Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Programmabegroting 2026-2029
Aanbiedingsbrief Beste leden van de gemeenteraad, Voor u ligt de programmabegroting 2026-2029. Dit is de laatste begroting die we u aanbieden deze raadsperiode vanuit het coalitieprogramma Samen duurzaam vooruit. We hebben afgelopen jaren gewerkt aan de grote ontwikkelingen voor onze gemeente en we zijn uitdagingen niet uit de weg gegaan. We focussen ons op de uitvoering van ingezette lijnen. Deze programmabegroting 2026-2029 was geen makkelijke begroting om op te stellen. We zijn genoodzaakt om, zoals al aangekondigd bij de programmabegroting 2025, ombuigingsvoorstellen door te voeren. Hiervoor hebben we het uitgebreide traject van de strategische heroriëntatie doorlopen om te komen tot een sluitend meerjarenperspectief. We zijn met u gedurende dit traject het gesprek aan gegaan. Samen hebben we een afwegingskader gemaakt om te zorgen dat we wel afgewogen besluiten voorleggen. Het resultaat ligt nu voor. De begrotingsjaren 2025, 2026 en 2027 zien er rooskleurig uit. Dit komt met name door tijdelijke compensatie vanuit het Rijk voor jeugdhulp. We zien in deze jaren financiële voordelen. We vinden het nu niet gepast om deze voordelen meteen te reserveren voor nieuw beleid. In maart 2026 zijn er weer gemeenteraadsverkiezingen. De incidentele financiële ruimte is beschikbaar voor een nieuw college dat grote opgaven wacht.
Het is aan een nieuw bestuur om hier invulling aan te geven. We laten de begroting achter met goed gevulde reserves en een sluitend meerjarenperspectief. Voor bestaande plannen is voldoende geld beschikbaar. Echter, vanaf 2028 zien we tekorten, het ravijnjaar schuift op van 2026 naar 2028. Het Rijk boekt dan een stevige extra bezuiniging op jeugdzorg in en houdt ook vast aan de bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda. Zoals in de kadernota al aangegeven volgen we het advies van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) om een sluitende begroting voor 2026 en 2027 te presenteren en voor daarna in beeld te brengen richting het Rijk welke aanvullende middelen nodig zijn voor jeugdhulp. We kiezen er daarom voor om te werken naar een sluitende begroting voor 2026 en 2027 en vanaf 2028 werken we met een geaccepteerd tekort. Dit betreft het tekort op jeugdzorg vanaf 2028 waarvan we verwachten dat het Rijk deze extra moet gaan compenseren. Zelf gaan we ook fors inzetten op kostenbeheersing van de jeugdzorg en Wmo. We moeten ingrijpen in jeugdzorg om de kwaliteit van jeugdzorg te verbeteren als ook de betaalbaarheid van deze zorg op de langere termijn. Ook voor de Wmo is het van belang om nu in te zetten op beheersbaarheid zodat we de zorg op de lange termijn betaalbaar houden. We reserveren hier ook een fors bedrag voor om te kunnen investeren in de ombuigingen.
De schommelingen vanuit de algemene uitkering, de onzekere compensatie voor jeugdhulp en de instabiliteit van de landelijke regering vormen wel een groot risico. Het is lastig stabiel financieel beleid te voeren als je enerzijds onrealistische taakstellingen krijgt en bijvoorbeeld in het lopende jaar nog miljoenen extra ontvangt. We blijven lobbyen voor een stabiele financiering en voldoende ‘knaken voor onze taken’. We volgen alle ontwikkelingen, houden zicht op onze risico’s en sturen bij indien nodig. Om te komen tot een sluitende begroting, rekening houdend met het geaccepteerd tekort, zullen we de voorgestelde ombuigingsvoorstellen zoals gepresenteerd in de strategische heroriëntatie door moeten voeren. Zoals eerder aangegeven willen we de lange lijnen en koers niet verstoren. We hebben gekozen voor hoofdzakelijk maatregelen met beperkte impact op onze inwoners en partners.
2
Speerpunten en prioriteiten Tot de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 blijven we ons onverminderd inzetten op onze prioriteiten. -
De verstedelijkingsopgave met woningbouw en mobiliteit. De komende jaren ligt de focus voornamelijk op de woningbouwopgave in de spoorzone van Oss en op Amsteleind. In deze gebieden voegen we in de periode tot 2040 ongeveer 8.000 woningen toe. We investeren in een toekomstbestendig mobiliteitssysteem. Hierbij creëren we meer ruimte voor actieve mobiliteit (fietsen, wandelen) en geconcentreerde voorzieningen voor parkeren van zowel fietsen als auto's. Daarnaast continueren we de implementatie van de Omgevingswet en bouwen we onze kennis en ervaring hierin verder op.
-
De klimaatopgave en energie transitie. We zetten in op verdere uitvoering van het programma klimaatadaptatie en het maken van een warmteprogramma. We zijn aangesloten bij de dijkprojecten om te zorgen voor meekoppelkansen op het gebied van infrastructuur en ontwikkeling van natuur.
-
Goede dienstverlening, transformatie en kostenbewustzijn van het sociaal domein. Het beheersen van de kosten van jeugdhulp is het belangrijkste aandachtspunt. Daarnaast zetten we ons in voor een sterke sociale basis. Speerpunten daarbij zijn mantelzorg, inclusie, wonen en zorg, substitutie en de inrichting van het sociale domein Oss op basis van een besluit over de proeftuin. We moeten zaken nu goed organiseren om de hulpvraag van de toekomst op te kunnen vangen.
-
Stedelijke voorzieningen voor een aantrekkelijke stad. We hebben belangrijke stappen gezet op het gebied van de planvorming, ontwerp en financiën van het theater de Lievekamp en het nieuwe zwembad. Nu kunnen we verdere stappen zetten op het gebied van realisatie. Ook gaan we fors investeren in de Schadewijk.
-
Duurzaam houdbare voorzieningen voor vitale dorpen. We blijven investeren in voorzieningen op het gebied van ontmoeten, sport en cultuur in de dorpen en kernen. Op deze manier maken we ontmoeten mogelijk en sport en bewegen toegankelijk voor iedereen.
-
Een professionele organisatie. We willen samen duurzaam vooruit. Om dit te realiseren is een sterke organisatie nodig. Oss groeit en de organisatie moet ook meegroeien. We investeren in slimmer en samenhangende sturing en digitalisering. Ook is het noodzakelijk om te investeren op het gebied van veiligheid om de basis op orde te kunnen krijgen, goed te kunnen blijven reageren op crisissituaties en uitvoering te kunnen coördineren.
Met deze begroting nemen we maatregelen om de basis op orde te houden komende jaren met voldoende financiële ruimte voor de eerste jaren en een sluitend meerjarenperspectief: een goede basis om over te dragen.
Burgemeester en wethouders van Oss.
De secretaris,
De burgemeester,
H. Reints
F. de Jonge
3
Inhoudsopgave Aanbiedingsbrief
2
Inhoudsopgave
4
Leeswijzer
5
Financiën in één oogopslag
7
Financiële positie
8
Kaders en uitgangspunten
18
Strategische heroriëntatie
21
Programma's Programma 1. Welzijn en zorg
31
Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs
55
Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur
71
Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte
90
Programma 5. Economie
107
Programma 6. Centrum
119
Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit
126
Programma 8. Veilige omgeving
146
Programma 9. Besturen in verandering van tijden
163
Programma 10. Financieel beleid
187
Paragrafen Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
198
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
219
Paragraaf financiering
225
Paragraaf verbonden partijen
231
Paragraaf grondbeleid
249
Paragraaf lokale heffingen
259
Paragraaf bedrijfsvoering
264
Paragraaf Integraal Voorzieningenbeleid (IVB)
268
Paragraaf Investeringsplan
276
Bijlagen
286
1. Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte
287
2. Overzicht incidentele baten en lasten
291
3. Budgettair neutrale wijzigingen
302
4. Uitkomst septembercirculaire 2025
307
5. Financieel overzicht totale begroting
312
6. Financieel overzicht totale begroting volgens taakvelden
317
7. Totaaloverzicht subsidies
320
4
Leeswijzer Leeswijzer De programmabegroting bestaat uit diverse onderdelen. In deze leeswijzer wordt bij alle onderdelen een korte uitleg gegeven. Aanbiedingsbrief In de aanbiedingsbrief geeft het college van burgemeester en wethouders de hoofdlijnen van deze programmabegroting weer. Financiën programma’s in één oogopslag In dit onderdeel laten we in een figuur zien hoe onze uitgaven over de programma’s verdeeld zijn. Financiële positie In dit hoofdstuk worden de financiële gegevens die bij de afzonderlijke programma’s zijn opgenomen gebundeld. Zo wordt in één oogopslag inzichtelijk hoe de gemeente er financieel voor staat. Vervolgens wordt daar een korte toelichting op gegeven. Verder staan we stil bij het structurele begrotingssaldo en geven we aan welke financiële uitgangspunten zijn gehanteerd bij het opstellen van de begroting. Programma’s Per programma wordt beschreven wat de doelstellingen zijn en wat er wordt gedaan om deze te realiseren (onderdelen 1, 2 en 3). Daarna worden per programma het nieuw beleid en de autonome ontwikkelingen toegelicht. Tenslotte wordt een overzicht gegeven van de financiën en subsidies van het programma (onderdelen 4 en 5). Na het vaststellen van de programmabegroting worden alle financiële ontwikkelingen binnen de programma’s via een begrotingswijziging in de administratie verwerkt.
Daarmee worden de budgetten in de administratie geactualiseerd. Paragrafen De opgenomen paragrafen zijn op grond van wetgeving een verplicht onderdeel van de begroting. Het gaat bij de paragrafen telkens om onderwerpen met een groot financieel belang. Door deze op een centrale plek in de begroting op te nemen wordt een goede informatievoorziening over deze onderwerpen gewaarborgd en is de informatie inzichtelijk. Daarnaast hebben we ervoor gekozen een paragraaf over het Integraal Voorzieningenbeleid toe te voegen. Bij IVB gaat het om schoolgebouwen, sportaccommodaties en wijk- en dorpshuizen. Hierin worden de uitgangspunten, actuele ontwikkelingen, visie en aanpak toegelicht. Verder hebben we een paragraaf investeringsplan toegevoegd, met een totaaloverzicht van de lopende investeringen, vervangingsinvesteringen en nieuwe investeringen. Bijlage 1.
Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte
De gemeente voert elk jaar een groot aantal projecten uit in het kader van het Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) voor de openbare ruimte. Het gaat dan om werkzaamheden aan bijvoorbeeld wegen, fietspaden, riolering en openbaar groen. In de voortgangsrapportage wordt inzicht gegeven in de stand van zaken van deze werkzaamheden. Bijlage 2.
Overzicht incidentele baten en lasten
In deze bijlage wordt een overzicht van de incidentele baten en lasten gegeven. Incidenteel houdt in dat het gaat om baten en lasten die een tijdelijk karakter hebben. Deze zitten slechts één of enkele jaren in de begroting. Dit overzicht geeft niet alleen inzicht in de incidentele baten en lasten, maar is ook een hulpmiddel bij het beoordelen van het structurele begrotingssaldo. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten
5
worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. In het hoofdstuk over de financiële positie, aan het begin van de programmabegroting, voeren we deze toets uit. Bijlage 3.
Budgettair neutrale wijzigingen
In meerdere programma’s zijn in de tabel bij onderdeel 6 budgettair neutrale wijzigingen opgenomen. Dit zijn wijzigingen die niet inhoudelijk van aard zijn en per saldo geen geld kosten. Soms gaat het over wijzigingen binnen één programma, in andere gevallen zijn de wijzigingen programma-overstijgend. Volgens de voorschriften van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) moeten deze wijzigingen zichtbaar worden gemaakt en gerapporteerd. Om dat op een overzichtelijke manier te doen hanteren we hiervoor de volgende werkwijze: In de programma’s waarbij budgettair neutrale wijzigingen voorkomen is steeds één totaalregel in de tabel bij onderdeel 6 opgenomen. In deze bijlage is een totaaloverzicht opgenomen, waarbij wijzigingen boven de € 100.000 worden toegelicht. Bijlage 4.
Uitkomsten septembercirculaire 2025
In deze bijlage is een uitgebreide toelichting op de uitkomsten van de septembercirculaire opgenomen. De afzonderlijke effecten zijn ook als wijzigingen bij de desbetreffende programma’s opgenomen. Bijlage 5 en 6. Financieel overzicht bestaande begroting In de programma’s zijn de cijfers van het totale programma op hoofdlijnen weergegeven. Meer gedetailleerde cijfers zijn in bijlage 5 opgenomen. In bijlage 6 is deze zelfde begroting weergegeven op basis van landelijk vastgestelde taakvelden. Bijlage 7. Totaaloverzicht subsidies In deze bijlage is een totaaloverzicht weergegeven van alle uitgaande subsidies. Daarnaast geven we een overzicht van de belangrijkste inkomende subsidies.
6
Financiën in één oogopslag In de volgende figuur hebben we voor 2026 de totale lasten per programma in beeld gebracht (bedragen x € 1.000).
7
Financiële positie Solide financiële basis, een sterk toegenomen risicoprofiel, realisatie van strategische heroriëntatie In de programmabegroting 2026-2029 concretiseren we de kadernota 2026. De koers voor de begroting was daarbij (samengevat): -
Focus op de uitvoering
-
Realisatie van de strategische heroriëntatie
-
Een programmabegroting 2026-2029 met een sluitende begroting voor de jaren 2026 en 2027.
-
Een programmabegroting 2026-2029 met een geaccepteerd tekort in 2028 van € 3,5 miljoen en in 2029 van € 3 miljoen.
We werken vanuit een solide financiële basis. We hebben als gemeente een gezonde reservepositie en ook hebben we te maken met jaarlijkse positieve jaarrekeningsaldi. En toch staat onze meerjarenbegroting onder druk en is een kritische blik op onze uitgaven noodzakelijk. Ons risicoprofiel is de afgelopen jaren sterk gestegen. Dit heeft verschillende oorzaken: −
De meerjarenbegroting is niet sluitend.
−
We zien stijgende zorgkosten, vooral in de jeugdzorg. De kosten stijgen en op basis van prognoses kunnen we op dit moment niet aangeven of deze kosten wel of niet verder blijven stijgen. We ontvangen van het Rijk onvoldoende structurele middelen.
−
Met de toekomstige realisatie van grote projecten, zoals Warenhuis, Lievekamp/ Muzelinck en Golfbad stijgen de exploitatiekosten en krijgen we mogelijk te maken met bijkomende kosten.
−
We hebben grote ambities op het gebied van mobiliteit. Binnen de beschikbare financiële middelen moeten we keuzes maken in het uitvoeringsplan.
−
We hebben grote ambities met onze spooragenda en de binnenstadsvisie. We sparen voor de langere termijn, terwijl de financiële middelen op de korte termijn beperkt zijn.
−
Ook kunnen we geen grote winsten uit het grondbedrijf meer verwachten.
−
We krijgen onvoldoende rijksmiddelen om ambities op het gebied van klimaat en energie te kunnen realiseren.
Voor de jaren 2025 tot en met 2027 worden we “redelijk” gecompenseerd voor de stijgende kosten van jeugdzorg. Voor de jaren erna boekt het Rijk echter een stevige extra bezuiniging op jeugdzorg in en houdt het Rijk ook vast aan de bezuinigingen vanuit de hervormingsagenda. Deze bezuinigingen vanuit het Rijk zijn te ambitieus voor gemeenten. Daarnaast wordt er geen indexering van de kosten voor jeugdzorg toegepast, zoals de deskundigencommissie had aanbevolen. Tussen het Rijk en gemeenten is afgesproken dat de deskundigencommissie van Ark in het eerste kwartaal 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. Vandaar dat we voor de jaren 2025-2027 een zo realistische als mogelijke begroting hebben opgesteld voor jeugdzorg, maar dat we voor de jaren erna werken met een geaccepteerd tekort in de programmabegroting, zijnde de tekorten die we op jeugdzorg voorzien. Deze tekorten moeten naar onze mening gecompenseerd worden door het Rijk. Om onze programmabegroting sluitend te maken is een strategische heroriëntatie (bezuinigingen) doorgevoerd. Daarnaast is extra kritisch gekeken naar reguliere begrotingsposten omdat we zien dat we in de jaarrekening jaarlijks te maken hebben met overschotten. Door deze actie is het mogelijk om voor een bedrag van € 2 miljoen structureel op te nemen voor nieuw beleid.
Gezien de financiële positie en het meerjarig tekort hebben we alleen posten opgenomen waarvan we echt denken dat ze noodzakelijk zijn. De jaren 2025 tot en met 2027 kennen een groot positief saldo. Voor 2025 verwachten we op dit momenteel positief resultaat van € 7,8 miljoen en de jaren 2026 en 2027 beide circa € 2,5 miljoen. Dit zijn incidentele middelen. We kiezen er bewust voor om op dit moment deze positieve resultaten te reserveren voor een nieuw college, zodat zij na de verkiezingen concrete voorstellen kunnen formuleren gericht op de realisatie van onze grote ruimtelijke en sociale ontwikkelopgaven.
8
We beginnen dit hoofdstuk met een overzicht van het saldo van deze programmabegroting. Dit lichten we vervolgens kort toe. Verder staan we stil bij de incidentele baten en lasten en ons structurele begrotingssaldo. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000
Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten
456.046
413.899
412.130
415.347
408.990
Baten
-451.334
-414.092
-410.484
-405.047
-406.569
Saldo
4.712
-194
1.646
10.300
2.421
Stortingen reserves
36.033
8.950
8.133
19.293
7.813
Onttrekkingen reserves
-42.815
-15.888
-15.051
-20.666
-3.395
Saldo mutaties reserves
-6.782
-6.938
-6.918
-1.373
4.419
-2.070
-7.132
-5.272
8.927
6.840
Nieuw beleid
3.836
-348
3.242
2.109
1.981
Ombuigingsvoorstellen
-532
2.735
-5.485
-9.539
-10.548
Autonome ontwikkelingen
-2.658
2.125
4.630
1.891
4.300
Septembercirculaire
-6.333
126
312
294
416
Saldo programmabegroting
-7.757
-2.494
-2.574
3.683
2.989
Bestaand beleid
Totaal bestaand beleid
Conclusies uit de tabel We presenteren begroting voor het jaar 2026 met een overschot van circa € 2,5 miljoen. Ook het jaar 2027 heeft een positief saldo van € 2,6 miljoen. Het ravijnjaar schuift door naar 2028. Dit zien we dan ook terug in de saldi voor 2028 en volgende jaren. Deze saldi zijn negatief en sluiten aan bij het geaccepteerde tekort over jeugdzorg zoals vastgesteld bij de kadernota 2026 (structureel € 3 miljoen vanaf 2029). Het geaccepteerde tekort is het bedrag wat we minimaal verwachten vanuit het Rijk als extra structurele compensatie voor de kosten van jeugdzorg. Amendement 'Financiële dekking afwegen bij de begroting' Bij de raadsvergadering van de kadernota 2026 is het amendement 'Financiële dekking afwegen bij de begroting' aangenomen. Via dit besluit werden de posten 'Versterken capaciteit veiligheid', 'Vorming concernstaf' en 'Aanpassing organisatie & bedrijfsvoering' op PM gezet. In dit amendement werd opgeroepen om aan te leveren: -
Per wens een uitwerking van de uitvoering en benodigde middelen, inclusief een onderbouwing van de noodzaak in relatie tot de bestaande capaciteit.
-
Een uitwerking van de ‘Opdracht: Op zoek naar financiële ruimte’ zodat de gemeenteraad kan beslissen of deze bezuiniging wenselijk is.
-
Indien de wensen groter zijn dat de beschikbare middelen, welke extra bezuinigingsvoorstellen moeten worden gedaan, op basis van de Strategische Heroriëntatie.
-
Inzicht of er op andere vlakken in de organisatie nog ‘lucht in de begroting’ zit.
We hebben in de programmateksten en bij het onderdeel nieuw beleid de wensen 'Versterken capaciteit veiligheid', 'Vorming concernstaf' en 'Aanpassing organisatie & bedrijfsvoering' toegelicht. Aanvullend hierop hebben we een aparte bijlage waarin we op meer detailniveau de uitwerking weergeven.
9
Daarnaast zijn we op zoek gegaan naar financiële ruimte, het ging in de kadernota op een bedrag van € 810.000. Dit met name omdat we bij afgelopen jaarrekeningen forse overschotten hadden. We hebben gekeken waar er nog lucht in de begroting zou zitten. De uitkomst hiervan is dat er nog diverse voordelige autonome ontwikkelingen zijn opgenomen in deze begroting. Per saldo geven de autonome ontwikkelingen, exclusief de kosten- en volumestijgingen op het gebied van jeugd en Wmo, een voordelig saldo van € 1,2 miljoen. Hiermee hebben we zo veel mogelijk lucht uit de begroting gehaald. Om het saldo van de meerjarige begroting niet nadeliger te laten zijn dan het geaccepteerd tekort zijn er 2 maatregelen vanuit de strategische heroriëntatie uitgebreid. Het gaat om: -
We zetten een groter deel van de algemene reserve in als structureel dekkingsmiddel. Bij de strategische heroriëntatie hebben we voorgesteld om een bedrag van € 2,8 miljoen in te zetten als structureel dekkingsmiddel. We zien nu dat de ruimte boven de minimale norm van de algemene reserve € 5,6 miljoen is. We stellen daarom voor om het bedrag te verhogen en voor 10 jaar € 560.000 te onttrekken uit de algemene reserve.
-
Daarnaast korten we de werkbudgetten meer. Bij de strategische heroriëntatie was het voorstel om diverse werkbudgetten bij de beleidsafdelingen te korten met 10% in het kader van meer risicovol begroten en lucht uit de begroting te halen. We zien dat hier bij sommige budgetten meer ruimte is. Daarom korten we enkele budgetten met 20% of 50%. Dit lichten we verder toe bij de ombuigingsvoorstellen.
Door deze twee maatregelen uit te breiden hebben we een, op het geaccepteerd tekort na, sluitende meerjarenbegroting. We hebben de zoektocht naar financiële ruimte dus ingevuld door te sturen op voordelige autonome ontwikkelingen en enkele financieel technische ombuigingsvoorstellen uit te breiden. Start van de begroting De start van de begroting begint met de financiële positie zoals deze in de kadernota 2026 is weergegeven. Hierin was de financiële positie als volgt: - is voordeel + is nadeel Bedragen x € 1.000 Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
358
-679
-534
5.411
5.411
Eerste financiële tussenrapportage 2025
2.031
2.584
2.761
2.790
2.790
Meicirculaire 2025
-4.460
-9.037
-7.499
725
-1.362
Start van de begroting
-2.070
-7.132
-5.272
8.927
6.840
Programmabegroting 2025-2028
De ruimte in de kadernota was al beperkt. In deze kadernota verwachtten we toen een structureel tekort van € 6,8 miljoen vanaf 2029. Dit financiële kader is het vertrekpunt van deze programmabegroting. Vervolgens zijn er mutaties geweest op dit kader in de vorm van posten nieuw beleid, risicoposten, autonome ontwikkelingen en de septembercirculaire 2025. Deze lichten we afzonderlijk toe. Financiële effecten programmabegroting 2026-2029 Nieuw beleid In deze programmabegroting 2026-2029 zijn de speerpunten uit de kadernota 2026 vertaald. In totaal nemen we nieuw beleid op ter hoogte van: -
2025: € 3,8 miljoen;
-
2026: € 3,6 miljoen (minus € 4 miljoen vrijval reserve vluchtelingen)
-
2027: € 3,2 miljoen;
-
2028: € 2,1 miljoen;
-
2029: € 2,0 miljoen.
10
Onderstaand een samenvattend overzicht hiervan. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Pr Omschrijving
2025
2026
2027
2028
2029
1 Werkwijze participatie internationale werknemers
0
65
65
65
65
1 Vrijval reserve vluchtelingen
0
-4.000
0
0
0
1 Extra ondersteuning zorgintensieve gezinnen
0
156
0
0
0
2.100
0
0
0
0
2 Fysieke locatie Werkcentrum Noordoost Brabant
0
0
0
0
0
3 Nieuwe investeringen in sportaccommodaties
0
0
8
26
26
3 Brabantstad werkplan cultuur
0
25
25
25
0
3 Project Skip - Denormalisering drugsgebruik
0
20
20
20
20
3 Subsidiebeleid en proces
0
60
0
0
0
4 Extra capaciteit dijkversterking 2025-2035
0
0
198
109
109
4 Compensatie verenigingen stopzetten inzameling
0
0
0
0
0
5 Vorming toeristisch fonds
0
150
150
150
150
5 Verduurzamen bedrijventerreinen Oss
0
0
0
0
0
6 Evenementencoördinator
0
0
0
0
0
7 Extra uitbreiding starterslening SVN
0
200
0
0
0
1.500
0
0
0
0
8 Extra capaciteit veiligheid
42
524
524
524
524
8 Extra capaciteit veiligheid: MIT en preventief
0
168
168
168
168
9 Nieuwe verkiezingsborden
0
35
35
35
35
9 Kosten organisatieontwikkeling
0
500
500
0
0
9 Vorming concernstaf
0
633
633
633
633
9 Aanpassing organisatie en bedrijfsvoering
0
213
213
213
213
9 Duurzame inkoop
0
66
66
0
0
9 Extra budget voor raadscommunicatie
0
36
36
36
36
195
799
600
103
0
3.836
-348
3.242
2.109
1.981
1 Vorming reserve kostenbeheersing sociaal domein
oud papier
7 Extra storting in reserve omgevingswet
toezichthouder
9 Doorontwikkeling personeelsbeleid- en organisatie Totaal nieuw beleid
Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting lichten we het nieuwe beleid toe (onderdeel 4.1). Ombuigingen/ Strategische heroriëntatie Onze programmabegroting 2025-2028 was meerjarig niet structureel sluitend. Daarom zijn we een strategische heroriëntatie gestart. Dit doen we vanuit een inhoudelijke koers. Deze koers heeft mede als doel om toe te werken naar een duurzaam financieel gezonde gemeente, waarin er op de lange termijn evenwicht is tussen inkomsten en uitgaven. In de kadernota presenteerden we de strategische heroriëntatie. In deze programmabegroting verwerken we deze voorstellen in financiële zin en hebben we ook de “minder meerkosten” op het gebied van Jeugdhulp en Wmo vertaald. Dit leidt ertoe dat het totaal van de ombuigingen qua saldo gestegen is.
11
De volgende ombuigingen zijn per programma opgenomen: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Programma
2025
2026
2027
2028
2029
1. Welzijn en Zorg
-53
-99
-2.167
-4.344
-5.307
2. Werk, Inkomen en Onderwijs
-110
-105
-448
-521
-567
3. Ontmoeten, sport en cultuur
-357
-557
-620
-1.010
-1.010
4. Klimaat, energie en openbare ruimte
-144
-247
-317
-317
-317
5. Economie
0
0
0
0
0
6. Stadscentrum
0
0
0
0
0
7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit
-2
4.998
-232
-272
-272
8. Veilige omgeving
0
0
0
0
0
134
-280
-741
-1.205
-1.205
0
-975
-960
-1.870
-1.870
-532
2.735
-5.485
-9.538
-10.548
9. Besturen in verandering van tijden 10. Financieel beleid Eindtotaal
Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wee naar apart hoofdstuk in deze programmabegroting.
12
Autonome ontwikkelingen Samengevat geven de autonome ontwikkelingen het volgende beeld: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Pr Omschrijving 1 Eigen bijdrage jeugdhulp
2025
2026
2027
2028
2029
0
0
0
-1.367
-1.377
1 Autonome groei jeugdhulp
1.900
3.895
5.990
5.990
5.990
1 Lagere kosten Wmo Hulp bij huishouden
-750
0
0
0
0
1 Wmo Individuele begeleiding
550
792
384
0
0
1 Autonome groei individuele begeleiding
0
300
600
900
900
2 Investeringen onderwijshuisvesting
0
0
1
-2.240
47
2 Vrijval minimabeleid Meedoen is belangrijk
-50
-50
-50
-50
-50
2 Vrijval egalisatiereserve Wsw
-279
0
0
0
0
2 Lagere kosten alleenverdienersproblematiek
-189
0
0
0
0
3 Investeringen ontmoeten
0
0
-215
-5
-32
3 Investeringen sportaccommodaties
0
-82
-140
301
215
3 Onderhoudskosten maatschappelijk vastgoed
-554
191
292
333
341
4 Hogere inkomsten nutsbedrijven
-195
0
0
0
0
4 Niet huishoudelijk afval en compostering 2025-2029
-275
-75
-75
-75
-75
4 Voordelig resultaat IUP-projecten groot onderhoud
-55
0
0
0
0
0
-81
-70
5
4
5 Beheerplan haven en brug 2025-2029 5 Verhoging opbrengsten erfpachtgronden
-164
-73
-73
-73
-73
7 Hogere kosten realisatie flexwoningen
500
-500
0
0
0
7 Hogere inkomsten uit omgevingsvergunningen
-680
-1.249
-1.189
-1.189
-1.189
-131
0
0
0
0
2026-2029 7 Lagere kosten ureninzet ODBN 7 Financiële vertaling parkeerbeleid 2025-2029
0
0
0
0
0
7 Extra capaciteit omgevingswet vergunningen
0
151
151
151
151
8 Veiligheidsregio Brabant Noord (btw brandkranen)
-81
0
0
0
0
8 Straatcoaches
-130
0
0
0
0
8 Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK)
-119
8
8
8
8
9 Verkiezingen Tweede Kamer 2025 en Gemeenteraad
120
86
0
0
0
9 Kosten software en hardware ICT
-163
22
47
47
47
9 Inrichtingskosten E-HRM systeem
135
0
0
0
0
9 Ontwikkeling kosten ICT investeringen
0
-140
-159
-80
0
10 Afbouw inzet reserves Maaslandgas, deposito BNG
0
0
0
0
157
2026
en verbouwing gemeentehuis 10 OZB stijging met inflatie 10 Vrijval stelpost loon- en prijscompensatie 10 Vennootschapsbelasting 10 Rente- en afschrijvingsvoordeel en storting in
0
-743
-743
-743
-743
-800
0
0
0
0
90
0
0
0
0
-1.408
-257
0
0
0
68
-71
-131
-23
-23
-2.658
2.125
4.630
1.891
4.300
reserve renteomslag Overige posten Totaal Autonome ontwikkelingen
13
Binnen deze autonome ontwikkeling is extra kritisch gekeken naar bestaande budgetten en hierin zitten dan ook extra posten waarbij budgetten zijn verlaagd dan wel inkomsten zijn verhoogd. Dit op basis van bestaand beleid. Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting benoemen we alle autonome ontwikkelingen (inclusief financieel neutrale autonome ontwikkelingen die effect hebben op reserves) en lichten we deze toe (onderdeel 4.2). Investeringen Via deze programmabegroting stellen we ook investeringskredieten vast. De kapitaallasten van de investeringen zijn verwerkt in de lasten per programma. Als er sprake is van nieuwe investeringen hebben we dat gedaan via de autonome ontwikkelingen of nieuw beleid bij de programma’s. In de paragraaf investeringsplan zijn alle investeringen opgenomen. Samengevat geeft dit het volgende beeld per programma: Bedrag * € 1.000 Investeringsplan
2025
1. Welzijn en zorg 2. Werk, inkomen en onderwijs 3. Ontmoeten, sport en cultuur 4. Klimaat, energie en openbare ruimte 5. Economie
2026
2027
2028
2029
Totaal
0
500
0
0
0
500
4.533
2.106
4.316
19.392
19.321
49.668
681
11.438
20.678
6.749
4.154
43.700
2.405
4.336
7.363
7.820
7.765
29.689
360
1.068
1.807
0
0
3.235
7. Verstedelijking, wonen & mobiliteit
1.112
0
781
0
0
1.893
9. Besturen in verandering van tijden
2.107
3.150
3.093
3.449
2.375
14.174
10. Financieel beleid Totaal geplande investeringen
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
5.500
12.298
23.698
39.138
38.510
34.715
148.359
Naast de reguliere investeringen hebben we grote investeringen in het Golfbad, de Lievekamp/ Muzelinck, mobiliteit en op het gebied van ruimtelijke ambities. Deze verhogen bovenstaand investeringsplan aanzienlijk. Voor een specificatie van de reguliere investeringen wordt verwezen naar betreffende paragraaf investeringsplan. Het vaststellen van de programmabegroting is de basis voor het uitvoeren van de investeringen. Daarbij is het totale investeringsbedrag per programma leidend. In een apart raadsvoorstel stellen we voor welke investeringskredieten beschikbaar worden gesteld aan het college voor de uitvoering en voor welke investeringskredieten het mandaat bij de gemeenteraad blijft. Dit conform de nota investeringsbeleid 2023. Algemene reserve De omvang van de algemene vrije reserve is per 1 januari 2025 afgerond € 25,9 miljoen. We storten in 2025 nog € 8 miljoen in deze reserve (met name saldobestemming jaarrekening 2024 en rente). Van dit bedrag is per saldo circa € 2,1 miljoen nog bestemd voor concrete projecten, waarover reeds besloten is. Per saldo bedraagt deze reserve dan € 31,8 miljoen. De minimale norm van deze reserve is 10% van de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2025 is voor de langere termijn afgerond € 26,2 miljoen.
In de strategische heroriëntatie en het sluitend maken van deze programmabegroting is voorgesteld om over een bedrag van € 5,6 miljoen jaarlijks 10% in te zetten als structureel dekkingsmiddel. Hiermee is dit bedrag geblokkeerd. Dit betekent dat de vrije ruimte op dit moment nihil is.
14
Septembercirculaire Samengevat is de uitkomst van de septembercirculaire als volgt: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 2025
2026
2027
2028
2029
Septembercirculaire 2025
-272.343
-273.424
-267.890
-260.344
-262.164
Meicirculaire 2025
-265.092
-269.689
-267.173
-260.192
-262.158
Totale stijging
-7.251
-3.735
-717
-152
-6
918
3.861
1.029
450
422
-6.333
126
312
298
416
Af te zonderen posten Netto effect Conclusie:
De algemene uitkering stijgt in alle jaren. In 2025 € 7,3 miljoen extra en dit loopt af tot vrijwel nihil in 2029. Wanneer we hiervan de noodzakelijke afzonderingen afhalen ontstaat er in 2025 een voordeel van € 6,3 miljoen. Het structureel effect (laatste jaar) van de circulaire is echter € 0,4 miljoen nadelig. Dit komt vooral door negatieve aanpassingen in het accres. Het zogenaamde ravijnjaar vanaf 2028 is nog steeds goed zichtbaar. We ontvangen in 2028 € 7 miljoen minder ten opzichte van het jaar 2027. Belangrijkste punten uit de circulaire zijn: Hervormingsagenda Jeugd 2023 en 2024 We ontvangen in totaal € 4,2 miljoen. Voor de incidentele tekorten 2023 en 2024 in de Jeugdzorg. Dit op basis van de eerdere afspraken die in het voorjaar van 2025 zijn gemaakt tussen de VNG en het kabinet. We ontvangen dit geld met de achterliggende gedachte om dit in te zetten ter ondersteuning van de transformatie van de jeugdhulp conform de afspraken uit de Hervormingsagenda. Het gaat dan om het versterken van de sociale basis en stevige sociale teams, met tevens aandacht voor het verbeteren van kind- en gezinsbescherming wen de bredere integrale aanpak sociaal domein. Onder de posten nieuw beleid stellen we voor om de helft van dit bedrag (€ 2,1 miljoen) te storten in de reserve kostenbeheersing sociaal domein.
Ontwikkeling accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het acres. Per 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd ingevoerd. Deze nieuwe systematiek houdt in dat het volume deel vanaf 2024 wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De indexatie voor inflatie volgt de prijs van het BBP van het lopende jaar. Dit zou moeten zorgen voor minder schommelingen van het accres. We zien echter in deze circulaire van dat de raming van het BBP voor 2026 en volgende jaren omlaag is bijgesteld. Dit betekent een oplopend nadeel tot circa € 1 miljoen. Implementatie Participatiewet in balans We ontvangen dit jaar € 198.000 en in 2026 € 87.000 extra in verband met het wetsvoorstel Participatiewet in Balans. Dit is een initiatief om de participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. Het geld wat we ontvangen is vooral voor de implementatie van de wet. Capaciteit voor klimaat en energiebeleid (CDOKE) Vanaf 2026 ontvangen we een decentralisatie-uitkering van in totaal € 2,8 miljoen. Deze uitkering is dan geen specifieke uitkering meer met verplichte besteding en verantwoording.
De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 tot en met 20230, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald.
15
Beschut werken / participatie We ontvangen € 0,5 miljoen extra voor de jaren 2025- 2028 met name in verband met het verbeteren van de werking van loonkostensubsidie bij beschut werken. Voor werknemers met een indicatie beschut werk zal een forfaitair loonkostensubsidie (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Vooraankondiging aparte financiering en indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten In de Voorjaarsnota 2024 is toegelicht dat het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten en de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering). Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk heeft een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie bovenop de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn, maar dit is nog niet gebeurd.
Opschoonactie voor specifieke uitkeringen Het aantal specifieke uitkeringen is de laatste jaren fors gestegen. Dit leidt tot extra verantwoordings- en controlekosten bij gemeenten. Afgesproken is dat er een opschoonactie gaat plaatsvinden. Daarbij is een korting van 10% aangekondigd over deze regeling. In principe berekenen we deze korting door in de uitgaven die we doen. Voor een uitgebreide toelichting van de septembercirculaire 2025 verwijzen we naar bijlage 4. Structureel saldo programmabegroting Om een goed oordeel te kunnen vormen over de begroting is het van belang om het saldo te corrigeren met incidentele baten en lasten. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. In de volgende tabel berekenen we het structurele saldo van de programmabegroting. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Structureel begrotingssaldo
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Lasten exclusief mutaties reserves
402.015
441.243
444.529
436.313
429.397
422.568
Baten exclusief mutaties reserves
-436.310
-453.823
-448.279
-431.411
-423.485
-422.979
Geraamd saldo van baten en lasten
-34.295
-12.579
-3.750
4.902
5.912
-411
Toevoegingen reserves
74.114
56.236
25.011
9.181
20.055
7.772
Onttrekkingen reserves
-54.702
-51.413
-23.755
-16.657
-22.284
-4.372
Geraamd resultaat
-14.883
-7.756
-2.494
-2.574
3.683
2.989
34.470
36.892
13.200
6.437
8.707
-
Incidentele lasten incl. reserves Incidentele baten incl. reserves
-24.020
-24.249
-14.185
-9.496
-8.684
-
Structureel begrotingssaldo
-25.333
-20.399
-1.509
485
3.660
2.989
Voor de specificatie van het jaar 2024 verwijzen we naar de jaarrekening 2024. De conclusie hieruit is dat de begroting in 2026 structureel sluitend is. Meerjarig is het structurele saldo nadelig tot oplopend € 3 miljoen in 2029, dit is het geaccepteerd tekort.
16
Het saldo van incidentele baten en lasten wordt vooral veroorzaakt door grote, incidentele investeringen die opgenomen zijn voor mobiliteit, binnenstedelijke transformatie, stadscentrum, waterveiligheid, en invoering van de nieuwe Omgevingswet. In bijlage 2 staat een specificatie van de incidentele baten en lasten.
17
Kaders en uitgangspunten Inleiding In het coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam Vooruit’ is gekozen voor een degelijk financieel beleid in onzekere tijden. Onze ambitie is om ons huishoudboekje blijvend op orde te houden door een stabiel financieel beleid, heldere afspraken en financiële lenigheid om in te spelen op nieuwe omstandigheden. We willen de lokale lastendruk voor onze inwoners en bedrijven laag houden. Tegelijkertijd spelen er tal van ontwikkelingen die direct en/of indirect invloed hebben op onze begroting. Hierbij denken we aan landelijke rijksontwikkelingen, maar ook mondiale ontwikkelingen die effect hebben op prijs- en renteontwikkelingen. Goed om daarom vooraf stil te staan wat voor ons belangrijke kaders en uitgangspunten zijn voor deze programmabegroting. Geopolitieke onzekerheid. De effecten vallen vooralsnog mee Het centraal planbureau heeft in juli de zogenaamde concept macro economische verkenning 2025 uitgebracht. Kernpunten hieruit zijn: -
Amerikaanse importheffingen hebben een drukkend effect op de wereldhandel. In combinatie met extra onzekerheid op internationale (financiële) markten zorgt dit voor een verlaging van de groei in 2025 en 2026 ten opzichte van het Centraal Economisch Plan (CEP) van eerder dit jaar.
-
De economie groeit desondanks gematigd door hogere uitgaven vanuit huishoudens en de overheid.
-
Het overheidstekort loopt op door vooral hogere uitgaven voor zorg, sociale zekerheid, defensie en klimaat.
-
De werkloosheid blijft laag en de armoede daalt.
De oproep vanuit het CPB is: “In deze onzekere tijd staat Nederland er nog altijd goed voor, maar de beleidsopgaven op het terrein van defensie, klimaat, stikstof en vergrijzing stapelen. Het is van belang om nu keuzes te maken en te investeren in ons toekomstig verdienvermogen en brede welvaart.” Daarnaast zien we dat de Europese bank de rente een aantal keren heeft verlaagd. Dit is mogelijk omdat de inflatie dichtbij de doelstelling van 2 procent ligt die de ECB hanteert. We zien echter wel dan de rente voor langlopende geldleningen langzaam stijgt. Koers voor de begroting Geaccepteerd meerjarig tekort We kiezen ervoor om te komen tot een sluitende begroting voor de jaren 2025-2027. In 2028 werken we met een geaccepteerd tekort van € 3,5 miljoen en vanaf 2029 van € 3 miljoen. Dit betreft het tekort op jeugdzorg vanaf 2028 waarvan we verwachten dat het Rijk deze extra moet gaan compenseren. Deze werkwijze sluit goed aan bij het advies vanuit de VNG en laat transparant zien dat er aanvullende middelen voor jeugdzorg noodzakelijk zijn. De koers voor deze programmabegroting is gericht op: Focus op uitvoering In de programmabegroting 2023-2026 hebben we het coalitieakkoord ‘Samen duurzaam vooruit’ vertaald. We hebben de speerpunten benoemd en zijn daar vol op mee aan de slag.
In de afgelopen jaren hebben we hiervoor gelden gereserveerd in de jaarlijkse begrotingen om voortvarend aan de slag te kunnen met het uitvoeren van het coalitieakkoord. Dit betekent dat we ons in deze kadernota en de komende programmabegroting focussen op het uitvoeren van de eerder vastgestelde ambities en speerpunten. We willen hier ook niet te veel aan toevoegen om ons te focussen op de uitvoering. Er is nauwelijks financiële ruimte voor nieuw beleid, maar veel nieuw beleid zou ook niet passend zijn in een jaar voor de gemeenteraadsverkiezingen.
18
Realisatie van de strategische heroriëntatie We zetten vol in op de feitelijke realisatie van de strategische heroriëntatie. Dit is noodzakelijk voor een gezond financieel meerjarig perspectief. Onze financiële uitgangspunten De begroting 2026 en de meerjarenramingen 2027-2029 hebben we opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten: -
Ons financieel beleid blijven we gedegen en solide vormgeven. We gaan voor deze begroting uit van een geaccepteerd tekort van € 3 miljoen, zijnde de tekorten op jeugdzorg waarvan we uitgaan dat deze extra gefinancierd gaan worden door het Rijk vanaf 2028.
-
Nieuw beleid wordt integraal afgewogen bij de vaststelling van de begroting. Het politieke debat over de inhoud wordt vooral integraal gevoerd bij de kadernota in het voorjaar. Voor deze programmabegroting is er géén c.q. nauwelijks ruimte voor nieuwe wensen (nieuw beleid). Nieuwe wensen moeten in principe binnen bestaande budgetten gerealiseerd worden en er is alleen financiële ruimte voor grote prioriteiten waarvan we inschatten dat deze van groot belang voor de ontwikkeling van onze stad c.q. van de organisatie.
-
We kijken extra kritisch naar ruimte in de begroting (begrotingsposten die in jaarrekeningen meerdere jaren niet volledig besteed zijn c.q. waarbij opbrengsten jaarlijks hoger zijn).
-
We hebben een algemene reserve die voldoet aan de gestelde normen (10% van de algemene uitkering). Eventuele incidentele ruimte binnen de algemene reserve kunnen we inzetten om onze ambities uit het coalitieakkoord waar te maken.
-
We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met de programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.
-
De winsten uit het grondbedrijf zetten we in voor onze omvangrijke ruimtelijke opgaves (ontsluitingswegen, spoorzone, mobiliteitsplan, plan Groen/ blauw/ natuur). Daarbij merken we op dat de algemene bedrijfsreserve van het grondbedrijf weer geleidelijk stijgt, maar dat door nieuwe woningbouwplannen ook het risicoprofiel stijgt en dat als gevolg hiervan deze reserve moet gaan stijgen. Dit betekent ook dat er de komende jaren er geen sprake meer zal kunnen zijn van een afroming ten behoeve van de algemene reserve.
-
Via actieve lobby en netwerken zetten we in op actief geld van derden te verwerven zoals bijdragen uit landelijke, regionale en Europese fondsen. De landelijke fondsen voor woningbouwimpulsen, volkshuisvesting en klimaat & energie bieden nadrukkelijk kansen.
-
Via de voorjaarsnota 2025 vanuit het Rijk is een degelijke financiële compensatie aan gemeenten gegeven voor de jaren 2025 tot en met 2027. Net als de VNG vinden we de reeks vanaf 2028 te ambitieus (de ingeboekte besparingen op jeugdzorg en ook het verder verhogen van de opbrengst uit de hervormingsagenda). Daarnaast wordt er geen index van de kosten voor jeugdzorg toegepast, zoals de deskundigencommissie had aanbevolen. Concreet is afgesproken dat de deskundigencommissie Van Ark in het eerste kwartaal 2027 een uitspraak doet over de haalbaarheid van het financieel kader vanaf 2028. Onze structurele financiële positie blijft dus onzeker. Feitelijk schuift het Ravijnjaar op van 2026 naar 2028. We blijven lobbyen voor een realistisch en robuust financieel kader voor de uitvoering van jeugdzorg ook na 2028.
-
De lokale lastendruk houden we minimaal op € 22,50 onder het landelijke gemiddelde. We blijven uitgaan van 100% kostendekking van tarieven en heffingen. We verhogen de OZB jaarlijks met de inflatie (2,67%).
-
Voor subsidies 2025 wordt voorgesteld om uit te gaan van een inflatie voor 2026 van 2,1%. Bij gesubsidieerde professionele instellingen is in zijn algemeenheid sprake van een 80/20-verhouding tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de uitgaven. Voor budgetsubsidies wordt voor de compensatie van loonstijging uitgegaan van de specifieke CAO-ontwikkelingen per sector en voor de compensatie van prijsstijging wordt dan uitgegaan van een inflatie van 2,1% (% overheidsconsumptie netto materieel 2026). Bij de overige subsidies zoals professionele instellingen zonder budgetovereenkomst en nietprofessionele organisaties wordt ook dit percentage van 2,1% voor prijscompensatie gehanteerd.
-
De rekenrente stellen we in principe vast op 1,1%. Dit is een gemiddelde rente. We moeten de komende jaren echter fors gaan lenen. Voor deze extra leningen gaan we op dit moment in de begroting uit van een percentage van 3,3%. Dit betekent dat onze gemiddelde rente de komende jaren zeker gaat stijgen.
19
-
De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds hebben we gebaseerd op de septembercirculaire 2025.
-
In programma 10 hebben we een jaarlijkse post onvoorzien opgenomen. Op dit moment hebben we een post onvoorzien van € 300.000. Bij de strategische heroriëntatie in deze begroting stellen we voor om dit bedrag te verlagen naar € 200.000 vanaf 2026. Dit bedrag kan door het college gedurende het jaar ingezet worden voor incidentele tegenvallers. Criteria daarvoor zijn: onuitstelbaar, onvermijdbaar en onvoorzienbaar. De verantwoording van de inzet van deze post nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten.
20
Strategische heroriëntatie 1. Inleiding Onze programmabegroting 2025-2028 was meerjarig niet structureel sluitend. Daarom zijn we een strategische heroriëntatie gestart. Dit doen we vanuit een inhoudelijke koers (zie paragraaf “Afwegingskader”). Deze koers heeft mede als doel om toe te werken naar een duurzaam financieel gezonde gemeente, waarin er op de lange termijn evenwicht is tussen inkomsten en uitgaven. In de kadernota presenteerden we de strategische heroriëntatie. In deze programmabegroting verwerken we deze voorstellen in financiële zin en hebben we ook de “minder meerkosten” op het gebied van Jeugdhulp en Wmo vertaald. Dit leidt ertoe dat het totaal van de ombuigingen qua saldo gestegen is. 2. Aanpak Strategische heroriëntatie Via het traject van de strategische heroriëntatie werken we toe naar een blijvend duurzaam financieel gezonde gemeente, waarin we voor de langere termijn een evenwicht willen realiseren tussen de inkomsten en uitgaven van onze gemeente. En dus ook evenwicht in ambities (effecten en doelen), middelen (financiën) en organisatie (taakuitvoering / uitvoeringskracht). Het proces van de strategische heroriëntatie en de financiële taakstelling is door de gemeenteraad vastgesteld bij de behandeling van de programmabegroting 2025-2028. Het proces is vervolgens gestart met een objectivering van onze begroting.
Adviesbureau BMC heeft voor ons een, relatief snelle, benchmark uitgevoerd waarin onze gemeente vergeleken is met diverse vergelijkbare gemeenten. De inkomsten en uitgaven zijn vergeleken met de één na goedkoopste gemeenten en ook met het gemiddelde van andere gemeenten. Op deze manier is het besparingspotentieel in beeld gebracht. Deze benchmark is als middel gebruikt door de organisatie om ombuigingsvoorstellen in beeld te brengen. De benchmark heeft geholpen om scherpte aan te brengen in de discussie en ter inspiratie. Met een toegesneden aanpak voor onze gemeente zijn samen met BMC de volgende stappen gezet: 1.
Doorlichten van alle budgetten per product (opbouw product, mate van beleidsvrijheid en de mate van beïnvloedbaarheid);
2.
Ambtelijk zijn per product ombuigingsvoorstellen in beeld gebracht. De belangrijkste spelregel: voor de voorstellen waren er geen taboes of (politieke) inperkingen (‘heilige huisjes’) vooraf;
3.
In de werkgroepen is hierop gestuurd door slechts twee exclusiecriteria te hanteren: een maatregel wordt alleen níet opgevoerd als: a.
De maatregel niet uitvoerbaar is of bijvoorbeeld door wettelijke beperkingen een te grote onzekerheid kent, waardoor de bezuiniging naar alle waarschijnlijkheid niet volledig geëffectueerd kan worden;
b.
De maatregel netto niets oplevert. Dit kan bijvoorbeeld door dat een zogenaamd ‘waterbedeffect’ optreedt. Dat wil zeggen dat de maatregel wel geld oplevert, maar onherroepelijk tot meerkosten leidt op een ander beleidsterrein, die de grootte van de bezuiniging overstijgt. Een ander voorbeeld is wanneer de maatregel een dusdanig grote investering of desinvestering vraagt, dat die de opbrengst van de bezuiniging overstijgt. In dit geval spreken we van kapitaalvernietiging.
4.
De benchmark vanuit BMC vormde de start van het gesprek en is niet leidend geweest bij de ombuigingsvoorstellen, maar heeft gediend als middel om tot de ombuigingsvoorstellen te komen;
5.
Interne en externe kennis en ervaring is benut, waarbij er een goede wisselwerking is geweest tussen kennis en expertise binnen de werkgroepen in de organisatie en adviseurs vanuit BMC. Concreet betekent dit dat BMC ook voorbeelden van andere gemeenten heeft gedeeld ter inspiratie en aanvulling.
Deze stappen hebben geleid tot het presenteren van een set van ombuigingsvoorstellen waar uit gekozen kon worden. Tijdens de opiniecommissie van 17 april 2025 heeft u ons daar kaders en uitgangspunten voor meegegeven. We hebben uw input meegenomen bij het maken van de voorgenomen keuzes. Dit heeft geresulteerd in het document ‘Strategische heroriëntatie Gemeente Oss’ waarin we voor hebben gelegd welke maatregelen we door willen voeren op basis van het afwegingskader. De gemeenteraad heeft dit document geamendeerd aangenomen op 3 juli 2025. We hebben de Strategische heroriëntatie nu verwerkt in deze programmabegroting.
21
3. Afwegingskader: koers voor de toekomst Een strategische heroriëntatie betekent bezuinigen en kiezen met visie. Daarbij horen vragen, zoals wat voor soort gemeente willen we zijn? Wat is de koers naar de toekomst? etc. We hebben daarbij nadrukkelijk gekeken wat we willen behouden en in stand willen houden in onze gemeente en waar we dus niet op willen bezuinigen. We hebben de bezuinigingen ingevuld vanuit het volgende kader: Ambities coalitieakkoord ‘Samen duurzaam Vooruit’ Wie vandaag door Oss loopt, ziet een gemeente in beweging. Met stedelijke ambities én de kracht van een hechte samenleving. Met ruimte om te wonen en lef om te vernieuwen. Met dorpen waar mensen naar elkaar omkijken en een stad die groeit, bruist en verrast. Hier zijn we trots op. Vanuit dit uitgangspunt blijven we vasthouden aan de ambities uit het coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam Vooruit’. Het gaat om de volgende hoofdlijnen: -
De verstedelijkingsopgave met woningbouw en mobiliteit.
-
De klimaatopgave en energie transitie.
-
Goede dienstverlening, transformatie en kostenbewustzijn van het sociaal domein.
-
Stedelijke voorzieningen voor een aantrekkelijke stad.
-
Duurzaam houdbare voorzieningen voor vitale dorpen.
-
Een professionele organisatie.
In het algemeen willen we ingezette lange lijnen en koers niet verstoren. We willen maatschappelijke schokken vermijden en kijken hoe we kunnen besparen met beperkte impact op onze inwoners en partners. Wat meer specifiek hanteren we daarbij de volgende kaders 1.
Sociale visie
Meedoen mogelijk maken is onze missie in het Sociaal Domein. Al onze inwoners moeten de mogelijkheid hebben om mee te doen in onze samenleving. We werken aan drie grote bewegingen: -
Normaliseren: de beweging naar meer acceptatie van diversiteit, beperkingen en tegenslag;
-
Voorkómen: de beweging om niet pas in actie komen als er een probleem is maar te kiezen voor gezond leven en samenleven;
-
Substitutie: de beweging van individueel aanbod naar meer collectief aanbod, van professionele hulp naar onderlinge ondersteuning, van bijvoorbeeld zorg naar eerst wonen, werk, inkomen of leren, van grootschalig en residentieel naar kleinschalig en ambulant
Vanuit deze drie grote bewegingen werken we aan drie inhoudelijke speerpunten: -
Bestaanszekerheid herstellen
-
Kansengelijkheid vergroten
-
Gezond leven makkelijker maken
Systemen en organisaties moeten op een andere maat gaan dansen, ook wij. We zien drie overkoepelende organisatorische opgaven: -
Investeren in de 'beweging van de transformatie'. Dit betekent het versterken van de sociale basis, dus van onze ondersteuning van maatschappelijke zelforganisatie. We willen sterke verenigingen, scholen, levendige wijk- en dorpshuizen, nieuwe coöperaties, burenhulp, in gebouwen en in een omgeving die ondersteunend werken, en daar moeten we ons beleid en uitvoering op richten. Maar dit betekent ook normaliseren, voorkomen en substitutie en stimuleren van een beweging naar de eerstelijnsvoorzieningen.
-
Versterken sociale teams en andere eerstelijnsvoorzieningen. We willen dat er ruimte en mandaat is om inwoners te informeren en te helpen, in of nabij hun huis en buurt, voorafgaand aan indiceren en verwijzen, als dat dan nog nodig is. We zetten ervaringskennis in. We ‘mengen’ betaalde en onbetaalde ondersteuning.
-
Goede koppeling met flexibele achterliggende ketens en kokers. We willen gespecialiseerde ondersteuning in eerste lijn halen in plaats van onze inwoners doorverwijzen. We willen snel en eenvoudig multidisciplinair overleg als de situatie daar om vraagt. We willen makkelijker op- en afschalen in ondersteuningsprocessen.
22
Als we deze visie vertalen naar bezuinigingen dan willen we met name individuele en geïndiceerde volwassenen en jeugdzorg verminderen. Daartoe moeten we de sociale basis, collectief aanbod, en de nulde en eerste lijnsvoorzieningen versterken, bestaanszekerheid en gezondheid vergroten of tenminste instandhouden, en verschillen daarin tussen mensen verkleinen. Investeringen in normaliseren, voorkomen en substitutie zijn daarbij noodzakelijk. Met dit pakket verwachten we in staat te zijn kostengroei te beperken of tot staan te brengen, en een leefbare samenleving te helpen realiseren. Voor het sociaal domein geld dat we met name inzetten op het beperken van kostenstijgingen (zorgen voor minder meerkosten). De maatregelen hiervoor dragen niet direct bij aan de taakstelling van € 5,5 miljoen maar zijn van groot belang om financieel solide te blijven. Het gaat om maatregelen met maatschappelijke impact maar waarvan wij inschatten dat ze onvermijdelijk zijn om te komen tot een houdbaar en betaalbaar sociaal domein. We blijven er uiteraard voor zorgen dat mensen die hulp nodig hebben dat ook krijgen. We verwijzen hiervoor ook naar het hoofdstuk over minder meerkosten. Meer concreet kiezen we voor de volgende richtingen om te besparen: -
We zetten in op het terugdringen van het aantal individuele beschikkingen en het verkorten van beschikt individueel hulpaanbod (in het kader van minder meerkosten).
-
We kijken kritisch naar budgetten die niet (volledig) worden besteed en lucht in de begroting. We zien met name op het gebied van beheer van accommodaties dat er ruimte is om te besparen zonder dat dit maatschappelijke impact heeft. Daarnaast zien we dat we op een aantal plekken garantstellingen of budget hebben gereserveerd dat niet volledig nodig blijkt.
-
Op het gebied van sport zetten we vooral in op het op een andere manier organiseren van onderhoud van sportaccommodaties. Hier gaan we onderzoek naar doen.
-
We zetten in op het minder toewijzen van woningaanpassingen als onderdeel van het huidige aanbestedingsproces. Daarnaast stoppen met de specialistische ontmoetingsfunctie wegens twijfels over het gebruik hiervan.
-
We kiezen er dus nadrukkelijk voor om ombuigingsvoorstellen die de meest kwetsbare inwoners raken niet door te voeren door niet te bezuinigen op minimabeleid en armoede.
-
De bestaande subsidieregelingen houden we in stand. We gaan wel met de gemeenteraad in gesprek over het subsidiebeleid. We kiezen op dit moment voor een algemene taakstelling van 1% en een aanjager om het gesprek over ons subsidiebeleid kritisch te voeren. We blijven subsidies wel indexeren. Het maken van meer inhoudelijke keuzen komt aan de orde als we het nieuwe subsidiebeleid gaan vaststellen. Dat verwachten we in 2026 aan de Raad aan te bieden. Voor nu vinden we het, gezien de bezuinigingen die de gemeente zelf moet doorvoeren als gevolg van verminderde inkomsten van het Rijk, rechtvaardig om ook onze gesubsidieerde partners daarvan een beperkt deel te laten dragen. De omvang van 1% maakt dat we verwachten dat we de noodzakelijke investeringen in onder andere de sociale basis en de nulde\eerste lijn niet in gevaar brengen.
2.
Omgevingsvisie
In onze omgevingsvisie staan vier ambities centraal. Zij vormen de stip op de horizon. a)
De gemeente Oss gaat voor een toekomstbestendige verstedelijking en vitale kernen: -
We zetten in op de ontwikkeling van het stedelijk gebied. We maken een schaalsprong, bouwen aan de stad aan het spoor en zetten in op een combinatie van wonen en werken. Daarnaast zetten we ons in voor het behoud van vitale kernen.
-
Onze mobiliteitsopgave groeit mee met de stad. We ontwikkelen onze Spooragenda in afstemming met stedelijke ontwikkeling. We verminderen de barrièrewerking van het spoor. We zetten in op een modal shift van de auto naar fietsen en wandelen en creëren ruimte in onze stad voor bewegen en ontmoeten. Onze kernen blijven gedeeltelijk afhankelijk van individueel vervoer. Hier zetten we in op verduurzaming en openbaar vervoer.
-
We bouwen aan gemeenschappen (inclusief en divers) met de daarbij behorende voorzieningen in de binnenstad, de wijken en de kernen.
-
De schaalsprong in verstedelijking versterkt het draagvlak van de stedelijke voorzieningen. Door daar ruimte aan te bieden creëren we een aantrekkelijk stadshart.
23
b)
De gemeente Oss heeft een gezonde, veilige en groene leefomgeving -
We werken aan robuuste ecosystemen, zowel in natuurgebieden en verbindingszones als groene structuren in de stad. Dat doen we zowel bij de bestaande stad als ook bij nieuwe ontwikkelingen. De kwaliteit van het groen in de directe omgeving is daarbij belangrijk, zowel ecologisch gezien als in de uitstraling.
-
We stimuleren gezondheid en faciliteren bewegen en ontmoeten in de (directe) omgeving. Dat betekent groen voor de deur en beweegmogelijkheden in de buurt
-
We streven naar een schone, veilige en gezonde leefomgeving met een waterkwaliteit, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit die voldoet aan de normen.
c)
De gemeente Oss is energieneutraal, circulair en klimaatbestendig in 2050 -
In 2050 zijn wij een klimaatneutrale gemeente door een reductie in ons energieverbruik samen met een uitbreiding van de opwek van duurzame energie.
-
In 2050 zijn wij een circulaire gemeente. We gebruiken meer herbruikbare materialen en reduceren onze afvalproductie.
-
We beperken de overlast door extremere weersomstandigheden ten gevolge van klimaatverandering. We richten ons hoofdzakelijk op de thema’s wateroverlast, droogte en hitte. Het principe bodem en water sturend, is leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen.
d)
De gemeente Oss is ondernemend en uitnodigend -
We verduurzamen onze bestaande werklocaties en faciliteren voldoende ruimte voor de behoefte van de toekomst. We gaan daarbij uit van het principe “juiste bedrijf op de juiste plek” en kijken bij (her)ontwikkeling naar slimmere intensievere benutting van de ruimte, dubbel ruimtegebruik en functiemenging.
-
We omarmen onze topsectoren pharma & lifescience, de maakindustrie en agrofood en zetten in op de campusontwikkeling van Pivot Park als toonaangevend onderdeel van de stad.
-
In Oss is en blijft ruimte voor de agrarische sector om te innoveren.
-
We benutten en versterken de aantrekkelijkheid van onze gemeente om te verblijven en recreëren waarbij iedere inwoner profiteert van het toerisme.
Vanuit deze visie kiezen we om vast te houden aan de volgende uitgangspunten: -
We houden vast aan onze ambities voor de stad. Projecten, zoals Lievekamp/ Muzelinck, Golfbad, grootschalige woningbouw, spooragenda en mobiliteitsplan zijn essentiële lijnen voor de toekomst van onze Stad. Daarbij hoort ook een passend parkeerbeleid.