Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
Programmabegroting 2025-2028
Aanbiedingsbrief Beste leden van de gemeenteraad,
Voor u ligt de programmabegroting 2025-2028 van de gemeente Oss. In deze programmabegroting hebben we de speerpunten vanuit de Kadernota 2025 uitgewerkt en geven we een actueel beeld van de financiën. Oss: een gemeente met ambitie Inwoners staan centraal bij al onze beslissingen. Ze moeten fijn kunnen wonen, werken en opgroeien in Oss. In onze gemeente streven wij naar vitale gemeenschappen met goede voorzieningen in dorpen en wijken. Centrale voorzieningen voor iedereen bevinden zich in het stedelijk gebied: voorbeelden zijn de nieuwe bibliotheek in het Walkwartier, theater de Lievekamp, poppodium de Groene Engel, de Muzelinck en ook speciaal onderwijs, het voortgezet onderwijs en het intercitystation met busstation. Oss groeit nog steeds en tikt bijna 95.000 inwoners aan. Deze schouders hebben wij nodig voor onze samenleving en om onze voorzieningen voor de toekomst te behouden We hebben geld gereserveerd voor onze ambities Bij de grote projecten, zoals het Warenhuis, Lievekamp/Muzelinck en het Golfbad, gaat het om hoge investeringsbedragen met grote impact op de jaarlijkse exploitatie. Ook moeten we rekening houden met bijkomende kosten op het gebied van parkeren en gebiedsinrichting. Tegelijkertijd moeten we sparen voor onze mobiliteitsambities, in het bijzonder ten aanzien van het spoor.
Samen duurzaam vooruit We zetten alle kracht op de uitvoering van ons coalitieakkoord ‘Samen duurzaam vooruit’. Het gaat om de volgende hoofdlijnen: -
De verstedelijkingsopgave met woningbouw en mobiliteit. Denk aan de brede spoorzone van Schadewijk tot Amsteleind. We blijven inzetten op de grote investeringen in bereikbaarheid via de weg en het spoor.
-
De klimaatopgave en energie transitie. Van klimaatadaptatie, investeringen in dijkversterking van de Maas tot energiebesparing en opwekken. We maken Oss minder kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering.
-
Goede dienstverlening en transformatie binnen het sociaal domein. We investeren in bestaanszekerheid, kansengelijkheid en gezond (samen)leven. We blijven werken aan de Hervormingsagenda Jeugd. We hebben bijzondere aandacht voor de schaarste en houdbaarheid van de zorg en de kosten hiervan.
-
Stedelijke voorzieningen voor een aantrekkelijke gemeente. We houden de ambitie voor de nieuwe Lievekamp, het nieuwe zwembad en het Walkwartier met het Warenhuis overeind.
-
Duurzaam houdbare voorzieningen voor vitale dorpen en wijken. We zitten in een transitie rondom ontmoeten, van focus op beheer en exploitatie naar focus op passende programmering, gastheerschap en maatschappelijk en economisch gezonde ontmoetingsplekken. We investeren de komende jaren in diverse gemeenschapshuizen, in scholen en andere multifunctionele accommodaties.
-
Een professionele organisatie. Afgelopen jaren hebben we al fors geïnvesteerd. Deze begroting hebben we extra aandacht voor informatiebeveiliging en goed werkgeverschap.
Financiële risico’s stijgen In de kadernota gaven we al aan dat de financiële positie van Oss onder druk staat. Deze begroting bevestigt dit beeld. We zien toegenomen zorgkosten (met name Jeugdzorg), prijsstijgingen en rentestijgingen die onder andere betrekking hebben op de grote projecten. Deze groei, de onbekende ontwikkeling in de toekomst, en de deels onvoorspelbare of ontoereikende bijdragen van het Rijk beïnvloeden ons risicoprofiel. We hebben geen meerjarig sluitende begroting. We ontvangen vanaf 2026 fors minder geld vanuit het Rijk. Dit is het zogenaamde ravijnjaar. Het nieuwe kabinet doet op dit gebied geen uitspraken waar we vertrouwen uit kunnen putten. We blijven onverminderd lobbyen voor voldoende financiële middelen.
2
Verantwoord financieel bestuur In deze begroting nemen we een paar forse maatregelen om de komende jaren sluitend te krijgen. Een daarvan is het verhogen van onze inkomsten. Al jaren houden we de kosten voor de inwoners ver onder het landelijk gemiddelde. Maar Oss is geen gemiddelde gemeente. Ambities kosten geld. Bij deze begroting zetten we een stap door de OZB met 10% te verhogen. Ook zetten we de opgebouwde reserve van de vluchtelingenopvang in om onze sociale en fysieke infrastructuur verder te versterken. De begrotingen van afgelopen jaren, inclusief de reserves hebben we doorgelicht om financiële ruimte te vinden. Tegelijkertijd zijn we wederom in deze begroting uiterst terughoudend geweest met het inzetten van nieuw beleid. Strategische heroriëntatie: Door deze maatregelen kopen we tijd voor een zorgvuldige heroriëntatie om het structurele tekort van € 5,4 miljoen in 2028 aan te pakken. In deze begroting schetsen we het proces naar de kadernota en de programmabegroting 2026. We gaan aan de slag met een benchmark en werken een breed pakket aan voorstellen uit. We kijken goed naar de kosten van de bouw, het ruimtegebruik en de exploitatie van projecten. We sluiten niet uit dat we daarbinnen keuzes moeten maken om deze projecten beheersbaar te houden.
Deze strategische heroriëntatie moet onze lange termijn doelstellingen ondersteunen en in ieder geval zo min mogelijk belemmeren. Wat we wel en niet doen, of waar we ambities moeten bijstellen zullen we de komende tijd bespreken. Voor nu hebben we ingezet op een stabiele koers om te zorgen dat we komende periode samen weloverwogen keuzes kunnen gaan maken.
Burgemeester en wethouders van Oss.
De secretaris,
De burgemeester,
H. Reints
drs. W.J.L. Buijs-Glaudemans
3
Inhoudsopgave Leeswijzer
5
Financiën in één oogopslag
7
Financiële positie
8
Kaders en uitgangspunten
17
Strategische heroriëntatie
19
Kaders reserves ruimtelijke ambities
22
Programma 1. Welzijn en zorg
27
Programma 2. Werk, inkomen en onderwijs
46
Programma 3. Ontmoeten, sport en cultuur
64
Programma 4. Klimaat, energie en openbare ruimte
80
Programma 5. Economie
94
Programma 6. Centrum
105
Programma 7. Verstedelijking, wonen en mobiliteit
112
Programma 8. Veilige omgeving
130
Programma 9. Besturen in verandering van tijden
144
Programma 10. Financieel beleid
163
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
173
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen
190
Paragraaf financiering
196
Paragraaf verbonden partijen
201
Paragraaf grondbeleid
221
Paragraaf lokale heffingen
232
Paragraaf bedrijfsvoering
237
Paragraaf Integraal Voorzieningenbeleid (IVB)
241
Paragraaf Investeringsplan
249
1. Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte
259
2. Overzicht incidentele baten en lasten
263
3. Budgettair neutrale wijzigingen
274
4. Uitkomst septembercirculaire 2024
280
5. Financieel overzicht totale begroting
284
6. Financieel overzicht totale begroting volgens taakvelden
289
7. Totaaloverzicht subsidies
292
4
Leeswijzer Leeswijzer De programmabegroting bestaat uit diverse onderdelen. In deze leeswijzer wordt bij alle onderdelen een korte uitleg gegeven. Aanbiedingsbrief In de aanbiedingsbrief geeft het college van burgemeester en wethouders de hoofdlijnen van deze programmabegroting weer. Financiën programma’s in één oogopslag In dit onderdeel laten we in een figuur zien hoe onze uitgaven over de programma’s verdeeld zijn. Financiële positie In dit hoofdstuk worden de financiële gegevens die bij de afzonderlijke programma’s zijn opgenomen gebundeld. Zo wordt in één oogopslag inzichtelijk hoe de gemeente er financieel voor staat. Vervolgens wordt daar een korte toelichting op gegeven. Verder staan we stil bij het structurele begrotingssaldo en geven we aan welke financiële uitgangspunten zijn gehanteerd bij het opstellen van de begroting. Programma’s Per programma wordt beschreven wat de doelstellingen zijn en wat er wordt gedaan om deze te realiseren (onderdelen 1, 2 en 3). Daarna worden per programma het nieuw beleid en de autonome ontwikkelingen toegelicht. Tenslotte wordt een overzicht gegeven van de financiën en subsidies van het programma (onderdelen 4 en 5). Na het vaststellen van de programmabegroting worden alle financiële ontwikkelingen binnen de programma’s via een begrotingswijziging in de administratie verwerkt.
Daarmee worden de budgetten in de administratie geactualiseerd. We hebben in deze begroting de term '3O-ontwikkelingen' gewijzigd in autonome ontwikkelingen. We merkten dat de term 3O-ontwikkeling verwarrend kan zijn, omdat weinig posten aan alle drie de voorwaarden van onvoorzien, onuitstelbaar en onvermijdbaar voldoen. We vinden de term ‘autonome ontwikkelingen’ beter passend. We hebben deze term daarom gewijzigd in deze begroting. Paragrafen De opgenomen paragrafen zijn op grond van wetgeving een verplicht onderdeel van de begroting. Het gaat bij de paragrafen telkens om onderwerpen met een groot financieel belang. Door deze op een centrale plek in de begroting op te nemen wordt een goede informatievoorziening over deze onderwerpen gewaarborgd en is de informatie inzichtelijk. Daarnaast hebben we ervoor gekozen een paragraaf over het Integraal Voorzieningenbeleid toe te voegen. Bij IVB gaat het om schoolgebouwen, sportaccommodaties en wijk- en dorpshuizen. Hierin worden de uitgangspunten, actuele ontwikkelingen, visie en aanpak toegelicht. Verder hebben we een paragraaf investeringsplan toegevoegd, met een totaaloverzicht van de lopende investeringen, vervangingsinvesteringen en nieuwe investeringen. Bijlage 1.
Voortgangsrapportage Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) openbare ruimte
De gemeente voert elk jaar een groot aantal projecten uit in het kader van het Integraal Uitvoeringsprogramma (IUP) voor de openbare ruimte. Het gaat dan om werkzaamheden aan bijvoorbeeld wegen, fietspaden, riolering en openbaar groen. In de voortgangsrapportage wordt inzicht gegeven in de stand van zaken van deze werkzaamheden.
5
Bijlage 2.
Overzicht incidentele baten en lasten
In deze bijlage wordt een overzicht van de incidentele baten en lasten gegeven. Incidenteel houdt in dat het gaat om baten en lasten die een tijdelijk karakter hebben. Deze zitten slechts één of enkele jaren in de begroting. Dit overzicht geeft niet alleen inzicht in de incidentele baten en lasten, maar is ook een hulpmiddel bij het beoordelen van het structurele begrotingssaldo. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. In het hoofdstuk over de financiële positie, aan het begin van de programmabegroting, voeren we deze toets uit. Bijlage 3.
Budgettair neutrale wijzigingen
In meerdere programma’s zijn in de tabel bij onderdeel 6 budgettair neutrale wijzigingen opgenomen. Dit zijn wijzigingen die niet inhoudelijk van aard zijn en per saldo geen geld kosten. Soms gaat het over wijzigingen binnen één programma, in andere gevallen zijn de wijzigingen programma-overstijgend. Volgens de voorschriften van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) moeten deze wijzigingen zichtbaar worden gemaakt en gerapporteerd. Om dat op een overzichtelijke manier te doen hanteren we hiervoor de volgende werkwijze: In de programma’s waarbij budgettair neutrale wijzigingen voorkomen is steeds één totaalregel in de tabel bij onderdeel 6 opgenomen. In deze bijlage is een totaaloverzicht opgenomen, waarbij wijzigingen boven de € 100.000 worden toegelicht. Bijlage 4.
Uitkomsten septembercirculaire 2024
In deze bijlage is een uitgebreide toelichting op de uitkomsten van de septembercirculaire opgenomen. De afzonderlijke effecten zijn ook als wijzigingen bij de desbetreffende programma’s opgenomen. Bijlage 5 en 6. Financieel overzicht bestaande begroting In de programma’s zijn de cijfers van het totale programma op hoofdlijnen weergegeven. Meer gedetailleerde cijfers zijn in bijlage 5 opgenomen. In bijlage 6 is deze zelfde begroting weergegeven op basis van landelijk vastgestelde taakvelden. Bijlage 7. Totaaloverzicht subsidies In deze bijlage is een totaaloverzicht weergegeven van alle uitgaande subsidies. Daarnaast geven we een overzicht van de belangrijkste inkomende subsidies.
6
Financiën in één oogopslag In de volgende figuur hebben we voor 2025 de totale lasten per programma in beeld gebracht.
7
Financiële positie Sterk toegenomen risicoprofiel, fors bezuinigen onvermijdelijk In de programmabegroting 2025- 2028 concretiseren we de kadernota 2025. De koers voor de begroting was daarbij (samengevat): -
Focus op de uitvoering
-
Aangescherpte financiële koers
-
Een programmabegroting 2025-2028 die niet sluitend zal zijn
-
Op weg naar een strategische heroriëntatie
-
Leidende uitgangspunten voor de programmabegroting en de strategische heroriëntatie
Op basis van de huidige stand van zaken, zullen we fors moeten gaan bezuinigen. We zien een tekort van ruim € 5 miljoen en naast nog hoge ambitie ook flinke risico’s. Het is onvermijdelijk om komend jaar een stevige bezuinigingsoperatie te gaan uitvoeren en keuzes te gaan maken om volgend jaar te komen tot een meerjarig sluitende begroting. Ons risicoprofiel is sterk toegenomen, waardoor er een hoge urgentie is om tijdig en juist in te grijpen. Waarom is ons risicoprofiel sterk gestegen? -
De meerjarenbegroting is niet sluitend. Voor deze programmabegroting geen probleem, maar volgend jaar moeten we wel een meerjarig sluitende begroting opstellen.
-
We zien stijgende zorgkosten, vooral in de jeugdzorg. De kosten stijgen en op basis van prognoses kunnen we op dit moment niet aangeven of deze kosten wel of niet verder blijven stijgen. Hierin zit dus groot risico.
-
Met de toekomstige realisatie van grote projecten, zoals Warenhuis, Lievekamp/ Muzelinck en Golfbad stijgen de exploitatiekosten en krijgen we ook te maken met bijkomende kosten die nog niet zijn begroot.
-
We hebben grote ambities op het gebied van mobiliteit. Binnen de beschikbare financiële middelen maken we keuzes in het uitvoeringsplan.
-
We hebben grote ambities met onze spooragenda. We sparen voor de langere termijn, terwijl de financiële middelen op de korte termijn beperkt zijn. Ook kunnen we geen grote winsten uit het grondbedrijf meer verwachten.
-
We krijgen onvoldoende rijksmiddelen om ambities op het gebied van klimaat en energie te kunnen realiseren.
Dus we zien een noodzaak om in te grijpen en zorgen voor een goede financiële balans. In deze programmabegroting schetsen we het proces van strategische heroriëntatie richting de kadernota 2026 In een apart hoofdstuk staan we ook stil bij de kaders en uitgangspunten voor deze begroting en lichten we diverse reserves toe die gekoppeld zijn aan onze ruimtelijke ambities (opdracht uit de kadernota 2025).
8
We beginnen dit hoofdstuk met een overzicht van het saldo van deze programmabegroting. Dit lichten we vervolgens kort toe. Verder staan we stil bij de incidentele baten en lasten en ons structurele begrotingssaldo. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000
Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
Lasten
424.891
391.559
373.306
375.002
373.588
Baten
-428.149
-397.997
-365.616
-368.614
-369.890
Saldo
-3.257
-6.437
7.690
6.388
3.698
Stortingen reserves
55.156
24.679
5.168
4.793
4.255
Onttrekkingen reserves
-52.032
-12.032
-10.821
-10.124
-9.030
Saldo mutaties reserves
3.124
12.648
-5.652
-5.331
-4.775
-133
6.210
2.037
1.058
-1.077
0
-3.790
-2.769
-1.670
4.753
Autonome ontwikkelingen
-775
-2.318
891
-337
670
Septembercirculaire
-833
256
-839
415
1.065
-1.741
358
-679
-534
5.411
Bestaand beleid
Totaal bestaand beleid Nieuw beleid
Saldo programmabegroting
Conclusies uit de tabel We presenteren begroting voor het jaar 2025 met een tekort van circa € 0,4 miljoen. De jaren 2026 en 2027 zijn beide voordelig. Het laatste jaar, en dit jaar laat in principe het structurele tekort zien, sluit met een nadelig saldo van circa € 5,5 miljoen. De nadelige saldo's in de jaren 2025 tot en met 2027 zijn beperkt doordat we er in deze begroting voor hebben gekozen om in deze jaren jaarlijks € 4 miljoen vrij te laten vallen uit de reserve vluchtelingen. Zonder inzet van deze reserves zouden alle jaren 2025 tot en met 2028 fors nadelig zijn. Dit betekent dat we in het najaar starten met een strategische heroriëntatie om ervoor te zorgen dat de financiën weer in balans komen.
9
Start van de begroting De start van de begroting begint met de financiële positie zoals deze in de kadernota 2025 is weergegeven. Hierin was de financiële positie als volgt: - is voordeel + is nadeel Bedragen x € 1.000 Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
-38
-547
2.089
171
93
- Tekort jeugdzorg
2.867
2.867
2.867
2.867
2.867
- Overig
-100
219
266
92
92
-2.862
3.671
-3.185
-2.072
-4.130
-133
6.210
2.037
1.058
-1.078
Saldo programmabegroting Programmabegroting 2024-2027 Eerste financiële tussenrapportage 2024
Meicirculaire 2024 Start van de begroting
De ruimte in de kadernota was al beperkt. In deze kadernota verwachtten we toen een structureel tekort van € 5 miljoen vanaf 2028. Dit financiële kader is het vertrekpunt van deze programmabegroting. Vervolgens zijn er mutaties geweest op dit kader in de vorm van posten nieuw beleid, risicoposten, autonome ontwikkelingen en de septembercirculaire 2024. Deze lichten we afzonderlijk toe. Financiële effecten programmabegroting 2025-2028 Nieuw beleid In deze programmabegroting 2025-2028 zijn de speerpunten uit de kadernota 2025 vertaald. Gezien de financiële ontwikkelingen zijn we zeer terughoudend geweest met nieuwe posten. In totaal nemen we nieuw beleid op ter hoogte van: -
2025: € 3,8 miljoen;
-
2026: € 2,8 miljoen;
-
2027: € 1,7 miljoen;
-
2028: € 4,8 miljoen.
Onderstaand een samenvattend overzicht hiervan. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Progr Omschrijving 1
Verlengen pilot Participatie kwetsbare
2024
2025
2026
2027
2028
0
61
0
0
0
internationale werknemers 1
Uit reserve Wonen, welzijn en zorg
0
-61
0
0
0
1
Inzet reserve vluchtelingen
0
-4.000
-4.000
-4.000
0
1
Activiteiten GALA / IZA
235
176
160
329
0
1
Inzet reserve GALA / IZA
-235
-176
-160
-329
1
Risicopost jeugdhulp: Hervormingsagenda
0
0
1.458
1.846
1.846
2
Toekomstige investeringen maatschappelijk
0
0
0
-520
1.116
vastgoed (onderwijs en ontmoeten) 2
Uitbreiding team Geldzorgen
2
rijksgelden armoede en schulden
3
Structurele verhoging subsidie Groene Engel
3
Structurele verhoging subsidie Muzelinck
0
172
172
172
172
-172
-172
-172
-172
0
250
250
250
250
0
250
250
250
250 10
Progr Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
3
Investering in Sport
0
0
48
47
55
3
Rentestijging nieuwbouw Lievekamp
0
183
493
747
1.115
3
Rentestijging nieuwbouw Golfbad
0
0
341
576
648
3
Carnavalsloods Haren
57
0
0
0
0
3
Inzet reserve carnavalsloodsen
-57
0
0
0
0
3
Gebiedsinrichting nieuw zwembad
0
0
PM
PM
PM
4
Dienstverleningsovereenkomst Meanderende Maas
0
1.790
0
0
0
4
Inzet reserve dijkversterking Maas
0
-1.790
0
0
0
4
Soortenmanagementplan
50
850
0
0
0
4
Inzet duurzaamheidsfonds
-50
-850
0
0
0
5
Onderzoek Moleneind
0
100
0
0
0
5
Visie haven
0
30
0
0
0
5
Aantrekken van talent
0
15
15
0
0
5
Inzet reserve economie
0
-145
-15
0
0
5
Storting reserve economie
0
300
0
0
0
6
Extra inzamelronde afval stadscentrum
0
75
75
75
0
6
Inzet investeringsfonds stadshart
0
-75
-75
-75
0
7
Parkeervoorziening Raadhuislaan Zuid
0
0
PM
PM
PM
7
Integrale gebiedsvisie en ontwikkelstrategie
0
150
100
50
0
Spoorzone 7
Inzet reserve binnenstedelijke transformaties
0
-150
-100
-50
0
7
Maasveren (8 jaar)
300
0
0
0
0
7
Inzet reserve mobiliteit
-300
0
0
0
0
7
Wijkbus
0
31
31
31
31
7
Extra reservering voor realisatie spoorambities
0
0
250
250
250
7
Slimme mobiliteit/Brabantstad
0
121
121
121
121
7
Inzet reserve mobiliteit
0
-121
-121
-121
-121
7
Onderzoekskosten reconstructie Heihoeksingel
150
0
0
0
0
7
Inzet reserve mobiliteit
-150
0
0
0
0
7
Onderzoekskosten parkeervoorziening
150
0
0
0
0
Raadshuislaan 7
Inzet reserve parkeren
-150
0
0
0
0
8
Gemeentelijk Informatieknooppunt
0
202
52
52
52
8
Uitbreiding BOA taken
0
54
54
54
54
8
Extra formatie voor Jeugd en Veiligheid
0
113
113
113
113
9
Tijdelijke projectleider website
0
40
0
0
0
9
Inzet reserve dienstverlening
0
-40
0
0
0
9
Versterken projectcontrol
0
122
122
122
122
9
Eur. Network -Information Security (NIS2) richtlijn
0
187
337
337
277
9
Datawarehouse (Azure)
0
102
102
102
0
9
Vorming reserve Schadewijk
0
1.000
0
0
0
9
Rechtspositie raads- en commissieleden
0
35
35
35
35
9
Versterking afdeling P&O
0
125
137
106
106
9
Gezichtscans identiteitsfraude
0
49
25
25
25
10
Hogere rentekosten reguliere investeringen
0
461
400
1.173
1.675
10
OZB verhoging 13,3%
0
-3.254
-3.266
-3.266
-3.266
-3.790
-2.769
-1.670
4.753
Totaal nieuw beleid
0
Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting lichten we het nieuwe beleid toe (onderdeel 4.1).
11
Algemene reserve De omvang van de algemene vrije reserve is per 1 januari 2024 afgerond € 41 miljoen. Hieraan voegen we de komende jaren nog resultaat 223 toe en de jaarlijkse rentebijschrijving. In totaal een bedrag van circa € 3,6 miljoen. Aan concrete projecten is in totaal een bedrag begroot van € 19,9 miljoen. Per saldo komt het saldo dan uit op € 24,7 miljoen. De minimale norm van deze reserve is 10% van de algemene uitkering. Op basis van de meicirculaire 2024 is dat € 24,7 miljoen. Dit betekent dat er gene vrije ruimte binnen de algemene reserve aanwezig is. Autonome ontwikkelingen Samengevat geven de autonome ontwikkelingen het volgende beeld: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Progr Omschrijving 1
Regionale begroting: vrijval reserve beschermd
2024
2025
2026
2027
2028
0
-1.650
0
0
0
wonen 1
Lagere kosten Wmo voorzieningen
-360
-560
-560
-560
-560
1
Hogere kosten dagbesteding Wmo
225
0
0
0
0
1
Vrijval gelden lokale investeringsagenda
-400
0
0
0
0
beschermd wonen 1
Hogere kosten Jeugdhulp
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
2
Lagere kosten energietoeslag 2023
-208
0
0
0
0
2
Opbrengst kinderopvang
0
0
0
185
-31
2
Investeringen Onderwijshuisvesting
0
-123
4
-819
84
2
Lagere kosten Participatiebudget
-200
0
0
0
0
2
Vrijval ESF subsidie
-393
0
0
0
0
2
Bestedingsplan Bestaanszekerheid
1.319
486
211
109
0
2
Inzet reserve Bestaanszekerheid
-1.423
-486
-211
-109
0
3
Transitiemiddelen GGD Hart van Brabant 2024
236
0
0
0
0
3
Hogere opbrengsten sporthallen en zalen
-126
-126
-126
-126
-126
5
Beheerplan Havenbedrijf 2025-2028
284
234
273
346
345
7
Vrijval reserve geluid
0
-370
0
0
0
7
Aanvullen reserve Heesch West (GR)
779
0
0
0
0
9
Hogere kosten verkiezingen
146
0
0
0
0
9
Vrijval reserve WW-lasten
10
Extra OZB opbrengsten 2024
10
Mutatie investeringskosten door vertraging van
-260
-35
-35
-35
-178
-178
-178
-178
-178
-1.000
-580
225
-390
-230
projecten 10
Vrijval extra middelen aanpak van geldzorgen
-209
-54
-48
-56
-65
10
Afbouw inzet reserves Maaslandgas, deposito BNG
-127
-86
0
0
172 -650
en verbouwing gemeentehuis 10
Voordeel doorbelasting personele kosten
-145
-650
-650
-650
10
Vrijval stelpost loon- en prijscompensatie
-430
0
0
0
0
Overig
-566
85
-14
-54
-56
Totaal Autonome ontwikkelingen
-775
-2.318
891
-337
670
12
Belangrijke autonome ontwikkelingen waarbij reserves worden ingezet zijn in onderstaande tabel opgenomen: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Progr Omschrijving
2024
2025
2026
2027
2028
1
-400
0
0
0
0
Investeringsfonds beschermd wonen 2024
1
Minder uit reserve beschermd wonen
400
0
0
0
0
1
Transformatieproject jeugd
464
0
0
0
0
1
Inzet algemene reserve
-464
0
0
0
0
1
Tekort maatschappelijke opvang 2024
140
0
0
0
0
1
Uitgaven dak- en thuisloosheid 2024
142
0
0
0
0
1
Inzet reserve dak- en thuisloosheid
-282
0
0
0
0
1
Verwacht resultaat opvang vluchtelingen
-8.850
-3.928
-3.928
-3.928
-3.928
uit Oekraïne 1
Storting in de reserve vluchtelingen
8.850
3.928
3.928
3.928
3.928
2
Opvang vluchtelingen leefgeld 2025
0
300
300
300
300
2
Inzet reserve vluchtelingen
0
-300
-300
-300
-300
3
Hogere kosten aanleg kunstgrasveld
0
103
0
0
0
Onder d'n Plag 3
Inzet algemene reserve
0
-103
0
0
0
4
Extra kosten bodembeheer
-70
-60
-20
230
14
4
Inzet reserve bodemsanering
70
60
20
-230
-14
4
Lagere kosten riolering 2024-2028
0
229
229
229
229
4
Lagere onttrekking reserve riolering
0
-229
-229
-229
-229
6
Stadssportpark TBL
-1.495
-254
0
0
0
6
Lagere onttrekking reserve
1.495
254
0
0
0
7
Beheerplan Parkeren 2024-2028
-240
-240
-140
-140
-90
7
Storting in reserve parkeren
7
Voorbereidingskosten
240
240
140
140
90
1.780
1.400
0
0
0
-1.780
-1.400
0
0
0
612
679
505
510
345
-612
-679
-505
-510
-345
gebiedsontwikkelingen (IMVA's) 7
Onttrekking uit algemene bedrijfsreserve grondbedrijf
9
Versterken gemeentelijke dienstverlening kwetsbare groepen (POK)
9
Inzet reserve versterken gemeentelijke dienstverlening kwetsbare groepen
9
Programma Dienstverlening
-35
117
0
0
0
9
Onttrekking uit de reserve
35
-117
0
0
0
dienstverlening 9
Programma data
0
145
23
0
0
9
Inzet reserve automatisering
0
-145
-23
0
0
Totaal mutatie reserves
0
0
0
0
0
Bij de programma’s verderop in deze programmabegroting benoemen we alle autonome ontwikkelingen en lichten we deze toe (onderdeel 4.2).
13
Investeringen Via deze programmabegroting stellen we ook investeringskredieten vast. De kapitaallasten van de investeringen zijn verwerkt in de lasten per programma. Als er sprake is van nieuwe investeringen hebben we dat gedaan via de autonome ontwikkelingen of nieuw beleid bij de programma’s. In de paragraaf investeringsplan zijn alle investeringen opgenomen. Samengevat geeft dit het volgende beeld per programma: Bedragen * € 1.000 Investeringsplan
2024
2025
2026
2027
2028
Totaal
1. Welzijn en zorg
0
0
500
0
0
500
2. Werk, inkomen en onderwijs
3.065
2.023
12.668
26.808
21.225
65.789
3. Ontmoeten, sport en cultuur
3.388
8.263
12.349
3.273
1.902
29.175
125
3.138
4.421
7.604
7.529
22.817
0
1.405
1.772
0
0
3.177
4. Klimaat, energie en openbare ruimte 5. Economie 7. Verstedelijking, wonen & mobiliteit
270
932
0
781
0
1.983
9. Besturen in verandering van tijden
625
5.373
2.508
2.836
2.701
14.043
10. Financieel beleid
1.100
1.100
1.100
1.100
1.100
5.500
Totaal geplande investeringen
8.573
22.234
35.318
42.402
34.457
142.984
Naast de reguliere investeringen voorzien we grote investeringen in het Golfbad, de Lievekamp/ Muzelinck, mobiliteit en op het gebied van ruimtelijke ambities. Deze verhogen bovenstaand investeringsplan aanzienlijk. Voor een specificatie van de reguliere investeringen wordt verwezen naar betreffende paragraaf investeringsplan. Het vaststellen van de programmabegroting is de basis voor het uitvoeren van de investeringen. Daarbij is het totale investeringsbedrag per programma leidend. In een apart raadsvoorstel stellen we voor welke investeringskredieten beschikbaar worden gesteld aan het college voor de uitvoering en voor welke investeringskredieten het mandaat bij de gemeenteraad blijft. Dit conform de nota investeringsbeleid 2023. Septembercirculaire Samengevat is de uitkomst van de septembercirculaire als volgt: + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 2024
2025
2026
2027
2028
Septembercirculaire 2024
-249.080
-256.644
-246.780
-247.148
-248.235
Meicirculaire 2024
-248.060
-256.259
-242.020
-243.430
-244.736
Totale stijging
-1.020
-385
-4.760
-3.718
-3.499
187
641
3.921
4.133
4.564
-833
256
-839
415
1.065
Af te zonderen posten Netto voordeel Conclusie:
De algemene uitkering stijgt in alle jaren. In 2024 € 1 miljoen extra en dit loopt op tot € 3,5 miljoen in 2028. Wanneer we hiervan de noodzakelijke afzonderingen afhalen ontstaat er in 2024 een voordeel van € 0,8 miljoen. Het structureel effect (laatste jaar) van de circulaire is € 1,1 miljoen nadelig. Dit komt vooral door aanpassing van diverse maatstaven en hoeveelheden in de algemene uitkering. Het zogenaamde ravijnjaar vanaf 2026 is nog steeds goed zichtbaar. We ontvangen in 2026 € 10 miljoen minder ten opzichte van het jaar 2025.
14
Belangrijkste punten uit de circulaire zijn: Ontwikkeling accres De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het acres. Per 2024 is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd ingevoerd. Deze nieuwe systematiek houdt in dat het volume deel vanaf 2024 wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De indexatie voor inflatie volgt de prijs van het BBP van he lopende jaar. Voor het jaar 2025 is de raming van het BBP omhoog bijgesteld en voor de jaren erna juist omlaag bijgesteld. Hervormingsagenda Jeugd: extra taakstelling nu ook voor de jaren 206 en volgende jaren vervallen In de Voorjaarsnota 2024 is opgenomen dat de geraamde extra besparing van het Rijk van € 500 miljoen voor 2025 komt te vervallen. Door het nieuwe kabinet is nu ook besloten om deze taakstelling voor 2026 en volgende jaren te laten vervallen. Het betrof een besparing op Jeugdzorg die aanvullend was opgenomen ten opzichte van de commissie van Wijzen en waarvan afgesproken is dat de realisatie ervan een rijksverantwoordelijkheid is. Dit gaat om een bedrag van € 2,9 miljoen voor onze gemeente. Dit heeft echter géén begrotingseffect omdat we binnen de kosten voor Jeugdzorg al rekening hielden met deze lagere kosten.
Vooraankondiging aparte financiering en indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten In de Voorjaarsnota 2024 is toegelicht dat het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten en de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering). Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie bovenop de bbp-systematiek. Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. In de septembercirculaire 2024 is deze reservering verwerkt, wat een voordeel betekent van € 0,4 miljoen in 2026 oplopend tot € 1,2 miljoen in 2028. We reserveren deze extra middelen voor toekomstige demografische kostenstijgingen. Opschoonactie voor specifieke uitkeringen Het aantal specifieke uitkeringen is de laatste jaren fors gestegen. Dit leidt tot extra verantwoordings- en controlekosten bij gemeenten. Afgesproken is dat er een opschoonactie gaat plaatsvinden.
Voor een uitgebreide toelichting van de septembercirculaire 2024 verwijzen we naar bijlage 4. Structureel saldo programmabegroting Om een goed oordeel te kunnen vormen over de begroting is het van belang om het saldo te corrigeren met incidentele baten en lasten. De baten en lasten die niet incidenteel zijn, zijn immers structureel van aard. Het structurele begrotingssaldo geeft aan of de structurele lasten met structurele baten worden afgedekt. Als dat het geval is, is de begroting structureel in evenwicht. In de volgende tabel berekenen we het structurele saldo van de programmabegroting. + is nadeel: hogere uitgaven/lagere inkomsten - is voordeel: lagere uitgaven/hogere inkomsten bedragen x € 1.000 Omschrijving
2023
Resultaat
-7.086
-1.741
358
Incidentele baten en lasten
7.254
11.602
10.757
-14.340
-13.343
-10.399
2.064
Structureel begrotingssaldo
2024
2025
2026
2027
2028
-679
-534
5.411
-2.743
-4.000
0
3.466
5.411
15
Voor de specificatie van het jaar 2023 verwijzen we naar de jaarrekening 2023. De conclusie hieruit is dat de begroting in 2025 structureel sluitend is. Meerjarig is het structurele saldo nadelig tot oplopend € 5,4 miljoen in 2028, dit komt door het ravijnjaar. Het saldo van incidentele baten en lasten wordt vooral veroorzaakt door grote, incidentele investeringen die opgenomen zijn voor mobiliteit, binnenstedelijke transformatie, stadscentrum, waterveiligheid, en invoering van de nieuwe Omgevingswet. In bijlage 2 staat een specificatie van de incidentele baten en lasten.
16
Kaders en uitgangspunten Inleiding De financiële situatie van onze gemeente staat onder druk. Vooral door tegenvallende inkomsten van het Rijk en ook de stijgende kosten van met name de jeugdzorg, neemt het tekort op de gemeentelijke begroting toe. Hierdoor staan we richting de toekomst voor een behoorlijke financiële uitdaging. Samen met u hebben we eerder dit jaar gesproken over de koers van de kadernota en de begroting. U heeft ons toen gesteund in de richting om dit jaar nog niet te bezuinigen en om vast te houden aan onze huidige ambities. Ook om een signaal af te geven richting het Rijk dat wij als gemeente voldoende gefinancierd moeten worden om onze taken uit te kunnen blijven voeren. We bezuinigen dus nog niet in deze programmabegroting, maar stellen al wel een strakker financieel beleid voor. Dit als opmaat naar een strategische heroriëntatie/ bezuinigingsoperatie later dit jaar. Dit traject start in het najaar van 2025. De resultaten hiervan zullen zichtbaar zijn in de kadernota van 2026. Groei trekt aan en koopkracht herstelt, overheidsfinanciën verslechteren Het centraal planbureau heeft in augustus de zogenaamde concept macro economische verkenning 2025 uitgebracht. Kernpunten hieruit zijn: -
De economie groeit weer, met 0,6% in 2024 en 1,6% in 2025.
-
Met een stijging van de koopkracht van in doorsnee 2,5% dit jaar en 1,1% in 2025 is het eerdere koopkrachtverlies als gevolg van de inflatieschok weer ingelopen.
-
Het begrotingstekort komt de komende jaren aanzienlijk hoger uit dan afgelopen jaar. Door verschuiving van rijksuitgaven is dit tekort kleiner geworden.
Daarnaast zien we dat de Europese bank de rente beperkt heeft verlaagd. Dit is mogelijk omdat de inflatie dichtbij de doelstelling van 2 procent ligt die de ECB hanteert. De verwachting is dat deze verlaging vooral zal leiden tot verlaging van de kortlopende rente. Koers voor de begroting Sterk toegenomen risicoprofiel, forse bezuinigingen onvermijdelijk Op basis van de huidige financiële inzichten zullen we fors moeten gaan bezuinigen. We zien in deze begroting een tekort van ruim € 5 miljoen. Ook hebben we op tal van terreinen hoge ambities en flinke risico's. Het is daarom onvermijdelijk om komend jaar een stevige bezuinigingsoperatie te gaan uitvoeren en keuzes te gaan maken om volgend jaar te komen tot een meerjarig sluitende begroting. De koers voor deze programmabegroting is gericht op: Focus op uitvoering In de programmabegroting 2023-2026 hebben we het coalitieakkoord ‘Samen duurzaam vooruit’ vertaald. We hebben de speerpunten benoemd en zijn daar vol op mee aan de slag. In dat jaar en ook in de programmabegroting 2024-2027 is ook fors geld beschikbaar gesteld om voortvarend aan de slag te kunnen met het uitvoeren van het coalitieakkoord. Dit betekent dat we ons in deze programmabegroting focussen op het uitvoeren van de eerder vastgestelde ambities en speerpunten. We willen hier ook niet te veel aan toevoegen om ons te focussen op de uitvoering.
Aangescherpte financiële koers In het coalitieakkoord ‘Samen Duurzaam Vooruit’ is gekozen voor een degelijk financieel beleid in onzekere tijden. Onze ambitie is om ons huishoudboekje blijvend op orde te houden door een stabiel financieel beleid, heldere afspraken en financiële lenigheid om in te spelen op nieuwe omstandigheden. We willen de lokale lastendruk voor onze inwoners en bedrijven laag houden. Dit degelijke beleid komt steeds meer onder druk te staan. Gezien de financiële positie moeten we kiezen voor een aangescherpte financiële koers. We hebben ervoor gekozen om in deze programmabegroting nog niet te gaan bezuinigen. Dit omdat er te veel onzekerheden zijn over landelijke compensatie van het ravijnjaar en we stevig willen blijven inzetten op lobby richting het Rijk
17
voor voldoende financiële compensatie. Voor deze kadernota en de komende programmabegroting betekent dit dat er geen tot nauwelijks ruimte voor nieuw beleid is dat extra geld kost. Nieuwe wensen moeten in principe binnen bestaande budgetten worden opgelost. Uitzondering hierop zijn wettelijke verplichtingen en de risicoposten die al in de vorige programmabegroting zijn opgenomen. Een programmabegroting 2025-2028 die meerjarig niet sluitend is Deze programmabegroting 2025-2028 is meerjarig niet sluitend en laat vanaf 2025 voor alle jaren tekorten zien. Deze financiële positie is gezien onze reservepositie voor één jaar acceptabel, maar voor de langere termijn niet houdbaar. Onze financiële uitgangspunten De begroting 2025 en de meerjarenramingen 2026-2028 hebben we opgesteld op basis van de volgende uitgangspunten: -
In het algemeen werken we met een begroting die meerjarig (structureel) sluitend is. Dit is op dit moment niet het geval.
-
We hebben een algemene reserve die voldoet aan de gestelde normen (minimaal 10% van de algemene uitkering). Binnen onze algemene reserve is er op dit moment geen incidentele begrotingsruimte.
-
We kijken jaarlijks kritisch naar alle reserves. In de nota reserves, die de gemeenteraad tegelijk met de programmabegroting behandelt, lichten we de reserves uitgebreid toe.
-
Nieuw beleid wordt integraal afgewogen bij de vaststelling van de begroting. Het politieke debat over de inhoud wordt vooral integraal gevoerd bij de kadernota in het voorjaar.
-
De winsten uit het grondbedrijf zetten we in voor onze omvangrijke ruimtelijke opgaves (ontsluitingswegen, spoorzone, mobiliteitsplan, wonen). Daarnaast vragen we bijdragen aan ontwikkelende partijen, die op deze manier hier ook aan meebetalen. De winsten vanuit het grondbedrijf nemen komende jaren af en gezien de toename van het risicoprofiel van het grondbedrijf verwachten we de komende jaren geen afdrachten van winsten uit het grondbedrijf.
-
Via actieve lobby en netwerken zetten we in op actief geld van derden te verwerven zoals bijdragen uit landelijke, regionale en Europese fondsen. De landelijke fondsen voor woningbouwimpulsen, volkshuisvesting en klimaat & energie bieden nadrukkelijk kansen.
-
We blijven lobbyen voor een robuuste financiering vanuit het gemeentefonds en voor voldoende compensatie van het zogenaamde ravijnjaar vanaf 2026. Aanvullend hierop lobbyen we voor voldoende compensatie van de hogere kosten voor jeugdhulp en Wmo.
-
We blijven vasthouden aan een lastendruk van minimaal € 22,50 onder het landelijke gemiddelde. Voor het jaar 2025 verhogen we de OZB met 13,3%. Dit bestaat uit een reguliere inflatiecorrectie over 2025 en een extra verhoging van 10%. We blijven uitgaan van 100% kostendekking van tarieven en heffingen.
-
Voor subsidies 2025 wordt voorgesteld om uit te gaan van een inflatie voor 2025 van 2,2%, zoals vastgesteld in de kadernota. Bij gesubsidieerde professionele instellingen is in zijn algemeenheid sprake van een 80/20-verhouding tussen het loongevoelige en prijsgevoelige deel van de uitgaven. Voor budgetsubsidies wordt voor de compensatie van loonstijging uitgegaan van de specifieke CAOontwikkelingen per sector en voor de compensatie van prijsstijging wordt dan uitgegaan van een inflatie van 2,2% (% overheidsconsumptie netto materieel 2024). Bij de overige subsidies zoals professionele instellingen zonder budgetovereenkomst en niet-professionele organisaties wordt ook dit percentage van 2,2% voor prijscompensatie gehanteerd.
-
De rekenrente stellen we in principe vast op 1,1%. Dit is een gemiddelde rente. We moeten de komende jaren echter fors gaan lenen. Voor deze extra leningen gaan we op dit moment in de begroting uit van een percentage van 3,3%. Dit betekent dat onze gemiddelde rente de komende jaren zeker gaat stijgen.
-
De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds hebben we gebaseerd op de septembercirculaire 2024.
-
In programma 10 hebben we een jaarlijkse post onvoorzien van € 300.000 opgenomen. Deze post is bedoeld om incidentele tegenvallers op te vangen. Het college besluit over de inzet van deze post. Daarbij geldt de voorwaarde dat inzet past binnen de criteria: onuitstelbaar, onvermijdbaar en onvoorzienbaar. De verantwoording hierover nemen we op in de reguliere planning- en controldocumenten met vaststelling door de gemeenteraad.
18
Strategische heroriëntatie Inleiding In deze programmabegroting hebben we geen meerjarig sluitende begroting en zijn we genoodzaakt om een strategische heroriëntatie/bezuinigingsoperatie op te gaan starten. De koers naar de toekomst heeft als doel om toe te werken naar een duurzaam financieel gezonde gemeente, waarin er op de lange termijn evenwicht is tussen inkomsten en uitgaven. Het resterende structurele tekort bedraagt ruim € 5 miljoen. Dit zal de minimale bezuinigingstaakstelling zijn richting de kadernota 2026 en programmabegroting 2026-2029. Eerste spoor: programmabegroting 2025-2028 In de kadernota 2025-2028 hebben we aangeven dat we 2 sporen volgen. Het eerste spoor bevatte acties richting het opstellen van deze programmabegroting 2025. We hebben kritisch gekeken naar ruimte in de begroting en naar onze reserves. Hieruit zijn verschillende voordelen gekomen die we hebben verwerkt in deze begroting. Een aantal budgetten zijn bijgesteld en een aantal reserves laten we vrijvallen en heffen we op. Daarnaast hebben we een kader in beeld gebracht voor de reserves gekoppeld aan de grote ruimtelijke ambities (zie hiervoor het hoofdstuk ‘Kaders reserves ruimtelijke ambities’). Overige acties zijn verwerkt in deze begroting of blijven van toepassing, zoals een lobby richting het Rijk en een kritische blik op autonome kostenstijgingen.
Tweede spoor: Strategische heroriëntatie Het traject is niet alleen gericht op een sluitende meerjarenraming in de kadernota 2026-2029. We werken toe naar een blijvend duurzaam financieel gezonde gemeente, waarin we voor de langere termijn een evenwicht is tussen inkomsten en uitgaven. En dus ook evenwicht in ambities en mensen/ middelen/ organisaties. In de maanden na de zomer 2024 zetten we diverse stappen. Hieronder lichten we deze stappen toe.
Communicatie samenleving
We lichten hierna deze fases verder toe. Fase 0. Opdracht en opzet van het proces Via deze programmabegroting wordt het proces en de hoogte van de bezuinigingstaakstelling in euro’s vastgesteld. De gemeenteraad kan haar input geven op dit proces via de bespreking van de programmabegroting. Fase 1. Onderzoeksfase In deze fase starten we met een objectivering van onze begroting. We voeren een, relatief snelle, benchmark uit waarin de gemeente Oss vergeleken wordt met diverse vergelijkbare gemeenten. De inkomsten en uitgaven worden vergeleken met de één na goedkoopste gemeenten. Op deze manier brengen we het besparingspotentieel in beeld. We maken hiervoor gebruik van een adviesbureau. Dit noemen zij een zogenaamde zero-based begroting. De benchmark wordt uitgevoerd op basis van de programmabegroting 2024. Een benchmark uitvoeren over de begroting van 2025 is bijzonder lastig, omdat vanuit andere gemeenten deze cijfers nog niet beschikbaar zijn.
19
Op basis van de begroting 2024 is dan de beste vergelijking te maken. We zullen uitkomsten en grote afwijkingen die in de begroting van 2025 zitten nog meenemen in de analyse. Voor de gemeenteraad geven we een presentatie over deze eerste uitwerking “zero based budgetting”, waarbij de uitkomsten uit deze benchmark openbaar zijn. Fase 2. Afwegingskader Voor het afwegingskader houden we vast aan het kader uit het coalitieakkoord en uit eerdere kadernota’s. Op dit moment is het volgende kader geformuleerd: 1.
2.
Speerpunten uit het coalitieakkoord blijven leidend: -
De verstedelijkingsopgave met woningbouw en mobiliteit.
-
De klimaatopgave en energie-transitie.
-
Goede dienstverlening en transformatie en kostenbewustzijn van het sociaal domein.
-
Stedelijke voorzieningen voor een aantrekkelijke stad.
-
Duurzaam houdbare voorzieningen voor vitale dorpen.
-
Een uitstekende 100.000+organisatie.
Bezuinigingen wegen we op basis van een strategische, langere termijn visie (vanuit o.a. de omgevingsvisie). Bezuinigingen moeten onze lange termijn doelstellingen ondersteunen en als dat niet haalbaar is in ieder geval niet belemmeren.
3.
Bij het in kaart brengen van deze strategische heroriëntatie/ bezuinigingsopties sluiten we geen posten op voorhand uit.
We stellen voor om tijdens deze fase gesprekken te organiseren tussen de verschillende fracties en de wethouder financiën met ambtelijke ondersteuning. Dit met als doel om beelden en ideeën uit te wisselen. Fase 3. Uitwerken bezuinigingsopties Deze fase is erop gericht om zoveel mogelijk ombuigingsmogelijkheden in beeld te brengen. Dit is een actie vanuit de organisatie. We brengen dit per concernproduct in beeld. Per ombuigingsmogelijkheid brengen we volgende minimaal in beeld: -
Korte toelichting per concernproduct: wat willen we bereiken en welke activiteiten voeren we uit en wie zijn belangrijke partners?
-
Welke ombuigingsopties zijn er? Wat doen we bij deze ombuiging anders? Meer? Of niet meer?
-
Maatschappelijk effect/ organisatie-effect van deze opties
-
Verwachte financiële voordeel (+ evt. noodzakelijk investering vooraf) en in welke termijn
-
Informatie over implementatie (tijd, welke partijen betrokken)
-
Risico’s
-
Alternatieven
We stellen zo ambtelijk een groslijst op met verschillende mogelijkheden. We willen in dit deel van het proces nog geen bestuurlijke betrokkenheid en sturing. Op deze manier kan en moet alles in beeld gebracht worden. Om keuzemogelijkheden te hebben, zullen er veel maatregelen voorgelegd moeten worden. Als we bijvoorbeeld voor € 5 miljoen moeten bezuinigen, zullen er opties/maatregelen beschikbaar moeten zijn voor een fors hoger bedrag (circa € 8 miljoen). Bij het uitwerken van de maatregelen willen we per programma een minimaal percentage/bedrag aangeven voor wat voor bedrag er aan bezuinigingen moet liggen. Dit om ervoor te zorgen dat ieder programma evenveel bijdraagt aan mogelijke bezuinigingen. De organisatie verzamelt alle voorstellen en presenteren die totaal (in eerste instantie zonder voorstel) aan het college en de gemeenteraad.
20
Fase 4. Besluitvorming Vanuit het uitwerken van de bezuinigingsopties volgt een uitgebreide lijst met mogelijkheden tot bezuiniging. Zoals aangegeven leggen we deze in eerste instantie voor aan de gemeenteraad, zonder voorstel van het college erbij. In een opiniecommissie kan de gemeenteraad, voorafgaand aan de kadernota, spreken over deze uitwerking en hierop richting geven. Via het proces van de kadernota 2026 en vervolgens de programmabegroting 2026-2029 zal het college een voorstel doen aan de gemeenteraad over de bezuinigingen. Daarbij ligt het besluit uiteraard bij de Raad bij de vaststelling van deze documenten. Fase 5 Maatregelen voorbereiden en implementeren Wanneer er bij de kadernota een lijst is met welke maatregelen in de begroting opgenomen zullen gaan worden, kan gestart worden met het voorbereiden. Daadwerkelijke implementatie volgt na besluitvorming in de programmabegroting.
21
Kaders reserves ruimtelijke ambities Inleiding Deze notitie is de uitwerking van een van de opdrachten uit de kadernota. Bij de Kadernota is -gezien de financiële krapte- opdracht gegeven voor een strategisch kader met een financiële doorkijk voor de reserves die gekoppeld zijn aan onze grote ruimtelijke ambities. Dit betreft de reserves: -
Reserve strategisch aankopen
-
Reserve mobiliteit
-
Reserve binnenstedelijke transformaties
-
Reserve bovenwijkse voorzieningen
-
Reserve verbetering fysieke kwaliteit leefomgeving
De doelstellingen van deze reserves zijn in beeld gebracht. Vervolgens is gekeken of daarmee belangrijke fysieke projecten ook zijn (of in de toekomst kunnen worden) afgedekt. De financiële gegevens zijn soms nog globale berekeningen. Maar wel nodig om te kunnen bepalen of we wel of niet comfort hebben. Wanneer de inschatting is dat we nog geen volledige dekking hebben, zijn er maatregelen /mogelijkheden aangegeven. In de nota reserves zijn reserves uitgebreider toegelicht. In dit hoofdstuk een samenvatting. Samenvatting Samengevat zijn dit de belangrijkste kaders en conclusies vanuit de analyse van de diverse reserves in relatie tot onze ambities: -
Reserve strategische aankopen: de reserve is voor nu van voldoende omvang om de rente en eventuele afboekingen te van strategische grondaankopen.
-
Reserve mobiliteit: o
Tunnel stationskwartier Ravenstein: Voor de interwijkverbinding bij het stationskwartier Ravenstein zijn twee opties in beeld: een passerelle of een tunnel. Een passerelle betekent een positief resultaat van circa € 2 miljoen op de grondexploitatie. Een tunnel betekent een tekort van circa € 2,2 miljoen. In afwachting op definitief besluit reserveren we voorlopig dit bedrag binnen de reserve mobiliteit. Dit geven we dan prioriteit binnen de reserve mobiliteit.
o
Uitvoeringsplan mobiliteit: we hebben € 40 miljoen beschikbaar voor het uitvoeringsprogramma mobiliteit. Echter de mobiliteitsopgave wordt op een veelvoud geraamd. Er ligt nu een eerste opzet voor een bestedingsplan van € 50 miljoen. In het uitvoeringsprogramma mobiliteit maken we samen keuzes om de projecten te prioriteren tot een bedrag van € 40 miljoen en tegelijkertijd ligt er de opdracht om aanvullende financiële middelen te verwerven.
-
Reserve binnenstedelijke transformaties: we willen deze reserve inzetten voor gebiedstransformaties, waarbij de locaties Euterpepark, Raadhuislaan, zwembadlocatie en Schadewijk in beeld zijn.
-
Reserve bovenwijkse voorzieningen: deze reserve zetten we in voor de ambities van de Noordelijke ontsluitingsweg.
-
Reserve fysieke kwaliteit leefomgeving: we willen onze spoorambities realiseren door een investeringsbijdrage van € 125 miljoen. Door stijging van de rente (op dit moment rekenen we met 3,3%) komen we uit op een bedrag van € 105 miljoen. We stellen voor om jaarlijks € 250.000 extra te sparen vanuit de programmabegroting (post nieuw beleid) om de rentstijging grotendeels te compenseren. E.e.a. uiteraard afhankelijk hoe de rente zich op langere termijn ontwikkeld.
-
Verhogen parkeertarieven: we verwachten grote investeringen op het gebied van parkeren bij de Raadhuislaan (Lievekamp). Een verhoging van de parkeertarieven (plus verruiming tijden e.d.) is noodzakelijk om financieel in balans te blijven.
22
Reserve strategische aankopen Doelstelling Deze reserve wordt voor 2 doelen ingezet: -
betalen van de rentekosten van de strategische grondaankopen
-
Afboeken van boekwaarde bij strategische grondaankopen voor woningbouw en industrielocaties in de verre toekomst.
Doorkijk reserve strategische aankopen A.
Rentekosten
De rentekosten van de grondaankopen worden uit deze reserve betaald tot het moment dat de gronden in een BIE (Bouwgrond In Exploitatie) worden ingebracht. De rentekosten van de reeds aangekochte gronden zijn voor bedrag van in totaal € 196.000 opgenomen. De rentekosten voor de toekomstige grondaankopen worden geraamd op € 1,2 miljoen, zie onderstaand overzicht. Nog aan te kopen gronden
2024
Rentekosten grondaankopen Oss West - klein Amsteleind
24.000
Rentekosten grondaankopen Oss West - klein Amsteleind
127.000
B.
2025
241.000
2026
2027
348.000
468.000
Strategische grondaankopen
Na aftrek van deze rentekosten resteert nog een bedrag van € 4,3 miljoen voor aankoop strategische posities voor woningbouwprojecten en bedrijventerreinen. Het gaat hierbij vooral om gronden die in de verre toekomst liggen. Als er al plannen liggen worden de gronden als warme gronden beschouwd en mogen deze tegen de aankoopwaarde in de grondexploitatie worden opgenomen. Voor de clusters Megen, Lith en Oss-stad/Berghem is hiervoor de vraag naar aanvullende locaties aanwezig. Deze locaties zijn nog niet in beeld maar zullen de komende jaren gezocht worden. De werklocaties binnen de gemeente zijn (vrijwel) opgedroogd. De komende jaren zal onderzocht worden waar nieuwe bedrijventerreinen kunnen ontstaan of bestaande terreinen kunnen worden uitgebreid. Onderzoek toont aan dat er in Oss aanvullende vraag is naar ca 30 ha netto bedrijventerreinen. De stand van deze reserve lijkt niet toereikend voor al deze aankopen. Reserve mobiliteit Doelstelling De doelstelling van de reserve is herijkt op basis van de vastgestelde Koersnota mobiliteit 2023. De besteding van de gelden geschiedt dus op basis van deze doelstelling. Doorkijk reserve mobiliteit Het beschikbare budget van € 40 miljoen is niet genoeg om het gehele uitvoeringsprogramma te realiseren. Om deze reden heeft een eerste prioritering van de projecten plaatsgevonden.
Hierbij is onder andere gekeken naar de mate waarin een project bijdraagt aan de ambities uit de koersnota, de mogelijkheid tot combineren met lopende in– of externe projectinitiatieven, de realisatietermijn en bestuurlijke ambities. Het resultaat heeft geleid tot een projectenlijst die optelt tot in totaal ca. € 53 miljoen, in lijn met deze focuspunten, te weten: −
Verhelpen/voorkomen van (toekomstige) knelpunten in de hoofdwegenstructuur: € 23 miljoen
−
Verbeteren van de fietsinfrastructuur, inclusief fiets parkeren: € 22 miljoen
−
Verbeteren OV-voorzieningen (inclusief aanleg BRT): € 2,5 miljoen
−
Verbeteren verkeersveiligheid en deelmobiliteit: € 1,5 miljoen
−
Overige zaken: € 2,7 miljoen
In het uitvoeringsprogramma mobiliteit wordt deze prioritering nog meer bijgesteld om aansluiting te maken met de beschikbare middelen van € 40 miljoen. Het uitvoeringsprogramma mobiliteit wordt in het najaar van 2024 aan de gemeenteraad voorgelegd.
23
Aanvullende dekkingsmogelijkheden Voor een aantal van deze projecten is een bijdrage vanuit rijk en/of provincie mogelijk. Het is daarmee een opdracht om aanvullende financiële middelen te verwerven. Tunnel stationskwartier Bij de post overige zaken is een bijdrage voor de tunnel als interwijkverbinding van het stationskwartier van € 2,2 miljoen opgenomen. Dit is afhankelijk van de keuze tussen een passerelle en een tunnel. We zijn voornemens om te kiezen voor een tunnel. Reserve binnenstedelijke transformaties Doelstelling Het financieel mogelijk maken van binnenstedelijke transformaties die woon-, werk- en leefmilieus in het stedelijke gebied toekomstbestendig maken en zonder bijdrage niet gerealiseerd kunnen worden. Hierbij kan gedacht worden aan de realisatie van woningbouw, energietransitie, bereikbaarheid, klimaatadaptatie, herinrichting openbare ruimte en bestuurlijke ambities voor specifieke gebiedsontwikkelingen. Bij deze gebiedstransformaties is het uitgangspunt om een sluitende businesscase/grondexploitatie op te stellen. Dit is echter niet altijd mogelijk. De reserve binnenstedelijke transformatie draagt bij om deze binnenstedelijke transformaties van de stad Oss mogelijk te maken.
Het gebied voor deze binnenstedelijke transformaties is begrensd door de Braakstraat, Kromstraat, Raadhuislaan, Molenstraat, Spoorlaan, Gasstraat, Wethouder van Eschstraat en de Euterpelaan, aangevuld met de gebiedsontwikkeling Schadewijk. Bij de keuze om geld uit deze reserve te halen, is het noodzakelijk om een globaal inzicht te hebben van andere gebiedstransformaties. Zodat we een integrale afweging kunnen maken bij de inzet van de reserve. De afweging geschiedt bij de Programmabegroting of in een afzonderlijk raadsvoorstel.
24
Doorkijk reserve binnenstedelijke transformaties Een aantal gebiedsontwikkelingen in dit gebied is in beeld waaronder het Euterpepark, Raadhuislaan, belastingkantoor en golfbadlocatie. Op basis van kengetallen zijn deze gebiedsontwikkelingen grofmazig doorgerekend. Op basis van deze uitkomsten is het bedrag van € 19,6 miljoen normatief verdeeld over deze gebiedsontwikkelingen. Om onze opgave op dit gebied te realiseren gaan we onderzoeken of een bijdrage van het Rijk en/of provincie mogelijk is. Bij deze verzoeken is co-financiering (gemeentelijke bijdrage) altijd nodig. Onze co-financiering en/of resterende tekorten van de gebiedstransformaties betalen we uit deze reserve binnenstedelijke transformaties. Reserve bovenwijkse voorzieningen Doelstelling Met deze reserve wordt een aantal grote ruimtelijke ambities op het gebied van mobiliteit gerealiseerd. Het gaat hierbij om de mobiliteitsprojecten met een bovenwijks karakter. Het gaat hierbij om de ambities van de Noordelijke ontsluitingsweg. Tevens is een bedrag van € 2 miljoen voor het “mobiliteitsplan in voorbereiding” gereserveerd. Deze reserve wordt gevoed vanuit kostenverhaal en vanuit bestaande middelen in de begroting (structureel en beschikbaar gestelde reserve). Doorkijk reserve a.
Ontwikkelingen
In de koersnota Mobiliteit -die op 6 juli 2023 door de gemeenteraad is vastgesteld- is aangegeven dat de Noordelijke ontsluitingsweg verlichting geeft voor het verkeer op de Singel 1940-1945. Een Westelijke ontsluitingsweg blijkt minder effectief omdat de bestaande (hoofd)wegen voor een groot gedeelte van het verkeer aantrekkelijker blijven. De Parkway variant lijkt effectief als wijkontsluitingsweg. Hierdoor komen de kosten voor de Westelijke ontsluitingsweg te vervallen. Tevens vervalt de aanleg van fase 3 van de Noordelijke ontsluitingsweg. Deze lagere kosten worden ingezet om de lagere winst van de grondexploitatie Amsteleind op te vangen. Daarbij wordt een bedrag van € 11,5 miljoen overgeheveld van deze reserve naar de reserve Fysieke Kwaliteit Leefomgeving. b.
Financiële doorrekeningen
Uit deze reserve wordt fase 1 en fase 2 van de Noordelijke ontsluitingsweg betaald en een bedrag van € 2 miljoen voor de mobiliteitsopgave. De Noordelijke ontsluitingsweg wordt voor een deel betaald uit de grondexploitatie Oijense Zij Noord. Het restant wordt voor een bedrag van € 7,4 miljoen uit deze reserve betaald. Uitgaande van de geraamde inkomsten en uitgaven komt de reserve eind 2028 uit op een stand van € 152.000. Daarbij moeten er nog wel bijdragen kostenverhaal ter hoogte van € 5,2 miljoen gerealiseerd voor de periode van 2024 tot en met 2028. De Nota kostenverhaal moet in 2025 geactualiseerd worden en mogelijk kan deze bijdrage dan verhoogd worden, waardoor we meer geld in deze reserve beschikbaar krijgen. Reserve fysieke kwaliteit leefomgeving Doelstelling reserve Met deze reserve sparen we om de majeure ambities op het gebied van de verbetering van de fysieke kwaliteit van de leefomgeving te kunnen uitvoeren. Dit zijn de ambities die voortkomen uit de spooragenda van het programma verstedelijking spoorzone Oss en de projecten Groen, Blauw en Natuur. Voor het programma Groen, Blauw en Natuur wordt een programma opgesteld aan de hand waarvan de bijdragen worden verantwoord. Hiervoor is € 1,3 miljoen gereserveerd in de periode 2022-2031. Hiervan is een bedrag van € 0,3 miljoen bestemd voor de “vergroening” van de Noordelijke Ontsluitingsweg.
Voor de ambities van de spooragenda in het stedelijk gebied gaan we vooralsnog uit van een gemeentelijke investeringsbijdrage van € 125 miljoen. Om de ambities daadwerkelijk te kunnen uitvoeren zullen ook het Rijk en de provincie hieraan moeten bijdragen. Een eerste financiële verkenning is heel grof geraamd op € 350 miljoen. We gaan hierbij ervan uit dat de gemeente voor circa 35 % hieraan bijdraagt.
25
In de spooragenda worden de projecten concreet gemaakt. Deze agenda maakt onderdeel uit van de binnenstedelijke verdichtingsopgave die Oss kent. Met deze reserve willen we een aanvang maken om gelden vrij te maken om deze ambities te kunnen realiseren. Het traject wat hiermee wordt ingezet is een traject van een lange adem. De opzet is om het benodigde bedrag van € 125 miljoen te sparen tot en met het jaar 2040, waarin ook de uitvoering van de plannen ter hand wordt genomen. De spooragenda die voortkomt uit het programma verstedelijking spoorzone Oss bestaat uit de onderdelen: -
Aanpakken barrièrewerking spoor.
-
Upgraden van stations.
-
Groei reizigersverkeer mogelijk maken.
-
Toekomstvast inpassen goederenvervoer.
Op dit moment worden de projecten die daar invulling aan moeten geven uitgewerkt. Het accent ligt in de uitwerking op de aanpassingen in het stedelijk gebied van Oss omdat de ingrepen een voorwaarde zijn voor de verstedelijking in dat gebied. Stand van zaken investeringen spooragenda We hebben onze investeringsbijdrage voor de aanpak van de barrièrewerking van het spoor en het upgrade van de stations destijds berekend op een bedrag van circa € 125 miljoen. Voor deze investeringsbijdrage zijn structurele middelen opzij gezet en sparen wij. In het najaar hebben we meer zicht op de cijfers. We presenteren met behulp van externe bureaus in het Najaar een aantal scenario’s die o.a. ingaan op de ruimtelijke- en financiële verkenningen. Bij elk scenario is een tunnel bij Heihoeksingel voorzien. Deze is randvoorwaardelijk om de volledige woningbouw ambities in Amsteleind te realiseren. De insteek is hierbij om deze voor 1 januari 2030 te hebben aangelegd zodat met de bouwlocatie groot Amsteleind kan worden gestart. We ramen nu deze kosten inclusief grondaankopen op circa € 35 miljoen. In het Najaar wordt -op basis van de financiële verkenningen- een beter cijfer ingerekend en wordt de doorkijk opnieuw berekend.
Stand van zaken financiële mogelijkheden voor investeringsopgave Met deze reserve en een aantal structurele posten willen wij de gewenste investeringsbijdrage van € 125 miljoen realiseren. Alle posten zijn posten geactualiseerd. Er is hierbij rekening gehouden met: a)