Toekomstperspectief haven gemeente Oss 030925
Tekst van het document
Op dit moment zijn er in Nederland, inclusief de terminals in zeehavens en private terminals, ten minste 84 terminals voor containeroverslag op de binnenvaart en/of het spoor. Een belangrijk deel van deze terminals is te vinden in de zeehavengebieden Rijnmond, IJmond, Moerdijk en Vlissingen-GentTerneuzen. Daarbuiten zijn er 39 terminallocaties, waarvan 31 binnenvaartterminals en vijf railterminals. Buiten de zeehavens zijn er vier trimodale terminals, ofwel gecombineerde binnenvaartspoorcontainerterminals: in Venlo, Tilburg, Veendam en Oss. Daarnaast zijn er specifieke spoor- of binnenvaartterminals, zoals Railport Venlo en de binnenvaart terminals in Waalwijk, Venray/Wanssum en Deventer. Samen met betrokken lagere overheden heeft het Ministerie een Rijk-regioprogramma ontwikkeld waarin bedrijven, havenbedrijven en lokale en regionale overheden samenwerken met het Ministerie: de Goederenvervoercorridors. Het is gericht op een kernnetwerk van achterlandverbindingen (weg, spoor, buisleidingen en binnenvaart) en multimodale overslagpunten. Binnen de twee goederenvervoercorridors Zuid en Zuidoost zijn een aantal ‘bovengemiddelde knooppunten’ benoemd, te weten de vier
23
zeehavens (Amsterdam, Rotterdam, Moerdijk, Vlissingen-Terneuzen) en daarnaast Tilburg, Venlo, Nijmegen, Tiel en Sittard-Geleen. Binnen deze knooppunten worden vanuit het programma prioritaire projecten (‘realisatiepacten’ en uitvoeringsprogramma’s) ontwikkeld, die gezamenlijk (Rijk-regio) worden gefinancierd. Het gemiddelde budget bedraagt ca. €1 mln. per project. Een mogelijk interessant project waar binnen het programma aan gewerkt wordt is een handreiking grondpolitiek met betrekking tot natte kavels. Een ander aanknopingspunt vanuit dit programma is de relatie tussen circulaire economie en havens, waarvoor ook projecten worden ontwikkeld. Op dit moment voert MCA Brabant, een organisatie voor multimodaal transport binnen Brabant, een lobby bij het Ministerie waar ze onder de aandacht hebben gebracht dat de overige knooppunten ca. 80% van het totale vervoersvolume per binnenvaart vertegenwoordigen. MCA bepleit dat daarom enige vorm van aanhaking van deze knooppunten wenselijk zou zijn. Het Ministerie onderkent dit en overweegt producten die binnen het Rijks-regioprogramma Goederenvervoercorridors ontwikkeld zijn en kennis die daaruit voortvloeit breder te delen. 4.4.2
Provinciaal niveau: de Provincie Noord-Brabant
Op provinciaal niveau is vanzelfsprekend de provincie Noord-Brabant relevant. De provincie heeft haar beleid over binnenhavens vastgelegd in het Beleidskader Mobiliteit: koers 20304 . Daarbinnen is een Programmaplan Goederenvervoer opgesteld (niet openbaar). De provincie zoekt nauwe aansluiting bij het Rijksbeleid op het gebied van goederenvervoer en neemt deel in het Rijks-regioprogramma Goederenvervoercorridors. Met Tilburg en Moerdijk zijn daarbinnen twee Brabantse gemeenten vertegenwoordigd. De provincie is ook betrokken bij de in die gemeenten ontwikkelde Realisatiepacten, projecten met Rijk-regio-financiering. Eén project waaraan gewerkt wordt is de ontwikkeling van een juridisch instrumentarium m.b.t. met betrekking tot natte kavels/ grondbeleid, waarin instrumenten zoals het voorkeursrecht een plek krijgen. Dit zal gebeuren in de vorm van een handleiding voor gemeenten. Een ander project waar, ditmaal samen met Tilburg, binnen het Rijks-regioprogramma aan gewerkt wordt is het projectplan Tilburg-Loven. Nat gebruik van natte kavels is ook voor de provincie een belangrijk aandachtspunt, maar het instrumentarium schiet nu nog vaak tekort. De provincie speelt zelf een rol in het ‘nat’ houden van bedrijventerrein De Brand aan het Maximakanaal.
De provincie wijst gemeenten met natte terreinen erop dat ze zich bewust moeten zijn van de unieke mogelijkheden die natte kavels bieden. Advies is dan ook deze kavels zoveel mogelijk te reserveren voor ‘nat’ gebruik. Volgens de provincie is de relatief hoge vaarklasse bij Oss hierbij nog een extra toegevoegde waarde. Een ander belangrijk aandachtspunt van de provincie is dat natte kavels ook van belang zijn voor de circulaire economie. De provincie probeert hier momenteel meer zicht op de krijgen en gaat in het nieuwe werklocatie-beleid ook specifiek aandacht schenken aan het ‘binnenhaven-werkmilieu’.
4
Beleidskader Mobiliteit
24
Aanknopingspunten en randvoorwaarden voor een betere aansluiting op nationaal en provinciaal beleid Zowel het Rijks- als het provinciaal beleid bieden aanknopingspunten voor de haven van Oss. Het lijkt zinvol voor Oss om aansluiting te zoeken bij het Rijks-regioprogramma Goederenvervoercorridors, zeker gezien de binnen het programma in ontwikkeling zijnde projecten op het gebied van natte kavels/voorkeursrecht en circulaire economie in en om havens. Dit kan door rechtstreeks contact te leggen met de trekker of betrokkenen van dit programma of door dit via de MCA en/of Brabant Ports te doen. Ook de provincie Noord-Brabant dringt er bij Oss op aan beter aan te haken bij het beleid van het Rijk en haar eigen provinciaal beleid. Daarbij adviseert zij de gemeente ook deel te nemen aan het landelijke binnenvaartoverleg en Brabant Ports. Dit is in de ogen van de provincie nodig om een vuist te kunnen maken (lobby) en om in the picture te blijven.
25
5
Ontwikkelrichting voor de haven van Oss
Om tot een toekomstperspectief voor de haven en de daarbij horende gewenste ontwikkelrichting te komen is gewerkt met een aantal scenario’s. Bij de keuze voor scenario’s zijn de hoeken van het speelveld opgezocht, om zo tot een viertal sterk uiteenlopende ontwikkelrichtingen te komen. De vier scenario’s zijn kort uitgewerkt in paragraaf 5.1. De scenario’s zijn als hulpmiddel ingezet en zijn geen (eind)doel op zich. De gewenste ontwikkelrichting zoals in paragraaf 5.2 beschreven, is een combinatie van de verschillende elementen uit de vier scenario’s. Dit voorkeursscenario is tot stand gekomen op basis van gesprekken met ondernemers, organisaties en overheden, inzichten en input vanuit vertegenwoordigers van de verschillende gemeentelijke beleidsvelden twee breed-ambtelijke sessies, input vanuit de deelnemers aan een brede stakeholdersessie en de expertise van Bureau Buiten en Amsterdam Consultants. 5.1
Vier hoeken van het speelveld (scenario’s)
Gedurende het onderzoek zijn vier scenario’s ontwikkeld en op hoofdlijnen uitgewerkt. De scenario’s zijn tot stand gekomen op basis van de in kaart gebrachte marktpotentie (Hoofdstuk 3), revelante andere aanknopingspunten (Hoofdstuk 4), aanknopingspunten vanuit beleid (regionaal, nationaal, Europees), en expertise vanuit de ambtelijke organisatie en de externe adviesbureaus. De vier samengestelde scenario’s zijn: 1. Alternatieve invulling 2. Doorzetten huidige koers 3. Groene groei 4. Logistiek in de lead Per scenario is in beeld gebracht wat de belangrijkste benodigde ontwikkelingen zijn en wat de rol van de gemeente daarin is. 5.1.1
Scenario 1: Alternatieve invulling
In Scenario 1 – Alternatieve invulling wordt de bestaande havenfunctie als overbodig beschouwd en beëindigd. Het havengebied wordt herontwikkeld tot een regulier (droog) bedrijventerrein. Daarbij wordt de haven grotendeels gedempt. Alleen het deel van het kanaal vóór de sluis blijft behouden en kan worden getransformeerd tot een recreatiehaven met aanlegsteigers voor pleziervaart5.Het overige deel van het kanaal kan worden gedempt, wat extra ruimte creëert voor economische of andere ruimtelijke functies. De spooraansluiting kan wel in stand worden gehouden, mits daar in het geval van een droog bedrijventerrein nog gebruik van wordt gemaakt. Alternatieve ontwikkelrichtingen zoals het transformeren van het havengebied naar een woonwijk zijn ook onderzocht. Deze ontwikkelrichting wordt echter niet als kansrijk/haalbaar geacht (zie onderstaand kader op de volgende pagina).
De gemeente vervult hierbij een regierol en neemt verschillende verantwoordelijkheden op zich: • Beëindigen van de havenfunctie, inclusief het stopzetten van onderhoud en het opheffen van bijbehorende infrastructuur zoals bruggen en sluizen; • Actieve of passieve rol bij herontwikkeling, afhankelijk van de gekozen uitvoeringsstrategie; • Uitkoop van havengebonden bedrijven, om ruimte te maken voor de demping van de haven en de realisatie van de nieuwe invulling; • Eventuele realisatie van aanvullende infrastructuur (wegen) om het gedempte terrein te ontsluiten.
5
Het is denkbaar om te onderzoeken of het kanaal en het havengebied naast de economische functie ook een meer recreatieve functie kan krijgen, bijv. door het realiseren van een jachthaven nabij Macharen.
26
Deze aanpak biedt kansen voor ruimtelijke herontwikkeling en economische of recreatieve ontwikkeling, maar vereist ook een kostbaar proces van bedrijfsverplaatsing en infrastructurele aanpassingen.
Transformatie van het havengebied naar een woonwijk Vanwege de grote behoefte aan extra woningen en de kosten die gepaard gaan met het in stand houden van de haven, zou overwogen kunnen worden om de havenfunctie te beëindigen en het gebied te transformeren tot woonwijk. Op basis van onze inzichten achten wij dit echter niet wenselijk. Om die reden is deze optie niet verder meegenomen in het vervolg van het onderzoek. De belangrijkste overwegingen waarom transformatie naar woningbouw niet haalbaar of realistisch wordt geacht, zijn als volgt: • De haven wordt omringd door droog bedrijventerrein (Elzenburg), deels met een hoge milieucategorie. Een transformatie zou betekenen dat (een deel van) dit bedrijventerrein ook opgeheven moet worden, waarbij veel bedrijven moeten worden uitgeplaatst. • Er is toekomstperspectief voor de haven; het beëindigen van de havenfunctie is een onomkeerbare keuze. • De kosten voor het dempen van de haven en het uitkopen van zittende bedrijven zijn dermate hoog, dat deze niet opwegen tegen de potentiële meerwaarde van woningbouw. Hoewel er behoefte is aan extra woningen, is er tegelijkertijd een groot tekort aan bedrijventerreinen. Dit tekort is in Oss al aanzienlijk en zou door een dergelijke transformatie verder toenemen.
5.1.2
Scenario 2: Doorzetten huidige koers
In Scenario 2 – Doorzetten huidige koers, het 0-scenario, blijft de bestaande situatie grotendeels gehandhaafd. De ontwikkeling van het gebied wordt overgelaten aan de markt en zittende grondeigenaren, zonder actieve regierol van de gemeente. Hierdoor ontstaat een versnipperd beeld van kade- en kavelgebruik, met het risico op (een verdergaand) verminderd gebruik van de haven door vestiging van bijvoorbeeld bouwmarkten en logistieke bedrijven zonder binding met de haven of het water. Bij voortzetting van de huidige koers blijft het spoor in de huidige vorm aanwezig. Extra investeringen in het spoor zijn in dit scenario niet aan de orde. De rol van de gemeente blijft beperkt tot het strikt noodzakelijke: • Noodzakelijk onderhoud aan infrastructuur, zoals operationeel houden van sluis en brug; • Aandacht voor verkeersveiligheid (denk aan realisatie langzaam verkeer-voorzieningen), met name door toenemend vrachtverkeer in het gebied. Deze koers leidt tot het mogelijk op termijn vertrekken van watergebonden bedrijvigheid en de komst van niet-watergebonden bedrijven op natte kavels. Het scenario resulteert in een geleidelijke afname van het gebruik van de haven en de spoorlijn naar de haven en biedt weinig sturing of kwaliteitsverbetering vanuit overheidszijde. De ruimtelijke en economische potenties van het gebied blijven hierdoor onderbenut.
27
Figuur 8 Collage bij toekomstbeeld: Doorzetten huidige koers
5.1.3
Scenario 3: Groene groei
In Scenario 3 – Groene groei kiest de gemeente voor een actieve rol in het faciliteren van maatschappelijke transities. Het gebied wordt ontwikkeld met ruimte voor circulaire economie, duurzame industrie en (duurzame) logistiek. Denk aan bedrijvigheid gericht op recycling, bouw- en/of materialenhubs voor de regionale markt, verduurzaming van transport (zoals binnenvaart en wegvervoer) en de ontwikkeling van een energyhub met grootschalige opslagcapaciteit. Dit scenario speelt in op regionale en nationale duurzaamheidsdoelstellingen. De rol van de gemeente is actief en stimulerend, met inzet op meerdere fronten: • Investeren in infrastructuur, zoals het operationeel houden van de sluis; • Voeren van een actief grondbeleid via aankopen van kavels en het subsidiëren of aanjagen van gewenste (groene) ontwikkelingen; • Faciliteren en mede realiseren van hubs en voorzieningen gericht op duurzaamheid en circulaire economie; • Oog voor verkeersveiligheid en stimuleren van fietsvervoer van/naar en op het bedrijfsterrein. Dit scenario vergt substantiële inzet van de gemeente, maar biedt ook perspectief op een toekomstbestendige economische ontwikkeling en een bijdrage aan de klimaatdoelstellingen. Figuur 9 Collage bij toekomstbeeld: Groene groei
28
5.1.4
Scenario 4: Logistiek in de lead
In Scenario 4 – Logistiek in de lead ligt de focus op het versterken van de logistieke functie van het havengebied. De gemeente stuurt actief op havengebruik en tracht eigenaren te verleiden tot behoud van het natte karakter van hun bedrijfspercelen. Modal shift wordt aangemoedigd, ook bij bedrijven in de wat wijdere omgeving (andere bedrijventerreinen in Oss) die niet direct aan het water gevestigd zijn. Oss wordt gepositioneerd als trimodaal logistiek knooppunt, met ruimte voor overslag tussen water, spoor en weg. Investeringen worden gericht op het oplossen van infrastructurele knelpunten, zoals uitbreiding van opstelspoor, verbetering van wachtruimte en betere aansluiting richting Nijmegen. Op termijn wordt een uitbreiding van het havengebied verkend, bijvoorbeeld door het doortrekken van de Burgemeester van Veldhuizenhaven of aanleg van een derde havenarm.
De rol van de gemeente is hierbij nadrukkelijk actief en stimulerend: • Actief grondbeleid voeren door natte kavels op te kopen en uitsluitend als nat uit te geven; • Investeren in infrastructuur, waaronder het verdiepen van de haven naar 4 meter en uitbreiding van de sluis; • Gerichte acquisitie gefocust op (duurzame) logistieke en natte bedrijvigheid; • Vaargeul proactief onderhouden om beschikbaarheid voor de binnenvaart te waarborgen; • Verkeersveiligheid bewaken, gezien de toename van vrachtverkeer in het gebied; • Lobby bij Rijk/ProRail/spoorsector voor versterken van de functie van het havenspoor, bijvoorbeeld verbeteren van rangeerfaciliteiten naar Elzenburg. Dit scenario vraagt om stevige publieke inzet, maar kan Oss als logistiek knooppunt nadrukkelijk op de kaart zetten en bijdragen aan economische versterking met een duidelijke watergebonden component. Figuur 10 Collage bij toekomstbeeld: Logistiek in de lead
5.1.5
Effecten en gevolgen van de scenario’s
Voor de verschillende scenario’s zijn de economische, maatschappelijke en ruimtelijke effecten op hoofdlijnen in kaart gebracht. Een ‘+’ duidt op een toename, een ‘0’ op een stabiele situatie, en een ‘–’ op een verwachte afname. In enkele gevallen is de richting van het effect nog onzeker en sterk afhankelijk van de nadere uitwerking. Daarom zijn voor sommige effecten meerdere mogelijke richtingen weergegeven.
29
Tabel 9 Economische, maatschappelijke en ruimtelijke effecten en gevolgen van de scenario’s Effecten
Scenario 1: Alternatieve invulling
Scenario 2: Doorzetten huidige koers
Scenario 3: Groene groei
Scenario 4: Logistiek in de lead
Havengebruik
-
0/-
+
++
Spoorgebruik
0/-
0/-
+
++
Logistieke stromen
+/-
+/-
+
+++
Economische ontwikkeling
0/-
+/-
+
++
Duurzaamheid & maatschappelijke opgaven
+/-
-
++
-/+
Ruimtelijke mogelijkheden
++
+
+/-
-
Brede welvaart & maatschappelijke baten
+/-
0/+
++
+/-
Investeringskosten
€€€€
€
€€€
€€€€€
Omgevingseffecten
+/-
0
-
--
Toelichting bij de categorieën: havengebruik: de hoeveelheid binnenvaartschepen; spoorgebruik: de hoeveelheid treinen; logistieke stromen: de hoeveelheid bulk/containers; economische ontwikkeling: groei van de economische activiteiten; duurzaamheid & maatschappelijke opgaven: bijdrage aan de energietransitie, circulaire economie, duurzame mobiliteit; ruimtelijke mogelijkheden: beschikbare fysieke ruimte voor ontwikkelingen; brede welvaart & maatschappelijke baten: bijdrage aan economie, arbeidsmarkt, gezonde leefomgeving, duurzaamheid etc.; investeringskosten: omvang van de kosten van het scenario; omgevingseffecten6: hinder voor de omgeving; geur, geluid, trillingen etc. Per scenario trekken we de volgende conclusies op hoofdlijnen: • Scenario 1 – Alternatieve invulling: Het realiseren van een alternatieve invulling is relatief kostbaar, wanneer gekozen wordt voor het dempen van de haven, gaat ten koste van het havengebruik en het trimodale logistieke karakter van Oss. Daartegenover staat dat dit scenario ruimtelijke ontwikkelmogelijkheden biedt voor andere functies zoals extra regulier droog bedrijventerrein en/of een recreatiehaven. • Scenario 2 – Huidige koers voortzetten: Dit scenario is relatief eenvoudig uitvoerbaar en vraagt om beperkte investeringen.
Tegelijkertijd wordt het potentieel van de haven niet optimaal benut, waardoor het gebruik en de economische betekenis van de haven(functie) vermoedelijk verder afnemen. Ook heeft de gemeente in dit geval geen middelen om te sturen op havengebruik en wordt de toekomst van de haven overgelaten aan de markt. • Scenario 3 – Groene groei: Inzet op groene groei kan leiden tot een toename van het havengebruik en levert tegelijkertijd een bijdrage aan maatschappelijke opgaven, zoals de circulaire economie en de energietransitie. Dit scenario draagt daarmee bij aan de brede welvaart in Oss, maar vergt wel aanzienlijke inzet, zowel beleidsmatig als budgettair. • Scenario 4 – Logistiek in de lead: Door sterk in te zetten op logistieke groei en (toename van) natte bedrijvigheid nemen de logistieke stromen en het havengebruik fors toe. Een toename van ‘traditionele’ logistieke 6
Het is uiteraard wel zaak deze omgevingseffecten zoveel mogelijk te beperken
30
activiteiten (focus op wegvervoer) kan echter ook negatieve gevolgen hebben voor duurzaamheid, en leidt mogelijk tot negatieve omgevingsimpact zoals geluidsoverlast en extra verkeersdruk. Ook vraagt dit scenario om grote investeringen vanuit de gemeente. 5.2
Gewenste ontwikkelrichting: het voorkeursscenario
De vier scenario’s zijn - met bijbehorende achtergrondinformatie vanuit marktpotentie en relevante aanknopingspunten - tijdens verschillende bijeenkomsten voorgelegd aan de belangrijkste stakeholders en de ambtelijke organisatie. Het beeld dat ontstond tijdens deze bijeenkomsten was redelijk eenduidig. De meeste stakeholders en betrokkenen onderschrijven dat de haven niet optimaal wordt benut, maar dat de haven wel een belangrijke functie vervult in de economie van Oss en de bredere regio. Het zoeken naar een alternatieve invulling voor het havengebied wordt door vrijwel alle stakeholders dan ook als onwenselijk gezien. Ook wordt onderschreven dat het doorgaan op de huidige manier niet voor de benodigde impulsen gaat zorgen om het havengebruik te doen laten toenemen. Sterker nog, op de huidige koers doorgaan wordt als meest slechte keus gezien door vrijwel alle partijen waarmee in het kader van dit onderzoek gesproken is. Meer inzet op het doorontwikkelen van de logistieke functie met elementen vanuit het groene groeiscenario wordt wel als zinvol, kansrijk en mogelijk zelfs noodzakelijke ontwikkelrichting gezien. Daarbij wordt wel geconstateerd dat de investeringscapaciteit vanuit de gemeente beperkt is, dat daardoor niet alle elementen vanuit deze scenario’s kunnen worden gerealiseerd en dat hierbij zeker een prioritering noodzakelijk is.
Het is daarom zaak om vanuit de verschillende invalshoeken te bepalen waarop ingezet wordt en ook in welke mate hierop ingezet wordt. Bij de beschrijving van het voorkeursscenario wordt dit nader uitgewerkt. Vanuit de scenario’s, het opgehaalde beeld vanuit de marktpotentie en andere relevante aanknopingspunten is een aantal ‘knoppen’ te onderscheiden waaraan gedraaid kan worden door de gemeente om de gewenste ontwikkelrichting, van meer havengebruik i.c.m. met duurzaamheidsambities, te bereiken. Deze knoppen vormen in feite de handvatten en (beleids)instrumenten waarmee gewenste ontwikkelrichting, het voorkeursscenario, kan worden gerealiseerd. De belangrijkste knoppen waar de gemeente aan kan draaien zijn: • Het stimuleren en/of verplichten van havengebruik via het omgevingsplan • Investeringen in de fysieke infrastructuur • Het stimuleren van de circulaire economie • Inzet op verduurzaming, energietransitie en investeringen in de energie-infrastructuur • Inzet op regionale samenwerking, aansluiting bij beleid en voeren van lobbyactiviteiten • Financiële sturing doormiddel van de havengeld-systematiek • Financiële ondersteuning door middel van subsidies Voor elk van deze ‘knoppen’ is in de volgende subparagrafen uitgewerkt hoe en in welke mate de gemeente invulling kan gaan geven aan de desbetreffende knop.
Onderstaande afbeelding geeft een illustratief samenvattend beeld van waar welke inzet kan landen.
31
Figuur 11 Illustratief beeld van de onderdelen in het voorkeursscenario
Investeringen in de fysieke infrastructuur waaronder de sluis en brug
Investeringen in de energie infrastructuur zoals extra walstroompunten en/of een laadplein
Faciliteren van meer circulaire bedrijven in en om het havengebied
De ontwikkeling van de windmolens koppelen aan een energie hub voor het havengebied
Inzetten op behoud van watergebonden bedrijvigheid en natte kavels
Een andere havengeldsystematiek kan de haven van Oss meer concurrerend maken
Meer ruimte voor goederenvervoer per spoor in de haven van Oss, door realisatie langere opstelsporen in het havengebied
5.2.1
Bevorderen van clustervorming in en rondom de haven
Het stimuleren en/of verplichten van havengebruik via het omgevingsplan
In het huidige omgevingsplan is momenteel geen verplichting vastgelegd om watergebonden kavels ook daadwerkelijk watergebonden in te vullen. Bedrijven die de kavel voor bijvoorbeeld een logistieke bedrijfshal zonder watergebonden functies willen gebruiken kunnen dat in de huidige situatie doen. Sterker nog, een groot aantal bedrijven (grofweg de helft van het totaal) met watergebonden kavels maakt geen gebruik van de kades en dus ook geen gebruik van transport over water door middel van de binnenvaart. In het omgevingsplan kan een verplichting vastgelegd worden die toeziet op het daadwerkelijk benutten van kade en havengebruik bij vestiging op een aan het water gelegen kavel. Hierdoor wordt voorkomen dat bedrijven die zich niet in een binnenhaven hoeven te vestigen hier toch een kavel kopen. Het wijzigen van het omgevingsplan is een relatief eenvoudig proces wanneer de desbetreffende gronden in
32
eigendom van de gemeente zijn. In het geval van de haven van Oss is dit niet zo. Alle kavels zijn reeds uitgegeven en in privaat eigendom. Onderstaande tabellen geven een bondig overzicht van deze en andere juridische sturingsmiddelen die een gemeente heeft wanneer gronden wel c.q. niet in eigendom zijn. Tabel 10 Juridische opties bij eigendom van de grond Instrument Wat houdt het in Actief grondbeleid
Zelf grond aankopen en uitgeven
Erfpacht- en uitgiftebeleid aanpassen Financiële prikkels
Benoemen dat kavel alleen voor watergebonden bedrijvigheid gebruikt kan worden subsidies voor watergebonden bedrijvigheid (passend binnen de staatsteunregels) PPS Samenwerking aangaan met private partijen Uitruil nieuwe gebieden Voorrang geven aan/ financieel aantrekkelijk maken voor bedrijven om te verhuizen naar een andere locatie
Risico’s Hoge kosten en lange terugverdientijd (of verlies) Uitsluiten van andere bedrijven en mogelijke juridische complicaties Financieel verlies bij lagere inkomsten uit huur of erfpacht Complex Weigering van bedrijven, kosten voor het verplaatsen
Tabel 11 Juridische opties bij geen eigendom van de grond (zeer beperkt) Instrument Wat houdt het in Risico’s Sturing via het omgevingsplan Wet voorkeursrecht gemeente en aankopen kavels
Sturen op watergebonden functies Uitoefenen bij vrijkomen van kavels, maar geen garantie dat de kavel vrijkomt
Nadeelcompensatie en minder flexibiliteit van kavels Hoge kosten en lange terugverdientijd
Samengevat heeft de gemeente om het omgevingsplan te kunnen wijzigen en het havengebruik te stimuleren, bij geen eigendom zoals het geval is in de haven van Oss, twee mogelijkheden: 1. Het omgevingsplan wijzigen: voor alle huidige gebruikers en eigenaren. Dit heeft als consequentie dat planschade/nadeelcompensatie moet worden betaald aan huidige gebruikers van de kavels, omdat de wijziging van het omgevingsplan voor hen nadelige financiële consequenties heeft. 2. Wet voorkeursrecht gemeente en aankoop aan het water gelegen kavels door de gemeente: door vrijkomende kavels terug te kopen en met een gewijzigd omgevingsplan opnieuw uit te geven. Ook dit is een financieel kostbaar proces, maar maakt wel dat de gemeente vervolgens gerichter kan sturen op gewenste ontwikkelrichtingen op de desbetreffende kavels. Er kunnen bij uitgifte bijvoorbeeld ook aanvullende kwaliteitseisen aan het vastgoed worden gesteld of verplichtingen voor dubbel ruimtegebruik en/of klimaatadaptatie. De gemeente kan havengebruik ook financieel ondersteunen. Dit is niet mogelijk via het grondbeleid maar zou wel een mogelijkheid zijn via subsidies en/of kortingen op havengeld. Hier wordt in paragraaf 6.2.6 verder op ingegaan.
33
Inzet van de gemeente Oss: De inzet vanuit de gemeente is in eerste instantie gericht op optie 2: het verwerven of recht van eerste koop krijgen van een aantal watergebonden kavels die momenteel niet gebruikt worden. Daarvoor werkt de gemeente eerst intern een PMC-aanpak uit. Wel voert de gemeente hierover alvast de komende periode verkennende gesprekken met kaveleigenaren en financiële middelen kunnen vrijmaken om de aankoop mogelijk te maken. Voor de teruggekochte kavels wordt het omgevingsplan gewijzigd voordat deze opnieuw worden uitgegeven. Ook worden er bij de uitgifte kwaliteitseisen in relatie tot de omgeving en de verduurzaming meegegeven. Daarnaast onderzoekt de gemeente of wijziging van het omgevingsplan in bredere zin in het hele gebied een zinvolle optie is. Hierbij dient het risico op nadeelcompensatie in beeld gebracht te worden evenals de mogelijkheden dit risico te mitigeren bijvoorbeeld door het creëren van voorzienbaarheid. 5.2.2
Investeringen in de fysieke infrastructuur
De huidige fysieke infrastructuur in de haven van Oss bestaat uit de volgende onderdelen: de kades, de vaargeul en het kanaal, de sluis, de ophaalbrug bij Macharen en het spoor. Over het algemeen functioneert de infrastructuur goed, maar de betrouwbaarheid van bijvoorbeeld de brug en sluis zijn een groot aandachtspunt. Ook sluit niet alle infrastructuur aan bij de huidige nieuwe (Europese) standaarden. Zo is bijvoorbeeld de sluis te klein en zijn de opstelsporen voor treinen niet lang genoeg. Om de haven beter te benutten en meer logistieke stromen naar de haven van Oss te trekken zijn de volgende investeringen in de fysieke infrastructuur denkbaar: 1. Investeringen plegen in de betrouwbaarheid van de sluis en brug, zodat storingen minder vaak voorkomen. 2. Het vergroten van de sluis zodat schepen van 135m (de huidige standaard van klasse V) altijd de haven kunnen bereiken. In de huidige situatie kan dat in het geval van een te lage of te hoge waterstand (meestal enkele dagen per jaar) niet. 3. Investeringen plegen of bevorderen (in overleg met ProRail) in het spoor, zodat er meer en langere treinen de haven van Oss kunnen bereiken. Investeringen die dan o.a. onder meer nodig zijn voor het realiseren van 740m opstelsporen en/of het creëren van voldoende wachtcapaciteit voor treinen en/of de realisatie een aansluitingsboog naar Nijmegen.
Dit laatste is door de geplande realisatie van het nieuwe Golfslagbad lastig ruimtelijk in te passen. 4. Het verdiepen van de haven van 3,75m naar 4m zodat de haven ook bereikbaar is voor grotere en/of diepere schepen.
34
Inzet van de gemeente Oss: De inzet vanuit de gemeente is in eerste instantie gericht op: • Het verbeteren van de betrouwbaarheid van de sluis en ophaalbrug. De brug en sluis ondervinden in de huidige situatie teveel storingen waardoor de haven soms langdurig onbereikbaar is. Om dit te voorkomen investeert de gemeente in de betrouwbaarheid van beide onderdelen zodat storingen minder vaak voorkomen; • Noodzakelijke en gewenste investeringen in spoorinfrastructuur volgen uit ambities opgenomen in de spooragenda. De gemeente onderzoekt met name of het verlengen van de opstelsporen realiseerbaar is en de goederensporen bij het stationsemplacement beter gescheiden kunnen worden van de doorgaande reizigerssporen; • Onderhoud en versterking/uitbreiding van kade- en overslagfaciliteiten aan de haven zodat er meer grondstoffen en containers kunnen worden overgeslagen in de haven. Hier kunnen de DUB gelden mogelijk ook een rol spelen; • Inzet van gemeente in (lobby voor) spoorinvesteringen: investeringen in spoor volgen uit ambitie voor ontwikkelscenario haven en zijn geen doel op zichzelf; • Inzet van gemeente voor verkeersveilige inrichting van wegen en fiets- en wandelpaden in de haven en in bedrijfsterreinen in het algemeen. Op de overige onderdelen zet de gemeente voorlopig niet in. Het vergroten van de sluis is enorm kostbaar en heeft op dit moment ook geen prioriteit.
Dit kan richting de toekomst veranderen wanneer het havengebruik sterk toeneemt en/of klimaatverandering het gebruik van de sluis vaker nodig maakt. Het creëren van de aansluitingsboog naar Nijmegen, verplaatsing van het spooremplacement naar Elzenburg, het realiseren van extra wachtcapaciteit en het verdiepen van de vaargeul/haven naar 4m zijn voor de korte termijn geen noodzakelijke onderdelen van de gewenste inzet.
5.2.3
Het stimuleren van de circulaire economie
De haven van Oss heeft milieucategorie 3 tot en met 5 en kan daardoor een belangrijke rol gaan spelen in de circulaire economie. Zoals in paragraaf 4.2.3 toegelicht komt de circulaire economie, in Oss maar ook in de rest van Nederland, nog wel wat moeizaam van de grond. Ook is de uitwerking van de circulaire economie in algemene zin en voor de haven van Oss nog onduidelijk. Tegelijkertijd is het ook zo dat een aantal recent voorgestelde circulaire initiatieven (zoals een mestfabriek en het opwerken van bouwgrondstoffen) van huidige gebruikers moeilijk of niet tot vergunningverlening zijn gekomen waardoor initiatiefnemers zijn afgehaakt. Desalniettemin zijn er ook voor de circulaire economie in Oss aanknopingspunten en kan de gemeente kan hier op verschillende manieren meer werk maken. Denkbare mogelijkheden, en ook gedeeltelijke onderdeel van de Koersnota Circulaire Economie, zijn: • Bedrijven ondersteunen bij het verkrijgen van vergunningen voor circulaire bedrijfsactiviteiten • In het omgevingsplan ruimte reserveren in de nabijheid van de haven voor circulaire bedrijfsactiviteiten • Financieel ondersteunen van nieuwe circulaire bedrijven/initiatieven
35
Inzet van de gemeente Oss: De gemeente gaat de randvoorwaarden die nodig zijn voor de verdere ontwikkeling van de circulaire economie behouden en versterken. Het gaat hier onder andere om het behoud van het bedrijventerreinen met milieucategorie 4.1, het zoveel mogelijk behouden van watergebonden kavels en voorkomen dat deze door niet havengebruikers benut worden. Daarnaast gaat de gemeente de positie van de economie van Oss in de circulaire economie nader onderzoeken zodat vervolgens beter ingespeeld kan worden op de (ruimte) behoeft van circulaire bedrijfsactiviteiten in de gemeente Oss (zie ook Koersnota Circulaire Economie 2030). Bepaald wordt onder andere welke circulaire ketens Oss kan en wil ontwikkelen in en rondom het havengebied. De gemeente let er wel op dat in het omgevingsplan geen (te) strikte eisen voor circulariteit en daarmee samenhangende activiteiten worden gesteld, omdat dit ertoe kan leiden dat bepaalde watergebonden activiteiten hier niet aan voldoen en dat kavels straks onnodig lang leeg blijven.
5.2.4
Inzet op verduurzaming, energietransitie en investeringen in de energie-infrastructuur
Zowel voor de bedrijven aan en om de haven als voor de schepen die de haven gebruiken en de vrachtwagens die de bedrijven in de haven beleveren en goederen af- en aanvoeren is de overschakeling naar duurzame energie vaak een lastig traject. Om die overgang te vergemakkelijken is het nodig dat er meer energie-infrastructuur in de haven van Oss wordt gerealiseerd en dat er meer inzicht komt in het energiegebruik, de energieproductie en de energiebehoefte van bedrijven rond de haven. Om de binnenvaart en het wegvervoer verder te verduurzamen kunnen meer walstroompunten gerealiseerd worden. Waterstofinfrastructuur en/of een container-accupunt voor het tanken/laden van binnenvaartschepen lijken voor nu geen zinvolle acties. Voor het vrachtverkeer is er behoefte aan snellaadcapaciteit en kan mogelijk een collectief laadplein in of nabij de haven gerealiseerd worden. Bedrijven in de haven maar ook breder op Elzenburg hebben vaak last van netcongestie. De haven kan mogelijk ook een rol spelen in het verhelpen van netcongestie door de realisatie van ‘smart-grid’ toepassingen of een energyhub. Een energiesysteem in Elzenburg of breder, in combinatie met andere bedrijventerreinen, zou ook uitkomst kunnen bieden. Hiervoor is het nodig dat er eerst meer inzicht komt in het energieverbruik en de – behoefte van bedrijven in het gebied.
Gebaseerd op de uitkomsten van die analyse kan dan gekeken worden of het zinvol is een warmtenet of energiesysteem in het gebied op te zetten, samen met bedrijven en netbeheerders.
Inzet van de gemeente Oss: Qua energie-infrastructuur voor schepen is geconstateerd dat de haven van Oss niet de meest logische plek is om tank-/ laadinfrastructuur voor de binnenvaart te realiseren. De bereikbaarheid van de haven is met een te kleine sluis niet optimaal en ook de breedte van de haven en het kanaal zijn niet ingericht op een grote toename in het aantal vaarbewegingen. Het realiseren van een collectief laadplein voor vrachtwagens en smart-grid toepassingen, mogelijk in combinatie met batterijopslag, zijn wel zaken die in of nabij de haven gerealiseerd kunnen worden. Daarnaast is het van belang om inzicht te krijgen in de energie- en warmtebehoefte en -productie van bedrijven in het havengebied en op de aangrenzende terreinen. De gemeente gaat deze opties daarom verkennen en onderzoeken of er mogelijkheden zijn bedrijven met elkaar te laten samenwerken op het gebied van warmte en energie. Ook advisering van bedrijven op het vlak van verduurzaming en isolatie wordt een belangrijke actie van de gemeente in het gebied (en breder in de gemeente).
36
5.2.5
Inzet op regionale samenwerking en een gezamenlijke strategie
Momenteel opereert Oss voor wat haar haven betreft solistisch. Dit maakt het lastig belangen te behartigen en over het voetlicht te brengen en steun te vinden voor initiatieven en/of bij problemen. De regionale havenorganisatie Brabant Ports en MCA zijn voor de hand liggende partners, omdat mede via deze belangenorganisaties gedeelde belangen beter behartigd kunnen worden en de lobbykracht versterkt kan worden. Ook is het wenselijk aansluiting te zoeken bij provinciaal en Rijksbeleid op het gebied van havens, binnenvaart en goederenvervoer. Subsidieregelingen kunnen helpen om initiatieven en investeringen haalbaarder te maken.
Inzet van de gemeente Oss: We onderschrijven het belang van regionale samenwerking tussen de havens. De gemeente Oss blijft aangesloten bij MCA Brabant en onderzoekt of - voor zover het voor de haven van Oss van belang is - aanhaking bij Brabant Ports van toegevoegde waarde kan zijn. Vanuit de gemeente wordt ook regelmatig contact gezocht met de verantwoordelijke ambtenaren op provinciaal en Rijksniveau om de positie van Oss en de uitdagingen waarvoor zij zich gesteld zit kenbaar te maken. Kennis en ervaringen vanuit projecten op regionaal of nationaal niveau worden ingezet voor de haven van Oss. Tenslotte wordt actief onderzocht welke subsidieregelingen relevant zijn, wanneer deze opengesteld zijn en hoe hiervoor succesvolle aanvragen kunnen worden ingediend. 5.2.6
Financiële sturing doormiddel van de havengeld systematiek en/of subsidies
In de huidige situatie betalen uitsluitend daadwerkelijke havengebruikers via de havengeldsystematiek naar rato van gebruik. Dit is in de basis een eerlijk systeem, maar heeft als nadeel dat bedrijven die wél gevestigd zijn in de haven en beschikken over een watergebonden kavel, maar deze nauwelijks gebruiken, geen bijdrage leveren aan de instandhouding van de haveninfrastructuur. Tegelijkertijd is het aantal actieve havengebruikers de afgelopen jaren afgenomen. Als deze trend zich voortzet, neemt ook de inkomstenstroom verder af. Om dit te compenseren zijn recent de haventarieven verhoogd. Aangezien de haven van Oss al tot de duurdere binnenhavens van NoordBrabant behoort, zet een verdere verhoging de concurrentiepositie onder druk. Bovendien blijven de kosten nog steeds eenzijdig bij de daadwerkelijke gebruikers liggen, wat het systeem op langere termijn minder houdbaar maakt. Een alternatief is een aangepaste havensystematiek, waarbij niet alleen het gebruik van de haven wordt beprijsd, maar ook vestiging binnen het havengebied. In andere binnenhavens bestaan al systemen waarbij bedrijven een vast tarief betalen op basis van de lengte van de aan hun perceel verbonden kade (Rotterdam, Groningen en Moerdijk). Daarnaast wordt ook een afzonderlijk tarief gehanteerd voor open overslag van goederen en containers, zodat er ook naar daadwerkelijk havengebruik betaald wordt.
De voordelen van deze systematiek zijn: • Alle bedrijven in het havengebied dragen bij aan de instandhouding van de haveninfrastructuur; • De inkomsten voor de gemeente worden stabieler en minder afhankelijk van variabel gebruik; • De variabele kosten (zoals liggeld en overslagtarieven) kunnen worden verlaagd, waardoor actieve havengebruikers niet extra worden belast en de haven van Oss concurrerender wordt. Een dergelijke herziening van de systematiek zorgt voor een eerlijkere en robuustere financiering van de haven op de lange termijn.
37
Inzet gemeente Oss: De gemeente Oss verkent of de bestaande havengeldensystematiek aangepast kan en dient te worden. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheid om ook bedrijven met een watergebonden kavel, die geen of beperkt gebruik maken van de haveninfrastructuur, te laten bijdragen aan de instandhouding van de haven. Daarbij onderzoekt de gemeente ook de optie om via fondsvorming toekomstige financiering van infrastructuur in de haven te kunnen bekostigen.
38
6
Realisatiestrategie
6.1
Overzicht van de inzet en prioritering
Tijdens het onderzoek zijn veel aspecten die een relatie met de haven van Oss hebben onderzocht. Daaruit voortvloeiend zijn acties gedefinieerd, verdeeld over de ‘knoppen’ waaraan de gemeente kan draaien. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de acties die voortvloeien uit de havenvisie en door de gemeente Oss kunnen worden opgepakt. Per actie is een prioritering aangegeven (urgent, korte termijn of middellange termijn), gekoppeld aan de mate van urgentie. Gezien de beschikbare capaciteit in tijd en middelen is het niet mogelijk om alle acties gelijktijdig uit te voeren. De prioritering biedt daarmee houvast voor een gefaseerde en doelgerichte uitvoering. Indien zich tussentijds kansen voordoen om acties eerder te realiseren dan gepland, wordt die mogelijkheid zoveel mogelijk benut. Tabel 12 Samenvattend overzicht van de inzet onder de verschillende thema’s Thema
Acties
Betrokken partijen
Prioriteit
Aankopen van vrij(ge)komen(de) watergebonden kavels en met een gewijzigd omgevingsplan uitgeven
Gemeente
Urgent
Onderzoek naar mogelijkheden wijziging van het omgevingsplan in bredere zin in het hele gebied incl. risico op nadeelcompensatie
Gemeente
Korte termijn
Het verbeteren van de betrouwbaarheid van de sluis en ophaalbrug
Gemeente en Rijkswaterstaat (Rijk)
Urgent
•
Verkennen van de mogelijkheid voor het verlengen van de opstelsporen voor langere treinen
Gemeente, ProRail, OOC Rail, Rijk
Korte termijn
•
Onderhoud en versterking van kadeen overslagfaciliteiten aan de haven
Gemeente, OOC, Van Berkel Logistics en overig bedrijfsleven
Urgent
•
Inzet van gemeente in (lobby voor) spoorinvesteringen Inzet van gemeente voor verkeersveilige inrichting van wegen en fiets- en wandelpaden in de haven en in bedrijfsterreinen in het algemeen Behouden van randvoorwaardelijke faciliteiten, zoals de milieucategorie 4.1 en voldoende watergebonden kavels Ruimtelijke reserveringen nabij het havengebied/bedrijventerrein voor circulaire activiteiten Concretiseren wat de positie is die Oss wil innemen in de circulaire economie (zowel in de haven als breder). Dit is met name relevant voor de actielijn circulair bouwen vanuit de Koersnota Circulaire Economie 2030
Gemeente, OOC
Korte termijn
Gemeente
Urgent
Gemeente
Korte termijn
Gemeente
Korte termijn
Gemeente met bedrijfsleven
Urgent
• 1.
Sturen via het omgevingsplan
•
•
2.
Investeringen in de fysieke infrastructuur
•
•
• 3.
Stimuleren van de circulaire economie
•
39
•
• 4.
Verduurzaming, energietransitie en investeringen in de energie-infrastructuur
•
•
• •
5.
Regionale samenwerking en strategie
•
•
6.
Sturing via havengeldsystematiek
7.
Overige kansen*
•
•
Energieplan/-inventarisatie energie/warmtegebruik en -productie voor bedrijventerrein Elzenburg en haven Verkennen mogelijkheden tot de realisatie van energy hub/smart-grid toepassingen i.c.m. batterijopslag, ook in samenwerking met Elzenburg Verkennen mogelijkheden tot het realiseren van een collectief laadplein voor vrachtvervoer op Elzenburg of elders nabij een hoofdaansluiting Ruimtelijke reserveringen nabij het havengebied/bedrijventerrein voor toekomstige energie-infrastructuur en/of circulaire activiteiten Aansluiting en samenwerking verbeteren met Brabant Ports Regelmatig (tenminste) ambtelijk contact met verantwoordelijken voor binnenvaart, havens en goederenvervoer bij Provincie Noord-Brabant en Ministerie van IenW Verkenning mogelijkheden, voorwaarden en termijnen van relevante subsidieregelingen Indienen voorstellen binnen relevante subsidieregelingen Onderzoeken mogelijke aanpassing van de havengeldsystematiek en/of fondsvorming Verkenning mogelijkheden realiseren recreatiehaven bij Macharen
Gemeente met ondernemers
Korte termijn
Gemeente met bedrijfsleven en netbeheerder
Korte termijn
Gemeente met bedrijfsleven en netbeheerder
Middellange termijn
Gemeente
Korte termijn
Gemeente
Urgent
Gemeente in samenwerking met organisaties en bedrijven ten behoeve van de subsidieregeling
Korte termijn
Gemeente
Korte termijn
Gemeente
Middellange termijn
*Naast de acties die een directe koppeling hebben met de haven en de knoppen waaraan gedraaid kan worden, is er gedurende het onderzoek nog een andere kans geïdentificeerd die ook een koppeling heeft met de haven. Deze actie is onder punt 7 opgenomen.
6.2
Investeringskosten en financieringsmogelijkheden
De in de tabel genoemde acties brengen vanzelfsprekend investeringskosten met zich mee. Deze bestaan deels uit ‘harde’ investeringen in voorzieningen en infrastructuur, deels uit kosten voor grondverwerving. Maar ook onderzoeksbudgetten en procesuren vanuit het ambtelijk apparaat om de acties uit te voeren en/of te begeleiden horen hierbij. Voor de investeringen in harde infrastructuur (sluis/ophaalbrug, kades, fietspaden) gaat het al gauw om een bedrag van één tot enkele miljoenen euro’s per investering. Een al dan niet uit te zetten onderzoek vraagt om een budget van € 25.000 tot € 75.000 per onderzoek, exclusief de procesbegeleiding vanuit de gemeente. Het is duidelijk dat het in zijn totaliteit een omvangrijke investering betreft, vanzelfsprekend wel in de tijd uitgespreid (niet alles kan tegelijk). Om alle acties uit te kunnen voeren zijn veel financiële middelen nodig. Een eerste indicatie van de kosten gaat al gauw richting € 50 – 100 miljoen, en mogelijk meer. Daarbij kunnen, afhankelijk van de uitkomsten van een aantal eerste verkennende onderzoeken, ook nog flinke uitvoeringskosten komen. Binnen de gemeentelijke begroting van Oss is het momenteel lastig hiervoor voldoende reserveringen te maken. De prioritering van acties maakt het wel mogelijk bepaalde acties verderop in de tijd uit te
40
voeren, waardoor budgetten kunnen worden opgebouwd en gereserveerd. Voor een deel van de middelen kan ook gekeken worden naar externe financieringsbronnen. Een eerste aanzet voor mogelijk in aanmerking komende externe subsidiëringsbronnen wordt in deze paragraaf gegeven. Er is hiervoor naar verschillende subsidiemogelijkheden gekeken: nationale en Europese. De relevante regelingen worden hieronder kort toegelicht. 6.2.1
Nationale subsidieregelingen
Binnen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bestaat een subsidieprogramma dat voor binnenhavens en dus ook voor haven van Oss interessant is: de SPUK-regeling kadevoorzieningen. Specifieke uitkering (SPUK) versterking havenvoorzieningen goederenvervoercorridors Oost en Zuidoost 2022–20267 Dit betreft een specifieke uitkering voor het versnellen van de realisatie van de verbetering van bestaande of uitbreiding van openbare havenvoorzieningen ten behoeve van de binnenvaart in binnenhavens en zeehavens op de goederenvervoercorridors, om daarmee een bijdrage te leveren aan de modal shift. Het Ministerie van IenW stelt hiervoor een totaalbedrag van € 10 mln. beschikbaar voor de periode 2022 tot 2026. Per projectaanvraag kan er vanuit het Rijk maximaal € 1 mln. ter beschikking worden gesteld om de openbare infrastructuur te verbeteren. De decentrale overheden dienen het beschikbare bedrag middels een cofinanciering met minimaal eenzelfde bedrag te verdubbelen. De private initiatiefnemers investeren eveneens minimaal € 1 mln. in het haveninitiatief en committeren zich om minimaal 100.000 ton jaarlijks van weg naar water te verschuiven. Private initiatiefnemers krijgen middels deze SPUK de gelegenheid om samen met decentrale overheden hun projectvoorstel uit te werken waarna de provincie waarin het initiatief is gelegen de aanvraag bij IenW moet indienen.
Het is de bedoeling dat eventueel te realiseren havenvoorzieningen een ‘openbaar’ karakter krijgen en deze gebruikt zullen worden voor de overslag van meerdere partijen. Gedacht kan worden aan een constructie zoals bij openbare containerterminals en bulkoverslagcentrales waarbij een private exploitant vracht van nabijgelegen bedrijven bundelt voor grootschalig binnenvaartvervoer. De SPUK-gelden-regeling loopt van 1 mei van elk jaar tot 1 mei van het daarop volgende jaar. De volgende call sluit op 1 mei 2026. De gemeente Oss heeft van deze regeling in het verleden gebruik gemaakt ten behoeve van de realisatie van walstroom-voorzieningen. Een Rijksuitkering die ook relevant kan zijn voor de haven van Oss is de decentrale uitkering binnenhavens (DUB). Decentrale Uitkering Binnenhavens (DUB) In 2012 is de Decentrale Uitkering Binnenhavens (DUB) in het leven geroepen. Deze werd gerealiseerd als een 3e tranche van de Tijdelijke Regeling Quick Wins Binnenvaart, die in 2014 is stopgezet. De DUBregeling werd in het leven geroepen om een deel van het overgebleven bedrag uit de eerdere twee tranches aan te wenden om andere – inmiddels geconstateerde – knelpunten in het vaarwegennetwerk op te lossen, zoals versterking van containerfaciliteiten om containergroei op de belangrijkste (inter)nationale hoofdvaarwegen in het achterland op te kunnen blijven vangen.
Met deze focus op het stimuleren van containeroverslag week de DUB-regeling in voorwaarden en doelstelling af van de eerste twee tranches. Inmiddels is de DUB-regeling stopgezet.
7
Zie voor details: link
41
De gemeente Oss heeft in het verleden gelden ontvangen uit de DUB-regeling voor verbetering van de faciliteiten in de haven. Op korte termijn (medio 2025) komt er meer duidelijkheid over de besteding van die middelen. 6.2.2
Europese subsidieregelingen
De Europese Unie financiert via verschillende subsidieprogramma’s projecten met een Europese meerwaarde. De EU zoekt daarbij naar innovatieve projecten (testen, demonstreren of uitrollen van nieuwe innovaties), projecten waarin grensoverschrijdend samengewerkt wordt aan oplossingen die repliceerbaar zijn naar andere Europese regio’s en projecten die bijdragen aan de Europese doelstellingen. Het deelnemen aan Europese projecten levert meerdere voordelen op: • Financiële middelen om een bepaalde opgave te versnellen • Vergroten en versterken van je Europese/thematische netwerk • Leren van andere projectpartners, zoals van andere (Europese) steden en regio’s die te maken hebben met dezelfde opgave • Profilering op een bepaald thema • Een thema gezamenlijk op de agenda zetten Om een Europese subsidie voor een projectaanvraag te krijgen is een aantal randvoorwaarden van belang. Zo moet er altijd sprake zijn van (grensoverschrijdende) samenwerking tussen overheidspartijen, kennis- en onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven. In de meeste gevallen is samenwerking met Europese partners een vereiste. Daarnaast financiert de EU een deel van de projectkosten (afhankelijk van het subsidieprogramma ligt dit rond de 50-80%), er is dus altijd cofinanciering nodig. De tijdlijn van projecten is afhankelijk van publicatie van de calls (openstellingen van de subsidieprogramma’s).
Om in aanmerking te komen voor Europese subsidies is innovatie van groot belang. Puur fysieke investeringen of onderhoudsactiviteiten komen niet in aanmerking. Vanuit het toekomstperspectief voor de haven van Oss lichten we hieronder drie kansrijke thema’s uit. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat de huidige subsidieprogramma’s lopen van 2021-2027 en een groot deel van de beschikbare programma’s momenteel al volledig benut is (zoals verschillende Interreg-programma’s). Vanaf 2028 start een nieuwe programmaperiode waarvan het nog niet duidelijk is of en hoe de huidige fondsen terugkomen en met welke thema’s/prioriteiten. Onderstaand overzicht geeft een eerste inzicht van welke kansen er kunnen zijn. Op termijn zal, wanneer de inhoud van een project beter in beeld is, bekeken moeten worden welk programma het meest kansrijk is. 1. Kansen voor verduurzamen binnenvaart Voor het verduurzamen van de binnenvaart zijn er verschillende (thematische) aanknopingspunten. Als het gaat om het uitbreiden van laadinfrastructuur (clean energy hub voor goederenvervoer) biedt CEF subsidiekansen.
Projecten met betrekking tot batterijopslag/smart grids komen in aanmerking voor subsidie binnen OP Zuid, LIFE (subprogramma Clean Energy Transition), Horizon Europe (cluster Climate, Energy and Mobility) en mogelijk de verschillende Interreg-programma’s, afhankelijk van of en hoe die terugkomen in de volgende programmaperiode. Voor waterstofprojecten kunnen OP Zuid, JTF, LIFE, Horizon Europe (Clean Hydrogen Joint Undertaking) en mogelijk de verschillende Interreg programma’s subsidiemogelijkheden bieden. 2. Kansen voor modal shift Projecten gericht op multimodale hubs ten behoeve van de mobiliteitstransitie komen in aanmerking voor subsidie binnen CEF. Indien de focus ligt op het verminderen van CO2 uitstoot en het verbeteren van de luchtkwaliteit bieden ook LIFE (subprogramma circular economy &
42
quality of life) en de verschillende Interreg programma’s (afhankelijk van of en hoe deze terugkomen in volgende programmaperiode) mogelijkheden voor subsidie. 3. Kansen voor circulaire economie Voor projecten gericht op het stimuleren van de transitie naar een circulaire economie zijn er verschillende mogelijkheden binnen het LIFE programma (subprogramma circular economy & quality of life), OP Zuid (binnen het thema grondstoffentransitie) en Horizon Europe (cluster food, bioeconomy, natural resources, agriculture and environment). Ook binnen de verschillende Interreg programma’s is circulaire economie op dit moment een prioriteit, of dit terugkomt in de nieuwe periode is op dit moment nog onzeker. Voor alle fondsen en programma’s geldt dat een goede voorbereiding noodzakelijk is. Het is, zeker in het geval van een eerste aanvraag, een proces van de lange adem, waarvoor ambtelijke inzet nodig is.
6.3
Vervolgstappen
Na vaststelling van het Toekomstperspectief zet de gemeente de vervolgstap door een Omgevings- c.q. uitvoeringsprogramma op te stellen. In dit programma worden de ambities uit de realisatiestrategie vertaald naar concrete acties, projecten en samenwerkingen. Daarmee ontstaat een duidelijke agenda voor uitvoering, die richting geeft aan beleid en investeringen. Zo wordt verzekerd dat de vastgestelde koers daadwerkelijk handen en voeten krijgt in de praktijk.
43
Bijlage 1 Factsheet van de haven van Oss
44
Wittevrouwensingel 100 3514 AM Utrecht +31 (0) 30 2318945 info@bureaubuiten.nl www.bureaubuiten.nl
45