CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting NL IMRO 0828 WZ4buitengboss2020-ON01.PDF

Adviescommissie Ruimte 12 mei 2022, gemeente OssBij agendapunt: B Gebundelde procedure ontwerpbestemmingsplannen23.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

WIJZIGINGSPLAN Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss - 2020

Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 1 van 66 2021-12-16

Bestemmingsplan Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020 ontwerp Toelichting

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 2 van 66 2021-12-16

Gemeente Oss, 2021-12-16

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 3 van 66 2021-12-16

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................... 7 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................... 7 1.2 Plangebied .................................................................................................................................... 7 1.3 Geldende bestemmingsplannen ................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ................................................................................................................ 9 2.1 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................................ 9 2.2 Bestaande situatie locatie ........................................................................................................... 10 Hoofdstuk 3 Beoogde situatie ................................................................................................................. 12 3.2 Beoogde situatie locatie .............................................................................................................

12 3.2 Gevolg omgeving locatie ............................................................................................................ 13 Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader ....................................................................................................... 15 4.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................ 15 4.2 Rijksbeleid .................................................................................................................................. 18 4.3 Provinciaal beleid ....................................................................................................................... 19 4.4 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 29 Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten ........................................................................................................... 35 5.1 Landschap .................................................................................................................................. 35 5.2 Natuur .........................................................................................................................................

39 5.3 Archeologie en Cultuurhistorie ................................................................................................... 41 5.4 Mobiliteit en parkeren ................................................................................................................. 44 5.5 Water .......................................................................................................................................... 45 5.6 Defensie...................................................................................................................................... 48 5.7 Milieuaspecten ............................................................................................................................ 49 5.8 Milieueffectrapportage (M.e.r.) ................................................................................................... 59 Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels .................................................................................................... 60 6.1 Algemeen.................................................................................................................................... 60 6.2 Regels .........................................................................................................................................

60 Hoofdstuk 7 Handhaving........................................................................................................................ 62 7.1 Beleidskader ............................................................................................................................... 62 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma ............................................................. 62 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht .......................................................... 63 Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid ........................................................................................... 64 Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................................. 65 9.1 Omgevingsdialoog ...................................................................................................................... 65 9.2 Vooroverleg ................................................................................................................................ 65 9.3 Inspraak ...................................................................................................................................... 66 9.4 Zienswijzen ................................................................................................................................. 66

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 4 van 66 2021-12-16

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 5 van 66 2021-12-16

TOELICHTING Bestemmingsplan Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 6 van 66 2021-12-16

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 7 van 66 2021-12-16

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de locatie Herstraat 10 te Megen werd in het verleden een varkenshouderij geëxploiteerd. Deze bedrijfsvoering is inmiddels beëindigd, maar de stallen zijn nog aanwezig. Initiatiefnemer wenst de locatie te benutten voor statische opslag. Hiervoor zullen de bestaande stallen worden benut, waarbij het oppervlak teruggebracht moet worden tot hetgeen toegestaan dan wel zullen deze volledig worden gesloopt en herbouwd of deels worden verbouwd tot het toegestane oppervlak bedrijfsbebouwing. Om het gewenste mogelijk te maken, zal de bestemming allereerst omgezet moeten worden van een agrarische bestemming naar een bedrijfsbestemming. De gemeente Oss heeft een principeakkoord afgegeven voor de bestemmingswijziging middels een wijziging van het bestemmingsplan. Hierbij dient voorzien te worden in een goede ruimtelijke onderbouwing. 1.2

Plangebied

Het plangebied beslaat de gronden zoals weergegeven in navolgende figuur en de situatieschets in de bijlagen. Het plangebied omvat het perceel aan de Herstraat 10 te Megen, kadastraal bekend als gemeente Oss, sectie R, perceelnummers 366, 367 en 369.

Ligging plangebied (rood omlijnd) 1.3

Geldende bestemmingsplannen

Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan “Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020” gelden binnen het plangebied verschillende bestemmingsplannen en herzieningen. Deze zijn opgenomen in onderstaande lijst.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 8 van 66 2021-12-16

Naam bestemmingsplan

Datum vaststelling

Buitengebied Oss - 2020

2020-04-16

Na de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan verliezen deze plannen, binnen het plangebied, hun rechtskracht.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 9 van 66 2021-12-16

Hoofdstuk 2

2.1

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis

Het landschap in de gemeente Oss is het resultaat van een voortdurende wisselwerking tussen natuurlijke factoren (zoals de bodem en vegetatie) en menselijke ingrepen. De ondergrond is in eerste instantie bepalend voor de opbouw van het landschap. In de loop der tijd is de mens steeds meer zijn stempel op het landschap gaan drukken. Landschap en cultuurhistorie zijn daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden. De ondergrond in de gemeente Oss bestaat in het noorden uit een karakteristiek rivierengebied. In het zuiden bestaat de gemeente uit dekzandgebied. Het dekzandgebied is in de laatste ijstijd ontstaan. Tijdens deze periode werd zand door de wind over grote delen van Noord-Brabant verspreid. Na de laatste ijstijd zette de rivier Maas in het ‘rivierengebied’ tijdens overstromingen zand en klei af. De grote zwaardere zanddeeltjes werden dicht bij de oever afgezet. De kleine lichte kleideeltjes werden tijdens de overstroming op grotere afstand van de rivierbedding gedeponeerd. Zo ontstonden de oeverwallen en de komgronden. De Maas bepaalt voor een belangrijk deel de identiteit van het Osse landschap. De Maas bepaalt de ordening en de structuur van het gebied. Hierdoor draagt de rivier in belangrijke mate bij aan het ruimtelijk beeld van het gebied. Kenmerkend hierbij is de zonering van de verschillende landschapstypen parallel aan de rivier.

Van noord naar zuid: de rivier met uiterwaarden, de oeverwal en de komgronden. De hoger gelegen oeverwallen en het overgangsgebied tussen het komgebied en het dekzandgebied waren van oudsher populaire vestigingsplaatsen. De mensen hebben in de loop van de tijd aanpassingen gedaan in hun natuurlijke omgeving. Deze aanpassingen zijn vaak nog terug te vinden. Historische geografie beschrijft de ruimtelijke neerslag van deze aanpassingen. Voorbeelden van deze aanpassingen zijn oude akkercomplexen (bolle akkers met esdekken), heidevelden, landgoederen, dijken en kaden en de patronen van wegen en waterlopen. In de gemeente Oss bevinden zich verschillende gebieden en lijnen die de historische groei goed illustreren. De Beerse Overlaet is belangrijk voor de geschiedenis van de gemeente Oss. De Beerse Overlaet was een systeem waarbij bij topafvoer van de Maas een deel van het water in de buurt van Cuijk, bij Beers, de binnendijkse gebieden kon instromen en bij Gewande weer kon uitstromen.

Luchtfoto omgeving planlocatie (rood aangestipt)

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 10 van 66 2021-12-16

Onderhavige locatie is gelegen in agrarisch gebied te midden van de kernen Megen, Macharen en Haren. Het perceel is gelegen aan de noordrand van het komgebied. De komgronden beslaan een groot gedeelte van het grondoppervlak van de gemeente Oss. Deze kleiige, relatief laaggelegen gronden worden in het noorden begrensd door de oeverwal en in het zuiden door de dekzandrand. Het landschap is grootschalig, open tot zeer open en wordt gekenmerkt door een zeer regelmatig, rationeel, rechtlijnig verkavelingspatroon. Dit verkavelingspatroon bestaat over het algemeen uit een slagenverkaveling. De openheid van het gebied is zeer kenmerkend en uniek in het Brabantse land. Deze openheid maakt dit gebied landschappelijk waardevol. Ook de omgeving van de planlocatie is zeer open met enkel een bomenrij langszij de Herstraat en verspreid liggende andere (voormalige) agrarische bedrijfslocaties. De verkaveling is rechtlijnig, waarbij de bebouwing overwegend noord-zuid gericht is. De locatie is opgericht als varkenshouderij.

Luchtfoto planlocatie (gedateerd)

2.2

Bestaande situatie locatie

De bebouwing op de planlocatie bestaat op de eerste plaats uit de bedrijfswoning voor op het erf met voor- en achtertuin. Ten oosten staan twee varkensstallen met ertussen en voor erfverharding. Er is een vergunning aanwezig voor het houden van 1.120 vleesvarkens en verder nog een aantal stuks rundvee en enkele schapen. Als gezegd zijn de stallen niet meer als zodanig in gebruik. Er is daarmee indirect ook sprake van burgerbewoning van de agrarische bedrijfswoning. Het totaal oppervlak aan bedrijfsbebouwing bedraagt 1.791 m 2.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 11 van 66 2021-12-16

Luchtfoto planlocatie (gedateerd)

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 12 van 66 2021-12-16

Hoofdstuk 3

3.2

Beoogde situatie

Beoogde situatie locatie

Op de planlocatie is beoogd het hergebruik van de voormalige agrarische bedrijfslocatie voor statische opslag. Hiertoe zal de agrarische bestemming worden omgezet naar een bedrijfsbestemming. Toegestaan zullen zijn bedrijfsactiviteiten tot maximaal milieucategorie 2, waar ook opslag toegerekend mag worden. Het maximaal toegestane oppervlak bedrijfsbebouwing bedraagt 1.000 m2. Daarnaast is 100 m2 bijgebouwen toegestaan bij de bedrijfswoning. Het bestaand oppervlak bedrijfsbebouwing zal teruggebracht moeten worden tot hetgeen toegestaan. Dit door een deel te slopen en het verbouwen van de resterende bebouwing dan wel door de aanwezige bedrijfsbebouwing volledig te slopen en te herbouwen tot het toegestane oppervlak. Beide navolgende opties behoren tot de mogelijkheden.

Optie gedeeltelijke sloop bedrijfsbebouwing

Optie herbouw bedrijfsbebouwing

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 13 van 66 2021-12-16

In geval (eerst) gekozen wordt voor de eerste optie van gedeeltelijke sloop, zal de toegestane 1.000 m2 bedrijfsbebouwing behouden blijven. Gesloopt wordt dan de stal aan de oostzijde van 690 m 2 en de aanbouw aan de grote stal van 154 m 2. Omdat in een deel van de te slopen oostelijke stal ook de meterkast met aansluiting zit, zal een deel van dat gebouw dus nog (tijdelijk) behouden moeten blijven. Daarmee blijft er toch nagenoeg 1.000 m 2 staan. Het beoogde plan is om te komen tot optie 2, volledig sloop van voornoemde gebouwen en de her-/verbouw van de zuidelijk gelegen stal tot een loods met een oppervlak van 1.000 m2. Toegestaan zijn daarbij de volgende oppervlaktes en hoogtes. Bouwwerken

Maximale Maximale Maximale oppervlakte in m2 goothoogte bouwhoogte in m in m

Maximale inhoud in m3

Bedrijfswoning inclusief aan- 5 en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor de woonfunctie

10

-

750

Vrijstaande bijgebouwen bij 3 de bedrijfswoning

5

100

-

Bedrijfsgebouwen

11

1.000

-

3.2

4,5

Gevolg omgeving locatie

Rondom de planlocatie zijn op afstand van elkaar meerdere agrarische bedrijfslocaties gelegen. Verder weg aan de oostzijde zijn twee bedrijfsbestemmingen gelegen. Het gebied is verder bestemd als ‘Agrarisch met waarden – Landschap’. De bedrijfsfunctie op de planlocatie wijzigt van een agrarische naar een bedrijfsbestemming met een lage milieucategorie 2. Hierdoor vindt er een beperkte wijziging van de functionele karakteristiek van de omgeving plaats. Deze blijft verder in hoofdzaak agrarisch en met een gelijke uitstraling.

Uittreksel verbeelding vigerende bestemmingsplannen (planlocatie rood aangevinkt)

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 14 van 66 2021-12-16

De waarden in het gebied zijn met het initiatief niet in het geding. De hoeveelheid bebouwing wordt teruggebracht van 1.791 m2 naar maximaal 1.100 m2 (1.000 m2 bedrijfsbebouwing + 100 m 2 bijgebouwen). In geval er wordt gekozen voor herbouw zal gekozen worden voor een in het landschap passende loods. Deze schuur komt in de plaats van een bestaand stalgebouw dat daartoe her-/verbouwd wordt. De stedenbouwkundige karakteristiek van de omgeving wijzigt hierdoor niet. Ook veranderd de ontsluiting van het perceel niet. Verder zal op eigen perceel voorzien worden in voldoende parkeerplaatsen. Hiervoor is toereikend ruimte aan de noordzijde alwaar een stal wordt gesloopt. Door de afname aan bebouwing zijn er geen nadelige waterhuishoudkundige gevolgen. Niettemin zal voor een passende afvoer van het hemelwater voorzien worden in een poel. Dit als onderdeel van de landschappelijke inpassing van de locatie. Rondom de poel komt groen in de vorm van lage beplanting en enkele knotwilgen. De aanplant van groen blijft beperkt omwille van het open landschap.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 15 van 66 2021-12-16

Hoofdstuk 4

4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: -

Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt;

-

Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit;

-

Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing;

-

Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer;

-

De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen;

-

Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden;

-

Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan;

-

Er is een drempel voor planschade van 2%;

-

De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd;

-

Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt.

Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen. Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2.

De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen. De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen.

4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 16 van 66 2021-12-16

houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Het plan “Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020” maakt de realisering van een nietagrarisch bedrijf mogelijk op de locatie Herstraat 10 te Megen. Het voorliggende plan is daarmee een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder en moet dus verantwoord worden vanuit de huidige behoefte. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.

Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een nieuw beslag op de ruimte. Er wordt gebruik gemaakt van bestaande bebouwing op een bestaand bouwperceel. Daarnaast zal het oppervlak aan bedrijfsbebouwing afnemen en wordt het bouwvlak verkleind, waarmee geen nieuw ruimtebeslag mogelijk gemaakt kan worden. Er is daarmee geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waarmee een verdere toetsing aan de Ladder duurzame verstedelijking niet is vereist. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden. In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug.

De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 17 van 66 2021-12-16

Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren. Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 18 van 66 2021-12-16

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

De Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. Door het hergebruik van een voormalige agrarisch bedrijfslocatie die niet langer geschikt is voor de uitoefening van een intensieve veehouderij en het terugbrengen van het oppervlak bedrijfsgebouwen, wordt een bijdrage geleverd aan het toekomstig bestendig maken van het landelijk gebied.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 19 van 66 2021-12-16

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: -

Werken aan de Brabantse energietransitie

-

Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant

-

Werken aan de slimme netwerkstad

-

Werken aan een concurrerende, duurzame economie

In dit plan wordt de bestemming “Agrarisch met waarden – Landschap” ter plaatse van het bouwvlak met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’ gewijzigd in de bestemming “Bedrijf” voor het realiseren van niet-agrarisch bedrijf in maximaal milieucategorie 2. Voor beëindiging van een veehouderij en omschakeling naar een niet-agrarisch bedrijf zijn geen specifieke beleidsuitgangspunten opgenomen. Wel is het van belang dat op een duurzame en Klimaat bestendigde wijze wordt gebouwd. Bij de beëindiging van de veehouderij ter plaatse zal de uitstoot van fijn stof, stikstofoxiden, koolstofdioxide en methaan afnemen. Dit draagt bij aan de doelstellingen van de provincie. Bij de (gedeeltelijke) sloop zal tevens het asbest verwijderd worden. In geval van gehele sloop en herbouw zal de herbouw plaats vinden met het gebruik van duurzame materialen. Ook wordt gezorgd voor een hemelwaterafvoer naar een infiltratiepoel. Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de doelstellingen zoals zijn verwoord in de Omgevingsvisie Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 20 van 66 2021-12-16

4.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten. Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.

Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Het perceel Herstraat 10 te Megen ligt in een gebied dat volgens de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de aanduiding ‘Gemengd landelijk gebied’ heeft en ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’. Binnen gemengd landelijk gebied gelden specifieke regels voor omschakeling van een agrarisch bedrijf naar een niet-agrarisch bedrijf (dit wordt gezien als vestiging van een niet-agrarisch bedrijf). Deze luiden als volgt: Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de vestiging van een nietagrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3.

hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. b. er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel; c. overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. de vestiging heeft geen betrekking op: 1. een kantoor met baliefunctie; 2. lawaaisport; 3. mestbewerking. Lid 2 Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan;

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 21 van 66 2021-12-16

c. dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang. Lid 3 Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: a. bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; b. een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; c. een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare. Ad. 3.73, lid 1, sub a, onder 1: De gemeente Oss heeft in het bestemmingsplan voor het buitengebied voor verschillende gebieden onderzocht welke functies in de gebieden passend en wenselijk zijn. Niet-agrarische bedrijvigheid is, onder voorwaarden, mogelijk in het gebied waarin de locatie is gelegen. Daarnaast zijn in de omgeving van de locatie al reeds meerdere voormalige agrarische bedrijven (veehouderijen) gelegen die reeds zijn omgeschakeld naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie. Het toekomstperspectief en de potentie van het gebied voor agrarisch ondernemen is daarmee afgenomen. De locatie maakt ook geen deel uit van het primair agrarisch gebied. Daarmee is sprake van een ontwikkeling die goed past binnen het gebied waarin de locatie is gelegen.

Verder zal de voorgenomen ontwikkeling geen onevenredige nadelige gevolgen hebben voor de bodemgesteldheid ter plaatse en staat de bodemgesteldheid de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. Ook zal het verhard oppervlak afnemen door de afname aan bedrijfsbebouwing. Verder wordt ter compensatie van het initiatief voorzien in een landschappelijke inpassing, waarbij tevens in een infiltratiepoel voor de opvang van hemelwater wordt voorzien. Dit komt de waterhuishouding in het gebied ten goede. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 1, sub a, onder 2: Zoals nader is aangetoond in het hoofdstuk "Omgevingsaspecten" (hoofdstuk 5) zal de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige gevolgen hebben op de in de omgeving aanwezige functies en/of waarden. Tevens zal met het definitief verdwijnen van een locatie voor een intensieve veehouderij sprake zijn van een blijvende afname van de uitstoot van geur, fijnstof, stikstofoxiden, ammoniak en broeikasgassen. Daarmee zal de voorgenomen ontwikkeling een positief effect hebben op de leefbaarheid in de omgeving. Vanuit de maatschappij wordt volksgezondheid steeds meer gezien als belangrijke factor voor het woon en leefgenot van de mens.

Met de maatschappelijke discussie die momenteel speelt rondom volksgezondheid in relatie tot veehouderijen en door de campagnes van dierenrechtenorganisaties wordt het beeld op intensieve veehouderijen steeds negatiever. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een intensieve veehouderij weg bestemd. Daarmee wordt een deel van de angst bij omwonenden op risico's voor de volksgezondheid vanuit de veehouderij weggenomen. Er zal immers niet langer meer de uitoefening van een veehouderij mogelijk zijn. Zoals nader aangetoond in de paragraaf "Bedrijven en milieuzonering" (paragraaf 5.7.1) zal de voorgenomen ontwikkeling niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden en/of bedrijfsvoering van omliggende agrarische bedrijven. Tevens zullen ook geen andere functies in de ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad. Er is daarmee geen sprake van een belemmering van de agrarische ontwikkeling van het gebied. Een deel van de bedrijfsgebouwen zal worden gebruikt voor het uitvoeren van een niet-agrarisch bedrijf voor statische op- en overslag. Een bedrijf voor statische op- en overslag heeft een aanzienlijk lagere energiebehoefte dan een volwaardig intensief veehouderijbedrijf. Het energieverbruik op de locatie zal

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 22 van 66 2021-12-16

daarmee aanzienlijk lager worden dan in de huidige situatie. Dit komt ten goede aan het klimaat en aan het milieu. Daarnaast zal met de voorgenomen ontwikkeling de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk afnemen. De voorgenomen ontwikkeling draagt daarmee bij aan een verbetering van het klimaat. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling, zoals nader is omschreven in de paragraaf "Verkeer en parkeren" (paragraaf 5.4), geen sprake van aanpassingen aan of van een aantasting van de infrastructuur ter plaatse. Tevens zal parkeren geheel op eigen terrein plaatsvinden. Het aantal verkeersbewegingen zal met de voorgenomen ontwikkeling afnemen. Daarmee zal er geen sprake zijn van nadelige gevolgen op de mobiliteit in het gebied. De gewenste ontwikkeling betreft geen bedrijfsvoering die zal concurreren met functies op het bedrijventerrein. Doorgaans zijn bedrijven voor stalling van kampeervoertuigen en statische opslag niet op een bedrijventerrein gevestigd, maar op voormalige agrarische bedrijven in het buitengebied. Dit komt voornamelijk door de grote hoeveelheid aan beschikbare voormalige agrarische bedrijfsgebouwen in het buitengebied. Daarnaast is de agrarische grond aanzienlijk goedkoper dan grond op een bedrijventerrein, waardoor het voor veel ondernemers op een bedrijventerrein niet interessant genoeg is om grote gebouwen neer te zetten op bedrijfsgronden voor statische opslag.

Er is een tekort aan betaalbare opslagruimte. De voorgenomen ontwikkeling speelt daar op in. Er zal daarmee geen sprake zijn van leegstand elders in de regio. De voorgenomen ontwikkeling komt met de statische opslag, zoals in het voorgaande omschreven, tegemoet aan een maatschappelijke vraag naar opslagruimte. Daarnaast wordt met de voorgenomen ontwikkeling een nieuwe invulling gegeven aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. Hiermee wordt leegstand en verpaupering van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voorkomen. Ook daarmee wordt invulling gegeven aan een maatschappelijk vraagstuk waar veel gemeenten en provincies in Nederland mee te kampen hebben. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan Ad. 3.73, lid 1, sub a, onder 3: Bij de voorgenomen ontwikkeling zal, zoals nader is omschreven en verder is uitgewerkt in de paragraaf "Groen en natuur" (paragraaf 5.2.2), sprake zijn van een goede, bij het gebied passende landschappelijke inpassing. Hiertoe is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld waarin de voorgenomen landschappelijke inpassing nader is uitgewerkt en onderbouwd. Daarmee draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en de omgeving. Daarnaast zal een deel van de bedrijfsbebouwing bij de voorgenomen ontwikkeling worden gesloopt. De oppervlakte van de te slopen bebouwing bedraagt ongeveer 844 m².

Daarmee wordt ter plaatse overtollige bebouwing (vastgoed) in het buitengebied gesloopt. Voor de mate van investering in de ruimtelijke kwaliteit is een berekening gemaakt op basis van forfaitaire bedragen die zijn afgesproken tussen de gemeente en de provincie. Uit deze berekening, waarvoor wordt verwezen naar de bijlage, blijkt dat aan de noodzakelijke investering in de ruimtelijke kwaliteit op basis van deze afspraken kan worden voldaan. Verder wordt er aan de resterende bebouwing een nieuwe invulling gegeven. Daarmee wordt leegstand van bebouwing in het buitengebied voorkomen. Hiermee wordt voorkomen dat de bebouwing verpaupert. De voorgenomen ontwikkeling draagt daarmee bij aan de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 1, sub b: Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt het gehele bouwperceel benut voor de gewenste bedrijfsvoering. Er zal geen sprake zijn van splitsing in meerdere functies en/of bouwpercelen. De aanwezige agrarische bedrijfswoning zal als bedrijfswoning bij het gewenste niet-agrarische bedrijf worden gebruikt. Er is daarmee eveneens geen sprake van de afsplitsing van de bedrijfswoning. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 23 van 66 2021-12-16

Ad. 3.73, lid 1, sub c: Bij de voorgenomen ontwikkeling zal een deel van de aanwezige bedrijfsbebouwing worden gesloopt opdat niet meer dan 1.000 m 2 bedrijfsbebouwing resteert en 100 m 2 bijgebouwen bij de bedrijfswoning. Er is daarmee sprake van de sloop van overtollige bebouwing. Het behoort verder tot de mogelijkheden om alle bebouwing te slopen en te herbouwen tot voornoemde oppervlaktes. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 1, sub d, onder 1: Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van de vestiging van of de omschakeling naar een kantoorfunctie met een baliefunctie. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 1, sub d, onder 2: Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van activiteiten ten behoeve van een lawaaisport. Er vinden ter plaatse geen bedrijfsactiviteiten gericht op sport plaats. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 1, sub d, onder 3: Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van de bewerking van mest. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 2, sub a: De mogelijke bedrijfsvloeroppervlakte van 1.000 m 2 zal gelet op de statische opslag van materialen dan wel kampeermiddelen, maar een beperkte publieksaantrekkende werking hebben.

De stalling in de gewenste omvang, wanneer deze 5 dagen per week is geopend, zal leiden tot maximaal 2 bezoeken per dag van personen die het kampeermiddel komen stallen of halen. In de maanden mei, juni en september en oktober zal het aantal bezoeken per dag gemiddeld hoger liggen, omdat dit de drukke vakantieperiodes betreffen. In deze maanden zal het aantal bezoeken per dag echter nooit hoger liggen dan maximaal 10. Gemiddeld betreft dit minder dan 1 bezoek per uur. Er is daarmee geen sprake van een bedrijvigheid die een grote aantrekkende werking heeft. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 2, sub b: Toestemming wordt verleend voor een niet-agrarische bedrijfsvoering in maximaal milieucategorie 2. Er worden geen andere activiteiten toegestaan buiten de reeds toegestane agrarische activiteiten en de aangevraagde activiteiten. De toegestane activiteiten zullen concreet worden vastgelegd in de regels. Daarmee worden geen andere bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 2, sub c: Bij de voorgenomen ontwikkeling zal de stalling (en eventuele opslag) geheel in de reeds bestaande dan wel herbouwde bebouwing plaatsvinden. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 24 van 66 2021-12-16

Ad. 3.73, lid 2, sub d: Indien de aangevraagde omvang niet langer toereikend blijkt te zijn en de maximaal toegestane omvang niet voldoende blijkt dan zal in plaats van een verdere uitbreiding worden gekeken naar een alternatieve passende locatie. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 3, sub a: Er is sprake van kleinschalige bedrijvigheid wanneer de bedrijvigheid een relatief kleine weergave betreft van de bedrijvigheid van het gebied en wanneer het oppervlaktebeslag een relatief kleine weergave betreft van het totale gebied. De oppervlakte van het bestemmingsvlak voor het niet-agrarisch bedrijf zal ongeveer 4.528 m² groot zijn. Het huidige bouwvlak is ongeveer 1,15 hectare groot. Met de voorgenomen ontwikkeling zal de oppervlakte ten behoeve van het uitgevoerde bedrijf daarmee afnemen met ongeveer 0,7 hectare. De locatie is gelegen in een landbouwgebied met landbouwkavels met een relatief grote oppervlakte van meer dan 1,0 hectare met daaromheen veel agrarische gronden. De oppervlakte van onderhavige locatie betreft van het totale agrarisch gebied waarin de locatie is gelegen. Er is daarmee sprake van een kleinschalige bedrijvigheid. De locatie is in een gebied gelegen dat zich vooral kenmerkt door landschappelijke openheid, met vooral agrarische bedrijvigheid maar ook andere niet-agrarische bedrijven waarmee sprake is van een gemengde omgeving.

Op de locatie bevindt zich verder reeds een bedrijf met de daarbij behorende bedrijfsbebouwing. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal een deel van de aanwezige bedrijfsbebouwing worden gesloopt. Het toegestane oppervlak bedrijfsbebouwing zal worden vastgelegd in de regels, zodat niet meer kan worden gebouwd. Daarmee zal de impact van het bedrijf op de landschappelijke openheid afnemen. Zoals reeds eerder omschreven is sprake van een bedrijvigheid die geen grote aantrekkende werking heeft. Het aantal bezoekers van het bedrijf is dusdanig klein dat sprake is van een kleinschalige bedrijvigheid. De werkzaamheden op het bedrijf zelf beslaan het plaatsen, verplaatsen of uitrijden van gestalde kampeermiddelen dan wel materialen. Deze behoeven geen regelmatige verplaatsing, waarmee de arbeidsintensiteit op het bedrijf relatief laag ligt. De arbeid kan ter plaatse worden uitgevoerd door één of twee personen, waarmee geen sprake is van een arbeidsintensief bedrijf. De bedrijvigheid is daarmee aan te merken als kleinschalig. Verder dient te worden bekeken of het doelmatig is om het bedrijf op een bedrijventerrein te vestigen. De gewenste bedrijvigheid beslaat uit het stallen van caravans, campers en/of andere kampeervoertuigen en statische opslag. De stalling is daarmee sterk gerelateerd aan de recreatieve sector.

De recreatieve sector is doorgaans grotendeels aan het buitengebied gebonden. Tevens zou vestiging van het bedrijf op een bedrijventerrein betekenen dat de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op de locatie leeg blijft staan. Dit past niet binnen de doelstellingen om de leegstand van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing te verminderen. Daarnaast betekent leegstand van de bebouwing dat deze niet (goed) meer wordt onderhouden, waardoor verpaupering van de bebouwing optreedt. Daarmee zal de beeldkwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving verslechteren. Tevens komt het vaak voor dat leegstaande voormalige agrarische bebouwing wordt gebruikt voor illegale en soms zelfs criminele activiteiten. Dit is op de locatie niet wenselijk. Daarnaast is het op een bedrijventerrein vaak van belang dat het vele (soms zware) industrieel verkeer geen hinder ondervindt. Het halen en brengen van gestalde objecten kan leiden tot hinder voor het verkeer op het bedrijventerrein. In het buitengebied zal het halen en brengen van gestalde objecten in vele mindere mate leiden tot hinder, omdat de wegen in het

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 25 van 66 2021-12-16

buitengebied vaak veel minder druk zijn dan de wegen op een bedrijventerrein. De vestiging van het gewenste bedrijf in het buitengebied is daarmee meer voor de hand liggend. Verder is, zoals nader omschreven in de paragraaf "Ladder duurzame verstedelijking" (paragraaf 4.1.2), met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waarmee vestiging in stedelijk gebied niet voor de hand ligt. De initiatiefnemer heeft de grond reeds in eigendom. Als de initiatiefnemer zou moeten verplaatsen naar een bedrijventerrein dan zouden hiervoor nieuwe gronden op een bedrijventerrein moeten worden aangekocht. De gronden op een bedrijventerrein zijn vaak erg duur. Dit zou betekenen dat de initiatiefnemer een aanzienlijke investering zou moeten doen om te kunnen verplaatsen naar een bedrijventerrein. Deze investering is, gezien de prijs van de gronden op een bedrijventerrein, voor de initiatiefnemer niet haalbaar. Zelfs als de huidige locatie verkocht zou worden dan zouden de opbrengsten van de verkoop van de locatie niet voldoende zijn om de aankoop van een locatie op een bedrijventerrein rendabel te maken. Daarmee is de vestiging van het bedrijf op een bedrijventerrein financieel niet haalbaar. Het is daarmee niet doelmatig om het gewenste bedrijf op een bedrijventerrein te vestigen. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad.

3.73, lid 3, sub b: Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een voorziening voor detailhandel. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.73, lid 3, sub c: Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Aan de voorwaarden voor vestiging van een niet-agrarische functie in het landelijk gebied zoals zijn opgenomen in artikel 3.73 van de Interim Omgevingsverordening wordt daarmee voldaan. Naast de specifieke voorwaarden voor het vestigen van een niet-agrarische ontwikkeling in het landelijk gebied gelden algemene regels voor het behoud en de versterking van de omgevingskwaliteit. Hiervoor zijn de volgende regels opgenomen: Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Lid 1: Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies zoals opgenomen in hoofdstuk 3 Instructieregels aan gemeenten invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Lid 2: Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Voor elk van de afzonderlijk genoemde onderdelen voor een goede omgevingskwaliteit zijn vervolgens aanvullende bepalingen opgenomen.

Voor zorgvuldig ruimtegebruik gelden de volgende aanvullende bepalingen:

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 26 van 66 2021-12-16

Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Ad. 3.6, lid 1, sub a: Er is geen sprake van nieuwvestiging en/of onvoldoende ruimte, waardoor uitbreiding noodzakelijk is. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling sprake van een toedeling van een functie binnen het huidige ruimtebeslag. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.6, lid 1, sub b: Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Dit is nader omschreven in de paragraaf "Ladder duurzame verstedelijking" (paragraaf 4.1.2). Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad.

3.6, lid 1, sub c: Alle aanwezige bebouwing is geconcentreerd binnen het bouwperceel. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bebouwing buiten het bouwperceel. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Ad. 3.6, lid 2: Er is bij de voorgenomen ontwikkeling sprake van een bestaand bouwperceel. Dit bouwperceel zal niet worden uitgebreid ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. Het bouwvlak zal ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling worden verkleind, waarmee het strak om de bestaande bebouwing komt te liggen. Daarmee is geen sprake van mogelijk nieuw ruimtebeslag. Tevens vindt er een afname van de oppervlakte aan gebouwen ter plaatse. Aan deze voorwaarde wordt daarmee voldaan. Er is, zoals blijkt uit het voorgaande, met de voorgenomen ontwikkeling sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik. Voor wat betreft de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering zijn in de verordening de volgende aanvullende voorwaarden opgenomen:

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 27 van 66 2021-12-16

Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering Lid 1: De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. Lid 2: De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Lid 3: Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Zoals nader is aangetoond en omschreven in het hoofdstuk "Omgevingsaspecten" (hoofdstuk 5) is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een mogelijke aantasting van de in het gebied (mogelijk) voorkomende waarden en/of functies. Er zal daarmee geen sprake zijn van mogelijke negatieve effecten op de genoemde lagen en/of kenmerken daarvan.

Voor wat betreft de meerwaardecreatie gelden vanuit de verordening de volgende aanvullende bepalingen: Artikel 3.8 meerwaardecreatie Lid 1: Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2: De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal een locatie voor de uitoefening van een intensieve veehouderij verdwijnen. Een veehouderij heeft een grote uitstoot van geur, fijnstof, stikstofoxiden, broeikasgassen en ammoniak. Bij de voorgenomen beëindiging zal de uitstoot van het bedrijf vrijwel geheel verdwijnen. Dit heeft een aanzienlijke meerwaarde op het gebied van milieu en natuur. Het woon- en leefklimaat in de omgeving zal met de voorgenomen ontwikkeling daarmee worden verbeterd. Tevens zal met de voorgenomen ontwikkeling worden voorzien in een goede bij het gebied passende landschappelijke inpassing.

Het voorzien in een goede landschappelijke inpassing is opgenomen als een van de mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering van het landschap zoals zijn genoemd in artikel 3.9 van de verordening en is derhalve aan te merken als een vorm van meerwaardecreatie. Ten slotte zal met de voorgenomen ontwikkeling een deel van de aanwezige bebouwing worden gesloopt. Sloop van bebouwing is in artikel 3.9 van de verordening eveneens opgenomen als

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 28 van 66 2021-12-16

mogelijkheid voor kwaliteitsverbetering van het landschap en is derhalve ook aan te merken als een vorm van meerwaardecreatie. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal daarmee worden voorzien in meerwaardecreatie. Gezien bij de voorgenomen ontwikkeling sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, geen sprake is van een mogelijke aantasting van de functies en waarden in de verschillende lagen en/of de kenmerken daarvan en sprake is van meerwaardecreatie, wordt met de voorgenomen ontwikkeling voldaan aan de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit.

Binnen cultuurhistorisch waardevol gebied gelden specifieke regels ter behoud van cultuurhistorische waarden en kenmerken. Deze luiden als volgt: Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied: a. is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken zoals beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart; b. stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Ad 3.29 lid a In de Cultuurhistorische Waardenkaart is de locatie gelegen in de Beerse Overlaet, een oorspronkelijk overstromingsgebied. De provincie wil de identiteit van de regio’s versterken door de kenmerkende erfgoedwaarden als inspiratiebron te gebruiken voor nieuwe ontwikkelingen. De waarde in het gebied uit zich in een open landschap met verspreid liggende (voormalige) agrarische locaties. Dit is vastgelegd middels de gebiedsaanduiding ‘komgebied’. Ter behoud en versterking wordt voorzien in een rij knotwilgen op een voldoende onderlinge afstand opdat de openheid behouden blijft. Ook de aan te leggen poel met enkele bomen is goed passend in het gebied. Tot slot wordt de hoeveelheid bebouwing terug gebracht.

Gezien het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de regels zoals zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant van de provincie Noord-Brabant.

Wijziging 4 Bestemmingsplan Buitengebied Oss – 2020, pag. 29 van 66 2021-12-16

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss er naar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden.

4.4.2 Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015 De gemeente Oss heeft een omvangrijk buitengebied. In de afgelopen jaren zijn de buitengebieden van Oss, Lith en Geffen samengevoegd. Voor de afzonderlijke buitengebieden waren al structuurvisies opgesteld. Het is belangrijk dat de gemeente een integrale visie heeft op het totale buitengebied van de gemeente Oss. Deze visie is samengekomen in de ‘Structuurvisie Buitengebied Oss – 2015’. Het plangebied van deze structuurvisie is het totale buitengebied van de gemeente Oss, met uitzondering van motorcrosscircuit Nieuw-Zevenbergen en vakantiepark Herperduin. De structuurvisie biedt de juridische basis voor financiële bijdragen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de structuurvisie zijn doelstellingen opgenomen die moeten leiden tot een robuuste en duurzame ruimtelijke structuur voor een vitaal en multifunctioneel buitengebied.

Dit moet resulteren in: - Een vitaal buitengebied, waar een goed evenwicht is tussen alle aanwezige functies zoals landbouw, toerisme, recreatie, natuur, water en wonen - Een versterking van de ruimtelijke identiteit met aandacht voor verscheidenheid, ruimte en landelijkheid - Een versterking van de aanwezige landschapstypen: uiterwaarden, oeverwal, komgebied, dekzandrand en dekzandrug - Behoud, herstel en/of ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische structuren en elementen - Gebieden met blijvende ruimte en mogelijkheden voor (grondgebonden) landbouw, met name binnen het primaire agrarisch gebied - Voldoende afstand tussen slecht verenigbare functies zoals wonen en intensieve veehouderij - De instandhouding van de leefbaarheid door het zorgvuldig en afgewogen bieden van ruimte aan nieuwe economische dragers - Nieuwe impulsen voor toerisme en recreatie, met bijzondere aandacht voor versterking van de recreatie in de Maashorst en het Maasgebied en het ontwikkelen van aantrekkelijke uitloopgebieden met natuur en recreatie nabij de stad Oss en toeristisch-recreatieve verbindingen tussen kernen op afstand van de Maas en de Maasdijk - Het bieden van ruimte voor waterveiligheid, waterkwantiteit en waterkwaliteit De bovenstaande doelstellingen worden doorvertaald naar een ontwikkelingsvisie per landschapstype. We maken onderscheid tussen: - Uiterwaarden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=fed29164-ce18-4e26-ac42-e875148ac00e