09.03.2023_Speelruimteplan_Oude_IJsselstreek - toegankelijke versie.pdf
Tekst van het document
28
Totaal areaal Basis: behouden speelplekken Basis: informele speelruimte Totaal basis: Optioneel: op te heffen locaties omvormen Optioneel: impuls spelen Optioneel: impuls inclusiviteit Optioneel: impuls sport Optioneel: impuls groen Totaal optionele impulsen: Specials (apart financieren) Alternatief: op te heffen locaties toch herinrichten
Aantal locaties 85 20 105 19 38 5 12 13 87 3 20
Benodigd budget € 1.425.000 onderhoud €1.425.000 € 95.000 € 440.000 € 75.000 € 115.000 € 72.000 € 797.000 € 260.000 € 180.000
Basisbudget Het benodigde basisbudget voor het in stand houden van de 85 reguliere speelplekken wordt geraamd op €1.425.000,-. De gemiddelde levensduur van een speelplek/ speeltoestel is 15 tot 17 jaar. Dat betekent dat het (gemiddeld) benodigde jaarlijkse basisbudget ca. €90.000,- is. De kosten voor de ontruiming van de 20 speelplekken die omgevormd kunnen worden tot informele speelruimte zijn niet begroot in het benodigde basisbudget. Deze kosten zijn opgenomen in het impulsbudget omdat het een eenmalige actie is. De kosten voor instandhouding van de informele speelplekken met speelaanleidingen zijn wel opgenomen in dit basisbudget. Deze indicatie is gebaseerd op richtbedragen en afhankelijk van de huidige inrichting. Zo bedragen de kosten voor een kleine speelplek € 5.000,- tot € 20.000,- en zijn de herinrichtingskosten van een buurtplek € 15.000,- tot € 45.000,- per locatie. Bij sportplekken zijn de kosten voor herinrichting sterk afhankelijk van de inrichting. Een eenvoudig grasveld met twee doelen kost ca. € 5.000,-, maar met een kunstgras ondergrond en omheining kan hetzelfde veld snel 10x meer kosten.
Drie plekken worden buiten beschouwing gelaten en worden gezien als specials die apart gefinancierd moeten worden (Skatepark DRU en de grotere speelvoorzieningen rondom het Blote Voetenpad /speeltuin in Gendringen/Voorst) en de voetbalkooi/skatevoorzieningen bij de Paasberg/Terborg. Impulsbudget Naast het basisbudget wordt er, op basis van dit speelruimteplan, ook geadviseerd om een impulsbudget in te voeren. Dit budget is bedoeld om de speelruimte gericht te verbeteren naar aanleiding van de beleidsambities. In totaal wordt op 87 locaties een impuls voorgesteld. Hieronder vallen versterkingen van het speelaanbod op de reguliere speelplekken (38x) maar ook het omvormen van de speelplekken die als informele speelruimte kunnen worden ingericht (19x). Andere impulsen betreffen het verbeteren van het sportaanbod (12x) en het spelen in het groen en klimaatadaptief maken van de speelplekken (13x). Verder is het ook belangrijk om in de meeste grotere kernen een speelplek zo in te richten dat deze inclusief is voor alle kinderen (5x). Dit is maatwerk per locatie en vraagt participatie van kinderen die nu door hun (on)mogelijkheden niet kunnen meedoen. In totaal bedraagt het benodigde impulsbudget € 797.000,-. Ruim de helft van dit bedrag (€ 440.000,-) is bedoeld voor het versterken van het speelaanbod. De reden 29
daarvoor is dat uit de inspecties van de speeltoestellen blijkt dat het speelaanbod sterk verouderd is, veel speeltoestellen zijn nodig aan vervanging toe. Het impulsbudget is geen structureel budget. Als de impulsen zoals voorgesteld zijn uitgevoerd, kan met het basisbudget de volledige speelruimte van Oude IJsselstreek in stand worden gehouden. De indicatie van het benodigde impulsbudget is afhankelijk van het type impuls, de huidige inrichting van de speelplek én het type speelplek. Een impuls is een aanvulling op het basisbudget en kan variëren tussen de € 5.000,- en € 20.000,- per impuls. Voor een omvorming (een opgeheven speelplek herinrichten met speelaanleidingen in plaats van speeltoestellen, zie ook bijlage 2 en 3)) wordt gewerkt met een vast impulsbudget van € 5.000,-/locatie. In de verbeterkaarten is terug te vinden welke impuls op welke locatie wordt voorgesteld.
6.3 Aanbevelingen voor uitvoering Het is niet nodig om direct alle plekken op de verbeterkaarten op te pakken en te transformeren naar supergoede buurtspeelplekken. Wel is het belangrijk om goed op de radar te hebben welke speelplekken komende jaren in aanmerking komen voor herinrichting en welke budgetten daarvoor nodig zijn. Per op te pakken ingreep, kan vervolgens worden aangegeven welke kaders worden toegepast bij de herinrichting. Voor de daadwerkelijke uitvoering worden op basis van het onderzoek en ambities in dit plan de volgende aanbevelingen gedaan: - Betrek bewoners bij de uitvoering Voldoende draagvlak en goede ideeën zorgen voor optimalisatie van vraag en aanbod, wat kapitaalvernietiging kan voorkomen (geen geld investeren in plekken die niet gebruikt worden). Zie hiervoor ook de beleidsambitie over participatie op pagina 26. Aanbevolen wordt bewoners te betrekken afhankelijk van het type locatie en de gewenste ingreep. Zo volstaat het bij een kleine locatie om met de direct omwonenden in gesprek te gaan, maar is het bij een buurtplek raadzaam om in twee stappen zowel de buurt als de direct omwonenden te raadplegen. Bij sportplekken wordt geadviseerd om vooral in gesprek te gaan met de sporters.
- Bied ruimte voor initiatieven Aansluitend op het vorige punt; initiatieven bieden goede energie om de speelruimte te verbeteren, het vergroot de betrokkenheid van de buurt en kan zo ook andere speelvormen mogelijk maken (speelgroen, losse elementen) waarbij het reguliere onderhoud niet passend is. Het is wel belangrijk om aan te geven dat niet elk initiatief gerealiseerd kan worden. Aanbevolen wordt om, ook bij initiatieven, aansluiting te zoeken op het reguliere uitvoeringsprogramma. - Pak speelplekken zoveel mogelijk geclusterd op In de uitvoering is het waardevol om speelplekken in één keer volledig op te pakken. Daarmee wordt ook de relevantie voor bewoners om mee te denken vergroot én ontstaan er mogelijkheden om een plek echt een andere inrichting te geven. Ook op buurtniveau wordt aangeraden ingrepen tegelijk op te pakken. Hierdoor kunnen ingrepen beter op elkaar worden afgestemd. 30
- Samenwerken Bij het opstellen van een plan voor uitvoering moet altijd gekeken worden naar andere trajecten die gepland staan voor een wijk of buurt. Grote groenrenovaties bieden veel mogelijkheden om op aan te sluiten, maar ook de renovatie van het riool en/of bestrating is een prima moment om gelijktijdig de speelplek op te pakken. Hierdoor kunnen werkzaamheden gecombineerd worden (participatie met de buurt, grondwerk, verhardingen, groenaanplant etc.) en beschikbare budgetten efficiënter worden ingezet. Andere trajecten hoeven niet alleen binnen het gemeentehuis gezocht te worden. Sportstimuleringstrajecten, grote evenementen of trajecten van natuurorganisaties, sportverenigingen of scholen kunnen ook aangegrepen worden om de openbare speelruimte te verbeteren. Ook kan worden samengewerkt met buurgemeentes als Doetinchem, Montferland en Aalten om goede speelruimte te realiseren en aanbod op elkaar af te stemmen.
31
Verbeterkaarten Ulft en Bontebrug - Verbeterkaart
32
Gendringen - Verbeterkaart
33
Terborg - Verbeterkaart
34
Silvolde - Verbeterkaart
35
Varsseveld – Verbeterkaart
36
Etten, Breedenbroek, Westendorp en Heelweg - Verbeterkaart
37
Netterden, Varsselder, Megchelen en Sinderen – Verbeterkaart
38
Bijlage 1 – Voorbeelden van inclusieve speelruimte
39
Bijlage 2 – Voorbeelden van speelpleintjes
40
Bijlage 3 – Voorbeelden van speelgroen
41