselstreek Wethouder (o.a. jeugd), gemeente Oude IJsselstreek Wethouder (o.a. werk en inkomen), gemeente Oude IJsselstreek Directeur Buurtzorg Jong

63 / 64

•

TwynstraGudde adviseert overheid en bedrijfsleven op veel van de grote en urgente thema’s van deze tijd. Denk aan veiligheid, diversiteit, digitalisering, mobiliteit, duurzaamheid, energie, financiën en gezondheid. We bieden onze opdrachtgevers unieke, werkbare oplossingen en brengen complexe projecten en programma’s tot een goed einde. Iets creëren van blijvende waarde, daar gaan we voor. Daardoor hebben we een directe impact op (toekomstige) maatschappelijke en economische ontwikkelingen. En dus een grote impact op morgen.

64 / 64

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4981/documents/30449