Toelichting+regels definitief tbv vaststelling
Tekst van het document
BESTEMMINGPSLAN Broekstraat 2a / Elst 9 Geffen - 2022 Toelichting + regels
Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |
Broekstraat 2a / Elst 9 Geffen - 2022
Inhoudsopgave Toelichting
4
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Plangebied
5
1.3
Geldend bestemmingsplan
6
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
9
2.1
Ontstaansgeschiedenis
9
2.2
Bestaande situatie
11
Toelichting op het plan
18
3.1
Beoogde situatie
18
3.2
Functionele karakteristiek
24
3.3
Verkeer en parkeren
24
3.4
Beeldkwaliteit
24
3.5
Duurzaamheid
24
Ruimtelijk beleidskader
25
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4 4.1
Wettelijk kader
4.2
Rijksbeleid
28
4.3
Provinciaal beleid
29
4.4
Gemeentelijk beleid
36
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
43
5.1
Landschap
43
5.2
Natuur
49
5.3
Archeologie en Cultuurhistorie
53
5.4
Mobiliteit en parkeren
60
5.5
Water
62
5.6
Defensie
65
5.7
Milieuaspecten
66
5.8
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
80
Hoofdstuk 6
2/110
25
Toelichting op de regels
82
6.1
Algemeen
82
6.2
Regels
82
Hoofdstuk 7
Handhaving
86
7.1
Beleidskader
86
7.2
Professionele handhaving en handhavingsprogramma
87
7.3
Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht
87
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
89
Hoofdstuk 9
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid
90
9.1
Omgevingsdialoog
90
9.2
Vooroverleg
90
9.3
Inspraak
91
9.4
Zienswijzen
91
9.5 Beroep niet gedefinieerd.
Fout! Bladwijzer
Bijlagen bij de toelichting
94
Bijlage 1
Stikstofonderzoek
96
Bijlage 2
Quickscan Wet natuurbescherming
98
Bijlage 3
Aanvullend ecologisch onderzoek
100
Bijlage 4
Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek
102
Bijlage 5
Verkennend bodemonderzoek
104
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek rail- en wegverkeerslawaai
106
Bijlage 7
Formulier omgevingsdialoog
108
Bijlage 8
Nota van vooroverleg
110
3/110
Toelichting
4/110
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Door de heer en mevrouw Van Wanrooij is aan Rho adviseurs voor leefruimte opdracht verleend tot het opstellen van een bestemmingsplanherziening voor het plangebied aan Broekstraat 2a - Elst 9 te Geffen. Ter vervanging van de bestaande woning aan Broekstraat 2a zal een nieuwe grotere woning worden gerealiseerd waarbij de woonbestemming dient te worden uitgebreid. De bestaande woning en bijbehorende woonbestemming van Elst 9 zal gehandhaafd blijven en bij het plangebied worden betrokken. Daarnaast zal het duivenverblijf, dat zich nu nog elders in het dorp bevindt, verplaatst worden naar het landschappelijk deel van het plangebied en worden betrokken bij Elst 9. Buiten deze koppeling met het duivenverblijf vinden er voor wat betreft Elst 9 geen wijzigingen plaats. Het kleinschalig agrarisch landschap rondom het plangebied is een waardevol gebied met veel kwaliteit. Om de kwaliteit van het gebied te behouden, is het van belang de huidige karakteristieken te behouden en met het oog op ontwikkeling een aantal landschappelijke randvoorwaarden in acht te nemen. Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss – 2020' (vastgesteld op 16 april 2020). De gronden in het plangebied hebben de bestemmingen 'Wonen', 'Natuur' en 'Agrarisch met waarden - Landschap'. Het initiatief is in strijd met het geldende bestemmingsplan.
Door middel van voorliggend bestemmingsplan kan de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan Broekstraat 2a - Elst 9 en maakt onderdeel uit van de lintbebouwing ten noordwesten van de kern Geffen in het buitengebied van de gemeente Oss. Het plangebied wordt aangeduid met (een gedeelte van) de kadastrale percelen GFN00 - D - 649, GFN00 - D - 651, GFN00 - D - 917, GFN00 - D - 1385, GFN00 - D - 1080, GFN00 - D - 133 GFN00 - D - 1079 en GFN00 - D - 916. De totale oppervlakte bedraagt circa 30.700 m2. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door diverse functies, zoals wonen (voornamelijk grondgebonden vrijstaande woningen), bedrijvigheid, natuur, agrarische gronden en groen- en verkeersvoorzieningen. In figuur 1.1 is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
5/110
Figuur 1.1
1.3
Ligging en begrenzing plangebied (Bron: Google Maps)
Geldend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied Oss – 2020' (vastgesteld op 16 april 2020). Een uitsnede van de verbeelding hiervan is weergegeven in figuur 1.2. De gronden in het plangebied hebben de bestemmingen 'Wonen' (circa 4.418 m2 ten behoeve van Broekstraat 2a en 4.550 m2 ten behoeve van Elst 9), 'Natuur' (circa 3.472 m2) en 'Agrarisch met waarden - Landschap' (circa 17.885 m2). Daarnaast geldt voor het grootste gedeelte van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie verwachtingswaarde hoog' en zijn tevens een drietal gebiedsaanduidingen van kracht: Gebiedsaanduiding 'overige zone – bebouwingsconcentratie' Gebiedsaanduiding 'overige zone – beperking veehouderij' Gebiedsaanduiding 'overige zone – dekzandrug'.
6/110
Figuur 1.2 Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Oss – 2020' met aanduiding plangebied (Bron: Ruimtelijkeplannen) Aanvullend geldt binnen de bestemming 'Natuur' de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 26', waarbinnen een paardenstal mogelijk wordt gemaakt. De locatie van de aanduiding is weergegeven in figuur 1.3.
Figuur 1.3
Bouwaanduidinig 'specifieke bouwaanduiding - 26' (Bron: Ruimtelijkeplannen)
Aangezien conform het geldende bestemmingsplan op de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschap' de beoogde uitbreiding van de woonfunctie en de realisatie van het duivenverblijf inclusief bijbehorende 7/110
functionele verbinding met Elst 9 wordt aangeduid als zijnde strijdig gebruik, dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Door de gemeente Oss is als voorwaarde gesteld dat de beoogde ontwikkeling ruimtelijk en landschappelijk goed moet worden ingepast. Derhalve is, ten behoeve van het totale plan, voorliggend bestemmingsplan met hieraan gekoppeld een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Ook de benodigde onderzoeken zijn hierin meegenomen. Het bestemmingsvlak 'Wonen' bij het adres Elst 9 wordt conserverend meegenomen in voorliggend bestemmingsplan. Hierbinnen vinden geen wijzigingen plaats en dus is dit gebied ook niet meegenomen als zijnde een nieuwe ontwikkeling in de uitgevoerde onderzoeken en/of onderbouwing ten aanzien van de omgevingsaspecten.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de ontstaansgeschiedenis en de bestaande situatie in en rond het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling uiteengezet en wordt ingegaan op de stedenbouwkundige en functionele karakteristiek, verkeer en parkeren, groen en water en beeldkwaliteit. In hoofdstuk 4 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Oss. Hoofdstuk 5 omvat de toets aan de sectorale milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 6 komt de juridische planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 7, 8 en 9 wordt nader ingegaan op de handhaving, economische uitvoerbaarheid, overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
8/110
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ontstaansgeschiedenis
Het plangebied is gelegen direct ten noordwesten van de kern Geffen. De dekzandrug waarop de kern Geffen en het plangebied zijn gelegen, heeft een besloten tot halfopen karakter. Rondom de dorpen lagen tot circa 1850 de gemeenschappelijke akkers. Door de bevolkingsgroei en de ontwikkeling van de landbouw, zijn de akkers direct grenzend aan het dorp vaak ingevuld met woningbouw. Archeologische vondsten hebben bewezen dat het gebied rond Geffen al sinds de late Steentijd werd bewoond. Duidelijk zichtbaar op historische geografische kaarten is dat vroeger al sprake was van bebouwingslinten. Deze historische linten zijn in de loop der tijd verdicht met woningen. Onderhavig bestemmingsplan betreft de locatie aan Broekstraat 2a - Elst 9 te Geffen. Deze locatie is gelegen ten noordenwesten van de kern Geffen en is gelegen aan het historische bebouwingslint ‘de Elst’. Het plangebied bevindt zich op de grens van het rivierenlandschap en de dekzandgronden. Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 5.1. Op onderstaande kaarten (figuur 2.1) is te zien hoe het gebied ten noorden van Geffen zich in de loop der jaren heeft ontwikkeld. Het onderscheid tussen de twee landschappen is goed te zien op historische topografische kaarten. Die laten zien dat het grondgebruik en het verkavelingspatroon van de twee landschappen sterk van elkaar verschilden.
Tegelijk is dit onderscheid tegenwoordig veel minder goed zichtbaar. Veel van het bos en struweel (erfafscheidingen) op de zandgronden is verdwenen. De watergang op de grens tussen rivierengebied en zandgronden is ook op de oude kaarten te zien. De slagenverkavelingsstructuur in het komgebied is fraai te zien. Ook de dekzandrand kent een slagenverkaveling, maar is veel kleinschaliger van aard. De kronkelige wegen en verspreide woningen (op terpen) zijn kenmerkend voor de hogere dekzandrug.
9/110
Figuur 2.1 Historische topografische kaarten Geffen met globale aanduiding van het plangebied Topotijdreis)
(Bron:
Het plangebied maakt deel uit van de lintbebouwing grenzend aan Geffen, maar is gelegen aan de andere zijde van de spoorlijn. Het lint kenmerkt zich door verspreid gelegen bebouwing met een grote diversiteit in verschijningsvorm en bouwjaar. De landschappelijke groenstructuur van het lint wordt gekenmerkt door laanbeplanting langs de wegen en erfbeplanting op de woonerven. In de omgeving staan tevens diverse beeldbepalende oude essen. De wegen Elst en de Broekstraat bestaan al minstens sinds het jaar 1800. Het gaat om een oude structuur van slingerende weggetjes in het zandlandschap, veelal lanen met kleine bosjes en houtwallen. Inzoomend op het plangebied is tevens te zien dat hier vroeger een verbindingsweg tussen de Elst en de noordelijke Broekstraat lag. Dat is naar alle waarschijnlijkheid de reden dat de woning van Elst 9 gedraaid op de kavel staat. De smalle verkaveling van de dekzandrand ten noorden van deze verbindingsweg was vroeger voorzien van perceelsbeplanting. Ook ten zuiden van deze weg waren een aantal houtwallen aanwezig. Tevens hebben langs de Elst veel bomen gestaan waar nu een groot deel van is verdwenen.
10/110
2.2
Bestaande situatie
Het plangebied aan Broekstraat 2a - Elst 9 te Geffen betreft onder meer een bestaande vrijstaande woning aan Broekstraat 2a met drie bijbehorende bijgebouwen, een tuin en een boomgaard / weide. Aan de noordzijde van het perceel ligt een brede oprit, waaraan ook een van de bijgebouwen, de garage, gelegen is. Ondanks de omvang en de goede staat van onderhoud, voldoet de woning niet aan de wensen van de nieuwe eigenaar. Momenteel staat de woning leeg. Binnen het plangebied ligt tevens de bestaande woning van Elst 9. Ook op dit perceel zijn verschillende bijgebouwen aanwezig. Een overzichtskaart van de oppervlaktes van de bebouwing in de bestaande situatie is weergegeven in figuur 2.2.
Figuur 2.2
Oppervlaktes bebouwing in de bestaande situatie (Bron: Inbo)
Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich een oude houtwal die kenmerkend en karakteristiek is voor het gebied. Deze structuur is terug te vinden op oude kaarten en dient behouden te blijven. In de figuren 2.3 t/m 2.9 zijn een aantal afbeeldingen van de bestaande situatie in beeld gebracht. Een overzichtskaart met de camerastandpunten en een stedenbouwkundige dwarsdoorsnede van de bestaande situatie is weergegeven in de figuren 2.10 en 2.11.
11/110
Figuur 2.3
Voorzijde bestaande woning aan Broekstraat 2a
Figuur 2.4
Achterzijde bestaande woning aan Broekstraat 2a
12/110
Figuur 2.5
13/110
Zuidzijde plangebied, uitbreidingsgedeelte van de woonbestemming
Figuur 2.6
Zicht op open zone tussen bestaande woningen Broekstraat 2a en Elst 9
Figuur 2.7
Perceelsgrens woning en bedrijfspand
14/110
Figuur 2.8
Beoogde locatie duivenverblijf
Figuur 2.9
Weide ten noorden van het perceel Elst 9
15/110
Figuur 2.10
Overzichtskaart camerastandpunten
Figuur 2.11
Dwarsdoorsnede bestaande situatie (Bron: Inbo)
Direct grenzend aan het plangebied bevinden zich aan Broekstraat 2 de bedrijfsgronden van Van Wanrooij Bouw & Ontwikkeling. Het totale bedrijfsterrein heeft een oppervlakte van circa 14.551 m2 en bestaat grofweg uit een kantoor, een bedrijfshal, een buitenopslagterrein en een parkeerterrein. De beoogde ontwikkellocatie is gelegen binnen de bebouwingsconcentratie Elst. Deze bebouwingsconcentratie bestaat afwisselend uit woningen en daartussen gelegen agrarische percelen. Deze percelen zijn met name als grasland in gebruik ten behoeve van hobbyvee. De bebouwing in het bebouwingscluster is zeer divers, zowel in bouwstijl en materiaalgebruik als in situering van de woningen op de percelen. De woningen zijn allen gebouwd in een landelijke bouwstijl waarbij gebruik is gemaakt van bakstenen gevels en een pannendak of een dak met rietbedekking. Tussen de clustering van de bebouwing binnen de bebouwingsconcentratie zijn gebieden aangewezen als waardevolle open gebieden. Figuur 2.12 geeft de huidige bebouwingsstructuur van het plangebied en de omgeving weer. Figuur 2.13 geeft een impressie van het straatbeeld Broekstraat en Elst.
Figuur 2.12
16/110
Huidige bebouwingsstructuur (Bron: Topotijdreis)
Figuur 2.13 Impressie straatbeeld Broekstraat en Elst (Bron: Google Maps)
17/110
Hoofdstuk 3 3.1
Toelichting op het plan
Beoogde situatie
3.1.1 Algemeen Ter vervanging van de bestaande woning aan Broekstraat 2a zal een nieuwe woning worden gerealiseerd. Daarnaast zal het duivenverblijf (circa 250 m2) dat zich nu nog elders in het dorp bevindt verplaatst worden naar het landschappelijk deel van het plangebied. De bestaande woning en bijbehorend bestemmingsvlak 'Wonen' bij het adres Elst 9 wordt conserverend meegenomen in voorliggend bestemmingsplan vanwege de gewenste verbinding met het duivenverblijf. Binnen dit bestemmingsvlak vinden geen wijzigingen plaats en dus is dit gebied ook niet meegenomen als zijnde een nieuwe ontwikkeling in de uitgevoerde onderzoeken en/of onderbouwing ten aanzien van de omgevingsaspecten. De beoogde situatie met bijbehorende oppervlakte-/inhoudsmaten is weergegeven in figuur 3.1.
Figuur 3.1
Beoogde situatie - bebouwing (Bron: Inbo)
De bestaande bebouwing aan Broekstraat 2a wordt vervangen door een nieuwe eigentijdse woning met een passend woonprogramma en twee bijgebouwen. De nieuwe woning zal, net als de oude woning, het adres aan de Broekstraat hebben. Naast de bestaande houtwal aan de zuidzijde van het perceel zal een nieuwe, smallere oprit gemaakt worden. De nieuwe woning bestaat uit een langgerekt volume, dat parallel aan de Broekstraat gepositioneerd is. De woning bestaat uit een kelder, een begane grond en een eerste verdieping en wordt voorzien van een plat dak. De plattegronden worden weergegeven in de figuren 3.2 t/m 3.4. Een dwarsdoorsnede van de toekomstige situatie wordt weergegeven in figuur 3.5.
18/110
Figuur 3.2
Plattegrond kelder (Bron: Inbo)
Figuur 3.3
Plattegrond begane grond (Bron: Inbo)
19/110
Figuur 3.4
Plattegrond eerste verdieping (Bron: Inbo)
Figuur 3.5
Dwarsdoorsnede toekomstige situatie (Bron: Inbo)
De voortuin wordt begrensd door een groene erfafscheiding en is verder ingericht met bestaande en nieuwe bomen. Aan de achterzijde wordt de woning aan de zuidzijde geflankeerd door een klein bijgebouw met sportruimte en fietsenberging. Aan de noordzijde is op enige afstand een tweede bijgebouw met zwembad gelegen. Het totaal vormt met zijn eigen monumentale opzet een helder orthogonale structuur in het landschap. In het landschappelijk gedeelte van het plangebied zal een duivenverblijf worden gerealiseerd. De maximale oppervlakte zoals opgenomen in de regels van voorliggend bestemmingsplan bedraagt 250 m2. Het gebied tussen het bestemmingsvlak 'Wonen' van Elst 9 en de specifieke bestemming ten behoeve van het toekomstige duivenverblijf heeft een oppervlak van circa 730 m2.
20/110
Het duivenverblijf zal worden verbonden met het bestaande bestemmingsvlak 'Wonen' van Elst 9 via het gedeeltelijk doortrekken van dit bestemmingsvlak. Deze zogenoemde verbindingszone heeft een oppervlakte van circa 200 m2 en is enkel van toepassing op het meest westelijk gedeelte van de zone tussen het duivenverblijf en het bestaande bestemmingsvlak 'Wonen'. Binnen deze zone is realisatie van gebouwen, bouwwerken en vergunningsvrij bouwen via de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – uitgesloten bouwwerken' uitgesloten. Op deze manier kunnen zichtlijnen naar het achterliggend (open) landschap gewaarborgd worden, staat een aantrekkelijke verbinding met het duivenverblijf centraal en kan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Omwille van deze locatiespecifieke wensen en omstandigheden kan op basis van uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:1408 van de Raad van State naast het uitsluiten van reguliere gebouwen en bouwwerken ook het vergunningsvrij bouwen worden uitgesloten. Er is in afstemming met het bevoegd gezag hierbij getracht om een voldoende robuuste woon/tuinfunctie als één geheel te vormen, maar daarbij nadrukkelijk ruimte en aandacht voor de kwaliteitsinvestering, landschappelijke inpassing en beperking van versnippering van het landschap te creëren. Deze aspecten worden nader toegelicht in de paragrafen 3.1.2 en 5.1.2.
Via deze aanpak en bestemmingslegging verhoudt de wijze waarop het duivenverblijf op afstand van de woning is geprojecteerd zich met de uitgangspunten van zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.5 van de IOV bepaalt namelijk dat een toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag. Dit betekent dat voor ontwikkelingen uitgegaan moet worden van bestaande bouwpercelen. Een uitbreiding, zijnde de vergroting van een bestaand bouwperceel of bestaand bestemmingsvlak, is mogelijk. Van die mogelijkheid wordt in dit geval gebruik gemaakt en (met de planaanpassing ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan) van nieuwvestiging is geen sprake (meer).
3.1.2 Landschappelijke inpassing Het initiatief om op de agrarische gronden rondom Broekstraat 2a en Elst 9 landschap en natuur te ontwikkelen, past geheel binnen het landschapsbeleid van de gemeente Oss (Nota Landschapsbeleid, 2016). Hier wordt nader op ingegaan in paragraaf 5.1. De ligging van het plangebied op de dekzandrug en -rand maakt het toevoegen van brede houtsingels en bosjes in dit kleinschalige landschap wenselijk. Het aantal droge ecologische verbindingszones wordt hiermee vermeerderd en de natuurwaarden en de biodiversiteit worden ermee verhoogd. Het landschappelijk inpassingsplan is als bijlage 1 bij de regels van voorliggend bestemmingsplan toegevoegd. Het bijbehorende inrichtingsplan is weergegeven in figuur 3.6. Op de projectlocatie wordt aan de zuidzijde twee bosjes toegevoegd. In het zuidelijk deel wordt een klein hoogstamboomgaardje toegevoegd, en wordt een groot deel van het monotone grasland omgevormd naar kruidenrijk grasland. Verder wordt de bestaande houtwal ten zuiden van Broekstraat 2a hersteld, door uitheemse boom- en struiksoorten te vervangen door inheemse. De houtwal wordt aan de noordzijde verbreed door hier extra struiken aan te brengen. Hierdoor ontstaat een robuuste houtwal met een natuurlijke uitstraling.
Ook wordt de reeds aangeplante houtsingel (25 meter ten westen van de meer volgroeide houtsingel) nieuw leven ingeblazen door aanplant van nieuwe boom- en struikmateriaal. Er wordt hier een mantelzoom gecreëerd, met een overgang van hoge bomen, via struiken naar een kruidenlaag en bloemrijk grasland. Als de houtwal ten weten hiervan enigszins volgroeid is, wordt de bestaande houtwal grenzend aan de woonbestemming van Broekstraat 2a (westzijde) gefaseerd verwijderd. Fraaie bomen in deze houtwal blijven behouden. Aan de voorzijde van de Broekstraat wordt een brede groenstrook met opgaande bomen en struiken toegevoegd. Hierdoor wordt het zicht op de nieuwe woning gefilterd.
21/110
Figuur 3.6
Beoogde situatie - landschappelijke ontwikkeling (Bron: Inbo)
Aansluitend aan het bedrijf wordt tussen Elst 9 en het bedrijfsterrein een bosstrook aangelegd. Daarnaast worden in het noordelijk deel, gelegen op de dekzandrand twee houtsingels of gemengde, natuurlijke heggen aangelegd. Ook direct achter het duivenverblijf wordt een heg aangebracht. Tevens worden hier in de weilanden een tweetal laagtes aangebracht. Hierdoor ontstaan interessante nattere plekken en microreliëf, hetgeen de biodiversiteit ter plekke zal vergroten. Deze 'wadi's' vangen ook het regenwater van het nieuwe duivenverblijf op. Mogelijk wordt hiermee ook de kwel hersteld. Een groot deel van het huidige weiland/ grasveld krijgt de natuurbestemming en wordt ingericht als bloemrijk grasland. Door dit grasland komt een smal pad in (half)verharding om het woonhuis aan de Broekstraat 2a te verbinden met het duivenverblijf en het landschappelijk gedeelte van het plangebied. De bloemenweide wordt 1 à 2 x per jaar gemaaid. Door al deze voorstellen treedt een kwaliteitsverbetering van het landschap op, zowel in het noordelijk als zuidelijk deel. Er wordt gekozen voor inheems plantmateriaal, dat past bij het landschapstype. Het bloemrijke grasland, en ook soorten als gaspeldoorn, wegedoorn en brem, is goed voor insecten als bijen en vlinders. Door zowel toevoegen van bomen en struiken als een kruidenlaag zal de biodiversiteit ter plekke toenemen.
Het toevoegen van nieuwe bosjes is passend in het gemeentelijk landschapsbeleid. Daarnaast past het ook bij de wens van de provincie Noord-Brabant om in het Brabantse landschap 13.000 hectare nieuw bos aan te planten. Deze bosvorming zal een actieve bijdrage leveren aan de aanpak van de stikstofproblematiek. Dit staat in de Brabantse Bossen strategie, die door Gedeputeerde Staten is vastgesteld. Bossen zijn een belangrijke bron van biodiversiteit. Bossen houden water vast en spelen ook een grote rol in de vastlegging van CO2 en stikstof. Daarnaast zorgen de bossen voor schone lucht en verkoeling in hete zomers. Met deze ontwikkeling wordt het landschap hersteld, meer natuur in het buitengebied gerealiseerd, en daarnaast ook kwaliteit en allure aan het buitengebied toegevoegd. In verband met het herstel van biodiversiteit en de cultuurhistorische waarden is het een kans en opgave om dit landschap te herstellen. Dit wordt in het landschapsbeleid van de gemeente Oss geprioriteerd en in het bestemmingsplan voor het buitengebied ondersteund. De landschappelijke ontwikkeling aan de Elst en de Broekstraat wil hierop aansluiten. 22/110
Beplantingskeuze Er wordt gebruik gemaakt van inheems plantmateriaal. Bloemrijk grasland Bloemenweidemengsel van bijvoorbeeld Cruydt-Hoeck. Op de dekzandrug Bosjes en houtsingel Eik (Quercus robur) Veldesdoorn (Acer campestre) Ruwe berk (Betula pendula) Onderbegroeiing van: Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Vuilboom (Rhamnus) Sleedoorn (Prunus spinosa) Hulst (Ilex aquifolium) Egelantier (Rosa rubiginosa) Rode kornoelje (Cornus sanguinea) Gaspeldoorn (Ulex europaeus Wegedoorn (Rhamnus cathartica) Brem (Cytisus scoparius) En daarnaast enkele soorten met bessen en noten: Vlier (Sambucus nigra) Hazelaar (Corylus avellana) Aalbes (Ribus rubrum) Hoogstam fruitbomen Inlandse peer, appel, pruim en kers Solitaire bomen Eik (Quercus robur) Linde (Tilia cordata) Op de dekzandrand Houtsingel/ gemengde heg Zwarte els (Alnus glutinosa) Boskriek (Prunus avium) Kornoelje (Cornus sanguinea) Kardinaalsmuts (Euonymus europaeus L.) Hazelaar (Corylus avellana) Meidoorn (Crataegus monogyna)
23/110
3.2
Functionele karakteristiek
Het plangebied maakt onderdeel uit van de bebouwingsconcentratie Broeksraat-Elst direct ten noorden van de kern Geffen. De kern en de lintbebouwing zijn van elkaar gescheiden door de spoorlijn. De bebouwingsconcentratie kent vanwege de ligging in de directe nabijheid van de kern en het voormalige station van Geffen een niet primair agrarische geschiedenis. De losse bebouwing, die in de loop der tijd gegroeid is naar een lintbebouwing, is van oorsprong al een menging van agrarische bebouwing, woonbebouwing en bedrijfsbebouwing. Het plangebied is gelegen in een kleinschalig gebied met een ritme van openheid en beslotenheid. In de directe omgeving bevinden zich burgerwoningen, een bouwbedrijf, diverse agrarische bedrijven en een hoveniersbedrijf. Het voorliggende initiatief voorziet in de vergroting van de vigerende woonbestemming en de toevoeging van een woonbestemming ter plaatse van het duivenverblijf. De woonfunctie past binnen de bebouwingsconcentratie en de omgeving.
3.3
Verkeer en parkeren
De nieuwe woning wordt, net zoals nu dat het geval is, ontsloten via de Broekstraat. De Broekstraat is een smalle erftoegangsweg buiten bebouwde kom. De weg ontsluit diverse woningen, bedrijven en agrarische percelen. Er geldt hier een maximum snelheid van 60 km/uur. In zuidelijke richting leidt de weg naar de kern Geffen. In noordoostelijke richting ontsluit de weg buitengebied. Met het plan zal het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied ongeveer gelijk blijven. Parkeren wordt op eigen terrein opgevangen.
3.4
Beeldkwaliteit
De architectuur van de nieuw te realiseren woning aan de Broekstraat kenmerkt zich door metselwerk, witte kozijnen en houten accenten als luiken en dakranden. Daken zijn met keramische pannen of riet gemaakt. Boven het dak steekt vaak een schoorsteen uit. De architectuur van de nieuwe woning sluit in materiaalgebruik aan op de omliggende woningen. Metselwerk en hout vormen het basismateriaal. Elementen als dakranden en schoorstenen worden op een moderne manier toegepast. Het gebouwvolume onderscheidt zich van de 20e eeuwse bebouwing aangezien het om twee bouwlagen met een plat dak gaat. Een setback in de eerste verdieping relateert zich aan de schaal van de woningen in de omgeving.
3.5
Duurzaamheid
Het ontwerp van de nieuwe woning sluit goed aan de BENG- en TO-juli eisen. Rondom heeft het gebouw een plat dak met een grote overstek. Dit zorgt ervoor dat er weinig direct zonlicht de woning in straalt. Overal wordt triple-glas toegepast en de woning wordt goed geïsoleerd. De daken worden bedekt met sedum, waardoor het hemelwater vertraagd geïnfiltreerd wordt in de tuin. Op het bovenste dakvlak worden PV-panelen toegepast.
24/110
Hoofdstuk 4 4.1
Ruimtelijk beleidskader
Wettelijk kader
4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; Er is een drempel voor planschade van 2%; De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.
Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grexwet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.
De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2
25/110
Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking”
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen.
Toetsing De vervanging van de bestaande woning aan Broekstraat 2a en de verplaatsing van het duivenverblijf dat zich nu nog elders in het dorp bevindt wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 3.1.6 Bro. Derhalve is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.
De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd.
26/110
Toetsing Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel (figuur 4.1).
Figuur 4.1
Radarverstoringsgebied Volkel (Bron: Barro)
Het plangebied is niet gesitueerd in het beperkingengebied behorende bij het radarstation Volkel (figuur 4.2). Bovendien heeft het projectvoornemen géén betrekking op het oprichten van een windturbine.
27/110
Figuur 4.2
Situering buiten radarverstoringsgebied (Bron: Barro)
4.1.4 Conclusie Het wettelijk kader en het nationale belang defensie zoals bedoeld in het Barro leveren géén belemmering op voor de planontwikkeling. Verder zijn er géén regels uit het Barro van toepassing.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio's in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden;
28/110
Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Het stellen van de bovenstaande prioriteiten kan een situatie maken dat belangen soms botsen. Om in zo’n situatie keuzes te maken worden er drie afwegingsprincipes gebruikt: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. De uitvoering van de NOVI moet gezamenlijk worden aangepakt. Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. Ook staat participatie centraal. Daarnaast is de NOVI continu in beweging. Het is de bedoeling dat het zich continu aanpast aan ontwikkelingen, in een permanent en cyclisch proces. Inwoners moeten een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren.
Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fietsen wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing De Nationale Omgevingsvisie wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau en heeft geen directe belangen die geborgd moeten worden ten aanzien van het plangebied en de beoogde ontwikkeling. 4.2.2 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het Rijksbeleid.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving.
29/110
De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.
Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: Werken aan de Brabantse energietransitie Door de grote invloed van klimaatverandering nu, en in de toekomst werkt de provincie aan een energietransitie met als einddoel om in 2050 100% duurzame energie op te wekken. Door aan te sluiten bij de Nationale Energieagenda wordt het landelijk beleid gevolgd. Vervolgens wordt een heldere koers opgesteld met regio en gemeentes. Participatie zal een essentieel onderdeel vormen voor verdere planvorming. Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant Door de alsmaar groter wordende impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven dient Brabant hier maatregelen voor te nemen. Er zal een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting worden ontwikkeld. Dit houdt in dat het beeklandschap wordt aangepast om wateroverlast te voorkomen. Om schade aan de landbouwsector te voorkomen wordt innovatie van deze sector, om in te spelen op klimaatverandering, gestimuleerd. Het einddoel is dat Brabant in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Werken aan de slimme netwerkstad Duurzame verstedelijking draagt bij aan de ontwikkeling van steden die voorbereid zijn op de toekomst. Steden worden beter met elkaar verbonden. Mensen moeten zich makkelijker kunnen verplaatsen. Ook wordt de bereikbaarheid van nabije voorzieningen gestimuleerd.
Hierdoor wordt het aantal verkeersbewegingen met de auto teruggedrongen en wordt deze van de fiets bijvoorbeeld gestimuleerd. Ondertussen wordt de mobiliteit gestimuleerd door het openbaar vervoer toekomstbestendig te maken, wordt innovatie van zelfrijdende auto’s gestimuleerd en wordt de mobiliteit van bedrijven vergroot. Met als doel dat in 2050 het stedelijk netwerk van Brabant als één samenhangend duurzaam en concurrerend netwerk van steden en dorpen functioneert, als onderdeel van de Noordwest- Europese metropool. Werken aan een concurrerende, duurzame economie
30/110
Een concurrerende, duurzame economie bestaat uit verschillende onderdelen. Het stimuleren van een circulaire economie zorgt voor een toekomstbestendige economie. Innovatie wordt hierdoor gestimuleerd en de productencyclus wordt efficiënter. Hiernaast is een verdergaande digitalisering een ontwikkeling die moet worden gestimuleerd en waaruit vele voordelen kunnen worden gehaald. Het kan bijdragen aan de aantrekkelijkheid van bedrijven in de provincie waarmee het vestigingsklimaat wordt gestimuleerd. Met al deze ontwikkelingen dient echter de sociale impact altijd in ogenschouw te worden genomen. Door het benadrukken van de sociale impact van al deze veranderingen worden de inwoners van Brabant betrokken en zullen zij uiteindelijk het meest profijt van de ontwikkelingen hebben. Met als einddoel: in 2050 is Brabant de top kennis- en innovatieregio in Europa. Toetsing Bij ruimtelijke ontwikkelingen ligt het accent op de herstructurering en het beheer van het bestaand bebouwd en onbebouwd gebied om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen. De structuren geven de hoofdkoers aan en bieden een ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor een combinatie van functies. Daarnaast bepalen de structuren waar functies worden uitgesloten of welke randvoorwaarden de provincie aan functies stelt. Binnen de structuren is ruimte voor regionaal maatwerk.
Bij voorliggende ontwikkeling is sprake vervanging van de bestaande woning aan Broekstraat 2a. Daarnaast zal het duivenverblijf dat zich nu nog elders in het dorp bevindt verplaatst worden naar het landschappelijk deel van het plangebied en worden betrokken bij het bestaande bestemmingsvlak behorende bij Elst 9. Om de doelen voortkomend uit de hoofdopgaven te bereiken zet de provincie Noord-Brabant in op een samenhangende ruimtelijke koers. Voor voorliggend plan betekent dat het volgende:
Het bebouwd gebied in Brabant heeft steeds meer te maken met hittestress en wateroverlast. Meer ruimte voor groen en water geven in de stad zorgt voor minder overlast en biedt tegelijkertijd mogelijkheden om steden leefbaarder en gezonder te maken. De beoogde ontwikkeling aan Broekstraat 2a - Elst 9 is landelijk en ruimtelijk opgezet. Dit uit zich in ruimte voor water en groen in het plangebied. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied in steden en dorpen is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag. Wat betreft de beoogde ontwikkeling is geen sprake van uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied, omdat het gaat om een locatie waar al een woning mogelijk is.
De beoogde ontwikkeling speelt in op een goede omgevingskwaliteit in een gebied waar al gebouwd is. gesteld worden dat deze ontwikkeling in lijn is met de Omgevingsvisie Noord-Brabant.
Hierdoor kan
4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid.
31/110
De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo'n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn zogenaamde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen.
Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. De volgende artikelen zijn relevant voor de beoogde ontwikkeling. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.
Lid 2 Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Artikel 3.8 Meerwaardecreatie Lid 1
32/110
Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Lid 1 Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Lid 2 Het bestemmingsplan motiveert dat de verbetering past binnen de gewenste ontwikkeling van het gebied én op welke wijze de uitvoering is geborgd door dat: a. dit financieel, juridisch en feitelijk is geborgd in het plan; of b. de afspraken uit het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken, worden nagekomen. Lid 3 Een verbetering van de landschappelijke kwaliteit kan mede de volgende aspecten omvatten: a. de op grond van deze verordening verplichte landschappelijke inpassing; b.
het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. de realisering van het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Lid 4 In geval er toepassing wordt gegeven aan het tweede lid onder b geldt dat een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd én over de besteding van dat fonds periodiek verslag wordt gedaan in het regionaal overleg, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken. Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden.
33/110
Artikel 3.68 wonen in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; b. in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt. Artikel 3.69 afwijkende regels wonen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in: a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. c. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt.
Toetsing Het plangebied ligt zoals weergegeven in figuur 4.3 in de zone 'Cultuurhistorisch waardevol gebied' (artikel 3.29). Een bestemmingsplan van toepassing op deze zone is gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van cultuurhistorische waarden en kenmerken. Het initiatief levert een wezenlijke bijdrage aan de cultuurhistorische waarde van het plangebied en de directe omgeving en heeft relatie met omliggende landelijke bebouwing. In paragraaf 5.3.4 wordt nader ingegaan op dit aspect. Wat betreft zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6) is het uitgangspunt van de provincie dat voor woningbouwontwikkelingen eerst de mogelijkheden in stedelijk gebied worden benut of de mogelijkheden in leegkomend of leegstaand erfgoed elders in de gemeente. Bij het bepalen of een ontwikkeling wel of geen stedelijke ontwikkeling is, wordt aangesloten bij artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening. Zoals geconstateerd in paragraaf 4.1.2 is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, aangezien het gaat om de vervanging van een bestaande woning en de verplaatsing van een duivenverblijf dat zich nu nog elders in het dorp bevindt. Wat betreft de positionering van het duivenverblijf heeft zorgvuldige afweging plaatsgevonden.
Dit duivenverblijf wordt weliswaar op het landschappelijke deel van het plangebied en niet in de nabijheid van de woning aan Broekstraat 2a gepositioneerd, maar wordt gerealiseerd nabij de bestaande bebouwing van het naastgelegen perceel Elst 9. Hiermee wordt bebouwing geconcentreerd, blijft er zoveel mogelijk aaneengesloten ruimte open voor de landschappelijke inpassing en worden zichtlijnen zoveel mogelijk behouden.
34/110
Vanwege de ligging aan de rand van het stedelijk gebied naast het gebied verstedelijking afweegbaar en binnen de bestaande bebouwingsconcentratie Broekstraat-Elst, wordt het acceptabel geacht om hier een grotere woning toe te staan. Bovendien is de beoogde ontwikkeling voorzien van een landschappelijk inpassingsplan, waarbij aandacht wordt besteed aan de landschappelijke compensatieregeling van de provincie. Voor het vergroten van de woning en het toevoegen van het duivenverblijf kan op basis van een bedrag per m3 gecompenseerd worden in het landschap. Bij de beoogde ontwikkeling wordt waar mogelijk uitgegaan van het principe meerwaardecreatie (artikel 3.8), waar bij een ontwikkeling sprake is van een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
Onderhavig plan voldoet aan deze instructieregel doordat een in onbruik geraakte woonlocatie wordt herontwikkeld, waardoor: bebouwing wordt gesloopt waardoor het aanzien/beeldkwaliteit en de leefkwaliteit van omwonenden wordt verbeterd; de ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast; er wordt duurzaam gebouwd waardoor de energiebehoefte fors wordt verminderd; de cultuurhistorische kwaliteit wordt verbeterd. Artikel 3.9 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant eist, bij een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in het landelijk gebied, een fysieke kwaliteitsverbetering van de landschappelijke kwaliteit. Dit artikel wordt getoetst in paragraaf 5.1.2 van voorliggend bestemmingsplan. Er is hierbij uitgegaan van een categorie 3 ontwikkeling volgens het Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering.
Figuur 4.3
35/110
Uitsnede Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
(Bron: Provincie Noord-Brabant) Voor wat betreft de woonfunctie is met name artikel 3.69 onder a. van toepassing. Het gaat bij voorliggend initiatief om de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel. Hierbij wordt voldaan aan de bijbehorende voorwaarden, aangezien de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven en de overtollige bebouwing wordt gesloopt. De gemeente heeft bovendien de functie als passend in de omgeving beoordeeld door in haar reactie op 17 december 2020 aan te geven onder voorwaarden medewerking te kunnen verlenen voor het initiatief. In voorliggend bestemmingsplan wordt onderbouwd dat aan de provinciale voorwaarden wordt voldaan. Met bovenstaande uitgangspunten wordt voldaan aan de regels met betrekking tot de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. Daarmee is onderhavig initiatief in lijn met Interim Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. 4.3.3 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het provinciaal beleid.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld (figuur 4.4). De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen binnen de gemeente in stand te houden.
36/110
Figuur 4.4 Planlocatie gesitueerd buiten begrenzing structuurvisie Oss (Bron: Gemeente Oss) Toetsing Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de structuurvisie uit 2006, aangezien op dat moment het plangebied behoorde tot de zelfstandige gemeente Maasdonk en niet tot de gemeente Oss. De gemeente Maasdonk werd gevormd in 1993 door de samenvoeging van de gemeenten Geffen en Nuland, en het grootste deel van het dorp Vinkel, dat over een aantal gemeenten was verdeeld. Door een gemeentelijke herindeling is de gemeente Maasdonk per 1 januari 2015 opgeheven. Geffen en de directe omgeving, waaronder de planlocatie in onderhavig bestemmingsplan, hoort per deze datum bij de gemeente Oss. Gesteld kan daarom worden dat het beleid uit de structuurvisie relatief verouderd is. Op dit moment wordt een nieuwe omgevingsvisie voorbereid. 4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de 'Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015'.
Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied. Dit moet resulteren in: Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen
37/110
Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit
De bovenstaande doelstellingen worden vertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: Uiterwaarden Oeverwal Komgebied Dekzandrand Dekzandrug Primair agrarisch gebied Per landschapstype is een gebiedsbeschrijving, een ruimtelijke en een functionele visie opgenomen. Naast de visies per landschapstype zijn er ook ontwikkelingsvisies opgesteld per bebouwconcentratie. Per bebouwingsconcentratie is een beschrijving van de ruimtelijke situatie van het gebied gegeven, evenals een visie over landschappelijke kenmerken en de mogelijkheden voor ontwikkelingen en transformaties. We beschrijven in welke bebouwingsconcentraties de realisatie van nieuwe woningen ruimtelijk voorstelbaar is. Daarnaast geven we aan welke andere functies eventueel mogelijk zijn. Uitgangspunt is nieuwe burgerwoningen in het buitengebied niet gewenst zijn. In hoofdlijn zijn de mogelijkheden voor het bouwen van nieuwe burgerwoningen in het buitengebied beperkt tot drie mogelijkheden: in de vorm van een stedelijke ontwikkeling binnen zoekgebied verstedelijking, in de vorm van een ruimte-voor-ruimte woning binnen een bebouwingsconcentratie, of met de regeling kwaliteitsverbetering bebouwingsconcentraties binnen zoekgebied verstedelijking.