CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente OssBij agendapunt: A Vaststelling bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan - 202319.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan - 2023 Toelichting

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 1 van 51

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023

Toelichting

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 2 van 51

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 3 van 51

INHOUDSOPGAVE TOELICHTING Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan Hoofdstuk 2 Bestaande situatie 2.1 Ontstaansgeschiedenis 2.2 Bestaande situatie Hoofdstuk 3 Beoogde situatie 3.1 Beoogde ontwikkeling 3.2 Stedenbouwkundig plan 3.3 Beeldkwaliteitsplan Hoofdstuk 4 Ruimtelijk beleidskader 4.1 Wettelijk kader 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Natuur 5.2 Archeologie en Cultuurhistorie 5.3 Mobiliteit en parkeren 5.4 Water 5.5 Defensie 5.6 Milieuaspecten 5.7 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Hoofdstuk 6 Toelichting op de regels 6.1 Algemeen 6.2 Regels Hoofdstuk 7 Handhaving 7.1 Beleidskader 7.2 Professionele handhaving en handhavingsprogramma 7.3 Handhaafbaarheid, positief bestemmen, overgangsrecht Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1 Omgevingsdialoog 9.2 Vooroverleg 9.3 Zienswijzen

REGELS VERBEELDING BIJLAGEN zie separaat bijlagenboek

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 4 van 51

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 5 van 51

TOELICHTING Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 6 van 51

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 7 van 51

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het voorliggend bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan 'Talentencampus en Sibeliuspark-Oss-2013’, zoals op 19 december 2013 door de gemeenteraad is vastgesteld. Het geldend bestemmingsplan (hierna moederplan) is opgesteld om de herontwikkeling van het Sibeliuspark en het sportpark van FC Oss en SV Top juridisch-planologisch mogelijk te maken. In het moederplan is voor delen van het plangebied de bestemming 'Wonen - uit te werken - 1,2,3 of 4' opgenomen. Omdat op het moment van vaststelling van het moederplan nog niet voldoende duidelijkheid bestond over het type, het aantal, de situering en de hoogte van de woningen is gekozen voor deze uitwerkingsbevoegdheden. In de regels van het moederplan is bepaald dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om de bestemming nader uit te werken, met inachtneming van de opgenomen uitwerkingsregels. Aangezien de beoogde ontwikkeling niet volledig passend is binnen de regels zoals opgenomen in de uitwerkingsbevoegdheid, kan geen medewerking worden verleend middels een uitwerkingsplan. Om deze reden dient een reguliere bestemmingsplanprocedure worden doorlopen om de ontwikkeling mogelijk te maken. Het voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. 1.2

Plangebied

Het Sibeliuspark is gelegen tussen de wijken Ruwaard en Oss-Zuid, ten zuiden van het centrum van Oss. Het plangebied is gelegen aan de Noordzijde van het Sibeliuspark. 1.3 Geldend bestemmingsplan Tot de inwerkingtreding van voorliggend bestemmingsplan ‘Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023’ geldt binnen het plangebied het bestemmingsplan ‘Talentencampus en Sibeliuspark-Oss – 2013’. De gemeenteraad heeft het plan vastgesteld op 19 december 2013. Het plangebied heeft de bestemming ‘Wonen - Uit te werken - 1'. In onderstaande verbeelding is een uitsnede uit het moederplan opgenomen.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 8 van 51

Binnen het vigerend bestemmingsplan zijn uitwerkingsregels opgenomen die de gemeenteraad aan het college heeft meegegeven onder welke voorwaarden het college een uitwerkingsplan mag opstellen voor de beoogde ontwikkeling. De raad geeft hiermee het mandaat aan het college om dit uitwerkingsplan vast te stellen. In artikel 19.2 staan regels die de gemeenteraad stelt aan de beoogde ontwikkeling. Het bestemmingsplan is vastgesteld in 2013. De beoogde ontwikkeling door Brabant Wonen past niet volledig in de uitwerkingsregels van het vigerend bestemmingsplan. Zo zal het hoogste appartementencomplex een maximale bouwhoogte van 24 meter hebben. Dit is in strijd met de maximale bouwhoogte voor woongebouwen van 20 meter zoals opgenomen in artikel 19.2 onder j van uitwerkingsregels. In artikel 19.2 onder b wordt een minimum percentage van 30% grondgebonden woningen geregeld. Ook aan deze regel van de uitwerkingsbevoegdheid voldoet de beoogde ontwikkeling niet. Er worden in totaal 19 grondgebonden woningen en 55 gestapelde woningen gerealiseerd. Dit komt neer op 25,7% grondgebonden woningen. Aangezien het plan stedenbouwkundig en programmatisch niet tot bezwaren leidt, is de gemeente bereid een reguliere bestemmingsplanprocedure te doorlopen om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 9 van 51

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ontstaansgeschiedenis

Oss is gesitueerd aan de rand van de dekzandrug met een sterke relatie met de Maas. Het gebied rond de Dr. Saal van Zwanenbergsingel is in de jaren '60 (Plan in hoofdzaken 1962) gepland als groene buffer met de ruimte voor stedelijke functies tussen de bestaande stad en de ontwerpen uitbreidingswijk 'De Ruwaard'. Het St. Annaziekenhuis (Bernhoven) wordt als eerste grootschalige complex in deze zone gerealiseerd. Het aan de Hescheweg gelegen sportcomplex van TOP Oss wordt steeds verder ontwikkeld, met centraal daarin het stadion. In de loop der jaren vinden verschillende scholen (o.a. Mondriaancollege en ROC De Leijgraaf) een plek. Naast al deze stedelijke functies blijft er vooral aan de zijde van de wijk 'De Ruwaard' ruimte voor recreatief groen, met name het Sibeliuspark. 2.2

Bestaande situatie

De hier voorheen gevestigde sportverenigingen zijn verhuisd naar sportpark Rusheuvel. Het tenniscomplex met bijbehorende accommodatie is hierdoor min of meer als solitair complex middenin de groenzone komen te liggen. In het noorden op de hoek Euterpelaan-Dr. Saal van Zwanenbergsingel is de nieuwbouw van het ROC gesitueerd als vervanging van het eerder direct hiernaast gelegen schoolgebouw. Door de situering en de verschijningsvorm vormt het gebouw een landmark in dit gebied. Voor het autoverkeer vindt de ontsluiting plaats via de Beethovengaarde. In afwachting van verdere ontwikkelingen is er voor de school een tijdelijk parkeerterrein ingericht direct ten zuiden van de nieuwbouw. Het plangebied betreft het noordelijk deel van het Sibeliuspark. Het park is een verzameling fragmenten van gras en bomen die te weinig eenheid en herkenbaarheid kent om als een volwaardig park te worden beschouwd. De vele begroeiing in het park beperkt het zicht en sociale controle. Daarnaast zijn er nauwelijks goede langzaam verkeersverbindingen met het zuidelijk deel van het park.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 10 van 51

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 11 van 51

Hoofdstuk 3 3.1

Beoogde situatie

Beoogde ontwikkeling

De invulling van het plangebied zal bestaan uit 74 sociale huurwoningen. Het woningbouwprogramma voorziet in een combinatie van 19 grondgebonden woningen en 55 appartementen. In het moederplan is in de uitwerkingsregels de voorwaarde opgenomen dat ten minste 30% uit grondgebonden woningen dient te bestaan. Bij de nadere uitwerking is om stedenbouwkundige redenen hier enigszins van afgeweken. Enkele grondgebonden woningen minder levert een betere woonkwaliteit op en er wordt nog steeds aangesloten bij de ruimtelijke en programmatische intenties van het moederplan. De grondgebonden woningen zijn aan de zuidzijde van het plangebied gesitueerd en sluiten in hoogte en typologie goed aan bij de reeds in aanbouw zijnde ‘woonscherven’. De 55 appartementen zijn in 2 woongebouwen ondergebracht langs de Euterpelaan. De verkaveling sluit in hoofdlijnen aan bij het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan. 3.2

Stedenbouwkundig plan

Het plan heeft het karakter van een stedenbouwkundig bouwblok dat enerzijds een ruimtelijke begeleiding vormt van de Euterpelaan en anderzijds veel ruimte om zich heen heeft om zo een relatie te leggen met het Sibeliuspark. Bij de verdere architectonische uitwerking is ervoor gekozen om de 2 complexen met appartementen langs de Euterpelaan duidelijk een eigen massavorm te geven. Dit betekent dat het bouwblok op de hoek met de Beethovengaarde één laag minder wordt dan oorspronkelijk de bedoeling was en de woontoren een laag hoger. Een woongebouw van 5 lagen en een woontoren van 8 lagen. Volgens de uitwerkingsregels is langs de Euterpelaan een maximale bouwhoogte van 20 m toegestaan. Aan de zijde van de Beethovengaarde is de bouwhoogte met 15,5 m duidelijk lager, maar de woontoren overschrijdt de maximaal toegestane hoogte met ca. 4,5 m. Juist deze hoogteverschillen leveren een aantrekkelijker en gevarieerder stedenbouwkundig beeld op waarbij er tevens een betere overgang ontstaat naar de bestaande woningen aan de Beethovengaarde. De grondgebonden woningen bestaan uit 3 bouwlagen waarvan de begane grondvloer en het terras enigszins verhoogd worden aangelegd ten opzichte van het maaiveld. De woningen worden via de binnenzijde van het bouwblok ontsloten. Hier is ook het bewoners-parkeren gesitueerd. De terrassen zijn op het zuiden gelegen en grenzen aan het openbare gebied.

Om de architectonische kwaliteit aan de buitenkant van het bouwblok te waarborgen maken de erfscheidingen integraal deel uit van het bouwplan. Door de verhoogde aanleg wordt het zicht op de op maaiveld geparkeerde auto’s beperkt.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 12 van 51

3.3

Beeldkwaliteitsplan

Ten tijde van het opstellen van het moederplan is een beeldkwaliteitsplan voor gebouwen en de buitenruimte ontwikkeld. Het beeldkwaliteitsplan vormt een inspiratiebron en toetsingskader om de gewenste kwaliteit, samenhang en variatie te krijgen. Het voorlopige bouwplan dat ook ten grondslag ligt aan deze uitwerking van het bestemmingsplan is uitgewerkt met inachtneming van het beeldkwaliteitsplan. Het voorlopige bouwplan vormt stedenbouwkundig en architectonisch een samenhangend geheel dat zich als totaliteit onderscheid van de andere woonclusters in het Sibeliuspark. Elk wooncluster kent zijn eigen verschijningsvorm en beeldkwaliteit.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 13 van 51

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijk beleidskader

Wettelijk kader

4.1.1 Wet ruimtelijke ordening De hoofdlijnen van de Wet ruimtelijke ordening zijn: - Decentraal wat kan en centraal wat moet: rijk en provincie moeten en mogen niet meer regelen dan wat de taak van deze overheden direct met zich brengt; - Rijk, provincie en gemeente hebben gelijke instrumenten en kunnen die inzetten voor de eigen taken op het gebied van de ruimtelijke ordening: structuurvisie, bestemmingsplan en projectafwijkingsbesluit; - Rijk en provincie kunnen zaken voor gemeente dwingend voorschrijven via een verordening en via een aanwijzing; - Er is een strikte scheiding tussen beleid en bestemmingsplan; beleidsdocumenten hebben geen directe juridische werking meer; - De goedkeuring van de provincie op bestemmingsplannen is vervallen; - Voor de realisering van projecten kan een projectafwijkingsbesluit genomen worden; - Voor gebieden waar geen ruimtelijke ontwikkelingen spelen kan de gemeente kiezen om een beheersverordening te maken in plaats van een bestemmingsplan; - Er is een drempel voor planschade van 2%; - De mogelijkheid van kostenverhaal bij grondexploitatie is verbeterd; - Bestemmingsplannen moeten analoog en digitaal worden gemaakt. Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening is de Grondexploitatiewet (Grex-wet). De grondexploitatiewet is als paragraaf 6.4 in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening opgenomen.

Doelstelling van de nieuwe wet is een goede regeling voor kostenverhaal, binnenplanse verevening en enkele locatie-eisen bij particuliere grondexploitatie. Onder de Grex-wet is kostenverhaal mogelijk via het privaatrechtelijke spoor (door middel van een vrijwillige samenwerkingsovereenkomst) en door middel van het publiekrechtelijke spoor. Het kostenverhaal heeft een verplichtend karakter. Privaatrechtelijke afspraken hebben de voorkeur. Maar als een gemeente er niet in geslaagd is met alle particuliere eigenaren in een gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie moet de gemeente publiekrechtelijk kosten verhalen bij partijen waarmee geen contract is gesloten. Dit publiekrechtelijke verhaal gaat door middel van een exploitatieplan, waarvan de totstandkoming gelijk op moet lopen met een bestemmingsplan. De verplichting tot een publiekrechtelijke regeling is gekoppeld aan twee voorwaarden: 1. In de eerste plaats is een ruimtelijk besluit op grond van de Wet ruimtelijke ordening nodig. Het publiekrechtelijk instrumentarium is alleen van toepassing bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijziging van een bestemmingsplan, of een projectafwijkingsbesluit. 2. De tweede voorwaarde is dat het ruimtelijk besluit voorziet in nieuwbouw of in belangrijke en omvangrijke verbouwplannen met functiewijzigingen.

De bouwplannen waar het om gaat zijn in het Besluit ruimtelijke ordening aangewezen. 4.1.2 Besluit ruimtelijke ordening; “Ladder voor duurzame verstedelijking” Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de nadere uitwerking van de Wet ruimtelijke ontwikkeling. In het Bro staat onder meer dat gemeenten bij het opstellen van een bestemmingsplan rekening moeten houden met bijvoorbeeld cultuurhistorie of bodem. Verder staat in het Bro dat een plan moet voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ is een procesvereiste voor ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken (Bro art. 3.1.6 lid 2). “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 14 van 51

Stedelijke ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Nieuwe stedelijke ontwikkeling zijn ontwikkelingen, die nog niet eerder in een bestemmingsplan of ander juridisch verbindend ruimtelijk plan zijn opgenomen. Het plan ‘Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023’ maakt de realisering van 74 woningen mogelijk. Het voorliggende plan is een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder en moet dus verantwoord worden vanuit de huidige behoefte. De planlocatie ligt binnen het bestaand stedelijke gebied van Oss. De ladderverantwoording is daarom alleen gericht op de beschrijving van de behoefte. Een verzwaarde motivering is niet nodig. In paragraaf 4.4.4 gaan we hier verder op in. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Indien nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening dat vergen, kan de minister regels stellen aan de inhoud van bestemmingsplannen. Dit heeft de minister, in de vorm van een algemene maatregel van bestuur, gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Op 30 december 2011 is dit besluit in werking getreden. Het kabinet heeft in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld dat voor een aantal onderwerpen verdere regels gesteld moeten worden.

In het Barro komen dertien nationale belangen als titels terug. De volgende kunnen relevant zijn voor ruimtelijke plannen in de gemeente Oss: Rijksvaarwegen Grote rivieren Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament De regels in het besluit zijn concreet normstellend benoemd en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. De indirecte doorwerking komt enkel bij de Ecologische Hoofdstructuur en de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden voor. Het Barro voorziet verder in een hoofdstuk overige bepalingen en gaat gepaard met meerdere bijlagen. In deze bijlagen worden onder andere de belangen van de grote rivieren en defensie geografisch begrensd. Bij het opstellen van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) dient rekening te worden gehouden met de bepalingen van het Barro. Voor de gemeente Oss zijn met name de titels met betrekking tot de rijksvaarwegen, de grote rivieren, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en defensie (rechtstreeks) van belang. De regels in titel 2.4 Grote rivieren vormen feitelijk de doorwerking van de Beleidsregels Grote rivieren.

Ten aanzien van titel 2.6 Defensie wordt de enige mogelijke beperking gevormd door de bescherming van het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 15 van 51

4.2

Rijksbeleid

4.2.1 De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: - Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; - De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; - De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; - De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.

Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; - Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; - Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen. De beoogde ontwikkeling wordt conform de huidige wet- en regelgeving gerealiseerd. Dat wil onder andere zeggen dat de woningen gasloos zullen worden en dienen te voldoen aan de BENG-normering. Op deze manier draagt de beoogde ontwikkeling bij aan het klimaatbestendiger maken van Nederland en de verandering in de energievoorziening en duurzaamheidsambitie. Door te kiezen voor het benutten van inbreidingslocaties wordt het stedelijk netwerk van Nederland verbeterd. De afstanden tot openbaar vervoer zijn kort en de landelijke gebieden kunnen worden benut voor hoofdzakelijk agrarische activiteiten, natuur en landschap.

Op deze manier sluit de beoogde ontwikkeling aan bij de Nationale Omgevingsvisie van het Rijk. 4.3

Provinciaal beleid

4.3.1 Brabantse Omgevingsvisie: De kwaliteit van Brabant, visie op de Brabantse leefomgeving Op 14 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De visie beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. Voor deze opgaven wordt aangegeven wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 16 van 51

Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de Omgevingsvisie de provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu- en waterplan en de natuurvisie vervangen. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten, als een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan. Om deze basisopgave te verwezenlijken zijn er vier hoofdopgaven gesteld: - Werken aan de Brabantse energietransitie - Werken aan een ‘klimaatproof’ Brabant - Werken aan de slimme netwerkstad - Werken aan een concurrerende, duurzame economie Stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Herontwikkeling wordt gezien als het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. De beoogde ontwikkeling voorziet in een woningbouwopgave in bestaand stedelijk gebied.

Er is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied. De herstructurering past binnen de Omgevingsvisie omdat de woningen aangepast worden naar de moderne eisen op het gebied van energie en duurzaamheid. 4.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant bevat alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving. De verordening zorgt voor kaderstellende doorvertaling van de omgevingsvisie en het bestaande provinciaal beleid. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap in de implementatie van de Omgevingswet op provinciaal niveau. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. In de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant staan regels voor: - Burgers en bedrijven: dit zijn rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten de voorwaarden om zo’n activiteit te mogen verrichten.

Deze regels geven ook aan of de start van een activiteit vooraf moet worden gegaan door een melding. - Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Dit plan voor de realisatie van 74 woningen ligt in de kern Oss, in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als stedelijk gebied. In artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening Noord Brabant worden eisen gesteld aan een duurzame stedelijke ontwikkeling die voorziet in de ontwikkeling van woningbouw binnen bestaand stedelijk gebied.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 17 van 51

Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. b. c. d.

bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van 74 woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Middels milieutechnische onderzoeken is aangetoond dat een veilige en gezonde leefomgeving kan worden gegarandeerd. Door de ontwikkeling binnen bestaande stedelijk gebied te laten plaatsvinden kan worden gesteld dat er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik en kan tevens worden aangesloten bij bestaande duurzame mobiliteitsoplossingen. De ontwikkeling sluit aan bij de laatste eisen op het gebied van duurzaamheid en energieopwekking door de woningen gasloos te bouwen en te voldoen aan de BENG-norm. In de toelichting van dit bestemmingsplan wordt hiernaast verder ingegaan op de diverse thema’s zoals opgenomen in artikel 3.42 van de Interim omgevingsverordening.

De uit artikel 3.6 en 5.18 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant voortvloeiende verantwoording van deze ontwikkeling is verderop in deze toelichting opgenomen. Middels bovenstaande argumentatie kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling voldoet aan de eisen van de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. 4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie Op 1 maart 2006 is de structuurvisie voor de gemeente Oss vastgesteld. De structuurvisie schetst de ruimtelijke koers van de gemeente op de langere termijn (tot 2020). Het is de opvolger van het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan 1996 - 2015. In de visie zijn op het gebied van het wonen de volgende opgaven geformuleerd: - het versterken van de kwaliteit en de diversiteit van de woonmilieus; - het verhogen van de leefbaarheid in de wijken en de kernen; - het voorzien in de woningbehoefte, met name voor ouderen en jongeren; - het verhogen van de keuzemogelijkheden in het aanbod van woningen en woonmilieus; - het vasthouden van de huishoudens met de hogere inkomens. Ten aanzien van het voorzieningenniveau is in de visie neergelegd dat de gemeente Oss ernaar zal streven een bereikbaar voorzieningenpakket voor de wijken en de kernen in stand te houden. In de structuurvisie Oss 2020 wordt specifiek aandacht gegeven aan de ontwikkelingen in en rondom het Sibeliuspark. Het Sibeliuspark wordt een stedelijk park met ruimte voor bijzondere openbare recreatieve voorzieningen met een hoogwaardig inrichtingsniveau en een functie voor geheel Oss. Het park wordt sterker dan nu aangesloten op de (aangepaste) stedelijke omgeving. Net als het park krijgen deze voorzieningen meer betekenis door ligging en uitstraling.

Via recreatieve routes en groen wordt het verband gelegd tussen het Sibeliuspark en de Geledingszone en de openbare ruimte van het centrumgebied. Invulling van het park gebeurt op stedelijk niveau, vanwege de schaal en maat van het gebied. De beoogde ontwikkeling past bij de ambitie om het Sibeliuspark beter aan te laten sluiten bij de omgeving en de verblijfskwaliteit van het park te vergroten. Door in te zetten op sociale huurwoningen wordt tevens aangesloten op de diversiteit in woonmilieu en doelgroepen.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 18 van 51

4.4.2 Wonen De Woonvisie Gemeente Oss 2020 formuleert de belangrijkste doelen en ambities voor het wonen in Oss voor de komende jaren. De woonvisie 2020 bestendigt de visie en ambities uit de Woonvisie 2013 en plaatst deze in het huidig tijdsgewricht. Daarbij geeft de Woonvisie 2020 de richting en focus op het gemeentelijk woonbeleid voor de komende jaren. Met de woonvisie wil de gemeente Oss aan vier ambities uitvoering geven: • Complete woongemeente. Aandacht voor de woonomgeving in bestaande wijken en kernen. Een flexibel en gedifferentieerd woningbouwprogramma. • Comfortabele woningvoorraad. Een woningvoorraad die aansluit bij de behoeften en wensen van de bewoners. De woningen zijn duurzaam en toekomstbestendig. • Een (t)huis van alle groepen inwoners. Aandacht voor de groep kwetsbare inwoners met een zorgbehoefte die in de toekomst in een reguliere woning moeten blijven wonen. Ook aandacht voor de inwoners met een middeninkomen en jongeren die in de koop- en huursector buiten de boot dreigen te vallen. • Versterking van de woonfunctie van Oss, ook in regionaal opzicht. 4.4.3 Portefeuillemanagement ‘Wonen’ Voor de bepaling van het woningbouwprogramma hanteert de gemeente Oss sinds 2012 de systematiek van het Portefeuillemanagement Wonen (PFM Wonen Oss). Dit is ook vastgelegd in de Woonvisie Oss, actualisatie 2020.

Er vindt periodiek een strategische afweging en prioritering van woningbouwprojecten plaats. De provinciale prognoses en de gemeentelijke doelstellingen voor woningbouw zijn de basis voor deze afweging. De systematiek van de PFM wordt steeds toegepast bij de afweging van nieuwe plannen voor woningbouw, telkens tegen de achtergrond van de meest actuele ontwikkelingen op de Osse woningmarkt. In 2019 zijn de uitgangspunten van het portefeuillemanagement Wonen geactualiseerd (PFM Wonen, actualisatie december 2019). Daarmee wordt aangesloten op de actuele behoefte, ontwikkelingen en de prognoses. In 2021 is de ambitie voor de omvang van de Osse woningbouwprogrammering tot 2035 bijgesteld (Rapportage Taskforce Versnelling aanpak woningbouw en bedrijventerreinen wonen Oss, 2021). De verhoogde ambitie voor woningbouwprogrammering speelt in op de oplopende tekorten op de woningmarkt, de ambitie om de woonfunctie van Oss te versterken en de noodzaak om tussentijdse vertraging bij planontwikkeling of planuitval op te vangen. Enkele uitgangspunten van PFM Wonen Oss zijn: • Met het portefeuillemanagement bepalen we het woningbouwprogramma van Oss, zowel naar omvang als kwalitatieve samenstelling. Dit programma stemmen we af op de bestaande. • Woningvoorraad en de behoefte van de verschillende doelgroepen qua woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus.

• PFM Wonen maakt het mogelijk om nieuwbouwprojecten in de hele gemeente strategisch af te stemmen in planning en prioriteit. De keuzen en prioritering maken we op basis van een afweging van beleidskeuzes uit de woonvisie. Maar ook de ruimtelijk-functionele meerwaarde voor een gebied, de verplichtingen uit het verleden en de financiën wegen we mee. • Voor de omvang van de woningbouwopgave wordt uitgegaan van een bandbreedte. De basisopgave is afgeleid van de meest recente prognose van de provincie Noord-Brabant (september 2020). Het Osse model gaat uit van een extra inspanning voor de ontwikkeling van woningbouwplannen van ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en tegelijkertijd de woonfunctie van Oss versterken. De bandbreedte van de woningbouwopgave en de kwalitatieve doelstellingen vanuit de woonvisie is het kader waarbinnen we woningbouw in dit bestemmingsplan afwegen. • De provinciale prognose is berekend op het niveau van de totale gemeente. We vertalen deze prognose door naar de woningbehoefte in de verschillende gebiedsdelen van Oss. Voor het landelijke gebied is de opgave voor woningbouw gericht op de behoefte vanuit de natuurlijke bevolkingsontwikkeling in de landelijke kernen.

Voor Geffen en Ravenstein wordt uitgegaan van enige extra programmering, gezien hun strategische ligging in de stedelijke zone Den Bosch – Nijmegen, in combinatie met de goede bereikbaarheid, voorzieningen en specifieke woonmilieus. Het zwaartepunt van stedelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouw, ligt in de stedelijke zone OssBerghem. Dit is ook het uitgangspunt van het provinciale beleid.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 19 van 51

•

•

De kwalitatieve samenstelling van het woningbouwprogramma is afgestemd op de behoefte vanuit de verwachte ontwikkeling van de bevolkingssamenstelling en de bevindingen uit verschillende onderzoeken 1. De kwalitatieve opgave verschilt per gebiedsdeel (stedelijk gebied - landelijk gebied). Gezien de vergrijzing van de bevolking en de toename van kleinere huishoudens zijn starters en ouderen belangrijke aandachtgroepen. In de programmeringen liggen de hoofdaccenten bij toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van de nieuwe woningen. Aandachtspunt blijft ook de verbreding naar toekomstgerichte woonmilieus en de versterking van Oss als woongemeente. Voor de afweging en prioritering in het woningbouwprogramma zijn alle mogelijkheden voor woningbouw in Oss in beeld gebracht. Op de eerste plaats is dit de zogenaamde harde plancapaciteit. Woningbouw is op deze plekken al rechtstreeks mogelijk op basis van de bestaande bestemmingsplannen en bouwvergunningen. Daarnaast hebben we ook de zachte plancapaciteiten in beeld gebracht. Dit zijn concrete initiatieven voor woningbouw, die al dan niet al in procedure zijn, globale plannen die in gebiedsvisies zijn opgenomen en mogelijkheden voor woningbouw door herontwikkeling of transformatie van bestaande gebouwen of functies.

Verantwoording Wonen Deze paragraaf geeft de verantwoording van de woningbouw in dit bestemmingsplan vanuit het gemeentelijke beleid, de provinciale bepalingen, regionale afspraken en de Ladder voor Duurzame Verstedelijking. De ontwikkeling van het programma voor woningbouw in dit bestemmingsplan is nadrukkelijk afgestemd op de uitgangspunten van de Woonvisie Oss 2020 en PFM Wonen Oss, zoals eerder weergeven. Ook is rekening gehouden met de kaders vanuit de provincie en de regionale afspraken. Het plan Het voorliggende plan maakt de ontwikkeling van 74 woningen mogelijk. Deze locatie is onderdeel van de grotere binnenstedelijke herontwikkeling van het Sibeliuspark en Talentencampus in Oss. De locatie ligt aan de noordzijde langs het schoolgebouw van het ROC aan de Euterpelaan. Aansluitend liggen de woonwijken van de Ruwaard, in de nabijheid van voorzieningen zoals winkels, gezondheidszorg, onderwijs en sport. Het programma bestaat geheel uit sociale huurwoningen, waarvan 55 in de vorm van (levensloopbestendige) appartementen en 19 grondgebonden eengezinswoningen. De woningbouw wordt gerealiseerd door woningbouwcorporatie Brabant Wonen. De behoefte aan woningen De capaciteiten voor woningbouw in dit bestemmingsplan hebben we afgewogen en beoordeeld volgens de systematiek van Portefeuillemanagement Wonen Oss (PFM Wonen).

Met het PFM Wonen wordt zowel kwantitatief als kwalitatief sturing gegeven aan het totale woningbouwprogramma van de gemeente Oss. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de kaders vanuit de provincie en de regionale afspraken. Regionale kader woningbouw Vanuit de provinciale Interim Omgevingsverordening en de bestuurlijke afspraken in het regionale bestuurlijke overleg Wonen (subregio noordoost Brabant-west) is de meest actuele provinciale prognose de richtlijn voor de gemeentelijke woningbouwplanning- en programmering. De prognose van de provincie is gebaseerd op de verwachte ontwikkeling van de bevolking en huishoudens per gemeente. Hieruit is de verwachte behoefte aan woningen afgeleid. De meest actuele provinciale woningbehoefteprognose is van september 2020. Voor de subregio Noordoost-Brabant West (waartoe ook Oss behoort) is bestuurlijk een regionaal perspectief wonen vastgesteld (geactualiseerd december 2020). Daarin heeft de subregio haar hoofdkoers voor wonen bepaald en zijn nadere afspraken gemaakt over afstemming van de woningbouwplannen. Onder andere is afgesproken dat de gemeenten ruim baan geven aan plannen voor wonen door inbreiding, herstructurering en transformatie. Deze plannen worden éénmaal per jaar gedeeld. Over uitbreidingsplannen, buiten bestaand stedelijk gebied moet regionale afstemming plaatsvinden.

Dit geldt ook voor plannen die de opgave vanuit de prognose per gemeente overschrijden. Als uitgangspunt voor de gemeentelijke opgave geldt de provinciale woningbehoefteprognose. Het voorliggende plan is gedeeld in het regionale overleg Wonen september 2019.

1 Onder andere het regionaal perspectief op bouwen en wonen (2019) en de Regionale Woningmarktmonitor 2018, het Regionale Woningmarktonderzoek (2019).

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 20 van 51

Kwantitatieve woningbehoefte gemeente Oss Per 1 januari 2020 zijn er ongeveer 40.300 woningen in de gemeente Oss. Op basis van de provinciale woningbehoefteprognose moeten er tot 2030 nog circa 5.200 woningen toegevoegd worden (exclusief vervangende nieuwbouw) (provinciale prognose 2020). Tot 2035 is volgens de prognose een totale toevoeging van circa 7.100 woningen nodig. De gemeentelijke programmering gaat uit van een verhoogde opgave met ca. 15% tot 2035. Deze bandbreedte geeft de noodzakelijke flexibiliteit om planuitval en planvertraging op te vangen. Tegelijkertijd wil Oss de woningbouw op korte termijn versnellen gezien de oplopende tekorten op de woningmarkt en de woonfunctie van Oss versterken. In onderstaande tabel is de bandbreedte van de woningbouwprogrammering afgezet tegen de plancapaciteit in Oss. De totale capaciteit in woningbouwplannen voor de hele gemeente Oss bedraagt circa 3.150 woningen (actualisatie juli 2021). Dit is niet alleen de zogenaamde harde capaciteit (juridisch bindend, opgenomen in vastgestelde bestemmingsplannen of bouwvergunningen), maar ook woningbouw in concrete plannen, die nog in procedure zijn. Ook de concrete mogelijkheden voor herontwikkeling of transformatie van bestaande bebouwing zijn hierin opgenomen. Ook de 74 sociale huurwoningen vanuit dit plan zijn in de concrete capaciteit opgenomen.

Duidelijk is dat Oss nog een forse opgave heeft om de plancapaciteit voor woningen voor de gehele gemeente uit te breiden binnen de kaders van de provinciale prognose en de regionale afspraken.

De woningbehoefte in het stedelijk gebied Oss-Berghem Het plangebied aan de Euterpelaan ligt in stad Oss. Woningbouw op deze locatie is gericht op de woningbehoefte vanuit het gehele stedelijk gebied Oss-Berghem en opvang van het grootste deel van de migratie naar de gemeente Oss. De provinciale woningbouwprognose is doorberekend naar de verschillende gebiedsdelen van Oss. Onderstaande tabel geeft de behoefte en capaciteiten voor woningen in het stedelijk gebied OssBerghem weer, inclusief de 74 woningen uit dit plan. Uit het overzicht blijkt dat de 74 woningen naar omvang passen in de bandbreedte van de behoefte van het stedelijke gebied Oss-Berghem.

Ook in kwalitatieve zin voorzien de nieuwe woningen in de behoefte. Bij de doorrekening van de woningbehoefte is door Oss ook een indicatieve raming gemaakt van de behoefte aan verschillende kwaliteiten, met een onderscheid gemaakt naar woningtype, eigendomsvorm en woonmilieus 2. De raming is gebaseerd op recente woningmarktonderzoeken en ontwikkelingen in de woningmarkt van Oss en de regio. Hierbij is ook rekening gehouden met de wisselwerking met de bestaande woningvoorraad en de behoefte vanuit de verschillende doelgroepen (starters, gezinnen, ouderen, inkomensklassen e.d.). Er wordt een toenemende behoefte aan woningen voor kleinere huishoudens en ouderen voorzien, als gevolg van vergrijzing van de samenleving en gezinsverdunning. In de kwalitatieve raming is dit vertaald naar een toenemend aandeel appartementen of levensloopbestendige woningen. 2 De prijssegmenten 2022 zijn als volgt: huur goedkoop, kale huur < liberalisatiegrens; huur middelduur, kale huur

> liberalisatiegrens; koop goedkoop < € 229.500; koop middelduur, > € 229.500 < €355.000, koop duur > € 355.000. Deze prijsgrenzen zijn gekoppeld aan landelijke standaarden zoals de liberalisatiegrens en de NHG grens.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 21 van 51

Ook is er sprake van een blijvende behoefte aan goedkopere woningen en vrije sector huur. Dit is onder andere het gevolg van veranderde regels voor financiering, de beperking van de toegankelijkheid van de sociale sector en de toenemende behoefte aan kleinere woningen. Voor de korte termijn wordt nog een inhaalslag verwacht in de behoefte aan grondgebonden woningen, ook in de duurdere sectoren. Om de woonfunctie van Oss te versterken is het van belang om ook bijzondere woonmilieus te ontwikkelen waaronder stedelijke woonmilieus.

Bijgaande figuren geven de indicatieve behoefte voor het stedelijke gebied Oss-Berghem weer versus de plancapaciteit. Het programma van dit plan is al opgenomen in de capaciteiten. Het programma voor de planlocatie langs de Euterpelaan bestaat geheel uit sociale huurwoningen, waarvan 55 (levensloopbestendige) appartementen en 19 grondgebonden-eengezinswoningen. Duidelijk is dat het voorliggende plan in belangrijke mate voorziet in de grote behoefte aan goedkopere (sociale) huurwoningen. De grondgebonden woningen voorzien daarbij in de vraag van gezinnen in de lagere inkomensklassen. De appartementen sluiten aan op de behoefte van kleinere huishoudens, starters en ouderen. Ook na realisering van dit plan blijven nog tekorten in deze segmenten. De woonlocatie ligt ook centraal ten opzichte van voorzieningen van winkels, gezondheidszorg, onderwijs en sport. Ook het stadscentrum en station liggen op korte afstand. De beoogde 74 woningen langs de Euterpelaan sluiten aan bij de behoefte aan toekomstbestendige en duurzame woningen in het stedelijke gebied Oss-Berghem, zowel naar omvang als type. Tegelijkertijd wordt ook een mogelijkheid voor binnenstedelijke verdichting benut. Daarmee is het programma verantwoord vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking en sluit aan bij de Woonagenda van provincie, regio en de gemeente Oss.

4.4.4 Welstandsbeleid Op 24 september 2020 is “Samen bouwen aan een mooi Oss, Nota uiterlijk van bouwwerken Oss 2020” vastgesteld. Dit welstandsbeleid legt meer verantwoordelijkheid bij de inwoners en bedrijven van de gemeente Oss. Met deze nota geldt in principe voor het gehele grondgebied van de gemeente een welstandsvrij beleid. Nieuwe bouwaanvragen hoeven niet te worden voorgelegd aan het Adviesteam Architectuur om te worden getoetst aan ‘redelijke eisen van welstand’. Er gelden drie uitzonderingssituaties: bebouwing binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; monumenten en de panden in de directe omgeving van een monument (binnen een straal van 25 meter vanaf een monument); bebouwing binnen gebieden waar een beeldkwaliteitsplan geldt. In deze gevallen is voor bebouwing een welstandadvies wél verplicht. Het plangebied ligt niet in een beschermd stads- en dorpsgezicht of in de nabijheid van een monument. Voor het plan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waaraan de bebouwing zal worden getoetst. De plannen zijn vrijwillig aan het Adviesteam Architectuur worden voorgelegd op 30 mei 2022. Het

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 22 van 51

adviesteam heeft het beoogde plan positief beoordeeld. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning zal het beoogde plan nogmaals ter beoordeling aan het adviesteam worden voorgelegd. 4.4.5 Beleid aan huis gebonden activiteiten Op 22 november 2012 heeft de gemeenteraad het Beleid aan huis gebonden activiteiten – Actualisatie 2012 vastgesteld. Het beleid voor aan huis gebonden activiteiten is opgesteld om mogelijkheden te bieden aan ondernemen vanuit de eigen woning. Door de jaren heen zijn de activiteiten die aan huis worden ondernomen steeds meer divers geworden. Het gaat allang niet meer alleen om een huisarts of accountant aan huis. Er is een breed scala dat aan huis uitgeoefend kan worden. Voorbeelden zijn een adviesbureau, pedicure of afslanksalon. Ook komen er steeds vaker vragen om kleinschalige cursussen te mogen geven, voor kleinschalige kinderopvang, ambachtelijke bedrijfjes of een bed en breakfast. Met het beleid wordt ingespeeld op de veranderende inzichten over aan huis gebonden activiteiten. Er wordt ruimte gegeven aan deze nieuwe vormen om vanuit de thuissituatie te werken. Het gaat dus altijd om een bewoner die de activiteit uitvoert. Een andere belangrijke voorwaarde is steeds dat de activiteit zich goed verhoudt met de woonomgeving. Het beleid aan huis gebonden activiteiten is erop gericht om zoveel mogelijk rechtstreeks toe te staan.

Er is een lijst opgesteld met een breed scala aan activiteiten die rechtstreeks mogen worden uitgeoefend in de woning. Deze lijst is als bijlage 1 opgenomen in regels van dit bestemmingsplan. Bij het opstellen van de lijst van rechtstreeks toegestane activiteiten is de woonomgeving het uitgangspunt geweest. Dit houdt in dat er geen bedrijven op staan die veel verkeer aantrekken of activiteiten die milieuhinder veroorzaken, die niet past in een woonomgeving. Het oppervlak van de rechtstreeks toegestane activiteiten is 35 m2. Maar niet alle activiteiten kunnen rechtstreeks in een woning worden uitgevoerd. Soms is een toetsing vooraf nodig. Als dit positief is, wordt toestemming verleend in de vorm van een ‘omgevingsvergunning waarbij van het bestemmingsplan wordt afgeweken’. Bij deze afweging spelen publiek aantrekkende werking en milieu- en verkeersaspecten altijd een rol. Voorbeelden van activiteiten waarbij een toetsing vooraf nodig is zijn: een groter oppervlak dan het toegestane 35 m2, andere activiteiten dan die in de lijst zijn opgenomen of groepsmatige activiteiten. In het nieuwe beleid worden de mogelijkheden voor dit afwijkend gebruik beschreven. Voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijkend gebruik moet de aanvrager een concrete aanvraag om toestemming bij de gemeente indienen.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 23 van 51

Hoofdstuk 5 5.1

Omgevingsaspecten

Natuur

5.1.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Het is belangrijk voor de natuur dat er veel verschillende planten- en diersoorten zijn. Wanneer het met de natuur goed gaat, is er ook meer ruimte voor economische en andere maatschappelijke activiteiten. Maar sommige soorten zijn kwetsbaar, zoals vleermuizen en mussen. Een goede natuurbescherming is dan ook belangrijk. Rolverdeling tussen provincies en Rijk Sinds 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur binnen de provincie. De provincies zorgen voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren en internationaal beleid (zoals Natura2000). Ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen die invloed hebben op beschermde natuur moeten passen binnen de Wet natuurbescherming. Daarnaast gelden ook provinciale regelingen voor natuurbescherming. 5.1.2 Groen en natuur/biodiversiteit De Natuur- en landschapsvisie 2005 vormt een toetsings- en ontwikkelingskader voor het natuur- en landschapsbeleid in Oss. Zij geeft richting aan ontwikkelingen en nodigt initiatiefnemers uit om een bijdrage te leveren aan projecten. De visie heeft als bouwsteen bijgedragen aan de Structuurvisie Oss 2020.

De ambities die in de visie zijn opgenomen zijn: Het realiseren van een tweetal natuur- en landschapsparken, te weten: 'Maashorst-Herperduin' en het Maaspark'. Het realiseren van stevige verbindingen tussen de natuur- en landschapsparken. Behoud en herstel van natuur- en landschapswaarden in het 'Land van Grutto en Pastinaak' en het 'Land van Dassen en Struweel'. Het realiseren van een groenblauw lint door de polder rond de Hertogswetering. Het ontwikkelen van aantrekkelijke groengebieden in en rond Oss en de dorpen, te weten de 'Groenblauwe Slinger door Oss', de 'Groene geledingszone ten zuiden van Oss', de 'Groene dorpen' en de 'Maasband'. Bijzonder waardevolle bomen In 1998 is de beleidsnota “Bijzonder waardevolle bomen” opgesteld, waarin bomen zijn opgenomen die vanwege specifieke waarden bescherming verdienen. De lijst met waardevolle bomen wordt periodiek geactualiseerd. De laatste actualisatie is opgenomen in de nota “Bijzondere bomen in Oss 2018”. In deze nota is vastgelegd dat de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de aangewezen waardevolle bomen altijd geweigerd moet worden tenzij het kappen van deze bomen vanuit het algemene belang noodzakelijk is. Dit is verder vertaald in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op grond van de APV is voor het kappen van bomen die op de Beschermde bomenlijst staan een vergunning vereist.

De vergunning kan op grond van verschillende criteria door het college van burgemeester en wethouders worden geweigerd. Binnen het plangebied zijn geen bijzonder waardevolle bomen gelegen. Ten zuiden van het plangebied zijn vier bijzonder waardevolle bomen gelegen. Het gaat hier om groep van vier berken (Betula pendula Youngii) in het gazon van het Sibeliuspark. De beoogde ontwikkeling is op een dusdanige afstand van deze bomen gelegen dat eventuele gevolgen voor deze bomen uit te sluiten zijn.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 24 van 51

5.1.3 Natuurtoets Bij de bescherming van natuurwaarden gaat het enerzijds om soortenbescherming en anderzijds om gebiedsbescherming. Gebiedsbescherming is gericht op de bescherming van kwetsbare natuurgebieden. Soortenbescherming moet ertoe leiden dat het voortbestaan van soorten niet in gevaar komt. Binnen Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van deze gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante negatieve effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Programma Aanpak Stikstof (PAS) Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in enkele beroepszaken tegen Natura 2000-vergunningen die zijn gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (PAS) 2015-2021 (Kamerstuk 32 670, nr. 146). Het is een stevige uitspraak die per direct forse consequenties heeft voor individuele ondernemers, maar ook voor ambities van gemeenten, provincies en Rijksoverheid op het terrein van onder meer waterveiligheid, infrastructuur, woningbouw en klimaat. De uitspraak komt erop neer dat de PAS ‘gesneuveld’ is als aanpak en systeem voor vergunningverlening van stikstofvergunningen op basis van de Wet natuurbescherming.

Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. 5.1.3.1 Gebiedsbescherming Voor de Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Activiteiten en ontwikkelingen die een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen hebben, zijn verboden. Voor een plan geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000-gebied(en). Is dat het geval, dan dient het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.7 Wnb, een passende beoordeling te maken, zoals bedoeld in artikel 2.8 Wnb. In een toetsing wordt bepaald of er negatieve effecten kunnen optreden. Een eerste toetsing (voortoets) geeft aan of er negatieve effecten kunnen optreden en zo ja of deze van dien aard kunnen zijn dat de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar kunnen komen. Indien dat het geval is, wordt een tweede toetsing verricht welke dieper ingaat op de mate van effect (passende beoordeling). Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling zijn door Stantec B.V.

Aerius-berekeningen met bijbehorende memo opgesteld. In dit onderzoek is het voornemen om in totaal 74 woningen te realiseren, bestaande uit 19 huurwoningen en 55 huurappartementen, onderzocht. De berekening is uitgevoerd met de AERIUS Calculator 2022 (releasedatum 26 januari 2023). Uit de berekening blijkt dat de bouwfase en de toekomstige gebruiksfase van de nieuwe woningen niet leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Op grond van de Wet Natuurbescherming geldt een vrijstelling van de vergunningplicht en is nader onderzoek niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming vormt dan ook geen belemmering.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 25 van 51

5.1.3.2 Soortenbescherming De Wnb geeft kaders voor de bescherming van planten en dieren. Zo is het verboden om dieren te vangen of verwonden en om vaste rust- en verblijfplaatsen te vernielen. Dit is vastgelegd in drie vergelijkbare beschermingsregimes voor soorten. Indien deze verbodsbepalingen overtreden worden, is er een ontheffing nodig. Voor ieder ruimtelijk plan is het verplicht om te toetsen of deze leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. In opdracht van Park & People CV heeft Cobra Groeninzicht een quickscan Natuur uitgevoerd. Het projectgebied is onderdeel van het project ‘Sibeliuspark’ in Oss. Het projectgebied wordt net als andere delen van het Sibeliuspark ingericht als woongebied. De ontwikkeling voorziet in de bouw van maximaal 74 woningen, bestaande uit 19 huurwoningen en 55 huurappartementen. In deze quickscan wordt onderzocht of de toekomstige handelingen een conflict kunnen veroorzaken met bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Cobra Groeninzicht beoordeelt of zulke soorten, gebieden en houtopstanden aanwezig zijn of kunnen zijn in het projectgebied. Onderstaand zijn de conclusies uit het betreffende onderzoek weergegeven. Niet-jaarrond beschermde vogelnesten Houd er rekening mee dat er in het broedseizoen niet-jaarrond beschermde vogelnesten aanwezig zijn.

Deze nesten zijn wel streng beschermd zolang ze bewoond zijn. Wij adviseren daarom om begroeiingen te verwijderen op het moment dat er geen bewoonde vogelnesten meer aanwezig zijn. Doorgaans is de periode tussen 1 november en 1 maart de meest veilige periode om te werken. Verblijfplaatsen van muizen en egel Het herinrichten van het projectgebied kan leiden tot het doden van bosmuis, huisspitsmuis en egels en het aantasten van hun verblijfplaatsen. Maar voor deze soorten geldt in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant een vrijstelling. Daardoor hoeft met de voorgenomen herinrichting geen sprake te zijn van overtreding van de Wet natuurbescherming. Wel moeten lage begroeiingen worden verwijderd buiten de periode dat egels in winterrust zijn, zodat egels elders in winterrust gaan. Doorgaans is dan de periode tussen 1 november en 1 april de meest veilige periode om te werken. Let erop dat de te verwijderen begroeiingen eerst gecontroleerd worden op rustende egels vóór de begroeiingen verwijderd of gemaaid worden. Muizen zijn prima in staat om zelf te vluchten. Vleermuizen Er zijn geen potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig in het projectgebied en het projectgebied is geen (essentieel) onderdeel van een foerageergebied of vliegroute voor vleermuizen. Vervolgonderzoek in dit kader is dan ook niet nodig.

Wel raden wij aan de bomen en struiken te verwijderen buiten de actieve periode voor vleermuizen. Deze periode komt nagenoeg overeen met de hierboven genoemde perioden ten aanzien van broedvogels en egels, namelijk tussen 1 november en 1 maart. Houtopstanden Er is bij het vellen van bomen geen sprake van een meld- en herplantplicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Ook geldt er in principe geen gemeentelijk velverbod voor de bomen. Toch raden wij u aan om het verwijderen van bomen met gemeente Oss af te stemmen. Conclusie Middels de door Cobra Groeninzicht uitgevoerde ecologische quickscan is aangetoond dat de beoogde ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft met betrekking tot beschermde flora en fauna. De beoogde ontwikkeling is daarom niet in strijd met de Wet natuurbeheer. Het onderdeel natuur vormt daarom geen bezwaar tegen de beoogde ontwikkeling.

Bestemmingsplan Woningbouw Sibeliuspark Euterpelaan – 2023, pag. 26 van 51

5.2

Archeologie en Cultuurhistorie

5.2.1 Erfgoedwet en overgangsregeling omgevingswet De Erfgoedwet beschermt het cultureel erfgoed in Nederland. In deze wet staan regels om belangrijk cultureel erfgoed beter te beschermen en behouden. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe de overheid omgaat met roerend cultureel erfgoed (zoals schilderijen), wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe de overheid daar toezicht op houdt. Het beschermingsregime voor de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees archeologische resten) net als de bescherming van gebouwde rijksmonumenten wordt opgenomen in de Omgevingswet. Vooruitlopend op de ingang van de Omgevingswet is het deel van de Monumentenwet 1988 dat gaat over de fysieke leefomgeving geregeld in het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Het gaat om: • vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten. • verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. • bescherming van stads- en dorpsgezichten. Het erfgoed in de ruimtelijke ordening wordt nu nog voor een belangrijk deel geregeld via de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Ruimtelijke plannen die toepassing hebben op cultureel erfgoed moeten passen binnen wettelijke kaders van de Erfgoedwet en ook de regelingen die in andere wetten en regelgeving is opgenomen, zoals de Wabo en het Bro.

5.2.2 Archeologiebeleid Het provinciale archeologisch beleid is neergelegd in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant van 25 oktober 2019 en op de provinciale Cultuurhistorische waardenkaart 2010, herzien 2016. Hierin is de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden en archeologische landschappen geregeld. Het gemeentelijk archeologisch beleid is veel gedetailleerder dan het algemene provinciale beleid op dit punt en prevaleert daarom ook boven het provinciale archeologisch beleid. Op 14 oktober 2010 heeft de gemeente Oss haar ‘archeologiebeleid’ vastgesteld. In 2015 heeft de gemeenteraad het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. Dit was nodig vanwege de gemeentelijke herindeling met Maasdonk. Onderdeel van de vaststelling in 2015 is het rapport 'Actualisatie archeologiebeleid gemeente Oss, een herziene archeologische beleidskaart voor het nieuwe grondgebied van de gemeente Oss' (Goddijn, 2012). Aan de hand van onderzoeken, inzichten en boringen in het veld zijn de eerdere archeologische kaarten gedeeltelijk bijgesteld. Op de beleidskaart is sprake van meerdere beleidscategorieën (zie onderstaande tabel). In het beleid is per beleidscategorie vastgelegd wanneer sprake is van een onderzoeksplicht en wanneer ontwikkelingen hiervan zijn vrijgesteld.

Verwachting/waarde Archeologisch beschermd rijksmonument Archeologisch (AMK-) monument Beschermde stadsgezichten Historische stads-/dorpskern Hoge verwachtingswaarde Hoge verwachtingswaarde – bedrijventerrein Middelhoge verwachtingswaarde Lage verwachtingswaarde Reeds onderzocht Verstoord

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=c97e1483-d209-4dfb-8f40-f6c285b0f303