CConstaterende datOude IJsselstreek
Koppel je AI →
Document · PDF

24-021b College - Bijlage 1 RU Energietransitie Achterhoek 2023 deel 1.pdf

Raadscommissie Fysieke Leefomgeving (FL) 9 oktober 2024, gemeente Oude IJsselstreekBij agendapunt: 5: Gemeentelijk Uitvoeringsprogramma Energietransitie 2024-203011.062 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

van kennis en ervaringen om te leren van elkaar

Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek. Uitvoeringsprogramma 2023, op basis van Akkoord van Groenlo 3.0. Deel 1 Agenda

Maroeska Boots & Tamara Bos 13 december 2023.

Inhoudsopgave Inhoudsopgave en leeswijzer

2

Samenvatting

3

1.

Inleiding

4

Begrippen en afkortingen

5

2.

Van broeikasgas- naar energetische CO2-reductie

6

3.

De opgave in de Achterhoek

10

4.

Categorie 1 - Energiebesparing gebouwde omgeving

13

Speerpunt 1 - Huishoudens: Isolatie Speerpunt 2 - Huishoudens: Verwarming Speerpunt 3 - Huishoudens: Zon-pv Speerpunt 4 - Gebouwen: Besparing

5.

14 14 14 15

Categorie 2 - Opwekking duurzame elektriciteit

16

Speerpunt 5 - Zon op gebouwen Speerpunt 6 - Wind Speerpunt 7 - Zon op veld

6.

16 16 17

Programma's en monitoring - hoofdlijnen

19

Programma Woningen Programma Gebouwen (niet-woningen) Programma Opwekken Monitoring

19 20 200 22

Bijlage A

ETM en de cijfers

23

Bijlage B

Definities en vuistregels

27

Bijlage C

Indicatieve verdeling per gemeente

28

Leeswijzer Hoofdstuk 1 Inleiding. In dit hoofdstuk worden de historie en de huidige situatie beschreven. Ook vind je hier de belangrijkste begrippen uitgelegd. Hoofdstuk 2

Afbakening.

Hoofdstuk 3

Opgave en speerpunten.

- naar energetische CO2-

van de 7 speerpunten aan de CO2-reductie in de Achterhoek. Hoofdstuk 4 en Hoofdstuk 5

Toelichting speerpunten per categorie.

de speerpunten nader toegelicht. Hoofdstuk 6 Doorkijk naar deel 2. Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen uitgewerkt.

wat in deel 2 van de RU23 verder wordt

2

Samenvatting De gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk trekken al sinds 2009 gezamenlijk op in de energietransitie. De regionale samenwerking is met het Akkoord van Groenlo 3.0 (AvG3.0) opnieuw bekrachtigd. Het Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2023 (RU23) is de vertaling van de afspraken uit het AvG3.0. Dit deel 1 bevat de agenda tot 2030: de opgave uitgedrukt in concrete cijfers. Vanuit het nationaal Klimaatakkoord en de vertaling daarvan naar de Achterhoek is de energie-gerelateerde CO2-reductie in de Achterhoek in beeld gebracht. Binnen het handelingsperspectief van de gemeenten in de energietransitie staan de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving centraal.

Doelstelling:

Zo spoedig mogelijk, uiterlijk in 2050, is de Achterhoek energieneutraal: op jaarbasis wordt net zoveel energie duurzaam opgewekt als gebruikt. Concreet tussendoel: 55% CO2-reductie in 2030.

Aanpak:

De gemeenten zetten tot 2030

.

Categorie 1 Energiebesparing in de gebouwde omgeving De totaal te realiseren energiebesparing tot 2030 in de Achterhoek is 3.391 TJ, waarvan meer dan de helft gerealiseerd moet worden in de gebouwde omgeving, m.n. door het verlagen van de vraag naar aardgas. De focus ligt op aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. Speerpunt 1: Huishoudens Isolatie Een kwart van de woningen (36.000-40.000) zetten minimaal 1 labelstap naar minimaal label B. Speerpunt 2: Huishoudens Verwarming Een kwart van de woningen (36.000-40.000) stappen over naar een (hybride) warmtepomp. Speerpunt 3: Huishoudens Zon-pv De totale productie door zonnepanelen bij huishoudens verdubbeld (naar 1.196 TJ). Speerpunt 4: Gebouwen Besparing Verbetering van de gemiddelde isolatiegraad van alle gebouwen naar label B/A en 12,5% van de warmtevraag door (hybride) warmtepompen i.p.v. HR-combiketels op gas.

Categorie 2 Opwekking duurzame elektriciteit RES1.0 wordt uitgevoerd: de Achterhoekse bijdrage aan het landelijke doel voor grootschalige duurzame energie opwekking op land in 2030 is 1,35 TWh. Minimaal 0,35 TWh grootschalig zon op gebouwen (bedrijfsgebouwen en agrarische bebouwing), 0,546 TWh windenergie en 0,210 TWh zon op veld. Over de niet gealloceerde 0,244 TWh moet duidelijkheid komen in de RES-herijking. Speerpunt 5: Zon op gebouwen De productie zal moeten verdubbelen om de RES-opgave te halen. Er is voldoende dakpotentieel, maar netcongestie is een belemmerende factor. Speerpunt 6: Wind Minimaal 23 windmolens van 5,5 MW zijn nog nodig. De RES-opgave is haalbaar als vaart wordt gemaakt op het winddossier. Speerpunt 7: Zon op veld De RES-opgave van 0,210 TWh wordt behaald mits minimaal 140 ha aan projecten in de pijplijn daadwerkelijk gerealiseerd worden. (Additioneel zou nog eens 200 ha nodig zijn als de niet gealloceerde RES-opgave volledig door zon op veld wordt ingevuld.)

Vervolg:

Op deze speerpunten willen de gemeenten samenwerken en samen optrekken; van elkaar leren, maar ook elkaar aanspreken op de resultaten. Hoe ze dat gaan doen wordt door de gemeenten bepaald in Goede monitoring en de juiste communicatie zijn van groot belang voor het behalen van de doelstellingen en hiermee het succes van de energietransitie in de Achterhoek. Ook dit wordt nader uitgewerkt in deel 2.

3

1. Inleiding In 2009 hebben 8 gemeenten (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk) gezamenlijk het Akkoord van Groenlo gesloten. In dit akkoord zijn afspraken over energiebesparing en grootschalige productie van hernieuwbare energie vastgelegd. In 2013 is het originele AvG herzien (AvG2.0) en vertaald in de Uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek (UA2016), met hierin concrete doelstellingen op energiebesparing en opwekking van duurzame energie. Na een evaluatie hebben de gemeenten in 2019 een uitvoeringsagenda gemaakt gericht op versterking van de onderlinge samenwerking, o.a. door formulering van nieuwe projecten en werkgroepen. In 2018 en in 2020 zijn de doelstellingen uit de UA2016 gemonitord. Ter voorbereiding op de eerste Achterhoekse Regionale Energie Strategie (RES1.0), zijn de cijfers uit de UA2016 opnieuw (ETM). Hieruit bleek dat de opgave voor een energieneutrale Achterhoek een stuk hoger is dan voorzien in de UA2016. Eind 2022 hebben de 8 gemeenten het Akkoord van Groenlo opnieuw geformuleerd (AvG3.0). De doelstelling is aangepast 1 Achterhoek Dit document is de vertaling van de afspraken uit het AvG3.0 met nieuwe cijfers en een gezamenlijk plan waar de gemeenten minimaal invulling aan willen geven.

2 In dit Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2023 (RU23) is vastgelegd op welke doelstellingen en speerpunten de gemeenten actief inzetten. De Achterhoek liep vanaf het eerste Akkoord van Groenlo voorop in ambities en doelstellingen en met name in regionale samenwerking. Het gevolg is dat de Achterhoekse gemeenten op veel vlakken aanzienlijk voorlopen op de rest van Nederland, maar op andere vlakken ook geremd werden in de uitvoering, bijvoorbeeld door de nationale opgaven, richtlijnen en werkwijze en door onvoorziene omstandigheden, complexiteit en nieuwe inzichten. De twee sporen van regionaal en nationaal beleid zullen nu in elkaar moeten overlopen. Het AvG3.0 is daarom gekoppeld aan het Klimaatakkoord en de opgaven per sector uit dit nationale akkoord. De regionale samenwerking is met het AvG3.0 opnieuw bekrachtigd en wordt voortgezet volgens het principe Gezamenlijk regionaal optrekken waar het kan, flexibiliteit waar nodig en altijd met uitwisseling van kennis en . De gemeenten zetten in binnen het handelingsperspectief van de gemeenten in de energietransitie: de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving. Netcongestie is daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Binnen categorie 1 Energiebesparing in de gebouwde omgeving zijn dit: speerpunt 1: Huishoudens Isolatie, speerpunt 2: Huishoudens Verwarming, speerpunt 3: Huishoudens - Zon-pv en speerpunt 4: Gebouwen Besparing. Binnen categorie 2 Opwekking van duurzame elektriciteit zijn dit: speerpunt 5: Zon op gebouwen (grootschalig), speerpunt 6: Wind en speerpunt 7: Zon op veld. Op deze speerpunten willen de gemeenten samenwerken en samen optrekken; van elkaar leren, maar ook elkaar aanspreken op de resultaten. Goede organisatie, monitoring en de juiste communicatie zijn van groot belang voor het behalen van de doelstellingen en hiermee het succes van de energietransitie in de Achterhoek.

De ambities uit het Akkoord van Groenlo bereiken we niet alleen, daarvoor hebben we andere partijen nodig. De Achterhoekse gemeenten nodigen inwoners, onderwijsinstellingen, organisaties en ondernemers uit om aan te sluiten bij voor hen relevante onderdelen van dit Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek. Zij kunnen ook eigen voorstellen die bijdragen aan een energieneutrale Achterhoek. De gemeenten kunnen daarbij ondersteunen met mensen en middelen.

1 2

Energieneutrale

energie op duurzame wijze wordt opgewekt, als er wordt verbruikt. reefcijfers en met een tijdshorizon tot telkens 10 jaar

vooruit.

4

Begrippen en afkortingen Akkoord van Groenlo (AvG) Regionaal akkoord tussen 8 gemeenten in de Achterhoek uit 2009 waarin afspraken over grootschalige energiebesparing en productie van hernieuwbare energie zijn vastgelegd. Herzien in 2013 (AvG2.0) en in 2023 (AvG3.0).

Het Klimaatakkoord Deel van de Nederlandse invulling van het klimaatverdrag van Parijs, waarin 195 landen, inclusief Nederland, hebben afgesproken om in 2050 de stijging van de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot ruim onder 2 graden Celsius, en zo mogelijk 1,5 graden Celsius.

RES gebeurt in een nationaal programma van 30 regio's.

RES Achterhoek Bijdrage van de RES-regio Achterhoek aan de nationale RES. Op 13 juli 2021 is de Achterhoekse RES1.0 gepubliceerd. Hierin staat dat de regio 1,35 TWh aan duurzame energie met zon en wind wil opwekken in 2030. Het behalen van de RES doelstellingen draagt bij aan het behalen van de AvG doelstellingen.

Uitvoeringsagenda duurzame energie Achterhoek (UA) Vertaling van de afspraken uit AvG2.0 in een concrete uitvoeringsagenda met doelstellingen gericht op een energieneutrale gebouwde omgeving. Monitoring van UA2016 is gedaan in 2018 en 2020. In 2019 is een aanvullende uitvoeringsagenda gemaakt.

Regionaal Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek 2023 (RU23) Dit rapport, geschreven in juni 2023, de vertaling van de afspraken uit AvG3.0.

ETM Het Energy Transition Model (ETM) is een open source energiemodel waarmee inzicht kan worden verschaft in het gehele energiesysteem van een gebied. Het model is online gratis beschikbaar

Klimaat- en Energieverkenning (KEV) In de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) beschrijft het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de ontwikkelingen van de broeikasgasemissies en het energiesysteem in Nederland in het verleden, het heden en de toekomst.

5

2. Van broeikasgas- naar energetische CO2-reductie In het AvG3.0 en in dit RU23 staat de energietransitie centraal en daarmee ook de aan energie-gerelateerde CO2uitstoot. Niet-energetische uitstoot en overige broeikasgassen vallen buiten de scope van RU23. Daarnaast is RU23 opgesteld vanuit het handelingsperspectief van gemeenten; daar waar de gemeente daadwerkelijk invloed heeft of kan uitoefenen. Met focus op de energietransitie loont het om de uitvoering door gemeenten te richten op de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving. Juist o ctoren hebben gemeenten vanuit het nationale klimaatakkoord een rol en instrumenten gekregen. Uiteraard ; ze worden niet geremd door de Achterhoekse doelstellingen. De andere sectoren (industrie, landbouw en mobiliteit) zijn zeker zo belangrijk om klimaatdoelen te halen. Dit doen zij via eigen projecten en initiatieven, al dan niet in samenwerking met gemeenten. Deze afbakening voor het uitvoeringsprogramma is in stappen tot stand gekomen zoals toegelicht in de volgende paragrafen: a. b. c. d.

Nationaal klimaatakkoord; Klimaatakkoord vertaald naar de Achterhoek; Energie-gerelateerde CO2-reductie in de Achterhoek; Handelingsperspectief van de gemeenten en andere partijen.

a. Nationaal klimaatakkoord Naar aanleiding van het klimaatakkoord van Parijs heeft Nederland, net als alle lidstaten van de Europese Unie, afgesproken om in het jaar 2030 minimaal 49% minder broeikasgassen3 uit te stoten dan in 1990. In 2019 is vervolgens het nationale Klimaatakkoord door meer dan 100 partijen ondertekend, waaronder de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In het Klimaatakkoord staan de maatregelen en middelen waarmee Nederland de uitstoot van broeikasgassen wil terugdringen. Hieraan leveren vijf sectoren een bijdrage:

Deze nationale klimaatdoelen zijn vastgelegd in de Klimaatwet. Het kabinet werkt aan een voorstel voor wijziging van de Klimaatwet, waarmee de doelen voor 2030 en 2050 worden aangescherpt en strijdigheid met de Europese klimaatwet wordt voorkomen. Het doel van 95% reductie in 2050 wordt aangescherpt tot een verplichting voor Nederland om in 2050 de netto-uitstoot van broeikasgassen tot nul te reduceren. Het streefdoel van 49% reductie in 2030 wordt vervangen door een streefdoel van ten minste 55% reductie.4 Jaarlijks wordt in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) geanalyseerd of de energie- en klimaatdoelen worden gehaald (www.pbl.nl/kev). De landelijke trend wordt weergegeven in Figuur 1 - Emissie broeikasgassen Nederland; tot en met 2021 is 24% emissiereductie bereikt. Hiervan komt meer dan de helft door een vermindering van de uitstoot van de overige broeikasgassen (niet CO2), met name in de industrie (en in mindere mate de landbouw). De reductie van CO2 is behaald in meerdere sectoren, met name de elektriciteitssector, gebouwde omgeving en landgebruik.

3 Het broeikaseffect wordt veroorzaakt door de groeiende hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. De belangrijkste broeikasgassen zijn koolstofdioxide (CO ), methaan (CH4), lachgas (N2O) en waterdamp. De uitstoot van broeikasgassen wordt uitgedrukt in CO -equivalenten (kortweg CO2-eq). De uitstoot van CO is vooral gerelateerd aan energiegebruik (en productie van elektriciteit). Uitstoot van overige (niet-CO ) broeikasgassen vindt overwegend plaats in de landbouw, industrie en internationaal transport. 4 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/nieuws/2023/04/26/extra-pakket-maatregelen-dicht-gat-tot-klimaatdoel-2030.

6

Figuur 1 - Emissie broeikasgassen Nederland

b. Klimaatakkoord vertaald naar de Achterhoek Het Klimaatakkoord is de basis voor de Achterhoekse opgave: ook in de Achterhoek streven we naar 55% emissiereductie van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. Figuur 2 - Emissie broeikasgassen Achterhoek geeft deze ambitie weer en laat ook zien dat de Achterhoek inmiddels al 30,7% emissiereductie heeft bereikt (beginnend bij 1 dus 0% reductie in 1990, naar 0,693 dus 30,7% reductie in 2022). Hiermee lopen we voor op de landelijke trend (24% emissiereductie, zie vorige paragraaf), maar we zullen vanuit de verschillende thema s en sectoren alles op alles moeten zetten om de 2030-ambitie te bereiken. Een groot deel (37%) van de broeikasgasemissies in de Achterhoek komt voor rekening van de landbouwsector (dat is 1048 van de totaal 2807 kiloton CO2-eq, zie staafdiagram rechts). De andere sectoren dragen ieder ca. 20% bij aan de uitstoot. De landbouw speelt dus een grote rol in de emissiereductie van broeikasgassen.

Figuur 2 - Emissie broeikasgassen Achterhoek (CO2-eq)

7

c. Energie-gerelateerde CO2-reductie in de Achterhoek In het AvG3.0 en in dit RU23 staat de energietransitie centraal en daarmee ook de aan energie gerelateerde CO2-uitstoot. Niet-energetische uitstoot en overige (niet-CO2) broeikasgassen vallen buiten de scope van het uitvoeringsprogramma van de gezamenlijke gemeenten. Voor het reduceren van uitstoot van overige broeikasgassen zoals methaan en lachgas is vooral inspanning vereist in de landbouw en de industrie. Figuur 3 - Energetische en niet-energetische uitstoot per sector in de Achterhoek (in kiloton CO2-eq) maakt duidelijk dat de landbouw een bescheiden rol speelt in het terugdringen van CO2 die wordt uitgestoten door het gebruik van energie. De landbouw en landgebruik is daarom geen speerpunt in dit regionale uitvoeringsprogramma. In de landbouw en industrie wordt ook hard gewerkt aan het terugdringen van de (niet-energetische) uitstoot van broeikasgassen, o.a. via eigen . De gemeenten willen ze daarbij helpen.

Figuur 3 - Energetische en niet-energetische uitstoot per sector in de Achterhoek

d. Handelingsperspectief van de gemeenten Dit RU23 is opgesteld vanuit het handelingsperspectief dat gemeenten hebben in de energietransitie en het behalen van klimaatdoelstellingen. In aanloop naar afspraken rond AvG3.0 hebben de Achterhoekse gemeenten (samen met RoyalHaskoningDHV) al aangegeven dat het loont om de uitvoering door gemeenten te richten op de sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving. Juist op deze instrumenten gekregen. Andere sectoren als de industrie, landbouw en mobiliteit zijn uiteraard belangrijk om klimaatdoelen te halen, maar de invloed en sturingsmogelijkheden van gemeenten is in deze sectoren beperkt, zeker als het gaat om energiegebruik. De opgave van de gemeente in het kader van dit uitvoeringsprogramma richt zich op de gebouwde omgeving en elektriciteit. De gemeenten kunnen dit echter niet alleen en roepen andere organisaties en partner (andere hierbij te helpen; Andersom vragen de gemeenten aan met name de industrie en mobiliteit om een bijdrage te leveren aan energiebesparing (fossiele brandstoffen) en broeikasgasemissiereductie. De andere O s staan hiervoor aan de lat.

In de eerder opgestelde variantentabel door de Achterhoekse gemeenten en RoyalHaskoningDHV is aangegeven dat het uitvoeringsprogramma voor gemeenten moet gaan over de thema s besparen en isoleren in de gebouwde omgeving, grootschalige opwekking van duurzame elektriciteit, en in relatie daarmee netcongestie. Figuur 4 - Benoemd in de variantentabel, per thema geeft een overzicht en update van hetgeen in de variantentabel (menukaart) over deze is benoemd en laat zien of en waar dit terugkomt in deze RU23.

8

Figuur 4 Benoemd in de variantentabel, per thema

Besparen en isoleren

Grootschalige opwekking

Netcongestie

Energiebesparing is en blijft de basis. Verduurzaming van woningen en andere gebouwen gaat minder snel dan verwacht. De mate van besparing bepaalt echter het benodigde opwek vermogen: als we meer besparen hoeven we minder op te wekken.

Er is een grote rol weggelegd voor grootschalige opwekking van elektriciteit om aan de groeiende vraag naar duurzame elektriciteit te kunnen voldoen. Mede vanwege beperkte aanwezigheid en omvang van warmtebronnen in de Achterhoek is elektriciteit nodig voor verwarming.

Netcongestie is een groot probleem in de Achterhoek en is inmiddels een belangrijke bottleneck voor de energietransitie.

De Achterhoek neemt als regio regie in de verduurzaming van bestaande woningvoorraad en geeft gezamenlijk en samen met partners invulling aan stimuleringsprogramma s en een energieloket functie.

De Achterhoek onderschrijft de RES, zet vol in op zon op gebouwen, maar erkent kosten en netwerk issues en streeft daarom naar een groter aandeel windvermogen.

De Achterhoek stimuleert initiatieven die bijdragen aan de vermindering van de (piek-)belasting van het elektriciteitsnet en werkt daarbij samen met Liander.

Dit onderwerp wordt behandeld in hoofdstuk 4.

Dit onderwerp wordt behandeld in hoofdstuk 5.

Dit onderwerp draagt als zodanig niet bij aan CO2 reductie, maar wordt vanwege de urgentie wel kort benoemd aan het eind van hoofdstuk 5.

Figuur 5 Broeikasgasemissies Achterhoek in 2022 is een iets andere weergave van het linker staafje in figuur 3 en geeft het aandeel per sector in de totale energetische uitstoot van broeikasgassen in de Achterhoek.

Figuur 5 Broeikasgasemissies Achterhoek in 2022

9

3. De opgave in de Achterhoek Achterhoek ambieert een duurzame energievoorziening en wil stoppen met het gebruik van fossiele brandstoffen. Door energieneutraal te worden, vermindert de CO2Deze ambitie uit het AvG3.0, laat zich vertalen naar de volgende opgave voor de Achterhoek:

55% CO2-reductie in 2030. In het verlengde van het Klimaatakkoord streven we ook in de Achterhoek naar 55% CO2-emissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990. Dit is het tussendoel dat we kunnen halen als we nu concrete stappen zetten.

De speerpunten en maatregelen tot 2030. De gemeenten richten zich primair op de energie-gerelateerde vraagstukken (energievraag in de gebouwde omgeving en duurzame opwekking) waarop zij sturingsmogelijkheden hebben.

Een energieneutrale Achterhoek richting 2050. Dit is het vergezicht waar we naar toe werken. Energieneutraal wil zeggen dat we in de Achterhoek (zo spoedig mogelijk, uiterlijk in 2050) op jaarbasis net zoveel energie opwekken als gebruiken. Hierdoor vermindert de uitstoot van CO2. Voor de vertaling van deze opgave naar relevante cijfers maken we gebruik van het Energie Transitie Model (ETM). Alle cijfers met betrekking tot energie en CO2 in de volgende paragrafen en hoofdstukken zijn ontleent aan de berekeningen met het ETM. Een toelichting op het ETM en de cijfers staan in de bijlage. De energetische CO2-emissie(reductie) staat centraal, zowel in het ETM als in dit RU23. Met het ETM is eerst de huidige (2022) energievraag en CO2-uitstoot doorgerekend.5 Vervolgens is het 2030-scenario berekend waarin de energiebesparing en duurzame opwekking die nodig is om het CO2reductiedoel te bereiken, centraal staan. De focus in dit uitvoeringsprogramma ligt op zeven knoppen kan worden. Deze noemen we de speerpunten.

55% CO2-reductie in 2030 In Figuur 6 - Onderdelen die bijdragen aan de CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990 staan de verschillende onderdelen die bijdragen aan de reductie van de CO2-uitstoot gerelateerd aan het energetisch gebruik in de Achterhoek. Startpunt (links in de figuur) is de situatie in 2022, waarin 30,7% CO2-emissiereductie is bereikt t.o.v. 1990. Alle onderdelen zoals genoemd in de figuur tellen op tot 58,2% emissiereductie. Dit is meer dan de doelstelling van 55% en geeft ons een kleine marge om tegenvallende resultaten op te kunnen vangen. De totale CO2-reductie in 2030 is als volgt opgebouwd: -

30,7% reductie tot 2022.6 Om dit in perspectief te plaatsen: dit is in een periode van 32 jaar bereikt, gemiddeld ca. 1 procentpunt per jaar.

-

In totaal 17,4% reductie wordt behaald in de sectoren gebouwde omgeving en elektriciteit, op zeven speerpunten waar de gemeenten op inzetten. Dit zijn de donkergroene blokjes in de figuur (toelichting in de volgende tabel en in hoofdstuk 4 en 5).7 Vooral speerpunten die betrekking hebben op de productie van duurzame elektriciteit dragen bij aan de CO2-reductie. Aardgasbesparing in de gebouwde omgeving (door isolatie en alternatieve ruimteverwarming) draagt slechts voor een kleine 3% bij. Dit heeft vooral met het schaalniveau te maken. Productie van duurzame elektriciteit in de Achterhoek vervangt inzet van grijze stroom mix) in alle sectoren. Terwijl alleen in de gebouwde omgeving, een deel van de vraag naar aardgas wordt bespaard. Bovendien is aardgas een relatief schone fossiele brandstof. Er is nog geen sprake van een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2030.

-

De bijdrage van overige sectoren aan de CO2-reductie bedraagt 7,4% als de landelijke trends en beleid volgens de KEV worden gevolgd. Het betreft hier vooral de sectoren mobiliteit en industrie in de Achterhoek. De Achterhoekse gemeenten nodigen partners uit om aan te sluiten bij voor hen relevante onderdelen.

5

Beschikbare data en statistieken betreffen de jaren 2018 of 2019 in het ETM. Dit verklaart waarom de 2022 situatie moet worden berekend. 6 Op welke manier dit is bereikt en wat de bijdrage van de verschillende sectoren in de Achterhoek is geweest is niet nader geanalyseerd. De bron van de gerealiseerde reductie is het ETM. 7 Voor de duidelijkheid: met deze 7 speerpunten wordt 63% (17,4/(58,2-30,7)) van de totale nog te bereiken energetische CO2-reductie gehaald.

10

-

Daarnaast resulteert een schonere nationale energiemix, met name vanwege meer wind op zee, in 2,7% reductie van de CO2-uitstoot in de Achterhoek. Deze mix wordt door de Achterhoek

Figuur 6 - Onderdelen die bijdragen aan de CO2-reductie in 2030 t.o.v. 1990

Bron: ETM

De speerpunten en maatregelen tot 2030 Figuur 7 - De 7 speerpunten van de gemeenten geeft het overzicht van de zeven speerpunten die bijdragen aan het CO2-emissiereductiedoel zijn te vertalen naar concrete maatregelen die tot 2030 nodig zijn, als het gaat om de energetische onderwerpen waar gemeenten sturingsmogelijkheden hebben. In de volgende hoofdstukken (en in bijlage A) geven we aan hoe de cijfers in deze tabel tot stand zijn gekomen en wat ze precies betekenen.

Figuur 7 De 7 speerpunten e van a de gemeenten e 2022 Huishoudenss Isolatie Iso o la atie Huishoudenss Verwarming Verw rw warming g Huishoudenss Zon-pv Zo o n-pv Ge Gebouwen ebouw wen Besparing Bes esspariing

Zon Zo o n op ge gebouwen ebouw wen

2030 203 30

Maatregel Maat atre egel to eg tot ot 203 2030 30

623 TJ besparing warmtevraag t.o.v. 2022 Aardgasgebruik voor verwarming en warm water is 5450 TJ

Gasgebruik daalt naar 4305 TJ

Hybride WP in 2,3% van de huizen

Hybride WP in 25% van de huizen

197 MW vermogen (615 TJ productie) Aardgasgebruik voor verwarming is 1483 TJ

383 MW (1196 TJ productie)

Aardgasgebruik daalt naar 997 TJ

0,16 TWh

0,35 TWh

15% van dakpotentieel benut

25% van dakpotentieel benut

36.000 woningen verduurzamen naar label B

1,3%

36.000 huishoudens vervangen de bestaande ketel door een (hybride) warmtepomp

0,5%

Verdubbeling van het aantal huizen met zonnepanelen

2,8%

Alle gebouwen verduurzamen naar gemiddeld label B/A 12,5% van de warmtevraag door hybride WP ingevuld

3,0% 4,9%

0,165 TWh

0,546 TWh

Realisatie minimaal 23 windmolens van 5,5 MW

Zon Zo o n op ve veld eld d

0,066 TWh

0,210 TWh

140 ha zonneparken in de pijplijn worden gerealiseerd

0,244 TWh

Nog eens 15 windmolens of 200 ha zon op veld

Bron: ETM

11

1,0%

Verdubbeling van de productie

Wind

Niett gealloceerd e o e d

CO2-re -reductie reduct re ccttie ti to tov o 1990

3,9%

Energieneutraal richting 2050 Figuur 8 - Duurzame energie en de totale energievraag toont het resultaat van het CO2-reductiedoel en de bovenstaande speerpunten en maatregelen in termen van: De totale energievraag (alle sectoren) in de Achterhoek. Dit is de netto energievraag waarbij rekening is gehouden met saldering van zon-pv door huishoudens, ten opzichte van; De beschikbare duurzame energie, bestaande uit hernieuwbare warmte en grootschalige wind en zon, in de Achterhoek. Het gat tussen de vraag en het aanbod bestaat uit niet-duurzame bronnen zoals aardgas en andere fossiele brandstoffen. Dit laat zien dat er na 2030 nog veel moet gebeuren om daadwerkelijk energieneutraal te worden in de Achterhoek. Figuur 8 is gebaseerd op de cijfers in de tabellen.

Figuur 8 - Duurzame energie en totale energievraag (TJ)

Energievraag (TJ) per sector in de Achterhoek.

Aanbod duurzame energie (TJ) in de Achterhoek.

Iedere sector draagt bij aan (energetische) CO2-emissiereductie, maar gebruikt niet per se minder energie (industrie en landbouw). Dit is mogelijk omdat het aandeel duurzaam in de energiemix toeneemt.

12

de warmtevraag van woningen en gebouwen, bijvoorbeeld door te

RES1.0.

4. Categorie 1 - Energiebesparing gebouwde omgeving Energie besparen is de basis voor CO2-reductie en een energieneutrale Achterhoek. Ruim 90% van alle woningen in de Achterhoek worden nu verwarmd met aardgas. Door woningen en gebouwen te isoleren en alternatieve vormen van verwarming te introduceren wordt het gebruik van aardgas teruggedrongen. Als dan ook nog eigen energie wordt opgewekt met pv-panelen, zonthermische panelen of een zonneboiler, wordt een extra slag gemaakt in de verduurzaming van de gebouwde omgeving.

Het is belangrijk te realiseren dat niet bestaat. Het landschap aan gebouwen en haar eigenaren, bewoners en gebruikers is divers. De illustratie geeft een indeling naar woningen (particulier, woningcorporatie, VVE) en Het beleid en instrumenten voor verduurzaming is meestal gericht op een specifieke groep van gebouwen. Daarom onderscheiden we in dit hoofdstuk energiebesparing in woningen door huishoudens en in gebouwen door ondernemers en gebouweigenaren . 8 Daarnaast besteden we apart aandacht aan gemeentelijk vastgoed. Van de totaal te realiseren energiebesparing in de Achterhoek (3.391 TJ) zal meer dan de helft in de gebouwde omgeving moeten plaatsvinden, waarbij de focus ligt op het aardgasvrij maken van woningen en gebouwen. De meeste energie in de gebouwde omgeving is nodig voor ruimteverwarming en warm tapwater. Zie figuur 9 - Finaal energiegebruik (TJ naar toepassing) in de gebouwde omgeving in de Achterhoek.

Figuur 9 - Finaal energiegebruik (TJ naar toepassing) in de gebouwde omgeving in de Achterhoek Huishoudens

Gebouwen

2022

2030

besparing

2022

2030

besparing

Warmte

6172

5238

935

3019

2323

696

Apparaten Overig (verlichting, koken, koeling)

1005 320

910 255

94 65

698 693

645 671

53 22

Totaal

7497

6403

1095

4410

3639

771

8

.

13

Een logische algemene indicator voor het meten van de voortang die we maken met energiebesparing in de gebouwde omgeving is het gebruik van aardgas. Meer hierover in hoofdstuk 6 onder Monitoring.

Speerpunt 1 - Huishoudens: Isolatie Isolatie van woningen en gebouwen is een belangrijk speerpunt voor de gemeenten. Ook vanuit het Rijk middelen beschikbaar gekomen om dit mogelijk te maken. Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma (NIP) is om 2,5 miljoen woningen te isoleren tot 2030.9 Meer dan 90% van alle woningen in de Achterhoek worden nu verwarmd met aardgas. Extra isolatie van woningen zorgt voor een directe verlaging van de warmtevraag en dus aardgasvraag van huishoudens en kan een reductie in de warmtevraag opleveren van 623 TJ in 2030 (t.o.v. 2022). Deze isolatieopgave is op verschillende manier te vertalen naar bijvoorbeeld het aantal huishoudens dat isolerende maatregelen treft en is afhankelijk van de hoeveelheid en type isolatiemaatregelen die worden genomen. Als ruim een kwart van de woningen (ca. 36.000 woningen) gaat isoleren, moet de besparing ca. 17 GJ per woning per jaar zijn om de opgave te halen. Dit is iets meer dan de 15,5 GJ besparing van een gemiddeld huishouden bij een gemiddelde labelstap van C naar B (zie bijlage). Of andersom geredeneerd, dezelfde besparing wordt bereikt als ruim 40.000 woningen in de Achterhoek een labelstap zetten.

Genoemde aantallen van 36.000 tot 40.000 woningen komen overeen met de ambitie die in de Regionale Woonagenda Achterhoek 2022-2030 (opgesteld door 8RHK Ambassadeurs, bureau Ruimtevolk en Thematafel Wonen en Vastgoed) wordt uitgesproken: een kwart van de woningen naar minimaal label B verbeteren tot 2030 .

Speerpunt 2 - Huishoudens: Verwarming Voor ruimteverwarming hebben weinig gemeenten concrete plannen in aanvulling op hun Transitievisie Warmte (TVW). In de Achterhoek is weinig perspectief voor grootschalige collectieve warmteoplossingen, waaronder warmtenetten. Naar verwachting zal in de regio richting 2030 met name worden ingezet op (hybride) warmtepompen, mede omdat vanaf 2026 een (hybride) warmtepomp de standaard wordt. Dit levert een netto energiebesparing van 448 TJ in 2030 (t.o.v. 2022).

Figuur 10 - Finaal energiegebruik (TJ) voor ruimteverwarming en warm water door huishoudens Aardgas Omgevingswarmte

2022 5450 91

2030 4305 579

besparing 1145 -487

Biomassa Elektriciteit Overig

555 157 10

512 415 5

43 -259 6

Totaal

6264

5816

448

Een cv-ketel moet gemiddeld eens in de 15 jaar worden vervangen. Daarom is de verwachting dat ongeveer een kwart van de cv-ketels tot 2030 wordt vervangen door een (hybride) warmtepomp. Op een bestand van ca. 134.000 woningen vervangt een vijftiende deel (ca. 9.000 woningen) ieder jaar vanaf 2026 de cv-ketel door een (hybride) warmtepomp. De opgave komt daarmee op ca. 36.000 woningen (ruim een kwart van de bestaande woningvoorraad) die de overstap maken naar een (hybride) warmtepomp tot 2030.

Speerpunt 3 - Huishoudens: Zon-pv De ontwikkeling van zon-pv bij huishoudens gaat snel, mede door de salderingsregeling, andere stimuleringsregelingen en de gestegen elektriciteitsprijzen. De totale opwekking door zonnepanelen bij huishoudens de Achterhoek was in 2022 ongeveer 600 TJ (bijna 200 MW vermogen). We streven naar verdubbeling van de productie naar ca. 1.196 TJ in 2030. Deze doelstelling achten we realistisch ondanks dreigende spanningsproblemen en afbouw van de salderingsregeling.

9

Als we dit vertalen naar de Achterhoek gaat het om ca. 41.000 woningen in 2030 (inclusief nieuwbouw).

14

Speerpunt 4 - Gebouwen: Besparing Bedrijven en maatschappelijk vastgoed aardgasvrij maken blijkt moeilijker dan gedacht. Bedrijven (mkb) gebruiken gas voor ruimteverwarming maar ook voor productiedoeleinden (bijvoorbeeld bakkers en restaurants). Voor verduurzaming van het gebouw zijn ondernemers die huren afhankelijk van de gebouweigenaar. Verduurzaming door bedrijven wordt met name vanuit het Rijk gestuurd, door belastingen en het stellen van normen (denk aan de label C verplichting door kantoren). Gebouwen onder de noemer maatschappelijk vastgoed (onderwijspanden, ziekenhuis, buurtcentrum, zwembad of gymzaal) hebben vaak een grote warmte- en koelvraag en bijzondere installaties. Door ingewikkelde eigendom- en gebruiksstructuren en meerdere gebruikers in een pand, is vaak onduidelijk wie waar over gaat (wie betaalt, wie doet het onderhoud). De gemeente is soms eigenaar van deze gebouwen. Bij verduurzamen en gebouwaanpassingen lopen wensen/eisen van gebruikers uiteen. Voor verduurzaming is vaak geen reservering gemaakt, of onderhoudsplannen (MJOP) liggen al vast, terwijl er wel subsidies beschikbaar zijn (zoals de DuMaVa-subsidie) hoewel vaak doelgroepspecifiek (bijvoorbeeld BOSA voor sportaccommodaties).

Figuur 11 - Finaal energiegebruik (TJ) voor verwarming van gebouwen Aardgas Omgevingswarmte

2022 1483 160

2030 997 278

besparing 486 -118

Biomassa

1458

1187

271

Elektriciteit Overig Totaal

57 22 3180

123 16 2601

-66 6 579

bescheiden bijdrage aan de CO2-emissiereductie (zie figuur 6), is aardgasbesparing door ondernemers en gebouweigenaren een speerpunt waar de gemeenten op inzetten. We veronderstellen hierbij dat de ontwikkeling in de energievraag en het tempo van besparen de landelijke trends volgen. De twee belangrijkste ontwikkelingen hebben net als bij huishoudens betrekking op de isolatiegraad van gebouwen en de manier van verwarmen. De isolatie van gebouwen zoals kantoren, scholen, winkels, ziekenhuizen en horeca verschilt sterk. De gemiddelde isolatiegraad van gebouwen neemt toe (label B / A) waardoor de totale warmtevraag voor verwarming van de gebouwen gemiddeld combiketels op gas vervangen zodat in 2030 12,5% van de warmtevraag in gebouwen door hybride warmtepompen wordt verzorgd. De doelstelling is om tot 2030 met deze maatregelen ruim 450 TJ aan aardgas te besparen in Achterhoekse gebouwen.

Gemeentelijke besparing en energievoorziening. Zelf zijn de Achterhoekse gemeenten ook onderdeel van de energietransitie in de gebouwde omgeving en de gemeenten willen het goede voorbeeld geven. Het is gepast aparte sector in de opgave (ETM / hoofdstuk 2) is opgenomen. Binnen de scope van RU23 (sectoren elektriciteit en gebouwde omgeving) zetten de Achterhoekse gemeenten in op: Gemeentelijk vastgoed. Gebouwen in eigendom en beheer van de gemeenten zijn optimaal

geschikte daken worden maximaal benut voor zon-pv en zonthermische opwekking. Label B / A voor kantoorpanden en ledverlichting zijn de norm. Energievoorziening. Agem Gemeentelijke Energie (AGE) verzorgt de energievoorziening voor de gemeenten (inclusief openbare verlichting), waarbij gebruik wordt gemaakt van eigen opwekking via saldering (zon-pv op de gebouwen) en eigen bronnen.

15

5. Categorie 2 - Opwekking duurzame elektriciteit De Achterhoekse gemeenten zullen de opgave als beschreven in de RES Achterhoek uitvoeren. Op moment van schrijven van deze RU23 (juni 2023) vindt monitoring en herijking van de RES plaats. De resultaten daarvan zijn nog niet volledig bekend. De afspraken uit de RES1.0 (2021) zijn daarom leidend in deze RU23.

De Achterhoekse bijdrage van 1,35 TWh aan het landelijke doel voor grootschalige duurzame energie opwekking op land in 2030 is neergelegd in de RES1.0. De voorwaarde daarbij is dat 0,35 TWh wordt ingevuld door grootschalig zon op gebouwen (bedrijfsgebouwen en agrarische bebouwing). Dit betekent dat maximaal 1 TWh op land wordt geproduceerd door windturbines en zonneparken. De bijdrage aan windenergie die de gemeenten in RES1.0 bieden is minimaal 0,546 TWh. Daarnaast is 0,244 TWh niet gealloceerd, en maatschappelijke kosten de voorkeur verdient dat met wind in te vullen. Als de RES monitoring en herijking daar aanleiding toe geven kunnen de cijfers in dit uitvoeringsprogramma worden aangepast.

Figuur 12 - RES-opgave opwekking elektriciteit in de Achterhoek Zon op gebouwen Wind

TWh 0,35 0,546

TJ 1260 1966

Zon op veld

0,210

756

Niet gealloceerd

0,244

878

Speerpunt 5 - Zon op gebouwen In (2022) bedraagt het totaal opgestelde vermogen aan zon op gebouwen met SDE-subsidie in de Achterhoek ca. 113 MW. Dit betekent 353 TJ opwekking per jaar (bij gemiddeld 867 vollasturen, ofwel ca. 100 GWh). Daarnaast is door bedrijven ook grootschalige capaciteit op daken gerealiseerd buiten de SDE-regeling om, of met postcoderoosprojecten (met de regeling verlaagd tarief en de nieuwe SCE-subsidie). In totaal wordt momenteel ca. 160 GWh (0,160 TWh, ca. 570 TJ) grootschalig opgewekt, dat is ca. 65% van de elektriciteitsvraag door gebouwen (nietwoningen). Hiermee is ongeveer 50% van de RES-opgave voor grootschalig zon op gebouwen ingevuld. De productie zal moeten verdubbelen om in 2030 de RES-opgave te halen. RES1.0 geeft een duidelijke doelstelling en visie voor grootschalige opwekking van zonne-energie op bedrijfsdaken en agrarische daken. Er is voldoende potentie voor grootschalige zon op gebouwen, maar het zal aanzienlijke inspanning kosten om deze potentie te realiseren. Vanwege netcongestie kan het dakpotentieel voorlopig niet goed worden benut, tenzij de opgewekte elektriciteit direct (gelijktijdig) kan worden gebruikt op het eigen bedrijf (volgens de inpassingsladder voor plaatsing van zonnepanelen op bedrijfsdaken).

Met het plan van aanpak zon op dak wordt op weg naar de RES 2.0 het realiseren van grootschalige zonnepaneelopstellingen op daken met kracht gestimuleerd. op gebouwen uit RES1.0 is tot nu toe niet verder ontwikkeld, maar wordt met de herijking van de RES Achterhoek nu opgepakt.

Speerpunt 6 - Wind Op dit moment zijn, naast een aantal kleine windmolens (erfmolens), drie windparken gerealiseerd in de Achterhoek: windpark Hagenwind in Aalten, windpark Netterden op de grens tussen Montferland en Oude IJsselstreek en windpark Den Tol in Oude IJsselstreek. Hiermee is slechts 30% van de 0,546 TWh uit RES1.0 ingevuld. Er zullen minimaal 23 windmolens van 5,5 MW moeten worden bijgeplaatst in de Achterhoek. De bijdrage die de gemeenten leveren aan windenergie is belegd in RES1.0. Er zijn zoekgebieden geselecteerd maar er is ook ruimte om te schuiven. Diverse gemeenten zijn op dit moment bezig om hun beleidskader voor wind te evalueren maar ook onder welke voorwaarden windprojecten worden toegestaan. De RES-opgave is alleen haalbaar als vaart wordt gemaakt op het winddossier. Gezien de doorlooptijden van ontwikkeltrajecten van windparken moet er snel zicht komen op de concrete projecten. In het kader van maatschappelijke

16

kosten is de windopgave nog urgenter. Er moeten snel knopen worden doorgehakt met betrekking tot het windbeleid in de Achterhoekse gemeenten. Daarbij hoort ook het gesprek over de 0,244 TWh die nog niet is gealloceerd in RES1.0. Omdat alle gemeenten met min of meer dezelfde vraagstukken rond windenergie te maken hebben is het verstandig om zoveel mogelijk samen op te trekken in zowel de beleidsvorming als realisatie van windprojecten.

Figuur 13 - Gerealiseerde windenergie in de Achterhoek MW

TWh

Toelichting

0,033 0,000 0,011 0,022 0,099 -

Hagenwind (2008, 8 wtg)

Winterswijk

16 0,073 4,6 9,2 33 -

Achterhoek

63

0,165

Aalten Berkelland Bronckhorst Doetinchem Montferland Oost Gelre Oude IJsselstreek

Erfmolens in o.a. Toldijk, Wichmond, Hummelo en Steenderen Netterden (2016, 2 wtg) Netterden (2016, 4 wtg) Den Tol (2022, 9 wtg)

Er is geen compleet beeld van het aantal erfmolens.

Figuur 14 - Bijdrage windenergie in RES1.0 en hoe dat te bereiken

Aalten

0,088

In te vullen TWh 0,055

Berkelland

0,071

0,071

Zoekgebied K. Gezamenlijk windbeleid met Oost Gelre ontwikkelen.

Bronckhorst Doetinchem Montferland

0,054 0,060 0,095

0,054 0,060 0,084

Gebied B. Eldrik. Max 150 m tiphoogte. Aanpassen beleidskader wind. Gebied B. Langs Oude IJssel / Landgoed Keppel. Gebied A. Verkenning nieuw initiatief (4-5 wtg).

Oost Gelre Oude IJsselstreek Winterswijk

0,058 0,120 -

0,058 0 -

Zoekgebied K en I. Gezamenlijk windbeleid met Berkelland ontwikkelen. Gebied A. Verkenning uitbreiding. Gebied N1. Evaluatie moratorium in 2023.

Achterhoek

0,546

0,381

Nog minimaal 23 windturbines van 5,5 MW

RES1.0 TWh

Hoe te bereiken?

Vervangen Hagenwind. Vergroten zoekgebied (G).

Speerpunt 7 - Zon op veld De productie van stroom uit zon op veld projecten in de Achterhoek is op dit moment ongeveer 0,066 TWh. Hierbij is de jaarproductie meegerekend van parken die recent in bedrijf zijn genomen zoals de zon op erf projecten in Bronckhorst, zonnepark Braamt en het zonnepark in Lievelde.10 Er staan nog veel initiatieven en projecten voor zonneparken in de startblokken, waarmee in 2030 additioneel wel 0,300 TWh per jaar kan worden opgewekt. Een groot deel van de initiatieven is relatief zeker. Deze projecten hebben zowel een vergunning als subsidiebeschikking. Toch stokt de realisatie van zon op veld de laatste tijd onder invloed van sterk gestegen EPC-prijzen, de naar verhouding geringe subsidiebedragen ten opzichte van de marktprijs voor elektriciteit, de gestegen rente voor financiering en het niet tijdig verkrijgen van een netaansluiting. Projecten die aan de slag zouden kunnen stellen de bouw voorlopig uit.

10

Merk op dat de RES-monitor met 0,051 TWh wat lager uitkomt.

17

Figuur 15 - Zon op veld (en op water) in de Achterhoek

De veronderstelde RES-opgave van 0,210 TWh in 2030 wordt ruimschoots gehaald mits minimaal 140 hectare aan projecten in de pijplijn daadwerkelijk gerealiseerd worden. Er moet stevig worden ingezet op realisatie van de bestaande initiatieven voor zonneparken, waar mogelijke met aandacht voor kwaliteit, lokaal eigendom en het maatschappelijk rendement van de parken.

Netcongestie. Het elektriciteitsnet zit vol. Dit noemen we netcongestie problematiek zet inmiddels een rem op de ontwikkeling van duurzame energie en dreigt ook op het laagspanningsnet voor problemen te zorgen. Er wordt volop gewerkt aan oplossingen in de vorm van uitbreiding van het elektriciteitsnet. Deze uitbreidingen zullen naar verwachting niet snel genoeg gaan, mede door tekort aan uitvoerend personeel en materiaaltekorten, waardoor netcongestie de komende jaren een serieus probleem zal blijven. In afwachting van netverzwaring moeten we slim omgaan met de bestaande netcapaciteit. Het elektriciteitsnet wordt minder belast door gelijktijdigheid in opwekking en gebruik. Opgewekte stroom wordt direct gebruikt en hoeft het net niet op. Allerlei oplossingen hiervoor zijn mogelijk, zoals opslag in batterijen, cablepooling of laden van elektrische voertuigen en machines en apparaten aanzetten als de zon schijnt. Energiegemeenschappen Energiegemeenschappen en energy hubs delen het belang van gelijktijdigheid met netbeheerders en kunnen een belangrijke rol spelen in het slim omgaan met bestaande netcapaciteit*. Een energiegemeenschap is een

van) particulieren, bedrijven of (overheids-) instellingen. Het doel van de energiegemeenschap is om op een duurzame wijze te voorzien in de eigen energiebehoefte tegen de laagst mogelijke kosten. Ook vanuit wet- en regelgeving komt ruimte om binnen energiegemeenschappen samen te werken en afspraken te maken. Binnen een energiegemeenschap is belang bij het laag houden van kosten als transportkosten, onbalanskosten, administratiekosten, ontwikkelkosten en kapitaalkosten. Bij gelijktijdigheid in gebruik en daarnaast zoveel mogelijk lokaal gebruik van de opgewekte energie, dalen deze kosten. Energiegemeenschappen en energy hubs kunnen een belangrijke rol spelen in het slim omgaan met de bestaande netcapaciteit. Gemeenten kunnen gezamenlijk inzetten op het stimuleren en faciliteren van energie productie en gebruik binnen energiegemeenschappen en energy hubs. *Bron: https://energy.nl/wp-content/uploads/slimme-aansluit-en-transportovereenkomst-voor-groepen.pdf

18

6. Pr

en monitoring - hoofdlijnen

Op de 7 speerpunten willen de gemeenten samenwerken en samen optrekken. Hoe ze dat gaan doen wordt door de gemeenten bepaald in deel 2 van de RU23. De uitvoerings worden in deel 2 nader uitgewerkt, alsmede de organisatie, monitoring en communicatie rondom het Regionale Uitvoeringsprogramma Energietransitie Achterhoek. Sinds de start van de regionale samenwerking vanuit AvG1.0 is al veel gedaan en bereikt. Er wordt samengewerkt op regionaal niveau, beleid wordt onderling afgestemd waar mogelijk en daarnaast is iedere gemeente op lokaal niveau bezig met de lokale uitvoering van de energietransitie. bedacht is in de context van de regionale samenwerking nog steeds relevant. In grote lijnen vindt de huidige regionale samenwerking op het thema energietransitie plaats in 3 , die logischerwijs aansluiten op voorgaande cijfers en beschrijvingen: Programma woningen (of huishoudens) Programma gebouwen (niet-woningen, dus bedrijven en maatschappelijk vastgoed) Programma opwekken De programma s en reeds bestaande bijbehorende projecten en acties worden op hoofdlijnen toegelicht in de volgende secties. Het samenvattende overzicht (tabel) van ieder programma geeft aan welke gemeenten11 (vooralsnog) deelnemen aan het betreffende project en welke andere partners een rol kunnen spelen in de samenwerking.

maar vooral de onderliggende projecten en activiteiten, zijn een momentopname en zijn dus niet in beton gegoten. De lijst is flexibel en zal indien nodig aangepast worden door bijvoorbeeld nieuwe inzichten, het toevoegen Veranderingen in bijvoorbeeld landelijk beleid, de RES 2.0 of samenwerking met partners ( kunnen aanleiding zijn voor bijstelling projecten. Regelmatige monitoring van het uitvoeringsprogramma biedt ook natuurlijke momenten voor aanpassing indien nodig. De regionale samenwerking tussen de Achterhoekse gemeenten is organisatorisch geborgd door middel van afstemming tussen de in het duco-overleg en afstemming tussen de wethouders in het Bestuurlijk Afstemmingsoverleg. De gemeenten gaan de komende tijd bepalen hoe de uitvoering van deze RU23 wordt georganiseerd, en op welke wijze partners betrokken worden.

Programma Woningen Het programma woningen richt zich op verduurzaming van de woningvoorraad, energie besparen door huishoudens, en aardgasvrij worden van woningen. Energieloket functie Bij Energieloket Achterhoek (in Winterswijk: Centrum Duurzaam Winterswijk) kunnen inwoners terecht voor alles wat met energie besparen te maken heeft. Het energieloket maakt inwoners wegwijs in alle hulpmiddelen en mogelijkheden die bestaan om de woning te verduurzamen. Het energieloket helpt ook voert in opdracht van de gemeenten verschillende subsidieregelingen uit. Energiearmoede Sinds 2021 zijn de prijzen van energie enorm gestegen, dit vraagt om actie van gemeenten om inwoners te ondersteunen. Iedere gemeente is bezig mijn een eigen aanpak, maar er liggen ook kansen voor samenwerking, bijvoorbeeld door structurele borging van de aanpak via de energieloketten. Regionale Structuur Warmte De Regionale Structuur Warmte (RSW) is een onderdeel van de RES. In de RSW wordt op regionale schaal in kaart gebracht welke potentie er is voor gebruik van (rest)warmtebronnen. Ook worden hierin op regionale schaal afspraken gemaakt, bijvoorbeeld over een nieuw te ontwikkelen bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. De gezamenlijke opgave voor warmte zit in het uitwisselen van kennis en ervaring in de warmtetransitie.

Van transitievisie warmte naar wijkuitvoeringsplannen, onderzoek naar alternatieven voor aardgas en het meenemen van bewoners in dit proces. Vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie komen middelen beschikbaar om een regiostructuur voor

11

Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude

IJsselstreek en Winterswijk.

19

Figuur 16 Overzicht programma Woningen

Programma Gebouwen (niet-woningen) Het programma gebouwen richt zich op verduurzaming van bedrijfsgebouwen en maatschappelijk vastgoed richting aardgasvrij (eigenlijk fossielvrij). Loketfunctie gebouwen Een energieloketfunctie met specifieke aandacht voor bedrijven en maatschappelijke organisaties kan helpen bij het verduurzamen van gebouwen, bijvoorbeeld in de uitvoering van stimuleringsregelingen en -leningen voor MKB, agrarische bedrijven of non-profit organisaties. Bedrijvenaanpak Om bedrijven te verduurzamen loopt al een aantal jaar het project Achterhoek Onderneemt Duurzaam, in 2023 doorgestart als Duurzaam Ondernemerscentrum Achterhoek (DOA). D Achterhoek (SIKA) en VNO-NCW Achterhoek zijn hierin de drijvende krachten. Maar er speelt meer bij deze doelgroep, zoals het project Zonnige Bedrijven. Gezamenlijk hierin optrekken heeft meerwaarde voor de aanpak en kan de uitrol helpen. Handhaving De gemeenten zijn opdrachtgever van de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). De ODA kan een rol spelen in het toezicht op verduurzaming, zoals de label C verplichting voor kantoren.

Figuur 17 Overzicht programma Gebouwen

Programma Opwekken Het programma opwekken richt zich op het optimaal opwekken van zo veel mogelijk duurzame elektriciteit in de Achterhoek (om energieneutraal te worden). Voor het grootste gedeelte is dit belegd in de Regionale Energie Strategie (RES) Achterhoek. Hiervoor is dus geen nieuw programma nodig. Regionale Energie Strategie (RES) De Achterhoekse bijdrage van 1,35 TWh aan het landelijke doel voor grootschalige duurzame energie opwekking op land in 2030 is neergelegd in RES1.0 en is de basis voor dit uitvoeringsprogramma. De regio Achterhoek werkt op dit moment aan monitoring van de RES en aan de verdere invulling en herijking van de RES. Dit kan nieuwe inzichten en verschuivingen in de opgave met zich mee kunnen brengen. Binnen de RES worden een aantal belangrijke onderwerpen aangepakt:

20

Participatie en lokaal eigendom / energiegemeenschappen Hoe mooi zou het zijn als alle nieuw windmolens en zonnepanelen onderdeel zijn van een lokaal initiatief of energiegemeenschap in de Achterhoek. bij aan meer duurzame opwek en zorgen tegelijkertijd voor maatschappelijk (mens, natuur, economie) rendement en lokale verankering. Een gezamenlijke visie, aanpak en uitwerking voor lokaal eigendom, zoals aangekondigd in RES1.0, is nodig. Zon op gebouwen Uitwerken van het plan van aanpak zon op gebouwen uit RES1.0 is tot nu toe niet verder ontwikkeld, maar wordt dit jaar (2023) wel opgepakt in de RES. Gemeenten kunnen de realisatie van zon op gebouwen waar nodig gezamenlijk (ook los van de RES) verder brengen, zoals via het programma Zonnige Bedrijven in de Achterhoek, momenteel uitgevoerd door Agem Project- en adviesbureau. Integrale aanpak netcongestie Het elektriciteitsnetwerk heeft onvoldoende capaciteit om de zon- en windprojecten van de RES te ontsluiten en door weersafhankelijke bronnen neemt de onbalans tussen vraag en aanbod toe. O.a. in de RES wordt gezocht naar oplossingen. Ontwikkelfonds . (grotere zonprojecten en wind) voorgefinancierd. Zes gemeenten hebben besloten deel te nemen aan het Ontwikkelfonds van Energie Samen en het Nationaal Groenfonds.

Gemeentelijke Energie (AGE BV) Gemeenten kopen via Agem Gemeentelijke Energie (AGE B.V.) hun eigen energie (stroom en gas) direct in. Het is de bedoeling dat zij uiteindelijk hun eigen energie ook gaan opwekken via duurzame projecten in de regio. Het zonnepark Braamt is het eerste resultaat daarvan.

Figuur 18 Overzicht programma Opwekken

21

Monitoring Het is belangrijk om de voortgang van de inhoud van deze RU23 te monitoren: enerzijds de voortgang in de vorm van de concrete cijfers, anderzijds de voortgang in projecten en werkgroepen van de gemeenten. De vorm van monitoren zal de volgende stap zijn, na vaststelling van deze RU23. Datalab Gelderland Oost kan hierin een rol spelen. Monitoring en inzicht in behaalde resultaten blijkt in de praktijk lastig, met name door veelal niet-actuele data, met cijfers van soms 1,5 jaar tot 2 jaar oud. Om een goed beeld te krijgen van de situatie en resultaten van een specifieke periode zou monitoring van de cijfers momentaan moeten kunnen. Ook is aandacht voor de dynamiek van de transitie nodig. Royal HaskoningDHV gaf al eerder aan 12 dat de energietransitie behoorlijk grillig verloopt. Zo hebben zij bepaalde monitoringstabellen per gemeenten niet overgenomen uit eerdere UA rapportages, omdat deze geen recht zouden doen aan de onderliggende dynamieken van een transitie. Praktisch gezien loont het vooral om qua monitoring in te zetten op concrete (eigen) cijfers vanuit de Achterhoek, bijvoorbeeld de (toekomstige) data die vanuit Energieloket Achterhoek beschikbaar is. Monitoring op basis van modellen als bijvoorbeeld De cijfers uit deze modellen zijn niet precies maar bekijken meer het geheel met terugwerkende kracht.

Deze cijfers helpen wel in het vertalen van de opdracht naar het aantal TJ en de doelstellingen in aantal woningen etc. Er zal nagedacht moeten worden hoe de monitoring er concreet uit gaat zien om te borgen dat de cijfers op basis van dezelfde uitgangspunten bekeken worden. Dit zou bijvoorbeeld in de vorm van een dashboard of barometer kunnen zijn. Ook het proces van monitoring zal nog verder uitgewerkt moeten worden en de concrete projecten of werkgroepen waar binnen gewerkt gaat worden in de uitvoering van deze RU2023. Het is goed om in frequentie van monitoring minimaal aan te sluiten bij de RES-monitoring: iedere twee jaar. Dit betekent dat het eerstvolgende monitoringsmoment zal zijn op 1 juli 2025. Hierbij dient ook rekening gehouden te worden met de nieuwe Omgevingsverordening van de Provincie Gelderland13. Energiebesparing in de gebouwde omgeving Een logische algemene indicator voor het meten van de voortang die we maken met energiebesparing in de gebouwde omgeving is het gebruik van aardgas. Figuur 19 - Finaal energiegebruik (TJ naar energiedrager) in de gebouwde omgeving in de Achterhoek geeft het energiegebruik en de besparing (verschil), uitgesplitst naar aardgas en elektriciteit, die in de gebouwde omgeving nodig is om onze opgave te halen.

Figuur 19 - Finaal energiegebruik (TJ naar energiedrager) in de gebouwde omgeving in de Achterhoek

Opwekking van duurzame elektriciteit Monitoring van de voortgang in de duurzame productie van elektriciteit in de Achterhoek vindt plaats in de RES. De cijfers voor realisatie en de harde pijplijn volgt het NP RES protocol en begrippenkader. Dit kan worden aangevuld met up-todate detailinformatie uit de gemeenten. Communicatie en elkaar scherp houden Communicatie met alle betrokken partijen is een belangrijk aandachtspunt. Tussen de gemeenten onderling, in de vorm van afstemmingsoverleg tussen de betrokken ambtenaren en tussen de wethouders duurzaamheid, zijn momenten waarop de voortgang van de RU23 en het AvG3.0 standaard op de agenda moet staan. Daarnaast is het uiteraard van groot belang om de gemeenteraden en de inwoners van de Achterhoek goed te informeren en dit structureel te blijven doen, om een zo groot mogelijk draagvlak te bereiken en onnodige vertragingen in uitvoering zoveel mogelijk te voorkomen. Weerstand ontstaat veelal vanuit onbegrip, onwetendheid of zelfs onjuiste informatie. Goede, structurele monitoring en duidelijke communicatie met alle betrokken partijen zijn daarom essentieel voor het bereiken van de doelstellingen en hiermee het succes van de energietransitie in de Achterhoek.

12 13

Menukaart Akkoord van Groenlo, december 2021

22

Bijlage A ETM en de cijfers De cijfers in dit uitvoeringsprogramma zijn gebaseerd op het Energie Transitie Model14. Dit is een door Quintel ontwikkeld open source model dat inzicht biedt in het energiesysteem, gebaseerd op realisaties uit de Regionale Klimaatmonitor15. Met het ETM is eerst de huidige (2022) energievraag en CO2-uitstoot bepaald. Vervolgens is het 2030-scenario berekend, waarin de ambitie 55% CO2-emissiereductie in 2030 centraal staat. zijn vele grafieken en tabellen te vinden met uitgangspunten en informatie per onderdeel. Voor alle sectoren waar energie wordt gebruikt (vraag) en geproduceerd (aanbod) kun je met schuifjes (knoppen) aangeven hoe je denkt dat de toekomst eruit gaat zien. Bij het opstellen van het 2030-scenario voor de Achterhoek volgen we in de basis landelijke trends en uitgangspunten (uit de klimaatmonitor en KEV). Een aantal aannames en input hebben we specifiek voor de Achterhoekse ambitie zelf aangepast. Het geheel van algemene en specifieke aannames en input resulteert in het behalen van het CO2-reductiedoel in 2030. Hieronder volgt in een aantal tabellen een overzicht van relevante algemene uitgangspunten en resultaten voor . Vervolgens staan we stil bij de cijfers achter de gedefinieerde speerpunten.

Figuur 20 - Aantal inwoners en woningen in de Achterhoek

Het ETM rekent automatisch uit hoeveel CO2 er wordt uitgestoten door het gebruik van energie. Naast deze energiegerelateerde CO2 zijn er nog andere bronnen die leiden tot uitstoot van broeikasgassen (BKG). Voor een groot deel is de uitstoot van overige broeikasgassen niet gerelateerd aan het gebruik van energie.

Figuur 21 - Energetische en niet-energetische broeikasgasemissies

Van de totale benodigde energiebesparing moet ca. 55% in de gebouwde omgeving worden gerealiseerd. Hiermee is het aandeel van deze sector in de totale CO2-reductie (gerelateerd aan de energievraag) in de Achterhoek ca. 40%.

Figuur 22 - Energievraag (TJ) en energetische CO2-emissie (KT) per sector in de Achterhoek Iedere sector draagt bij aan (energetische) CO2-emissiereductie, maar gebruikt niet per se minder energie (industrie en landbouw). Dit is mogelijk omdat het aandeel duurzaam in de energiemix toeneemt. Energievraag (TJ)

CO2-emissie (KT)

2022

2030 verschil

2022

2030 verschil

Huishoudens

7497

6403

1094

412

258

154

aandeel

23%

Gebouwen

4410

3639

771

181

63

118

18%

Industrie

5848

6136

-288

423

228

195

30%

Mobiliteit

8016

6203

1813

560

409

151

23%

Landbouw

932

932

0

73

36

37

6%

Totaal Achterhoek

26703

23312

3391

1649

994

655

100%

14 Het scenario Achterhoek 2030 is hier te raadplegen: https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/14783. Het scenario Achterhoek 2022 (de foto van nu) staat hier: https://energytransitionmodel.com/saved_scenarios/14430. 15 https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard

23

Hieronder (nogmaals) een samenvatting van de RES-opgave voor grootschalige duurzame opwek in de Achterhoek in 2030 en wat daarin op dit moment is gerealiseerd.

Figuur 23 - Duurzame energie opwekking (TJ) in de Achterhoek

Speerpunten van de gemeenten en dus ook veel onderwerpen, keuzes en knoppen die in het ETM moeten worden ingevuld. In dit uitvoeringsprogramma ligt de focus op de sectoren gebouwde omgeving en elektriciteit. Voor de andere sectoren volgen we de landelijke trends die zijn opgesteld in de Energie en Klimaatverkenning (KEV)16. De gemeenten zetten in op 7 speerpunten

Categorie Besparing Energiebesparing in de gebouwde omgeving: verlagen van de vraag naar energie, met name aardgas.

1. 2. 3. 4.

Huishoudens isolatie: het isoleren van woningen. Huishoudens verwarming: vervangen HR-combiketel door hybride luchtwarmtepomp in woningen. Huishoudens - zon-pv: zonnepanelen op daken van woningen. Gebouwen - besparing.

Categorie Opwekking Opwekking duurzame elektriciteit volgens RES-afspraken: vergroten aanbod hernieuwbare energie in eigen regio.

5. Zon op gebouwen - Grootschalig zon-pv op daken van (bedrijfs)gebouwen. 6. Wind. 7. Zon op veld - Grootschalige zonnevelden. We lichten per onderdeel toe hoe we met het ETM tot de getallen zijn gekomen die in deze RU23 beschreven zijn.

1. Huishoudens - isolatie Isolatie drukken we uit in TJ bespaard t.o.v. het warmteverbruik in 2018. In ETM kun je met een schuifje het percentage warmtereductie instellen voor vijf verschillende type woningen. Hiermee bepaal je hoe goed de woningen gemiddeld - als nieuwbouw). In 2022 varieert de warmtevraagreductie tussen de 13% en 22% waardoor ongeveer 117 TJ is bespaard in de Achterhoek t.o.v. 2018. In het 2030 scenario varieert de warmtevraagreductie tussen de 22% en 31%, afhankelijk van het type woning. De besparing als gevolg van extra woningisolatie komt dan neer op 623 TJ besparing van 2022 tot en met 2030.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.oude-ijsselstreek.nl/api/v1/meetings/4766/documents/28583