CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting+regels Papendijk 30A Geffen.PDF

Adviescommissie Ruimte 12 mei 2022, gemeente OssBij agendapunt: B Gebundelde procedure ontwerpbestemmingsplannen23.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 48 van 59 ontw erp

Wegverkeerslawaai Onderhavig planvoornemen voorziet in het planologisch-juridisch mogelijk maken van de bouw van een woning. Een woning is een geluidgevoelig object in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). In dat kader is door middel van een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai de geluidbelasting op de gevel (gevelbelasting) van de woning berekend ten gevolge van het omliggende wegennet en getoetst aan de normstelling uit de Wet geluidhinder. Het onderzoek (uitgevoerd door Econsultancy, rapportnr. 15722.004, d.d. 9 september 2021) is bijgevoegd als Bijlage 11 bij onderhavige toelichting. De resultaten en conclusies zijn in onderstaande overgenomen. Het plangebied is gelegen binnen de geluidszone van de A59, Papendijk, Heikestraat, Rijksweg en Weverstraat. Voor het plangebied is reeds een inrichtingstekening opgesteld met de projectie van de woning. Voor elke zijde van de woning zijn toetspunten ten behoeve van maximaal 2 bouwlagen gemodelleerd. Op voorhand is afgesproken met de gemeente Oss om geluidschermen, parallel aan de noord en zuidgevel te realiseren. De westgevel van de woning (gericht op de Papendijk) zal worden uitgevoerd als dove gevel. Onderstaande tabel geeft de berekende geluidsbelastingen per gevelzijde beknopt weer. Hieruit volgt dat ten gevolge van de A59 en Papendijk een overschrijding optreedt van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 48 dB.

De maximaal te ontheffen waarde van 53 dB wordt niet overschreden, de westgevel is namelijk geen geluidgevoelige gevel (doof). Voor de A59 en Papendijk is een afweging van geluidsreducerende maatregelen noodzakelijk.

Geluidsbelasting t.g.v. het wegverk eer (Lden [dB])

Onderstaande geeft een afweging van geluidsreducerende maatregelen weer: Bronmaatregelen: Het beperken van de rijsnelheid of de verkeersintensiteiten van de A59 en Papendijk zijn onder andere vanuit verkeerskundig oogpunt geen reële maatregelen. Overdrachtsmaatregelen: Het vergroten van de afstand tussen de weg en de woningen is vanuit een stedenbouwkundig opzicht niet wenselijk. Voor de realisatie van het plan is reeds rekening gehouden met overdrachtsmaatregelen. Er worden twee geluidschermen gerealiseerd, parallel aan de noord en zuid gevel van de woning. Met het realiseren van de geluidschermen is rekening gehouden met de stedenbouwkundige visie van de gemeente. De schermen zullen parallel aan de perceelgrens gerealiseerd worden, beginnend aan de voorste perceelgrens. De totale lengte van de schermen bedraagt circa 19 meter. De hoogte van de schermen varieert: de eerste 7,5 meter zal de hoogte 1,5 meter bedragen. Vanaf 7,5 meter loopt de hoogte van de schermen op tot 2 meter. Voor de woning dient ten gevolge van de overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de A59 en Papendijk een hogere waarde bij het college van B&W te worden aangevraagd. Er wordt niet voldaan aan een eis van het gemeentelijk beleid, de aanwezigheid van een geluidluwe gevel.

Met de indeling van de woning op het terrein heeft reeds al een afweging van de akoestische en stedenbouwkundige visie plaatsgevonden. Rekening houdend met beide aspecten zou dit de optimale plaatsing zijn van de woning. Om af te wijken van het gemeentelijk beleid en voor de aanvraag van een hogere waarde, kan de gemeente hierbij de volgende kenmerken van het plan in overweging nemen: Bronmaatregelen zijn niet doelmatig of stuiten op overwegende bezwaren; Er wordt voldaan aan criteria c en e van het gemeentelijk beleid; Met de indeling van het plan krijgt het terrein een nieuwe invulling; Met deze indeling van het terrein kan de bestemming in de toekomst worden ingevuld als woonbestemming; De invulling van het terrein is op deze manier stedenbouwkundig verantwoord; Verplaatsing van de woning, mits het stedenbouwkundig verantwoord blijft, heeft geen positieve

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 49 van 59 ontw erp

invloed op de geluidsbelasting; In de toekomstige situatie is al rekening gehouden met geluidschermen, welke vanuit een stedenbouwkundig opzicht, inpasbaar zijn; Overige overdrachtsmaatregelen zijn vanuit een stedenbouwkundige visie niet verantwoord; Het zogenoemde binnenniveau wordt met een onderzoek naar de geluidwering van de gevels gewaarborgd; De westgevel wordt doof uitgevoerd; De maximaal te ontheffen waarde wordt niet overschreden; Alleen ten gevolge van de Papendijk en A59 vinden overschrijdingen plaats, overige wegen geven geen relevante bijdrage op de geluidsbelasting. Bij een relevante blootstelling door meerdere geluidsbronnen dient ook onderzoek te worden gedaan naar de effecten van de samenloop van verschillende geluidsbronnen (cumulatie). De cumulatieve geluidsbelasting bedraagt in dit geval ten hoogste 60 dB (zie Bijlage 11). Geconcludeerd wordt dat vanwege de A59 en Papendijk een hogere waarde dient te worden aangevraagd. Voor de woning dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woning is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Dit vormt geen belemmering voor onderhavig wijzigingsplan.

Spoorweglawaai Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een spoorlijn.

Industrielawaai Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een gezoneerd industrieterrein. 5.7.10 Gezondheid Uit de VGO-rapporten die afgelopen jaren zijn gepubliceerd door het RIVM komt duidelijk naar voren dat er een relatie wordt gevonden tussen veehouderijen en de gezondheid van omwonenden. Deze relatie is door de onderzoeker op verschillende manieren vastgesteld. Daarbij komt dichtheid van veehouderijbedrijven en afstand tot bepaalde type individuele veehouderijen concreet naar voren als factoren die van invloed zijn op de gezondheid van omwonenden. Verder blijkt uit VGO-onderzoek dat er in een straal van twee kilometer rond geitenhouderijen een verhoogde incidentie van longontstekingen (ca. 25-30% hoger) voorkomt. De oorzaak van het verhoogde risico op longontsteking rond geitenbedrijven is vooralsnog onbekend en onderwerp van vervolgonderzoek. Op dit moment kan er geen enkele bron-effect relatie worden beschreven tussen de verhoogde longontsteking incidentie en de uitstoot vanuit geitenhouderijen. Wel is er een causaal verband geconstateerd waarbij de associatie sterker is naarmate de afstand tot een geitenhouderij kleiner is. Tot er meer duidelijkheid is over de bron van de verhoogde incidentie longontstekingen kan niet worden geadviseerd over beschermde maatregelen. Afstand houden en goed informeren is de enige maatregel die de GGD op dit moment adviseert.

In afwachting van het vervolgonderzoek heeft de provincie besloten dat geitenstallen uitbreiden of in gebruik nemen niet meer is toegestaan. Het moratorium is in beginsel tijdelijk. Als de uitkomsten van het vervolgonderzoek bekend worden, wordt er gekeken of er redenen zijn het besluit in te trekken of aan te passen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het bevoegd gezag verplicht om alle bekende risico's bij een nieuwe ontwikkeling af te wegen. Er is geen sprake van een omgekeerde werking van het moratorium (met andere woorden de 'stop' op uitbreidingen van geitenbedrijven zorgt niet voor een stop op ontwikkelingen binnen de 2 km straal van een geitenhouderij), maar wel van een risico dat beoordeeld en meegewogen moet worden bij nieuwe ontwikkelingen.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 50 van 59 ontw erp

Het verantwoorden van dit verhoogde risico is aan het bevoegd gezag, in casu de gemeente. Deze geeft een oordeel over en maakt een afweging of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (m.b.t. onder andere gezondheid & geitenhouderijen). Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. Het beleid voor geitenhouderijen in Oss houdt in dat bij de realisering van een ruimtelijke ontwikkeling binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij rekening moet worden gehouden met de volgende criteria: a. het infomeren van de aanvragers over het risico b. terughoudend omgaan met ontwikkelingen betreffende het huisvest of opvangen van kinderen, kwetsbare mensen en ouderen c. na een zorgvuldige afweging en eventueel maatwerk kunnen wenselijke ontwikkelingen binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij worden toegestaan. 'De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0' (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden.

Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Teneinde te kunnen bepalen of de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de richtlijnen inzake de volksgezondheid is het stappenplan zoals opgesteld in de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 doorlopen. In de omgeving van de beoogde woning aan de Papendijk is geen veehouderij gelegen binnen de endotoxine richtafstand voor varkens-/pluimveehouderijen. De te realiseren ruimte-voor-ruimte woning zorgt daarnaast niet voor een toename in de emissie van geur, fijnstof of ammoniak. Zoals in paragraaf 5.7.5 reeds vastgesteld, wordt voldaan aan het principe van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met betrekking tot geur. Er zijn geen agrarische bedrijven of industrieterreinen in de omgeving die voor onaanvaardbare geurhinder zorgen, het dichtstbijzijnde agrarisch bouwvlak is gelegen op 75 meter van het plangebied. Zowel in wettelijke als gezondheidskundige zin is er geen sprake van onaanvaardbare geurhinder. Op circa 1.500 meter ten zuiden van het plangebied is aan Weerscheut 19 een geitenhouderij gevestigd. Hiermee ligt deze geitenhouderij binnen 2 kilometer afstand van de beoogde woning aan Papendijk 30A.

Conform stap 5b van het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 dient advies opgevraagd te worden bij de GGD door het bevoegd gezag, in casu de gemeente Oss. Het college van B&W besloot op 5 december 2017 dat wenselijke ontwikkelingen na een zorgvuldige afweging met betrekking tot volksgezondheid kunnen worden toegestaan binnen een straal van twee kilometer rondom een geitenhouderij. Voor onderhavig planvoornemen geldt dat een zorgvuldige afweging heeft plaatsgevonden, waarbij de volgende aspecten zijn meegewogen: De afstand van het plangebied tot de geitenhouderij is relatief groot (ca. 1.500 meter); De doelgroep van het initiatief is niet enkel een kwetsbare doelgroep; Het initiatief richt zich op de huidige bewoners; Er zijn voldoende informatiemogelijkheden voor bezoekers (en de huidige bewoners). Voorts is er geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of zelfstandige activiteit binnen het plangebied. Tot slot maakt onderhavig plan geen functies mogelijk die voor meer hinder in de omgeving kunnen zorgen. Daarom is stap 7 uit de Handreiking niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er voor het planvoornemen geen sprake is van belemmeringen vanuit het aspect gezondheid.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 51 van 59 ontw erp

5.7.11 Spuitzones In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden beoordeeld of het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen onaanvaardbare gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt als vuistregel dat een richtafstand van 50 meter tussen het perceel waarop de teelt plaatsvindt en te realiseren nieuwe gevoelige functies zoals woningen kan worden gehanteerd. Kleinere afstanden zijn mogelijk mits er een locatie specifiek onderzoek wordt uitgevoerd. In de omgeving van het plangebied wordt geen gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Het huidig gebruik van agrarische gronden rondom het plangebied betreft akkerbouw. Binnen 50 meter van het perceel vindt er derhalve geen gebruik plaats van gewasbeschermingsmiddelen. 5.7.12 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieugevolgen van een plan in beeld voordat er een besluit over wordt genomen. In een milieueffectrapport worden de gevolgen voor het milieu beschreven. Zo kan de overheid die het besluit neemt de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken. Het doel van m.e.r. is om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over plannen en projecten. In een m.e.r.-beoordeling kijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft.

Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen.

Wanneer speelt een m.e.r.-beoordeling? In het Besluit m.e.r. staat wanneer m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de C- en D-lijst in de Bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Boven de C-drempel geldt een m.e.r.-plicht, tussen de C- en D-drempel geldt een plan-m.e.r.-plicht en onder de D-drempel geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient onderbouwd te worden of de activiteit belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Sinds de implementatie van de gewijzigde M.e.r.-richtlijn op 16 mei 2017 is de procedure voor de vormvrije en de formele m.e.r.-beoordeling bijna gelijk. Het enige verschil is dat van het besluit bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling geen kennisgeving wordt gedaan.

Het m.e.r.-beoordelingsbesluit De initiatiefnemer stelt een aanmeldnotitie op, waarover het bevoegd gezag binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet nemen. Het bevoegd gezag motiveert het besluit door in te gaan op de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn. Het gaat daarbij om de hoofdcategorieën: 1. kenmerken van het project 2. plaats van het project 3. kenmerken van het potentiële effect. Is het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer, dan is het bevoegd gezag, anders dan een derde, niet verplicht een aanmeldnotitie op te stellen.

Verantwoording Het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de D-lijst (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen) uit het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 52 van 59 ontw erp

betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied dat 2.000 of meer woningen omvat of; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. De oppervlakte van de voorgenomen activiteit blijft onder de drempelwaarden van 100 hectare en het bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m². De voorgenomen activiteit voorziet niet in het bouwen van 2.000 of meer woningen. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Dit planvoornemen ziet toe op de sloop van de bestaande woning en realisatie van één vrijstaande ruimte-voor-ruimte woning binnen het plangebied. Het planvoornemen vindt plaats binnen de bebouwingsconcentratie Geffen-Zuid, aan de weg Papendijk. De realisatie van de ruimte-voor-ruimte woning is passend binnen de functionele context van de weg Papendijk (gekenmerkt door woonbebouwing). Daarnaast geldt dat door de vervangende nieuwbouw de stedenbouwkundige structuur van het bebouwingslint wordt verbeterd.

Zoals in dit hoofdstuk (Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten) is beschreven, zijn ten gevolge van het planvoornemen geen negatieve effecten ten aanzien van landschap, natuur, archeologie en cultuurhistorie, mobiliteit en parkeren, water, defensie en milieuaspecten te verwachten. Een goed woon- en leefklimaat is en blijft ter plaatse van het plangebied gewaarborgd.

Conclusie De voorgenomen activiteit blijft onder de genoemde drempelwaarden voor stedelijke ontwikkelingsprojecten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r.. Op basis van toetsing aan de selectiecriteria van Bijlage III van de M.e.r.-richtlijn wordt geconcludeerd dat belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Er hoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld. Onderhavige aanvraag is impliciet ook te behandelen als een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Het bevoegd gezag kan zich met de in onderliggende toelichting beoordeelde milieuaspecten er voldoende van vergewissen dat het wijzigingsplan geen significante effecten heeft op de omgeving en besluiten dat geen m.e.r. rapport hoeft te worden opgesteld.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 53 van 59 ontw erp

Hoofdstuk 6 6.1

T oelichting op de regels

Algemeen

Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het wijzigingsplan 'Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020' zijn de regels van het moederplan 'Buitengebied Oss - 2020' van toepassing verklaard en waar nodig aangevuld qua maatwerk afgestemd op deze specifieke situatie. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de aanpassing van de regels (artikel 3), de algemene regels (artikel 4) en de overgangs- en slotregels (de artikelen 5 en 6). In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht.

6.2

Regels

Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen.

Hoofdstuk 2: Aanpassing van de regels Dit hoofdstuk geeft de aanpassingen ten aanzien de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020' weer.

Artikel 3: Aanpassing van de regels In dit artikel worden de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020' waar nodig aangepast. Hierbij is geborgd dat de westelijke gevel van gebouwen met een woonfunctie wordt uitgevoerd als een dove gevel, de voorgevel van de woning gerealiseerd wordt op een afstand van 11 meter gemeten vanaf de voorste bestemmingsgrens en is het landschappelijk inrichtingsplan als een voorwaardelijke verplichting voor de realisatie van de ruimte-voor-ruimte woning opgenomen. Tevens wordt de mogelijkheid geboden om eventueel af te wijken van het inrichtingsplan onder de voorwaarde dat die andere uitvoering vanuit het oogpunt van landschappelijke inpassing en/of compensatie en/of ruimtelijke kwaliteit minimaal gelijkwaardig is aan het oorspronkelijk landschappelijk inrichtingsplan.

Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens:

Artikel 4: Anti-dubbeltelregel Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 54 van 59 ontw erp

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 5 : Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken.

Artikel 6 : Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het wijzigingsplan kan worden aangehaald.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 55 van 59 ontw erp

Hoofdstuk 7 7.1

Handhaving

Beleidskader

Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten. Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; nakoming van afspraken en naleving van regels.

In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen (waaronder wijzigingsplannen) is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven.

7.2

Professionale handhaving en handhavingsprogramma

De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd. Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen (waaronder wijzigingsplannen) is een vaste prioriteit in het programma.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 56 van 59 ontw erp

7.3

Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht

De regels van dit wijzigingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan (c.q. wijzigingsplan). Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het wijzigingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik.

Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk. Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee mee recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.

Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 57 van 59 ontw erp

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Dit wijzigingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). De verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 58 van 59 ontw erp

Hoofdstuk 9 9.1

Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid

Omgevingsdialoog

In het kader van de omgevingsdialoog zijn de directe omwonenden, conform de 'Handreiking omgevingsdialoog', door de initiatiefnemer geinformeerd over het planvoornemen (sloop bestaande woning en realisatie ruimte-voor-ruimte woning). Op basis van het omgevingsdialoog zijn geen reacties binnengekomen. Het verslag van het omgevingsdialoog is bij de gemeente Oss ingediend. Mocht iemand bedenkingen hebben ten aanzien van het planvoornemen dan kan ten aanzien van het ontwerpwijzigingsplan ook een zienswijze kenbaar worden gemaakt en na vaststelling van het plan eventueel beroep worden ingesteld.

9.2

Vooroverleg en inspraak

Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat 'het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan (c.q. wijzigingsplan) daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn'. Daarom is het concept-ontwerpwijzigingsplan voorgelegd aan de provincie Noord-Brabant, het Waterschap Aa en Maas en Veiligheidsregio Brabant- Noord. Ook is het plan voor advies voorgelegd aan de Dorpsraad Geffen. De vooroverleg heeft het volgende opgeleverd. 9.2.1

Provincie Noord-Brabant

De provincie heeft op 30 september 2021 een reactie gegeven. Het inhoudelijke standpunt is als volgt geformuleerd. In de huidige situatie is op grond van het persoonlijk overgangsrecht toegestaan dat op de locatie gewoond wordt. Met het wijzigingsplan wordt de mogelijkheid geboden om een Ruimte-voor ruimtewoning op te richten en de deels door brand verwoeste woning wordt gesloopt. Op grond van de structuurvisie van de gemeente is de betreffende locatie gelegen binnen een bebouwingsconcentratie. Ook is deze bebouwingsconcentratie opgenomen op de verbeelding van het onderliggende bestemmingsplan. Het oprichten van een Ruimte-voor-ruimtewoning is gelet op de visie op deze locatie voorstelbaar. Wat opvalt is dat de landschappelijke inpassing ontbreekt. In de toelichting wordt verwezen naar een bijlage 2; deze stuk ken hebben wij echter niet ontvangen. Het wijzigingsplan ziet op de ontwikkeling van een Ruimte-voor-ruimtewoning, waarbij een goede landschappelijke inpassing afdoende is als kwaliteitsverbetering van het landschap. Aangegeven is dat een kwaliteitsverbetering niet benodigd is, gelet op de berekening waarbij de sloop van bebouwing en het persoonlijke overgangsrecht wordt meegerek end. We achten het echter onjuist dat bebouwing die met overgangsrecht wordt toegestaan, uiteindelijk in mindering wordt gebracht voor kwaliteitsverbetering van het landschap.

Daarmee dient een goede landschappelijke inpassing te wordt bijgevoegd.

Gemeentelijk standpunt Bij het aanmelden van het plan is de landschappelijke inpassing abusievelijk niet toegevoegd. Voor het plan is wel een landschappelijk inpassingsplan gemaakt die wordt geborgd in het plan. Daarmee wordt afdoende voldaan aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. Er is sprake van een ruimte-voor-ruimte woning. Op basis van het regionale afsprakenkader is sprake van een 'categorie 1' ontwikkeling, waarbij geen inpassing of tegenprestatie vereist is. Echter, de nieuwe ruimte-voor-ruimte woning wordt wel landschappelijk ingepast. Daarnaast is binnen de

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 59 van 59 ontw erp

wijzigingsbevoegdheid opgenomen dat sprake moet zijn van een substantiële ruimtelijke kwaliteitswinst. In dit specifieke geval is dat laatste vertaald in een berekening. Omdat dit aspect vanuit de gemeente extra is opgelegd, is er naar onze mening geen sprake van strijdigheid met de Interim Omgevingsverordening en worden provinciale belangen niet geschaad. 9.2.2

Waterschap Aa en Maas

Het waterschap heeft op 6 augustus 2021 het volgende advies gegeven: Er zijn geen ruimtelijke waterschap belangen binnen het plangebied van toepassing. Ook wordt er op juiste wijze gerefereerd naar het beleid. Er ontbreekt enkel een beschrijving van het toename van het verhard oppervlak i.r.t. de eventuele waterbergingsopgave. Graag het verzoek om hier in de waterparagraaf invulling aan te geven. Verder zijn er geen opmerkingen.

Gemeentelijk standpunt De waterparagraaf is aangepast naar aanleiding van het advies het waterschap. 9.2.3

Veiligheidsregio Brabant-Noord

De Veiligheidsregio Brabant-Noord heeft op 2 augustus 2021 de volgende reactie gegeven: De gewenste ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de mogelijkheden tot zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Er is geen reden voor het geven van een aanvullend advies. Er bestaat vanuit hulpverlening oogpunt geen belemmeringen tegen de ontwikkeling.

Gemeentelijk standpunt De reactie van de veiligheidsregio wordt voor kennisgeving aangenomen. 9.2.4

Dorpsraad Geffen

Dorpsraad Geffen is op 18 november 2021 via de wijkcoördinator geïnformeerd.

9.3

Inspraak

De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpwijzigingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van inspraak bij ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om bij kleine plannen af te zien van inspraak. Dit is aan de orde bij plannen die een beperkte impact hebben. In dit geval gaat het om de realisatie van één ruimte-voor-ruimte woning. De gemeente heeft in dit geval geen voorontwerpwijzigingsplan gemaakt en dus ook geen inspraakprocedure gevolgd.

9.4

Zienswijzen

Het ontwerpwijzigingsplan heeft op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad Oss Actueel, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Iedereen kon zijn zienswijze over het ontwerpwijzigingsplan bij het college van burgemeester en wethouders naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Er is PM zienswijze naar voren gebracht. Het eindverslag van deze zienswijzenprocedure maakt onderdeel uit van het collegebesluit tot vaststelling van dit wijzigingsplan.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 2 van 10 ontw erp

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

4

Artikel 1

Begrippen

4

Artikel 2

Verhouding van het plan tot het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020'

5

Hoofdstuk 2

Aanpassing van de regels

6

Artikel 3

Aanpassing van de regels

6

Hoofdstuk 3

Algemene regels

8

Artikel 4

Anti-dubbeltelregel

8

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

9

Artikel 5

Overgangsrecht

9

Artikel 6

Slotregel

10

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 3 van 10 ontw erp

Regels

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 4 van 10 ontw erp

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het wijzigingsplan 'Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020' met identificatienummer NL.IMRO.0828.WZ3buitengboss2020-ON01 van de gemeente Oss. 1.2

wijzigingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 bestaand a. over bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften; b. over gebruik: gebruik van gronden en opstallen zoals dat aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 5 van 10 ontw erp

Artikel 2 Verhouding van het plan tot het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020' 2.1

Wijziging

Dit wijzigingsplan is een gedeeltelijke wijziging in het aangegeven gebied van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020' voor zover het betreft: a. de geometrisch bepaalde planobjecten; b. de regels voor wat betreft de aangegeven wijzigingen en aanvullingen De geometrische planobjecten en de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss - 2020' blijven voor het overige onveranderd gelden, met dien verstande dat voor het plangebied van 'Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020' het volgende aanvullend geldt.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 6 van 10 ontw erp

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Aanpassing van de regels

Aanpassing van de regels

Toevoeging lid x. aan artikel 20.2

Aan artikel 20.2 van de bestemming 'Wonen' wordt een nieuw lid toegevoegd, dat als volgt luidt: 20.2 x. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – dove gevel 4' moet de westelijke gevel van gebouwen met een woonfunctie zijn uitgevoerd als een dove gevel; 3.2

Toevoeging lid y. aan artikel 20.2

Aan artikel 20.2 van de bestemming 'Wonen' wordt een nieuw lid toegevoegd, dat als volgt luidt: 20.2 y. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – papendijk 30a' wordt de voorgevel van de woning gerealiseerd op een afstand van 11 meter gemeten vanaf de voorste bestemmingsgrens. 3.3

Invoeging nieuw artikel 38.116b

Ingevoegd wordt een nieuw artikel 38.116b, luidende als volgt: 38.116b overige zone – inrichtingsplan 116b In aanvulling op het bepaalde in de overige artikelen geldt ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – inrichtingsplan 116b' (Papendijk 30A in Geffen) het volgende: a. de gronden zijn tevens bestemd voor de inrichting conform Bijlage 1, met dien verstande dat de aanduiding van bouwwerken geen onderdeel vormt van de inrichting; b. er mag alleen worden gebouwd als is zekergesteld dat de inrichting van de gronden plaatsvindt conform bijlage 1 en de gronden duurzaam worden beheerd en in stand worden gehouden conform Bijlage 1, met dien verstande dat de aanduiding van bouwwerken geen onderdeel vormen van de inrichting; c. er mag alleen worden gebouwd indien is zekergesteld dat de bebouwing zoals weergegeven in Bijlage 1 aangegeven als 'te slopen bebouwing' wordt gesloopt, met dien verstande dat uit aanvullend ecologisch onderzoek (vleermuizenonderzoek) is gebleken dat er geen strijdigheid is met de Wet natuurbescherming dan wel ontheffing is verleend ten aanzien van vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming; d.

onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan gebruik, daaronder mede begrepen het doen en/of laten gebruiken, van gronden in afwijking van het inrichtingsplan dat als Bijlage 1 onderdeel uitmaakt van deze regels, met dien verstande dat de aanduiding van bouwwerken geen onderdeel vormen van de inrichting en met dien verstande dat dit verbod uitsluitend geldt vanaf 2 jaar na de verlening van de eerste omgevingsvergunning voor het bouwen op deze gronden. 3.4

Wijziging artikel 37.3

Artikel 37.3 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: 37.3 Afwijken van inrichtingsplannen a. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in de artikelen 38.1 tot en met 38.116b voor het anders uitvoeren van een inrichtingsplan mits die andere uitvoering vanuit het oogpunt van landschappelijke inpassing en/of compensatie en/of ruimtelijke kwaliteit minimaal gelijkwaardig is aan het oorspronkelijke inrichtingsplan, een en ander ter beoordeling van burgemeester en wethouders.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 7 van 10 ontw erp

b. Met een omgevingsvergunning kan worden bepaald dat het verbod als bedoeld in de artikelen 38.1 tot en met 38.116b pas geldt na een langere periode dan 1 respectievelijk 2 jaar als daar genoemd indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 8 van 10 ontw erp

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 9 van 10 ontw erp

Hoofdstuk 4 Artikel 5

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

5.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 5.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020 pag 10 van 10 ontw erp

Artikel 6

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het wijzigingsplan 'Wijziging 3 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020'.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=463b6546-81f6-42b6-8055-c669df7570e6