CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting.PDF

Adviescommissie Ruimte 20 mei 2021, gemeente OssBij agendapunt: BI Ontwerpbestemmingsplan Dorpshart Geffen - 202118.291 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

25 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Woningbouwprogramma plangebied

3.3 Verantwoording wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw op de locatie van het voormalige gemeentehuis aan het Dorpsplein in Geffen vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen en de Ladder van Duurzame verstedelijking. Het plan Na de gemeentelijke herindeling van 2016, waarbij Geffen onderdeel werd van de gemeente Oss, heeft het gemeentehuis in Geffen zijn functie verloren. Het voorliggende plan maakt de herontwikkeling van de locatie van het voormalige gemeentehuis in Geffen mogelijk. Na de gemeentelijke herindeling is de functie vervallen. Het huidige gebouw wordt gesloopt. Er komen twee gebouwencomplexen: - Een bouwblok met 8 tot maximaal 10 appartementen en een kleine commerciële ruimte. De ruime (middeldure en dure) koopappartementen vallen in de klassen middelduur en duur. - En een blok met 8 grondgebonden woningen, waarvan 4 in de sociale huur en 4 dure koop. Gezien de ligging in het centrum van Geffen, vlak bij de voorzieningen, bedient het diverse programma ook een brede woonbehoefte, maar met name ouderen en starters. De behoefte aan woningen Vanuit de provinciale Interim Omgevingsverordening en de bestuurlijke afspraken in het regionale bestuurlijke overleg Wonen (subregio noordoost Brabant-west) is de meest actuele provinciale prognose de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering.

De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan 26 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept woningen afgeleid. De meest recente provinciale prognose is van september 2020. Ten opzichte van de vorige prognose (2017) is de woningbouwopgave opgave fors verhoogd, met name de komende jaren. Voor de subregio Noordoost-Brabant West (waartoe ook Oss behoort) is bestuurlijk een regionaal perspectief wonen vastgesteld (geactualiseerd op 28 november 2019). Daarin heeft de subregio haar hoofdkoers voor wonen bepaald en zijn nadere afspraken gemaakt over afstemming van de woningbouwplannen. Onder andere is afgesproken dat de gemeenten ruim baan geven aan plannen voor wonen door inbreiding, herstructurering en transformatie. Deze plannen worden éénmaal per jaar gedeeld. Over uitbreidingsplannen, buiten bestaand stedelijk gebied moet regionale afstemming plaatsvinden.1 Dit geldt ook voor plannen die de opgave vanuit de prognose per gemeente overschrijden. Als uitgangspunt voor de gemeentelijke opgave geldt de provinciale woningbehoefteprognose. Conform deze afspraken is het voorliggende plan in het overzicht van woningbouwplannen voor het regionale bestuurlijke overleg Wonen van september 2020 opgenomen en gedeeld. Per 1 januari 2020 zijn er ongeveer 40.300 woningen in de gemeente Oss. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose moeten er tot 2029 nog circa 5.200 woningen toegevoegd worden (exclusief vervangende nieuwbouw).

In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningbehoefte tot 2030 afgezet tegen de plancapaciteit van de gemeente Oss. bandbreedte toevoeging woningen gemeente Oss concrete periode prognose 2020 capaciteit* 2020 t/m 2024 2.749 2.735 2025 t/m 2029 2.440 269 Totaal 2020 t/m 2029 *: inventarisatie jan. 2020

5.189

3.004

De totale capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss tot en met 2029 bedraagt 3.000 woningen (actualisatie januari 2020). Dit is zowel de harde capaciteit (juridisch bindend) als woningen die zijn opgenomen in zogenaamde zachte plannen. De zachte plannen variëren van bijna rijp tot meer concrete ideeën voor woningbouwplannen. Ook de concrete mogelijkheden voor herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen. Daarmee is de woningbouwprogrammering van Oss ook nadrukkelijk gericht op benutten van de mogelijkheden voor transformatie van leegkomende gebouwen of herontwikkeling van gebieden. Het voorliggende plan voor de woningbouw van 16-18 woningen in het Dorpshart Geffen is opgenomen in de geïnventariseerde capaciteit. Duidelijk is dat de plancapaciteit voor woningen voor de gehele gemeente binnen de kaders van de provinciale prognose en de regionale afspraken blijft. En er nog forse tekorten zijn. De woningbehoefte in Geffen Het plangebied ligt in het centrum van Geffen. Woningbouw op deze locatie is daarmee in eerste instantie gericht op de woningbehoefte vanuit Geffen. Gezien de situering van Geffen op de stedelijke as Den Bosch – Oss – Nijmegen Herpen is ook in Geffen een behoefte vanuit de vestiging vanuit een groter gebied.

Dit is ook vertaald in de doorrekening van de 1 Deze afspraak geldt voor locaties groter dan 25 woningen (uitbreiding in landelijk gebied) of groter dan 75

woningen (uitbreiding in stedelijk gebied).

27 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept provinciale woningbouwprognose naar de verschillende gebiedsdelen van Oss, waaronder Geffen. Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in Geffen, inclusief de 16-18 woningen uit dit plan. Hieruit blijkt dat de woningen naar aantal passen in de bandbreedte van de verwachte woningbehoefte van Geffen tot 2030. Er is zelf nog een flinke aanvulling nodig. bandbreedte toevoeging woningen Geffen periode 2020 t/m 2024 2025 t/m 2029

prognose 2020 143 152

Totaal 2020 t/m 2029 * inventarisatie januari 2020

294

concrete capaciteit* 108 0 108

Ook in kwalitatieve zin voldoet de nieuwe woning aan de behoefte. Het tekort aan woningbouwplannen in Geffen voor de komende periode geeft aan dat nog aanvulling nodig is in alle segmenten. Gezien de voortgaande vergrijzing is er in alle delen van Oss behoefte aan woningen voor ouderen, ook in Geffen. De realisering van 8-10 grotere appartementen, vlakbij de commerciële en matschappelijke voorzieningen in Geffen, komt hieraan tegemoet en bevordert ook de doorstroming vanuit de bestaande voorraad. Hierdoor komen grondgebonden woningen vrij voor de behoefte aan gezinnen. De grondgebonden woningen in dit plan komen ook tegemoet aan deze behoefte voor meerdere inkomensgroepen, waaronder ook de lagere. Daarbij is met name de nieuwbouw van de gebonden sociale huurwoningen bijzonder, omdat toevoegingen in deze categorie maar mondjesmaat te realiseren is. Met de diverse samenstelling voorziet het voorliggende gedifferentieerde plan in de behoefte van meerder huishoudens groepen, maar met name voor ouderen. Ook na realisering van dit plan blijven er nog tekorten in deze segmenten. Tevens wordt met dit plan de mogelijkheid van herontwikkeling van bestaand verouderd vastgoed benut, namelijk het voormalige gemeentehuis.

Conclusie Het plan voor de ontwikkeling van grondgebonden woningen en appartementen in een mix van huur en koop in verschillende prijsklassen sluit aan bij de brede behoefte aan woningen in Geffen, vooral van ouderen. Tegelijkertijd wordt ook een mogelijkheid voor een binnenstedelijke herontwikkeling benut. Daarmee voldoet het programma aan de Ladder voor duurzame verstedelijking en sluit aan bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss. 3.4 Parkeren Initiatiefnemer kiest voor een parkeerterrein achter de grondgebonden woningen, waar geparkeerd kan worden door de bewoners van het appartementengebouw, de bewoners van de grondgebonden woningen en medewerkers van de commerciële ruimte. Door middel van een dynamische parkeerbalans op basis van de genoemde aanwezigheidspercentages die zijn berekend conform de parkeernormen van gemeente Oss, is onderstaande parkeerbalans opgesteld. Hierin is de commerciële ruimte gedefinieerd als wijkcentrum (ondersteunend/aanvullend op de Jumbo). 28 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Kijkend naar dubbel gebruik van de parkeerplaatsen in een dynamische parkeerbalans zijn de volgende piekmomenten aan te wijzen: 1. werkdagnacht; 2. zaterdagmiddag; 3. koopavond. 1. Werkdagnacht Op de doordeweekse werkdagen wordt in de parkeerbalans uitgegaan van 100% bezetting van de woningen. Dit betekent dat er op dat moment 25 parkeerplaatsen benodigd zijn; allen voor de bewoners van de woningen/appartementen. Aangezien 23 parkeerplaatsen op het binnenterrein achter de woningen zijn voorzien en nog 9 parkeerplaatsen in het openbaar gebied, die op dat moment niet gebruikt worden door bezoekers van het centrum, is het parkeren haalbaar in dit scenario. 2. Zaterdagmiddag Op zaterdagmiddag is het druk met winkelend publiek en is een deel van de bewoners thuis. Op dat moment is er een belasting van 27 parkeerplaatsen. Er worden namelijk voor de bewoners en bezoekers van de woningen (15+3=) 18 plaatsen en 9 plaatsen voor de commerciële ruimte gevraagd. Door de parkeerplaatsen in het parkeerhof niet toe te delen, zijn er zeker 23 parkeerplaatsen beschikbaar in het hof, plus 9 op het plein. Daarmee zijn er in totaal 32 plaatsen beschikbaar, waardoor ook hier de norm wordt gehaald. 3. Koopavond Op koopavond is de parkeervraag het hoogste.

Dan zijn er 31 parkeerplaatsen benodigd, 20 voor bewoners, 4 voor bezoekers, 2 voor het personeel en 6 voor het winkelend publiek. Aangezien er 23 plaatsen beschikbaar zijn in het hof, kunnen de bewoners, het personeel en (1) bezoekers hier parkeren. De overige (3) bezoekers en de (6) bezoekers van de commerciële ruimte kunnen dan in de openbare ruimte parkeren in de Raadhuisstraat. Hiermee is ook dit scenario haalbaar. 3.5 Beeldkwaliteit Met het ontwerp wordt op een natuurlijke, passende wijze aangesloten op de dorpse schaal van Geffen. Het appartementengebouw is alzijdig georiënteerd. Dit betekent dat het gebouw geen achterkant heeft en dat alle gevels een representatieve uitstraling hebben. Daarnaast kent het gebouw een sterk symmetrische opzet. Hiermee wordt recht gedaan aan de centrale en markante positie op het Dorpsplein. Ook wordt er zo een subtiele verwijzing gemaakt naar het voormalige historische gemeentehuis van Geffen. De symmetrische hoofdvorm in twee bouwlagen en een kaplaag is klassiek te noemen. Dit geeft rust en herkenbaarheid op het plein. In het gevelontwerp, de materialisering en detaillering is echter gekozen voor een eigentijdse invalshoek. Zo zijn de belangrijke entrees van het gebouw voorzien van kloeke omkaderingen en wordt er gespeeld met siermetselwerk. De hekwerken van de balkons zijn speciaal ontworpen en bestaan uit geknikte spijlen.

Dit geeft een verzorgd en speels beeld.

29 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Het appartementengebouw is voorzien van prominente uitkragende goten. De dakkapellen zijn op een ingetogen wijze in zink uitgevoerd. Al met al is er sprake van een symmetrisch, voornaam gebouw met een eigentijdse uitstraling. De grondgebonden woningen zomen samen met de bestaande bebouwing het Dorpsplein af. In schaal en percellering sluit het aan op de bestaande pleinwanden. De pleinwand wordt hersteld en centraal op het plein wordt een prominente en voorname villa voorgesteld met een subtiele verwijzing naar het voormalige historische gemeentehuis van Geffen. 3.6 Duurzaamheid Om een goede invulling te geven aan onze duurzaamheidsvisie, heeft initiatiefnemer gebruik gemaakt van het ambitieweb van de gemeente Oss. (zie onderstaande afbeelding)

De genoemde twaalf thema’s komen dan ook terug in de door initiatiefnemer opgesteld visie. 1. ENERGIE Door de veranderende regelgeving t.a.v. duurzaamheid zijn nieuwbouwwoningen de afgelopen jaren steeds energiezuiniger geworden. Voor initiatiefnemer is dit mede één van de redenen om het voormalige gemeentehuis in zijn geheel te slopen. Door te kiezen voor volledige nieuwbouw wordt gekozen voor een aardgasvrij bouwen, conform de nieuwe BENG-regelgeving die naar verwachting per 2021 ingevoerd wordt.

30 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept De volgende maatregelen worden toegepast: • Warmteterugwinning doormiddel van balansventilatie • Triple beglazing (extra isolerend, drievoudige beglazing) • Warmtepomp met bodemlus • Vloerverwarming met mogelijkheid tot koeling • Zonne-energie doormiddel van zonnepanelen op de daken. Daarnaast is ervoor gekozen om te investeren in het verduurzamen van de lokale mobiliteit door in het appartementencomplex alle bergingen te voorzien van een oplaadpunt voor de elektrische fiets. Om elektrisch rijden te stimuleren realiseert de ontwikkelaar 2 laadpalen op het parkeerterrein achter de grondgebonden woningen. 2. MATERIALEN Het duurzaam inzetten van materialen is essentieel als je duurzaam en circulair wil bouwen. Initiatiefnemer kiest er dan ook om het gehele pand te slopen of, beter gezegd, te delven. Voor de nieuwbouwappartementen en -woningen wordt voorgesteld een materialenpaspoort op te stellen conform de veel gebruikte methode van Madaster, zodat precies duidelijk is welke materialen er worden toegepast en hoe ze later mogelijk hergebruikt kunnen worden. 3. WATER De hemelwatervoorziening van zowel het appartementengebouw als de grondgebonden woningen wordt afgekoppeld van het schoonwaterriool en (langzaam) geïnfiltreerd in de bodem van het Dorpsplein en het parkeerterrein achter de woningen.

Daarmee wordt het schoonwaterriool niet belast, maar wordt gezorgd voor het bergen van water in de omgeving, om droogte te voorkomen. 4. BODEM Om de bodemkwaliteit te borgen, worden de noodzakelijke onderzoeken uitgevoerd rondom de huidige gebouwen. Hierbij wordt ook aandacht geschonken aan de eventuele aanwezigheid van asbestverontreiniging. 5. ECOLOGIE Zowel het appartementencomplex als de grondgebonden woningen worden op enkele plekken in de gevels voorzien van groene elementen. Daarnaast wordt ingezet op natuur inclusief bouwen: er worden nestkasten geplaatst in de gevels van de woningen en appartementen en open stootvoegen gemaakt met nestmogelijkheden voor vleermuizen. 8. WELZIJN Door de nieuwe inrichting van het Dorpsplein met lichte materialen en veel groen te ontwerpen, wordt hitte stress voorkomen. De woningen en appartementen dragen daarnaast bij aan de veiligheid in het dorpscentrum. Door de alzijdige vorm van het appartementengebouw is de sociale controle van zowel het Dorpsplein als de Raadhuisstraat groot. Daarnaast zorgen de grondgebonden woningen met de woonfunctie voor een vriendelijke en veilige doorgang.

31 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept 9. SOCIALE RELEVANTIE Door de lokale ondernemers en bewoners te betrekken bij de planvorming creëert initiatiefnemer draagvlak voor de plannen. Er is op diverse momenten in het traject overleg en afstemming geweest. 11. INVESTERINGEN Door te investeren in kwaliteit in bijvoorbeeld energiezuinige en duurzame materialen en de keuze voor nieuwbouw wordt geïnvesteerd in een duurzaam centrum voor de komende jaren. 12. VESTIGINGSKLIMAAT De afgelopen jaren zijn er steeds meer bedrijven uit Geffen en het centrum verdwenen. De horecavoorzieningen, maar ook de detailhandel functies nemen langzaam af. Om die reden is het van groot belang om te zorgen voor een levendig en goed bereikbaar centrum. Het aanpassen van het Dorpsplein is hierin een eerste stap. Door het plein in te richten als een ontmoetingsplek en nieuwe horeca (lunchroom met terras) toe te voegen, wordt het centrum weer aantrekkelijk.

32 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept

Hoofdstuk 4

Verantwoording

4.1 Algemeen Bij elke ruimtelijke ingreep is het noodzakelijk om in beeld te brengen wat de invloed is op een aantal omgevingsaspecten en waarden. In dit hoofdstuk wordt per aspect weergegeven wat de invloed van het initiatief is en of deze invloed acceptabel is. Met andere woorden of voldaan wordt aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Achtereenvolgens zal worden ingegaan op: • Geluid weg- en spoorlawaai • Geur • Luchtkwaliteit • Externe veiligheid • Water • Natuur • Stikstof • Archeologie • Bodem • Bedrijven en milieuzonering • Geluid industrielawaai • Gezondheid • Straling • M.e.r.-beoordeling 4.2 Geluid weg- en spoorlawaai

Wettelijk kader Wet geluidhinder (Wgh) Zones Langs wegen liggen zones. Binnen deze zones moet voor de realisatie van geluidgevoelige bestemmingen akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Wegverkeer De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg: stedelijk of buitenstedelijk. De zone ligt aan weerszijden van de weg en is gemeten vanuit de rand van de weg. De zones zijn beschreven in artikel 74 van de Wet geluidhinder. Railverkeer De wettelijke zone van een spoorweg is afhankelijk van de toegestane geluidbelasting op het referentiepunt uit het geluidregister. De zone ligt aan weerszijden van een spoorweg en wordt gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf. De zones zijn beschreven in artikel 1.4a uit het Besluit geluidhinder. 33 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Grenswaarden De Wgh heeft tot doel geluidhinder te voorkomen en te beperken tot aanvaardbare geluidniveaus. In de Wgh zijn hiervoor twee soorten grenswaarden opgenomen: • Ten hoogste toelaatbare geluidbelasting: Deze waarde garandeert een goede woonen leefsituatie binnen de invloedssfeer van een geluidbron (wegen, spoorwegen, enzovoort). • Maximale ontheffingswaarde: Deze waarde geeft de hoogste gevelbelasting weer waarvoor een hogere waarde kan worden aangevraagd. De grenswaarden zijn onder andere afhankelijk van de geluidbron (wegverkeer-, railverkeerof industrielawaai), de ligging van de geluidgevoelige bebouwing (stedelijk of buitenstedelijk gebied) en het type geluidgevoelige bebouwing. Bouwbesluit Bij een overschrijding van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting uit de Wgh dreigt ook een overschrijding van de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012. Bij verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen wordt de binnenwaarde getoetst aan het Bouwbesluit 2012. Bij wegverkeerslawaai mag de binnenwaarde 33 dB bedragen. Wanneer de nieuwe geluidsgevoelige objecten worden gerealiseerd nabij geluidsbronnen, dient de geluidbelasting van de verschillende geluidsbronnen bij elkaar te worden opgeteld (gecumuleerd).

Bij de bepaling van de cumulatieve geluidbelasting mag geen gebruik worden gemaakt van de aftrek op grond van artikel 110g van de Wgh. Bij woningen waarvoor hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder zijn toegestaan, is aanvullend bouwakoestisch onderzoek noodzakelijk voor de bepaling van eventueel noodzakelijke gevelisolatie, zodat de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012 wordt behaald. Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur hebben op basis van de Wgh geen onderzoeksplicht. Voor deze wegen kunnen op basis van de Wgh ook geen hogere waarden worden verleend. Doordat geen hogere waarde wordt vastgesteld is een formele toetsing aan de binnenwaarde uit het Bouwbesluit 2012 niet noodzakelijk. Echter om een goed woon- en leefklimaat bij nieuwe woningen te garanderen is toetsing aan de binnenwaarde uit Bouwbesluit 2012 ook bij 30 km/uur wegen wenselijk. Onderzoek Door Sab is een akoestisch onderzoek weg- en railverkeer gedaan. De rapportage, d.d. 20 november 2020, kenmerk 200458, in integraal als bijlage bij deze toelichtinggevoegd. Beoordeling Spoorlijn ’s- Hertogenbosch - Oss Uit de berekening blijkt dat als gevolg van de spoorlijn ’s-Hertogenbosch – Oss er geen overschrijding plaatsvindt van de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Er wordt voldaan aan de Wgh. 34 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Dorpstraat (30 km/uur) Uit de berekening blijkt dat als gevolg van de Dorpstraat er geen overschrijding plaatsvindt van de (gehanteerde) ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Dorsplein (30 km/uur) Uit de berekening blijkt dat als gevolg van de Dorpsplein er geen overschrijding plaatsvindt van de (gehanteerde) ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Harrie Schoutenstraat (30 km/uur) Uit de berekening blijkt dat als gevolg van de Harrie Schoutenstraat er geen overschrijding plaatsvindt van de (gehanteerde) ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Raadhuisstraat (30 km/uur) Uit de berekening blijkt dat als gevolg van de Raadhuisstraat er geen overschrijding plaatsvindt van de (gehanteerde) ten hoogste toelaatbare geluidbelasting. Er wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Bouwbesluit Omdat de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting niet wordt overschreden ten gevolge van de in dit onderzoek individueel te onderscheiden (spoor)wegen is een toetsing aan het Bouwbesluit 2012 niet benodigd. Conclusie Het aspect geluid afkomstig van rail- en wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.3 Geur Geurhinder agrarisch De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit veehouderijen bij de beoordeling van aanvragen om vergunning in het kader van de Wet milieubeheer. De Wgv stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Deze normen en afstanden zijn afhankelijk van het type veehouderij, de locatie of deze al dan niet is gelegen in een concentratiegebied en of deze gelegen is binnen dan wel buiten de bebouwde kom. Een geur gevoelige object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Tuinen vallen dus niet onder de noemer geur gevoelige objecten. Om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het geurgevoelig object te beschouwen dient gekeken te worden naar de voorgrond- en achtergrondbelasting. Voor de beoordeling wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7. 35 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept De ontwikkellocatie is niet gelegen binnen een cirkel van een agrarisch bedrijf. Zoals uit onderstaande afbeelding blijkt is de achtergrondbelasting minder dan 5 ouE/m3:

Er is dus sprake van een goed woon- en leefklimaat. Geur industrie Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: • als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; • als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniekprincipe; • de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is.

36 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven NoordBrabant. De gemeente Oss heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Oss vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Over het plangebied vallen geen geurcontouren van bedrijven.

4.4 Luchtkwaliteit

Wettelijk kader De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit, waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waarvan de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd, kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die sinds 2010 van kracht zijn. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diversie regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

De wet- en regelgeving onderscheidt projecten die ‘in betekenende mate’ (IBM) en ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Projecten die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden, aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof. Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moet worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 ųg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit is (onder andere) niet noodzakelijk voor: • woningbouwlocaties met minder dan 1.500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) of 3.000 woningen (in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) geen beoordeling op luchtkwaliteit meer hoeft plaats te vinden; • kantoorlocaties bij minder dan 100.000 m2 bvo bij één ontsluitende weg, of 200.000 m2 bvo bij twee ontsluitende wegen. 37 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Gevoelige bestemmingen zoals scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het “Besluit gevoelige bestemmingen” extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden. Beoordeling Gezien de beoogde planontwikkeling is een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit niet noodzakelijk. Het plan is immers ruim kleiner dan 1.500 woningen en 100.00 m2 bvo. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is door Sab volledigheidshalve toch getoetst aan de grenswaarden. De conclusie is dat zowel vanuit de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het onderhavige initiatief. De uitgevoerde Quickscan luchtkwaliteit is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd.

4.5 Externe veiligheid Wettelijk kader Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor, of door buisleidingen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimaal beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in respectievelijk het “Besluit externe veiligheid transportroutes” (Bevt), "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb) en het Basisnet.

Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, namelijk de plasbrandgevaar (PAG), het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Risico-inventarisatie Voor de ontwikkellocatie is een risico-inventarisatie uitgevoerd door Sab. Hierbij is binnen 1,5 kilometer afstand van de locatie gekeken naar de volgende aspecten, die van invloed kunnen zijn op de voorgenomen ontwikkeling: • risicovolle inrichtingen; • transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; 38 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept •

transport van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg.

De navolgende afbeelding bevat een fragment van de digitale risicokaart. De globale ligging van de ontwikkellocatie is globaal blauw aangeduid, de 1,5 kilometer grens is in zwart aangeduid.

Beoordeling Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie kunnen de volgende conclusies getrokken worden: • Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen • Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van buisleidingen • Het plangebied buiten het invloedsgebied van vaarroutes • Het plangebied ligt buiten het invloedsgebied van (risicovolle) wegtrajecten • Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied voor groepsrisico van spoortraject 64 (Spoorlijn Den Bosch Diezebrug aansl. – Ressen Noord), maar buiten de meest relevante zone (200 meter). Het groepsrisico dient derhalve beperkt verantwoord te worden. 39 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept In de bij deze toelichting gevoegde Quickscan Externe Veiligheid van Sab, d.d. 10 november 2020, kenmerk 200458, is de beperkte verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen bezwaar bestaat tegen de gewenste planontwikkeling. Wel dient de Veiligheidsregio om advies te worden gevraagd. Advies Veiligheidsregio Veiligheidsregio adviseert in het advies van 20 januari 2020, als volgt: Zowel de opgestelde quickscan, als de daarin opgenomen verantwoordingstekst geven geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Aanvullend advies is niet nodig. Het advies van de Veiligheidsregio is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. 4.6 Water De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de Waterwet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets verplicht voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets bewaakt de waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen. Waterhuishoudkundige aspecten zijn onder meer veiligheid, wateroverlast, waterkwaliteit, verzilting en verdroging.

De watertoets heeft betrekking op alle wateren: rijks wateren, regionale wateren, gemeentelijke en particuliere wateren en grondwater. De gemeente Oss heeft in 2013 een integraal plan Watertaken vastgesteld. Het plan bestaat uit twee delen. Het “verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan” (vGRP) regelt de zorg voor inzameling en transport van afvalwater. Ook regelt het vGPR een doelmatige verwerking van afvloeiend hemelwater en overtollig grondwater. Daarnaast biedt het plan Watertaken een kader voor de andere watertaken van de gemeente. De gemeente is verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Het gaat vooral om de zorg voor oppervlaktewater in bebouwd gebied. De gemeente is ook verantwoordelijk voor een goede ruimtelijke ordening. Het gaat om voldoende ruimte voor water in ruimtelijke plannen. De watertoets is opgenomen in het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro). Beleid van gemeente, provincie en rijk is van toepassing bij een watertoets Ten behoeve van de ontwikkeling aan het Dorpsplein in Geffen heeft Sab een Watertoets opgesteld. De rapportage, d.d. 26 november 2020, kenmerk 200458, is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Beoordeling In de watertoets worden de volgende conclusies en aanbevelingen gedaan: • Uit de watertoets blijkt dat de waterbelangen bij dit plan laag zijn.

Er is geen sprake van verhardingstoename en het af te koppelen oppervlakte is minder dan 2.000 m2. Daarnaast valt het plangebied buiten de ruimtelijk begrensde waterbelangen van het Waterschap. Wel wordt het Waterschap graag op de hoogte gehouden van het plan. 40 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept •

•

•

•

Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling waarschijnlijk zorgen voor een ongeveer gelijk niveau of een geringe toename in het aanbod van vuilwater op het riool. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal wel in overleg met de gemeente besproken moeten worden. Tevens zal voor de aansluiting een vergunning aangevraagd moeten worden. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater dat op de beoogde gebouwen valt niet meer aangesloten worden op het vuilwater. De gebouwen dienen te worden afgekoppeld en het water dient binnen de plangrenzen te worden verwerkt. De nadere invulling van deze waterberging dient in de nadere planvorming verder uitgewerkt te worden. Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Daarom verzoekt het Waterschap en de gemeente om bij de bouw af te zien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Hiermee worden bijvoorbeeld zink en koper in daken, gevels, goten en leidingen bedoeld. Op dit moment zijn er wel zinken onderdelen beoogd volgens het Voorlopig ontwerp, hier dient nader naar gekeken te worden. Om grondwateroverlast te voorkomen hanteert het Waterschap en de gemeente een ontwateringsdiepte van 0,7 m -mv.

Door het ontbreken van actuele, openbare data met betrekking tot de grondwaterstand is het ten tijde van deze toets onbekend wat de ontwateringsdiepte is. Bij de ontwikkeling zijn echter geen kelders of soortgelijke aspecten beoogd, waardoor dit waarschijnlijk geen belemmering gaat zijn voor dit plan. Dit dient echter nader bepaald te worden.

4.7 Natuur Wettelijk kader Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden Op grond van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Ook kan de Minister op grond van deze wet in enkele specifieke gevallen bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of habitats vastgesteld. Het is verboden om zonder vergunning een project te realiseren dat significant negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Als een plan of project mogelijk negatieve gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve gevolgen zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht. Als de kans op significante gevolgen niet kan worden uitgesloten dan moet,

41 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. Natuurnetwerk Nederland De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Voor dit netwerk geldt, op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (het Barro), een ‘nee, tenzij’-beschermingsregime. Het bestemmingsplan, of een omgevingsvergunning waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken, maakt geen ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur, of tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd. Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen.

In de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening maakt de provincie Noord-Brabant onderscheid tussen de ‘groenblauwe structuur’ en het ‘gemengd landelijk gebied’. Onderdeel van de groenblauwe structuur in Noord-Brabant is het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit is het deel van de NNN dat in Noord-Brabant ligt. Het NNB wordt beschermd via het ‘nee, tenzij’-beschermingsregime. Door het toepassen van de instrumenten saldobenadering en herbegrenzing en compensatie is er ruimte voor aanpassingen. De bescherming van het NNB strekt zich uit tot buiten de begrenzing van het NNB, via artikel 5.1 lid 7 van de Verordening Ruimte. In dit lid is bepaald dat een bestemmingsplan dat ligt buiten het NNB en leidt tot aantasting van ecologische waarden en kenmerken van het NNB, anders dan door de verspreiding van stoffen in lucht of water, negatieve effecten waar mogelijk beperkt en overblijvende negatieve effecten compenseert. Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Voor een aantal soorten is door middel van verboden een beschermingsregime opgenomen. Er is een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten, voor Habitatrichtlijnsoorten en voor andere soorten. Naast de beschermde plant- en diersoorten geldt voor al de in het wild levende soorten ook een zorgplicht.

Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor aanwezige soorten zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Provinciale Staten kunnen in een verordening een vrijstelling verlenen van de verboden van de wet. De provincie Noord-Brabant heeft besloten voor een aantal algemeen voorkomende zoogdiersoorten en amfibieën een vrijstelling te verlenen, voor handelingen die men verricht in het kader van ruimtelijke inrichting en ontwikkeling en voor handelingen in het kader van bestendig beheer en onderhoud. Het betreft de soorten aardmuis, bosmuis, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, huisspitsmuis, konijn, ondergrondse woelmuis, ree, rosse woelmuis, tweekleurige bosspitsmuis, veldmuis, vos, woelrat, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en middelste groene kikker. 42 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Daarnaast zijn de verboden niet van toepassing op handelingen die men uitvoert in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud, wanneer men die handelingen uitvoert conform een goedgekeurde gedragscode. Tot slot kunnen Gedeputeerde Staten, wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, onder bepaalde voorwaarde een ontheffing verlenen van de verboden. Bescherming houtopstanden Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn onder meer niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. Onderzoek Sab heeft een onderzoek Quickscan natuur uitgevoerd.

Voor het onderzoek is een bureaustudie uitgevoerd en een veldbezoek aan het plangebied gebracht. Beoordeling Gebiedsbescherming Uit de quickscan blijkt dat Natura 2000-gebied Rijntakken het dichtst in de buurt van het plangebied ligt. Door de afstand tot het Natura 2000-gebied en de kleinschaligheid van de ontwikkeling zijn verstoringen door bijvoorbeeld licht en geluid op voorhand uitgesloten. Een voortoets is daarom niet noodzakelijk. Wel dient getoetst te worden of er een toename van stikstofdepositie teweeg wordt gebracht door de voorgenomen plannen met behulp van een AERIUS-stikstofberekening. Dit is wordt besproken in paragraaf 4.8 van deze toelichting. Verder blijkt uit de quickscan dat in de omgeving van het plangebied geen Natuur Netwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Soortenbescherming Vogels

43 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Uit de quickscan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Vleermuizen Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Om uitsluitsel te krijgen over de aan- of afwezigheid van deze soorten dient nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Indien verblijfplaatsen aanwezig blijken, dan moeten voor de werkzaamheden mitigerende maatregelen worden getroffen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen. Ook is voor de werkzaamheden dan waarschijnlijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De rapportage, d.d. 22 oktober 2020, kenmerk 200458, is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Aanvullend onderzoek vleermuizen Het aanvullend onderzoek zal worden uitgevoerd. Als uit aanvullend onderzoek blijkt dat vleermuizen daadwerkelijk aanwezig zijn, zal een ontheffing Wet natuurbescherming worden aangevraagd. In dit verband zij verwezen naar de Notitie Bestemmingsplanwijziging voormalig gemeentehuis Geffen van Regelink Ecologie & Landschap, d.d. 1 maart 2021, kenmerk NO20567-01, welke notitie integraal als bijlage bij deze toelichting is gevoegd. opgenomen.

4.8 Stikstof Door Sab is een berekening gemaakt van de stikstofdepositie als gevolg van de planontwikkeling. Dit onderzoek, d.d. 10 november 2020, kenmerk 200458, is integraal als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Beoordeling Uit de berekeningen blijkt dat de realisatie van het initiatief Dorpshart Geffen niet leidt tot significant negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Op grond van de Wet Natuurbescherming geldt een vrijstelling van de vergunningplicht. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming vormt géén belemmering.

4.9 Archeologie Het plangebied ligt net buiten de historische kern Geffen. Het gebied is in het verleden nog niet archeologisch onderzocht. Ook zijn in het gebied zelf geen vondstmeldingen bekend. Op basis van archeologische gegevens, in combinatie met landschappelijke en historische gegevens, geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting. Vanuit het archeologiebeleid geldt een archeologische onderzoeksplicht als de bodemingrepen dieper zijn dan 30 cm beneden het huidige maaiveld èn de omvang van het gebied groter is dan 100 m². 44 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept De beoogde werkzaamheden zijn groter dan 100 m² en overschrijden daarmee de vrijstellingsgrens die de gemeente Oss hanteert in het kader van een goede archeologische monumentenzorg. Dit betekent dat nut en noodzaak van archeologisch onderzoek dient te worden afgewogen. Beoordeling Het plangebied ligt net buiten de historische kern Geffen (AMK-terrein 16836). Het gebied is in het verleden nog niet archeologisch onderzocht. Ook zijn in het gebied zelf geen vondstmeldingen bekend. Het gebied ligt op een dekzandrug, waar waarschijnlijk hoge zwarte enkeergronden voorkomen. Rond 1900 was het gebied in gebruik als akkerland. Op basis van archeologische gegevens, in combinatie met landschappelijke en historische gegevens, geldt voor het gebied een hoge archeologische verwachting. In het gebied moet vooral rekening worden gehouden met de aanwezigheid van nederzettingsterreinen met bijbehorende grafvelden (‘droge archeologie’). Het plangebied is momenteel vrijwel volledig bebouwd. Het betreft het voormalige gemeentehuis van Geffen. Dit gebouw zal worden gesloopt en worden vervangen door nieuwbouw. Een klein deel van het gebied is nog niet bebouwd. Dit betreft een gebied van circa 200 m².

Uit het archeologiebeleid blijkt dat onderzoek – binnen het bebouwd gebied, overig stedelijk – alleen noodzakelijk is als er sprake is van een groter aaneengesloten onverstoord gebied. Ervan uitgaande dat het voormalige gemeentehuis redelijk zwaar gefundeerd is, is de verwachting dat de ondergrond op deze locatie al voor een (groot) deel verstoord zal zijn. Het terrein dat niet bebouwd is en mogelijk dus relatief ongeroerd, is klein. Archeologisch onderzoek wordt om die reden dan ook niet nodig geacht. Aan het plangebied is om bovenstaande reden geen archeologische (dubbel)bestemming toegekend.

4.10 Bodem Op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening en artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht, moet in planvorming rekening gehouden worden met de bodemkwaliteit in relatie tot de gewenste functies. In de Bouwverordening van de gemeente Oss is geregeld dat onder bepaalde omstandigheden het oprichten van gebouwen pas kan plaatsvinden als de bodem geschikt is (of geschikt is gemaakt) voor het doel. Om die reden dient bij iedere nieuwbouwactiviteit de bodemkwaliteit door middel van onderzoek te worden vastgesteld. Eerder is binnen het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door CSO Adviesbureau voor milieuonderzoek. De rapportage, d.d. 7 juni 1994, kenmerk MSD.B04.10, is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Conclusie De conclusie van dit onderzoek is dat op grond van de resultaten kan worden gesteld, dat risico’s ten aanzien van de volksgezondheid en het milieu vrijwel nihil zijn en dat nader 45 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept onderzoek niet nodig wordt geacht. Aangezien sinds 1994 geen wijzigingen ten aanzien van bebouwing en gebruik van de gronden heeft plaatsgevonden, geldt deze conclusie nog steeds. Ten behoeve van de omgevingsvergunning zal nog een NEN5740 onderzoek worden uitgevoerd. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de planvorming. 4.11 Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uitvoeren. Wat betreft de aanbevolen richtafstanden tussen functies met een milieuzone en gevoelige functies is de VNG-publicatie als leidraad voor milieuzonering gebruikt. In de VNG-publicatie zijn richtafstanden voor diverse omgevings- en gebiedstypen opgenomen. Het gaat onder andere om de volgende omgevings- en gebiedstypen: ‘rustige woonwijk’, ‘rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. In een rustige woonwijk en een rustig buitengebied komen vrijwel geen andere functies dan de woonfunctie voor.

Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een dergelijk gebied komen direct naast woningen andere functies voor, zoals winkels, maatschappelijke voorzieningen, horeca en kleine bedrijven. De richtafstand wordt gemeten vanaf de grens van het bedrijfsperceel tot de gevel van het gevoelige object. Navolgende tabel geeft inzichtelijk wat de richtafstanden zijn voor de verschillende milieucategorieën, zowel voor ‘rustige woonwijken’ of ‘rustige buitengebieden’ als voor ‘gemengde gebieden’.

Situatie planlocatie

46 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept De locatie ligt aan het Dorpsplein en de Raadhuisstraat. De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Geffen. De directe omgeving is bestemd als centrum. De locatie van het voormalige gemeentelhuis is bestemd als maatschappelijk. De locatie waar het appartementencomplex komt staan wordt bestemd als centrum, de locatie waar de grondgebonden woningen komen, wordt bestemd als wonen. Hierdoor wordt geconcludeerd dat het hele gebied als een gemengd gebied kan worden beschouwd. Hinder in de ontwikkelingslocatie Op de ontwikkelingslocatie bestaat de mogelijkheid voor het oprichten van een commerciële functie in de plint van het appartementencomplex. Beoogd wordt in deze plint winkels of lichte horeca, zoals een lunchroom. Beide functies vallen onder de categorie 1 van de VNGpublicatie. De richtafstand voor een gemengd gebied bedraagt 0 meter. Boven de commerciële functie komen woningen. De afstand bedraagt 0 meter tot aan de appartementen. Er wordt voldaan aan de richtafstand. De afstand tot aan de grondgebonden woningen bedraagt 8 meter. Ook hier wordt aan de richtafstand voldaan. Hinder in de omgeving van de ontwikkelingslocatie Naast de hinder die een ontwikkeling zelf kan veroorzaken, dient ook onderzocht te worden of de beoogde ontwikkeling zelf hinder kan ondervinden van hinder veroorzakende functies uit de omgeving.

Woningen worden immers aangeduid als milieuhindergevoelig. De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Kom – Geffen 2016’. In onderstaande figuur is een uitsnede van de website ruimtelijkeplannen.nl weergegeven.

Figuur Uitsnede ruimtelijkeplannen.nl. In blauwe ovaal globale ligging plangebied Aan de westzijde en de noordzijde is het gebied bestemd als Centrum. Aan de zuidzijde en de oostzijde als Wonen. In de bestemming Centrum is toegestaan detailhandel (met dien verstande dat een supermarkt uitsluitend is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt'), horeca, cultuur en ontspanning, kantoren, dienstverlening, maatschappelijk, bedrijven (categorie 1 en 2 milieulijst) en wonen. Deze omschrijving komt overeen met milieucategorie 1 en 2. De richtafstand van een categorie bedrijf bedraagt in een gemengd gebied 10 meter. 47 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept In onderstaande figuur is een uitsnede weergegeven van beide bouwvlakken (appartementencomplex aan de noordzijde en de grondgebonden woningen aan de zuidzijde).

Figuur Bouwvlakken met richtafstand 10 meter (oranje arcering) Uit de figuur blijkt dat aan de westzijde een overlap bestaat met bestaande bebouwing (A). Aan de noordzijde bestaat geen overlap met de bestaande supermarkt. Beoordeling vlak A Doordat er een overlap bestaat met vlak A dient onderzocht te worden wat de huidige functie is van dit vlak. De locatie staat bekend als Dorpsplein 15 en 17. Dorpsplein 15 heeft op de begane grond een winkelfunctie (bron Bag-viewer) en op de 1e en 2e verdieping een woonfunctie. De winkelfunctie wordt op dit moment ingevuld door op een sportschool gebaseerde trainer. Dit is vergelijkbaar met een sportschool, categorie 2 bedrijf (Go 2 Sport). Formeel dient een akoestisch onderzoek te worden verricht. Daar rondom de sportschool reeds woningen aanwezig zijn, zijn deze woningen al beperkend voor de sportschool en kan geconcludeerd worden dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Derhalve is een nader onderzoek niet nodig. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan. Omliggende functies worden door het plan niet belemmerd en gesteld kan worden dat ter plaatse sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.12 Geluid industrielawaai Toetsingskader Voor de beoordeling van geluidshinder afkomstig van inrichtingen (industrielawaai) moet rekening worden gehouden met verschillende soorten van geluidshinder, namelijk: 48 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept • • •

geluidshinder afkomstig uit de inrichting (directe hinder), dit is de hinder die wordt veroorzaakt door activiteiten in de inrichting. maximale geluidshinder, dit zijn de piekniveaus die optreden door de activiteiten in de inrichting. indirecte geluidshinder, dit is de geluidshinder afkomstig van het wegverkeer van en naar de inrichting op de openbare weg.

Deze drie soorten van geluidshinder afkomstig van inrichtingen worden beoordeeld op basis van drie documenten, dit zijn het “Activiteitenbesluit”, de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering, editie 2009” en de Schrikkelcirculaire. VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering De VNG-publicatie “Handreiking bedrijven en milieuzonering, editie 2009” is een algemeen geaccepteerd instrument om na te gaan of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening in situaties waar geluidgevoelige bestemmingen dicht bij bedrijfsactiviteiten worden voorzien. De VNG-publicatie geeft richtafstanden per bedrijfscategorie of activiteit. De afstanden worden gegeven voor milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtwaarde voor de aan te houden afstand zijn van toepassing tussen de perceelgrenzen van de inrichting en de gevels van de geluidgevoelige bestemming. Er is sprake van een ‘goede ruimtelijke ordening’ indien aan de richtwaarde voldaan wordt. Indien niet aan de richtafstanden voldaan wordt, dan is nader onderzoek nodig om vast te stellen of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. De VNG-richtafstanden zijn afhankelijk van de bedrijfsactiviteiten en de gebiedstypering. Bij de gebiedstypering wordt in deze publicatie het onderscheid gemaakt tussen een rustige woonwijk enerzijds en woningen in een gebied met functiemenging (mening van bedrijven en woningen) anderzijds.

In een rustige woonwijk is minder geluidshinder acceptabel dan in een gebied met functiemenging. Activiteitenbesluit De milieuvoorschriften zijn per branche verdeeld over een groot aantal Algemene Maatregelen van Bestuur. Vanaf 2008 zijn de meeste AMvB's ondergebracht in het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer” (het Activiteitenbesluit). Het Activiteitenbesluit vormt het toetsingskader bij de aanvraag van een omgevingsvergunning activiteit milieu. het Activiteitenbesluit staan de grenswaarden, deze grenswaarden zijn de maximale geluidsbelastingen welke mogen optreden op de omliggende woningen. Representatieve bedrijfssituatie Activiteitenbesluit De representatieve bedrijfssituatie (RBS) is maatgevend voor de toetsing aan de geluidnormen. Bij wisselende capaciteiten betreft het in het algemeen een situatie zoals deze zich bijvoorbeeld eenmaal per maand zal kunnen voordoen. De uitgangspunten bij de berekeningen zijn: - verwachte gebruik laad- en losplaats van de supermarkt; - condensor op dak; - luchtbehandelingskast.

49 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Het laden en lossen van toeleveranciers van de supermarkt vindt uitsluitend in de dagperiode plaats. Er is gerekend met 2 vrachtauto's per dag en 1 bestelbusje. Voor het geluidvermogenniveau van een langzaam rijdende vrachtauto is uitgegaan van LwA = 108,2 dB(A). Voor het geluidvemogenniveau van een langzaam rijdende bestelauto is uitgegaan van LwA = 99,5 dB(A). De bedrijfsduurcorrecte is als volgt bepaald: het manoeuvreren per vrachtauto duurt bij aankomst en vertrek samen maximaal 5 minuten. Voor de twee vrachtauto's geldt dan een bedrijfsduur van 10 minuten per dag op het eigen terrein. Voor het bestelbusje is eveneens uitgegaan van 5 minuten per dag. De condensor heeft een geluidvermogenniveau van LwA = 72 dB(A). De condensor bevindt zich op een afstand van minimaal 18 meter van de westgevel en de dichtstbijzijnde noordgevel van de woningen en er is rekening gehouden met een 24 uur in bedrijf zijnde condensor. De luchtbehandelingskast ten behoeve van de supermarkt wordt direct naast de condensor geplaatst en het geluidvermogenniveau van LwA = 65 dB(A) voor de toe- en afvoer zijde. Conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer behoeft het piekgeluidniveau ten gevolge van laden en lossen in de dagperiode niet te worden getoetst.

Voor wat betreft de geluidemissie als gevolg van technische installaties geldt dat de maximale geluidniveaus doorgaans niet of nauwelijks afwijken van de equivalente geluidniveaus. waardoor wordt voldaan aan de geldende eisen. Representatieve bedrijfssituatie goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zal ook een beoordeling plaatsvinden. De bronnen die in het Activiteitenbesluitonderzoek zijn opgenomen, worden vanzelfsprekend ook in deze beoordeling meegenomen, echter met het verschil dat zij ook over het Aloysiusplein rijden. Aan toe gevoegd worden de winkelwagentjes en het rijden op het Aloysiusplein door personenauto’s. De bronvermogens zijn respectievelijk 89 dB(A) voor winkelwagentjes, 90 dB(A) voor personenauto’s, 96 dB(A) voor bestelbusjes en 103 dB(A) voor vrachtwagens. Door Sab is een akoestisch onderzoek gedaan om inzicht te geven in het akoestisch klimaat van de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen ten gevolge van inrichtingslawaai. De rapportage “Akoestisch onderzoek industrielawaai”, d.d. 4 december 2020, kenmerk 200458, is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Beoordeling Aan het Dorpsplein-Raadhuisstraat te Geffen wordt het oude gemeentehuis van Maasdonk gesloopt. Hiervoor in de plaats komen een appartementencomplex en grondgebonden woningen. Nabij het appartementencomplex bevindt zich een supermarkt.

In het kader van het Activiteitenbesluit en een goede ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting op de gevel ten gevolge van de activiteiten van de supermarkt bepaald. Het appartementencomplex komt te liggen binnen de bestemming centrum. De grondgebonden woningen binnen de bestemming wonen. Het appartementencomplex ligt in een ‘gemengd gebied’ en de woningen in een ’rustige woonwijk’.

50 ROC.B2020.468

Bestemmingsplan Dorpshart Geffen – 2021 concept Uit het akoestisch onderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • Langtijdgemiddelde geluidsbelastingen: Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van het appartementencomplex en de grondgebonden woningen de grenswaarden van 50 dB(A) uit het Activiteitenbesluit niet zal worden overschreden. De richtwaarde van 50 dB(A) voor een gemengd gebied en 45 dB(A) voor een rustige woonwijk worden niet overschreden. • Maximale geluidsbelastingen: In het kader van het Activiteitenbesluit is gebleken dat er geen bronnen zijn met een karakter voor maximale geluidsniveau. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn het sluiten van portieren van auto’s en het ontluchten van vrachtwagens beoordeeld. Hieruit blijkt dat alleen het ontluchten van vrachtwagens tot een overschrijding zal lijden. Deze overschrijding vindt plaats op de openbare weg als de vrachtwagen rijdt. De overschrijding bedraagt 1 dB(A). Omdat dit op de openbare weg plaatsvindt, wordt dit acceptabel geacht. • Indirecte hinder: Uit de berekeningen blijkt dat de grenswaarde van indirecte hinder niet wordt overschreden. Uit het onderzoek blijkt dat er geen overschrijdingen zijn in het kader van het Activiteitenbesluit en dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor het onderhavige plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=a010fdd9-f7f9-4d80-be4e-e81d068573b4