CConstaterende datOss
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport RK Breda Energietransitie 18 10 2023

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente OssBij agendapunt: Agenda gerelateerd Rekenkameronderzoek energietransitie26.568 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De nadruk ligt daarbij op de 1,5 miljoen slecht geïsoleerde woningen (label E, F en G). Hoeveel elektriciteit er door een net getransporteerd kan worden. Petajoule is een eenheid van energie. 1 petajoule, is voldoende om ongeveer 15.000 huishoudens een jaar lang van energie te voorzien.

33

Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) Regionale Energiestrategie (RES) Revolverend fonds Transitievisie Warmte (TVW) TWh GWh Warmtenet Warmtetransitie

In het Programma Aardgasvrije Wijken doen 66 gemeenten mee met de proeftuinen voor aardgasvrije wijken. Zij krijgen een bijdrage van de Rijksoverheid om te starten met en gezamenlijk te leren van het aardgasvrij maken van een wijk. Er zijn 30 Regionale Energiestrategieën in Nederland; 30 regio’s waarin gemeenten, provincies, netbeheerders, waterschappen, bedrijven, inwoners en maatschappelijke organisaties samenwerken aan het opwekken van duurzame energie. Bij een revolverend fonds wordt geld beschikbaar gesteld voor investeringen met een langere terugverdientijd. De aflossingen van verstrekte leningen vloeien terug in de kas van het fonds, soms inclusief rente. Het fonds vult zichzelf dus weer aan tot (bijna) volledige sterkte. Een visiedocument dat elke gemeente moet opstellen voor eind 2021. Hierin staat per wijk een tijdspad en plan beschreven voor een duurzame oplossing voor de warmtevraag. Terawattuur: 1.000.000.000.000 wattuur (tera is miljoen keer miljoen), eenheid van energie. Gigawattuur: 1.000.000.000 wattuur (giga is een miljard), eenheid van energie Een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Het warme water verwarmt huizen en andere gebouwen. De overgang van aardgas naar andere verwarmingsmethoden voor gebouwen. Dit betekent in Nederland dat de warmtevoorziening in zo’n zeven miljoen huishoudens moet worden aangepast.

34

8. Conclusies 9. Beantwoording hoofdvraag

In dit onderzoek staat de volgende hoofdvraag centraal. Wat is de voortgang van de energietransitie in de gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg, welke sturingsen controlemogelijkheden hebben de verschillende gemeenteraden hiervoor ingezet en hoe effectief zijn deze, en wat kan men in dit opzicht van elkaar leren?

De opgave waar de gemeente Breda voor staat is groot. De gemeente heeft zich tot doel gesteld om in 2030 280 GWh opwek te realiseren. Dit doel is opgebouwd uit 164 GWh zon (zon op dak en zon op veld) en 115 GWh wind. (1 GWh afrondingsverschil). Uit de CBS-cijfers blijkt dat 260 GWh inmiddels is gehaald, dat is 93% van de doelstelling in 2030. De resterende 7 % wil Breda bereiken door zon-op-dak opwek te realiseren. Hiervoor heeft Breda nog 6,5 jaar de tijd om dit te realiseren. De RES-cijfers laten – met de huidige rekenregels – zien dat er nog een restopgave is van 64 GWh. Voor warmtetransitie: van aardgas naar duurzame alternatieven voor koken, verwarmen van gebouwen en water heeft de gemeenteraad in 2022 de Transitievisie Warmte vastgesteld (TWV). De gemeente heeft tot doelstelling om in 2044 50% energie te besparen (t.o.v. 2008) en duizenden woningen aardgasvrij(-ready) te maken. In 2022 en 2023 werkt de gemeente samen met eigenaren van woningen en gebouwen in Tuinzigt, Doornbos, Biesdonk en Wisselaar in wijk energieplannen (WEP). Dit is een vitaal onderdeel van TWV. De resultaten hiervan zijn op dit moment (nog) niet bekend. Voor inzicht in de vorderingen om de doelen te behalen is het voor de gemeente lastig om dit inzichtelijk te krijgen. Immers, inwoners hoeven niet aan de gemeente te melden dat zij een warmtepomp of andere maatregelen hebben geïnstalleerd.

Voor deze opgave is het dan ook lastig om inzichtelijk te maken aan de raad waar het college staat, en of het college dus op koers loopt om de doelstellingen te behalen. De gemeente kan sturen via de prestatieafspraken met woningcorporaties om huurhuizen van het gas af te laten gaan. Voor koophuizen is de gemeente afhankelijk van bijvoorbeeld de verkoop (dan is er een verplichting om het energielabel te bepalen en dat geeft enig inzicht). Woningeigenaren zijn niet verplicht om hun maatregelen voor duurzaamheid te melden aan de overheid. Zij zullen dit niet vrijwillig doen, mogelijk zou het effect kunnen hebben op hun woningwaarde en OZB. Het college heeft eind juli 2023 een nieuw klimaatplan aangeboden aan de raad, om uitvoering te geven aan de klimaatdoelen. Dit plan wordt de basis voor de nieuwe klimaatbegroting, waarin de doelen vanuit de RES en de Transitievisie Warmte worden geïntegreerd. De raad bespreekt dit Klimaatplan op 31 augustus 2023. Net als andere gemeenten in de omgeving en het land, zijn er verschillende knelpunten te ontdekken voor het realiseren van de doelen. Daarbij gaat het met name om capaciteitsgebrek (intern én extern) en netschaarste. Om deze knelpunten op te lossen en projecten (zoals Windpark

35

A16) af te ronden, werft de gemeente druk personeel en voert zij gesprekken met betrokken partijen op Rijksniveau en op provinciaal niveau. Wel moet daarbij de kanttekening worden gemaakt dat de gemeente hier niet per se aan de lat staat. Dat geldt ook voor het vinden van een alternatief voor de warmtelevering door de Amercentrale, een kernpunt als het gaat om het realiseren van de warmtetransitie. De uitdagingen en risico’s rondom de Amercentrale ziet en erkent het college wel degelijk. De raad wordt hierover actief door het college geïnformeerd met verschillende bijeenkomsten eind 2022 en begin 2023. Het college ziet deze zorgen, en voert dan ook actief gesprekken met de betrokken partijen. Wetende daarbij dat private partijen op dit moment aan de lat staan. Complicerende factor bij de Amercentrale is dat het een private zaak is, eigenaar RWE (beursgenoteerd) wil de Amercentrale in 2027 stoppen. De Amercentrale geeft energie aan het warmtenet (stadsverwarming) van in geval van Breda, de Haagse Beemden. Ongeveer 20.000 huishoudens zijn hiervan afhankelijk. De Amercentrale levert ook aan Tilburg en andere gemeenten. De Amercentrale levert via marktpartij ‘Ennatuurlijk’ aan de huishoudens. In dit dossier zijn er meerdere gemeenten betrokken.

Samen met de provincie Noord-Brabant trekken ze op in dit dossier en hebben het ministerie van Economische Zaken betrokken bij dit dossier. De gemeente Breda is alert, maar heeft een beperkte invloed op private partijen, maar wel als hoeder van het publieke belang om ook in 2027 de Haagse Beemden van warmwater en stadsverwarming te voorzien. De gemeenteraad krijgt informatie over het bovenstaande via drie manieren: de RES-regio, de klimaatbegroting en op initiatief van de raad en college. Er vinden informatiesessies door het college plaats. De raad is zeer betrokken bij dit onderwerp, een aantal raadsleden hebben zich op dit onderwerp gestort en zijn goed geïnformeerd. Het college bestuurt en is zeker in the lead, de raad heeft kaders gesteld en is alert en heeft regelmatig moties. Geconcludeerd kan worden dat raad en college betrokken zijn bij dit onderwerp en het belang ervan inzien. Desondanks is het aan te bevelen dat de raad in gesprek blijft gaan, bijvoorbeeld eens per jaar, met het college: waar ligt de behoefte voor de raad wat betreft informatie? Hoe kan informatie het beste worden aangeleverd, en welke informatie heeft de raad echt nodig als het gaat om haar controlerende rol? De raad staat op afstand en hoeft niet alles tot in detail te weten. De informatie om het gevoel te hebben goed te kunnen sturen en controleren moet er wél zijn.

Het college kan zich dan maximaal richten op de uitvoering. Overkoepelend is de opgave waar Breda voor staat is substantieel, maar deze pakt de gemeente voortvarend op. Aandachtspunt is de snelle ontwikkelingen en innovaties. Niemand weet hoe de wereld er in 2030 exact uitziet. Breda heeft een stip op de horizon in 2030 door middel van concrete en SMART-doelstellingen. Hoe de weg gaat naar het behalen van de doelstellingen is een incrementeel proces. Doorgaan met het uitvoeren en implementeren van beleid en tegelijk alert zijn op nieuwe ontwikkelingen, innovaties en onbedoelde neveneffecten van beleid. Dit vraagt een proces van goed en zinvol monitoren, regelmatig evalueren en bijstellen van om de doelen te behalen. De uitdagingen waar de gemeente mee te maken krijgt – en waar zij niet altijd een rol bij kan spelen en niet altijd invloed op heeft maken het geheel complex – maken dat het op dit moment nog te vroeg is om te zeggen dat Breda de doelen allemaal gaat halen in 2030.

36

10. Beantwoording deelvragen

Welke doelen en ambities ten aanzien van de energietransitie heeft de raad van Breda vastgesteld? De raad heeft duidelijke doelen en ambities vastgesteld ten aanzien van de energietransitie. De doelen en ambities zijn meetbaar. Zo heeft de raad vastgesteld dat zij wil dat de gemeente Breda CO2-neutraal is in 2044. De raad heeft als mijlpaal gesteld dat de gemeente in 2035 45% van deze doelstelling heeft behaald. Om dit te realiseren wil het college 4.000 tot 6.000 woningen aardgasvrij maken. 2.500 woningen gebruiken geen gas meer voor koken en verwarmen en 11.000 woningen moeten aardgasvrij-ready worden gemaakt. Daarnaast wil de gemeente in totaal 280 GWh duurzame elektriciteit opwekken in 2030. Dit is vertaald in de volgende drie doelstellingen: - 18 GWh zon op veld. - 146 GWh zon op dak. - 115 GWh wind. Hoe verhouden de ambities ten aanzien van de energietransitie die zijn opgenomen in het meest recente Bestuursakkoord van Breda, zich tot de ambities zoals opgenomen in de RES West-Brabant? De opgave vanuit de RES West-Brabant zijn een-op-een vertaald door de gemeente Breda. Daarmee heeft de gemeente een doelstelling van 280 GWh opwek in 2030 voor zichzelf als doelstelling geformuleerd. De warmteopgave vanuit de RES (15% warmtebesparing) is vertaald naar doelen voor het aardgasvrij maken van woningen.

De verhouding tussen de ambities in de RES en de ambities van de gemeente is daarmee helder. Ligt Breda op koers om de gestelde doelen binnen de daarvoor afgesproken termijnen en beschikbare middelen te behalen? Welke doelen zijn bereikt/gedeeltelijk bereikt/niet bereikt (beknopt overzicht)? De gemeente ligt op dit moment voldoende op koers om de doelen te behalen, maar zal alert moeten blijven en inspelen op ontwikkelingen waar noodzakelijk. De gemeente heeft een restopgave voor opwek. Voor de 7% restopgave ligt nog geen plan van aanpak om dit in 20230 te halen, en er bestaan onzekerheden rondom netcongestie en de Amernetcentrale. Beide knelpunten liggen grotendeels buiten de invloedsfeer van de gemeente Breda. Dit wetende, is wel te zien dat het college het gesprek aangaat om deze punten onder de aandacht te brengen bij de betrokken partijen, het Rijk en de Provincie. Voor besparing en warmte is het niet inzichtelijk waar de gemeente staat, ook omdat deze informatie niet altijd voorhanden is. Het is voor alle gemeenten lastig te meten, gewoonweg omdat er geen cijfers zijn. Voor deze doelen kan dus niet worden gezegd of de gemeente op koers ligt, maar dat geldt voor alle gemeenten in Nederland. In onderstaande tabel is opgenomen in hoeverre de doelen zijn bereikt:

37

Opwek

Besparing

Pijplijn

143 GWh (CBS-

46 GWh (CBS-

cijfers: 260 GWh)

cijfers: 0 GWh)

50% energiebesparing tot

Voortgang niet

Voortgang niet

Voortgang niet

Voortgang niet

2044 (ten opzichte van

kwantitatief

kwantitatief

kwantitatief

kwantitatief

2008)

inzichtelijk

inzichtelijk

inzichtelijk

inzichtelijk

Voortgang niet

Voortgang niet

Voortgang niet

Voortgang niet

kwantitatief

kwantitatief

kwantitatief

kwantitatief

inzichtelijk

inzichtelijk

inzichtelijk

inzichtelijk

Gemeentelijke doelen

280 GWh

280 GWh

Geen RES-doel

Prognose buiten

Realisatie1

RES-doelen

pijplijn 43 GWh (CBS-cijfers: 0 GWh)

Restopgave 64 GWh (CBScijfers: 20 GWh)

4.000-6.000 woningen aardgasvrij; 2.500 Warmte

15% warmtebesparing

woningen niet meer koken/verwarmen met gas; 11.000 woningen aardgasvrij-ready

Omdat er voor de projecten beperkt duidelijk is gemaakt welke middelen en termijnen zijn gekoppeld aan de projecten, is het ook niet goed te zien of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde kaders. Hoe wordt over de voortgang van de realisatie van de doelen aan de raad van Breda gerapporteerd? De raad ontvangt op hoofdlijnen informatie over de realisatie met de klimaatbegroting en de rapportage vanuit de RES. Daarnaast ontvangt de raad op hoofdlijnen een stoplichtrapportage, waarin is opgenomen of een project is gestart, afgerond of nog in opstart is. De stoplichtrapportage is tot stand gekomen in een dialoog tussen raad en college De energietransitie is een veelomvattend en ingewikkeld. Het college doet veel om de raad hierover te informeren, toch staat de raad op afstand. De informatie aan de raad is hierdoor soms wat versnipperd, en geeft bijvoorbeeld geen informatie over de doelen van de warmtetransitie. Daarmee heeft de raad een niet altijd goed beeld van de totale voortgang op de doelen van de energietransitie. Daarnaast heeft de raad geen zicht op de besteding van de budgetten of de planningen van de projecten, vraag is of dit ook niet meer voor het college is. In dit kader zou het goed zijn dat het college helder aangeeft waarover zij de raad informeert en waarover niet.

Tot slot geeft de stoplichtrapportage enig zicht op de voortgang, winst kan worden behaald door ook inzichten te geven in de effecten van de projecten: wordt het beoogde doel ook daadwerkelijk gehaald? Welke sturings- en controlemogelijkheden heeft de raad van Breda in het kader van de gemeentelijke ambities ten aanzien van energietransitie tot nu toe ingezet? Met welk effect/hoe effectief was dit?

1 Cijfers RES West-Brabant, in concept aangeleverd door ambtelijke organisa)e op 24 mei 2024. Een andere bron zijn de cijfers van het CBS zoals die bij de antwoorden op de onderzoeksvragen is gegeven. Deze cijfers van het CBS zijn posi)ever voor de gemeente Breda.

38

De raad kan door de huidige invulling van de informatievoorziening beperkt sturen op budgetten of planningen. De raad stuurt daarom vooral globaler op de doelrealisatie. Dit doet hij vooral via het stellen van vragen of het indienen van moties en amendementen. De raad geeft in de enquête aan dat hij vindt dat hij niet goed kan sturen op de ambities en uitvoering. Wel heeft de raad aangegeven tempo te willen maken met de energietransitie. Om dat te realiseren, zijn middelen vrijgemaakt om capaciteit te gaan werven, vooruitlopend op middelen vanuit het Rijk. Wat kan Breda leren van de andere gemeenten ten aanzien van de sturing op en controle van de energietransitie? Wat kunnen andere gemeenten leren van Breda? De klimaatbegroting kan een goed instrument zijn voor andere gemeenten. Het geeft namelijk direct zicht op de acties en maatregelen die rondom de opgave moeten worden gerealiseerd. Klimaat is in de gehele organisatie verweven en komt op alle plekken terug. Dit is goed te zien in de governance structuur die Breda heeft ontwikkeld. Een programma-en projectteam waarbij ambtenaren uit de lijn de projecten bemensen. Een apart document over deze opzet kan de inzichtelijkheid in deze grote opgave voor de raad mogelijk versterken. De integraliteit van de opgave wordt verder geborgd doordat er wordt gewerkt met een regieteam, waarin ambtenaren uit meerdere domeinen samenwerken.

De gemeente is verder gestart met het werven van personeel - vooruitlopend op middelen vanuit het Rijk - om capaciteitsschaarste op te vangen. Vroeg werven betekent dat er geen projecten stop hoeven te worden gezet. Wat kan Breda leren van de andere gemeenten? de gemeente heeft al veel initiatieven lopen, in een uitgebreid programma. Daarom zijn er op dit moment geen duidelijke lessen te formuleren uit de aanpakken van de andere gemeenten in dit rekenkameronderzoek.

39

11. Kaderstelling In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de kaders die zijn gesteld voor de energietransitie. Daarbij gaat het om de doelstellingen en ambities van de gemeente en de RES-regio, de uitwerking hiervan in acties en maatregelen, de financiële kaders die zijn gesteld en de afspraken die zijn gemaakt met de raad over informatievoorziening. Het hoofdstuk bestaat uit drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de kaders (§1), de analyse aan de hand van de documenten en de interviews (§2) en tot slot de toetsing aan de normen (§3).

12. Kaderstelling 13. Ambi%es en doelen

Gemeentelijke doelen De gemeentelijke doelen in Breda vloeien voort uit het Bestuursakkoord 2022-2026.2 In dit bestuursakkoord is opgenomen dat de gemeente in 2044 CO2-neutraal wil zijn (referentiejaar 1990). Daarbij wil de gemeente in 2035 voor 45% op koers liggen. Om deze ontwikkeling te realiseren, heeft de gemeente een aantal doelen geformuleerd. De gemeente wil energiebesparende maatregelen nemen en energie opwekken via natuurlijke bronnen. De zoektocht naar deze natuurlijke bronnen wil de gemeente vooral ontplooien in RES-verband. De gemeente wil verder aan de slag met het verduurzamen van de wijken door onder andere het vereenvoudigen van aanvragen voor subsidies, het faciliteren van inwoners en bedrijven bij isoleringsmaatregelen, het verduurzamen van het eigen vastgoed en de wijkenergie-plannen.3 Vanaf 2024 gaat de gemeente werken met een nieuw klimaatplan, dat in juli 2023 is aangeboden aan de raad. Hierin worden de verschillende doelen van de gemeente omtrent klimaat verwerkt. De gemeente heeft de klimaatdoelen verder geconcretiseerd in twee visiestukken: de Transitievisie Warmte4 en de klimaatbegroting.5 De doelen luiden als volgt. RES-doelen

Gemeentelijke doelen

Opwek

280 GWh

280 GWh

Besparing

Geen RES-doel

50% energiebesparing tot 2044 4.000-6.000 woningen aardgasvrij; 2.500

Warmte

15% warmtebesparing

woningen niet meer koken/verwarmen met gas; 11.000 woningen aardgasvrijready

2

Bestuursakkoord 2022-2026. Bestuursakkoord 2022-2026. 4 Transi)evisie Warmte, vastgesteld 24 februari 2022. 5 Klimaatbegro)ng 2023. 3

40

Regionale doelen en aansluiting De gemeente Breda maakt deel uit van de RES-regio West-Brabant. In deze regio is het volgende afgesproken voor opwek.6 RES West-Brabant Wind- en zonne-energie

2,0 TWh

Innovatieve technieken

0,2 TWh

Kleinschalige opwekking

0,5 TWh

Warmte

5,5 TWh

De RES West-Brabant heeft als uitgangspunt dat de opgaven lokaal worden uitgevoerd door de deelnemende gemeenten. Hiervoor is de opgave verdeeld onder de gemeenten. Voor Breda ligt er een opgave van 280 GWh (240 GWh extra, bovenop de bestaande 40 GWh) vanuit de RES. Dit is als volgt verdeeld onder de bronnen: 7 - 18 GWh zon op veld. - 146 GWh zon op dak. - 115 GWh wind. De gemeente heeft daarbij het doel om 50% van de geschikte kleine en 25% van de geschikte grote daken te voorzien van zonnepanelen.8 De opwek vanuit zonneparken en windparken moet worden gerealiseerd met onder andere zonnepark Bavelse Berg, energiehub Nieuw Veer en windpark A16.9 Verder wordt onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor het opwekken van windenergie in Hoogeind en Kochten. Ook heeft de regio een doel van 15% warmtebesparing tot 2030. Dit doel is niet verder vertaald naar de gemeenten.

14. Ac%es en maatregelen

Uitwerking in acties en maatregelen Vanuit de RES West-Brabant heeft Breda de volledige regie op het uitvoeren van de projecten. In Breda is de uit-werking van de doelen vastgelegd in een uitvoeringsprogramma klimaat.10 Dit uitvoeringsprogramma is gekoppeld aan de doelen uit de klimaatbegroting en daarmee aan de doelen uit de RES West-Brabant. Het uitvoeringsprogramma klimaat heeft een doorlooptijd van vier jaar; het huidige uitvoeringsprogramma geldt van 2021 tot 2024. Het uitvoeringsprogramma bevat een projectenoverzicht, waarbij onderscheid is gemaakt in de volgende thema’s vanuit de klimaatbegroting: gebouwde omgeving, duurzaam ondernemen, duurzame energie-productie,

6

Regionale Energiestrategie West-Brabant, vastgesteld 15 april 2021. Regionale Energiestrategie West-Brabant, vastgesteld 15 april 2021. 8 Regionale Energiestrategie West-Brabant, vastgesteld 15 april 2021. 9 Klimaatbegro)ng 2023. 10 Uitvoeringsprogramma klimaat 2021-2024, projectenboek 2022. 7

41

duurzame overheid en mobiliteit.11 In het uitvoeringsprogramma is klimaatadaptatie als apart thema bijgevoegd. Aan elk thema zijn projecten gekoppeld. De uitwerking van de doelen rondom de opwek van energie is vooral gekoppeld aan het thema duurzame energieproductie. In 2022 zijn hiervoor de volgende projecten benoemd:12 • Solar Atlas Breda 2022 • RES-proces • Transport schaarste • Ontwikkeling bovenregionaal warmtenetwerk • SEL • Aquathermie WarmingUp • LECsea pilot virtueel smart warmtenet op Hoogeind/Moleneind • Energiehub • Green deal geothermie Brabant • Energieopslag • Amer warmteregio • Cluster Wind De uitwerking van doelen rondom de besparing van energie is vooral gekoppeld aan het thema gebouwde omgeving. In 2022 zijn hiervoor de volgende projecten benoemd:13 • Algemene uitvoeringsstrategie • Digitaal Energieloket • Toekomstbestending wonen-regeling en • BRES maatwerklening • Ondersteuning naar uitvoering • Sociale (inclusieve) energietransi8e • Verduurzaming VVE’s • Breda Bespaart Mee • Bewonersini8a8ef Prinsenbeek • Verduurzaming woningen • Projectleider Volkshuisves8ngsfonds wooncorpora8es • Twee gebiedsaanpakken • Greenhopper 1 en 2 • Transi8evisie Warmte In het uitvoeringsprogramma wordt een omschrijving gegeven van de projecten aan de hand van een aantal vragen.

Dit zijn vragen rondom de achtergrond en de doelen van een project, activiteiten, organisatie, capaciteit- en kosten-inschatting en risico’s van een project. Verder wordt ook gevraagd naar de CO2-reductie die met een project gerealiseerd moet worden.14 Financiële kaders In de klimaatbegroting is de begroting opgenomen om de doelen vanuit de RES West-Brabant te realiseren. Voor 2023 is begroot dat er € 152.150 nodig is voor proces- en onderzoekskosten voor projecten in het thema duurzame energieproductie15, inclusief de kosten voor capaciteit. Er wordt geschat dat er in 2023 ruim 3.000 uur per jaar nodig is voor de realisatie van de acties en maatregelen.

11

In de klimaatbegro)ng 2023 wordt gesproken over verkeer en vervoer, in plaats van mobiliteit. Uitvoeringsprogramma klimaat 2021-2024, projectenboek 2022. 13 Uitvoeringsprogramma klimaat 2021-2024, projectenboek 2022. 14 Uitvoeringsprogramma klimaat 2021-2024, projectenboek 2022. 15 Klimaatbegro)ng 2023. 12

42

Het begrote bedrag blijft hetzelfde voor 2024, maar neemt daarna af naar € 112.150 per jaar voor 2025 en 2026. Dit verschil zit in het begrote bedrag voor het project transportschaarste. Dit is een project om mogelijkheden te onder-zoeken voor het opwekken van duurzame energie, ondanks de transportschaarste. Hiervoor is in 2023 en 2024 € 40.000 begroot; dit bedrag is niet opgenomen voor 2025 en 2026.16 Voor projecten in het thema gebouwde omgeving is voor 2023 € 695.000 begroot voor proces- en onderzoeks-kosten.17 De grootste projecten qua financiën zijn het energieloket, gemeentebrede begeleiding inwoners en de gebiedsaanpak Hogevlucht/Doornbos.De begrote bedragen stijgen de komende jaren van € 790.000 in 2024 naar € 815.000 in 2025 en € 825.000 in 2026. De stijgingen komen vooral vanuit projecten rondom het Volkshuisvestingsfonds en de wijkenergieplannen die in uitvoering komen. Voor de ambtelijke capaciteit is in 2023 16.950 uur begroot; dit stijgt naar 28.400 uur in 2026.18 In het uitvoeringsprogramma zijn voor de projecten de begrote kosten en de begrote ureninzet opgenomen.19 Dit zijn over het algemeen inschattingen van het totaalbedrag en de totale ureninzet. In het uitvoeringsprogramma zijn voor veel projecten de benodigde kosten niet uiteengezet.

Deze begrote kosten en ureninzet voor de projecten maken deel uit van het programma duurzame en bestendige stad in de begroting van 2023. In totaal is voor dit programma € 15.549.000 aan lasten en € 7.191.000 aan baten opgenomen in de begroting.20 In de raads-besluiten om de RES West-Brabant en de Transitievisie Warmte vast te stellen staan geen aparte budgetten.21 22 In het bestuursakkoord is wel opgenomen dat er € 1.200.000 is gereserveerd voor het opstellen van wijkenergieplannen.23 Planning In het uitvoeringsprogramma worden voor projecten de fases benoemd die het project moet doorlopen. Hier is over het algemeen geen duidelijke en concrete planning aan gekoppeld. Ook zijn er beperkt tussentijdse mijlpalen geformuleerd voor projecten die meerdere jaren doorlooptijd hebben. Alle projecten binnen het uitvoeringsprogramma dienen binnen drie jaar resultaat op te leveren.24

16

Klimaatbegro)ng 2023. Klimaatbegro)ng 2023. 18 Klimaatbegro)ng 2023. 19 Uitvoeringsprogramma klimaat 2021-2024, projectenboek 2022. 20 Begro)ng 2023. 21 Raadsbesluit ‘vaststellen transi)evisie warmte’, 24 februari 2022. 22 Raadsbesluit ‘vaststellen RES West-Brabant 1.0’, 15 april 2021. 23 Bestuursakkoord 2022-2026. 24 Uitvoeringsprogramma klimaat 2021-2024, projectenboek 2022. 17

43

15. Afspraken over informa%evoorziening

De gemeenteraad ontvangt jaarlijks een rapportage waarin de stand van zaken van de RES WestBrabant uiteen wordt gezet. In de meeste recente (nog niet openbare) rapportage wordt gereflecteerd op de voortgang van de ambities rondom zon op veld, zon op dak en wind. Per gemeente wordt uiteengezet hoeveel elektriciteit er is opgewekt, hoeveel opwek is gepland maar nog niet gerealiseerd en welke projecten tot 2030 zijn beoogd. Hiermee wordt inzichtelijk wat de prognose is, en wat de ambitie is per gemeente. Ook wordt de totale stand van zaken van de regio gedeeld. De meest recente evaluatie van de RES West-Brabant is gedateerd van juni 2023. De raad wordt, behalve met deze rapportage, ook in de jaarstukken over de voortgang geïnformeerd.25 In de jaarstukken wordt benoemd welke projecten, acties en initiatieven zijn opgepakt het afgelopen jaar. Ook wordt aan-gegeven hoeveel ton CO2 dat jaar is bespaard. Verder wordt gerapporteerd over de indicatoren die zijn vastgesteld en de realisatie van de lasten en baten, met eventuele afwijkingen.26 Naast de jaarstukken en de jaarrekening ontvangt de raad ook een rapportage over de voortgang van het uitvoeringsprogramma.27 In de rapportage wordt de status weergegeven van de verschillende projecten in het uitvoeringsprogramma klimaat: groen (doelstelling bereikt), oranje (doelstelling deels bereikt) of rood (doelstelling niet bereikt).

Per project in het uitvoeringsprogramma wordt benoemd wat er het afgelopen jaar is gedaan. Ook wordt het effect van de acties en maatregelen op de geformuleerde doelstellingen gemonitord.28 In de gemeente is de regeling bijzondere projecten van kracht.29 De raad heeft de mogelijkheid om een project aan te wijzen als bijzonder, bijvoorbeeld projecten met grote financiële of maatschappelijke risico’s of projecten met een grote complexiteit. Wanneer de raad een project aanwijst als bijzonder’ ontvangt de raad met enige regelmaat een aparte voortgangsrapportage, aanvullend op de andere verantwoordingsstukken die de raad ontvangt. De ambtelijke organisatie heeft laten weten dat er vanuit de energietransitie geen projecten zijn aangemerkt als bijzonder.

16. Analyse

De gemeente heeft haar doelen en ambities helder en concreet verwoord. De doelen zijn SMART geformuleerd en hebben een heldere planning. Dit maakt het mogelijk om de realisatie te monitoren op doelniveau. Ook maakt de formulering van de ambities en doelen het mogelijk om inzichtelijk te maken hoeveel bepaalde projecten bijdragen aan de doelen. Bijvoorbeeld de hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt opgewekt met windturbines, zon-op-veld en zon-opdak. De doelen rondom de warmtetransitie zijn ook helder en concreet geformuleerd, met een kwantitatieve doelstelling en een duidelijke planning. De doelen rondom energieopwekking, energiebesparing en warmtebesparing zijn dus helder geformuleerd en volgen logisch vanuit de ambities en doelen, zoals geformuleerd in de RES. In de 25

Jaarstukken 2022. Jaarstukken 2022. 27 Stoplichtrapportage uitvoeringsprogramma 2021. 28 Voortgangsrapportage uitvoeringsprogramma 2021. 29 Raadsregeling bijzondere projecten. 26

44

RES West-Brabant is de regionale opgave uitgespreid over de deelnemende gemeenten. Voor Breda is hier een opgave uit voortgekomen die ook is verankerd in de gemeentelijke doelen. De doelstelling rondom CO2-neutraliteit is zelfs verscherpt naar CO2-neutraliteit in 2044 in plaats van 2050. De logische aansluiting van de doelen op de RES maakt dat het goed te zien is wat Breda bijdraagt aan de RES-doelen, en Breda kan hierop worden aangesproken. Dit maakt het regionale aspect van de energietransitie inzichtelijker voor raadsleden. De doelen rondom warmtebesparing sluiten minder logisch aan op de RES-doelen. In de RES West-Brabant is opgenomen dat regionaal 5,5 TWh extra duurzame warmte wordt opgewekt tussen 2030 en 2050. In Breda is dit vrij vertaald naar het aardgasvrij maken van woningen. Het is daarmee op dit moment niet inzichtelijk of Breda een deel van de 5,5 TWh gaat opwekken of dat deze opgave door andere gemeenten in de RES-regio wordt opgepakt. Ook heeft de regio een doel van 15% warmtebesparing. Het is niet goed inzichtelijk of de gemeente Breda ook 15% moet gaan besparen of dat zij een hoger percentage moet besparen. Activiteiten die op dit onderwerp door Breda worden uitgevoerd zijn ook beperkt concreet, vooral op het niveau van onderzoeken en beleidsformulering. De voortgang op de doelen voor warmte zijn voor raadsleden daardoor maar beperkt inzichtelijk.

De acties voor Breda zijn verwerkt in het uitvoeringsprogramma klimaat. Hierin wordt helder en concreet aangegeven wat het doel is van een project, wie erbij betrokken is en wat het benodigde budget is. Waar mogelijk wordt ook aangegeven hoeveel een project bijdraagt aan de CO2reductie. Wat opvalt in het uitvoeringsprogramma is dat niet elk project op eenzelfde manier is uitgewerkt. Bij het ene project wordt een uitgebreide toelichting gegeven, bijvoorbeeld op de fases van het project of de benodigde ondersteuning. Bij andere projecten is het plan summier. Ook valt op dat er beperkt planningen zijn opgenomen voor de projecten. Het is vaak niet inzichtelijk volgens welk tijdsschema een project uitgevoerd dient te worden. Ook worden er geen mijlpalen opgenomen voor de verschillende projecten; ook niet voor de projecten die waar-schijnlijk over meerdere jaren worden uitgevoerd. Het is daarmee voor de raad, op basis van het uitvoerings-programma, beperkt inzichtelijk wanneer hij resultaten kan verwachten voor deze projecten. De financiële kaders zijn opgenomen per project en worden uiteengezet in de klimaatbegroting. Deze kaders worden gedekt uit meerdere potjes, geven betrokkenen aan. Zo komen er vanuit het Rijk verschillende potten met geld beschikbaar, onder andere voor werving of subsidies, terwijl de gemeenten ook veel potten met geld vrijmaken.

Het is op basis van de klimaatbegroting niet in één keer inzichtelijk waar de verschillende potten met geld vandaan komen en hoe deze worden besteed. Wordt er bijvoorbeeld eerst geld besteed vanuit het Rijk en daarna pas vanuit de gemeente zelf? Betrokkenen geven tevens aan dat de verschillende geldstromen ook in de uitvoering beperkt inzichtelijk zijn. Hierdoor is het voor betrokkenen lastig om te kunnen sturen op de besteding van het geld. Betrokkenen geven aan dat het op dit moment niet duidelijk is of de financiële kaders, zoals die nu zijn gesteld, voldoende zijn om alle doelen ook te kunnen behalen. Dit is vooral het gevolg van externe factoren die zich voordoen, zoals de netschaarste. Betrokkenen geven aan dat het gesprek

45

hierover wordt gevoerd met het college om ervoor te zorgen dat de doelstellingen - vooral de doelstelling voor CO2-neutraliteit in 2044 - worden behaald. Het bovenstaande maakt dat het voor raadsleden niet mogelijk is om een integraal beeld te hebben van de kosten die gemaakt worden met de energietransitie. De raad kan hier dan ook maar beperkt op sturen. Het sturen op financiën is echter een essentieel onderdeel van de controlerende rol van de raad, die nu niet goed kan worden ingevuld. De raad heeft beperkt afspraken gemaakt met het college over de wijze waarop hij geïnformeerd wil worden. De raad krijgt jaarlijkse rapportages vanuit de RES-regio, het uitvoeringsprogramma en de jaarstukken. Verder heeft de raad geen kaders meegegeven voor het verstrekken van informatie. Verdere informatievoorziening bij actuele ontwikkelingen of ontwikkelingen in projecten, worden geïnitieerd door het college, in afstemming met de ambtelijke organisatie. De raad wordt natuurlijk wel geïnformeerd wanneer financiële kaders worden overschreden. Uit de stukken komt naar voren dat dit zich niet heeft voortgedaan. De raad heeft dus weinig afspraken gemaakt over informatievoorziening, dus ook geen afspraken over het informeren over doelrealisatie rondom warmte en besparing.

Dit zijn echter wel doelen die zijn vastgesteld door de raad, waar hij nu echter geen zicht op heeft en dus niet op kan controleren en sturen. Er zijn daarom meer afspraken nodig over informatievoorziening dan nu gemaakt.

17. Toetsing aan het normenkader

Groen Aan de vastgestelde norm is geheel voldaan. Oranje Aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan. Rood Aan de vastgestelde norm is niet voldaan. Norm De raad heeft controleerbare ambities en doelen geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en doelen uit de RES zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan.

De ambities en doelen die de raad heeft geformuleerd zijn SMART. De ambities en doelen hebben een kwantitatief karakter en zijn gekoppeld aan een duidelijke deadline voor realisatie. Dit maakt het mogelijk om deze doelstellingen te monitoren. Daarmee is aan de eerste norm geheel voldaan. De ambities en doelen voor opwek volgen daarnaast logisch uit de afspraken die zijn gemaakt in de RES West-Brabant. De doelstellingen vanuit de RES zijn vertaald naar de gemeente Breda. Wat echter opvalt is dat de doelstellingen rondom warmte niet geheel aansluiten op de doelstellingen uit de RES. In de RES zijn de doelen rondom warmte vooral gefocust op warmteopwek (5,5 TWh in 2030), terwijl de gemeentelijke doelen voor warmte gericht zijn op het aardgasvrij/aardgasvrij-ready maken van woningen. In de regio is afgesproken dat de regio 15% warmte moet besparen tot 2030, maar het is niet inzichtelijk gemaakt of de aantallen aardgasvrije woningen deze 15% reflecteren. Gaat de gemeente hiermee voldoende bijdragen aan de warmtebesparing? Breda heeft geen aparte doelstelling voor de opwek van warmte (aanvullend op de doelstellingen voor de opwek van energie).

46

Dit maakt dat Breda niet goed kan rapporteren over de warmtebesparing en de warmte-opwek waar zij voor aan de lat staat. Daarmee is aan de tweede norm gedeeltelijk voldaan. Norm De doelen en ambities zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. Daarbij is duidelijk afgesproken wie wat doet, ook op regionaal niveau. Er zijn heldere financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen. Er is een duidelijke planning vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd.

De doelen en ambities zijn in Breda uitgewerkt in het uitvoeringsprogramma. Dit is een programma, aansluitend op de klimaatbegroting, breder dan alleen de energietransitie. De doelen en ambities komen hier herkenbaar in terug. Daarbij is ook opgenomen met welke partijen de verschillende projecten worden opgepakt. De RES-doelen worden in ieder geval geheel door de gemeente zelf uitgevoerd. De acties en maatregelen zijn voldoende concreet geformuleerd en bieden een helder beeld van wat de gemeente daadwerkelijk gaat doen. Daarmee is aan de eerste norm geheel voldaan. De verschillende acties en maatregelen hebben duidelijke budgetten - vaak vooral voor capaciteitsondersteuning - en het is helder hoeveel het uitvoeringsprogramma an sich gaat kosten. Wat wel opvalt is dat de budgetten vooral proces- en onderzoekskosten omvatten. Of er voor de verschillende projecten extra investeringen nodig zijn, komt niet helder naar voren in het uitvoeringsprogramma. Daarnaast is niet inzichtelijk uit welke potjes de verschillende budgetten komen, bijvoorbeeld vanuit het Rijk, de provincie of de gemeente zelf. Daarmee kan de raad beperkt sturen op de besteding van het geld uit de verschillende potten. Hiermee is aan de tweede norm gedeeltelijk voldaan. De planning die is opgesteld voor de acties en maatregelen bevat vooral een fasering. Hier zijn echter geen duidelijke termijnen aan gekoppeld.

Daardoor is de doorlooptijd van verschillende projecten niet inzichtelijk. Vanwege het ont-breken van de planningen zijn er ook geen duidelijke mijlpalen te onderscheiden. Het is daarmee beperkt inzichtelijk wanneer (tussen)resultaten kunnen worden verwacht van de verschillende projecten. Daarmee is aan de derde norm niet voldaan. Norm Duidelijk is afgesproken op welke momenten en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over en wordt betrokken bij de uitvoering van de energietransitie.

De raad wordt op vaste momenten geïnformeerd over de voortgang van de uitvoering. Via de jaarstukken, via de voortgangsrapportage over het uitvoeringsprogramma en via de voortgangsrapportages vanuit de RES-regio. De raad heeft verder geen afspraken gemaakt over andere momenten waarop hij zou willen worden geïnformeerd. De raad heeft hier wel de mogelijkheid toe, middels de raadsregeling bijzondere projecten. De raad heeft niet besloten om de energietransitie onder deze regeling te scharen. Er zijn daarom geen andere vaste momenten van informatie-voorziening. Wel wordt de raad regelmatig geïnformeerd

47

over nieuwe ontwikkelingen via raadsinformatiebrieven, raadsinformatiesessies of andere bijeenkomsten. Ook wordt de raad meegenomen in de uitvoering bij de beantwoor-ding van raadsvragen. De afspraken voor de momenten en de wijze van informatievoorziening zijn daardoor helder. Daarmee is aan de norm geheel voldaan.

48

18. Uitvoering en doelrealisa4e In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de uitvoering en doelrealisatie. Daarbij gaat het om de realisatie van de acties en maatregelen, de mate waarin dit leidt tot het realiseren van de doelen en of de uitvoering ook plaatsvindt binnen de gestelde inhoudelijke en financiële kaders. Ook wordt gekeken naar de wijze waarop de uitvoering wordt gemonitord. Het hoofdstuk bestaat uit drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de uitvoering en doelrealisatie (§1), de analyse aan de hand van de documenten en de interviews (§2) en tot slot de toetsing aan de normen (§3). Zie voor een beknopt overzicht van de doelrealisatie en de realisatie van de acties en maatregelen ook de factsheet Breda.

19. Uitvoering en doelrealisa?e 20. Uitvoering

De ambities en doelstellingen zijn gevat in het uitvoeringsprogramma.30 Het programma wordt aangestuurd door een programmamanager die twee deelprogrammamanagers onder zich heeft; zij sturen op hun beurt projectleiders aan. De ambtelijke organisatie geeft aan dat er daarnaast gewerkt wordt met een regieteam. Dit regieteam omvat verschillende domeinen. Gelet op de brede insteek van het uitvoeringsprogramma - dat ook zaken als mobiliteit omvat - is het van belang dat integraliteit geborgd wordt. Dit kan worden versterkt door het werken met een regieteam. Ook omdat de energietransitie doorwerkt in álle onderdelen van de gemeente, zoals economie of het sociaal domein. De voortgang van de uitvoering van acties en maatregelen wordt gerapporteerd middels een stoplichtenrapportage. Een project kan de status groen (doelstelling bereikt), oranje (doelstelling deels bereikt) of rood (doelstelling niet bereikt) krijgen.31 De volgende grafiek laat de voortgang in 2021 zien van de projecten in het uitvoeringsprogramma klimaat, thema duurzame energieproductie.32 De voortgang van 2022 is niet op eenzelfde manier weergegeven.

30

Uitvoeringsprogramma klimaat 2021-2024. Stoplichtrapportage uitvoeringsprogramma 2021. 32 Stoplichtrapportage uitvoeringsprogramma 2021. 31

49

Figuur 1. Voortgang thema duurzame energieproductie, stoplichtrapportage uitvoeringsprogramma 2021

Uit de grafiek komt naar voren dat voor de meeste projecten de doelstelling voor 2021 is bereikt. Voor drie projecten wordt de doelstelling deels bereikt: Amer-warmteregio, RES en energieopslag. Voor de Amer-warmteregio wordt gekeken naar verschillende bronnen, infrastructuur en draagvlak om het Amer-warmtenetwerk verder te kunnen verduurzamen. Het project energieopslag krijgt de komende jaren meer aandacht. Op welke manier het project meer aandacht moet krijgen is echter niet inzichtelijk. Voor het project RES wordt aangegeven dat het concept is vastgesteld en voorgelegd aan de landelijke overheid. Er wordt wel benoemd dat de transportschaarste maakt dat grootschalige zon-op-dak-opwekking vertraging oploopt. De voortgang laat zien welke acties zijn uitgevoerd maar gaat niet in op de impact van de projecten op de doel-stellingen. Of de projecten die de doelstelling bereiken ook daadwerkelijk leiden tot meer duurzame energieproductie is daarmee niet inzichtelijk gemaakt. Onderstaande grafiek laat de voortgang zien van projecten in het thema gebouwde omgeving.33

Figuur 2. Voortgang thema gebouwde omgeving, stoplichtrapportage uitvoeringsprogramma 2021 Deze grafiek laat zien dat voor veel projecten de doelstelling voor 2021 is bereikt. Voor twee projecten is de doel-stelling deels bereikt: rondom de verduurzaming van particuliere woningen (als gevolg van corona) en de GreenHopper en Triple A. Opnieuw kon het instrument Green Hopper vanwege corona beperkt worden ingezet. De tabellen gaan vooral in op de acties die zijn uitgevoerd maar geven geen beeld van de impact van de projecten. Zo wordt benoemd dat gewerkt wordt aan de CO2-reductie in de woningvoorraad van corporaties. Dat wordt in de breedte ingevuld, maar het wordt niet inzichtelijk of dit ook daadwerkelijk leidt tot CO2-reductie, en op welke manier. Er kan hierbij dus niet worden gezegd of het project leidt tot resultaten, alleen dat men ermee bezig is. Ook wordt benoemd dat men bezig is met de Transitievisie 33

Stoplichtrapportage uitvoeringsprogramma 2021

50

Warmte, maar wordt niet inzichtelijk wat dit tot nu toe oplevert aan doelrealisatie. Of de projecten ook leiden tot meer besparing is dus - net als voor het thema duurzame energieproductie - niet inzichtelijk. De volgende voortgang wordt gerapporteerd in het thema ‘duurzaam ondernemen’:34

Figuur 3. Voortgang thema 'duurzaam ondernemen', stoplichtrapportage uitvoeringsprogramma 2021

Hierin is te zien dat het project ‘duurzame bedrijventerreinen’ vertraging oploopt. Dit zou komen omdat het lastiger is om bedrijven te stimuleren om te investeren in duurzame energie. Dit zou onder andere komen door netwerkcongestie. De activiteiten van het platform BV Breda zijn daarom uitgesteld. Ook is te zien dat andere projecten – vooral als gevolg van corona – vertraging oplopen. Voor andere projecten is het opnieuw niet te zien of de doelen ook daadwerkelijk worden gerealiseerd met deze projecten.

21. Doelrealisa%e

De meest recente voortgangsrapportage laat het volgende beeld zien voor opwek in de RES-regio West-Brabant.

34

Stoplichtrapportage uitvoeringsprogramma 2021

51

Figuur 4. Stand van zaken doelrealisatie, voortgangsrapportage RES 1.0 35 Uit deze cijfers blijkt dat de gemeente een restopgave heeft van 107 GWh. Van deze 107 GWh moet 12 GWh worden gerealiseerd met wind. 95 GWh moet worden gerealiseerd met zon-op-dak. Van de 107 GWh is 43 GWh prognose die niet mag worden meegerekend vanwege de rekenregels. De gemeente heeft daarmee een resterende opgave van 64 GWh die gerealiseerd moet worden met zon-op-dak. Voor de realisatie van de resterende 64 GWh zon-op-dak is geen concreet plan van aanpak opgesteld. De gemeente heeft een bredere ambitie voor duurzaamheid: 49% CO2-reductie in 2022 (referentiejaar 1990) en CO2-neutraliteit in 2044. In de klimaatbegroting is de meest actuele stand van zaken opgenomen van de CO2-reductie; dit is weergegeven in de volgende grafiek.36

35 36

Voortgangsrapportage RES 1.0, 15 juni 2023. Klimaatbegro)ng 2023.

52

Figuur 5. Voortgang CO2-reductie, klimaatbegroting 2023

De grafiek laat zien dat de uitstoot met de huidige maatregelen niet voldoende daalt (bovenste groene stippellijn) om de doelstellingen (rode punten) in 2030 en 2044 te behalen. Daarom is versnelling van de realisatie benodigd (onderste groene stippellijn). Rondom energieproductie heeft de gemeente daarom de volgende maatregelen geïdentificeerd waarmee versneld zou kunnen worden:37 - Duurzame warmteproduc8e voor stadsverwarming, energiehub (geothermie, zonthermie). - Projecten voor warmte-koude-opslag (aquathermie met WKO); studie naar het poten8eel van de markt voor aquathermie. - Studie naar de mogelijkheden voor riothermie (warmte uit afvalwater) in Breda. - Zon-op-grote-daken. - Windturbines. - Onderzoek naar innova8eve oplossingen voor de transportschaarste op het elektriciteitsnet. - Onderzoek naar de toepassingen van ba]erijen op straat- of buurtniveau. De gemeente verwacht dat de doelen voor 2030 en 2044 met het realiseren van de acties en maatregelen in de klimaatbegroting worden behaald.38 Op welke manier de acties en maatregelen bijdragen aan CO2-reductie wordt echter niet inzichtelijk gemaakt. De gemeente rapporteert niet over de realisatie van de ambities rondom het aardgasvrij maken van woningen en over de besparing van energie.

37 38

Klimaatbegro)ng 2023. Klimaatbegro)ng 2023.

53

22. Financiële kaders

De voortgangsrapportage over het uitvoeringsprogramma bevat geen financiële paragraaf. Dit is ook geen onderdeel van de stoplichtenrapportage; deze is gefocust op het behalen van de doelstellingen.39 De financiële realisatie komt naar voren vanuit de jaarrekening. De jaarrekening van 2022 laat zien dat zowel de lasten als de baten van het onder-deel duurzame en bestendige stad zijn afgenomen ten opzichte van de gewijzigde begroting. De toelichting bij deze afwijking laat zien dat de afwijking niet het resultaat is van projecten die worden opgestart vanuit de doelen rondom de energietransitie. De afwijkingen komen voort uit de producten milieubeheer, natuur- en milieueducatie en openbaar groen en recreatie.40 In de voortgangsrapportage over de projecten worden ook geen significante financiële afwijkingen gerapporteerd.41 Wel wordt benoemd dat de financiering rondom het Amernet de uitvoering kan belemmeren. Er wordt benoemd dat er een Rijksbijdrage is voor het Amernet maar dat dit geen garantie is voor een sluitende financiering. Ook zorgen hogere investeringen ervoor dat het voeden van Amer met duurzame bronnen vertraging oploopt.

23. Monitoring

Zoals in de vorige paragrafen al wordt aangegeven, wordt er gemonitord op een aantal manieren. Allereerst worden de projecten gemonitord middels rapportages van de uitvoeringsprogramma’s.42 Hierbij wordt gemonitord of de doel-stellingen van het project worden behaald of dat deze vertraging oplopen. Er vindt geen monitoring plaats van de financiële kaders. Verder worden de doelstellingen gemonitord op RES-niveau43 en via de duurzaamheidsmonitor.44 Hierbij wordt gekeken naar de hoeveelheid hernieuwbare energie die wordt opgewekt (RESniveau) en de mate waarin de CO2-uitstoot afneemt in de gemeente (duurzaamheidsmonitor). In de jaarstukken wordt gemonitord aan de hand van indicatoren. De data hiervoor komen voort uit de duurzaamheidsmonitor. De gemeente maakt gebruik van drie indicatoren: de hoeveelheid CO2uitstoot in kiloton per jaar, de hoeveelheid fijnstof in de lucht en het aandeel hernieuwbare energie op de totale energie.45 De gemeente rapporteert niet over het aantal woningen dat aardgasvrij is gemaakt en over energiebesparing. De monitoring van de acties en de doelstellingen vindt jaarlijks plaats.

24. Analyse

Realisatie acties en maatregelen

39

Stoplichtrapportage uitvoeringsprogramma 2021. Jaarstukken 2022. 41 Voortgangsrapportage uitvoeringsprogramma 2021. 42 Voortgangsrapportage uitvoeringsprogramma 2021. 43 Raadsbrief ‘voortgang en tussenresultaten RES West-Brabant’, 19 juli 2022. 44 Duurzaamheidsmonitor 2022. 45 Jaarstukken 2022. 40

54

De gemeente Breda heeft haar opgave voor de energietransitie vertaald naar het uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma wordt gemonitord middels een stoplichtenrapportage. In de stoplichtrapportage geeft de gemeente aan dat van de meeste projecten de doelstelling wordt behaald. Wat echter opvalt, is dat er beperkt wordt gekeken naar de impact van de projecten. Voorbeeld: er wordt aangegeven dat de regeling Bredase Toekomstbestendig Wonen van start is gegaan. Dit project heeft tot doel het verduurzamen van bestaand vastgoed te stimu-leren. Hoewel de regeling van start is gegaan, zegt dit niets over de mate waarin de regeling ook daadwerkelijk leidt tot verduurzaming van vastgoed. Weten inwoners de regeling goed te vinden? Is de regeling werkbaar en zorgt deze er voor dat verduurzaming betaalbaarder wordt? Hierover kan nog niets worden gezegd terwijl het project wel een groene status krijgt. Dit kan verwarrend zijn voor de raad: wordt er nu daadwerkelijk vastgoed verduurzaamd of niet? Een ander voorbeeld is de geothermie. Er wordt benoemd dat GD geothermie nu een gesprekspartner is, maar dat het daadwerkelijk op gang komen van projecten lastig blijkt. Toch krijgt het project een groene status. Dat werpt de vraag op of het project daadwerkelijk goed loopt, en wat de criteria zijn om een groene status aan het project te geven.

Verder is de planning van de verschillende projecten onduidelijk; daardoor is beperkt inzichtelijk op welke termijnen projecten uitgevoerd moeten zijn. Het is daarmee ook beperkt mogelijk om te bepalen of de uitvoering van de acties en de maatregelen plaatsvindt volgens planning. Grotere projecten – met veel impact op de doelrealisatie – lijken nog maar beperkt te resulteren in daadwerkelijke impact. Projecten als het Windpark, het Amernet, CO2-reductie door woningcorporaties, de Transitievisie Warmte of de verduurzaming van bedrijventerreinen. De gemeente kan eigenlijk niet goed laten zien dat deze projecten nu goed lopen, en dat verwacht wordt dat deze in de nabije toekomst gaan leiden tot impact op de doelen. Bij drie van deze projecten (Windpark, Amernet en Transitievisie Warmte) zijn de risico’s groot. Risico’s als netcongestie, verduurzaming en het voldoende bereiken van bewoners. Bij de CO2-reductie en de verduurzaming van bedrijventerreinen zijn de risico’s lager, en kan de gemeente meer gaan sturen. Met de monitoring van de acties en maatregelen zoals deze nu is ingericht, kan niet worden bepaald of de realisatie van acties en maatregelen leidt tot de beoogde impact op de doelen. Ook kan niet worden bepaald of de uitvoering plaatsvindt binnen de gestelde kaders. De monitoring is hiermee onvoldoende van waarde voor de raad om mee te kunnen sturen.

Realisatie doelstellingen De monitoring van de doelstellingen voor opwek geven het beeld dat de gemeente aardig op weg is om de doelen te realiseren. Bij de realisatie moet echter een asterisk worden geplaatst. Dit is het resultaat van een aantal risico’s dat zich kan voordoen. Zo kampt de gemeente Breda - net zoals de andere gemeenten - met netschaarste. De netschaarste zorgt voor een risico voor de realisatie. Immers, de windturbines kunnen wel zijn neergezet maar als deze niet zijn aan-gesloten op het net, kan de gemeente alsnog geen gebruikmaken van de duurzame energie. Ook het Amernet is een groot risico. Het Amernet dient te verduurzamen. Wanneer dit niet gebeurt, en wordt overgegaan op aardgas, dan is het niet mogelijk voor de gemeente om de doelstellingen rondom

55

warmte te behalen. De huizen die nu op het warmtenet zijn aangesloten, zouden dan juist op het gas worden aangesloten in plaats van andere huizen die juist van het gas áf gaan. Zelfs al worden beide bovenstaande risico’s gemitigeerd, dan zijn er nog steeds risico’s rondom capaciteit. Er is niet alleen gebrek aan personeel bij de gemeente maar ook in de markt, bijvoorbeeld bij installateurs voor zonnepanelen of warmtepompen. De besparing die moet plaatsvinden bij particulieren en bedrijven - die gebruik gaan maken van zonnepanelen en warmtepompen - loopt daarmee een significant risico. De risico’s zijn dermate groot van aard dat Breda niet goed kan onderbouwen of de beoogde realisatie ook wordt behaald en dat de doelen vanuit de RES worden gerealiseerd. Deze risico’s komen nog beperkt terug in de monitoring, waardoor bij raadsleden alsnog het beeld kan ontstaan dat de gemeente op koers ligt. Het is van belang dat raads-leden voldoende zicht hebben op de risico’s van de energietransitie en niet alleen op de beoogde realisatie. Anders kunnen ze hier niet op sturen. Naast de bestaande projecten heeft Breda nog een significante restopgave van 64 GWh. Ook zit nog een deel van de opgave in de prognose buiten de pijplijn. Het is niet vanzelfsprekend dat dat ook wordt gerealiseerd. Voor de rest-opgave ligt er ook op dit moment geen concreet plan van aanpak.

De gemeente kan daarmee niet voldoende onder-bouwen dat men op koers ligt voor de realisatie van de gehele opgave voor opwek. Ook voor CO2-reductie kan de gemeente niet goed onderbouwen dat zij op koers ligt. De gemeente geeft aan dat er een versnelling nodig is en dat hiervoor extra acties en maatregelen worden getroffen. Hoe deze acties en maatregelen bijdragen aan de CO2-reductie wordt echter niet inzichtelijk gemaakt. Daarmee is het niet mogelijk om te zeggen of deze acties en maatregelen ervoor zorgen dat de gemeente wel op koers komt te liggen. Voor de doelen voor besparing en warmte kan de gemeente zelfs helemaal niet onderbouwen dat er resultaten worden behaald, aangezien hier niet over wordt gerapporteerd naar de raad. De realisatie van de doelstellingen voor warmte en besparing is hiermee nog onvoldoende. Realisatie financiële kaders De monitoring geeft geen beeld van de financiële kaders, al laat de jaarrekening zien dat er geen grote budget-afwijkingen zijn geweest. Betrokkenen geven wel aan dat de financiële kaders mogelijk voor de toekomst niet voldoende zijn, gelet op de aanscherping van de doelen voor CO2reductie door het Rijk. Hier moet nog extra financiering voor beschikbaar worden gesteld. De monitoring maakt dus niet inzichtelijk of de realisatie van de doelen en ambities plaatsvindt binnen de financiële kaders.

De jaarrekening geeft natuurlijk wel een beeld, maar dit is niet voldoende om daadwerkelijk als raadslid inzichtelijk te krijgen hoe de realisatie plaatsvindt, gelet op de kaders. Dit inzicht is wel nodig, gelet op de mogelijke extra financiering die door de raad beschikbaar wordt gesteld. De raad wordt op dit moment niet voldoende in staat gesteld om te sturen op de financiële kaders. Monitoring De monitoring die periodiek plaatsvindt, gaat over de doelen van de acties en maatregelen en maakt niet inzichtelijk of de beoogde impact van de doelen wordt gerealiseerd. Ook is de

56

periodieke monitoring niet gericht op zaken als finan-ciën en planning. Verder valt in de monitoring op dat de gemeente goed in staat is om te rapporteren over opwek en CO2-reductie, maar dat besparing en warmte niet worden gemonitord. Daarnaast is het een aandachtspunt dat de monitoring een jaar achterloopt op de realiteit. Het bovenstaande maakt het lastig voor de raad om goed op de hoogte te blijven van de doelrealisatie. Het is dan ook niet goed mogelijk voor de raad om bij te sturen. De ambtelijke organisatie geeft in gesprekken aan dat er wel met het college wordt gesproken over het bijstellen van doelen als de realisatie in het geding komt. De raad kan dit gesprek echter niet in gang zetten, aangezien hij met de huidige monitoring te weinig zicht heeft op de realisatie om bijtijds te kunnen sturen.

25. Toetsing aan het normenkader

Groen Aan de vastgestelde norm is geheel voldaan. Oranje Aan de vastgestelde norm is gedeeltelijk voldaan. Rood Aan de vastgestelde norm is niet voldaan. Norm De acties en maatregelen worden uitgevoerd conform planning.

Vanuit de monitoring is te zien dat de acties en maatregelen worden uitgevoerd. Het is echter niet inzichtelijk in welke mate dit ook conform planning gebeurt. Hierover wordt namelijk niet gerapporteerd. Daarnaast is er voor veel acties en maatregelen geen planning opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Het is daarmee voor de raad beperkt inzich-telijk binnen welke periode hij resultaten kan verwachten en of deze resultaten ook binnen deze periode worden bereikt. Omdat niet inzichtelijk is of acties en maatregelen worden uitgevoerd conform planning, is aan de norm niet voldaan. Norm De doelen en ambities zijn bereikt of liggen op koers om bereikt te worden. De doelen en ambities worden bereikt binnen de vastgestelde financiële kaders.

Uit de monitoring komt naar voren dat de gemeente nog een restopgave heeft van 64 GWh voor opwek, waar nog geen plan van aanpak voor ligt. Er kan door het ontbreken van het plan van aanpak niet worden onderbouwd dat de opwekopgave wordt gerealiseerd. Van de doelen voor warmte en besparing is helemaal niet te zeggen of deze op koers liggen omdat hier niet over wordt gerapporteerd. Voor projecten die al lopen gelden significante risico’s als netschaarste, het Amernet en capaciteitstekorten, waardoor ook de realisatie hiervan in het geding komt. Projecten als het Amernet, Windpark A16, Transitievisie Warmte, CO2-reductie door woningcorporaties en de verduurzaming van bedrijventerreinen hebben veel impact, maar het is niet goed te zien tot welke

57

doelrealisatie dit op dit moment leidt. Ook kan nog niet goed worden gezegd of deze projecten wel op koers liggen. Daarmee is aan de eerste norm niet voldaan. In de monitoring wordt niet gereflecteerd op de financiële kaders. Het is daardoor niet goed inzichtelijk of de doelen en ambities worden gerealiseerd binnen de gestelde kaders en of de kaders in de toekomst voldoende zijn, gelet op de verscherpte doelstellingen vanuit het Rijk. De jaarrekening laat echter niet zien dat er grote financiële afwijkingen zijn. Daarmee is aan de tweede norm gedeeltelijk voldaan. Norm De realisatie van de doelen en ambities wordt periodiek gemonitord op basis waarvan zo nodig tot bijsturing wordt overgegaan.

De realisatie van de doelen wordt periodiek gemonitord, maar - zoals hierboven beschreven - is dit niet voldoende voor de raad om goed inzicht te hebben in de doelrealisatie, financiën en planningen. De raad kan hierdoor niet vol-doende tijdig tot bijsturing overgaan op doelen en ambities. Daarmee is aan de norm niet voldaan.

58

26. Rol van de raad In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de rol van de raad. Daarbij gaat het om de informatievoorziening aan de raad en de mate waarin de raad met deze informatie in stelling wordt gebracht om te kunnen sturen. Het hoofdstuk bestaat uit drie paragrafen: de beschrijving waarin wordt ingegaan op de informatievoorziening (§1), de analyse aan de hand van de documenten, de interviews en enquête (§2) en tot slot de toetsing aan de normen (§3).

27. Rol van de raad

De raad heeft kaders gesteld voor de uitvoering van de energietransitie bij het vaststellen van de RES West-Brabant en de Transitievisie Warmte. Daarnaast heeft hij kaders gesteld voor projecten en de uitvoering middels de klimaat-begroting en de programmabegroting. De klimaatbegroting is een apart instrument, aanvullend op de programma-begroting, dat in 2016 is ingesteld op verzoek van de raad. De raad kan verdere kaders meegeven aan het college door middel van moties en amendementen. De raad heeft de afgelopen jaren moties aangenomen over onder andere het onderzoeken van verschillende technieken voor het aardgasvrij maken van woningen46 of het voorbereiden van het opschalen van de klimaatbegroting 2022.47 De raad volgt het BOB-model (beeldvormend, oordeelvormend, besluit-vormend) om te komen tot kaders voor de energietransitie. Over de uitvoering van het uitvoeringsprogramma krijgt de raad een jaarlijkse rapportage. 48 Daarnaast ontvangt de raad jaarlijks een voortgangsrapportage vanuit de RES West-Brabant.49 Deze informatie wordt aangevuld met informatie vanuit de jaarstukken. De raad ontvangt waar nodig raadsinformatiebrieven bij grotere projecten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oss&id=53639bfa-1bf2-4d59-b0c9-4d3dd8887478