09.03.2023_Speelruimteplan_Oude_IJsselstreek - toegankelijke versie.pdf
Tekst van het document
Speelruimteplan Oude IJsselstreek Spelen, bewegen en ontmoeten voor jong en oud
April 2022
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Inleiding ____________________________________________________ 3 Hoofdstuk 2. Terugblik Speelruimteplan 2006_________________________________ 6 Hoofdstuk 3. Belang van goede speelruimte __________________________________ 8 Hoofdstuk 4. Veldonderzoek______________________________________________ 12 Hoofdstuk 5. Beleidsambities _____________________________________________ 21 Hoofdstuk 6. Financiën en aanbevelingen voor uitvoering ______________________ 28 Verbeterkaarten _______________________________________________________ 32 Bijlage 1 – Voorbeelden van inclusieve speelruimte ___________________________ 39 Bijlage 2 – Voorbeelden van speelpleintjes ___________________________________ 40 Bijlage 3 – Voorbeelden van speelgroen _____________________________________ 41
Colofon
Titel Opdrachtgever Opdrachtnemer
Tekst & onderzoek door: Datum:
Samen naar buiten in Oude IJsselstreek Gemeente Oude IJsselstreek Speelplan BV Transistorstraat 53b 1322 CK Almere 036 5236127 www.speelplan.nl Saskia van Aalst April 2022
Hoofdstuk 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Het oude speelruimteplan (Buitenspelen, ja leuk!) dateert uit 2006 en had een looptijd tot 2016. Dit plan is hoognodig aan actualisatie toe. Als eerste stap is een beheerplan opgesteld waaruit bleek dat het huidige speelruimteareaal relatief oud is en dat het budget voor de speelruimte niet toereikend is om het huidige areaal in stand te houden. Op basis van de bevindingen van een uitgebreid veldonderzoek, gesprekken met verschillende domeinen én de ontwikkelingen op het gebied van de openbare (speel)ruimte is dit nieuwe speelruimteplan opgesteld.
1.2 Scope Speelruimte Het speelruimteplan richt zich op de openbare speelruimte in Oude IJsselstreek. In eerste instantie gaat het daarbij om de formele speelplekken die in het beheer zijn van de gemeente. Dit zijn de speelplekken met schommels, glijbanen en veerwipjes, maar ook de trapveldjes, basketbalpleintjes en urban sportplekken zoals een skateplein of crossbaan. Het plan beschrijft het belang van dergelijke plekken, de wijze waarop we willen voorzien in een goede spreiding van de plekken over de gemeente en de ambities voor de inrichting van deze plekken. Daarnaast richt het speelruimteplan zich op de vrije speelruimte. Dit betreft het spelen op straat of in het openbaar groen. Hier wordt niet gewerkt met speel- of sporttoestellen maar kunnen kinderen zeker ook uitgenodigd worden om lekker te komen spelen. De verzameling van formele speel- en sportplekken én de vrije speelruimte op straat en in het groen wordt aangeduid met het begrip “speelruimte”. Beweegvriendelijke leefomgeving Naast de speelruimte, die zich vooral richt op de kinderen, benoemt het speelruimteplan ook ambities, kaders en kansen die raakvlak hebben met de verbetering van de beweegvriendelijke leefomgeving. Dit is het overkoepelende begrip voor de openbare ruimte waarin inwoners in beweging kunnen komen.
Dit zijn uiteraard de formele speelplekken, maar ook de stoepen, grasveldjes, parken, fiets- en wandelpaden, bossen en in principe ook openbaar zwemwater. De beweegvriendelijke leefomgeving gaat over alle inwoners van Oude IJsselstreek. Een openbare ruimte die beweging stimuleert kan namelijk de leefstijl positief beïnvloeden van zowel kinderen, jongeren, volwassenen als ook senioren. Inclusiviteit Buitenspelen en -sporten moet beschikbaar zijn voor alle inwoners van Oude IJsselstreek, jong en oud maar ook met en zonder beperking. Daarom is het belangrijk dat er ook voldoende speel- en sportplekken toegankelijk zijn voor inwoners (volwassenen en kinderen) met een beperking. Dit beleidsplan kijkt daarom ook naar de huidige situatie en de kansen op het gebied van inclusiviteit. Focus Het huidige speelruimtebudget is bestemd voor het onderhoud en de vervanging van de 3
speelplekken die in beheer van de gemeente zijn (speeltoestellen en ondergronden). Dit speelruimteplan focust zich daarom ook vooral op deze formele speelplekken. In dit plan en het onderzoek in 2019 is er echter voor gekozen om breder te kijken en in de te behandelen thema’s ook aandacht te geven aan de vrije speelruimte en nog breder (maar ook abstracter) de beweegvriendelijke leefomgeving. Hoe meer deze drie aspecten van de openbare ruimte integraal worden opgepakt, hoe groter de kans dat ze elkaar ook versterken in de uitvoering (zie Belang van goede speelruimte). Het speelruimteplan gaat niet over: - Sportcomplexen van sportverenigingen (sportparken). - Speelplekken en schoolpleinen die niet in beheer van de gemeente zijn. - In de gemeente liggen meerdere schoolpleinen of private speelplekken die niet in beheer van de gemeente zijn. In sommige gevallen zijn deze wel openbaar toegankelijk. Er is voor gekozen deze plekken niet mee te nemen in het speelruimteplan en de uitvoeringsopgave. Wel zijn dergelijke plekken opgenomen in de speelruimtekaarten omdat kinderen hier mogelijk wel gebruik van maken. In wijken en dorpen waar een dergelijke plek wél een oplossing is voor het verbeteren van het speelruimteaanbod wordt wel geadviseerd om hierover met de scholen in gesprek te gaan.
1.3 Werkwijze De informatie voor het speelruimteplan is verzameld tijdens een rondgang door de kernen Ulft, Gendringen, Terborg, Silvolde, Varsseveld en de kleine kernen Bontebrug, Westendorp, Varsselder, Etten, Heelweg, Breedenbroek, Sinderen, Westendorp, Netterden en Megchelen. Het doel van het onderzoek was het in kaart brengen van de huidige bespeelbaarheid en kwaliteit van de speelplekken in de openbare ruimte. Omdat de speelruimte onderdeel is van de beweegvriendelijke leefomgeving en koppelingen maakt met andere ontwikkelingen binnen de openbare ruimte, is er een overleg geweest met deskundigen binnen de gemeente op het gebied van beheer, communicatie, groen, sport en projectontwikkeling. Door het veldwerk en, aanvullend daarop, het gesprek met deskundigen binnen de gemeente, hebben we een goed beeld verkregen van de inrichting van de speelplekken en kunnen we in dit speelruimteplan advies geven over de verbetermogelijkheden voor de speelruimte. Naast het geven van een kwaliteitsoordeel dient het onderzoek ook om de speelruimte te kwantificeren; Hoeveel speelplekken zijn er? Hoe liggen ze verdeeld over de wijken en buurten? Welke functies hebben de speelplekken en op welke doelgroep richten deze zich? De resultaten en bevindingen van het veldonderzoek zijn per plek terug te vinden in het onderzoeksrapport.
Per kern zijn de resultaten verwerkt in een speelruimtekaart en een verbeterkaart voor de uitvoering.
1.4 Opzet en positionering speelruimteplan Dit speelruimteplan beschrijft de visie op de speelruimte in Oude IJsselstreek. Deze visie is tot stand gekomen met behulp van de bevindingen uit het onderzoekstraject en de scenarioverkenning. De visie is opgesteld aan de hand van vier beleidsambities op het gebied van sport en spelen. Deze beleidsambities worden toegelicht vanaf pagina 21. Aan de hand van deze beleidsambities en de uitkomsten van het onderzoekstraject zijn een aantal verbetermogelijkheden benoemd. Deze zijn terug te vinden vanaf pagina 28. Deze verbetermogelijkheden zijn in kaart gebracht op een aantal Verbeterkaarten die te vinden zijn vanaf pagina 32. 4
In de conclusie van het speelruimteplan wordt de koppeling gemaakt naar de uitvoering. Hierin wordt inzicht gegeven in de uitvoeringsopgave, passend bij de ambities. Afsluitend worden aanbevelingen voor uitvoering gegeven. Begin 2022 wordt deze uitvoeringsopgave verder geconcretiseerd in een uitvoeringsprogramma op jaarbasis aan de hand van een technische analyse van de toestellen tijdens de veiligheidsinspectie (welke plek moet wanneer worden opgepakt). Levensduur speelruimteplan Doordat het speelruimteplan wordt losgekoppeld van het uitvoeringsprogramma is er geen harde ‘einddatum’ te geven. Het speelruimteplan blijft simpelweg houdbaar tot inzichten over openbare speelruimte dusdanig zijn veranderd dat een actualisatie nodig is. Elke 5 jaar wordt daarom geëvalueerd of de ambities en thema’s nog aansluiten op de heersende opvattingen en relevante beleidsplannen. Het is belangrijk om hierbij te toetsen in hoeverre de ambities uitgedragen/gerealiseerd zijn in de praktijk en ook daadwerkelijk effect hebben. Wordt er meer en beter buiten gespeeld, gesport en bewogen en draagt de openbare speelruimte bij aan een klimaatbestendige en inclusieve openbare ruimte?
5
Hoofdstuk 2. Terugblik Speelruimteplan 2006 2.1 Doelstellingen en uitvoering Voor gemeente Oude IJsselstreek is in 2006 het Speelruimteplan “Buiten spelen, ja leuk!” opgesteld, een beleidsplan voor de speelruimte. De kernboodschap uit dit stuk is: ‘bij het inrichten en beheren van de openbare ruimte zal moeten worden nagegaan of en hoe de te nemen maatregel de bespeelbaarheid van de openbare ruimte kan vergroten.’ Deze kernboodschap wordt aangevuld met een reeks beleidsvoornemens. De belangrijkste voornemens zijn hieronder samengevat: - Aanbieden van voldoende speelruimte, waarin een gevarieerd aanbod aan speelmogelijkheden en speelfuncties wordt gerealiseerd. - De speelmogelijkheden bieden voldoende uitdaging, afgestemd op de leeftijdscategorie. - Informele speelruimte wordt voldoende aangeboden; bij het ontwerp en onderhoud van groene verblijfsruimte worden mogelijkheden gecreëerd voor veilig spelen. Hetzelfde geldt voor ontwerp en onderhoud van wegen, straten, pleinen. - Het opnemen van schoolpleinen die kunnen voorzien in de behoefte aan speelruimte in de openbare speelruimte stimuleren. - Het ontstaan van speeltuinverenigingen bevorderen voor zover deze kunnen voorzien in de behoefte aan openbare speelruimte.
- Nadat besloten is dat er speelvoorzieningen in een buurt zullen worden geplaatst, vervangen of verwijderd, worden de kinderen, jongeren en ouders bij het ontwikkelen van de plannen betrokken. Een belangrijk uitgangspunt in het oorspronkelijke beleidsplan voor speelruimte was de koppeling van het aantal speelplekken aan de hoeveelheid kinderen uit de buurt. Dit betrof niet alleen het aantal plekken in een buurt of kern, maar ook de aansluiting van de inrichting van deze plekken op de leeftijden van de kinderen. Een belangrijke constatering hieruit volgend was de conclusie dat er te weinig speelplekken waren voor jongeren. Het advies was om op meerdere plekken geschikt te maken voor sport en ontmoeting door bankjes en sportmogelijkheden toe te voegen zoals voetbalvelden en tafeltennistafels. Op meerdere locaties is dit ook gebeurd. Een andere conclusie uit het beleidsplan richtte zich op de grote hoeveelheid kleine plekjes waarvan een aantal op locaties met weinig kinderen. Deze werden in het plan als secundair aangewezen met het advies deze te verwijderen. Een aantal van deze voorgestelde secundaire plekken zijn inderdaad opgeheven. In relatie tot het Speelruimteplan uit 2006 zijn een aantal uitgangspunten veranderd of aangevuld.
We denken dat we hiermee beter aansluiten op hoe er nu naar de rol van de openbare speelruimte wordt gekeken, mogelijkheden kunnen worden benut om speelruimte meer integraal op te pakken en er ook een plan ontstaat dat goed uitvoerbaar is. Dit wordt nader toegelicht onder het hoofdstuk “beleidsambities”.
6
2.2 Belangrijkste aanpassingen ten opzichte van beleid 2006 - Demografie is niet leidend voor de inrichting en spreiding van speel- en sportplekken. Een goede basisdekking van speelruimte is belangrijker, aangezien kinderen ook op plekken moeten kunnen spelen waar ze niet wonen (gescheiden ouders, gastouder, grootouders). Uiteraard wordt er wel gekeken naar de demografie als een plek moet worden ingericht. Zo kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden een kleine speelplek tijdelijk niet meer in te richten als er vanuit de omwonenden geen vraag meer naar is. Het is wel belangrijk een plek dan te behouden als (groene) speelruimte zodat, als de vraag weer toeneemt, er ook weer gekozen kan worden voor een inrichting mét speeltoestellen. - In 2006 werden de doelgroepen van de openbare speel- en sportvoorzieningen opgesplitst in 0 tot 6 jaar en 6 tot 12 jaar. In het huidige plan worden leeftijdscategorieën gehanteerd die meer in lijn zijn met de ontwikkelleeftijden (zie pagina 13).
7
Hoofdstuk 3. Belang van goede speelruimte “Spelen is hartstikke belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen. Door te spelen ontwikkelen kinderen motorische, cognitieve, sociale, creatieve en emotionele vaardigheden die belangrijk zijn om deel te nemen aan de samenleving. Buitenspelen is gezond, draagt bij aan de sociale contacten in de buurt en biedt spelmogelijkheden die binnen niet mogelijk zijn. En dit geldt zeker niet alleen voor kinderen. Dit hoofdstuk gaat over het belang van goede speelruimte en de visie van de gemeente Oude IJsselstreek.”
3.1 Spelen is meer dan kinderspel Kinderen die veel (zelfstandig) buitenspelen leren samen te spelen, uitdagingen aan te gaan, teleurstellingen te verwerken, maar ook grenzen te verleggen en hun fantasie vorm te geven. Ze moeten problemen oplossen, (motorisch én sociaal) en leren, door te ontdekken, hun eigen buurt goed kennen (vriendjes, geheime plekken, leuke bestemmingen en activiteiten). Buitenspelen staat vooral ook synoniem voor lekker veel vrijheid hebben en biedt ruimte voor kinderen om zelf spelletjes te bedenken met eigen regels en mogelijkheden. Kinderen, maar ook jongeren, volwassenen en ouderen zouden daarom veel vaker buiten moeten spelen. Belang van goed ingerichte speelruimte in de wijk Goed ingerichte speelruimte stimuleren kinderen (en ook volwassenen) om naar buiten te gaan en samen te komen. Goed ingerichte wijken zorgen ervoor dat kinderen ook eerder zelfstandig op pad mogen. Het is daarom belangrijk dat een speelruimteplan niet alleen iets zegt over speelplekken, maar over de buitenruimte als geheel. Wanneer kinderen buiten spelen, doen zij dat immers voor het grootste deel buiten de daarvoor ingerichte speelplekken. Het gaat dan om speelruimte zoals de stoep, de eigen tuin, de straat, in het park of andere groene ruimte. Voldoende en aantrekkelijke speelruimte draagt bij aan de positieve beleving en leefbaarheid van een wijk.
Zeker als gekozen wordt voor de juiste inrichting kunnen speelplekken niet alleen een belangrijke ontmoetingsfunctie vervullen maar ook ontmoeting stimuleren. Om dit voor elkaar te krijgen is het van belang dat de speelruimte toegankelijk is voor iedereen én ook een variatie aan speelaanleidingen biedt zodat veel verschillende bezoekers van kinderen tot ouderen verleid wordt naar buiten te gaan, te bewegen en ontmoetingen aan te gaan. Een groep die nu nog veel te weinig kans heeft om buiten te spelen en andere kinderen te ontmoeten zijn kinderen met een beperking. Nog meer dan andere inwoners lopen zij tegen sociale en fysieke drempels aan waardoor zij maar weinig in de eigen wijk buiten spelen. Door in de directe woonomgeving al in te zetten op plekken voor iedereen, kan samen spelen en dus inclusie al van jongs af aan worden gestimuleerd. Spelen onder druk Buitenspelen staat echter onder druk. De openbare ruimte kent veel verschillende functies en het wordt steeds lastiger om voldoende ruimte te behouden voor spelen. Kinderen zelf lijken steeds minder tijd te hebben (of te krijgen) om lekker buiten te spelen. Gevoelsmatig willen ouders hun kinderen beschermen tegen de gevaren van buiten zoals het verkeer of een tekenbeet. Of zij willen liever dat hun kind zich ontwikkeld door vioolles i.p.v. buiten rondhangen.
Daarnaast komen er voor kinderen ook steeds meer afleidingen bij om juist 8
binnen te blijven (gamen, smartphones). Juist vanwege het belang van buitenspelen is het, ook nu het soms onder druk staat, belangrijk om te blijven investeren in goede speelruimte, van problemen juist kansen te maken (zoals interactieve toestellen die je met je smartphone bedient) en zoveel mogelijk ambities en mogelijkheden met andere beleidsterreinen of partners te bundelen.
Buitenspeelontwikkelingen De buitenspeelwereld zit gelukkig niet stil. Hoewel wellicht ouderwets is de natuurlijke speelplek met water, takken en modder nog altijd aan een opmars bezig. Hierbij gaat het vaak (in)direct ook over klimaatadaptatie, natuureducatie en het bevorderen van de toegankelijkheid voor bewoners met een beperking. Ook komt er steeds meer aandacht voor speelplekken waarbij vooral wordt ingezet op beweging en bijvoorbeeld wordt samengewerkt met sportverenigingen en –clubjes om extra gebruik te stimuleren. Zo ervaren gebruikers ook dat het de normaalste zaak van de wereld is om buiten (verder) te sporten en bewegen. Hierbij gaat het al lang niet meer alleen over voetbalkooien en skatebanen maar ook over bootcampplekken, beweegtuinen en een calisthenicspark. Aanbieders van speeltoestellen innoveren in speel- en sporttoestellen die eenvoudig te verplaatsen zijn zodat speelplekken sneller kunnen veranderen en ontwikkelen steeds vaker speeltoestellen waarbij digitaal (gestuurde) spellen, apps en objecten worden geïntegreerd in traditionele spelletjes als verstoppertje, tikkertje of compleet nieuwe toepassingen. Om belang van goede speelruimte voor kinderen met een beperking beter onder de aandacht te krijgen is in 2019 het SamenSpeelAkkoord gelanceerd door o.a.
de Speeltuinbende, de Minister van Gehandicaptenzaken, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en VNG (zie ook Beleidsambities – Centrale ontmoetingsplekken voor jong en oud).
3.2 Wat gaat al goed? De speelruimte in onze gemeente heeft een goede klimaatbestendigheid. Er is voldoende schaduw op de speelplekken en de ondergronden van gras en zand zorgen voor een goede afwatering. In de meeste kernen zijn de openbare speelplekken goed verspreid waardoor 9
de bereikbaarheid in orde is. Er zijn veel grote speelplekken te vinden waar voldoende ruimte is om vrij te spelen. De skatevoorzieningen bij de DRU in Ulft en het Zwarte Pad in Varsseveld vormen mooie ontmoetingsplekken voor oudere jeugd. Het Blotevoetenpad is een leuke toeristische trekpleister. Speelplekken met een sportfunctie zoals trapvelden en basketbalpalen zijn redelijk verdeeld over de gemeente, al is dit minder het geval in de kleinere kernen. Wel zijn er al een aantal mooie sportvoorzieningen zoals de fietscrossbaan in Ulft, de skatevoorzieningen DRU/Zwarte Pad en de sportkooien in Terborg en Silvolde. Daarnaast is er geïnvesteerd in een mobiele pumptrackbaan die rouleert door de gemeente. Ook de openbare ruimte zelf is in veel gevallen prima bespeelbaar. In de kleinere dorpen kunnen kinderen relatief eenvoudig in het groen en op straat spelen. In de grotere kernen (Ulft, Varsseveld, Terborg en Silvolde) zijn wel wat meer barrières aanwezig waar rekening mee gehouden moet worden. Wel is in de wijken en op de speelplekken voldoende bespeelbaar groen aanwezig waar kinderen in (kunnen) ravotten. Een uitgebreider overzicht van de huidige speelruimte is te vinden in het onderzoeksrapport.
3.3 Wat willen we beter doen? Inrichting speelplekken Het speelruimtearsenaal is aan vernieuwing toe. Veel speeltoestellen en ondergronden vertonen slijtage. Ook is er in de inrichting van de speelplekken weinig variatie. Hierin willen we meer variatie aanbrengen nadat er kritisch is gekeken of het nodig is de speelplek in de toekomst opnieuw in te richten. De spreiding van speelplekken is over het algemeen goed. Er zijn veel grote speelplekken aanwezig maar deze zijn vaak minimaal ingericht. Wanneer een (gedeeltelijke) herinrichting nodig is willen we deze plekken met behulp van impulsen op het gebied van sport, spel en groen, een vernieuwde inrichting geven die beter aansluit bij de wensen van een bredere doelgroep (0-99 jaar). Deze speelplekken worden dan ontmoetingsplekken voor alle buurtbewoners. Sportaanbod De sportmogelijkheden op speelplekken kan gevarieerder. Er is hoofdzakelijk sprake van voetbalmogelijkheden terwijl andere sporten maar beperkt aan bod komen. We willen het sportaanbod verbreden en verbeteren door bijvoorbeeld in te zetten op Urban Sports zoals Calistenics, Bootcamp en Freerunning maar ook sportmogelijkheden voor senioren 10
zoals een beweegtuin. Dit doen we als een speelplek aan de beurt is voor herinrichting en gebeurt in samenwerking met de omwonenden/gebruikers. Inclusiviteit In de huidige speelruimte is er nog nauwelijks aandacht voor inwoners met een beperking. Alleen de schoolpleinen zijn goed toegankelijk voor deze doelgroep. We willen meer aandacht besteden aan deze doelgroep door in alle grote kernen één van de grote speelplekken inclusief in te richten. Hierbij wordt bij de keuze van ondergronden en speeltoestellen kritisch gekeken naar de toegankelijk en bespeelbaarheid voor inwoners met een beperking. Ook bij (gedeeltelijke) herinrichting van de overige speel- en sportplekken wordt een ontwerp gemaakt met inclusiviteit in het achterhoofd. Communicatie Bewoners worden nu al betrokken bij de herinrichting van speelplekken. Het is echter soms ook nodig of wenselijk om een speelplek niet alleen opnieuw in te richten, maar wellicht ook een andere functie te geven. Bijvoorbeeld van speel- naar sportplek, of dat in een buurt meerdere kleine speelplekjes worden vervangen door één grotere speelplek. Ook is het goed om te weten welke ideeën bewoners (jong én oud) zelf hebben over de openbare speel- en sportruimte en wat hen stimuleert om meer buiten te spelen en bewegen.
In de toekomst willen we vaker bewoners, maar ook organisaties betrekken bij de vraag wat er nodig is om de bewoners van Oude IJsselstreek naar buiten te krijgen. Hiervoor zijn duidelijke kaders voor communicatie nodig (hoe bieden we ruimte voor initiatieven, hoe betrekken we bewoners). Voldoende middelen Een laatste verbeterpunt is het inzetten van voldoende middelen voor de uitvoering van de ambities van het speelruimteplan. Als er geen concrete kaders, financiën, draagvlak, samenwerking en mogelijkheden zijn, dan kunnen de ambities niet goed uitgevoerd worden. In de conclusie van dit speelruimteplan wordt hier verder op ingegaan. Daarnaast wordt op kleinere schaal ook gekeken naar concrete uitvoeringsplannen op wijk- of dorpsniveau.
11
Hoofdstuk 4. Veldonderzoek Tijdens een rondgang langs alle locaties zijn alle speelmogelijkheden (formeel en informeel) in beeld gebracht en beoordeeld a.d.h.v. de Speelruimtescan. Hierbij wordt gelet op zaken als ligging, gebruik, speelwaarde, toegankelijkheid, klimaatbestendigheid en technische staat. De buurten zelf zijn beoordeeld op de aanwezigheid van bespeelbare straten, groen, water en barrières. Met dit veldwerk wordt een goed beeld verkregen van de speelruimte en mogelijkheden in de gemeente en vormt daarmee de basis voor dit beleidsplan.
4.1 Aanvullende toelichting op de scope van het onderzoek Ter verduidelijking van het gebruikte jargon, maar ook om de kaders en het onderzoek goed in te leiden worden de belangrijkste begrippen kort toegelicht. Meer uitleg hierover is te vinden in de aparte onderzoeksrapportage. Beoordelingscriteria Er is bij het speelruimteonderzoek niet gekeken naar de wettelijk voorschriften zoals omschreven in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). Natuurlijk wordt er bij het thema ‘ inrichting’ gekeken naar de speelmogelijkheden in de vorm van toestellen en ondergronden, maar ook naar verblijfswaarde, beschutting, ontmoetingswaarde en de manier waarop er van de speelplek en de nabije omgeving gebruik wordt gemaakt. Daarnaast wordt juist gekeken naar thema’s als situering (hoe ligt een speelplek in zijn omgeving), de omvang van een speelplek (is er ook voldoende vrije ruimte) en klimaatbestendigheid (hoe om te gaan met hete zomers en wateroverlast). Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS)
De veiligheid van speeltoestellen is geregeld in het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Dit Warenwetbesluit heeft betrekking op het ontwerp- en fabricageproces, de keuring voor de ingebruikname, Nederlandstalige gebruiksaanwijzing met aanwijzingen, veiligheidsinstructies, waarschuwingen en andere relevante informatie, het bijhouden van een logboek of actueel dossier en het verrichten van onderhoudswerkzaamheden. (bron: website Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)
Doelgroepen In het onderzoek is onderscheid gemaakt tussen vier leeftijdsgroepen: 0-4 jaar, 5-9 jaar, 1014 jaar, 15-19 jaar en 20-99 jaar. In de tabel zijn de speelvormen opgenomen die relevant zijn per doelgroep. Op een speelplek kunnen meerdere doelgroepen bediend worden.
12
Leeftijd Speelkwaliteit 0 t/m 4 jaar Ontdekken van ruimtes, materialen en vaardigheden. Rollenspel en fantasiespel.
Inrichting formele speelruimte Kleine, gemakkelijk toegankelijke speeltoestellen. Zand en water, kleurgebruik. Beschutting en zitmogelijkheden voor ouders/begeleiders. 5 t/m 9 jaar Samenspel, regelspel en balspelen. Gevarieerder Toestellen die samenspel stimuleren. Klimmen, schommelen, en wilder bewegingsspel. Ontdekking en hogere glijbanen. grensverlegging. Open en besloten ruimtes, verhard en onverhard. 10 t/m 14 Samenspel, ontmoeting, creatie en competitie. Trapveldje en andere sportplekken. Opzoeken risico’s en onderzoekend spelgedrag. Fysiek uitdagende toestellen, minder gedefinieerd om zelf spel jaar Minder regelspel. te ontwikkelen. Natuurlijke, avontuurlijke inrichting om vorm te geven aan de speelruimte. Voetbalveld, skatepark, basketbalveld, fietscross, freerunning en 15 t/m 19 Ontmoeting en sport, uitrusten en chillen. Vrijetijdsbesteding met sterke sociale waarde. bootcamp. jaar Fysieke grensverlegging. Al dan niet in combinatie met ontmoetingsplek. Calistenics, beweegtuin, wandel- en sportroutes. Verhoogde 20 t/m 99 Ontmoeting en sport, uitrusten en natuurbeleving. verblijfswaarde door o.a. zitgelegenheid en watertappunten. jaar Toezicht houden op spelende (klein) kinderen.
De speelbuurt Om het belang van een formele speelplek goed in te kunnen schatten wordt in het onderzoek naar de bespeelbaarheid van speelbuurten gekeken. Dit is het deel van het dorp waarin kinderen van 5/6 tot 10/11 jaar zich vrij kunnen bewegen. In één dorp kan dus sprake zijn van meerdere speelbuurten. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn barrières voor kinderen. Een buurtgrens is soms ook vooral een niet-fysieke afspraak. Kinderen komen of mogen dan simpelweg niet uit hun eigen buurtje. Op de kaart op de volgende bladzijde zijn de speelbuurten aan de noordwest kant van Ulft te zien. Drukke wegen zoals de Hogeweg en Doctor Arienstraat vormen een duidelijke barrière tussen de verschillende speelbuurten. De speelbuurt is het gebied waarin steeds moet worden gekeken of het aanbod bijdraagt aan goede speelruimte. Wat nodig is voor een goede speelbuurt, is afhankelijk van de omvang en het karakter van de speelbuurt. Van belang is met name de hoeveelheid en diversiteit aan speelmogelijkheden en uitdaging binnen een speelbuurt. Kunnen kinderen zich hier goed vermaken? Om de speelruimte te beoordelen zijn daarom in elke kern de barrières ingetekend. In de verbeterkaarten (vanaf pagina 32) is vervolgens per speelbuurt aangegeven welke plekken essentieel zijn om te behouden of waar juist nog iets ontbreekt.
13
Schijf van vijf voor buitenspelen Om een speelbuurt te beoordelen op zijn diversiteit wordt gebruik gemaakt van de Schijf van Vijf voor buitenspelen. Dit houdt in dat er in elke speelbuurt zowel een goede traditionele (inclusieve) speelplek als een plek om te sporten (trapveldje) is en dat de vrije speelruimte kinderen moet uitnodigen om op straat (‘t pleintje) of in het groen (vieze knieën) te spelen. Speel- en beweegroutes kunnen kinderen begeleiden door de buurt om de verschillende speelvormen bereikbaar (en vindbaar) te maken en jong en oud motiveren om te bewegen. De verschillende speelvormen mogen verspreid worden, maar kunnen ook samenvallen op een centrale speelplek.
14
Type speelplek Bij de formele speelplekken wordt onderscheid gemaakt tussen buurtspeelplekken, kleine speelplekken en dorpsplekken. Beoordelingscriteria als “ligging” en “inrichting” worden gekoppeld aan het type speelplek. Een kleine speelplek vraagt immers echt iets anders qua inrichting dan een plek waar het hele dorp moet kunnen spelen. - Een goede buurtspeelplek De belangrijkste plek in elke speelbuurt is de ‘buurtspeelplek’. Dit is een grotere voorziening waar bewoners (jong en oud) worden uitgenodigd om samen te komen, te spelen, te bewegen én te ontmoeten. Buitenspelen is namelijk pas echt leuk als er ook vriendjes en vriendinnetjes (of andere buurtbewoners) zijn om mee samen te spelen of bij te praten. Het is belangrijk dat de buurtspeelplek toegankelijk, aantrekkelijk, uitdagend en bespeelbaar is voor iedereen, ook voor inwoners met een beperking. Elke speelbuurt moet tenminste één goede speelplek hebben. Bij grotere speelbuurten zijn dit één of misschien zelf meerdere buurtspeelplekken en wordt er gewerkt met een actieradius van 400 meter. - De kleine speelplek als flexibele aanvulling Kleine speelplekken liggen vaak dicht bij de woningen en zijn meestal ook vooral ingericht voor de direct omwonenden en voor de jongste doelgroep (0-6 jaar) die nog niet zelfstandig op pad kan en mag.
De kleine speelplekken zijn bedoeld ter aanvulling op de buurtspeelplek en kunnen een belangrijke rol spelen in het vergroten van de diversiteit van de speelruimte. Een inrichting met speeltoestellen is niet altijd nodig, soms volstaat een leeg grasveldje of pleintje (vrije speelruimte), maar soms zijn juist deze plekken erg belangrijk als formele speelplek. Dit is bijvoorbeeld het geval in speelbuurten waar een buurtspeelplek niet mogelijk is, of waar de speelmogelijkheden op straat en in het groen erg beperkt zijn. De invulling van de kleine speelplek hangt af van de speelmogelijkheden binnen de speelbuurt en de samenstelling en opbouw (bewoners en bebouwing) van de wijk. Door deze inrichting flexibel en eventueel zelfs tijdelijk te maken, wordt er beter aangesloten bij de behoefte van omwonenden en bijgedragen aan de diversiteit van het speelruimteaanbod. - Buiten de speelbuurt: de dorpsplek In Oude IJsselstreek liggen een aantal dorpsplekken. Dit zijn grote 15
buurtspeelplekken die meerdere speelbuurten, maar soms ook het hele dorp bereiken. Sommige dorpsplekken hebben een specifieke doelgroep die zelfs verspreidt is over omliggende dorpen. De speeltuin en het blotevoetenpad bij restaurant Engbergen is daar een goed voorbeeld van. Een dorpsplek heeft een onderscheidende inrichting, soms een combinatie van spelen en sporten voor een brede doelgroep maar soms ook met de focus op één specifieke doelgroep zoals skaters bij skatepark DRU in Ulft. Een dorpsplek is soms belangrijk voor jongeren en (jong)volwassenen, deze groep is immers niet gebonden aan de speelbuurtgrenzen. Een dorpsplek kan ook belangrijk zijn voor speelbuurten waar geen mogelijkheden zijn voor een buurtspeelplek. Schoolpleinen, parken en recreatiegebieden kunnen ook fungeren als dorpsplek. Het zijn voorzieningen die niet altijd in beheer zijn van de gemeente of waar zij regie over voert, maar wel onderdeel zijn van het totale speelaanbod.
4.2 Onderzoeksbevindingen De gemeente telt 108 formele plekken met speel- en sporttoestellen; 56 van deze plekken zijn kleine speelplekken en 35 vallen onder de categorie buurtspeelplek. Daarnaast zijn er 2 ravotplekken en 3 locaties met slechts een los speelelement. Naast alle speellocaties zijn er ook 10 sportlocaties (deze hebben enkel een sportfunctie). Tenslotte bevinden er in de gemeente nog 2 bovenwijkse voorzieningen die meerdere buurten, de gehele kern of zelfs hele gemeente bedienen. Dit zijn skatepark DRU en de grote speelplek nabij het Blote Voetenpad in Gendringen. Naast de sportlocaties zijn er op 7 kleine speelplekken en op 26 buurtplekken ook 16
sportmogelijkheden zoals een basketbalpaal of een trapveldje. En bovenop alle officiële speel- en sportlocaties zijn er ook nog 19 schoolpleinen. De formele speel- en sportplekken zijn onderverdeeld in de kernen Ulft, Gendringen, Silvolde, Terborg, Varsseveld, Varsselder, Etten, Bontebrug, Megchelen, Sinderen, Breedenbroek, Netterden en Heelweg-Oost. Speelaanbod De kernen in Oude IJsselstreek zijn over het algemeen rustig, de woonwijken zijn autoluw en er zijn talrijke wandelpaden om veilig van speellocatie naar speellocatie te komen. Ondanks de autoluwe straten lijkt het erop dat de meeste kinderen in de speeltuinen spelen en niet op straat. Na schooltijd worden de speeltuinen redelijk goed bezocht De speelplekken zijn in de meeste kernen over het algemeen goed verdeeld over de speelbuurten. In een aantal kleinere kernen zoals Heelweg-Oost en Netterden is het aanbod van speelplekken beperkt. De verschillende kernen zijn zeer groen en de straten zijn ook hier, over het algemeen, autoluw waardoor en genoeg vrije speelruime is waar veilig gespeeld kan worden. De verdeling van buurtspeelplekken over de verschillende speelbuurten is over het algemeen prima. Veel buurten missen echter wel een goede buurtspeelplek. Centrale, grote speelplekken zijn van belang qua speelmogelijkheden, maar ook voor ontmoeting en sociale cohesie.
De huidige buurtspeelplekken voldoen vaak qua inrichting niet aan de richtlijnen van een goede buurtspeelplek. Zo zijn er vaak geen sportmogelijkheden en de aanwezige speeltoestellen zijn niet geschikt voor een brede doelgroep. Uitdaging en variatie zijn een aandachtspunt binnen alle kernen. Ook zijn de meeste sporten speelplekken behoorlijk verouderd. Aanbevolen wordt om meer in te zetten op diversiteit in de speeltoestellen en een breder sportaanbod. Spelen in het groen en klimaatbestendigheid In de verschillende kernen is veel groen te vinden. Er zijn talrijke bomen die voor schaduw zorgen tijdens warme dagen en rondom de speeltuinen zijn vaak bosjes waar in gespeeld kan worden. Op een flink aantal plekken zijn sporen te vinden die laten zien dat dit veel gebeurd. Op de bestaande speelplekken is over het algemeen goed gewerkt met natuurlijke ondergronden (gras en zand). Dit verbetert de afwatering, ook worden deze ondergronden minder warm in de zomer. Deze ondergronden vergen (meestal) wel intensiever onderhoud. De kwaliteit van deze ondergronden is op dit moment niet overal even goed. Er zijn kuilen en kale plekken aanwezig in het gras en het zand is vaak vies.
17
Scholen Tijdens het veldwerk is ook onderzoek gedaan naar de schoolpleinen als onderdeel van de speelbuurt. Hieruit bleek dat een groot deel van de schoolpleinen goed toegankelijk is voor inwoners met een beperking. De kwaliteit van de inrichting varieert erg per school. Een aantal scholen hebben een vrij nieuw schoolplein met een breed aanbod aan sport- en speeltoestellen. Andere schoolpleinen hebben vooral tegels met een enkel speeltoestel. Spelen na schooltijd kan op een deel van de pleinen. De meeste schoolpleinen hebben ook een gevarieerd aanbod met verschillende sport- en speelvormen. In de meeste gevallen biedt het schoolplein dan ook echt aanvullende speelvormen naast de formele speelplekken van de gemeente. Naast enkele scholen liggen openbare speelplekken en/of trapvelden. Deze worden goed gebruikt door de scholen en/of BSO tijdens pauzes en gymles. Sportmogelijkheden De sportmogelijkheden in de gemeente zijn niet heel divers. Er zijn vooral voetbalvelden te vinden en op een aantal speelplekken is ook een basketbalpaal en/of tafeltennistafel. In Ulft is een fietscrossbaan en een groot skatepark (DRU) te vinden. In Varsseveld en Terborg zijn ook skateparken te vinden maar deze zijn veel kleiner. Naast het skatepark in Terborg is de enige openbare sportkooi in Oude IJsselstreek te vinden. De huidige staat van de sportplekken is erg wisselend.
Het sportaanbod voor de jeugd zou misschien wel verbreed kunnen worden met urban sports zoals calisthenics of freerunning. Bij de toelichting per kern is te zien welke sportmogelijkheden er exact zijn. Toegankelijkheid en inclusiviteit De meeste speel- en sportplekken in Oude IJsselstreek hebben een ondergrond 18
van gras of zand. Deze ondergronden zijn goed voor de klimaatbestendigheid maar zijn niet toegankelijk voor inwoners met een beperking. De schoolpleinen zijn wel allemaal volledig of gedeeltelijk verhard. Op de schoolpleinen is echter qua toestelkeuze geen rekening gehouden met deze doelgroep. Ook de speeltoestellen op de officiële speelplekken zijn nagenoeg nergens toegankelijk voor inwoners met een beperking. Op een enkele mandschommel na, is er geen rekening gehouden met deze doelgroep. Om inwoners met een beperking te kunnen faciliteren zullen er dus aanpassingen gedaan moeten worden in het huidige speel- en sportaanbod. Ontmoeting Op dit moment zijn de speel- en sportplekken nog niet heel geschikt voor ontmoeting. Op het merendeel van de locaties is wel een bankje aanwezig maar andere voorzieningen die de verblijfswaarde vergroten zoals een watertappunt of bloemborders, zijn er vaak niet. Ook kunnen oudere inwoners met een rollator meestal niet op de speel- en sportplekken komen vanwege de ondergrond. Er zijn enkele parken en natuurgebieden aanwezig in de gemeente maar hier zijn niet altijd speel- of sportvoorzieningen. Er zijn uiteraard wel uitzonderingen zoals het Kernspark in Gendringen. Dit park biedt al veel mogelijkheden voor ontmoeting, en ook de buurtspeelplek in Varsselder is breed ingericht met beweegmogelijkheden voor volwassenen.
Natuurgebied Engbergen heeft voorzieningen voor jong en oud (inwoners en toeristen) met een o.a. een Blotevoetenpad, fietspaden, kinderboerderij en restaurant. Bij de inrichting van nieuwe buurtspeelplekken is het aan te raden om rekening te houden met de wensen en behoeften van alle inwoners; jong, oud, met en zonder beperking. Zo ontstaan er ontmoetingsplekken die de sociale cohesie in de wijk zullen vergroten. Demografie In alle kernen bestaat 22% van de inwoners uit kinderen tussen de 0 en 19 jaar. (Zie tabel hieronder) De demografische cijfers laten zien dat de percentages, samen met de leeftijd, langzaam oplopen. Zo is over de hele gemeente het percentage 0-4 jarigen 4% en loopt dit via de doelgroepen 5-9 (5%), 10-14 (6%) op tot een doelgroep 15-19 jarigen die bijna 2x groter is (7%). Dit is meestal een indicatie dat er relatief weinig “nieuwe aanwas” is aan kinderen. Het aantal kinderen per speel- en sportlocatie verschilt enorm tussen de kernen. Hierbij moet wel in gedachte gehouden worden dat een aantal kernen (voornamelijk) bestaat uit verspreidde losse huizen in het buitengebied. Het is hier niet altijd mogelijk of wenselijk een (centrale) speel- of sportlocatie aan te leggen.
19
Als we kijken naar het aantal speelplekken dat geschikt is voor de verschillende doelgroepen, dan zien we dat er voor jongeren (of inwoners in het algemeen) boven de 14 jaar in de gemeente maar heel weinig speel- en sportplekken zijn die uitnodigen om naar buiten te gaan en in beweging te komen. Gemiddeld genomen is er één geschikte plek op de 194 jongeren tussen de 15 en 19 jaar. Hier ligt dus een grote uitdaging voor de beweegvriendelijke speel-, beweeg- en ontmoetingsruimte. Speelplekken voor de leeftijdsgroepen 0-4 en 5-9 zijn wel ruim voldoende aanwezig.
20
Hoofdstuk 5. Beleidsambities Om de speelruimte in de gemeente Oude IJsselstreek te verbeteren zijn er vier beleidsambities opgesteld. In dit hoofdstuk worden deze nader toegelicht en beschrijven we de huidige stand van zaken. Ook noemen we de aandachtspunten en de acties die ondernomen moeten worden om de beleidsambities te realiseren.
5.1 Centrale ontmoetingsplekken voor jong en oud. “Een speelplek kan zoveel meer zijn dan alleen een plek voor kinderen om te spelen. Het is belangrijk om plekken te creëren waar inwoners samen kunnen komen en elkaar kunnen ontmoeten. Deze plekken zijn belangrijk voor de sociale cohesie en kunnen bijdragen aan het verminderen van problemen als stress, gebrek aan lichaamsbeweging en eenzaamheid. Ook biedt een centrale ontmoetingsplek ruimte voor een inclusieve speelcultuur, waarin het vanzelfsprekend is dat kinderen en volwassenen met en zonder beperking samen kunnen spelen en sporten.” Verblijfswaarde Aantrekkelijke, veilige en toegankelijke speel- en sportplekken dragen bij aan een leefbare gemeente. De verblijfswaarde staat daarbij voorop: een speel- of sportplek behoort werkelijk openbaar te zijn en uit te nodigen tot spelen, sporten en elkaar ontmoeten. De verblijfswaarde kan verhoogd worden door het plaatsen van bomen voor extra schaduw, het creëren van meer zitgelegenheid en het plaatsen van goede verlichting. VN verdrag Handicap Nederland heeft in 2016 het VN verdrag Handicap geratificeerd. Daarmee is benadrukt dat de rechten van inwoners met een beperking hetzelfde zijn als andere mensen.
Met de ondertekening wordt de belofte gemaakt hindernissen voor deze groep weg te nemen en het mogelijk te maken dat zij gelijkwaardig deel kunnen nemen aan de samenleving en daarmee de openbare ruimte. Speel- en sportplekken zijn belangrijke openbare voorzieningen. Hier moet iedereen gebruik van kunnen maken, ook inwoners met een beperking. Hoe is het nu? - De meeste buurtspeelplekken zijn ruim opgezet. De inrichting leent zich nog nergens voor een functie als centrale ontmoetingsplek. - De buurtspeelplekken hebben allemaal een beperkte doelgroep. Ze zijn vaak alleen gericht op kinderen tussen de 0 en 14 jaar. Voorzieningen voor volwassenen beperken zich vaak tot alleen een bankje om op te zitten. - Doordat de ondergronden op de openbare speelplekken niet verhard is, zijn deze plekken niet toegankelijk voor inwoners met een beperking. Ook de speeltoestellen zijn meestal niet toegankelijk. Enkele sportplekken hebben wel een verharde ondergrond. - De speelpleinen zijn wel (deels) verhard waardoor deze wel toegankelijk zijn voor inwoners met een beperking. Aandachtspunten en acties - Uitvoeringsopgave In de verbeterkaarten wordt een voorstel gedaan voor de speelplekken die heringericht kunnen worden als centrale ontmoetingsplek.
Hier moet een bredere doelgroep worden aangetrokken door de juiste inrichtingsvorm te kiezen en maatregelen te nemen die de verblijfswaarde, samenspeel- en ontmoetingsmogelijkheden versterken. Naast aantrekkelijke en toegankelijke 21
speelvormen kan dit worden gestimuleerd door extra bankjes, picknicktafels en/ of een watertappunt. Ook wordt extra rekening gehouden met inwoners met een beperking in de keuze voor speeltoestellen en ondergronden. - Toepassen 100-70-50 richtlijn Verschillende praktijkonderzoeken geven richtlijnen voor een integraal toegankelijke speelvoorziening, zoals de recent verschenen Inspiratiebundel - Aan de slag met samenspelen (VNG: 2019). Hierin wordt gebruik gemaakt van de 100-70-50-richtlijn: - Een kind of inwoners met een beperking moet zich 100% welkom voelen. - 70% van de speelplek moet voor iedereen toegankelijk zijn (paden, ondergronden) - 50% van de speelaanleidingen is gericht op ontmoeting en samenspelen en biedt speelplezier aan alle kinderen. - Betrokkenheid van bewoners Om ontmoetingsplekken te creëren die passen bij de inwoners van de gemeente Oude IJsselstreek wordt actief ingezet op participatie. Hoe we dat gaan aanpakken wordt beschreven bij de beleidsambitie ‘Participatie en samenwerking om betrokkenheid van bewoners te vergoten’ (pagina 26).
5.2 Er is een beweegvriendelijke leefomgeving “Goede speelplekken spelen een belangrijke rol in het beweeggedrag in de openbare ruimte. Door kinderen van jongs af aan te stimuleren dat voldoende beweging een vast onderdeel van de dag is, wordt het later als volwassenen en ouderen ook vanzelfsprekender om voldoende te blijven bewegen. Het is hiervoor belangrijk om een beweegvriendelijke leefomgeving te creëren voor jong en oud Een uitdagende ‘tussengroep’ hierin zijn de jongeren. Waar kinderen nog een vanzelfsprekende beweegdrang hebben, lijkt deze bij jongeren af te nemen en als volwassen maar met moeite terug te komen. Juist voor jongeren en jongvolwassenen is het daarom van belang om te voorzien in goede plekken om in beweging te blijven.” Openbare sportmogelijkheden Het is belangrijk dat bewoners van jong tot oud worden gestimuleerd om in beweging te komen. Dit gebeurt voor een belangrijk deel op de sportcomplexen waar sportverenigingen actief zijn. Aanvullend zijn goede beweegmogelijkheden in de openbare ruimte van belang, want deze zijn veel laagdrempeliger. Op het niveau van de speelbuurt wordt hierin voorzien door goede buurtspeelplekken en centrale ontmoetingsplekken.
Op wijk, dorp en gemeentelijk niveau wordt daarnaast ingezet op bovenwijkse voorzieningen (grote voetbalkooi, skatepark, urban sportpark, bootcampplek) en goede routes om specifieke doelgroepen onder jongeren en volwassenen aan te spreken (skaters, freerunners, bootcampers, mountainbikers). Tevens is er een mobiele pumptrack die flexibel ingezet kan worden in de verschillende kernen. In de parken en groengebieden van Oude IJsselstreek wordt daarnaast onderzocht hoe het aanbod kan worden uitgebreid om zo alle inwoners in beweging te krijgen. Hoe is het nu? - Verdeeld over de kernen zijn diverse sportplekken te vinden. Dit zijn vooral voetbalveldjes. Op speelplekken met sportvoorzieningen zijn vooral voetbaldoeltjes en tafeltennistafels te vinden. - Er zijn weinig plekken die ingericht zijn voor senioren om te sporten. 22
- In Ulft zijn enkele sportplekken te vinden met een uitdagender aanbod zoals Skatepark DRU en de fietscrossbaan. In andere kernen zijn dit soort locaties er nagenoeg niet. - Er zijn in de gemeente veel sportverenigingen aanwezig. Veel inwoners zijn actief binnen één of meerdere van deze verenigingen. Aandachtspunten en acties - Uitdaging en diversiteit aanbod Een divers sport- en beweegaanbod verspreid over de gemeente zorgt voor een beweegvriendelijke leefomgeving. Voldoende variatie op plekken zelf (meerdere sporten op één plek), maar ook tussen plekken onderling is belangrijk. Bij de inrichting van speelplekken is het daarom belangrijk om altijd te inventariseren welk aanbod er al is. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen voorzieningen voor de speelbuurt en voorzieningen met een groter bereik. Skatepark DRU in Ulft is een voorbeeld van een goede voorziening voor heel Ulft. Het is belangrijk om dergelijke plekken mogelijk te maken. Dit heeft immers meer functionele waarde dan in elke wijk een kleine skateplek aan te leggen. Diversiteit is echter geen doel op zich. De behoefte en het gebruik zijn leidend in de keuze voor de inrichting (zie ook samenwerking met gebruikers). - Samenwerken met gebruikers Bij de inrichting, maar zeker ook locatiekeuze van sportmogelijkheden worden gebruikers betrokken.
Zeker bij specifieke doelgroepen (ouderen, skaters) is het gebruik afhankelijk van hun betrokkenheid bij de inrichting. Het verdient aanbeveling ook samen te werken met activiteitenaanbieders, sportverenigingen, clubjes, zorgcentra en fysiotherapeuten. Zij kunnen ook een belangrijke rol als initiatiefnemer hebben. - Inzetten op activiteiten (software) en bekendheid
Om beweging te stimuleren is niet alleen de hardware van belang, maar ook het organiseren van programma’s op deze plekken zoals voetbaltoernooitjes of sportclinics. Belangrijk is om daarnaast te zorgen dat bewoners weten van de plekken en het activiteitenaanbod. - Routes Veel winst is te boeken in sport- en beweegroutes door en tussen de speelbuurten, wijken en dorpen van Oude IJsselstreek. Hiervoor moet er gekeken worden naar de kwaliteit van de fiets- en wandelpaden, maar ook voorzieningen die gebruik ervan aangenamer maken (voldoende rustpunten, watertappunten etc.). Dergelijke routes kunnen prima aangelegd worden langs bestaande speelplekken of juist aanleiding geven om langs de route nieuwe sportmogelijkheden te ontwikkelingen. - Integrale aanpak Om de aanbevelingen om te zetten in een beweegvriendelijke leefomgeving is een integrale aanpak noodzakelijk met andere beleidsterreinen en ketenpartners in de wijken en dorpen. Een bundeling van budget, ervaring, kennis en netwerk maakt het mogelijk om knelpunten tijdig te signaleren en kansen te benutten, met name bij het inzetten op activiteiten, het versterken van sport- en beweegroutes en de inrichting van bovenwijkse voorzieningen.
23
Afbeelding pumptrackbaan via https://www.facebook.com/Helpgewoonbuurtsport/photos/ pcb.7679341378750387/7679317528752772 ontvangen op 20-04-2022.
5.3 Binnen de speelbuurt moet de speelruimte goed georganiseerd zijn. “De eerste ambitie richt zich op de verdeling van speelruimte over de kernen van Oude IJsselstreek. Om ervoor te zorgen dat deze verdeling goed is, is het nodig om terug te kunnen vallen op een model voor de spreiding van speelplekken. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de “Speelbuurt”. Dit is het deel van de wijk of dorp waarin kinderen van 6 tot 12 jaar zich vrij kunnen bewegen. Drukke wegen, watergangen, spoorlijnen maar ook industriegebieden of parken zijn barrières voor kinderen. Een buurtgrens is soms ook vooral een niet-fysieke afspraak. Kinderen komen of mogen dan simpelweg niet uit hun eigen buurtje. Binnen de speelbuurt moet de openbare speelruimte goed georganiseerd zijn voor de doelgroep van 0 tot 12 jaar.” De speelbuurt Een goed georganiseerde speelbuurt biedt voldoende variatie in speelvormen (met speeltoestellen, sportmogelijkheden, natuurlijk spelen etc.) en een goede bereikbaarheid van deze plekken. Het is niet nodig om elke doelgroep te bedienen in elke speelbuurt. Kinderen ouder dan 12 jaar trekken zich immers minder aan van barrières. Hoe de speelbuurt moet worden ingericht hangt af van de omvang, de bespeelbaarheid van de 24
openbare ruimte (zowel op de formele speelplekken als in de vrije speelruimte), de speelcultuur en de behoefte aan speelruimte in de wijk (type woonmilieu, demografische opbouw, bewegingsvrijheid kinderen). Hoe is het nu? - De basisdekking van de speel- en sportplekken is over het algemeen voldoende. - Het formele speelaanbod is vooral gericht op kinderen tussen de 0 en 9 jaar. - Er zijn veel buurtspeelplekken maar deze voldoen vaak niet aan de richtlijnen die we stellen aan een goede buurtspeelplek. - In de meeste kernen mist een goede dorpsplek. Zie hiervoor ook de beleidsambitie “centrale ontmoetingsplekken voor jong en oud” - De speelplekken kennen weinig variatie in doelgroep en inrichting. - Er zijn veel autoluwe straten maar door geparkeerde auto’s zijn deze niet altijd veilig om op te spelen. - Vier van de vijf speelvormen uit ‘De schrijf van vijf’ zijn voldoende te vinden in de gemeente. Alleen speelpleintjes zijn nog niet voldoende aanwezig. - In enkele speelbuurten mist een speelvoorziening. Binnen de gestelde actieradius is geen speelruimte voor de aanwezige jeugd. Aandachtspunten en acties - Uitvoeringsopgave In de verbeterkaarten is het model van de speelbuurt verder uitgewerkt. Zo kan per kern en wijk worden aangegeven hoe de formele speelruimte beter georganiseerd kan worden door te zorgen voor een meer divers en uitdagender speelaanbod.
- Speelruimte versterken In de speelbuurten waar het aanbod nu te beperkt is, moet de speelruimte worden versterkt. Dit kan door kleinere speelplekken op te waarderen tot buurtspeelplek, door te investeren op huidige buurtspeelplekken en bovenwijkse voorzieningen maar ook door te kijken hoe de vrije speelruimte kan worden verbeterd (vergroten diversiteit, vormen van routes naar speelplekken of het bevorderen van het spelen op straat en in het groen). In sommige speelbuurten is het wenselijk om een nieuwe, goede speelplek aan te leggen. Dit is in de verbeterkaarten aangegeven als zoeklocatie. Het volstaat om de mogelijkheden te onderzoeken en een eventueel beschikbare ruimte te reserveren zodat, als hier vraag én budget voor is, deze locaties geactiveerd kunnen worden. - Speelruimte omvormen In speelbuurten met goede buurtspeelplekken en een prima bespeelbaarheid is het niet nodig om alle formele speelplekken in te richten met speeltoestellen. Hier kan een alternatieve inrichting van meer waarde zijn (speelveldje of -pleintje). In overleg met bewoners kunnen deze plekken ook (tijdelijk) een andere buurtfunctie krijgen (groen, ontmoeting, moestuin), al dan niet gecombineerd met eenvoudige speelaanleidingen. Zo wordt gericht ingezet op een meer evenwichtig en divers aanbod er ontstaat ruimte om te investeren in echt goede buurtspeelplekken.
- Speelpleintjes Nagenoeg alle speelplekken in Oude IJsselstreek hebben een onverharde ondergrond. De straten en stoepen niet altijd veilig om te spelen door verkeer en beperkt zicht door geparkeerde auto’s. Hierdoor is er weinig ruimte op straat op te 25
fietsen, skaten en steppen. Bij de herinrichting van speelplekken kan het aanleggen van een verhard speelpleintje ruimte geven voor deze spelvormen. - Benutten schoolpleinen In enkele kleine kernen is weinig ruimte voor een sport- of speelplek. Waar geen andere mogelijkheden zijn om het aanbod te verbeteren, wordt aanbevolen de samenwerking te zoeken met de scholen om de pleinen openbaar te maken. Nieuwbouw Voor nieuwbouw geldt dat het wenselijk is om de openbare speelruimte vanaf de start mee te nemen in de planvorming. Hierdoor is het mogelijk om vanaf het begin voldoende ruimte te reserveren. Door de nieuwbouw in of nabij bestaande speelbuurten wordt de druk op de bestaande speelruimte vergroot. Dit kan betekenen dat het belang van een goede buurtspeelplek groter wordt en/of dat het nodig is om naast de buurtspeelplek ook te voorzien in voldoende kleine speelplekken ter ondersteuning. daarnaast moeten deze nieuwe speel- en sportplekken ook meegenomen worden in de beheerkosten. Deze zijn de eerste vijf jaar laag maar zullen daarna oplopen.
5.4 Participatie en samenwerking om betrokkenheid van bewoners te vergroten Het is belangrijk dat met name kinderen en jongeren (gebruikers) mee kunnen denken over de toekomst van de speel- en sportruimte. Niet alleen kan hierdoor maatwerk worden geboden (wat is er nodig), maar is de betrokkenheid en het gebruik na realisatie over het algemeen beter. Ook de samenwerking met andere organisaties kan de openbare speelruimte versterken. Hoe is het nu? - In de gemeente zijn enkele speelplekken gerealiseerd waarbij bewoners en/of initiatiefnemers betrokken waren bij de herinrichting. - Verzoeken van bewoners voor nieuwe speel- en sportruimte komen binnen bij - de wijkbeheerders, zij overleggen met de afdeling Beheer. Vervolgens worden de aanvragen aan de hand van beleidcriteria en inspectiegegevens beoordeelt. De beheerder bepaalt uiteindelijk of de verzoeken ingewilligd worden. 26
Aandachtspunten en acties - Gebiedsgericht werken Bij toekomstige herinrichtingen van speelplekken willen we meer gebiedsgericht werken. Hierbij wordt aangegeven welke opgave er per gebied ligt en niet per losse speelplek. Als in dezelfde speelbuurt meerdere speelplekken moeten worden heringericht of omgevormd, worden deze zoveel mogelijk gezamenlijk opgepakt. Bewoners (met name kinderen en jongeren) kunnen dan participeren op een voorstel van hun speelbuurt. Als de ene speelplek in de speelbuurt wordt omgevormd tot een informele groene plek en tegelijkertijd een andere speelplek in de speelbuurt wordt heringericht met speeltoestellen, wordt niet alleen de wisselwerking tussen investeren en omvormen versterkt, maar worden speelplekken ook beter op elkaar afgestemd. Door op deze manier te participeren, kan draagvlak verkregen worden voor de te nemen beslissingen op speelbuurt- en kernniveau. In sommige gevallen kan participatie leiden tot conflict of het niet kunnen nemen van beslissingen. De gemeente werkt in die gevallen zelf een voorstel uit en hakt indien nodig zelf de knoop door. Daarmee behoudt de gemeente de regie. - Samenwerken met partners Waar mogelijk gaan we de samenwerking aan met onder andere sportcoaches, JOGG ambassadeurs, Sociaal Werk, VAS De IJsselstreek, Achterhoek in beweging, sportverenigingen en scholen.
Op deze manier wordt een gezonde leefstijl, samenspelen en bijvoorbeeld spelenderwijs leren en ontdekken zo breed mogelijk gefaciliteerd. Ook kunnen op die manier krachten worden gebundeld en kansen worden benut. Vaak bieden dergelijke organisaties mogelijkheden in de vorm van toezicht en beheer die in de openbare ruimte onhaalbaar zijn of is het mogelijk om in combinatie met fondsenwerving extra budget te verkrijgen voor unieke speellocaties. - Vraaggericht werken Om te voorkomen dat er geïnvesteerd wordt in sport- en speelruimte die niet gebruikt wordt door of niet aansluit bij de behoeften van de inwoners wordt , indien mogelijk, vraaggericht gewerkt. Verzoeken vanuit bewoners worden getoetst op validiteit en haalbaarheid. Als besloten wordt aan het verzoek te voldoen worden de aanvrager(s) actief betrokken bij het realisatieproces. - Vergroten betrokkenheid gebruikers herinrichting Om de betrokkenheid optimaal in te zetten wordt aanbevolen speelplekken volledig op te pakken bij herinrichting. Bewoners (vooral kinderen) worden geraadpleegd over de (her)inrichting. Dit kan via bewonersbijeenkomsten of via wandelingen en gesprekken in de buurten zelf. Belangrijk is dat vooraf duidelijk de kaders voor herinrichting en participatie worden bepaald. Dit kan per plek/ buurt verschillen.
Om speelplekken ook toegankelijk te maken voor kinderen met een handicap wordt aanbevolen gericht ook met deze gebruikers en hun ouders/ verzorgers in gesprek te gaan bij de herinrichting van met name de dorpsplekken/ centrale ontmoetingsplekken. - Wel vragen, maar geen ruimte In sommige buurten van Oude IJsselstreek is wel vraag naar nieuwe speelplekken (en soms ook terecht) maar is er vaak simpelweg geen of te weinig ruimte beschikbaar om speelplekken te realiseren. Het is daarom belangrijk om bewoners mee te nemen bij een proces naar zoeklocaties. Niet alleen omdat bewoners/aanvragers soms goede ideeën hebben, maar ook omdat daarmee het draagvlak voor de besluitvorming groter is, ook als het uiteindelijk niet mogelijk blijkt om een nieuwe locatie te realiseren. 27
Hoofdstuk 6. Financiën en aanbevelingen voor uitvoering 6.1 Nieuwe ambities Met dit document is een vernieuwd plan opgesteld voor de toekomst van de speelruimte in Oude IJsselstreek. Dit plan is gebaseerd op een uitgebreid onderzoek naar de speelruimte in de verschillende kernen van de gemeente; de formele speelplekken en de vrije speelruimte. Daarnaast is voor de totstandkoming gesproken met beleidsmedewerkers op het gebied van spelen, beheer, groen, duurzaamheid, projecten, sport, communicatie en inclusiviteit. Dit plan beschrijft de vernieuwde ambities van de gemeente op het gebied van de openbare speelruimte en maakt daarbij koppelingen met overkoepelende of relevante beleidsplannen en visies. Op die manier wordt geprobeerd een meer integrale aanpak te stimuleren waarbij krachten kunnen worden gebundeld en kansen worden benut. Dit is deels een gevolg van de evaluatie van de huidige speelruimte, deels een product van de ontwikkelingen die momenteel spelen (o.a. de inclusieve samenleving, klimaatverandering, de omgevingswet). Het nieuwe speelruimteplan beschrijft de ideale verdeling van speelplekken over de speelbuurt, het versterken van het sport- en beweegaanbod, de ambities op het gebied van ontmoeting en inclusiviteit in de openbare ruimte en de communicatie met bewoners.
Ook kent dit plan een brede blik naar bewegen in de totale openbare ruimte voor inwoners van alle leeftijden. Het plan kent daarmee een bredere scope dan het huidige plan.
6.2 Kosten en financiering Op basis van het veldwerk, de kaarten en gevoerde gesprekken is per kern aangegeven welke speelplekken belangrijk zijn om te behouden, welke eventueel opgeheven of omgevormd kunnen worden en waar, vanuit de verschillende ambities een impuls op het gebied van spelen, sport, inclusiviteit (toegankelijkheid) of groen wenselijk is. Op de verbeterkaarten (pagina 32 en verder) zijn deze voorstellen in beeld gebracht. In de tabel hiernaast is de financiële basis ervan opgenomen. Allereerst wordt er onderscheid gemaakt tussen de basisopgave en impulsopgave. De basisopgave beschrijft de plekken reguliere vervangingsopgave. Op basis van de ambities en ideeën over de speelbuurt volgt hieruit dat 85 speelplekken behouden moeten blijven en dus, op een gegeven moment worden heringericht. 20 speelplekken zijn volgens dezelfde opzet niet nodig als formele speelruimte. Deze kunnen op termijn worden omgevormd tot informele speelruimte zoals ravotgroen of een speelplein.