Toelichting wijziging 7 Bestemmingsplan Buitengebied Oss -2020.PDF
Tekst van het document
Het effect van de vergunde geuremissie van deze veehouderijen op het plangebied is door middel van het programma V-stacks Vergunning berekend (worst-case benadering waarbij de vergunde geuremissie op de meest nabij het plangebied gelegen hoek van het bouwvlak wordt geëmitteerd). In navolgende tabel is de voorgrondbelasting, afkomstig van deze bedrijven, op de hoekpunten van de het plangebied weergegeven. Tabel 8. Voorgrondbelasting van intensieve veehouderijen op het plangebied
Hoek 1
Xcoördinaat 175138
Ycoördinaat 422106
Loonsestraat 15 0,4
Vlierbosstraat 9 4,8
Maasdijk 11 0,0
Kalfsheuvel 9 3,0
2
175137
422063
0,5
5,1
0,0
3,0
3
175230
422072
0,5
3,9
0,1
2,5
4
175236
422113
0,4
3,8
0,1
2,5
De hoogste voorgrondbelasting bedraagt 5,1 OU/m 3. Op basis van de gemeentelijke geurverordening is ter plaatse een maximale geurbelasting toegestaan van 8,0 OU/m3. Dit betekent dat binnen het plangebied wordt voldaan aan de geurnorm. Gesteld kan worden dat de omliggende veehouderijen geen nadelige effecten hebben op het woon- en leefklimaat van het plangebied wat betreft voorgrondbelasting. Achtergrondbelasting Op de kaart vergunde geurbelasting 2015 behorende bij de gemeentelijke geurverordening Oss 2017 wordt de indicatieve achtergrondbelasting in de kern Neerloon beoordeeld als goed. Voor de achtergrondbelasting gelden geen vastgestelde wettelijke normen. Uit de gemeentelijke geurverordening blijkt echter dat bij de beoordeling ‘goed’ sprake is van een goed woon- en leefklimaat zonder dat er overlast is van geurhinder van veehouderijen.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 46 van 61 18 januari 2022
Afbeelding 16. Uitsnede kaart cumulatieve geurbelasting (achtergrondbelasting) van de gemeente Oss
5.7.5 Geur: industrieel Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - Als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - Als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; - De gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven Noord-Brabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing. Doorwerking plangebied In de nabijheid van het plangebied is geen industrieterrein gelegen.
Het plangebied is wel gelegen in de nabijheid van enkele bedrijven. Deze bedrijven zijn beschreven in paragraaf 5.7.1 Bedrijven en milieuzonering. Aan alle richtafstanden worden voldaan. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot het aspect industriële geur. 5.7.6 Luchtkwaliteit Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit heeft tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen of projecten die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit, zoals bestemmingsplannen, dienen getoetst te worden aan de Wet milieubeheer (afdeling 5.2.). Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 47 van 61 18 januari 2022
De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten zijn projecten die de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM) verslechteren. Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bij draagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met te veel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is. Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen. Het Besluit gevoelige bestemmingen beperkt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’, zoals een school, in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijn stof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. Daartoe voorziet het besluit in zones waarbinnen luchtkwaliteitsonderzoek nodig is: 300 meter aan weerszijden van rijkswegen en 50 meter langs provinciale wegen, gemeten vanaf de rand van de weg.
Waar in zo’n onderzoekszone de grenswaarden voor PM10 of NO2 (dreigen te) worden overschreden, mag het totaal aantal mensen dat hoort bij een ‘gevoelige bestemming’ niet toenemen. Dit wordt bereikt door op zo’n plek de vestiging van bijvoorbeeld een school niet toe te staan. Bij uitbreidingen van bestaande gevoelige bestemmingen is een eenmalige toename van maximaal 10% van het totale aantal blootgestelden toegestaan. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het gaat hierbij niet om bestemmingen in de meest enge zin van het woord, maar om alle vergelijkbare functies, ongeacht de exacte aanduiding ervan in bestemmingsplannen en andere besluiten. Van doorslaggevend belang is de (voorziene) functie van het gebouw en het bijbehorende terrein. In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien. De gemeente heeft geen eigen regelgeving en beleid over luchtkwaliteit. Heersende luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is. Rondom het plangebied bevinden zich diverse wegen als emissiebronnen van luchtverontreinigende stoffen (uitlaatgassen van verkeer).
Deze bronnen zijn opgenomen in de achtergrondconcentraties, zoals die door het RIVM jaarlijks in kaart worden gebracht. Normaal gesproken zijn er in het oosten en zuiden van Nederland geen knelpunten op het gebied van de luchtkwaliteit met betrekking tot fijn stof en stikstofdioxide te verwachten. De grootschalige concentratiekaart Nederland (GCN) geeft per km-vak de huidige achtergrondconcentraties weer. Volgens de kaarten van het RIVM bedraagt in het plangebied de concentratie fijn stof (PM 2,5) ter plaatse 9,0 µg/m³, de concentratie fijn stof (PM10) 15,8 µg/m³ en de concentratie stikstofdioxide (NO 2) 12,3 µg/m³. In de Wet milieubeheer is de jaargemiddelde grenswaarde voor PM 2,5 25 µg/m³, terwijl de jaargemiddelde grenswaarde voor PM10 40 µg/m³ bedraagt. Voor NO2 bedraagt de jaargemiddelde grenswaarde eveneens 40 µg/m³. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende waardoor binnen het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Effect omliggende agrarische bedrijven Indien een inrichting PM10 en/of NO2 emitteert, is het noodzakelijk dat de bijdrage van deze inrichting aan de achtergrondniveaus inzichtelijk wordt gemaakt om aan te tonen of ter plaatse sprake is van een goed woon- en leefklimaat. In de directe omgeving van het plangebied liggen twee agrarische bedrijven die van invloed zijn op de luchtkwaliteit:
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 48 van 61 18 januari 2022
1. Loonsestraat 15 (rundveehouderij) 2. Vlierbosstraat 9 (varkenshouderij) Het programma ISL3a (bijlage 4) berekent de gemiddelde jaarconcentratie aan fijnstof (PM 10) van de omliggende agrarische bedrijven op de betreffende woningen. Deze waarden zijn inclusief een zeezoutcorrectie, welke voor deze omgeving is gesteld op 1 µg/m³, en 2 overschrijdingsdagen. De concentratie zoals deze uit de ISL3a berekening komen moet zodoende aangepast worden middels het aftrekken van deze zeezoutcorrectie (1 µg/m³ en 2 dagen). De fijnstof norm is maximaal 40 µg/m³ exclusief zeezout, en het aantal overschrijdingsdagen op jaarbasis betreft maximaal 35 dagen. De belasting op de woningen komt uit op maximaal 17,72 µg/m³. Er wordt derhalve voldaan aan de norm. Het aantal overschrijdingsdagen ter plaatse van de woningen komt uit op 6,2 dagen exclusief zeezoutcorrectie, 4,2 dagen inclusief zeezoutcorrectie. Ook aan deze norm wordt voldaan. In de woningen is derhalve sprake van een goed woon- en leefklimaat in het kader van fijn stof. Effect op luchtkwaliteit Op basis van de Wet luchtkwaliteit, als onderdeel van de Wet milieubeheer, gelden kwaliteitseisen voor de luchtkwaliteit. Deze kwaliteitseisen zijn door middel van grenswaarden voor de diverse luchtverontreinigingscomponenten vastgelegd. Deze grenswaarden gelden overal in de buitenlucht.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen projecten die ‘Niet in betekende mate’ (NIBM) en ‘In betekende mate’ (IBM) bijdragen. Projecten die NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit kunnen zonder verdere toetsing aan de grenswaarden uitgevoerd worden. Als een project ervoor zorgt dat de concentratie PM 10 of NO2 met meer dan 3% van de grenswaarde verhoogd (oftewel meer dan 1,20 µg/m³ bijdraagt) draagt het project IBM bij aan de luchtkwaliteit en dient een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd te worden om de precieze effecten op de luchtkwaliteit in beeld te brengen. Woningbouw draagt pas IBM bij aan de luchtkwaliteit als er meer dan 1.500 woningen gebouwd worden. Met onderhavig plan wordt slechts per saldo één woning toegevoegd (die ontstaat door de woningsplitsing). Met het plan wordt derhalve ruimschoots onder het 3% criterium gebleven. Het initiatief van één bestaande woning tot twee nieuwe woningen draagt NIBM bij aan de luchtkwaliteit. 5.7.7 Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008.
De gemeente Oss heeft in het Milieubeleidsplan 2010-2014 het rijksadvies vastgelegd als beleidsuitgangspunt. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Doorwerking plangebied Het plangebied is niet gelegen nabij een hoogspanningslijn, wat betekent dat ter hoogte van het plangebied geen sprake is van een magnetische veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla ten gevolge van hoogspanningslijnen. Straling vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 49 van 61 18 januari 2022
5.7.8 Weg-, spoor- en industrielawaai De Wet geluidhinder (Wgh) biedt bescherming tegen (spoor)weglawaai en tegen industrielawaai van inrichtingen voor zover gelegen op een gezoneerd industrieterrein. In de Wgh wordt een beperkt aantal typen objecten beschermd, de zogenoemde geluidgevoelige objecten. De Wet geluidhinder kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder. Ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zijn grenswaarden opgenomen. Hierbij is een ondergrens (voorkeursgrenswaarde) en een bovengrens (maximaal toelaatbare grenswaarde) opgenomen. De Wgh biedt gemeenten de mogelijkheid om gericht in te spelen op de lokale situatie door maatwerk te leveren. Burgemeester en wethouders kunnen een hogere waarde vaststellen dan de ondergrens, maar mogen daarbij de bovengrens niet overschrijden. In 2010 heeft de gemeenteraad van Oss de geluidsnota “Geluidskwaliteit in de leefomgeving” vastgesteld. De gemeente Oss maakt hierbij gebruik van gebiedsgericht geluidbeleid. Per gebied wordt een geluidskwaliteit nagestreefd. Zo zijn er ‘rustige gebieden’, ‘dynamische gebieden’ en er zijn gebieden die ten aanzien van geluid onder druk staan. De geluidsnota gaat ook in op de realistische inzet van onderzoek, het stellen van eigen criteria voor het toestaan van een hogere waarde en bedrijfswoningen op industrieterreinen.
De gemeente Oss streeft naar een leefbare woonsituatie, ook op locaties met een hoge geluidsbelasting. Deze leefbaarheid wordt bereikt door terughoudend te zijn met hogere grenswaarden en door hieraan voorwaarden te verbinden. Deze voorwaarden leggen de initiatiefnemer of de beheerder een inspanning op voor een leefbare woonomgeving als compensatie voor het bouwen en het veroorzaken van een lawaaiige situatie. Zonering van industrielawaai in het kader van de Wet geluidhinder is het ruimtelijk scheiden van industrieterreinen waarop (grote) lawaaimakers zijn gevestigd enerzijds en woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen anderzijds. Ook in Oss is er een aantal gezoneerde industrieterreinen. Met zonering wordt beoogd rechtszekerheid te bieden aan zowel bedrijven als aan bewoners/gebruikers van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. Bedrijven kunnen aan de ene kant hun geluid producerende activiteiten niet onbeperkt uitbreiden ter bescherming van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen en buiten de zone. Aan de andere kant wordt, ter bescherming van hun akoestische ruimte, voorkomen dat woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen te veel oprukken naar de bedrijven toe.
Wegverkeerslawaai Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van een geluidsgevoelig object dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh). Per 1 januari 2007 is de Wijzigingswet Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) in werking getreden. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt, dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer en spoorwegen. In de Wgh is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft (zie tabel 9), met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u geldt. Tabel 9. Geluidzone in meters van wegen in stedelijk of buitenstedelijk gebied
Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer
Breedte van de geluidszone (m) Stedelijk Buitenstedelijk 200 250 350 400 350 600
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 50 van 61 18 januari 2022
De Wet geluidhinder (Wgh) stelt eisen ten aanzien van de geluidbelasting van geluidsgevoelige functies. Een woning is aan te merken als een geluidsgevoelige functie. Voor geluidsgevoelige objecten geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In feite mogen nieuwe geluidsgevoelige objecten niet worden gerealiseerd, wanneer er een geluidsbelasting van wegverkeer optreedt van 48 dB of hoger, tenzij ontheffing is verleend door het College van burgemeester en wethouders (tot maximaal 53 dB). Hiervoor dient tegelijkertijd met de bestemmingsplanprocedure een hogere waarden procedure op grond van de Wgh te worden gevoerd. De nieuwe woning die ontstaat met de woningsplitsing wordt aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom van Neerloon aan de Loonsestraat. In de bebouwde kom geldt voor deze weg een maximumsnelheid van 30 km/uur. Ter hoogte van de woning Loonsestraat 9 bedraagt de maximumsnelheid van deze weg 60 km/uur. De woning is hiermee gelegen binnen de wettelijke geluidszone van deze weg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient daarom een akoestisch onderzoek verricht te worden bij de woningsplitsing.
Om de geluidbelasting op de gevels van de woningen te bepalen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd6 (zie separate bijlage).Uit het onderzoek volgt dat de nieuw beoogde woonfunctie geen inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen. En dat een goed woon- en leefklimaat ter plaatse gewaarborgd is. 5.7.9 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is.
Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert. In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen.
6
Akoestisch onderzoek Loonsestraat 7 Neerloon, 28 mei 2021, kenmerk: 21253910N
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 51 van 61 18 januari 2022
Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. ‘De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden.
Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Dit stappenplan is voor het te realiseren plan doorlopen. 1. Edotoxine (varkens- / pluimveehouderijen) Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. Het is van belang dat ter plaatse van de ontwikkeling sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. ▪ De dichtstbijzijnde varkenshouderij is gelegen aan de Vlierbosstraat 9 in Neerloon. De fijnstofemissie voor dit bedrijf bedraagt PM10: 259 kg/jaar. Derhalve dient een afstand te worden aangehouden van 102 meter, de huidige afstand (hemelsbreed) bedraagt 250 meter. ▪ De dichtstbijzijnde pluimveehouderij (vleeskuikens) is gelegen aan de Kerkweg 1 in Schaijk. De fijnstofemissie voor dit bedrijf bedraagt PM10: 4.013 kg/jaar. Derhalve dient een afstand te worden aangehouden van 384 meter, de huidige afstand (hemelsbreed) bedraagt 4,3 km. Als gekeken wordt naar de afstanden dan ligt het plangebied buiten de endotoxine risicocontouren van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. 2.
Emissies Uit het VGO onderzoek komt naar voren dat diverse gezondheidseffecten gerelateerd lijken te zijn aan de blootstelling van omwonenden aan de emissie van fijnstof, micro-organismen en ammoniak (via de bijdrage aan secundair fijnstof) afkomstig van veehouderijen. Gekeken dient te worden of sprake is van een toename van deze emissies. Onderhavig plan voorziet in het splitsen van een monumentale woonboerderij tot twee woningen. Het splitsen van de woonboerderij leidt niet tot een toename van emissies van geur en/of fijnstof en/of ammoniak. 3. Wijze waarop met overbelasting geur wordt omgegaan 3a. Wettelijke uitgangspunten Op grond van de Wet geurhinder veehouderij kan bij een ontwikkeling sprake zijn en blijven van een overbelaste geursituatie. Het uitgangspunt hierbij is dat er geen sprake is of blijft van een overbelaste situatie voor geur (voorgrond of achtergrond). De ontwikkeling vindt niet plaats in een gebied met een overbelaste geursituatie. Met het initiatief is daarnaast geen sprake van een toename van geuremissie. 3b. Gezondheidskundige uitgangspunten
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 52 van 61 18 januari 2022
4.
5.
6.
7.
Naast een toets op de wettelijke aspecten kan ook gekozen worden voor een gezondheidskundige beoordeling ten aanzien van het aspect geur. Toetsing vindt dan plaats aan de door de GGD gehanteerde gezondheidskundige advieswaarde. De GGD hanteert het standpunt dat het onderzoek van Geelen et al. (2015). De op grond van het onderzoek van Geelen hierbij behorende geurbelasting is weliswaar niet juridisch houdbaar aangezien dit niet is opgekomen binnen het gemeentelijk beleid. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als gevolg van de geursituatie in het gebied. De aanwezige diersoort(en) binnen een veehouderij De soort landbouwhuisdieren dat wordt gehouden en ook de combinatie van te houden dieren kan van invloed zijn op het eventuele risico voor de volksgezondheid. Dit heeft te maken met een mogelijk verhoogde infectiedruk en het risico van vermenging bacteriën of virussen. Indien er sprake is van het gecombineerd houden van varkens en pluimvee, of rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten) of kleine herkauwers onderling dan is advisering vanuit de GGD wenselijk in hoeverre dit voor wat betreft volksgezondheid verantwoord is. Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar bovenstaande combinaties worden gehouden. Daarnaast zijn er geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt.
Veehouderijen 5a. Geitenbedrijven Uit recente bevindingen van het VGO-2 rapport (2017) blijkt dat er in een straal van 2 kilometer rondom geitenhouderijen een verhoogde incidentie op longontstekingen wordt gevonden. Hierom bedraagt de minimale afstand tussen geitenhouderijen en gevoelige bestemmingen 2 kilometer. Binnen 2 kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. 5b. Pluimveebedrijven Uit het VGO-2 rapport (2017) blijkt dat er binnen een straal van 1 kilometer rondom één pluimveehouderij omwonenden een verhoogd risico op longontsteking hebben. Zoals uit stap 1 blijkt is de dichtstbijzijnde pluimveehouderij gelegen op 1,78 kilometer. Er zijn geen pluimveehouderijen gelegen binnen 1 kilometer van het plangebied. Ten aanzien van de beoordeling op basis van de ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden gesteld dat het plangebied is gelegen buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is dus geen sprake van een verhoogd risico. 5c. Overige veehouderijen Indien een overige veehouderij op kortere afstand ligt dan 250 meter van een bebouwde kom is het advies om een aanvullend risicobeoordeling uit te voeren. Binnen 250 meter van de bebouwde kom is een paardenhouderij gelegen.
Uit paragraaf 5.1.1 blijkt echter dat deze paardenhouderij geen belemmering vormt voor het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Een aanvullend risicobeoordeling is derhalve niet benodigd. De aanwezigheid van mestbe- of verwerking Bij een veehouderij kan mestbewerking als nevenactiviteit bij het houden van de dieren aan de orde zijn. Maar het kan ook een op zichzelf staande activiteit betreffen, waar mest van meerdere veehouderijen wordt bewerkt. Er is in de nabijheid van het plangebied geen mestbewerkings- of mestverwerkingsbedrijf aanwezig. Ongerustheid bij omwonenden Indien er rond een veehouderij veel ongerustheid bestaat over het aspect volksgezondheid (gerelateerd aan de betreffende veehouderij of meerdere veehouderijen in de omgeving), dan is een advies vanuit de GGD wenselijk. Er is in de omgeving geen ongerustheid over de volksgezondheid bij omwonenden. Uit het stappenplan blijkt dat sprake is van een gezond woon- en leefklimaat en dat advies van de GGD niet nodig wordt geacht.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 53 van 61 18 januari 2022
5.7.10 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kleinere afstanden zijn mogelijk mits er een locatie specifiek onderzoek wordt uitgevoerd. In de omgeving van het plangebied wordt geen gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Het huidig gebruik van agrarische gronden rondom het plangebied betreft akkerbouw. Binnen 50 meter van het perceel vindt er derhalve geen gebruik plaats van gewasbeschermingsmiddelen.
5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Op basis van artikel 7.17 Wm, dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Middels deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de vereisten van artikel 7.16 Wm, op basis waarvan het bevoegd gezag op grond van artikel 7.17 Wm een beslissing kan nemen. Deze paragraaf bevat een toetsing aan de selectiecriteria als bedoeld in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling (zie hierna).
Kenmerken van het project ▪ Omvang van het project ▪ Cumulatie met andere projecten ▪ Gebruik van natuurlijke grondstoffen ▪ Productie van afvalstoffen ▪ Verontreiniging en hinder ▪ Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Plaats van het project ▪ Bestaand grondgebruik ▪ Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied ▪ Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Kenmerken van het potentiële effect ▪ Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) ▪ Grensoverschrijdende karakter van het effect ▪ Waarschijnlijkheid van het effect ▪ Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 54 van 61 18 januari 2022
De beoogde ontwikkeling en de hiervan deel uitmakende onderdelen komen in lijst C van de bijlage van het Besluit m.er. niet als activiteit voor. Met betrekking tot de ontwikkeling is in onderdeel D (11.2) van de bijlage van het Besluit m.e.r. het volgende opgenomen: “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” De voorgenomen ontwikkeling ligt ver onder de drempelwaarde die is opgenomen in kolom 2, namelijk een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 woningen of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat het initiatief onder de drempelwaarden valt zoals aangegeven in categorie D11.2 van het Besluit m.e.r., volgt hierna een toets of op basis van de hiervoor genoemde criteria een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd moet worden. Deze paragraaf is mede opgesteld op basis van de onderzoeken die uitgevoerd zijn in het kader van het bestemmingsplan. Kenmerken van het project Tabel 10.uitwerking kenmerken van het project
Criteria Omvang project
van
het
Cumulatie met andere projecten Gebruik van natuurlijke grondstoffen Productie van afvalstoffen
Verontreiniging en hinder Risico van ongevallen
Toets Het project heeft betrekking op het splitsen van een monumentale woonboerderij in twee woningen. Hiermee is sprake van de toevoeging van één nieuwe woning. Om het initiatief mogelijk te maken wordt het bestemmingsplan gewijzigd. Het project valt onder de drempelwaarden zoals genoemd in de D-lijst voor stedelijke ontwikkelingsprojecten Nee Nee
Nee, behoudens (regulier) huishoudelijk afval wat door erkende verwerkers opgehaald en verwerkt zal worden. Ook de (tijdelijke) afvalstoffen die ontstaan door de sloop en bouw worden door erkende verwerkers opgehaald en verwerkt. Daarbij vindt zoveel mogelijk als kan recycling plaats Er is geen sprake van een activiteit die leidt tot verontreiniging of hinder voor het milieu Nee, het plangebied bevindt zich buiten plaatsgebonden risicocontouren en er is geen sprake van een verslechtering van het groepsrisico
Conclusie: vanuit de kenmerken van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 55 van 61 18 januari 2022
Plaats van het project Tabel 11.uitwerking plaats van het project
Criteria Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: ▪ gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) ▪ gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Toets Wonen N.v.t. Nee, uit de onderzoeken die in het kader van het initiatief zijn uitgevoerd, blijkt dat het project geen significante effecten veroorzaakt voor de omgeving (zie hiervoor betreffende aspecten in hoofdstuk 5 van deze toelichting) Nee Nee
Conclusie: vanuit de plaats van het project zijn er geen negatieve effecten op het milieu te verwachten. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Tabel 12.uitwerking gevoelig gebied
Criteria Beschermd natuurmonument Habitat- en Vogelrichtlijngebieden Watergebied van internationale betekenis EHS Landschappelijk waardevol gebied Waterwinlocaties, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument Belvédère-gebied
Toets Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee Nee
Conclusie: het plangebied is niet gelegen binnen een gevoelig gebied en op een zodanige afstand van gevoelige gebieden dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn. Conclusie milieueffectrapportage a. De woningbouwontwikkeling komt niet voor in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Er hoeft dus geen MER te worden opgesteld; b. De activiteit valt wel onder categorie D11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. De daarbij genoemde drempelwaarden worden niet overschreden; c. Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 2, lid 5, aanhef onder b. van het Besluit m.e.r. is voor dit initiatief een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd. Uit de uitgevoerde vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat er geen negatieve effecten te verwachten zijn en dat een MER niet zinvol is.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 56 van 61 18 januari 2022
Hoofstuk 6.
Toelichting op de regels
6.1 Algemeen Het wijzigingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het wijzigingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het wijzigingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het wijzigingsplan ‘Loonsestraat 7 Neerloon’ is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit drie hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de algemene regels (artikelen 3) en de overgangs- en slotregels (de artikelen 4 en 5) In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2 Regels Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen.
Artikel 2: Verhouding van het wijzigingsplan tot het bestemmingsplan “Buitengebied Oss – 2020” Dit artikel geeft de verhouding aan van onderhavig wijzigingsplan tot het bestemmingsplan voor het buitengebied van Oss. Hoofdstuk 2: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 3:
Anti-dubbeltelregel
Hoofdstuk 3: Overgangs- en slotregels Artikel 4: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 5: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het wijzigingsplan kan worden aangehaald.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 57 van 61 18 januari 2022
Hoofstuk 7.
Handhaving
7.1 Beleidskader Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctieen gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: Het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; Het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; Zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.
Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: - Het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; - Nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven.
7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 58 van 61 18 januari 2022
7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht De regels van dit wijzigingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik.
Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk. Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee mee recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.
Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 59 van 61 18 januari 2022
Hoofstuk 8.
Economische uitvoerbaarheid
Dit wijzigingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 60 van 61 18 januari 2022
Hoofstuk 9.
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
9.1 Omgevingsdialoog In Mei 2021 hebben de initiatiefnemers diverse gesprekken gehouden met buurtbewoners over het splitsen van de monumentale woonboerderij en daarbij het wijziging van de bestemming ‘Wonen – Vrijstaand’ naar de bestemming ‘Wonen – Halfvrijstaand’. Alle buurtbewoners gaven aan op het eerste gezicht geen bezwaren te hebben tegen de woningsplitsing en de bestemmingswijziging en hebben begrip voor het initiatief. 9.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn op 10 november 2021 provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas in de gelegenheid gesteld om te reageren op het concept ontwerpbestemmingsplan. Het plan is niet overlegd met de diensten van de Rijksoverheid, omdat het Rijk in 2012 heeft aangegeven dat vooroverleg alleen nog maar hoeft als het gaat om defensie, waterstaat en energievoorzieningen. In dit plan gaat het hier niet om en daarom is het niet voorgelegd aan het Rijk. Het vooroverleg heeft het volgende opgeleverd.
9.2.1 Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas heeft op 1 december 2021 aangegeven: “Op basis van de verschillende onderdelen van het betreffende bestemmingsplan te hebben beoordeeld, is het volgende geconcludeerd. In de toelichting van het bestemmingsplan is de waterparagraaf opgenomen. In deze waterparagraaf is beschreven dat de waterbergingsopgave middels de bestaande waterloop wordt opgevangen. Dit is niet mogelijk, omdat er dan sprake is van versnelde afvoer op het oppervlaktewatersysteem. Deze zaksloot staat namelijk direct in verbinding met de leggerwatergang van het waterschap.” Om tegemoet te komen aan de opmerking van het waterschap is ervoor gekozen om het water op eigen terrein te infiltreren middels een wadi of kratten. De infiltratievoorziening dient een minimale omvang van 32,7 m3 dienen te hebben. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor splitsing van de woning dienen de initiatiefnemers aan te tonen dat de infiltratievoorziening van voldoende omvang is. 9.2.2 Provincie Noord-Brabant De gemeente kan met behulp van een e-formulier een ruimtelijk plan elektronisch toezenden aan de provincie Noord-Brabant. Met dat formulier is beoogd de procedure rond het wettelijk vooroverleg te verkorten. Op basis van de ingevulde ruimtelijke aspecten kan in veel gevallen worden volstaan met het invullen van het formulier.
De gemeente ontvangt vervolgens via de e-mail een afschrift van de inventarisatie van de ruimtelijke aspecten, waarmee het wettelijk vooroverleg is afgerond.
Wijziging 7 bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020, pag. 61 van 61 18 januari 2022
In het kader van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan op 1 december 2021 door middel van het e-formulier aangemeld bij de provincie Noord-Brabant. De Provincie heeft in de brief van 3 januari 2022 (zie bijlage 5) laten weten: “Er is nog onvoldoende onderbouwd dat het plan voldoet aan de voorwaarde van behoud en herstel van cultuurhistorische waardevolle bebouwing. Hiertoe dienen nog extra stukken te worden aangeleverd (bouwhistorisch onderzoek incl. tekeningen van de bestaande situatie en het nieuwe ontwerp) van alle gebouwen op de kavel. Pas dan kunnen we inhoudelijk bezien of aan de voorwaarde(n) voor splitsing wordt voldaan.” Om tegemoet te komen aan de opmerking van de provincie is paragraaf 4.3.2 aangepast en aangevuld. Hiermee wordt aangetoond dat de woning van cultuurhistorische waarde is en dat de historische uiterlijke kenmerken van de woning blijven behouden. Daarnaast zal ter aanvulling een bouwhistorisch onderzoek worden uitgevoerd. PM
9.3 Zienswijzen Het ontwerpwijzigingsplan heeft op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad Oss Actueel, in de Staatscourant en op de gemeentelijke website. Iedereen kon zijn zienswijze over het ontwerpwijzigingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Er is PM zienswijze naar voren gebracht. Het eindverslag van deze zienswijzenprocedure maakt onderdeel uit van het raadsbesluit tot vaststelling van dit wijzigingsplan.
Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten Rubriek
Aan-huis-gebonden activiteiten
1
Individuele praktijk voor medische en paramedische dienstverlening
-
Huisartsenij; Psychologie; Psychiatrie; fysiotherapie en bewegingsleer; voedingsleer en voedingsadvies; mondhygiëne; tandheelkunde; logopedie; orthopedagogie; verloskunde; alternatieve geneeswijze; diergeneeskunde.
2
Individuele praktijk voor zakelijke dienstverlening
-
notaris; advocaat, deurwaarder en juridisch adviseur; accountant en belastingconsulent; assurantie- en verzekeringsbemiddeling; exploitatie en handel in onroerende zaken; hypotheekadviseur en financieel adviseur; tolk/vertaler.
3
Vervaardiging en kunstnijverheid in de vorm van een eenmansbedrijf -
(maat)kledingmakerij en kledingverstelbedrijf; Hoedenmaker; (muziek)instrumentenmaker; Kaarsenmaker; Lijstenmaker; Vervaardiging munten; vervaardiging sieraden; kunstschilder (met atelier); fotograaf.
4
Individuele praktijk op gebied van advies, ontwerp en onderzoek
-
reclame ontwerp; grafisch ontwerp; architectonisch ontwerp; stedenbouwkundig ontwerp; tuin- en landschapsontwerp; computerservice en informatietechnologie; maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek.
5
Kantoor- en opslagfunctie voor bedrijvigheid die elders wordt uitgeoefend
-
kantoor-, stallings- en opslagfunctie voor schoonmaakbedrijf, schoorsteenveegbedrijf, klussenbedrijf, bestratingsbedrijf, loodgieter, elektricien, metselaar, glazenwasser (een en
-
6
Eenmans-reparatie-/ verhuurbedrijf
-
7
Overige dienstverlening in de vorm van eenmansbedrijven -
Uitsluitingen. Tot de onder punt 1 tot en met 7 bedoelde rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten worden in ieder geval niet gerekend:
-
-
ander zonder bewerking of verwerking van stoffen, voorwerpen of materialen) kantoor,- stallings- en opslagfunctie voor een groothandelsbedrijf en voor internetverkoop (mits zonder klantcontact aan huis) uurwerkreparatiebedrijf; goud- en zilverwerkreparatiebedrijf; reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek, radio’s/tv’s/digitale apparatuur); reparatie van muziekinstrumenten kappersbedrijf (met niet meer dan één kappersstoel); schoonheidsspecialist; manicure; pedicure; hondentrimmer; taxi-/koeriersbedrijf (alleen eigen rijder, ten hoogste één auto); begrafenisonderneming (niet zijnde een mortuarium); decorateur; privé-docenten (zoals remedial teachers en individuele muziek-, spraak- en taalllessen). groepsmatige activiteiten, dat wil zeggen het verlenen van diensten en het geven van onderricht en informatie aan 3 of meer personen tegelijk; buitenopslag, dat wil zeggen opslag van goederen buiten gebouwen; opslag van brandgevaarlijke en explosiegevaarlijke stoffen; reparatiebedrijven voor gemotoriseerde voertuigen; detailhandel
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Huidige situatie en Nieuwe situatie Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RUz5oZhjYNS6 (22 november 2021) pagina 1/7
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Bureau Leefomgeving
Schoolstraat 7, 5961EE Horst
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Loonsestraat 7
RUz5oZhjYNS6
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
22 november 2021, 08:40
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Situatie 1
Situatie 2
Verschil
NOx
3,09 kg/j
4,45 kg/j
1,36 kg/j
NH3
< 1 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Resultaten
Natuurgebied
Hectare met hoogste verschil (mol/ha/j)
Uw berekening heeft geen verschillen opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Splitsen woonboerderij tot twee woningen
Resultaten
Huidige situatie Nieuwe situatie
RUz5oZhjYNS6 (22 november 2021) pagina 2/7
Resultaten
Locatie Huidige situatie
Emissie Huidige situatie
Bron Sector
Woonboerderij Plan | Plan
Verkeer woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Huidige situatie Nieuwe situatie
Emissie NH3
Emissie NOx
-
3,03 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RUz5oZhjYNS6 (22 november 2021) pagina 3/7
Resultaten
Locatie Nieuwe situatie
Emissie Nieuwe situatie
Bron Sector
Woonboerderij Plan | Plan
Verkeer woningen Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
Resultaten
Huidige situatie Nieuwe situatie
Emissie NH3
Emissie NOx
-
4,33 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
RUz5oZhjYNS6 (22 november 2021) pagina 4/7
Resultaten
Emissie (per bron)
Locatie (X,Y)
Huidige situatie
NOx
Sector
Categorie
Omschrijving
Woningen (nieuwbouw): Vrijstaande woning
Vrijstaande woningen
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Woonboerderij 175156, 422084 3,03 kg/j
Naam
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Huidige situatie Nieuwe situatie
Eenheden Stof
Emissie
1,0 NOx
3,03 kg/j
Verkeer woningen 175131, 422133 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
4,3 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RUz5oZhjYNS6 (22 november 2021) pagina 5/7
Resultaten
Emissie (per bron)
Naam Locatie (X,Y)
Nieuwe situatie
NOx
Sector
Categorie
Omschrijving
Woningen (nieuwbouw): Tweeonder-één-kap
Halfvrijstaande woningen
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Huidige situatie Nieuwe situatie
Woonboerderij 175156, 422084 4,33 kg/j
Eenheden Stof
Emissie
2,0 NOx
4,33 kg/j
Verkeer woningen 175131, 422133 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
8,2 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RUz5oZhjYNS6 (22 november 2021) pagina 6/7
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Huidige situatie Nieuwe situatie
RUz5oZhjYNS6 (22 november 2021) pagina 7/7
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 22-11-2021
Digitale watertoets in De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IN DE GEMEENTE IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Geen belang procedure
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
22-11-2021, 07:41
P agina 1 van 4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Houdt het plan uits luitend een interne functieverandering voor een gebouw in? Hierbij is ook geen s prake van een verhardings toename en/of afkoppeling van hemelwater. ja
2.
Is er s prake van een directe lozing van afvalwater op oppervlaktewater? nee
3.
Ligt het plangebied nabij een A-watergang? nee
4.
Ligt het plangebied in een bes chermd gebied Keur? nee
5.
Ligt het plangebied in een profiel van vrije ruimte? nee
6.
Ligt het plangebied in een gebied dat is aangewezen als regionale waterberging? nee
7.
Ligt het plangebied nabij een waterkering? nee
8.
Ligt het plangebied in een zone die is aangewezen als rivierbed? nee
9.
Ligt het plangebied in een ecologis che verbindings zone? nee
10.
Ligt het plangebied in een attentiegebied Keur? nee
11.
Ligt het plangebied in een res erverings gebied waterberging? nee
22-11-2021, 07:41
P agina 2 van 4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Ligt het plangebied in een grondwaterbes chermings gebieden? nee
13.
Ligt het plangebied nabij een RWZ I? nee
14.
Ligt het plangebied nabij een rioolgemaal? nee
15.
Ligt het plangebied nabij een riooltrans portleiding? nee
16.
Ligt het plangebied in een wijs tgebied? nee
22-11-2021, 07:41
P agina 3 van 4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Geen belang procedure Er is geen waters chaps belang bij u ruimtelijke activiteit.
Wat moet ik doen? "Bedankt voor het invullen van de Digitale Watertoets ! Uit de door u ingevoerde gegevens blijkt dat uw planvoornemen een functiewijziging betreft, de verhardings toename en/of -afkoppeling maximaal 500 m2 is en het plangebied buiten de ruimtelijk begrens de waterbelangen valt. Onze verwachting is dat wij daarom geen of weinig inhoudelijke opmerkingen zullen hebben. Hoewel het waterbelang in dit project klein lijkt kunnen we altijd meedenken over de wateras pecten in het plan. U kunt contact met ons opnemen via planadvies @aaenmaas .nl Hier kunt u ook terecht met eventuele vragen of opmerkingen. Met vriendelijke groet, Team Planadvies van Waters chap Aa en Maas Let op! De Digitale Watertoets is een hulpmiddel om inzichtelijk te maken welke waterbelangen mogelijk s pelen in het plangebied. Vandaar dat dit automatis ch gegenereerde toets res ultaat niet gezien kan worden als vervanging van het watertoets proces of vrijs telling van een eventuele vergunnings - of meldings plicht op bas is van de Keur. Voor meer informatie m.b.t het vergunningverlenings proces kunt u contact opnemen met ons Waterwetloket via 073 – 615 83 33 of info@aaenmaas .nl Waters chap Aa en Maas s treeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze applicatie aan te bieden. Aan het bes chikbaar ges telde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend.
Waters chap Aa en Maas aanvaardt geen aans prakelijkheid voor enige vorm van s chade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie bes chikbaar wordt ges teld."
Waar moet ik op letten? Eventueel vereis te (water)vergunningen worden niet geregeld met deze Digitale Watertoets en zullen via de daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wij willen u ook wijzen op de verwerking van afvalwater. Omdat in de mees te gevallen de gemeente bevoegd gezag is , dient u hiervoor contact op te nemen met uw gemeente.
Achtergrondinformatie
22-11-2021, 07:41
P agina 4 van 4
https://dewatertoets.nl
Gegenereerd met ISL3a Versie 2021_1 , Rekenhart Release 15 april 2021
(c) DNV GL
Gebiedsgegevens Berekend op: 2021/10/18
Naam van deze berekening: Loonsestraat 15
12:38:02
Project: Loonsestraat 15 Neerloon RD X coordinaat: 174 148
Lengte X: 1000
Aantal Gridpunten X: 5
RD Y coordinaat: 421 122
Breedte Y: 1000
Aantal Gridpunten Y: 5
Berekende ruwheid: 0.157
Eigen ruwheid
Type Berekening: PM10
Eigen ruwheid: 0.000
Rekenjaar:2021
Soort Berekening: Contour
Toets afstand: n.v.t.
Onderlinge afstand: n.v.t.
Uitvoer directory: L:\Projecten\02. Actief\Loonsestraat 7 Neerloon\Fijnstof RD X Coord.
RD Y Coord.
Concentratie
Overschrijding
Naam:
[m]
[m]
[microgram/m3]
[dagen]
Hoek 1
175 137
422 063
17.72
6.2
Hoek 2
175 139
422 106
17.72
6.2
Hoek 3
175 204
422 110
17.72
6.2
Hoek 4
175 204
422 073
17.72
6.2
Middelpunt woning
175 150
422 085
17.72
6.2
Te beschermen object
Brongegevens Naam : MIddelpunt locatie
Type: AB
RD X Coord.: 175 220
RD Y Coord.: 421 801
hoogte van emissiepunt:
1.50
Emissie:
0.00073
verticale uittreesnelheid:
0.40
diameter van emissiepunt:
0.50
X-coord. zwaartepunt van gebouw: 175 220
hoogte van gebouw: 1.5
temperatuur van emisstroom:
285.00
Y-coord. zwaartepunt van gebouw: 421 801 lengte van gebouw:
Date: 18-10-2021
Time: 12:38:04
120.00
breedte van gebouw:
9.40
orientatie van gebouw:
160.00
Page 1
Gegenereerd met ISL3a Versie 2021_1 , Rekenhart Release 15 april 2021
Date: 18-10-2021
Time: 12:38:04
(c) DNV GL
Page 2
Gegenereerd met ISL3a Versie 2021_1 , Rekenhart Release 15 april 2021
(c) DNV GL
Gebiedsgegevens Berekend op: 2021/10/12
Naam van deze berekening: Vlierbosweg 9 PM10 goed
9:43:43
Project: Loonsestraat 7 Neerloon RD X coordinaat: 174 148