CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische_vragen_programmabegroting_2024-2027_versie_8_november

Gemeenteraad 9 november 2023, gemeente Oss22.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Technische vragen programmabegroting 2024-2027 – Versie 8 november Tweede ronde en gedeelte derde ronde Gemarkeerd GRIJS = nieuwe vragen en antwoorden vanuit de tweede vragenronde Gemarkeerd ORANJE = nieuwe vragen en (indien al beschikbaar) antwoorden vanuit de derde vragenronde

Vraag Financiële positie Bij het bestuderen van de programmabegroting valt ons het een en ander op bij de structurele begrotingssaldi op pagina 18. Ik volg de logica hier niet helemaal met de plussen en minnen: Bijvoorbeeld het saldo van 2023: Een nadeel van 2.078.000 in het resultaat en een nadeel van 8.726.000 maakt hier een voordeel van 6,6 miljoen. De vraag is of ik hier de plusjes en minnetjes niet verkeerd interpreteer. Bij een + staat namelijk hogere uitgaven en lagere inkomsten, maar wordt dan niet hogere uitgaven en hogere inkomsten bedoeld, want dan komt dit logisch over.

Ik heb een vraag over de aanbiedingsbrief. Bij stedelijke vernieuwing staat: ‘Vanwege de forse rentestijgingen zijn de gereserveerde budgetten minder waard geworden’. Dat snap ik niet. Als de rente stijgt, krijg je toch meer rente (als het tarief variabel is) of evenveel (als de rente vast staat), maar toch niet minder? Graag uitleg.

Antwoord In het overzicht waar we het structurele begrotingssaldo presenteren corrigeren we de incidentele baten en lasten met het begrotingssaldo (Regel 1 (=saldo begroting) minus regel 2 (=saldo van de incidentele baten/lasten)). We hanteren de systematiek dat een ‘+’ een nadeel betekent en een ‘–‘ een voordeel. Dus de plussen en minnetjes staan goed boven het overzicht. In 2023 hebben we een nadelig saldo van ruim € 2 miljoen (+ is nadeel). We hebben per saldo € 8,7 miljoen aan incidentele lasten (+ is nadeel). Want de incidentele lasten zijn hoger dan de incidentele baten. Wanneer we dit saldo van incidentele lasten uit het nadelig saldo halen (er dus vanaf halen) krijgen we een voordeel van € 6,6 miljoen (- is voordeel: lagere uitgaven). We hebben forse incidentele lasten in 2023, hoger dan het nadelige saldo van de begroting. Dit betekent dat per saldo het structurele saldo voordelig is. Als gemeente moeten we voor investeringen ook geld lenen bij de bank (vaak via Bank Nederlandse Gemeenten). We hebben bijvoorbeeld structureel geld begroot hebben voor diverse projecten, zoals voor een nieuw theater. Deze jaarlijkse kosten bestaan dan uit afschrijving (vergelijkbaar met aflossing) én rente. Bij een hogere rente ben je elk jaar meer geld kwijt aan rentekosten en kun je dus met hetzelfde structurele budget minder geld lenen.

Dit is vergelijkbaar met een hypotheek voor een huis. Je betaalt deze uit je maandelijkse salaris. Als de rente stijgt, kun je bij hetzelfde salaris minder geld lenen bij de bank.

1

Vraag

Antwoord Dan moet je meer geld vrijmaken uit je salaris zodat je hetzelfde kunt blijven lenen, maar dan betaal je wel jaarlijks meer rente.

Is inmiddels geborgd dat de programmabegroting een behandeling krijgt die je van een professionele planningscyclus mag verwachten, dus inclusief volwaardige en professioneel ingerichte evaluatie ?

Ja, de gemeenteraad heeft in juli 2023 de financiële verordening artikel 212 vastgesteld met daarin afspraken over de inrichting van de P&C cyclus. Deze is inclusief de programma- evaluatie. De cyclus is vergelijkbaar met andere gemeenten en naar onze mening professioneel ingericht met een duidelijke kaderstelling via een kadernota en een vertaling hiervan in een programmabegroting. Daarbij rapportages over het lopende jaar en ter afronding een programma- evaluatie en een programma jaarrekening. De verplichte indicatoren, die worden voorgeschreven vanuit landelijke verslagleggingsvoorschriften staan per programma in paragraaf 3.5 “waar staat je gemeente”. Het proces is ingericht conform de afspraken die gemaakt zijn in de financiële verordening artikel 212. Aangezien de kaderstellende rol zowel bij kadernota (voorjaar) en de programmabegroting (najaar) plaatsvind vinden we dat hiervoor voldoende ruimte en tijd is voor debat. Verder bepaalt de raad zelf haar vergadercyclus via de agendacommissie. Dus als er meer tijd moet komen voor debatten dan is dat in principe mogelijk. We vinden dit niet uit verhouding staan, omdat in programma besturen in veranderende tijden ook alle overheadkosten zijn opgenomen.

Welke verplichte beleidsindicatoren worden voorzien in deze programma begroting? Het tijdtraject voor beschouwing en behandeling staat niet goed in verhouding tot het belang van de begroting. Dit moet beter georganiseerd kunnen worden om de raad voldoende de kans geven om zich een gegronde mening te vormen, onderzoek te doen en voldoende tijd beschikbaar te houden voor de behandelingsdebatten. Dat is nu niet het geval. Wat vinden de stellers hiervan? De financiële verhouding tussen programma veiligheid en besturen in veranderende tijden lijkt buiten alle proporties, zeker anno 2023. Wat vinden de stellers hiervan? De gemeente leeft op te grote voet. Er worden te hoge uitgaven begroot, waar per post veel minder baten tegenover staan. Daarnaast worden de uitgaven in hoofdgroepen een soort van 'specificatie' gegeven terwijl dat aan de baten zijde niet gebeurt. Hoe weten we nu dat: De baten niet te optimistisch begroot zijn? Er geen afbreukrisico is t.a.v. de baten?

We werken met een sluitende begroting voor 2024, dus we zijn het niet eens met de stelling. Het is logisch dat we per post veel meer kosten begroten dan inkomsten. Dit is inherent aan hoe gemeenten gefinancierd worden. We krijgen vanuit het Rijk een grote som geld, de algemene uitkering. Dit geld is onze grootste inkomstenbron en daarmee moeten we onze uitgaven bekostigen. Deze algemene uitkering staat begroot op programma 10. We hebben in de programmabegroting uitgebreid een toelichting gegeven op deze belangrijkste inkomstenbron de algemene uitkering en de risico’s inclusief het ravijnjaar die we hierin zien.

2

Vraag Waar worden bestemmingsvoorzieningen/beschikbaar gestelde rijksgelden opgenomen en in relatie gebracht met de begroting, de indeling en de -tekst (zoals vanuit het COA)?

Antwoord We kennen reserves en voorzieningen. Stortingen en onttrekkingen aan reserves vinden binnen de begroting plaats. We maken ook een aparte nota reserves, hierin staan alle reserves met toelichtingen erbij. Voorzieningen zijn schulden, dus u bedoeld waarschijnlijk me uw vraag “bestemmingsreserves”.

Inkomsten vanuit het COA worden als inkomst geboekt in de exploitatie. Net als uitgaven. Een eventueel saldo tussen inkomsten en uitgaven worden gestort in een bestemmingsreserve. waarom kiezen de steller ervoor om dat toch zo risico zoekend aan We zijn het niet eens met de stelling dat een goed bestuur rekening houdt met de wind te zeilen? een worst case scenario. Daarmee zou je te veel maatschappelijk geld reserveren en uiteindelijk niet besteden. 50% vinden we een realistische benadering. Hoe kan de gemeente per post bezuinigen? De uitgaven staan Zie eerder antwoord over relatie tussen uitgaven en inkomsten. Per post kan op immers vaak in schril contrast met de inkomsten. diverse manieren bezuinigd worden, o.a. door beleidsaanpassingen. Afvalbeleid: op welke manier wordt dit proces professioneel getoetst Dit is naar onze mening geen technische vraag maar hier wordt een bestuurlijk en begeleid? Waarom wordt er niet ingezet op de verbetering van het standpunt ingenomen over nieuwe afvalbeleid. proces? in de ambities van de 100.000 gemeente. Waar komt die ambitie Deze ambitie sluit aan bij eerdere kadernota’s e.d. Het gaan niet om feitelijke vandaan, welke gevolgen worden daar dan voor voorzien in de aantal inwoners, wel om als stad een schaalsprong te maken.

Onze ambities op begroting en hoe wordt dit streven bevestigd of getemperd door de het gebied van wonen, mobiliteit, cultuur etc sluiten hierbij ook aan. raad? Daarom stellen wij voor om € 15 miljoen uit onze algemene reserve We maken hierin andere keuzes. De inzet van de algemene reserve is gericht te halen De voorzieningen voor opvang van ontheemden wordt niet op compensatie van rentestijging voor ruimtelijke ambities. besproken maar kan met doelmatigheidsaanpassingen (zonder concessies te doen aan de gewenste omvang en kwaliteit) is de Deze stijging van rentekosten heeft geen relatie met de reserve voor dekking volledig uit de exploitatie te realiseren en komt een vluchtelingenopvang. vergelijkbare reserve vrij. Waarom wordt die hele beschouwing gemist?

3

Vraag Het Rijk verlaagt dan de uitkering aan gemeenten in het Gemeentefonds met circa € 3 miljard. Wat is de betekenis voor Oss en welke plannen zij er om deze reductie te kunnen opvangen?

Wij vinden het gepast om in ieder geval de helft van deze reële risico’s in onze begroting te verwerken. Waarom dan de helft? Dat doen we vanaf 2026 en dat leidt tot tekorten in de laatste 2 jaren, die door de daling van het Gemeentefonds al een flink onder druk staan. Waarom pas vanaf 2026? Per saldo presenteren we daarmee een begroting die niet sluit en meer risico’s kent dan we gewoon zijn. Betekent dit dan niet ook dat we anno 2023 gaan anticiperen door de uitgaven te verlagen en reserves op te bouwen i.p.v. uit te putten? Waarom wordt dat niet besproken, in keuzes uitgewerkt en de resultaten in de begroting opgenomen?

Antwoord Dit betekent voor Oss dat we naar verwachting circa € 18 miljoen minder algemene uitkering ontvangen vanaf 2026. Hiermee is bij de berekening van de algemene uitkering al rekening gehouden. Deze korting is dus al verwerkt in voorliggende begroting. O.a. door voor diverse grote opgaven reserves (‘spaarpotten’) aan te leggen in plaats van in de structurele begroting op te nemen. Per 2026 omdat dan de risico’s optreden. De onderliggende posten (extra subsidie voor Muzelinck en Groene Engel) zijn voor 2024 en 2025 met gelden afgedekt in de begroting. Voor de helft: zie eerder antwoord. Hierin zijn in de toekomst ook nog keuzes te maken. Onze algemene reserve voldoet aan de minimale norm en biedt dus voldoende ruimte om tegenvallers op te vangen. We putten deze dus niet uit, zoals u stelt. We zetten deze verantwoord in. We monitoren vooral de landelijke ontwikkelingen en volgen de ontwikkelingen van de algemene uitkering. We hebben tijd als we in de toekomst moeten gaan bezuinigen, dus is het niet nodig om al in 2023 te starten hiermee. We vinden het opstarten van een bezuinigingsoperatie nu niet efficiënt en zou ook meer onrust veroorzaken dan op dit moment noodzakelijk. We volgen de vastgestelde koers uit de kadernota 2024. Zowel voor de OZB (beperkte verhoging) als voor de afvalstoffenheffing (kostendekkend tarief).

De koers in de kadernota is ook vastgesteld om op dit moment niet te gaan bezuinigen.

Er volgt een beperkte stijging van de OZB en de afvalstoffenheffing Hoe verhoudt dit zich met de mogelijkheden om de uitgaven te beperken, bijvoorbeeld uitgavenbeperking (bezuinigen), heroverweging van subsidiebeleid, investeringen, toekenning van leningen, vertragen van toekomstige ontwikkelingen etc.? Waarom worden die mogelijkheden niet besproken en de keuzes niet verwerkt in de begroting om daarna de lastenverhoging (of -verlaging) vast te stellen? Wordt het gezien het tijdframe en de toegenomen fiscale en Onze lokale lastendruk is fors langer dan landelijk gemiddelde. Dus we zijn maatschappelijke belasting van de bevolking, niet tijd om te streven altijd al erg kritisch op deze lokale lastendruk. naar lastenverlaging van de bevolking?

4

Vraag Gezien de financiële ruimte de afgelopen jaren en de economische ontwikkelingen willen we geen bezuinigingsoperatie opzetten. Wel moeten we kritisch zijn in de wensen voor nieuw beleid. Er is nogal een spectrum tussen geen maatregelen en een bezuinigingsoperatie. De beschouwing, beoordeling en keuze is aan de gemeenteraad. Het is vreemd dat de koers van de begroting kennelijk al is bepaald door louter kritisch te zijn op nieuw beleid. Waarom gebeurt dat? Tijdelijke inkomensondersteunende maatregelen vallen in 2024 weg, waardoor zonder aanvullend beleid de koopkracht van huishoudens met de laagste inkomens daalt en de armoede stijgt; De overheidsfinanciën verslechteren op de korte en de middellange termijn. Prudent begrotingsbeleid is daarom geboden; De inflatie blijft dit jaar hoger dan eerder gedacht. Ook in 2024 blijft de inflatie hoger dan normaal. Wat is het effect van deze bedreigingen voor de koers en inhoud van de begroting?

Antwoord Deze koers is door de gemeenteraad vastgesteld in de kadernota 2024. Als college vinden we deze koers op dit moment nog steeds financieel solide.

Deze ontwikkelingen zijn mede leidend geweest bij de koers en inhoud van deze begroting. Dit doen we o.a. door: Kritisch te zijn om kostenontwikkelingen en op posten nieuw beleid We houden zo goed mogelijk rekening gehouden met de hogere inflatie. We zijn kritisch op de lokale lastendruk We trekken extra geld uit voor armoede en schulden Etc Etc

In de koers van de begroting wordt niets vermeld over de Zie eerdere antwoorden op vergelijkbaar gestelde vragen. noodzakelijke bijsturing en beschouwing, terwijl in de De tekst in de koers voor de begroting sluit volledig aan bij de aanbiedingsbrief. aanbiedingsbrief staat opgenomen: Die toekomst is echter niet zonder risico’s. Gecombineerd met de teruglopende bijdragen in het gemeentefonds leidt dit tot tekorten in de laatste 2 jaar. Wij vinden dit verantwoord én het verplicht ons om continue de vinger aan de pols te houden. Om bij te sturen, vanuit een weloverwogen analyse wat nodig is voor Oss en financieel acceptabel is op de lange termijn. Daarbij wordt geen verband gelegd met de beperking van uitgaven, dat zou je dan juist bij kaders en uitgangspunten verwachten. Waarom wordt dit niet opgenomen in de koers (en daarmee van invloed op de gehele begroting) ? Wat voorziet men hierin als noodzakelijk en gewenst? We presenteren een sluitende begroting voor de jaren 2024 en 2025. Onvermeld blijft dat dit alleen kan door de reserves aan te spreken. Waarom?

Deze stelling klopt naar onze mening niet.

5

Vraag

Antwoord De begroting is sluitend, zoals we deze hebben gepresenteerd op bladzijde 9 van het boekwerk. Dit doen we niet door reserves aan te spreken. We zetten wel reserves in, maar dit doen we vooral ook voor incidentele kosten. De mate waarin de begroting structureel sluitend is, laten we zien door een berekening te maken van het structurele saldo van de programmabegroting. Deze is voor de jaren 2023 en 2024 ruim positief.

Voor de jaren 2026 en 2027 is de begroting niet sluitend en krijgen we te maken met jaarlijkse tekorten. Op de oorzaken wordt uitvoering ingegaan. De vraag hoe deze (worst aces) periode van stabiele achteruitgang wordt aangepakt en reeds nu (vanaf 01012024) op geanticipeerd blijft onbehandeld. Hoe voorziet het college in die noodzakelijke aanpassingen, behoudens interen op de reserves? Een stabiele koers is noodzakelijk in deze tijden van grote onzekerheid. De stortingen in de reserves nemen van 100% in 2024 tot 12% in 2027. Hoe verhoudt dat zich met elkaar? Hoe staan de reserves er dan in 2027 voor met name gelet op de risicobeheersing als er in 2027 bijna 60 miljoen is onttrokken aan de begroting?

Zoals eerder aangegeven in eerdere technische vragen: We monitoren vooral de landelijke ontwikkelingen en volgen de ontwikkelingen van de algemene uitkering. We hebben tijd als we in de toekomst moeten gaan bezuinigen, dus is het niet nodig om al in 2023 te starten hiermee. We vinden het opstarten van een bezuinigingsoperatie nu niet efficiënt en zou ook meer onrust veroorzaken dan op dit moment noodzakelijk.

De bekostiging van nieuw beleid kan alleen plaatsvinden als er bij na 40 miljoen euro wordt onttrokken aan de reserves in 2023. Dat is 9 miljoen meer dan de stortingen bedragen. De vraag is waarom dit effect niet is voorzien of naar voren gekomen in de evaluatie? Iets verderop lezen we: De ruimte in de kadernota was beperkt. In de kadernota zagen we al dat we grotere ambities hadden dan de aanwezige financiële ruimte en werkten we toen met tekorten voor de jaren 2026 en 2027 van ruim € 1 miljoen. Dit financiële kader is het vertrekpunt van deze programmabegroting. Ook hier blijft onvermeld dat de evaluatie dit jaar inhoudelijk niet heeft plaatsgevonden. Waarom? Mede daardoor is het proces niet goed doorlopen en voorziet het college onvoldoende in de gelegitimeerde

We storten in de komende jaren relatief veel in reserves omdat we incidentele begrotingsruimte hebben. We zetten deze reserves dan in de toekomst verder in. Het doel van reserves is om ze uiteindelijk te gaan besteden om beleidsdoelen na te streven. We vinden het daarom verantwoord om deze reserves te besteden. Stortingen en onttrekkingen van reserves zijn een bevoegdheid van de gemeenteraad. Daarom worden voorstellen hiertoe altijd voorgelegd aan de gemeenteraad. We snappen uw vraag niet (wat u bedoeld waarom effect niet naar voren is gekomen uit de evaluatie). De cijfers waar u naar verwijst betreffent mutaties in de reserves, zoals deze eerder door de gemeenteraad zijn vastgesteld op basis van de programmabegroting 2023-2026, inclusief vastgestelde wijzigingen door de gemeenteraad na die periode (bijvoorbeeld via de financiële rapportage). Dit is dus geen verrassing, maar voortzetting van vastgestelde besluiten. Het financiële kader bij de kadernota blijft leidend. We hebben in de kadernota de effecten uit de jaarrekening 2022 meegenomen en op dat moment gekeken naar de ontwikkelingen van de algemene uitkering.

6

Vraag behoefte van de gemeenteraad. Ook had de evaluatie een bijdrage gegeven aan de vereisten en behoeften van de raad. Hoe ziet het college haar taak in juist die rol in het planning en control proces in de toekomst?

Antwoord In deze programmabegroting hebben we gekeken naar de ontwikkeling van diverse budgetten en voor 2023 en volgende jaren bijstellingen gedaan (o.a. via 3O ontwikkelingen). Wat ons betreft werken we dus met een goede Planning & Controlcyclus waarin we diverse instrumenten hebben waarbij we terugkijken, bijstellen en vooruitkijken.

We presenteren een sluitende begroting voor de jaren 2024 en 2025. Voor de jaren 2026 en 2027 zijn er tekorten ter hoogte van respectievelijk circa € 4 en € 3 miljoen. Dit zijn naar onze mening acceptabele tekorten. In de redenatie is niet meegenomen welke consequenties de belasting en de verminderde opbouw van de reserves met zich meebrengt terwijl we dit alles, bij ongewijzigd regeringsbeleid, hard nodig zullen hebben. Daarnaast zal na de coalitieperiode een financieel raamwerk ontstaan dat de lasten voor de inwoners opdrijft. Waarom heeft het college deze situatie niet volledig beschreven, de risico’s voor de komende jaren eruit gedistilleerd en beschreven waarom het college kiest voor deze laisser faire aanpak? Structurele compensatie ravijnjaar Hierbij wordt alleen het laatste jaar een bijdrage voorzien, wat wordt hiermee bedoeld?

Deze vraag hebben we eerder beantwoord. In het kort kiezen we bewust voor deze stabiele koers, hebben we een algemene reserve die voldoende buffer biedt en hebben we een stabiele lage lokale lastendruk.

Ter compensatie van dit ravijnjaar heeft het kabinet een bedrag van € 1 miljard structureel beschikbaar gesteld voor 2026 en 2027. Dit is voor ons een bedrag van € 4,8 miljoen. In de programmabegroting 2023-2026 hebben we ervoor gekozen om 75% van dit bedrag structureel in te zetten. Dit is 75% van het saldo van de septembercirculaire = € 3,4 miljoen. Dit omdat nog niet duidelijk was of we het bedrag in 2027 ook zouden ontvangen. Nu ook de volledige compensatie voor het jaar 2027 beschikbaar komt geeft dit ruimte ter hoogte van € 1,1 miljoen. Toekomstige investeringen onderwijshuisvesting Waarom wordt dit Omdat we voor het inzicht die apart wilde presenteren. niet ondergebracht bij Investeringen onderwijshuisvesting 2024-2027 Op het programma zijn deze posten ook afzonderlijk toegelicht. De investeringen 2024-2027 zijn kosten gebaseerd op het investeringsplan en waarom beloopt dit totaal in 2027 meer dan een miljoen euro? 2024-2027 De post toekomstige investeringen betreft kosten van investeringen die na 2027 ontstaan, maar waarvoor we op dit moment al wel geld willen reserveren.

7

Vraag

Antwoord Deze investeringen vallen wel buiten de planperiode van de begroting, maar komen er wel aan.

Extra subsidie Cultuurpodium Groene Engel 2023 en 2024 ook i.r.t. Verkoop groene Engel (bij algemene reserve) en Extra subsidie culturele instellingen (Muzelinck en Groene Engel) (bij risicoposten) Extra subsidie Muzelinck 2023 en 2024 Bij risicoposten wordt aangegeven: Dit is noodzakelijk om deze instellingen in deze jaren overeind te houden. Op basis van een nieuwe subsidiesystematiek te kijken naar de opdracht en activiteiten/ projecten van deze instellingen en de daarbij passende jaarlijkse subsidie. Het bovenstaande heeft (gekscherend bedoeld) een hoog ‘Willy Wartaal’ gehalte. Er is geen beschouwing beschikbaar, waaruit de noodzaak blijkt en evenmin wordt de nieuwe subsidiesystematiek verklaard. Er is geen relatie gelegd hoe vanuit het verleden naar de toekomst wordt gewerkt en geborgd, welke doelen met die enorme subsidies worden gehaald en hoe al dit soort begrotingssubsidies zich verhouden met: 1. Subsidiebeleid Oss 2. De positie t.o.v. overige subsidieontvangers in Oss Daarnaast is het begrotingstechnisch niet acceptabel om een voorschot te nemen op een nog te nemen besluit. Kunt u daarvoor een volledige en navolgbare beschouwing verzorgen van het bovenstaande? N.B. In het betreffende programma wordt nog nader ingegaan op de situatie van de Groene Engel.

Er is gekozen voor de volgende aanpak ten aanzien van Muzelinck en Groene Engel: 1. Incidenteel oplossen van de tekorten in 2023 vanwege het feit dat we deze voorzieningen en de activiteiten en taken die zij uitvoeren, willen behouden voor Oss. In de cultuurnota Cultuur verbindt OnSS! is het instand houden van de culturele infrastructuur met kernpartners zoals Muzelinck en Groene Engel een doelstelling van beleid (past dus bij subsidiebeleid Oss). 2. In nauwe samenwerking met de betreffende organisaties is de begroting voor 2024 ingevuld. Ook daar zien we de tekorten oplopen die we niet willen laten ontstaan. Daarom stellen we voor dat we beide organisaties financieren naar de behoefte die vanuit de begroting naar voren komt. Dit voorkomt dat we tussentijds of achteraf tegen financiële problemen aanlopen, waar anderen wel voldoende middelen ontvangen voor het uitvoeren van hun taak (positie t.o.v. overige subsidieontvangers in Oss). 3. Bij de kadernota 2025 en programmabegroting 2025 zal de financieringsbehoefte in relatie tot de taak die de beide organisaties hebben, voor de langere termijn in kaart gebracht worden. We zoeken daarbij naar een manier die objectief toetsbaar is. Dat is de nieuwe subsidiesystematiek waar aan gerefereerd wordt in de tekst. 4.

De financiële problemen bij beide genoemde organisaties zijn dermate dat het niet lukt om de organisatie overeind te houden bij gelijkblijvend budget. Nu niets doen (dat is geen tekort oplossen voor 2023 en 2024), betekent afbouwen van Muzelinck en Groene Engel. We lopen daarmee niet vooruit op een besluit maar bieden ruimte aan het nemen van een structureel besluit. In het hoofdstuk ‘Financiële positie’ hebben we een samenvatting gegeven van de financiën. Binnen de programma’s hebben we deze posten verder toegelicht. Bij het onderdeel ‘4. Financiën’ binnen de verschillende programma’s staan deze posten toegelicht in de categorie ‘Nieuw beleid’. Hier vindt u een uitgebreidere toelichting en onderbouwing.

Onvoldoende uitleg in programmabegroting voor onderstaande posten: Extra capaciteit voor uitvoering investeringen voor onderwijs, sport en ontmoeten Versnelling klimaat- en energiebeleid (CDOKE) Rentestijging ruimtelijke ambities Voorbereidingskosten spooragenda

8

Vraag Inzet algemene reserve Intern kennis en expertisecentrum participatie Verhogen opleidingsbudget en reiskostenvergoeding organisatie P&O: werving & selectie, onboarding en verzuim Secretariaat bedrijfsvoering Monitoring & Response en Identity Accesmanagement Adviseur digitalisering, communicatie en procesadviseur Kunt u een verklaring/noodzaak/aanleiding verzorgen bij deze onderwerpen? Hervormingsagenda jeugdzorg: Op basis van dit advies hebben de gemeenten extra geld ontvangen. Hoeveel en gebaseerd op welke verbetering of tekortkoming, is hier sprake van terugwerkende kracht?

Antwoord

In de hervormingsagenda jeugdzorg zitten diverse ontwikkelingen: We kregen extra geld voor de uitvoering van jeugdzorg. Eerst incidenteel en dit is later structureel geworden (geen terugwerkende kracht). Circa € 10 miljoen voor onze gemeente. Op basis van de hervormingsagenda jeugd moeten we besparingen realiseren en worden we op het budget gekort, oplopend tot circa € 5,5 miljoen in 2027. In het voormalige landelijke coalitieakkoord is nog een aanvullende besparing opgenomen van circa € 2,8 miljoen. Dit is aanvullend op het advies van de commissie van wijzen. Hiervan is afgesproken dat dit een rijksverantwoordelijkheid is. Maar al wel verwerkt in de budgetten die wij krijgen en dus hebben voor jeugdzorg. Uitvoeringskosten voor het ministerie: ook is het budget nog gekort uitvoeringskosten die het ministerie moet maken voor de hervormingsagenda. Circa € 0,5 miljoen voor ons. Dit is ook gekort op ons budget. Zoals aangegeven in de begroting. Als we dit doorrekenen (de verlaging van de budgetten en vergelijken met de prognose van de huidige kosten) dan verwachten we de eerste jaren 2023-2024 nog een beperkt overschot. De jaren erna ontstaan er tekorten (circa jaarlijks € 4,6 miljoen). Hiervan is dus € 2,8 miljoen rijksverantwoordelijkheid en € 1,8 miljoen moeten we zelf besparen op basis van de hervormingsagenda.

9

Vraag Hervormingsagenda jeugdzorg: Deze commissie heeft ook geoordeeld dat er in de komende jaren een besparing gerealiseerd moet worden. Is dit voor Oss realistisch en acceptabel, zijn er vervolgstappen noodzakelijk?

Antwoord We zien hier een fors risico. Daarom hebben we een risicopost opgenomen in deze begroting van € 0,9 miljoen. We hebben dit risico ook verder toegelicht in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Daarin geven we aan: We volgen het implementatieplan van de VNG voor de maatregelen in de Hervormingsagenda. Verder volgen we de ontwikkelingen rondom de extra Rijksbesparing op jeugdhulp. Vooruitlopend daarop maken we zelf een eerste analyse van de besparingsmaatregelen in de Hervormingsagenda, vertaald naar de Osse situatie. Vervolgstappen zijn om samen met de regio een scherpe analyse te maken van de maatregelen uit de hervormingsagenda. Wat hebben we als regio al gedaan (hier zit gene tot beperkte ruimte tot besparing) en waar liggen nog kansen.

Hervormingsagenda jeugdzorg: Uitvoeringskosten hervormingsagenda ministerie: we krijgen een korting voor de landelijke uitvoeringskosten. Wat is de betekenis van deze opmerking voor de begroting en is dit acceptabel?

De betekenis is dat we korting krijgen van circa € 0,5 miljoen jaarlijks op het budget van jeugdzorg. Of dit acceptabel is, kunnen we als gemeente wel iets van vinden maar hebben we geen directe zeggenschap over.

Hervormingsagenda jeugdzorg: Op termijn daalt het beschikbare budget van € 30,7 miljoen in 2023 naar € 25,7 miljoen in 2027. Hoe verhoudt deze afname van het budget zich met de stijgende inwonersaantallen gekoppeld aan de toename van doelgroepen uit de woonzorgvisie met onlosmakelijk hogere belasting voor de jeugdzorg als gevolg? Versnelling klimaat- en energiebeleid/CDOKE We ontvangen uitvoeringsmiddelen voor het klimaat- en energiebeleid voor de jaren 2023 tot en met 2025. Jaarlijks gaat het om een bedrag van € 1,5 miljoen. Dit bedrag is bestemd voor personele en bijbehorende materiële kosten (onderzoekskosten e.d.). Hoe wordt dit bedrag besteed?

Dit vormt inderdaad een grote uitdaging. Daarbij is van belang dat we samen met de VNG blijven lobbyen voor voldoende compensatie van stijgende zorggroei.

We hebben dit verder toegelicht bij het onderdeel ‘4. Financiën’ binnen programma 4 bij de post nieuw beleid en de 3O-ontwikkeling op pagina 88 en pagina 90.

10

Vraag Algemene reserve. Na deze besteding sluit de hoogte van de algemene reserve aan bij de noodzakelijke omvang. Hier wordt niet de verplichte reserve (10%) bedoeld, maar de noodzakelijke reserve. Hoe is beoordeeld wat de noodzakelijke omvang behoort te zijn en hoe hoog is die noodzakelijke omvang in de programmabegroting? Hogere kosten individuele begeleiding en dagbesteding Lagere kosten participatiebudget Verkoop groene Engel Huurkosten tijdelijke huisvesting Aventurijn Hogere gemeentelijke bijdrage GGD Hogere gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio Brabant Noord Hogere kosten wagenpark Bijstelling standenregister 2023 Beheerder bodem- en stortplaatsen Voordeel doorbelasting personele kosten (ook de vraag welke meerkosten dit vergt, o.a. vanuit de eigen organisatie) Stijging rentekosten Hogere bijdrage BSOB 2023 Diversen Kunt u een verklaring/noodzaak/aanleiding verzorgen bij deze onderwerpen? De algemene uitkering stijgt in alle jaren. In 2024 € 2,4 miljoen extra en dit loopt op tot € 6,5 miljoen in 2027. Gerelateerd aan prijspeil 2023 is dat correct, de effecten van de inflatie zullen waarschijnlijk een veelvoud van de bedragen vergen in de andere richting (tekorten).

Waarom wordt die waarschuwing niet gegeven en uitgelegd? Waarom is er onder taakvelden voor programma 4 geen financieel overzicht opgenomen ? Waar komt de rentestijging van 15 mio op de ruimtelijke ambities vandaan?

Antwoord We hanteren een norm van 10% van de algemene uitkering voor de minimaal noodzakelijke omvang van de algemene uitkering. We vinden dit een goede maatstaf. Dit uitgangspunt komt ook voort uit de Kadernota 2024-2027.

In het hoofdstuk ‘Financiële positie’ hebben we een samenvatting gegeven van de financiën. Binnen de programma’s hebben we deze posten verder toegelicht. Bij het onderdeel ‘4. Financiën’ binnen de verschillende programma’s staan deze posten toegelicht in de categorie ‘3O-ontwikkelingen’. Hier vindt u een uitgebreidere toelichting en onderbouwing.

We begroten op het prijspeil 2023/2024. Komende jaren zullen we de budgetten uit de begroting indexeren. We ontvangen jaarlijks bij de meicirculaire een bedrag bij de algemene uitkering voor de loon- en prijsstijgingen. De huidige berekening van de algemene uitkering is dus ook gebaseerd op prijspeil 2024. We hebben in bijlage 6 de begroting weergegeven volgens de verplichte indeling van taakvelden. Hierbij maken we geen koppeling met programma’s. In bijlage 5 vindt u het financiële overzicht per programma. De rentestijging van de ruimtelijke ambities hebben we verder toegelicht op pagina 120. Bij deze schriftelijke vragen is bij het programma verstedelijking, wonen en mobiliteit een uitvoerige toelichting gegeven over dit bedrag.

11

Vraag 'We willen de lokale lastendruk voor onze inwoners en bedrijven laag houden'. Deze uitspraak lijkt wel flagrant in strijd met deze begroting. Waarom is een OZB-stijging van 6,2% noodzakelijk, terwijl een matiging op de uitgaven niet wordt voorzien, ingezien en zelfs niet als optie wordt behandeld? Waarom kiest het college voor een verhoging van de OZB?

Antwoord De OZB stijging is gebaseerd op een inflatiecorrectie. Onze lokale lastendruk is fors langer dan landelijk gemiddelde. Dus we zijn altijd al erg kritisch op deze lokale lastendruk. We zijn ook kritisch op onze uitgaven. De prioritering in deze begroting sluit aan bij de vastgestelde Kadernota 2024-2027.

We kiezen voor een verhoging gebaseerd op inflatie. Voor het jaar 2024 verhogen we de OZB met 6,2%. Dit bestaat uit een reguliere inflatiecorrectie over 2024 en een (beperkte) correctie door een hogere werkelijke inflatie in 2023. Op basis waarvan worden 3O-ontwikkelingen geclassificeerd? Sommige 3O-ontwikkelingen voldoen aan alle 3 de criteria (onvoorzien, Onuitstelbaar, onafwendbaar en onvoorzienbaar. Hoe kan het dan dat onuitstelbaar en onvermijdbaar). Maar voor sommigen is het een wat strikte in de budgetten soms meerjarig gerekend wordt met 3Oterm. We zien 3O-ontwikkelingen het als autonome ontwikkelingen. ontwikkelingen? Dit kan dan het eerste jaar als 3O weggeschreven Onvoorzien is daarbij natuurlijk een breed begrip. We hadden het eerder niet worden, maar meerjaarlijks in reguliere budgetten? Daarnaast zijn voorzien en daarom niet eerder begroot. sommige zaken (zoals bijv opgenomen op blz 154) een gemeentelijke keuze, zoals Brabant Stad. Waarom wordt dit dan toch In principe hanteren we de richtlijn dat kosten/opbrengsten stijgen of dalen bij weggeschreven als 3O-ontwikkeling. voortzetting van bestaand beleid. Dus bijvoorbeeld de kostenstijgingen bij de Wmo Individuele begeleiding en dagbesteding is het zo dat de kosten, bij behoud van huidig beleid, meerjarig gaan stijgen.

En bijvoorbeeld en kostenstijging aan de gemeenschappelijke regelingen was in eerdere begrotingen nog niet voorzien. Omdat de gemeenteraad heeft ingestemd met een hogere bijdrage zien we dit dan als huidig beleid en een kostenstijging die ook onvermijdbaar en onuitstelbaar is. Voor de hogere kosten aan BrabantStad geldt ook dat we de kosten eerder niet hadden voorzien en op basis van eerder genomen keuzen de kosten nu als onvermijdelijk zien.

12

Vraag Programma 1. Welzijn en Zorg GALA-middelen. In de programmabegroting wordt in meerdere hoofdstukken verwezen naar de GALA-middelen. Deze middelen zijn echter niet structureel. Hoe worden actiepunten gefinancierd bij terugvallende GALA-inkomsten? Of worden deze actiepunten dan stop gezet?

Antwoord

Een groot deel van de middelen is wel structureel (ongeveer € 1,1 miljoen). Bij de besteding van de tijdelijke middelen houden we nadrukkelijk rekening met het tijdelijke karakter. We zetten hierbij in op borging in de basistaken van samenwerkingspartners, een systeemverandering, tijdelijke coördinatie, netwerkversterking, en het faciliteren van inwonersinitiatieven. Met deze tijdelijke investeringen richten we ons op een duurzame verandering. LHBTI: We ontvangen voor 2023 tot en met 2026 vanuit het Rijk/Algemene uitkering € Op pagina 36 staat het LHBTI beleid regenboogsteden. We ontvangen 20.000 voor LHBTI. Dit betekent dat we hiervoor hogere uitgaven hebben, tot en met het jaar 2026 jaarlijks € 20.000,- voor veiligheid in wijken daarom is het een positief bedrag. voor LHBTI personen. Dus dan hoort, als het bedrag voor de gemeente positief (zo wordt het bij elke tabel ook vermeld) het De inkomsten vanuit de algemene uitkering verantwoorden we in programma 10. Financieel beleid. Daar hebben we een negatief bedrag (hogere inkomsten) bedrag als negatief op de balans geboekt te worden maar het staat opgenomen. hier toch juist als een positief bedrag vermeld! > Dan begrijp ik hier dus niet dat in de jaren 2023 t/m 2026 dit voor elk jaar als een positief bedrag (=hogere uitgave/lagere inkomsten) Per saldo ontvangen we dus € 20.000 extra en die geven we ook uit. op de balans staat.

Zoals het nu aangegeven staat betekent dit dat ondanks de € 20.000,- jaarlijkse ontvangst dat er dus toch nog € 20.000 uitgegeven wordt. Dus totaal zou er m.i. dan jaarlijks € 40.000,- hieraan uitgegeven worden. Klopt dit of zie ik dit verkeerd? WMO Nieuwe financieringsvorm Proeftuinen. blz. 25. Graag een Op 6 oktober 2022 heeft de raad de Evaluatie en voorstel voor vervolg uitgebreidere uiteenzetting wat er gaat veranderen, waarom dit gaat proeftuin Ruwaard vastgesteld. Hiermee is onder andere besloten om met een veranderen en wat de gevolgen zijn. andere financieringsvorm te gaan werken bij de doorontwikkeling van de proeftuin (2023-2027). Op dit moment kunnen alléén aanbieders die partner zijn in de proeftuinwijken zorg (begeleiding en dagbesteding) en welzijn leveren in Ruwaard en Ussen. Met de nieuwe werkwijze krijgen ook nieuwe partners (die nu nog geen samenwerkingspartner zijn) de kans om partner te worden. De voorgenomen planning is om de nieuwe financieringsvorm per 1 juli 2024 te laten starten. Woonzorgvisie. Blz 26. Hierin wordt gesteld dat de woonzorgvisie Dit is een typefout. Dit had eind 2023 moeten zijn. We kunnen de begroting naar verwachting eind 2024 wordt vastgesteld. De raad heeft echter niet meer wijzigen zonder besluitvorming van de gemeenteraad. de woonzorgvisie - met wijzigingen - op 26 oktober vastgesteld.

Is tekstuele aanpassing in de programmabegroting mogelijk?

13

Vraag WvGGZ. blz 26. Welke aanpassingen worden gedaan in de handreiking?

WvGGZ. blz 26. Het verplichte meldpunt van de WvGGZ is in het beginsel voor acuut zorgwekkend gedrag (met een direct gevaar / voor de inwoners en/of zijn omgeving). Het meldpunt voert de triage uit en 'acute' zaken worden doorgezet. Wat wordt met de niet acute zorgmeldingen gedaan? Wordt dit in het welzijnsdomein opgepakt? en ligt hier een overeenkomst onder? Arbeidsmigranten. blz 29. Hoe wordt gewogen of de aantallen arbeidsmigranten in overeenstemming zijn met de draagkracht van de samenleving op het terrein van zorg (huisartsen, tandartsen, GGZ), Maatschappelijke Opvang en huisvesting?

Lagere kosten huishoudelijke verzorging blz 35. Graag ontvangen wij inzicht binnen het product Wmo-HV op: begroot bedrag, bedrag uitstaande verplichtingen, uitnuttingspercentage budget (verwacht 1 jan 2024), gemiddelde wachttijd en wachtlijstduur.

Antwoord Het ministerie van VWS heeft de WvGGZ geëvalueerd en zal op basis hiervan de wet aanpassen. De wijzigingen behelzen een vereenvoudiging van enkele procedurele eisen die noodzakelijk zijn om een praktische en adequate uitvoering van de wet beter mogelijk te maken. Na wijziging van de wet, worden de aanpassingen verwerkt in de handreiking. Een crisismaatregel WvGGZ wordt opgelegd bij acuut gevaar. De gemeente Oss heeft een integraal 'meldpunt zorg en overlast' ingericht voor niet acuut gevaar. Na een melding wordt bekeken wat een juiste route is (getriageerd). Een juiste route kan inzet specialistische zorg, welzijn, een bemoeizorg traject of een verkennend onderzoek WvGGZ zijn. De opdrachtnemer voor het integrale meldpunt is het Verdihuis. Op 6 april 2022 is het Beleidskader centrale huisvesting internationale werknemers vastgesteld. Bij nieuwe initiatieven maken we op basis van dit beleidskader een afweging. Bij het realiseren van voldoende kwalitatief goede huisvesting kijken we wat passende plekken zijn binnen de gemeente, en hebben we aandacht voor de sociale en medische zorg eromheen. Daarover zijn we in overleg met partners uit medische en sociale domein. Onder andere stichting Barka, ONS welzijn, HUMO en Fonkelzorg.

Zo hebben we in overleg met hen in het beleidskader opgenomen dat er bij de locaties een spreekkamer beschikbaar moet zijn voor spreekuren van huisartsen en andere zorgverleners. Het oorspronkelijke budget voor 2023 was EUR 9.244.907,- Na aanleiding van de prognose hebben we de begroting voor 2023 naar beneden bijgesteld en verlaagd met 550.000,- tot een bedrag van 8.694.907,-. We verwachten dat dit bedrag voor dit jaar volledig wordt besteed/uit genut. De gemiddelde wachttijd voor huishoudelijke verzorging is ongeveer 10 weken. De wachttijden zijn door het jaar heen steeds erg verschillend per aanbieder, per wijk en soms zelfs per week, bijvoorbeeld als mensen opzeggen of ziek worden. Een gemiddelde wachttijd zegt daarom weinig. In 2024 gaan we een systeem inrichten waarmee we de wachttijden steeds actueel goed in beeld kunnen houden. In heel Nederland zijn overigens personele tekorten in de huishoudelijke verzorging waardoor wachttijden voorlopig een gegeven zullen zijn. Dit is in Oss niet anders en ook lastig te beïnvloeden. Urgente en spoedaanvragen worden wel met voorrang in uitvoering genomen. (Antwoord aangevuld)

14

Vraag Lagere kosten huishoudelijke verzorging Hoe wordt dit veroorzaakt en waarom werkt dit niet meerjarig door?

Jeugdhulp Beschikkingsvrij indiceren. blz 27. Graag meer achtergrond informatie over hoe dit eruit gaat zien.

Tarieven JZ/gezinshuizen. Op welke wijze komen tarieven tot stand? Worden tarieven afgestemd met andere regio's? Hoe voorkom je concurrentie tussen regio's op basis van tarieven? (of met andere woorden dat gezinshuizen (moeten) kiezen voor een andere regio als vestigingsplaats vanwege het hogere tarief?)

Antwoord Het abonnementstarief heeft voor een tijdelijke piek gezorgd in het aantal aanvragen. Daarnaast lijkt het personeelsgebrek van invloed te zijn op het aantal afgegeven indicaties. Voor verdere toelichting zie de begrotingstekst op pagina 35.

Samen met CJG en 5 Zorgaanbieders Jeugdhulp gaan wij aan de slag met de Samenwerkwijze voor jeugdvragen. Dat betekent dat we met jeugdige/ouders in gesprek gaan aan de hand van de drie vragen (ik wil, ik kan, ik heb nodig), dat de jeugdige/ouders beslissen welke professionals met hen meedenken in een samenwerkoverleg, waar samen het Samenwerkplan wordt gemaakt. Dit is dan de basis voor de toewijzing van jeugdhulp. Een formele beschikking laten we dan achterwege. Dat bespaart tijd in het proces tussen vraag en start hulp en vermindert administratieve last voor de jeugdige/ouders en voor professionals. Tarieven zijn objectief vastgesteld en getoetst aan de landelijke standaard. Er zijn verschillen tussen de regio’s. Heeft te maken met tarieven zelfstandige gezinshuizen en gezinshuizen die via een aanbieder worden ingekocht. Verschil in tarieven is een landelijk probleem hier wordt ook landelijk op ingezet. Met andere woorden is er wel degelijk concurrentie tussen regio’s en kan dat alleen met landelijke afspraken worden opgelost.

Bladzijde 28 staat in derde alinea extra BTW verplichtingen. Bij mijn De BTW heeft inderdaad betrekking op de detachering van de weten is huisartsenzorg BTW vrij. Of slaat dit op aannemen personeel praktijkondersteuners. Dit is afgestemd met de belastingdienst. op detacheer basis waar wel BTW over betaald moet worden?

Integratie en opvang Goede dienstverlening en transformatie van het sociaal domein. Hier In onderdeel 2.3 Integratie en opvang hebben we beschreven wat we willen mist een beschouwing over de grootschalige opvang van ontheemden bereiken? , wat onze doelstellingen zijn?, en wat we hiervoor doen (aan en de gevolgen daarvan voor Oss Wat is de oorzaak dat dit niet speerpunten)?. wordt behandeld in een programmabegroting, juist voor de komende 4 jaar?

15

Vraag Heeft het college naast de locatie aan de Spitserbergerweg nog meer locaties op het oog om vluchtelingen, Oekrains ontheemden en asielzoekers op te vangen/ te vestigen. Zo ja, om welke locaties gaat het en waar kunnen wij, maar eveneens de burgers deze keuzes van het college vinden? Gaat de gemeente de burgers in de toekomst raadplegen over mogelijke opvanglocaties?

Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs Het is opvallend dat de inleiding een beschrijving geeft van de manier waarop het sociale domein haar uitgangspunten kiest, maar een bestuurlijke beschouwing van werk, inkomen en onderwijs in relatie tot de programmabegroting, wordt niet behandeld. Waarom gebeurt dat niet? Er worden goede bedoelingen omschreven, hogere doelen gesteld en gewaarschuwd voor ingrijpende gevolgen van negatieve situaties die zich voordoen. Het blijft echter abstract er wordt niets geconcretiseerd in de programmabegroting. Vragen worden niet geadresseerd als: wat hebben we geleerd uit het verleden en wat betekent dat voor de toekomst, welke onderbouwing in getallen en grafieken ligt hieronder, welke maatregelen voorzien we de komende 4 jaar als noodzakelijk en wenselijk en wat betekent dat voor de begroting? En dat voor een programma dat 1/5 van de gehele begroting verbruikt. Waarom gebeurt dat niet? N.B. Het is opvallend dat een soortgelijke situatie wordt beschreven in een toonaangevend rapport vanuit MinVWS: beleidsuitgangspunten-gemeenten-iww.pdf (movisie.nl) Absoluut verzuim onderwijs per 1.000 leerlingen (niet ingeschreven op school) 10,4% -wat is de samenstelling van dit percentage leerlingen?

Antwoord Op dit moment heeft het college geen andere locaties op het oog om grootschalige vluchtelingenlocaties te realiseren. Wij zijn van mening dat goed en vroegtijdig communiceren met de omwonenden erg belangrijk is. Als college hebben we bij de locatie Spitsbergerweg gemerkt dat het werken met een klankbordgroep van omwonenden en in gesprek blijven met de buurt constructief werkt. Van deze positieve ervaringen zullen wij zeker gebruik maken mocht de situatie zich voordoen.

Wij hebben ervoor gekozen om een voor programma 1, 2, 3 een vergelijkbare tekst op te nemen. Waarbij voor programma 2 in de tweede helft van de pagina meer ingegaan wordt op het terrein van werk en inkomen. De programmabegroting bevat vooral speerpunten en geeft geen ruimte voor brede bestuurlijke beschouwingen. We werken in een P&C cyclus, met daarin onderdelen van een programmaevaluatie (kijken we terug), een kadernota en een programmabegroting. In een programmabegroting kunnen we niet al ons beleid opnemen. We richten ons op onze speerpunten en prioriteiten. Daarnaast maken we jaarlijks een uitgebreide raadsinformatiebrief over het brede werkterrein Werk, Inkomen, Armoede en Schulden met daarin veel cijfermatige ontwikkelingen.

NB: In de vraag wordt percentage genoemd maar het is 10,4 leerlingen per 1.000 leerlingen. In schooljaar 2021-2022 waren er 128 kinderen zonder schoolinschrijving in Oss. Hiervan zijn 106 kinderen nieuw gevestigd in Nederland waarvan 56 kinderen uit Oekraïne. Kinderen die vanuit het buitenland in de gemeente

16

Vraag

Antwoord komen wonen, moeten wachten op een plek in een taalklas of een ISK waardoor ze niet binnen 4 weken ingeschreven zijn op een school. Niet alleen in Oss maar ook landelijk is dezelfde sterke toename te zien van absoluut verzuim in het schooljaar 2021-2022 ten opzichte van het schooljaar daarvoor. Uit een onderzoek van Ingrado blijkt dat gemeenten deze stijging toeschrijven aan de komst van Oekraïense vluchtelingen en de wachtlijsten voor nieuwkomersklassen in het primair onderwijs en voor de internationale schakelklassen. Het RBL BNO handelt op iedere melding van absoluut verzuim proactief en start direct een onderzoek. Uit het onderzoek blijkt vaak dat administratieve oorzaken ten grondslag liggen aan het absoluut verzuim en dat er geen sprake is van een thuiszittende leerling in afwachting van een onderwijsplek. Wanneer er wel sprake is van thuiszittende leerlingen is er geen tijd te verliezen en wordt er direct actie ondernomen.

Om AJOSS op te kunnen nemen in de reguliere dienstverlening heeft het team Schuldhulpverlening structurele 0,6 fte formatie-uitbreiding nodig. -kunnen wij opmaken dat hier nog geen financiering voor is opgenomen in de programmabegroting?

Hiervoor is geld opgenomen in de programmabegroting onder de post nieuw beleid: “Nieuw beleidskader armoede en schulden 2024-2027”. Geld hiervoor is dus wel opgenomen in deze begroting.

Bladzijde 43 4e alinea aanbod taalonderwijs wordt verdubbeld. Is daar wel voldoende capaciteit voor.

In het plan van aanpak Meedoen begint bij de basis uit 2019 heeft het Taalnetwerk Oss de ambitie uitgesproken om ieder jaar de taal te verbeteren van minimaal 100 mensen. Momenteel bereikt het Digi-Taalhuis met haar activiteiten al rond de 300 mensen. Wij zien dus dat het ambitieuzer kan. Wij willen als Taalnetwerk meer mensen toeleiden naar gratis taallessen (lees: het formele en non-formele taalaanbod) en/of een andere vorm van aanbod zoals een taalcafé, digitale ondersteuning, taalgroep of taalmaatje. Het taalnetwerk is momenteel bezig om het beleid te herijken en aan te scherpen. We leggen de lat hoger en willen naar 500 mensen. Dat hopen we te bereiken door meer Taal in de buurt met o.a. Digi-punten, door het organiseren van meer activiteiten en met meer bewustwording bij bijvoorbeeld onderwijs en werkgevers.

17

Vraag

zijn de bestaande schoolgebouwen in de wijk Schadewijk eigendom van Brabant Wonen? het absoluut verzuim onderwijs per 1.000 leerlingen (niet ingeschreven op school) is in Oss 10.4 tov referentie 4,5. Is een verklaring te geven waarom dit absolute verzuim in Oss ruim 2 keer zo hoog is als de referentiewaarde?

Antwoord Daarvoor is inderdaad meer capaciteit nodig bij het Digi-Taalhuis (voor de structurele begroting is 25.000, - extra gevraagd), maar in belangrijkere mate ook een betere samenwerking en afstemming in Taalnetwerk. Want er is al veel aanbod waar mensen gebruik van kunnen maken en dat gebruik willen we optimaliseren. Nee Een verklaring waarom het absoluut verzuim in Oss hoger is dan in de referentiegemeenten is moeilijk te geven, omdat we deze gemeenten niet kennen en niet weten welke factoren in die gemeente een rol spelen bij het absoluut verzuim in de referentiegemeente. Ingrado heeft de cijfers uit de leerplichttelling over het schooljaar 2021-2022 geduid. Landelijk gezien is sprake van een sterke toename van het absoluut verzuim ten opzichte van het voorgaande schooljaar. Het absoluut verzuim is niet in alle gemeenten toegenomen: in 55% van de gemeenten is sprake van een stijging, bij 19% is het gelijk gebleven en bij 27% gedaald. Ingrado heeft een aantal gemeenten geïnterviewd en dit geeft zicht op welke factoren een rol kunnen spelen. De gemeenten schrijven de stijging van het absoluut verzuim toe aan de komst van Oekraïense vluchtelingen, de wachtlijsten voor nieuwkomersklassen en de Internationale schakelklassen en het gebrek aan plekken in het reguliere onderwijs.

Van de gemeenten met een stabiel of dalend absoluut verzuim hebben sommige het absoluut verzuim onder de Oekraïners niet meegeteld. In weer een andere gemeente is het absoluut verzuim gedaald doordat meer gediplomeerde vmbo’ers goed aan zijn gekomen op het mbo en niet zijn uitgevallen. Ter vergelijking: het RBL BNO registreert al het absoluut verzuim. Cijfers van Oss staan in de vraag hierboven.

18

Vraag Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur t.a.v. verduurzamen van maatschappelijk vastgoed: is er een nulmeting en wat is de ambitie?

5. Subsidies , Kunst en Cultuur R-172 Subsidie Groene Engel € 651.971,5. Subsidies | Programmabegroting 2024-2027 (oss.nl) Wat gaan we hiervoor doen pagina 25 Een raadsvoorstel met een nadere onderbouwing van de structurele subsidiebehoefte leggen we aan uw raad voor in het eerste kwartaal van 2024. Tot die tijd is voor 2023 (€ 323.000) en 2024 (€ 287.000) incidenteel extra subsidie noodzakelijk. € 323.000,- + € 278.000,- = € 601.000 ,- . Totaal extra subsidie € 601.000,- + reguliere subsidie € 651.000,- = € 1.252.000,-

Antwoord Op 24 september 2020 heeft de gemeenteraad de Nota Verduurzamen Maatschappelijk Vastgoed vastgesteld. In deze nota zijn de uitgangspunten vastgelegd voor de verduurzaming van ons vastgoed. De afgelopen jaren is er gewerkt aan een aantal pilot projecten om te onderzoeken welke vorm van aanbesteding bij de opgave past. Op dit moment wordt de Routekaart opgesteld. Deze Routekaart bevat ook de nulmeting van ons vastgoed. De energiecrisis heeft invloed op de exploitatie van Groene Engel, niet op de balans. Het pand heeft een energielabel F. De verrekening van elektriciteit en gas verloopt via de verhuurder (Kempkens). Het businessplan van Groene Engel is nog steeds actueel maar uitvoering daarvan past niet bij de huidige budgetsubsidie. Er bestaat niet zoiets als een accountantsbalans van het bedrijfsresultaat voor de periode maart 2022 t/m oktober 2023. Groene Engel stelt jaarlijks een jaarrekening en een jaarverslag op dat gaat over een heel boekjaar. Dat gebeurt niet tussentijds.

Na jarenlange interne conflicten en rapporten door extern deskundigen en drie door de gemeente Oss verloren rechtszaken tegen de horeca exploitant is het gebouw uiteindelijk verkocht. Rechtbank Oost-Brabant Zaaknummers : 5606625-693362-835489 De vraag dient zich aan of de Groene Engel een levensvatbaar concept is. Zie RIB 29-01-2017 Achtergronden bij het dossier Groene Engel . Welke invloed heeft de energiecrisis op de balans? Welk energielabel heeft het pand en hoe worden de elektriciteit en gasrekening verrekend? Is het Businessplan Groene Engel 28 Juli 2020 nog actueel?

19

Vraag Om in te kunnen stemmen met exorbitante subsidie ten bedrage van € 1.252.000,- is de betekenis voor de Osse gemeenschap van zeer groot belang, naast een gezonde levensvatbaarheid. Daarom verzoeken wij om toezending van een accountantsbalans van het bedrijfsresultaat van maart 2022 t/m oktober 2023 .

Antwoord

Opgesplitst in betalende bezoekers per activiteit en aantallen verkochte tickets, geselecteerd op datum en activiteit. Programma - Groene Engel (groene-engel.nl) bij de 3O ontwikkelingen van programma 3 staan hogere kosten GGD. Waarom staan deze hogere kosten bij programma 3 en niet bij programma 1? Zijn daarmee alle extra GGD kosten (197 voor 2024 t/m 2027) toe te wijzen aan programma 3?

Het thema gezondheid is sinds de start van deze raadsperiode verplaatst van programma 1. Welzijn en Zorg naar programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur. Alle kosten van gezondheid vallen daarom in dit programma. Dus ook de kosten van de GGD.

Subsidies / financiën: In de begroting zien we dat het eigen vermogen enorm groeit bij diverse gesubsidieerde (culturele) organisaties, waarom kiest het college ervoor om subsidie te blijven verstrekken aan deze succesvolle organisaties en kiest het college er niet voor om de burger financieel tegemoet te komen (subsidie terug naar inwoner)? Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte In paragraaf 2.3 staat over duurzaamheid en circulariteit dat ‘de afgelopen jaren mooie resultaten zijn bereikt’. Deze zin maakt nieuwsgierig want blijkbaar is méér bereikt dan men normaliter zou mogen verwachten van de gemeente. Graag verneem ik welke bijzondere resultaten zijn bereikt

We hebben ingezet op de vertaling naar de praktijk van dit vraagstuk en hebben daarmee een aantal mooie resultaten bereikt, zoals: -

Hergebruik materialen: voor het centrumplan in Oss worden natuurstraatstenen uit Geffen gebruikt. Bij vervanging of nieuwe aanleg gaan we standaard uit van lage temperatuur asfalt. Hiervoor is minder energie nodig voor de productie Bij het uitzetten van projecten op de markt zetten wij de Meetlat Materieelinzet in. Dat is een tool om te bevorderen dat meer ‘schoon’ materieel wordt ingezet

20

Vraag Ik lees in het programma niets over onderwerpen waaraan in het verleden veel aandacht werd besteed, zoals schone lucht, geluid, biodiversiteit, stank en ammoniak. Onder welk programma vallen deze onderwerpen? Of wordt er niets meer aan gedaan? Onder aan bladzijde 85 staat dat wordt gewerkt aan ‘het afvoeren van water van Vorstengrafdonk en Dommelstraat’. Waarom wordt dit water afgevoerd en niet geïnfiltreerd, zoals in de nota Klimaatadaptatie is bepaald? Op deze terreinen is toch voldoende ruimte beschikbaar om het water te bergen en/of in de bodem te laten zakken? Is in de Omgevingsvergunning van deze bedrijven niet bepaald dat ze zelf moeten zorgen voor het opvangen en bergen van regenwater? Of heeft de gemeente zelf onvoldoende opvang gecreëerd voor de opvang van afstromend water van de wegen?

Ook graag een toelichting op wat wordt bedoeld met het ‘afvoeren van de waterlast van de Kortfoort en de Elzendreef’. Waar gaat het water heen? Wat wordt gedaan om het water ter plaatse te infiltreren? Waardoor is deze waterlast ontstaan? Komt dit door toenemende verhardingen van particuliere tuinen?

Antwoord Wij werken aan allerlei lijnactiviteiten, zeker als het gaat om milieu. Denk daarbij aan schone lucht, geluid, externe veiligheid, geur, bodem, water etc. Dat is niet allemaal opgenomen in de programmabegroting omdat er geen nieuwe financiële dekking voor nodig is. Wat betreft biodiversiteit, daar is uitdrukkelijk aandacht voor onder het programma klimaatadaptatie. Met ons programma Klimaatadaptatie pakken we versneld knelpunten aan die zich voordoen bij hevige regenval. Daarnaast hebben we in het Water- en rioleringsprogramma ook normen opgenomen die voor bedrijven en inwoners gelden: iedereen is voor een deel van de verwerking van regenwater verantwoordelijk. In de vergunning van de bedrijven is de eis om water te bergen (60 mm1 /m2) opgenomen. Desalniettemin kan er dan nog wateroverlast ontstaan, en die knelpunten pakken we nu aan. Ons beleid is gericht op infiltreren en bergen. Alleen als dat niet mogelijk is, wordt gekeken naar afvoeren buiten de directe omgeving. Als de formulering nu de suggestie wekt dat dit water in het rioolstelsel verdwijnt, is dat onjuist. We hebben een klimaatatlas opgesteld om knelpunten mbt wateroverlast inzichtelijk te maken. De komende jaren pakken we deze knelpunten aan. De Kortfoort en Elzendreef zijn twee van deze knelpunten. Bij het zoeken naar oplossingen kijken we eerst altijd naar bergen en infiltreren.

Maar soms ontkomen we er niet aan water af te voeren. Zie ook de vraag hiervoor. Het gaat hier om regenwater dat zich verzamelt en zo wateroverlast kan veroorzaken bij een flinke bui. Het ontstaan van de overlast verschilt per plek. Het heeft onder andere te maken met de capaciteit van ons rioolsysteem én de mogelijkheden op het maaiveld om het water te laten infiltreren of te bergen. Daar hebben particuliere tuinen een aandeel in, maar verharding in tuinen is zeker niet de enige oorzaak. De precieze oplossingen worden op dit moment nog onderzocht en doorgerekend. Vaak zijn er meerdere maatregelen nodig om zo’n knelpunt op te lossen.

21

Vraag De Routekaart Groen Blauw Natuur dateert uit 2017. Deze zou toch worden vernieuwd. Voor water is dit gebeurd middels de nota Klimaatadaptatie. Wanneer volgt de actualisatie mbt groen en natuur?

Antwoord In de koersnota klimaatadaptatie komen water, groen en natuur samen. In het uitvoeringsprogramma zal onder andere worden opgenomen: - het NNO (Natuur Netwerk Oss, het programma van groene projecten) - de Maatlat klimaatadaptief en groen bouwen (waar maatregelen voor meer groen en biodiversiteit in het bebouwde gebied samengaan)

De indicator Tevredenheid onderhoud, verhardingen en groen is in twee jaar tijd gedaald van 77,5% naar 70,2%. Wat is hiervoor de reden? Hoe is dit in vergelijkbare gemeenten? Voorziet de gemeente een verdere daling? Wat wordt gedaan om de trend te keren?

Er kan een verschil bestaan tussen de beleving en feitelijke kwaliteitsmeting van de openbare ruimte. Uit technische metingen blijkt dat we inderdaad op sommige plaatsen de beoogde kwaliteit niet halen. Op zo’n moment gaan met de partijen in gesprek die in opdracht van ons werkzaamheden uitvoeren in de openbare ruimte.

We zullen kijken hoe de tevredenheid zich in andere gemeenten ontwikkeld heeft. De bevindingen zullen we bespreken met de verantwoordelijk bestuurder, we verwachten Q1 2024 hier meer duidelijkheid over te kunnen geven. Volgens de tabel op bladzijde 88 wordt geen nieuw geld uitgetrokken We trekken op dit moment geen extra geld uit voor programma voor het programma klimaatadaptatie, terwijl in de toelichting klimaatadaptatie. In de programmabegroting 2023-20206 (vorig jaar) heeft de eronder staat dat alvast 40.000 euro beschikbaar wordt gesteld in gemeenteraad voor de jaren 2023-2024-2025 jaarlijks € 500.000 in een nieuwe 2023 en 160.000 euro in 2024. Dit lijkt in tegenspraak met elkaar. reserve gestort (reserve klimaatadaptatie). Dus in totaal € 1,5 miljoen. Graag uitleg. In deze begroting wordt voorgesteld om in 2023 € 40.000 en in 2024 € 160.000 alvast uit deze reserve te halen. Op basis van het nog vast te stellen uitvoeringsprogramma vindt besteding van de totale reserve plaats. Bovenaan bladzijde 90 staat dat de vergunningsaanvragen van het Dit is een beperkt deel van de toelichting. De totale toelichting is: project Glasvezel ons 100.000 euro extra kosten. Graag uitleg. “We hebben een voordeel bij de nutsbedrijven van € 200.000.

We hebben meer uitvoerings- en toezichtskosten door meer vergunningsaanvragen van het Vergunningsaanvragen moeten toch kostendekkend zijn? project Glasvezel. Dit kost in totaal € 100.000 extra. Daar staat tegenover dat we hogere inkomsten hebben van € 300.000. Dit komt door hogere vergoedingen voor beheerkosten en degeneratievergoedingen van de nutsbedrijven. Hierdoor hebben we per saldo een voordeel van € 200.000. “ Dus we hebben hogere kosten maar ook hogere inkomsten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=882d23ed-4adc-4a68-99ad-0b7e5654254b