Toelichting+regels MrvCoothstr14
Tekst van het document
het Besluit m.e.r. De 24 beoogde nieuwe woningen liggen in bestaand stedelijk gebied. Het gaat om aanzienlijk minder woningen dan de in jurisprudentie genoemde 95. Het ruimteslag van de nieuwe bebouwing is beperkt en is passend in de bebouwde omgeving. Op basis van deze beoordeling betreft de ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft niet uitgevoerd te worden. Overigens kan op basis van de beschikbare onderzoeken naar de ruimtelijke gevolgen van het plan, en die zijn opgenomen in dit hoofdstuk en de bijlagen, worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith – 2024, pag. 70 van 76 Vastgesteld 27 juni 2024
Hoofdstuk 6 6.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan ‘Mr. Van Coothstraat 14 Lith – 2024’ is gekozen voor een gedetailleerde regeling. Voor de opzet van de regels is aangesloten bij de “Standaardregels bestemmingsplannen Oss”. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 1 tot en met 7), de algemene regels (artikelen 8 tot en met 13) en de overgangsen slotregels (de artikelen 14 en 15). Bij de regels horen twee bijlagen, te weten een aan huis verbonden bedrijvenlijst en een milieuzoneringslijst. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 6.2
Regels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Groen Deze bestemming is opgenomen voor de ‘voortuin’ van het woongebouw dat aan de Mr. Van Coothstraat is geprojecteerd. Dit om het de stedenbouwkundige visie van een villa in het groen goed tot uiting te laten komen. Artikel 4: Tuin Deze bestemming is opgenomen voor de voortuin van de vrijstaande woning in het plangebied. Artikel 5: Wonen – Vrijstaand
Mr. Van Coothstraat 14 Lith – 2024, pag. 71 van 76 Vastgesteld 27 juni 2024
Binnen deze bestemming is de enige vrijstaande woning in het plangebied gelegen. Hierbinnen is een bouwvlak aangeduid waar het hoofdgebouw moet worden gebouwd. Op de gronden naast en achter het hoofdgebouw zijn bijbehorende bouwwerken toegelaten. Artikel 6: Wonen – Woongebouwen Deze bestemming is opgenomen voor de appartementengebouwen in het plangebed en de bijbehorende gezamenlijk ruimte voor bergingen, om te parkeren, voor groen en waterberging. Artikel 7: Waarde – Archeologie Historische Kern In het plangebied is ter bescherming en borging van het archeologische traject de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie Historische Kern opgenomen. Aan de benoemde randvoorwaarden in dit artikel moet worden voldaan alvorens de bodem tot een bepaald niveau (oppervlakte en diepte) mag worden geroerd. Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 8: Anti-dubbeltelregel Artikel 9: Algemene bouwregels Artikel 10: Algemene gebruiksregels Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Artikel 12: Afwijken van de bouwregels algemeen Artikel 13: Algemene wijzigingsregels Artikel 14: Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 15: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken.
Artikel 16: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. Bijlage: aan huis verbonden bedrijvenlijst In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels aan huis te toelaatbaar zijn. Bijlage: milieuzoneringslijst In deze bijlage zijn de bedrijfsactiviteiten genoemd die volgens de regels toelaatbaar zijn. De lijst is opgesteld vanuit de typering van het plangebied als een rustige woonwijk.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith – 2024, pag. 72 van 76 Vastgesteld 27 juni 2024
Hoofdstuk 7
Handhaving
7.1 Beleidskader Naar aanleiding van een landelijk traject heeft de gemeente Oss in 2005 de nodige besluiten genomen om de handhaving te professionaliseren. De gemeente wil namelijk een professionele organisatie zijn. Om haar handhavingstaken zo transparant en objectief mogelijk uit te voeren, heeft zij een toezicht-, sanctieen gedoogstrategie opgesteld. De wijze waarop de gemeente handelt bij overtredingen is daarin vastgelegd. Het uitgangspunt voor handhaving is: elke norm die het verdient te worden gesteld, verdient het ook te worden gehandhaafd. De gemeente is verantwoordelijk voor het algemeen belang, dat concreet wordt in de belangen van veiligheid, volksgezondheid, natuurlijk milieu en ruimtelijke kwaliteit. Deze belangen vragen om een actieve handhaving. Een goede handhaving start echter al bij het opstellen van beleid, regels en voorschriften. Om in dit verband bestemmingsplannen actief te kunnen handhaven moet voldaan zijn aan de volgende criteria: - het opstellen van uitvoerbaar beleid en duidelijke regels; - het verstrekken van duidelijke informatie op basis waarvan burgers en bedrijven hun keuzes kunnen maken; - zorgen voor de naleving van regels door middel van toezicht en de inzet van handhavingsinstrumenten.
Als primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven wordt gezien: - het aanvaarden van de consequenties van de eigen keuzes; - nakoming van afspraken en naleving van regels. In het Handhavingsprogramma wordt het concrete belang van handhaving van regels van bestemmingsplannen aangegeven. De negatieve effecten van niet-handhaving kunnen immers groot zijn, zoals schade aan natuur en ruimtelijke kwaliteit, financieel-economische schade en onveiligheid. Maar ook kunnen burgers en bedrijven worden benadeeld door illegale activiteiten van hun buren/omwonenden. De ruimte in Nederland is schaars en iedereen heeft belang bij een goede woon-, werk- en leefomgeving. De kwaliteit hiervan wordt grotendeels in bestemmingsplannen vastgelegd en die kwaliteit verdient het om te worden beschermd, onder meer door toezicht op naleving van de regels en desnoods bestuursrechtelijke handhaving. Het bestuurlijke belang van een adequate handhaving van bestemmingsplannen is dus groot, maar dat geldt ook voor de individuele belangen van burgers en bedrijven. 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma De gemeente Oss voldoet aan de wettelijke kwaliteitscriteria voor een professionele handhavingsorganisatie. Elke vier jaar wordt er een Handhavingsprogramma opgesteld waarin de prioriteiten voor de uitvoering worden vastgelegd.
Dit gebeurt na de aantreding van een nieuwe gemeenteraad en de vorming van een nieuw college van burgemeester en wethouders. Elk jaar wordt aan de hand van een probleem- of omgevingsanalyse een voortschrijdend programma gemaakt, waarin rekening wordt gehouden met gewijzigde wetgeving en de op dat moment concrete problematiek. Handhaving van bestemmingsplannen is een vaste prioriteit in het programma.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith – 2024, pag. 73 van 76 Vastgesteld 27 juni 2024
7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht De regels van dit bestemmingsplan zijn getoetst op handhaafbaarheid. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voorziet in een verbod op het (laten) gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. Overtreding van dit verbod is een strafbaar feit. In beginsel worden bouwwerken die in overeenstemming zijn met het vorige bestemmingsplan positief bestemd. Hetzelfde geldt voor gebruik in overeenstemming met het vorige bestemmingsplan. Met andere woorden: bestaande rechten worden gerespecteerd. Zij zijn in beginsel alleen onder het algemene overgangsrecht gebracht als te voorzien is dat zij binnen de planperiode van tien jaar zullen verdwijnen. Als sprake is van een naar huidige beleidsinzichten onwenselijke situatie die in het vorige bestemmingsplan al onder het overgangsrecht valt, is bezien of deze onder het persoonsgebonden overgangsrecht kan worden gebracht. Dat wil zeggen dat het overgangsrecht voor de betreffende percelen is beperkt tot degenen die die percelen gebruiken op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Voortgezet gebruik door anderen wordt niet als bestaand gebruik aangemerkt. Wij geven hieraan de voorkeur boven een uitsterfconstructie. Een uitsterfconstructie houdt in feite een positieve bestemming in, die afloopt na beëindiging van het betreffende gebruik.
Dit maakt opvolging in de tijd door meerdere gebruikers mogelijk. Daarmee kan in beginsel het ongewenste gebruik eindeloos lang duren. Persoonsgebonden overgangsrecht heeft als voordeel dat het gekoppeld is aan gebruik door één specifieke gebruiker of een beperkt aantal specifieke gebruikers. Daarmee kan het ongewenste gebruik in de praktijk eerder beëindigd worden, en zeker niet eindeloos lang voort blijven duren, waarmee meer recht wordt gedaan aan de bedoeling van overgangsrecht. Het persoonsgebonden overgangsrecht heeft zeker bij situaties die illegaal zijn ontstaan onze voorkeur boven een uitsterfregeling. Daarnaast kan het voorkomen dat bouwwerken in strijd met het vorige bestemmingsplan zijn opgericht, of dat bestaand gebruik in strijd is met dat plan. Een positieve bestemming ligt dan in de rede als de met het vorige bestemmingsplan strijdige situatie naar huidige beleidsinzichten ruimtelijk aanvaardbaar is. Indien de betreffende situatie ruimtelijk niet aanvaardbaar is, zal hiertegen in beginsel handhavend worden opgetreden. Indien dat in een uitzonderlijk geval niet (meer) mogelijk is, is bezien of de situatie onder het persoonsgebonden overgangsrecht gebracht kan worden. Overigens zijn strijdige situaties op grond van de planregels standaard uitgezonderd van het algemene overgangsrecht. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft dit voor.
Uiteindelijk is altijd maatwerk vereist om te bepalen of een positieve bestemming, algemeen overgangsrecht of persoonsgebonden overgangsrecht mogelijk is.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith – 2024, pag. 74 van 76 Vastgesteld 27 juni 2024
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Dit bestemmingsplan voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. De Grondexploitatie-wetgeving is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via een exploitatieplan. De gemeente Oss heeft nadrukkelijk de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen omdat het opstellen van een exploitatieplan aanzienlijke meerkosten voor gemeente én initiatiefnemer tot gevolg heeft. Dit plan is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het plan zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith – 2024, pag. 75 van 76 Vastgesteld 27 juni 2024
Hoofdstuk 9
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
9.1 Omgevingsdialoog Door de initiatiefnemer van dit bestemmingsplan is een omgevingsdialoog gevoerd. De eigenaren van de navolgende adressen zijn benaderd voor een individueel gesprek om de plannen van de initiatiefnemer toe te lichten en input op te halen: Mr. Van Coothstraat 17, 18, 18A, Valkseweg 1, Valkseweg 2a, Valkseweg 3, Engwijkpad 2. Met de meeste benaderden is een individueel gesprek gevoerd. Enkele benaderden hebben samen met een andere benaderde het gesprek met de initiatiefnemer gevoerd. Hieruit zijn enkele planaanpassingen/aandachtspunten/afspraken voortgekomen. Deze zijn hieronder opgesomd: • •
• • • •
In verband met privacy wordt aan de achterzijde van het plangebied een haag geplaatst. Deze ontneemt het zicht op de parkeerplaatsen vanaf het kavel dat erachter gelegen is. Bij de positionering (en inrichting) van de balkons van de westelijke appartementen zal bezien worden hoe de diagonale zichtlijnen naar/vanaf het kavel gelegen achter de woningbouwontwikkeling zoveel mogelijk kunnen worden beperkt. Afgesproken is dat voor de start van de werkzaamheden aan de omwonenden/benaderden de wijze van fundatie wordt gecommuniceerd, alsook overige bouwgerelateerde informatie. De twee meest noordelijke dakkapellen op het oostelijke dakvlak worden niet gerealiseerd. De erfafscheiding tussen de laagbouw en de weg zal een lage haag zijn, zodat hier overheen gekeken kan worden. De voorgevel van de beoogde te realiseren bergingen zullen niet voor de woning van een omwonende/benaderde uitkomen.
De initiatiefnemer heeft een verslag van de omgevingsdialoog gemaakt. Het verslag is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 12). 9.2 Overleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn de in dat artikel genoemde instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het ontwerpbestemmingsplan. 9.2.1 Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas heeft op 27 juli 2023 gereageerd op de plannen. De inhoudelijke reactie van het waterschap is opgenomen en verwerkt in paragraaf 5.4.2 van deze toelichting. 9.2.2 Provincie Noord Brabant Op 5 juli 2023 is het voor het wettelijk vooroverleg opgestelde inventarisatieformulier van de provincie Noord-Brabant ingevuld. Dit gaf een ‘groen scherm’, waarmee het wettelijk vooroverleg is afgerond. 9.2.3 Veiligheidsregio Brabant Noord Op 27 juli 2023 heeft Veiligheidsregio Brabant Noord op de plannen gereageerd. De inhoudelijke reactie van de veiligheidsregio is opgenomen en verwerkt in paragraaf 5.6.3 van deze toelichting.
9.3 Inspraak De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van inspraak bij
Mr. Van Coothstraat 14 Lith – 2024, pag. 76 van 76 Vastgesteld 27 juni 2024
ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om bij kleine plannen af te zien van inspraak. Dit is aan de orde bij plannen die een beperkte impact hebben. In dit geval gaat het om een plan waarbij een bestaande bedrijfslocatie in de kern van Lith wordt getransformeerd naar 23 appartementen en 1 vrijstaande woning. Verder geldt dat de omgeving in het voortraject is betrokken via een omgevingsdialoog die de initiatiefnemer van het plan heeft georganiseerd. De gemeente heeft in dit geval geen voorontwerpbestemmingsplangemaakt en dus ook geen inspraakprocedure gevolgd. 9.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen voor 6 weken ter inzage gelegd. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Iedereen kon zijn zienswijze schriftelijk of mondeling over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Na de terinzagelegging is van de zienswijzeprocedure een eindverslag gemaakt dat onderdeel uitmaakt van het raadsbesluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 2 van 86 vastgesteld
Inhoudsopgave
REGELS
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1
Begrippen
4
Artikel 2
Wijze van meten
10
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
12
Artikel 3
Groen
12
Artikel 4
Tuin
13
Artikel 5
Wonen - Vrijstaand
14
Artikel 6
Wonen - Woongebouwen
17
Artikel 7
Waarde - Archeologie historische kern
19
Hoofdstuk 3
Algemene regels
21
Artikel 8
Anti-dubbeltelregel
21
Artikel 9
Algemene bouwregels
22
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
25
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
26
Artikel 12
Afwijken van de bouwregels algemeen
27
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
28
Artikel 14
Overige regels
29
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
30
Artikel 15
Overgangsrecht
30
Artikel 16
Slotregel
31
Bijlagen van de regels
33
Bijlage 1
Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten
34
Bijlage 2
Milieuzoneringslijst
38
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
57
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 3 van 86 vastgesteld
REGELS
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 4 van 86 vastgesteld
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 met identificatienummer NL.IMRO.0828.BPmrvncthstr14lth-VG01 van de gemeente Oss. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3
aanbouw:
een aan een hoofdgebouw toegevoegde, afzonderlijke ruimte die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar volgens de regels regels worden gesteld over het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
aan huis gebonden activiteit:
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.7
bebouwing:
gebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn. 1.8
bed en breakfast:
een kleinschalige overnachtingsaccommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een woonhuis of bijbehorende aan- of uitbouw of bijgebouw en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis. 1.9
bedrijf/bedrijfsactiviteit:
de uitoefening van opslag-, handels-, transport- en industriële en ambachtelijke bedrijven, een en ander met uitsluiting van agrarische bedrijven, detailhandel, horeca, dienstverlening, zelfstandige kantoren, maatschappelijke voorzieningen en voorzieningen op het gebied van cultuur en ontspanning. 1.10
bedrijfsgebouw:
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 5 van 86 vastgesteld
1.11
bedrijfsvloeroppervlakte (bvo):
de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een activiteit, zoals een winkel, bedrijf, kantoor, dienstverlenende instelling of een aan huis gebonden activiteit, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.12
bestaand:
over bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften; over gebruik: gebruik van gronden en opstallen zoals dat aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.13
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.14
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming, met dien verstande dat geometrisch bepaalde bestemmingsvlakken die aan elkaar zijn gekoppeld met de figuur 'relatie' als één bestemmingsvlak gelden. 1.15
bijbehorend bouwwerk:
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.16
bijgebouw:
een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.17
bijzondere woonruimte:
woonruimte waarin al dan niet zelfstandige woningen zijn opgenomen met gemeenschappelijke voorzieningen zoals een bejaardenhuis, woonzorgcomplex of daarmee gelijk te stellen voorziening. 1.18
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.19
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.20
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 6 van 86 vastgesteld
1.21
bouwmassa:
een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen. 1.22
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop volgens de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.23
bouwperceelgrens:
de grens van een bouwperceel. 1.24
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar volgens de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.25
bouwwerk:
een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.26
carport:
een dakconstructie, vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, bestemd voor het overdekt stallen van auto's. 1.27
cultuur en ontspanning (c.q. voorzieningen op het gebied van):
het al dan niet bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning, waaronder begrepen: atelier, bioscoop, bowlingbaan, casino, creativiteitscentrum, dansschool, evenemententerrein, fitnesscentrum, kinderboerderij, museum, muziekschool, muziektheater, sauna, speeltuin, sportschool, theater, wellnesscentrum alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.28
cultuurhistorische waarde:
De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde die wordt gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied. 1.29
detailhandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.30
dienstverlening:
een bedrijfsmatige activiteit met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak al dan niet met een baliefunctie, zoals: uitzendbureaus, reisbureaus, wasserettes, kapsalons, bijkantoren van banken en van sociaal-culturele instellingen, postagentschappen, telefoon-, internet-, telegraaf- en telexdiensten, snelfoto-ontwikkel- en copy-shops, videotheken en autorijscholen. 1.31
eerste bouwlaag:
de bouwlaag op de begane grond.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 7 van 86 vastgesteld
1.32
escortbedrijf:
de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.33
functie:
activiteiten ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.34
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.35
gevellijn:
de aanduiding van de grens van het bouwvlak die gericht is naar de weg of ander openbaar gebied en waarop de bebouwing is georiënteerd. 1.36
groepsmatige activiteit:
een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend in de vorm van het verlenen van diensten en het geven van onderricht en informatie aan 3 of meer personen tegelijk, kinderopvang daaronder mede begrepen. 1.37
groothandel:
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers dan wel aan instellingen of personen tot aanwending in een andere bedrijfsactiviteit. 1.38
hoofdgebouw:
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.39
horeca:
een bedrijf gericht op één of meer van de navolgende bedrijfsmatige activiteiten: a. het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of dranken met de mogelijkheid deze ter plaatse of elders te nuttigen; b. het verstrekken van nachtverblijf; c. het exploiteren van zaalaccommodatie; d. het bieden van gelegenheid tot dansen; e. het uitoefenen van een kans- en/of behendigheidsspel; f. een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie (uitgezonderd een erotisch getinte vermaaksfunctie). 1.40
huishouden:
de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: a. het inwonen of het bewonen van kamers door niet meer dan 2 verwanten of andere personen in het hoofdgebouw en/of aan- en uitbouw, al dan niet bij wijze van mantelzorg en al dan niet met eigen voorzieningen; b. een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, waaronder mede wordt begrepen: 1. een woongroep van mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking of
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 8 van 86 vastgesteld
aandoening met inbegrip van begeleiding en toezicht gericht op zelfstandige bewoning; 2. de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 niet verwante personen, die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning. 1.41
individuele praktijk c.q. eenmansbedrijf:
een praktijk of bedrijf, uitgeoefend door één beroepsuitoefenaar al dan niet administratief of anderszins ondersteund door niet meer dan een ander persoon. 1.42
kampeerterrein:
terrein, speciaal ingericht om in tent, camper, of caravan te overnachten. 1.43
kantoor:
een ruimte of bij elkaar horende ruimten die bestemd is/zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of administratieve dienstverlening. 1.44
kantoor met baliefunctie:
een kantoor met een publieksaantrekkende hoofdfunctie zoals een bank, postkantoor, reisbureau en uitzendbureau. 1.45
kelder:
een geheel of nagenoeg geheel, dat wil zeggen maximaal 0,5 m boven peil, ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk. 1.46
lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten:
de lijst, behorend bij deze regels, waarin is aangegeven welke beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten rechtstreeks toelaatbaar zijn in woningen. 1.47
maatschappelijk c.q. maatschappelijke voorzieningen:
maatschappelijke voorzieningen op het gebied en/of in de vorm van: asielzoekerscentrum, bibliotheek, drugsopvang, gezondheidszorg (inclusief apotheek), jeugdopvang, kinder- en naschoolse opvang, onderwijs, openbaar bestuur en openbare dienstverlening, praktijkruimte, religie en levensbeschouwing, uitvaartcentrum, verenigingsleven, welzijnsinstelling, zorgboerderij, zorginstelling, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.48
mantelzorg:
het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband. 1.49
milieuzoneringslijst:
de lijst van handels- en bedrijfsactiviteiten die onderdeel uitmaakt van de regels, waarin deze activiteiten naar milieucategorie zijn onderscheiden. 1.50
onderbouw:
een gedeelte van een gebouw dat gedeeltelijk onder peil is gelegen. 1.51
ondergeschikte detailhandel:
beperkte, op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met bedrijfsactiviteiten die als hoofdfunctie worden uitgeoefend.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 9 van 86 vastgesteld
1.52 peil: a. voor bouwwerken op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg, openbaar erf of voetgangersverbinding grenst: de hoogte van de kruin van de weg, openbaar erf of voetgangersverbinding ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld. 1.53
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.54
ruimtelijke kwaliteit:
kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. 1.55
seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.56
uitbouw:
de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.57
voorgevellijn:
de lijn (in hoeksituaties: de lijnen) waarin de naar de weg of ander openbaar gebied gekeerde gevel(s) van het dichtst bij die weg of ander openbaar gebied gelegen gebouw is (zijn) gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.58
wonen:
het bewonen van een woning. 1.59
woning:
een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.60
woongebouw:
een gebouw dat meerdere naast elkaar gelegen en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijk als een eenheid kan worden beschouwd. 1.61
woonhuis:
een gebouw, dat één grondgebonden woning omvat.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 10 van 86 vastgesteld
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:
de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het betreffende bouwwerk op een bouwperceel. 2.2
de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen. 2.3
het bebouwingspercentage:
de oppervlakte, die met gebouwen (carports en overkappingen inbegrepen) is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; bij het bepalen van de oppervlakte van een bouwperceel waarop een of meer woningen mogen worden gebouwd, wordt de oppervlakte van de bij de woning behorende bestemming 'Tuin' meegerekend; de oppervlakte wordt altijd in gehele getallen bepaald. 2.4
de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.5
de dakvoet:
het laagste punt van een schuin dak. 2.6
de daknok:
het hoogste punt van een schuin dak. 2.7
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.8
de breedte van een bouwperceel:
tussen de zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten over tenminste 3/4 van de lengte van het bouwperceel, in welke lengte in ieder geval het bouwvlak aanwezig is of de toegestane situering van het hoofdgebouw als geen bouwvlak is aangegeven. 2.9
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.10
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 11 van 86 vastgesteld
2.11
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.12
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.13
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 12 van 86 vastgesteld
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.
groenvoorzieningen; speel- en verblijfsvoorzieningen en beeldende kunst; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; voorzieningen voor langzaam verkeer; parkeervoorzieningen; nusvoorzieningen en zend- en ontvangstinstallaties; verhardingen anders dan voor de functies genoemd onder b, c, d en e tot een oppervlakte van niet meer dan 70% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht voor de doelen die genoemd zijn in artikel 3.1. 3.2.2
Bouwwerken die geen gebouw zijn
Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken die geen gebouw zijn, worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels. a. b. c. d.
De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m; De bouwhoogte van zend- en ontvangstinstallaties mag niet meer bedragen dan 12 m. De bouwhoogte van objecten van beeldende kunst mag niet meer bedragen dan 12 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken die geen gebouw zijn, mag niet meer bedragen dan 4 m.
3.2.3
Kleine gebouwen voor nutsvoorzieningen en zend- en ontvangstinstallaties
In afwijking van artikel 3.2.2 mogen op deze gronden gebouwen voor nutsvoorzieningen worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels: a. De oppervlakte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 15 m²; b. De bouwhoogte van een gebouw mag niet meer bedragen dan 3 m; c. De gebouwen moeten landschappelijk worden ingepast. 3.3
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar 'Bijlagen van de regels'
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 13 van 86 vastgesteld
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erven als deel van het bouwperceel horend bij de voor 'Wonen – Vrijstaand' bestemde gronden; b. andere functies die ter plaatse van de bijbehorende bestemmingen 'Wonen – Vrijstaand' zijn toegestaan; c. ondergeschikte waterhuishoudkundige voorzieningen, voorzieningen zoals terrassen en paden en parkeervoorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht voor de doelen die genoemd zijn in artikel 4.1. 4.2.2
Bouwwerken die geen gebouw zijn
Op deze gronden mogen uitsluitend bij de woning behorende bouwwerken die geen gebouw zijn, worden gebouwd. Hiervoor gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van de bijbehorende woning mag niet meer bedragen dan 1 m. b. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen elders dan onder a bedoeld mag niet meer mag bedragen dan 2 m. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken die geen gebouw zijn, mag vóór de voorgevel van de bijbehorende woning niet meer bedragen dan 1 m en achter de voorgevel niet meer dan 4 m. 4.2.3
Carports
Op deze gronden mogen carports worden gebouwd. Hiervoor gelden - in voorkomend geval in afwijking van artikel 4.2.2 - de volgende regels. a. Carports mogen uitsluitend worden gebouwd op een afstand van minstens 1 m achter de voorgevel van de woning en op hoeksituaties minstens 5 m achter de voorgevel. b. De bouwhoogte van carports mag niet meer bedragen dan 3 m. c. Voor de toegestane oppervlakte van carports en overkappingen is het bepaalde in artikelen 5.2.6 van toepassing. 4.3
Specifieke gebruiksregels
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken goederen en van materialen, emballage en afval, behalve voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik. 4.4
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar 'Bijlagen van de regels'
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 14 van 86 vastgesteld
Artikel 5 5.1
Wonen - Vrijstaand
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen - Vrijstaand' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van vrijstaande woonhuizen en daarbij behorende bouwwerken;' b. activiteiten die genoemd zijn in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten' met een bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 35 m2; c. een bed en breakfast met een overnachtingscapaciteit van niet meer dan 2 kamers en voor niet meer dan 4 personen tegelijk; d. bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht voor de doelen als genoemd in artikel 5.1. 5.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. b. Per bouwvlak mogen niet meer woningen worden gebouwd dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven. c. De goothoogte en de bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. d. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend met twee hellende daken met een dakhelling tussen 40 en 70 graden worden afgedekt. e. Hoofdgebouwen mogen aan beide zijden niet korter dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd. 5.2.3
Bijbehorende bouwwerken ten minste 3 m achter de voorgevel
Bijbehorende bouwwerken mogen worden gebouwd, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. Bijbehorende bouwwerken mogen alleen worden gebouwd op ten minste 3 m achter de voorgevel van het bijbehorend hoofdgebouw. b. Indien het bijbehorend bouwwerk hoger is dan 3,5 m, dan moet het voorzien zijn van een schuin dak, dat voldoet aan de volgende eisen: 1. de dakvoet daarvan is niet hoger dan 3,5 m; 2. de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken met een hellingshoek van niet meer dan 55o; 3. de hoogte van de daknok is niet meer dan 5 m en de hoogte daarvan wordt altijd begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3,5. c. Dakterrassen zijn alleen toegestaan direct achter en aansluitend aan het hoofdgebouw. 5.2.4
Bijbehorende bouwwerken ten minste 1 m achter de voorgevel
In afwijking van wat er in artikel 5.2.3 staat, mogen bijbehorende bouwwerken ook worden gebouwd in het gebied tussen 1 en 3 m achter de voorgevel van het bijbehorend hoofdgebouw, mits voldaan wordt aan de volgende eisen: a. Het bijbehorende bouwwerk is niet hoger dan: 1. 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw, en 2. het hoofdgebouw. b. Het bijbehorend bouwwerk is niet voorzien van een dakterras, balkon of een andere niet op de grond gelegen buitenruimte.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 15 van 86 vastgesteld
5.2.5
Andere bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn
Voor het bouwen van bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m. b. In afwijking van het bepaalde onder a mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevellijn niet meer bedragen dan 1 m. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 4 m. 5.2.6 Bebouwingspercentage a. Het bebouwingspercentage mag per bouwperceel niet meer bedragen dan hieronder is aangegeven: oppervlakte bouw perceel
bebouw ingspercentage
bouw perceel tot en met 400 m2
55%
bouw
perceel van 401 m2 en groter
55% over de oppervlakte tot 400 m2 en 20% over de meerdere oppervlakte
b. Daarbij geldt dat de gezamenlijke oppervlakte buiten het bouwvlak van bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan 150 m2, met inbegrip van bijbehorende bouwwerken op de bij het bouwperceel behorende gronden met de bestemming 'Tuin'. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
hogere bouwhoogte bijgebouwen
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.3 onder b voor het toestaan van een hogere bouwhoogte mits: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 7 m; 3. het toestaan van een grotere bouwhoogte leidt tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit door een betere uitstraling van het geheel van hoofdgebouw en bijgebouw in stedenbouwkundige, landschappelijke en/of architectonische zin; 4. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, het straatbeeld en/of het bebouwingsbeeld; 5. het bevoegd gezag alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning advies inwint van de Adviescommissie Architectuur of een andere deskundige op het gebied van welstand. 5.3.2
Kortere afstand hoofdgebouw tot zijdelingse perceelsgrens
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.2 onder e voor het toestaan van een kortere afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mits: a. de afstand niet minder bedraagt dan 1 m; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, het straatbeeld en/of het bebouwingsbeeld. 5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Voorwaardelijke verplichting karakteristieke geluidwering
Een op grond van 5.2.2 toelaatbaar gebouw mag uitsluitend worden gebruikt als woning indien de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte aantoonbaar niet kleiner is dan het verschil tussen de hoogst berekende cumulatieve geluidsbelasting zoals volgt uit het akoestisch onderzoek dat is opgenomen als Bijlage 3 bij deze regels en 33 dB. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken:
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 16 van 86 vastgesteld
a. van het bepaalde in artikel 5.1 voor de uitoefening van activiteiten die genoemd worden in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten' met een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 35 m² of die niet in die lijst genoemd worden, maar naar aard en omvang gelijk te stellen zijn met de in die lijst wel genoemde activiteiten, mits: 1. de woonfunctie als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor minstens 50%, gehandhaafd blijft en het bedrijfsvloeroppervlak nooit meer bedraagt dan 75 m2; 2. geen onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woonomgeving plaatsvindt; 3. de activiteit voor wat betreft milieuaspecten kan worden ingeschaald in categorie 1 van de milieuzoneringslijst; 4. een goede verkeersafwikkeling kan worden gewaarborgd en voorzien kan worden in de parkeerbehoefte; 5. de activiteit geen sterk publieksaantrekkende werking heeft; 6. de activiteit niet is uitgesloten in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan huis gebonden activiteiten'; b. van het bepaalde in artikel 5.1 voor groepsmatige activiteiten, mits: 1. de woonfunctie als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor minstens 50%, gehandhaafd blijft en het bedrijfsvloeroppervlak nooit meer bedraagt dan 75 m2; 2. de aard, de groepsgrootte en de frequentie niet leiden tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woonomgeving; 3.
een goede verkeersafwikkeling kan worden gewaarborgd en voorzien kan worden in de parkeerbehoefte; c. van het verbod tot uitoefening van detailhandel als onderdeel van de uitoefening van een aan huis gebonden activiteit, mits: 1. de detailhandel onderdeel is van de klantgerichte activiteiten ter plaatse; 2. de detailhandel van ondergeschikte aard en een niet-zelfstandig onderdeel is van de totale bedrijfsvoering; d. van het verbod een woonhuis te gebruiken voor de huisvesting van meer dan één huishouden om inwoning of kamerbewoning door meer dan 2 personen dan wel de gemeenschappelijke huisvesting van meer dan 4 niet verwante personen toe te staan, mits: 1. de grootte van de woning daarvoor geschikt is; 2. voorzien kan worden in de parkeerbehoefte; 3. de privacy en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende percelen niet onevenredig worden aangetast. 5.6
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar 'Bijlagen van de regels'
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 17 van 86 vastgesteld
Artikel 6 6.1
Wonen - Woongebouwen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Woongebouwen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Wonen in de vorm van woongebouwen en daarbij behorende bouwwerken; b. bijbehorende bovengrondse en/of ondergrondse parkeervoorzieningen; c. bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, paden, erven en tuinen. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Bebouwing mag alleen worden opgericht ten behoeve van de doelen als genoemd in artikel 6.1. 6.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. b. Per bouwvlak mogen niet meer woningen worden gebouwd dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven. c. De goothoogte en de bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. 6.2.3
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 m. b. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. c. In afwijking van het bepaalde onder b mag de bouwhoogte van overkappingen en carports niet meer bedragen dan 3 m. d. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken buiten het bouwvlak mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 11 m2, vermenigvuldigd met het aantal wooneenheden. 6.2.4
Andere bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn
Voor het bouwen van bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn, gelden de volgende regels: a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m. b. Voor de bouw van overkappingen en carports moet voldaan worden aan de volgende regels: 1. Op een afstand van minstens 5 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dat op de bestemming 'Verkeer' is georiënteerd. 2. Indien het bijbehorend bouwwerk hoger is dan 3,5 m, dan moet het voorzien zijn van een schuin dak, dat voldoet aan de volgende eisen: de dakvoet daarvan is niet hoger dan 3,5 m; de daknok wordt gevormd door twee of meer schuine dakvlakken met een hellingshoek van niet meer dan 55o; de hoogte van de daknok is niet meer dan 5 m en de hoogte daarvan wordt altijd begrensd door de volgende formule: maximale daknokhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3,5. 3. Dakterrassen zijn niet toegestaan. c. De bouwhoogte van overige bouwwerken die geen bijbehorend bouwwerk zijn, mag niet meer bedragen dan 4 m. 6.2.5
Afwijken van de bouwregels
In afwijking van het bepaalde in 6.2.2. zijn buiten het bouwvlak balkons toegelaten tot maximaal 3 meter achter de achtergevel.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 18 van 86 vastgesteld
6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Strijdig gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van een woning voor de huisvesting van meer dan één huishouden. 6.3.2
Voorwaardelijke verplichting karakteristieke geluidwering
Een op grond van 6.2.2 toelaatbaar gebouw mag uitsluitend worden gebruikt als woning indien de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte aantoonbaar niet kleiner is dan het verschil tussen de hoogst berekende cumulatieve geluidsbelasting zoals volgt uit het akoestisch onderzoek dat is opgenomen als Bijlage 3 bij deze regels en 33 dB. 6.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van artikel 6.1 en worden toegestaan dat de gebouwen in ondergeschikte mate worden gebruikt voor maatschappelijke voorzieningen voor bewoners van deze gebouwen en van bewoners in de omgeving, mits voorzien kan worden in de extra parkeerbehoefte, die deze voorzieningen met zich brengen. 6.5
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar 'Bijlagen van de regels'
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 19 van 86 vastgesteld
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie historische kern
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie historische kern' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van op of in die gronden aanwezige archeologische waarden. 7.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk dat geen bouwwerk is of van werkzaamheden 7.2.1
Vergunningsplicht
Het is, zo nodig in afwijking van wat elders in deze regels is bepaald, verboden op en/of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken die geen bouwwerk zijn en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen of te laten uitvoeren over een oppervlakte van 50 m² of meer en dieper dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld: a. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, ploegen, roeren en omwoelen van gronden, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; b. het ophogen, verlagen of egaliseren van de bodem; c. heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplanting waarbij stobben worden verwijderd; e. het verlagen van het waterpeil; f. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers, zwembaden en andere wateren; g. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatieleidingen of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; h. het verharden van wegen, paden of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; i. het plaatsen en/of verwijderen van funderingen; j. graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen voor de bouw van gebouwen en andere bouwwerken. 7.2.2
Uitzondering
Het verbod in artikel 7.2.1 geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. in het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering waren of legaal konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; c. die bestaan uit het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen dan wel andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, voor zover deze worden aangebracht binnen een bestaand leidingentracé binnen de daarvoor oorspronkelijk gegraven sleuf; d. die het normale gebruik, onderhoud en/of beheer betreffen van de gronden. 7.2.3 Toelaatbaarheid, nadere eisen en voorwaarden a. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.2.1 mag alleen worden verleend als: 1. door die werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen de archeologische waarden van het betreffende terrein niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en/of 2.
uit door de aanvrager overgelegd of ander archeologisch onderzoek conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie naar het oordeel van het bevoegd gezag blijkt dat de archeologische waarden van het betreffende terrein in voldoende mate zijn vastgesteld en zo nodig zijn zekergesteld, dan wel dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel dat de archeologische waarden door de werken of werkzaamheden niet of niet onevenredig
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 20 van 86 vastgesteld
worden geschaad. b. Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan het archeologische onderzoek en het archeologische onderzoeksrapport. c. In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting om de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door de gemeentelijke archeoloog dan wel een andere deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. 7.3
Informatieve verwijzing naar andere regels van dit plan
Voor de volledige inhoud zijn alle hoofdstukken en de bijlagen van de regels van belang. Direct naar Hoofdstuk 1 Inleidende regels Direct naar Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Direct naar Hoofdstuk 3 Algemene regels Direct naar 'Bijlagen van de regels'
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 21 van 86 vastgesteld
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Mr. Van Coothstraat 14 Lith - 2024 pag 22 van 86 vastgesteld
Artikel 9 9.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
9.1.1 Ondergrondse bouwwerken a. Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken die geen gebouw zijn, gelden geen beperkingen behalve voor zover in deze regels anders is bepaald. Ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig het bij de bestemming toegestane gebruik. b. Voor het bouwen en gebruiken van ondergrondse gebouwen gelden, behalve voor zover in deze regels anders is bepaald, de volgende regels: 1. ondergrondse gebouwen die deels zichtbaar zijn boven het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld, zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, met uitzondering van ondergeschikte bouwdelen, die ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan; 2. ondergrondse gebouwen die onzichtbaar zijn boven het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld, zijn ook buiten het bouwvlak toegestaan; 3. in afwijking van wat er onder b1 en b2 staat, zijn ondergrondse gebouwen onder en bij woonhuizen uitsluitend toegestaan als kelder of onderbouw onder het woonhuis en onder aanen uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen; 4. de ondergrondse bouwdiepte van ondergrondse gebouwen bedraagt maximaal 4 meter onder peil; 5. de oppervlakte van ondergrondse gebouwen wordt meegerekend bij het berekenen van de toegestane bedrijfsvloeroppervlakte en de toegestane verkoopoppervlakte; 6.
de oppervlakte van ondergrondse gebouwen wordt uitsluitend meegerekend bij het toegestane bebouwingspercentage voor zover die gebouwen zichtbaar zijn boven het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld; 7. de inhoud van ondergrondse gebouwen wordt niet meegerekend bij de toegestane inhoud van een woning voor zover die gebouwen maximaal 0,5 m boven peil zijn gelegen; 8. ondergrondse gebouwen mogen uitsluitend worden gebruikt overeenkomstig het bij de bestemming toegestane gebruik. 9.1.2
Afwijken van ondergronds bouwen
Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van artikel 9.1.1 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties of met een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10 meter onder peil onder de voorwaarden dat: a. de waterhuishouding niet wordt verstoord; b. geen afbreuk wordt gedaan aan archeologische waarden; c. dit niet strijdig is met de belangen verbonden aan de bestemming van de betreffende gronden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig worden aangetast. 9.2
Overschrijding van bouwgrenzen door bouwdelen
9.2.1
Direct toegestane overschrijding van bouwgrenzen
In afwijking van de bestemmingsregels in Hoofdstuk 2 mag de bebouwingsgrens en/of de bestemmingsgrens van enige bestemming 'Wonen' door bouwdelen worden overschreden. Hiervoor gelden de volgende regels: a. Erkers, balkons en luifels van een woonhuis mogen de voorgevellijn met niet meer dan 1,5 m overschrijden, mits: 1. de afstand van een erker tot de openbare weg of ander openbaar gebied niet minder bedraagt dan 2 m; 2. de breedte van de erker, luifel of balkon niet meer bedraagt van 50% van de breedte van de voorgevel; 3. de afstand tot de zijdelingse perceelgrens niet minder bedraagt dan 0,5 m, tenzij twee erkers, luifels of balkons direct aan weerszijden van de zijdelingse perceelgrens worden gebouwd.