Rapport RK Breda Energietransitie 18 10 2023
Tekst van het document
Bestuurlijke nota
Energietransitie Breda Stand van zaken Breda, 18 oktober 2023 Geachte leden van de gemeenteraad van Breda, Hierbij biedt de Rekenkamer Breda u het onderzoek aan naar de stand van zaken over de energietransitie in de gemeente Breda. De Rekenkamer hoopt met dit rapport u inzicht geven in de huidige stand van zaken met betrekking tot de energietransitie. Uit het onderzoek blijkt dat Breda ambitieus is en veel inspanningen verricht om tot een goed resultaat voor de stad te komen De Rekenkamer geeft een aantal aansporingen die het college onderschrijft. Tot slot geeft de Rekenkamer enkele aanbevelingen aan de raad. Graag gaat de Rekenkamer Breda met u in gesprek over dit rapport, waarbij wij vragen van u kunnen beantwoorden. Met vriendelijke groet, De Rekenkamer Breda
Bestuurlijke nota
Energietransitie Breda Stand van zaken
Breda, 18 oktober 2023
2
Bestuurlijke nota
Energietransitie Breda Stand van zaken Inhoudsopgave Bestuurlijke nota • Inleiding • Conclusies, aansporingen en twee aanbevelingen voor de raad • Deel 1 Rekenkameronderzoek 2008-2018, 10 klimaatlessen, wat is er mee gedaan? • Deel 2 Rekenkameronderzoek 2023, samenvatting, beantwoorden onderzoeksvragen Reactie College van Burgemeester en Wethouders Breda met nawoord door de Rekenkamer Breda Bijlagen 1. Onderzoeksrapport energietransitie gemeente Breda door extern onderzoeksbureau 2. Onderzoeksrapport energietransitie algemeen deel: gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Tilburg en Oss door extern onderzoeksbureau Leeswijzer bijlagen De Rekenkamer Breda beschouwt de bestuurlijke nota als de publicatie van de stand van zaken energietransitie gemeente Breda. Voor een deel is de bestuurlijke nota gebaseerd op de rapporten van het externe onderzoeksbureau in opdracht van vier gemeenten. Het algemene deel publiceren alle vier de onderzochte gemeenten. Om die reden publiceert de Rekenkamer Breda dit externe rapport in de bijlagen. De Rekenkamer Breda vindt deze bestuurlijke nota meer recht doen aan de Bredase situatie dan het externe rapport; zowel het algemeen deel als het specifieke gemeentelijk rapport voor de gemeente Breda.
3
Inleiding Dit rekenkameronderzoek gaat in op de stand van zaken van de energietransitie en in het bijzonder op de Regionale Energie Transitie (RES). Het is een actueel thema en, gezien de maatschappelijke ontwikkelingen, ook urgent. De gevolgen van de Oekraïne oorlog en de stijging van de energieprijzen hebben er onder meer toe geleid dat de ontwikkelingen van de energietransitie snel gaan. De urgentie wordt gevoeld, er is volop aandacht en draagvlak om als samenleving stappen te zetten in de energietransitie. Voor een goed begrip merkt de Rekenkamer op dat de energietransitie onderdeel is van het meeromvattende klimaatbeleid. Klimaat en energie worden beiden gebruikt in deze nota. Transitie, wat is het? Laten we beginnen om de betekenis van een transitie te duiden. Een transitie is een structurele verandering die het resultaat is van op elkaar inwerkende en elkaar versterkende ontwikkelingen op het gebied van bijvoorbeeld economie, cultuur, technologie, instituties, natuur en milieu. Een transitie duurt gemiddeld één á twee decennia. Als we ons niet voorbereiden op de transitie en de transitie weinig tijd gunnen dan zal er eerder sprake zijn van een revolutie. De verandering dringt zich aan ons op en dat gebeurt veelal op een niet comfortabele en door externe factoren opgedrongen wijze.
Complexiteit van de materie: klimaat en energietransitie Een ander aspect dat de Rekenkamer wil benadrukken is dat klimaatbeleid en daarbinnen de energietransitie complex is. Complex in techniek met innovaties waar we op hopen, maar die we nog niet kennen. Ook is het ingewikkeld in de samenhang met het beleid en de impact ervan. Veel raakt de energietransitie, van het fysieke domein (ruimtelijke impact zoals plaatsen van nieuwe stroomhuisjes en vervangen leidingen) tot het sociaal domein (energiearmoede en betaalbaarheid voor de kwetsbaren) en natuurbeheer, als ook de duurzame overheid en de gemeentelijke regierol (energielabel C voor (gemeentelijke) gebouwen en duurzame inkoop). De Rekenkamer Breda wil met dit onderzoek niet uitputtend en in detail de energietransitie in volle omvang handelen. Het geeft op hoofdlijnen inzicht in de ontwikkelingen vanaf 2008 tot 1september 2023. Deel I en deel II van deze bestuurlijke nota. De energietransitie is in Breda in 2008 gestart en gedefinieerd in termen van klimaatbeleid. De Rekenkamer Breda heeft dit klimaatbeleid in 2019 geëvalueerd over de periode 2008 -2018. We komen hierop later terug in deel I: De 10 klimaatlessen en de stand van zaken in 2023 hieromtrent. Ook besteden we aandacht aan de reactie van het college van eind 2019 op het uitgebrachte rapport.
De Rekenkamer Breda voert vanaf eind 2022 onderzoek uit naar de stand van zaken over de energietransitie en de RES voor de gemeente Breda. Dit is opgenomen in deel II van deze bestuurlijke nota. Het kijkt naar de stand van zaken van de energietransitie als onderdeel van het
4
klimaatbeleid en dan in het bijzonder naar de RES West-Brabant, en hoe de gemeente Breda daaraan op dit moment bijdraagt. Definitie Breda van energietransitie. De definitie die Breda hanteert voor energietransitie komt uit het coalitieakkoord 2022-2026. Het luidt: ‘het nemen van energiebesparende maatregelen en het opwekken via natuurlijke bronnen’. Het duurzaam opwekken van energie en het bevorderen van aardgasvrije woningen en gebouwen zijn RES-doelstellingen, energiebesparing heeft Breda eraan toegevoegd.’ Immers dat wat je niet gebruikt aan energie hoef je ook niet op te wekken, zo redeneert Breda. Geactualiseerd beleid 25 juli 2023: ‘Klimaatplan Breda klimaatneutraal in 2044’. Het college heeft het klimaatplan uit 2008 herzien en op 25 juli 2023 is het ‘Klimaatplan Breda doet mee! Breda klimaatneutraal in 2044’ naar de gemeenteraad gezonden. Bij het bepalen van resultaten van de energietransitie is het goed om te realiseren waar de gemeente zelf invloed op heeft en waarop minder of in het geheel niet. Bovendien is de gemeente vaak afhankelijk van wijzigingen in wet- en regelgeving van de rijksoverheid. Besluit voor onderzoek energietransitie door vier rekenkamers, deel II bestuurlijke notitie. Eind 2022 is de Rekenkamer Breda samen met drie andere rekenkamers uit Tilburg, ’s Hertogenbosch en Oss een onderzoek gestart naar de energietransitie, in het bijzonder de RES.
Zij hebben gezamenlijk een extern bureau gevraagd het onderzoek uit te voeren. Op 28 juni is het externe feitenrapport aan de ambtelijke organisatie aangeboden voor een check. Op 1 juli 2023 heeft de RES een voortgangsrapportage opgeleverd, deze gegevens niet zijn meegenomen in het externe rapport. De secretaris-onderzoeker van de Rekenkamer Breda die het onderzoek solitair heeft begeleid, is na een dienstverband van ruim een jaar, medio juni 2023 vertrokken wegens het aanvaarden van een andere baan. Op 25 juli 2023 heeft het college haar beleid geactualiseerd en aangepast naar de huidige stand van ontwikkelingen en recente landelijke ordeningen. Begin september 2023 spreekt de raad over dit plan. Dit rekenkameronderzoek is dus niet erg gelukkig getimed; een beetje mosterd na de maaltijd. Met deze kennis had de Rekenkamer Breda in november 2022 niet moeten besluiten om te participeren in dit onderzoek. Gedane zaken nemen geen keer! De Rekenkamer Breda heeft de intentie om, ondanks de hiervoor geschetste situatie, toch een bijdrage te leveren. De energietransitie is hiervoor te belangrijk. Met deze bestuurlijke nota geeft de rekenkamer inzicht in wat er met de klimaatlessen uit 2019 is gebeurd en duidt de Rekenkamer Breda het onderzoek 2023 met conclusies, aansporingen en twee aanbevelingen.
Leeswijzer onderzoek vier rekenkamers: algemeen deel en specifiek gemeentelijk rapport De Rekenkamer Breda beschouwt deze bestuurlijke nota als de publicatie van de stand van zaken energietransitie. Voor een deel is de bestuurlijke nota gebaseerd op de rapporten van het externe bureau. In de bijlage bij deze bestuurlijke nota zijn de rapporten van het externe bureau opgenomen: een algemeen rapport voor de vier onderzochte gemeenten en een specifiek rapport
5
voor de gemeente Breda. Het algemene deel publiceren alle vier onderzochte gemeenten. Om die reden publiceert de Rekenkamer Breda dit rapport ook. De Rekenkamer Breda vindt deze bestuurlijke nota meer recht doen aan de huidige Bredase situatie dan het externe rapport; zowel het algemeen deel en specifiek gemeentelijk rapport. Algemene conclusie en aansporingen De algemene conclusie is dat Breda de energietransitie zeer serieus neemt en er hard aan werkt, getuige de governance structuur die de gemeente heeft opgezet, het beschikbare budget en het beleid zeer recent heeft geactualiseerd. De inspanningen die Breda levert werpen hun vruchten af. In relatie tot de gemeenten Tilburg, ’s Hertogenbosch en Oss kan Breda trots zijn op wat zij tot nu toe heeft bereikt. Gerelateerd aan de RES-doelstelling ‘opwek energie’ doen zij het als beste en is er de komende 6,5 jaar nog een geringe inspanning te leveren. Deel II van deze bestuurlijke nota gaat daar verder op in. Breda heeft samen met raad, college en ambtelijke organisatie een klimaatbegroting ontwikkeld en een stoplichtenmodel om zo inzicht te krijgen in de ontwikkelingen en de resultaten. Het gaat goed, zo concludeert de Rekenkamer Breda. De Rekenkamer adviseert Breda om wel alert te blijven op de ontwikkelingen, deze gaan razendsnel. Kan het op onderdelen dan beter? Zeker! Om die reden geeft de rekenkamer aansporingen.
Monitoring, hoe lastig soms ook, dat zal blijken in deel I en II van deze bestuurlijke nota, verdient serieuze aandacht. Monitoren van resultaten is zeker sinds 2019 van de grond gekomen, een verdere ontwikkeling is zeker te overwegen en passend. De Rekenkamer adviseert om de monitoring verder te ontwikkelen en een meer kwantitatief inzicht te geven in de resultaten. Verder is het belangrijk om te laten zien waar de gemeente invloed op heeft en waar niet, maar wel tegenaan loopt (Amercentrale en netcongestie) en wat de kaders zijn van landelijke wetgeving, waaraan ook Breda dient te voldoen. Daarnaast zou er een kwalitatieve bijlagen kunnen worden ontwikkeld waar aandacht is voor aan initiatieven van inwoners en bedrijven, innovaties, experimenten, moties en amendementen en wat er mee is gedaan door het college. Dit alles zou kunnen aansluiten op de afspraak dat het college de raad op thema-niveau informeert over de voortgang. De Rekenkamer adviseert om deze monitor twee keer per jaar naar de raad te zenden. Van hieruit kan de raad haar controlerende rol vervullen en waar wenselijk aanvullende kaders stellen waar hij dat wenselijk en noodzakelijk acht. Twee witte vlekken voor de Rekenkamer in het huidige onderzoek voor Breda. De Rekenkamer Breda heeft afgelopen zomerperiode veel informatie opgehaald. Er zijn twee witte vlekken.
Gezien de beschikbare tijd heeft de Rekenkamer dit niet kunnen onderzoeken. De 1e is prestatieafspraken met woningcorporaties over energiebesparing en ‘huizen van het gas af’ en de tot nu toe behaalde resultaten met zicht op de prestatie in de nabije toekomst. Het college heeft prestatieafspraken gemaakt met woningbouwcorporaties, gezien de beperkte tijd heeft de Rekenkamer dit niet verder kunnen onderzoeken wat de aard en omvang van de afspraken zijn rondom de energietransitie en de behaalde resultaten. De 2e witte vlek voor de Rekenkamer is hoe de gemeente zelf resultaten behaald in de energietransitie, daar heeft de gemeente zelf maximale invloed op. Gemeentelijke gebouwen
6
energielabel C? Wat is de stand van zaken? Hoe staat het met de transitie van het eigen gemeentelijke wagenpark nar duurzame en CO2 neutrale oplossingen ? Inkoop, duurzaam? Samenwerking met de ambtelijke organisatie Vanaf juli 2023 heeft de Rekenkamer constructief en intensief samengewerkt met de ambtelijke organisatie. Wij zijn hen dan ook bijzonder erkentelijk voor de plezierige communicatie en de bereidwilligheid om in de vakantieperiode de Rekenkamer te voorzien van informatie. Heel veel dank! Fasen in het onderzoek, bestuurlijke reactie en openbaarmaken rapport. Het onderzoek is gestart in november 2022. Dataverzameling en interviews waren in de periode januari tot en met mei 2023. Op 28 juni 2023 is het rapport aan de ambtelijke organisatie aangeboden voor een feitencheck. Op 12 juli 2022 heeft de Rekenkamer een reactie ontvangen. Dit is verwerkt door het onderzoeksbureau in de twee rapporten zoals opgenomen in de bijlagen. Op 26 september 2023 heeft de Rekenkamer Breda het eindrapport voorzien van de bestuurlijke nota en dit aangeboden aan het college voor een bestuurlijke reactie. De reactie van het college is ontvangen op 11 oktober 2023. Op 13 oktober 2023 heeft het college van de gemeente Tilburg het onderzoeksrapport met conclusies naar de pers gezonden. BD heeft hierover op 17 oktober 2023 een artikel gewijd.
De Rekenkamer Tilburg heeft de Rekenkamer Breda hierover op 18 oktober 2023 in de namiddag geïnformeerd. Om die reden heeft de Rekenkamer Breda het rapport op 18 oktober naar de raad gezonden en is het rapport openbaar. Tot slot. Tot slot heeft Rekenkamer gezien dat de raad bijzonder geïnteresseerd is en ook door het college regelmatig is betrokken. Voorbeeld is de ontwikkelingen bij de Amercentrale. De Rekenkamer geeft de raad in overweging om het college ruimte te geven voor de uitvoering van deze transitie en het college te stimuleren om te experimenteren. Experimenteren brengt risico’s mee, zolang deze weloverwogen en beheerst worden genomen is het opzoeken van de grenzen naar de mogelijkheden aan te raden om zo stappen in de energietransitie te kunnen zetten. Hierbij past ook, als het college de ruimte krijgt, dat het college de raad goed informeert. Wat gaat goed, wat minder en wat is mislukt. Hier past vertrouwen bij tussen raad en college en omgekeerd. Ieder vanuit haar eigen rol de samenwerking zoeken en het politieke debat zal zeker reliëf geven. De Rekenkamer Breda wenst u allen veel succes met de het klimaatbeleid en de energietransitie. Breda, 18 oktober 2023
7
Conclusies en aansporingen met een tweetal aanbevelingen voor de raad Conclusies • Klimaatbeleid en energietransitie leeft in Breda, bij de raad, college en de ambtelijke organisatie. Er is betrokkenheid en verantwoordelijkheid om stappen te zetten; • In 2019 de Rekenkamer concludeert dat Breda haar klimaatdoelstellingen nog beperkt waargemaakt. Het college nuanceerde deze conclusie en onderbouwde haar zienswijze in de bestuurlijke reactie van 10 december 2019. In 2023 concludeert de rekenkamer dat Breda een substantiële slag heeft gemaakt, mede geholpen door de maatschappelijke ontwikkelingen en het vormgeven van de RES. Tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten, in het bijzonder daar waar Breda nauwelijks invloed op kan uitoefenen: de Amercentrale en de ontstane netcongestie; • Breda was in 2019 en is in 2023 nog steeds ambitieus, hou dat vast. Ontwikkelingen gaan snel, blijf alert, flexibel en wendbaar. Een aandachtspunt is de monitoring van behaalde resultaten. Resultaten zijn niet altijd eenvoudig te achterhalen, maar verdienen het wel om serieus te nemen; • Uit de doorwerking van de 10 klimaatlessen blijkt dat het speelveld anno 2023 is gewijzigd en het tij voor klimaatbeleid is gekeerd, het is nu gunstiger vanuit het transitieperspectief.
Met de klimaatbegroting heeft Breda een waardevolle stap gezet om Breda en de raad inzicht te geven; • Ten aanzien van het ‘opwekken van duurzame energie’ doet Breda het goed, ook ten opzichte van de drie andere onderzochte gemeenten. Aandachtspunt blijft de Amercentrale, dit onderkend het college, stappen worden gezet die passen bij de rol van de gemeente Breda en de gemeenteraad wordt hierover periodiek geïnformeerd; • Monitoring van de behaalde resultaten, zo blijkt ook uit dit onderzoek, is mede door de complexiteit, soms wat te gefragmenteerd. Risicomanagement is nog in een beginstadium, een risicoregister wordt op dit moment ontwikkeld. Aansporingen • Breda is goed op weg met de energietransitie, blijf wel alert, volg ontwikkelingen en haak daaropin en informeer periodiek de raad; • Inzichten in vorderingen en resultaten zijn essentieel. Het college informeert de raad. Blijf dit doen. Ontwikkel daarnaast een dashboard om te monitoren en bespreek dit twee keer per jaar met de raad al dan niet samen met de (klimaat0begroting. Aanbevelingen aan de gemeenteraad van Breda 1. Uit dit onderzoek blijken voor de Rekenkamer 2 witte vlekken. Vraag het college om informatie over: I. Prestatieafspraken met woningcorporaties over energiebesparing en ‘huizen van het gas af’ en de (behaalde) resultaten; II. Hoe presteert de gemeente zelf ten aanzien van klimaat? i.
Gebouwen dienen per 1 januari 2023 energielabel C te hebben, wat is de stand van zaken?
8
ii. Hoe staat het met de resultaten van de duurzaamheidsopgave van het eigen gemeentelijke wagenpark en de mobiliteit? iii. Wat is de stand van zaken over duurzame inkoop van de gemeente? 2. Geef het college ruimte voor de uitvoering van de energietransitie en daag het college uit om experimenteren, de ontwikkelingen gaan razendsnel. De Rekenkamer Breda verneemt van de raad graag of zij een bijdrage kan leveren bijvoorbeeld in de vorm van een onderzoek c.q. QuickScan van aanbeveling 1.
9
Deel I Rekenkameronderzoek 2008-2018 en 10 klimaatlessen uit 2019 Waar komt Breda vandaan? De gemeente Breda voert sinds 2008 klimaatbeleid. In 2019 heeft de Rekenkamer Breda onderzoek gedaan naar de stand van zaken van het klimaatbeleid in de gemeente. In het onderzoeksrapport ‘Het Bredase klimaatbeleid evaluatie 2008-2018’ staan onder meer de resultaten en conclusies van deze evaluatie beschreven met tien klimaatlessen. Als eerste merkt de Rekenkamer op, dat ontwikkelingen snel gaan. Werd in 2019 zorgen om het klimaat gezien, in 2023 is het actueler en urgenter dan ooit. Dit zien we ook terug in de 10 klimaatlessen uit 2019 en hoe we er nu naar kijken. De tijd gaat snel, perspectieven ook. Rekenkameronderzoek december 2019 Het Bredase klimaatbeleid evaluatie 2008-2018 mooie ambities nu naar meer resultaat De centrale onderzoeksvraag in het rekenkameronderzoek 2019 was: ‘Welke doelen heeft de gemeente Breda gesteld ten aanzien van het klimaatbeleid, hoe doeltreffend is het beleid van Breda met betrekking tot klimaatbeheersing en klimaatadaptatie, in hoeverre haalt Breda de gestelde doelen en welke aanbevelingen zijn in deze te doen? De belangrijkste conclusie uit het onderzoek uit 2019 was dat de gemeente Breda haar ambitieuze doelstellingen in de periode 2008-2018 beperkt heeft waargemaakt.
Het zal nog een forse extra investering op alle terreinen vergen om de doelen te bereiken. Het accent in het Bredase klimaatbeleid lag lange tijd vooral op voorlichting, overleggen, onderzoek, plannen maken en stimuleren. De omvang van de ingezette financiële middelen (ook van het Klimaatfonds) is beperkt gebleven. Vergeleken met andere gemeenten staat Breda op veel punten in de middenmoot, terwijl een koploperspositie het streven was. Het doel was qua percentage CO2-reductie steekt Breda iets boven veel andere gemeenten uit, al zijn er ook aardig wat gemeenten die het even goed of nog beter doen. De CO2-reductie blijft echter achter bij de (tussen)doelen. Voor de realisatie van de lange-termijn-doelen zal ‘meer van hetzelfde’ niet voldoende zijn. Een tweede belangrijke conclusie uit de evaluatie van 10 jaar klimaatbeleid is dat een heldere monitoring van doelen, inzet en concrete resultaten beperkt beschikbaar was. De raad had daardoor beperkt zicht op wat bereikt werd met het klimaatbeleid en had weinig mogelijkheden voor bijsturing. Bron: Rapport Rekenkamer Breda 2019.
10
Reactie college op het rekenkamerrapport uit 2019 Zoals gebruikelijk heeft het college op 10 december 2019 de Rekenkamer haar reactie op het Rekenkamerrapport gezonden. Opvallend is de uitgebreide en inhoudelijke reactie door het college. In haar reactie is het college in 2019 positiever en optimistischer dan de Rekenkamer. De tien lessen uit 2019 en de stand van zaken in 2023 De Rekenkamer Breda is geïnteresseerd wat er met de tien lessen uit 2019 is gedaan. Hierna staan de 10 lessen genoemd en is door de Rekenkamer gekeken in hoeverre de gemeente Breda opvolging heeft gegeven aan deze klimaatlessen en zo ja, op welke wijze. Les 1 Mooie ambitieuze doelen en plannen zijn geen garantie voor voortvarende uitvoering Breda kwam in 2019 – mede naar aanleiding van het rekenkamerrapport – tot de conclusie dat zij voortvarender moest zijn, wilde zij haar ambitieuze doelen halen en zo ontstond een aparte klimaatbegroting. In de eerste klimaatbegroting (2021) is te lezen: “We houden jaarlijks bij wat de voortgang is van de doelstellingen en of we de verwachtingen halen. Op basis daarvan komen we elk jaar met nieuwe of aangepaste maatregelen. De gemeente Breda wil met haar klimaatbeleid bereiken dat Breda toekomstbestendig is voor inwoners, ondernemers en de natuur. Breda volgt het nationaal energie- en klimaatplan 20212030. De ambitie van Breda gaat verder dan de nationale ambitie.
In 2022 heeft de gemeenteraad afgesproken dat Breda in 2044 klimaatneutraal is (landelijk streeft men naar 2050) en Breda geen aardgas meer gebruikt in 2044. Externe ontwikkelingen in 2022 maken dat het klimaatbeleid in Nederland in een stroomversnelling is geraakt. Bij de Bredase raad leidde dat tot specifieke aandacht voor maatregelen om de kansarmen in Breda te ondersteunen en een financiële tegemoetkoming voor energiekosten waar nodig te geven. Voor 2023 heeft de gemeente een klimaatbegroting opgesteld. Op 25 juli 2023 heeft het college het ‘Klimaatplan Breda Neutraal in 2044’ naar de raad gestuurd. Les 2 Goede monitoring van alle klimaatdoelen, inzet en resultaten en een heldere informatievoorziening naar de raad zijn essentieel om goed te kunnen sturen en te kunnen controleren. Naar aanleiding van het rekenkamerrapport uit 2019 zijn college en raad met elkaar in gesprek gegaan. Hier is uitgekomen dat het college de raad op thema-niveau informeert, de vijf thema’s zijn: 1. Duurzaam ondernemen 2. Duurzame energieproductie 3. Duurzame overheid 4. Gebouwde omgeving 5. Mobiliteit
11
De Bredase Klimaatbegroting is zo ontwikkeld dat de raad op deze thema’s kan (bij)sturen en controleren. Tot slot heeft het college de raad ook tussentijds toelichting gegeven, op eigen initiatief of naar aanleiding van een verzoek van de raad. Naar aanleiding van de dialoog tussen raad en college heeft de raad concrete kaders gegeven. Drie recente voorbeelden. Energiearmoede Uit signalen uit de samenleving blijkt dat door de gestegen energieprijzen inwoners, ondernemers, instellingen en verenigingen problemen ervaren, waren voor raad en college aanleiding om in actie te komen. In november 2022 heeft de raad unaniem een samenhangend Energiepakket Breda vastgesteld. Hiervoor is door de raad € 8,5 miljoen vrijgemaakt. Via de raadsbrief 23 juni 2023 is de raad geïnformeerd over de stand van zaken van deze regeling Bredaas isolatieprogramma Breda wil alle gebouwen in Breda verduurzamen. Om dit gestructureerd aan te pakken heeft de gemeente een isolatieprogramma ontwikkeld. Met dit programma geeft Breda invulling aan twee door de raad in februari 2022 aangenomen moties ‘Bredaas isolatieprogramma’ en ‘Isolatiestrategie 2.0.’ Amercentrale en levering warmte en warm water aan huishoudens Het Amernetwarmtenet (of stadsverwarmingsnet) levert warmte aan zo’n 51.000 huishoudens en ruim 300 bedrijven in met name Tilburg en Breda. In Breda gaat het om 20.000 huishoudens en 100 bedrijven.
Marktpartij ‘Ennatuurlijk’ is eigenaar van dit warmtenet en krijgt aftapwarmte van de Amercentrale. RWE is eigenaar van de Amercentrale en stopt met warmtelevering aan de stadverwarming per 1 januari 2027. Ennatuurlijk heeft een leverplicht aan haar klanten en garandeert de warmtelevering na 1 januari 2027. Aftapwarmte van de Amercentrale is een duurzame energiebron. De gemeente is een publieke partij en niet direct betrokken bij de private partijen RWE en Ennatuurlijk’. De gemeente ervaart wel een verantwoordelijkheid om niet de betreffende huishoudens en bedrijven in de problemen te laten komen medio 2027. Anderzijds geeft deze ontwikkeling bij de Amercentrale druk op de klimaatdoelstellingen van de gemeente Breda. De ontwikkelingen en dilemma’s zijn meerdere keren besproken tussen raad en portefeuillehouder. Les 3 Beleid vooral gericht op informatie en het stimuleren van eigen initiatief van inwoners en bedrijven gebaseerd op vrijwilligheid, doet de ontwikkelingen en resultaten te langzaam gaan. Vanaf 2019 heeft de gemeente Breda de volgende initiatieven genomen en/of gefaciliteerd: • De gemeenteraad heeft in 2022 de transitievisie warmte (TVW) vastgesteld voor de gebouwde omgeving. Via een wijkgericht aanpak energie wil Breda in 2044 duurzame energie (van het gas af) en energie besparen ‘wat je niet gebruikt hoef je ook niet op te wekken’.
In 2023 is gestart in Doornbos, Wisselaar, Prinsenbeek, Tuinzigt en Biesdonk; • Informatiecentrum Greenhopper; • Bredase Energie Coöperatie BRES (BRES) adviseert met ondersteuning van de gemeente bij isolatiemaatregelen en oplossingen voor aardgasvrije gebouwen.
12
• • • • •
Woonlening gemeente Breda, leningen voor energiebesparende maatregelen; Het Klimaatfonds Breda verstrekt leningen tegen een lage rente om projecten te realiseren die bijdragen aan de klimaatdoelstelling van de stad; De gemeente heeft 400 energiescans gefaciliteerd, bedrijven krijgen advies hoe zij hun energieverbruik kunnen verlagen. Als er vergunningen nodig zijn om te verduurzamen probeert de gemeente de procedure te versnellen; Bedrijfsleven en gemeente werken aan bedrijventerreinenenergieplannen (BEP); Faciliteren door de gemeente waarbij lokale vraag en aanbod van energie op elkaar worden afgestemd. De ene buurman heeft zonnepanelen en de ander een elektrische auto, mogelijk kun je lokaal elkaar helpen. Gestart zijn de pilots: o Steenakker en Rithmeesterpark: opzetten van een semiautonoom energiesysteem; o Frankenthalerstraat onderzoek naar opzetten van een energiehandelsplatform.
Les 4 De bekendheid van klimaatbeleid en maatregelen is achtergebleven, omdat informatie via websites en andere sociale media lang niet iedereen bereikt, maar vooral mensen die toch al geïnteresseerd zijn in de materie. Om bekendheid te geven aan de klimaatmaatregelen en de mogelijkheden om als Bredanaars duurzamer te leven, heeft de gemeente in 2023 de volgende initiatieven genomen: • De Greenhopper, een duurzaam en mobiel informatiecentrum. Inwoners ontvangen gratis informatie en tips over het energiezuiniger maken van hun huis; • Twee keer per week houdt de gemeente ‘spreekuur’ om duurzamer leven te bevorderen. In 2023 hebben 300 inwoners hiervan gebruik gemaakt; • Alle kinderen in de groepen 6, 7 en 8 krijgen in november 2023 een tijdschrift over het thema Duurzaamheid; • De gemeente geeft om de twee maanden een digitale nieuwsbrief uit (600 abonnees), met voorbeelden van inwoners die duurzamer leven om anderen te inspireren; • Communicatie via huis-aan-huis kranten en folders verspreiden via de bibliotheken; • De websitepagina ‘Breda Doet Mee’ is het centrale platform voor energie en klimaat; • Breda heeft sinds 2023 de Energie Bespaar Coach. Deze coach helpt huishoudens met een laag en midden inkomen om energie en geld te besparen.
Les 5 Gemeenten kunnen veel zelf doen, maar dat vergt wel financiële en andere investeringen en prioriteit e Les 6 Klimaatmaatregelen raken snel ondergesneeuwd door andere prioriteiten (financiële, economische, ruimtelijke e.d.). Sinds 2021 stelt Breda een klimaatbegroting op. Het feit dat deze is ontwikkeld door de gemeente zelf geeft het belang en de urgentie aan. In 2021 is er een gedetailleerd verslag gemaakt van duurzaamheidsprojecten van het uitvoeringsprogramma klimaat. Over 2022 is geen verslag gemaakt, omdat dit te gedetailleerd was voor de gemeenteraad en het onvoldoende aansloot bij het detailniveau van de jaarrekening. Alle thema’s uit de klimaatbegroting zijn in de begroting van 2022 opgenomen in ‘Breda is een duurzame en bestendige stad’. In de jaarrekening 2022 wordt verantwoording afgelegd. Voor 2023 is een klimaatbegroting opgesteld, in plaats daarvan is het
13
nieuwe herziene klimaatplan vormgegeven. Het klimaatplan is op 25 juli 2023 aan de raad aangeboden. Les 7 De risico’s van ‘te weinig doen’ worden gemakkelijk onderschat, evenals de risico’s van te eenzijdige (en te korte-termijn) maatregelen, afspraken en contracten. Gezien de gevoelde urgentie wat betreft klimaat en de stappen dienen die te worden gezet door de gemeente Breda ziet de Rekenkamer op dit moment geen risico van te weinig doen. Ook zijn er geen signalen dat het klimaatbeleid door bestuur en ambtelijke organisatie wordt onderschat. In tegendeel. Het beleid is incrementeel. Er is een stip op de horizon (2030 en 2044). Monitoring vindt plaats door middel van de verantwoording over de klimaatbegroting en evaluatie van de RES. Stap voor stap kijkt Breda naar mogelijkheden om doelen te bereiken en betrekt hierbij de nieuwst ontwikkelingen en innovaties. Intern ontwikkelt de gemeente Breda op dit moment een risicoregister. Aandacht voor goede voorbeelden vanuit inwoners en bedrijven. Les 8 Klimaatbeleid is complexe materie, niet alleen omdat het veel verschillende terreinen omvat, maar ook omdat beslissingen op het ene terrein gevolgen kunnen hebben voor andere terreinen.
Verschillende doelen kunnen concurrerend met elkaar zijn, al was het alleen al doordat de beschikbare ruimte binnen de gemeentegrenzen beperkt is, waardoor groen, water, bebouwing, wegen, zonneweiden e.d. in principe met elkaar in concurrentie zijn. Ook bv doelen als ‘meer groen/bomen/bos creëren’ en ‘meer hout/biomassastook c.q. overgaan op houtbouw’, zijn in principe concurrerend met elkaar. Inmiddels is erkend dat de complexiteit enorm is. Na 2019 heeft gemeente Breda een nieuwe governance structuur opgezet om overzicht te houden op het complexe klimaatbeleid met de samenhang daarbinnen, resultaten te monitoren en effecten van beleid intern en extern te volgen. Bestuurlijk is er één portefeuillehouder die zowel energietransitie, klimaatadaptatie als duurzaamheid en circulariteit in zijn pakket. Ambtelijk is een organisatie vormgegeven die bestaat uit: programmamanagers in een regieteam. Zij zijn operationeel verantwoordelijk voor budget, voortgang en de integraliteit van het beleid. Het regieteam is de gedelegeerd ambtelijk opdrachtgever voor een diversiteit aan projecten, activiteiten en processen. Inzet van professionals die de projecten bemensen komen uit de lijnorganisatie. Op deze wijze ontstaat, tot in de haarvaten van de gemeentelijke organisatie betrokkenheid.
Hiermee beoogt de organisatie om bekendheid en draagvlak voor het klimaat binnen de organisatie verder te bevorderen en draagvlak te creëren. Les 9 Klimaatbeleid en -maatregelen zijn niet vanzelfsprekend en worden door een belangrijk deel van bv de automobilisten, huizenbezitters, bedrijven en bv minvermogenden als moeilijk, te duur en/of als vervelend ervaren. Actieve ondersteuning, ontzorgen, de lusten en lasten eerlijk verdelen (tegengaan energiearmoede, principe ‘de vervuiler betaalt’) en het zien van de voordelen (en uiteindelijke winst) zijn voor veel inwoners en bedrijven van belang om de stap te kunnen zetten.
14
Sinds begin 2022 is er substantieel meer draagvlak bij de gemeente zelf, inwoners en bedrijven om een bijdrage te leveren aan de transitie. Velen, mits financieel haalbaar, nemen zelf initiatief al dan niet gesteund door gemeentelijke en landelijke (subsidie)regelingen. In dat opzicht is les 9 inmiddels achterhaald. Breda heeft aantoonbaar aandacht voor klimaatbeleid en de raad maakt middelen vrij om energiearmoede tegen te gaan en energiebesparing in minder krachtige wijken te faciliteren door energiecoaches en financiële compensatie aan te bieden om de ergste nood te verzachten. Les 10 De ontwikkelingen gaan snel, zowel qua klimaatveranderingen, als qua technieken en technologie, als qua plannen van overheden, bedrijven e.a. Breda zal vaart moeten maken met In de lessen 1 tot en met 9 is volgens de Rekenkamer meer dan voldoende inzicht gegeven in de ontwikkelingen sinds 2019. In deel II komen de actuele doelstellingen en resultaten tot uitdrukking.
15
Deel II Rekenkameronderzoek Energietransitie 2023 De Rekenkamer Breda heeft samen met de Rekenkamers van ’s Hertogenbosch, Tilburg en Oss onderzoek laten uitvoeren door een extern bureau met als hoofdvraag: Wat is de voortgang van de energietransitie in de gemeenten Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg, welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de verschillende gemeenteraden hiervoor ingezet en hoe effectief zijn deze, en wat kan men in dit opzicht van elkaar leren? De definitie die Breda hanteert voor energietransitie is afkomstig uit het coalitieakkoord 20222026. Het luidt: ‘ Het nemen van energiebesparende maatregelen en het opwekken van energie via natuurlijke bronnen. Het opwekken van energie en besparing door aardgasvrije woningen en gebouwen zijn RES-doelstellingen. Energiebesparing heeft Breda zelf toegevoegd. Immers dat wat je niet gebruikt aan energie hoe je ook niet op te wekken, zo redeneert Breda. Hieronder zijn de drie doelen uitgewerkt. Doel 1. Opwekken van energie via natuurlijke bronnen zoals zon, wind en water De RES West-Brabant bestaat uit 16 gemeenten, de provincie Noord-Brabant en de waterschappen: Brabantse Delta en Rivierenland. Zij hebben samen afgesproken hoe zij de regionale energietransitie vormgeven. In de RES 1.0 (2021) hebben zij geformuleerd hoe zij de elektriciteit en de warmte die we gebruiken gaan verduurzamen.
Binnen de RES heeft de gemeente Breda toegezegd om in 2030 280 GWh aan energie op te wekken uit duurzame bronnen. Er zijn drie verschillende bronnen die inzicht geven hoe het vordert met de te behalen doelen door de RES en Breda. Het rapport van Twynstra Gudde met de RES-cijfers van Breda uit mei 2023. Dit rapport is in de bijlage opgenomen. Tweede bron zijn de CBS-cijfers en tot slot de voortgangsrapportage van de RES zelf van 1 juli 2023. De Rekenkamer merkt op dat de volgende landelijke monitoring over de RES komt van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). In het 4e kwartaal van 2023 komen zij met een voortgangsmonitor van alle RES-sen in Nederland. De Rekenkamer merkt op dat het CBS een andere definitie hanteert dan de RES, dit verklaart het verschil in de cijfers. Breda doet het uitstekend op grond van de CBS-cijfers. Breda heeft tot 2030 een rest opgave van 20 GWh op te wekken en op dit moment 260 GWh opgewekt aan duurzame energie. De gegevens van de RES van mei 2023 zijn iets minder gunstig. In tabel 1 staat het overzicht opgenomen.
16
Pijplijn
Prognose buiten
Breda
RES-doelen 2030
Gemeentelijke doelen
Realisatie
143 GWh
46 GWh
43 GWh
64 GWh
Opwek
280 GWh
280 GWh
CBS-cijfers:
CBS-cijfers:
CBS-cijfers:
CBS- cijfers:
260 GWh
0 GWh
0 GWh
20 GWh
pijplijn
Restopgave
Tabel 1 Gemeente Breda. Opwekken duurzame energie, doel en stand van zaken realisatie De RES West-Brabant is op 1 juli 2023 nog positiever over de voortgang van het opwekken van duurzame energie in de RES-regio West-Brabant. Zij publiceren gegevens over de gehele RES West-Brabant, afzonderlijke gemeenten, zoals Breda zijn niet opgenomen. Het opwek doel bij aanvang van de RES West Brabant in 2021 was 2,2 TWh. Door extra plannen is dit door de RES opgehoogd naar 2,38 TWh in 2030. Op 1 juli 2023 is de helft van het opwekken van duurzame energie gehaald, zo blijkt uit de tussenstand van de RES West-Brabant. Op basis van de huidige resultaten en plannen zou de RES West-Brabant in totaal 2,55 TWh duurzaam kunnen opwekken in 2030, dat is meer dan in 2021 is afgesproken. De conclusie is dat het goed gaat met de opwekking van duurzame energie en dat de gemeente Breda op koers ligt. Zeker als de CBS-cijfers worden gehanteerd. Bovendien zijn de gegevens over het realiseren en de doelen van Breda ten aanzien van het opwekken van duurzame energie in de klimaatbegroting 2023 opgenomen. In het rekenkameronderzoek van Twynstra Gudde zijn ook cijfers gepubliceerd van de vier deelnemende gemeenten. Goed om te kijken hoe de gemeente Breda het doet ten opzichte van de andere drie. Ieder heeft zijn eigen RES. Tilburg heeft in de RES een doel opgenomen voor klimaatadaptatie.
De RES Midden-Brabant heeft gezamenlijke doelen gehanteerd en dit aan de individuele gemeente toegewezen. Verder hebben zijn een eigen uitvoeringsorganisatie opgericht. Tilburg heeft het anders georganiseerd dan Breda. Ieder maakt eigen keuzes.
17
Gemeente
RES-doelen opwek
Gemeentelijk doel
Breda
280 GWh
280 GWh
Realisatie / % van
doel
143 GWh
Pijplijn
Prognose buiten pijplijn
Restopgave
46 GWh
43 GWh
64 GWh
341 GWh
-
-
26 GWh
-
30 GWh
21 GWh
-
2 GWh
51%
‘s Hertogenbosch
Tilburg
Oss
350 GWh
350 GWh
RES +
87 GWh
Klimaatadaptatie
(berekend)
28 GWh
28 GWh
89 GWh 25%
24 GWh 27%
4 GWh 14%
Tabel 2. Vier onderzochte gemeenten, RES-doel opwekken van duurzame energie in 2030, actueel resultaat in Giga Watt uur (GWh) en behaalde opwek in percentage van het doel. Gegevens uit het algemene onderzoek van de Rekenkamers door de externe onderzoekers (zie bijlage). Breda ligt op koers zoals we hiervoor al hebben gezien. Ook in relatie tot de vier onderzochte gemeenten doet de gemeente Breda het prima: de helft van het doel is behaald volgens de gegevens van de RES, terwijl de andere drie gemeenten op ongeveer een kwart zitten of minder. Doel 2. Warmtebesparing door woningen aardgasvrij te maken Het 2e doel is om woningen aardgasvrij te maken door over te gaan van fossiele brandstof naar duurzaam opgewekte elektriciteit. Vooral het verwarmen van huizen (gebouwen) kost relatief veel energie, fossiele brandstof zoals gas of duurzaam opgewekt. De doelen zijn gesteld in aantallen woningen.
18
Breda
RES-doelen
Gemeentelijke doelen
Prognose buiten
Realisatie
Pijplijn
Voortgang niet
Voortgang niet
Voortgang niet
Voortgang niet
kwantitatief
kwantitatief
kwantitatief
kwantitatief
inzichtelijk
inzichtelijk
inzichtelijk
inzichtelijk
pijplijn
Restopgave
4.000-6.000 woningen aardgasvrij; 2.500 Warmte
15% warmtebesparing
woningen niet meer koken/verwarmen met gas; 11.000 woningen aardgasvrij-ready
Tabel 3. Gemeenten Breda. Doel RES Warmtebesparing, woningen van het gas af in 2030 Breda en de andere vier gemeenten houden hier geen cijfers van bij. Dit hangt, volgens de Rekenkamer, onder meer samen met het feit dat eigenaren van koophuizen pas een energielabel aanvragen als zij hun huis verkopen. Die registratie bestaat landelijk. Voor alle andere koophuizen is onbekend hoe ver men is met ‘van het gas af’. De verwachting is, zo merkt de Rekenkamer op, dat eigenaren van woningen dit ook niet vrijwillig aan de gemeente zullen doorgeven, omdat dit wellicht implicaties kan hebben voor de woningwaarde in het kader van de OZB. Een duurzame woning heeft een hogere waarde en betaald meer OZB. Voor de verduurzaming van huurhuizen zijn de cijfers bekend bij de gemeente Breda. Via de prestatieafspraken met woningcorporaties is in een recent in het bestuurlijk overleg hierover besproken. Hieruit blijkt dat Breda voor wat betreft de gerealiseerde energetische kwaliteit van corporatiewoningen het beter doet dan gemiddeld in Noord-Brabant en Nederland. Het college is voornemens om deze lijn voort te zetten, zo is aan de Rekenkamer gemeld. Dit aspect van de resultaten van de prestatieafspraken in relatie tot energietransitie heeft de Rekenkamer niet onderzocht. Een andere bron om inzicht te krijgen in de resultaten is de Voortgangsrapportage van de RES West-Brabant van 1 juli 2023.
Die cijfers zijn op RES-niveau en niet specifiek voor de gemeente Breda. De voortgangsrapportage meldt dat de warmtebesparing van 15% in 2022 is gehaald (op basis van landelijke cijfers). Dit komt, volgens de RES, door de hoge gasprijzen. Op grond van energie labels van huizen is er een langzame verbetering naar meer A en B labels in de regio, meldt de RES in juli 2023. De Rekenkamer Breda plaatst hier een kanttekening bij dat dit laatste ook mogelijk is te danken aan de oplevering van nieuwbouwhuizen die verplicht een label A hebben. Dit blijkt niet uit de voortgangsrapportage van de RES van 1 juli 2023. Meer specifieke informatie hierover staat opgenomen in de landelijke label-atlas. De raad van Breda heeft beleid vastgesteld in de vorm van de Transitie Visie Warmte (TVW). In 2044 is Breda CO2 neutraal en aardgasvrij. Sinds 2022 en in 2023 werkt de gemeente samen met eigenaren van woningen en gebouwen in Tuinzigt, Doornbos, Biesdonk en Wisselaar in
19
zogenaamde wijk energieplannen (WEP). Dit is een vitaal onderdeel van TVW. De resultaten hiervan zijn op dit moment (nog) niet bekend. Doel 3. Energiebesparende maatregelen De eerste twee doelen zijn direct gericht op de bron: het opwekken van duurzame energie en het vervangen van fossiele brandstof in woningen (gas) door duurzame energie. Het 3e doel is gericht op het voorkomen van gebruikmaken van energie, ongeacht of dit fossiele of duurzame bronnen zijn. Het treffen en aanbrengen van isolerende voorzieningen moet leiden tot energiebesparing. Hierbij valt te denken aan het isoleren van vloeren, daken, aanbrengen van HR++ glas en het dichten van gaten en kieren in gebouwen. Ook leidt minder energie besparen zoals korter douchen, ledverlichting en de verwarming een graad lager zetten tot energie besparen. Kortom, zowel door houding en gedrag te veranderen als voorzieningen aan te brengen kunnen inwoners energie besparen. De gemeente Breda heeft als doel om 50% aan energiebesparing te realiseren ten opzichte van 2008. Dit is geen RES-doel, maar de 50% energiebesparing is de wijze waarop Breda haar CO2 doelen wenst te behalen. De voortgang hiervan is niet inzichtelijk en wordt niet apart gemonitord. De Rekenkamer heeft cijfers van en 0-meting in 2008 niet kunnen vinden. Breda
RES-doelen
Besparing
Geen RES-doel
Prognose buiten
Gemeentelijke doelen
Realisatie
Pijplijn
50% energiebesparing tot
Voortgang niet
Voortgang niet
Voortgang niet
Voortgang niet
2044 (ten opzichte van
kwantitatief
kwantitatief
kwantitatief
kwantitatief
2008)
inzichtelijk
inzichtelijk
inzichtelijk
inzichtelijk
pijplijn
Restopgave
Tabel 4. Gemeente Breda, doel voor energiebesparing in 2044 (ten opzichte van 2008). In de raadsbrief van 10 mei 2023 staat dat de isolatieopgave van de gemeente Breda ongeveer 87.000 woningen bedraagt. De isolatie hiervan is de landelijke standaard. Inmiddels voldoen 20.000 woningen hieraan. Bij de resterende 67.000 woningen zullen de eigenaren hiervoor nog ongeveer 100.000 ‘isolatie-ingrepen’ moeten doen aan gevels, daken, vloeren en beglazing. Het Bredaas Isolatieprogramma dient te leiden tot het besparen van energie bij het verwarmen van gebouwen. De focus in Breda ligt op het monitoren van isolatiemaatregelen, niet specifiek op energiebesparing. Het isolatieprogramma heeft een meerjarige opzet en er zijn nog onzekerheden die invloed hebben op de uit te voeren isolatiemaatregelen. Deze isolatiemaatregelen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden, van vóór de huidige energie- en materiaalprijzen, personeelsschaarste en aandacht voor het onderwerp. Om deze redenen vindt de gemeente het belangrijk om voortdurend het Bredaas Isolatie Programma voor woningen te monitoren en bij te sturen waar nodig.
20
Tot slot. Wat kan de gemeente Breda leren van de andere drie gemeenten? Het onderzoek beoogd ook inzicht te geven in wat Breda van de andere drie gemeenten uit dit onderzoek van kan leren. Wat doen andere gemeenten slimmer of beter in de energietransitie? Het antwoord op deze vraag is lastig te geven. Op de eerste plaats omdat het niet voor niets een regionale energiestrategie is en geen landelijk uitvoeringsplan. Het uitgangspunt van werken door de verschillende RES-sen is om het van onderop en samen met bestuursorganen de energiestrategie regionaal te ontwikkelen. Participatie speelt hierbij een belangrijke rol. Uitkomsten van deze processen zijn uniek, de plannen van de RES zijn dan ook verschillend. De RES bepaald samen wat de opgave is en hoe de uitvoering tot stand komt. Dat kan ook verschillen per regio. Het een is niet beter dan het andere. Iedere RES heeft te maken met mogelijkheden in de omgeving, soms is er de mogelijkheid voor windmolens op water. Een hoog verstedelijkte omgeving biedt beperkingen gezien de beschikbare ruimte. Open agrarisch gebied beidt mogelijkheden voor zonneparken en ecologische verbindingszones geven soms beperkingen voor de invulling van het gebied. De RES kijkt naar de mogelijkheden voor bijvoorbeeld het opwekken van duurzame energie, dat is overal anders.
Om deze redenen is het lastig om aan te geven waar Breda van kan leren, situaties zijn zo verschillend en veelal onvergelijkbaar en soms gewoon een kwestie van smaak. De definitie van energietransitie voor de gemeenten zijn ook verschillend, zo blijkt uit het onderzoek bij de vier Brabantse gemeenten.
21
Bestuurlijke reactie college van B&W Breda De integrale bestuurlijke reactie is op de volgende pagina opgenomen.
Nawoord op de bestuurlijke reactie door de Rekenkamer Breda De Rekenkamer bedankt het college voor de constructieve bestuurlijke reactie. Het is goed om te lezen dat het college de inhoud van de bestuurlijke nota onderschrijft en dat het college met de aansporingen uit de voeten kan om zo de energietransitie in Breda verder vorm te geven.
22
23
24
Bijlage 1 Rapport gemeente Breda Onderzoeksrapport energietransitie gemeente Breda door extern onderzoeksbureau Twynstra Gudde. Leeswijzer bijlagen De Rekenkamer Breda beschouwt de bestuurlijke nota als de publicatie van de stand van zaken energietransitie gemeente Breda. Voor een deel is de bestuurlijke nota gebaseerd op de rapporten van het externe onderzoeksbureau in opdracht van vier gemeenten. Het algemene deel publiceren alle vier de onderzochte gemeenten. Om die reden publiceert de Rekenkamer Breda dit externe rapport in de bijlagen. De Rekenkamer Breda vindt deze bestuurlijke nota meer recht doen aan de Bredase situatie dan het externe rapport; zowel het algemeen deel als het specifieke gemeentelijk rapport voor de gemeente Breda.
25
RAPPORT
De energietransitie in Breda In opdracht van de Rekenkamer Breda
Roel Lauwerier, Floor hooge Venterink en Carmen Hendriks
26
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 27 1. Inleiding
29
1.1. Aanleiding en doelstelling 29 1.2. Onderzoeksvragen 29 1.3. Normenkader 1.4. Aanpak
30
32
1.5. Leeswijzer
32
1.6. Begrippenlijst
33
2. Conclusies
35
2.1. Beantwoording hoofdvraag 35 2.2. Beantwoording deelvragen 37 3. Kaderstelling 40 3.1. Kaderstelling 40 3.1.1. Ambi)es en doelen 40 3.1.2. Ac)es en maatregelen 41 3.1.3. Afspraken over informa)evoorziening
44
3.2. Analyse 44 3.3. Toetsing aan het normenkader 4. Uitvoering en doelrealisa?e
46
49
4.1. Uitvoering en doelrealisaIe 49 4.1.1. Uitvoering 49 4.1.2. Doelrealisa)e 51 4.1.3. Financiële kaders 54 4.1.4. Monitoring 54 4.2. Analyse 54 4.3. Toetsing aan het normenkader 5. Rol van de raad
57
59
5.1. Rol van de raad
59
5.2. Analyse 60 5.2.1. Enquête
60
5.3. Toetsing aan het normenkader
67
27
Bijlage 1 | Overzicht geïnterviewde personen Bijlage 2 | Bronnenlijst
69
70
28
1. Inleiding 2. Aanleiding en doelstelling
Iedere gemeente heeft de opdracht een bijdrage te leveren aan de energietransitie en werkt aan gemeentelijke doelen, maar ook samen met andere partijen binnen een energieregio (de Regionale Energiestrategie, RES). De energietransitie omvat de overgang van een systeem waarin de energievoorziening draait op fossiele brandstoffen naar een systeem op basis van duurzame energiebronnen. Ook is er aandacht voor energiebesparing en -opslag. De urgentie van de energietransitie is de afgelopen tijd toegenomen, o.a. door de stijgende energieprijzen. In dat kader is het waardevol voor gemeenteraden om de stand van zaken ten aanzien van de energietransitie in de gemeente inzichtelijk te maken. Welke kaders, doelen, middelen en tijdlijn zijn afgesproken en hoe staat het met de realisatie daarvan. Bovendien is het interessant voor gemeenteraden om de mogelijkheden tot sturing en controle op het terrein van de energietransitie te kennen en inzicht te krijgen in hoe sturings- en controlemogelijkheden door de eigen raad wel of niet worden ingezet. De rekenkamer(commissie)s van Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg hebben besloten om gezamenlijk onderzoek te verrichten naar de energietransitie. Zij hebben TwynstraGudde gevraagd om dit onderzoek namens hen uit te voeren.
Met dit onderzoek willen de rekenkamer(commissie)s inzicht krijgen in de stand van zaken van de energietransitie bij andere gemeenten, de aanpak van sturing en controle van andere raden en inzicht in wat bij de deelnemende gemeenten goed werkt en wat minder of niet. Daarvan kan elke raad leren. De doelstelling van het onderzoek is hiermee tweeledig. 1. De Rekenkamer(commissie)s beogen de gemeenteraden inzicht te geven in de stand van zaken van de energietransitie in hun gemeente. Er wordt gekeken naar de doelen die door de gemeenten zijn vastgesteld in relatie tot de resultaten van de RES. Daarbij worden gehanteerde sturings- en controlemogelijkheden voor de gemeenteraden in beeld gebracht. 2. Op basis van de ‘good practices’ - de sterke punten van de verschillende aanpakken van de deelnemende gemeenten - worden zo mogelijk aanbevelingen voor versterking van sturing en controle door de raad bij de energietransitie gedaan.
3. Onderzoeksvragen
Vanuit de bovenstaande doelstellingen van het onderzoek is de volgende hoofdvraag geformuleerd: Wat is de voortgang van de energietransitie in de gemeenten Breda, ’sHertogenbosch, Oss en Tilburg, welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de verschillende gemeenteraden hiervoor ingezet en hoe effectief zijn deze, en wat kan men in dit opzicht van elkaar leren?
29
Deze hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen die we hebben geclusterd per onderzoeksaspect. Kaderstelling 1. Welke doelen en ambi8es t.a.v. de energietransi8e hebben de gemeenteraden van Breda, ’s-Hertogenbosch, Oss en Tilburg vastgesteld? 2. Hoe verhouden de ambi8es ten aanzien van de energietransi8e, die zijn opgenomen in het meest recente Bestuurs- of Coali8eakkoord van de gemeenten, zich tot de ambi8es opgenomen in de RES? Uitvoering en doelrealisatie 3. Liggen de gemeenten op koers om de gestelde doelen binnen de daarvoor afgesproken termijnen en beschikbare middelen te halen? Welke doelen zijn bereikt/gedeeltelijk bereikt/niet bereikt (beknopt overzicht)? Rol van de raad 4. Hoe wordt over de voortgang van de realisa8e van de doelen aan de raad gerapporteerd? 5. Welke sturings- en controlemogelijkheden hebben de gemeenteraden in het kader van de gemeentelijke ambi8es t.a.v. energietransi8e tot nu toe ingezet? Met welk effect/hoe effec8ef was dit? 6. Wat kunnen de gemeenteraden ten aanzien van de sturing op en controle van de energietransi8e van elkaar leren? Afbakening Voor dit onderzoek beperkt het begrip energietransitie zich tot de doelen voor duurzame opwek van elektriciteit, energiebesparing en de warmtetransitie.
De meeste gemeenten hebben ook doelen voor biodiversiteit, circulariteit, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit etc., maar deze zijn voor dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. Op deze manier kan er in het onderzoek gekeken worden naar de verhouding tussen de gemeentelijke doelen en de regionale doelen van de RESregio’s.
4. Normenkader
Ten behoeve van het onderzoek is een normenkader vastgesteld. Het normenkader is het referentiekader voor de beoordeling. In de gemeentelijke nota’s beantwoorden we de onderzoeksvragen en geven we per norm een oordeel over in hoeverre de gemeente voldoet aan de norm. Een scherp oordeel zal de raad houvast bieden bij de interpretatie van het onderzoeksrapport. Bij de beoordeling van de normen, gebruiken we de volgende categorieën: - De gemeente voldoet volledig of grotendeels aan de norm. - De gemeente voldoet gedeeltelijk aan de norm. - De gemeente voldoet niet/nauwelijks aan de norm.
30
In het onderzoeksrapport wordt de score geëxpliciteerd en onderbouwd.
Aspect
Norm De raad heeft controleerbare ambities en doelen geformuleerd met betrekking tot de energietransitie. De gemeentelijke ambities en doelen en de ambities en doelen uit de RES zijn consistent en sluiten geheel op elkaar aan.
Kaderstelling
De doelen en ambities zijn volledig en consistent uitgewerkt in acties en maatregelen. Daarbij is duidelijk afgesproken wie wat doet, ook op regionaal niveau. Er zijn heldere financiële kaders vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen. Er is een duidelijke planning vastgesteld voor de uitvoering van de acties en maatregelen waarbij tussentijdse mijlpalen zijn benoemd. Duidelijk is afgesproken op welke momenten en op welke wijze de raad wordt geïnformeerd over en wordt betrokken bij de uitvoering van de energietransitie. De acties en maatregelen worden uitgevoerd conform planning.
Uitvoering en doelrealisatie
De doelen en ambities zijn bereikt of liggen op koers om bereikt te worden. De doelen en ambities worden bereikt binnen de vastgestelde financiële kaders. De realisatie van de doelen en ambities worden periodiek gemonitord op basis waarvan zo nodig tot bijsturing wordt overgegaan.
Rol van de raad
De informatievoorziening aan en betrokkenheid van de raad is conform de gemaakte afspraken. De informatievoorziening aan de raad is zodanig dat de raad tijdig kan zien of de ambities en doelen gehaald gaan worden en biedt inzicht in eventuele bijsturingsmogelijkheden.
31
5. Aanpak
De aanpak van dit onderzoek bestaat uit drie fasen: - Informa(e-uitvraag bij de organisa(e en documentonderzoek. Hierin zijn documenten gerelateerd aan de energie- en warmtetransi8e en RES, geanalyseerd. Dit zijn documenten over de beleidskaders, de uitvoering in projecten en de verantwoording hierover aan het college en de raad. Ook zijn raadsdocumenten zoals mo8es en amendementen geanalyseerd. - Gesprekken en raadsenquête. Vervolgens zijn er gesprekken gevoerd met ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen bij de energietransi8e en is met medewerkers van concern control van alle gemeenten gesproken. Er is een enquête uitgezet onder de raadsleden van alle gemeenten. - Rapportage. Ten slo]e is de rapportage opgesteld waarin de onderzoeksvragen worden beantwoord en de toetsing op het normenkader plaatsvindt. De rapportage is voor wederhoor teruggelegd bij de ambtelijke organisa8e en de colleges. Representativiteit survey De enquête is door de griffies/rekenkamers uitgezet bij de raadsleden en burgerraadsleden van de vier gemeenten. De antwoorden zijn anoniem en het invullen was niet verplicht. De enquête is door 71 raadsleden en burgerraadsleden ingevuld.
Hieronder is per gemeente het responspercentage aangegeven: - Breda: 19 respondenten van 39 raadsleden en 24 burgerraadsleden = 30,2% - ’s-Hertogenbosch: 16 respondenten van 39 raadsleden en 40 commissieleden-niet raadsleden = 20,3% - Oss: 13 respondenten van 37 raadsleden en 16 burgerraadsleden = 24,5% - Tilburg: 23 respondenten van 45 raadsleden en 28 burgerraadsleden = 31,5% De respons voor Breda is 30%, dat geeft enig inzicht in de ervaringen en beelden van raadsleden. De bevindingen uit de enquête zijn meegenomen per gemeente in de gemeentelijke nota’s (het hoofdstuk ‘Rol van de raad’). De raadssessie om de resultaten van de enquête te bespreken, is komen te vervallen vanwege een gebrek aan aanmeldingen. In het algemeen deel is de totale respons verwerkt, dus voor de vier gemeenten gezamenlijk.
6. Leeswijzer
De rapportage is opgedeeld in twee delen: 1. De gezamenlijke rapportage met de overkoepelende conclusies en aanbevelingen 2. Vier gemeentelijke nota’s a. Inleiding (hoofdstuk 1) b. Conclusies (hoofdstuk 2) c. Nota van bevindingen per gemeente waarin de deelvragen gedetailleerd uitgewerkt worden. (hoofdstukken 3, 4 en 5)
32
Het algemeen deel bevat de gezamenlijke rapportage met de overkoepelende conclusies en aanbevelingen. In de gemeentelijke nota’s worden na een inleiding de conclusies geformuleerd waarmee de hoofdvraag en deelvragen op hoofdlijnen worden beantwoord. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de vraag wat de gemeenten van elkaar kunnen leren. In de daarna volgende hoofdstukken worden de deelvragen gedetailleerd uitgewerkt. Het normenkader biedt de structuur voor de nota van bevindingen. Deze hoofdstukken zijn opgebouwd aan de hand van dezelfde drieslag: beschrijving, analyse en toetsing op de norm(en). In hoofdstuk 3 gaan we in op de kaderstelling van de gemeentelijke en regionale doelen voor de energietransitie. In §3.2. volgt een analyse en in §3.3. sluiten we af met een toetsing op de normen. In hoofdstuk 4 kijken we naar de uitvoering doelrealisatie. In §4.2. volgt een analyse en in §4.3. ronden we af met een toetsing op normen. In hoofdstuk 5 gaan we in op de positie van de raad, met aandacht voor de informatievoorziening aan de raad en de invulling van de eigen rol. In §5.2. volgt een analyse en we ronden af met een toetsing op de normen in §5.3.
7. Begrippenlijst
Deze begrippenlijst geeft uitleg over de veelgebruikte termen rondom de energietransitie. Aardgasvrij Broeikasgassen Biomassa CO2-neutraal CO2-uitstoot
Energieneutraal Energiebesparingsplicht Energiecoöperatie Energietransitie Hernieuwbare energie Klimaatakkoord
Klimaatneutraal Nationaal Isolatie Programma Netcapaciteit PJ
Een andere energiebron voor opwekking van elektriciteit en warmte in plaats van aardgas. De term wordt meestal gebruikt om aan te geven dat in een woning of wijk geen aardgasaansluitingen (meer) zijn. Bij de opwekking van energie komen broeikasgassen vrij (uitstoot/emissie) door verbranding van fossiele brandstoffen. Bij energie is dat voornamelijk CO2. Er zijn andere broeikasgassen (methaan, lachgas) die vrijkomen bij andere bronnen, zoals landbouw. Biomassa verwijst naar alle planten en dieren op aarde (zowel dood als levend). Biomassa is een belangrijke bron voor het opwekken van groene stroom of duurzame warmte. Wanneer we het hebben over energie uit biomassa, dan bedoelen we dus energie uit planten(resten) en dieren(resten). Uitstoot bij de opwekking van energie wordt gecompenseerd door opname van CO2 zodat de netto CO2emissie nul is. CO2-uitstoot is het vrijkomen van koolstofdioxide CO2 in de lucht. Mensen en dieren stoten CO2 uit. In het verleden werd deze uitstoot gecompenseerd door de opname van dezelfde hoeveelheid CO2 door bomen en planten. De afgelopen 150 jaar is de uitstoot van CO2 echter sterk gestegen. Onder andere omdat wij fossiele brandstoffen (zoals aardgas) zijn gaan verbranden voor industrie en vervoer. Een begrip dat te maken heeft met de opwekking en het gebruik en van energie in een bepaald gebouw of bepaald gebied.
Als er evenveel energie wordt opgewekt als gebruikt is het gebied of gebouw energieneutraal. De plicht voor bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Deze plicht is vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Een groep bewoners die samen duurzame energie opwekken, energie besparen en stappen zetten om de wijk te verduurzamen. Breda vat onder energietransitie het nemen van energiebesparende maatregelen en het opwekken van energie via natuurlijke bronnen. De vier gemeenten hanteren een eigen definitie en focus op energietransitie. Energie opgewekt met behulp van hernieuwbare, niet-fossiele energiebronnen. De meest voorkomende bronnen in dit rapport zijn windenergie, zonne-energie, biomassa, biogas. Het is een overeenkomst tussen veel organisaties en bedrijven in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. Het belangrijkste doel is om de CO2uitstoot in 2030 met 49% te verminderen ten opzichte van 1990. In 2050 moet de uitstoot van broeikasgassen met 95% afgenomen zijn. Proces van energieopwekking waarbij geen klimaatverandering optreedt door (netto) emissie van broeikasgassen. Het doel van het Nationaal Isolatieprogramma is om 2,5 miljoen woningen te isoleren in de periode tot en met 2030.