24-021b College - Bijlage 1 RU Energietransitie Achterhoek 2023 deel 1.pdf
Tekst van het document
16
https://www.pbl.nl/kev
24
Als we ervan uit gaan dat woningen die isoleren gemiddeld een labelstap zetten van C naar B, dan is dit vergelijkbaar met 15,5 GJ17 besparing per woning. Het besparingsdoel van 623 TJ laat zich hiermee vertalen naar ruim 40.000 woningen in de Achterhoek. Deze berekening wordt toegelicht in figuur 24.
Figuur 24 - Toelichting energiebesparing per labelstap voor een gemiddeld huishouden
2. Huishoudens - verwarming We verwachten dat in de regio Achterhoek tot 2030 vooral wordt ingezet op individuele hybride warmtepompen. Met name omdat in 2026 een hybride warmtepomp de standaard wordt18. Omdat de levensduur van een cv-ketel gemiddeld 15 jaar19 is, zal tot en met 2030 ongeveer een kwart (4/15) van de cv-ketels worden vervangen door een warmtepomp. Daarom is in ETM de aanname gedaan dat 25% van de woningen een hybride warmtepomp heeft in 2030. Dit komt overeen met ongeveer 35.000 woningen. Tot en met 2030 levert dit een besparing van 448 TJ. Uiteraard daalt met name het aardgasgebruik. Het gebruik van omgevingswarmte en elektriciteit stijgt echter.
Figuur 25 - Hoe worden onze woningen verwarmd (% van huizen)?
3. Huishoudens - zon-pv ETM maakt onderscheid tussen zon-pv op woningen en op gebouwen. Voor het gemak beschouwen we woningen als kleine daken (<15 kWp) en andere gebouwen (niet-woningen) als grote daken (>15 kWp) relevant voor het RES-doel voor zon op gebouwen. Het vermogen aan zon-pv op woningen en gebouwen in kW wordt bijgehouden in de Klimaatmonitor. Dit rekenen we om in TJ door uit te gaan van 867 vollasturen. Volgens de laatste cijfers van het CBS was h van zonnepanelen op woningen in de Achterhoek 197.105 kW in 2022. Dat komt overeen met 615 TJ productie. In het ETM is echter gerekend met 469 TJ 20 omdat tijdens de berekeningen met het ETM deze CBS cijfers nog niet bekend waren. Voor het 2030 scenario in ETM stel je het percentage van het installeren. In combinatie met 2030 resulteert dit in een bepaald vermogen.
(begrippenkader RES21) in
Voor zon-pv op woningen volgen we de trend zoals aangegeven in de KEV. De KEV schetst een benutbaarheid van 16% van het dakpotentieel op woningen (was 8,4% in 2022). Dat leidt tot 1.196 TJ productie uit zon-pv in 2030.
17
https://www.energielabel.nl/woningen/energielabel-uitgelegd/ https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/05/17/hybride-warmtepomp-de-nieuwe-standaard-vanaf2026#:~:text=Het%20kabinet%20kondigt%20vandaag%20aan,overstappen%20op%20een%20duurzamer%20alternatief 19 https://www.essent.nl/kennisbank/verwarming/hoe-werkt-een-verwarmingsinstallatie/levensduur-cv-ketel 20 https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/details-zon-en-wind 21 https://regionale-energiestrategie.nl/Nieuws/2202909.aspx?t=Begrippenkader-RES-data-optelbaar-en-vergelijkbaar-maken 18
25
4. Gebouwen - besparing We veronderstellen dat de ontwikkelingen met betrekking tot verduurzaming en verwarming in gebouwen de landelijke trends (KEV) volgen. De isolatie van gebouwen zoals kantoren, scholen, winkels, ziekenhuizen en horeca verschilt sterk. De gemiddelde isolatiegraad van gebouwen neemt toe (label B / A) waardoor de totale warmtevraag voor verwarming van de gebouwen gemiddeld bijna 60% Daarnaast wordt een deel van de HR combiketels op gas vervangen zodat in 2030 12,5% van de warmtevraag in gebouwen door hybride warmtepompen wordt verzorgd.
5. Zon op gebouwen ETM maakt onderscheid tussen zon-pv op woningen en op gebouwen. Voor het gemak beschouwen we woningen als kleine daken (<15 kWp) en andere gebouwen (niet-woningen) als grote daken (>15 kWp) relevant voor het RES-doel voor zon op gebouwen. Het vermogen aan zon-pv op woningen en gebouwen in kW wordt bijgehouden in de Klimaatmonitor. Dit rekenen we om in TJ door uit te gaan van 867 vollasturen. In 2022 is de productie van zonnepanelen op gebouwen 570 TJ. Voor het 2030 scenario in ETM stel je installeren. In combinatie met 2030 resulteert dit in een bepaald vermogen.
(begrippenkader RES) in
Voor (grootschalige) zon-pv op gebouwen volgen we het RES-bod van 1.260 TJ. Dit wordt in ETM bereikt bij een benutbaarheid ca. 25% van het dakpotentieel op gebouwen (was 15% in 2022).
6. Wind In RES1.0 is afgesproken dat de Achterhoekse gemeenten in totaal 0,546 TWh wind op land realiseren in 2030. Dit is 1.966 TJ en als zodanig als voorwaarde in het ETM opgenomen (in het ETM moet het vermogen in MW worden ingevoerd; dat is 202 MW bij 2.700 vollasturen).
7. Zon op veld Ook voor de categorie grootschalige zonnevelden is het RES-bod van de regio Achterhoek leidend. De opgave is 0,210 TWh in 2030, omgerekend 756 TJ. Daarnaast is in het ETM ook het niet gealloceerde deel uit de RES opgenomen als zon op veld om de totale RES1.0 opgave door te kunnen rekenen (in het ETM . In totaal is daarom 524 MW (bij 867 vollasturen) aan zon op veld ingevoerd in het 2030-scenario.
26
Bijlage B Definities en vuistregels Energiemix en netwerkeffici ntie Een streven naar een adequate energiemix betekent dat een verhouding van zon en wind van een-op-een in opgesteld vermogen moet worden nagestreefd. Via de bedrijfstijd (vollasturen) vertaalt zich dat tot een gewenste zon-windverhouding van 1 op 3 op het niveau van onderstations.
Opwekking met zon en wind Kleinschalige zon-pv tot 15 kW piekvermogen wordt gezien als een vorm van besparing vanuit de veronderstelling dat de geproduceerde stroom direct wordt gebruikt en gebruik maakt van salderen. Het gaat bij 15 kWp om ca. 40 panelen op een kleinverbruik aansluiting, ofwel ca. 70 m2 dakoppervlak. productie van elektriciteit gaan we uit van 867 vollasturen (conform ETM). Bij de berekeningen voor windenergie gaan we uit van een grote turbines (wtg = wind turbine generator) met een vermogen van 5,5 MW per stuk. Bij gemiddeld 3000 vollasturen per jaar wekt 1 turbine 16.500 MWh per jaar op (ofwel 59,4 GJ). Voor zonneparken per jaar kan hiermee 10.404 MWh per jaar worden opgewekt (37,45 GJ).
Bij gemiddeld 867 vollasturen
Omrekeningen van eenheden Een standaard definitie in energie is 1 kWh = 3,6 MJ, want 1 Watt = 1 Joule per seconde, dus ook 1 kW = 1 kJ/s. Daarom geldt 1 kWh = 1 kW per uur = 1 kJ/s per 3600 seconden = 3600 kJ = 3,6 MJ.
Omrekentabel
kWh MWh MJ GJ TJ
kWh
MWh
MJ
GJ
TJ
1 1000 0,278 278 277778
0,001 1 0,000278 0,278 278
3,6 3600 1 1000 1000000
0,0036 3,6 0,001 1 1000
0,0000036 0,0036 0,000001 0,001 1
Voor Nederlands aardgas hanteren we de vuistregel (dus geen definitie maar ronde getallen) 1 m3 10 kWh. Uitgangspunt hierbij is de verbrandingswaarde (bovenwaarde) van Groningen gas van 35,17 MJ per m3. Dus 35,17 MJ delen door 3,6 MJ 10 kWh (en 1 TJ 30.000 m3 aardgas).
Betekenis en afkorting van eenheden kilo Mega Giga Tera Peta
Een
1
Watt
Wattuur
Joule
Duizend Miljoen Miljard Biljoen Biljard
1000 10002 10003 10004 10005
kW MW GW TW PW
kWh MWh GWh TWh PWh
kJ MJ GJ TJ PJ
27
Bijlage C Indicatieve verdeling per gemeente De ETM-berekeningen en cijfers in deze RU23 hebben betrekking op de Achterhoek, dus de 8 gemeenten, als geheel. Er zijn in deze RU23 geen doorrekeningen gemaakt voor individuele gemeenten. Gemeenten vinden het echter wel fijn om te weten waar ze in hun gemeente aan toe zijn, hoewel uiteindelijk de lokale doelstellingen en het lokale beleid leidend zijn. In deze bijlage geven we aan waar de individuele gemeenten nu staan met betrekking tot speerpunten. De Achterhoekse doelen zijn daarom relatief gemaakt naar het aantal inwoners per gemeente. Hiervoor zijn de gegevens van het CBS gebruikt voor 2022, zie onderstaande tabel. Hierbij past direct een disclaimer. Relatief maken met behulp van het aantal inwoners is arbitrair. Doetinchem heeft bijvoorbeeld de meeste inwoners, waardoor ook een groot deel van de opgave aan Doetinchem zal worden toegerekend. Voor de speerpunten die betrekking hebben op woningen en huishoudens heeft dat waarschijnlijk geen grote impact, maar voor gebouwen en opwekking van duurzame elektriciteit levert dat een scheve verdeling tussen gemeenten.
28
1 en 2 Huishoudens isolatie en verwarming Door het isoleren van woningen en gebouwen en het toepassen van warmtepompen neemt het verbruik van aardgas af. Om een indicatie per gemeente te krijgen kijken we daarom naar het aardgasverbruik. Verbruiksgegevens (temperatuur gecorrigeerd) per gemeente komen uit de Regionale Klimaatmonitor. Deze zijn beschikbaar over het jaar 2021. Verbruiken in 2022 en 2030 voor de Achterhoek komen uit ETM en staan in figuur 19. Het totaalverbruik in 2022 is per gemeente relatief gemaakt op basis van de verdeling van het verbruik in 2021. Het 2030 doel is relatief gemaakt naar het aantal inwoners per gemeente. De figuur laat per gemeente zien wat het totale aardgasverbruik door huishoudens was in 2022 en wat het zou moeten zijn in 2030 volgens de opgave zoals gedefinieerd in speerpunten 1 en 2. Het verschil tussen de twee balkjes geeft dus aan hoeveel het jaarverbruik van aardgas zou moeten dalen.
29
3 Huishoudens zon-pv -pv bij huishoudens in 2022 is per gemeente beschikbaar via de Regionale Klimaatmonitor. Het 2030 doel is relatief gemaakt naar het aantal inwoners per gemeente. De figuur geeft per gemeente de huidige productie van zonnestroom door huishoudens en wat er tot 2030 nog bij moet komen volgens speerpunt 3.
4 Gebouwen besparing Door het isoleren van gebouwen en het toepassen van warmtepompen neemt het verbruik van aardgas af. De bronnen en berekeningswijze voor gebouwen zijn hetzelfde als bij huishoudens (speerpunten 1 en 2). De figuur laat per gemeente zien wat het totale aardgasverbruik in gebouwen was in 2022 en wat het zou moeten zijn in 2030 volgens de opgave voor speerpunt 4. Het verschil tussen de twee balkjes geeft dus aan hoeveel het jaarverbruik van aardgas zou moeten dalen.
30
Gegevens over de realisatie van grootschalige duurzame elektriciteit per gemeente komen uit hoofdstuk 5 en komen voor zon op gebouwen en wind overeen met de RES-monitor 2023 (de pijplijn is niet meegenomen). Om het RES-doel in 2030 per gemeente te bepalen voor zon op gebouwen, zon op veld en het niet gealloceerde deel is gebruik gemaakt van de relatieve verdeling op basis van inwoners. Echter, voor wind is de verdeling gebruik volgens de RES-afspraken (zie ook Figuur 14 in hoofdstuk 5). De figuur hieronder geeft per gemeente de op dit moment gerealiseerde opwekking in TWh van zon op gebouwen, wind en zon op veld. De witte balkjes met de gegevens daarin geven aan hoeveel iedere gemeente nog indicatief moet opwekken om aan het RES-doel in 2030 (inclusief het niet gealloceerde deel) te voldoen als we dat zouden relateren aan het aantal inwoners. De RES is echter regionaal en niet te verdelen per gemeente. Bovendien is het niet logisch om de verdeling te maken op basis van het aantal inwoners. De figuur is dus slechts indicatief voor de verdeling over de gemeenten. Voor de speerpunten 5, 6 en 7 (zon op gebouwen, wind en zon op veld) afzonderlijk is daarom geen verdeling over gemeenten gemaakt. De RES-monitor 2023 is leidend en geeft de relevante informatie.
31