Verdistraat 81-81b Oss - 2023_Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 Verkennend Flora- en faunaonderzoek
Tekst van het document
Effect
Vervolgstappen
Algemeen voorkomende broedvogels
Doden of verwonden van vogels en/of het vernielen van eieren of nesten
Rekening houden met het broedseizoen (half maart tot half juli).
Vleermuizen
Mogelijke verstoring en/of verdwijnen van verblijfplaatsen
Algemeen voorkomende muizen- en amfibiesoorten en egel
De werkzaamheden hebben mogelijk een tijdelijk negatief effect op individuen die voorkomen binnen het plangebied Effect Mogelijk negatief effect door de storingsfactoren vermesting en verzuring door N-depositie uit de lucht Geen Geen
Nader onderzoek is nodig naar aanwezige verblijfplaatsen in het gebouwencomplex en de naastgelegen sporthal. Inachtneming van de zorgplicht (artikel 1.11)
Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden
NNB Houtopstanden
Vervolg Stikstofdepositieonderzoek
Geen Geen
25
7
GERAADPLEEGDE LITERATUUR Chinery, M., 2004. Nieuwe insecten gids. Tirion Natuur, Baarn Diepenbeek, A. van, Twisk, P., 2013. Veldgids, Diersporen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dietz, C. en A. Kiefer, 2017. Veldgids, Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist Schauer, T., C. Caspari, en S. Caspari, 2016. Nieuwe plantengids voor onderweg. Kosmos Uitgevers, Utrecht. Slagter, D., 2016. Winterflora bomen en struiken. Uitgeverij NatuurMedia, Amsterdam Stumpel, T. en H. Strijbosch 2017. Veldgids, Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Zeist Svensson, L., 2016. ANWB vogelgids van Europa. ANWB B.V., Den Haag Twisk, P., A. van Diepenbeek en J.P. Bekker, 2016. Veldgids Europese zoogdieren. Stichting Uitgeverij KNNV, Zeist. Nationale Databank Flora en Fauna Nationale Databank Flora en Fauna: gegevensexport op 18-04-2023. Websites www.floron.nl www.minez.nederlandsesoorten.nl www.overheid.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.brabant.nl www.oss.nl
26
BIJLAGEN
B1 NATUURBESCHERMING In deze bijlage vindt een beknopte toelichting plaats op de bescherming van planten- en diersoorten en Natura 2000-gebieden onder de Wet natuurbescherming. Daarnaast wordt een korte toelichting gegeven op beschermde natuur die valt onder het Natuurnetwerk Nederland, welke is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Daarnaast wordt aangegeven of sprake is van provinciale gebiedsbescherming binnen of nabij het onderzoeksgebied.
B1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is van kracht sinds 1 januari 2017 en regelt zowel de bescherming van planten- en diersoorten, als de bescherming van Natura 2000-gebieden en houtopstanden. Daarmee vervangt de Wet natuurbescherming de inmiddels vervallen Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Op grond van de Wet natuurbescherming zijn aan Gedeputeerde Staten van de provincies diverse bevoegdheden toegekend. De provincies zijn met ingang van de Wet natuurbescherming (in de meeste gevallen) bevoegd gezag voor ontheffingen, vergunningen en meldingen op grond van deze wet. De provincies hebben allen voor hun eigen provincie de bevoegdheden uitgewerkt in verordeningen of beleidsregels. In de provinciale regelingen komen de volgende thema’s aan de orde: faunabeheer, jacht, schadebestrijding, vrijstelling soorten, gebiedsbescherming, houtopstanden en natuurbeleid. Voor zover relevant, is in de onderstaande paragrafen aandacht besteed aan de provinciale uitwerking van de Wet natuurbescherming.
B1.1.1 Bescherming planten- en diersoorten Bescherming op grond van de Wet natuurbescherming Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van planten- en diersoorten. De wet maakt onderscheid tussen drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Vogelrichtlijnsoorten Voor Vogelrichtlijnsoorten zijn de relevante verbodsbepalingen, in het kader van een verkennend flora- en faunaonderzoek, opgenomen in artikel 3.1. Op grond van dit artikel is het verboden: Opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels te doden of te vangen. Opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Opzettelijk vogels te verstoren. Dit verbod is alleen van toepassing wanneer hierdoor een wezenlijke invloed op de staat van instandhouding optreedt. Een ontheffing van de verbodsbepalingen voor Vogelrichtlijnsoorten kan worden verleend door Gedeputeerde Staten. Provinciale Staten hebben onder deze wet de bevoegdheid gekregen tot het verlenen van vrijstellingen, opgenomen in provinciale verordeningen. Ontheffingen of vrijstellingen worden alleen verleend wanneer is aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn en wanneer sprake is van (o.a.) een belang: In het kader van volksgezondheid of openbare veiligheid.
In het kader van de veiligheid van het luchtverkeer. In het kader van bescherming van flora en fauna. Daarbij wordt tevens getoetst of de staat van instandhouding van de soort niet verslechtert. Nest- en rustplaatsen van vogels – jaarrond beschermde nesten Voor een aantal vogelsoorten geldt dat het nest ook buiten het broedseizoen beschermd is. Hiertoe is door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in 2009 een indicatieve lijst met soorten opgesteld. De provincies Limburg en Overijssel hebben hiervoor inmiddels eigen beleid ontwikkeld. Voor de andere 10 provincies geldt dat de opgestelde lijst door het Ministerie van LNV gehanteerd wordt. Hierbij zijn vijf categorieën vaste nesten te onderscheiden:
1. 2.
3.
4. 5.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, daarbuiten in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (bijvoorbeeld steenuil). Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (bijvoorbeeld roek, gierzwaluw, huismus). Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die (vrijwel) elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (bijvoorbeeld ooievaar, kerkuil, slechtvalk). Nesten van vogels die jaar in, jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (bijvoorbeeld boomvalk, buizerd, ransuil). Nesten van vogels die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar tevoren hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (bijvoorbeeld oeverzwaluw, ekster en groene specht). Een omgevingscheck door een deskundige dient uit te wijzen of in de omgeving voldoende gelegenheid is om zelfstandig een nieuw nest te bouwen of te zoeken.
Habitatrichtlijnsoorten De relevante verbodsbepalingen, in het kader van een verkennend flora- en faunaonderzoek, voor Habitatrichtlijnsoorten zijn opgenomen in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Dit artikel stelt een verbod op het: Opzettelijk doden of vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV onderdeel a van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern of bijlage I van het verdrag van Bonn. Opzettelijk verstoren van dieren van genoemde soorten. Opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren van genoemde soorten. Opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren van genoemde soorten. Opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV onderdeel b van de Habitatrichtlijn, bijlage I van het Verdrag van Bern. Ook voor de verbodsbepalingen voor Habitatrichtlijnsoorten kunnen Gedeputeerde Staten een ontheffing verlenen en kunnen Provinciale Staten bij verordening vrijstellingen verlenen. Ontheffingen of vrijstellingen worden alleen verleend, wanneer is aangetoond dat er geen andere bevredigende oplossingen zijn en wanneer sprake is van (o.a.) een belang: In het kader van bescherming van flora en fauna of de instandhouding van natuurlijke habitats.
In het kader van volksgezondheid, openbare veiligheid of andere redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Daarbij wordt tevens getoetst of er afbreuk gedaan wordt aan het streven om de populaties binnen het natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Andere soorten Tot slot zijn een aantal planten- en diersoorten in de Wet natuurbescherming aangewezen als nationaal beschermde soorten. Deze soorten zijn alleen beschermd op grond van de Nederlandse wet en zijn niet genoemd in Europese richtlijnen of verdragen. De relevante verbodsbepalingen, in het kader van een verkennend flora- en faunaonderzoek, voor de nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.10 van de wet. Het is verboden: Opzettelijk in het wild levende dieren van de nationaal beschermde soorten te doden of te vangen. Opzettelijk vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren van nationaal beschermde soorten te beschadigen of vernielen. Opzettelijk planten van de nationaal beschermde soorten te plukken, verzamelen, af te snijden, ontwortelen of te vernielen.
Wederom is Gedeputeerde Staten bevoegd ontheffing te verlenen van de verbodsbepalingen en kunnen Provinciale Staten bij verordening vrijstellingen verlenen. Hiervoor gelden dezelfde regels als voor Habitatrichtlijnsoorten, waarbij de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling aanvullend ook verband kan houden met (o.a.): Ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van een gebied en het daaropvolgend gebruik van het gebied. Bestendig beheer of onderhoud in landbouw en bosbouw. Bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen of in het kader van natuurbeheer. Bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een gebied. Algemeen belang. Daarbij wordt tevens getoetst of er afbreuk gedaan wordt aan het streven om de populaties binnen het natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.
Gedragscodes De verboden die in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 zijn neergelegd, zijn niet van toepassing wanneer wordt gehandeld volgens een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode. Gedragscodes kunnen worden opgesteld voor handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Toepassing van een goedgekeurde gedragscode waarborgt dat zorgvuldig wordt gehandeld.
Provinciale verordeningen Op grond van de Wet natuurbescherming hebben Provinciale Staten de bevoegdheid om in provinciale verordeningen algemene vrijstellingen te verlenen van de verbodsbepalingen genoemd in de wet. Van deze bevoegdheid hebben de verschillende provincies gebruik gemaakt. Dit betekent, dat de bescherming die soorten genieten, kan verschillen tussen provincies. De consequenties van de verordening van de provincie NoordBrabant voor de bescherming van planten- en diersoorten zijn hieronder kort beschreven. De provincie Noord-Brabant heeft de Verordening natuurbescherming vastgesteld. In hoofdstuk 3 van deze verordening zijn vrijstellingen opgenomen voor beschermde soorten. Voor verschillende nationaal beschermde diersoorten verleent Provinciale Staten vrijstelling van het verbod op het vangen van dieren en het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen van dieren ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud (zie bijlage 3). Deze vrijstellingen gelden alleen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. De verordening stelt daarnaast dat het opzettelijk verontrusten van overwinterende ganzen in door GS aangewezen ganzenrust- en foerageergebieden moet worden beschouwd als van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding van de ganzensoort.
B1.1.2 Bescherming natuurgebieden Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden). Deze gebieden vormen, samen met Natura 2000-gebieden in andere Europese landen, een samenhangend geheel van natuurgebieden voor behoud, ontwikkeling en herstel van de Europese biodiversiteit. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. De ecologische doelen (instandhoudingsdoelstellingen) die in deze gebieden worden nagestreefd, zijn vastgelegd in de Aanwijzingsbesluiten. In paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming zijn regels opgenomen voor de beoordeling van effecten van plannen, projecten en andere handelingen op Natura 2000-gebieden. Voor het realiseren van projecten of verrichten van andere handelingen – ongeacht of zij plaatsvinden binnen of buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied – is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig, wanneer zij de kwaliteit van de natuurlijke habitattypen of de habitattypen van soorten kunnen verslechteren of een verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen die voor het gebied zijn opgesteld zijn leidend bij de beoordeling van de effecten.
Gedeputeerde Staten van de provincie zijn bevoegd om een vergunning te verlenen voor projecten die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Bij vergunningaanvraag dient de initiatiefnemer een zogenaamde “passende beoordeling” in te dienen. Vergunning wordt verleend, wanneer uit deze passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het gebied met zekerheid niet worden aangetast óf wanneer, indien wel sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Er zijn geen alternatieve oplossingen. Er is sprake van dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard. Er worden compenserende maatregelen getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-gebied behouden blijft.
B1.1.3 Bescherming houtopstanden Tot slot regelt hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming de bescherming van houtopstanden. Het hoofdstuk ziet alleen toe op houtopstanden van minimaal 10 are of rijbeplantingen van meer dan twintig bomen, gelegen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Houtopstanden op erven en in tuinen, fruitbomen, windschermen om boomgaarden, kerstbomen en kweekgoed en populieren- en wilgenopstanden langs (water)wegen en landbouwgronden en ten behoeve van biomassaproductie (onder voorwaarden) vallen niet onder de werking van de Wet natuurbescherming. Kap van (delen van) houtopstanden dient vooraf gemeld te worden bij Gedeputeerde Staten. De provincie stelt bij verordening eisen aan de manier waarop deze melding moet worden gedaan. De gevelde houtopstand moet binnen drie jaar na kap worden herplant op deze locatie. Ook aan de wijze van herplant kunnen provincies bij verordening eisen stellen. Tevens kunnen provincies vrijstelling verlenen van de herplantplicht. Daarnaast stellen gemeenten veelal aanvullende regels op ten aanzien van de kap van bomen (kapvergunningplicht). Deze regels betreffen meestal alleen de kap van bomen binnen de bebouwde kom en/of de kap van waardevolle of monumentale bomen.
B1.2 Provinciale gebiedsbescherming Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)), is een netwerk van in Nederland bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het Rijk heeft het algemene NNN-beleid vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Hierin is onder andere opgenomen dat provincies het opgestelde rijksbeleid verder vorm moeten geven via een provinciale verordening en daarbij verdere verantwoording dragen voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Binnen de provincie Noord-Brabant is deze begrenzing uitgewerkt in Verordening Ruimte 2014. Op grond van artikel 2.10.3 Barro zijn door de provincies de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNNgebieden vastgelegd, welke erop gericht zijn de gebieden te ontwikkelen, herstellen en behouden. Tevens geldt er een algemeen beschermingsregime voor NNN-gebieden (artikel 2.10.4 Barro). Dit betreft het ‘nee, tenzij'regime. Volgens dit regime dient allereerst vastgesteld te worden of de geplande ingreep significant negatieve effecten heeft op de in het NNN-gebied aanwezige wezenlijke kenmerken en waarden, en of de geplande ingreep leidt tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen gebieden. Wanneer dit zo is, geldt in principe dat de ingreep geen doorgang kan vinden.
Uitzondering geldt alleen voor ingrepen waarbij sprake is van groot openbaar belang, ingrepen waarbij geen reële alternatieven voor de plannen beschikbaar zijn en wanneer de negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, de oppervlakte en de samenhang worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit et al., 2007).
B2 VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten conform de provinciale beleidsregels provincie NoordBrabant. Van de onderstaande soorten zijn de nesten jaarrond beschermd binnen provincie Noord-Brabant en moeten er mitigerende maatregelen getroffen worden indien er een activiteit plaatsvindt die de nestlocatie kan beschadigen of de gunstige staat van instandhouding van een soort in gevaar kan brengen. Nederlandse naam
Bescherming
Nederlandse naam
Bescherming
Boomvalk
Categorie 4
Ekster
Categorie 5
Buizerd
Categorie 4
Gekraagde roodstaart
Categorie 5
Gierzwaluw
Categorie 2
Glanskop
Categorie 5
Grote gele kwikstaart
Categorie 3
Grauwe vliegenvanger
Categorie 5
Havik
Categorie 4
Groene specht
Categorie 5
Huismus
Categorie 2
Grote bonte specht
Categorie 5
Kerkuil
Categorie 3
Hop
Categorie 5
Oehoe
Categorie 3
Huiszwaluw
Categorie 5
Ooievaar
Categorie 3
IJsvogel
Categorie 5
Ransuil
Categorie 4
Kleine bonte specht
Categorie 5
Roek
Categorie 2
Kleine vliegenvanger
Categorie 5
Slechtvalk
Categorie 3
Koolmees
Categorie 5
Sperwer
Categorie 4
Kortsnavelboomkruiper
Categorie 5
Steenuil
Categorie 1
Oeverzwaluw
Categorie 5
Wespendief
Categorie 4
Pimpelmees
Categorie 5
Zwarte wouw
Categorie 4
Raaf
Categorie 5
Blauwe reiger
Categorie 5
Ruigpootuil
Categorie 5
Boerenzwaluw
Categorie 5
Spreeuw
Categorie 5
Bonte vliegenvanger
Categorie 5
Tapuit
Categorie 5
Boomklever
Categorie 5
Torenvalk
Categorie 5
Boomkruiper
Categorie 5
Zeearend
Categorie 5
Bosuil
Categorie 5
Zwarte kraai
Categorie 5
Brilduiker
Categorie 5
Zwarte mees
Categorie 5
Draaihals
Categorie 5
Zwarte roodstaart
Categorie 5
Eidereend
Categorie 5
Zwarte specht
Categorie 5
Categorieën 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil) 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie) 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel
B2-1
B3 PROVINCIALE VRIJSTELLING Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud heeft de provincie Noord-Brabant een vrijstelling verleend voor de soorten zoals opgenomen in de onderstaande tabel. Nederlandse naam Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wild zwijn Woelrat Amfibieën Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Middelste groene kikker
Wetenschappelijke naam
Periode vrijstelling
Microtus agrestis Apodemus sylvaticus Micromys minutus Sorex minutus Erinaceus europaeus Sorex araneus Lepus eauropaeus Crocidura russula Oryctolagus cuniculus Microtus subterraneus Capreolus capreolus Myodes glareolus Sorex coronatus Microtus arvalis Vulpes vulpes Sus scrofa Arvicola amphibius
Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt
Rana temporaria Bufo bufo Lissotriton vulgaris Rana ridibunda Rana esculenta
Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt Onbeperkt
B3-2