Sovon rap_2019-89_beerse-overlaat-windturbines.pdf
Tekst van het document
Soort
t value Pr(>|z|)
Windturbines_1000m Buizerd 0.04 Windturbines_1000m Graspieper 8.55 Windturbines_1000m Ooievaar 8.72 Windturbines_2000m Scholekster -11.09 Windturbines_2000m Bergeend -10.51 Windturbines_2000m Slobeend -8.70 Windturbines_2000m Meerkoet -7.44 Windturbines_2000m Grutto -7.27 Windturbines_2000m Kleine Plevier -7.08 Windturbines_2000m Tureluur -6.92 Windturbines_2000m Bruine Kiekendief -5.82 Windturbines_2000m Kwartel -5.26 Windturbines_2000m Kuifeend -5.00 Windturbines_2000m Steenuil -4.86 Windturbines_2000m Krakeend -4.48 Windturbines_2000m Visdief -4.17 Windturbines_2000m Ringmus -4.15 Windturbines_2000m Roek -2.99 Windturbines_2000m Wulp -2.86 Windturbines_2000m Kluut -2.80 Windturbines_2000m Kievit -2.80 Windturbines_2000m Torenvalk -2.72 Windturbines_2000m Zomertaling -1.60 Windturbines_2000m Broedvogels -0.86 Windturbines_2000m Knobbelzwaan -0.29 Windturbines_2000m Buizerd -0.05 Windturbines_2000m Watersnip 0.01 Windturbines_2000m Patrijs 1.99 Windturbines_2000m Graspieper 2.07 Windturbines_2000m Ooievaar 5.99 Windturbines_200m Wulp -9.84 Windturbines_200m Bergeend -9.48 Windturbines_200m Kwartel -8.27 Windturbines_200m Knobbelzwaan -7.57 Windturbines_200m Ringmus -6.92 Windturbines_200m Slobeend -6.66 Windturbines_200m Patrijs -6.31 Windturbines_200m Scholekster -6.17 Windturbines_200m Kleine Plevier -5.90 Windturbines_200m Meerkoet -5.86 Windturbines_200m Tureluur -4.73
Windturbines_200m Kluut -4.20 Windturbines_200m Broedvogels -4.10 Windturbines_200m Grutto -3.34 Windturbines_200m Kievit -3.30 Windturbines_200m Kuifeend -3.26 Windturbines_200m Roek -2.79 Windturbines_200m Steenuil -2.70 Windturbines_200m Zomertaling -2.69 Windturbines_200m Watersnip -2.12 Windturbines_200m Visdief -1.36
4.5E-20 4.2E-09 2.6E-08 1.0E-01 2.1E-01 2.5E-01 6.1E-01 7.3E-01 7.8E-01 9.7E-01 9.4E-01 8.7E-01 7.7E-01 4.6E-01 2.9E-01 2.8E-01 2.4E-01 2.0E-01 1.6E-01 1.2E-02 5.4E-03 1.0E-04 5.3E-05 1.0E-07 2.0E-08 6.1E-12 1.8E-25 5.4E-26 2.5E-23 4.4E-12 4.5E-10 5.5E-08 2.3E-07 9.8E-07 2.6E-06 6.5E-06 1.8E-05 5.0E-05 1.7E-03 1.6E-02 3.0E-02 3.3E-02 4.0E-02 6.2E-02 1.2E-01 1.6E-01 2.2E-01 2.8E-01 2.8E-01 6.3E-01 7.0E-01 31
9.6E-01 1.2E-17 2.9E-18 1.4E-28 7.4E-26 3.5E-18 1.0E-13 3.5E-13 1.4E-12 4.6E-12 5.8E-09 1.4E-07 5.6E-07 1.2E-06 7.5E-06 3.1E-05 3.4E-05 2.8E-03 4.3E-03 5.1E-03 5.2E-03 6.5E-03 1.1E-01 3.9E-01 7.7E-01 9.6E-01 9.9E-01 4.6E-02 3.8E-02 2.1E-09 7.3E-23 2.6E-21 1.4E-16 3.9E-14 4.4E-12 2.8E-11 2.8E-10 7.0E-10 3.7E-09 4.8E-09 2.2E-06 2.7E-05 4.1E-05 8.2E-04 9.7E-04 1.1E-03 5.3E-03 6.8E-03 7.1E-03 3.4E-02 1.7E-01
Sovon-rapport 2019/89 Model
Soort
Windturbines_200m Windturbines_200m Windturbines_200m
Torenvalk Buizerd Bruine Kiekendief
t value Pr(>|z|) 2.90 4.32 4.69
3.7E-03 1.6E-05 2.7E-06
32
Model
Soort
Windturbines_200m Windturbines_200m Windturbines_200m
Graspieper Krakeend Ooievaar
t value Pr(>|z|) 5.36 6.94 41.57
8.3E-08 3.9E-12 0.0E+00
Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines
Bijlage 2. Resultaten ruimtelijke analyse wintervogels Model
Soort
t value Pr(>|z|)
Nearest_turbine Knobbelzwaan -5.59 Nearest_turbine Brandgans -4.32 Nearest_turbine Torenvalk -4.17 Nearest_turbine Wilde Zwaan -4.14 Nearest_turbine Kolgans -3.45 Nearest_turbine Blauwe Kiekendief -2.37 Nearest_turbine Kleine Zwaan -2.23 Nearest_turbine Kokmeeuw -1.89 Nearest_turbine Patrijs -1.81 Nearest_turbine Koperwiek -1.77 Nearest_turbine Buizerd -0.92 Nearest_turbine Smient -0.54 Nearest_turbine Grauwe Gans -0.26 Nearest_turbine Tafeleend -0.15 Nearest_turbine Stormmeeuw 0.44 Nearest_turbine Grote Lijster 0.77 Nearest_turbine Kramsvogel 1.45 Nearest_turbine Spreeuw 1.64 Nearest_turbine Pijlstaart 1.78 Nearest_turbine Kievit 1.95 Nearest_turbine Grote Zilverreiger 2.36 Nearest_turbine Waterpieper 3.73 Nearest_turbine Steenuil 7.59 Nearest_turbine Wintertaling 11.87 Windturbines_1000m Waterpieper -1.99 Windturbines_1000m Wintertaling -1.73 Windturbines_1000m Kievit -1.63 Windturbines_1000m Buizerd -1.34 Windturbines_1000m Stormmeeuw -1.26 Windturbines_1000m Blauwe Kiekendief -1.24 Windturbines_1000m Steenuil -1.02 Windturbines_1000m Grote Zilverreiger -0.64 Windturbines_1000m Pijlstaart -0.58 Windturbines_1000m Torenvalk -0.08 Windturbines_1000m Smient -0.05 Windturbines_1000m Tafeleend 0.28 Windturbines_1000m Kramsvogel 0.34 Windturbines_1000m Kleine Zwaan 0.62 Windturbines_1000m Kokmeeuw 0.62 Windturbines_1000m Grote Lijster 0.71 Windturbines_1000m Spreeuw 1.15
Windturbines_1000m Wilde Zwaan 1.60 Windturbines_1000m Koperwiek 1.61 Windturbines_1000m Grauwe Gans 1.83 Windturbines_1000m Kolgans 1.98 Windturbines_1000m Brandgans 2.27 Windturbines_1000m Knobbelzwaan 2.34 Windturbines_1000m Patrijs 5.07 Windturbines_2000m Waterpieper -2.93
Model
2.3E-08 1.6E-05 3.1E-05 3.5E-05 5.7E-04 1.8E-02 2.6E-02 5.9E-02 7.0E-02 7.6E-02 3.6E-01 5.9E-01 7.9E-01 8.8E-01 6.6E-01 4.4E-01 1.5E-01 1.0E-01 7.5E-02 5.2E-02 1.8E-02 1.9E-04 3.3E-14 1.6E-32 4.7E-02 8.3E-02 1.0E-01 1.8E-01 2.1E-01 2.1E-01 3.1E-01 5.2E-01 5.6E-01 9.3E-01 9.6E-01 7.8E-01 7.3E-01 5.4E-01 5.4E-01 4.8E-01 2.5E-01 1.1E-01 1.1E-01 6.7E-02 4.8E-02 2.3E-02 1.9E-02 4.1E-07 3.4E-03
Soort
t value Pr(>|z|)
Windturbines_2000m Wintertaling Windturbines_2000m Kramsvogel Windturbines_2000m Kievit Windturbines_2000m Steenuil Windturbines_2000m Stormmeeuw Windturbines_2000m Blauwe Kiekendief Windturbines_2000m Tafeleend Windturbines_2000m Grauwe Gans Windturbines_2000m Grote Zilverreiger Windturbines_2000m Smient Windturbines_2000m Torenvalk Windturbines_2000m Buizerd Windturbines_2000m Pijlstaart Windturbines_2000m Kokmeeuw Windturbines_2000m Kleine Zwaan Windturbines_2000m Spreeuw Windturbines_2000m Kolgans Windturbines_2000m Brandgans Windturbines_2000m Grote Lijster Windturbines_2000m Koperwiek Windturbines_2000m Knobbelzwaan Windturbines_2000m Wilde Zwaan Windturbines_2000m Patrijs Windturbines_200m Grote Lijster Windturbines_200m Patrijs Windturbines_200m Kramsvogel Windturbines_200m Wintertaling Windturbines_200m Kievit Windturbines_200m Knobbelzwaan Windturbines_200m Kleine Zwaan Windturbines_200m Tafeleend Windturbines_200m Grote Zilverreiger Windturbines_200m Steenuil Windturbines_200m Buizerd Windturbines_200m Pijlstaart Windturbines_200m Stormmeeuw Windturbines_200m Wilde Zwaan Windturbines_200m Smient Windturbines_200m Kolgans Windturbines_200m Kolgans Windturbines_200m Grauwe Gans Windturbines_200m Torenvalk Windturbines_200m Spreeuw Windturbines_200m Blauwe Kiekendief Windturbines_200m Koperwiek Windturbines_200m Kokmeeuw Windturbines_200m Brandgans Windturbines_200m
Waterpieper
33
-2.86 -2.65 -2.32 -1.59 -1.40 -0.82 -0.65 -0.58 -0.58 -0.49 -0.47 -0.45 -0.43 0.00 0.09 0.17 0.35 0.80 0.88 1.29 1.66 1.81 8.35 -3.19 -2.51 -1.90 -1.40 -1.34 -1.08 -1.05 -0.88 -0.85 -0.38 -0.36 -0.24 -0.22 -0.06 0.14 0.63 0.65 1.19 1.70 1.85 2.64 3.50 5.63 7.12 8.59
4.3E-03 8.0E-03 2.1E-02 1.1E-01 1.6E-01 4.1E-01 5.2E-01 5.6E-01 5.6E-01 6.3E-01 6.4E-01 6.6E-01 6.7E-01 1.0E+00 9.3E-01 8.6E-01 7.2E-01 4.2E-01 3.8E-01 2.0E-01 9.8E-02 7.1E-02 6.9E-17 1.4E-03 1.2E-02 5.7E-02 1.6E-01 1.8E-01 2.8E-01 2.9E-01 3.8E-01 3.9E-01 7.1E-01 7.2E-01 8.1E-01 8.2E-01 9.5E-01 8.9E-01 5.3E-01 5.2E-01 2.3E-01 8.9E-02 6.5E-02 8.3E-03 4.7E-04 1.8E-08 1.1E-12 9.1E-18
Sovon-rapport 2019/89
Bijlage 3. Resultaten trendanalyse wintervogels De tabel toont de trend vóór en ná plaatsing van tenminste één windmolen binnen 1000 meter van de meetlocatie. De trendindex geeft het quotiënt van de trend na en de Trend voor aan. Als deze kleiner is dan 1 is sprake van een negatieve relatieve trend, als deze groter is dan 1 is sprake van een positieve relatieve trend. Waarden van de trendindex tussen 0.97 en 1.03 zijn beschouwd als neutraal. Soort
Seizoen
Trend voor
Trend na
trendindex
Grote Canadese Gans Bonte Kraai Grote Zilverreiger Canadese Gans Tafeleend Haas Matkop Ree Patrijs Rotgans Witgat Groene Specht Smient Topper Kleine Zwaan Nijlgans Nonnetje Krakeend Havik Kramsvogel Toendrarietgans Soepgans Slobeend Scholekster Kuifeend IJsvogel Koperwiek Fuut Waterral Wilde Zwaan Waterpieper Veldleeuwerik Grauwe Gans Fazant Turkse Tortel Rietgans (Taiga of Toendra) Putter Winterkoning Roek Merel Wulp Gaai Grote Bonte Specht Zanglijster Goudhaan Knobbelzwaan Holenduif Slechtvalk Graspieper
Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter
1.39 0.94 1.49 1.27 0.99 1.33 0.99 1.32 0.96 1.12 1.02 1.12 1.08 0.96 1.01 1.15 1.07 1.13 1.10 1.05 1.10 1.14 1.10 1.01 1.01 1.10 1.05 1.03 1.12 1.02 1.06 1.05 1.07 0.98 1.02 1.02 1.04 1.05 0.97 1.04 1.02 1.02 1.04 0.98 1.02 1.04 1.04 1.04 0.99
0.91 0.63 1.06 0.94 0.75 1.02 0.79 1.09 0.80 0.94 0.86 0.95 0.92 0.83 0.87 1.01 0.93 0.99 0.98 0.93 0.99 1.02 0.99 0.91 0.92 1.00 0.96 0.95 1.03 0.94 0.98 0.97 1.00 0.92 0.96 0.97 0.98 1.00 0.93 1.00 0.98 0.99 1.01 0.94 0.99 1.01 1.00 1.01 0.96
0.65 0.67 0.71 0.74 0.76 0.77 0.79 0.82 0.84 0.84 0.84 0.85 0.85 0.86 0.86 0.87 0.87 0.88 0.89 0.89 0.90 0.90 0.90 0.90 0.91 0.91 0.91 0.91 0.92 0.92 0.93 0.93 0.94 0.94 0.94 0.94 0.95 0.95 0.96 0.96 0.96 0.96 0.96 0.97 0.97 0.97 0.97 0.97 0.97
34
Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines Soort
Seizoen
Trend voor
Trend na
trendindex
Zwarte Kraai Houtduif Dodaars Buizerd Roodborst Watersnip Staartmees Kauw Spreeuw Ekster Groenling Kokmeeuw Blauwe Reiger Boomkruiper Kolgans Brandgans Eider Huismus Torenvalk Heggenmus Meerkoet Grote Zaagbek Witte Kwikstaart Stormmeeuw Waterhoen Koolmees Wilde Eend Vink Grote Mantelmeeuw Rietgors Soepeend Kievit Pimpelmees Sijs Zilvermeeuw Keep Wintertaling Kneu Boomklever Grote Lijster Ringmus Middelste Zaagbek Bergeend Tureluur Blauwe Kiekendief Aalscholver Brilduiker Goudplevier Kleine Mantelmeeuw Steenloper Ruigpootbuizerd
Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter Winter
1.00 0.99 1.01 1.01 1.02 0.99 1.00 1.00 1.00 0.98 1.01 0.98 1.00 1.02 0.96 1.02 0.93 1.01 0.99 1.04 1.00 0.98 0.98 1.01 1.00 1.01 0.98 1.00 0.97 0.99 1.05 1.00 0.99 0.98 0.98 0.91 0.96 1.01 1.01 0.96 0.97 0.97 0.97 0.96 0.97 1.00 0.96 0.99 0.89 0.94 0.94
0.98 0.96 0.99 0.99 1.00 0.98 0.99 0.99 0.99 0.97 1.00 0.97 1.00 1.02 0.96 1.02 0.93 1.01 0.99 1.04 1.00 0.99 0.98 1.02 1.01 1.02 0.98 1.01 0.98 1.00 1.06 1.02 1.02 1.01 1.01 0.94 0.99 1.04 1.05 0.99 1.01 1.02 1.02 1.01 1.03 1.07 1.03 1.07 0.97 1.03 1.04
0.97 0.97 0.97 0.98 0.98 0.99 0.99 0.99 0.99 0.99 0.99 0.99 0.99 0.99 0.99 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.00 1.01 1.01 1.01 1.01 1.01 1.01 1.02 1.02 1.03 1.03 1.03 1.03 1.03 1.03 1.04 1.04 1.05 1.05 1.05 1.06 1.07 1.07 1.07 1.09 1.10 1.10
35
Sovon-rapport 2019/89
Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines
Duurzaam Energielandschap Oss - Den Bosch Beerse Overlaat - vleermuizen
Duurzaam Energielandschap Oss - Den Bosch Beerse Overlaat vleermuizen
DATUM
07-01-2020
PROJECTNUMMER
2019.021.9
PROJECTNAAM
DUURZAAM ENERGIELANDSCHAP OSS - DEN BOSCH BEERSE OVERLAAT
OPDRACHTGEVER
SOVON / PAUL VAN ELS
ONDERDEEL MEMO
DUURZAAM ENERGIELANDSCHAP OSS - DEN BOSCH BEERSE OVERLAAT – VLEERMUIZEN. ZEILSTRA, I. EN H.J.G.A. LIMPENS, 2019. DUURZAAM ENERGIELANDSCHAP OSS - DEN BOSCH BEERSE OVERLAAT – VLEERMUIZEN. NOTITIE ZOOGDIERVERENIGING N2019029 I/O SOVON.
AUTEUR(S)
DRS. I. ZEILSTRA EN IR. H.J.G.A. LIMPENS
PROJECTLEIDER
DRS. I. ZEILSTRA
DOCUMENTNUMMER
N2019029
Notitie van de Zoogdiervereniging: 2019029
41 36
Sovon-rapport 2019/89
Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines
Inleiding Binnen het plangebied ‘Duurzaam Energielandschap Oss - Den Bosch Beerse Overlaat’ en de directe omgeving daarvan (omtrek van 10 km) zijn voor de laatste 5 jaar waarnemingen bekend van de watervleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, baardvleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis en incidenteel één enkele waarneming van de bosvleermuis en de meervleermuis (NDFF, 9 oktober 2019). Tabel 1: In het om het plangebied bekende vleermuissoorten, gerangschikt naar slachtofferrisico op basis van risicogedrag en relatieve abundantie. Groep met risico
Hoog risicogedrag Hoog risicogedrag Risicogedrag Risicogedrag Hoog risicogedrag
Algemeen Weinig algemeen Zeer algemeen Weinig algemeen Zeer zeldzaam
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
ruige dwergvleermuis rosse vleermuis gewone dwergvleermuis laatvlieger bosvleermuis
Pipistrellus nathusii Nyctalus noctula Pipistrellus pipistrellus Eptesicus serotinus Nyctalus leisleri
baardvleermuis franjestaart watervleermuis meervleermuis gewone grootoorvleermuis
Myotis mystacinus Myotis nattereri Myotis daubentonii Myotis dasycneme Plecotus auritus
Groep met niet of nauwelijks risico Laag risicogedrag Laag risicogedrag Laag risicogedrag Laag risicogedrag Laag risicogedrag Hoog risicogedrag Risicogedrag Laag risicogedrag
Weinig algemeen Weinig algemeen Algemeen Weinig algemeen Algemeen
Jagen in open gebied, hoog jagen, gaan jagen bij hoge opgaande structuren waar insecten gaan zwermen. Jagen in half open tot open gebied, lager jagen, gaan jagen bij hoge opgaande structuren waar insecten gaan zwermen. Jagen dicht bij of in de vegetatie en vlak bij wateroppervlak, niet gaan jagen bij hoge opgaande structuren waar insecten gaan zwermen. = Hoog risico = Risico = Laag risico
Op basis van de verdeling van gevonden slachtoffers in heel Europa, worden windturbines voor de in het plangebied bekende soorten1 als risicovol beschouwd voor met name: de ruige dwergvleermuis, de rosse vleermuis, de gewone dwergvleermuis, de laatvlieger en de bosvleermuis. Deze verdeling gaat – voorlopig – voorbij aan regionale verschillen. De ruige dwergvleermuis, maar ook de rosse vleermuis en bosvleermuis blijken vooral kwetsbaar tijdens de migratieperiode, en dan vooral in het landschap waarin zij tijdens de migratieperiode jagen (o.a. rivierenlandschap). Het risico ontstaat vooral door het jagen bij turbines tijdens deze periode met een grote energiebehoefte. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger, maar ook weer de rosse vleermuis en de bosvleermuis, zijn soorten die ook in hun kraamperiode – wederom een periode met grote energiebehoefte - extra kwetsbaar zijn. Dit verhoogde risico treedt op in het landschap tussen hun kraamgebied/kraamverblijven en het gebied waar ze dan jagen. Voor de gewone dwergvleermuis en laatvlieger is dat het landschap tussen bebouwde kom/gebouwen en hier NB: de zeldzame tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus) is niet concreet uit het plangebied bekend, maar zou er zeker kunnen voorkomen (NB: data over voorkomen en verspreiding van vleermuizen, zeker van de zeldzame en moeilijk te determineren soorten, zijn gebrekkig).
Als zeldzame, maar migrerende en hoog jagende soort met kraamverblijven in gebouwen, behoort deze tot de groep soorten met een ‘hoog risicogedrag’ en uiteindelijk tot de categorie ‘risico’.
1
42
37
Sovon-rapport 2019/89
Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines
o.a. buitengebied, rivier/plassen en oevers. Voor de rosse vleermuis en bosvleermuis gaat het om het landschap tussen bossen en rivier/plassen en oevers.
Figuur 1: Beeld van de vliegpatronen tijdens het normale foerageren van verschillende soorten vleermuizen, in relatie tot de hoogte van bv. Windturbines (uit: Limpens et al. 2007). Wanneer soorten gaan jagen op de insecten die gaan zwermen bij hoge objecten zoals windturbines, kunnen ook de lager vliegende soorten van open gebied slachtoffer worden. Het plangebied bestaat uit open structuren met daarnaast een waterpartij in de vorm van de rivier de Maas waarlangs verschillende boompartijen staan. De verwachte functies van het gebied voor risicovolle soorten zijn weergegeven in tabel 2. Een open structuur betekent niet automatisch dat er minder vleermuissoorten voorkomen. Het gedrag van vleermuizen verandert tijdens de migratieperiode en kraamperiode waardoor ze – vooral bij warm weer en lage windsnelheden - ook meer gebruik maken van open landschap. Verder kunnen de warmte van turbines en lichtmarkering op de turbines mogelijk insecten en daarmee insectenjagende vleermuizen aantrekken (Limpens et al. 2007, Rodrigues et al. 2014). Potentiële effecten
Vleermuizen zijn op internationaal niveau in het kader van de Europese Habitatrichtlijn beschermd en op nationaal niveau in het kader van de Wet Natuurbescherming. Concreet betekent dit dat er bij het realiseren van een ruimtelijke ontwikkeling altijd gekeken moet worden naar potentieel negatieve effecten op vleermuizen.
43 38
Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines
Sovon-rapport 2019/89
hoog Risico risico Laag risico
Paarverblijf Gebouw
Kraamverblijf Gebouw
x x x x
x x x x
x x x
Paarverblijf Boom
x
x x x x x
Kraamverblijf Boom
x x x
Dagelijkse Vliegroute
x x x x x
Foerageergebied
Ruige dwergvleermuis Rosse vleermuis Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Bosvleermuis
Migratie Route
Foerageergebied migratie
Tabel 2: Te verwachten ‘vleermuis-functies’ van risico-soorten m.b.t. windenergie in het plangebied Beerse overlaat, en de inschatting van het relatieve risico.
x
x x
x
x
Foeragerend bij turbines tijdens periode(s) met hoge energiebehoefte Langs vliegend Alleen als bomen worden gerooid
De volgende effecten kunnen potentieel optreden (naar: Limpens et al. 2007, Rodrigues et al. 2015): A] In de fase van de aanleg kan het voorkomen dat bomen welke een functie als verblijfplaats hebben (zouden moeten) worden gerooid. B] Het uiteindelijke ruimtebeslag van toegangswegen, individuele turbines en zeker van in groepen geplaatste turbines kan jachtgebied verstoren of vernietigen, en kan dagelijkse vliegroutes of zones waardoor dagelijks naar jachtgebieden getrokken wordt verstoren of vernietigen (o.a. Bach et al. 1999; Brinkmann et al. 2011; Limpens et al. 2007; Rahmel et al. 1999). C] Tijdens de gebruiksfase kunnen dieren op hun dagelijkse vliegroute tijdens de kraamperiode, of tijdens de seizoensmigratie, min of meer per ongeluk tegen de rotoren aanvliegen. Vanwege de relatief grotere energiebehoefte gaan dieren tijdens warm weer met lage windsnelheden (< 4 á 6 m/s) jagen op de door de turbines aangetrokken insecten, waardoor er een verhoogd risico ontstaat op het geraakt worden door de rotoren. D] Daarnaast is - in theorie - geluidsverstoring van jagende vleermuizen mogelijk Het is, bij deze zich op een grotere schaal verplaatsende soorten, van belang rekening te houden met cumulatieve effecten van bestaande en geplande windparken. De realisatie van windenergie is bovendien niet de enige drukfactor (Buij et al. 2018).
Mitigatie Door het toepassen van een zogenaamde ‘stilstandvoorziening’ op de windturbines gedurende gevoelige perioden wordt het risico op slachtoffers verlaagd en zullen er minder slachtoffers vallen. De specifieke risicoperiode – periode met verhoogd risico - hangt af van het gedrag van de vleermuizen in afhankelijkheid van seizoen en weeromstandigheden. Dit kan specifiek 44
39
Sovon-rapport 2019/89
Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines
worden bepaald door een combinatie van slachtofferonderzoek en akoestisch onderzoek (o.a. Boonman et al. 2013, Limpens et al. 2013; Rodrigues et al. 2014). Locaties met een verhoogd risico zijn tot op zekere hoogte af te leiden van de ecologische functies van het plangebied. Binnen dit plangebied levert het plaatsten van windturbines langs of naast de Maas bijvoorbeeld een hoger risico op voor migrerende vleermuizen (ruige dwergvleermuis en rosse vleermuis en bosvleermuis). Het plaatsen van turbines in de buurt van de bebouwde kom levert een hoger risico voor – hoogvliegende - soorten met kraamverblijven in de bebouwde kom (gewone dwergvleermuis en laatvlieger). Turbines welke tussen bos, parken in bebouwde kom en bosgebied liggen leveren een hoger risico voor – hoogvliegende - soorten met kraamverblijven in bomen (rosse vleermuis). Ook de hoogte van de windturbines heeft invloed op het slachtofferrisico van vleermuizen. De huidige windturbines gaan al tot 200 meter. Soorten als de rosse vleermuis kunnen gaan jagen op hoogtes tussen 40 en 300 meter (O’Mara et al. 2019), terwijl haar zustersoort, de bosvleermuis, recent jagend tot op hoogtes meer dan 1000 m is vastgesteld (mond. med. Renée Jansen en Daan de Keukeleire, 2019). Verder betekent hogere windturbines in het algemeen ook een grotere bladlengte van de rotoren en daarmee een groter risico voor de vleermuizen.
Tenslotte, monitoring (slachtofferonderzoek en akoestisch onderzoek) na plaatsing van windturbines, is niet alleen nodig om het risico en de risicoperiodes te bepalen voor het inregelen van een adequate stilstand, maar ook om de effectiviteit daarvan te controleren, en te leren voor toekomstige ontwikkelingen. Aanbevelingen voor vervolgonderzoek Aanbevolen wordt om de aanwezigheid van de vleermuissoorten binnen het gebied en met daarbij de focus op de relevante functies voor de aanwezige risico-soorten (tabel 2) gedurende ten minste een actief seizoen te inventariseren. Het actieve seizoen betreft het de periode van begin april tot en met eind oktober. Het is noodzakelijk onderscheid te maken naar migratieperiode in voor en najaar en de daartussen liggende periode voor de kraamtijd en paartijd. Het is zo dat die vier perioden geen harde grenzen kennen in vooral in relatie tot de weersomstandigheden in elkaar overlopen. De relevante in beeld te brengen functies van het landschap van het plangebied voor de risicosoorten zijn structuren: foerageergebied gebruikt tijdens migratie, de voor de migratie gebruikte structuren, foerageergebied in zomer en de voor de dagelijkse trek gebruikte structuren, evenals de potentieel aanwezige voor kraam- of paarverblijf gebruikte bomen.
Met name de aanwezigheid van migrerende dieren en structuren die worden gebruikt voor de migratie, en zich op vliegroute verplaatsende dieren en structuren die worden gebruikt voor de dagelijkse verplaatsingen dienen ook op grotere hoogte (> 50 m) te worden onderzocht. Dit kan in het gebied en nabij de structuren worden uitgevoerd met bv. automatische detectoren op – aanwezige of speciaal hiervoor geplaatste – masten. Indien de ligging van een nabijgelegen hoog gebouw past bij de vermoede richting en locatie van dagelijkse of migratieroutes, kan daarnaast gebruik worden gemaakt van hoge gebouwen als positie van automatische detectoren.
45 40
Sovon-rapport 2019/89
Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines
Het verdient aanbeveling om het onderzoek op te bouwen uit een praktische combinatie van waarnemen door veldwerkers, die dieren en de richting van bewegingen kunnen zien, en waarnemen met langdurig automatisch registrerende detectoren. Aanwijzingen voor de aanpak zijn o.a. te vinden in Boonman et al. 2013 en Rodrigues et al. 2015. Het zogenaamde vleermuisprotocol (NGB en Zoogdiervereniging Vleermuisprotocol 2017) biedt wel aanwijzingen voor onderzoek naar de aanwezigheid van soorten en functies in het actieve seizoen in de zomer, maar niet voor het onderzoek in relatie tot windenergie en migratie.
46 41
Sovon-rapport 2019/89
Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines
Referenties Bach, L., R. Brinkmann, H.J.G.A. Limpens, U. Rahmel, M. Reichenbach & A. Roschen. 1999. Bewertung und planerische Umsetzung von Fledermausdaten im Rahmen der Windkraftplanung.- Bremer Beiträge für Naturkunde und Naturschutz, Band 4, Themenheft "Vögel und Windkraft": 163-170. Boonman, M., H.J.G.A. Limpens, M.J.J. La Haye, M. van der Valk & J.C. Hartman, 2013. Protocollen vleermuisonderzoek bij windturbines. Rapport 2013.28, Zoogdiervereniging & Bureau Waardenburg. 29pp + 1 bijlage. Brinkmann, R., O. Behr, I. Niermann & M. Reich (Ed.) 2011. Entwicklung von Methoden zur Untersuchung und Reduktion des Kollisionsrisikos von Fledermäusen an OnshoreWindenergieanlagen. Umwelt und Raum 4, 457 pp. Buij, R., R.H. Jongbloed, S. Geelhoed, H. van der Jeugd, E. Klop, S. Lagerveld, H. Limpens, H. Meeuwsen, F. Ottburg, P. Schippers, J. Tamis, J. Verboom, J.T. van der Wal, R. Wegman, E. Winter, A. Schotman, 2018. Kwetsbare soorten voor energie-infrastructuur in Nederland; Overzicht van effecten van hernieuwbare energie-infrastructuur en hoogspanningslijnen op de kwetsbaarste soorten vogels, vleermuizen, zeezoogdieren en vissen, en oplossingsrichtingen voor een natuurinclusieve energietransitie, Wageningen Environmental Research, Rapport 2883. 232 blz.; 49 fig.; 41 tab.; 446 ref. Limpens, H.J.G.A., H. Huitema & J.J.A. Dekker. 2007.
Vleermuizen en windenergie, Analyse van effecten en verplichtingen in het spanningsveld tussen vleermuizen en windenergie, vanuit de ecologische en wettelijke invalshoek. Arnhem. Rapport 2006.50 Zoogdiervereniging VZZ, in opdracht van SenterNovem. 85 pp. Limpens, H.J.G.A., M. Boonman, F. Korner-Nievergelt, E.A. Jansen, M. van der Valk, M.J.J. La Haye, S. Dirksen & S.J. Vreugdenhil, 2013. Wind turbines and bats in the NetherlandsMeasuring and predicting. Report 2013.12, Zoogdiervereniging & Bureau Waardenburg. 77pp + 2 appendices. O’Mara, M.T., M. Wikelski, B. Kranstauber, D.K.N. Dechmann. 2019 Common noctules exploit low levels of the aerosphere. R. Soc. open sci. 6: 181942. http://dx.doi.org/10.1098/rsos.181942 Rahmel, U., L. Bach, R. Brinkmann, C. Dense, H.J.G.A. Limpens, G. Mäscher, M. Reichenbach & A. Roschen, 1999. Windkraftplanung und Fledermäuse - Konfliktfelder und Hinweise zur Erfassungsmethodik. - Bremer Beiträge für Naturkunde und Naturschutz, Band 4, Themenheft "Vögel und Windkraft": 155-161. Rodrigues, L., L. Bach, M.-J. Dubourg-Savage, B. Karapandža, D. Kovač, T. Kervyn, J. Dekker, A. Kepel, P. Bach, J. Collins, C. Harbusch, K. Park, B. Micevski, J. Minderman, 2015. Guidelines for consideration of bats in wind farm projects – Revision 2014. EUROBATS Publication Series No. 6 (English version). UNEP/EUROBATS Secretariat, Bonn, Germany, 133 pp.
Vleermuisprotocol 2017 NGB & Zoogdiervereniging. https://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol 47 42
Sierdsema H. et al. Vogels van de Beerse Overlaat en analyse verstoring van vogels door windturbines
In opdracht van:
Sovon Vogelonderzoek Nederland
E info@sovon.nl I www.sovon.nl
Sovon-rapport 2019/89
Postbus 6521 6503 GA Nijmegen Toernooiveld 1 6525 ED Nijmegen T (024) 7 410 410