CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels.PDF

Adviescommissie Ruimte 20 mei 2021, gemeente OssBij agendapunt: BII Tervisielegging ontwerpbestemmingsplan Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 202134.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGPSLAN Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 Regels

Gemeente Oss | Raadhuislaan 2 | 5341 GM | Oss | T: 14 0412 | F: 0412 642605 | www.oss.nl |

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 2 van 218 ontwerp

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

6

Artikel 1

Begrippen

6

Artikel 2

Wijze van meten

16

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

17

Artikel 3

Agrarisch met waarden - Landschap

17

Artikel 4

Agrarisch met waarden - Landschap en natuur

29

Artikel 5

Bedrijf

31

Artikel 6

Groen

35

Artikel 7

Maatschappelijk

36

Artikel 8

Natuur

38

Artikel 9

Recreatie - Verblijfsrecreatie 1

40

Artikel 10

Wonen

43

Artikel 11

Waarde - Archeologie historische kern

47

Artikel 12

Waarde - Archeologie verwachtingswaarde hoog

49

Artikel 13

Waarde - Archeologie verwachtingswaarde middelhoog

51

Artikel 14

Waterstaat - Stroomvoerend rivierbed

53

Artikel 15

Waterstaat - Waterkering

55

Hoofdstuk 3

Algemene regels

57

Artikel 16

Anti-dubbeltelregel

57

Artikel 17

Landschappelijke tegenprestatie

58

Artikel 18

Algemene bouwregels

59

Artikel 19

Algemene gebruiksregels

61

Artikel 20

Algemene aanduidingsregels

62

Artikel 21

Afwijken van de bouw- en gebruiksregels algemeen

78

Artikel 22

Wijzigingsregels

79

Artikel 23

Overige regels

87

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

88

Artikel 24

Overgangsrecht

88

Artikel 25

Slotregel

89

Bijlagen bij de regels

91

Bijlage 1

Mogelijkheden functieverandering agrarische bedrijven

92

Bijlage 2

Mogelijkheden kleinschalige activiteiten bij agrarische bedrijven

94

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 3 van 218 ontwerp

Bijlage 3

Bedrijvenlijst

96

Bijlage 4

Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten

107

Bijlage 5

Tabel 'Diersoorten veehouderijen'

109

Bijlage 6

Tabel 'Hobbymatig vee'

111

Bijlage 7

Tabel 'Stikstofrechten'

113

Bijlage 8

Inrichtingsplan 1 Beemdenweg 2a-2b in Herpen

118

Bijlage 9

Inrichtingsplan 2 Bredeweg 25 in Geffen

125

Bijlage 10

Inrichtingsplan 3 Burgemeester van Erpstraat 70 in Berghem

140

Bijlage 11

Inrichtingsplan 4 Elleboogstraat 3 in Deursen-Dennenburg

142

Bijlage 12

Inrichtingsplan 5 Hamelspoelweg 4 in Herpen

158

Bijlage 13

Inrichtingsplan 6 Heikampstraat 15 in Oss

162

Bijlage 14

Inrichtingsplan 7 Hoogoordstraat 3 in Macharen

164

Bijlage 15

Inrichtingsplan 8 Kruiskampweg 26-30 in Geffen

173

Bijlage 16

Inrichtingsplan 9 Leiweg 5c -7 in Geffen

181

Bijlage 17

Inrichtingsplan 10 Pastoor van Weerdtstraat 16 in Teeffelen

184

Bijlage 18

Inrichtingsplan 11 Poelstraat 3 in Dieden

205

Bijlage 19

Inrichtingsplan 12 Rulstraat 3 in Megen

207

Bijlage 20

Inrichtingsplan 13 Weegstraat 3 in Huisseling

211

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 4 van 218 ontwerp

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 5 van 218 ontwerp

Regels

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 6 van 218 ontwerp

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 aan-huis-gebonden activiteit: een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en die een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.2 aanbouw: een aan een hoofdgebouw toegevoegde, afzonderlijke ruimte die qua afmetingen en/of visueel opzicht (onder meer voor wat betreft goothoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld over het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 achtergevel: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het gebouw - zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen - alsmede het verlengde daarvan. In hoeksituaties is sprake van slechts één achtergevel, waarbij de oriëntering van de woning bepalend is. 1.5 agrarisch bedrijf: inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een paardenhouderij, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf.

1.6 agrarisch medegebruik: agarisch medegebruik in de vorm van extensief beheerd grasland en/of het extensief begrazen van het gebied, waarbij de instandhouding en versterking van omliggende en ter plaatse aanwezige natuur- en landschapswaarden voorop staat. 1.7 agrarisch verwant bedrijf: een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven waarbij gebruikt gemaakt wordt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. 1.8 agrarisch-technisch hulpbedrijf: een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking en bedrijven die uitsluitend administratieve werkzaamheden verrichten en/of administratieve dienstverlening aanbieden. 1.9 bakenbomen: de langs de Maas staande bomen die vanouds in de scheepvaart als baken werden gebruikt.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 7 van 218 ontwerp

1.10 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken die geen gebouw zijn. 1.11 bed and breakfast: een kleinschalige overnachtingsaccommodatie, gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, gevestigd in een woonhuis en/of bijbehorende aan- of uitbouw en/of aangebouwd bijgebouw, en volledig gedreven door de bewoner van het betreffende woonhuis. 1.12 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf of bedrijfsactiviteit met uitzondering van bedrijfswoningen en aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de woning. 1.13 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo): de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen een bouwwerk en/of op een terrein die wordt gebruikt voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden activiteit, kantoor of dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.14 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is. 1.15 bedrijvenlijst: de lijst van handels- en bedrijfsactiviteiten die als bijlage 3 onderdeel uitmaakt van de regels, waarin deze activiteiten naar milieucategorie zijn onderscheiden. 1.16 bestaand: a.

voor bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan legaal bestonden of in uitvoering waren, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig de Woningwet of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of krachtens die wetten gegeven voorschriften; b. voor gebruik: gebruik van gronden en opstallen zoals dat legaal aanwezig is op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.17 bestaande ammoniakemissie: het bestaand aantal dierplaatsen voor de bestaande diersoorten, vermenigvuldigd met de emissiefactoren van het bestaande stalsysteem, waarbij geldt: a. bestaand stalsysteem: het stalsysteem ten tijde van de vaststelling van het plan; b. bestaande aantal dierplaatsen: het aantal legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan; c. bestaande diersoorten: de diersoorten waarvoor de legaal gerealiseerde dierplaatsen zoals aanwezig ten tijde van de vaststelling van het plan zijn gebouwd.

1.18 bestaand dierenverblijf: uitsluitend voor zover het betreft de toepassing van de artikelen 3.4 en 3.5: een feitelijk aanwezig, legaal opgericht dierenverblijf dat op grond van een omgevingsvergunning milieu ex artikel 2.1, eerste lid onder e Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of omgevingsvergunning beperkte milieutoets ex artikel 2, eerste lid onder i Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of melding ex artikel 1.10 Activiteitenbesluit milieubeheer, op 17 maart 2017 en de daaraan voorafgaande drie jaar onafgebroken bedrijfsmatig is gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 8 van 218 ontwerp

1.19 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0828.BPontwikklbpbg2021-ON01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.20 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming, met dien verstande dat geometrisch bepaalde bestemmingsvlakken die aan elkaar zijn gekoppeld met de figuur 'relatie' als één bestemmingsvlak gelden. 1.21 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw dat door de vorm onderscheiden kan worden van het op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.22 bouwen: het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.23 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.24 bouwmassa: een verzameling gebouwen bestaande uit een vrijstaand hoofdgebouw dan wel twee of meer aaneengebouwde hoofdgebouwen inclusief aan- en uitbouwen. 1.25 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.26 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn, zijn toegelaten. Geometrisch bepaalde bouwvlakken die aan elkaar zijn gekoppeld met de figuur 'relatie' gelden als één bouwvlak.

1.27 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct, hetzij indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.28 cultuur en ontspanning (c.q. voorzieningen op het gebied van): het al dan niet bedrijfsmatig verrichten van activiteiten gericht op spel, vermaak en ontspanning, waaronder begrepen: atelier, bioscoop, bowlingbaan, casino, creativiteitscentrum, dansschool, evenemententerrein, fitnesscentrum, kinderboerderij, museum, muziekschool, muziektheater, sauna, speeltuin, sportschool, theater, wellnesscentrum. 1.29 cultuurhistorische waarde: De aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarde die wordt gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 9 van 218 ontwerp

1.30 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.31 dienstverlening: een bedrijfsmatige activiteit met een uitsluitend of in hoofdzaak dienstverlenende of verzorgende taak al dan niet met een baliefunctie, zoals: uitzendbureaus, reisbureaus, wasserettes, kapsalons, bijkantoren van banken en van sociaal-culturele instellingen, postagentschappen, telefoon-, internet-, telegraaf- en telexdiensten, snelfoto-ontwikkel- en copy-shops, videotheken en autorijscholen. 1.32 dierenverblijf: een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen. 1.33 escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.34 extensieve dagrecreatie: recreatief medegebruik waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen en naar de aard, omvang en schaal daarmee gelijk te stellen voorzieningen.

1.35 functie: activiteiten waarvoor gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.36 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.37 gebruiksoppervlakte: de bruikbare vloeroppervlakte, geschikt voor het beoogde gebruik, bepaald volgens NEN2580. 1.38 glastuinbouwbedrijf: een agrarisch bedrijf waarin de productie geheel of in overwegende mate plaatsvindt in kassen. 1.39 groepsmatige activiteit: een beroeps- of bedrijfsmatige activiteit die in of bij een woning door de bewoner wordt uitgeoefend in de vorm van het verlenen van diensten en het geven van onderricht en informatie aan drie of meer personen tegelijk, kinderopvang daaronder mede begrepen. 1.40 grondgebonden veehouderij: een veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie. Of hiervan sprake is wordt getoetst op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant door Gedeputeerde Staten zijn gesteld.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 10 van 218 ontwerp

1.41 groothandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers dan wel aan instellingen of personen tot aanwending in een andere bedrijfsactiviteit. 1.42 GVE (groot vee-eenheid): eenheid waarmee de fosfaatproductie van landbouwhuisdieren wordt uitgedrukt en waarbij 1 GVE overeenkomt met de fosfaatproductie van één melkkoe. 1.43 hobbymatig agrarisch grondgebruik: het gebruik van grond voor agrarische activiteiten in een omvang die niet als bedrijfsmatig kan worden beschouwd, met uitzondering van volkstuinen. 1.44 hokdier runderen met uitzondering van melkrundvee, varkens, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren met uitzondering van nertsen. 1.45 hokdierhouderij: veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij. 1.46 hoofdgebouw: een gebouw dat door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw op een bouwperceel kan worden aangemerkt. 1.47 horeca van categorie 1: een bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, al dan niet in combinatie met het exploiteren van zaalaccommodatie, en waarbij het verstrekken van voedsel en dranken daaraan ondergeschikt is, zoals een hotel of pension.

1.48 horeca van categorie 2: een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren voor consumptie ter plaatse, alsmede het daaraan ondergeschikt verstrekken van dranken, al dan niet in combinatie met het verstrekken van nachtverblijf en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, zoals een (hotel)restaurant, pannenkoekenhuis, eetcafé en pizzeria, uitgezonderd een maaltijdafhaalcentrum. 1.49 horeca van categorie 3: een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide snacks, ijs en kleine maaltijden voor consumptie, zowel ter plaatse als elders, met daaraan ondergeschikt het verstrekken van dranken, zoals een snackbar, cafetaria, maaltijdafhaalcentrum, lunchroom en ijssalon. 1.50 horeca van categorie 4: een bedrijf dat in hoofdzaak gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van al dan niet alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, al dan niet in combinatie met kleine etenswaren, zoals een café. 1.51 horeca: een bedrijf gericht op één of meer van de navolgende bedrijfsmatige activiteiten: a. het verstrekken van al dan niet ter plaatse bereide etenswaren en/of dranken met de mogelijkheid deze ter plaatse of elders te nuttigen;

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 11 van 218 ontwerp

b. het verstrekken van nachtverblijf; c. het exploiteren van zaalaccommodatie; d. het bieden van gelegenheid tot dansen. 1.52 huishouden: de leefvorm of samenlevingsvorm van een alleenstaande of een gezin, waaronder mede wordt begrepen: a. het inwonen of het bewonen van kamers door ten hoogste twee verwanten of andere personen in het hoofdgebouw en/of aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, al dan niet bij wijze van mantelzorg en al dan niet met eigen voorzieningen; b. een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband, waaronder mede wordt begrepen: 1. een woongroep van mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking of aandoening met inbegrip van begeleiding en toezicht gericht op zelfstandige bewoning; 2. de gezamenlijke huisvesting van een groep van maximaal 4 niet verwante personen, die gebruik maken van de gemeenschappelijke voorzieningen in de woning. 1.53 individuele praktijk c.q. eenmansbedrijf: een praktijk of bedrijf, uitgeoefend door één beroepsuitoefenaar, al dan niet administratief of anderszins ondersteund door ten hoogste één andere persoon.

1.54 kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of toercaravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.55 kampeerterrein: een terrein, speciaal ingericht om in een kampeermiddel te overnachten. 1.56 kantoor: een ruimte of bij elkaar horende ruimten die bestemd is/zijn om voornamelijk te worden gebruikt voor administratieve werkzaamheden of administratieve dienstverlening. 1.57 kas: een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter. 1.58 kavelpad: een pad zonder doorgaande functie dat dient ter ontsluiting van een individueel agrarisch perceel of enkele individuele agrarische percelen. 1.59 kelder: een geheel of nagenoeg geheel, dat wil zeggen maximaal 0,5 m boven peil, ondergronds gelegen ruimte, die grotendeels is gesitueerd onder een bijbehorend bovengronds bouwwerk.

1.60 landschappelijke waarde/landschapswaarde: de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch opzicht.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 12 van 218 ontwerp

1.61 lawaaisport: voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport, waterskiën en de modelvliegsport. 1.62 lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten: de lijst, behorend bij deze regels (bijlage 4), waarin is aangegeven welke beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten rechtstreeks toelaatbaar zijn in woningen. 1.63 maatschappelijk c.q. maatschappelijke voorzieningen: maatschappelijke voorzieningen op het gebied en/of in de vorm van: asielzoekerscentrum, bibliotheek, drugsopvang, gezondheidszorg (inclusief apotheek), jeugdopvang, kinder- en naschoolse opvang, onderwijs, openbaar bestuur en openbare dienstverlening, praktijkruimte, religie en levensbeschouwing, uitvaartcentrum, verenigingsleven, welzijnsinstelling, zorgboerderij, zorginstelling, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.64 mantelzorg: het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband.

1.65 mestbewerking: de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest. 1.66 ondergeschikte detailhandel: beperkte, op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen die functioneel rechtstreeks verband houden met bedrijfsactiviteiten die als hoofdfunctie worden uitgeoefend. 1.67 overig agrarisch bedrijf: agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, (vollegronds)teeltbedrijf, paardenhouderij of glastuinbouwbedrijf valt. 1.68 paardenbak: een al dan niet door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere aangebrachte ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het laten loslopen van paarden en/of pony's dan wel het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen. 1.69 paardenhouderij: een agrarisch bedrijf dat is gericht op het fokken, opfokken, beleren en/of trainen van paarden. 1.70 peil: a. voor bouwwerken op een perceel waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. in alle andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende, afgewerkte, normale maaiveld.

1.71 plan: het bestemmingsplan 'Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021' van de gemeente Oss.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 13 van 218 ontwerp

1.72 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.73 risicovolle inrichting: een inrichting waarbij ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) een grenswaarde, richtwaarde voor het risico c.q. risicoafstand moet worden aangehouden bij het in een bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten. 1.74 ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van de ruimte zoals bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte. 1.75 schuilgelegenheid: een niet voor bewoning bestemd agrarisch bedrijfsgebouw dat dient voor beschutting van vee tegen weersinvloeden. 1.76 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub of prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

1.77 slaapplaats: een ruimte of plek waarop een ledikant, een slaapplek of iets dergelijks staat, dan wel waarop een matras, slaapmatje, luchtbed of iets dergeljks ligt, en waarop men slapen kan of pleegt te slapen, alsmede een plek of ruimte waarop een voorwerp staat dat geschikt is om op betrekkelijk eenvoudige en snelle wijze te worden omgebouwd tot een plaats waarop men slapen kan. 1.78 stacaravan: een caravan of soortgelijk onderkomen al dan niet op wielen dat mede gelet op de afmetingen niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen over grote afstanden als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat/die het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden, uitsluitend voor recreatieve doeleinden. 1.79 statische opslag: opslag van goederen die naar hun aard weinig verplaatsing nodig hebben, zoals caravans, campers, boten en (klassieke) auto's. 1.80 teeltbedrijf/vollegrondsteeltbedrijf: een agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.

1.81 teeltondersteunende voorziening: voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om één of meer van de volgende doelen na te streven: a. verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade;

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 14 van 218 ontwerp

b. verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; c. bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen onkruidbestrijding, effectief omgaan met water). Voorbeelden van teeltondersteunende voorzieningen zijn: aardbeiteelttafels, afdekfolies, antiworteldoeken, boomteelthekken, hagelnetten, insectengazen, plastic tunnels, ondersteunende kassen, schaduwhallen en vraatnetten. Knalapparatuur wordt niet aangemerkt als teeltondersteunende voorziening. 1.82 tijdelijke teeltondersteunende voorziening: teeltondersteunende voorziening die zo lang de teelt het vereist aanwezig is, met een maximum van acht maanden per jaar. 1.83 toercaravan: een caravan of soortgelijk onderkomen dat mede, gelet op de afmetingen, bestemd en/of geschikt is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen over grote afstanden als aanhangsel van een auto te worden voortbewogen, bestemd om uitsluitend door een huishouden of daarmee gelijk te stellen groep van personen, dat/die het hoofdverblijf elders heeft, gedurende een gedeelte van het jaar bewoond te worden, uitsluitend voor recreatieve doeleinden. 1.84 uitbouw: de vergroting van een bestaande ruimte in een hoofdgebouw die qua afmetingen en/of in visueel opzicht (onder meer wat betreft (goot)hoogte, dakhelling en/of dakvorm), ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

1.85 vee: runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. 1.86 veehouderij: een agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. 1.87 voorgevellijn: de lijn (in hoeksituaties: de lijnen) waarin de naar de weg of ander openbaar gebied gekeerde gevel(s) van het dichtst bij die weg of ander openbaar gebied gelegen gebouw is (zijn) gelegen alsmede het verlengde daarvan. 1.88 werk: een constructie die geen bouwwerk is. 1.89 wonen: het bewonen van een woning. 1.90 woning: een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.91 woonhuis: een gebouw dat één grondgebonden woning omvat.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 15 van 218 ontwerp

1.92 zorgvuldige veehouderij: een veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 16 van 218 ontwerp

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het betreffende bouwwerk op een bouwperceel. 2.2 de bebouwde oppervlakte van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken samen. 2.3 het bebouwingspercentage: de oppervlakte die met gebouwen (carports en overkappingen inbegrepen) is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; de oppervlakte wordt altijd in gehele getallen bepaald. 2.4 de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.5 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 de breedte van een bouwperceel: tussen de zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten over ten minste 3/4 van de lengte van het bouwperceel, in welke lengte in ieder geval het bouwvlak aanwezig is of de toegestane situering van het hoofdgebouw indien geen bouwvlak is aangegeven. 2.7 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.8 de inhoud van een bouwwerk: het gedeelte van een bouwwerk dat gelegen is boven peil, tussen de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.9 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk dat geen gebouw is met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, luchtkokers, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.11 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 17 van 218 ontwerp

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Landschap

Bestemmingsomschrijving

3.1.1 Algemeen De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. uitoefening van het agrarisch bedrijf, daaronder begrepen hobbymatig agrarisch grondgebruik; b. het wonen, uitsluitend in de bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor de woonfunctie; c. activiteiten, genoemd in bijlage 4 Lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten met een bedrijfsvloeroppervlakte van niet meer dan 35 m²; d. een bed and breakfast met een overnachtingscapaciteit van niet meer dan 2 slaapkamers en voor niet meer dan 4 personen tegelijk; e. extensieve dagrecreatie; f. ontwikkeling, behoud en herstel van landschappelijke, cultuurhistorische en aardkundige waarden; g. verkeer, uitsluitend in de vorm van 1. bestaande uitwegen en kunstwerken 2. onverharde wegen en onverharde paden 3. bestaande halfverharde wegen en bestaande halfverharde paden h. bestaande nutsvoorzieningen, waaronder antennemasten; i. (voorzieningen voor) waterkering en waterhuishouding alsmede herstel, ontwikkeling en instandhouding van watergangen, sloten en greppels, alsmede voor andere wateren met een kleinere oppervlakte dan 200 m²; j. erf- en randbeplantingen; k. tuinen bij woningen die geen agrarische bedrijfswoning zijn, onder de volgende voorwaarden: 1.

de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' die als tuin worden gebruikt, is niet groter dan 1.500 m² 2. indien sprake is van een burgerwoning: de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' die als tuin worden gebruikt en de oppervlakte van de bijbehorende bestemming 'Wonen' zijn samen niet groter dan 3.000 m² 3. indien sprake is van een niet-agrarische bedrijfswoning: de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' die als tuin worden gebruikt en de oppervlakte van de betreffende woning met tuin, voor zover gelegen binnen het betreffende bestemmingsvlak, zijn samen niet groter dan 3.000 m² 4. de maximale afstand tot het bijbehorende bestemmingsvlak is 20 m l. ondergeschikte waterhuishoudkundige voorzieningen; met bijbehorende voorzieningen. 3.1.2 Detaillering In het doel 'uitoefening van het agrarisch bedrijf': a. is binnen elk bouwvlak niet meer dan één bedrijf toegestaan; b. zijn niet-natuurlijke waterretentie, opslag (onder andere van mest en voer), sleufsilo's, kuilvoerplaten, tuinen, paardenbakken, vis(kweek)vijvers en andere permanente voorzieningen uitsluitend binnen het bouwvlak mede begrepen; c. zijn, in afwijking van het bepaalde onder b, paardenbakken buiten het bouwvlak uitsluitend toegestaan: 1.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak'; 2. ter plaatse van bestaande paardenbakken; d. is een voorziening voor het bewerken van mest mede begrepen, maar alleen als deze afkomstig is van de eigen locatie; e. is de uitoefening van een veehouderij en een paardenhouderij uitsluitend mede begrepen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij', met dien verstande dat

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 18 van 218 ontwerp

binnen bouwvlakken uitsluitend als vee en paarden mogen worden gehouden: de diersoorten zoals opgenomen bij dat bouwvlak in Bijlage 5 Tabel 'Diersoorten veehouderijen' alsmede hobbymatig vee zoals gedefinieerd in Bijlage 6 Tabel 'Hobbymatig vee' tot de in die bijlage genoemde omvang; f. is buiten de zone 'overige zone - beperking veehouderij' de uitoefening van een veehouderij uitsluitend mede begrepen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veehouderij', met dien verstande dat: 1. binnen gebouwen dieren alleen op de begane grond gehouden mogen worden, met uitzondering van volière- en scharrelstallen, waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden voor legkippen; 2. een toename van de oppervlakte van dierenverblijven niet is toegestaan; 3. in afwijking van het bepaalde onder 1 voorzieningen voor dierenwelzijn op alle bouwlagen aanwezig mogen zijn; g. is binnen de zone 'overige zone - beperking veehouderij' de uitoefening van een veehouderij uitsluitend mede begrepen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veehouderij', met dien verstande dat: 1.

voor een niet-grondgebonden veehouderij de oppervlakte van de gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en), ten hoogste de omvang heeft van de gebouwen die: op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning; 2. voor een niet-grondgebonden veehouderij de oppervlakte van de bouwwerken die geen gebouw zijn ten hoogste de omvang heeft van de bouwwerken die geen gebouw zijn die: op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning; 3. voor een grondgebonden veehouderij een toename van de oppervlakte van dierenverblijven niet is toegestaan; 4. binnen gebouwen dieren alleen op de begane grond gehouden mogen worden, met uitzondering van volière- en scharrelstallen, waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden voor legkippen; 5. in afwijking van het bepaalde onder 4 voorzieningen voor dierenwelzijn op alle bouwlagen aanwezig mogen zijn; h. is per agrarisch bedrijf maximaal de bestaande stikstofdepositie (mol/ha/jaar) begrepen/toegestaan.

Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een agrarisch bedrijf op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan de hoogste depositie ingevolge: 1. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van de legaal bestaande ammoniakemissie ten tijde van de vaststelling van het plan; dan wel 2. de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals die opgenomen is in Bijlage 7 Tabel 'Stikstofrechten', voor zover deze vergunning onherroepelijk is, dan wel een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals die opgenomen is in Bijlage 7 Tabel 'Stikstofrechten', voor zover deze vergunning onherroepelijk is, dan wel een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 8 van de Regeling programmatische aanpak stikstof, zoals die opgenomen is in Bijlage 7 Tabel 'Stikstofrechten'. i.

is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - ruwvoer' uitsluitend de opslag van ruwvoer toegestaan; j. is de verkoop aan huis van op het agrarisch bedrijf geproduceerde goederen mede begrepen, tot een maximum bedrijfsvloeroppervlakte van 35 m²; k. zijn buiten het bouwvlak per buiten dat bouwvlak gelegen legale schuilgelegenheid voor vee een verharding en opslag hierop toegestaan mits de oppervlakte niet groter is dan 30 m², de verharding aansluitend aan het gebouw ligt en de grootte van de opslag van voer maximaal 1 m3 is; l. is recreatief nachtverblijf in de vorm van kortdurend, incidenteel overnachten (maximaal 1 nacht) in

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 19 van 218 ontwerp

een camper zonder extra voorzieningen toegestaan, uitsluitend binnen bouwvlakken en uitsluitend indien één of meer bedrijfswoningen zijn toegestaan; m. zijn uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - Heikampstraat 15' de volgende activiteiten mede begrepen: 1. een pensionstalling voor maximaal 42 paarden; 2. een binnenrijbak ten hoeve van de onder 3.1.2. onder m onder 1. genoemde pensionstalling; 3. een conferentiezaal, uitsluitend bedoeld voor vergaderfaciliteit en bijeenkomsten, met uitzondering van feesten en partijen, met een maximale oppervlakte van 400 m2, met dien verstande dat het aantal personen dat tegelijkertijd maximaal aanwezig mag zijn niet meer mag bedragen dan 15. In het doel 'verkeer' is mede begrepen de verbreding van wegen voor de aanleg van al dan niet vrijliggende fiets- en voetpaden, voorzover deze zijn gelegen binnen een zone van 30 m uit de as van de bestaande weg of uitweg. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen Bebouwing mag alleen worden opgericht voor de doelen, genoemd in artikel 3.1. 3.2.2 Algemene bouwregels voor het agrarisch bedrijf a. Bouwwerken mogen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde onder a zijn ook buiten bouwvlakken erf- en terreinafscheidingen en leipalen toegestaan. c. Het bouwvlak mag, met inachtneming van de overige regels van dit plan, volledig worden bebouwd, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - ruwvoer' uitsluitend bouwwerken die geen gebouw zijn voor de opslag van ruwvoer zijn toegestaan; 2. windturbines niet zijn toegestaan. 3.2.3 Specifieke bouwregels voor agrarische bedrijfswoningen inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen voor de woonfunctie a. Het aantal bedrijfswoningen bedraagt per bouwvlak maximaal één, maar ter plaatse van de aanduiding maximaal aantal wooneenheden mag het aantal bedrijfswoningen niet meer bedragen dan in die aanduiding is aangegeven. b. Voor de voorgevel van de bedrijfswoning mogen geen aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen worden gebouwd, met uitzondering van erkers, balkons en luifels, mits de voorgevel met ten hoogste 1,5 m wordt overschreden en de breedte van de erker, het balkon of de luifel niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de voorgevel. c.

De inhoud van een bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor de woonfunctie mag maximaal 750 m3 bedragen. d. De goot- en bouwhoogte van een bedrijfswoning inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen voor de woonfunctie mogen niet meer bedragen dan: 1. binnen de zones 'overige zone - uiterwaarden', 'overige zone - oeverwal', 'overige zone dekzandrand' en 'overige zone - dekzandrug' 3 respectievelijk 10 m; 2. buiten de onder 1 genoemde zones 5 respectievelijk 10 m. e. De goot- en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen bij de woning mogen niet meer bedragen dan 3 respectievelijk 5 m. f. De oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen bij de woning mag niet meer bedragen dan 100 m². g. Vrijstaande bijgebouwen moeten op minimaal 1 m achter de voorgevel worden gebouwd. 3.2.4 Specifieke bouwregels voor agrarische bedrijfsgebouwen a. Bedrijfsgebouwen moeten achter de achtergevel van de bedrijfswoning, indien aanwezig, worden gebouwd. Als er meer dan één bedrijfswoning aanwezig is, geldt als achtergevel uitsluitend die achtergevel die het dichtst bij de weg is gelegen. b. De bouwhoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan 12 m. c. De goothoogte van een bedrijfsgebouw mag niet meer bedragen dan:

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 20 van 218 ontwerp

1. binnen de zone 'overige zone - primair agrarisch gebied' 6 m; 2. buiten de zone 'overige zone - primair agrarisch gebied' maar binnen de zone 'overige zone komgebied' 4,5 m; 3. binnen de zones 'overige zone - uiterwaarden', 'overige zone - dekzandrand', 'overige zone dekzandrug' en 'overige zone - oeverwal' 3,5 m2. 3.2.5 Specifieke bouwregels voor bouwwerken die geen gebouw zijn voor het agrarisch bedrijf a. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag 1. binnen bouwvlakken voor de voorgevellijn of als er geen voorgevellijn is niet meer bedragen dan 1,2 m; 2. binnen bouwvlakken voor het overige niet meer bedragen dan 2 m; 3. buiten bouwvlakken niet meer bedragen dan 1,2 m., 4. in afwijking van het bepaalde onder 3 mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - inrichtingsplan 4' niet meer bedragen dan in bijlage 11 is aangegeven. b. De bouwhoogte van sleufsilo's mag niet meer bedragen dan 2,5 m. c. De bouwhoogte van voersilo's, monovergisters en windwokkels mag niet meer bedragen dan 12 m. d. De bouwhoogte van lichtmasten mag niet meer bedragen dan 6 m. e. De bouwhoogte van stapmolens mag niet meer bedragen dan 4 m. f. De bouwhoogte van leipalen voor bomen-, planten- en gewassenteelt mag niet meer bedraagt dan 3 m. g. De bouwhoogte van overige bouwwerken die geen gebouw zijn, mag niet meer bedragen dan 3 m. h.

Bouwwerken die geen gebouw zijn, moeten, met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen met een maximale hoogte van 1,2 m, achter de voorgevellijn worden gebouwd. 3.2.6 Algemene bouwregels voor overige doeleinden a. Voor de bebouwing ten dienste van nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen gelden de volgende regels: 1. uitsluitend voor nutsvoorzieningen mogen gebouwen worden opgericht, tot een maximale hoogte van 3 m en een maximale oppervlakte per gebouw van 15 m²; 2. voor het overige mogen uitsluitend bouwwerken die geen gebouw zijn, worden opgericht mits de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat de bouwhoogte van antennemasten niet meer mag bedragen dan 40 m; 3. in afwijking van het bepaalde onder 2 mag de hoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedragen dan 2 m. b. Voor het doel 'verkeer' mogen bouwwerken die geen gebouw zijn worden opgericht, met inachtneming van de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bruggen mag niet meer bedragen dan de bestaande bouwhoogte; 2. de bouwhoogte van overige kunstwerken en kunstobjecten mag niet meer bedragen dan 12 m; 3. de bouwhoogte van overige bouwwerken die geen gebouw zijn, mag niet meer bedragen dan 4 m. c. Voor het overige mag niet worden gebouwd. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met het oog op: a. de ruimtelijke kwaliteit; b.

de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c. het straat- en/of bebouwingsbeeld; d. de landschappelijke en natuurwaarden; e. de verkeersveiligheid; f. de woonsituatie; nadere eisen stellen aan: a. de situering van de bebouwing; b. de nokrichting van daken; c. de oriëntatierichting van de bebouwing.

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 21 van 218 ontwerp

3.4 Afwijken van de bouwregels Indien wordt aangetoond dat een dialoog is gevoerd met de direct aanwonenden kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2 voor de activiteiten als genoemd in onderstaande tabel onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de ruimtelijke kwaliteit; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c. het straat- en/of bebouwingsbeeld; d. de landschappelijke en natuurwaarden; e. de verkeersveiligheid; f. de woonsituatie; en met inachtneming van de per afzonderlijke activiteit omschreven voorwaarden in onderstaande tabel: Activiteit

Basisregel

Voorwaarden

Het overschrijden van de goothoogte van bedrijfswoningen

artikel 3.2.3 onder d

- de noodzaak voor deze afwijking moet zijn aangetoond - de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5 m

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 22 van 218 ontwerp Het uitbreiden van de artikel 3.1.2 onder f2 oppervlakte dierenverblijf en g3 voor een veehouderij

- maatregelen worden getroffen en in stand gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij, een en ander conform de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant vastgestelde regels van de Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij zoals die gelden ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning - de ontwikkeling is vanuit een goede leefomgeving inpasbaar in de omgeving. Het betreft hier onder andere verkeersafwikkeling, milieuaspecten en volksgezondheid - er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er -als blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages- maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting die ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert - er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving in de planontwikkeling - het uitbreiden van de oppervlakte dierenverblijf van een geitenhouderij is pas toegestaan nadat het moratorium voor geitenhouderij in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is opgeheven, waardoor het op provinciaal niveau niet meer verboden is om de oppervlakte stalruimte voor geiten uit te breiden - bij ligging in de

zone 'overige zone - beperking veehouderij' mag, als sprake is van een niet-grondgebonden veehouderij, de oppervlakte van de gebouwen, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en), ten hoogste de omvang hebben van de gebouwen die: * op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering waren; of * gebouwd mogen worden krachtens een vóór 21 september 2013 verleende omgevingsvergunning - als sprake is van een hokdierhouderij: Gedeputeerde Staten hebben bewijs overlegd dat: * binnen het stalderingsgebied een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij het gebruik als dierenverblijf juridisch en feitelijk is beëindigd; * ingeval van sloop de oppervlakte van de sanering ten minste 120% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; * ingeval van herbestemming de oppervlakte van de sanering ten minste 200% bedraagt van de oppervlakte die wordt opgericht of in gebruik wordt genomen; * deze sanering plaatsvindt in directe samenhang met het oprichten of ingebruiknemen van een gebouw als dierenverblijf en dat voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een provinciale saneringsregeling * waarbij geldt voor veehouderijen die gebruik maken van de regeling in artikel 2.68 van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (uitzonderingsregeling stoppende veehouderij) dat alleen de oppervlakte

dierenverblijf voor hokdieren die nodig is om het aantal dieren te huisvesten overeenkomstig de gedane mededeling, meetelt als inbreng voor een te saneren dierenverblijf

Het situeren van artikel 3.2.4 onder a bedrijfsgebouwen vóór de achtergevel van de bedrijfswoning, dan wel situering van de bedrijfswoning dusdanig dat bestaande bedrijfsgebouwen niet achter de achtergevel van de bedrijfswoning zijn gebouwd

- de noodzaak voor deze afwijking moet zijn aangetoond - het bedrijfsgebouw is op ten minste 1 m achter de voorgevel van de woning gesitueerd

Het overschrijden van de goothoogte van bedrijfsgebouwen

- de noodzaak voor deze afwijking moet zijn aangetoond - de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m

artikel 3.2.4 onder c

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 23 van 218 ontwerp Het bouwen van artikel 3.2.2 onder a gebouwen, zoals schuilgelegenheden voor vee, buiten het bouwvlak

- de bouwhoogte mag niet meer mag bedragen dan 3,5 m - de goothoogte mag niet meer mag bedragen dan 2,5 m - de oppervlakte van het bijbehorende kadastrale terrein moet ten minste 0,5 ha bedragen - de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m² bij een bijbehorend kadastraal terrein tot 1 ha, niet meer dan 25 m² bij een bijbehorend kadastraal terrein tussen 1 en 2 ha, en niet meer dan 30 m² bij een bijbehorend kadastraal terrein dat groter is dan 2 ha - het aantal gebouwen mag niet meer bedragen dan één per bijbehorend kadastraal terrein - het gebouw ligt op een afstand van minimaal 20 m ten opzichte van woningen van derden - er moet voorzien zijn in een goede landschappelijke inpassing - deze afwijkingsmogelijkheid geldt alleen binnen de zones 'overige zone oeverwal', 'overige zone - dekzandrand' en 'overige zone - dekzandrug'

Het bouwen van artikel 3.2.2 onder a zonnepanelen buiten het bouwvlak of buiten het bestemmingsvlak 'Wonen' of 'Bedrijf'

- de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 250 m² per bijbehorend agrarisch bouwvlak respectievelijk bestemmingsvlak 'Bedrijf' - de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50 m² per bijbehorend bestemmingsvlak 'Wonen' - de hoogte mag niet meer bedragen dan 2 m - de zonnepanelen zijn gesitueerd aansluitend op het bijbehorende agrarisch bouwvlak dan wel het bijbehorende bestemmingsvlak 'Bedrijf' dan wel het bijbehorende bestemmingsvlak 'Wonen' - er is binnen het bouwvlak respectievelijk bestemmingsvlak 'Bedrijf' of bestemmingsvlak 'Wonen' geen mogelijkheid om de zonnepanelen te situeren - de met de zonnepanelen opgewekte electriciteit is voor eigen gebruik

Het bouwen van artikel 3.2.2 onder a tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak

- binnen de zone 'overige zone - komgebied' is afwijking uitsluitend toegestaan tot een hoogte van 0,5 m; binnen de overige gebieden is afwijking uitsluitend toegestaan tot een hoogte van 4,5 m

Het bouwen van artikel 3.2.2 onder a permanente teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak

- het mogen geen gebouwen betreffen - de invloed op de omgeving is beperkt - de hoogte mag niet meer bedragen van 6 m

Het bouwen van een windmolen voor regulering van de waterstand buiten het bouwvlak

- de hoogte mag niet meer bedragen dan 5 m

artikel 3.2.2 onder a en c2

Het bouwen van artikel 3.2.2 onder c2 - de hoogte mag niet meer bedragen dan 25 m windturbines binnen het en artikel 3.2.5 onder g - de windturbine mag grootschalige opwekking van wind- en zonne-energie bouwvlak niet schaden Het bouwen van bouwwerken die geen gebouw zijn voor paardenbakken buiten het bouwvlak

artikel 3.2.2 onder a

- de hoogte mag niet meer bedragen dan 1,6 m

Het bouwen van ooievaarsnesten buiten het bouwvlak

artikel 3.2.2 onder a

- de hoogte mag niet meer bedragen dan 8 m

Het bouwen van bijenstallen buiten het bouwvlak

artikel 3.2.2 onder a

- de hoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m - de oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m²

Het overschrijden van de maximale inhoudsmaat van een woning

artikel 3.2.3 onder c

- er is sprake van één bestaande hoofdbouwmassa die bestaat uit woning en (voormalig) stalgedeelte - het ruimtelijke beeld wijzigt niet door het toevoegen van het (voormalige) stalgedeelte aan de woning - artikel 17 is niet van toepassing

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 24 van 218 ontwerp Het overschrijden van de maximale inhoudsmaat van een woning

artikel 3.2.3 onder c

- de inhoud mag maximaal 1.000 m3 zijn - de woning moet naar aard, schaal en uitstraling passen in de omgeving - artikel 17 is van toepassing

Afwijken van de gebruiksregels 3.5 Indien wordt aangetoond dat een dialoog is gevoerd met de direct aanwonenden kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 voor de activiteiten als genoemd in onderstaande tabel onder de voorwaarde dat de ruimtelijke en/of stedenbouwkundige inpasbaarheid en de milieuhygiënische aanvaardbaarheid zijn aangetoond en mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de ruimtelijke kwaliteit; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c. het straat- en/of bebouwingsbeeld; d. de landschappelijke en natuurwaarden; e. de verkeersveiligheid; f. de woonsituatie; en met inachtneming van de per afzonderlijke activiteit omschreven voorwaarden in onderstaande tabel: Activiteit

Voorwaarden

Het gebruik van bijgebouwen of bedrijfsgebouwen voor bewoning

- het gebruik dient noodzakelijk te zijn vanuit een oogpunt van mantelzorg - op het perceel dient al een woning aanwezig te zijn - de omgevingsvergunning wordt niet meer dan één keer tegelijkertijd per woning verleend - er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van belangen van belanghebbenden - de voor mantelzorg te gebruiken ruimte wordt ingepast binnen de bouwmogelijkheden voor bijgebouwen of bedrijfsgebouwen en is in ieder geval niet groter dan 100 m² - het bijgebouw of het bedrijfsgebouw is gelegen op een afstand van niet meer dan 40 m van de woning, tenzij op ruimere afstand van de woning een bestaand bijgebouw of bedrijfsgebouw is gelegen dat op relatief eenvoudige wijze geschikt is te maken voor bewoning en er sprake blijft van een relatie tussen woning en bijgebouw of bedrijfsgebouw

Het gebruik van bijgebouwen of bedrijfsgebouwen voor bewoning

- het gebruik dient noodzakelijk te zijn vanuit een maatschappelijk belang, bijvoorbeeld reclassering - op het perceel dient al een bedrijfswoning aanwezig te zijn - de omgevingsvergunning wordt niet meer dan één keer tegelijkertijd per woning verleend - er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van belangen van belanghebbenden - de voor bewoning te gebruiken ruimte wordt ingepast binnen de bouwmogelijkheden voor bijgebouwen of bedrijfsgebouwen en is in ieder geval niet groter dan 40 m² - het bijgebouw of het bedrijfsgebouw is gelegen op een afstand van niet meer dan 40 m van de woning

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 25 van 218 ontwerp Kleinschalige activiteiten

- de activiteit wordt uitgeoefend als niet-zelfstandig onderdeel van het agrarisch bedrijf - het gebruik voor de kleinschalige activiteit vindt plaats binnen het agrarisch bouwvlak - de afwijking mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de waterhuishouding en -kwaliteit ter plaatse - er dient voldaan te worden aan het bepaalde in bijlage 2 Mogelijkheden kleinschalige activiteiten bij agrarische bedrijven, met dien verstande dat als een bouwvlak binnen meerdere zones ligt, per kleinschalige activiteit het ruimste regime geldt - buitenopslag is niet toegestaan - er is geen sprake van onevenredige verkeersaantrekking - een goede verkeersafwikkeling is gewaarborgd en er wordt voorzien in de parkeerbehoefte binnen het bouwvlak - lawaaisporten zijn niet toegestaan - de maximale oppervlakte voor opslag bedraagt 1.000 m², verminderd met de oppervlakte die in gebruik is voor andere kleinschalige activiteiten dan opslag; - de maximale oppervlakte van andere kleinschalige activiteiten dan opslag bedraagt 500 m², met dien verstande dat de maximale oppervlakte voor verkoopactiviteiten niet meer dan 200 m² bedraagt - verkoop van streekproducten mag alleen plaatsvinden in combinatie met verkoop van agrarische dan wel ambachtelijke producten van het eigen agrarische dan wel ambachtelijke bedrijf

Minicamping

- deze afwijkingsmogelijkheid is niet toepasbaar binnen de zone 'overige zone primair agrarisch gebied' - het aantal plaatsen bedraagt maximaal 25 - de minicamping is gesitueerd binnen of direct aansluitend op het bijbehorende agrarisch bouwvlak - de landschappelijke inpassing dient op zorgvuldige wijze plaats te vinden aan de hand van een gedetailleerd uitgewerkt en door burgemeester en wethouders goedgekeurd inrichtingsplan - parkeren dient op eigen terrein binnen het bouwvlak plaats te vinden - alleen kampeermiddelen zijn toegestaan; stacaravans en andere recreatieve bouwwerken zijn niet toegestaan - het gebruik is uitsluitend toegestaan in de periode van 31 maart tot 1 oktober

Huisvesting tijdelijke arbeidskrachten

- het betreft uitsluitend voorzieningen in de vorm van overnachtingsmogelijkheden en verblijfsruimten voor tijdelijke arbeidskrachten die benodigd zijn voor en werkzaam zijn bij het betreffende bedrijf gedurende het plant- en oogstseizoen, met een maximum van zes maanden per jaar - de voorzieningen hebben een maximale oppervlakte van 200 m²

Het toestaan van activiteiten die - de woonfunctie blijft als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor ten minste 50%, genoemd worden in Bijlage 4 Lijst van gehandhaafd rechtstreeks toelaatbare - de bedrijfsvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 75 m² aan-huis-gebonden activiteiten met een - er vindt geen onevenredige aantasting plaats van de kwaliteit van de bedrijfsvloeroppervlakte van meer dan 35 woonomgeving m² of die niet in die lijst genoemd - een goede verkeersafwikkeling is gewaarborgd en er wordt voorzien in de worden, maar naar aard en omvang gelijk parkeerbehoefte te stellen zijn met de in die lijst wél - het betreft een activiteit uit of vergelijkbaar met categorie 1 van bijlage 3 genoemde activiteiten Bedrijvenlijst - de activiteit mag geen sterk publieksaantrekkende werking hebben - de activiteit is niet uitgesloten in de 'lijst van rechtstreeks toelaatbare aan-huis-gebonden activiteiten' Het toestaan van groepsmatige activiteiten

- de woonfunctie blijft als hoofdfunctie, dat wil zeggen voor ten minste 50%, gehandhaafd - de bedrijfsvloeroppervlakte bedraagt niet meer dan 75 m² - de aard, de groepsgrootte en de frequentie leiden niet tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woonomgeving - een goede verkeersafwikkeling is gewaarborgd en er wordt voorzien in de parkeerbehoefte

Detailhandel als onderdeel van de uitoefening van een aan-huis-gebonden activiteit

- de detailhandel is onderdeel van de klantgerichte activiteiten ter plaatse - de detailhandel is van ondergeschikte aard en een niet-zelfstandig onderdeel van de totale bedrijfsvoering

Ontwikkelingen 2 Buitengebied Oss - 2021 pag 26 van 218 ontwerp Het toestaan van paardenbakken voor hobbymatig gebruik

- de paardenbak is gesitueerd direct aansluitend op het bijbehorende agrarisch bouwvlak dan wel het bijbehorende bestemmingsvlak 'Wonen' - de totale oppervlakte bedraagt niet méér dan 1.225 m² per bijbehorend agrarisch bouwvlak respectievelijk bestemmingsvlak 'Wonen' - de paardenbak is gesitueerd op minimaal 20 m van de as van de weg - de paardenbak is voorzien van een goede landschappelijke inpassing - de paardenbak is gesitueerd op minimaal 20 m van woningen van derden

Het bewonen van een bedrijfswoning met aan-, uit- en bijgebouwen en bijbehorend erf anders dan als bedrijfswoning (de plattelandswoning)

- binnen het bouwvlak is een agrarisch bedrijf actief - er is geen sprake van milieuhygiënische bezwaren; als milieuhygiënisch bezwaar worden in ieder geval niet beschouwd milieuhygiënische bezwaren als gevolg van de aanwezigheid van een agrarisch bedrijf binnen het bouwvlak - de belangen van omliggende al dan niet agrarische bedrijven en aangrenzende percelen worden niet onevenredig aangetast

Het halfverharden van onverharde wegen n.v.t. en paden, en het aanleggen van verharde kavelpaden Het gebruik van agrarische gronden buiten het bouwvlak voor erfverharding

- de verharding ligt aansluitend aan het bijbehorend bouwvlak - de noodzaak is aangetoond - binnen de zone 'overige zone - beperking veehouderij' is sprake van een grondgebonden veehouderij - er is voorzien in een goede landschappelijke inpassing - de totale oppervlakte van de erfverharding inclusief het bijbehorend bouwvlak is niet groter dan * 2 ha voor een teeltbedrijf/vollegrondsteeltbedrijf * 2 ha voor een veehouderij in de zone 'overige zone - komgebied' * 1,5 ha voor overige situaties

Het gebruik als tuin van agrarische gronden buiten het bestemmingsvlak op een grotere afstand tot het bijbehorende bestemmingsvlak dan 20 m

- de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden Landschap' die als tuin worden gebruikt, is niet groter dan 1.500 m² - indien sprake is van een burgerwoning: de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' die als tuin worden gebruikt en de oppervlakte van de bijbehorende bestemming 'Wonen' zijn samen niet groter dan 3.000 m² - indien sprake is van een niet-agrarische bedrijfswoning: de oppervlakte van de gronden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' die als tuin worden gebruikt en de oppervlakte van de betreffende woning met tuin, voor zover gelegen binnen het betreffende bestemmingsvlak, zijn samen niet groter dan 3.000 m²

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=fe57d5c3-fdbe-4cf1-bfdb-ebdbe5e9a255